NL2012266C2 - Inrichting voor het verstellen van een ondersteuningsorgaan. - Google Patents
Inrichting voor het verstellen van een ondersteuningsorgaan. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2012266C2 NL2012266C2 NL2012266A NL2012266A NL2012266C2 NL 2012266 C2 NL2012266 C2 NL 2012266C2 NL 2012266 A NL2012266 A NL 2012266A NL 2012266 A NL2012266 A NL 2012266A NL 2012266 C2 NL2012266 C2 NL 2012266C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- blocking
- telescope
- telescopic
- still further
- telescope part
- Prior art date
Links
- 230000000903 blocking effect Effects 0.000 claims description 137
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 24
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 24
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 24
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 claims description 8
- 230000006835 compression Effects 0.000 description 5
- 238000007906 compression Methods 0.000 description 5
- 230000005484 gravity Effects 0.000 description 4
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 description 4
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 description 2
- 239000010959 steel Substances 0.000 description 2
- 230000009286 beneficial effect Effects 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 1
- 230000000284 resting effect Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A47—FURNITURE; DOMESTIC ARTICLES OR APPLIANCES; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
- A47B—TABLES; DESKS; OFFICE FURNITURE; CABINETS; DRAWERS; GENERAL DETAILS OF FURNITURE
- A47B51/00—Cabinets with means for moving compartments up and down
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A47—FURNITURE; DOMESTIC ARTICLES OR APPLIANCES; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
- A47B—TABLES; DESKS; OFFICE FURNITURE; CABINETS; DRAWERS; GENERAL DETAILS OF FURNITURE
- A47B46/00—Cabinets, racks or shelf units, having one or more surfaces adapted to be brought into position for use by extending or pivoting
- A47B46/005—Cabinets, racks or shelf units, having one or more surfaces adapted to be brought into position for use by extending or pivoting by displacement in a vertical plane; by rotating about a horizontal axis
Landscapes
- Warehouses Or Storage Devices (AREA)
Description
Korte aanduiding: Inrichting voor het verstellen van een ondersteuningsorgaan. Beschrijving
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het tussen een opslagstand en een aanbiedingsstand verstellen van een ondersteuningsorgaan. Een dergelijk ondersteuningsorgaan kan binnen het kader van de onderhavige uitvinding typisch zijn uitgevoerd als een draagplank zoals die deel kan uitmaken van een kast, zoals een keukenkast. Om verschillende redenen kan het lastig of zelfs onmogelijk zijn voor gebruikers om producten die door een ondersteuningsorgaan worden gedragen te bereiken. Een oplossing voor deze problematiek is gelegen in het tijdelijk vanaf een relatief hoge opslagstand op een lagere positie in een aanbiedingsstand brengen van het ondersteuningsorgaan zodat de producten (beter) bereikbaar worden.
In de Europese octrooiaanvrage EP 1 820 420 A1 wordt een inbouwdeel voor een kast omschreven. Het inbouwdeel is verplaatsbaar tussen een hoge positie in de kast en een lage positie voor de kast met behulp van een zwenkinrichting. Deze zwenkinrichting omvat twee mechanismen die ieder zijn voorzien van een bevestigingsplaat. Het inbouwdeel is tussen de bevestigingsplaten aan de beide scharniermechanismen bevestigd waarbij de twee scharniermechanismen verder via een verbindingsstang, waarvan de uiteinden aansluiten op de verbindingsplaten, onderling zijn verbonden.
De onderhavige uitvinding beoogt een inrichting te verschaffen waarmee het eveneens mogelijk is om een ondersteuningsorgaan, zoals een draagplank, vanuit een opslagstand zowel in de horizontale richting in de richting van een gebruiker als verticaal neerwaarts te verplaatsen naar een aanbiedingsstand, en vice versa. Belangrijke doelstelling daarbij is dat de inrichting constructief relatief eenvoudig, compact en universeel toepasbaar is. Verder stelt de uitvinding zich ten doel een dergelijke inrichting te verschaffen die een eenvoudig gebruiksgemak kent en zich leent voor een volledige handmatige bediening zonder daarbij mechanische ondersteuning van de handmatige bediening, bijvoorbeeld met een hulpmotor of veermechanisme, uit te sluiten .
