BE1031663B1 - Bouwblok voor een sleufsilo en een werkwijze voor het vormen van een wand van een sleufsilo - Google Patents
Bouwblok voor een sleufsilo en een werkwijze voor het vormen van een wand van een sleufsilo Download PDFInfo
- Publication number
- BE1031663B1 BE1031663B1 BE20235454A BE202305454A BE1031663B1 BE 1031663 B1 BE1031663 B1 BE 1031663B1 BE 20235454 A BE20235454 A BE 20235454A BE 202305454 A BE202305454 A BE 202305454A BE 1031663 B1 BE1031663 B1 BE 1031663B1
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- building block
- coupling means
- wall
- side wall
- building
- Prior art date
Links
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04H—BUILDINGS OR LIKE STRUCTURES FOR PARTICULAR PURPOSES; SWIMMING OR SPLASH BATHS OR POOLS; MASTS; FENCING; TENTS OR CANOPIES, IN GENERAL
- E04H7/00—Construction or assembling of bulk storage containers employing civil engineering techniques in situ or off the site
- E04H7/22—Containers for fluent solids, e.g. silos, bunkers; Supports therefor
- E04H7/24—Constructions, with or without perforated walls, depending on the use of specified materials
- E04H7/26—Constructions, with or without perforated walls, depending on the use of specified materials mainly of concrete, e.g. reinforced concrete or other stone-like materials
- E04H7/28—Constructions, with or without perforated walls, depending on the use of specified materials mainly of concrete, e.g. reinforced concrete or other stone-like materials composed of special building elements
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B2/00—Walls, e.g. partitions, for buildings; Wall construction with regard to insulation; Connections specially adapted to walls
- E04B2/02—Walls, e.g. partitions, for buildings; Wall construction with regard to insulation; Connections specially adapted to walls built-up from layers of building elements
- E04B2/14—Walls having cavities in, but not between, the elements, i.e. each cavity being enclosed by at least four sides forming part of one single element
- E04B2/16—Walls having cavities in, but not between, the elements, i.e. each cavity being enclosed by at least four sides forming part of one single element using elements having specially-designed means for stabilising the position
- E04B2/18—Walls having cavities in, but not between, the elements, i.e. each cavity being enclosed by at least four sides forming part of one single element using elements having specially-designed means for stabilising the position by interlocking of projections or inserts with indentations, e.g. of tongues, grooves, dovetails
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04C—STRUCTURAL ELEMENTS; BUILDING MATERIALS
- E04C1/00—Building elements of block or other shape for the construction of parts of buildings
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B2/00—Walls, e.g. partitions, for buildings; Wall construction with regard to insulation; Connections specially adapted to walls
- E04B2/02—Walls, e.g. partitions, for buildings; Wall construction with regard to insulation; Connections specially adapted to walls built-up from layers of building elements
- E04B2002/0202—Details of connections
- E04B2002/0204—Non-undercut connections, e.g. tongue and groove connections
- E04B2002/0228—Non-undercut connections, e.g. tongue and groove connections with tongues next to each other on one end surface and grooves next to each other on opposite end surface
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04H—BUILDINGS OR LIKE STRUCTURES FOR PARTICULAR PURPOSES; SWIMMING OR SPLASH BATHS OR POOLS; MASTS; FENCING; TENTS OR CANOPIES, IN GENERAL
- E04H7/00—Construction or assembling of bulk storage containers employing civil engineering techniques in situ or off the site
- E04H7/22—Containers for fluent solids, e.g. silos, bunkers; Supports therefor
- E04H2007/225—Silos with retaining wall type wall elements, e.g. trench silos
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Electromagnetism (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Fencing (AREA)
Abstract
De huidige uitvinding heeft betrekking op een bouwblok voor een sleufsilo, omvattende een hol balkvormig lichaam met een voorwand, een achterwand, een ondervlak, een open bovenvlak en twee zich tegenover elkaar bevindende zijwanden, waarbij een eerste zijwand voorzien is van een mannelijk koppelmiddel en de ertegenover gelegen tweede zijwand voorzien is van een vrouwelijk koppelmiddel met een complementaire vorm zodat de eerste zijwand van een eerste bouwblok en de tweede zijwand van een tweede naastliggend bouwblok door aangrijping van het mannelijke koppelmiddel in het vrouwelijke koppelmiddel met elkaar verbindbaar zijn, waarbij gezien in een richting dwars op de zijwanden het mannelijke koppelmiddel als een uitstekend deel en het vrouwelijke koppelmiddel als een verzonken deel is uitgevoerd, waarbij gezien in een richting dwars op het open bovenvlak het mannelijke koppelmiddel en het vrouwelijke koppelmiddel zich voorbij het open bovenvlak uitstrekken. De uitvinding heeft eveneens betrekking op een werkwijze en een gebruik.
Description
1 BE2023/5454
BOUWBLOK VOOR EEN SLEUFSILO EN EEN WERKWIJZE VOOR HET VORMEN
VAN EEN WAND VAN EEN SLEUFSILO
TECHNISCH DOMEIN
De uitvinding heeft betrekking op een bouwblok voor het vormen van een sleufsilo, meer bepaald een bouwblok voor het vormen van een wand van de sleufsilo. De uitvinding heeft eveneens betrekking op een werkwijze voor het vormen van een wand van een sleufsilo en een gebruik van het bouwblok voor het vormen van een sleufsilo voor opslag van agrarische bulkgoederen.
STAND DER TECHNIEK
Een sleufsilo is uit de stand der techniek gekend. Een sleufsilo is een verharde constructie met wanden en een afdeksysteem, zoals bijvoorbeeld een zeil, waarin bulkgoederen horizontaal opgeslagen kunnen worden. Sleufsilo’'s worden vaak gebruikt voor de opslag van agrarische bulkgoederen, zoals onder andere kuilgras, snijmais, bieten, bijproducten, compost en mest. Het gebruik van sleufsilo's, in plaats van onverharde opslagplaatsen, zorgt voor minder verlies (bij inkuilen en uithalen) en voorkomt verontreiniging met de grond. Daarnaast zijn de agrarische bulkgoederen gemakkelijker en veiliger tot grotere hoogte te stapelen.
Sleufsilo’s worden omwille van eenvoud van constructie en de beperkte kost meestal met behulp van L-vormige, T-vormige of U-vormige elementen of met behulp van modulaire bouwblokken opgebouwd. Deze elementen en bouwblokken zijn gewoonlijk uit beton vervaardigd. L-vormige elementen hebben als nadeel dat maar langs één zijde van het L-vormige element bulkgoederen kunnen gestapeld worden.
Bij een T-vormig element is het mogelijk om aan beide zijden bulkgoederen te stapelen. Beide elementen hebben als nadeel dat, indien ze op een reeds gegoten vloerplaat geplaatst worden, de voet van het L-vormige of T-vormige element een hindernis bij het uitkuilen van de sleufsilo vormt. Daarnaast hebben deze L-vormige of T-vormige elementen een zeer beperkte wanddikte, waardoor het quasi onmogelijk is om op deze elementen te lopen, bijvoorbeeld tijdens het afdichten en openen van de sleufsilo. Het U-vormige element komt aan deze tekortkomingen van de L-vormige en T-vormige element tegemoet. Een U-vormig element wordt vaak als tussenwand ter vervanging van een T-vormig element gebruikt en heeft als grote voordeel dat de sleufsilo veel toegankelijker wordt. Bijkomend heeft het U-vormige element geen
2 BE2023/5454 voet die hindert bij het uitkuilen van de sleufsilo. Een U-vormig element heeft als nadeel zijn kost. Door zijn gewicht, is het U-vormige element duur in transport en vereist bovendien veel wapening.
Een andere mogelijke oplossing zijn massieve modulaire bouwblokken. Deze modulaire bouwblokken worden volgens een halfsteensverband op elkaar geplaatst en worden dankzij noppen aan de bovenzijde en overeenkomstige uitsparingen aan de onderzijde met elkaar verbonden. Deze blokken zijn van ongewapend beton, maar zijn door hun massieve constructie toch stabiel. Een nadeel van de massieve modulaire bouwblokken is de hoge transportkost omwille van het gewicht. Een bijkomend nadeel zijn de vele betonnaden. Een wand van een sleufsilo moet luchtdicht afgesloten worden, zodat contact van de agrarische bulkgoederen met zuurstof vermeden wordt. Daarom worden alle betonnaden met een geschikte afdichtingskit afgedicht. Er zijn bij massieve modulaire bouwblokken zoveel naden dat een luchtdichte constructie niet kan gegarandeerd worden.
