NL7908321A - Klepbedieningsmechanisme met vrij uitstekende bladveer. - Google Patents
Klepbedieningsmechanisme met vrij uitstekende bladveer. Download PDFInfo
- Publication number
- NL7908321A NL7908321A NL7908321A NL7908321A NL7908321A NL 7908321 A NL7908321 A NL 7908321A NL 7908321 A NL7908321 A NL 7908321A NL 7908321 A NL7908321 A NL 7908321A NL 7908321 A NL7908321 A NL 7908321A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- leaf spring
- spring
- piston valve
- output shaft
- point
- Prior art date
Links
Classifications
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16K—VALVES; TAPS; COCKS; ACTUATING-FLOATS; DEVICES FOR VENTING OR AERATING
- F16K31/00—Actuating devices; Operating means; Releasing devices
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Servomotors (AREA)
- Mechanically-Actuated Valves (AREA)
- Fluid-Driven Valves (AREA)
- Control Of Fluid Pressure (AREA)
Description
P & c 4 W 5657-1 Ned. : <
Klepbedieningsmechanisme met vrij uitstekende bladveer
De uitvinding heeft betrekking op een verbeterd pneumatisch be-dieningsmechanisme dat gebruik maakt van een vrij uitstekende bladveer als de evenwicht makende kracht in het terugkoppelmechanisme van een pneumatisch verplaatsingsorgaan, waardoor zijwaartse krachten op de zuiger-5 klep, die gewoonlijk wordt gebruikt in het bedieningsmechanisme, worden gecompenseerd en geëlimineerd.
Pneumatische bedieningsmechanismen zijn op zichzelf bekend en dienen voor het geven van de vereiste besturing teneinde kleppen in een gedeeltelijke smoorstand te plaatsen. In het bijzonder dienen pneumatische 10 bedieningsmechanismen voor het verplaatsen van een klep volgens een bepaald wiskundig verband met een analoog luchtdruksignaal. De door het analoge signaal verschafte kracht werkt op een membraan, die op zijn beurt is gekoppeld met een zuigerklep in het bedieningsmechanisme, voor verplaatsing van de zuigerklep, waardoor een klepbedieningselement en een 15 daarmee verbonden klep worden geroteerd, terwijl de op de membraan werkende signaaldruk wordt gebalanceerd door een andere kracht, welke wordt bestuurd door een terugkoppelcircuit dat reageert op de stand van de bestuurde klep. Wanneer deze beide krachten in evenwicht met elkaar zijn wordt een nulpunt bereikt en stopt het bedieningsmechanisme de beweging 20 van de klep. Deze standbesturing kan worden verkregen met een zuigerklep die de luchtstroom opent of sluit naar een pneumatisch bedieningsorgaan, dat rechtstreeks aan de klep is gemonteerd.
Inrichtingen van deze soort maken normaal gebruik van een schroef-veer in het terugkoppelmechanisme van het bedieningsmechanisme. Dergelijke 25 mechanismen met schroefveren zijn beschreven in de Amerikaanse octrooi-schriften 3.954.045, 3.511.134 en 3.151.531. In deze octrooischriften zijn nog andere kenmerken van dergelijke bedieningsmechanismen beschreven, bijvoorbeeld de mogelijkheid van het gebruiken van een elektrisch bestuurde spoel als omzetter in plaats van een pneumatische omzetter welke reageert 30 op een signaalluchtdruk.
Bekende inrichtingen van de bovengenoemde soort missen echter een aantal zeer gewenste eigenschappen. Bijvoorbeeld is het, zonder volledig te willen zijn, gewenst dat het bedieningsmechanisme zo weinig mogelijk onderdelen heeft en in het bijzonder zo weinig mogelijk draaipunten, daar 35 elke slijtage in het terugkoppelmechanisme onnauwkeurigheden in de werking van het bedieningsmechanisme tot gevolg zal hebben. Hoe minder draaipunten er zijn, hoe kleiner de slijtage is en daardoor hoe kleiner de speling is.
Het is bovendien gewenst dat het mechanisme een gewenste stuurwerking kan 790 83 21 9 -2- herhalen zonder veelvuldige calibraties of bijstellingen. Bovendien moet het bedieningsmechanisme zo goedkoop mogelijk zijn zonder opoffering van de prestatie, de stevigheid of de betrouwbaarheid.