De inrichting volgens de uitvinding omvat hiertoe twee tegen over elkaar voorziene versteleenheden die althans in hoofdzaak gespiegeld zijn uitgevoerd en ieder eerste telescoopmiddelen, tweede telescoopmiddelen en een koppelorgaan omvatten waarbij de eerste telescoopmiddelen ten minste een eerste telescoopdeel en een tweede telescoopdeel omvatten waarbij het eerste telescoopdeel vast is verbonden met het koppelorgaan en het tweede telescoopdeel bevestigingsmiddelen omvat voor het aan het tweede telescoopdeel bevestigen van een ondersteuningsorgaan dusdanig dat in gebruik het ondersteuningsorgaan zich tussen de tweede telescoopdelen van de respectievelijke versteleenheden uitstrekt waarbij de eerste telescoopmiddelen zijn ingericht voor het in gebruik in neerwaartse en opwaartse richting tussen een onderste stand en een bovenste stand verplaatsen van het tweede telescoopdeel ten opzichte van het eerste telescoopdeel, en de tweede telescoopmiddelen ten minste een eerste verder telescoopdeel en een tweede verder telescoopdeel omvatten waarbij het eerste verdere telescoopdeel verdere bevestigingsmiddelen omvat voor het bevestigen van het eerste verdere telescoopdeel aan een element van de omgeving waarin de inrichting wordt toegepast, zoals aan de binnenzijde van een wand van een kast of aan een wand van een ruimte, en het tweede verdere telescoopdeel vast is verbonden met het koppelorgaan waarbij de tweede telescoopmiddelen zijn ingericht voor het in gebruik in horizontale richting heen en weer tussen een uitgeschoven stand en een ingeschoven stand verplaatsen van het tweede verdere telescoopdeel ten opzichte van het eerste verdere telescoopdeel, waarbij de inrichting verder ten minste één tussen een niet-blokkerende stand en een blokkerende stand ten opzichte van het koppelorgaan heen een weer beweegbaar blokkeringsorgaan omvat waarbij in de blokkerende stand, in tegenstelling tot in de niet-blokkerende stand, het blokkeringsorgaan vanwege aanslag tegen een aanslagdeel verplaatsing van het tweede verdere telescoopdeel vanuit de uitgeschoven stand in de richting van de ingeschoven stand belemmert. De toepassing van versteleenheden ieder met de eerste telescoopmiddelen, de tweede telescoopmiddelen en het koppelorgaan maakt enerzijds een eenvoudige constructieve uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding mogelijk en anderzijds een relatief eenvoudige inbouw. In gebruik kan het ondersteuningsorgaan eenvoudig van de hoge opslagstand naar de lage aanbiedingsstand worden gebracht door eerst aan het ondersteuningsorgaan te trekken zodat de tweede telescoopmiddelen in horizontale richting worden verplaatst van de ingeschoven stand naar de uitgeschoven stand en vervolgens de eerste telescoopmiddelen te verplaatsen van de bovenste stand naar de onderste stand. Voor het terug verplaatsen van het ondersteuningsorgaan van de aanbiedingsstand naar de opslagstand kan de gebruiker bovenstaand omschreven verplaatsingen in omgekeerde richting uitvoeren. Het blokkeringsorgaan voorkomt dat tijdens het terug verplaatsen van het ondersteuningsorgaan van de aanbiedingsstand naar de opslagstand de tweede telescoopmiddelen al van de uitgeschoven stand naar de ingeschoven stand bewegen voordat de eerste telescoopmiddelen in de bovenste stand zijn. In het geval de tweede telescoopmiddelen eerder van de uitgeschoven stand naar de ingeschoven stand zouden verplaatsen dan dat de eerste telescoopmiddelen de bovenste stand hebben bereikt, bestaat het risico dat het ondersteuningsorgaan producten zou raken die rusten op een lager gelegen ondersteuningsorgaan.
