BE1028126A1 - Chassis voor oplegger met zelfdragende bovenbouw met een geoptimaliseerd gewicht - Google Patents

Chassis voor oplegger met zelfdragende bovenbouw met een geoptimaliseerd gewicht Download PDF

Info

Publication number
BE1028126A1
BE1028126A1 BE20205154A BE202005154A BE1028126A1 BE 1028126 A1 BE1028126 A1 BE 1028126A1 BE 20205154 A BE20205154 A BE 20205154A BE 202005154 A BE202005154 A BE 202005154A BE 1028126 A1 BE1028126 A1 BE 1028126A1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
chassis
longitudinal
suspension system
maximum
height
Prior art date
Application number
BE20205154A
Other languages
English (en)
Other versions
BE1028126B1 (nl
Inventor
Christ Vandamme
Original Assignee
A & D Trucks & Trailers Opbouw Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by A & D Trucks & Trailers Opbouw Nv filed Critical A & D Trucks & Trailers Opbouw Nv
Priority to BE20205154A priority Critical patent/BE1028126B1/nl
Publication of BE1028126A1 publication Critical patent/BE1028126A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1028126B1 publication Critical patent/BE1028126B1/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B62LAND VEHICLES FOR TRAVELLING OTHERWISE THAN ON RAILS
    • B62DMOTOR VEHICLES; TRAILERS
    • B62D21/00Understructures, i.e. chassis frame on which a vehicle body may be mounted
    • B62D21/18Understructures, i.e. chassis frame on which a vehicle body may be mounted characterised by the vehicle type and not provided for in groups B62D21/02 - B62D21/17
    • B62D21/20Understructures, i.e. chassis frame on which a vehicle body may be mounted characterised by the vehicle type and not provided for in groups B62D21/02 - B62D21/17 trailer type, i.e. a frame specifically constructed for use in a non-powered vehicle

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Combustion & Propulsion (AREA)
  • Transportation (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Vehicle Body Suspensions (AREA)

Abstract

De huidige uitvinding heeft betrekking op een chassis voor oplegger met zelfdragende bovenbouw omvattende twee langsliggers, minstens één wielophangingsysteem, twee steunpoten met dwarsbalk, een plaat met kogelpen, een eindbalk en dwarsliggers, waarbij het chassis een voor- en achterzijde heeft, waarbij het chassis een vakwerk gevormd door dwarsverbindingen en diagonale verbindingen tussen de twee langsliggers omvat, waarbij de dwarsverbindingen door de plaat met kogelpen, de twee steunpoten met dwarsbalk, het wielophangingsysteem en de eindbalk gevormd zijn en waarbij de langsliggers cirkelvormige uitsparingen omvatten. De uitvinding heeft eveneens betrekking op het gebruik van het chassis voor een onderlosser.

