NL7905919A - METHOD FOR DESTABILIZING COLLOIDAL SUSPENSIONS. - Google Patents

METHOD FOR DESTABILIZING COLLOIDAL SUSPENSIONS. Download PDF

Info

Publication number
NL7905919A
NL7905919A NL7905919A NL7905919A NL7905919A NL 7905919 A NL7905919 A NL 7905919A NL 7905919 A NL7905919 A NL 7905919A NL 7905919 A NL7905919 A NL 7905919A NL 7905919 A NL7905919 A NL 7905919A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
starch
water
process according
alcohol
aluminum phosphate
Prior art date
Application number
NL7905919A
Other languages
Dutch (nl)
Original Assignee
Great Canadian Oil Sands
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Great Canadian Oil Sands filed Critical Great Canadian Oil Sands
Publication of NL7905919A publication Critical patent/NL7905919A/en

Links

Classifications

    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C13SUGAR INDUSTRY
    • C13KSACCHARIDES OBTAINED FROM NATURAL SOURCES OR BY HYDROLYSIS OF NATURALLY OCCURRING DISACCHARIDES, OLIGOSACCHARIDES OR POLYSACCHARIDES
    • C13K1/00Glucose; Glucose-containing syrups
    • C13K1/06Glucose; Glucose-containing syrups obtained by saccharification of starch or raw materials containing starch
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D21/00Separation of suspended solid particles from liquids by sedimentation
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D21/00Separation of suspended solid particles from liquids by sedimentation
    • B01D21/0084Enhancing liquid-particle separation using the flotation principle
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D21/00Separation of suspended solid particles from liquids by sedimentation
    • B01D21/01Separation of suspended solid particles from liquids by sedimentation using flocculating agents
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C02TREATMENT OF WATER, WASTE WATER, SEWAGE, OR SLUDGE
    • C02FTREATMENT OF WATER, WASTE WATER, SEWAGE, OR SLUDGE
    • C02F1/00Treatment of water, waste water, or sewage
    • C02F1/52Treatment of water, waste water, or sewage by flocculation or precipitation of suspended impurities
    • C02F1/5263Treatment of water, waste water, or sewage by flocculation or precipitation of suspended impurities using natural chemical compounds

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Organic Chemistry (AREA)
  • Biochemistry (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Emergency Medicine (AREA)
  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • General Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Hydrology & Water Resources (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Environmental & Geological Engineering (AREA)
  • Water Supply & Treatment (AREA)
  • Separation Of Suspended Particles By Flocculating Agents (AREA)
  • Treatment Of Sludge (AREA)

Description

ί\ ✓ί \ ✓

Aa

... . · 1 —.... 1 -

Great Canadian Oil Sands, Limited, .Edmonton, Alberta, CanadaGreat Canadian Oil Sands, Limited, Edmonton, Alberta, Canada

Werkwijze voor het destabiliseren van colloïdale suspensies.Method for destabilizing colloidal suspensions.

Deze uitvinding betreft nieuwe preparaten op basis van gehydrolyseerd tarwe-, mais- of aardappel-zetmeel, en een werkwijze voor de bereiding daarvan. Meer in het bijzonder berust deze uitvinding op de vondst dat gehydrolyseerd tarwe-, mais- en aardappel-5 zetmeel effectieve vlokmiddelen zijn voor het stabiliseren van zowel verdunde als dikke slik-suspensies.This invention relates to new preparations based on hydrolysed wheat, corn or potato starch and a process for the preparation thereof. More particularly, this invention is based on the discovery that hydrolyzed wheat, corn and potato starch are effective flocculants for stabilizing both dilute and thick swallowing suspensions.

In het algemeen zijn dit waterige suspensies van klei of metaal-oxyden en/of -hydroxyden die bij de mijnbouw in grote hoeveelheden ontstaan, namelijk bij het winnen van kool, bitumen uit 10 teerzanden, en metalen. Bij deze mijnbouw ontstaan suspensies, veelal "slijmen" genoemd, en vooral fosfaat-slijmen e.d. bij het winnen van koper-, nikkel- en titaan-erts, en verdunde klei-suspensies bij het delven van steenkool en het verwerken van teerzanden. Om deze grote hoeveelheden afval kwijt te kunnen raken worden, ongeacht hun herkomst, 15 veelal vlokmiddelen gebruikt die deze suspensies destabiliseren en al dus een doeltreffende scheiding van water van vaste stof mogelijk maken.In general, these are aqueous suspensions of clay or metal oxides and / or hydroxides which are produced in large quantities during mining, namely in the recovery of coal, bitumen from tar sands, and metals. This mining produces suspensions, often referred to as "slime", and especially phosphate slime, etc., during the extraction of copper, nickel and titanium ore, and diluted clay suspensions, during the mining of coal and the processing of tar sands. Regardless of their origin, flocculants are often used to get rid of these large quantities of waste, which destabilize these suspensions and thus enable an effective separation of water from solids.

Een uitvoeringsvorm van deze uitvinding betreft de behandeling van het afvalwater dat men overhoudt bij het heetwater-proces voor de behandeling van teerzanden, met name die uit Athabasca, 20 en bij voorkeur gebruikt men daarvoor een bepaald gehydrolyseerd tarwe- zetmeel. Een andere uitvoeringsvorm betreft de behandeling van fosfaat-slijmen die men gewoonlijk uit vele andere ertsen overhoudt.An embodiment of this invention relates to the treatment of the waste water left over from the hot water process for the treatment of tar sands, in particular those from Athabasca, and preferably a certain hydrolysed wheat starch is used for this. Another embodiment concerns the treatment of phosphate slimes that are usually left over from many other ores.

Teerzanden (ookwel "olie-zanden" en "bitumineuze zanden" genoemd) zijn afzettingen waarin het zand doordrenkt is met een 25 zware, viskeuze aardolie. Teerzanden worden over de gehele wereld gevon den, vaak in hetzelfde gebied als "gewone" aardolie. De grootste afzetting, en de enige die commercieel van belang is, is in het Athabasca-gebied in het noordoosten van de Canadese provincie Alberta. Men gelooft dat 790 59 19 & '‘ψ * < dit gebied meer dan 700.000.OQÖ.000 vaten bitumen bevat, wat ongeveer evenveel is als de totale geschatte aardolie-reserve in de wereld, waarvan 6Q % in het Midden-Oosten ligt.Tar sands (also called "oil sands" and "bituminous sands") are deposits in which the sand is impregnated with a heavy, viscous petroleum. Tar sands are found all over the world, often in the same area as "regular" petroleum. The largest deposit, and the only one of commercial importance, is in the Athabasca region of northeastern Canada's Alberta province. It is believed that 790 59 19 & '‘ψ * <this area contains more than 700,000 OQÖ,000 barrels of bitumen, which is roughly the same as the total estimated petroleum reserve in the world, of which 6Q% is in the Middle East.

Het Athabasca-teerzand is een mengsel van bitu-5 men, mineralen en en water, maar het gaat alleen om het bitumen. Het hitumen-gehalte is variabel, van 0 tot 18 gew.%, gemiddeld 12 gew.%. Water varieert van 3 tot 6 gew.% van het geheel, in het algemeen meer naarmate er minder'bitumen is. Het gehalte aan mineraal is betrekkelijk constant en ligt tussen 84 en 86 gew.%.The Athabasca tar sand is a mixture of bi-minerals, minerals and and water, but it is only about the bitumen. The hitumen content is variable, from 0 to 18% by weight, on average 12% by weight. Water ranges from 3 to 6% by weight of the whole, generally more the less bitumen there is. The mineral content is relatively constant and is between 84 and 86% by weight.

IQ Verschillende principes voor het extraheren van het bitumen uit deze zanden zijn bekend. Bij de zogenaamde "koud water-mathode"' gebeurt de afscheiding door het zand te mengen met een oplosmiddel dat het bitumen kan oplossen, en dit mengsel wordt dan in een grote hoeveelheid water gebracht, en hieraan wordt water met een opper-15 vlak-actieve stof. of een oplossing van een neutraal zout in water gebracht. Het geheel laat men dan onder invloed van de zwaartekracht of van overdruk ontmengen.IQ Several principles for extracting the bitumen from these sands are known. In the so-called "cold water mathode", the separation is done by mixing the sand with a solvent that can dissolve the bitumen, and this mixture is then introduced into a large amount of water, to which water is added with a surface. active substance. or a solution of a neutral salt in water. The whole is then allowed to separate under the influence of gravity or overpressure.

Het heet water-proces voor de extrac-tie van bitumen uit teerzanden omvat drie hoofdstappen (een vierde stap, de 2Q eindextractie, wordt gebruikt om het afgescheiden bitumen wat te reinigen voordat men het verder verwerkt). In de eerste stap, het conditioneren, wordt het teerzand met water gemengd en met open stoom verhit tot een brij met 7Q tot 85 gew.% droge stof. Om de pH tussen 8,0 en 8,5 te houden worden NaOH of andere chemicaliën toegevoegd. In de tweede stap, 25 het afscheiden, wordt de geconditioneerde brij verder verdund, zodat bezinking kan optreden. De grootste hoeveelheid van het zandige mineraal bezinkt vrij snel en wordt als zodanig afgevoerd. Het grootste deel van het bitumen drijft snel omhoog en vormt een samenhangende laag schuim, die afgeroomd wordt. De rest is een moeilijk bezinkende, ver-3Q dunde klei-suspensie. Vaak kan men hieruit nog een aanvullende produkt-stroom uit afscheiden, de "nastroom" genoemd, die in een derde stap bijvoorbeeld door flotatie opgewerkt wordt; aldus krijgt men een aanvullende hoeveelheid schuim.The hot water process for extracting bitumen from tar sands consists of three main steps (a fourth step, the 2Q final extraction, is used to clean the separated bitumen before further processing). In the first step, the conditioning, the tar sand is mixed with water and heated with open steam to a slurry containing from 7% to 85% by weight dry matter. To keep the pH between 8.0 and 8.5, NaOH or other chemicals are added. In the second step, the separation, the conditioned slurry is further diluted so that settling can occur. The largest amount of the sandy mineral settles quite quickly and is discharged as such. Most of the bitumen floats up quickly and forms a cohesive layer of foam, which is skimmed off. The rest is a hard settling, diluted clay suspension. It is often possible to separate from this an additional product stream, called the "post-stream", which is worked up in a third step, for example, by flotation; thus an additional amount of foam is obtained.