Alhoewel het binnen het kader van de onderhavige uitvinding mogelijk is het blokkeringsorgaan apart handmatig te bedienen, bijvoorbeeld door een knop in te drukken, geniet het de voorkeur dat het blokkeringsorgaan autonoom vanuit de niet-blokkerende stand de blokkerende stand aanneemt bij verplaatsing van de tweede telescoopmiddelen van de ingeschoven stand naar de uitgeschoven stand en waarbij het blokkeringsorgaan autonoom vanuit de blokkerende stand de niet-blokkerende stand aanneemt bij verplaatsing van de eerste telescoopmiddelen van de onderste stand naar de bovenste stand. Aldus kan een uitermate gebruiksvriendelijke versie van de inrichting volgens de uitvinding worden verkregen. De genoemde autonome beweging van het blokkeringsorgaan kan bijvoorbeeld worden gerealiseerd door gebruik te maken van de zwaartekracht, veerkracht of magneetkracht en/of door aanslag tegen het blokkeringsorgaan. Dit geldt niet alleen voor de mogelijke autonome beweging van het blokkeringsorgaan maar ook voor de mogelijke autonome bewegingen van het verdere blokkeringsorgaan en/of het nog verdere blokkeringsorgaan zoals die navolgend nog aan de orde zullen komen.
Bij voorkeur is het blokkeringsorgaan zwenkbaar tussen de niet-blokkerende stand en de blokkerende stand. Dit komt de constructieve eenvoud van de uitvinding ten goede terwijl bovendien, met name indien het blokkeringsorgaan zwenkbaar is om een zwenkas die horizontaal is georiënteerd, de zwaartekracht kan worden gebruikt voor zwenking van het blokkeringsorgaan tussen de blokkerende stand en de niet-blokkerende stand.
Met name indien de inrichting volgens de uitvinding wordt toegepast in combinatie met een ondersteuningsorgaan dat relatief zwaar wordt belast, kan het de voorkeur genieten indien iedere versteleenheid een zich parallel aan en boven de tweede telescoopmiddelen uitstrekkende geleiding omvat voor geleiding van een met het koppelorgaan verbonden geleide-orgaan tussen een verdere uitgeschoven stand en een verdere ingeschoven stand tijdens verplaatsing van de tweede geleidemiddelen tussen de uitgeschoven stand en de ingeschoven stand, welke geleiding in gebruik is bevestigd aan een element van de omgeving waarin de inrichting wordt toegepast, zoals aan de binnenzijde van een wand van een kast of aan een wand van een ruimte. De toepassing van de geleiding maakt stabielere verplaatsing van het ondersteuningsorgaan in de horizontale richting waarbij zowel de tweede telescoopmiddelen tussen de ingeschoven stand en de uitgeschoven stand verplaatsen als het geleide-orgaan tussen de verdere ingeschoven stand en de verdere uitgeschoven stand verplaatst, mogelijk.
De stabiliteit van de inrichting wordt verder positief beïnvloed indien ieder versteleenheid een verder blokkeringsorgaan omvat dat tussen een verdere niet-blokkerende stand en een verdere blokkerende stand ten opzichte van het koppelorgaan heen een weer beweegbaar is waarbij in de verdere blokkerende stand, in tegenstelling tot in de verdere niet-blokkerende stand, het verdere blokkeringsorgaan vanwege aanslag tegen een verder aanslagdeel verplaatsing van het geleide-orgaan vanuit de verdere uitgeschoven stand in de richting van de verdere ingeschoven stand belemmert.
Bij verdere voorkeur neemt het verdere blokkeringsorgaan autonoom vanuit de verdere niet-blokkerende stand de verdere blokkerende stand aan bij verplaatsing van het geleide-orgaan van de verdere ingeschoven stand naar de verdere uitgeschoven stand en waarbij het verdere blokkeringsorgaan autonoom vanuit de verdere blokkerende stand naar de verdere niet-blokkerende stand aanneemt bij verplaatsing van de eerste telescoopmiddelen van de onderste stand naar de bovenste stand. Dit komt het gebruiksgemak van de inrichting ten goede.