Description

CHASSIS VOOR OPLEGGER MET ZELFDRAGENDE BOVENBOUW MET EEN GEOPTIMALISEERD GEWICHT
TECHNISCH DOMEIN De uitvinding heeft betrekking op een chassis voor oplegger met zelfdragende bovenbouw, In een ander aspect heeft de uitvinding eveneens betrekking op een gebruik voor sen onderlosser.
STAND DER TECHNIEK Het is zeer gunstig om het tarragewicht van een oplegger die commercieel word! gebruikt om ladingen te vervoeren, te kunnen verminderen. Zo beperken bijvoorbeeld bruggen en andere voorschriften het brutogewicht van voertuigen die over de weg rijden. Als het tarragewicht kan worden verlaagd, kan het gewicht van de lading dus worden verhoogd, wal leidt tot efficiëntere en zuinigere transportwerkzaamheden.
Opleggers die gewoonlijk in commerciële transporten worden gebruikt, hebben een onderstel dat zeer zwaar is. Het is duidelijk dat het tarragewicht van een trailer kan worden verminderd door het gewicht van het onderwagenirame te verminderen. Deze vermindering van het gewicht van het frame mag niet toi een vermindering van de sterkte van het frame leiden, zodat het gewicht van de lading daardoor kan worden verhoogd. Dergelijke Inrichting is onder meer gekend uit US 2007/0007759. US 759 beschrijft een oplegger met een balkconstructie met gereduceerd gewicht. Een balkconstructie voor een onderstel van een oplegger omvat ten minste één paneel met tegenover slkaar liggende buitenschalen en meerdere interne plaien die de buitenschalen met elkaar verbinden. Een oplegger omvat een laadopperviak, sen trekkerverbinding, een ophangingssamenste!l en een enkele balkconsiructie die het laadopperviak ondersteunt en zich tussen het ophangingssamenstel en de trekkerverbinding uitstrekt.
© BE2020/5154 Eveneens gekend is de inrichting uit KR 10-0943791. KR ‘791 heeft betrekking op een oplegger met een verlaagd gewicht, en meer in het bijzonder om de dikte van de tussenplaat van elke sector van de l-vormige balk en de breedte van de bovenplaat en de onderplaat van de oplegger te verminderen. Door de breedte van de plaat te verminderen, kan het gewicht van de oplegger worden verminderd zonder dat de stabiliteit van de hele constructie door de belasting wordt aangetast. Deze gekende inrichtingen hebben volgend nadelen, Beide opleggers nebben een gereduceerd gewicht in vergelijking met het chassis van een siandaard oplegger, maar zijn desondanks niet geschikt als chassis voor het oplegger met een zelfdragende bovenbouw. Het chassis van deze opleggers is uit zichzelf voldoende sterk en stijf om een lading zonder buitensporige vervorming of zonder verlies aan stabiliteit van het chassis te kunnen transporteren. Daardoor is het chassis relatiet te sterk voor een oplegger met een zelfdragende bovenbouw, waarbij de bovenbouw het gewicht van de lading kan dragen, waardoor potentiële bijkomende gewichisbesparing niet gerealiseerd wordt. Bovendien omvat het chassis bij belde gekende inrichtingen vele structurele componenten, zoals vier langsliggers en vele dwarsverbindingen, waardoor het samenslellen van een chassis met gewichtsoptimalisatie volgens de stand der techniek complex en tijdrovend is en veel materiaal vereist. De huidige uitvinding beoogt minstens een oplossing te vinden voor enkele van bovenvermelde nadelen.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING Tot dit doe! verschaft de uitvinding een chassis volgens conclusie 1. Het grote voordeel van een dergelijk chassis voor een oplegger is dat het een heel beperkt aantal structurele onderdelen omvat, waardoor het gewicht van het chassis zeer laag kan gehouden worden. Het chassis heeft slechts twee langsliggers. Hierdoor wordt in vergelijking met een oplegger volgens de stand der techniek gewicht bespaard. De structurele stijfheid van het chassis wordt door een vakwerk verzekerd. Het vakwerk wordt door de twee langsiiggers en een aantal dwarsverbindingen en diagonale verbindingen lussen de twee langsliggers gevormd. Het bijzondere is dat de meerderheid van de dwarsverbindingen functionele componenten van het chassis zijn, zoals een plaat met kogelpen, twee steunpolen met een dwarsbalk en een wielophangingsysleem, Deze functionels componenten zijn voor een functionerende oplegger minimaal vereist. Doordal deze junctionele componenten tevens als dwarsverbinding worden aangewend, waardoor slechts een eindbalk als bijkomende dwarsverbinding nodig is, wordt een belangrijke verdere gewichtsbesparing bekomen. Een laadopperviak is door de zelfdragende bovenbouw niel vereist. Het beperkt aanlal structurels onderdelen maak! het samensiellen van sen chassis volgens de huidige uitvinding eenvoudig en tijdsefficiént, met een minimaal materiaalgebruik.
Voorkeursvormen van de inrichting worden weergegeven in de conclusies 2 tot en met 12. In een tweede aspect betreft de huidige uitvinding een gebruik volgens conclusie 13. Dit gebruik resulteert in een verbeterde onderlosser met een geoptimaliseerd gewicht. DH is mogelijk doordat een onderlosser voor het transport van bulkgoederen gebruikt wordt, zoals bijvoorbeeld aardappelen, waardoor op zijwanden van sen onderlosser grote krachten worden uilgeostend. De onderlosser heeft noodzakelijkerwijs een zelfdragende bovenbouw, waardoor een chassis volgens de huidige uitvinding kan gebruikt worden. Een dergelijke onderlosser kan door het verlaagde gewicht van het chassis een hoger gewicht aan bulkgoederen vervoeren.
BESCHRIJVING VAN DE FIGUREN Figuur 1 toont een bovenaanzicht van chassis volgens een uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding. Figuur 2 loont een doorsnee aanzicht van chassis volgens een uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING Tenzij anders gedetinieerd hebben alle termen die gebruikt worden in de beschrijving van de uitvinding, ook technische en welenschappelijke termen, de betekenis zoals ze algemeen begrepen worden door de vakman in het technisch veld van de uitvinding. Voor een betere beoordeling van de beschrijving van de uitvinding, worden de volgende termen expliciet uitgelegd.