Deze zeer gewenste eigenschappen worden alle bereikt met de uit- 5 vinding en in het bijzonder door het laten vervallen van het terugkoppel-mechanisme met schroefveer, zoals dit tot nu toe werd gebruikt, en het . vervangen van het schroefveermechanisme door een vrij uitstekende bladveer. Bladveren zijn op zichzelf wel eerder gebruikt in andere soorten besturings-mechanismen, bijvoorbeeld van het type volgens de Amerikaanse octrooi-10 schriften 3.455.318 en 3.339.572. De volgens de uitvinding gebruikte opstelling verschilt echter sterk van die van de bekende inrichtingen.
In tegenstelling tot bekende constructies van bedieningsmechanis-men, waarbij in het algemeen gébruik wordt gemaakt van een schroefveer voor het verschaffen van de kracht die evenwicht maakt met de signaaldruk, wordt 15 bij de onderhavige uitvinding gebruik gemaakt van een vrij uitstekende bladveer voor het geven van de kracht die evenwicht' maakt met de signaaldruk. Deze vrij uitstekende bladveer vervangt tevens één of meer elementen van het terugkoppelmechanisme, waardoor de gehele constructie wordt vereenvoudigd.
20 Het bedieningsmechanisme kan gebruik maken van een pneumatische omzetter, hoewel ook andere omzettervormen kunnen worden gebruikt, waarbij de pneumatische omzetter bestaat uit een membraan waaraan de signaallucht-druk wordt toegevoerd vóór het verschaffen van een signaalkracht. Deze signaalkracht beweegt een zuigerklep in het bedieningsmechanisme die lucht 25 laat stromen naar het klepbedieningsorgaan, waardoor de klepas in beweging wordt gesteld welke is verbonden met dit bedieningsorgaan. Deze beweging wordt teruggekoppeld naar plaatsbepalingstandwielen welke rechtstreeks zijn verbonden met de uitstekende bladveer zodanig dat wanneer het klepbedie- • ningsorgaan beweegt de veer doorbuigt, waardoor de veerkracht wordt ver-30 groot die deze veer uitoefent tegengesteld aan de signaalkracht. De blad- • veer buigt evenredig door met de op één einde ervan werkende belasting en wanneer de kracht van de bladveer gelijk wordt aan de signaalkracht op de membraan wordt een nulpunt bereikt en sluit de zuigerklep de luchtstroom naar het klepbedieningsorgaan af.
35 Het vrije einde van de uitstekende bladveer is door een langwer pige meshefboom of pen of naald verbonden met het midden van de membraan van de pneumatische omzetter en is bij voorkeur in aanraking met de membraan in het vlak van deze membraan. De langwerpige meshefboom is boven- 790 83 21 if -3- dien normaal coaxiaal geplaatst met de zuigerklep van het bedieningsme- smp en door deze eigenschappen wordt verzekerd dat de op de zuigerklep werkende krachten zuiver axiaal zijn, waardoor zijwaartse belastingen op de zuigerklep worden vermeden en ook eventuele neigingen van de zuigerklep 5 tot kantelen of zijwaarts verschuiven bij de werking van de terugkoppel-krachten. Doordat alle zijwaartse krachten op de zuiger van de zuigerklep zijn vermeden ontstaat ook geen wrijving in de zuigerklep, waardoor is verzekerd dat de zuigerklep vrij zweeft op een luchtlaag in zijn bijbehorende cilinder, terwijl stotende en verkeerde bewegingen van de zuiger-10 klep zijn vermeden, welke zouden kunnen optreden bij het optreden van wrijving bij deze axiale verplaatsingen, zodat een werking van het bedie-ningsmechanisme is verkregen die veel nauwkeuriger is dan tot nu toe mogelijk was.
De totale constructie is zeer eenvoudig wat betreft het aantal 15 onderdelen van het terugkoppelmechanisme en is in het bijzonder gekenmerkt door zo weinig mogelijk draaipunten. De uitvinding verschaft een zeer nauwkeurig en gevoelig mechanisme dat vrij goedkoop en stevig kan worden vervaardigd. Bovendien is het terugkoppelcircuit van het bedieningsmechanisme meer rechtstreeks en daardoor nauwkeuriger door het kleinere aantal draai-20 punten en door de gecombineerde functies, welke worden uitgevoerd door de verschillende elementen van het mechanisme.
De uitvinding zal hieronder nader worden toegelicht aan de hand van de tekening, waarin een schematisch uitvoeringsvoorbeeld van het bedieningsmechanisme volgens de uitvinding is weergegeven.
25 Fig. 1 is een doorsnede door het mechanisme met vrij uitstekende bladveer.
Fig. 2A en 2B tonen de krachten welke optreden bij de werking van het mechanisme.
