NL1024168C2 - Inrichting voor de in-dak-verbinding van tenminste twee plaatvormige constructieonderdelen op een schuin dak. - Google Patents

Inrichting voor de in-dak-verbinding van tenminste twee plaatvormige constructieonderdelen op een schuin dak. Download PDF

Info

Publication number
NL1024168C2
NL1024168C2 NL1024168A NL1024168A NL1024168C2 NL 1024168 C2 NL1024168 C2 NL 1024168C2 NL 1024168 A NL1024168 A NL 1024168A NL 1024168 A NL1024168 A NL 1024168A NL 1024168 C2 NL1024168 C2 NL 1024168C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
profile
roof
plate
shaped
connection
Prior art date
Application number
NL1024168A
Other languages
English (en)
Inventor
Norbert Roesler
Roland Neuer
Roland Schweizer
Dieter Wurster
Original Assignee
Lafarge Roofing Components
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Lafarge Roofing Components filed Critical Lafarge Roofing Components
Application granted granted Critical
Publication of NL1024168C2 publication Critical patent/NL1024168C2/nl

Links

Classifications

    • HELECTRICITY
    • H02GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
    • H02SGENERATION OF ELECTRIC POWER BY CONVERSION OF INFRARED RADIATION, VISIBLE LIGHT OR ULTRAVIOLET LIGHT, e.g. USING PHOTOVOLTAIC [PV] MODULES
    • H02S20/00Supporting structures for PV modules
    • H02S20/20Supporting structures directly fixed to an immovable object
    • H02S20/22Supporting structures directly fixed to an immovable object specially adapted for buildings
    • H02S20/23Supporting structures directly fixed to an immovable object specially adapted for buildings specially adapted for roof structures
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24SSOLAR HEAT COLLECTORS; SOLAR HEAT SYSTEMS
    • F24S20/00Solar heat collectors specially adapted for particular uses or environments
    • F24S20/60Solar heat collectors integrated in fixed constructions, e.g. in buildings
    • F24S20/67Solar heat collectors integrated in fixed constructions, e.g. in buildings in the form of roof constructions
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24SSOLAR HEAT COLLECTORS; SOLAR HEAT SYSTEMS
    • F24S25/00Arrangement of stationary mountings or supports for solar heat collector modules
    • F24S25/20Peripheral frames for modules
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24SSOLAR HEAT COLLECTORS; SOLAR HEAT SYSTEMS
    • F24S25/00Arrangement of stationary mountings or supports for solar heat collector modules
    • F24S25/30Arrangement of stationary mountings or supports for solar heat collector modules using elongate rigid mounting elements extending substantially along the supporting surface, e.g. for covering buildings with solar heat collectors
    • F24S25/33Arrangement of stationary mountings or supports for solar heat collector modules using elongate rigid mounting elements extending substantially along the supporting surface, e.g. for covering buildings with solar heat collectors forming substantially planar assemblies, e.g. of coplanar or stacked profiles
    • F24S25/35Arrangement of stationary mountings or supports for solar heat collector modules using elongate rigid mounting elements extending substantially along the supporting surface, e.g. for covering buildings with solar heat collectors forming substantially planar assemblies, e.g. of coplanar or stacked profiles by means of profiles with a cross-section defining separate supporting portions for adjacent modules
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24SSOLAR HEAT COLLECTORS; SOLAR HEAT SYSTEMS
    • F24S25/00Arrangement of stationary mountings or supports for solar heat collector modules
    • F24S25/60Fixation means, e.g. fasteners, specially adapted for supporting solar heat collector modules
    • F24S25/67Fixation means, e.g. fasteners, specially adapted for supporting solar heat collector modules for coupling adjacent modules or their peripheral frames
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24SSOLAR HEAT COLLECTORS; SOLAR HEAT SYSTEMS
    • F24S20/00Solar heat collectors specially adapted for particular uses or environments
    • F24S2020/10Solar modules layout; Modular arrangements
    • F24S2020/13Overlaying arrangements similar to roof tiles
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02BCLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES RELATED TO BUILDINGS, e.g. HOUSING, HOUSE APPLIANCES OR RELATED END-USER APPLICATIONS
    • Y02B10/00Integration of renewable energy sources in buildings
    • Y02B10/10Photovoltaic [PV]
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02BCLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES RELATED TO BUILDINGS, e.g. HOUSING, HOUSE APPLIANCES OR RELATED END-USER APPLICATIONS
    • Y02B10/00Integration of renewable energy sources in buildings
    • Y02B10/20Solar thermal
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02EREDUCTION OF GREENHOUSE GAS [GHG] EMISSIONS, RELATED TO ENERGY GENERATION, TRANSMISSION OR DISTRIBUTION
    • Y02E10/00Energy generation through renewable energy sources
    • Y02E10/40Solar thermal energy, e.g. solar towers
    • Y02E10/47Mountings or tracking
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02EREDUCTION OF GREENHOUSE GAS [GHG] EMISSIONS, RELATED TO ENERGY GENERATION, TRANSMISSION OR DISTRIBUTION
    • Y02E10/00Energy generation through renewable energy sources
    • Y02E10/50Photovoltaic [PV] energy