Een andere oplossing kan als een combinatie van U-vormige elementen en massieve modulaire bouwblokken beschouwd worden. Dit zijn holle betonnen blokken die eerst op elkaar geplaatst en vervolgens met bijvoorbeeld steenslag of zand gevuld worden.
Voordelen zijn dat er ook hier geen voet is die hindert tijdens het uitkuilen, de wand van de sleufsilo voldoende breed is om op te lopen, de transportkosten door de holle betonnen blokken lager is en de holle blokken groter zijn, waardoor er minder naden tussen de holle betonnen blokken zijn om toe te kitten. Een nadeel van deze holle betonnen blokken is dat deze gewoon op elkaar gestapeld worden en daardoor minder stabiel zijn en bulkgoederen minder hoog in de sleufsilo kunnen opgeslagen worden. De bulkgoederen kunnen ook niet worden samengedrukt omdat dit een te grote druk op de wand de sleufsilo veroorzaakt. Dergelijke holle betonnen blokken kunnen ook in halfsteensverband worden gestapeld, wat in een versterking van de wand van de sleufsilo resulteert. Dit heeft als nadeel dat zowel volledige als halve holle betonnen blokken vereist zijn. Bijkomend nadelig is dat een dergelijke wand niet eenvoudig in lengte uitbreidbaar is. Het is noodzakelijk om de wand van de sleufsilo gedeeltelijk te demonteren zodat de halve holle betonnen blokken aan een uiteinde van de wand van de sleufsilo door volledige holle betonnen blokken kunnen vervangen worden om de wand uit te breiden.
De huidige uitvinding beoogt minstens een oplossing te vinden voor enkele van bovenvermelde problemen of nadelen.
3 BE2023/5454
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING
In een eerste aspect betreft de huidige uitvinding een bouwblok volgens conclusie 1.
Doordat het mannelijke koppelmiddel en het vrouwelijke koppelmiddel zich voorbij het open bovenvlak uitstrekken, kunnen bouwblokken gewoon op elkaar gestapeld worden, dus voeg op voeg zonder halfsteensverband. Het mannelijke koppelmiddel en het vrouwelijke koppelmiddel vormen hierbij niet enkel een koppeling tussen twee naastliggende bouwblokken in eenzelfde laag, maar eveneens een koppeling tussen een bouwblok en een bovenliggend bouwblok. Hierdoor is een wand van de sleufsilo, gevormd door de bouwblokken, ook zonder halfsteensverband voldoende sterk.
Bijkomend voordelig is dat het afdichten met afdichtingskit eenvoudiger is omdat verticale voegen tussen bouwblokken over een volledige hoogte van de wand op lijn liggen en niet iedere laag verspringen, zoals bij halfsteensverband het geval is.
Eveneens zeer voordelig is dat de bouwblokken het mogelijk maken om een wand van de sleufsilo in lengte uit te breiden door aan een uiteinde van de wand extra bouwblokken te plaatsen. Het is hiervoor niet nodig om een deel van de wand opnieuw te demonteren om zo het halfsteensverband te kunnen respecteren.
Voorkeursvormen van het bouwblok worden weergegeven in de conclusies 2 tot en met 14.
In een tweede aspect betreft de huidige uitvinding een werkwijze volgens conclusie 15.
Deze werkwijze heeft onder meer als voordeel dat de wand van de sleufsilo zeer snel kan gevormd worden door het tegen en voeg op voeg op elkaar plaatsen van bouwblokken. Doordat een bouwblok van een bovenliggende laag bouwblokken met een bouwblok van een onderliggende laag bouwblokken verbonden wordt door het opnemen van het mannelijke koppelmiddel en het vrouwelijke koppelmiddel van het bouwblok van de onderliggende laag bouwblokken in de zijwanden van het bouwblok van de bovenliggende laag bouwblokken, wordt een muur gevormd die zelfs zonder halfsteensverband voldoende sterk is. Bijkomend voordelig aan de werkwijze is dat het niet nodig is om naast volledige bouwblokken ook halve bouwblokken te voorzien, wat tot een eenvoudiger logistiek proces leidt. Eveneens voordelig is dat de werkwijze eenvoudig toelaat om de gevormde muur indien nodig in lengte uit te breiden door
4 BE2023/5454 simpelweg aan een uiteinde van de gevormde muur bouwblokken bij te plaatsen. Het is niet noodzakelijk om de reeds gevormde muur gedeeltelijk te demonteren om een halfsteensverband te respecteren. Bijzonder voordelig is dat de werkwijze het afdichten van de gevormde muur vereenvoudigt, doordat verticale voegen niet iedere laag verspringen.
Een voorkeursvorm van de werkwijze wordt beschreven in de volgconclusie 16.
In een derde aspect betreft de huidige uitvinding een gebruik volgens conclusie 17.
Dit gebruik resulteert in een eenvoudige en goedkoop te construeren sleufsilo op een agrarisch bedrijf, dat snel met een afdichtingskit kan afgedicht worden en die bij uitbreiding van het agrarische bedrijf zonder afbraakwerken kan verlengd worden.
BESCHRIJVING VAN DE FIGUREN
Figuur 1A toont een vooraanzicht van een bouwblok volgens een eerste uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Figuur 1B toont een bovenaanzicht van het bouwblok volgens de eerste uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Figuur 1C toont een doorsnede van het bouwblok volgens de eerste uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Figuur 1D toont een perspectieftekening van twee op elkaar gestapelde bouwblokken volgens de eerste uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Figuur 2A toont een doorsnede van het bouwblok volgens een tweede uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Figuur 2B toont een perspectieftekening van het bouwblok volgens de tweede uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Figuur 3A toont een doorsnede van het bouwblok volgens een derde uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Figuur 4A toont een doorsnede van het bouwblok volgens een vierde uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Figuur 4B toont een perspectieftekening van het bouwblok volgens de vierde 5 uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Figuur 5A toont een doorsnede van het bouwblok volgens de vijfde uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Figuur 5B toont een perspectieftekening van het bouwblok volgens de vijfde uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING
Tenzij anders gedefinieerd hebben alle termen die gebruikt worden in de beschrijving van de uitvinding, ook technische en wetenschappelijke termen, de betekenis zoals ze algemeen begrepen worden door de vakman in het technisch veld van de uitvinding. Voor een betere beoordeling van de beschrijving van de uitvinding, worden de volgende termen expliciet uitgelegd. “Een”, “de” en “het” refereren in dit document aan zowel het enkelvoud als het meervoud tenzij de context duidelijk anders veronderstelt. Bijvoorbeeld, “een segment” betekent een of meer dan een segment.
De termen “omvatten”, “omvattende”, “bestaan uit”, “bestaande uit”, “voorzien van”, “bevatten”, “bevattende”, “inhouden”, “inhoudende” zijn synoniemen en zijn inclusieve of open termen die de aanwezigheid van wat volgt aanduiden, en die de aanwezigheid niet uitsluiten of beletten van andere componenten, kenmerken, elementen, leden, stappen, gekend uit of beschreven in de stand der techniek.
Het citeren van numerieke intervallen door de eindpunten omvat alle gehele getallen, breuken en/of reële getallen tussen de eindpunten, deze eindpunten inbegrepen.
In de context van dit document is een bovenbelasting een belasting die op gestapelde bulkgoederen die door een muur van een sleufsilo wordt tegengehouden, wordt uitgeoefend.
6 BE2023/5454
In de context van dit document zijn bulkgoederen onverpakte materialen of producten die in grote hoeveelheden worden opgeslagen. Dit kan onder meer gaan om grondstoffen zoals graan, kolen, erts, zand, cement en olie, maar ook om voedingsmiddelen zoals suiker, rijst, koffiebonen en meel.
In de context van dit document zijn agrarische bulkgoederen alle bulkgoederen die met landbouw of de productie van gewassen of vee te maken hebben. Dit kunnen geoogste gewassen zijn, zoals mais, bieten of kuilgras, maar ook producten nodig voor de productie van gewassen of vee, zoals veevoeder, of nevenproducten van de productie van gewassen of vee, zoals mest.
In een eerste aspect betreft de uitvinding een bouwblok voor het vormen van een sleufsilo.
Het bouwblok omvat een hol balkvormig lichaam met een voorwand, een achterwand, een ondervlak, een open bovenvlak en twee zich tegenover elkaar bevindende zijwanden. Het balkvormige lichaam is bij voorkeur een betonnen lichaam. Bij meer voorkeur is het balkvormige lichaam een betonnen lichaam uit één stuk. Bij voorkeur is het betonnen lichaam ongewapend, wat voordelig voor een eenvoudige en goedkope constructie van het bouwblok is. Het ondervlak is een open of een gesloten ondervlak.
