NL8002573A - Werkwijze en inrichting voor het scheiden alsmede voor het uit de vorm nemen van een, door branden en pyro- plastische binding van het te branden materiaal gevormd vormlichaam. - Google Patents
Werkwijze en inrichting voor het scheiden alsmede voor het uit de vorm nemen van een, door branden en pyro- plastische binding van het te branden materiaal gevormd vormlichaam. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8002573A NL8002573A NL8002573A NL8002573A NL8002573A NL 8002573 A NL8002573 A NL 8002573A NL 8002573 A NL8002573 A NL 8002573A NL 8002573 A NL8002573 A NL 8002573A NL 8002573 A NL8002573 A NL 8002573A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- bars
- grating
- mold
- grating bars
- green brick
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 20
- 239000011449 brick Substances 0.000 claims description 64
- 238000000465 moulding Methods 0.000 claims description 10
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 claims description 6
- 230000001154 acute effect Effects 0.000 claims description 2
- 230000000694 effects Effects 0.000 claims 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 29
- 238000000926 separation method Methods 0.000 description 9
- 239000004927 clay Substances 0.000 description 4
- 238000009736 wetting Methods 0.000 description 4
- 238000001816 cooling Methods 0.000 description 3
- 239000007789 gas Substances 0.000 description 3
- 238000010438 heat treatment Methods 0.000 description 3
- 238000013021 overheating Methods 0.000 description 3
- 230000002411 adverse Effects 0.000 description 2
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 2
- 238000013461 design Methods 0.000 description 2
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 2
- 238000002844 melting Methods 0.000 description 2
- 230000008018 melting Effects 0.000 description 2
- 239000002689 soil Substances 0.000 description 2
- 230000008961 swelling Effects 0.000 description 2
- 238000012546 transfer Methods 0.000 description 2
- 238000005299 abrasion Methods 0.000 description 1
- 239000000853 adhesive Substances 0.000 description 1
- 230000001070 adhesive effect Effects 0.000 description 1
- 239000000919 ceramic Substances 0.000 description 1
- 229910010293 ceramic material Inorganic materials 0.000 description 1
- 238000006243 chemical reaction Methods 0.000 description 1
- 239000011248 coating agent Substances 0.000 description 1
- 238000000576 coating method Methods 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 239000000356 contaminant Substances 0.000 description 1
- 239000002826 coolant Substances 0.000 description 1
- 238000005520 cutting process Methods 0.000 description 1
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 description 1
- 239000008187 granular material Substances 0.000 description 1
- 238000003780 insertion Methods 0.000 description 1
- 230000037431 insertion Effects 0.000 description 1
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 1
- 238000009413 insulation Methods 0.000 description 1
- 239000007788 liquid Substances 0.000 description 1
- 238000003754 machining Methods 0.000 description 1
- 238000003801 milling Methods 0.000 description 1
- 239000012778 molding material Substances 0.000 description 1
- 238000004421 molding of ceramic Methods 0.000 description 1
- 239000008188 pellet Substances 0.000 description 1
- 239000010453 quartz Substances 0.000 description 1
- 230000000284 resting effect Effects 0.000 description 1
- VYPSYNLAJGMNEJ-UHFFFAOYSA-N silicon dioxide Inorganic materials O=[Si]=O VYPSYNLAJGMNEJ-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 239000000126 substance Substances 0.000 description 1
- 238000012360 testing method Methods 0.000 description 1
- 230000008646 thermal stress Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B28—WORKING CEMENT, CLAY, OR STONE
- B28B—SHAPING CLAY OR OTHER CERAMIC COMPOSITIONS; SHAPING SLAG; SHAPING MIXTURES CONTAINING CEMENTITIOUS MATERIAL, e.g. PLASTER
- B28B13/00—Feeding the unshaped material to moulds or apparatus for producing shaped articles; Discharging shaped articles from such moulds or apparatus
- B28B13/04—Discharging the shaped articles
- B28B13/06—Removing the shaped articles from moulds
- B28B13/067—Removing the shaped articles from moulds by applying blows or vibrations followed by, or during, the removal of a mould part
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B28—WORKING CEMENT, CLAY, OR STONE
- B28B—SHAPING CLAY OR OTHER CERAMIC COMPOSITIONS; SHAPING SLAG; SHAPING MIXTURES CONTAINING CEMENTITIOUS MATERIAL, e.g. PLASTER
- B28B13/00—Feeding the unshaped material to moulds or apparatus for producing shaped articles; Discharging shaped articles from such moulds or apparatus
- B28B13/04—Discharging the shaped articles
- B28B13/06—Removing the shaped articles from moulds
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Ceramic Engineering (AREA)
- Manufacturing & Machinery (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Moulds, Cores, Or Mandrels (AREA)
- Moulds For Moulding Plastics Or The Like (AREA)
- Devices For Post-Treatments, Processing, Supply, Discharge, And Other Processes (AREA)
- Baking, Grill, Roasting (AREA)
- Food-Manufacturing Devices (AREA)
- Chain Conveyers (AREA)
- Filtering Of Dispersed Particles In Gases (AREA)
Description
Werkwijze en inrichting voor het scheiden alsmede voor het uit de vorm nemen van een, door branden en pyroplastische binding van het te branden materiaal gevormd vormlichaam.
*- - \ VO 0427
De uitvinding betreft een werkwijze voor het scheiden en voor het uit de opneemvorm nemen van een, door branden en pyroplastische binding van het te branden materiaal, in het bijzonder leem of klei met een zwelvermogen, gevormd vorm-5 lichaam, welke vorm voor het in aanraking brengen van het te branden materiaal met hete, het te branden materiaal doorstromende, gassen is voorzien van een door roosterstaven gevormde of op andere wijze van openingen voorziene bodem met naar dat te branden materiaal toe gekeerd, staafroosterachtig opleg-10 vlak en van een, bij voorkeur hiervan gescheiden, de zijwan den vormend raam.
Er zijn keramische brandwerkwijzen bekend, waarbij het te branden materiaal, zoals in het bijzonder leem of klei met zwelvermogen bij voorkeur in de vorm van granulaten of zoge-15 naamde "pellets" in brandvormen gevuld en daarin zó ver ver warmd worden, dat tijdens de temperatuurinwerking ten minste aan het oppervlak van het te branden materiaal de vorming van smelt en verweking van het materiaal alsmede pyroplastische binding optreedt (zie hiervoor het Duitse octrooischrift 20 1.914.372).