Uit oogpunt van constructieve eenvoud kan het voordelig zijn dat het geleide-orgaan en het verdere blokkeringsorgaan hetzelfde orgaan betreffen. Aldus wordt het aantal benodigde onderdelen van de inrichting beperkt.
Bij een verdere voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding omvat een inrichting waarbij iedere versteleenheid een nog verder blokkeringsorgaan dat tussen een nog verdere niet-blokkerende stand en een nog verdere blokkerende stand ten opzichte van het tweede verdere telescoopdeel beweegbaar is waarbij in de nog verdere blokkerende stand van het nog verdere blokkeringsorgaan, waarvan slechts sprake kan zijn in de bovenste stand van de eerste telescoopmiddelen, het nog verdere blokkeringsorgaan aangrijpt op een aangrijpingsdeel van het tweede telescoopdeel van de eerste telescoopmiddelen voor het belemmeren van verplaatsing van de eerste telescoopmiddelen van de bovenste stand in de richting van de onderste stand terwijl in de nog verdere niet blokkerende stand het nog verdere blokkeringsorgaan niet aangrijpt op het aangrijpingsdeel.Het nog verdere blokkeringsorgaan bewerkstelligt dat de eerste telescoopmiddelen uitsluitend van de bovenste stand naar de onderste stand kunnen verplaatsen als de tweede telescoopmiddelen zich in de uitgeschoven stand bevinden. Zou dit ook mogelijk zijn indien de tweede telescoopmiddelen zich nog in de ingeschoven stand bevinden of tussen de ingeschoven stand en de uitgeschoven stand, dan zou het ondersteuningsorgaan neerwaarts kunnen bewegen op producten die zich op een ondergelegen ondersteuningsorgaan bevinden.
Het bedieningsgemak kan er verder mee gebaat zijn als het nog verdere blokkeringsorgaan autonoom vanuit de nog verdere blokkerende stand de nog verdere niet-blokkerende stand aanneemt bij verplaatsing van de tweede telescoopmiddelen van de ingeschoven stand naar de uitgeschoven stand en waarbij het nog verdere blokkeringsorgaan autonoom vanuit de nog verdere niet-blokkerende stand de nog verdere blokkerende stand aanneemt bij verplaatsing van de eerste telescoopmiddelen van de onderste stand naar de bovenste stand
Het geniet daarbij de verdere voorkeur dat het nog verdere blokkeringsorgaan in de bovenste stand van de eerste telescoopmiddelen vanwege veerdruk naar de nog verdere blokkerende stand neigt. Een dergelijke neiging kan aldus met constructief eenvoudige middelen worden bewerkstelligd.
Volgens een verdere voorkeursuitvoeringsvorm omvat het nog verdere blokkeringsorgaan een verder aangrijpingsdeel dat in de uitgeschoven stand van de tweede telescoopmiddelen aangrijpt op een verder aanslagdeel dat star is verbonden met het eerste verdere telescoopdeel van de tweede telescoopmiddelen. Aldus kan door het uitschuiven van de tweede telescoopmiddelen naar de uitgeschoven stand een tegenwerkende kracht op de veerdruk worden opgewekt waardoor het nog verdere blokkeringsorgaan van de blokkerende stand naar de niet-blokkerende stand verplaatst vanwege het uitschuiven van de tweede telescoopmiddelen naar de uitgeschoven stand.
