NL2011387C2 - Afdeksysteem voor een gebouw. - Google Patents

Afdeksysteem voor een gebouw. Download PDF

Info

Publication number
NL2011387C2
NL2011387C2 NL2011387A NL2011387A NL2011387C2 NL 2011387 C2 NL2011387 C2 NL 2011387C2 NL 2011387 A NL2011387 A NL 2011387A NL 2011387 A NL2011387 A NL 2011387A NL 2011387 C2 NL2011387 C2 NL 2011387C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
cover
cover element
support
wall
retaining
Prior art date
Application number
NL2011387A
Other languages
English (en)
Inventor
Jacob Hulleman
Original Assignee
Jacob Hulleman
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Jacob Hulleman filed Critical Jacob Hulleman
Priority to NL2011387A priority Critical patent/NL2011387C2/nl
Priority to EP14792613.3A priority patent/EP3042006B1/en
Priority to PCT/NL2014/050611 priority patent/WO2015034363A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2011387C2 publication Critical patent/NL2011387C2/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04DROOF COVERINGS; SKY-LIGHTS; GUTTERS; ROOF-WORKING TOOLS
    • E04D11/00Roof covering, as far as not restricted to features covered by only one of groups E04D1/00 - E04D9/00; Roof covering in ways not provided for by groups E04D1/00 - E04D9/00, e.g. built-up roofs, elevated load-supporting roof coverings
    • E04D11/005Supports for elevated load-supporting roof coverings
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F15/00Flooring
    • E04F15/02Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
    • E04F15/02044Separate elements for fastening to an underlayer
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F15/00Flooring
    • E04F15/02Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
    • E04F15/02177Floor elements for use at a specific location
    • E04F15/02183Floor elements for use at a specific location for outdoor use, e.g. in decks, patios, terraces, verandas or the like
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F15/00Flooring
    • E04F15/02Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
    • E04F15/10Flooring or floor layers composed of a number of similar elements of other materials, e.g. fibrous or chipped materials, organic plastics, magnesite tiles, hardboard, or with a top layer of other materials
    • E04F15/105Flooring or floor layers composed of a number of similar elements of other materials, e.g. fibrous or chipped materials, organic plastics, magnesite tiles, hardboard, or with a top layer of other materials of organic plastics with or without reinforcements or filling materials
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F15/00Flooring
    • E04F15/02Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
    • E04F15/02044Separate elements for fastening to an underlayer
    • E04F2015/02105Separate elements for fastening to an underlayer without load-supporting elongated furring elements between the flooring elements and the underlayer
    • E04F2015/02111Separate elements for fastening to an underlayer without load-supporting elongated furring elements between the flooring elements and the underlayer not adjustable

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Architecture (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Finishing Walls (AREA)