Het deeltjesgrootte-spectrum is bijzonder belang-35 rijk voor de werking van het heetwater-proces, en vooral voor de verwerking van de moeilijke middenfractie. Met "zand", "slib" en "klei" 790 5 9 19 ...... 3 ψ Η worden hier de materialen alleen naar de deeltjesgrootte onderscheiden; het zijn in wezen allemaal silicaten. Zand is grover dan 45^um,slik fijner dan 45 ^um maar grover dan 2^um, en klei is fijner dan 2^um.The particle size spectrum is particularly important for the operation of the hot water process, and especially for the processing of the difficult middle fraction. With "sand", "sludge" and "clay" 790 5 9 19 ...... 3 ψ Η, the materials here are distinguished only by particle size; they are essentially all silicates. Sand is coarser than 45 μm, swallow finer than 45 μm but coarser than 2 μm, and clay is finer than 2 μm.

Het conditioneren van teerzand voor het afschei-den van bitumen daaruit bestaat uit het verhitten van een mengsel van teerzand en water tot een temperatuur van 82°-92°C, goed mengen van deze brij tot een uniforme samenstelling en consistentie, en het verbruik van loog en/of andere reagentia. Onder die omstandigheden wordt het bitumen van de afzonderlijke zandkorreltjes afgescheiden in de vorm van ^ afzonderlijke druppeltjes met een deeltjesgrootte van dezelfde orde als die van de zandkorrels. Diezelfde procesomstandigheden blijken echter ook ideaal te zijn voor het suspenderen van het klei dat van nature in het teerzand zit. De oorspronkelijke aggregaten van klei-deeltjes vallen uit elkaar en tijdens het conditioneren wordt een belangrijk deel ^ van het klei goed gedispergeerd. Men ziet dus dat het conditioneren, nodig voor een doeltreffend afscheiden van het bitumen er ook toe leidt dat het van oorsprong aanwezige klei in een bijzonder moeilijk te breken suspensie komt.Conditioning tar sand for bitumen separation therefrom consists of heating a mixture of tar sand and water to a temperature of 82 ° -92 ° C, mixing this slurry well to a uniform composition and consistency, and consuming lye and / or other reagents. Under those conditions, the bitumen is separated from the individual grains of sand in the form of individual droplets with a particle size of the same order as that of the grains of sand. However, the same process conditions also appear to be ideal for suspending the clay that is naturally present in the tar sand. The original aggregates of clay particles disintegrate and an important part of the clay is well dispersed during conditioning. Thus, it can be seen that the conditioning necessary for the effective separation of the bitumen also results in the clay originally present in a particularly difficult to break suspension.

De tweede processtap, het afscheiden, is in feite 20 het winnen van het bitumen (het eigenlijke scheiden heeft al tijdens het conditioneren plaatsgevonden). De geconditioneerde brij wordt gezeefd, waardoor stenen en onverwerkbare brokken teerzand en klei verwijderd worden. Het aldus verkregen, overmaatse materiaal wordt weggedaan. De gezeefde brij wordt verder met water verdund om het ontmengen te be-25 vorderen; druppeltjes bitumen, die in wezen vrij van mineralen zijn, stijgen omhoog en vormen een samenhangende massa schuim, en tegelijkertijd bezinken minerale deeltjes, vooral het grovere zand, dat als bezinksel uit de afscheider verwijderd kan worden. Dit opstijgen en bezinken vindt plaats in een middenfractie, die men ook overhoudt, en die in 30 hoofdzaak uit water bestaat, met daarin gesuspendeerd fijne mineraal-korreltjes en fijne bitumen-druppeltjes.The second process step, the separation, is in fact the recovery of the bitumen (the actual separation has already taken place during the conditioning). The conditioned slurry is sieved, removing stones and unprocessable chunks of tar sand and clay. The excess material thus obtained is discarded. The sieved slurry is further diluted with water to aid demixing; droplets of bitumen, which are essentially mineral-free, rise up and form a cohesive mass of foam, and at the same time mineral particles settle, especially the coarser sand, which can be removed from the separator as sediment. This ascending and settling takes place in a middle fraction, which is also left over, and which mainly consists of water, with fine mineral grains and fine bitumen droplets suspended therein.

De afmetingen en het soortelijk gewicht van zand en bitumen liggen meer of minder vast. De parameter die het bezinken het sterktst beïnvloedt is de viscositeit van de middenfractie. Opmerke-35 lijk is dat als het gehalte aan fijn materiaal boven een bepaalde drempelwaarde komt (die afhankelijk van de samenstelling daarvan kan variëren) 7905919 “ 4 ' * “% % de viscositeit snel oploopt zodat het ontmengen dan in wezen stil komt te liggen. De afscheiding is dan gehéél van streek. .Men wint geen of weinig bitumen, en alle stromen die uit de afscheider gaan hebben ongeveer dezelfde samenstelling. Naarmatehet gehalte aan fijn materiaal omhoog gaat 5 moet meer water in het proces gevoerd worden om de viscositeit van de middenfractie binnen het verwerkbare gebied te houden.The dimensions and specific gravity of sand and bitumen are more or less fixed. The parameter that most strongly influences settling is the viscosity of the middle fraction. It is noteworthy that if the content of fine material exceeds a certain threshold value (which can vary depending on its composition) 7905919 "4" *%% the viscosity increases rapidly, so that the demixing essentially comes to a standstill. The separation is then very upset. Little or no bitumen is extracted, and all streams exiting the separator have approximately the same composition. As the fine material content increases, more water must be fed into the process to keep the viscosity of the middle fraction within the processable range.

De derde stap van het heetwater-proces is hst uitpeuren. Het gehalte van de uitgangsstof aan fijn materiaal bepaalt hoeveelheid water men moet toevoegen, namelijk om de viscositeit van de 10 middenfractie in bedwang te houden, en het is gewoonlijk noodzakelijk een aanvullende stroom uit deze middenfractie af te voeren om de afscheider in balans te houden, en uit deze aanvullende stroom wordt een aanvullende hoeveelheid teer gepeurd; een doeltreffende methode hiervoor is flotatie met lucht.The third step of the hot water process is to test hst. The content of the starting material in fine material determines the amount of water to be added, namely to control the viscosity of the middle fraction, and it is usually necessary to drain an additional stream from this middle fraction to keep the separator in balance, and an additional amount of tar is extracted from this additional stream; an effective method for this is flotation with air.

15 De afscheiding van het bitumen wordt gewoonlijk afgerond met een eerste zuivering door centrifugeren. Het afgeroomde schuim wordt met nafta verdund en dan in twee stappen gecentrifugeerd.Bitumen separation is usually completed with an initial purification by centrifugation. The skimmed foam is diluted with naphtha and then centrifuged in two steps.

Dit leidt tot een produktstroom van in wezen zuivere maar verdunde teer. Water en nog wat mineraal worden daarbij uit het schuim verwijderd en 20 vormen een aanvullende afvalstroom waarvan men zich moet ontdoen.This results in a product stream of essentially pure but thinned tar. Water and some mineral are thereby removed from the foam and form an additional waste stream which must be discarded.

Bij extractie-werkwij zen is "uitschot" het weg te gooien materiaal dat men bij het winnen van wwardevol materiaal uit erts overhoudt. Bij het verwerken van teerzanden bestaat het uitschot uit al het zand waarmee men begon met wat meer water en minus het ge-25 wonnen teer. Dit afval kan men in drie categorieën verdelen: (1) overmaats, (2) de zand-fractie (welke vlot bezinkt), en (3) de slik-fractie (die moeilijk en langzaam bezinkt). Het overmaatse wordt in het algemeen als afzonderlijke stroom opgevangen en verwerkt.In extraction processes, "scum" is the material to be discarded left over from the extraction of valuable material from ore. When processing tar sands, the scum consists of all the sand with which one started with some more water and minus the extracted tar. This waste can be divided into three categories: (1) oversized, (2) the sand fraction (which settles smoothly), and (3) the sludge fraction (which settles slowly and slowly). The oversize is generally collected and processed as a separate stream.

De afvalverwerking omvat alle maatregelen nodig 30 om het uitschot een definitieve bestemming te geven. Een voor de hand liggend doel van deze verwerking is het uitschot in een aanvaardbare vorm terug te brengen naar het uitgemengde gebied. Daarvoor zijn er in wezen twee verschillende werkwijzen: (1) het bouwen van dijken en het hydraulisch transport van de afvalstroom gevolgd door mechanisch samen-35 persen van de zand-fractie, en (2) als vloeistof afvoeren zonder mechanisch samenpersen.Waste treatment includes all measures necessary to give the scrap a final destination. An obvious purpose of this processing is to return the scum to the mixed area in an acceptable form. There are essentially two different methods for this: (1) building dikes and hydraulic transport of the waste stream followed by mechanical compaction of the sand fraction, and (2) discharge as liquid without mechanical compaction.

7805919 5 * 47805919 5 * 4

In de laatste jaren heeft het hoge milieu-bewust-zijn in Canada en de Ver.Staten geleid tot veel belangstelling voor het plaatsen van het uitschot. Het onderliggende idee is recht door zee.In recent years, high environmental awareness in Canada and the United States has led to much interest in placing the scum. The underlying idea is straightforward.

33

Men stelle zich het ontginnen van ! m teerzand voor. Dit laat in de 3 5 grond een gat van 1 m achter. Het erts wordt verwerkt en het waarde-volle materiaal afgevoerd, en de rest, waaronder zowel proces-materiaal als het ganggesteente, is af val die geen waarde heeft en die men moet kwijtraken. Bij het verwerken van teerzand is het voornaamste procesmateriaal water, en het ganggesteente is in hoofdzaak zand met enig 10 leem en klei. Natuurkundig gezien bestaat het afval uit een vast gedeelte (de zand-fractie) en een meer of minder vloeibaar gedeelte (de slik-frac-tie). De beste plek om al het afval te plaatsen is natuurlijk het be-staande gat in de grond van 1 m . Het blijkt echter dat de zand-fractie die 1 m juist kan opvullen. De hoeveelheid slik is variabel, afharike-15 lijk van de kwaliteit van het uitgangsmateriaal en de procesomstandig- 3 heden, maar kan wel 0,3 m bedragen. Al het afval kan dus niet samen in de oorspronkelijk vrijgekomen ruimte.Imagine mining! m tar sand for. This leaves a hole of 1 m in the ground. The ore is processed and the valuable material removed, and the rest, including both process material and the gangue, is waste that has no value and must be lost. In processing tar sand, the main process material is water, and the gangue is mainly sand with some loam and clay. From a physical point of view, the waste consists of a solid part (the sand fraction) and a more or less liquid part (the sludge fraction). The best place to put all the waste is, of course, the existing 1m hole in the ground. However, it turns out that the sand fraction can fill up that 1 m. The amount of sludge is variable depending on the quality of the starting material and the process conditions, but can be as much as 0.3 m. All waste can therefore not be combined in the originally released space.