Een eerste zijwand is voorzien van een mannelijk koppelmiddel. Een tweede zijwand, gelegen tegenover de eerste zijwand omvat een vrouwelijk koppelmiddel. Het vrouwelijke koppelmiddel heeft een complementaire vorm zodat de eerste zijwand van een eerste bouwblok en de tweede zijwand van een tweede naastliggend bouwblok door aangrijping van het mannelijke koppelmiddel in het vrouwelijke koppelmiddel met elkaar verbindbaar zijn. Met naastliggend wordt bedoeld dat het tweede bouwblok naast en tegen het eerste bouwblok geplaatst is. Gezien in een richting dwars op de zijwanden is het mannelijke koppelmiddel als een uitstekend deel uitgevoerd. Hiermee wordt bedoeld dat het mannelijke koppelmiddel in een richting dwars op de zijwanden uit de eerste zijwand en uit het holle balkvormige lichaam steekt. Gezien in een richting dwars op de zijwanden is het vrouwelijke koppelmiddel als een verzonken deel uitgevoerd. Hiermee wordt bedoeld dat het vrouwelijke koppelmiddel in een richting dwars op de zijwanden in de tweede zijwand verzonken is.
7 BE2023/5454
Het mannelijke koppelmiddel en het vrouwelijke koppelmiddel zijn voordelig voor het automatisch koppelen van naastliggende bouwblokken van eenzelfde laag door het tegen elkaar plaatsen van de naastliggende bouwblokken.
Het is duidelijk dat het bouwblok op de eerste zijwand meerdere mannelijke koppelmiddelen en dat de tweede zijwand meerdere complementaire vrouwelijke koppelmiddelen kan omvatten. Het is eveneens duidelijk dat de eerste zijwand eveneens één of meerdere vrouwelijke koppelmiddelen en de tweede zijwand één of meerdere complementaire mannelijke koppelmiddelen kan omvatten.
Bij voorkeur strekken de één of meerdere mannelijke koppelmiddelen en de één of meerdere vrouwelijke koppelmiddelen zich over een volledige hoogte van de zijwanden uit.
Het holle balkvormige lichaam is voordelig voor het bekomen van een licht bouwblok, waardoor de transportkost voor de bouwblokken laag is. Het open bovenvlak is voordelig voor het opvullen van het holle balkvormige lichaam na plaatsing met een vulmiddel. Het vulmiddel is bij voorkeur drainerend. Niet-limitatieve voorbeelden van geschikte vulmiddelen zijn steenslag en zand. Door het opvullen van het holle balkvormige lichaam met een vulmiddel, wordt het bouwblok zwaarder, waardoor een muur gevormd met de bouwblokken een grotere belasting kunnen dragen.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm strekken het mannelijke koppelmiddel en het vrouwelijke koppelmiddel zich, gezien in een richting dwars op het open bovenvlak, voorbij het open bovenvlak uit. Hierdoor zijn het mannelijke koppelmiddel en het vrouwelijke koppelmiddel omvat in de zijwanden geschikt voor het koppelen met een bovenliggend bouwblok, waarbij het mannelijke koppelmiddel en het vrouwelijke koppelmiddel in het bovenliggende bouwblok worden opgenomen.
Hierdoor kunnen bouwblokken gewoon op elkaar gestapeld worden, dus voeg op voeg zonder halfsteensverband. Het mannelijke koppelmiddel en het vrouwelijke koppelmiddel vormen hierbij niet enkel een koppeling tussen twee naastliggende bouwblokken in eenzelfde laag, maar eveneens een koppeling tussen een bouwblok en een bovenliggend bouwblok. Hierdoor is een wand van de sleufsilo, gevormd door de bouwblokken, ook zonder halfsteensverband voldoende sterk. Bijkomend voordelig is dat het afdichten met afdichtingskit eenvoudiger is omdat verticale voegen tussen bouwblokken over een volledige hoogte van de wand op lijn liggen en niet iedere laag verspringen, zoals bij halfsteensverband het geval is. Eveneens zeer
8 BE2023/5454 voordelig is dat de bouwblokken het mogelijk maken om een wand van de sleufsilo in lengte uit te breiden door aan een uiteinde van de wand extra bouwblokken te plaatsen, mits het behouden van een correcte oriëntatie van de bouwblokken. Het is hiervoor niet nodig om een deel van de wand opnieuw te demonteren om zo het halfsteensverband te kunnen respecteren.
Volgens een verdere uitvoeringsvorm strekken het mannelijke koppelmiddel en het vrouwelijke koppelmiddel zich over een lengte van minstens 3 cm, bij voorkeur minstens 4 cm, bij meer voorkeur minstens 5 cm, voorbij het open bovenvlak uit. De lengte wordt in een richting dwars op het open bovenvlak en vanaf het open bovenvlak gemeten.
Een lengte van minstens 3 cm waarover het mannelijke koppelmiddel en het vrouwelijke koppelmiddel zich voorbij het open bovenvlak uitstrekken, is voordelig voor het overdragen van krachten tussen twee op elkaar geplaatste bouwblokken.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm is het mannelijke koppelmiddel minstens een afstand A van randen van de eerste zijwand met de voorwand en de achterwand verwijderd. De genoemde randen zijn hoeken gevormd door de eerste zijwand met de voorwand en door de eerste zijwand met de achterwand. De afstand
A is minstens 11% van de breedte van de eerste zijwand. De afstand A is bij voorkeur gelijk voor de rand van de eerste zijwand met de voorwand en de rand van de eerste zijwand met de achterwand. Het vrouwelijke koppelmiddel is minstens een afstand B van randen van de tweede zijwand met de voorwand en de achterwand verwijderd.
De genoemde randen zijn hoeken gevormd door de tweede zijwand met de voorwand en door de tweede zijwand met de achterwand. De afstand B is minstens 11% van de breedte van de tweede zijwand. De afstand B is bij voorkeur gelijk voor de rand van de tweede zijwand met de voorwand en de rand van de tweede zijwand met de achterwand. De afstand A en de breedte van de eerste zijwand zijn in het vlak van de eerste zijwand en evenwijdig met het ondervlak gemeten. De afstand B en de breedte van de tweede zijwand zijn in het vlak van de tweede zijwand en evenwijdig met het ondervlak gemeten. Het is duidelijk dat door het holle balkvormige lichaam, de breedte van de eerste zijwand en de breedte van de tweede zijwand maar minimaal verschillend kunnen zijn.
De afstand B is belangrijk om te garanderen dat het holle balkvormige lichaam voldoende sterken hoeken heeft. In de tweede zijwand is het vrouwelijke
9 BE2023/5454 koppelmiddel als een verzonken deel uitgevoerd, waardoor er lokaal minder materiaal aanwezig is. Door het vrouwelijke koppeldeel op een afstand B van de genoemde randen te plaatsen, blijft er in de hoeken voldoende materiaal over om te vermijden dat het balkvormige lichaam bij belasting in de hoeken scheurt. De afstand A moet minstens even groot zijn, zodat het mannelijke koppelmiddel in het vrouwelijke koppelmiddel kan opgenomen worden. Bij voorkeur is de afstand A minstens 0.2 cm groter dan de afstand B, bij meer voorkeur minstens 0.3 cm.
De afstand A is bij voorkeur minstens 12% van de breedte van de eerste zijwand, bij meer voorkeur minstens 13%, bij nog meer voorkeur minstens 14%, bij zelfs nog meer voorkeur minstens 15%, en bij de meeste voorkeur minstens 16%.
De afstand B is bij voorkeur minstens 12% van de breedte van de tweede zijwand, bij meer voorkeur minstens 13%, bij nog meer voorkeur minstens 14%, bij zelfs nog meer voorkeur minstens 15%, en bij de meeste voorkeur minstens 16%.
Volgens een verdere uitvoeringsvorm strekt het mannelijke koppelmiddel zich over minstens 55% van de breedte van de eerste zijwand uit. Het vrouwelijke koppelmiddel strekt zich minstens over 55% van de breedte van de tweede zijwand uit. De breedte van de eerste zijwand en de tweede zijwand worden zoals voorheen beschreven gemeten.
Bij voorkeur strekt het mannelijke koppelmiddel zich over minstens 56% van de breedte van de eerste zijwand uit, bij meer voorkeur minstens 57%, bij nog meer voorkeur minstens 58%, bij zelfs nog meer voorkeur minstens 59% en bij de meeste voorkeur minstens 60%.
