<Desc/Clms Page number 1>
"Werkwijze en steun voor het beschermen tegen vocht van deurstijlen van een kozijn"
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het beschermen tegen vocht van deurstijlen van een kozijn, welke vooral gevormd worden uit houtvezelplaten die zeer vochtgevoelig zijn en bij contact met water zwellen, verkleuren en afbladeren.
Er stelt zich dan ook vooral een probleem bij poets-en reinigingswerken van vloeren met water aangezien watercontact met het onderuiteinde van het deurkozijn dat op de vloer rust nagenoeg onvermijdelijk
EMI1.1
is.
Een toepasselijk doch meestal niet afdoend hulpmiddel dat soms gebruikt wordt, is het aanbrengen van een siliconen voeg tegen de onderrand van het deurkozijn. De efficientie van dit produkt is sterk afhankelijk van de kwaliteit ervan en de zorg waarmee het aangebracht wordt.
De uitvinding heeft dan ook tot doel aan dit belangrijk probleem te verhelpen en dit op een manier die totaal onafhankelijk is van het vakmanschap waarmee het deurkozijn geplaatst wordt in de deuropening.
Bovendien wordt ervoor gezorgd geen afbreuk te doen aan het esthetisch uitzicht, maar laat de uitvinding in de meeste gevallen toe dit te verbeteren.
Tot dit doel brengt men op het ondervlak van de deurstijlen die de kozijn vormen een steun aan van een waterbestendig materiaal dat bij voorkeur nagenoeg passend en vochtafsluitend tegen dit ondervlak aansluit.
Doelmatig lijmt men deze steun op het ondervlak van de deurstijlen.
<Desc/Clms Page number 2>
In een bijzondere uitvoeringsvorm van de uitvinding maakt men gebruik van een steun met een opstaande rand die zieh tegen de buitenzijde van de voet van de deurstijlen uitstrekt.
In een meer specifieke uitvoeringsvorm van de uitvinding, bij een kozijn bestaande uit een muurstuk dat in de deuropening dient geplaatst te worden en twee haaks op dit muurstuk zijdelings aanslultende afzonderlijke opstaande L-vormige omlijstingsstukken, maakt men gebruik van een steun die bestaat uit afzonderlijke in elkaar grijpende delen die elk op het ondervlak van een van genoemde stukken voorzien wordt.
De uitvinding heeft eveneens betrekking op een steun voor deurkozijnen, m. b. voor het toepassen van de hierboven gedefinieerde werkwijze.
Deze steun is gekenmerkt door het feit dat hij voor elk afzonderlijk in een deuropening te plaatsen deel van een deurstijl een afzonderlijk steundeel bevat, waarbij de steundelen van de zijdelings tegen elkaar aan te sluiten samenstellende delen van een deurstijl, enerzijds, van middelen voorzien zijn om met elkaar samen te werken en, anderzijds, van middelen voorzien zijn waardoor ze nagenoeg waterdicht tegen het ondervlak van genoemde deurstijlen kunnen bevestigd worden.
In een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding zijn de met elkaar samenwerkende steundelen gedeeltelijk in elkaar schuifbaar.
Andere kenmerken van de uitvinding zullen blijken uit de hierna volgende beschrijving van de hierbij gevoegde figuren van een bijzondere uitvoeringsvorm van een steun volgens de uitvinding ; deze beschrijving wordt enkel als voorbeeld gegeven en beperkt de uitvinding niet ; de hierna gebruikte verwijzingscijfers hebben betrekking op deze figuren.
<Desc/Clms Page number 3>
Figuur 1 is een perspectief aanzicht van een steun volgens deze bijzondere uitvoeringsvorm, waarin de samenstellende delen uit elkaar geschoven zijn.
Figuur 2 is een analoge perspectieve voorstelling van dezelfde steun maar waarin de samenstellende delen onderling met elkaar verbonden zijn.
Figuur 3 is een horizontale dwarsdoorsnede van een deurkozijn met een deur die in een deuropening gemonteerd zijn.