+ BE2020/5154 “Een”, ”de” en “het” refereren in dit document aan zowel het enkelvoud als het meervoud tenzij de context duidelijk anders veronderstelt. Bijvoorbeeld, “een segment” betekent een of meer dan een segment.
De termen “omvatten”, “omvallende”, “bestaan uit”, “bestaande uit”, “voorzien van”, “bevatten”, “bevattende”, “inhouden”, “inhoudende” zijn synoniemen en zijn inclusieve of open termen die de aanwezigheid van wat volgt aanduiden, en die de aanwezigheid niet uitsiuiten of beletten van andere componenten, kenmerken, elementen, leden, stappen, gekend uit of beschreven in de stand der techniek. Het citeren van numerieke intervallen door de eindpunten omvat alle gehele getallen, breuken en/of reële gelallen tussen de eindpunten, deze eindpunten inbegrepen. In de context van dit document is een |-profiel sen balk, bij voorkeur een stalen balk, waarbij de balk een dwarsdoorsnede in de vorm van een letter | heeït. Het |- profiel omvat een staand been en aan ieder uiteinde van het staande been een liggend been, waarbij de liggende benen evenwijdig met elkaar zijn. In een eerste aspect belreft de uitvinding een chassis voor oplegger met zelfdragende bovenbouw. Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat een chassis voor oplegger met zelfdragende bovenbouw twee langsiiggers, minstens één wielophangingsysteem, twee steunpoten met dwarsbalk, een plaat met kogelpen, een eindbalk en dwarsliggers. Het chassis heeft een voor- en achterzijde. Het chassis omvat een vakwerk gevormd door dwarsverbindingen en diagonale verbindingen tussen de twee langsliggers. De dwarsverbindingen zijn door de plaat met kogelpen, de iwee steunpoten met dwarsbalk, het wielophangingsysteem en de eindbalk gevormd. Dit is voordelig doordat, met uilzondering van de diagonale verbindingen en de eindbalk, het chassis geen specifieke dwarsbalken als structurele componenten voor het vervolledigen van het chassis omvat. De dwarsverbindingen worden door noodzakelijke functionele componenten gevormd, waardoor sen belangrijke gewichtsbesparing gerealiseerd is. Er worden minstens drie en in sommige gevallen zelis vier tot vijf sialen dwarsbalken met een minimaal gewicht van 10 kg bespaard. Doordat het chassis voor een oplegger met zelidragende bovenbouw is bedoeld, is het niet noodzaksijjk om zoals bij de stand der techniek sen volledige zelfdragend laadopperviak te voorzien. Hierdoor kunnen twee langsijggers langs de buitenomtrek van het laadopperviak en het laadopperviak zelf weggelaten worden. Bijkomend kunnen de langsiiggers plaatselijk minder zwaar uitgevoerd worden doordat de zelfdragende bovenbouw het gewicht van de lading zelf draagt. De langsiiggers omvalien cirkelvormige uitsparingen. Dit is voordelig voor het reduceren van het gewicht van de langsliggers.
Volgens een uilvoeringsvorm omval de eindbalk minsiens vijf cirkelvormige uilsparingen, waarbij de diameter van een cirkelvormige uilsparing minimaal 120 mm en maximaal 180 mm is, bij voorkeur minimaal 130 mm en maximaal 170 mm, bij meer voorkeur minimaal 140 mm en maximaal 160 mm en bij zelfs nog meer voorkeur 150 mm. Bij voorkeur omvat de eindbalk zes cirkelvormige uitsparingen. Bij voorkeur zijn de cirkelvormige uilsparingen tussen de langslggers gepositioneerd. De eindbalk siuit het vakwerk aan de achierzijde van het chassis. Door de zelfdragende bovenbouw draagt de eindbalk relatief weinig gewicht en ondervindt beperkte buigkrachten door de lading. Hierdoor is een lichter uilgevoerd eindbalk mogelijk.
De eindbalk heeft typisch een afmeting van ongeveer 1400 mm x 250 mm. De eindbalk omvat bij voorkeur sen !-profieli met een wanddikte van minimaal 4 mm en met liggende benen met een lengte van typisch 140 mm. Bij zes cirkelvormige uilsparingen met een diameter van 120 mm kan er minstens 2.11 kg gewicht bespaard worden en met een diameter van 180 mm zelis minstens 4.76 kg.
Volgens een ulivosringsvorm omvat de dwarsbalk van de iwse steunpoten minstens 7 cirkelvormige uilsparingen, waarbij de diameter van sen cirkelvormige uilsparing minimaal 100 mm en maximaal 140 mm is, bij voorkeur minimaal 110 mm en maximaal 130 mm, bij nog meer voorkeur minimaal 115 mm en maximaal 125 mm en zelfs bij nog meer voorkeur 120 mm. Bij voorkeur omvat de dwarsbalk van de twee steunpoten acht cirkelvormige uiisparingen. Bij voorkeur is aan beide einden van de dwarsbalk van de steunpoten een cirkelvormige uitsparing ter hoogte van de langsliggers en zes cirkelvormige uilsparingen lussen de langsliggers. Bij voorkeur zijn de zes cirkelvormige uitsparingen iussen de langsliggers met een regelmatige tussenafstand over de dwarsbalk van de steunpoten verdeeld. Tussen de cirkelvormige uilsparingen [ussen de langsliggers en de cirkelvormige uitsparingen ter hoogte van de langsiiggers is er een grotere tussenafstand. Dit is voordelig om
© BE2020/5154 uitscheuren van de dwarsbalk van de steunpoten ter hoogte van randen van de langsiiggers te voorkomen doordat hier meer materiaa! aanwezig is. De dwarsbalk siuit een deel van het vakwerk ter hoogie van de twee sieunpoten. Door de zelfdragende bovenbouw draagt de dwarsbalk tussen de twee steunpoten relatief weinig gewicht en ondervindt beperkte buigkrachten door de lading. Hierdoor is een lichter uitgevoerd dwarsbaik tussen de twee steunpoten mogelijk. De dwarsbalk van de twee steunpoten heeft een typische afmeting van ongeveer 1400 mm x 180 mm. De eindbalk omvat bij voorkeur een l-proliel met sen wanddikte van minimaal 4 mm en met iiggende benen met een lengte van typisch 70 mm. Bi] acht cirkelvormige uitsparingen met een diameter van 100 mm kan er minstens 1.96 kg gewicht bespaard worden en met een diameter van 140 mm zelfs minstens 3,84 kg.