Bij voorkeur strekt het vrouwelijke koppelmiddel zich over minstens 56% van de breedte van de tweede zijwand uit, bij meer voorkeur minstens 57%, bij nog meer voorkeur minstens 58%, bij zelfs nog meer voorkeur minstens 59% en bij de meeste voorkeur minstens 60%.
Deze uitvoeringsvorm is voordelig om te vermijden dat het mannelijke koppelmiddel en het vrouwelijke koppelmiddel bij belasting op een muur van een sleufsilo — afscheuren, doordat afschuifkrachten over een voldoend groot oppervlakte verdeeld worden. Bij een mannelijk koppelmiddel is dit voor het volledige uitstekend deel van de eerste zijwand van toepassing, ook het deel dat zich voorbij het open bovenvlak
10 BE2023/5454 uitstrekt. Bij het vrouwelijke koppelmiddel is dit in het bijzonder van belang voor het deel dat zich voorbij het open bovenvlak uitstrekt.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm definiëren de voorwand, de achterwand, het ondervlak, het open bovenvlak en de twee zijwanden een enkelvoudig hol volume. Met een enkelvoudig hol volume wordt bedoeld dat het holle volume niet in compartimenten verdeeld is, bijvoorbeeld door tussenliggende steunvlakken. Dit is voordelig omdat hierdoor een eenvoudig en licht bouwblok bekomen wordt. Dit is bijkomend voordelig bij het opvullen van het holle balkvormige lichaam met vulmiddel. Door het ontbreken van tussenliggende steunvlakken kan het holle balkvormige lichaam volledig opgevuld worden. Er zijn geen verborgen ruimtes onder of naast een tussenliggend steunvlak dat mogelijks niet door het vulmiddel opgevuld wordt.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm is het ondervlak een gesloten ondervlak. Het gesloten ondervlak is bij voorkeur een geïntegreerd deel van het holle balkvormige lichaam. Het gesloten ondervlak is bij voorkeur uit beton. Een gesloten ondervlak is in het bijzonder voordelig voor een onderste laag bouwblokken van een muur van een sleufsilo. Het gesloten ondervlak vormt een stevig vlak voor het dragen van de muur. Het gesloten ondervlak is voordelig voor het vermijden dat een vulmiddel onderaan de muur kan wegvloeien. Het gesloten ondervlak is voordelig voor het opvangen van mogelijke vloeistoffen die via de muur uit de sleufsilo wegstromen.
Volgens een verdere uitvoeringsvorm omvat het bouwblok drainagevoorzieningen in het gesloten ondervlak. Bij voorkeur omvat het bouwblok minstens één drainagebuis in het holle balkvormige lichaam. Het gesloten ondervlak omvat bij voorkeur minstens één opening voor het aansluiten van een afvoerbuis op de minstens één drainagebuis. De drainagevoorzieningen in het gesloten ondervlak zijn voordelig voor het gecontroleerd afvoeren van vloeistoffen die via de muur uit de sleufsilo wegstromen en voor regenwater dat via een bovenzijde van de muur en doorheen het vulmiddel op het ondervlak van een onderste bouwblok terecht komt.
Volgens een alternatieve uitvoeringsvorm is het ondervlak een open ondervlak. Het holle balkvormige lichaam is dus zowel aan een onderzijde als een bovenzijde open.
Een open ondervlak is in het bijzonder geschikt voor hogere lagen bouwblokken van een muur van een sleufsilo. Het open ondervlak is bijzonder voordelig voor het
11 BE2023/5454 beperken van het gewicht van het bouwblok. Het open ondervlak is eveneens voordelig voor het opvullen van een muur van een sleufsilo met vulmateriaal nadat alle bouwblokken geplaatst zijn. Hierdoor kan sneller gewerkt worden in vergelijking met het opvullen van ieder bouwblok apart onmiddellijk na plaatsing. Een open ondervlak is eveneens geschikt voor een onderste laag bouwblokken indien de onderste laag bouwblokken bijvoorbeeld rechtstreeks op een betonnen fundering wordt geplaatst.
Volgens een verdere uitvoeringsvorm omvatten de zijwanden aan de zijde van het ondervlak uitsparingen voor het ontvangen van het mannelijke koppelmiddel en het vrouwelijke koppelmiddel. De uitsparingen zijn voordelig voor het opnemen van het mannelijke koppelmiddel en het vrouwelijke koppelmiddel van een onderliggend bouwblok. Hierdoor is er niet enkel een goede koppeling in een lengterichting van een muur van een sleufsilo gevormd door de bouwblokken, maar eveneens in een — hoogterichting.
Het is duidelijk dat dergelijke uitsparingen ook bij een gesloten ondervlak mogelijk zijn, maar minder nuttig aangezien een gesloten ondervlak vooral voor een onderste laag bouwblokken voordelig is.
Volgens een verdere uitvoeringsvorm hebben de uitsparingen een diepte die minstens 0.5 mm, bij voorkeur minstens 1 mm, bij meer voorkeur minstens 1.5 mm en bij nog meer voorkeur minstens 2 mm, meer is dan een lengte waarover de mannelijke koppelmiddelen en de vrouwelijke koppelmiddelen zich voorbij het open bovenvlak uitstrekken. De diepte van de uitsparingen wordt in een richting dwars op het ondervlak en vanaf het ondervlak gemeten.
Een diepte van de uitsparingen dat minimaal 0.5 mm meer is dan de lengte waarover de mannelijke koppelmiddelen en de vrouwelijke koppelmiddelen zich voorbij het open bovenvlak uitstrekken, is voordelig om ervoor te zorgen dat de mannelijke koppelmiddelen en de vrouwelijke koppelmiddelen volledig in de uitsparing kunnen worden opgenomen en dat bovenliggende bouwblokken volledig tegen onderliggende bouwblokken kunnen geplaatst worden, waardoor een minimale voeg ontstaat.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvatten de voorwand en de achterwand elk een hiel. De hielen liggen in een verlengde van het ondervlak. Het ondervlak is een open of een gesloten ondervlak. De hielen strekken strekt zich in
12 BE2023/5454 een richting weg van het holle balkvormige lichaam uit. De hielen zijn bij voorkeur één geheel met het holle balkvormige lichaam. De hielen strekken zich bij voorkeur van de eerste zijwand tot aan de tweede zijwand uit. Deze uitvoeringsvorm is voordelig voor het vormen van een hoge muur voor een sleufsilo, waarbij de hielen vermijden dat de hoge muur bij belasting kantelt. Met hoge muur wordt een muur met een hoogte van minstens 2.5 m bedoeld.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat het bouwblok drainagevoorzieningen door de voorwand en/of de achterwand. Bij voorkeur omvat het bouwblok minstens één drainagebuis in het holle balkvormige lichaam. De voorwand en/of de achterwand omvat bij voorkeur minstens één opening voor het aansluiten van een afvoerbuis op de minstens één drainagebuis. De drainagevoorzieningen door de voorwand en/of achterwand zijn voordelig voor het gecontroleerd afvoeren van vloeistoffen die via de muur uit de sleufsilo wegstromen en voor regenwater dat via een bovenzijde van de muur en doorheen het vulmiddel in het bouwblok terecht komt.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm heeft het bouwblok een lengte- breedteverhouding van minstens 1.5 en hoogstens 2.2. De lengte is in het vlak van de voorwand en evenwijdig met het ondervlak gemeten. De breedte is in het vlak van de tweede zijwand en evenwijdig met het ondervlak gemeten. Het is voor een vakman geschoold in het technische veld duidelijk dat de lengte ook in het vlak van de achterwand en de breedte in het vlak van de eerste zijwand kan gemeten worden.
In combinatie met een voorheen beschreven uitvoeringsvorm waarbij de voorwand en de achterwand elk een hiel omvatten, worden de hielen niet in de breedte meegenomen.
De lengte-breedteverhouding is bij voorkeur minstens 1.6, bij meer voorkeur minstens 1.7, bij nog meer voorkeur minstens 1.8 en bij zelfs nog meer voorkeur minstens 1.9.
De lengte-breedteverhouding is bij voorkeur hoogstens 2.1.
Deze verhouding is voordelig voor het vermijden van het doorbuigen van het bouwblok in een vlak evenwijdig met het ondervlak bij belasting van een muur van een sleufsilo. Bij een grotere lengte-breedteverhouding zorgt het moment op de voor- en/of zijwand bij belasting op de muur van de sleufsilo voor een dergelijk grote
13 BE2023/5454 doorbuiging dat er een risico op barsten en op langere termijn breuk van het bouwblok is. Bij een kleinere lengte-breedteverhouding is het volume van het holle balkvormige lichaam onvoldoende om na opvulling met vulmateriaal voldoende zwaar te zijn om bij belasting van de muur van de sleufsilo niet weggedrukt te worden.
