NL1031663C2 - Inrichting voor het transport van goederen over een luchthaven. - Google Patents
Inrichting voor het transport van goederen over een luchthaven. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1031663C2 NL1031663C2 NL1031663A NL1031663A NL1031663C2 NL 1031663 C2 NL1031663 C2 NL 1031663C2 NL 1031663 A NL1031663 A NL 1031663A NL 1031663 A NL1031663 A NL 1031663A NL 1031663 C2 NL1031663 C2 NL 1031663C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- side walls
- tarpaulin
- rods
- loading floor
- height
- Prior art date
Links
- 229920000049 Carbon (fiber) Polymers 0.000 claims description 3
- 239000004917 carbon fiber Substances 0.000 claims description 3
- 229910000639 Spring steel Inorganic materials 0.000 claims description 2
- 239000003365 glass fiber Substances 0.000 claims description 2
- VNWKTOKETHGBQD-UHFFFAOYSA-N methane Chemical compound C VNWKTOKETHGBQD-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 2
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 5
- 238000005452 bending Methods 0.000 description 3
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 2
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 2
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 2
- 239000000463 material Substances 0.000 description 2
- 239000004576 sand Substances 0.000 description 2
- OKTJSMMVPCPJKN-UHFFFAOYSA-N Carbon Chemical compound [C] OKTJSMMVPCPJKN-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 229910052782 aluminium Inorganic materials 0.000 description 1
- XAGFODPZIPBFFR-UHFFFAOYSA-N aluminium Chemical compound [Al] XAGFODPZIPBFFR-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 229910052799 carbon Inorganic materials 0.000 description 1
- 229910052751 metal Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000002184 metal Substances 0.000 description 1
- 238000012986 modification Methods 0.000 description 1
- 230000004048 modification Effects 0.000 description 1
- 239000012858 resilient material Substances 0.000 description 1
- 239000010959 steel Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B60—VEHICLES IN GENERAL
- B60J—WINDOWS, WINDSCREENS, NON-FIXED ROOFS, DOORS, OR SIMILAR DEVICES FOR VEHICLES; REMOVABLE EXTERNAL PROTECTIVE COVERINGS SPECIALLY ADAPTED FOR VEHICLES
- B60J7/00—Non-fixed roofs; Roofs with movable panels, e.g. rotary sunroofs
- B60J7/08—Non-fixed roofs; Roofs with movable panels, e.g. rotary sunroofs of non-sliding type, i.e. movable or removable roofs or panels, e.g. let-down tops or roofs capable of being easily detached or of assuming a collapsed or inoperative position
- B60J7/10—Non-fixed roofs; Roofs with movable panels, e.g. rotary sunroofs of non-sliding type, i.e. movable or removable roofs or panels, e.g. let-down tops or roofs capable of being easily detached or of assuming a collapsed or inoperative position readily detachable, e.g. tarpaulins with frames, or fastenings for tarpaulins
- B60J7/102—Readily detachable tarpaulins, e.g. for utility vehicles; Frames therefor
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B64—AIRCRAFT; AVIATION; COSMONAUTICS
- B64F—GROUND OR AIRCRAFT-CARRIER-DECK INSTALLATIONS SPECIALLY ADAPTED FOR USE IN CONNECTION WITH AIRCRAFT; DESIGNING, MANUFACTURING, ASSEMBLING, CLEANING, MAINTAINING OR REPAIRING AIRCRAFT, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; HANDLING, TRANSPORTING, TESTING OR INSPECTING AIRCRAFT COMPONENTS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
- B64F1/00—Ground or aircraft-carrier-deck installations
- B64F1/36—Other airport installations
- B64F1/368—Arrangements or installations for routing, distributing or loading baggage
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Aviation & Aerospace Engineering (AREA)
- Handcart (AREA)
Description
Titel: Inrichting voor het transport van goederen over een luchthaven
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting, in het bijzonder voor het transport van goederen over een luchthavenplatform voor vliegtuigen, zoals een 5 bagagewagen, omvattende een laadvloer, ten minste twee opstaande zijwanden, die zich vanaf de laadvloer uitstrekken, alsmede een dekzeil, dat over de laadvloer brengbaar is.