Om dergelijke lichamen te kunnen vervaardigen zijn er vormen bekend welke voldoende bestand zijn tegen hitte en temperatuurwisselingen en waarbij geen noemeaswaardige contact-reacties alsmede chemische verbinding met het te branden mate-25 riaal optreden (D.O.S. 2.155.933). Ondanks zorgvuldige materi aalkeuze en vormgeving voor de brandvormdelen zijn echter hechtverschijnselen, die berusten op grof-mechanische vertan-ding of op bevochtiging van de onderdelen van de vorm door smeltvloeibare bestanddelen in het te branden materiaal niet 30 geheel uit te sluiten. Deze hechtverschijnselen, welke speci- ' aal bij plaatselijke oververhittingen kunnen optreden, leiden tot verontreinigingen en tot het volledig onbruikbaar worden van de voor het branden te gebruiken vormen, hierna brandvormen te noemen, en daarenboven tot aanzienlijke moeilijkheden, r η n 9 k in - 2 - de vormling na beëindiging van het branden uit de vorm te nemen, dat wil zeggen die vormling van de brandvormdelen te scheiden zonder beschadigingen respectievelijk zonder het blijven vasthechten van delen van het te branden materiaal.
5 De in het voorgaande genoemde hechtverschijnselen worden bij afgekoeld gebrandmateriaal respectievelijk tijdens het af-koelingsproces van dat materiaal en de vorm opgeheven en wel uitsluitend door verschillen in thermische krimp van het te branden materiaal énerzijds en de brandvorm anderzijds uiter-10 lijk tot het in neerwaartse richting passeren van de zogenaam de "kwarts-sprongtemperatuur" van het gebrande materiaal, doch om economische redenen verdient het uit de vorm nemen van het gebrande materiaal bij nog zo hoog mogelijke temperatuur aanbeveling, aangezien de afkoeling van de vorm en de 15 daardoor noodzakelijke hernieuwde verhitting bij het volgende brandproces leidt tot aanzienlijke energieverliezen en ongunstige beïnvloeding van het materiaal van de vorm.
Wanneer het uit de vorm nemen om economische redenen bij hogere temperaturen geschiedt, doet zich de moeilijkheid voor, 20 de vormling zonder niet te repareren schade uit de vorm te lichten óók wanneer in bepaalde gevallen, op grond van plaatselijke oververhitting op contactplaatsen bevochtiging van het vormmateriaal met het taai-vasthechtende, gebrande materiaal heeft plaats gevonden. Sen verdere moeilijkheid, die 25 zich bij het uit de vorm nemen voordoet bestaat hierin, dat zich bij gecompliceerde vormdelen een mechanische "vertanding" van de week geworden vormling aan delen van de vorm voordoet.
Bij praktijk proeven is gebleken, dat de door bevochtiging of "vertanding" optredende hechtkrachten zó groot kunnen 30 worden, dat verwijdering van het lichaam uit de vorm door uit lichten of wegschuiven niet mogelijk is zonder beschadiging van de contactplaatsen.
Doel van de uitvinding is nu een zodanige verbetering van de in de aanhef vermelde werkwijze, dat het uit de vorm 35 nemen van het gebrande materiaal mogelijk wordt - ondanks 800 2 5 73 - 3 - a boven vermelde moeilijkheden door plaatselijke bevochtiging van taai vasthechtend, gebrand materiaal op oververhitte con-tactplaatsen en/of mechanische "vertanding" van de vormling aan de delen van de vorm - zonder dat hierbij beschadigingen 5 aan de vormling optreden of resten van het gebrande materiaal aan de vorm blijven hangen, die het opnieuw gebruik van die vorm zouden kunnen bemoeilijken.
Om dit doel te bereiken wordt een werkwijze van de in de aanhef vermelde soort volgens de uitvinding nader gekenmerkt, 10 doordat de vormling in het bereik tussen zijn oplegvlakken op de staven respectievelijk de staafprofilering van de bodem, van het éne einde van de staven beginnend, in langsrichting van die staven voortschrijdend, onder vorming van een wigvormig wijder wordende en langs het oplegvlak op de staven toene-15 mende scheidingsspleet, onder plastische vervorming naar bo ven gedrukt en van de staven af gelicht wordt.
De uitvinding berust daarbij op het inzicht, dat de hechtkrachten door vertanding en bevochtiging in verhouding tot de oppervlakteëenheid klein zijn. Om die reden wordt het 20 losmaken van de vormling achtereenvolgens in kleine deelgebie den van het contactvlak teweeggebracht, zodat voor die scheiding ook slechts geringe krachten vereist zijn. Bij vormen met van de bodem gescheiden zijwanden levert het scheiden van het, de zijwand vormende, raam van de vorm van de gebrande 25 vormling bij voorkeur door het aflichten van het raam lood recht op de bodem vooral geen moeilijkheden op, omdat dit raam tijdens het brandproces gekoeld kan worden en op deze wijze de vasthechtverschijnselen tussen vormling en raam veilig en betrouwbaar worden voorkómen. Dit is echter in het be-50 reik van de door de roosterstaven gevormde of van de staaf profilering voorziene bodem niet het geval, omdat de verwarmde gassen dóór de spleetruimten tussen de roosterstaven of de profilering heen in het te branden materiaal moeten worden geleid, zodat afkoeling van de bodem niet in aanmerking kan ko-35 men.
8 0 0 2 5 73 - 4 -
Het van de "bodem losmaken van de vormling geschiedt overeenkomstig de uitgevonden werkwijze praktisch steeds langs een lijn, welke zich in langsrichting over de roosterstaven of staafprofilering heen verplaatst. De vorming van de wigvor-5 mige scheidingsspleet en de daarbij langs de zich verplaatsen de lijn werkzame scheiding van vormling en bodem wordt door de nog plastische toestand van die vormling mogelijk gemaakt en bevorderd. De hierbij optredende vervormingen van de nog plastische vormling kunnen zonder grote moeilijkheden na het 10 van de vorm losnemen en het uit de vorm nemen van de vormling weer vereffend worden, zonder dat aan die vormling plaatselijk enigerlei schade optreedt.
De vorming van de wigvormig wijder wordende en langs het oplegvlak van de vormling op de roosterstaven voortschrijden-15 de scheidingsspleet kan op uiteenlopende wijzen gerealiseerd worden.
Bijzonder voordelig is het, wanneer de vormling in het bereik tussen zijn oplegvlakken of de staven, respectievelijk op de staafprofilering van de bodem wordt blootgesteld aan de 20 inwerking van gecombineerde hef- en duw- of schuifkrachten en van de staven respectievelijk van de staafprofilering van de bodem los gemaakt wordt in een soort afschilwerkgang.
i
Overeenkomstig een andere wijze van scheiding is er in voorzien, dat de vormling bij gebruik van een vorm met een bo-25 dem uit roosterstaven door gecombineerde hef- en duw- of schuifkrachten, welke op het bereik tussen de staven op de vormling werkzaam worden, van de staven af gelicht wordt op de wijze van een hefwerkgang. Hierbij gaat het dus niet om een afschilwerkgang, doch om het van de roosterstaven af lich-30 ten van de vormling, waarbij, mede gebruikmakend van de nog plastische vervormbaarheid van de vormling, de scheiding ook weer plaatsvindt telkens langs een lijn dwars op de roosterstaven, welke lijn telkens de zich verplaatsende "snijrand" van de wigvormig wijder wordende scheidingsspleet vormt.