Voigens een uitvoeringsvorm omvai een langsligger bij een wielophangingsysteem twee cirkelvormige uilsparingen, waarbij de diameter van sen cirkelvormige uilsparing minimaal 150 mm en maximaal 210 mm is, bij voorkeur minimaal 160 mm en maximaal 200 mm, bij nog meer voorkeur minimaal 180 mm en maximaal 190 mm, bil zelís nog meer voorkeur 185 mm. Bij voorkeur zijn de cirkelvormige uitsparingen bij een wielophangingsysleem lussen bevestigingspunten van sen veerelement en een demperslement van het wielophangingsysieem gepositioneerd. Dit is voordelig omdat hierdoor nog steeds voldoende materiaai in de langsliggers aanwezig is om de wislophanging aan de langsliggers te bevestigen. Door het gebruik van een zelfdragende bovenbouw wordt een groot gedeelte van het gewicht van een lading rechtstreeks op het wielophangingsysteem overgebracht, waardoor het deel van de langsliggers tussen bevesligingspunien voor een veerelement en sen demperslementi relatief weinig gewicht en buigingskrachten ondervinden en daardoor lichter zijn uitgevoerd.
De langsliggers omvallen bij voorkeur een |-profiel met een wanddikte van minimaal 3 mm, bij voorkeur minimaal 4 mm, en met liggende benen met een lengte van typisch 140 mm. Een chassis voor een onderlegger heeft minstens één wielophangingsysteem, bij voorkeur twee en bij nog meer voorkeur drie. Bij een oplegger met chassis met drie wislophangingsystemen zijn er twaalf cirkelvormige uilsparingen, waarmee bij een cirkelvormige opening mel een diameter van 150 mm minstens 4,96 kg gewicht kan bespaard worden en met een diameter van 210 mm zelfs minstens 9.73 kg.
Volgens een uitvoeringsvorm omvat een langsligger tussen de steunpoten met dwarsbalk en sen eersie wielophangingsysteem, gezien vanai de voorzijde van het chassis, minsiens vijf cirkelvormige openingen, waarbij de diameter van sen cirkelvormige uilsparing minimaal 150 mm en maximaal 210 mm is, bij voorkeur minimaal 160 mm en maximaal 200 mm, bij nog meer voorkeur minimaal 180 mm enmaximaal 190 mm, bij zelfs nog meer voorkeur 185 mm.
De tussenafstand lussen de cirkelvormige uitsparingen is bij voorkeur regeimatig.
Bij voorkeur zijn de cirkelvormige uitsparingen van bevestigingspunien van de twse steunpoten met dwarsbalk en van bevestigingspunten van het eerste wielophangingsysteem verwijderd.
Dit is voordelig omdat hierdoor nog steeds voldoende maleriaal in de langsiiggers aanwezig is om het wieiophangingsysleem en de lwee steunpoten met dwarsbalk aan de langsliggers te bevestigen.
Door het gebruik van een zelidragende bovenbouw wordt een groot gedeelte van het gewicht van een lading bij een aangekoppelde oplegger rechistreeks op het eerste wielophangingsysteem en de plaat met kogelpen overgebracht en bij een afgekoppelde oplegger rechtstreeks op het eerste wielophangingsysteem en de iwee steunpolen met dwarsbalk overgebracht, waardoor het deel van de langsliggers tussen bevestigingspunten voor de twee steunpolen en het eerste wislophangingsysteem relatief weinig gewicht en buigingskrachten ondervinden en daardoor lichter zijn uitgevoerd.
De langsliggers zijn zoals in een vorige uitvoeringsvorm beschreven.
Bij een chassis voor oplegger met zelfdragende bovenbouw zijn er volgens deze uilvoeringsvorm minstens tien cirkelvormige uitsparingen tussen de steunpoten met dwarsbalk en het eersie wielophangingsysteem, waarmee bij een cirkelvormige opening met een diameter van 150 mm minstens 4.13 kg gewicht kan bespaard worden en met sen diameter van 210 mm zelfs minstens 8.11 kg.
Volgens een uitvoerngsvorm omvat een langsligger tussen een laatste wielophangingsysteem, gezien vanaf de voorzijde van het chassis, en de eindbalk minstens vier cirkelvormige uitsparingen, waarbij de diameter van een cirkelvormige uilsparing minimaal 80 mm en maximaal 120 mm is, bij voorkeur minimaal 80 mm en maximaal 110 mm, bij nog meer voorkeur minimaal 95 mm en maximaal 105 mm, en bij zelf nog meer voorkeur 100 mm.
Het chassis heeft slechts een beperk! lengte tussen het laatste wielophangingsysleem en de achterzijde van het chassis.
Het gewicht van een lading wordt door de zelfdragende bovenbouw grotendeels naar het gedeelte van de langsliggers met de wielophangingsystemen overgebracht, waardoor de langsliggers hier lokaal lichter uitgevoerd zijn.
De langsliggers zijn zoals in een vorige uitvoeringsvorm beschreven. Bij een chassis voor oplegger met zelfdragende bovenbouw zijn er volgens deze Litvoeringsvorm minstens acht cirkelvormige uiisparingen lussen sen laatste wielophangingsysteem en de elndbalk, waarmee bij een cirkelvormige opening met sen diameter van 80 mm minstens 0,94 kg gewicht kan bespaard worden en met een diameter van 120 mm zelfs minstens 2.12 kg.
Het is voor sen vakman geschoold in het technische veld duidelijk dat de cirkelvormige uitsparingen eveneens driehoekig, rechihoekig, polygoon of om het even welke geschikte vorm kunnen zijn.
