<Desc/Clms Page number 1>
"Een inrichting voor het opwekken van een stuwkracht volgens de werkwijze beschreven in het Belgisch uitvin- dersootrooi 703.852."
De onderhavige uitvinding betreft een inrichting voor het opwekken van sen stuwkracht volgens die werkwijze die in het Belgisch uitvindersocitrooi 703.852 algemeen om- schreven wordt met de figuur, 7. De inrichting biedt bovendien het voordeel principieel uit een eenvoudig me- chanisme te bestaan dat een mindmum aan wrijvingsverlies oplevert.
Om verdere kenmerken en eigenschappen van de uitvinding beter aan te tonen wordt deze laatste hieronder nader be- schreven aan de hand van de bijgevoegde,louter exempla- tieve tekeningen.
<Desc/Clms Page number 2>
Hierin tonen: figuur 15 een schematische voorstelling van een massa zodanig opgehangen dat ze een oscillerende beweging kan uitvoeren; figuur 16 een schematische voorstelling van een in- richting die het onderwerp uitmaakt van de beschrijving van
EMI2.1
dit uitvindersoetrooi; figuur 17 de massa voorgesteld in figuur 15 waarvan de oscillatie in resonantie is met de verdraaiing; figuur 18 de massa voorgesteld in figuur 15 waarvan de oscillatie niet in resonantie is met de verdraaiing.
In de figuur 15 wordt de massa 70 waarvan algemeen sprake in eis 1 van het octrooi 703.852, opgehangen tussen twee veren 71 en 72 die zelf bevestigd zijn aan bevesti- gingspunten 74 en 73. Wordt de massa uit haar rustpositie naar links of rechts verplaatst en nadien losgelaten, dan verkrijgt ze een oscillerende beweging.
Deze osoillerende beweging kan worden in stand gehouden door de massa 70 met de veren 71 en 72 in te bouwen in de Inrichting waarvan het bovenzicht is weergegeven in figuur 16. Het bevestigingspunt 73 beschrijft een cirkelvormige baan rond het verlengde van as 75, terwijl het punt 74, waaraan de veer 71 draaibaar bevestigd is, buiten het verlengde van as 75, dus excentrisch, ligt. De oscillaties van de massa 70 ten opzichte van bijvoorbeeld bevestigings- punt 73 is afhankelijk van het toerental van de as 75 en de excentrische stand van bevestigingspunt 74.
De verdraaiing van de as 75 wordt bekomen door hem draaibaar te
EMI2.2
monteren in de kussenblokken z en een aandrijvingsmecha- nisme te voorzien zoals bijvoorbeeld aangegeven in figuur 16
<Desc/Clms Page number 3>
waar een ketting 77 het kettingwiel 78 en 79 verbindt.
Het laatste wordt aangedreven door een motor 80 bij middel van een as 81. De lineaire verplaatsing van het beves- tigingspunt 74 wordt bekomen door het te laten glijden in horizontale gleuven voorzien in de steunen 82 bij middel van een hefboom 83 die op zijn beurt verplaatst wordt door de kruk 84 van de krukas 85. Deze krukas kan op zijn beurt over een gedeelte van een omwenteling verdraaid wor- den door bijvoorbeeld een aangepast tandwiel- en hefboom mechanisme 86 aangedreven door een motor 87. De krukas 85 beweegt niet door een krucht uitgeoefend door hefboom 83, hij is enkel te bewegen met de motor 87 omdat bijvoor- beeld de laatste eon ingebouwde, automatisch werkende rem heeft, of omdat in het mechanisme 86 de aandrijving van een worm op een wormwiel geschiedt.
De bedienaar van.deze inrichting kan de oscillatie van de massa 70 regelen door het toerental van motor 80 te wi jzigen, of door het bevestigingspunt74 te verplaat- sen bij middel van motor 87. In die mate zelf @ de amplitude van de oscillatie sterk vergroot door een re- sonantie tussen de oscillatie en de verdraaiing. In dit laatste geval zal de massa 70 grote krachten 88 en
89, in dezelfde zin van één richting, uitoefenen op de inrichting. Zie figuur 17.
Buiten deze resonantie, wordt een kleinere stuw- kracht bekomen door krachten 90 en 91 zoals weergegeven in figuur 18. Deze hebben een tegengestelde zin, maar zijn ongelijk bij constante hoeksnelheid, door het ver- schil in centrifugaalkracht veroorzaakt door de veran- dering van de draaistraal.
De resonantie kan ook automatisch bekomen worden
<Desc/Clms Page number 4>
door een instelling van het toerental van motor 80 of de stand van bevestigingspunt 74 door verdraaiing van motor 87, bij middel van een elektrische voeding gekontroleerd door de meting van de amplitude van de oscillatie van de massa 70 tussen de veren 71 en 72 bijvoorbeeld bij middel van een oordeelkundig geplaatste foto-cel of door meting van de stuwkracht van de propulsieinrichting door bijvoor- beeld een dynwnometer met elektrisch kontakt gemonteerd tussen de propulsieinrichting en het voort te stuwen voertuig.
De "tijd/kracht" grafiek, bekomen met de baschroven , inrichting werkend in de resonantie toestand , benadert deze voorgesteld in figuur 7 van het octrooi 703.852, met dien verstande dat er geen tijdsinterval is tussen de naar rechts gerichte pulsen,
De richting van de stuwkracht kan gewijzigd worden door de gehele inrichting voorgesteld in figuur 16, even- tueel zonder motor 80, as 81 en kettingwiel 79, te ver- draaien rond de as 75. De wijziging van de richting van de stuwkracht kan bijvoorbeeld nuttig zijn om het voertuig te helpen remmen of om de baanvastheid van het voertuig te verhogen bij het nemen van bochten.
Natuurlijk is de hierboven beschreven inrichting niet beperkend. De begrenzing van figuur 16 bij middel van aslijnen betekent dat zij meerdere malen kan uitge- breid worden met de reeds voorgestelde onderdelen.
Talrijke uitvoeringen, aangepast aan bepaalde vereisten, kunnen door een vakman verwezenlijkt worden aan de hand van de huidige beschrijving.