Daarnaast is het bouwblok dan onvoldoende breed om bij belasting van de muur van de sleufsilo niet te kantelen. Deze uitvoeringsvorm is in het bijzonder voordelig in combinatie met een voorheen beschreven uitvoeringsvorm waarbij de voorwand, het ondervlak, het open bovenvlak en de twee zijwanden een enkelvoudig hol volume definiëren. Bij deze uitvoeringsvorm is het niet mogelijk om bijvoorbeeld tussenliggende steunvlakken te voorzien om doorbuiging te voorkomen.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm heeft het bouwblok een lengte- hoogteverhouding van minstens 1.5 en hoogstens 2.5. De lengte is zoals voorheen beschreven gemeten. De hoogte is vanaf het ondervlak en dwars op het ondervlak gemeten. Het is voor een vakman geschoold in het technische vlak duidelijk dat de hoogte ook vanaf het open bovenvlak en dwars op het open bovenvlak kan gemeten worden.
De lengte-hoogteverhouding is bij voorkeur minstens 1.55.
De lengte-hoogteverhouding is bij voorkeur hoogstens 2.4, bij meer voorkeur hoogstens 2.35.
Deze verhouding is voordelig voor het vermijden van het doorbuigen van het bouwblok in een vlak evenwijdig met de zijwanden bij belasting van een muur van een sleufsilo. Bij een grotere lengte-hoogteverhouding zorgt het moment op de voor- en/of zijwand bij belasting op de muur van de sleufsilo voor een dergelijk grote doorbuiging dat er een risico op barsten en op langere termijn breuk van het bouwblok is. Bij een kleinere lengte-hoogteverhouding zijn er teveel bouwblokken vereist om een muur van een sleufsilo economisch en snel te kunnen vormen. Deze uitvoeringsvorm is in het bijzonder voordelig in combinatie met een voorheen beschreven uitvoeringsvorm waarbij de voorwand, het ondervlak, het open bovenvlak en de twee zijwanden een enkelvoudig hol volume definiëren. Bij deze uitvoeringsvorm is het niet mogelijk om bijvoorbeeld tussenliggende steunvlakken te voorzien om doorbuiging te voorkomen.
14 BE2023/5454
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm heeft het bouwblok een maximale lengte van 2.75 m. De lengte is zoals voorheen beschreven gemeten.
Bij voorkeur heeft het bouwblok een maximale lengte van 2.70 m, bij meer voorkeur een maximale lengte van 2.65 m, bij nog meer voorkeur een maximale lengte van 2.60 m en bij zelfs nog meer voorkeur een maximale lengte van 2.55 m.
Deze uitvoeringsvorm is voordelig voor het vermijden van doorbuigen van het bouwblok in een vlak evenwijdig met het ondervlak, waardoor bij belasting van een muur van een sleufsilo breuk van het bouwblok zou kunnen optreden. Deze uitvoeringsvorm is in het bijzonder voordelig in combinatie met een voorheen beschreven uitvoeringsvorm waarbij de voorwand, het ondervlak, het open bovenvlak en de twee zijwanden een enkelvoudig hol volume definiëren. Bij deze uitvoeringsvorm is het niet mogelijk om bijvoorbeeld tussenliggende steunvlakken te voorzien om doorbuiging te voorkomen. Bijkomend voordelig is hierdoor het gewicht van het bouwblok beperkt, waardoor transportkosten minimaal zijn.
Bij voorkeur heeft het bouwblok een minimale lengte van 2.0 m, bij meer voorkeur een minimale lengte van 2.1 m, bij nog meer voorkeur een minimale lengte van 2.2 m, en bij zelfs nog meer voorkeur een minimale lengte van 2.3 m. Dit is voordelig voor het reduceren van het aantal benodigde bouwblokken voor het vormen van een muur van een sleufsilo. Hierdoor kan een sleufsilo snel en goedkoop worden gevormd.
Volgens een uitvoeringsvorm hebben de zijwanden, de voorwand en de achterwand van het holle balkvormige lichaam een minimale wanddikte van 8 cm, bij voorkeur 9 cm. De tweede zijwand heeft ook bij het verzonken deel van het vrouwelijke koppelmiddel een minimale wanddikte van 8 cm. De minimale wanddikte van 8 cm zorgt voor een voldoende sterk bouwblok.
Volgens een uitvoeringsvorm heeft het gesloten ondervlak een minimale wanddikte van minstens 7 cm, bij voorkeur minstens 8 cm, bij meer voorkeur minstens 9 cm en bij nog meer voorkeur minstens 10 cm. Dit is voordelig voor een stevig ondervlak dat de belasting door een vulmiddel en van krachten door bulkgoederen in een = sleufsilo kan opvangen.
15 BE2023/5454
Volgens een uitvoeringsvorm heeft het uitstekend deel van het mannelijke koppelmiddel een minimale dikte van 3 cm, bij voorkeur een minimale dikte van 4 cm. De dikte wordt vanaf een buitenzijde van de eerste zijwand en dwars op de eerste zijwand gemeten. Het verzonken deel van het vrouwelijke koppelmiddel heeft een diepte die minimaal 0.5 cm meer is dan de dikte van het mannelijke koppelmiddel, bij voorkeur minimaal 1 cm. De diepte wordt vanaf een buitenzijde van de tweede zijwand en dwars op de tweede zijwand gemeten.
Een minimale dikte van 3 cm van het uitstekend deel van het mannelijke koppelmiddel is voordelig voor het overdragen van krachten tussen twee naastliggende bouwblokken. Een minimale diepte van het verzonken deel van het vrouwelijke koppelmiddel dat minimaal 0.5 cm meer is dan de dikte van het uitstekend deel van het mannelijke koppelmiddel is voordelig om ervoor te zorgen dat het mannelijke koppelmiddel volledig in het vrouwelijke koppelmiddel kan opgenomen worden en dat naastliggende bouwblokken volledig tegen elkaar kunnen geplaatst worden, waardoor een minimale voeg ontstaat.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat het bouwblok in het holle balkvormige lichaam hijspunten op de voorwand en de achterwand voor het hijsen van het bouwvlak. Bij voorkeur omvat het bouwblok twee hijspunten op de voorwand en twee hijspunten op de achterwand. Bij voorkeur zijn de hijspunten op de voorwand en de achterwand spiegelsymmetrisch. Dit is voordelig voor een optimale verdeling van het gewicht van het bouwblok over de hijspunten tijdens het hijsen.
Volgens een uitvoeringsvorm omvat het bouwblok in de eerste zijwand en de tweede zijwand vanaf het open bovenvlak een U-vormige uitsparing. De U-vormige uitsparing is voordelig voor het vormen van een wandelpad aan een bovenzijde van een muur van een sleufsilo.
In een tweede aspect betreft de uitvinding een werkwijze voor het vormen van een wand van een sleufsilo.
De werkwijze omvat de stappen van: - plaatsen van een eerste laag bouwblokken tegen elkaar, waarbij zijwanden van elke twee naastliggende bouwblokken door middel van een mannelijk koppelmiddel omvat in een eerste zijwand van een eerste bouwblok en een complementair vrouwelijk koppelmiddel omvat in een tweede zijwand van een
16 BE2023/5454 tweede naastliggend bouwblok door het tegen elkaar plaatsen van het eerste bouwblok en het tweede bouwblok met elkaar verbonden worden, - plaatsen van minstens één laag bouwblokken op de eerste laag bouwblokken, - minstens gedeeltelijk opvullen van de lagen bouwblokken met een vulmiddel.
De eerste laag bouwblokken wordt op een bodemvlak geplaatst. De eerste laag bouwblokken wordt bij voorkeur op een fundering geplaatst, bij voorkeur een betonnen fundering.
Het vulmiddel is bij voorkeur drainerend. Niet-limitatieve voorbeelden van geschikte vulmiddelen zijn steenslag en zand.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm worden de lagen bouwblokken voeg op voeg op elkaar worden geplaatst. Dit betekent dat verticale voegen over de verschillende lagen bouwblokken doorlopen en niet verspringen, zoals bij een halfsteensverband. Een bouwblok van een bovenliggende laag bouwblokken wordt met een bouwblok van een onderliggende laag bouwblokken verbonden door het opnemen van het mannelijke koppelmiddel en het vrouwelijke koppelmiddel van het bouwblok van de onderliggende laag bouwblokken in de zijwanden van het bouwblok van de bovenliggende laag bouwblokken. Dit betekent dat het mannelijke koppelmiddel en het vrouwelijke koppelmiddel van het bouwblok van de onderliggende laag bouwblokken zich tot voorbij een bovenvlak van het genoemde bouwblok uitstrekken. Het is duidelijk dat elk bouwblok van een onderliggende laag bouwblokken met een bovenliggend bouwblok van de bovenliggende laag bouwblokken verbonden wordt en dat deze bouwblokken elkaar raken.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm worden de eerste laag bouwblokken in een betonplaat verankerd. De betonplaat is omheen een onderzijde van de eerste laag bouwblokken gegoten. Dit is voordelig om te vermijden dat een muur van een — sleufsilo zijwaarts kan verschuiven bij belasting op de muur door bulkgoederen. De betonplaat is bijkomend voordelig voor het vermijden dat vloeistoffen uit de sleufsilo in de bodem kunnen dringen. Optioneel omvatten de bouwblokken van de eerste laag bouwblokken voeten, waarbij de voeten onder de betonplaat gepositioneerd worden.