Voigens een uilvoeringsvorm omvatten de langsliggers een |I-profiel. De dwarsverbindingen zijn substantieel loodrecht op het vlak gevormd door het slaande been van de | gepositioneerd. De breedte van het !-profiel is tussen 120 mm en 160 mm gelegen, bij voorkeur lussen 130 mm en 150 mm, bij meer voorkeur lussen 135 mmen 145 mm en bij zelfs nog meer voorkeur 140 mm. De breedte van hel !-profiel is van voor- tot achterzijde van het chassis constant. De hoogte van het !-profiel varigert van voor- tot achterzijde van het chassis. Dit is mogelijk doordat het chassis voor een oplegger met zelfdragende bovenbouw bedoeld is. Het gewicht van sen lading wordt door de zelfdragende bovenbouw over de langsliggers verspreid, waarbij het meeste gewicht op een zone van de langsliggers boven de wielophangingsystemen rust. De voor- en achterzijde wordt minder door het gewicht van de lading belast en is daardoor minder aan buigingskrachten onderhavig, waardoor de langsliggers plaatselijk minder hoog uitgevoerd zijn. Zoals voorheen beschreven in een andere uitvoeringsvorm heeft het [-profiel een wanddikte van minimaal 3 mm, bij voorkeur minimaal 4 mm, en liggende benen met sen lengte van typisch 140 mm. De hoogte van het !-profiel is ter hoogte van een wielophangingsysteem tussen 330 mm en 370 mm gelegen, bij voorkeur tussen 340 mm en 360 mm, bij meer voorkeur tussen 345 mm en 355 mm en bij zelfs nog meer voorkeur 350 mm. Indien het chassis langsiiggers met een constante hoogte van voor- tot achterzijde van het chassis zouden hebben, dan is dit de minimale vereiste hoogte van een langsiigger.
€ 9 BE2020/5154 De hoogie van het |-profiel is ter hoogte van de plaat met kogelpen tussen 120 mm en 160 mm gelegen, bij voorkeur iussen 130 mm en 150 mm, bij meer voorkeur iussen 135 mm en 145 mm, bij nog meer voorkeur 140 mm. Door enkel het wijzigen van de hoogte van het !-profiel wordt per meter en het behouden van andere aïmeingen zoals wanddikte en lengte van benen van hel !-profiel, is in deze zone per meter van hei profiel bij een wanddkie van 3 mm een minimale gewichisbesparing van 3.98 kg en een maximale gewichisbesparing van 5.85 kg bekomen.
De hoogte van het |-profiel is ter hoogte van de twee steunpolen met dwarsbalk iussen 200 mm en 260 mm gelegen, bij voorkeur tussen 210 mm en 250 mm, bij nog meer voorkeur lussen 220 mm en 240 mm en bij zelfs nog meer voorkeur bij 230 mm. Bij gelijkaardige wanddikte is per meter van het proliel in deze zone sen minimale gewichisbesparing van 1.64 kg en sen maximale gewichisbesparing van
3.98 kg bekomen. De hoogte van het |-profiel is ter hoogte van de eindbalk lussen 200 mm en 260 mm gelegen, bij voorkeur lussen 210 mm en 250 mm, bij meer voorkeur {ussen 220 mm en 240 mm, bij nog meer voorkeur {ussen 225 mm en 235 mm en bij zelfs nog meer voorkeur 230 mm. Gelijkaardige gewichisbesparingen zoals voorheen beschreven zijn bekomen. Het !-profiel gaat bij voorkeur gradusel over van een eerste naar sen tweede hoogte langsheen de lengterichting van het chassis. De graduele overgangen bevinden zich bij voorkeur aan een zijde weggericht van sen oppervlak voorzien voor montage van een zelfdragende bovenbouw. Volgens een uilvoeringsvorm omvatten de langsliggers sen !-profiel. De dwarsverbindingen zijn substantieel loodrecht op het vlak gevormd door het slaande been van de | gepositioneerd. De dikte van het staande been van de | varieert van voor- tot achterzijde van het chassis. De dikte van het staande been ter hoogte van de plaat met kogelpen is minimaal 4.5 mm en maximaal 6.5 mm. De dikte van het staande been is vanaf de steunpolen mei dwarsbalk naar de achterzijde van het chassis minimaal 0.5 mm en maximaal 1.5 mm dunner dan ter hoogte van de plaat met kogelpen. De dikte van het staande been is vanaf de steunpoten met dwarsbalk naar de achterzijde van het chassis bij voorkeur constant. Doordat het chassis voor een oplegger met zelfdragende bovenbouw voorzien is, is het gewicht van een iading door de bovenbouw ondersteund, waardoor het mogelijk is om de langsliggers in het deel dat hei zwaarst door de lading belast wordt, ter hoogte van wielophangingsysiemen, dunner uit te voeren, Het profiel heelt voigens voorheen beschreven ulivosringsvormen ter hoogte van een wielophangingsysteem een hoogte van 330 mm en 370 mm. Door een dunnere langsligger vana? de steunpoten met dwarsbaik naar de achterzijde van het chassis is per meter van hel profiel minimaal 1.29 kg en maximaal 4.33 kg bespaard.
Volgens een uitvoeringsvorm zijn uiteinden van een diagonale verbinding op een aïsland van maximaal 750 mm van ulteinden van een dwarsverbinding aan de langsliggers verbonden. De afstand is in het vlak gevormd door de langsliggers gemeten. Dit is voordelig omdal hierdoor junctionele componenten in plaais van structurele componenten als dwarsverbindingen bruikbaar zijn. Een traditioneel! vakwerk omvalt knooppunten of scharnierpunten waar langsliggers, dwarsverbindingen en diagonale verbindingen aan elkaar verbonden zijn. In een chassis volgens huidige uitvinding is dit niet strikt het geval doordat functionele componenten, zoals bijvoorbeeld onderdelen van sen wielophangingsysteem, als dwarsverbinding gebruikt is. Deze functionele componenten kunnen niet altijd exact in een knooppunt of scharnierpunt van het vakwerk geplaatst zin, waar ze als structurele component wel zouden geplaatst zijn. Echter indien de afstand, gemeten in het vlak gevormd door de langsilggers, maximaal 750 mm is, kan nog steeds bij typische belasting voor een chassis voor een oplegger met zelfdragende bovenbouw en met een maximale chassislengte van 11.4 m van voor- [ol achterzijde een voldoende sterk en stabiel vakwerk bekomen worden. Volgens een uitvoeringsvorm is het vakwerk een onvolledig vakwerk. Het vakwerk omvat tussen een achterste wielopnangingsysleem en de eindbalk geen diagonale verbinding. Het achterste deel van het chassis draagt door de zelfdragende bovenbouw weinig gewicht, Het gewicht wordt door de zelfdragende bovenbouw grotendeels naar het centrale des! van de langsliggers, bij de wielophangingsystemen, overgebracht. Hierdoor zijn de belastingen op het achterste gedeelte van het vakwerk beperkter en is een diagonale verbinding overbodig. Er kan minstens één diagonale verbinding met een gewicht van minimaal 15 kg uitgespaard worden.