Description

Afdeksysteem voor een gebouw ACHTERGROND VAN DE uitvinding
De uitvinding heeft betrekking op een afdeksysteem voor het afdekken van een buitenwand van een gebouw, zoals een gevel of een dak en een werkwijze voor het plaatsen hiervan.
De uitvinding heeft in het bijzonder betrekking op een afdeksysteem dat ook na de bouw van het gebouw nog kan worden aangebracht. Een bekend voorbeeld daarvan is getoond in het Europees octrooi 1.618.264. Het hierin getoonde afdeksysteem bestaat uit kunststof schalen die zijn gevuld met thermisch isolerend materiaal. De schalen worden met de open zijde naar beneden op een dak geplaatst. De schalen zijn voorzien van in hoogte verstelbare poten die door middel van een schroefdraad in een daarvoor bestemde bus in de kunststof schalen worden aangebracht. De schalen rusten via de poten op het dak, maar zijn niet vast aan het dak verbonden. Het thermisch isolerend materiaal vormt in geplaatste toestand een ballastelement dat de schalen naar beneden houdt.
De kunststof schalen van het bekende afdeksysteem worden in gebruik blootgesteld aan grote temperatuurverschillen, en kunnen als gevolg daarvan gaan krimpen en uitzetten. Doordat de schalen los op het dak zijn geplaatst, zal het gehele afdeksysteem - met name aan de randen daarvan - ten opzichte van het dak uitzetten en krimpen. Bij grote oppervlakken kan deze krimp en uitzetting over het gehele oppervlak oplopen tot wel enkele centimeters, hetgeen ongewenst is.
Verder zijn de schalen volgens het bekende afdeksysteem zwaar door de aanwezigheid van het ballastelement en is de montage ervan op het dak met behulp van de poten tijdrovend.
Het is een doel van de uitvinding een alternatief afdeksysteem te verschaffen dat ten minste één van de bovengenoemde bezwaren althans gedeeltelijk opheft. SAMENVATTING VAN DE uitvinding
De uitvinding verschaft, vanuit een eerste aspect, een afdeksysteem voor het afdekken van een buitenwand van een gebouw, in het bijzonder een gevel of een dak, waarbij het afdeksysteem is voorzien van een afdekelement met een afdekvlak voor het afdekken van ten minste een gedeelte van de buitenwand en een draagsteun voor het dragen van het afdekelement ten opzichte van de buitenwand, waarbij één van het afdekelement en de draagsteun is voorzien van een eerste verbindingslip en de andere van het afdekelement en de draagsteun is voorzien van een eerste vasthouddeel voor het vasthouden van de eerste verbindingslip, waarbij de eerste verbindingslip ten minste gedeeltelijk flexibel is en is ingericht om, in geplaatste toestand van het afdekelement op de draagsteun, in samenwerking met het eerste vasthouddeel een eerste verbinding te vormen tussen het afdekelement en de draagsteun, waarbij de eerste verbinding in hoofdzaak flexibel is in een eerste richting in hoofdzaak evenwijdig aan het afdekvlak van het afdekelement.
Door de flexibiliteit van eerste verbinding kan een verplaatsing van het afdekelement in de eerste richting ten opzichte van de buitenwand, bijvoorbeeld tengevolge van thermische uitzetting of krimp, worden opgevangen. Doordat de verplaatsing in de eerste verbinding kan worden opgevangen, kan voorkomen worden dat door de verplaatsing het gehele afdeksysteem, inclusief de draagsteun, verplaatst. Bij toepassing van meerdere, aan elkaar grenzende afdekelementen kan de verplaatsing per afdekelement worden opgevangen en kan worden tegengegaan dat de verplaatsing steeds verder toeneemt naarmate het aantal toegepaste afdekelementen toeneemt.
In een uitvoeringsvorm laat de flexibele eerste verbinding een verplaatsing tussen het afdekelement en de draagsteun in hoofdzaak evenwijdig aan het afdekvlak binnen een bereik van één tot maximaal vier millimeter toe, bij voorkeur binnen een bereik van twee tot maximaal drie millimeter. Een dergelijk bereik kan voldoende zijn om verplaatsingen tengevolge van thermische uitzetting of krimp op te vangen.
In een uitvoeringsvorm heeft de eerste verbindingslip een elastisch bereik, waarbij het maximale bereik van de verplaatsing beperkt is tot het maximale elastische bereik van de eerste verbindingslip. Door deze beperking kan voorkomen worden dat de eerste verbindingslip plastisch deformeert en dus niet meer terugkeert naar de oorspronkelijke vorm.
In een uitvoeringsvorm strekt de eerste verbindingslip zich met een uiteinde daarvan tot aan het eerste vasthouddeel uit, waarbij het uiteinde van de eerste verbindingslip in de geplaatste toestand daarvan door het eerste vasthouddeel in de eerste richting opgesloten is, waarbij het gedeelte van de verbindingslip buiten de opsluiting door het eerste vasthouddeel ten minste gedeeltelijk flexibel is voor het verkrijgen van de flexibele eerste verbinding.
In een uitvoeringsvorm is de eerste verbindingslip onderdeel van het afdekelement en is het eerste vasthouddeel gevormd in de draagsteun. In een alternatieve uitvoeringsvorm kan de eerste verbindingslip onderdeel zijn van de draagsteun en is het eerste vasthouddeel gevormd als onderdeel van het afdekelement. Met beide uitvoeringsvormen kan de eerste flexibele verbinding worden verkregen.
In een uitvoeringsvorm vormt het eerste vasthouddeel een opneemruimte voor het daarin opnemen van ten minste een gedeelte van de eerste verbindingslip.
In een uitvoeringsvorm is de ene van het afdekelement en de draagsteun voorzien een tweede verbindingslip en is de andere van het afdekelement en de draagsteun voorzien van een tweede vasthouddeel voor het vasthouden van de tweede verbindingslip, waarbij de tweede verbindingslip ten minste gedeeltelijk flexibel is en is ingericht om, in geplaatste toestand van het afdekelement op de draagsteun, in samenwerking met het tweede vasthouddeel een tweede verbinding te vormen tussen het afdekelement en de draagsteun, waarbij de tweede verbinding in hoofdzaak flexibel is in een tweede richting in hoofdzaak evenwijdig aan het afdekvlak van het afdekelement, waarbij de tweede richting in hoofdzaak loodrecht op de eerste richting staat. Door de flexibiliteit van tweede verbinding kan een verplaatsing van het afdekelement in de tweede richting ten opzichte van de buitenwand, bijvoorbeeld tengevolge van thermische uitzetting of krimp, worden opgevangen.
In een uitvoeringsvorm is de eerste verbindingslip verschuifbaar ten opzichte van het eerste vasthouddeel in de tweede richting en de tweede verbindingslip verschuifbaar is ten opzichte van het tweede vasthouddeel in de eerste richting. Door de verschuifbaarheid van de eerste verbindingslip in de tweede richting, kan de tweede verbindingslip flexibel in de tweede richting bewegen. Door de verschuifbaarheid van de tweede verbindingslip in de eerste richting, kan de eerste verbindingslip flexibel in de eerste richting bewegen.
In een uitvoeringsvorm is de eerste verbindingslip in hoofdzaak star in de tweede richting en is de tweede verbindingslip in hoofdzaak star in de eerste richting.
In een uitvoeringsvorm omvat het afdeksysteem verder een opsluitelement met een opsluitdeel dat is ingericht om, in geplaatste toestand van het afdekelement op de draagsteun, aan te liggen tegen het afdekelement aan de van de buitenwand afgerichte zijde van het afdekvlak, waarbij het opsluitelement is voorzien van eerste aangrijpdeel en de draagvoet is voorzien van een tweede aangrijpdeel, waarbij het eerste aangrijpdeel is ingericht om, wanneer het opsluitelement aanligt tegen het afdekelement, aan te grijpen op het tweede aangrijpdeel voor het opsluiten van het afdekelement tussen het opsluitelement en de draagvoet. Het opsluitelement kan daardoor eenvoudig vanaf de van de buitenwand afgerichte zijde van het afdekvlak in aangrijping worden gebracht met de draagsteunen, bijvoorbeeld nadat het afdekelement al op de draagsteun is aangebracht, teneinde tegelijkertijd met het aangrijpen het afdekelement op te sluiten.
In een uitvoeringsvorm omvatten het eerste aangrijpdeel en het tweede aangrijpdelen tegengesteld gerichte weerhaken, waarbij de weerhaken een verplaatsing van het opsluitelement in de richting van de draagvoet toelaten, maar in tegengestelde richting tegengaan. Door het gebruik van weerhaken kan de aangrijping onomkeerbaar worden gemaakt, zodat het opsluitelement alleen nog door forceren verwijderd kan worden. Bovendien kan het opsluitelement in één beweging in aangrijping met de draagsteun worden gebracht, zonder aanvullend gereedschap.
In een uitvoeringsvorm heeft het afdekvlak, in geplaatste toestand van het afdekelement op de draagsteun, een van de buitenwand afgekeerd hoofdvlak, waarbij het afdekvlak is voorzien van een ten opzichte van het hoofdvlak teruggelegen subvlak voor het verdiept opnemen van het opsluitdeel, waarbij het opsluitdeel, in geplaatste toestand op het subvlak, in hoofdzaak gelijk ligt met het hoofdvlak van het afdekvlak. Hierdoor kan vuilophoping worden tegengegaan en kan worden voorkomen dat men struikelt over onregelmatigheden bij het belopen van het afdeksysteem.
In een uitvoeringsvorm is het subvlak in ten minste de eerste richting groter dan de ruimte die het opsluitdeel in geplaatste toestand op het subvlak inneemt, waarbij de restruimte een door de eerste flexibele verbinding toegelaten verplaatsing van het afdekelement ten opzichte van het opsluitelement in ten minste de eerste richting toelaat.
In een uitvoeringsvorm is het afdeksysteem voorzien van verdere afdekelementen en verdere draagsteunen voor het ten opzichte van de buitenwand dragen van de verdere afdekelementen, waarbij het afdekelement en ten minste een van de verdere afdekelementen in geplaatste toestand op de draagsteunen in hoofdzaak aan elkaar grenzen, waarbij de draagsteun is ingericht het afdekelement ter plaatse van de aangrenzing te dragen en integraal gevormd is met ten minste een van de verdere draagsteunen voor het tegelijkertijd met het dragen van het afdekelement dragen van het ten minste ene, in hoofdzaak aangrenzende verdere afdekelement. Hierdoor kunnen, met één draagsteun meerdere afdekelementen gedragen worden.
In een uitvoeringsvorm omvat het afdeksysteem verdere opsluitelementen voor het opsluiten van de verdere afdekelementen, waarbij het opsluitelement is ingericht het afdekelement ter plaatse van de aangrenzing op te sluiten en integraal gevormd is met ten minste een van de verdere opsluitelementen voor het tegelijkertijd met het opsluiten van het afdekelement opsluiten van het ten minste ene, in hoofdzaak aangrenzende verdere afdekelement. Hierdoor kunnen, met één opsluitelement meerdere afdekelementen opgesloten worden.
In een uitvoeringsvorm is het afdekelement voorzien van een of meer deellijnen, bij voorkeur een of meer streefbreukverbindingen, die het afdekelement in het afdekvlak verdelen in twee of meer delen. De opdeelbaarheid kan van pas komen in situaties waarbij de oorspronkelijke afmeting van het afdekvlak niet past op de buitenwand van het gebouw, bijvoorbeeld aan de randen van het afdeksysteem of bij obstakels op de buitenwand van het gebouw.