Dit is voordelig voor het vermijden van het kantelen van de muur van de sleufsilo bij belasting op de muur.
17 BE2023/5454
Een vakman geschoold in het technische veld zal appreciëren dat een werkwijze volgens het tweede aspect bij voorkeur uitgevoerd wordt met een bouwblok volgens het eerste aspect en dat een bouwblok volgens het eerste aspect bij voorkeur geconfigureerd is voor uitvoering van een werkwijze volgens het tweede aspect. Elk kenmerk, beschreven in dit document, hierboven zowel als hieronder, kan bijgevolg betrekking hebben op elk van de drie aspecten van de huidige uitvinding.
In een derde aspect betreft de uitvinding een gebruik van een bouwblok volgens het eerste aspect en/of een werkwijze volgens het tweede aspect voor het vormen van een sleufsilo voor opslag van agrarische bulkgoederen.
Dit gebruik resulteert in een eenvoudige en goedkoop te construeren sleufsilo op een agrarisch bedrijf, dat snel met een afdichtingskit kan afgedicht worden en die bij uitbreiding van het agrarische bedrijf zonder afbraakwerken kan verlengd worden.
In wat volgt, wordt de uitvinding beschreven a.d.h.v. niet-limiterende figuren die de uitvinding illustreren, en die niet bedoeld zijn of geïnterpreteerd mogen worden om de omvang van de uitvinding te limiteren.
18 BE2023/5454
FIGUURBESCHRIJVING
Figuur 1A toont een vooraanzicht van een bouwblok volgens een eerste uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Het bouwblok (1) omvat een hol balkvormig lichaam (2). Het hol balkvormig lichaam (2) heeft een voorwand (3), een achterwand (4), een eerste zijwand (5), een tweede zijwand (6), een ondervlak (7) en een open bovenvlak (8). De achterwand (4) is op
Figuur 1A niet zichtbaar. Het ondervlak (7) is in de eerste uitvoeringsvorm een open ondervlak (7). Het hol balkvormig lichaam (2) is een betonnen lichaam. De eerste zijwand (5) is voorzien van een mannelijk koppelmiddel (9). Het mannelijk koppelmiddel (9) is gezien in een richting dwars op de eerste zijwand (5) als een uitstekend deel uitgevoerd. De tweede zijwand (6) is voorzien van een vrouwelijk koppelmiddel (10). Het vrouwelijke koppelmiddel (10) heeft een complementaire vorm aan het mannelijke koppelmiddel (9), zodat de eerste zijwand (5) van een eerste bouwblok (1) en de tweede zijwand (6) van een tweede bouwblok (1) door aangrijping van het mannelijke koppelmiddel (9) in het vrouwelijke koppelmiddel (10) met elkaar verbindbaar zijn. Het vrouwelijke koppelmiddel (10) is gezien in een richting dwars op de tweede zijwand (6) als een verzonken deel uitgevoerd. Gezien in een richting dwars op het open bovenvlak (8) strekken het mannelijke koppelmiddel (9) en het vrouwelijke koppelmiddel (10) zich voorbij het open bovenvlak (8) uit. Het deel van het mannelijke koppelmiddel (9) dat zich voorbij het open bovenvlak (8) uitstrekt is met referentienummer (11) aangeduid. Het deel van het vrouwelijke koppelmiddel (10) dat zich voorbij het open bovenvlak (8) uitstrekt is met referentienummer (12) aangeduid. De delen (11, 12) hebben een lengte van 5 cm, gemeten vanaf het open bovenvlak (8) in een richting dwars op het open bovenvlak (8). De voorwand (3), de achterwand (4), de eerste zijwand (5), de tweede zijwand (6), het ondervlak (7) en het open bovenvlak (8) definiëren een enkelvoudig hol volume (13). Het enkelvoudig hol volume (13) is door het open ondervlak (7) en het open bovenvlak (8) een volume dat zowel aan onder- als bovenzijde open is. In het enkelvoudig hol volume (13) zijn geen compartimenten of tussenliggende steunvlakken. De eerste zijwand (5) en de tweede zijwand (6) omvatten aan de zijde van het ondervlak (7) uitsparingen (14) voor het ontvangen van het mannelijke koppelmiddel (9) en het vrouwelijke koppelmiddel (10) van een onderliggend bouwblok (1). Het zijn de delen (11) en (12) van respectievelijk het mannelijke koppelmiddel (9) en het vrouwelijke koppelmiddel (10) die in de uitsparingen (14) worden opgenomen. Het bouwblok (1) omvat in het holle balkvormige lichaam (2)
19 BE2023/5454 hijspunten (15). De hijspunten (15) zijn aan een binnenzijde van de voorwand (3) en de achterwand (4) omvat. Het bouwblok (1) volgens de eerste uitvoeringsvorm heeft een lengte (16) van 250 cm en een breedte (17) van 120 cm. De breedte (17) is op Figuur 1A niet aangeduid. Hiermee is de lengte-breedteverhouding afgerond gelijk aan 2.1. Het bouwblok (1) volgens de eerste uitvoeringsvorm heeft een hoogte (18) van 107.5 cm. Hiermee is de lengte-hoogteverhouding afgerond gelijk aan 2.3.
De voorwand (3), de achterwand (4), de eerste zijwand (5) en de tweede zijwand (6) hebben een wanddikte van 9 cm.
Figuur 1B toont een bovenaanzicht van het bouwblok volgens de eerste uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Duidelijk zichtbaar zijn de twee hijspunten (15) aan de binnenzijde van de voorwand (3) en de twee hijspunten (15) aan de binnenzijde van de achterwand (4). Eveneens duidelijk zichtbaar is hoe het vrouwelijke koppelmiddel (10) als een verzonken deel in de tweede zijwand (6) is uitgevoerd. Het verzonken deel van het vrouwelijke koppelmiddel (10) heeft een diepte van 5 cm. De diepte wordt vanaf een buitenzijde van de tweede zijwand (6) en dwars op de tweede zijwand (6) gemeten. Het uitstekend deel van het mannelijke koppelmiddel (9) heeft een dikte van 4 cm. De dikte wordt vanaf een buitenzijde van de eerste zijwand (5) en dwars op de eerste zijwand (5) gemeten. Het mannelijke koppelmiddel (9) is op een afstand A (A) gelijk aan 20.4 cm van randen van de eerste zijwand (5) met de voorwand (3) en de achterwand (4) verwijderd. Dit is 17% van de breedte (17) van 120 cm van de eerste zijwand (5). Het vrouwelijke koppelmiddel (10) is op een afstand B (B) gelijk aan 20 cm van randen van de tweede zijwand (6) met de voorwand (3) en de achterwand (4) verwijderd. Dit is 16.7% van de breedte (17) van 120 cm van de tweede zijwand (6). Het mannelijke koppelmiddel (9) strekt zich over 79.2 cm uit. Dit is 66% van de breedte (17) van 120 cm van de eerste zijwand (5). Het vrouwelijke koppelmiddel (10) strekt zich over 80 cm uit. Dit is 66.7% van de breedte (17) van de tweede zijwand (6).
Figuur 1C toont een doorsnede van het bouwblok volgens de eerste uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Hierop is duidelijk de uitsparing (14) voor het ontvangen van het deel (11, 12) van het mannelijke koppelmiddel (9) of het vrouwelijke koppelmiddel (10) te zien. De
20 BE2023/5454 uitsparing (14) heeft een diepte van 6 mm, gemeten vanaf het ondervlak (7) en in een richting dwars op het ondervlak (7).
