"Standaard voor een boortol" De uitvinding heeft betrekking op een standaard voor een boortol, voorzien van een kolom, een grondplaat en bevestigingsorganen voor het haaks op de grondplaat bevestigen van een kolom. Een dergelijke standaard kan in het bijzonder gebruikt worden voor het in verticale richting boren van gaten
en dergelijke bewerkingen waarbij de as van de boortol verticaal staat, met andere woorden haaks op de grondplaat. Voor bewerkingen waarbij deze as in horizontale richting staat, zoals schuren, slijpen en draaien wordt een afzonderlijke inrichting gebruikt, een zogenaamde horizontale boorstandaard.
De uitvinding beoogt nu een inrichting van de bovenbeschreven soort te verschaffen waarmee zowel bewerkingen met de as van de boortol verticaal als bewerkingen met de as horizontaal kunnen worden uitgevoerd. Deze inrichting is tot dit doel gekenmerkt doordat de grondplaat voorzien is van bevestigingsorganen voor het evenwijdig aan het bovenvlak van de grondplaat bevestigen van de kolom. Deze inrichting biedt tevens het voordeel dat dezelfde hulpstukken, bijvoorbeeld de parallelgeleiding ook met de kolom in horizontale stand gebruikt kunnen worden. Verder kunnen op de kolom hulpstukken voor horizontaal uit te voeren bewerkingen worden aangebracht, zoals een steun
met de losse kop en de leunspaan voor het draaien en een geleiding voor freezen, welke hulpstukken zonodig ook or de grondplaat
zelf kunnen worden vastgezet. Indien de standaard met de kolom
in horizontale stand wordt gebruikt, is het bij diverse bewerkingen wenselijk dat het werkstuk onbelemmerd verplaatst kan worden, zodat bij voorkeur het bovenvlak van de grondplaat het bovenste deel van de grondplaat vormt; dat met andere woorden bijvoorbeeld de bevestigingsorganen voor het haaks op de grondplaat bevestigen van de kolom niet boven genoemd vlak uitsteken.
Volgens een voordelige uitvoering worden de bevestigingsorganen van de grondplaat voor bevestiging van de kolom evenwijdig aan het bovenvlak van de grondplaat worden gevormd door een met de dwarsdoorsnede van de kolom overeenkomende dwarsdoorgang bepalende uitsparingen, in welke doorgang ten minste een vastzetschroef steekt. Opdat de grondplaat op eenvoudige wijze gegoten of geperst kan worden worden de uitsparingen bij voorkeur gevormd door in dwarsdoorsnede hoofdzakelijk U-vormige, afwisselend naar boven en'naar beneden open uitsparingen in de grondplaat zodat daardoor een doorlopende
uitsparing ontstaat waarin de kolom gestoken kan worden.
De uitvinding zal worden toegelicht aan de hand van
de tekening van een voorkeursuitvoeringsvorm.
Fig. 1 toont de standaard met de kolom haaks op de grondplaat, fig. 2 toont de standaard met de kolom evenwijdig aan het bovenvlak van de grondplaat, fig. 3 toont een verticale doorsnede door de standaard volgens de lijn III-III in fig. 2.
De in de tekening weergegeven uitvoeringsvorm van
de standaard bestaat uit een grotendeels doosvormige grondplaat 1 met de dichte zijde als boven- of werkvlak 2 naar boven gekeerd. In deze grondplaat 1 zijn gebruikelijke gaten 3 voor bevestiging van de standaard op bijvoorbeeld een werkbank en gaten 4 voor bevestiging van een werkstuk of hulpstukken aanwezig.
Aan een zijde (hier achterzijde genoemd) van de grondplaat 1 zijn bevestigingsorganen voor het in horizontale stand bevestigen van een door een stalen buis gevormde kolom 5 aangebracht, bestaande uit afwisselend naar boven en naar beneden open, in dwarsdoorsnede hoofdzakelijk U-vormige uitsparingen,
die samen een doorgang bepalen waardoor de kolom 5 gestoken kan worden, waarna de kolom kan worden vastgezet door middel van twee aan de achterzijde in de grondplaat 1 geschroefde vastzetschroeven 7, 7a Deze schroeven kunnen met een einde tot in genoemde doorgang gedraaid worden.
De in de zijwanden van de grondplaat 1 aangebrachte uitsparingen 8 zijn aan de onderzijde open, zoals fig. 1 duidelijk toont, terwijl zich daartussen een gootvormige aan de bovenzijde open uitsparing 9 bevindt.
Aan de achterzijde is de grondplaat verder voorzien van een klembus 10 met een verticale hartlijn, waarin zijdelings een langsspleet 11 is aangebracht, waarnaast oren 12, 13
zijn aangebracht. Door deze oren naar elkaar te brengen kan de diameter van de bus 10, die een weinig groter is dan die van de kolom 5, zover verkleind worden, dat de kolom wordt vastgeklemd. Daartoe is het voorste oor 13 voorzien van een boring 14 met inwendige schroefdraad en het achterste oor van een coaxiale wijdere boring 15. Vanaf de achterzijde is door de boring 15 een schroef 6 in de boring 14 geschroefd, die het oor 12 naar het oor 13 kan trekken en zo de kolom 5 in verticale stand kan vastzetten.