In een uitvoeringsvorm is het afdekelement voorzien van een meervoud van draagsteunen en een meervoud van verbindingslippen en vasthouddelen voor het vormen van een meervoud van flexibele verbindingen tussen het afdekelement en het meervoud van draagsteunen langs de buitenranden van het afdekvlak, waarbij het afdekelement aan weerszijden van elk van de een of meer deellijnen is voorzien van verdere verbindingslippen of vasthouddelen waarvan ten minste enkele, na een opdeling langs de een of meer deellijnen, langs een buitenrand van het daarmee verkregen, opgedeelde afdekvlak gelegen zijn. Door de aanwezigheid van de verdere verbindingslippen of vasthouddelen kan het afdekelement, ook na opdeling, langs de daarmee verkregen buitenrand ondersteund worden met behulp van de draagsteunen.
In een uitvoeringsvorm omvat het afdekelement een uit het afdekvlak opstaande, zich in de richting van de buitenwand uitstrekkende omtrekwand, waarbij het afdekelement aan weerszijden van elk van de een of meer deellijnen is voorzien van ribben waarvan ten minste enkele, na een opdeling langs de een of meer deellijnen, aan een buitenrand van het daarmee verkregen, opgedeelde afdekvlak een deel van de omtrekswand vormen. Hierdoor kan de omlopende omtrekswand, althans in aangepaste vorm, in stand blijven langs de buitenomtrek van het opgedeelde afdekvlak.
In een uitvoeringsvorm vormen het afdekvlak en de omtrekswand gezamenlijk een bak, waarbij het afdekelement is voorzien van een afsluitwand die de bak aan de open zijde daarvan afsluit voor het vormen van een in hoofdzaak afgesloten eerste luchtvolume binnen het afdekelement, waarbij de ribben het afgesloten eerste luchtvolume opdelen in luchtkamers die, zowel voorafgaand aan als na een opdeling langs de een of meer deellijnen, in hoofdzaak afgesloten tweede luchtvolumes bevatten. De tweede luchtvolumes kunnen - ook na opdeling - afgesloten blijven teneinde de hiermee verkregen thermische isolatie in stand te houden.
In een uitvoeringsvorm omvat het afdekelement een uit het afdekvlak opstaande, zich in de richting van de buitenwand uitstrekkende omtrekwand die samen met het afdekvlak een bak vormt, waarbij het afdekelement is voorzien van een afsluitwand die de bak aan de open zijde daarvan afsluit voor het vormen van een in hoofdzaak afgesloten luchtvolume binnen het afdekelement. Het afgesloten luchtvolume staat stil of circuleert nauwelijks, waardoor de thermische overdracht via het luchtvolume minimaal is. Hierdoor kan de thermische isolatiewaarde van het afdekelement worden verhoogd.
In een uitvoeringsvorm omvat de draagsteun een draagvlak die het afdekelement in geplaatste toestand daarvan op de draagsteun op afstand van de buitenwand draagt voor het vormen van een luchtruimte tussen het afdekelement en de buitenwand. De luchtruimte verhoogt de thermische isolatiewaarde van het afdeksysteem.
De uitvinding verschaft, vanuit een tweede aspect, een afdeksysteem voor het afdekken van een buitenwand van een gebouw, in het bijzonder een gevel of een dak, waarbij het afdeksysteem is voorzien van een afdekelement met een afdekvlak voor het afdekken van ten minste een gedeelte van de buitenwand, een draagsteun voor het dragen van het afdekelement ten opzichte van de buitenwand en een opsluitelement met een opsluitdeel dat is ingericht om, in geplaatste toestand van het afdekelement op de draagsteun, aan te liggen tegen het afdekelement aan de van de buitenwand afgerichte zijde van het afdekvlak, waarbij het opsluitelement verder is voorzien van eerste aangrijpdeel en de draagvoet is voorzien van een tweede aangrijpdeel, waarbij het eerste aangrijpdeel is ingericht om, wanneer het opsluitelement aanligt tegen het afdekelement, aan te grijpen op het tweede aangrijpdeel voor het opsluiten van het afdekelement tussen het opsluitelement en de draagvoet. Het opsluitelement kan daardoor eenvoudig vanaf de van de buitenwand afgerichte zijde van het afdekvlak in aangrijping worden gebracht met de draagsteunen, bijvoorbeeld nadat het afdekelement al op de draagsteun is aangebracht, teneinde tegelijkertijd met het aangrijpen het afdekelement op te sluiten.
In een uitvoeringsvorm omvatten het eerste aangrijpdeel en het tweede aangrijpdelen tegengesteld gerichte weerhaken, waarbij de weerhaken een verplaatsing van het opsluitelement in de richting van de draagvoet toelaten, maar in tegengestelde richting tegengaan. Door het gebruik van weerhaken kan de aangrijping onomkeerbaar worden gemaakt, zodat het opsluitelement alleen nog door forceren verwijderd kan worden. Bovendien kan het opsluitelement in een beweging in aangrijping met de draagsteun worden gebracht, zonder aanvullend gereedschap.
In een uitvoeringsvorm heeft het afdekvlak, in geplaatste toestand van het afdekelement op de draagsteun, een van de buitenwand afgekeerd hoofdvlak, waarbij het afdekvlak is voorzien van een ten opzichte van het hoofdvlak teruggelegen subvlak voor het verdiept opnemen van het opsluitdeel, waarbij het opsluitdeel, in geplaatste toestand op het subvlak, in hoofdzaak gelijk ligt met het hoofdvlak van het afdekvlak. Hierdoor kan vuilophoping worden tegengegaan en kan worden voorkomen dat men struikelt over onregelmatigheden bij het belopen van het afdeksysteem.
In een uitvoeringsvorm is één van het afdekelement en de draagsteun voorzien van een eerste verbindingslip en de andere van het afdekelement en de draagsteun is voorzien van een eerste vasthouddeel voor het vasthouden van de eerste verbindingslip, waarbij de eerste verbindingslip is ingericht om, in geplaatste toestand van het afdekelement op de draagsteun, in samenwerking met het eerste vasthouddeel een verbinding te vormen tussen het afdekelement en de draagsteun. De verbinding kan een voorpositionering verschaffen van het afdekelement op de draagsteun, alvorens het opsluitelement het afdekelement opsluit.
In een uitvoeringsvorm is het afdeksysteem voorzien van verdere afdekelementen en verdere draagsteunen voor het ten opzichte van de buitenwand dragen van de verdere afdekelementen, waarbij het afdekelement en ten minste een van de verdere afdekelementen in geplaatste toestand op de draagsteunen in hoofdzaak aan elkaar grenzen, waarbij de draagsteun is ingericht het afdekelement ter plaatse van de aangrenzing te dragen en integraal gevormd is met ten minste een van de verdere draagsteunen voor het tegelijkertijd met het dragen van het afdekelement dragen van het ten minste ene, in hoofdzaak aangrenzende verdere afdekelement. Hierdoor kunnen, met één draagsteun meerdere afdekelementen gedragen worden.
In een uitvoeringsvorm omvat het afdeksysteem verdere opsluitelementen voor het opsluiten van de verdere afdekelementen, waarbij het opsluitelement is ingericht het afdekelement ter plaatse van de aangrenzing op te sluiten en integraal gevormd is met ten minste een van de verdere opsluitelementen voor het tegelijkertijd met het opsluiten van het afdekelement opsluiten van het ten minste ene, in hoofdzaak aangrenzende verdere afdekelement. Hierdoor kunnen, met één opsluitelement meerdere afdekelementen opgesloten worden.
De uitvinding verschaft, vanuit een derde aspect, een gebouw met een buitenwand, in het bijzonder een gevel of een dak, waarbij de buitenwand is voorzien van een afdeksysteem volgens een der voorgaande conclusies. Bij voorkeur is de draagsteun gefixeerd op de buitenwand van het gebouw, bij voorkeur met behulp van een lijmverbinding. Hierdoor kunnen de draagsteunen zich niet verplaatsen ten opzichte van de buitenwand en kan de thermische uitzetting of krimp via de flexibele eerste verbinding en/of de flexibele tweede verbinding worden opgevangen.
De uitvinding verschaft, vanuit een vierde aspect, een werkwijze voor het plaatsen van een afdeksysteem op een buitenwand van een gebouw, in het bijzonder een gevel of een dak, waarbij het afdeksysteem is voorzien van een afdekelement met een afdekvlak voor het afdekken van ten minste een gedeelte van de buitenwand, een draagsteun voor het dragen van het afdekelement ten opzichte van de buitenwand en een opsluitelement met een opsluitdeel en een eerste aangrijpdeel, waarbij de draagsteun een tweede aangrijpdeel omvat, waarbij de werkwijze de stappen omvat van het aanbrengen van de draagsteun op de buitenwand van het gebouw, het plaatsen van het afdekelement op de draagsteun en het in aanligging brengen van het opsluitdeel van het opsluitelement tegen het afdekelement vanaf de van de buitenwand afgerichte zijde van het afdekvlak, waarbij het eerste aangrijpdeel, wanneer het opsluitelement aanligt tegen het afdekelement, aangrijpt op het tweede aangrijpdeel en daarmee het afdekelement opsluit tussen het opsluitelement en de draagvoet. Het opsluitelement kan daardoor eenvoudig in aangrijping worden gebracht met de draagsteunen, teneinde tegelijkertijd met het aangrijpen het afdekelement op te sluiten.
In een uitvoeringsvorm omvatten het eerste aangrijpdeel en het tweede aangrijpdelen tegengesteld gerichte weerhaken, waarbij, bij het aangrijpen van het eerste aangrijpdeel op het tweede aangrijpdeel, de weerhaken van het eerste aangrijpdeel en het tweede aangrijpdeel in elkaar grijpen en daarmee een verplaatsing van het opsluitelement in de richting van de draagvoet toelaten, maar in tegengestelde richting tegengaan. Door het gebruik van weerhaken kan de aangrijping onomkeerbaar worden gemaakt, zodat het opsluitelement alleen nog door forceren verwijderd kan worden. Bovendien kan het opsluitelement in één beweging in aangrijping met de draagsteun worden gebracht, zonder aanvullend gereedschap.
In een uitvoeringsvorm is de ene van het afdekelement en de draagsteun voorzien van een eerste verbindingslip en de andere van het afdekelement en is de draagsteun voorzien van een eerste vasthouddeel, waarbij het eerste vasthouddeel na het plaatsen van het afdekelement op de draagsteun de verbindingslip vasthoudt voor het vormen van een eerste verbinding tussen het afdekelement en de draagsteun, waarbij de eerste verbinding het afdekelement in hoofdzaak in positie houdt op de draagsteun voorafgaande aan het opsluiten van het afdekelement door het opsluitelement. Hierdoor kan voorafgaand aan het aanbrengen van het opsluitelement een voorlopige positionering van het afdekelement op de draagsteun worden verkregen, teneinde het aanbrengen van het opsluitelement te vereenvoudigen.
In een uitvoeringsvorm bepaalt het afdekvlak een buitenrand van het afdekelement, waarbij het afdeksysteem verdere draagsteunen en verdere opsluitelementen omvat voor het verspreid langs de buitenrand van het afdekelement respectievelijk dragen en opsluiten van het afdekelement volgens de voorgaande stappen. Bij voorkeur worden alle draagsteunen voor het dragen van het afdekelement eerst op de buitenwand geplaatst alvorens het afdekelement op de draagsteunen geplaatst wordt. Vervolgens kan het afdekelement eenvoudig en efficiënt op de draagsteunen worden geplaatst.