Figuur 4 is, op grotere schaal, een dwarsdoorsnede volgens de lijn IV-IV van Figuur 2.
Figuur 5 is een perspectief aanzicht, eveneens op grotere schaal, van een bepaald onderdeel van de steun volgens deze specifieke uitvoeringsvorm.
In deze verschillende figuren hebben dezelfde verwijzingscijfers betrekking op dezelfde elementen.
Algemeen bestaat de werkwijze volgens de uitvinding erin op het ondervlak van de twee deurstijlen 2 van een kozijn een steun 1 van een waterbestendig materiaal, zoals kunststof, aan te brengen dat vochtdicht tegen dit ondervlak aansluit.
In de figuren 1 en 2 wordt een dergelijke steun 1 voorgesteld, waarbij de deurstijl 2 waarop deze steun 1 gemonteerd wordt in puntstreeplijn aangegeven wordt.
Dit geldt eveneens voor de wand of muur 3 waarin de deuropening 13 voorzien is en waartegen deze deurstijl 2 aansluit.
Het betreft hier een op zichzelf bekende deurstijl 2 die bestaat uit een muurstuk 4 dat in de deuropening dient geplaatst te worden en twee haaks op dit muurstuk 4 zijdelings aansluitende afzonderlijke opstaande L-vormige omlijstingsstukken 5 en 6.
Op zijn beurt bestaat de steun 1 bij voorkeur uit afzonderlijke in elkaar grijpende delen 7,8 en 9
<Desc/Clms Page number 4>
die elk respectivelijk op het ondervlak van een van deze stukken 4,5 en 6 voorzien worden. Ten einde een goede en bovendien vochtdichtige hechting van de steun 1 op het ondervlak van de deurstijlen 2 te verkrijgen, worden deze steunen bij voorkeur op dit ondervlak gelijmd. Bovendien om een goede verlijming te verzekeren, is de zijde 10 van de steundelen 7,8 en 9, die bestemd zijn om tegen het ondervlak van de deurstijl 2 bevestigd te worden geribt, zoals onder meer duidelijk aangetoond wordt op figuur 4.
Verder vertoont deze specifieke uitvoeringsvorm van de steun volgens de uitvinding een opstaande rand 11 die tegen de buitenzijde van de deurstijl 2 aansluit en dus toelaat een betere bescherming te bieden tegen vochtindringing tussen het ondervlak van de deurstijl 2 en de tegen deze laatste bevestigde steun 1.
Op een voordelige wijze gaat men als volgt te werk voor het beschermen van de deurstijlen van een kozijn tegen vocht en voor het plaatsen van dit laatste in een deuropening.
Het betreft hier een op zichzelf bekend deurkozijn dat dus bestaat uit twee deurstijlen 2 en een niet voorgestelde horizontale bovendorpel die de twee boven uiteinden van deze deurstijlen 2 verbindt.
Op dezelfde manier als de deurstijlen bestaat de bovendorpel eveneens uit een muurstuk en twee ornlijstingsstukken.
Na eerst op het ondervlak van de drie samenstellende stukken 4,5 en 6 van elk van beide deurstijlen 2 het overeenkomstig steundeel 7,8 en 9 aangebracht te hebben, verbindt men de muurstukken 4 van deze beide deurstijlen 2 en de dorpel onderling en bevestigt men aan de langszijde van deze muurstukken, waar zieh de aanslag 16 voor de in het kozljn te monteren deur 12 bevindt, de overeenkomstige
<Desc/Clms Page number 5>
omlijstingsstukken 5 en dit zodanig dat het steundeel 8 van de vertikale omlijstingsstukken 5 nagenoeg volledig aansluiten tegen het steundeel 7 van het vertikale muurstuk 4..
Vervolgens monteert men dit aldus verkregen kozijngedeelte, eventueel met de deur 12, in de deuropening 13 om tenslotte de drie overblijvende omlijstingsstukken 6 op de overliggende nog vrije langszijde van de overeenkomstige muurstukken 4 vast te maken en tegen de muur 3 rondom de deuropening 13 te drukken er zorg voor dragend dat de steundelen 9 van opstaande omlijstingsstukken 6 en deze van de overeenkomstige muurstukken 4 in een regelbare stand in elkaar grijpen.
