NL1004640C2 - Beademingsinrichting. - Google Patents
Beademingsinrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1004640C2 NL1004640C2 NL1004640A NL1004640A NL1004640C2 NL 1004640 C2 NL1004640 C2 NL 1004640C2 NL 1004640 A NL1004640 A NL 1004640A NL 1004640 A NL1004640 A NL 1004640A NL 1004640 C2 NL1004640 C2 NL 1004640C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- tube
- trachea
- ventilation device
- sleeve
- cuff
- Prior art date
Links
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61M—DEVICES FOR INTRODUCING MEDIA INTO, OR ONTO, THE BODY; DEVICES FOR TRANSDUCING BODY MEDIA OR FOR TAKING MEDIA FROM THE BODY; DEVICES FOR PRODUCING OR ENDING SLEEP OR STUPOR
- A61M16/00—Devices for influencing the respiratory system of patients by gas treatment, e.g. ventilators; Tracheal tubes
- A61M16/04—Tracheal tubes
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61M—DEVICES FOR INTRODUCING MEDIA INTO, OR ONTO, THE BODY; DEVICES FOR TRANSDUCING BODY MEDIA OR FOR TAKING MEDIA FROM THE BODY; DEVICES FOR PRODUCING OR ENDING SLEEP OR STUPOR
- A61M16/00—Devices for influencing the respiratory system of patients by gas treatment, e.g. ventilators; Tracheal tubes
- A61M16/04—Tracheal tubes
- A61M16/0402—Special features for tracheal tubes not otherwise provided for
- A61M16/0409—Special features for tracheal tubes not otherwise provided for with mean for closing the oesophagus
Landscapes
- Health & Medical Sciences (AREA)
- Pulmonology (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Public Health (AREA)
- Anesthesiology (AREA)
- Biomedical Technology (AREA)
- Heart & Thoracic Surgery (AREA)
- Hematology (AREA)
- Emergency Medicine (AREA)
- Animal Behavior & Ethology (AREA)
- General Health & Medical Sciences (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Veterinary Medicine (AREA)
- Prostheses (AREA)
- Diaphragms For Electromechanical Transducers (AREA)
- Percussion Or Vibration Massage (AREA)
- External Artificial Organs (AREA)
- Gyroscopes (AREA)
- Respiratory Apparatuses And Protective Means (AREA)
Description
Titel: Beademingsinrichting.
De uitvinding betreft een beademingsinrichting voor een mens of zoogdier, omvattende een buis bestemd om via de mond en de keelholte naar de ingang van de 5 luchtpijp te worden gevoerd, waarbij aan het naar de luchtpijp te voeren verre einde van de buis een opblaasbare manchet is aangebracht.
Beademingsinrichtingen zijn bekend in de medische praktijk. Daar worden ze gebruikt bij tal van operaties en op de intensive care afdeling. In de stand van de 10 techniek worden endotracheale-buizen en larynxmaskers gebruikt.
Een endotracheale-buis wordt via de mond- en de keelholte tot in de luchtpijp, voorbij de stembanden, aangebracht. Aan de dunne flexibele buis is om het verre einde ervan, nabij het uiteinde, een ballon bevestigd. Na het plaatsen van de buis 15 wordt de ballon opgeblazen, zodat de ruimte tussen de buitenwand van de buis en de wanden van de luchtpijp luchtdicht wordt afgesloten. Daarna kan met beademingsmiddelen in de luchtpijp en in de lager gelegen longen luchtdruk worden opgebouwd.
20 Endotracheale-buizen hebben als belangrijk voordeel, dat de bedrijfszekerheid ervan erg groot is, en daarmee de veiligheid van het gebruik. De buizen worden daarom ook ingezet wanneer een patiënt langdurig beademend moet worden. Een ander voordeel is dat de buizen goedkoop zijn te fabriceren en daarom gebruikt kunnen worden als wegwerp-artikel. Het feit echter dat het verre einde van de buis, met 25 eraan vast een ballon, tussen de stembanden heen gestoken moet worden is een belangrijk nadeel van de endotracheale buizen. De stembanden dienen als bescherming van de luchtpijp en moeten, om het aanbrengen van de beademingsbuis mogelijk te maken, worden verslapt. Bovendien zijn de stembanden zeer kwetsbaar. Bij het aanbrengen van de beademingsbuis worden de stembanden geraakt en kunnen 30 de stembanden worden beschadigd. Dat kan leiden tot infecties, de vorming van littekenweefsel, het blokkeren van de luchtpijp of een blijvende heesheid voor de patiënt.
1004640 2
Ook loopt men met het in de luchtpijp aanbrengen van de endotracheale-buis het risico op tal van complicaties als kolonisatie, tracheobronchitis en longontsteking.
Een bijkomend nadeel van het gebruik van een endotracheale-buis is dat de doorsnede van de buis aanmerkelijk nauwer is dan de doorsnede van de luchtpijp 5 zelf. Dat betekent een belangrijke verhoging van de weerstand op luchtstroming tussen de mond en de luchtpijp. Aangezien beademingsbuizen vaak gebruikt worden bij mensen die problemen hebben met hun ademhaling is dit een ernstige tekortkoming.
10 Relatief dure larynxmaskers kenmerken zich door het feit dat ze via de mond- en de keelholte lopen tot in de ingang van de luchtpijp terwijl ze het strottenhoofd niet passeren. Het uiteinde van een larynxmasker is voorzien van een specifiek gevormd ingewikkeld opblaasbaar lichaam, dat de keelholte boven de luchtpijp luchtdicht kan afsluiten. Het opblaasbare lichaam is zo bevestigd, dat het aanligt tegen de borstzijde 15 van de keelholte. Na het opblazen van het opblaasbare lichaam wordt het larynxmasker luchtdicht aangesloten op de ingang van de luchtpijp. Een belangrijk voordeel van de larynxmaskers is, dat het gebruik ervan geen gevaar oplevert voor de stembanden, aangezien de maskers niet in de luchtpijp worden gestoken.