De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van de omschrijving van voorkeursuitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding onder verwijzing naar de navolgende figuren:
Figuur 1 toont in perspectivisch aanzicht een hangende keukenkast waarbij een verstelinrichting volgens de uitvinding is toegepast die zich in de aanbiedingsstand bevindt;
Figuur 2 toont in verticale dwarsdoorsnede de keukenkast volgens figuur 1, waarbij de inrichting zich in de opslagstand bevindt;
Figuur 3 toont de inrichting volgens figuren 1 en 2 in een tussen de opslagstand en de aanbiedingsstand gelegen stand;
Figuur 4 toont de inrichting in de aanbiedingsstand volgens figuur 1;
Figuur 5 toont in perspectivisch aanzicht gebied V in figuur 1;
Figuren 6a en 6b tonen gebied VI volgens figuur 3 in verticale dwarsdoorsnede;
Figuren 7a tot en met 7c tonen in verticale dwarsdoorsnede gebied VII in figuur 3 in verschillende situaties;
Figuur 8 toont een alternatieve uitvoeringsvorm van een inrichting volgens de uitvinding.
Figuur 1 toont een keukenkast 1. Keukenkast 1 omvat twee zijplaten 2a, 2b, bovenplaat 3, onderplaat 4 en achterplaat 5 en ten opzichte van zijplaat 2b scharnierbare deur 6. Keukenkast 1 omvat verder een legplaat 7, die verstelbaar is tussen een aanbiedingsstand zoals is weergegeven in figuur 1 waarbij legplaat 7 zich min of meer op hetzelfde niveau als onderplaat 4 aan de voorzijde van onderplaat 4 bevindt, en een opslagstand waarbij legplaat 7 zich in de kast 1 bevindt ongeveer midden tussen bovenplaat 3 en onderplaat 4, zoals is weergegeven in figuur 2.
Voor de genoemde verstelling van legplaat 7 is keukenkast 1 voorzien van een verstelinrichting volgens de uitvinding. De verstelinrichting omvat twee versteleenheden 7a, 7b die gespiegeld zijn uitgevoerd ten opzichte van een verticaal spiegelvlak dat loodrecht op achterplaat 5 is georiënteerd. Navolgend zullen de versteleenheden 7a, 7b aangeduid worden met verwijzingscijfer 7 tenzij het van belang is dat onderscheid wordt gemaakt tussen de twee versteleenheden 7a, 7b. Hetzelfde geldt voor de nog nader aan de orde te komen diverse (onder)delen van de versteleenheden 7 die voor de versteleenheden 7a, 7b weliswaar gespiegeld zijn uitgevoerd maar navolgend in de regel met eenzelfde verwijzingscijfer zonder achtervoegsel a of b zullen worden aangeduid.
Iedere versteleenheid 7a, 7b omvat een eerste telescopische geleiding 11, een tweede telescopische geleiding 12 en een derde telescopische geleiding 13. De eerste telescopische geleiding 11 is driedelig waardoor de tweede telescopische geleiding een slag kan maken die groter is dan de lengte van de eerste telescopische geleiding in ingeschoven stand. Eerste telescopische geleiding 11 omvat een eerste telescoopdeel 14, tweede telescoopdeel 15 alsmede een daar tussen gelegen telescoopdeel 22. De eerste telescopische geleiding 11 is hellend onder een hoek van ca. 30° met een verticaal georiënteerd en verplaatsbaar tussen een onderste stand, zoals is weergegeven in de figuren 1 en 4 en een bovenste stand zoals die aan de orde is in de figuren 2 en 3. De uitvinding is overigens ook toepasbaar wanneer de eerste telescopische geleiding 11 onder een andere hoek, zoals bijvoorbeeld 20° met de verticaal helt, of niet helt en zich zuiver verticaal uitstrekt.
De tweede telescoopgeleidingen 12 zijn eveneens ieder driedelig uitgevoerd en bezitten eveneens behalve een tussenliggend telescoopdeel 23 een eerste telescoopdeel 16 en een tweede telescoopdeel 17. De tweede telescoopgeleidingen 12 zijn verschuifbaar in horizontale richting tussen een uitgeschoven stand volgens figuren 1, 3 en 4 en een ingeschoven stand volgens figuur 2.
De derde telescopische geleidingen 13 zijn ieder tweedelig uitgevoerd met een eerste telescoopdeel 18 en eentweede telescoopdeel 19 (zie ook figuren 5 tot en met 6b).