In het verleden was er in de literatuur over het opwerken van teerzanden met het heetwater-proces weinig besef dat er 20 een netto-ophoping van vloeibare afval oftewel slik optreedt. Op basis van een analyse van proefopstellingen die leiden tot het ontwerp voor de grote Canadese teerzandenfabriek nabij Fort McMurray, Alberta, werd echter een accumulatie van slik voorspeld. Deze accumulatie is als het ,,afvalwater-probleem,, bekend geworden. Waarnemingen tijdens het opstar-25 ten en de eerste explotatie bij Fort McMurray (in 1967-69) waren onvoldoende nauwkeurig om deze voorspelling te bevestigen, maar sinds 1969 hebben de resultaten bevestigd dat er in het afvalopvanggebied zich een laag fijn materiaal en water ophoopte die, ook over jaren, maar heel langzaam bezinkt en indikt, of misschien zelfs helemaal niet.In the past, literature on the reprocessing of tar sands with the hot water process had little awareness that there is a net accumulation of liquid waste, ie sludge. However, based on an analysis of experimental setups leading to the design for the large Canadian tar sands plant near Fort McMurray, Alberta, mud accumulation was predicted. This accumulation has become known as the "wastewater problem". Observations during start-up and the first exploration at Fort McMurray (1967-69) were insufficiently accurate to confirm this prediction, but since 1969, results have confirmed that a layer of fine material and water accumulated in the waste collection area , also over years, but settles very slowly and thickens, or maybe not at all.

30 Bij deze fabriek wordt het vloeibare af val hy draulisch naar het opvanggebied getransporteerd en daar bovenop een zanddijk gedeponeerd die een poel van vloeibaar afvalwater moet omsluiten. Op deze dijk bezinkt het zand snel en suspensie van fijn materiaal in water (met nog een klein beetje bitumen) stroomt in deze kunstmatige 35 vijver. Het bezonken zand wordt mechanisch ingedikt om de dijk verder op te hogen. De dunne suspensie die in de vijver komt bezinkt in de loop 7905919 -- 6 - if '% van maanden tot jaren zodat zich twee lagen vormen. De bovenste 11 tot 3 meter van de vijver zijn betrekkelijk helder water met 0 tot 5 gew.% vaste stof. Daaronder is een breuk in de samenstelling. Binnen 1 meter loopt het gehalte aan droge stof tot 10-15 gew.% omhoog, en ver-5 der neemt dit gehalte regelmatig naar de bodem toe. In de diepste gedeelten van de vijver vindt men droge stof-gehalten van boven 50 gew.%. Deze onderlaag noemt men de slik-laag. Het drogestof-gehalte van de sliklaag neemt van boven naar beneden met een factor 4-5 toe. De klei/ water-verhouding neemt in deze laag ook toe, maar minder, namelijk met 10 een factor 1,5-2,5. Het tijdens de teerwinning gedispergeerde klei is blijkbaar tendele weer tot een zeer fragiel netwerk uitgevlokt. Doot dit gel heen bezinken langzaam de deeltjes die iets groter zijn dan de kleideeltjes.30 At this factory, the liquid waste is transported hydraulically to the collection area and deposited thereon on top of a sand dike that must enclose a pool of liquid waste water. On this dike the sand settles quickly and a suspension of fine material in water (with just a little bitumen) flows into this artificial pond. The settled sand is mechanically thickened to further raise the dike. The thin suspension that enters the pond settles over the course of 7905919 - 6 - if '% from months to years so that two layers form. The top 11 to 3 meters of the pond are relatively clear water with 0 to 5 wt% solids. Below that is a break in the composition. Within 1 meter, the dry matter content increases to 10-15% by weight, and furthermore this content regularly increases to the bottom. In the deepest parts of the pond dry matter contents of above 50% by weight are found. This bottom layer is called the mud layer. The dry matter content of the mud layer increases by a factor of 4-5 from top to bottom. The clay / water ratio also increases in this layer, but less, namely by a factor of 1.5-2.5. Apparently, the clay dispersed during the tar extraction has again flocculated into a very fragile network. The gel slowly settles the particles slightly larger than the clay particles.

De andere mogelijkheid is het vloeibare afval 15 direct over de zanddijk heen in de vijver gooien. Er treedt snelle en langzame bezinking op, maar het onderscheid daartussen is niet zo scherp als wanneer men er een dijk mee opbouwt, en er is geen mechanisch indikken. Het zandgedeelte van de afval bezinkt snel tot een zwak hellende oever vanaf het aanvoerpunt naar het midden van de vijver. Naarmate het 20 zand bezinkt loopt water met het fijne materiaal naar het midden van de vijver en begint daar het langzame bezinken.The other possibility is to throw the liquid waste 15 directly over the sand dike into the pond. Rapid and slow settling occurs, but the distinction between them is not as sharp as when building a dike with it, and there is no mechanical thickening. The sand section of the waste settles quickly to a slightly sloping bank from the supply point to the center of the pond. As the sand settles, water with the fine material flows to the center of the pond and slow settling begins there.

Samenvattend: (1) teerzand bevat klei, (2) bij het heetwater-proces wordt het meeste van de klei gedispergeerd en komt het in het afvalwater terecht, (3) de hoeveelheid water die men toe 25 moet voegen wordt bepaald door het klei-gehalte van de voeding en de noodzaak de viscositeit van de middenfractie beperkt te houden, (4) de hoeveelheid water voor het beheersen van de viscositeit van de middenfractie is betrekkelijk veel ten opzichte van het uitgangsmateriaal zelf en (5) bij het wegdoen bezinkt het klei heel heel langzaam, zodat 30 het water daarin slechts ten dele door recirculatie opnieuw gebruikt kan worden. Dat deel dat niet gerecirculeerd kan worden zorgt voor de netto-opeenhoping van het afvalwater.In summary: (1) tar sand contains clay, (2) in the hot water process most of the clay is dispersed and ends up in the waste water, (3) the amount of water to be added is determined by the clay content of the feed and the need to keep the viscosity of the middle fraction limited, (4) the amount of water for controlling the viscosity of the middle fraction is relatively much relative to the starting material itself and (5) when disposed the clay settles very very slowly, so that the water therein can be reused only partly by recirculation. The part that cannot be recycled causes the net accumulation of wastewater.

Het afvalwaterprobleem betekent dus het ontwerpen van een op lange termijn economisch en ecologisch aanvaardbare 35 manier om de ophoping van de slikfractie te beperken of er helemaal vanaf te komen.The waste water problem thus means designing a long-term, economically and ecologically acceptable way to limit or completely get rid of the sludge fraction.

7905919 7 f 37905919 7 f 3

Eerder is voorgesteld de bezinking van de nastroom door uitvlokken te verbeteren. Bij uitvlokken worden de afzonderlijke deeltjes (in dit geval klei-deeltjes) tot betrekkelijk losse agglomeraten oftewel vlokken verenigd. De mate van uitvlokken wordt bepaald door 5 de kans dat de klei-deeltjes met elkaar botsen en. door hun neiging om na de botsen aan elkaar te blijven zitten. Roeren verhoogt de kans van botsen, en de neiging aan elkaar te blijven kleven wordt verhoogd door uitvlokmiddelen toe te voegen.It has previously been proposed to improve the settling of the post-flow by flocculation. When flocculating, the individual particles (in this case clay particles) are combined into relatively loose agglomerates or flakes. The degree of flocculation is determined by the chance that the clay particles will collide with each other. by their tendency to stick together after the collision. Stirring increases the chance of collision, and the tendency to stick together is increased by adding flocculants.

Chemicaliën werken als uitvlokmiddelen door een 10 of meer van de volgende mechanismen: (1) neutraliseren van de afstotende elektrische krachten die deze kleine deeltjes omgeven zodat de van der Waals-krachten na botsing de deeltjes bij elkaar kunnen houden, (2) het neerslaan van volumineuze vlokken, zoals metaalhydroxyden, die 15 fijne deeltjes insluiten, en (3) het slaan van bruggen door natuurlijke of synthetische hoogmole-culaire polymeren met lange ketens. Dergelijke polyelektrolyten worden geacht te werken door adsorptie (door de vorming van esters of door waters tofbinding) aan de hydroxyl- en amide-groepen op de vaste opper- 20 -tiakken, waarbij elke polymeerketen een brug slaat tussen tenminste twee vers chillende dee11j es.Chemicals act as flocculants by one or more of the following mechanisms: (1) neutralizing the repulsive electrical forces surrounding these small particles so that the van der Waals forces can collide after collision, (2) precipitating bulky flakes, such as metal hydroxides, which trap fine particles, and (3) bridge bridging by natural or synthetic long chain, high molecular weight polymers. Such polyelectrolytes are believed to act by adsorption (by ester formation or hydrogen bonding) to the hydroxyl and amide groups on the solid branches, each polymer chain bridging at least two different parts.

Onder de diverse reagentia die als uitvlokmiddelen voor klei nuttig gebleken zijn vindt men aluminiumchloride, poly-alky1eenoxyden zoals polyethyleenoxyde, calciumrverbindingen zoals 25 CaO, Ca(0H)2, CaCl^, CaCNO^^, CaHPO^, CaSO^, calciumtartraat, calcium-citraat, calciumlactaat, calciumsulfonaten, het calcium-zout van ethyleendiaminetetraazijnzuur en dergelijke organische complexvormers.Among the various reagents which have been found to be useful as flocculants for clay are aluminum chloride, polyalkylene oxides such as polyethylene oxide, calcium compounds such as CaO, Ca (OH) 2, CaCl 2, CaCNO 2, CaHPO 2, CaSO 2, calcium tartrate, calcium citrate, calcium lactate, calcium sulfonates, the calcium salt of ethylenediamine tetraacetic acid and the like organic complexing agents.