20 Aan het gebruik van de larynxmaskers kleeft echter ook een aantal nadelen. Het gebruik van de maskers garandeert niet dezelfde veiligheid, als het gebruik van endotracheale-buizen. Wanneer een patiënt tijdens het beademen gaat bewegen, is de kans op lekkage groot.
25 Bovendien moet het opblaasbare lichaam van een larynxmasker onder hoge druk gezet worden om een luchtdichte afsluiting te verkrijgen. Die druk is zo hoog dat, om beschadigingen aan de slijmlaag in de keelholte te voorkomen, larynxmaskers nooit langdurig gebruikt kunnen worden. Larynxmaskers beschermen de luchtpijp ook minder goed tegen het binnendringen van bijvoorbeeld vocht uit de slokdarm dan 30 endotracheale-buizen.
Een bijkomend nadeel van het gebruik van larynxmaskers is, dat ze door de hoge kostprijs niet gebruikt kunnen worden als wegwerpartikel. Na het gebruik van een 1004640 3 masker, wordt het niet weggegooid, maar gesteriliseerd. Het gebruik van larynxmaskers vereist dus de aanwezigheid van sterilisatiemiddelen.
Een beademingsinrichting van de in de inleiding genoemde soort wordt beschreven in 5 de internationale octrooiaanvrage WO-95/06492. In deze octrooiaanvrage wordt een beademingsinrichting beschreven die ondermeer een buis (12) en een opblaasbare manchet (14) omvat. Uit de tekst en de tekeningen van deze internationale octrooiaanvrage blijkt, dat bij met behulp van de manchet (14) de oropharynx (het deel van pharynx achter de tong) wordt afgesloten. Met behulp van de 10 beademingsinrichting volgens deze internationale octrooiaanvrage wordt gepoogd om de nasopharynx af te sluiten door de palatum molle op te lichten. Bovendien wordt de luchtweg op het niveau van de oropharynx afgesloten. Door middel van de opgeblazen manchet (14) wordt de tongbasis opgelicht en daardoor wordt indirect de epiglottis opgelicht. De manchet (14) is in opgeblazen toestand bovendien voorzien 15 van een uitsteeksel (28) aan de voorzijde van de manchet (14) om de beademingsinrichting achter de tongpositie te houden. Een belangrijk doel van de beademingsinrichting volgens WO-95/06492 is om manipulatie met de larynx te voorkomen. Dit kan alleen worden bereikt door de beademingsbuis niet verder dan in de oropharynx te steken. De buis mag om goed te functioneren niet in de 20 hypopharynx worden geplaatst.
In de beademingsinrichting volgens deze octrooiaanvrage is de toegang naar de slokdarm niet afgesloten. Derhalve bestaat er via de hypopharynx een open verbinding tussen de longen en de maag. Dat betekent dat tijdens het beademen, de 25 maaginhoud in de longen kan lopen. Dit is een ernstige beperking aangezien aspiratie van de maaginhoud in de longen tot een ernstige longontsteking kan leiden.
Volgens de tekst van de internationale octrooiaanvrage functioneert de beademingsinrichting alleen bij spontaan ademen en bij kunstmatige beademing 30 wanneer lage drukken worden gebruikt. De beademingsinrichtingen volgens deze octrooiaanvrage kunnen daarom alleen worden gebruikt bij anesthesie voor korte ingrepen.
1004640 4
Het is het doel van de onderhavige uitvinding om een beademingsinrichting te maken die de voordelen van het gebruik van endotracheale-buizen en larynxmaskers combineert, zonder de nadelen ervan over te nemen. De uitvinding beoogt in het bijzonder een beademings-inrichting te verschaffen, die een goede afsluiting en dus 5 weinig kans op lekken vertoont, verhindert dat ingeval van braken de maaginhoud in de longen terechtkomt, niet tot beschadiging van het strottenhoofd kan leiden en goedkoop, dus wegwerpbaar, is.
Dat doel wordt in de onderhavige uitvinding bereikt doordat de manchet een 10 zodanige vorm en afmetingen heeft dat hij in de in de keelholte aangebrachte en opgeblazen toestand, in hoofdzaak de hypopharynx opvult en de buis tegen de borstzijde van de larynx dwingt, waarbij de manchet ten opzichte van de hartlijn van de buis zodanig asymmetrisch op de buis geplaatst is dat het in volume grootste gedeelte van de manchet zich, bij de in de keelholte en opgeblazen toestand, aan de 15 rugzijde van de buis bevindt.
Het voordeel van een beademingsinrichting volgens onderhavige uitvinding is, dat de opblaasbare manchet zich in hoofdzaak zal bevinden tussen de buis en de rugzijde van de keelholte. Dat betekent dat bij het opblazen de manchet het verre einde van de 20 buis vanaf de rugzijde van de keelholte zal wegdrukken, in de richting van de opening van de luchtpijp. Daardoor wordt in de eerste plaats het verre einde van de buis voor de opening van de luchtpijp gepositioneerd. In de tweede plaats wordt daardoor voorkomen dat het verre einde van de buis de kwetsbare aanhechting van de stembanden aan de puntvormige scheiding tussen de luchtpijp en de slokdarm kan 25 raken en/of beschadigen.
Aangezien de beademingsinrichting volgens onderhavige uitvinding niet in de luchtpijp gestoken wordt, maar loopt tot in de ingang van de luchtpijp, kan de binnendiameter van de beademingsbuis ongeveer net zo groot gekozen worden als de 30 buitendiameter van endotracheale-buizen volgens de stand van de techniek. Dat heeft als voordeel dat de weerstand op de luchtstroming door de buis, vergeleken met de weerstand op de luchtstroming door endotracheale-buizen relatief laag is.