35 Voor uitvoering van de uitgevoerde werkwijze geschikte 800 2 5 73 ♦ t - 5 - inrichtingen kunnen op uiteenlopende wijzen constructief uit-gevoerd zijn.
3ij voorkeur is zulk een inrichting zódanig uitgevoerd, dat in een raamgestel, hij voorkeur met warmte isolerende be-5 kleding een tafelachtige inrichting voor het opnemen en steu nen van de vorm tegen verplaatsing naar opzij en het aflichten is aangehracht en opzij of onder die tafelachtige inrichting is voorzien in een, tussen de staven van de bodem respectievelijk de staven van de roosterachtige profilering van de 10 bodem grijpend, in hoogte beweegbaar of naar opzij verplaats baar scheidingsgereedschap, dat is voorzien van naar de onderzijde van de vormling toe gekeerde steunvlakken, welke met die onderzijde van de vormling tot het van de staven af lichten van de vorm een scherpe hoek insluiten.
15 Bij de genoemde inrichtingen, welke een in hoogte beweeg baar of opzij verplaatsbaar scheidingsgereedschap bevatten, wordt de vormling tegelijkertijd met het door het scheidingsgereedschap van de roosterstaven af lichten ondersteund, zodat het hier op ligt en van het scheidingsgereedschap af. ge-20 schoven of afgelicht kan worden, teneinde naar een nabehande- lingsstation overgebracht te worden.
Wanneer de scheiding van de vormling van de roosterstaven dient plaats te vinden op de wijze van een afschilwerk-gang is het doelmatig, wanneer het scheidingsgereedschap uit 25 evenwijdig aan en in langsrichting van de roosterstaven res pectievelijk de staven van het roosterachtige oplegvlak verplaatsbare platen bestaat, waarvan het éne einde scharnier-baar met een dwarsstaaf verbonden is, waarop een verplaat-singsaandrijving - bij voorkeur een zuigcilinderinrichting -30 aangrijpt en welke aan het andere einde zijn voorzien van een wiggedeelte en - hiervan uitgaande - tussen de staven grijpende tanden.
Bij de beschreven uitvoering van het scheidingsgereedschap vindt een ondersteuning en het aflichten van de, door 35 de verweking van de vormling tussen de roosterstaven een ge- o η n ·) β 73 - 6 - welfd verloop aannemende bereiken plaats, zodat de hierdoor teweeggebrachte, mechanische hechting en vertanding losgemaakt wordt, terwijl tegelijkertijd door de wiggedeelten een scheiding tussen de oplegvlakken van de vormling en de roos-5 terstaven in de zin van een afschilwerkgang bewerkstelligd wordt.
Teneinde ondanks de, door de thermische belasting, in het bijzonder de thermische wisselbelasting, optredende vervormingen en plaatselijke afstandveranderingen van de rooster-10 staven een betrouwbare geleiding van het scheidingsgereed- schap bij de afschilwerkgang te bereiken, is er bij het in het voorgaande genoemde scheidingsgereedschap in voorzien, dat de dwarsstaaf aan zijn einden in stationair aangebrachte rails van een gestel een geleiding heeft, en elke plaat is 15 voorzien van een langsgroef met een naar de tanden gerichte, toelopende vorm, waar een stationair aangebracht geleidings-aanzetstuk buiten de toelopende gedeelten met speling in grijpt. Hierdoor wordt er betrouwbaar voor gezorgd, dat het scheidingsgereedschap in zijn uitgangsstand met evenwijdig 20 aan elkaar verlopende platen gehouden wordt, doch bij het overbrengen in een scheidingsstand door de tussen de rooster-staven grijpende tanden telkens in zodanige stand wordt overgebracht dat de tanden tussen de roosterstaven blijven en de wiggedeelten van de platen op de roosterstaven er langs glij-25 den.
7/anneer de scheiding van de vormling in plaats van op de wijze van een afschilwerkgang door het van de roosterstaven af lichten dient plaats te vinden, is het doelmatig, wanneer bij toepassing van een vorm met een door roosterstaven gevorm-30 de bodem het scheidingsgereedschap uit een te heffen en neer te laten blok bestaat met een naar de onderzijde van de vormling toe gekeerd, hellend oppervlak, en tussen de roosterstaven grijpende en dóór de roosterspleten heen grijpende lijsten, Een dergelijk scheidingsgereedschap licht, met gebruikma-35 king van de pyroplastische vervormbaarheid van de vormling, 800 2 5 73 • % - 7 - die vormling langs een zich over het roosteroppervlak verplaatsende lijn van de roosterstaven af, zodat aan het einde van deze werkgang de voraling op de dóór de roosterspleten heen grijpende lijsten van het blok rust en vervolgens van 5 deze lijsten af geschoven of af getild kan morden. Door het hellende oppervlak van het scheidingsgereedschap ten opzichte van de roosterstaven wordt de in de aanhef genoemde, wigvormige en langs oplegvlak en roosterstaven voortschrijdende schei-dingsspleet tussen de onderzijde van de vormling en het opleg-10 vlak van de roosterstaven gevormd.
In plaats van het te heffen en neer te laten hlok kan, bij een andere uitvoeringsvorm volgens de uitvinding, het scheidingsgereedschap ook bestaan uit een om een as dwars op de langsrichting van de staven zwenkbaar blok met tussen de 15 roosterstaven grijpende en dóór de roosterspleten heen grij pende lijsten. De werking van een dergelijk scheidingsgereedschap is hetzelfde als in het voorgaande in verband met het te heffen en neer te laten blok reeds beschreven.