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Sustainable Development (AREA)
  • Sustainable Energy (AREA)
  • Thermal Sciences (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Combustion & Propulsion (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Architecture (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Roof Covering Using Slabs Or Stiff Sheets (AREA)

Description

Inrichting voor de in-dak-verbinding van tenminste twee plaatvormige construct!eon- derdelen op een schuin dak.
5
De uitvinding betreft een inrichting volgens de aanhef van conclusie 1.
Fotovoltaïsche modules worden normaal gesproken op schuine daken naast elkaar en/of in nok-goot-richting over elkaar geplaatst en met elkaar verbonden. De plaatsing van de module gebeurt ofwel over de dakbedekking ofwel in plaats van de 10 dakbedekking. De laatste uitvoering wordt ook in-dak-montage genoemd.
Daarbij bestaan deze modules uit een zogenaamd laminaat en een lijst. Onder een laminaat verstaat men bijvoorbeeld de laagsgewijze samenstelling van bovenopliggende glasplaten, daaronder liggende fotovoltaïsche cellen en onderopliggende folie. Er zijn echter ook andere laminaatsamenstellingen mogelijk (vgl. US 6 369 316 BI).
| 15 De fotovoltaïsche modules kunnen een compleet dak bedekken, maar vaak wor- 1 den slechts deelgebieden van een dak met fotovoltaïsche modules uitgerust, terwijl de overige deelgebieden van het dak op gebruikelijke wijze worden overdekt.
Een bijzonder probleem bij het gebruik van fotovoltaïsche modules vormt de onderbouw. Om te waarborgen, dat op die plekken, waar zich de modules bevinden, geen 20 water binnen treedt en voldoende van achteren wordt belucht, worden vaak volledig dekkende, bijzondere onderbouwen toegepast, waarop die modules liggen. Dit is in het bijzonder gecompliceerd, wanneer de modules slechts een deelgebied van het dak bedekken, omdat daarvoor twee methodes van onderopbouw toegepast moeten worden.
Een verder probleem, dat zich bij een slechts gedeeltelijke bedekking van een dak 25 met fotovoltaïsche modules voordoet, bestaat uit de aanpassing van deze modules aan de aangrenzende dakelementen. Zo worden bijvoorbeeld modules toegepast, waarvan de breedte gelijk is aan een geheeltallig veelvoud van de systeemdekbreedte van de dakbedekkingsplaten is (WO 97/37388).
Er is ook reeds een afdicht- en bevestigingssysteem voor fotovoltaïsche modules 30 met grote oppervlakken bekend, dat onafhankelijk van de afmetingen van de dakbedekkingsplaten ook achteraf op een van latten voorziene dakvlak is aan te brengen (WO 01/54205 Al). Dit systeem vergt evenwel nog steeds een kostbare onderbouw.
.-· .♦. <· £; O
2
Voorts is een draagelement bekend, dat voor de bevestiging van een fotovoltaï-sche constructie-element op een schuin dak dient (WO 097/37091). Bij dit draagelement is een steun voorzien, waarvan de hoogte groter is dan de dikte van het plaatvormige constructie-element.
5 Verder is een onderdekelement voor een fotovoltaïsche module bekend, dat op en schuin dak met in goot-nok-richting verplaatsbare draagelementen bevestigbaar is (WO 97/37387). Hierbij bestaat het onderdekelement uit waterdicht materiaal en is zo geprofileerd, dat in ten minste een waterloop is voorzien, die zich onder de langsrand van de module bevindt.
10 Bovendien is ook nog een bevestigingssysteem voor plaatvormige constructie- elementen bekend, dat ten minste twee parallel aan elkaar geplaatste draagelementen omvat (EP 0531 869 A2). Dit bevestigingssysteem is onafhankelijk van de onderbouw monteerbaar. Dit moet de montage van fotovoltaïsche modules op een bedekt schuin dak bovenop de dakbedekkingsplaten ook achteraf mogelijk maken.
15 Tenslotte is ook nog een montageklem voor fotovoltaïsche modules bekend, die twee tegenover elkaar geplaatste en in tegengestelde richting geopende U-vormige profielen omvat (EP 0 531 869 A2). Met deze montageklem is het echter niet mogelijk, meerdere modules met elkaar te koppelen.
De uitvinding heeft als doel, te voorzien in een inrichting, waarmee tenminste 20 twee plaatvormige constructieonderdelen op een dak met elkaar gekoppeld kunnen worden.