1004640 5
Om de ruimte boven de ingang van de luchtpijp luchtdicht te kunnen afsluiten is het voordelig wanneer de opblaasbare manchet, in opgeblazen toestand, is aangepast aan de anatomie van de keelholte. De keelholte heeft een kleinste doorsnede tussen de rugzijde van de tong en de achterwand van de keelholte. De keel heeft een grootste 5 doorsnede op het niveau van de ingang van de slokdarm en de luchtpijp. De manchet moet deze vorm, in opgeblazen toestand, opvullen. Dat wordt bereikt doordat de grootte van het doorsnede vlak van de manchet in opgeblazen toestand loodrecht op de hartlijn van de buis, toeneemt in de richting van het verre einde van de buis, en bovendien doordat de manchet in opgeblazen toestand in langsdoorsnede volgens de 10 hartlijn van de buis, in hoofdzaak de vorm heeft van een trapezium, met een van het verre einde van de buis.
Het voordeel van de vorm van de manchet volgens onderhavige uitvinding is onder meer, dat door deze vorm een luchtdichte afsluiting van de keelholte gewaarborgd 15 blijft, ook als de patiënt tijdens de beademing gaat bewegen of braken. Door de vorm van de manchet zal de buis bij het opblazen ervan niet verder het lichaam in bewegen. Ook wordt de buis niet door het manchet het lichaam uitgedrukt. Een verdere beweging van de buis is minimaal wanneer de mond van een patiënt bovendien wordt afgesloten met behulp van tape. Bij het gebruik van onderhavige 20 uitvinding wordt het aftapen van de mond, op dezelfde manier als gebruikelijk is bij het gebruik van andere beademingsinrichtingen, aangeraden.
Het is bovendien voordelig wanneer door de vorm van de manchet eventuele vochtophopingen in de mondholte niet in de luchtpijp kunnen komen. Dat wordt 25 bereikt doordat de relatief kleine bovenzijde van de manchet een hoek α kleiner dan 90° insluit met de hartlijn van de buis. Dit heeft als voordeel dat door een eventuele vochtophoping, de bovenzijde van de manchet steviger tegen de wand wordt gedrukt. De manchet voorkomt op die manier vochttransport langs de manchet naar de ingang van de luchtpijp.
30
Er wordt naar gestreefd dat een eventuele vochtophoping aan de relatief grote onderzijde niet in de luchtpijp kan belanden. Dat wordt bereikt doordat de relatief grote onderzijde een hoek β kleiner dan 90° insluit met de hartlijn van de buis. En 1004640 6 doordat de buitenwand van de manchet ten opzichte van de hartlijn van de buis zodanig onder een hoek γ loopt dat de buitenwand in de richting van het verre buiseinde wegloopt van de buis.
5 Het voordeel van deze vorm is dat een eventuele vochtophoping aan de relatief grote onderzijde aan de rugzijde van een in de keel aangebracht manchet in de richting van de mondholte kan worden getransporteerd.
De beademingsinrichting kan worden verbeterd wanneer bij het positioneren van de 10 buis een aanslag in de buurt van de ingang van de luchtpijp wordt gebruikt. Dat wordt bereikt doordat aan de buis, nabij het naar de luchtpijp te voeren verre einde ervan, een strip is bevestigd, bestemd om in het boveneinde van de slokdarm te worden aangebracht. Bij voorkeur is de genoemde strip L-vormig en maakt in de niet-gebruiksstand van de beademingsinrichting een kleine hoek (10-20°) met de 15 hartlijn van de buis, welke hoek bij in de keelholte aangebrachte toestand bij opgeblazen manchet tot circa 0° is verkleind.
De strip zal bij het aanbrengen van de buis in de slokdarm glijden. De strip geleidt daarmee het verre einde van de buis in de richting van de luchtpijp. De strip voorkomt dat het verre einde van de buis in de luchtpijp wordt gestoken. Door de 20 aanwezigheid van de strip is het aanbrengen van de buis en het positioneren van het naar de luchtpijp gekeerde verre einde van de buis, zonder andere hulpmiddelen en zonder uitvoerige training uit te voeren.
Het gebruik van de strip biedt bovendien nog een belangrijke bescherming tegen het binnendringen van vochtophopingen of van de maaginhoud, in de luchtpijp.
25
Om redenen van veiligheid wordt bij voorkeur niet alleen de manchet gebruikt om het gedeelte aan de longzijde van de manchet luchtdicht af te sluiten. Dat wordt bereikt doordat aan het verre einde van de buis een afdichtorgaan ter afdichting van de buis ten opzichte van de wanden van de luchtpijp bij de ingang daarvan is 30 aangebracht. Het voordeel van een dergelijk afdichtorgaan, dat de ingang van de luchtpijp al grotendeels luchtdicht afsluit, is dat de druk in de manchet relatief laag gehouden kan worden, zonder het risico te lopen dat langs de manchet lekkage optreedt. Een uitvoering van een afdichtorgaan zou kunnen bestaan uit een ring van 1004640 7 elkaar overlappende uitstaande flexibele flappen.
Bij voorkeur kan het genoemde afdichtorgaan in gesloten toestand in de luchtpijp worden aangebracht. Dat kan worden bereikt door een kap die bij het inbrengen van 5 het afdichtorgaan om de flexibele flappen valt en met een draad is verbonden die naar het begin van de buis voert. Het voordeel daarvan is dat de ingang van de luchtpijp bij het aanbrengen van het afdichtorgaan niet beschadigd wordt. Om extra lucht of zuurstof in te kunnen brengen kan de genoemde draad hol zijn.