In een uitvoeringsvorm omvat het afdeksysteem verdere afdekelementen en bijbehorende draagsteunen, waarbij alle draagsteunen voor het afdekelement en ten minste één van de verdere afdekelementen eerst op de buitenwand geplaatst worden alvorens het afdekelement en het ten minste ene verdere afdekelement op de draagsteunen geplaatst wordt. Na het aanbrengen van de bovengenoemde draagsteunen kunnen de afdekelementen eenvoudig en efficiënt achtereenvolgens op de draagsteunen geplaatst worden.
In een uitvoeringsvorm omvat het afdeksysteem voor elk van de verdere afdekelementen bijbehorende opsluitelementen, waarbij alle opsluitelementen voor het afdekelement en ten minste één van de verdere afdekelementen pas in aanligging tegen de betreffende afdekelementen worden gebracht wanneer alle betreffende afdekelementen op de draagsteunen zijn geplaatst. Na het plaatsen van de afdekelementen op de draagsteunen kunnen achtereenvolgens alle bijbehorende opsluitelementen aangebracht worden, waardoor het afdeksysteem snel, eenvoudig en efficiënt geplaatst kan worden.
In een uitvoeringsvorm wordt de draagsteun bij plaatsing gefixeerd op de buitenwand, bij voorkeur middels een lijmverbinding. Hierdoor kunnen de draagsteunen zich niet verplaatsen ten opzichte van de buitenwand en kan de thermische uitzetting of krimp via de flexibele eerste verbinding en/of de flexibele tweede verbinding worden opgevangen.
De in deze beschrijving en conclusies van de aanvrage beschreven en/of de in de tekeningen van deze aanvrage getoonde aspecten en maatregelen kunnen waar mogelijk ook afzonderlijk van elkaar worden toegepast. Die afzonderlijke aspecten kunnen onderwerp zijn van daarop gerichte afgesplitste octrooiaanvragen. Dit geldt in het bijzonder voor de maatregelen en aspecten welke op zich zijn beschreven in de volgconclusies.
KORTE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGEN
De uitvinding zal worden toegelicht aan de hand van een aantal in de bij gevoegde schematische tekeningen weergegeven voorbeelduitvoeringen. Getoond wordt in: figuur 1 een aanzicht in perspectief van het afdeksysteem met een afdekelement en draagsteunen voor het dragen van het afdekelement, volgens een voorbeelduitvoeringsvorm van de uitvinding; figuur 2 een aanzicht in perspectief van het afdeksysteem volgens figuur 1 in een uiteengenomen toestand; figuur 3 een aanzicht in perspectief van het afdeksysteem volgens figuur 1 in een uiteengenomen toestand, beschouwd vanaf de zijde van de draagsteunen; figuren 4 en 5 details van het afdekelement volgens respectievelijk de cirkel IV en de cirkel V in figuur 3; figuur 6 een aanzicht in perspectief van één van de draagsteunen volgens figuur 1, volgens een eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding; figuur 7 een aanzicht in perspectief van één van de draagsteunen volgens figuur 1, volgens een tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding; figuur 8 een aanzicht in perspectief van een alternatieve draagsteun volgens een alternatieve derde uitvoeringsvorm van de uitvinding; figuren 9, 10 en 11 aanzichten in dwarsdoorsnede van het afdeksysteem volgens respectievelijk de lijn IX-IX, de lijn X-X en de lijn XI-XI in figuur 1; figuur 12 een aanzicht in perspectief van het afdekelement volgens figuur 1, opgedeeld in twee gelijke delen langs een deellijn; en figuur 13 een aanzicht in perspectief van een toepassingsvoorbeeld van het afdeksysteem volgens figuur 1 op meerdere buitenwanden van een gebouw. GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE uitvinding
Figuren 1-12 tonen een afdeksysteem 1 volgens een voorbeelduitvoeringsvorm van de uitvinding. Figuur 13 toont het afdeksysteem 1 in geplaatste toestand op buitenwanden van een gebouw 9, in het bijzonder op een dak 90 of een gevel 91 van het gebouw 9. Het dak 90 is niet noodzakelijkerwijs horizontaal, maar kan onder een lichte hellingshoek staan, bijvoorbeeld ten behoeve van afschot voor het afvoeren van hemelwater. Het afdeksysteem 1 volgens de uitvinding dekt de buitenwand van het gebouw 9 af tegen weersinvloeden en/of heeft een thermisch isolerende werking voor het daaronder gelegen gebouw 9.
Het afdeksysteem 1 omvat een afdekelement 2 en een meervoud van draagsteunen 4, 5, 8 voor het ondersteunen of dragen van het afdekelement 2 ten opzichte van de buitenwand. Verder is het afdeksysteem 1 voorzien van een meervoud van opsluitelementen 6, 7 voor het bevestigen van het afdekelement 2 aan of het opsluiten van afdekelement 2 tegen het meervoud van draagsteunen 4, 5, 8.
Zoals in figuur 2 is weergegeven omvat het afdekelement 2 een van kunststof vervaardigde bak 20. De bak 20 is voorzien van een afdekvlak 21 met een in hoofdzaak vierkante buitenomtrek of buitenrand en een in hoofdzaak recht hoofdvlak H. Het hoofdvlak H is in geplaatste toestand van het afdekelement 2 op de draagsteunen 4, 5, 8 van de buitenwand afgericht en/of aan de zichtzij de van het afdekelement 2 gelegen. De bak 20 omvat verder een uit het afdekvlak 21 opstaande, in hoofdzaak omlopende omtrekswand 22. Het afdekvlak 21 strekt zich, in geplaatste toestand van het afdekelement 2 op de draagsteunen 4, 5, 8, in hoofdzaak evenwijdig uit aan de buitenwand waarop de draagsteunen 4, 5, 8 zijn aangebracht en is met de zichtzijde van de buitenwand afgekeerd of afgericht. De zichtzijde van het afdekvlak 21 is bij voorkeur voorzien van een lichte kleur of een andere geschikte afwerklaag voor het weerkaatsen van zonlicht. Het afdekvlak 21 omvat een oppervlaktestructuur die de grip op het afdekvlak 21 verbeteren wanneer deze belopen wordt. In de geplaatste toestand strekt de omtrekswand 22 zich vanaf het afdekvlak 21 uit richting de buitenwand en vormt aldaar een omtreksrand om een open zijde van de bak 20.
Het afdekelement 2 omvat een van kunststof vervaardigde afsluitwand 23 die de in figuur 3 open zijde van de bak 20 kan afsluiten, zoals weergegeven in figuur 1. De afsluitwand 23 begrenst samen met de bak 20 een afgesloten volume binnen het afdekelement 2. Het luchtvolume kan in hoofdzaak vrijgehouden worden voor het verkrijgen van een in hoofdzaak stilstaande of slecht circulerende luchtlaag en het daarmee verhogen van het thermisch isolerend vermogen van het afdekelement 2. Alternatief kan het volume ten minste gedeeltelijk of volledig gevuld zijn met thermisch isolerend materiaal, zoals glaswol. De afsluitwand 23 is voorzien van koppelelementen 24A, bijvoorbeeld borgnokken, voor koppeling aan tegengestelde koppelelementen 24B, bijvoorbeeld borgopeningen, aan de omtrekswand 22 van de bak 20.
Zoals in figuren 1 en 2 is weergegeven, is het afdekvlak 21 in dit voorbeeld voorzien van een eerste deellijn 25 die het afdekvlak 21 opdeelt in twee gelijke delen 2A+2B en 2C+2D en een tweede deellijn 26 die zich loodrecht op de eerste deellijn 25 uitstrekt en die elk van de twee gelijke delen verder opdelen in twee gelijke delen 2A, 2B, 2C, 2D. Het afdekelement 2 kan langs deze deellijnen 25, 26 worden opgedeeld, bijvoorbeeld door te zagen of te snijden, of - in het geval van een streefbreukverbinding of verzwakking in het afdekvlak 21 ter plaatse van de deellijnen 25, 26 - door te breken. De afsluitwand 23 is voorzien van overeenkomstige deellijnen 27, 28 voor het opdelen van de afsluitwand 23 in dezelfde delen. Het resultaat van een opdeling langs de eerste deellijn 25 is weergegeven in figuur 12. Het opdelen van het afdekelement 2 is niet altijd vereist, en het afdekelement 2 kan derhalve ook zonder deellijnen 25, 26 geleverd worden.
Figuur 3 toont dat de bak 20 is voorzien van een ribbensamenstel 29 dat in kruisverband de verschillende zijden van de omlopende omtrekswand 22 met elkaar verbindt. Het ribbensamenstel 29 verschaft de benodigde stevigheid aan het afdekvlak 21 zodat hierover gelopen kan worden. Het ribbensamenstel 29 verdeelt de luchtruimte binnen het afdekelement 2 in afzonderlijke luchtkamers LI, L2, L3, L4, elk met een eigen afgesloten tweede luchtvolume. De verhoudingen tussen de afmetingen van de luchtkamers evenwijdig aan het afdekvlak 21 en de hoogte van de luchtkamers tussen het afdekvlak 21 en de afsluitwand 23 zijn zodanig gekozen dat circulatie van de lucht binnen de luchtkamers L1-L4 wordt tegengegaan. Bij voorkeur zijn de afmetingen van de luchtkamers L1-L4 evenwijdig aan het afdekvlak ten minste drie keer zo groot als de hoogte van de luchtkamers L1-L4. Door de beperkte circulatie of het ontbreken van enige circulatie kan er slechts een minimale warmteoverdracht plaatsvinden via de lucht in de luchtkamers L1-L4.
In dit voorbeeld omvat het ribbensamenstel 29 een eerste set dubbel uitgevoerde ribben en een tweede set dubbel uitgevoerde ribben, waarbij de ribben 29A, 29B, 29C, 29D van elke set zich evenwijdig aan en aan weerszijden van respectievelijk de eerste deellijn 25 en de tweede deellijn 26 uitstrekken. De ribben 29A-29D van elke set dubbel uitgevoerde ribben zijn voorafgaand aan een optionele opdeling langs een of beide deellijnen 25, 26 inwendig in het afdekelement 2 gelegen. Na opdeling langs een of beide deellijnen 25, 26 bevinden ten minste enkele van de ribben 2 9A-D van de sets dubbel uitgevoerde ribben zich aan de buitenzijde van het opgedeelde afdekelement 2 en vormen daar een onderdeel van de omtrekswand 22 van het door opdeling verkregen afdekelement 2A-2D. Deze ribben 29A-29D zorgen er voor dat de luchtkamers, ondanks de opdeling van het afdekelement 2, in stand blijven en afgesloten blijven. De afsluitwand 23 omvat een overeenkomstig ribbensamenstel 30 waarvan de ribben zich evenwijdig aan en aan weerszijden van de deellijnen 27, 28 in de afsluitwand 23 uitstrekken.
Zoals in figuur 3 is weergegeven is het afdekelement 2 bij elke hoek van het afdekvlak 21 voorzien van een eerste verbindingslip 31 en een tweede verbindingslip 32 die zich, in geplaatste toestand van het afdekelement 2 op de draagsteunen 4, 5, 8, vanaf het afdekvlak 21 naar de bij de hoeken aangebrachte draagsteunen 4, 5 uitstrekken. De verbindingslippen 31, 32 zijn vervaardigd van een veerkrachtige, flexibele kunststof dat binnen het elastische bereik daarvan een herhaaldelijke verbuiging van de verbindingslippen 31, 32 over enkele millimeters toelaat. In het bijzonder kunnen de vrije uiteinden 33 van de verbindingslippen 31, 32 binnen het elastische bereik van de kunststof verplaatst worden over een afstand in een bereik van ten minste één tot maximaal vier millimeter ten opzichte van de aansluiting of aanhechting van de verbindingslippen 31, 32 op het afdekelement 2.