Dit doel wordt volgens de kenmerken van conclusie 1 bereikt.
De uitvinding betreft een inrichting voor de in-dak-verbinding van ten minste twee plaatvormige constructieonderdelen op een schuin dak, bijvoorbeeld van twee 25 fotovoltaïsche laminaten. Hierbij is in een speciaal gevormd aansluitprofiel voorzien, dat twee boven elkaar voorziene en in tegenovergestelde richting geopende U-vormige profieldelen omvat. In een van de U-vormige profieldelen bevindt zich een afdichting-profiel. Het genoemde aansluitprofiel dient voor de verbinding van de plaatvormige constructieonderdelen in goot-nok-richting. Voor de aaneenkoppeling van de construc-30 tieonderdelen loodrecht hierop zijn bijzondere aansluitplaten voorzien, die de dakele-menten aan de rechter en linker rand kunnen opnemen en die aan elkaar zijn gekoppeld, en wel dusdanig, dat een aaneenkoppeling niet alleen in horizontale, maar ook in verticale richting mogelijk wordt. Voor de verticale aaneenkoppeling zijn de aansluitplaten 3
conisch uiigevoerd, zodat de plaat van 26ïi constru ctieonderdeel in de plaat van het an- I
dere constructieonderdeel kan worden geschoven.
Een uitvoeringsvoorbeeld van de uitvinding is in de tekening afgebeeld en wordt in het volgende nader beschreven. Het toont: .
5 Fig. 1 een voor de toepassing van de uitvinding toereikend gebruikelijk daklat samenstel;
Fig. 2 een fotovoltaïsche laminaat zonder lijst, dat bij de uitvinding wordt ingezet;
Fig. 3 een fotovoltaïsche in-dak-constructie, waarvoor de uitvinding is bedoeld; 10 Fig. 4 een zijaanzicht van verschillende schubvormige over elkaar geplaatste fo tovoltaïsche laminaten, die volgens de uitvinding aan elkaar gekoppeld zijn;
Fig. 5 een vergroot doorsnede-aanzicht van de koppelinrichting tussen twee fotovoltaïsche laminaten;
Fig. 6 een zijaanzicht, niet in doorsnede, van de in fig. 5 getoonde koppelinrich- 15 ting;
Fig. 7 een aanzicht A op de koppelinrichting;
Fig. 8 een aanzicht B op de koppelinrichting;
Fig. 9 een aanzicht C op de koppelinrichting;
Fig. 10 een perspectivisch aanzicht van de koppelinrichting, overeenkomstig fig.
20 7;
Fig. 11 een aanzicht D van de koppelinrichting, waarbij de koppelinrichting met een laminaat is verbonden en het laminaat aansluitelementen omvat;
Fig. 12 een deelaanzicht van opzij van fig. 11;
Fig. 13 de einden van twee laminaten die in goot-nok-richting met elkaar verbon- 25 den worden en aan de zijkant aansluitplaten omvatten;
Fig. 14 een plaat als verbindingselement tussen laminaten en gebruikelijke dakbedekking;
Fig. 15 een doorsnede door de plaat volgens fig. 14;
Fig. 16 de verbinding tussen een module en een plaat; 30 Fig. 17 vier gemonteerde modules;
Fig. 18 een doorsnede door een module met aan beide kanten opliggende dakpannen.
/ n ? / : 4
In het fig. 1 is een deel van een dakopbouw 1 getoond, waarop de inrichting volgens de uitvinding kan worden aangebracht. Het gaat hierbij om een gebruikelijke dakopbouw met vanaf de goot naar de nok verlopende spanten 2 tot 6 en loodrecht hierop verlopende latten 7 tot 11. Een speciale onderbouw voor de fotovoltaïsche module vol-5 gens de uitvinding is niet noodzakelijk.
Het fig. 2 toont een fotovoltaïsch laminaat 12, zoals het bij de uitvinding wordt toegepast. Dit laminaat 12 bestaat uit een glasplaat 13, een fotovoltaïsche laag 14 en een afsluitende folie 15. Verdere componenten bevat het laminaat niet, in het bijzonder geen lijst. Het gaat derhalve om een zogenaamd standaard-laminaat.
10 De combinatie van laminaat en lijst wordt gewoonlijk module genoemd. In het fig. 3 is een stuk van een dak getoond, dat van vier fotovoltaïsche modules 16 tot 19 is voorzien, waarbij de modules 16 tot 19 niet over de dakpannen 20, maar tussen de dakpannen zijn geplaatst. Bij deze modules 16 tot 19 gaat het derhalve om in-dak-modules.
Het fig. 4 toont een zijaanzicht van drie schubachtig over elkaar liggende modu-15 les 21 tot 23, die op daklatten 24 tot 27 liggen. Omdat de lijsten weggelaten zijn, herkent men in het fig. 4 strikt genomen eigenlijk alleen laminaten 21 tot 23. Met 28 is een schort aan de gootzijde aangeduid, die bijvoorbeeld uit lood of Waka-flex bestaat. Dit schort ligt over twee latten 29, 30. Aan het einde aan de nokzijde van de modules 21 tot 23 is een aanzetkap 31 geplaatst, die met een schuimstof 32 afsluit. Met 33 is een ver-20 dere daklat aangeduid.