10 De werking en het gebruik van de beademingsbuis volgens onderhavige uitvinding wordt toegelicht aan de hand van de volgende figuren, die een uitvoeringsvoorbeeld tonen.
Figuur 1 is een zij-aanzicht van de beademingsinrichting volgens de onderhavige 15 uitvinding in de niet-gebruiksstand.
Figuur la is een zij-aanzicht van een detail van de beademingsinrichting volgens de onderhavige uitvinding in de gebruiksstand.
20 Figuur 2 is een vooraanzicht van de beademingsinrichting volgens de onderhavige uitvinding.
Figuur 3 is een schets van de beademingsinrichting volgens de onderhavige uitvinding in aangebrachte toestand.
25
Figuur 4 is een zijaanzicht van het laatste deel van de inrichting, vergoot weergeven.
In figuur 1 is te zien dat op een beademingsbuis 1 een manchet 2 is aangebracht nabij het verre einde daarvan, dat wil zeggen, het naar de luchtpijp gerichte gedeelte. 30 In de tekening is de manchet 2 bevestigd aan de, in aangebrachte toestand, rugzijde van de buis. De dwarsdoorsnede van de in de figuur getekende manchet 2 loodrecht op de hartlijn van de buis heeft in hoofdzaak de vorm van een nier. Opgemerkt wordt dat de manchet 2 de buis ook geheel ringvormig kan omvatten. Het grootste volume 1004640 δ van de manchet 2 bevindt zich, in aangebrachte toestand, in beide gevallen aan de rugzijde van de buis.
In figuren 1 en 2 is te zien dat de strip 3 smaller uitloopt. Het onderlijf van de strip 3 5 is afgerond, dat heeft als voordeel dat de strip 3 de slijmlaag in de slokdarm niet kan beschadigen. De strip 3 sluit na het aanbrengen van de buis 1, de verbinding tussen slokdarm en de luchtpijp af. Dat levert een belangrijke bescherming van de luchtpijp en de luchtpijp op, voor het geval de patiënt tijdens het beademen gaat braken.
Aan het verre einde van de buis 1 is een afdichtorgaan 4 bevestigd. Het afdichtorgaan 10 4 dient om de opening van de luchtpijp af te sluiten. Het afdichtorgaan 4 bestaat in de getoonde uitvoering uit een aantal losse flappen, bijvoorbeeld van siliconenrubber, die elkaar gedeeltelijk overlappen. De flappen hebben ieder een lengte van ongeveer 10 mm. Zoals in figuur 1 wordt getoond, houdt een kap 5 het afdichtorgaan 4 bij elkaar. In figuur la is te zien dat de kap 5 met behulp van een draad 6 verder in de 15 richting van het verre einde van de buis 1 kan worden bewogen, waardoor de kap 5 loskomt van het afdichtorgaan 4 en de flappen uit kunnen klappen en onder een hoek van ongeveer 45° komen te staan ten opzichte van de hartlijn van de buis 1.
De draad 6 is gemaakt van een hard kunststofmateriaal of van een zacht kunststofmateriaal met een kern van metaal. Aangezien de draad stijf heeft en een 20 zekere kromming bezit, kan de draad het aanbrengen van de buis 1 vergemakkelijken. De draad 6 kan worden bediend met behulp van een knop 7 aan het begin van de buis 1.
Middels een kanaal 10 dat gedeeltelijk in de wand van de buis (1) is opgenomen kan 25 de manchet 2 worden opgeblazen.
Figuur 3 toont de buis 1 zoals via de mond in de keelholte van een mens aangebracht. De aan het verre einde van de buis 1 bevestigde manchet 2 is opgeblazen en ligt met de buitenkromming tegen de rugzijde van de keelholte 14. De 30 manchet 2 drukt daarbij het verre uiteinde van de buis 1 in de richting van de opening van de luchtpijp 9. De strip 3 ligt aan tegen de puntvormige scheidingswand 12 tussen de luchtpijp 9 en de slokdarm 11. De manchet 2 en de strip 3 positioneren het verre einde van de buis zo, dat het afdichtorgaan 4 in de luchtpijp 9 boven de 1004640 9 stembanden 8 ligt. Daarbij biedt de strip 3 een extra bescherming tegen het binnendringen van vocht uit de slokdarm 11 in de opening van de luchtpijp 9. Door de aanwezigheid van de strip 3 is voor het aanbrengen van de buis op de gewenste positie voor de stembanden 8 in de luchtpijp 9 een minimale training vereist. De strip 5 zorgt er bovendien voor dat de buis niet in de slokdarm 11 gestoken kan worden. Bij het plaatsen van de buis 1 maakt de strip 3 een zekere hoek (10° - 20°) met de hartlijn van de buis 1. Wanneer het manchet wordt opgeblazen zal die hoek afnemen naar ongeveer 0°.
10 In figuur 3 is te zien dat de vorm van de manchet 2 is aangepast aan de anatomie van de keelholte. In opgeblazen toestand ligt de positie van de buis in hoofdzaak vat. De buis 1 zal tijdens het opblazen van de manchet 2 niet meer verder het lichaam inkomen en ook niet door het manchet 2 het lichaam uitgedrukt worden. Bovendien is de kans op lekkage langs de manchet, wanneer de patiënt gaat bewegen of draaien 15 of wanneer de patiënt zijn nek of zijn hoofd beweegt, door de vorm van het manchet 2 klein. Dit geldt vooral als de mond van de patiënt is dichtgetaped.
Aangezien de buis niet in de luchtpijp wordt gestoken, maar tot in de ingang van de luchtpijp komt, kan de binnendiameter van de buis 1 even groot gekozen worden als 20 de buitendiameter van endotracheale buizen volgens de stand van de techniek. Dat betekent dat de weerstand die luchtstroming ondervindt in de buis kleiner is, dan wanneer een endotracheale buis gebruikt zou worden.