Ook nuttig zijn guar-gom en hoogmoleculaire polyacrylamiden en acryl-amide-acrylzuur-copolymeren. Andere stoffen die als uitvlokmiddelen in 30 overweging genomen zijn zijn de polymeren van acrylzuur- en methacryl-zuur-derivaten, waaronder de zuren zelf, hun zouten, de amiden en de aminoalkyl-esters. De deskundigen zullen echter inzien dat een behoorlijke oplossing van het afvalwaterprobleem zowel economisch als ecologisch aanvaardbaar moet zijn.Also useful are guar gum and high molecular weight polyacrylamides and acrylic amide acrylic acid copolymers. Other materials that have been considered as flocculants are the polymers of acrylic acid and methacrylic acid derivatives, including the acids themselves, their salts, the amides, and the aminoalkyl esters. However, experts will recognize that a proper solution to the waste water problem must be acceptable both economically and ecologically.

35 Deze uitvinding verschaft een doeltreffend uit- vlokmiddel voor het destabiliseren van zowel verdunde als dikke slik- 790 5 9 19 — 8 — $ % suspensies, vooral colloïdale suspensies die men bij mijnbouw verkrijgt, en in het bijzonder voor het behandelen van de af val die men bij het verwerken van teerzand overhoudt. Deze uitvlokmiddelen zijn zuinig in aanmaak en toepassing, zowel bij het afval van het teerzand als bij 5 de fosfaat-slijmen die men uit fosfaat-ertsen overhoudt. Ook zijn deze uitvlokmiddelen veilig en gemakkelijk te hanteren en scheppen ze niet zelf een ecologisch probleem.The present invention provides an effective flocculant for destabilizing both diluted and thick mud suspensions, especially colloidal suspensions obtained from mining, and in particular for treating the tailings which is left over when processing tar sand. These flocculants are economical in production and use, both in the waste of the tar sand and in the phosphate slimes left over from phosphate ores. These flocculants are also safe and easy to handle and do not themselves create an ecological problem.

Volgens de uitvinding wordt dit bereikt door een gehydrolyseerd tarwe-, mais- of aardappel-zetmeel als uitvlokmiddel voor 10 het destabiliseren van verdunde of dikke slik-suspensies te gebruiken. Meer in het bijzonder is gevonden dat men een zeer effectief uitvlokmiddel verkrijgt als men een dergelijk zetmeel in aanwezigheid van een metaal-zout hydrolyseert. Bijzondere voorkeur gaat uit naar een uitvlokmiddel bereid door hydrolyse van tarwe-zetmeel in aanwezigheid van cal-15 ciumaluminiumfosfaat, vooral in combinatie met een lagere alkohol, en verder ook naar aardappel-zetmeel dat in aanwezigheid van aluminium-fosfaat gehydrolyseerd werd.According to the invention this is achieved by using a hydrolysed wheat, corn or potato starch as a flocculant for destabilizing dilute or thick mud slurries. More specifically, it has been found that a very effective flocculating agent is obtained when hydrolyzing such a starch in the presence of a metal salt. Particular preference is given to a flocculating agent prepared by hydrolysis of wheat starch in the presence of calcium aluminum phosphate, especially in combination with a lower alcohol, and further also potato starch which was hydrolyzed in the presence of aluminum phosphate.

Zoals reeds gezegd gaat het om de behandeling van waterige colloïdale suspensies van hetzij kleien hetzij metaal-20 oxyden en/of hydroxyden die men bij het verwerken van ertsen krijgt.As already mentioned, this concerns the treatment of aqueous colloidal suspensions of either clays or metal oxides and / or hydroxides which are obtained during the processing of ores.

Eenvoudigheidshalve wordt de verdere beschrijving gericht op het behandelen van een colloïdale klei-suspensie, verkregen bij het opwerkèn van teerzand en op de behandeling van een fosfaat,oxyde en hydroxyde bevattend slijm verkregen bij het verwerken van fosfaatertsen. Maar natuur-25 lijk betreft deze uitvinding in het algemeen het destabiliseren van al dergelijke suspensies.For the sake of simplicity, the further description is directed to the treatment of a colloidal clay suspension obtained during the working-up of tar sand and the treatment of a phosphate, oxide and hydroxide-containing mucus obtained during the processing of phosphate ores. However, of course, this invention generally involves destabilizing all such suspensions.

Ook is gevonden dat indien met een dergelijk uitvlokmiddel ook cement aan dergelijke suspensies toegevoegd wordt het uitgevlokte slik beter doorlaatbaar wordt en een hogere scheursterkte 30 krijgt.It has also been found that if cement is also added to such suspensions with such a flocculant, the flocculated sludge becomes more permeable and has a higher tear strength.

De uitvinding wordt nader toegelicht aan de hand van de hierbij behorende tekening die een stroomschema van het heetwater-proces is, waarbij deze uitvinding bijzonder nuttig is.The invention is further elucidated with reference to the accompanying drawing which is a flow chart of the hot water process, the invention being particularly useful.

In dit schema wordt teerzand via leiding 1 in een 35 conditioneerketel oftewel muller 18 geleid. Via leiding 2 worden water en stoom ingevoerd. De totale hoeveelheid water in vloeibare of damp- 7905919 9 -In this scheme, tar sands are led via line 1 into a conditioning boiler or muller 18. Water and steam are introduced via line 2. The total amount of water in liquid or vapor 7905919 9 -

Jr % vorm is klein ten opzichte van de hoeveelheid verwerkt teerzand. Het gecondfcioneerde teerzand gaat samen met het water door leiding 3 naar een bufferketel 19 waarin de brij met aanvullend water verdund wordt voordat hij via leiding 4 naar de ontmenger 20 gaat. In deze laatste 5 is het betrekkelijk rustig, zodat het teerschuim naar boven dij ft en via leiding 5 verwijderd wordt, terwijl het meeste zand op de bodem zakt en als zodanig via leiding 6 afgevoerd wordt.Jr% shape is small relative to the amount of tar sand processed. The condensed tar sand goes along with the water through line 3 to a buffer vessel 19 in which the slurry is diluted with additional water before it goes via line 4 to the demixer 20. In the latter 5 it is relatively quiet, so that the tar foam floats upwards and is removed via line 5, while most of the sand sinks to the bottom and is discharged as such via line 6.

Via leiding 7 wordt een stroom middenfractie afgevoerd, welke op hierna te beschrijven wijze verwerkt wordt. Een andere 10 stroom middenfractie, die vergeleken met de eerder genoemde stroom betrekkelijk olierijk is, wordt via leiding 8 uit de ontmenger af gevoerd naar een flotatievat 21. Daarin wordt lucht in geblazen zodat er een aanvullend teerschuim ontstaat dat via leiding 9 naar schuimscheider 22 afgevoerd wordt. Onderuit deze flotatieketel wordt via leiding 10 15 een olie-arme stroom afvalwater afgevoerd. Ook uit schuimscheider 22 wordt een olie-arme stroom water afgevoerd, via leiding 11, die met de olie-arme waterstroom uit leiding 10, met het afgescheiden zand en met een groot deel van de middenfractie gecombineerd wordt. Het uit de schuimscheider 22 verkregen ruwe teer wordt verder gezuiverd.A flow of middle fraction is discharged via line 7, which is processed in the manner to be described below. Another flow of middle fraction, which is relatively oil-rich compared to the aforementioned flow, is discharged via line 8 from the demixer to a flotation vessel 21. Air is blown in there, so that an additional tar foam is produced which is discharged via line 9 to foam separator 22 is becoming. An oil-poor waste water stream is discharged from the bottom of this flotation boiler via line 10. An oil-poor stream of water is also discharged from foam separator 22, via line 11, which is combined with the oil-poor water stream from line 10, with the separated sand and with a large part of the middle fraction. The raw tar obtained from the foam separator 22 is further purified.

20 Het olie-arme water uit flotatie en schuimscheider wordt samen met de afvalstromen uit de ontmenger samen in een zandaf-scheider gebracht, die bijvoorbeeld eenvoudig onder invloed van de zwaartekracht werkt. Het zand wordt via 13 afgevoerd en weggedaan, en een stroom afvalwater gaat via leiding 14 naar een uitvlokzone 24.The oil-poor water from flotation and foam separator, together with the waste streams from the demixer, is brought together into a sand separator, which, for example, simply operates under the influence of gravity. The sand is drained and discarded via 13, and a stream of wastewater passes through conduit 14 to a flocculation zone 24.

25 In deze zone 24 wordt een belangrijk deel van het gesuspendeerde klei uitgevlokt en de uitgevlokte suspensie wordt via leiding 15 naar een of meer centrifuges 25 gébracht. De daarin afgescheiden klei wordt via 16 weggedaan, en aan klei en zand verarmd water wordt via leiding 17 teruggevoerd, om het met vers water te vermen-30 gen en opnieuw te gebruiken.In this zone 24 an important part of the suspended clay is flocculated and the flocculated suspension is brought via line 15 to one or more centrifuges 25. The clay separated therein is discarded via 16, and water depleted in clay and sand is returned via conduit 17 to mix it with fresh water and reuse it.