De verbindingslippen 31, 32 zijn in dit voorbeeld plaatvormig en zijn daardoor dwars op het vlak van de plaatvorm, waar de materiaaldikte klein is, flexibel. In of evenwijdig aan het vlak van de plaatvorm zijn de verbindingslippen 31, 32 echter relatief star. De eerste verbindingslip 31 is flexibel in een eerste richting F1 in hoofdzaak evenwijdig aan het afdekvlak 21. De tweede verbindingslip 32 is flexibel in een tweede richting F2 in hoofdzaak evenwijdig aan het afdekvlak 21 en in hoofdzaak loodrecht op de eerste richting F1.
De omtrekswand 22 is in dit voorbeeld ter plaatse van de verbindingslippen 31, 32 voorzien van teruggelegen omtrekswandgedeeltes 34 die ten opzichte van de buitenomtrek van het afdekvlak 21 teruggelegen zijn en op afstand van de verbindingslippen 31, 32 gelegen zijn. De teruggelegen omtrekswandgedeeltes 34 zijn bij voorkeur op een afstand van ten minste vier millimeter van de verbindingslippen 31, 32 gelegen teneinde de verbuiging van de verbindingslippen 31, 32, en in het bijzonder de verplaatsing van de uiteinden 33 daarvan in de richting van de teruggelegen omtrekswandgedeeltes 34, toe te laten. Tegelijkertijd gaan de teruggelegen omtrekswandgedeeltes 34 tegen dat de verbindingslippen 31, 32 verder dan het omtrekswandgedeelte 34 bewegen, zodat kan worden voorkomen dat de verbindingslippen 31, 32 tot voorbij hun elastische bereik plastisch vervormen.
Figuur 3 toont dat de afsluitwand 23 van het afdekelement 2 ter plaatse van de verbindingslippen 31, 32 is voorzien van uitsparingen 35 die corresponderen met de terugliggende omtrekswandgedeeltes 34 in de omtrekswand 22 van de bak 20. De uitsparingen 35 laten de verbindingslippen 31, 32 vanaf het afdekvlak 21 door naar de draagsteunen 4, 5 die aan de andere zijde van de afsluitwand 23 gelegen zijn.
Onder verwijzing naar figuren 2, 3 en 12 wordt opgemerkt dat het afdekelement 2 optioneel, ten behoeve van een mogelijke opdeling langs de deellijnen 25, 26 is voorzien van verdere verbindingslippen 31, 32 en teruggelegen omtrekswandgedeeltes 34 op elk van de inwendige hoekpunten die na opdeling langs één of beide deellijnen 25, 26 aan de buitenomtrek van het daarmee verkregen, opgedeelde afdekvlak 21 gelegen kunnen zijn. De afsluitwand 23 is optioneel voorzien van verdere uitsparingen 36, 37 voor het doorlaten van de verdere verbindingslippen 31, 32 naar de draagvoeten 4, 5, 8.
Tenslotte tonen figuren 1, 2 en 8 dat het afdekvlak 21 bij de hoeken is voorzien van subvlakken S die ten opzichte van het hoofdvlak H in de richting van de buitenwand teruggelegen zijn. Optioneel zijn verdere subvlakken S aangebracht ter plaatse van de inwendige hoekpunten.
Zoals in figuren 2 en 3 is weergegeven omvat het meervoud van draagsteunen een eerste draagsteun 4, een tweede draagsteun 5 en een derde draagsteun 8. Het meervoud van opsluitelement 6, 7 omvat een eerste opsluitelement 6 en een tweede opsluitelement 7. De eerste draagsteun 4 en het eerste opsluitelement 6 zijn ingericht teneinde samen te werken voor het opsluiten van het afdekelement 2 bij een hoek van het afdekvlak 2 die - bij toepassing op een buitenwand 90, 91 van een gebouw 9 zoals in figuur 13 - aan de buitenzijde van het afdeksysteem 1 gelegen is, zonder daarbij te grenzen aan de hoek van een verder afdekelement 2. De eerste draagsteun 4 en het eerste opsluitelement 6 zullen hierna aan de hand van de uitvergroting in figuur 6 en de dwarsdoorsnede in figuur 10 nader worden beschreven. De tweede draagsteun 5 en het tweede opsluitelement 7 zijn ingericht samen te werken voor het opsluiten van het afdekelement 2 bij een hoek van het afdekvlak 2 die -wederom bij toepassing op een buitenwand 90, 91 van een gebouw 9 zoals in figuur 13 - grenst aan een hoek van ten minste één verder afdekelement 2. De tweede draagsteun 5 en het tweede opsluitelement 7 zullen hierna aan de hand van de uitvergroting in figuur 7 en de dwarsdoorsnede in figuur 10 nader worden beschreven.
De derde draagsteun 8 dient slechts ter ondersteuning onder het midden van het afdekvlak 21, teneinde de stevigheid, draagkracht en/of beloopbaarheid van het afdekelement 2 te verbeteren. De derde draagsteun 8 werkt in dit voorbeeld niet samen met een opsluitelement.
Zoals in figuren 6 en 9 is weergegeven omvat de eerste draagsteun 4 een voet, flens of bevestigingsplaat 40 voor het bevestigen van de eerste draagsteun 4 aan de buitenwand. De eerste draagsteun 4 omvat een uit de bevestigingsplaat 40 opstaand draaglichaam 41 met een naar het afdekelement 2 gericht draagvlak 42. Het draagvlak 42 strekt zich, in geplaatste toestand van de eerste draagsteun 4 op de buitenwand, in hoofdzaak evenwijdig uit aan de buitenwand. In geplaatste toestand rust de afsluitwand 23 van het afdekelement 2 op het draagvlak 42 of is in aanligging met het draagvlak 42. Het draagvlak 42 is ingericht voor het afsteunen of ondersteunen van het afdekelement 2 met de afsluitwand 23 op afstand van de buitenwand, voor het tussen het afdekelement 2 en de buitenwand vormen van een luchtruimte of luchtspouw L5. De luchtspouw L5 vergroot het isolerende vermogen van het afdeksysteem 1.
Zoals in figuren 6, 9 en 11 is weergegeven is de eerste draagsteun 4 voorzien van een eerste vasthouddeel 43 en een tweede vasthouddeel 44 voor het opnemen, vasthouden en/of positioneren van respectievelijk de eerste verbindingslip 31 en de tweede verbindingslip 32 van het afdekelement 2. Het eerste vasthouddeel 43 en het tweede vasthouddeel 44 vormen in dit voorbeeld elk een opneemruimte of sleuf voor het ontvangen of opnemen van de uiteinden 33 van de respectievelijke verbindingslippen 31, 32. De sleuven worden in dit voorbeeld bepaald door twee evenwijdige, uit het draagvlak 42 opstaande randen die zich voor het eerste vasthouddeel 43 evenwijdig aan de tweede richting F2 uitstrekken en zich voor het tweede vasthouddeel 44 evenwijdig aan de eerste richting F1 uitstrekken. De sleuven zijn langer dan de afmetingen van de eerste verbindingslip 31 en de tweede verbindingslip 32 in respectievelijk de tweede richting F2 en de eerste richting F1. In geplaatste toestand van het afdekelement 2 op de eerste draagsteun 4 strekt de eerste verbindingslip 31 zich uit tot in de sleuf van het eerste vasthouddeel 43, alwaar het de opstaande randen van het eerste vasthouddeel 43 het uiteinde 33 van de eerste verbindingslip 31 in de eerste richting F1 opsluiten en verschuiving daarvan in de tweede richting F2 toelaten. Op vergelijkbare wijze strekt de tweede verbindingslip 32 zich uit tot in de sleuf van het tweede vasthouddeel 44, alwaar het de opstaande randen van het tweede vasthouddeel 44 het uiteinde 33 van de tweede verbindingslip 32 in de tweede richting F2 opsluiten en verschuiving daarvan in de eerste richting F1 toelaten.
Het eerste opsluitelement 6 omvat een opsluitdeel 60 en een eerste aangrijpdeel 61 dat vast met het opsluitdeel 60 verbonden is. Zoals in figuur 10 is weergegeven omvat het opsluitdeel 60 een plaatvormig lichaam dat zich in hoofdzaak evenwijdig aan het hoofdvlak H van het afdekvlak 21 uitstrekt. Het plaatvormige lichaam van het opsluitdeel 60 is ingericht om, in geplaatste toestand van het afdekelement 2 op de eerste draagsteun 4, aan te liggen tegen het afdekelement 2 aan de van de buitenwand afgerichte zijde van het afdekvlak 21. In dit voorbeeld is het plaatvormige lichaam van het opsluitdeel 60 aangebracht ter plaatse van het subvlak S, zodat de bovenzijde van het plaatvormige lichaam in hoofdzaak gelijk ligt met het hoofdvlak H van het afdekvlak 21 of daar niet bovenuit steekt. Het eerste aangrijpdeel 61 omvat in dit voorbeeld een eerste aangrijplip 62 en een tweede aangrijplip 63 die zich in de geplaatste toestand vanaf het opsluitdeel 60 in de richting van de eerste draagsteun 4 uitstrekken, evenwijdig aan respectievelijk de eerste verbindingslip 31 en de tweede verbindingslip 32. De aangrijplippen 62, 63 zijn elk voorzien van inwendige eerste tanden of eerste weerhaken 64.
De eerste draagsteun 4 is voorzien van een tweede aangrijpdeel 4 6 in de vorm van een eerste aangrijpruimte of aangrijpsleuf 47 en een tweede aangrijpruimte of aangrijpsleuf 48 voor het ontvangen of opnemen van respectievelijk de eerste aangrijplip 62 en de tweede aangrijplip 63 van het eerste aangrijpdeel 61. De aangrijpsleuven 47, 48 zijn elk voorzien van tweede weerhaken 49 die tegengesteld gericht zijn ten opzichte van de eerste weerhaken 64.
Zoals in figuren 7 en 10 is weergegeven is de tweede draagsteun 5 in essentie een integratie van vier van de eerste draagsteunen 4, waarbij elke eerste draagsteun 4 een kwadrant 5A, 5B, 5C, 5D vormt van de integrale tweede draagsteun 5. De tweede draagsteun 5 is als zodanig geschikt voor het gelijktijdig dragen of ondersteunen van maximaal vier aan elkaar grenzende afdekelementen 2 in het kruispunt daartussen. Op dezelfde wijze is het tweede opsluitelement 7 in essentie een integratie van vier van de eerste opsluitelementen 6, waarbij elke eerste opsluitelement 6 een kwadrant 7A, 7B, 7C, 7D vormt van het integrale tweede opsluitelement 7. Het tweede opsluitelement 7 is als zodanig geschikt voor het gelijktijdig opsluiten van maximaal vier aan elkaar grenzende afdekelementen 2 in het kruispunt daartussen.
Aangezien de onderdelen van de tweede draagsteun 5 en het tweede opsluitelement 7 per kwadrant 7A-7D in hoofdzaak overeenkomen met de onderdelen van respectievelijk de eerste draagsteun 4 en het eerste opsluitelement 6, zullen deze hierna slechts kort beschreven worden.
De tweede draagsteun 5 omvat, net als de eerste draagsteun 4, een bevestigingsplaat 50, een opstaand draaglichaam 51, een draagvlak 52 en een meervoud van eerste vasthouddelen 53 en tweede vasthouddelen 54, gegroepeerd per kwadrant 5A-5D voor het opnemen, vasthouden en/of positioneren van respectievelijk de eerste verbindingslippen 31 en de tweede verbindingslippen 32 van de aan elkaar grenzende afdekelementen 2. De tweede draagsteun 5 is verder voorzien van een tweede aangrijpdeel 56 dat twee eerste aangrijpruimtes of aangrijpsleuven 57 en twee tweede aangrijpruimtes of aangrijpsleuven 58 omvat. De aangrijpsleuven 57, 58 zijn voorzien van inwendige eerste weerhaken 59. Het tweede opsluitelement 7 omvat, net als het eerste opsluitelement 6, een opsluitdeel 70 en een eerste aangrijpdeel 71 dat vast met het opsluitdeel 70 verbonden is. Het eerste aangrijpdeel 71 omvat twee eerste aangrijplippen 72 en twee tweede aangrijplippen 73. De aangrijplippen 72, 73 zijn voorzien van tweede weerhaken 74 tegengesteld aan de eerste weerhaken 59.
De vasthouddelen 53, 54 van de tweede draagsteun 5 zijn ten opzichte van het draagvlak 52 onderling zodanig gepositioneerd dat de op de tweede draagsteun 5 gedragen afdekelementen 2 op afstand van elkaar vastgehouden en/of gepositioneerd zijn. De afstand tussen de aan elkaar grenzende afdekelementen 2 is zodanig dat de thermische uitzetting van een van de afdekelement 2 binnen de tussenruimte kan worden opgevangen, en ligt bij voorkeur in het bereik van één tot vier millimeter.