De inrichting volgens de uitvinding vormt bijvoorbeeld een wagen voor bagage en/of vracht, zoals postzakken - de inrichting omvat in dit geval wielen, waarmee de 10 inrichting verrijdbaar is over het luchthavenplatform. Daarnaast kan de inrichting volgens de uitvinding een zogenaamde luchthaven gebonden transportmodule zijn. Bij die transportmodule vormt de laadvloer een plateau dat opneembaar is op een wagen of een transportbaan, zoals een rollenbaan. De transportmodule heeft zelf geen wielen, maar is verplaatsbaar door middel van die wagen of transportbaan. Bovendien is het 15 mogelijk, dat de inrichting volgens de uitvinding een zogenaamde vliegtuigcontainer voor bagage en/of vracht vormt. Een vliegtuigcontainer is overeenkomstig de transportmodule door een wagen verrijdbaar over het luchthavenplatform. De vliegtuigcontainer kan tevens worden geladen in het ruim van een vliegtuig.
Uit WO 97/46405 is een bagagewagen voor het transport van bagage over een 20 luchthaven bekend. Met deze bagagewagen kan bagage bijvoorbeeld vanuit een vliegtuig naar een aankomsthal worden gebracht. De bagagewagen is een aanhangwagen, die verrijdbaar is door een trekker. Meestal worden meerdere bagagewagens aan elkaar gekoppeld, waarna de trekker die gekoppelde bagagewagens voorttrekt.
25 Als de bagagewagen wordt geladen, is de laadvloer vrijgemaakt door het verwijderen van het dekzeil. Na het volladen van de bagagewagen wordt het dekzeil over de bagage op de laadvloer gespannen. De bagage is dan afgeschermd tegen weersinvloeden, zoals regen en wind.
Tijdens het verrijden van deze bagagewagen over het vliegtuigplatform van de 30 luchthaven is de bagage afgedekt door het dekzeil. Hierbij kan het dekzeil echter tussen de wielen terechtkomen, waardoor het dekzeil kapotgetrokken wordt. De bestuurder van de trekker aan de kop van de rij gekoppelde bagagewagens zal immers slechts zelden bijtijds opmerken, dat het dekzeil tussen de wielen is geraakt. Dit veroorzaakt 11031663 ' 2 bovendien aanzienlijke slijtage en soms zelfs ook beschadiging van de wielen, bijvoorbeeld de wiellagers.
Verder vormt het platform van de luchthaven, waarover de trekkers met aangekoppelde bagagewagens rijden, een kwetsbare omgeving. In de praktijk bestaat 5 een aanzienlijk risico dat botsingen plaatsvinden tussen de bagagewagens en geparkeerde vliegtuigen. De bagagewagens worden voor het laden en lossen immers nabij het vliegtuig gereden. Een botsing van deze bagagewagen tegen het vliegtuig kan het vliegtuig ernstig beschadigen, hetgeen aanleiding geeft tot dure reparatiekosten.
Een doel van de uitvinding is een inrichting voor het transport van goederen te 10 verschaffen, waarbij het kapottrekken van het dekzeil tussen de wielen niet of nauwelijks voorkomt en het risico van beschadigingen bij een botsing is gereduceerd.
Dit doel is volgens de uitvinding bereikt doordat ten minste twee flexibele draagstangen voor het dragen van het dekzeil zijn voorzien, welke draagstangen elk uitsteken boven de zijwanden over een hoogte H die groter is dan 0,3 meter, bij 15 voorkeur groter dan 0,5 meter, zoals groter dan 0,8 of 1 meter. Hoewel de draagstangen volgens de uitvinding ook over een kleinere of grotere hoogte boven de zijwanden kunnen uitsteken, zijn de bovengenoemde hoogten bijzonder geschikt.