Zoals reeds vermeld wordt het uitvlokmiddel bereid door hydrolyse van tarwe-, mais- of aardappel-zetmeel. De hydrolyse gebeurt eenvoudig door een waterige suspensie van het zetmeel tot een temperatuur tussen 85° en 95°C te verhitten, bij voorkeur op omstreeks 35 90°C. De zetmeelconcentratie moet bij voorkeur tussen 1 en 5 gram per 100 ml water liggen, bijvoorbeeld tussen 2 en 3 gram per 10Q ml. Voor de 790 5 9 19 10 · ?f ·ν beheersing van de grootte der zetmeel-deeltjes en om hun zwellen te voorkomen is het noodzakelijk gebleken de hydrolyse in aanwezigheid van bepaalde zouten uit te voeren, die als elektrolyt werken en de deeltjesgrootte binnen de gewenste grenzen houden. Onder de zouten die hier-5 voor gebruikt kunnen worden zijn de natrium-, kalium-, ammonium-, magnesium-, calcium- en aluminium-zouten; de anionen kunnen sulfaat, acetaat, chloride, nitraat, chloraat, bromide, jodide, thiocyanaat, fosfaat e.d. zijn. Voor het doel van de uitvinding, vooral voor het behandelen van afvalwater uit de verwerking van teerzand, is vooral met calciumalu-10 miniumfosfaat gehydrolyseerd tarwe-zetmeel geschikt, hoewel ook andere dergelijke zouten zoals aluminiumfosfaat en natriumaluminiumfosfaat e.d. gebruikt kunnen worden.As already mentioned, the flocculant is prepared by hydrolysis of wheat, corn or potato starch. The hydrolysis is done simply by heating an aqueous suspension of the starch to a temperature between 85 ° and 95 ° C, preferably at about 90 ° C. The starch concentration should preferably be between 1 and 5 grams per 100 ml of water, for example between 2 and 3 grams per 100 ml. In order to control the size of the starch particles and to prevent their swelling, it has been necessary to carry out the hydrolysis in the presence of certain salts which act as electrolytes and the particle size within the keep desired boundaries. Among the salts that can be used for this are the sodium, potassium, ammonium, magnesium, calcium and aluminum salts; the anions can be sulfate, acetate, chloride, nitrate, chlorate, bromide, iodide, thiocyanate, phosphate and the like. For the purpose of the invention, especially for treating waste water from the processing of tar sand, hydrolysed wheat starch hydrolyzed with calcium aluminum phosphate is particularly suitable, although other such salts such as aluminum phosphate and sodium aluminum phosphate and the like can also be used.

Hoewel de zouten als zodanig toegevoegd kunnen worden is het voordelig gebleken het zout in situ te doen ontstaan, 15 vooral indien dit zout in water onoplosbaar is. Zo wordt bijvoorbeeld het bij voorkeur te gebruiken calciumaluminiumfosfaat met voordeel in situ bereid door bepaalde hoeveelheden calciumhydroxyde, aluminiumsulfaat en natriumfosfaat aan de zetmeel-suspensie toe te voegen. In ieder geval heeft men bij voorkeur per 100 g zetmeel 10 tot 30 g zout, het 20 allerbeste 15 tot 20 g zout.Although the salts can be added as such, it has proven advantageous to generate the salt in situ, especially if this salt is insoluble in water. For example, the preferred calcium aluminum phosphate is advantageously prepared in situ by adding certain amounts of calcium hydroxide, aluminum sulfate and sodium phosphate to the starch suspension. In any case, preferably per 100 g of starch 10 to 30 g of salt, the very best 15 to 20 g of salt.

Bij het behandelen van fosfaat-slijmen met een uitvlokmiddel volgens deze uitvinding hoeft bij een dergelijke in situ bereiding het fosfaat natuurlijk niet toegevoegd te worden, omdat het al aanwezig is.When treating phosphate slimes with a flocculant according to this invention, the phosphate does not of course need to be added in such an in situ preparation because it is already present.

25 Ook is gevonden dat het effect van de uitvlok- middelen volgens de uitvinding nog versterkt wordt als er een alkohol, bij voorkeur een lagere alifatische alkohol met 1-5 koolstofatomen, aan toegevoegd wordt. De alkohol kan op twee verschillende wijzen aan het zetmeel-hydrolysaat toegevoegd worden: (1) door alkohol en hydroly-3Q saat tegelijkertijd aan het afvalwater toe te voegen, en (2) door de alkohol aan het hydrolysaat toe te voegen, en de combinatie daarvan aan het afvalwater. In het laatste geval is het voordelig het uitvlokmiddel overnacht te laten bezinken, aangezien de alkohol gewoonlijk in overmaat ten opzichte van het hydrolysaat gebruikt wordt, en men dan die 35 overmaat opnieuw kan gebruiken, wat natuurlijk zuinig is. Op 10 vol.dln hydrolysaat moet men minstens 1 tot 2 dln alkohol toevoegen. In plaats van 790 5 9 19 r ·* — Π alkohol kaa men ook andere vloeistoffen, zoals ace ton, melkzuur en gist toevoegen, maar dat verdient minder voorkeur.It has also been found that the effect of the flocculants of the invention is further enhanced when an alcohol, preferably a lower aliphatic alcohol of 1-5 carbon atoms, is added to it. The alcohol can be added to the starch hydrolyzate in two different ways: (1) by simultaneously adding alcohol and hydrolyzate to the waste water, and (2) by adding the alcohol to the hydrolyzate, and the combination of this to the wastewater. In the latter case, it is advantageous to allow the flocculant to settle overnight, since the alcohol is usually used in excess of the hydrolyzate, and then that excess can be reused, which is of course economical. At least 1 to 2 parts of alcohol should be added to 10 parts by volume of hydrolyzate. Instead of 790 5 9 19 r * * Π alcohol, you can also add other liquids, such as acetone, lactic acid and yeast, but this is less preferred.

Desgewenst kan het met alkohol behandelde hydro-lysaat een verdere behandeling ondergaan door het te drogen (vriesdrogen, 5 drogen aan de lucht, enz.,enz.) zodat in wezen al het water daaruit verwijderd wordt en men een poeder verkrijgt dat gemakkelijker te hanteren, op te slaan en te transporteren is, en dat tochter plekke gemakkelijk weer in water gedispergeerd kan worden.If desired, the alcohol-treated hydrolyzate can be further treated by drying it (freeze drying, air drying, etc., etc.) so that essentially all water is removed therefrom and a powder is obtained which is easier to handle , can be stored and transported, and that the area can easily be redispersed in water.

Verder is gebleken dat bij toepassing van dit 10 met zout en alkohol behandelde zetmeel-hydrolysaat op het afvalwater uit de opwerking van teerzand het effect nog verbeterd kan worden door cementpoeder aan het uitvlokmiddel toe te voegen, bij voorkeur in de vorm van een verdunde suspensie in een concentratie van tenminste 3 kg 3 cement per m slik met 20 % droge stof. Het effect van het toevoegen van 15 cementpoeder aan het uitvlokmiddel is een sneller bezinkende sliklaag met een betere scheursterkte en doorlaatbaarheid.Furthermore, it has been found that when this starch hydrolyzate treated with salt and alcohol is applied to the waste water from the processing of tar sand, the effect can be further improved by adding cement powder to the flocculant, preferably in the form of a dilute suspension in a concentration of at least 3 kg 3 cement per m sludge with 20% dry matter. The effect of adding cement powder to the flocculant is a faster settling sludge layer with better tear strength and permeability.

Bij die uitvoeringsvorm van de uitvinding worden het zetmeëHiydrolysaat en het cement met de stroom afvalwater gemengd, bij voorkeur als afzonderlijke of als gecombineerde suspensie-stromen.In that embodiment of the invention, the starch hydrolyzate and the cement are mixed with the waste water stream, preferably as separate or combined slurry streams.

20 De hoeveelheid geïnjicieerd cement moet tenminste 3,0 kg en bij voorkeur 3 3,6 kg of meer cement per m te verwachten slik-suspensie bedragen. De concentratie aan zetmeel-hydrolysaat ligt in het algemeen tussen 0,1 3 en 0,2 kg per m slik.The amount of injected cement must be at least 3.0 kg and preferably 3 3.6 kg or more cement per m expected slurry suspension. The concentration of starch hydrolyzate is generally between 0.1 and 0.2 kg per m of sludge.

Een beginnende behandeling van een reeds aanwezige 25 vijver afvalwater kan het toevoegen van de nodige hoeveelheden cement en/of zetmeel-hydrolysaat over het oppervlak van de gehele vijver heen nodig maken (of op enige andere wijze, bijvoorbeeld door injectie in een recirculatiestroom), zodanig dat de concentratie aan cement in de 3 vijver op tenminste 3 kg per m slik komt. Hierbij man men het slik in 30 eerste aanleg op een suspensie met 20 % droge stof stellen, maar, zoals eerder opgemerkt, is de scheidingslijn tussen geklaard water en slik slecht gedefinieerd en variabel, en verloopt de concentratie aan droge stof binnen de sliklaag van boven naar beneden, zodat het voor het bepalen van de minimum hoeveelheid zetmeel-hydrolysaat en cement nodig 35 kan zijn met een "gemiddeld normaal" slik te rekenen, te bepalen uit monsters uit die vijver.A starting treatment of an already present pond wastewater may require the addition of the necessary amounts of cement and / or starch hydrolyzate over the surface of the entire pond (or in any other way, for example by injection in a recirculation stream), such that the concentration of cement in the 3 pond is at least 3 kg per m of sludge. This involves initially putting the sludge on a suspension with 20% dry matter, but, as previously noted, the dividing line between clarified water and sludge is poorly defined and variable, and the concentration of dry matter within the sludge layer proceeds from above downwards, so that to determine the minimum amount of starch hydrolyzate and cement it may be necessary to count with an "average normal" sludge, to be determined from samples from that pond.

7905919 ' T \ — 127905919 'T \ - 12

Het geklaarde water uit de bovenlaag van de vijver kan weggepompt en opnieuw bij het heetwater-proces benut worden.The clarified water from the top layer of the pond can be pumped out and reused in the hot water process.

De uitvinding wordt nu nader toegelicht door de volgende, niet beperkende voorbeelden.The invention is now further illustrated by the following non-limiting examples.

5. Bereiding van gehydrolyseerd tarwe-zetmeel.5. Preparation of hydrolysed wheat starch.

Calciumaluminiumfosfaat werd in situ bereid door in 200 ml water 617 mg A^iSO^^.ie ^0, 704 mg Na^PO^.12 ^0 en 463 mg Ca(0H)2 op te lossen. Hieraan werd 5,0 g eerste kwaliteit tarwe-zetmeel (Supergel 1201 van de firma International Grain Products, Ltd., Canada) 10 toegevoegd. Deze suspensie werd 2 uur onder roeren op 90° + 5°C gehouden. De hydrolyse werd voltooid geacht toen het onoplosbare zetmeel helemaal in colloïdale oplossing gegaan was. Na afkoelen werd met gedestilleerd water tot 250 ml aangevuld, wat een voorraadoplossing met 2 % (20.000 dpm) CaAlPO^-zetmeel gaf.Calcium aluminum phosphate was prepared in situ by dissolving 617 mg of A 2 iSO 2 4 1 4 0 704 mg Na 2 PO 2 12 2 0 and 463 mg Ca (0H) 2 in 200 ml water. To this was added 5.0 g of first quality wheat starch (Supergel 1201 from International Grain Products, Ltd., Canada). This suspension was kept at 90 ° + 5 ° C for 2 hours with stirring. The hydrolysis was considered complete when the insoluble starch had completely gone into colloidal solution. After cooling, make up to 250 ml with distilled water to give a stock solution containing 2% (20,000 ppm) CaAlPO2 starch.