Figuur 1D toont een perspectieftekening van twee op elkaar gestapelde bouwblokken volgens de eerste uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
De bouwblokken (1) zijn voeg op voeg gestapeld. Hierdoor is een muur van een sleufsilo met een lengte van 250 cm en een hoogte van 215 cm gevormd. De muur kan eenvoudig verlengd worden door bijkomende bouwblokken (1) in het verlengde van de reeds gevormde muur tegen de al geplaatste bouwblokken (1) te plaatsen, waarbij de mannelijke koppelmiddelen (9) in de vrouwelijke koppelmiddelen (10) aangrijpen. De muur kan eenvoudig verhoogd worden door bijkomende bouwblokken (1) voeg op voeg op onderliggende bouwblokken (1) te plaatsen, waarbij de delen (11, 12) van de mannelijke koppelmiddelen (9) en de vrouwelijke koppelmiddelen (10) in de uitsparingen (14) van bovenliggende bouwblokken (1) worden opgenomen.
Figuur 2A toont een doorsnede van het bouwblok volgens een tweede uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
In de tweede uitvoeringsvorm heeft het bouwblok (1) een gesloten ondervlak (2).
Het gesloten ondervlak (2) heeft een dikte van 10 mm. De voorwand (3) en de achterwand (4) omvatten elk een hiel (19), die in het verlengde van het ondervlak (7) liggen. De hielen (19) strekken zich vanaf de voorwand (3) en de achterwand (4) 27 mm ver dwars op de voorwand (3) en de achterwand (4) uit. Het bouwblok (1) volgens de tweede uitvoeringsvorm heeft een gelijke lengte (16) en een gelijke breedte (17) als een bouwblok volgens de eerste uitvoeringsvorm, maar een hoogte (18) van 157.5 cm. De lengte-hoogteverhouding is afgerond 1.59. Omdat een bouwblok (1) volgens de tweede uitvoeringsvorm voor een onderste laag van bouwblokken (1) bedoeld is, ontbreken uitsparingen (14).
Figuur 2B toont een perspectieftekening van het bouwblok volgens de tweede uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Duidelijk zichtbaar is hoe de hielen (19) van de eerste zijwand (5) tot aan de tweede zijwand (6) uitstrekken.
21 BE2023/5454
Figuur 3A toont een doorsnede van het bouwblok volgens een derde uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Het bouwblok (1) volgens de derde uitvoeringsvorm is zeer gelijkaardig aan een bouwblok (1) volgens de eerste uitvoeringsvorm, met het verschil dat de hoogte (18) 157.5 cm is en dat het ondervlak (7) gesloten is. Het gesloten ondervlak (7) heeft opnieuw een dikte van 10 mm. Ook dit bouwblok (1) is voor een onderste laag van bouwblokken (1) bedoeld, waardoor er opnieuw geen uitsparingen (14) aanwezig zijn.
Figuur 4A toont een doorsnede van het bouwblok volgens een vierde uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Het bouwblok (1) volgens de vierde uitvoeringsvorm is zeer gelijkaardig aan een bouwblok (1) volgens de tweede uitvoeringsvorm, met het verschil dat de hoogte (18) 107.5 cm en dat het ondervlak (7) open is. Hoewel dit bouwblok (1) voor een onderste laag van bouwblokken (1) bedoeld is, zijn er wel uitsparingen (14) voorzien.
Dit vereenvoudigt productie van de bouwblokken (1), omdat eenzelfde matrijs voor het vervaardigen van de bouwblokken (1) kan gebruikt worden, waarbij door het plaatsen van een bijkomend element zowel het open ondervlak (7) als de uitsparingen (14) bekomen worden. De uitsparingen (14) hebben in de vierde uitvoeringsvorm geen nadelig effect.
Figuur 4B toont een perspectieftekening van het bouwblok volgens de vierde uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Duidelijk zichtbaar is de aanwezigheid van de uitsparingen (14).
Figuur 5A toont een doorsnede van het bouwblok volgens de vijfde uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Het bouwblok (1) volgens de vijfde uitvoeringsvorm is zeer gelijkaardig aan een bouwblok (1) volgens de eerste uitvoeringsvorm, met het verschil dat de hoogte (18) 157.5 cm is en dat de eerste zijwand (5) en de tweede zijwand (6) een U-vormige uitsparing (20) hebben voor het vormen van een wandelpad aan een bovenzijde van een muur van een sleufsilo. De delen (11, 12) zijn nu minimaal, maar dit is niet nadelig omdat dit bouwblok (1) tot een bovenste laag van bouwblokken (1) behoort.
22 BE2023/5454
Figuur 5B toont een perspectieftekening van het bouwblok volgens de vijfde uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Duidelijk zichtbaar zijn de uitsparingen (20) in de eerste zijwand (5) en de tweede zijwand (6) voor het vormen van een wandelpad.
De referentienummers in de figuren verwijzen naar: 1. Bouwblok 2. Balkvormig lichaam 3. Voorwand 4. Achterwand 5. Eerste zijwand 6. Tweede zijwand 7. Ondervlak 8. Open bovenvlak 9, Mannelijk koppelmiddel 10. Vrouwelijk koppelmiddel 11.Deel mannelijk koppelmiddel boven bovenvlak 12.Deel vrouwelijk koppelmiddel boven bovenvlak 13. Enkelvoudig hol volume 14. Uitsparing 15. Hijspunt 16. Lengte 17.Breedte 18. Hoogte 19. Hielen 20. Uitsparing voor vorming wandelpad
A. Afstand A
B. AfstandB
Claims (17)
1. Bouwblok (1) voor het vormen van een sleufsilo, omvattende een hol balkvormig lichaam (2) met een voorwand (3), een achterwand (4), een ondervlak (7), een open bovenvlak (8) en twee zich tegenover elkaar bevindende zijwanden (5, 6), waarbij een eerste zijwand (5) voorzien is van een mannelijk koppelmiddel (9) en de ertegenover gelegen tweede zijwand (6) voorzien is van een vrouwelijk koppelmiddel (10) met een complementaire vorm zodat de eerste zijwand (5) van een eerste bouwblok (1) en de tweede zijwand (6) van een tweede naastliggend bouwblok (1) door aangrijping van het mannelijke koppelmiddel (9) in het vrouwelijke koppelmiddel (10) met elkaar verbindbaar zijn, waarbij gezien in een richting dwars op de zijwanden (5, 6) het mannelijke koppelmiddel (9) als een uitstekend deel en het vrouwelijke koppelmiddel (10) als een verzonken deel is uitgevoerd, met het kenmerk, dat gezien in een richting dwars op het open bovenvlak (8) het mannelijke koppelmiddel (9) en het vrouwelijke koppelmiddel (10) zich voorbij het open bovenvlak (8) uitstrekken.
2. Bouwblok (1) volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het mannelijke koppelmiddel (9) minstens een afstand A (A) van randen van de eerste zijwand (5) met de voorwand (3) en de achterwand (4) verwijderd is en het vrouwelijke koppelmiddel (10) minstens een afstand B (B) van randen van de tweede zijwand (6) met de voorwand (3) en de achterwand (4) verwijderd is, waarbij de afstanden A (A) en B (B) minstens 11% van de breedte van respectievelijk de eerste zijwand (5) en de tweede zijwand (6) zijn, waarbij de afstanden A (A) en B (B) en de breedte van de respectievelijke zijwand (5, 6) in het vlak van de respectievelijke zijwand (5, 6) en evenwijdig met het ondervlak (7) gemeten zijn.
3. Bouwblok (1) volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat het mannelijke koppelmiddel (9) zich over minstens 55% van de breedte van de eerste zijwand (5) uitstrekt en het vrouwelijke koppelmiddel (10) zich minstens over 55% van de breedte van de tweede zijwand (6) uitstrekt, waarbij de breedte van de respectievelijke zijwand (5, 6) in het vlak van de respectievelijke zijwand (5, 6) en evenwijdig met het ondervlak (7) gemeten is.
24 BE2023/5454
4. Bouwblok (1) volgens één der voorgaande conclusies 1-3, met het kenmerk, dat het bouwblok (1) drainagevoorzieningen door de voorwand (3) en/of de achterwand (4) omvat.
5. Bouwblok (1) volgens één der voorgaande conclusies 1-4, met het kenmerk, dat het bouwblok (1) een lengte-breedteverhouding van minstens 1.5 en hoogstens 2.2 heeft, waarbij de lengte (16) in het vlak van de voorwand (3) en evenwijdig met het ondervlak (7) en de breedte (18) in het vlak van de tweede zijwand (6) en evenwijdig met het ondervlak (7) gemeten is.
6. Bouwblok (1) volgens één der voorgaande conclusies 1-5, met het kenmerk, dat het bouwblok (1) een lengte-hoogteverhouding van minstens 1.5 en hoogstens 2.5 heeft, waarbij de lengte (16) in het vlak van de voorwand (3) en evenwijdig met het ondervlak (7) en de hoogte (19) vanaf het ondervlak (7) en dwars op het ondervlak (7) gemeten is.