Het dekzeil kan volgens de uitvinding over de flexibele draagstangen worden gespannen. De draagstangen en het daarover gespannen dekzeil vormen een flexibele 20 en veerkrachtige bovenbouw van de inrichting. Deze flexibele bovenbouw is uitgevoerd als een huifconstructie. Hiermee is vrijwel uitgesloten dat het dekzeil tussen de wielen van de wagen verward raakt.
Daarnaast is het risico van beschadigingen bij een botsing tegen een vliegtuig gereduceerd. Een geparkeerd verkeersvliegtuig rust met een van wielen voorzien 25 onderstel op het luchthavenplatform. De verdere onderdelen van het vliegtuig, bijvoorbeeld de romp of de vleugel, bevinden zich op een afstand boven het luchthavenplatform. Door de bovengenoemde hoogte H steekt elke flexibele draagstang relatief hoog boven de opstaande zijwanden uit. Tijdens een botsing van de inrichting volgens de uitvinding tegen bijvoorbeeld de romp van het vliegtuig komen hierdoor de 30 flexibele draagstangen in aanraking met de romp vóór de stijve zijwanden. Bij een aanrijding raken de flexibele draagstangen met het dekzeil als eerste het vliegtuig. De flexibele bovenbouw zal dan meebuigen en de inrichting enigszins afremmen. De flexibele draagstangen vervormen hierbij elastisch, waarna deze terugkeren naar de 3 oorspronkelijke stand. Als gevolg hiervan treden niet of nauwelijks beschadigingen van het vliegtuig op.
Een verder voordeel van de inrichting volgens de uitvinding is dat het aanbrengen en verwijderen van het dekzeil relatief snel kan worden uitgevoerd. Luchthaven-5 personeel hoeft hiervoor slechts het dekzeil over de draagstangen te verschuiven. De benodigde tijdsduur voor het verwerken van bagage is in het bijzonder op een luchthaven belangrijk. Als het laden en lossen van de bagagewagens op een luchthaven snel plaatsvindt, kan het vliegtuig eerder vertrekken en hoeven aangekomen passagiers minder lang op hun bagage te wachten.
10 Een verder voordeel van de inrichting volgens de uitvinding is dat de capaciteit van de inrichting is vergroot. Op dezelfde laadvloer kan extra bagage en/of vracht worden gestapeld - de bagage en/of vracht kan relatief hoog boven de zijwanden uitsteken zonder dat deze tijdens het verplaatsen over het luchthavenplatform van de inrichting valt. Die extra bagage en/of vracht blijft immers opgesloten binnen de 15 flexibele bovenbouw.
Opgemerkt wordt dat uit US 5664824 een laadbak bekend is. Deze laadbak is bestemd voor het opnemen van los materiaal, zoals zand of gravel. Dwars over de laadvloer van de laadbak zijn flexibele en veerkrachtige draagstangen voor een dekzeil aangebracht. De enigszins naar boven gebogen draagstangen waarborgen de afvoer van 20 regenwater. Tijdens het beladen van de laadbak, zoals het storten van zand, buigen de draagarmen enigszins mee. Deze laadbak ligt niet op het technische gebied van het transport van goederen over een luchthaven. Deze laadbak is daarvoor ook niet geschikt - de draagstangen van de laadbak steken nauwelijks uit ten opzichte van de zijwanden. In tegenstelling tot de flexibele bovenbouw volgens de uitvinding is deze laadbak 25 derhalve niet zijdelings flexibel. Bij een botsing met een vliegtuig zal een van de harde zijwanden als eerste het vliegtuig raken, zodat onvermijdelijk schade aan het vliegtuig zal optreden.
Het verdient volgens de uitvinding de voorkeur, dat de flexibele draagstangen zijn aangebracht aan twee tegenoverliggende einden van de inrichting. De opstaande 30 zijwanden kunnen tegenover elkaar liggen, terwijl de draagstangen elk langs telkens een van die zijwanden verlopen. In dat geval kan de zijde van de inrichting daartussen zijn uitgespaard, zodat die zijde een toegangsopening vormt voor het laden en lossen van de inrichting.