Onder het afdichtorgaan 4 kan druk worden opgebouwd in de luchtpijp 9. Het 25 weglekken van de lucht uit de luchtpijp in de richting van de keel- en mondholte, wordt dan door het afdichtorgaan 4 en de manchet 2 voorkomen.
Zoals te zien is in figuur 4, sluit de van het verre einde van de buis afgekeerde, relatief kleine bovenzijde van de manchet 2 een hoek α kleiner dan 90° in met de 30 hartlijn van de buis. De naar het verre einde van de buis toegekeerde onderzijde van de manchet 2, althans het deel dat naar achteren is gekeerd, sluit een hoek β kleiner dan 90° in met de hartlijn van de buis. De buitenwand van de manchet 2 maakt een hoek γ met de hartlijn van de buis, zodat de buitenwand zich gezien in de richting 1004640 10 van het verre buiseinde, van de buis verwijdert.
Aan de buis is nabij het verre uiteinde ervan een L-vormige strip 3 bevestigd, die bij het aanbrengen van de buis in de slokdarm gestoken wordt en helpt bij het positioneren van het verre uiteinde van de buis. De strip geleidt de buis zodanig dat 5 zij gecentreerd voor de opening van de luchtweg komt te liggen.
Een bijkomend voordeel is dat de beademingsinrichting door de eenvoudige uitvoering en prijs ervan als wegwerpartikel kan worden gebruikt.
10 De in de figuren getekende en besproken uitvoering van de beademingsinrichting is slechts bij wijze van voorbeeld aangegeven.
1004640
Claims (12)
1. Beademingsinrichting voor een mens of zoogdier, omvattende een buis bestemd om via de mond en de keelholte naar de ingang van de luchtpijp te worden gevoerd, 5 waarbij een aan het naar de luchtpijp te voeren verre einde van de buis een opblaasbaar manchet is aangebracht, met het kenmerk, dat de manchet (2) een zodanige vorm en afmetingen heeft dat hij in de in de keelholte aangebrachte en opgeblazen toestand, in hoofdzaak de hypopharynx opvult en de buis (1) tegen de borstzijde van de larynx (13) dwingt, waarbij de manchet (2) ten opzichte van de 10 hartlijn van de buis (1) zodanig asymmetrisch op de buis (1) geplaatst is dat het in volume grootste gedeelte van de manchet (2) zich, bij de in de keelholte en opgeblazen toestand, aan de rugzijde van de buis (1) bevindt.
2. Beademingsinrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de grootte van het 15 doorsnede vlak van de manchet (2) in opgeblazen toestand loodrecht op de hartlijn van de buis (1), toeneemt in de richting van het verre einde van de buis.
3. Beademingsinrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk dat de manchet (2) in opgeblazen toestand in langsdoorsnede volgens de hartlijn van de buis (1), in 20 hoofdzaak de vorm heeft van een trapezium, met een van het verre einde van de buis.
4. Beademingsinrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de relatief kleine bovenzijde van de manchet (2) een hoek α kleiner dan 90° insluit met de hartlijn van de buis (1). 25
5. Beademingsbuis volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de relatief grote onderzijde van de manchet (2) een hoek β kleiner dan 90° insluit met de hartlijn van de buis (1).
6. Beademingsinrichting volgens conclusie 3, 4 of 5, met het kenmerk, dat de buitenwand van de manchet (2) ten opzichte van de hartlijn van de buis (1) zodanig onder een hoek τ loopt dat de buitenwand in de richting van het verre buiseinde wegloopt van de buis (1). '1004 6 4 0
7. Beademingsinrichting volgens één van de bovenstaande conclusies, met het kenmerk, dat aan de buis (1), nabij het naar de luchtpijp te voeren verre einde ervan, een strip (3) is bevestigd, bestemd om in het boveneinde van de slokdarm te worden aangebracht. 5
8. Beademingsinrichting volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat de genoemde strip (3) L-vormig is en in de niet-gebruiksstand van de beademingsrichting een kleine hoek (10-20°) maakt met de hartlijn van de buis (1), welke hoek bij in de keelholte aangebrachte toestand bij opgeblazen manchet (2) tot circa 0° is verkleind. 10
9. Beademingsinrichting volgens één van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat aan het verre einde van de buis (1) een afdichtorgaan (4) ter afdichting van de buis (1) ten opzichte van de wanden van de luchtpijp (9) bij de ingang daarvan is aangebracht. 15
10. Beademingsinrichting volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat genoemd afdichtorgaan (4) bestaat uit een ring van elkaar overlappende uitstaande flexibele flappen.
11. Beademingsinrichting volgens conclusie 10, gekenmerkt door een kap (5) die bij het inbrengen van het afdichtorgaan (3) om de flexibele flappen (4) valt en met een draad (6) is verbonden die naar het begin van de buis (1) voert.
12. Beademingsinrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de draad (6) 25 hol is. 1004640
Priority Applications (11)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1004640A NL1004640C2 (nl) | 1996-11-28 | 1996-11-28 | Beademingsinrichting. |
| PT97947988T PT971765E (pt) | 1996-11-28 | 1997-11-24 | Dispositivo de respiracao artificial |
| PCT/NL1997/000641 WO1998023317A1 (nl) | 1996-11-28 | 1997-11-24 | Beademingsinrichting |
| AU54149/98A AU5414998A (en) | 1996-11-28 | 1997-11-24 | Artificial respiration device |
| DK97947988T DK0971765T3 (da) | 1996-11-28 | 1997-11-24 | Indretning til kunstigt åndedræt |
| AT97947988T ATE220339T1 (de) | 1996-11-28 | 1997-11-24 | Künstliches beatmungsgerät |
| DE69713906T DE69713906T2 (de) | 1996-11-28 | 1997-11-24 | Künstliches beatmungsgerät |
| ES97947988T ES2178019T3 (es) | 1996-11-28 | 1997-11-24 | Dispositivo de respiracion artificial |
| US09/308,811 US6378521B1 (en) | 1996-11-28 | 1997-11-24 | Artificial airway device |
| JP52456198A JP3565866B2 (ja) | 1996-11-28 | 1997-11-24 | 人工呼吸具 |
| EP97947988A EP0971765B1 (en) | 1996-11-28 | 1997-11-24 | Artificial respiration device |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1004640 | 1996-11-28 | ||
| NL1004640A NL1004640C2 (nl) | 1996-11-28 | 1996-11-28 | Beademingsinrichting. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1004640C2 true NL1004640C2 (nl) | 1998-06-05 |
Family
ID=19763951
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1004640A NL1004640C2 (nl) | 1996-11-28 | 1996-11-28 | Beademingsinrichting. |
Country Status (11)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US6378521B1 (nl) |
| EP (1) | EP0971765B1 (nl) |
| JP (1) | JP3565866B2 (nl) |
| AT (1) | ATE220339T1 (nl) |
| AU (1) | AU5414998A (nl) |
| DE (1) | DE69713906T2 (nl) |
| DK (1) | DK0971765T3 (nl) |
| ES (1) | ES2178019T3 (nl) |
| NL (1) | NL1004640C2 (nl) |
| PT (1) | PT971765E (nl) |
| WO (1) | WO1998023317A1 (nl) |
Families Citing this family (30)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CA2220285C (en) | 1996-11-06 | 2006-10-03 | Archibald I.J. Brain | Endotracheal tube construction |
| GB2328879B (en) * | 1998-09-19 | 1999-07-21 | Amer Shaikh | An intubation device |
| GB9821771D0 (en) * | 1998-10-06 | 1998-12-02 | Brain Archibald Ian Jeremy | Improvements relating to laryngeal mask airway devices |
| US6119695A (en) * | 1998-11-25 | 2000-09-19 | Augustine Medical, Inc. | Airway device with provision for lateral alignment, depth positioning, and retention in an airway |
| US6701928B2 (en) * | 2000-04-06 | 2004-03-09 | Wake Forest University | Inhaler dispensing system adapters for laryngectomized subjects and associated methods |
| GB0103813D0 (en) * | 2001-02-16 | 2001-04-04 | Smiths Group Plc | Laryngeal mask assemblies |
| US6609521B1 (en) * | 2001-04-09 | 2003-08-26 | Regents Of The University Of Minnesota | Endotracheal tube |
| JP3702295B1 (ja) * | 2004-03-31 | 2005-10-05 | 国立大学法人 岡山大学 | 脳の冷却装置及びこれに用いる流体注入装置 |
| WO2006055047A2 (en) * | 2004-11-18 | 2006-05-26 | Mark Adler | Intra-bronchial apparatus for aspiration and insufflation of lung regions distal to placement or cross communication and deployment and placement system therefor |
| FR2882935A1 (fr) * | 2005-03-09 | 2006-09-15 | Farid Arezki | Sonde laryngee et masque glottique a deux ballonnets |
| US20070295337A1 (en) * | 2006-06-22 | 2007-12-27 | Nelson Donald S | Endotracheal cuff and technique for using the same |
| US20070296125A1 (en) * | 2006-06-22 | 2007-12-27 | Joel Colburn | Thin cuff for use with medical tubing and method and apparatus for making the same |
| US8196584B2 (en) | 2006-06-22 | 2012-06-12 | Nellcor Puritan Bennett Llc | Endotracheal cuff and technique for using the same |
| US8434487B2 (en) | 2006-06-22 | 2013-05-07 | Covidien Lp | Endotracheal cuff and technique for using the same |
| US7900632B2 (en) * | 2006-08-18 | 2011-03-08 | Cookgas, L.L.C. | Laryngeal mask with esophageal blocker and bite block |
| US8307830B2 (en) | 2006-09-29 | 2012-11-13 | Nellcor Puritan Bennett Llc | Endotracheal cuff and technique for using the same |
| US7950393B2 (en) * | 2006-09-29 | 2011-05-31 | Nellcor Puritan Bennett Llc | Endotracheal cuff and technique for using the same |
| DE102006060969B3 (de) * | 2006-12-20 | 2007-10-18 | Masterflex Ag | Beatmungsgerät mit Einführhilfe |
| DE102006060968B3 (de) * | 2006-12-20 | 2007-10-18 | Masterflex Ag | Beatmungsgerät mit Ösophagusverschluss |
| US20080210243A1 (en) * | 2007-03-02 | 2008-09-04 | Jessica Clayton | Endotracheal cuff and technique for using the same |
| US20080215034A1 (en) * | 2007-03-02 | 2008-09-04 | Jessica Clayton | Endotracheal cuff and technique for using the same |