Fig. 3 toont schematisch de compensatie welke wordt verkregen door 30 verschoven aanbrenging van de bladveer volgens fig. 1.
Het klepbedieningsmechanisme volgens de uitvinding is weergegeven in fig. 1. Het bestaat uit een cilinder 10 met een zuigerklep 11 welke axiaal verplaatsbaar is gemonteerd in een huis met openingen en dient voor besturing van lucht onder hoge druk in leidingen met een inlaatpoort en 35 uitlaatpoorten, terwijl tegelijk bepaalde leidingen kunnen worden verbonden met afvoeropeningen. De poorten zijn in het algemeen met 12 aangeduid. De zuigerklep kan naar keuze worden verplaatst door een op een signaal reagerende omzetter, welke met de zuigerklep is verbonden en bij verplaatsing van de klep wordt de stroming bestuurd van druklucht naar en van een niet 790 83 21 y>
' I
A
-4- weergegeven klepbedieningsorgaan dat op zijn beurt een uitgaande as heeft die bij rotatie de stand van de klep verstelt, bijvoorbeeld een draaibare kogelkraan of een plugkraan, verbonden met de as.
In de uitvoeringsvorm volgens fig. 1 is de omzetter van het pneu-5 matische type en voorzien van een buigzame membraan 13 met een cirkelvormige doorsnede waarvan de omtrek is opgesloten tussen een paar delen 14, 15 van het huis. Het huisdeel 14 heeft een opening 16 waaraan een signaal luchtdruk kan worden toegevoerd. Gewoonlijk is steeds een nominale luchtdruk aanwezig in de poort 16 en wordt een bedieningssignaal verschaft door 10 het vergroten van de signaalluchtdruk in de opening 16 boven zijn nominale waarde. Wanneer een dergelijke signaalluchtdruk wordt toegevoerd aan de opening 16 buigt de membraan 13, waarvan het middelpunt coaxiaal is met de hartlijn van de langwerpige zuigerklep 11, naar boven door in de richting van de pijl 17, terwijl het huisdeel 15 is voorzien van een inwendige 15 ruimte van voldoend grote afmetingen om deze beweging van de membraan 13 toe te laten. Het midden van de membraan 13 is verbonden met de zuigerklep 11 door een mechanische stangenverbinding waaronder een langwerpig hol buisvormig onderdeel 18·, dat coaxiaal is aangebracht met de zuigerklep 11 en krachten kan overbrengen van de membraan coaxaal op de zuigerklep 11.
20 Wanneer de zuigerklep 11 omhoog wordt verplaatst in zijn cilinder 10 wordt het niet weergegeven klepbedieningsorgaan gedwongen op een algemeen bekende wijze te roteren. De uitgaande as van het klepbedieningsorgaan is verbonden met of werkt als ingaande as 19 voor het klepbedieningsmecha-nisme en is voorzien van een betrekkelijk klein tandwiel 20. Dit tandwiel 25 is in ingrijping met een vrij groot tandwiel 21 in het klepbedieningsme-chanisme, dat dient voor aandrijving van de veer. De verhouding van de aantallen tanden van de tandwielen 20 en 21 is zodanig dat bij rotatie van o het tandwiel 20 over een vrije grote hoek, bijvoorbeeld 90 , een rotatie ontstaat van het tandwiel 21 over een vrij kleine hoek, bijvoorbeeld 7°, 30 om een as 22.
Een langwerpige, vrij uitstekende bladveer 23 is bevestigd in een punt 24 aan een segmentvormige draagplaat 25, welke tezamen met het tandwiel 21 roteerbaar daaraan is gemonteerd en kan worden verdraaid ten opzichte van het tandwiel 21 om een as 22 voor het uitvoeren van bepaalde 35 instellingen, hetgeen hieronder nader wordt beschreven. Het bevestigingspunt 24 van de bladveer is, zoals is weergegeven, radiaal verplaatst ten opzichte van de rotatiehartlijn 22 van het tandwiel 21, om een hieronder nader besproken reden en deze veer 23 steekt uit in een richting dwars op de rotatiehartlijn 22 van het tandwiel 21 door een paar langwerpige, dia- 790 83 21 t* -5- metraal tegenover elkaar gelegen openingen 26a, 26b in tegenover gestelde zijden van het holle buisvormige onderdeel 18. Het gedeelte van het vrije einde van de bladveer 23, dat zich bevindt binnen het holle buisvormige onderdeel 18, is voorzien van een zitting 27 welke in aanraking is met een 5 puntig boveneinde van een langwerpige meshefboom 28 met een pen- of naald-vorm, terwijl het ondereinde van deze meshefboom 28, dat eveneens puntig is, in aanraking is met het midden van een kegelvormige verdieping op de inwendige bodem van het buisvormige onderdeel 18.