4
Het is volgens de uitvinding mogelijk, dat de opstaande zijwanden elk een bovenrand bezitten, en waarbij de hoek tussen de langsrichting van een draagstang en de verticaal ter hoogte van de bovenrand kleiner dan 45° is, bij voorkeur kleiner dan 30° is, zoals kleiner dan 15° is. Bijvoorbeeld verlopen de draagstangen elk langs de 5 opstaande zijwanden in hoofdzaak verticaal naar boven. De draagstangen “vertrekken” vanaf de bovenrand van de zijwanden dan nagenoeg recht omhoog. Boven de onderbouw, die de laadvloer en de zijwanden omvat, is hierdoor een bovenbouw met een aanzienlijke hoogte gevormd.
De draagstangen kunnen volgens de uitvinding elk over 180° zijn gebogen. Een 10 huifconstructie met dergelijke draagstangen is bijzonder eenvoudig en goedkoop.
In een uitvoeringsvorm van de uitvinding bezitten de draagstangen elk twee einden, welke einden zich elk uitstrekken tot nabij de laadvloer. Als de draagstangen doorlopen tot nabij de laadvloer, zijn de draagstangen relatief lang. Dit bevordert de flexibiliteit van de bovenbouw, terwijl de draagstangen betrouwbaar bevestigd kunnen 15 worden.
Om de draagstangen stevig te bevestigen aan de inrichting volgens de uitvinding kan ten minste een opstaande opneembuis zijn voorzien, waarin een eindgedeelte van de draagstang is bevestigd. De draagstangen zijn bijvoorbeeld met beide eindgedeelten daarvan telkens in een respectievelijke opnamebuis gestoken. Door een grendelpen 20 door de opnamebuis en het eindgedeelte van een draagstang te steken, is dat eindgedeelte vastgezet. Deze bevestiging van de draagstang is bijzonder eenvoudig en betrouwbaar.
Teneinde de flexibiliteit en veerkrachtigheid van de draagstangen te bereiken, kunnen volgens de uitvinding verschillende materialen worden toegepast. Bijvoorbeeld 25 omvatten de draagstangen elk koolstofvezel en/of glasvezel en/of verenstaal.
Bij voorkeur heeft het dekzeil zodanige afmetingen, dat de flexibele draagstangen aan de van de laadvloer afgekeerde boveneinden naar elkaar toe zijn gebogen als het dekzeil om de draagstangen is aangebracht. De draagstangen komen door het buigen daarvan onder voorspanning. De voorgespannen draagstangen trekken het dekzeil strak. 30 Het fladderen van het dekzeil tijdens transport is hierdoor gereduceerd.
De inrichting volgens de uitvinding is in het bijzonder bestemd voor toepassing op een luchthavenplatform. Een dergelijke inrichting heeft gewoonlijk geen zelfstandige aandrijving. Als de inrichting een wagen is, omvat die wagen geen 5 aandrijfmotor - de wagen vormt een aanhangwagen. Een transportmodule of luchtvrachtcontainer heeft normaalgesproken ook geen eigen aandrijving.
De uitvinding heeft tevens betrekking op het gebruik van de hierboven beschreven inrichting, zoals op een luchthaven. Overigens kan de inrichting volgens de 5 uitvinding ook worden gebruikt voor andere toepassingen, zoals op een fabrieksterrein of op een veerboot.
De uitvinding zal thans bij wijze van voorbeeld nader worden toegelicht aan de hand van de bijgaande tekening.
Figuur 1 toont een wagen voor transport van goederen over een 10 luchthavenplatform volgens de uitvinding.
Figuur 2 toont een transportmodule voor het transport van goederen over een luchthavenplatform volgens de uitvinding, waarbij het dekzeil is weggelaten.
Figuur 3 toont een detail van een bevestiging van een flexibele draagstang.