Teneinde na het uit de vorm nemen van de vormling storin-20 gen van de opvolgende brand- en uitneemwerkgang door aan de roosterstaven eventueel, vasthechtende, achterblijvende resten van de te voren uitgenomen vormling te vermijden, verdient het aanbeveling de inrichting zódanig uit te voeren, dat de voor ondersteuning van de vorm toegepaste tafelachtige 25 inrichting om een dwars op de langsrichting van de roostersta ven verlopende as zwenkbaar vastgehouden en vanuit een horizontale oplegstand tot in een door een aanslag begrensde kan-telstand door middel van een zwenkaandrijving over te brengen is. Hierdoor kunnen de roosterstaven, welke de bodem van de 30 vorm uitmaken, respectievelijk kan de geprofileerde bodem bij het overbrengen in de kantelstand met voldoende kracht tegen de aanslag gezwenkt worden, om nog vasthechtende materiaal-resten afkomstig van de tevoren uitgenomen vormling los te maken en deze resten, alsmede eventueel ook los op de bodem lig-35 gende delen te verwijderen, alvorens de vorm opnieuw gevuld 800 2 5 73 - 8 - wordt, nadat de bodem weer in de oplegstand gebracht is en nadat het vormraam neergelaten is.
De uitvinding zal thans, onder verwijzing naar de tekening, waarin uitsluitend bij wijze van voorbeeld voor de uit-5 vinding, enkele uitvoeringsvormen overeenkomstig de uitvin ding zijn weergegeven, nog nader worden· toegelicht.
Pig. 1 is een zijaanzicht met gedeeltelijke doorsnede van de uitvoering van een vorm voor de vervaardiging van een vormling;
10 fig. 2 is een doorsnede van de vorm volgens de lijn II-II
in fig. 1; fig. 3 is een zijaanzicht met detaildoorsneden van een ontvormingsstation; fig. 4 is een zijaanzicht met gedeeltelijke doorsnede 15 van de inrichting volgens fig. 3> fig. 5 is een zijaanzicht van het scheidingsgereedschap met bijbehorende aandrijving voor het, op de wijze van een af-schilwerkgang, van de roosterstaven scheiden van de vormling; fig. 6 is een bij fig. 5 behorend -bovenaanzicht; 20 fig. 7 toont schematisch de inrichting volgens fig. 5> fig. 8 is een soortgelijk schema als fig. 7 van een ander vormgereedschap en verduidelijkt de samenwerking met de roosterstaven; de figuren 9 en 10 tonen een verdere variant van een ge-25 reedschap voor het uit de vorm nemen, eveneens schematisch weergegeven, in twee onderling verschillende standen.
De vorm volgens de figuren 1 en 2 bevat een, de zijwand vormend raam 1, dat aan zijn binnenzijde is uitgerust met holprofielachtige kamers 2, welke dienst doen voor isolatiedoel-30 einden en eventueel door een koelmedium kunnen worden door- stróómd.
Onder het raam 1 bevindt zich het, als geheel met het verwijzingscijfer 3 aangeduide, onderste vormdeel, dat met een raam 4 en aan de onderzijde daarvan ook weer aangebrachte, 35 holprofielachtige kamers 4a uitgerust is. Aan het raam 4 zijn 8 0 0 2 5 73 * ! - 9 - aan de binnenzijde, en wel aan de tegenoverelkaargelegen langszijden van het onderste deel 3j steunprofielen 5 aangebracht, welke aan hun naar het raam 2 toe gekeerde einden tandlijsten 6 vormen. In deze tandlijsten zijn de, de bodem 5 van de vorm vormende roosterstaven 7 ingehangen, welke vol gens fig. 2 zodanig in de tandlijsten opgehangen zijn, dat zij ten opzichte van het raam 5 ia lengterichting kunnen uitzetten. Om die reden grijpen de roosterstaven volgens fig. 7, volgens het rechter deel van fig. 2, in koude toestand slechts 10 weinig in de tandlijsten 6. Bij uitzetting als gevolg van ver- ' warming, van de roosterstaven 6 kunnen deze in de tandlijst in het rechter deel van fig. 2 een met hun uitzetting corresponderende glijbeweging uitvoeren.
Het raam 1 van de vorm met de daaraan bevestigde holle 15 profielen 2 kan van het onderste vormdeel 3 in pi.jlrichting 8 af gelicht worden en wordt bij het op het onderste vormdeel 3 plaatsen door middel van centreerstiften 9 ia zijn stand op dat onderste vormdeel 3 gefixeerd.
Het raam 1, dat een naar boven toe conisch toelopende 20 vormruimte omsluit, heeft een bovenste flens 1a, waar het raam aan aangevat kan worden, om in pijlrichting 8 te worden opgelicht, nadat in de gesloten vorm tevoren een vormling uit keramisch materiaal door branden en pyroplastische binding met behulp van een dóór de bodem heen tussen de roosterstaven 25 7 door geleid, verwarmd gas voltooid is.
Voor het uit de vorm nemen van de vormling wordt de in de figuren 1 en 2 weergegeven vorm in een inrichting volgens de figuren 3 en 4 gebracht. Be vorm is in deze figuren slechts schematisch weergegeven, waarbij in deze figuren de vormdelen 30 in de gescheiden stand afgebeeld zijn, dat wil zeggen dat het vormraam 1 zich reeds in de van het onderste vormdeel 3 af gelichte stand bevindt.
De inrichting volgens de figuren 3 en 4 bestaat uit een raamgestel 9 niet een warmteïsolerende bekleding "0, zodat in 35 het inwendige van het raamgestel 9 een kamerruimte 11 ontstaat,.
800 25 73 - 10 - waarin een, als geheel net het verwijzingscijfer 12 aangeduide, tafelachtige inrichting wordt vastgehouden, welke is voorzien van steun- en vasthoudprofielen 13, die dienst doen voor het opnemen van de uit het raam 1 en het onderste deel 3 5 bestaande vorm met de zich daar in bevindende vormling 14.
Hierbij wordt de uit onderste deel 3 en. raam 1 bestaande vorm opzij in de kamer 11 in pijlrichting 15 ingeschoven, zodat het onderste vormdeel 3 ia de op de profielen 13 van de tafel 12 aangebrachte geleidingen gehouden wordt. Deze geleidingen 10 16 omsluiten, daarbij de onderste flens van het .-onderste vorm deel 3» zodat het onderste vormdeel 3 slechts in pijlrichting 15, respectievelijk tegengestelde richting verplaatsbaar op de tafel 12 gehouden wordt.
De bovenste flens 1a van het raam 1 komt bij het inschui-15 ven van de vorm in de inrichting volgens de figuren 3 en 4 ia ingrijping met profielen 17 van een, als geheel met het ver-wijzingscijfer 18 aangeduide hefinrichting, welke bestaat uit een raamgestel en trekkettingen 19, alsmede omkeerwielen 20 en hydraulische aandrijfinrichtingen 21. Met behulp van deze 20 hefinrichting wordt het raam 1 van de vormling 14 af gelicht.
Hierbij doen zich generlei moeilijkheden voor, aangezien vast-hechting van de vormling aan het raam 1 praktisch uitgesloten is omdat het raam 1 door de aan de binnenzijde aangebrachte holle profielen 2 voldoende gekoeld kan worden, om een hech-25 tende verbinding tussen vormling en raam, ondanks de verhit ting van de vormling tot de pyroplastische binding betrouwbaar te vermijden.