| US8750978B2 (en) * | 2007-12-31 | 2014-06-10 | Covidien Lp | System and sensor for early detection of shock or perfusion failure and technique for using the same |
| US8172035B2 (en) * | 2008-03-27 | 2012-05-08 | Bose Corporation | Waterproofing loudspeaker cones |
| US7913808B2 (en) * | 2008-03-27 | 2011-03-29 | Bose Corporation | Waterproofing loudspeaker cones |
| US8590534B2 (en) * | 2009-06-22 | 2013-11-26 | Covidien Lp | Cuff for use with medical tubing and method and apparatus for making the same |
| EP2790764A4 (en) | 2011-12-15 | 2015-06-03 | Univ Leland Stanford Junior | DEVICES AND METHOD FOR PREVENTING TRACHEAL ASPIRATION |
| EP3065804A4 (en) | 2013-11-05 | 2017-08-16 | Ciel Medical, Inc. | Devices and methods for airway measurement |
| US11638797B2 (en) * | 2019-03-21 | 2023-05-02 | Airway Management Solutions, Llc | Apparatus for enabling blind endotracheal tube or guide wire insertion into the trachea |
| US12453829B2 (en) | 2020-12-02 | 2025-10-28 | Chong S. Kim | Multipurpose airway device |
| DE102021100521A1 (de) | 2021-01-13 | 2022-07-14 | IFA3D- Medical Solutions GmbH | Trachealkanüle |
Citations (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2541691A (en) * | 1949-06-24 | 1951-02-13 | Clarence D Eicher | Embalmer's drainage instrument |
| NL6615648A (nl) * | 1966-11-04 | 1968-05-06 | ||
| EP0284335A2 (en) * | 1987-03-24 | 1988-09-28 | Augustine Medical, Inc. | Tracheal intubation guide |
| US4840172A (en) * | 1986-09-04 | 1989-06-20 | Augustine Scott D | Device for positioning an endotracheal tube |
| WO1992013587A1 (en) * | 1991-02-11 | 1992-08-20 | Archibald Ian Jeremy Brain | Artificial airway device |
| WO1995006492A1 (en) * | 1993-08-31 | 1995-03-09 | The Johns-Hopkins University | Cuffed oro-pharyngeal airway |
| US5514153A (en) * | 1990-03-02 | 1996-05-07 | General Surgical Innovations, Inc. | Method of dissecting tissue layers |
Family Cites Families (37)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3169529A (en) * | 1963-05-27 | 1965-02-16 | Norman Z Koenig | Tracheostomy tube |
| US3616799A (en) * | 1969-10-08 | 1971-11-02 | Charles H Sparks | Tubes with sail cuffs for tracheal intubation |
| US3799173A (en) * | 1972-03-24 | 1974-03-26 | J Kamen | Tracheal tubes |
| US4150676A (en) * | 1975-07-01 | 1979-04-24 | National Catheter Corp. | Endotracheal tubes with intubation direction control means |
| DE3119854A1 (de) * | 1981-05-19 | 1982-12-16 | Drägerwerk AG, 2400 Lübeck | Vorrichtung zur positionierung eines trachealtubus |
| US4449523A (en) * | 1982-09-13 | 1984-05-22 | Implant Technologies, Inc. | Talking tracheostomy tube |
| US4672960A (en) * | 1984-08-15 | 1987-06-16 | Renbec International Corporation | Automatic intubation device for guiding endotracheal tube into trachea |
| US5020534A (en) * | 1985-01-23 | 1991-06-04 | Pell Donald M | Endotracheal tube apparatus and method |
| US4637389A (en) * | 1985-04-08 | 1987-01-20 | Heyden Eugene L | Tubular device for intubation |
| US4589410A (en) * | 1985-07-15 | 1986-05-20 | Miller Larry S | Endotracheal tube |
| US4700700A (en) * | 1986-09-15 | 1987-10-20 | The Cleveland Clinic Foundation | Endotracheal tube |
| US4886059A (en) * | 1988-06-23 | 1989-12-12 | Applied Biometrics, Incorporated | Endotracheal tube with asymmetric balloon |
| US5477852A (en) * | 1991-10-29 | 1995-12-26 | Airways Ltd., Inc. | Nasal positive airway pressure apparatus and method |
| US5241956A (en) * | 1992-05-21 | 1993-09-07 | Brain Archibald Ian Jeremy | Laryngeal mask airway with concentric drainage of oesophagus discharge |
| US5355879A (en) * | 1992-09-28 | 1994-10-18 | Brain Archibald Ian Jeremy | Laryngeal-mask construction |
| JP3782123B2 (ja) * | 1994-05-31 | 2006-06-07 | 住友ベークライト株式会社 | 咽腔用エアウエイ |
| GB9422224D0 (en) * | 1994-11-03 | 1994-12-21 | Brain Archibald Ian Jeremy | A laryngeal mask airway device modified to detect and/or stimulate mescle or nerve activity |
| US5477851A (en) * | 1995-01-26 | 1995-12-26 | Callaghan; Eric B. | Laryngeal mask assembly and method for removing same |
| US5513627A (en) * | 1995-01-27 | 1996-05-07 | Flam; Gary H. | Esophageal tracheal intubator airway |
| GB9504657D0 (en) * | 1995-03-08 | 1995-04-26 | Neil Michael J O | An improved artificial airway device |
| US5749357A (en) * | 1995-05-19 | 1998-05-12 | Linder; Gerald S. | Malleable introducer |
| MY115052A (en) * | 1995-10-03 | 2003-03-31 | Archibald Ian Jeremy Brain | Laryngeal mask airway incorporating an epiglottic elevating mechanism |
| DE29521244U1 (de) * | 1995-10-10 | 1996-10-17 | VBM Medizintechnik GmbH, 72172 Sulz | Transpharyngealtubus für Intubationsnarkosen |
| US5791341A (en) * | 1995-12-19 | 1998-08-11 | Bullard; James Roger | Oropharyngeal stent with laryngeal aditus shield and nasal airway with laryngeal aditus shield |
| GB9606012D0 (en) * | 1996-03-22 | 1996-05-22 | Brain Archibald Ian Jeremy | Laryngeal mask with gastric-drainage feature |