15 Voorbeeld IExample I

Aan vier buizen met elk 50 ml slik uit de teer-zand-opwerking met 10 % droge stof en 0,25 % teer kreeg in elk geval 0,5 ml van het hierboven beschreven calciumaluminiumfosfaat-zetmeel, en bovendien kregen ze niets, alkohol, melkzuur of gist in de hieronder 20 aangegeven hoeveelheden. Bovendien was er een buis die helemaal geen uitvlokmiddel kreeg. De helft van deze slik-suspensies werd 320 minuten gecentrifugeerd en de andere helft liet men 144 uur uit zichzelf bezinken. Daarna werden de droge stof-gehalten van de sedimenten bepaald. De uitkomsten hiervan staan in tabel A.Four tubes, each containing 50 ml of sludge from the tar-sand work-up with 10% dry matter and 0.25% tar, received at least 0.5 ml of the above-described calcium aluminum phosphate starch, and in addition they received nothing, alcohol, lactic acid or yeast in the amounts indicated below. In addition, there was a tube that received no flocculating agent at all. Half of these sludge suspensions were centrifuged for 320 minutes and the other half was allowed to settle on its own for 144 hours. The dry matter contents of the sediments were then determined. The results are shown in table A.

25 Tabel A25 Table A

Zetmeel-h. Extra toeslag % droge stof in sediment toegevoegd soort dmp in centrifugeren bezinken eind--susp._ nee geen 41,3 12,1 30 (blanco) ja geen 43,3 15,1 ja alkohol^ 1000 46,7 17,0 ja melkzuur ^ 88 50 16,5 ja gist ^ 80 50,7 16,2 35 (1) 0,05 ml ethanol toegevoegd (2) 0,5 ml 0,88 % melkzuur in water (3) 0,05 ml 8 % gist in water.Starch-h. Additional supplement% dry matter in sediment added type dmp in centrifugation settling end - suspension no no 41.3 12.1 30 (blank) yes none 43.3 15.1 yes alcohol ^ 1000 46.7 17.0 yes lactic acid ^ 88 50 16.5 yes yeast ^ 80 50.7 16.2 35 (1) 0.05 ml ethanol added (2) 0.5 ml 0.88% lactic acid in water (3) 0.05 ml 8% yeast in water.

7905919 J- -s 137905919 J- -s 13

Men ziet dat toevoeging van alkohol, melkzuur of gist de hezinking duidelijk ondersteunt, zowel bij centrifugeren als bij spontaan bezinken. De bovenstaande vloeistoffen waren bij gebruik van uitvlokmiddel altijd helder.It has been seen that addition of alcohol, lactic acid or yeast clearly supports settling, both in centrifugation and spontaneous settling. The supernatants were always clear when using flocculant.

5 Een zelfde serie proeven werd uitgevoerd, maar nu met polyacrylamide als uitvlokmiddel; het centrifugeren duurde nu 30 minuten en de bezinkingsproef werd niet uitgevoerd. De uitkomsten hiervan staan in tabel B.The same series of tests were carried out, but now with polyacrylamide as a flocculating agent; centrifugation now took 30 minutes and the sedimentation test was not carried out. The results of this are shown in Table B.

Tabel BTable B

10 Vlokmiddel Soort polyacrylamide % droge stof na centrif.10 Flocculant Type polyacrylamide% dry matter after centrif.

toegevoegd (200 dpm in eind-susp.) in sedi- in bovenstaan- _ment_de vloeistof nee (blanco) - 40,1 2,3 ja 1820A (anionogeen) 38,9 1,0 15 ja 573C (kationogeen) 36,7 1,5added (200 ppm in final suspension) in sedi in supernatant liquid no (blank) - 40.1 2.3 yes 1820A (anionic) 38.9 1.0 15 yes 573C (cationic) 36.7 1 , 5

Terwijl met gehydrolyseerd tarwe-zetmeel onder deze omstandigheden een heldere bovenstaande vloeistof verkregen wordt, zonder vaste stof daarin, krijgt men nu bovenstaande vloeistoffen met een zeker 20 gehalte aan slik. Hieruit blijkt wel de superioriteit van tarwe-zetmeel vólgens de uitvinding boven de eerder voorgestelde polyacrylamiden.While a clear supernatant without solids is obtained with hydrolyzed wheat starch under these conditions, supernatants with a certain content of sludge are now obtained. This shows the superiority of wheat starch according to the invention over the previously proposed polyacrylamides.

Voorbeeld IIExample II

Aan 250 ml calciumaluminiumfosfaat-tarwezetmeel volgens voorbeeld I werd 50 ml ethanol toegevoegd, en men liet het meng-25 sel overnacht staan. Daarna werd in een Soxhlet-apparaat in wezen alle overmaat alkohol verwijderd door 20 minuten verhitten van het mengsel op 80°C, waarna het residu in de oven gedroogd werd.50 ml of ethanol was added to 250 ml of calcium aluminum phosphate-wheat starch according to example I, and the mixture was left overnight. Subsequently, in a Soxhlet apparatus, essentially all excess alcohol was removed by heating the mixture at 80 ° C for 20 minutes, after which the residue was dried in the oven.

Nadat dit zetmeel in water gesuspendeerd was tot een suspensie met 2 % droge stof werden twee monsters slik-suspensie 30 met 12 % droge stof afgemeten. Een daarvan diende als blanco, en aan de andere werd 0,5 ml van het bovengenoemde uitvlokmiddel toegevoegd (eind-gehalte daaraan 200 dpm). Na 320 minuten centrifugeren was het droge stof-gehalte van de blanco 12 % en was de bovenstaande vloeistof daarvan niet helder (1,4 % droge stof). Het slik-monster met calciumalumini-35 uinfosfaat-zetmeel had een sediment met 28,1 % droge stof en een heldere bovenstaande vloeistof.After this starch was suspended in water to a slurry with 2% dry matter, two samples of slurry slurry with 12% dry matter were measured. One served as a blank, and the other 0.5 ml of the above flocculant was added (final content thereof 200 ppm). After centrifugation for 320 minutes, the dry matter content of the blank was 12% and the supernatant thereof was not clear (1.4% dry matter). The calcium aluminum 35 phosphate starch swallow sample had a sediment with 28.1% dry matter and a clear supernatant.

790591$ - - 14 -- x " ·ν790591 $ - - 14 - x "· ν

Voorbeeld IIIExample III

Van 4 monsters fosfaat-slijm uit Swift Silver City, (Florida) met 2,6 % droge stof en een pH = 6,34, werd er ëën met het zetmeel-hydrolysaat van voorbeeld I behandeld (tot een eindge-5 halte van 100 dpm). Ter vergelijking kregen twee andere monsters verge lijkbare, in de handel verkrijgbare polyacrylamiden (Magnifloc 573C en 1820A van de American Cyanamid Company), en een laatste monster diende als blanco. Men liet alle vier partijen 3 dagen bezinken, waarna alle bovenstaande vloeistoffen helder waren. De droge stof-gehalten 10 en de viscositeiten van de bezinksels werden gemeten; de uitkomsten hiervan staan in tabel C.From 4 samples of Phosphate slime from Swift Silver City, Florida with 2.6% dry matter and a pH = 6.34, one was treated with the starch hydrolyzate of Example I (to a final stop of 100 ppm). For comparison, two other samples received comparable commercially available polyacrylamides (Magnifloc 573C and 1820A from the American Cyanamid Company), and a final sample served as a blank. All four batches were allowed to settle for 3 days, after which all supernatants were clear. The dry matter contents and the viscosities of the sediments were measured; the results are shown in table C.

'Tabel CTable C

Uitv.lokmiddel Sediment na 3 dagen bezinken (tot 100 dpm)_Droge stof_Viscositeit_ 15 Geen (blanco) 10,09 2,4Lure sediment after 3 days of settling (up to 100 ppm) _Dry dust_Viscosity_ 15 None (blank) 10.09 2.4

Prep, van Vb. I 10,57 3,3Prep, from Ex. I 10.57 3.3

Magnifloc 573C 7,79 4,8Magnifloc 573C 7.79 4.8

Magnifloc 1820A 6,31 7,7 20 Men ziet dat men met zetmeel-hydrolysaat volgens de uitvinding een sediment met een veel hoger droge stof-gehalte krijgt dan met de bekende uitvlokmiddelen. De betekenis van de viscositeit begrijpt men het beste als men bedenkt dat de lage viscositeit van de blanco aangeeft dat de stoffen in wezen goed gedispergeerd zijn, ter-25 wijl de veel hogere viscositeit bij gebruik van polyacrylamide betekent dat het slik daarin gecoaguleerd is en belangrijke hoeveelheden water vasthoudt, terwijl de viscositeit van het met tarwe-zetmeel uitgevlokte monster aangeeft dat de bezinking niet door een hoge viscositeit vertraagd wordt en ook toelaat dat bovenop de bezonken massa zand gedepo-30 neerd wordt.Magnifloc 1820A 6.31 7.7. It is seen that a sediment with a much higher dry matter content is obtained with starch hydrolyzate according to the invention than with the known flocculants. The significance of the viscosity is best understood when one considers that the low viscosity of the blank indicates that the substances are essentially well dispersed, while the much higher viscosity when using polyacrylamide means that the sludge is coagulated therein and important retains amounts of water, while the viscosity of the wheat starch flocculated sample indicates that the settling is not delayed by a high viscosity and also allows deposition on top of the settled mass of sand.