De inrichting voor het transport van goederen over een luchthavenplatform 15 volgens de uitvinding is in figuur 1 en 2 in zijn geheel aangeduid met 1. In figuur 1 vormt de inrichting 1 een wagen voor het transport van bagage en/of vracht, zoals postzakken. De in figuur 2 weergegeven inrichting 1 vormt een zogenaamde luchthaven gebonden transportmodule.
De in figuur 1 getoonde wagen 1 omvat een onderstel met wielen 4, waarmee de 20 wagen 1 verrijdbaar is over een luchthavenplatform 2. De wagen 1 heeft een voorzijde en een achterzijde, die zich in hoofdzaak dwars op de rijrichting van de wagen 1 uitstrekken. De wagen 1 heeft twee langszijden, die in hoofdzaak evenwijdig aan de rijrichting verlopen.
De wagen 1 vormt een aanhangwagen. De wagen 1 heeft aan de voorzijde een 25 trekorgaan 20 en aan de achterzijde een koppelorgaan 21. Het trekorgaan 20 kan worden gekoppeld aan het koppelorgaan 21 van een verdere wagen 1 of van een trekker (niet getoond). Tijdens bedrijf worden meerdere onderling gekoppelde wagens 1 door een trekker 1 over het luchthavenplatform 2 voortgetrokken.
De wagen 1 omvat een laadvloer 3, waarop verschillende lagen bagage en/of 30 vracht opneembaar zijn (niet getoond). De wagen 1 omvat in dit uitvoeringsvoorbeeld drie opstaande zijwanden 5, 6, 7, die zijn bevestigd aan de laadvloer 3. De opstaande zijwanden 5,6 aan de voor- en achterzijde van de wagen 1 vormen dichte wanden, die elk zijn begrensd door een bovenrand 14. De zijwand 7 aan een van de langszijden van 6 de wagen 1 is uitgevoerd als gedeeltelijk open hekwerk. De tegenoverliggende langszijde van de wagen 1 is in hoofdzaak open voor het laden en lossen van de laadvloer 3.
De laadvloer 3 en de opstaande zijwanden 5,6,7 zijn gewoonlijk gemaakt van 5 metaal, zoals staal en/of aluminium. De laadvloer 3 en de opstaande zijwanden 5,6,7 vormen een stijve onderbouw van de wagen 1. Boven de stijve onderhouw, d.w.z. boven de bovenranden 14 van de zijwanden 5, 6, is een flexibele bovenbouw aangebracht.
De flexibele bovenbouw omvat in dit uitvoeringsvoorbeeld twee draagstangen 11, 10 12 en een dekzeil 9. De draagstangen 11,12 zijn gemaakt van een flexibel en veerkrachtig materiaal, zoals koolstofvezels. De draagstangen 11,12 zijn bijvoorbeeld elk gevormd door een enkele rechte koolstofbuis, die over 180° is gebogen. Het dekzeil 9 kan strak over die draagstangen 11,12 worden gespannen. De flexibele bovenbouw vormt een huifconstructie, waarbij de draagstangen 11,12 als togen fungeren.
15 De flexibele huifconstructie kan de bagage en/of vracht op de laadvloer 3 betrouwbaar beschermen tegen weersinvloeden. Door toepassing van de huifconstructie is bovendien het risico minimaal dat het dekzeil 9 van de wagen 1 tussen de wielen 4 terechtkomt.
Het dekzeil 9 heeft een bijzondere vorm - het dekzeil 9 is nabij de zijwanden 11, 20 12 ruimer gevormd dan in de nok van het dekzeil 9 (niet weergegeven). Als het dekzeil 9 is aangebracht om de draagstangen 11,12 is de langsafmeting van het dekzeil 9 tussen de toppen van de draagstangen 11,12 kleiner dan de langsafmeting van het dekzeil 9 tussen de zijwanden 5,6. Het dekzeil 9 buigt de flexibele draagstangen 11,12 aan de boveneinden daarvan enigszins naar elkaar toe. De flexibele draagstangen 11,12 25 trekken dan het dekzeil 9 strak, zodat het dekzeil 9 tijdens het verrijden van de wagen 1 niet of nauwelijks flappert.