7. Bouwblok (1) volgens één der voorgaande conclusies 1-6, met het kenmerk, dat het bouwblok (1) een maximale lengte van 2.75 m heeft, waarbij de lengte (16) in het vlak van de voorwand (3) en evenwijdig met het ondervlak (7) gemeten is.
8. Bouwblok (1) volgens één der voorgaande conclusies 1-7, met het kenmerk, dat de voorwand (3), de achterwand (4), het ondervlak (7), het open bovenvlak (8) en de twee zijwanden (5, 6) een enkelvoudig hol volume (13) definiëren.
9. Bouwblok (1) volgens één der voorgaande conclusies 1-8, met het kenmerk, dat het ondervlak (7) een gesloten ondervlak (7) is.
10. Bouwblok (1) volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat het bouwblok (1) drainagevoorzieningen in het gesloten ondervlak (7) omvat.
11. Bouwblok (1) volgens één der voorgaande conclusies 1-8, met het kenmerk, dat het ondervlak (7) een open ondervlak (7) is.
12. Bouwblok (1) volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat de zijwanden (5, 6) aan de zijde van het ondervlak (7) uitsparingen voor het ontvangen van
25 BE2023/5454 het mannelijke koppelmiddel (9) en het vrouwelijke koppelmiddel (10) omvatten.
13.Bouwblok (1) volgens één der voorgaande conclusies 1-12, met het kenmerk, dat de voorwand (3) en de achterwand (4) elk een hiel (19) omvatten, waarbij de hielen (19) in een verlengde van het ondervlak (7) liggen.
14.Bouwblok (1) volgens één der voorgaande conclusies 1-13, met het kenmerk, dat het bouwblok (1) in het holle balkvormige lichaam (2) hijspunten (15) op de voorwand (3) en de achterwand (4) voor het hijsen van het bouwblok (1) omvat.
15. Werkwijze voor het vormen van een wand van een sleufsilo omvattende de stappen van: - plaatsen van een eerste laag bouwblokken (1) tegen elkaar, waarbij zijwanden (5, 6) van elke twee naastliggende bouwblokken (1) door middel van een mannelijk koppelmiddel (9) omvat in een eerste zijwand (5) van een eerste bouwblok (1) en een complementair vrouwelijk koppelmiddel (10) omvat in een tweede zijwand (6) van een tweede naastliggend bouwblok (1) door het tegen elkaar plaatsen van het eerste bouwblok (1) en het tweede bouwblok (1) met elkaar verbonden worden; - plaatsen van minstens één laag bouwblokken (1) op de eerste laag bouwblokken (1); - minstens gedeeltelijk opvullen van de lagen bouwblokken (1) met een vulmiddel; met het kenmerk, dat de lagen bouwblokken 1) voeg op voeg op elkaar worden geplaatst, waarbij een bouwblok (1) van een bovenliggende laag bouwblokken met een bouwblok (1) van een onderliggende laag bouwblokken (1) verbonden wordt door het opnemen van het mannelijke koppelmiddel (9) en het vrouwelijke koppelmiddel (10) van het bouwblok (1) van de onderliggende laag bouwblokken (1) in de zijwanden (5, 6) van het bouwblok (1) van de bovenliggende laag bouwblokken (1).
16.Werkwijze volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat de eerste laag bouwblokken (1) in een betonplaat worden verankerd.
26 BE2023/5454
17.Gebruik van een bouwblok (1) volgens één van de conclusies 1-14 of de werkwijze volgens één van de conclusies 15-16 voor het vormen van een sleufsilo voor opslag van agrarische bulkgoederen.
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20235454A BE1031663B1 (nl) | 2023-06-02 | 2023-06-02 | Bouwblok voor een sleufsilo en een werkwijze voor het vormen van een wand van een sleufsilo |
| FR2405727A FR3149332A1 (fr) | 2023-06-02 | 2024-05-31 | Bloc de construction pour un silo tranchee et methode pour la construction d’un mur d’un silo tranchee |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20235454A BE1031663B1 (nl) | 2023-06-02 | 2023-06-02 | Bouwblok voor een sleufsilo en een werkwijze voor het vormen van een wand van een sleufsilo |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1031663A1 BE1031663A1 (nl) | 2025-01-06 |
| BE1031663B1 true BE1031663B1 (nl) | 2025-01-13 |
Family
ID=86693150
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE20235454A BE1031663B1 (nl) | 2023-06-02 | 2023-06-02 | Bouwblok voor een sleufsilo en een werkwijze voor het vormen van een wand van een sleufsilo |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| BE (1) | BE1031663B1 (nl) |
| FR (1) | FR3149332A1 (nl) |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US1180058A (en) * | 1915-06-25 | 1916-04-18 | Lewis Mcnutt | Silo-block. |
| US1444422A (en) * | 1921-10-04 | 1923-02-06 | Meyer William | Cement corncrib block |
| DE2214576A1 (de) * | 1972-03-24 | 1973-10-11 | Schiedel Kg | Formstein mit einem in der wandebene umlaufend ausgebildeten nut-feder-system |
| US4041670A (en) * | 1974-04-17 | 1977-08-16 | Kaplan Richard D | Building blocks |
| PL69003Y1 (pl) * | 2014-08-19 | 2017-04-28 | Zygmunt Babiński | Zestaw modułów konstrukcyjnych ścian bocznych silosu |
-
2023
- 2023-06-02 BE BE20235454A patent/BE1031663B1/nl active IP Right Grant
-
2024
- 2024-05-31 FR FR2405727A patent/FR3149332A1/fr active Pending
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US1180058A (en) * | 1915-06-25 | 1916-04-18 | Lewis Mcnutt | Silo-block. |
| US1444422A (en) * | 1921-10-04 | 1923-02-06 | Meyer William | Cement corncrib block |
| DE2214576A1 (de) * | 1972-03-24 | 1973-10-11 | Schiedel Kg | Formstein mit einem in der wandebene umlaufend ausgebildeten nut-feder-system |
| US4041670A (en) * | 1974-04-17 | 1977-08-16 | Kaplan Richard D | Building blocks |
| PL69003Y1 (pl) * | 2014-08-19 | 2017-04-28 | Zygmunt Babiński | Zestaw modułów konstrukcyjnych ścian bocznych silosu |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| BE1031663A1 (nl) | 2025-01-06 |
| FR3149332A1 (fr) | 2024-12-06 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US3701443A (en) | Trailers | |
| US7540700B2 (en) | Grain cart with intermodal container loader | |
| BE1031663B1 (nl) | Bouwblok voor een sleufsilo en een werkwijze voor het vormen van een wand van een sleufsilo | |
| US11685300B2 (en) | Agricultural dump cart | |
| US20080317557A1 (en) | Building Element For Making Walls Using Filling Material, Particularly Earth Or The Like | |
| US20080261671A1 (en) | System for unloading agricultural material | |
| US10834874B1 (en) | Crop cart unloading system | |
| US7207631B1 (en) | Side discharge bulk material trailer | |
| IE87320B1 (en) | A trailer and a method for operating a trailer | |
| US11724632B1 (en) | Material collection and transfer cart | |
| US20240065169A1 (en) | Field Grain Cart with Expandable Sides | |
| US10682940B2 (en) | Agricultural dump cart | |
| US11957078B1 (en) | Self unloading harvest cart | |
| BRPI1103039A2 (pt) | veìculo auto descarregável com sistema hidráulico | |
| KR200176914Y1 (ko) | 트랙터 연결용 지게 장치 | |
| BE1031797B1 (nl) | H-vormig betonnen prefab element voor het construeren van opslagplaatsen | |
| NL8202447A (nl) | Grafkelder. | |
| EP3797571B1 (en) | Ring elevator for lifting root crops in a root crop harvester and root crop harvester comprising such a ring elevator | |
| Bolton et al. | Management of bunker silos and silage piles | |
| BE1031083B1 (fr) | Paroi de silo couloir formée de blocs de construction empilables | |
| Zoerb et al. | Storage structures for grass silage | |
| NL1017874C2 (nl) | Beladingssysteem voor een langwerpige transportcontainer, alsmede voertuig, bunker en werkwijze hiertoe. | |
| BE1022221B1 (nl) | Silo, kit en werkwijze voor het opstellen van een silo | |
| Misener et al. | A bulk potato trailer for research plots | |
| US20170267458A1 (en) | Material handling apparatus |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| FG | Patent granted |
Effective date: 20250113 |