De draagplaat 25 draagt een instelmechanisme voor het gebied, be-10 staande uit een moer 29 waardoorheen een langwerpige bout 30 gaat, waarbij de bout 30 op zijn beurt een meskant 31 draagt, waarvan het puntige ondereinde in aanraking is met de bladveer 23 op een punt voorblij het bevestigingspunt 24. Het werkelijke punt, waarin de meskant 31 in aanraking is met de bladveer, kan worden ingesteld ten opzichte van het bevestigingspunt 15 24 door verdraaiing van een instelknop 32 voor het gebied. Het is duidelijk dat wanneer daarna het tandwiel 21 wordt verdraaid de bladveer doorbuigt en de veerkracht, die werkt op het boveneinde van de meshefboom 28 tijdens dit doorbuigen, kan worden ingesteld door wijziging van de plaats van de meskant 31 ten opzichte van het bevestigingspunt 24.
20 De draagplaat 25 is verder voorzien van een nulstelmechanisme be staande uit een andere moer 33, waardoorheen een bout 34 steekt, die in en uit de moer 33 kan worden geschroefd met een nulstelknop 35. Het vrije einde van de bout 34 ligt aan tegen een vaste aanslag 36, aangebracht op het buitenvlak van het veeraandrijftandwiel 21. Door verdraaien van de knop 25 35 ontstaat een hoekverplaatsing van de draagplaat 25 om de as 22 ten opzichte van het tandwiel 21. Hierdoor wordt de veerkracht gewijzigd welke ontstaat aan het vrije einde van de bladveer 23, waardoor deze veerkracht aanvankelijk zodanig kan worden ingesteld dat deze gelijk is aan en in evenwicht met de kracht welke in de tegengestelde richting wordt opgewekt 30 door de membraan 13 wanneer daarop de nominale luchtdruk in de opening 16 werkt.
Voor de werking wordt het nulstelmechanisme 33 tot 35 aanvankelijk zodanig ingesteld dat er evenwicht is tussen de bladveer 23 en de membraan 13, zodanig dat de membraan 13 in een bepaalde neutrale stand staat en 35 eveneens de zuigerklep 11, terwijl het klepbedieningsorgaan, dat is verbonden met het tandwiel 20, zich in rust bevindt.
Wanneer nu een signaalluchtdruk wordt toegevoerd aan de opening 16, d.w.z. een druk die groter is dan de genoemde nominale druk, beweegt de membraan 13 naar omhoog, en wordt de kracht overgebracht door het holle 790 83 21 -6- Μ Ο* · buisvormige onderdeel 18 op de zuigerklep 11, waardoor deze naar omhoog wordt verplaatst en de lucht van hoge druk wordt toegevoerd aan het klep-bedieningsorgaan, zodat dit begint te roteren. Wanneer de uitgaande as van het klepbedieningsorgaan roteert veroorzaakt dit rotatie van het tandwiel 5 20 en van het tandwiel 21, waardoor weer de bladveer 23 wordt gebogen om de meskant 31 in een richting waardoor de veerkracht toeneemt aan het vrije einde van de bladveer. Deze vergrote veerkracht wordt via de zitting 27 en de meshefboom 28 overgebracht op de membraan 13 in een punt in het axiale midden van en in het vlak van de membraan 13. De veerkracht werkt de door 10 de membraan 13 veroorzaakte kracht tegen en neemt toe totdat deze even' groot is als de door de membraan 13 uitgeoefende signaalluchtdrukkracht en op dat moment is de evenwichtstoestand bereikt en keert de membraan terug naar zijn neutrale stand, waardoor ook de zuigerklep 11 naar zijn neutrale stand wordt teruggébracht en de rotatie van het klepbedieningsorgaan ophoudt. 15 Wanneer men de rotatierichting van het klepbedieningsorgaan wenst om te keren wordt de aan de opening 16 toegevoerde signaaldruk teruggebracht tot de nominale luchtdruk, die normaal in de opening 16 werkt in de rusttoestand. Door deze luchtdrukverlaging in de opening 16 worden de door de membraan 13 naar omhoog uitgeoefende krachten verminderd, waardoor de 20 membraan naar omlaag doorbuigt, hierdoor wordt via het holle buisvormige onderdeel 18 de zuigerklep 11 naar omlaag bewogen, waardoor het klepbedieningsorgaan in de tegengestelde richting roteert en ook de tandwielen 20 en 21 in de tegengestelde richtingen roteren, waardoor de doorbuiging van de bladveer 23 wordt verminderd en daardoor ook de naar omlaag gerichte 25 kracht welke door het vrije einde van de veer 23 wordt uitgeoefend op de meshefboom 28, totdat de omlaag gerichte veerkracht weer in evenwicht is met de opwaartse kracht, welke door de membraan wordt uitgeoefend, en op dat ogenblik komt het klepbedieningsorgaan weer tot rust.