Wezenlijk voor de uitvinding zijn de verbindingselementen 34, 35 tussen de afzonderlijke modules 21, 22, 23 alsmede de afsluitelementen 36, 37 van de bovenste en onderste modules 21,23.
De modules 21 tot 23 bestaan in hoofdzaak uit de fotovoltaïsche standaard-25 laminaten 38 tot 40 en verbindingsprofielen 41 tot 43, die in fig. 4 sterk vereenvoudigd zijn getoond.
Het verbindingselement 35 tussen de modules 22 en 23 is in fig. 5 nog een keer nauwkeuriger en in doorsnede getoond. Het bestaat in hoofdzaak uit een aansluitprofiel 44, dat in het onderste gedeelte een rechthoek vormt, die uit twee benen 45, 46 parallel 30 aan de standaard-laminaten 39, 40 en twee benen 47, 48 loodrecht hierop staat. Het been 47 is aan het onderste einde 49 over 90° omgedraaid, zodat deze op het einde 50 van het been 46 ligt. Door beide einden 49, 50 is een gat 51 geboord, waardoor een schroef voor het opschroeven op de lat 26 kan worden gestoken. Het parallel aan de 1 ii y Λ i I - ; vi 5 standaard-laminaten 39, 40 verlopende been 45 jüigt aan bet rechte einde 52 loodrecht | naar boven af en verloopt parallel aan een verlenging 53 van het been 48. Aan het einde van deze verlenging 53 buigt het been 45 opnieuw over 90° af, zodat deze nu weer als been 54 parallel aan het been 46 verloopt. De beengedeeltes 45, 52 en 54 vormen een 5 U, waarin zich een rubber profiel 55 bevindt, die het einde van het standaard-laminaat 39 omsluit. Het beengedeelte 54 gaat vervolgens over in een eerste L-vormig been met de beide beengedeeltes 56, 57 en een tweede L-vormig been met de beengedeeltes 58, 59. Deze L-vormige benen 58, 59 vormen een opname voor het einde aan de gootzijde van het standaard-laminaat 40.
10 De doorsnede door het aansluitprofiel 44 verloopt ongeveer door het midden van het aansluitprofiel 44. De benen 56 tot 59 bevinden zich alleen in dit middelste gedeelte. Met 60 is enkel een radiuskant aan geduid. Daarvoor en daarachter zijn strippen voorzien, waarvan men in het fig. 5 alleen de achterste strip 63 herkent.
Onder de module 22, 23 bevinden zich twee in elkaar geschoven S-vormige pla-I 15 ten. Een been 61 van een onderste plaat 43, waarin een bovenplaat, waarvan men been I 62 herkent, rust, steekt uit het vlak van tekening naar buiten. Het andere, niet zichtbare been van deze plaat steekt in het vlak van tekening naar binnen.
In het fig. 6 is het aansluitprofiel 44 nog een keer van de zijkant getoond, echter , niet in een aanzicht in doorsnede. Men herkent hierbij de voorste strip 64, die net zo 20 gevormd is als de niet in fig. 6 te herkennen achterste strip 63.
Het fig. 7 toont een aanzicht A op het aansluitprofiel 44. Men herkent hierbij, dat de middelste strip 59 ongeveer net zo langgerekt is als de zij-strippen 63 resp. 64. Bovendien herkent men dat het been 48 minder breed is als de beengedeeltes 52 of 47.
In fig. 8 is een aanzicht B op het aansluitprofiel 44 getoond. Men herkent hierbij, 25 dat op het been 45 twee afbuigingen 65, 66 van dit been aansluiten.
Fig. 9 toont een aanzicht C op het aansluitprofiel 44, terwijl fig. 10 een perspectivisch aanzicht A van hetzelfde aansluitprofiel 44 toont. Bij het perspectivische beeld is te herkennen, dat de beengedeeltes 47, 49, 52 tegenover de benen 46, 48 uitsteken. Bovendien herkent men, dat tussen het beengedeelte 52 en de afbuigingen 65, 66 een in-30 keping 88 (vgl. inkeping 88 in fig. 6) is voorzien, die voor de opname van verder nog te beschrijven zwaarden 74, 77 van belang is.