Het resultaat van een dergelijke montage werd in horizontale doorsnede door figuur 3 geïllustreerd.
Zoals duidelijk blijkt uit deze figuur en trouwens ook uit de figuren 1 en 2, vertonen de omlijstingsstukken 5 en 6 over de ganse lengte van hun rand die op het muurstuk 4 zijdelings dienen bevestigd te worden een tand 14 die passend schuift in een overeenkomstige groef 15 waarin deze tand 14 dan verlijmd wordt.
Zoals hierboven reeds vermeld werd, wordt eerst een kader gevormd met de drie muurstukken 4 en de omlijstingsstukken 5 die op de langszijde van de muurstukken bevestigd worden waar zich de aanslag 16 voor de deur 12 bevindt en waarop desnoods een elastische tochtstrip 17 bevestigd wordt. Uit figuur 3 en eveneens uit figuur 2, blijkt duidelijk dat de tand 14 van het omlijstingsstuk 5 volledig in de overeenkomstige groef 15 van de muurstukken 4 dringt, waardoor de langse naar elkaar toe gerichte zijden van deze beide stukken 5 en 4 volledig tegen elkaar aansluiten.
Dit geheel, gevormd door de drie muurstukken
<Desc/Clms Page number 6>
4 en de op deze laatste bevestigde omlijstingsstukken 5 eventueel samen met de deur 12, wordt in de deuropening 13 geplaatst zodanig dus dat de haakse vrije langsrand 18 van de omlijstingsstukken 5 rust tegen de muur 3 die de deuropening 13 omgrenst.
Een volgende bewerking bestaat er thans in de ontbrekende omlijstingsstukken 6 aan te brengen.
Hiertoe wordt de tand 14 van deze omlijstingsstukken 6 in de nog vrije groef 15 van de deurstukken 4 gedrukt en dit zodanig dat de vrije haakse langsrand 18 van deze omlijstingsstukken 6 tegen de tegenover liggende zijde van de muur 3 drukken.
Zoals eveneens hierboven reeds vermeld werd worden eerst de verschillende steundelen 7,8 en 9, alvorens de kozijnstukken 4,5 en 6 met elkaar samen te brengen, op de ondervlakken van deze die de stijlen 2 vormen aangebracht, zoals voorgesteld werd in figuur 1 bijvoorbeeld.
De indringingsdiepte van de tand 14 van de omlijstingsstukken 6 in hun overeenkomstige groeven 15 van de muurstukken 4 wordt dus bepaald door de dikte van de muur 3.
Zoals uit de figuren blijkt, meer bepaald figuren 1 en 2, bestaat de steun 1 volgens deze specifieke uitvoeringsvorm uit afzonderlijke steundelen 7,8 en 9 voor elk van de drie samenstellende stukken 4,5 en 6 van de deurstijlen 2. Bovendien zijn de steundelen van eenzelfde deurstijl in elkaar schuifbaar, zodanig dus dat ze zieh steeds in de juiste stand ten opzichte van elkaar bevinden bij het opbouwen van de deurstijlen bij middel van de drie samenstellende stukken 4,5 en 6, waarop ze vooraf aangebracht worden.
Aldus vertoont het steundeel 7 van het muurstuk 4 aan zijn onderzijde een langse gleuf 19 die
<Desc/Clms Page number 7>
zich over de volledige lengte van dit steundeel 7 uitstrekt. Een overeenkomstig uitsteeksel 20, dat voorzien is op elk van de steundelen 8 en 9, wordt in elk van de uiteinden van de gleuf 19 van dit steundeel 7 passend en in een regelbare stand geschoven.
In een zeer specifieke uitvoeringsvorm van de uitvinding vertoont het steundeel 9 van het omlijstingsstuk 6 aan zijn buitenste langszijde, tegenover het uitsteeksel 20, in het verlengde van de vaste opstaande rand 11 een analoge wegneembare rand 21, die door een verticale inkeping 22 gescheiden is van de vaste opstaande rand 21 en zich over een bepaalde lengte langs het uitsteeksel 20 uitstrekt.