Zoals hierboven reeds is gezegd is het zeer gewenst om alle zij-30 waartse krachten te elimineren, welke op de zuiger van de zuigerklep kunnen werken, daar hierdoor wrijving wordt vermeden en een grotere nauwkeurigheid van het plaatsbepalingsorgaan wordt verkregen. Daarom moet de door de membraan 13 uitgeoefende kracht coaxiaal op de zuiger 11 werken. Bij de constructie volgens fig. 1 zijn twee maatregelen toegepast welke tegelijk of 35 afzonderlijk kunnen worden gebruikt, voor het verminderen of elimineren van deze zijdelingse krachten.
In het bijzonder is het duidelijk dat wanneer de doorbuiging van de bladveer 23 toeneemt het aanrakingspunt tussen het midden van de membraan 13 en het vrije einde van de bladveer de neiging heeft zich zijwaarts 790 83 21 -7- *s> te verplaatsen, waardoor zijwaartse componenten F ontstaan van de kracht, zoals is weergegeven in het diagram van vrije krachten van fig. 2a. Door de toepassing van de meshefboom 28, die aan zijn ondereinde in aanraking is met het midden van de membraan 13 en die is opgenomen binnen het buis-5 vormige onderdeel 18 op een afstand van de binnenwanden daarvan, kan de "verkorting" van de lengte van de bladveer 23 door zijn doorbuiging een overeenkomstige zwenkbeweging doen ontstaan van de meshefboom 28 wanneer het aanrakingspunt tussen de zitting 27 en de meshefboom 28 zijwaarts beweegt, waardoor alle zijwaartse krachten rechtstreeks werken in het vlak 10 van de membraan 13, zoals is weergegeven in fig. 2B. Hierdoor neemt de membraan 13 alle zijwaartse componenten van de krachten op, waardoor is verzekerd dat alleen axiale krachten F, F van de membraan op de zuigerklep worden overgebracht, en verder ook dat de terugkoppelkrachten wrijvingsloos op het samenstel van membraan en zuiger worden overgebracht daar er 15 geen zijwaartse belasting werkt op de zuigerklep of op de rechtstreekse stangenverbinding 18 tussen de membraan en de zuigerklep.
Fig. 3 toont een andere wijze voor het vermijden van zijwaartse componenten van de kracht ten gevolge van de doorbuiging van de bladveer, welke kan worden toegepast in plaats van of bovendien ten opzichte van de 20 bovengenoemde eerste maatregel. In het bijzonder is, zoals reeds is gezegd, de bladveer 23 bevestigd in een punt 24, dat radiaal is verplaatst uit het midden 22 van het veeraandrijftandwiel 21. Wanneer de uitstekende bladveer rechtstreeks zou zijn bevestigd in het midden van dit tandwiel zou, wanneer de veer doorboog ten gevolge van rotatie van het tandwiel 21, 25 de afstand tussen het bevestigingspunt van de veer aan het tandwiel 21 en het punt waarin het vrije einde van de veer in aanraking is met de meshefboom 28, kleiner worden. Hierdoor zouden weer de omstandigheden optreden van de soort van fig. 2A, waarbij een zijwaartse krachtscomponent F^ ontstond behalve de gewenste axiale kracht F^. Door de verplaatsing van het 30 bevestigingspunt van de veer, zoals weergegeven in fig. 1 en 3, beweegt echter het bevestigingspunt van de veer naar de meshefboom 28 toe wanneer het aandrijftandwiel roteert. De grootte van de verplaatsing van het bevestigingspunt 24 wordt zodanig gekozen dat de afstand, waarover dit punt beweegt naar de meshefboom 28 toe, ongeveer gelijk is aan de afstand waar-35 over de bladveer 23 wordt verkort door zijn doorbuiging, zodat het vrije einde van de bladveer wordt gehouden in een punt dat ongeveer coaxiaal is met de zuigerklep 11 bij buiging van de veer.