Iedere versteleenheid 7 omvat verder een koppelplaat 20 die de vorm heeft van een rechthoekige driehoek. Aan de horizontale zijde van de driehoeksvorm is koppelplaat 20 verbonden met het tweede telescoopdeel 17 van de tweede telescoopgeleiding 12. Aan de schuine zijde van de rechthoekige driehoeksvorm is koppelplaat 20 verbonden met het eerste telescoopdeel 14 van de eerste telescopische geleiding 11. Aldus fungeren de koppelplaten 20 als koppelend element tussen de respectievelijke eerste telescopische geleidingen 11 en de tweede telescopische geleidingen 12 van ieder van de versteleenheden 7.
Legplaat 7 is met de tweede telescoopdelen 15 aan de onderste uiteinden daarvan met de betreffende telescoopdelen 15 verbonden. De tweede telescoopdelen 15 en de legplaat 7 zullen zich derhalve gezamenlijk verplaatsen.
Aan de tweede telescoopdelen 17 van de tweede telescoopgeleidingen 12 is een geleidingselement 25 voorzien. Aan de binnenzijden van de geleidingselementen 25 omvat de verstelinrichting een vingervormig blokkeringsorgaan 26 dat ten opzichte van het geleidingselement 25 zwenkbaar is om horizontale zwenkas 28 tussen een niet-blokkerende stand volgens figuren 7a en 7b en een blokkerende stand volgens figuur 7c waarbij het blokkeringsorgaan 26 enigszins neerwaarts is gezwenkt en aanligt tegen aanslagpin 27 die eveneens aan de binnenzijde van geleidingselement 25 is voorzien. Aan de bovenzijde omvat geleidingselement 25 twee geleidedelen 29, 30 met ieder een horizontale boring 31, 32 welke boringen 31, 32 in lijn met elkaar zijn gelegen. De boringen 31, 32 fungeren als langsgeleidingen voor een aanslagpen 33. Tussen de geleidedelen 29, 30 omvat aanslagpen 33 een kraag 34. Tussen kraag 34 en geleidedeel 30 omvat iedere versteleenheid 7 een drukveer die zich rondom de aanslagpen 33 uitstrekt. Aan de van drukveer 35 afgekeerde zijde van geleidedeel 30 heeft aanslagpen 33 een haaks uiteinde 36. Het tegenover gelegen uiteinde 37 van aanslagpen 33 dat aan de van drukveer 35 afgekeerde zijde van geleidedeel 29 is gelegen, is overeenkomstig de helling van de eerste telescopische geleiding 11 afgeschuind. In de situatie volgens figuur 7a waarbij de eerste telescopische geleiding 11 zich in de bovenste stand bevindt en de tweede telescopische geleiding 12 zich vrijwel in de volledig uitgeschoven stand bevindt, valt uiteinde 37 in een uitsparing 38 die is voorzien in het tweede telescoopdeel 15 van de eerste telescopische geleiding 11. Alternatief zou uiteinde 37 ook onder telescoopdeel 15 kunnen vallen bijvoorbeeld bij een lagere positionering van aanslagpen 33 of een andere vormgeving van uiteinde 37. leder van de versteleenheden 7 omvat verder aanslagen 41 en 42 die star zijn verbonden met het eerste telescoopdeel 16 van de tweede telescopische geleidingen 12. Aanslag 42 is ingericht voor samenwerking met haaks uiteinde 36 van aanslagpen 33 en aanslag 41 is ingericht voor samenwerking met blokkeringsorgaan 26 om redenen die zullen worden toegelicht bij de omschrijving van de werking van de verstelinrichting.