In het fig. 11 is het laminaat 39 in een aanzicht van onderen getoond, waarbij deze met het aansluitprofiel 44 en zij-aansluitprofielen 43, 70, 71 in verbinding staat. Het 6 aansluitproiïel 44 is hierbij in een aanzicht D getoond. Het laminaat 39 bevindt zich bij de afbeelding van het fig. 11 onderop, terwijl respectievelijk de aansluitprofielen 43, 70, 71 en het aansluitprofiel 44 zich bovenop bevinden. Bij het verbindingsprofiel 43 betreft het een L-vormige plaat, waarvan een been 72 parallel aan het laminaatopper- 5 vlak verloopt, terwijl het andere been 73 loodrecht hierop staat. Het been 72 verbreedt zich vanaf het aansluitprofiel 44 naar beneden, om zich vervolgens weer te versmallen en een zwaard 74 te vormen. Het been 73 neemt in hoogte vanaf het aansluitprofiel 73 in de richting van het zwaard 74 af, wat in fig. 11 echter niet te herkennen is. Een gedeeltelijk ten opzichte van het verbindingsprofiel 43 in spiegelbeeld gevormde aan-10 sluitplaat is de aansluitplaat 70 aan de andere kant, dat eveneens een parallel aan het oppervlak van het laminaat 39 verlopend been alsmede een loodrecht hierop verlopend been 76 omvat. Ook deze aansluitplaat 70 eindigt in een zwaard 77. Het been 76 is echter voor een deel een naar onder openende U, dat een aansluitprofiel 71 vormt. Met 78 is een rubber profiel aangeduid, dat het einde van het laminaat 39 afsluit.
15 In fig. 12 is een aanzicht X op de inrichting volgens fig. 11 getoond, waarbij ech ter het aansluitprofiel 44 werd weggelaten. Men herkent hierbij het naar onder toe openende aansluitprofiel 71 met het been 79.
Het fig. 13 toont twee met elkaar te verbinden laminaten 39, 80, waarbij deze laminaten - anders dan in fig. 12 - bovenaan liggen, dwz. de aansluitplaten liggen onder-20 aan. Het aansluitprofiel 71 is hierbij - eveneens anders dan in fig. 11 - links van het zwaard 74 geplaatst.
De zwaarden 74, 77 worden voor het tot stand brengen van een verbinding tussen laminaten 39 en 80 naar boven verplaatst, waar zij over de afbuigingen 65, 66 glijden en deze aan de zijkant omsluiten. De afbuigingen 65, 66 zijn, zoals reeds verwacht, 25 verdiepingen in de plaat 45. Omdat boven deze verdiepingen inkepingen (88 in fig. 6 resp. tussen 65 en 52 in fig. 10) zijn voorzien, kunnen de zwaarden 74, 77 net zo ver in het aansluitprofiel 44 geschoven worden, dat een vaste verbinding tussen de beide laminaten 39, 80 tot stand wordt gebracht. Bij deze verbinding worden ook de profielen 71 en 81 met elkaar verbonden, wat mogelijk wordt, doordat het profiel 71 aan de bo-30 venkant breder is dan het profiel 81 aan de onderkant. Het profiel 81 ligt derhalve na het tot stand brengen van de verbinding met het onderste einde op het aansluitprofiel 71.
7
In het fig. 14 is een dakpan-aansluitplaat 90 getoond, dat in nok-goot-richting verloopt en de module aan de rechter- en linkerzijde van het overige dak afsluit. Bijvoorbeeld wordt deze aan de rechterkant van de inrichting volgens fig. 13 voorzien. Voor de zijwaarste koppeling van de module aan elkaar volstaan de profielen 71, 81, 5 waarin het verbindingsstuk 73 (fig. 11) ingrijpt. De dakpan-aansluitplaat 90 omvat drie verbindingsstukken 91 tot 93, waarvan de verbindingsstukken 92 en 93 loodrecht op de plaat staan. Het verbindingsstuk 91 is daarentegen naar binnen toe hellend. De in het fig. 14 getoonde dakpan-aansluitplaat 90 kan uit twee in elkaar geschoven golfplaten bestaan. De afzonderlijke platen moeten dan zo zijn neergelegd, dat zij in elkaar ge-10 schoven kunnen worden, dwz. ze zijn aan het ene einde minder breed dan aan het andere einde.
In het fig. 15 is een dwarsdoorsnede-aanzicht Y door de dakpan-aansluitplaat getoond, waaruit de betreffende rangschikking van de verbindingsstukken 91 tot 93 blijkt.
In het fig. 16 is getoond, hoe de koppeling tussen een laminaat 78 en de dakpan-15 aansluitplaat 90 gebeurt. Het fig. 16 komt hierbij grotendeels overeen met het fig. 12, echter gedraaid over 180°. Men herkent, dat het het been 73 is, die het been 93 van de dakpan-aansluitplaat 90 aan de achterkant aangrijpt.
Het fig. 17 toont 4 fotovoltaïsche modules 100 tot 103 na de montage. Men herkent hierbij de aanzetkappen 104, 105 aan de nokzijde, waarvan er één reeds in het fig. 20 4 is getoond. Bovendien herkent men de aansluitplaten 106 tot 109, waarbij telkens twee aansluitplaten 106, 107 resp. 108, 109 in elkaar zijn geschoven. De aan de goot-zijde afsluitende schorten 28 (fig. 4) zijn in het fig. 17 niet getoond.
De installatie van de inrichting volgens de uitvinding vindt plaats met de volgende methode.