© BE2020/5154 Volgens een uitvoeringsvorm omvat het chassis minstens één drukketel voor luchtremmen. Een luchtketel beval gecomprimeerde iucht voor hel openhouden van luchtremmen van een oplegger. Bij voorkeur omval het chassis iwee drukketels voor luchtremmen, waardoor meerdere gescheiden luchtcireuits kunnen gerealiseerd worden. De drukketel vormt een bijkomende dwarsverbinding van het vakwerk. Drukketels zijn omwille van de hoge luchtdruk in de ketel, toi 8 bar, sterke functionele componenten. Deze drukketels worden in de stand der techniek vaak volgens de lengteas van een opiegger geplaatst. Door de drukkete!l ais dwarsverbinding te gebruiken, kan het vakwerk structureel stijver gemaakt worden, zonder het bijvoegen van structurele componenten. Dit is voordelig voor het laag houden van het gewicht van het chassis. Volgens een uitvoeringsvorm zijn de diagonale verbindingen onder een hosk van 40°, gemeten in het viak gevormd door de langsliggers, aan de langslggers verbonden. Doordat bij een traditioneel vakwerk met langsiiggers, dwarsverbindingen en diagonale verbindingen in sen knooppunt of scharnierpunt aan elkaar verbonden zijn, bepaalt de hoek waarmee de diagonaal aan een langsligger verbonden is de grootte van het vakwerk, Bij een hoek van 40° en een tussenafstand tussen de langsliggers van ongeveer 1400 mm is de grootte van een vak van het vakwerk langs de langsliggers ongeveer 1670 mm, Een chassis voor een oplegger met langsliggers met een lengtes van 10.4 m wordt zo in maximaal zes vakken onderverdeeld. Zes vakken vergen een beperkt aantal structurele en functionele componenten voor het vormen van het vakwerk, waardoor een chassis met een beperkt gewicht bekomen is. Bijkomend is door het beperkt aantal vakken het samenstellen van een chassis volgens de nuidige uitvinding eenvoudig en tjdsefficiënt, met een minimaal materiaalgebruik. Het is voor een vakman geschoold in het technische veld duidelijk dat elke combinatie van uilvoeringsvormen mogslijk is.
In een tweede aspect betreft de uitvinding een gebruik van een chassis voor oplegger volgens het eerste aspect! voor een onderlosser. Een onderlosser is een oplegger met voorzieningen voor het geautomatiseerd lossen van los gestorte bulkgoederen zoals bijvoorbeeld, maar niet-limilatief tot aardappelen, uien, bonen, graan, wortelen, mosselen en zand. De goederen worden aan de bovenzijde van de onderlosser gestort. De onderlosser is aan de bovenzijde ij BE2020/5154 open voor het storten van goederen. Bij voorkeur omvat de onderlosser een zeil voor het afdekken van de open bovenzijde. De onderlosser omval aan de achierzijde sen schuit geconfigureerd voor het lossen van de gestorte goederen. De onderlosser omvat een transportband geconfigureerd voor het aanvoer van de gestorte goederen in de onderiosser naar de schuif aan de achterzijde van de onderlosser. Het gebruik van een chassis voor een oplegger volgens het eerste aspect voor sen onderlosser is voordelig voor een geoptimaliseerd tarra-gewicht van de onderiosser. Dit is mogelijk doordat een onderlosser voor het transport van bulkgoederen gebruikt wordt, waardoor op zijwanden van een onderlosser grote krachten worden uitgeoefend. De onderlosser heeft noodzakelijkerwijs een zelfdragende bovenbouw, waardoor sen chassis volgens de huidige uitvinding kan gebruikt worden. Een dergelijke onderlosser kan door het verlaagde tarra-gewicht van het chassis sen hoger gewicht aan bulkgoederen vervoeren. Een dergelijke onderlosser is eveneens nuttig voor gebruik op landelijke wegen of aardewegen, doordat voor eenzelfde belading, een lager totaal gewicht bekomen wordt, waardoor de kans op verzakking of vastrijden gereduceerd wordt. Dit is vooral van belang bij bulkgoederen die op sen veld geoogs! worden.
De huidige uitvinding zal nu meer in detail worden beschreven, onder verwijzing naar figuren die niet beperkend zin.
FIGUURBESCHBIJVING Figuur 1 toont een bovenaanzicht van chassis volgens een uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding. Het chassis (1) omvat twee langsliggers (2). De langsliggers (2) vormen samen met diagonale verbindingen (10) en dwarsverbindingen een vakwerk, De dwarsverbindingen worden gevormd door de plaat met kogelpen (4), de twee steunpoten mei dwarsbalk (5), drie wielophangingsysiemen, omvatlende een as (6) met veerelement waaraan een wiel (3) verend is bevestigd en een demperelement {7}, twee luchtdrukketels voor luchtremmen (8) en een eindbalk (9). De diagonale verbindingen (10) zijn onder een hoek van 40°, gemeten in het vlak gevormd door de langsliggers (2), aan de langsliggers (2) verbonden, Een diagonale verbinding
(10) bevindt zich, gemeten in het vlak van de langsliagers (2) maximaal 750 mm van een dwarsverbinding.
Figuur 2 loont een doorsnee aanzicht van chassis volgens een uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
Het chassis is dezelfde uilvoeringsvorm als in Figuur 1. Het chassis is van opzij bekeken en volgens de as AA op Figuur 1 doorgesneden.
De langsiiggers (2) omvatten vanaf de twee steunpoten met dwarsbalk (5) tot aan het eerste wielophangingsysteem, omvallende een as (6) met veerslement waaraan een wiel! (3) verend is bevestigd en een dempersiement (7), vijf cirkelvormige uilsparingen (11). Deze vijf cirkelvormige uitsparingen (11) hebben sen diameter van minimaal 150 mm en maximaal 210 mm.
Bij elk wielophangingsysieem omvatten de langsiiggers (2) twee cirkelvormige uilsparingen (12). De iwee cirkelvormige uitsparingen (12) bij elk wielophangingsysieem hebben sen diameter van minimaal 150 mm en maximaal 210 mm.
De cirkelvormige uitsparingen (12) zijn tussen bevestigingspunten van de as met veerelement (6) en het demperelement (7) van het wielophangingsysteem gepositioneerd, De iwee steunpoten met dwarsbalk (5) en de eindbalk (9) omvalten eveneens cirkelvormige uitsparingen, maar deze zijn op Figuur 1 en Figuur 2 niet zichtbaar.