Het totale mechanisme is door het gebruik van de beschreven uitstekende bladveer veel eenvoudiger en bovendien betrouwbaarder en nauw- 790 83 21 * -8- Μ- ' keuriger, bij lagere kosten,/ dan de bekende klepbedieningsmechanismen. Bovendien zijn met het mechanisme volgens de uitvinding zijwaartse krachten vermeden, die de werking van de zuigerklep nadelig kunnen beïnvloeden, terwijl zelfcompenserende constructies aanwezig zijn waardoor zijwaartse 5 bewegingen van het aanrakingspunt tussen de veer en de membraan worden . vermeden of tot een minimum teruggebracht.
7SÖ 83 21
Claims (12)
1. Klepbedieningsmechanisme van het type met een pneumatisch klep-bedieningsorgaan met een roteerbare uitgaande as voor het verdraaien van de ; stand van een klep, een langwerpige, axiaal verplaatsbare zuigerklep, aangebracht tussen het pneumatische klepbedieningsorgaan en een pneumatische 5 drukbron, voor het besturen van de roterende beweging van de uitgaande as van het bedieningsorgaan, waarbij een omzetter is gekoppeld met de zuigerklep en kan reageren op een stuursignaal voor het tot stand brengen van een axiale verplaatsing van de zuigerklep van een bepaalde neutrale stand weg, wanneer het gewenst is een rotatie van de uitgaande as uit te voeren, en 10 een terugkoppelmechanisme aanwezig is, dat kan reageren op de roterende beweging van de uitgaande as, voor het doen ontstaan van een kracht tegengesteld aan de kracht welke wordt opgewekt in de omzetter door het stuursignaal, voor het terugbrengen van de zuigerklep naar zijn neutrale stand wanneer de uitgaande as naar de gewenste stand is geroteerd, met het kenmerk dat 15 het terugkoppelmechanisme een roteerbaar element bevat, dat is ingericht voor koppeling met de uitgaande as van het pneumatische klepbedieningsorgaan, zodanig dat het kan roteren wanneer de as roteert, een langwerpige bladveer is bevestigd aan één einde aan het roteerbare element en vrij uitsteekt van dit element in een richting dwars op de rotatieas van het roteerbare element, 20 terwijl organen zijn aangebracht die het andere einde van de bladveer koppelen met de omzetter voor het doen ontstaan van een veerkracht tegengesteld aan de door de omzetter veroorzaakte kracht, waarbij door rotatie van de uitgaande as van het klepbedieningsorgaan de vrij uitstekende bladveer wordt gebogen over zijn lengte wanneer het roteerbare element roteert, 25 waardoor de veerkracht wordt gewijzigd welke door de veer wordt uitgeoefend op de omzetter, totdat de veerkracht, veroorzaakt door de bladveer, in evenwicht is met de door de omzetter verschafte kracht als gevolg van het stuursignaal, welke kracht op de zuigerklep wordt uitgeoefend.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk dat de omzetter 30 een pneumatische omzetter is welke kan reageren op een stuursignaal in de vorm van een pneumatisch druksignaal.
3. Inrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk dat de pneumatische omzetter een cirkelvormige, op druk reagerende membraan bevat, aangebracht in een vlak dwars op de lengterichting van de zuigerklep, welke 35 membraan is verbonden met de zuigerklep door mechanische stangen waaronder een langwerpige holle bus, coaxiaal met de zuigerklep, waarbij een opening in een zijkant van de bus is aangebracht en het andere einde van de bladveer 790 83 21 * ft · -loin een richting dwars op de lengterichting van de bus door deze opening steekt tot in het inwendige van de bus, terwijl een langwerpige meshefboom is gelegen binnen deze bus, op een afstand van de binnenranden ervan en verloopt tussen het midden van de membraan en het andere einde van de 5 bladveer.
4. Inrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk dat een einde van de langwerpige meshefboom in aanraking is met de membraan in een punt in het vlak van de membraan, welke meshefboom is ingericht om te zwenken wanneer de veer doorbuigt, waardoor zijwaartse verplaatsing wordt voorkomen 10 van het aanrakingspunt tussen het ene einde van de meshefboom en de membraan.
5. Inrichting volgens conclusie 4, met het kenmerk dat de langwerpige bus nog een andere opening heeft, tegenover de eerstgenoemde opening, waarbij de bladveer door deze beide openingen steekt, en een zitting is aangebracht op het gedeelte van de veer tussen deze openingen, welke 15 zitting is ingericht voor aanraking met het andere einde van de langwerpige meshefboom.
6. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk dat tandwielen de roteerbare uitgaande as verbinden met het roteerbare element, voor rotatie van dit element over een hoek die kleiner is dan die volgens de uit- 20 gaande as, welk roteerbare element een meskant draagt, welke aanligt tegen de bladveer op een punt van de veer op een afstand van het bevestigingspunt van de veer met het roteerbare element.
7. Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk dat de tandwielen bestaan uit een vrij klein eerste tandwiel, verbonden met de uitgaan- 25 de as, en een groter tweede tandwiel, in ingrijping met het eerste tandwiel, waarbij het roteerbare element een draagplaat is, bevestigd aan het tweede tandwiel.
8. Inrichting volgens conclusie 7, met het kenmerk dat instel-organen zijn aangebracht aan de draagplaat voor het naar keuze wijzigen 30 van het punt waarin de meskant in aanraking is met de bladveer.
9. Inrichting volgens conclusie 7, gekenmerkt door instelorganen aan de draagplaat voor het naar keuze wijzigen van de kracht waarmee de meskant aanligt tegen de bladveer.
10. Inrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk dat het ene 35 einde van de bladveer is bevestigd aan het roteerbare element in een punt dat radiaal is verplaatst ten opzichte van de rotatiehartlijn van het roteerbare element, waarbij de plaats van het bevestigingspunt en de grootte van de radiale verplaatsing van het ene einde van de bladveer, zodanig zijn gekozen dat het andere einde van de bladveer ongeveer in het punt 790 8 3 21 • ' ' \ -11- blijft dat coaxiaal is met het midden van de membraan bij de doorbuigingen van de veer.
11. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk dat het andere ..... einde van de bladveer in hoofdzaak coaxiaal is met de zuigerklep en het 5 ene einde van de bladveer is bevestigd aan het roteerbare element in een punt dat radiaal is verschoven ten opzichte van de rotatiehartlijn van dit element, waarbij de grootte van deze radiale verplaatsing zodanig is gekozen dat het andere einde van de bladveer ongeveer wordt gehouden in een punt dat coaxiaal is met de zuigerklep bij de doorbuigingen van de veer. 10
12. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk dat tandwielen zijn aangebracht tussen het roteerbare element en de roteerbare uitgaande as, waardoor bij rotatie van de as het roteerbare element wordt geroteerd over een belangrijk kleinere hoek dan de rotatiéhoek van de uitgaande as. 790 83 21
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| US96630078 | 1978-12-04 | ||
| US05/966,300 US4206686A (en) | 1978-12-04 | 1978-12-04 | Cantilever beam positioner for valve actuators |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL7908321A true NL7908321A (nl) | 1980-06-06 |
Family
ID=25511187
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL7908321A NL7908321A (nl) | 1978-12-04 | 1979-11-14 | Klepbedieningsmechanisme met vrij uitstekende bladveer. |
Country Status (16)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4206686A (nl) |
| AR (1) | AR222057A1 (nl) |
| AU (1) | AU524919B2 (nl) |
| BR (1) | BR7907863A (nl) |
| CA (1) | CA1103645A (nl) |
| DE (1) | DE2947843A1 (nl) |
| ES (1) | ES486591A1 (nl) |
| FI (1) | FI793659A7 (nl) |
| FR (1) | FR2443570A1 (nl) |
| GB (1) | GB2039088B (nl) |
| IL (1) | IL58700A (nl) |
| IT (1) | IT1164069B (nl) |
| NL (1) | NL7908321A (nl) |
| NZ (1) | NZ192293A (nl) |
| SE (1) | SE7909933L (nl) |
| ZA (1) | ZA795992B (nl) |
Families Citing this family (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US5345856A (en) * | 1993-03-02 | 1994-09-13 | Automax, Inc. | Valve positioner having adjustable gain |
| US8814007B2 (en) | 2010-12-31 | 2014-08-26 | Medline Industries, Inc. | Dispenser with directional flow controlling flange and corresponding systems |
Family Cites Families (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US671465A (en) * | 1900-09-24 | 1901-04-09 | Willard J Barnes | Speed-regulator. |