Zoals duidelijk weergegeven in figuur 1 strekt de flexibele bovenbouw zich over een aanzienlijke hoogte H uit boven de bovenranden 14 van de zijwanden 5, 6,7. De hoogte H is bijvoorbeeld ongeveer 1 meter. De hoogte H is daarmee nagenoeg even 30 groot als de hoogte van de zijwanden 5, 6 van de stijve onderbouw.
Bij het verrijden van de wagen 1 over het luchthavenplatform 2 kan een botsing van de wagen 1 tegen bijvoorbeeld een romp van een verkeersvliegtuig optreden. De romp bevindt zich op een hoogte boven het luchthavenplatform 2. Met een flexibele 7 bovenbouw van de bovengenoemde hoogte H ontstaat daarbij niet of nauwelijks schade aan het vliegtuig. De draagstangen 11,12 zijn immers zodanig hoog, dat de flexibele bovenbouw als eerste tegen de romp komt. De flexibele bovenbouw zal dan enigszins meegeven door het buigen van de flexibele draagstangen 11,12. De draagstangen 11, 5 12 absorberen hierdoor een gedeelte van de botsingsenergie, zodat de wagen wordt afgeremd.
De gewenste hoogte en flexibiliteit van de bovenbouw kan op verschillende manieren worden bereikt. In het in figuur 1 getoonde uitvoeringsvoorbeeld zijn de draagstangen 11,12 aangebracht tegen de voorzijde respectievelijk achterzijde van de 10 wagen 1. De draagstangen 11,12 verlopen dwars op de rijrichting van de wagen 1.
De einden van elke flexibele draagstang 11,12 liggen in hoofdzaak nabij de laadvloer 3 van de wagen 1. Vanaf die einden verlopen de draagstangen 11,12 in hoofdzaak verticaal omhoog langs de zijwanden 5,6. In figuur 1 is weergegeven dat de draagstangen 11, 12 in hoofdzaak verticaal naar boven doorlopen voorbij de 15 bovenranden 14 van de zijwanden 5,6. Hierdoor kan voldoende hoogte van de flexibele bovenbouw worden bereikt.
De bevestiging van de draagstangen 11,12 is in detail weergegeven in figuur 3. De draagstangen 11,12 zijn aan de wagen 1 bevestigd door de eindgedeelten 16 daarvan op te sluiten in opneembuizen 17. De opneembuizen 17 zijn bijvoorbeeld tegen 20 de naar elkaar toegekeerde oppervlakken van de zijwanden 5, 6 bevestigd. De eindgedeelten 16 van de draagstangen 11, 12 zijn daarbij bijvoorbeeld in de opneembuizen 17 vastgezet met een splitpen 18. Deze bevestiging is bijzonder betrouwbaar, eenvoudig en goedkoop.
Bij de in figuur 2 weergegeven transportmodule 1 zijn dezelfde onderdelen 25 aangegeven met dezelfde verwijzingscijfers. De zijwanden 5, 6, 7 verlopen vanaf de laadvloer naar boven enigszins schuin naar buiten. De zijwanden 5, 6, 7 zijn in dit uitvoeringsvoorbeeld van de transportmodule 1 alle uitgevoerd als dichte wanden. De opneembuizen 17 voor de draagstangen 11,12 zijn in hoofdzaak verticaal ten opzichte van de laadvloer 3 buiten de zijwanden 5, 6, 7 aangebracht.
30 De laadvloer 3 van de transportmodule 1 is opneembaar op een verrijdbaar onderstel en/of een al dan niet aangedreven rollenbaan van een bagage-afhandelingssysteem in een luchthaven (niet getoond). De flexibele bovenbouw van de transportmodule 1 volgens figuur 2, die de draagstangen 11,12 en het dekzeil (niet 8 weergegeven) omvat, heeft dezelfde voordelen als hierboven is beschreven voor de in figuur 1 getoonde wagen 1.