25 Allereerst worden de daklatten 7 tot 11 (fig. 1) resp. 24 tot 27 (fig. 4) voor de schorten 28 en de modules 100 tot 103 (fig. 17) alsmede voor de aanzetkappen (31, 104, 105) geplaatst. Vervolgens worden de schorten 28 aan de gootzijde (fig. 4) op de gebruikelijke methode gelegd. Aansluitend worden resp. de dakpan-aansluitplaten 90 (fig. 14) aansluitplaten 106 tot 109 (fig. 17) gemonteerd, waarbij het in zekere zin een 30 verbindingselement tussen het bedekkingsmateriaal 20 en een vlak van de module betreft. Aan de ene kant wordt het bedekkingmateriaal 20 met passende overdekking op de aansluitplaten 106 tot 109 gelegd en aan de andere kant vormen het verbindingspro- 8 fiel 43 met de profielen 71, 81 de eerste waterloop en de eerste spleet tussen twee modules resp. laminaten 90, 80 (fig. 13).
Vervolgens wordt de eerste aanzetkap 31, 104, 105 aan de nokzijde geplaatst. Deze is eveneens een verbindingsdeel tussen dakbedekking 20 en module. Aan de naar 5 de nok toegekeerde zijde worden de dakelementen met de passende overdekking gelegd, en aan de gootzijde vormt het schort 28 een C-vormige opening voor de eerste module.
De eerste module wordt vervolgens aan de bovenkant afgedekt. De aanzetkap 31, 104, 105 aan de nokzijde sluit met het rechte gedeelte aan op de verbindingsplaat 108. 10 Daarna worden de modules in nok-goot-lijn gelegd, waarbij elke module met de daarvoor bestemde daklatten 7 tot 11, 24 tot 27 wordt vastgeschroefd. Bij de aaneenkoppe-ling van de modules onder elkaar worden de aan een module uitstekende zwaarden 77, 74 op de erover liggende afbuigingen 65, 66 gelegd (fig. 13). Hierdoor wordt de juiste positionering gewaarborgd en worden de modules tot tegen de aanslag naar elkaar ge-15 bracht.
Met deze methode wordt van boven naar beneden en van rechts naar links elke spleet afgewerkt, tot uiteindelijk de aansluitplaat 106, 107 wordt gemonteerd en door het bedekkingsmateriaal wordt afgedekt.
Het fig. 18 toont een dwarsdoorsnede door de volledig gemonteerde module, 20 waarbij deze dwarsdoorsnede parallel aan de noklijn verloopt.
Men herkent hierbij aan het rechter- en linkereinde telkens een dakpan 82, 83. Deze dakpan 82, 83 is in twee gescheiden delen getoond.
De dakpan 83 is daarbij met het linkereinde tussen het verbindingsstuk 91 en het verbindingsstuk 92 van de dakpan-aansluitplaat 93 ingevoerd. Het been 73 van het aan-25 sluitprofiel 70 grijpt aan achter het been 93 van de dakpan-aansluitplaat 90. Met het been 72 is het aansluitprofiel 70 met een einde van een laminaat 94 verbonden, dat in het fig. 18 in het midden is gedeeld. Het andere einde van het laminaat 94 is met een gootvormig aansluitprofiel 71 verbonden, waarin een aansluitprofiel 95 met een been 96 aangrijpt, waarbij het andere been 97 van het aansluitprofiel 95 met een tweede la-30 minaat 98 verbonden is. Het aansluitprofiel 95 van het tweede laminaat 98 komt overeen met het aansluitprofiel 70 van het eerste laminaat 94. Aan het linkereinde van het laminaat 98 is een verder gootvormig aansluitprofiel 99 geplaatst, waarbij een U-vormige goot door een bodem 110 met twee zij-benen 111, 112 gevormd wordt. Lood- 4 · 9
recht op het been 112 verloopt een verder b /^ω 113, die met het laminaat 98 verbonden I
is.
Het aansluitprofiel 99 van het tweede laminaat 98 komt overeen met het aansluit-profiel 71 van het eerste laminaat 94. In het been 111 van het aansluitprofiel 99 is het 5 V-vormige vervaardigde rechte einde 115 van een dakpan-aansluitplaat 114 gehangen.
Het andere einde van de dakpan-aansluitplaat 114 heeft de vorm van een schuin naar binnen hellend verbindingsstuk. De dakpan 82 is met het rechte einde in de tussenruimte tussen de beide einden 116, 115 van de dakpan-aansluitplaat 114 ingepast.
De verschillende vormen van de dakpan-aansluitplaten 90 en 114 komt voort uit 10 de omstandigheid, dat de dakpannen 82, 83 telkens met verschillende zijdes op de dakpan-aansluitplaten 90, 114 aansluiten.
De weergave van het fig. 18 is in zoverre vereenvoudigd, dat deze niet de conici-teit van de verschillende profielen en platen toont. Deze coniciteit, die men duidelijk in de fig. 11, 13 en 14 herkent, is wezenlijk voor het ineenschuiven van de module in nok-15 goot-richting.
* n ?..