| US2789543A (en) * | 1953-07-02 | 1957-04-23 | Honeywell Regulator Co | Stabilized pneumatic regulator apparatus |
| US2947286A (en) * | 1958-01-29 | 1960-08-02 | Bell Aerospace Corp | Integrated actuator |
| BE755353A (fr) * | 1969-08-28 | 1971-02-01 | Worcester Valve Co Ltd | Perfectionnement aux dispositifs asservis |
| GB1478041A (en) * | 1973-09-14 | 1977-06-29 | Nash A | Control means |
| US3915062A (en) * | 1973-12-03 | 1975-10-28 | Sybron Corp | Servomechanism or relay using fluid pressure |
-
1978
- 1978-12-04 US US05/966,300 patent/US4206686A/en not_active Expired - Lifetime
-
1979
- 1979-10-22 CA CA338,113A patent/CA1103645A/en not_active Expired
- 1979-11-07 ZA ZA00795992A patent/ZA795992B/xx unknown
- 1979-11-12 IL IL58700A patent/IL58700A/xx unknown
- 1979-11-14 NL NL7908321A patent/NL7908321A/nl not_active Application Discontinuation
- 1979-11-14 AU AU52805/79A patent/AU524919B2/en not_active Ceased
- 1979-11-22 FI FI793659A patent/FI793659A7/fi not_active Application Discontinuation
- 1979-11-28 DE DE19792947843 patent/DE2947843A1/de not_active Withdrawn
- 1979-11-30 IT IT50949/79A patent/IT1164069B/it active
- 1979-11-30 GB GB7941379A patent/GB2039088B/en not_active Expired
- 1979-12-03 NZ NZ192293A patent/NZ192293A/xx unknown
- 1979-12-03 AR AR279117A patent/AR222057A1/es active
- 1979-12-03 SE SE7909933A patent/SE7909933L/ not_active Application Discontinuation
- 1979-12-03 BR BR7907863A patent/BR7907863A/pt unknown
- 1979-12-04 FR FR7929767A patent/FR2443570A1/fr active Granted
- 1979-12-04 ES ES486591A patent/ES486591A1/es not_active Expired
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| GB2039088B (en) | 1982-11-24 |
| NZ192293A (en) | 1983-04-12 |
| FR2443570A1 (fr) | 1980-07-04 |
| FI793659A7 (fi) | 1981-01-01 |
| FR2443570B1 (nl) | 1984-01-06 |
| AU5280579A (en) | 1980-06-12 |
| US4206686A (en) | 1980-06-10 |
| CA1103645A (en) | 1981-06-23 |
| IL58700A (en) | 1981-11-30 |
| AR222057A1 (es) | 1981-04-15 |
| ES486591A1 (es) | 1980-09-16 |
| ZA795992B (en) | 1980-10-29 |
| BR7907863A (pt) | 1980-07-22 |
| SE7909933L (sv) | 1980-06-05 |
| IT7950949A0 (it) | 1979-11-30 |
| IT1164069B (it) | 1987-04-08 |
| DE2947843A1 (de) | 1980-06-19 |
| GB2039088A (en) | 1980-07-30 |
| AU524919B2 (en) | 1982-10-07 |
| IL58700A0 (en) | 1980-02-29 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US4509403A (en) | Positioner having user-adjustable dynamic response | |
| US2190506A (en) | Apparatus for creating or measuring forces | |
| JPS5878213A (ja) | 制御レバ−装置 | |
| US4688444A (en) | Control device | |
| NL7908321A (nl) | Klepbedieningsmechanisme met vrij uitstekende bladveer. | |
| US6655229B2 (en) | Operation lever device | |
| US4464976A (en) | Two-stage pneumatic servomotor | |
| US3812590A (en) | Electronic sensor | |
| US2034909A (en) | Universally balanced aircraft indicator | |
| DE1262095B (de) | Federanordnung zur Erzeugung einer Rueckstellkraft mit einstellbarer Kennlinie | |
| CH720657B1 (de) | Versetzungserfassungsvorrichtung | |
| US6865030B2 (en) | Variable optical slit assembly | |
| US4180243A (en) | Automatic and manual linear reversion control mechanism | |
| JPH025253B2 (nl) | ||
| US2558316A (en) | Thermostat and like control instrument having single means for adjusting sensitivity and reversing action | |
| US4545402A (en) | Pressure-regulating valve with a force-feedback | |
| US2808042A (en) | Speed controlled engine or the like | |
| US3396374A (en) | Force balance instrument having v-notch mounted shaft and overrange protection | |
| US3279490A (en) | Apparatus for converting displacement into air pressure | |
| US2869371A (en) | Compensating mechanism for indicator | |
| US3448753A (en) | Differential pneumatic amplifier with adjustable gain | |
| US2918904A (en) | Servo motor with adjustable stiffness control means | |
| JPS5864521A (ja) | 旋回自在な軸に対する位置偏せ機構 | |
| JP2002286109A (ja) | トロイダル型無段変速機の変速制御装置 | |
| JPS60247078A (ja) | 可変容量ポンプの馬力制御装置 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| BV | The patent application has lapsed |