De uitvinding is vanzelfsprekend niet beperkt tot de in de figuren weergegeven uitvoeringsvoorbeelden. De vakman kan verschillende aanpassingen maken die binnen 5 de reikwijdte van de uitvinding liggen. Bijvoorbeeld kunnen de draagstangen zich in langsrichting van de laadvloer uitstrekken in plaats van in dwarsrichting daarvan. Ook kan de flexibele bovenbouw volgens de uitvinding worden toegepast bij een luchtvrachtcontainer. Daarnaast is de uitvinding niet beperkt tot het gebruik op een luchthavenplatform - de inrichting of wagen volgens de uitvinding is ook geschikt voor 10 andere toepassingen, zoals op een fabrieksterrein of op een veerboot.
Ü031663-
Claims (14)
1. Inrichting, in het bijzonder voor het transport van goederen over een luchthavenplatform (2) voor vliegtuigen, zoals een bagagewagen, omvattende een 5 laadvloer (3), ten minste twee opstaande zijwanden (5,6), die zich vanaf de laadvloer (3) uitstrekken, alsmede een dekzeil (9), dat over de laadvloer (3) brengbaar is, met het kenmerk, ten minste twee flexibele draagstangen (11,12) voor het dragen van het dekzeil (9) zijn voorzien, welke draagstangen (11,12) elk uitsteken boven de zijwanden (5, 6) over een hoogte H die groter is dan 0,3 meter, bij voorkeur groter dan 10 0,5 meter, zoals groter dan 0,8 of 1 meter.
2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij de flexibele draagstangen (11,12) zijn aangebracht aan twee tegenoverliggende einden van de inrichting (1).
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij de opstaande zijwanden (5,6) elk een bovenrand (14) bezitten, en waarbij de hoek tussen de langsrichting van een draagstang (11, 12) en de verticaal ter hoogte van de bovenrand (14) kleiner dan 45° is, bij voorkeur kleiner dan 30° is, zoals kleiner dan 15° is.
4. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de draagstangen (11.12) elk langs de opstaande zijwanden (5,6) in hoofdzaak verticaal naar boven verlopen.
5. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de draagstangen 25 (11,12) elk over 180° zijn gebogen.
6. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de draagstangen (11.12) elk twee einden bezitten, welke einden zich elk uitstrekken tot nabij de laadvloer (3). 30 1031663-
7. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij ten minste een opstaande opneembuis (17) is voorzien, waarin een eindgedeelte (16) van de draagstang (11,12) is bevestigd.
8. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de draagstangen (11, 12) elk koolstofvezel en/of glasvezel en/of verenstaal omvatten.
9. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het dekzeil (9) zodanige afmetingen heeft, dat de flexibele draagstangen (11,12) aan de van de 10 laadvloer (3) afgekeerde boveneinden naar elkaar toe zijn gebogen als het dekzeil (9) om de draagstangen (11,12) is aangebracht.
10. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de draagstangen (11,12) elk uitsteken boven de zijwanden (5,6) over een hoogte H die groter is dan de 15 helft van de hoogte van die zijwanden (5,6), bij voorkeur groter dan % van de hoogte van die zijwanden (5,6), zoals groter dan ηΑ van de hoogte van die zijwanden (5,6).
11. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de inrichting (1) geen aandrijving bezit. 20
12. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de inrichting (1) een zijdelingse toegang heeft voor het laden en lossen van de laadvloer (3).
13. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de inrichting (1) 25 een wagen vormt, zoals een aanhangwagen.