Deze rand 21 is op een losneembare wijze met dit laatste verbonden en kan over een willekeurige lengte vanaf zijn vrije uiteinde 24 verwijderd worden, afhankelijk van de muurdikte aan de deuropening 13 waarin desbetreffend kozijn dient geplaatst te worden.
Meer bepaald wordt deze opstaande rand 21 slechts op enkele discrete punten 23 met het uitsteeksel 20 bevestigd, zodanig dat deze gemakkelijk verwijderbaar is. Desnoods kan deze rand in verschillende zones onderverdeeld worden door vertikale inkepingen, enigszins analoog aan de inkeping 22. Een steundeel 9 voorzien van een dergelijke opstaande rand 21 werd duidelijk voorgesteld in figuur 5. In deze uitvoeringsvorm wordt deze rand 21 echter niet door vertikale inkepingen in zones onderverdeeld.
Het nut om een dergelijke bijkomende opstaande rand 21 op het steundeel 9 te voorzien blijkt duidelijk uit figuur 2. Inderdaad, zoals hierboven reeds beschreven werd, is de indringingsdiepte van het uitsteeksel 20 in de overeenkomstige gleuf 19 van het steundeel 7 afhankelijk van de dikte van de muur 3.
Het is dus enkel in uitzonderlijke gevallen dat dit
<Desc/Clms Page number 8>
uitsteeksel 20 volledig in de gleuf 19 kan indringen.
Als dit niet het geval is, blijft er dus een spleet 25 over tussen het uiteinde van het steundeel 7 en het steundeel 9. Dank zij de opstaande rand 21 wordt deze spleet 25 aan de zichtbare zijde van de deurstijl afgesloten door een op maat vooraf afgesneden opstaande rand 21.
Verder is het steundeel 7 voor het muurstuk 4 bij voorkeur gevormd uit een profiel met een, over zijn volledige lengte, constante dwarsdoorsnede over zijn volledige lengte zodanig dat dit steundeel 7 op maat kan gezaagd worden in functie van de breedte van het muurstuk 4. Op deze manier dient men slechts over een enkel stel steundelen te beschikken onafhankelijk van de muurdikte waarin de deuropening 13 voorzien is.
Indien de steundelen 8 en 9 het spiegelbeeld van elkaar niet vormen, zoals dit het geval is in de in de figuren voorgestelde uitvoeringsvorm, dienen uiteraard twee types steundelen voorzien te worden : een voor een rechtse en een voor een linkse stijl.
Daarentegen kan het steunstuk 7 voor beide deurstijlen hetzelfde zijn en wordt dit bij voorkeur verkregen door uit te gaan van een profiel van onbepaalde lengte dat dan, naarlang de behoeften, in stukken gezaagd wordt waarvan de lengte overeenstemt met de breedte van de muurstukken 4.
De steun, volgens de uitvinding, wordt bij voorkeur vervaardigd uit een kunststof die zowel vochtbestendig is als bestendig tegen de traditionele reinigingszepen, wassen en detergenten die van toepassing zijn op de meest diverse vloeren.
In sommige gevallen kan deze steun eveneens uit metaal, zoals aluminium, vervaardigd worden.
Bij voorkeur is een bijkomende opstaande rand 25 voorzien op de binnenzijde van de steundelen 7,8 en
<Desc/Clms Page number 9>
9, t. t. z. op de zijde tegenover deze waarop de opstaande rand 11 voorzien is, waardoor een correcte en vastere montage van deze steundelen op de overeenkomstige stijlstukken 4,5 en 6 verzekerd wordt.
Verder zijn alle opstaande randen bij voorkeur naar buiten afgeschuind, hetgeen het estetisch uitzicht ten goede komt en vermijdt dat water vanop deze randen tussen deze laatste en de voet van de stijlen zou dringen.