Uit het voorgaande zal duidelijk zijn dat - als verder alternatief op de eerste draagsteun 4 en de tweede draagsteun 5 - een alternatieve draagsteun volgens een derde uitvoeringsvorm twee of drie kwadranten kan bevatten. In dit voorbeeld is de tweede draagsteun 5 voor het verkrijgen van een dergelijke variant voorzien van streefbreukverbindingen of deellijnen 55 voor het opdelen van de tweede draagsteun 5 in twee tot maximaal vier afzonderlijke kwadranten 5A-5D. In figuur 8 is de tweede draagsteun 5 weergegeven nadat twee van de vier kwadranten zijn verwijderd. De opgedeelde tweede draagsteun 5 kan worden toegepast aan de buitenomtrek van het afdeksysteem 1 ter plaatse van slechts twee aan elkaar grenzende afdekelementen 2. Op vergelijkbare wijze kan het tweede opsluitelement 7 worden opgedeeld in vier kwadranten 7A, 7B, 7C, 7D, bijvoorbeeld door het tweede opsluitelement 7 ter plaatse van het opsluitdeel 70 op te delen door zagen, snijden of breken.
Zoals in figuren 2 en 3 is weergegeven zijn de bevestigingsplaten 40, 50, 80 van de draagsteunen 4, 5, 8 voorzien van reeks schroefgaten voor schroefbevestiging aan de buitenwand of lijmgaten voor het doorlaten van delen van een strip van lijm, welke delen na uitharding van de lijm de bevestigingsplaat 40 fixeren in een vaste positie ten opzichte van de buitenwand. De draagsteunen 4, 5, 8 zijn verder voorzien van afvoerkanalen die via de bevestigingsplaten 40, 50, 80 uitmonden op de buitenwand, teneinde water dat via het afdekelement 2 op of in de eerste draagsteun 4 terecht komt, effectief af te voeren. Tenslotte zijn de draagsteunen 4, 5, 8 tussen de bevestigingsplaten 40, 50, 80 en de opstaande lichamen 41, 51, 81 voorzien van verstevigingsribben.
De werkwijze voor het plaatsen van het hiervoor beschreven afdeksysteem 1 op een buitenwand van een gebouw 9, in het bijzonder op een dak 90 of op een gevel 91, zal hieronder nader worden toegelicht onder verwijzing naar figuren 1-13. Hierbij wordt opgemerkt dat in figuren 1-12 slechts één afdekelement 2 met de bijbehorende draagsteunen 4, 5, 8 en opsluitelementen 6, 7 wordt getoond, maar dat in werkelijkheid een meervoud van afdekelementen 2 en het daarbij behorende meervoud van draagsteunen 4, 5, 8 en opsluitelementen 6, 7 wordt geplaatst op de buitenwand van het gebouw 9 voor het vormen van een uit het meervoud van afdekelementen 2 samengesteld afdeksysteem 1 volgens figuur 13. Bij voorkeur dekt het uit meerdere afdekelementen 2 verkregen afdeksysteem 1 een groot deel of in hoofdzaak het gehele oppervlak van de buitenwand van het gebouw 9 af. De hiernavolgende werkwijze voor het plaatsen van één afdekelement 2 is representatief voor het plaatsen van het meervoud van afdekelementen 2.
In figuur 1 is een enkel afdeksysteem 1 in geplaatste toestand weergegeven en in figuur 2 in uiteengenomen toestand. De montagerichting of plaatsingsrichting is schematisch aangegeven met pijl A. De tegengestelde uiteenneemrichting is schematisch aangegeven met pijl B. Teneinde de geplaatste toestand volgens figuur 1 te bereiken, worden allereerst een meervoud van draagsteunen 4, 5 en 8 in de plaatsingsrichting A op de buitenwand geplaatst en gepositioneerd onder de beoogde positie van het afdekelement 2, in het bijzonder langs de buitenrand van het afdekelement 2 onder de hoeken van het afdekvlak 21. Afhankelijk van de posities van de hoeken van het afdekvlak 21 binnen het afdeksysteem 1, in het bijzonder in afhankelijkheid van de aangrenzing van die hoeken aan verdere afdekelementen 2, wordt er door de monteur gekozen voor de eerst draagsteun 4 of de tweede draagsteun 5 of een opgedeelde variant hiervan, bijvoorbeeld volgens figuur 8. In figuren 1 en 2 worden slechts één eerste draagsteun 4 en één tweede draagsteun 5 getoond. Het zal duidelijk zijn dat er, voor een stabiele ondersteuning van het afdekelement 2, onder elke hoek van het afdekvlak 2 een draagsteun 4, 5 kan worden aangebracht. Optioneel wordt de derde draagsteun 8 onder het midden van het afdekelement 2 gepositioneerd voor het verder ondersteunen van midden van het afdekelement 2. Door de aanwezigheid van de derde draagsteun 8 kan het afdekvlak 2 worden belopen zonder dat het afdekelement 2 noemenswaardig doorbuigt. De draagsteunen 4, 5, 8 gefixeerd op de buitenwand, bijvoorbeeld middels een lijmverbinding.
Nadat de draagsteunen 4, 5 ten opzichte van de beoogde positie van het afdekelement 2 onder de hoeken daarvan zijn aangebracht, wordt het afdekelement 2, dat vooraf gecombineerd is met de afsluitwand 23, in de plaatsingsrichting A op de draagsteunen 4, 5 geplaatst. In de geplaatste toestand van het afdekelement 2 op de draagsteunen 4, 5 strekken de eerste verbindingslippen 31 en de tweede verbindingslippen 32 zich uit vanaf het afdekvlak 21 tot aan respectievelijk de eerste vasthouddelen 43, 53 en de tweede vasthouddelen 44, 54 van de draagsteunen 4, 5. De vasthouddelen 43, 44, 53, 54 sluiten de uiteinden 33 van de verbindingslippen 31, 32 op. Het afdekelement 2 is op dat moment voorgepositioneerd ten opzichte van de buitenwand van het gebouw 9, maar nog niet opgesloten of bevestigd aan de buitenwand van het gebouw 9.
Ten minste een gedeelte van de verbindingslippen 31, 32 buiten de vasthouddelen 43, 44, 53, 54, in het bijzonder het gedeelte tussen de vasthouddelen 43, 44, 53, 54 en het afdekvlak 21, is vrij te verbuigen binnen het elastische bereik van de verbindingslippen 31, 32. Door de flexibiliteit van althans een gedeelte van de verbindingslippen 31, 32 vormen de verbindingslippen 31, 32 en de vasthouddelen 43, 44, 53, 54 in onderlinge samenwerking flexibele verbindingen tussen het afdekelement 2 en de draagsteunen 4, 5. De flexibele verbindingen tussen de eerste verbindingslippen 31 en de eerste vasthouddelen 43, 53 zijn flexibel in de eerste richting F1. De flexibele verbindingen tussen de tweede verbindingslippen 32 en de tweede vasthouddelen 44, 54 zijn flexibel in de tweede richting F2. Doordat de ene van de verbindingslippen 31, 32 in de flexibele richting FI, F2 van de andere verbindingslip 31, 32 verschuifbaar is, wordt de flexibiliteit van de ene flexibele verbinding door de andere flexibele verbinding toegelaten of althans niet tegengewerkt.
Door de flexibiliteit die is verkregen met de flexibele verbindingen kan het afdekelement 2 ten opzichte van de draagsteunen 4, 5 en de buitenwand van het gebouw 9 in twee loodrecht op elkaar staande richtingen FI, F2, evenwijdig aan het afdekvlak 2 bewegen binnen het elastische bereik van de verbindingslippen 31, 32. Dit laat toe dat ten minste een gedeelte van de thermische uitzettingen en krimp van het afdekelement 2 in beide richtingen FI, F2 in de flexibele verbindingen tussen het afdekelement 2 met de draagsteunen 4, 5 kunnen worden opgevangen. Aan elkaar grenzende afdekelementen 2 in het afdeksysteem 1 worden door de draagsteunen 4, 5 op een korte tussenafstand van enkele millimeters ten opzichte van elkaar gedragen, waardoor de thermische uitzettingen en krimp in het afdeksysteem 1 per afdekelement 2 kunnen worden opgevangen.
Terwijl het afdekelement 2 door de draagsteunen 4, 5 in positie gehouden wordt op de buitenwand van het gebouw 9, worden de opsluitelementen 6, 7 in de plaatsingsrichting A aangebracht op het afdekelement 2. Zoals in figuren 9 en 10 is weergegeven worden de opsluitdelen 60 70 in aanligging gebracht tegen het afdekelement 2 vanaf de van de buitenwand afgerichte zijde van het afdekvlak 21, in het bijzonder ter plaatse van de subvlakken S. Tegelijkertijd worden de eerste aangrijpdelen 61, 71 in de plaatsingsrichting A langs de omtrekswand 22 van het afdekelement 2 naar de draagsteunen 4, 5 bewogen en aldaar in aangrijping gebracht met de tweede aangrijpdelen 46, 56 van de draagsteunen 4, 5. In het bijzonder worden de aangri jplippen 62, 63, 72, 73 van de eerste aangrijpdelen 61, 71 in de plaatsingsrichting A in de overeenkomstige aangrijpsleuven 47, 48, 57, 58 van de tweede aangrijpdelen 46, 56 gestoken, waarbij de weerhaken 64, 74 aan de aangri jplippen 62, 63, 72, 73 langs de tegengesteld gericht weerhaken 49, 59 van de aangri jpsleuven 47, 48, 57, 58 bewegen. De weerhaken 49, 59, 64, 74 werken zodanig samen dat een beweging in de uitneemrichting B, tegengesteld aan de plaatsingsrichting A en weg van de draagsteun 4, 5 geblokkeerd wordt, niet wordt toegelaten of wordt tegengegaan.
Door het aanbrengen van de opsluitelementen 6, 7 is het afdekelement 2 ter plaatse van de draagsteunen 4, 5 opgesloten tussen de opsluitdelen 60, 70 van de opsluitelementen 6, 7 en de draagvlakken 40, 50 van de draagsteunen 4, 5. De aangrijping tussen de opsluitelementen 6, 7 en de draagsteunen 4, 5 kan niet zonder aanvullend gereedschap of forceren worden opgeheven. Het afdeksysteem 1 is daardoor in hoofdzaak vast bevestigd aan de buitenwand van het gebouw 9.
De subvlakken S zijn in de eerste en tweede richtingen FI, F2 groter dan de ruimte die door de opsluitdelen 60, 70 in de subvlakken S wordt ingenomen, zodat een verplaatsing van het afdekelement 2 ten opzichte van de draagsteunen 4, 5 binnen de restruimte wordt toegelaten. Dit is met name van belang wanneer de verbindingslippen 31, 32 flexibel zijn uitgevoerd voor het opvangen van de thermische uitzetting of krimp in het afdekelement 2.
De hierboven beschreven werkwijze voor het plaatsen van één afdekelement 2 kan worden herhaald voor een meervoud van afdekelementen 2. De draagsteunen 4, 5, 8 kunnen per afdekelement 2 worden aangebracht. Het is echter efficiënter om de draagsteunen 4, 5, 8 voor een meervoud van afdekelementen 2 tegelijk aan te brengen, en om pas daarna de afdekelementen 2 achtereenvolgens op de draagsteunen 4, 5, 8 te plaatsen. De opsluitelementen 6, 7 kunnen tevens per afdekelement 2 worden aangebracht. Ook hier is het echter efficiënter om de opsluitelementen 6, 7 na plaatsing van het meervoud van afdakelementen 2 achtereenvolgens aan te brengen. De uitvinding maakt het achteraf aanbrengen van de opsluitelementen 6, 7 mogelijk doordat het meervoud van afdekelementen 2 voorafgaand hieraan alvast in positie vastgehouden wordt op de draagsteunen 4, 5.
Desgewenst kunnen de afdekelementen 2 langs de deellijnen 25, 26 worden opgedeeld in twee of meer delen, waarbij de verbindingslippen 31, 32 langs het inwendige ribbensamenstel 29 en halverwege de omtrekswand 22 de mogelijkheid bieden om ook bij de delen 2A-2D van het opgedeelde afdekelement 2 draagsteunen 4, 5 aan te brengen.
De bovenstaande beschrijving is opgenomen om de werking van voorkeursuitvoeringen van de uitvinding te illustreren, en niet om de reikwijdte van de uitvinding te beperken. Uitgaande van de bovenstaande uiteenzetting zullen voor een vakman vele variaties evident zijn die vallen onder de geest en de reikwijdte van de onderhavige uitvinding.