(De voornaamste bestanddelen van fosfaat-slijm zijn: carbonaat, fluorapatiet, kwarts, montmorilloniet en attapulgiet.) Voorbeeld IV(The main components of phosphate slime are: carbonate, fluorapatite, quartz, montmorillonite and attapulgite.) Example IV

Bereiding van uitvlokmiddelen uit maïs- en aardappel-zetmelén.Preparation of flocculants from corn and potato starches.

35 Overeenkomstig voorbeeld I werden 2 %’s uitvlok middelen bereid door zetmeel met het hieronder aangegeven elektrolyt te 7905919 •s ·$.In accordance with Example I, 2% flocculants were prepared by adding starch with the electrolyte indicated below 7905919 • s · $.

15 verwarmen totdat al het onoplosbare zetmeel in colloïdale oplossing gegaan was. Voor de bereiding van preparaten 4 t/m 8 werd Al^CSO^)^.18 H2O gebruikt en voor de bereiding van preparaten no. 6, 7 en 8 Na^PO^. 12 H^O.Heat until all the insoluble starch has gone into colloidal solution. For the preparation of preparations 4 to 8, Al 2 CSO 4) 18 H 2 O was used and for the preparation of preparations No. 6, 7 and 8 Na 2 PO 4. 12 H ^ O.

Tabel DTable D

5 Samenvatting van de bereiding van uitvlokmiddelen uit mais- en aardappel-zetmeel_5 Summary of the preparation of flocculants from corn and potato starch_

Prep. Naam van het produkt Aard en concentratie van het toegevoegde elektrolytPrep. Name of product Nature and concentration of added electrolyte

1 Na-zetmeel 0,05 N NaOH1 Na starch 0.05 N NaOH

10 2 Ca-zetmeel 0,05 N CaCOH)^ 3 Al-zetmeel 0,10 N AlCl^ 4 NaAl-zetmeel 0,05 N NaOH + 200 dpm Al 5 CaAl-zetmeel 0,05 N Ca (OH) 2 + 200 dpm Al 6 NaAlPO^-zetmeel 0,05 N NaOH + 200 dpm Al + 15 200 dpm PO^ 7 CaAlPO^-zetmeel 0,05 N Ca(0H)2 + 200 dpm Al + 200 dpm PO^ 8 AlPO^-zetmeel 0,1 NAICI^ + 200 dpm PO^10 2 Ca starch 0.05 N CaCOH) ^ 3 Al starch 0.10 N AlCl ^ 4 NaAl starch 0.05 N NaOH + 200 ppm Al 5 CaAl starch 0.05 N Ca (OH) 2 + 200 ppm Al 6 NaAlPO ^ starch 0.05 N NaOH + 200 ppm Al + 15 200 ppm PO ^ 7 CaAlPO ^ starch 0.05 N Ca (0H) 2 + 200 ppm Al + 200 ppm PO ^ 8 AlPO ^ starch 0.1 NAICI ^ + 200 ppm PO ^

Om het effect van deze uitvlokmiddelen te beproe-20 ven werd elk van hun toegevoegd aan twee slik-suspensies, met respectievelijk 5,5 % en 17,3 % droge stof. Bovendien werden ter vergelijking ook polyacrylamide-uitvlokmiddelen gebruikt. Er werd gelet op herfil-tratiesnelheden, het spontaan bezinken, en het sedimenteren bij 30 minuten centrifugeren op 790 g (bij de bodem van de buis). Uit de 25 herfiltratie- en bezinkingsproeven bleek dat de uit aardappel-zetmeel bereide uitvlokmiddelen superieur waren aan die uit mais-zetmeel, en daarom zijn in tabel E alleen de resultaten van de centrifuge-proeven met aardappel-zetmeel-uitvlokmiddelen opgenomen. (Indien een uitvlok-middel gebruikt werd was de eindconcentratie daaraan steeds 200 dpm).To test the effect of these flocculants, each of them was added to two swallowing suspensions, containing 5.5% and 17.3% dry matter, respectively. In addition, polyacrylamide flocculants were also used for comparison. Refiltration rates, spontaneous settling, and sedimentation were centrifuged at 790 g (at the bottom of the tube) with a 30 minute centrifugation. The refiltration and settling tests showed that the flocculants prepared from potato starch were superior to those from corn starch, and therefore Table E includes only the results of the centrifuge tests with potato starch flocculants. (When a flocculant was used, the final concentration was always 200 ppm).

79059 19 -- 16 —79059 19 - 16 -

V 'TTV 'TT

» Μ»Μ

Tabel ETable E

Proef Uitvlokmiddel Droge stof-gehalten (gew.%) no. Begin- sedi- bovenst.Test Flocculating Agent Dry Matter Levels (Wt%) No. Initial Sedi Top.

__conc ment_vloeistof 5 1 Geen (blanco) 17,3 42,1 2,4__concenten_liquid 5 1 None (blank) 17.3 42.1 2.4

Polyacrylamiden 2 1820A (anionogeen) 17,3 29,9 1,1 3 573C (kationogeen) 17,3 37,7 1,7 4 1906N (niet-ionogeen) 17,3 42,9 2,4 10 Aardappelzetmeel-preparaten 5 Na-zetmeel 17,3 36,6 0,0 6 Al-zetmeel 17,3 35,8 0,0 7 NaAl-zetmeel 17,3 37,0 0,0 8 CaAl-zetmeel 17,3 36,3 0,0 15 9 NaAlPO^-zetmeel 17,3 41,7 0,0 10 CaAlPO^-zetmeel 17,3 41,9 0,0 11 AlPO^-zetmeel 17,3 42,9 0,0 12 Geen (blanco) 5,5 35,4 0,4 13 NaAl-zetmeel 5,5 36,0 0,2 20 14 CaAl-zetmeel 5,5 35,6 0,2Polyacrylamides 2 1820A (anionic) 17.3 29.9 1.1 3 573C (cationic) 17.3 37.7 1.7 4 1906N (non-ionic) 17.3 42.9 2.4 10 Potato starch preparations 5 Na starch 17.3 36.6 0.0 6 Al starch 17.3 35.8 0.0 7 NaAl starch 17.3 37.0 0.0 8 CaAl starch 17.3 36.3 0. 0 15 9 NaAlPO ^ starch 17.3 41.7 0.0 10 CaAlPO ^ starch 17.3 41.9 0.0 11 AlPO ^ starch 17.3 42.9 0.0 12 None (blank) 5 .5 35.4 0.4 13 NaAl starch 5.5 36.0 0.2 20 14 CaAl starch 5.5 35.6 0.2

Uit deze gegevens blijkt dat de uitvlokmiddelen op basis van zetmeel-bydrolysaten duidelijk superieur zijn aan de polyacrylamiden, vooral als men let op de droge stof-gehalten van de bovenstaande vloeistoffen. Zonder enig uitvlokmiddel had de bovenstaande 25 vloeistof 2,4 % droge stof als men men 17,3 % begon en 0,4 % als men met 5,5 % begon. Uitgaande van de dikkere suspensies eindigde men met bovenstaande vloeistoffen die helemaal geen droge stof meer bevatten. Met de polyacrylamiden kreeg men bovenstaande vloeistoffen die wel tot 2,4 % droge stof hadden. Onder de verschillende zetmeel-hydrolysaten bleek 30 dat met A1P0^ het beste te zijn.These data show that the flocculants based on starch bydrolysates are clearly superior to the polyacrylamides, especially when considering the dry matter contents of the supernatants. Without any flocculant, the supernatant liquid had 2.4% dry matter when started at 17.3% and 0.4% when started at 5.5%. Starting from the thicker suspensions, the supernatants which no longer contain any dry matter were terminated. The polyacrylamides gave supernatants with up to 2.4% dry matter. Among the various starch hydrolysates, this was found to be best with AlPO 4.

Overigens bleek dat deze uitvlokmiddelen op basis van zetmeel even werkzaam waren bij slik-suspensies waaruit geen olie of teer verwijderd was, terwijl de polyacrylamiden het bij slik-suspen-sies waaruit geen olie verwijderd was nog slechter deden dan bij suspen-35 sies waar dat wel uitgehaald was.Incidentally, these starch-based flocculating agents were found to be equally effective in sludge suspensions from which no oil or tar had been removed, while the polyacrylamides performed even worse in sludge suspensions from which no oil was removed than in suspensions where was taken out.

79059197905919

Claims (19)