| US5720275A (en) * | 1996-03-26 | 1998-02-24 | The Research Foundation Of State Univ. Of New York | Tracheal guide |
| US5623921A (en) * | 1996-04-10 | 1997-04-29 | Kinsinger; J. William | Laryngeal mask airway and method for its use |
| US5682880A (en) * | 1996-07-26 | 1997-11-04 | Brain; Archibald Ian Jeremy | Laryngeal-mask airway with guide element, stiffener, and fiberoptic access |
| US5937859A (en) * | 1996-10-16 | 1999-08-17 | Augustine Medical, Inc. | Laryngeal airway device |
| GB2318297B (en) * | 1996-10-16 | 2000-04-12 | Smiths Industries Plc | A tracheal shield assembly |
| US6070581A (en) * | 1996-10-16 | 2000-06-06 | Augustine Medical, Inc. | Laryngeal airway device |
| NL1004721C2 (nl) * | 1996-12-06 | 1998-06-09 | Ideamed N V | Beademingsinrichting. |
| GB9705585D0 (en) * | 1997-03-18 | 1997-05-07 | Smiths Industries Plc | Laryngeal mask assemlies |
| GB9705537D0 (en) * | 1997-03-18 | 1997-05-07 | Smiths Industries Plc | Laryngeal mask assemblies |
| GB9709297D0 (en) * | 1997-05-03 | 1997-06-25 | Smiths Industries Plc | Laryngeal mask assemblies |
| US5853004A (en) * | 1997-06-02 | 1998-12-29 | Goodman; Evan J. | Pharyngeal bulb airway |
| US6119695A (en) * | 1998-11-25 | 2000-09-19 | Augustine Medical, Inc. | Airway device with provision for lateral alignment, depth positioning, and retention in an airway |
-
1996
- 1996-11-28 NL NL1004640A patent/NL1004640C2/nl not_active IP Right Cessation
-
1997
- 1997-11-24 WO PCT/NL1997/000641 patent/WO1998023317A1/nl not_active Ceased
- 1997-11-24 DK DK97947988T patent/DK0971765T3/da active
- 1997-11-24 ES ES97947988T patent/ES2178019T3/es not_active Expired - Lifetime
- 1997-11-24 DE DE69713906T patent/DE69713906T2/de not_active Expired - Fee Related
- 1997-11-24 JP JP52456198A patent/JP3565866B2/ja not_active Expired - Fee Related
- 1997-11-24 AT AT97947988T patent/ATE220339T1/de not_active IP Right Cessation
- 1997-11-24 EP EP97947988A patent/EP0971765B1/en not_active Expired - Lifetime
- 1997-11-24 US US09/308,811 patent/US6378521B1/en not_active Expired - Fee Related
- 1997-11-24 PT PT97947988T patent/PT971765E/pt unknown
- 1997-11-24 AU AU54149/98A patent/AU5414998A/en not_active Abandoned
Patent Citations (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2541691A (en) * | 1949-06-24 | 1951-02-13 | Clarence D Eicher | Embalmer's drainage instrument |
| NL6615648A (nl) * | 1966-11-04 | 1968-05-06 | ||
| US4840172A (en) * | 1986-09-04 | 1989-06-20 | Augustine Scott D | Device for positioning an endotracheal tube |
| EP0284335A2 (en) * | 1987-03-24 | 1988-09-28 | Augustine Medical, Inc. | Tracheal intubation guide |
| US5514153A (en) * | 1990-03-02 | 1996-05-07 | General Surgical Innovations, Inc. | Method of dissecting tissue layers |
| WO1992013587A1 (en) * | 1991-02-11 | 1992-08-20 | Archibald Ian Jeremy Brain | Artificial airway device |
| WO1995006492A1 (en) * | 1993-08-31 | 1995-03-09 | The Johns-Hopkins University | Cuffed oro-pharyngeal airway |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| ATE220339T1 (de) | 2002-07-15 |
| AU5414998A (en) | 1998-06-22 |
| WO1998023317A1 (nl) | 1998-06-04 |
| ES2178019T3 (es) | 2002-12-16 |
| DE69713906T2 (de) | 2002-11-21 |
| EP0971765A1 (en) | 2000-01-19 |
| JP3565866B2 (ja) | 2004-09-15 |
| PT971765E (pt) | 2002-11-29 |
| DE69713906D1 (de) | 2002-08-14 |
| DK0971765T3 (da) | 2002-09-23 |
| JP2000507487A (ja) | 2000-06-20 |
| EP0971765B1 (en) | 2002-07-10 |
| US6378521B1 (en) | 2002-04-30 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL1004640C2 (nl) | Beademingsinrichting. | |
| JP2931988B2 (ja) | 人工呼吸装置 | |
| US6722367B1 (en) | Valved fenestrated tracheotomy tube having outer and inner cannulae | |
| CA2101939C (en) | Artificial airway device | |
| ES2347969T3 (es) | Tubo de traqueotomia fenestrado que tiene una anula exterior e interior. | |
| CA1324551C (en) | Artificial airway device | |
| US5277178A (en) | Medico-surgical device | |
| JPS58109067A (ja) | 人工気道装置 | |
| US20080257356A1 (en) | Control tip for supraglottic airway device | |
| US20010054425A1 (en) | Hyperpharyngeal tube | |
| JP2000152995A (ja) | 薄型人工気道装置 | |
| US20090235936A1 (en) | Valved Fenestrated Tracheotomy Tube Having Inner and Outer Cannulae with Pressure Relief | |
| Sinha et al. | Supraglottic airway devices other than laryngeal mask airway and its prototypes | |
| CN221998555U (zh) | 一种插管软镜引导装置 | |
| CN215461148U (zh) | 一种一次性的气管切开插管 | |
| JP7078957B2 (ja) | 側孔が開閉自由な気管切開チューブ | |
| CN206026835U (zh) | 一种带套囊的鼻咽通气管 | |
| AU2012200683B2 (en) | Valved fenestrated tracheotomy tube having outer and inner cannulae |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| VD1 | Lapsed due to non-payment of the annual fee |
Effective date: 20090601 |