Claims (13)

CONCLUSIES
1. Chassis voor oplegger met zelfdragende bovenbouw omvallende iwee langsliggers, minstens één wielophangingsysteem, twee steunpoten met dwarsbaik, een plaat met kogelpen, een eindbalk en dwarsliggers, waarbij het chassis een voor- en achterzijde neeft, waarbij het chassis een vakwerk gevormd door dwarsverbindingen en diagonale verbindingen tussen de twee langsliggers omval met het kenmerk, dat de dwarsverbindingen door de plaat met kogelpen, de twee steunpoten met dwarsbalk, het wislophangingsysieem en de eindbalk gevormd zijn en dat de langsliggers cirkelvormige ulisparingen omvallen.
2. Chassis volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat uiteinden van een diagonale verbinding op een afstand van maximaal 750 mm van uiteinden van sen dwarsverbinding aan de langsiggers verbonden zijn, waarbij de afstand in het vlak gevormd door de langsiiggers gemeten is.
3. Chassis volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat het vakwerk een onvolledig vakwerk is, waarbij het vakwerk [ussen sen achiersie wislophangingsysleem en de eindbalk geen diagonale verbinding omvat.
4. Chassis volgens één der voorgaande conclusies 1-3, met hel kenmerk, dat de eindbalk minstens vijf cirkelvormige uitsparingen omvat, waarbij de diameter van een cirkelvormige uitsparing minimaal 120 mm en maximaal 180 mm is.
5. Chassis volgens één der voorgaande conclusies 1-4, met het kenmerk, dal de dwarsbalk van de twee steunpoten minstens 7 cirkelvormige uitsparingen omvat, waarbij de diameter van een cirkelvormige uilsparing minimaal 100 mm en maximaal 140 mm is.
6. Chassis volgens één der voorgaande conclusies 1-5, met het kenmerk, dat een langsligger bij een wielophangingsysieem twee cirkelvormige uitsparingen omvat, waarbij de diameter van sen cirkelvormige uitsparing minimaal 150 mm en maximaal 210 mm is.
7. Chassis volgens één der voorgaande conclusies 1-6, met het kenmerk, dat de langsliggers een l-profiel omvatten, waarbij de dwarsverbindingen substantieel loodrecht op het vlak gevormd door het staande been van de | gepositioneerd zijn, waarbij de breedte van het !-profiel tussen 120 mm en 5 160 mm gelegen is, waarbij de breedie van voor- tot achierzijde van het chassis constant is, waarbij de hoogte van het i-profiei varieert van voor- tot achterzijde van het chassis, waarbij de hoogte ter hoogte van de plaat met kogeipen tussen 120 mm en 160 mm gelegen is, waarbij de hoogte ter hoogte van de steunpoten met dwarsbalk tussen 200 mm en 260 mm gelegen is, waarbij de hoogte ter noogie van een wielophangingsysteem tussen 330 mm en 370 mm gelegen is en waarbij de hoogte ter hoogte van de eindbaik tussen 200 mm en 260 mm gelegen is.
8. Chassis volgens één der voorgaande conclusies 1-7, met het kenmerk, dat een langsligger tussen de sieunpolen met dwarsbalk en een eerste wielophangingsysieem, gezien vanaf de voorzijde van het chassis, minstens vit cirkelvormige openingen omval, waarbij de diameter van een cirkelvormige uitsparing minimaal 150 mm en maximaal 210 mm is.
9, Chassis volgens één der voorgaande conclusies 1-8, met het kenmerk, dat een langsligger tussen een laatste wielophangingsysleem, gezien vanaf de voorzijde van het chassis, en de eindbaik minstens vier cirkelvormige openingen omvai, waarbij de diameter van een cirkeivormige uiisparing minimaal 80 mm en maximaal 120 mm is.
10. Chassis volgens één der voorgaande conclusies 1-9, met het kenmerk, dat het chassis minstens één drukketel voor luchtremmen omvat, waarbij de drukketel een bijkomende dwarsverbinding van het vakwerk vormt.
11, Chassis volgens één der voorgaande conclusies 1-10, met het kenmerk, dat de diagonale verbindingen onder een hoek van 40°, gemeten in net vlak gevormd door de langsliggers, aan de langsiiggers verbonden zijn.
12. Chassis volgens één der voorgaande conclusies 1-11, met het kenmerk, dat de langsliggers sen !-profiel omvatten, waarbij de dwarsverbindingen substantieel loodrecht op het vlak gevormd door hei slaande been van de | gepositioneerd zijn, waarbij de dikte van het staande been van de | varieert van voor- tot achterzijde van het chassis, waarbij de dikte van het staande been ter hoogte van de plaat met kogelpen minimaal 4.5 mm en maximaal
6.5 mm is en waarbij de dikie van het slaande been vanaf de steunpoten met dwarsbalk naar de achterzijde van het chassis minimaal 0,5 mm en maximaal
1.5 mm dunner is dan ter hoogte van de plaat met kogeipen.
13. Gebruik van het chassis volgens één van de conclusies 1-12 voor een onderiosser.
BE20205154A 2020-03-06 2020-03-06 Chassis voor oplegger met zelfdragende bovenbouw met een geoptimaliseerd gewicht BE1028126B1 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20205154A BE1028126B1 (nl) 2020-03-06 2020-03-06 Chassis voor oplegger met zelfdragende bovenbouw met een geoptimaliseerd gewicht