Claims (37)

1. Afdeksysteem voor het afdekken van een buitenwand van een gebouw, in het bijzonder een gevel of een dak, waarbij het afdeksysteem is voorzien van een afdekelement met een afdekvlak voor het afdekken van ten minste een gedeelte van de buitenwand en een draagsteun voor het dragen van het afdekelement ten opzichte van de buitenwand, waarbij één van het afdekelement en de draagsteun is voorzien van een eerste verbindingslip en de andere van het afdekelement en de draagsteun is voorzien van een eerste vasthouddeel voor het vasthouden van de eerste verbindingslip, waarbij de eerste verbindingslip ten minste gedeeltelijk flexibel is en is ingericht om, in geplaatste toestand van het afdekelement op de draagsteun, in samenwerking met het eerste vasthouddeel een eerste verbinding te vormen tussen het afdekelement en de draagsteun, waarbij de eerste verbinding in hoofdzaak flexibel is in een eerste richting in hoofdzaak evenwijdig aan het afdekvlak van het afdekelement.
2. Afdeksysteem volgens conclusie 1, waarbij de flexibele eerste verbinding een verplaatsing tussen het afdekelement en de draagsteun in hoofdzaak evenwijdig aan het afdekvlak binnen een bereik van één tot maximaal vier millimeter toelaat, bij voorkeur binnen een bereik van twee tot maximaal drie millimeter.
3. Afdeksysteem volgens conclusie 2, waarbij de eerste verbindingslip een elastisch bereik heeft, waarbij het maximale bereik van de verplaatsing beperkt is tot het maximale elastische bereik van de eerste verbindingslip.
4. Afdeksysteem volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de eerste verbindingslip zich met een uiteinde daarvan tot aan het eerste vasthouddeel uitstrekt, waarbij het uiteinde van de eerste verbindingslip in de geplaatste toestand daarvan door het eerste vasthouddeel in de eerste richting opgesloten is, waarbij het gedeelte van de verbindingslip buiten de opsluiting door het eerste vasthouddeel ten minste gedeeltelijk flexibel is voor het verkrijgen van de flexibele eerste verbinding.
5. Afdeksysteem volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de eerste verbindingslip onderdeel is van het afdekelement en het eerste vasthouddeel gevormd is in de draagsteun.
6. Afdeksysteem volgens een der voorgaande conclusies, het eerste vasthouddeel een opneemruimte vormt voor het daarin opnemen van ten minste een gedeelte van de eerste verbindingslip.
7. Afdeksysteem volgens een der voorgaande conclusies, waarbij één van het afdekelement en de draagsteun is voorzien een tweede verbindingslip en de andere van het afdekelement en de draagsteun is voorzien van een tweede vasthouddeel voor het vasthouden van de tweede verbindingslip, waarbij de tweede verbindingslip ten minste gedeeltelijk flexibel is en is ingericht om, in geplaatste toestand van het afdekelement op de draagsteun, in samenwerking met het tweede vasthouddeel een tweede verbinding te vormen tussen het afdekelement en de draagsteun, waarbij de tweede verbinding in hoofdzaak flexibel is in een tweede richting in hoofdzaak evenwijdig aan het afdekvlak van het afdekelement, waarbij de tweede richting in hoofdzaak loodrecht op de eerste richting staat.
8. Afdeksysteem volgens conclusie 7, waarbij de eerste verbindingslip verschuifbaar is ten opzichte van het eerste vasthouddeel in de tweede richting en de tweede verbindingslip verschuifbaar is ten opzichte van het tweede vasthouddeel in de eerste richting.
9. Afdeksysteem volgens conclusie 7 of 8, waarbij de eerste verbindingslip in hoofdzaak star is in de tweede richting en de tweede verbindingslip in hoofdzaak star is in de eerste richting.
10. Afdeksysteem volgens een der voorgaande conclusies, verder omvattend een opsluitelement met een opsluitdeel dat is ingericht om, in geplaatste toestand van het afdekelement op de draagsteun, aan te liggen tegen het afdekelement aan de van de buitenwand afgerichte zijde van het afdekvlak, waarbij het opsluitelement is voorzien van eerste aangrijpdeel en de draagvoet is voorzien van een tweede aangrijpdeel, waarbij het eerste aangrijpdeel is ingericht om, wanneer het opsluitelement aanligt tegen het afdekelement, aan te grijpen op het tweede aangrijpdeel voor het opsluiten van het afdekelement tussen het opsluitelement en de draagvoet.
11. Afdeksysteem volgens conclusie 10, waarbij het eerste aangrijpdeel en het tweede aangrijpdelen tegengesteld gerichte weerhaken omvatten, waarbij de weerhaken een verplaatsing van het opsluitelement in de richting van de draagvoet toelaten, maar in tegengestelde richting tegengaan.
12. Afdeksysteem volgens conclusie 10 of 11, waarbij het afdekvlak, in geplaatste toestand van het afdekelement op de draagsteun, een van de buitenwand afgekeerd hoofdvlak heeft, waarbij het afdekvlak is voorzien van een ten opzichte van het hoofdvlak teruggelegen subvlak voor het verdiept opnemen van het opsluitdeel, waarbij het opsluitdeel, in geplaatste toestand op het subvlak, in hoofdzaak gelijk ligt met het hoofdvlak van het afdekvlak.
13. Afdeksysteem volgens conclusie 12, waarbij het subvlak in ten minste de eerste richting groter is dan de ruimte die het opsluitdeel in geplaatste toestand op het subvlak inneemt, waarbij de restruimte een door de eerste flexibele verbinding toegelaten verplaatsing van het afdekelement ten opzichte van het opsluitelement in ten minste de eerste richting toelaat.
14. Afdeksysteem volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het afdeksysteem is voorzien van verdere afdekelementen en verdere draagsteunen voor het ten opzichte van de buitenwand dragen van de verdere afdekelementen, waarbij het afdekelement en ten minste een van de verdere afdekelementen in geplaatste toestand op de draagsteunen in hoofdzaak aan elkaar grenzen, waarbij de draagsteun is ingericht het afdekelement ter plaatse van de aangrenzing te dragen en integraal gevormd is met ten minste een van de verdere draagsteunen voor het tegelijkertijd met het dragen van het afdekelement dragen van het ten minste ene, in hoofdzaak aangrenzende verdere afdekelement.
15. Afdeksysteem volgens conclusie 14, in afhankelijkheid van een der conclusies 10-13, waarbij het afdeksysteem verdere opsluitelementen omvat voor het opsluiten van de verdere afdekelementen, waarbij het opsluitelement is ingericht het afdekelement ter plaatse van de aangrenzing op te sluiten en integraal gevormd is met ten minste een van de verdere opsluitelementen voor het tegelijkertijd met het opsluiten van het afdekelement opsluiten van het ten minste ene, in hoofdzaak aangrenzende verdere afdekelement.
16. Afdeksysteem volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het afdekelement is voorzien van een of meer deellijnen, bij voorkeur een of meer streefbreukverbindingen, die het afdekelement in het afdekvlak verdelen in twee of meer delen.
17. Afdeksysteem volgens conclusie 16, waarbij het afdekelement is voorzien van een meervoud van draagsteunen en een meervoud van verbindingslippen en vasthouddelen voor het vormen van een meervoud van flexibele verbindingen tussen het afdekelement en het meervoud van draagsteunen langs de buitenranden van het afdekvlak, waarbij het afdekelement aan weerszijden van elk van de een of meer deellijnen is voorzien van verdere verbindingslippen of vasthouddelen waarvan ten minste enkele, na een opdeling langs de een of meer deellijnen, langs een buitenrand van het daarmee verkregen, opgedeelde afdekvlak gelegen zijn.
18. Afdeksysteem volgens conclusie 16 of 17, waarbij het afdekelement een uit het afdekvlak opstaande, zich in de richting van de buitenwand uitstrekkende omtrekwand omvat, waarbij het afdekelement aan weerszijden van elk van de een of meer deellijnen is voorzien van ribben waarvan ten minste enkele, na een opdeling langs de een of meer deellijnen, aan een buitenrand van het daarmee verkregen, opgedeelde afdekvlak een deel van de omtrekswand vormen.
19. Afdeksysteem volgens conclusie 18, waarbij het afdekvlak en de omtrekswand gezamenlijk een bak vormen, waarbij het afdekelement is voorzien van een afsluitwand die de bak aan de open zijde daarvan afsluit voor het vormen van een in hoofdzaak afgesloten eerste luchtvolume binnen het afdekelement, waarbij de ribben het afgesloten eerste luchtvolume opdelen in luchtkamers die, zowel voorafgaand aan als na een opdeling langs de een of meer deellijnen, in hoofdzaak afgesloten tweede luchtvolumes bevatten.
20. Afdeksysteem volgens een der conclusies 1-17, waarbij het afdekelement een uit het afdekvlak opstaande, zich in de richting van de buitenwand uitstrekkende omtrekwand omvat die samen met het afdekvlak een bak vormt, waarbij het afdekelement is voorzien van een afsluitwand die de bak aan de open zijde daarvan afsluit voor het vormen van een in hoofdzaak afgesloten luchtvolume binnen het afdekelement.
21. Afdeksysteem volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de draagsteun een draagvlak omvat die het afdekelement in geplaatste toestand daarvan op de draagsteun op afstand van de buitenwand draagt voor het vormen van een luchtruimte tussen het afdekelement en de buitenwand.
22. Afdeksysteem voor het afdekken van een buitenwand van een gebouw, in het bijzonder een gevel of een dak, waarbij het afdeksysteem is voorzien van een afdekelement met een afdekvlak voor het afdekken van ten minste een gedeelte van de buitenwand, een draagsteun voor het dragen van het afdekelement ten opzichte van de buitenwand en een opsluitelement met een opsluitdeel dat is ingericht om, in geplaatste toestand van het afdekelement op de draagsteun, aan te liggen tegen het afdekelement aan de van de buitenwand afgerichte zijde van het afdekvlak, waarbij het opsluitelement verder is voorzien van eerste aangrijpdeel en de draagvoet is voorzien van een tweede aangrijpdeel, waarbij het eerste aangrijpdeel is ingericht om, wanneer het opsluitelement aanligt tegen het afdekelement, aan te grijpen op het tweede aangrijpdeel voor het opsluiten van het afdekelement tussen het opsluitelement en de draagvoet.
23. Afdeksysteem volgens conclusie 22, waarbij het eerste aangrijpdeel en het tweede aangrijpdelen tegengesteld gerichte weerhaken omvatten, waarbij de weerhaken een verplaatsing van het opsluitelement in de richting van de draagvoet toelaten, maar in tegengestelde richting tegengaan.
24. Afdeksysteem volgens conclusie 22 of 23, waarbij het afdekvlak, in geplaatste toestand van het afdekelement op de draagsteun, een van de buitenwand afgekeerd hoofdvlak heeft, waarbij het afdekvlak is voorzien van een ten opzichte van het hoofdvlak teruggelegen subvlak voor het verdiept opnemen van het opsluitdeel, waarbij het opsluitdeel, in geplaatste toestand op het subvlak, in hoofdzaak gelijk ligt met het hoofdvlak van het afdekvlak.
25. Afdeksysteem volgens een der conclusies 22-24, waarbij één van het afdekelement en de draagsteun is voorzien van een eerste verbindingslip en de andere van het afdekelement en de draagsteun is voorzien van een eerste vasthouddeel voor het vasthouden van de eerste verbindingslip, waarbij de eerste verbindingslip is ingericht om, in geplaatste toestand van het afdekelement op de draagsteun, in samenwerking met het eerste vasthouddeel een verbinding te vormen tussen het afdekelement en de draagsteun.
26. Afdeksysteem volgens een der conclusies 22-25, waarbij het afdeksysteem is voorzien van verdere afdekelementen en verdere draagsteunen voor het ten opzichte van de buitenwand dragen van de verdere afdekelementen, waarbij het afdekelement en ten minste een van de verdere afdekelementen in geplaatste toestand op de draagsteunen in hoofdzaak aan elkaar grenzen, waarbij de draagsteun is ingericht het afdekelement ter plaatse van de aangrenzing te dragen en integraal gevormd is met ten minste een van de verdere draagsteunen voor het tegelijkertijd met het dragen van het afdekelement dragen van het ten minste ene, in hoofdzaak aangrenzende verdere afdekelement.
27. Afdeksysteem volgens conclusie 26, waarbij het afdeksysteem verdere opsluitelementen omvat voor het opsluiten van de verdere afdekelementen, waarbij het opsluitelement is ingericht het afdekelement ter plaatse van de aangrenzing op te sluiten en integraal gevormd is met ten minste een van de verdere opsluitelementen voor het tegelijkertijd met het opsluiten van het afdekelement opsluiten van het ten minste ene, in hoofdzaak aangrenzende verdere afdekelement.
28. Gebouw met een buitenwand, in het bijzonder een gevel of een dak, waarbij de buitenwand is voorzien van een afdeksysteem volgens een der voorgaande conclusies.
29. Gebouw volgens conclusie 28, waarbij de draagsteun gefixeerd is op de buitenwand van het gebouw, bij voorkeur met behulp van een lijmverbinding.
30. Werkwijze voor het plaatsen van een afdeksysteem op een buitenwand van een gebouw, in het bijzonder een gevel of een dak, waarbij het afdeksysteem is voorzien van een afdekelement met een afdekvlak voor het afdekken van ten minste een gedeelte van de buitenwand, een draagsteun voor het dragen van het afdekelement ten opzichte van de buitenwand en een opsluitelement met een opsluitdeel en een eerste aangrijpdeel, waarbij de draagsteun een tweede aangrijpdeel omvat, waarbij de werkwijze de stappen omvat van het aanbrengen van de draagsteun op de buitenwand van het gebouw, het plaatsen van het afdekelement op de draagsteun en het in aanligging brengen van het opsluitdeel van het opsluitelement tegen het afdekelement vanaf de van de buitenwand afgerichte zijde van het afdekvlak, waarbij het eerste aangrijpdeel, wanneer het opsluitelement aanligt tegen het afdekelement, aangrijpt op het tweede aangrijpdeel en daarmee het afdekelement opsluit tussen het opsluitelement en de draagvoet.
31. Werkwijze volgens conclusie 30, waarbij het eerste aangrijpdeel en het tweede aangrijpdelen tegengesteld gerichte weerhaken omvatten, waarbij, bij het aangrijpen van het eerste aangrijpdeel op het tweede aangrijpdeel, de weerhaken van het eerste aangrijpdeel en het tweede aangrijpdeel in elkaar grijpen en daarmee een verplaatsing van het opsluitelement in de richting van de draagvoet toelaten, maar in tegengestelde richting tegengaan.
32. Werkwijze volgens conclusie 30 of 31, waarbij één van het afdekelement en de draagsteun is voorzien van een eerste verbindingslip en de andere van het afdekelement en de draagsteun is voorzien van een eerste vasthouddeel, waarbij het eerste vasthouddeel na het plaatsen van het afdekelement op de draagsteun de verbindingslip vasthoudt voor het vormen van een eerste verbinding tussen het afdekelement en de draagsteun, waarbij de eerste verbinding het afdekelement in hoofdzaak in positie houdt op de draagsteun voorafgaande aan het opsluiten van het afdekelement door het opsluitelement.
33. Werkwijze volgens een der conclusies 30-32, waarbij het afdekvlak een buitenrand van het afdekelement bepaalt, waarbij het afdeksysteem verdere draagsteunen en verdere opsluitelementen omvat voor het verspreid langs de buitenrand van het afdekelement respectievelijk dragen en opsluiten van het afdekelement volgens de voorgaande stappen.
34. Werkwijze volgens conclusie 33, waarbij alle draagsteunen voor het dragen van het afdekelement eerst op de buitenwand geplaatst worden alvorens het afdekelement op de draagsteunen geplaatst wordt.
35. Werkwijze volgens conclusie 33 of 34, waarbij het afdeksysteem verdere afdekelementen en bijbehorende draagsteunen omvat, waarbij alle draagsteunen voor het afdekelement en ten minste één van de verdere afdekelementen eerst op de buitenwand geplaatst worden alvorens het afdekelement en het ten minste ene verdere afdekelement op de draagsteunen geplaatst wordt.
36. Werkwijze volgens conclusie 35, waarbij het afdeksysteem voor elk van de verdere afdekelementen bijbehorende opsluitelementen omvat, waarbij alle opsluitelementen voor het afdekelement en ten minste één van de verdere afdekelementen pas in aanligging tegen de betreffende afdekelementen worden gebracht wanneer alle betreffende afdekelementen op de draagsteunen zijn geplaatst.
37. Werkwijze volgens een der conclusies 30-36, waarbij de draagsteun bij plaatsing gefixeerd wordt op de buitenwand, bij voorkeur middels een lijmverbinding. -o-o-o-o-o-o-o-o- JS/RM
NL2011387A 2013-09-05 2013-09-05 Afdeksysteem voor een gebouw. NL2011387C2 (nl)