Claims (8)

1. Inrichting voor de in-dak-verbinding van ten minste twee plaatvormige constructie-onderdelen (39,80) op een schuin dak, met een aansluitprofiel (44), dat twee boven 5 elkaar aangebrachte en in tegenovergestelde richting geopende U-vormige profieldelen (58, 59 resp. 45, 52, 54) omvat, met het kenmerk, dat in het aansluitprofiel (44) zij-inkepingen (88; tussen 65 en 62) voor de opname van koppelelementen (74, 77) voor de koppeling van de beide plaatvormige constructieonderdelen (39, 80), zijn voorzien.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat in een van de U-vormige pro fieldelen (45, 52, 54) een afdichtingsprofiel is voorzien.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat op het U-vormige pro-fieldeel (45, 52, 54) waarin zich het afdichtingsprofiel bevindt, een rechthoekig hol 15 profiel (45, 46, 47, 48) aansluit, dat van een gat (51) voor de doorvoer van een schroef of iets dergelijks is voorzien.
4. Inrichting volgens een der conclusies 1-3, met het kenmerk, dat de beide U-vormige profieldelen (58, 59 resp. 45, 52, 54) en het rechthoekige holle profiel (45, 46, 20 47, 48) door een één geheel vormend constructieonderdeel zijn gevormd.
5. Inrichting volgens een der conclusies 1-4, met het kenmerk, dat de openingsbreedte van de U-vormige profieldelen (46, 47, 58, 59; 45, 52, 54) tenminste met de dikte van de plaatvormige constructieonderdelen (39, 40) overeenkomt. 25
6 Inrichting volgens een der conclusies 1-5, met het kenmerk, dat het ene U-vormige profieldeel (58, 59) naar de nokzijde gericht is en is voorzien voor de opname van het randgedeelte van een eerste plaatvormig constructieonderdeel (40), terwijl het andere U-vormige profieldeel (45, 52, 54) naar de gootzijde gericht is en is voorzien voor de 30 opname van het randgedeelte van een tweede plaatvormig constructieonderdeel (39).
7. Inrichting volgens een der conclusies 1-6, met het kenmerk, dat het aansluitprofïel (44) twee strippen (63, 64) naast het U-vormige profiel (58, 59) omvat, die voor de bedekking van een plaatvormig constructieonderdeel (40) dienen.
8. Inrichting volgens een der conclusies 1-7, met het kenmerk, dat de zij-inkepingen (88) tussen een eerste been (52) en een afbuiging (65, 66) zijn voorzien.
NL1024168A 2002-09-02 2003-08-26 Inrichting voor de in-dak-verbinding van tenminste twee plaatvormige constructieonderdelen op een schuin dak. NL1024168C2 (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
DE10240939 2002-09-02
DE10240939.0A DE10240939B4 (de) 2002-09-02 2002-09-02 Vorrichtung für die In-Dach-Verbindung von wenigstens zwei plattenförmigen Bauteilen auf einem Schrägdach