De op het onderste vormdeel 3» respectievelijk de roos-terstaven 7 rustende vormling kan nu binnen de inrichting vol-30 gens de figuren 3 en 4 van die roosterstaven gescheiden wor den. Hiertoe blijkt te zijn voorzien in een in fig. 4 schematisch afgebeeld, opzij verplaatsbaar scheidingsgereedschap 22, dat in detail in verband met de figuren 5 en 6 nog nader zal worden beschreven.
35 De inrichting volgens de figuren 3 en 4 is zodanig, dat 800 2 5 73 “ i - 11 - de tafel 12 op een as 23 zwenkbaar gehouden wordt, zodat, na het uit vorm nemen van de vormling 14» de tafel 12 met de roosterstaven 7 in een, in fig. 4 met streeplijnen weergegeven, hellende stand kan worden gebracht. Daartoe grijpt op 5 het van de zwenkas 23 af gekeerde einde van de tafel een zwenkaandrijving, in de vorm van een zuiger-cilinderaandrij-ving 24, aan welke in de rust- respectievelijk in de uitgangs-stand van de tafel 12 ontlast wordt, doordat de tafel een oplegging heeft op een aanslag 25. Be zwenkbeweging van de ta-10 fel 12 kan totaan een aanslag 26 plaats vinden, waarnaartoe de tafel door middel van de zuiger-cilinder-aandrijving 24 met een bepaalde snelheid verplaatst kan worden,.zodat die tafel en daardoor tevens de roosterstaven 7 aan een stootbewe-ging worden blootgesteld, waardoor de na het uit de vorm ne-15 men van de vormling eventueel nog aan de roosterstaven vast hechtende resten gebrand materiaal gelost worden. De eventueel nog los op het rooster achterblijvende resten gebrand materiaal worden door de schuine stand van de tafel weggekanteld en vallen omlaag uit de inrichting volgens de figuren 3 en 4· 20 Teneinde bij het oplichten van het raam 1 van de vorm het meenemen van de vormling 14 betrouwbaar te verhinderen, s is aanvullend op de inrichting volgens de figuren 3 en 4 voor zien in een tegensteunplaat 27, welke in hoogte beweegbaar vastgehouden wordt en bij het oplichten van het raam 1 op het 25 oppervlak van de vormling 14 neergelaten en vervolgens weer van die vormling af gelicht kan worden.
Eet in fig, 4 weergegeven gereedschap 22 is qua constructie en werking in de figuren 5 en 6 verduidelijkt.
Het als geheel met het verwijzingscijfer 22 aangeduide 30 gereedschap bestaat, volgens die figuren 5 en 6, uit een reeks in een vlak en evenwijdig aan de roosterstaven verplaatsbare platen. Eet éne einde 28a van de platen 28 is scharnierbaar verbonden met een dwarsstaaf 29, welke op zijn beurt over geleidingsrollen in een uit U-profielen bestaand 35 gestel 30 geleid wordt. Op de dwarsbalk 29 grijpt een ver- 8 0 0 2 5 73 -12- plaatsingsaandrijving aan in de vorm van een zuiger-cilinder-inrichting 31, zodat de platen 28 in de richting van de dubbele pijl 32 heen en weer verplaatsbaar gehouden worden. Daarbij nemen de platen 28 steun op rollen 33, welke op een in 5 het gestel 30 gelegerde as aangebracht zijn.
De platen 28 grijpen dóór een venster 34 van het gestel 9 van de in de figuren 3 en 4 weergegeven inrichting 1 en zijn aan hun van de scharnierbevestigingsplaatsen af gekeerde einden voorzien van wiggedeelten 28b, welke bij het hier weer-10 gegeven uitvoeringsvoorbeeld zijn uitgevoerd als aan de pla ten 28 bevestigde bouwelementen. De wiggedeelten 28b lopen uit in tanden 28c, welke zijn bestemd voor ingrijping in de tussenruimten tussen de roosterstaven 7 van het onderste vormdeel 3· Daarbij is aan elke plaat 28, respectievelijk aan één 15 van de met de platen 28 verbonden wiggedeelten 28b een, tot voorbij de tanden 28c reikende, verlengde geleidingstand 28d aangebracht, welke niet alleen langer is dan de tanden 28c, doch daarvan ook omlaag uitsteekt. Deze geleidingstanden 28d werken samen met geleidingsgroeven 35, welke tussen gelei-20 dingsbouwelementen 36 aan het onderste vormdeel 3 gevormd zijn.
Aan de onderzijde van de platen 28 is in elk van de platen een langsgroef 37 uitgefreesd, welke samenwerkt met een stationair in het gestel 9 van de in de figuren 3 en 4 weerge-25 geven inrichting op een vaste plaats aangebracht geleidings- aanzetstuk 38. De groeven 37 zijn daarbij aan hun naar de tand 28c toe gekeerde einde toelopend uitgevoerd, zodat de platen 28 in hun in fig. 6 weergegeven, teruggetrokken stand een onderling evenwijdige stand innemen en daardoor een be-30 paalde, gedefiniëerde uitgangsstand hebben. Bij de voorwaart se verplaatsing van de platen 28 door middel van de zuiger-ci-linderaandrijving 31 komt het stationaire geleidingsaanzet-stuk in de vorm van de geleidingsstift 38 in het breder wordende bereik van de geleidingsgroef 37, zodat de platen 28 35 een door de groef 37 en het geleidingsaanzetstuk 38 begrensde, 800 25 73
* I
- υ - zijwaartse zwenkbeweging kunnen uitvoeren. Dit is noodzakelijk, wanneer door warmtespanningen, respectievelijk warmte-uitzetting, vervorming van de roosterstaven optreedt, zodat de spleten tussen die roosterstaven niet meer geheel evenwij-5 dig verlopen. Door de geleidingstanden 28d, tezamen met de geleidingsgroeven 35 tussen de bouwelementen 36 van het onderste vormdeel 3» wordt gewaarborgd, dat de tanden 28c van de plaat 28 ook bij vervormingen of geringe zijwaartse verplaatsingen van de roosterstaven 7 in de spleetruimten tussen 10 de roosterstaven J terecht komen, om aldus een betrouwbare ge leiding van de platen 28 te waarborgen. Bij de voorwaartse verplaatsing van de platen 28 komen de wiggedeelten 28b onder de, op de roosterstaven 7 liggende vormling, waarbij de tussen de roosterstaven 7 in grijpende tanden 28c er met hun 15 wigvlakken voor zorgen, dat de vormling zélf, bij tussen de roosterstaven doorhangende bereiken en daardoor gevormde inha-kingen, van de roosterstaven gescheiden wordt. Er vindt een soort afschilwerkgang van de vormling plaats, waarbij dit afschillen en scheiden van de vormling zich, als gevolg van de 20 nog plastische toestand van die vormling, voltrekt langs een dwars op de roosterstaven verlopende lijn, welke zich in langsrichting van de roosterstaven overeenkomstig de voorwaartse verplaatsingsbeweging van de_platen 28 verplaatst, totdat de gehele vormling een oplegging heeft op de platen 28 25 en van de roosterstaven af gelicht is. Daarbij worden, naast de genoemde inhakingen door de tussen de roosterstaven terechtkomende, vóórgewelfce gedeelten van de vormling óók eventuele aanhechtingen van de vormling aan de roosterstaven losgemaakt .