De uitvinding is natuurlijk geenszins beperkt tot de hierboven beschreven uitvoeringsvormen en binnen het raam van de uitvinding kunnen meerdere varianten overwogen worden, o. m. wat betreft vorm en afmeting van de samenstellende delen van de steun volgens de uitvinding. Zo kunnen desnoods, in sommige gevallen, de steundelen 7 en 8 uit een stuk vervaardigd worden en op de overeenkomstige stijlstukken 4 en 5 gemonteerd worden nadat deze zijdelings tegen elkaar bevestigd werden.
Aldus kan de steun op een andere manier dan door lijmen op het ondervlak van de deurstijlen aangebracht worden, zoals bijvoorbeeld door nieten, nagelen of gewoon klemmen. Ten einde de vochtafsluiting te verbeteren kan rondom de opstaande rand 11 een voeg van waterafstotende specie, zoals silicone, aangebracht worden.
<Desc / Clms Page number 1>
"Method and support for the protection against moisture of door jambs of a frame"
The invention relates to a method for protecting against moisture of door jambs of a frame, which are mainly formed of wood fiber plates which are very sensitive to moisture and which swell, discolour and peel off on contact with water.
There is therefore a particular problem with cleaning and cleaning of floors with water, since water contact with the bottom end of the door frame resting on the floor is almost inevitable
EMI1.1
is.
An appropriate but usually inadequate aid that is sometimes used is the application of a silicone joint against the bottom edge of the door frame. The efficiency of this product is highly dependent on its quality and the care with which it is applied.
The object of the invention is therefore to remedy this important problem and this in a way that is completely independent of the craftsmanship with which the door frame is placed in the door opening.
In addition, care is taken not to compromise the aesthetic appearance, but in most cases the invention allows to improve it.
For this purpose, a support of a water-resistant material is preferably applied to the bottom surface of the door jambs that form the frame, which material preferably fits close to this bottom surface in a substantially sealing manner.
This support is effectively glued to the bottom surface of the door jambs.
<Desc / Clms Page number 2>
In a special embodiment of the invention, use is made of a support with an upright edge which extends against the outside of the foot of the door jambs.
In a more specific embodiment of the invention, in the case of a frame consisting of a wall piece to be placed in the door opening and two upright L-shaped upright frame pieces adjoining laterally at right angles to this wall piece, use is made of a support consisting of separate interlocking parts, each of which is provided on the bottom surface with one of said pieces.
The invention also relates to a support for door frames, m. B. for applying the above defined method.
This support is characterized by the fact that for each part of a door jamb to be placed separately in a door opening, it comprises a separate support part, wherein the supporting parts of the laterally connecting components of a door jamb, on the one hand, are provided with means for cooperate with each other and, on the other hand, are provided with means whereby they can be mounted virtually watertight against the bottom surface of said door jambs.
In a preferred embodiment of the invention, the mutually co-operating supporting parts are partly slidable together.
Other features of the invention will become apparent from the following description of the accompanying figures of a special embodiment of a support according to the invention; this description is given by way of example only and does not limit the invention; the reference numbers used below refer to these figures.
<Desc / Clms Page number 3>
Figure 1 is a perspective view of a support according to this particular embodiment, in which the component parts are slid apart.
Figure 2 is an analog perspective view of the same support but in which the component parts are interconnected.
Figure 3 is a horizontal cross section of a door frame with a door mounted in a doorway.
Figure 4 is, on a larger scale, a cross-section taken on the line IV-IV of Figure 2.
Figure 5 is a perspective view, also on a larger scale, of a particular part of the support according to this particular embodiment.
In these different figures, like reference numerals refer to like elements.
In general, the method according to the invention consists in arranging a support 1 of a water-resistant material, such as plastic, on the bottom surface of the two door jambs 2 of a frame, which connects moisture-tightly to this bottom surface.
Figures 1 and 2 show such a support 1, in which the door jamb 2 on which this support 1 is mounted is indicated in a dashed line.
This also applies to the wall or wall 3 in which the door opening 13 is provided and against which this door jamb 2 connects.