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20205154A BE1028126B1 (nl) 2020-03-06 2020-03-06 Chassis voor oplegger met zelfdragende bovenbouw met een geoptimaliseerd gewicht

Publications (2)

Publication Number Publication Date
BE1028126A1 true BE1028126A1 (nl) 2021-09-29
BE1028126B1 BE1028126B1 (nl) 2021-10-05

Family

ID=69960169

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE20205154A BE1028126B1 (nl) 2020-03-06 2020-03-06 Chassis voor oplegger met zelfdragende bovenbouw met een geoptimaliseerd gewicht

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE1028126B1 (nl)

Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US20070007759A1 (en) 2005-07-07 2007-01-11 Vantage Trailers, Inc. Trailer having reduced weight beam construction
KR100943791B1 (ko) 2007-12-26 2010-02-23 주식회사 포스코 중량을 감소시킨 트레일러

Family Cites Families (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2812192A (en) * 1955-03-31 1957-11-05 Dana Corp Truck trailer frame
US9908453B2 (en) * 2014-10-27 2018-03-06 Fleet Concepts Inc. Intermodal chassis

Patent Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US20070007759A1 (en) 2005-07-07 2007-01-11 Vantage Trailers, Inc. Trailer having reduced weight beam construction
KR100943791B1 (ko) 2007-12-26 2010-02-23 주식회사 포스코 중량을 감소시킨 트레일러

Also Published As

Publication number Publication date
BE1028126B1 (nl) 2021-10-05

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4418853A (en) Pallet carrier
NL1006199C1 (nl) Voertuigconstructie.
BE1015391A3 (nl) Verbeterde oplegger.
US8261930B2 (en) Portable tank
US4230360A (en) Bulk material bed
US4818024A (en) Tandem hopper trailer
AU3991199A (en) Vehicle trailer frame cross member/suspension assembly mount
US6706976B1 (en) Portable platform scale
US4066289A (en) Vehicle carriers
SE446171B (sv) Tippbar ram for fordon
BE1028126A1 (nl) Chassis voor oplegger met zelfdragende bovenbouw met een geoptimaliseerd gewicht
DE202011052016U1 (de) Chassis
GB2209139A (en) A load container
NL8502471A (nl) Vrachtvoertuig, in het bijzonder van het type oplegger, met een aan de voorzijde verhoogde laadvloer.
NL1029987C1 (nl) Aanhangerkoppelinrichting.
US5558486A (en) Snowmobile trailer with front gravel guards
US20120086194A1 (en) Saddle frame for pneumatic bulk trailer
US9340140B1 (en) Dry goods bulk trailer with uninterrupted slope sheet
CZ22757U1 (cs) Cisternový železnicní vuz
AU2020204416B2 (en) Modules for multi-module weighing applications
GB1601320A (en) Delivery vehicles
EP4538143A1 (en) Pocket wagon
US3195944A (en) Vehicle wall bracing means
BE1018287A3 (nl) Chassis.
DK170744B1 (da) Påhængsvogn

Legal Events

Date Code Title Description
FG Patent granted

Effective date: 20211005