1. Werkwijze voor het destabiliseren van colloïda-le slik-suspensies die klei of metaal-oxyden en/of-hydroxyden bevatten, waarbij men zulke suspensies met een uitvlokmiddel behandelt, zodat wa- 5 ter en vaste stof van elkaar gescheiden worden, met het kenmerk, dat het uitvlokmiddel gehydrolyseerd tarwe-, mais- of aardappel-zetmeel is, verkregen door hydrolyse van het zetmeel in aanwezigheid van een of meer metaal-zouten.1. A method for destabilizing colloidal sludge suspensions containing clays or metal oxides and / or hydroxides, in which such suspensions are treated with a flocculating agent, so that water and solid are separated from each other, with the characterized in that the flocculant is hydrolysed wheat, corn or potato starch obtained by hydrolysis of the starch in the presence of one or more metal salts. 2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, 10 dat het zetmeel gehydrolyseerd werd in aanwezigheid van calciumaluminiurnr fosfaat.2. Process according to claim 1, characterized in that the starch was hydrolysed in the presence of calcium aluminum phosphate. 3. Werkwijze volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat het calciumaluminiumfosfaat in situ gevormd was.Process according to claim 2, characterized in that the calcium aluminum phosphate was formed in situ. 4. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, 15 dat het zetmeel gehydrolyseerd werd in aanwezigheid van aluminiurnfos- faat.4. Process according to claim 1, characterized in that the starch was hydrolysed in the presence of aluminum phosphate. 5. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat het aluminiumfosfaat in situ gevormd was.A method according to claim 4, characterized in that the aluminum phosphate was formed in situ. 6. Werkwijze volgens een der voorafgaande conclu-20 sies, met het kenmerk, dat het gehydrolyseerde zetmeel voor toepassing nabehandeld wordt met een lagere alifatische alkohol, aceton, melkzuur of gist.6. Process according to any one of the preceding claims, characterized in that the hydrolysed starch is after-treated with a lower aliphatic alcohol, acetone, lactic acid or yeast before use. 7. Werkwijze volgens conclusie 6, met het kenmerk, datnen met een overmaat alkohol nabehandelt, en dat men de overmaat 25 alkohol terugwint en opnieuw gebruikt.7. Process according to claim 6, characterized in that post-treatment is carried out with an excess of alcohol, and the excess alcohol is recovered and reused. 8. Werkwijze volgens conclusie 5 of 6, met het kenmerk, dat het met alkohol gedroogde zetmeel-hydrolysaat gedroogd wordt tot een opnieuw in water dispergeerbare stof.Process according to claim 5 or 6, characterized in that the alcohol-dried starch hydrolyzate is dried to a redispersible substance in water. 9. Werkwijze volgens een der conclusies 1 t/m 5, 30 met het kenmerk, dat de slik-suspensie tegelijkertijd met in aanwezigheid van metaalzout gehydrolyseerd zetmeel en met een alifatische alkohol, aceton, melkzuur of gist behandeld wordt.Process according to any one of claims 1 to 5, 30, characterized in that the swallowing suspension is treated simultaneously with starch hydrolysed in the presence of metal salt and with an aliphatic alcohol, acetone, lactic acid or yeast. 10. Werkwijze volgens een der voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat men aan de te behandelen suspensie zoveel 35 preparaat toevoegt dat het gehalte aan uitvlokmiddel daarin tenminste 50 dpm bedraagt. 7905919 ï^--V=~*r «r c - 18 n>10. Process according to any one of the preceding claims, characterized in that so much preparation is added to the suspension to be treated that the level of flocculant therein is at least 50 ppm. 7905919 ï ^ - V = ~ * r «r c - 18 n> 11. Werkwijze volgens een der voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat men aan de slik-suspensie bovendien cement toevoegt.Process according to any one of the preceding claims, characterized in that cement is additionally added to the sludge suspension. 12. Werkwijze volgens conclusie 11, met het kenmerk, . 3 5 dat men aan een suspensie die 20 % droge stof bevat per m tenminste 3 kg cement toevoegt.Method according to claim 11, characterized in. 3 to add at least 3 kg of cement to a suspension containing 20% dry matter per m. 13. Gehydrolyseerd tarwe-, mais- of aardappelzetmeel, met het kenmerk, dat de hydrolyse gebeurde in aanwezigheid van een of meer metaalzouten.Hydrolysed wheat, corn or potato starch, characterized in that the hydrolysis took place in the presence of one or more metal salts. 14. Zetmeel-hydrolysaat volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat het metaalzout in situ gevormd calciumaluminium-fosfaat is.Starch hydrolyzate according to claim 13, characterized in that the metal salt is calcium aluminum phosphate formed in situ. 15. Zetmeel-hydrolysaat volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat het metaalzout in situ gevormd aluminiumfosfaat is.Starch hydrolyzate according to claim 13, characterized in that the metal salt is aluminum phosphate formed in situ. 16. Zetmeel-hydrolysaat volgens een der conclu sies 13, 14 of 15, met het kenmerk, dat het bovendien een lagere alko-hol, aceton, melkzuur of gist bevat.Starch hydrolyzate according to any one of claims 13, 14 or 15, characterized in that it additionally contains a lower alcohol, acetone, lactic acid or yeast. 17. Preparaat volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat het zetmeel-hydrolysaat tot een opnieuw in water dispergeerbare 20 stof gedroogd is.17. A composition according to claim 16, characterized in that the starch hydrolyzate is dried to a redispersible in water. 18. Werkwijze in hoofdzaak volgens beschrijving en/of voorbeelden.18. Method mainly according to description and / or examples. 19. Preparaat in hoofdzaak volgens beschrijving en/of voorbeelden. 790 59 19 . ij 4-/ in ..· ΓιϊΧ · ο-g - 3 - ^ V- jC ^ *, -2 *3 „ ^ I ^ . X * \ c V C v 73 —>—— nj Π a r S N □- - *> N ΐ U Π» J—- π= · 'ό'Ί ! “ Π >V J r- o ' 4 > 11 § >a|, v » " cl Κ?5 γΛ r-^—«-3 s /\r-^rij£/ ra_i " fe / fa > "> 1 Vis Γ 5V\ 3 X 7 “ \ -π XX7 ïö I—U-1 c X x Γ- nj Γ Λ fa \ ^ X fa 4-/ n> $ Great Canadian Oil Sands, Limited, "7 η Λ r n 4 λ Edmonton, Alberta, /91/ 3 9 10 Canada19. Preparation mainly according to description and / or examples. 790 59 19. ij 4- / in .. · ΓιϊΧ · ο-g - 3 - ^ V- jC ^ *, -2 * 3 „^ I ^. X * \ c V C v 73 -> —— nj Π a r S N □ - - *> N ΐ U Π »J—- π = · 'ό'Ί! “Π> VJ r- o '4> 11 §> a |, v» "cl Κ? 5 γΛ r - ^ -« - 3 s / \ r- ^ row £ / ra_i "fe / fa>"> 1 Fish Γ 5V \ 3 X 7 “\ -π XX7 ïö I — U-1 c X x Γ- nj Γ Λ fa \ ^ X fa 4- / n> $ Great Canadian Oil Sands, Limited," 7 η Λ rn 4 λ Edmonton, Alberta, / 91/3 9 10 Canada
NL7905919A 1978-08-02 1979-08-01 METHOD FOR DESTABILIZING COLLOIDAL SUSPENSIONS. NL7905919A (en)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
CA308619 1978-08-02
CA000308619A CA1121555A (en) 1978-08-02 1978-08-02 Destabilization of sludge with hydrolyzed starch flocculants

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL7905919A true NL7905919A (en) 1980-02-05

Family

ID=4112047

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL7905919A NL7905919A (en) 1978-08-02 1979-08-01 METHOD FOR DESTABILIZING COLLOIDAL SUSPENSIONS.

Country Status (8)

Country Link
JP (1) JPS5561904A (en)
AU (1) AU535348B2 (en)
CA (1) CA1121555A (en)
DE (2) DE2931278A1 (en)
GB (1) GB2027684B (en)
IN (1) IN153565B (en)
NL (1) NL7905919A (en)
SG (1) SG69684G (en)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CN115894734A (en) * 2022-12-02 2023-04-04 大连深蓝肽科技研发有限公司 Method for extracting sea cucumber polysaccharide from sea cucumber cooking liquor with high efficiency and low pollution

Families Citing this family (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4399039A (en) * 1980-10-30 1983-08-16 Suncor, Inc. Treatment of tailings pond sludge
US4399038A (en) * 1980-10-30 1983-08-16 Suncor, Inc. Method for dewatering the sludge layer of an industrial process tailings pond
US4414117A (en) 1981-05-11 1983-11-08 Suncor, Inc. Decarbonation of tailings sludge to improve settling
US5236598A (en) * 1992-10-15 1993-08-17 Calgon Corporation Methods for removing solids from water-based paint systems
WO2003004831A1 (en) * 2001-07-02 2003-01-16 Ciba Speciality Chemicals Water Treatments Limited Oil sands separation process

Family Cites Families (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3977897A (en) * 1975-09-08 1976-08-31 National Starch And Chemical Corporation Process for preparing a non-chemically inhibited starch
US4040862A (en) 1976-07-02 1977-08-09 Anheuser-Busch, Incorporated Process for making a thermal converting starch by modification of oxidized starch with aluminum salts

Cited By (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CN115894734A (en) * 2022-12-02 2023-04-04 大连深蓝肽科技研发有限公司 Method for extracting sea cucumber polysaccharide from sea cucumber cooking liquor with high efficiency and low pollution
CN115894734B (en) * 2022-12-02 2024-02-23 大连深蓝肽科技研发有限公司 Method for extracting sea cucumber polysaccharide from sea cucumber cooking liquor with high efficiency and low pollution

Also Published As

Publication number Publication date
JPS5561904A (en) 1980-05-10
IN153565B (en) 1984-07-28
AU535348B2 (en) 1984-03-15
GB2027684B (en) 1983-03-30
DE2954628C2 (en) 1990-12-06
GB2027684A (en) 1980-02-27
AU4940679A (en) 1980-02-07
CA1121555A (en) 1982-04-13
SG69684G (en) 1985-03-15
DE2931278A1 (en) 1980-02-28
DE2931278C2 (en) 1989-05-18
JPS626876B2 (en) 1987-02-13

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4289540A (en) Hydrolyzed starch-containing compositions
US3487003A (en) Removal of clay from the water streams of the hot water process by flocculation
US5626743A (en) Tar sands extraction process
US3932275A (en) Process for the treatment of mineral slimes
US11027993B2 (en) Oil sands tailings treatment
US4414117A (en) Decarbonation of tailings sludge to improve settling
CA2208767A1 (en) Tar sands extraction process
CA2878331C (en) Treatment of tailings with deionized silicate solutions
NL7905919A (en) METHOD FOR DESTABILIZING COLLOIDAL SUSPENSIONS.
US10913670B2 (en) Oil sands tailings treatment
US3751358A (en) Freeze-thaw separation of solids from tar sands extraction effluents
US5688404A (en) Phosphate recovery processes
CA1171382A (en) Electrophoretic process for separating aqueous mineral suspensions
US5804077A (en) Increasing settling rate of fine solids in oil sand tailings
CA1085762A (en) Grinding as a means of reducing flocculant requirements for destabilizing sludge (tailings)
CA2392246A1 (en) Oil sands separation process
CA1123309A (en) Destabilization of sludge with hydrolyzed starch flocculants
CA1110950A (en) Destabilization of sludge with hydrolyzed starch flocculants
CA1109408A (en) Destabilization and improvement in permeability and shear strength of sludge treated with hydrolyzed starch flocculant and portland cement
US4566909A (en) Hydrolyzed yam starch flocculants
US4502961A (en) Destabilization of sludge with hydrolyzed cassava starch flocculants
US4507209A (en) Destabilization of sludge with hydrolyzed yam starch flocculants
RU2292966C1 (en) Method of reprocessing of the oil-sludge
RU2675871C1 (en) Method of deposition of saponite pulp with the use of calcium aluminum silicate reagent
CA2183380C (en) Increasing settling rate of fine solids in oil sand tailings

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
BV The patent application has lapsed