30 De vormling wordt nu bij de retourbeweging van de platen 28 tot in de uit fig. 5 blijkende stand 1ia overgebracht en kan nu van de platen 29, dwars op de langsrichting daarvan, af geschoven worden.
Ter vereffening van eventuele hcogtetoleranties wordt de 35 dwarsbalk 29, waaraan de platen 28 scharnierbaar bevestigd 800 2 5 73 - Η - zijn, in het door de profielen 50 gevormde gestel in beginsel in hoogte beweegbaar vastgehouden, zoals blijkt uit fig. 5» door de in die figuur weergegeven geleidingsstukken 58 met daar in aangebrachte geleidingsgroeven 59 en in die gelei-5 dingsgroeven grijpende, slechts schematisch aangeduide gelei- dingsaanzetstukken 41> welke zijn aangebracht aan een verbindingsstuk 40 tussen de platen 28 en de zuiger-cilinderinrich-ting 51· Deze zuiger-cilinderinrichting 51 wordt aan zijn van de platen 28 af gekeerde einden zwenkbaar gehouden aan een te-10 gen-steunbok 42, welke verankerd is in de ondergrond van de opstellingsplaats van de in de figuren 5 en 6 weergegeven inrichting.
De tot in constructieve details weergegeven inrichting volgens de figuren 6 en 7 is in fig. 7 zuiver schematisch af-15 gebeeld. De vormling 14 heeft een oplegging op de roostersta- ven 7, welke op hun beurt op het raam 4 van hef onderste vormdeel 5> op de reeds beschreven wijze, vastgehouden worden.
Het scheidingsgereedschap 22, dat in de richting van de ook hier weer afgebeelde, dubbele pijl 52 beweegbaar geleid wordt 20 en bestaat uit de platen 28 met de wigvormige gedeelten 28b en de geleidingstanden 28d, grijpt reeds ten dele onder de vormling 14. Hierbij treden de tanden 28d en de in fig. 7 niet apart weergegeven tanden 28c tussen de naburige rooster-staven 7 en dringen op deze wijze het, tussen die naburige 25 roosterstaven 7 als gevolg van de verweekte toestand van de vormling gedrongen materiaal omhoog, terwijl tegelijkertijd door het wiggedeelte 28b een scheidingsspleet wordt gevormd tussen het ondervlak van de vormling 14 en het bovenvlak van de roosterstaven 7» welke scheidingsspleet zich, bij voort-50 schrijdende voorwaartse verplaatsing van het scheidingsgereed schap 22 in de richting naar het andere einde van de vormling 14 voorwaarts verplaatst, zodat de vormling, met gebruikmaking van de op grond van zijn pyroplastische toestand mogelijke, geringe vervorming praktisch langs een in de langsrichting 55 van de roosterstaven bewegende lijn van de roosterstaven 7 af 800 2 5 73 -15- gescheiden wordt. Hierdoor zijn geen grote krachten voor het van de roosterstaven 7 scheiden van de vormling vereist, ook wanneer door plaatselijke oververhitting en "bevochtiging van de roosterstaven op bepaalde plaatsen van de roosterstaven 5 het materiaal van de vormling stevig en taai zou vasthechten.
lig, 8 toont een andere uitvoeringsmogelijkheid voor het scheidingsgereedschap, dat in deze figuur met het verwijzings-cijfer 22a aangeduid is. Fig. 8 komt, voor zover het de vormling, de roosterstaven 7 en het raam 4 van het onderste vorm-10 deel betreft, overeen met fig. 7. Het vormgereedschap 22a vol gens fig. 8 bestaat echter hier uit een blok 43» dat in de richting van de dubbele pijl 44 geheven en neergelaten kan worden. Eet naar de vormling 14 toe gekeerde gedeelte van het blok 43 heeft een hellend oppervlak 45· Daarbij wordt dit ge-15 deelte, door dienovereenkomstige uitgefreesde gedeelten tot- aan de lijn 46 van evenwijdig aan elkaar verlopende lijsten 47 gevormd, waartussen de onderlinge afstand zodanig is, dat deze lijsten tussen de spleten van naburige roosterstaven 7 kunnen grijpen. Bij de opwaartse beweging van het blok 43 20 wordt aldus op soortgelijke wijze, als door middel van het ge reedschap 22 volgens fig. 7» de scheiding van de vormling 14 van de roosterstaven 7 tot stand gebracht en wel zodanig, dat het afscheiden praktisch telkens langs een lijn geschiedt, welke zich in langsrichting van de roosterstaven 7, in fig. 8 25 van rechts naar links, voorwaarts verplaatst, totdat de gehe le vormling 14 een oplegging heeft cp de hellende vlakken 45 van de lijsten 47 en aldus van de roosterstaven af gelicht is.
Op soortgelijke wijze als in fig. 8 werkt de inrichting volgens de figuren 9 en 10, waarbij een om een as 48 zwenk-30 baar scheidingsgereedschap 22b toegepast wordt, dat eveneens in de vorm van een blok met door uitfresen gevormde lijsten 50 uitgerust is. Door zwenking van het blok 49 in. de richting van de dubbele pijl 51 kan dit blok vanuit de in fig. 10 weergegeven stand tot in de in fig. 9 weergegeven stand overge-35 bracht worden, waarbij dat blok tijdens deze beweging de vorm- 800 2 5 73 - 16 - ling 14, van de linker rand in de figuren 9 en 10 uit gezien, continu af licht.
In alle beschreven toepassingsgevallen wordt tussen de onderzijde van de, vormling 14 en de roosterstaven een langs 5 het oplegvlak van de vormling op de roosterstaven daarover heen voortschrijdende scheidingsspleet tussen vormling en roosterstaven gevormd, zodat steeds een plaatselijk begrensde scheiding van de vormling van de roosterstaven bereikt wordt.