Priority Applications (3)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2011387A NL2011387C2 (nl) 2013-09-05 2013-09-05 Afdeksysteem voor een gebouw.
EP14792613.3A EP3042006B1 (en) 2013-09-05 2014-09-05 Cover system for a building
PCT/NL2014/050611 WO2015034363A1 (en) 2013-09-05 2014-09-05 Cover system for a building

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2011387 2013-09-05
NL2011387A NL2011387C2 (nl) 2013-09-05 2013-09-05 Afdeksysteem voor een gebouw.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2011387C2 true NL2011387C2 (nl) 2015-03-09

Family

ID=49553786

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2011387A NL2011387C2 (nl) 2013-09-05 2013-09-05 Afdeksysteem voor een gebouw.

Country Status (3)

Country Link
EP (1) EP3042006B1 (nl)
NL (1) NL2011387C2 (nl)
WO (1) WO2015034363A1 (nl)

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0391737A1 (en) * 1989-04-07 1990-10-10 Arne Norderhaug Push-fit cladding system
DE202006018241U1 (de) * 2006-12-01 2007-07-12 Hamel, Werner System von Verblendplatten und Halteelementen zur Verblendung von Baukörpern
WO2010079462A1 (en) * 2009-01-12 2010-07-15 Lenox S.R.L. Modular floor system
FR2950371A1 (fr) * 2009-09-18 2011-03-25 Silvadec Systeme de fixation d'une dalle pour terrasse

Family Cites Families (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB521319A (en) * 1938-01-20 1940-05-17 Charles Joseph Stanley Tiled wall and tile
GB824127A (en) * 1956-09-14 1959-11-25 Evered & Co Ltd Improvements in tiles
DE3604408A1 (de) * 1986-02-12 1987-08-20 Braas & Co Gmbh Dachflaechen-begrenzungsstein, insbesondere gratstein
PL323081A1 (en) * 1995-04-24 1998-03-02 Owens Corning Fiberglass Corp Shingle having ribs and a cavity on its underside

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0391737A1 (en) * 1989-04-07 1990-10-10 Arne Norderhaug Push-fit cladding system
DE202006018241U1 (de) * 2006-12-01 2007-07-12 Hamel, Werner System von Verblendplatten und Halteelementen zur Verblendung von Baukörpern
WO2010079462A1 (en) * 2009-01-12 2010-07-15 Lenox S.R.L. Modular floor system
FR2950371A1 (fr) * 2009-09-18 2011-03-25 Silvadec Systeme de fixation d'une dalle pour terrasse

Also Published As

Publication number Publication date
EP3042006B1 (en) 2020-02-05
WO2015034363A1 (en) 2015-03-12
EP3042006A1 (en) 2016-07-13

Similar Documents

Publication Publication Date Title
EP3336447B1 (fr) Dispositif support de panneau
RU2166900C2 (ru) Распределительный шкаф
NL2001092C2 (nl) Drager voor een zonnepaneel.
CA2885005C (en) Shelf system
JP2019516893A (ja) カーテンウォール
NL2012719B1 (nl) Bevestigingssysteem en scherminstallatie voor een kas, alsmede werkwijze voor het aanbrengen daarvan.
NL2011387C2 (nl) Afdeksysteem voor een gebouw.
EP3246489B1 (en) Connection element, decking support system and method for assembling
US20160214763A1 (en) Stackable interlocking tray system
RU2633840C1 (ru) Модульный пол
WO2017118814A1 (fr) Module de culture végétale avec plenum central pour mur végétalisé
US9829239B2 (en) Covers for refrigeration systems
NL2006820C2 (nl) Herbruikbaar bouwsysteem.
GB2535815A (en) An insulating panel and a construction on a structural element of a building
NL2033312B1 (en) Protective screen for attachment to a solar panel
EP3264594B1 (fr) Ensemble de fixation modulaire pour panneau solaire
FR2927345A1 (fr) Dispositif a debordement apte a etre positionne sur les parois en bois d'une piscine
NL1016989C2 (nl) Verbindingselement, werkwijze voor het bevestigen van een kabeldoos aan een verbindingselement.
KR20230167877A (ko) 실내 벽면 녹화용 모스블록 및 이를 포함하는 벽면 녹화 장치
FR3007785A1 (fr) Chassis dormant pour ouverture de batiment
FR2945561A1 (fr) Systeme de fixation de modules photovoltaiques sur une surface de couverture et surface de couverture correspondante
EP1443159A2 (en) Elevated tiled floor, method for constructing of same, and support for a tiled floor
FR2537705A1 (fr) Perfectionnements aux capteurs solaires a air et a leurs composants
NL1030576C2 (nl) Samengestelde vloer.
RU76552U1 (ru) Опорное приспособление для поддона

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20201001