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1024168C2 true NL1024168C2 (nl) 2004-03-03

Family

ID=31895655

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1024168A NL1024168C2 (nl) 2002-09-02 2003-08-26 Inrichting voor de in-dak-verbinding van tenminste twee plaatvormige constructieonderdelen op een schuin dak.

Country Status (2)

Country Link
DE (1) DE10240939B4 (nl)
NL (1) NL1024168C2 (nl)

Cited By (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CN106049769A (zh) * 2016-07-14 2016-10-26 江苏友科太阳能科技有限公司 一种构件式光伏瓦防水屋面
US10673373B2 (en) 2016-02-12 2020-06-02 Solarcity Corporation Building integrated photovoltaic roofing assemblies and associated systems and methods

Families Citing this family (12)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US8276329B2 (en) 2005-05-27 2012-10-02 Sunpower Corporation Fire resistant PV shingle assembly
US7155870B2 (en) * 2004-06-18 2007-01-02 Powerlight Corp. Shingle assembly with support bracket
DE102005028830A1 (de) 2005-06-14 2006-12-28 Würth Elektronik GmbH & Co. KG Dacheindeckung und Verfahren hierfür
FR2923236A1 (fr) * 2007-11-05 2009-05-08 Imerys Tc Soc Par Actions Simp Element d'etancheite pour chassis de panneaux et systeme correspondant
DE102010005281A1 (de) * 2010-01-21 2011-09-08 Eternit Ag Dacheindeckung aus flachen Dachsteinen oder Dachziegeln
DE102010014273A1 (de) * 2010-04-08 2011-10-13 Benjamin Kienzler Energieberatung Ltd. Befestigungssystem mit flachen plattenförmigen Bauelementen, insbesondere photovoltaische oder solarthermische Elemente
AT12772U1 (de) * 2011-03-07 2012-11-15 Inova Lisec Technologiezentrum Anordnung aus photovoltaik-modulen
FR2972471B1 (fr) * 2011-03-10 2016-03-18 Centurywatt Revetement d'un pan de toiture muni de panneaux photovoltaiques lamines ou bi-verre standard
DE102011103698A1 (de) * 2011-05-31 2012-12-06 Schletter Gmbh Anordnung rahmloser PV-Module an einer Dachkonstruktion
DE202011050343U1 (de) 2011-06-03 2011-08-08 Elektro Petring Gmbh Glasdach mit Solarmodulen
EP2679929A1 (de) * 2012-06-26 2014-01-01 Centrosolar AG Montage- und Dichtsystem zum Einbau einer Mehrzahl plattenförmiger Module in ein Schrägdach
GB2533422B (en) * 2014-12-19 2017-06-21 Forticrete Ltd A drainage piece for use in a roofing system

Family Cites Families (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB733027A (en) * 1953-07-21 1955-07-06 V & N Hartley Ltd Improvements in glazing bars for greenhouses and like structures
ES2095374T3 (es) * 1991-09-11 1997-02-16 Siemens Solar Gmbh Mordaza de sujecion para montajes.
DE19502215A1 (de) * 1995-01-25 1996-08-01 Zsw Dachintegriertes Photovoltaik-Modulsystem
DE19612488C1 (de) * 1996-03-29 1997-09-18 Braas Gmbh Trägerelement zum Befestigen eines flachen plattenförmigen Bauelements auf einem Schrägdach
DE19700873A1 (de) * 1997-01-04 1998-07-16 Gido Genschorek Bauelement zur Befestigung von plattenförmigen Bauteilen, insbesondere von Solarmodulen und Sonnenkollektoren über einer Unterlage
DE20010299U1 (de) * 2000-06-08 2000-11-16 Schüco International KG, 33609 Bielefeld Fassaden- und/oder Lichtdachkonstruktion und Montagevorrichtung zum Befestigen von Sonnenkollektoren an einer Fassaden- und/oder Lichtdachkonstruktion

Cited By (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US10673373B2 (en) 2016-02-12 2020-06-02 Solarcity Corporation Building integrated photovoltaic roofing assemblies and associated systems and methods
CN106049769A (zh) * 2016-07-14 2016-10-26 江苏友科太阳能科技有限公司 一种构件式光伏瓦防水屋面

Also Published As

Publication number Publication date
DE10240939A1 (de) 2004-03-25
DE10240939B4 (de) 2014-12-18

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL1024168C2 (nl) Inrichting voor de in-dak-verbinding van tenminste twee plaatvormige constructieonderdelen op een schuin dak.
US6640508B2 (en) Roof window assembly and components
US4621466A (en) Flashing frame for the installation of adjacent roof windows
US6637158B2 (en) Leak resistant entryway assembly with anti-wicking weather strips
US20130247471A1 (en) Nosing cover for door sill assembly
NO162777B (no) Fasade eller tak i metall-glass-utfoerelse.
NL1009743C2 (nl) Open-dakconstructie voor een voertuig, alsmede een met een dergelijke open-dakconstructie uitgevoerd voertuig.
WO2002057563A1 (en) A roof window assembly and components
BE1024285B1 (nl) Gordijngevel en set en werkwijze voor het opbouwen van een dergelijke gordijngevel
DK179519B1 (en) A roof window installed in an inclined roof structure with a flashing assembly and a method for weather proofing a roof window
NO142744B (no) Utstillingseske.
EP4139536A1 (en) Terrace canopy
EP1870532A2 (en) Rooflight
CA2944028C (en) Roof ridge integrated water-shedding apparatus
NO153694B (no) Fremgangsmaate ved fremstilling av metallgjenstander som er helt eller delvis belagt med et keramisk materiale
RS50480B (sr) Fasada i/ili krov i letva za zaptivanje
JP4553885B2 (ja) 建造物のカーテンウォール構造
GB1581112A (en) Fixing solar collectors on roofs
RS50482B (sr) Fasada i/ili krov i nasadna zaptivka
EP3584397B1 (en) Drainage window sill
DK179409B1 (en) A flashing assembly and a method for weather proofing a roof window mounted in an inclined roof surface
ITMI972742A1 (it) Complesso di profilati metallici per la fabbricazione di facciate continue di edifici
JP2003193611A (ja) 簡易屋根
BE1026982B1 (nl) Beweegbare dakinrichting
NL1020437C2 (nl) Samenstel omvattende een waterslag of lekdorpel alsmede een of twee kopschotten, gevel voorzien van een dergelijk samenstel, alsmede een kopschot.

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20140301