Zoals is weergegeven in figuur 5 is tussen het eerste telescoopdeel 18 en het tweede telescoopdeel 19 van iedere derde telescopische geleiding 13 een trekveer 50 werkzaam die met uiteinden daarvan is verbonden met nok 51 op het eerste telescoopdeel 18 en nok 52 op het tweede telescoopdeel 19. Vanwege de werkzaamheid van trekveer 50 zal de derde telescopische geleiding 13 de neiging hebben om de ingeschoven stand aan te nemen. Figuren 5 tot en met 6b tonen de derde telescopische geleidingen 13 in de uitgeschoven stand waarbij trekveer 50 op trek wordt belast. Het eerste telescoopdeel 18 en het tweede telescoopdeel 19 hebben ieder een omgekeerd U-vormige dwarsdoorsnede waarbij de U-vorm van het tweede telescoopdeel 19 over die van het eerste telescoopdeel 18 valt. Het tweede telescoopdeel 19 omvat aan het vrije uiteinde daarvan een eindplaat 53.
In de bovenste punt van de driehoekige koppelplaten 20 is de verstelinrichting voorzien van een geleide-element 54 dat een haakse vorm heeft met twee armen 56, 57. Het geleide-element 54 heeft een dikte die iets kleiner is dan de ruimte tussen de poten van de omgekeerde U-vorm van het eerste telescoopdeel 18 van de derde telescopische geleiding 13. In het gebied waar armen 56 en 57 met elkaar zijn verbonden is geleide-element 54 zwenkbaar verbonden om een horizontale zwenkas 55 met koppelplaat 20. Het geleide-element 54 is daarbij zwenkbaar tussen een niet-blokkerende stand zoals is weergegeven in figuren 5, 6a en 6b, en een blokkerende stand zoals die is weergegeven in onderbroken lijnen in figuur 6a.
Navolgend wordt de werking van de verstelinrichting toegelicht. In figuur 2 bevindt de verstelinrichting en daarmee legplaat 7 zich in de opslagstand. Voor wat betreft de eerste telescopische geleiding 11 en de tweede telescopische geleiding 12 betekent dit dat deze zich respectievelijk in de bovenste stand en in de ingeschoven stand bevinden. Legplaat 7 is volledig in kast 1 voorzien en deur 6 is dicht of althans kan dicht. Blokkeringsorgaan 26 rust met de tegenover zwenkas 28 gelegen uiteinde op de legplaat 7. Het uiteinde 37 van aanslagpen 33 steekt in uitsparing 38 van het tweede telescoopdeel 15 van de eerste telescopische geleiding 11.
Een gebruiker grijpt legplaat 7 aan, waartoe deze voorzien zou kunnen zijn van een aangrijpdeel, en trekt deze in horizontale richting uit kast 1 waarbij deur 6 uiteraard open is. De horizontale tweede telescopische geleiding 12 wordt daardoor uitgetrokken waarbij het blokkeerorgaan 26 over de legplaat 7 schuift. Geleide-element 54 wordt tijdens die beweging geleid door het eerste telescoopdeel 18. Op een gegeven moment komt het bovenste uiteinde van het eerste telescoopdeel 14 van de eerste telescopische geleiding 11 in contact met eindplaat 53 waardoor het tweede telescoopdeel 19 van de derde telescopische geleiding 13 in richting van pijl 61 wordt uitgeschoven zoals is weergegeven in figuren 3 en 6a. Tijdens deze uitschuivende beweging sleept het bovenste uiteinde van arm 56 van geleide-element 54 tegen de onderzijde van het liggend deel van de omgekeerde U-vorm van het eerste telescoopdeel 18. Zodra deze arm 56 het uiteinde van het eerste telescoopdeel 18 passeert, zal het geleide-element 54 om zwenkas 55 in de richting van pijl 62 zwenken onder invloed van de zwaartekracht. Deze zwenking kan zo nodig verder worden bevorderd door het toepassen van een torsieveer op zwenkas 55. Na zwenking van het geleide-element 54 wordt de gestippelde stand in figuur 6a door het geleide-element 54 aangenomen. In deze stand van het geleide-element 54 wordt het terugschuiven van het geleide-element 54 in het eerste telescoopdeel 18 belemmerd doordat het bovenste vrije uiteinde van arm 56 dan aanslaat tegen de voorzijde van het lijfdeel (tussen de twee poten van de omgekeerde U-vorm) van het eerste telescoopdeel 18.