Bij scheidingsgereedschappen, welke bij het uit de vorm' 10 nemen glijdend steun nemen op de roosterstaven is nog het volgende op te merken: de over de roosterstaven glijdende gedeelten, zoals de wiggedeelten 28b van de platen 28, dienen bij voorkeur - als aan slijtage onderheven delen - uitwisselbaar, dat wil zeggen vervangbaar te zijn en bij de tempera-15 tuur, waarbij het uit de vorm nemen plaats vindt, een geringe re hardheid alsmede een geringere afslijpsterkte te bezitten, dan de roosterstaven, teneinde beschadiging van die roosterstaven te voorkomen en de levensduur van die roosterstaven niet nadelig te beïnvloeden. De materiaalkeus is daarbij in 20 hoofdzaak afhankelijk van de temperatuuromstandigheden, welke zich bij het uit de vorm nemen voordoen.
800 25 73
Claims (8)
- 2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de vormling in het bereik tussen zijn oplegvlakken op de staven 20 respectievelijk de staafprofilering van de bodem wordt onder worpen aan de inwerking van gecombineerde hef- en duw- of schuifkrachten en van de staven, respectievelijk van de staafprofilering van de bodem op de wijze van een afschilwerkgang los gemaakt wordt. 25 3* Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de vormling bij toepassing van een vorm met een bodem uit roos-terstaven door gecombineerde hef- en duw- of schuifkrachten, welke in het bereik tussen de staven op de vormling inwerken, van de staven op de wijze van een hef-werkgang af gelicht 30 worden,
- 4. Werkwijze volgens ten minste één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat bij toepassing van een vorm met van de bodem gescheiden, de zijwanden vormend raam, dit raam aanvankelijk in de richting loodrecht op de bodem af gelicht 35 wordt. 800 25 73 - 18 -
- 5· Inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze volgens ten minste één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat in een raamgestel (9) tij voorkeur met een warmtexsoleren-de bekleding (10) een tafelachtige inrichting (12) voor het 5 opnemen en steunen van de vorm tegen zijwaartse verplaatsing en het af lichten aangebracht is, en opzij öf onder die tafelachtige inrichting is voorzien in een, tussen de staven van de bodem, respectievelijk de staven van de roosterachtige profilering van de bodem grijpend in hoogte beweegbaar of naar 10 opzij verplaatsbaar scheidingsgereedschap (22, 22a, 22b), dat naar de onderzijde van de vormling toe gekeerde steunvlakken bevat, welke met de genoemde vormling onderzijde tot het van de staven af lichten van de vorm een scherpe hoek insluiten,
- 6. Inrichting volgens conclusie 5> met bet kenmerk, dat 15 het scheidingsgereedschap (22) bestaat uit evenwijdig aan en in de langsrichting van de roosterstaven (7), respectievelijk van de staven van het roosterachtige oplegvlak, verplaatsbare platen. (28), waarvan het éne einde scharnierbaar is verbonden met een dwarsstaaf (29), waarop een duw- of schuifaandrijving 20 (31)} bij voorkeur een zuiger-cilinderinrichting, aangrijpt, en welke aan het andere einde zijn voorzien van een wiggedeel-te (28b) en van, van dit wiggedeelte uitgaande, tussen de staven grijpende tanden (28c, 28d).
- 7. Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat 25 de dwarsstaaf (29) aan zijn einden een geleiding heeft in stationair aangebrachte rails van een gestel (50) en elke plaat. (28) een langsgroef (37) bevat met een naar de tanden (28c, 28d) gericht, toelopend gedeelte, waar een stationair geleidingsaanzetstuk (58) buiten het toelopende gedeelte met 30 speling in grijpt.
- 8. Inrichting volgens conclusie 5» net het kenmerk, dat bij toepassing van een vorm met een door roosterstaven (7) gevormde bodem het scheidingsgereedschap (22a) bestaat uit een te heffen en neer te laten blok (43) net een naar de onderzij- 35 de van de vormling (14) toe gekeerd, hellend bovenvlak (45) 800 25 73 - 19 - en tussen de roosterstaven grijpende en dóór de roostersple-ten héén grijpende lijsten (47)·
- 9. Inrichting volgens conclusie 5» met het kenmerk, dat hij toepassing van een vorm met door roosterstaven (7) ge- 5 vormde bodem het scheidingsgereedschap (22b) bestaat uit een, om een as (48) dwars op de iangsrichting van de roosterstaven zwenkbaar blok (49) met tussen de roosterstaven grijpende en dóór de roosterspleten heen grijpende lijsten (50).
- 10. Inrichting volgens ten minste één der conclusies 5-9» 10 met het kenmerk, dat de voor ondersteuning van de vorm toege paste tafelachtige inrichting (12) zwenkbaar gehouden wordt om een dwars op de Iangsrichting van de roosterstaven (7) verlopende as (23) en door middel van een zwenkaandrijving (24) vanuit een horizontale oplegstand in een, door een aanslag 15 (26) begrensde kantelstand te brengen is. 800 2 5 73
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| DE2917646 | 1979-05-02 | ||
| DE19792917646 DE2917646A1 (de) | 1979-05-02 | 1979-05-02 | Verfahren und vorrichtung zum trennen und entnehmen eines durch brennen und pyroplastische bindung des brenngutes gebildeten formkoerpers aus der form |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8002573A true NL8002573A (nl) | 1980-11-04 |
Family
ID=6069735
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8002573A NL8002573A (nl) | 1979-05-02 | 1980-05-02 | Werkwijze en inrichting voor het scheiden alsmede voor het uit de vorm nemen van een, door branden en pyro- plastische binding van het te branden materiaal gevormd vormlichaam. |
Country Status (14)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4376750A (nl) |
| JP (1) | JPS55148110A (nl) |
| BE (1) | BE883052A (nl) |
| BR (1) | BR8002669A (nl) |
| CA (1) | CA1159233A (nl) |