This is a per se known door jamb 2 which consists of a wall piece 4 which must be placed in the door opening and two upright L-shaped frame pieces 5 and 6 connecting laterally at right angles to this wall piece 4.
In turn, the support 1 preferably consists of separate interlocking parts 7,8 and 9
<Desc / Clms Page number 4>
each of which is provided on the bottom surface of one of these pieces 4,5 and 6, respectively. In order to obtain a good and moreover moisture-tight adhesion of the support 1 to the bottom surface of the door jambs 2, these supports are preferably glued to this bottom surface. Moreover, in order to ensure good gluing, the side 10 of the supporting parts 7,8 and 9, which are intended to be fixed against the bottom surface of the door jamb 2, is ribbed, as is clearly shown, inter alia, in figure 4.
Furthermore, this specific embodiment of the support according to the invention has an upright edge 11 which connects to the outside of the door jamb 2 and thus allows to provide better protection against moisture penetration between the bottom surface of the door jamb 2 and the bracket 1 fixed against the latter.
It is advantageous to proceed as follows to protect the door jambs of a frame against moisture and to place the latter in a door opening.
This is a per se known door frame, which thus consists of two door jambs 2 and an unrepresented horizontal lintel connecting the two upper ends of these door jambs 2.
In the same way as the door jambs, the lintel also consists of a wall piece and two cornice pieces.
After first applying the corresponding support parts 7,8 and 9 to the bottom surface of the three constituent parts 4,5 and 6 of each of the door jambs 2, the wall pieces 4 of these two door jambs 2 and the sill are mutually connected and fastened on the longitudinal side of these wall pieces, where the stop 16 for the door 12 to be mounted in the frame is located, the corresponding
<Desc / Clms Page number 5>
frame pieces 5, such that the support part 8 of the vertical frame pieces 5 almost completely adjoin the support part 7 of the vertical wall piece 4 ..
Subsequently, this frame portion thus obtained, possibly with the door 12, is mounted in the door opening 13 to finally fix the three remaining frame pieces 6 on the opposite still free longitudinal side of the corresponding wall pieces 4 and press against the wall 3 around the door opening 13 ensuring that the support parts 9 of upright frame pieces 6 and those of the corresponding wall pieces 4 interlock in an adjustable position.
The result of such an assembly was illustrated in horizontal section by Figure 3.
As is clear from this figure and by the way also from figures 1 and 2, the framing pieces 5 and 6 have a tooth 14 which slides fittingly into a corresponding groove 15 along the entire length of their edge to be fixed on the wall piece 4. in which this tooth 14 is then glued.
As already mentioned above, a frame is first formed with the three wall pieces 4 and the frame pieces 5 which are fixed on the longitudinal side of the wall pieces where the stop 16 for the door 12 is located and on which an elastic draft strip 17 is attached if necessary. From Figure 3 and also from Figure 2, it is clear that the tooth 14 of the framing piece 5 fully penetrates into the corresponding groove 15 of the wall pieces 4, so that the longitudinal sides of these two pieces 5 and 4 which face each other fully against each other .
All this, formed by the three wall pieces
<Desc / Clms Page number 6>
4 and the framing pieces 5 mounted on the latter, possibly together with the door 12, are placed in the door opening 13 such that the right-angled free longitudinal edge 18 of the framing pieces 5 rests against the wall 3 which borders the door opening 13.
A subsequent operation now consists in fitting the missing frame pieces 6.
For this purpose, the tooth 14 of these frame pieces 6 is pressed into the still free groove 15 of the door pieces 4, such that the free right-angled longitudinal edge 18 of these frame pieces 6 press against the opposite side of the wall 3.
As has already been mentioned above, the various supporting parts 7, 8 and 9 are first applied to the lower surfaces of those forming the posts 2 before assembling the frame pieces 4,5 and 6, as was shown in figure 1, for example. .
The depth of penetration of the tooth 14 of the frame pieces 6 into their corresponding grooves 15 of the wall pieces 4 is thus determined by the thickness of the wall 3.