14. Gebruik van de inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, zoals op een luchthaven. I0316Q3"
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1031663A NL1031663C2 (nl) | 2006-04-21 | 2006-04-21 | Inrichting voor het transport van goederen over een luchthaven. |
| EP07106709A EP1847410A3 (en) | 2006-04-21 | 2007-04-23 | Device for transporting goods at an airport |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1031663A NL1031663C2 (nl) | 2006-04-21 | 2006-04-21 | Inrichting voor het transport van goederen over een luchthaven. |
| NL1031663 | 2006-04-21 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1031663C2 true NL1031663C2 (nl) | 2007-10-23 |
Family
ID=36575388
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1031663A NL1031663C2 (nl) | 2006-04-21 | 2006-04-21 | Inrichting voor het transport van goederen over een luchthaven. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP1847410A3 (nl) |
| NL (1) | NL1031663C2 (nl) |
Families Citing this family (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN103121512A (zh) * | 2013-02-20 | 2013-05-29 | 上海盛煌航勤设备有限公司 | 拖拉式滚带车 |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4709956A (en) * | 1986-08-25 | 1987-12-01 | Bowman Lawrence S | Handy-cap pick-up cover |
| US5664824A (en) * | 1994-05-18 | 1997-09-09 | Stephens; Donald W. | Flexible tarpaulin support device |
| WO1997046405A1 (en) | 1996-05-31 | 1997-12-11 | David Ronald Cole | Foldable luggage trolley tarpaulin |
Family Cites Families (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2942914A (en) * | 1958-03-19 | 1960-06-28 | Paul R Noot | Wagon covering attachment for child's wagon |
| US6152461A (en) * | 1998-08-31 | 2000-11-28 | Dunks; Larry W. | Ranch wagon convertible to picnic table and benches |
| US6454340B1 (en) * | 1999-08-26 | 2002-09-24 | Mark E. Miller | Collapsible top for child's vehicle, one-piece method of assembly and packaging design for storage and transport |
-
2006
- 2006-04-21 NL NL1031663A patent/NL1031663C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2007
- 2007-04-23 EP EP07106709A patent/EP1847410A3/en not_active Withdrawn
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4709956A (en) * | 1986-08-25 | 1987-12-01 | Bowman Lawrence S | Handy-cap pick-up cover |
| US5664824A (en) * | 1994-05-18 | 1997-09-09 | Stephens; Donald W. | Flexible tarpaulin support device |
| WO1997046405A1 (en) | 1996-05-31 | 1997-12-11 | David Ronald Cole | Foldable luggage trolley tarpaulin |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP1847410A3 (en) | 2007-11-07 |
| EP1847410A2 (en) | 2007-10-24 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US9688320B2 (en) | Side skirt system for a trailer | |
| CN101522509B (zh) | 用于运输和储存物品的推车 | |
| US8783758B2 (en) | Folding side skirt system for a trailer | |
| US9919750B2 (en) | Side skirt system for reducing drag | |
| US8857893B2 (en) | Intermodal chassis side fairing system | |
| MXPA96005961A (en) | Elevator mechanism for a platform system | |
| US9475529B2 (en) | Multi-purpose ATV trailer | |
| US8356962B2 (en) | Logistics panel and containers | |
| US20140205392A1 (en) | Cargo deployment system | |
| US20240190327A1 (en) | Logistics system | |
| NL1031663C2 (nl) | Inrichting voor het transport van goederen over een luchthaven. | |
| WO2011159220A1 (en) | Support for expandable box for vehicles | |
| JP6267110B2 (ja) | 乗用車の輸送及び保管装置 | |
| CN205344643U (zh) | 粮食运输车 | |
| US7455348B1 (en) | Cab top carrier/deflector for fifth wheel tow vehicles | |
| NL2002066C2 (nl) | Trailer. | |
| EP3219541A1 (fr) | Ensemble de deux véhicules pour la distribution d'objets | |
| RS60608B1 (sr) | Samonosiva prikolica za prevoz vozila | |
| RU26309U1 (ru) | Крытый специализированный вагон | |
| US20240083520A1 (en) | Aerodynamic trailer apparatus with skirt, top fairing, and aerodynamic mud flap | |
| US20140035316A1 (en) | Vehicle centerline fairing system | |
| CA2910650C (en) | Side skirt system for a trailer | |
| AU2009310618A1 (en) | A wheel pallet | |
| CN205365368U (zh) | 高效运粮车 | |
| RU2600399C2 (ru) | Скоростной грузовой вагон в.в. бодрова (варианты) |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| VD1 | Lapsed due to non-payment of the annual fee |
Effective date: 20091101 |