| CH (1) | CH646243A5 (nl) |
| DD (1) | DD150364A5 (nl) |
| DE (1) | DE2917646A1 (nl) |
| FR (1) | FR2455500A1 (nl) |
| GB (1) | GB2049541B (nl) |
| IT (1) | IT1130394B (nl) |
| NL (1) | NL8002573A (nl) |
| SE (1) | SE428773B (nl) |
| ZA (1) | ZA802333B (nl) |
Families Citing this family (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN101579907B (zh) * | 2008-05-16 | 2013-05-08 | 鸿富锦精密工业(深圳)有限公司 | 分模装置 |
| TWI409153B (zh) * | 2008-05-30 | 2013-09-21 | Hon Hai Prec Ind Co Ltd | 分模裝置 |
| ITBO20080387A1 (it) * | 2008-06-18 | 2009-12-19 | Sacmi | Metodo per l'estrazione di manufatti in materiale ceramico ed apparecchiatura attuante tale metodo. |
| US9186819B1 (en) | 2014-08-19 | 2015-11-17 | Cambria Company Llc | Synthetic molded slabs, and systems and methods related thereto |
| US9289923B1 (en) | 2015-01-30 | 2016-03-22 | Cambria Company Llc | Synthetic molded slabs, and systems and methods related thereto |
Family Cites Families (10)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US802848A (en) * | 1904-11-12 | 1905-10-24 | Frederick W Dunn | Molding-machine for making building-blocks. |
| US1335071A (en) * | 1915-09-28 | 1920-03-30 | Oliver J Moussette | Brick-machine |
| US1717676A (en) * | 1926-05-17 | 1929-06-18 | Concrete Engineering And Equip | Hand-operated concrete-block mold |
| US3811815A (en) * | 1969-03-21 | 1974-05-21 | Dolle W | Apparatus for manufacturing of bodies of bulking clay |
| CH541522A (de) * | 1969-03-21 | 1973-09-15 | Dolle Waldemar | Verfahren zum Herstellen von Körpern aus geblähtem, mineralischen Material |
| DE1914372C3 (de) * | 1969-03-21 | 1975-01-16 | Zytan Thermochemische Verfahrenstechnik Gmbh & Co., Kg, 3300 Braunschweig | Verfahren und Vorrichtung zum Herstellen von Körpern aus Blähton od. dgl |
| DE2058789B1 (de) * | 1970-11-30 | 1971-11-11 | Aichelin Fa J | Vorrichtung zum Herstellen von keramisch gebundenen Koerpern aus Blaehton |
| DE2155933C2 (de) * | 1971-11-10 | 1983-11-10 | Zytan Thermochemische Verfahrenstechnik Gmbh & Co Kg, 3300 Braunschweig | Vorrichtung zum Herstellen von keramisch gebundenen Formkörpern aus Granulaten von Blähton |
| US3851038A (en) * | 1972-08-02 | 1974-11-26 | Sybron Corp | Method of depositing a stack of reinforcing members in a mold and molding |
| US3822861A (en) * | 1973-05-21 | 1974-07-09 | S Scott | Inflatable form breaker for molded construction |
-
1979
- 1979-05-02 DE DE19792917646 patent/DE2917646A1/de not_active Withdrawn
-
1980
- 1980-04-18 ZA ZA00802333A patent/ZA802333B/xx unknown
- 1980-04-24 CH CH315980A patent/CH646243A5/de not_active IP Right Cessation
- 1980-04-28 SE SE8003197A patent/SE428773B/sv not_active IP Right Cessation
- 1980-04-29 US US06/144,913 patent/US4376750A/en not_active Expired - Lifetime
- 1980-04-30 BR BR8002669A patent/BR8002669A/pt unknown
- 1980-04-30 BE BE2/58543A patent/BE883052A/fr unknown
- 1980-04-30 JP JP5637280A patent/JPS55148110A/ja active Pending
- 1980-04-30 FR FR8010124A patent/FR2455500A1/fr active Granted
- 1980-05-01 CA CA000351074A patent/CA1159233A/en not_active Expired
- 1980-05-02 IT IT21762/80A patent/IT1130394B/it active
- 1980-05-02 NL NL8002573A patent/NL8002573A/nl unknown
- 1980-05-02 DD DD80220850A patent/DD150364A5/de unknown
- 1980-05-02 GB GB8014726A patent/GB2049541B/en not_active Expired
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| GB2049541A (en) | 1980-12-31 |
| IT8021762A0 (it) | 1980-05-02 |
| DE2917646A1 (de) | 1980-11-13 |
| ZA802333B (en) | 1981-04-29 |
| FR2455500B1 (nl) | 1984-07-20 |
| JPS55148110A (en) | 1980-11-18 |
| CH646243A5 (de) | 1984-11-15 |
| CA1159233A (en) | 1983-12-27 |
| DD150364A5 (de) | 1981-08-26 |
| BE883052A (fr) | 1980-08-18 |
| IT1130394B (it) | 1986-06-11 |
| BR8002669A (pt) | 1980-12-09 |
| SE428773B (sv) | 1983-07-25 |
| FR2455500A1 (fr) | 1980-11-28 |
| SE8003197L (sv) | 1980-11-03 |
| US4376750A (en) | 1983-03-15 |
| GB2049541B (en) | 1983-05-25 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US3912091A (en) | Coke oven pushing and charging machine and method | |
| HU200832B (en) | Apparatus for preheating the charge of metallurgical melting furnaces | |
| CN105916965A (zh) | 用于焦炉脱碳的方法及相关系统和装置 | |
| CN1262701A (zh) | 在炉膛中焦化的炼焦煤饼的制作方法和装置 | |
| NL8002573A (nl) | Werkwijze en inrichting voor het scheiden alsmede voor het uit de vorm nemen van een, door branden en pyro- plastische binding van het te branden materiaal gevormd vormlichaam. | |
| JPS6245176B2 (nl) | ||
| NL8300299A (nl) | Ondersteuning voor warme glasplaten van een niet rechthoekige omtreksvorm voorafgaand aan het buigen. | |
| RU2602709C2 (ru) | Состоящая из колосников решетка для сжигания и способ монтажа колосников в решетке и демонтажа из нее | |
| US4116619A (en) | Multiple beam furnace | |
| US3540706A (en) | Heating furnace with skid rails | |
| US3659701A (en) | Cooling conveyor | |
| CA1131577A (en) | Continuous grate track length compensator | |
| JPS6135542Y2 (nl) | ||
| CN120306562B (zh) | 一种用于履带铁齿生产加工用的电加热锻造炉 | |
| SU1765655A1 (ru) | Туннельна печь дл термической обработки изделий | |
| CN116853752B (zh) | 一种无机非金属材料烧制送料装置 | |
| NL8420239A (nl) | Filterpers. | |
| JP6631336B2 (ja) | コークス炉のコークス詰まり除去装置 | |
| SU1765217A1 (ru) | Подвесное подъемно-качающеес устройство дл перемещени изделий в нагревательных печах | |
| CN215337661U (zh) | 熔模铸造隧道炉窑的炉底板 | |
| CN223710221U (zh) | 一种用于陶瓷制品生产的隧道推板窑 | |
| SU948903A1 (ru) | Установка дл изготовлени полированных листов стекла | |
| SU1719850A1 (ru) | Туннелльна печь дл обжига керамических изделий | |
| US2132591A (en) | Cleaning slab for continuous furnaces | |
| SU729428A1 (ru) | Приемник сл бов из печи |