As can be seen from the figures, in particular figures 1 and 2, the support 1 according to this specific embodiment consists of separate support parts 7,8 and 9 for each of the three constituent parts 4,5 and 6 of the door jambs 2. Moreover, the support parts of the same jamb can be slid together, so that they are always in the correct position relative to each other when building the jambs by means of the three constituent pieces 4,5 and 6, on which they are pre-applied.
The support part 7 of the wall piece 4 thus has a longitudinal slot 19 on its underside
<Desc / Clms Page number 7>
extends over the full length of this support part 7. A corresponding protrusion 20, which is provided on each of the support parts 8 and 9, is slid into each of the ends of the slot 19 of this support part 7 in an adjustable position.
In a very specific embodiment of the invention, the support part 9 of the frame piece 6 has on its outer longitudinal side, opposite the projection 20, in line with the fixed upright edge 11, an analog removable edge 21, which is separated by a vertical notch 22 from the fixed upright edge 21 and extends along the projection 20 over a certain length.
This edge 21 is detachably connected to the latter and can be removed from its free end 24 by any arbitrary length, depending on the wall thickness at the door opening 13 in which the relevant frame is to be placed.
More specifically, this upright edge 21 is attached to the projection 20 only at a few discrete points 23, such that it is easily removable. If necessary, this edge can be divided into different zones by vertical notches, somewhat analogous to the notch 22. A support part 9 provided with such an upright edge 21 was clearly represented in figure 5. In this embodiment, however, this edge 21 is not represented by vertical notches in zones divided.
The usefulness of providing such an additional upright edge 21 on the support part 9 is clear from Figure 2. Indeed, as already described above, the depth of penetration of the projection 20 into the corresponding slot 19 of the support part 7 depends on the thickness of the the wall 3.
So it is only in exceptional cases that this
<Desc / Clms Page number 8>
protrusion 20 can penetrate completely into the slot 19.
If this is not the case, a gap 25 thus remains between the end of the supporting part 7 and the supporting part 9. Thanks to the upright edge 21, this gap 25 is closed on the visible side of the door jamb by a custom cut beforehand upright edge 21.
Furthermore, the support part 7 for the wall piece 4 is preferably formed from a profile with a constant cross-section over its full length, such that this support part 7 can be cut to size in function of the width of the wall piece 4. in this way, only a single set of support parts should be available regardless of the wall thickness in which the door opening 13 is provided.
If the support parts 8 and 9 do not form the mirror image of each other, as is the case in the embodiment shown in the figures, two types of support parts must of course be provided: one for a right-hand and one for a left-hand post.
On the other hand, the support piece 7 can be the same for both door jambs and this is preferably obtained by starting from a profile of indefinite length which is then sawn according to needs, the length corresponding to the width of the wall pieces 4.
The support, according to the invention, is preferably made of a plastic that is both moisture resistant and resistant to the traditional cleaning soaps, waxes and detergents that apply to the most diverse floors.
In some cases, this support can also be made of metal, such as aluminum.
Preferably an additional upright edge 25 is provided on the inside of the support parts 7,8 and
<Desc / Clms Page number 9>
9, t. t. z. on the side opposite that on which the upright edge 11 is provided, so that a correct and firmer mounting of these supporting parts on the corresponding posts 4.5 and 6 is ensured.
Furthermore, all upright edges are preferably chamfered outward, which enhances the aesthetic appearance and prevents water from penetrating from these edges between the latter and the base of the uprights.
The invention is of course in no way limited to the above-described embodiments and within the scope of the invention several variants can be considered, including as regards the shape and size of the constituent parts of the support according to the invention. Thus, if necessary, in some cases, the support members 7 and 8 can be made in one piece and mounted on the corresponding post pieces 4 and 5 after they have been laterally fastened together.
Thus, the support can be applied to the bottom surface of the door jambs in a manner other than by gluing, such as, for example, by stapling, nailing or simply clamping. In order to improve the moisture barrier, a joint of water-repellent mortar, such as silicone, can be applied around the upright edge 11.