Figuur 7a heeft betrekking op de situatie waarbij de tweede telescopische geleiding 12 vrijwel volledig is uitgeschoven. Het haakse uiteinde 36 van aanslagpen 33 komt juist in contact met aanslag 42. Het vanuit de situatie volgens figuur 7a verder naar links bewegen van het tweede telescoopdeel 17 met daaraan vast het geleidingselement 25 leidt er enerzijds toe dat het vrije naar achteren gerichte uiteinde van het blokkeringsorgaan 26 aanslag 41 volledig passeert en anderzijds dat het tweede telescoopdeel 15 van aanslagpen 33 afwordt bewogen waardoor het uiteinde 37 van aanslagpen 33 vrijkomt van uitsparing 38 tegen de werking van drukveer 35 in. Aldus wordt de belemmering opgeheven voor de eerste telescopische geleiding 11 om van de bovenste stand naar de onderste stand te bewegen. Figuur 7c toont een stand die is gelegen tussen de bovenste stand en de onderste stand. Zichtbaar is hoe het blokkeringsorgaan 26 in de blokkerende stand is gezwenkt doordat de ondersteuning door legplaat 7 is komen te vervallen. In de blokkerende stand van blokkeringsorgaan 26 is het niet mogelijk om de tweede telescopische geleiding 12 in te schuiven vanwege aanslag door blokkeringsorgaan 26 tegen de aanslag 41. Onder invloed van de zwaartekracht en ondersteund door de gebruiker kan de legplaat 7 de neerwaartse beweging continueren totdat de eerste telescopische geleiding 11 de aanbiedingsstand heeft aangenomen zoals is weergegeven in figuur 1. Vanwege de blokkerende werkzaamheid van geleide-element 54, die dus tevens dienst doet als blokkeringsorgaan, en van blokkeringsorgaan 26 is het niet mogelijk om legplaat 7 in de aanbiedingsstand, horizontaal in kast 1 te duwen.
Voor het weer terug bewegen van legplaat 7 van de aanbiedingsstand naar de opslagstand wordt de omgekeerde volgorde aangehouden dan voorheen omschreven: In eerste instantie wordt legplaat 7 omhoog geduwd naar de bovenste stand waarbij blokkeringsorgaan 26 vanwege aanslag door legplaat 7 omhoog zwenkt om zwenkas 28 naar een stand volgens figuren 7a en 7b. Het omhoog duwen van de legplaat 7 kan door niet nader getoonde middelen, zoals een gasveer, een elektromotor of een mechanische veer, worden ondersteund. Tijdens het omhoog schuiven van het tweede telescoopdeel 15 schuift uiteinde 37 langs de binnenzijde van het tweede telescoopdeel 15 vanwege de werking van drukveer 35. Zodra tijdens die verschuiving uitsparing 38 ter hoogte van uiteinde 37 komt, zal uiteinde 37 in uitsparing 38 vallen en aldus de blokkerende stand weer aannemen. Door de eerste telescopische geleiding 11 nog iets verder omhoog te drukken slaat het bovenste uiteinde van het tweede telescoopdeel 15 aan tegen arm 57 van geleide-element 54 waardoor deze volgens pijl 64 weer terug zwenkt zodat het bovenste uiteinde van arm 56 onder het niveau van de onderzijde van het lijfdeel (tussen de twee poten van de omgekeerde U-vorm) van het eerste telescoopdeel 18 komt te liggen. Aldus wordt de blokkerende werkzaamheid waarvan sprake was vanwege blokkeringsorgaan 26 alsmede vanwege geleide-element 54 opgeheven zodat de tweede telescopische geleiding 12 kan worden ingeschoven van de uitgeschoven stand naar de ingeschoven stand.
Figuur 8 toont een alternatieve uitvoeringsvorm van een verstelinrichting volgens de uitvinding. Het ondersteuningsorgaan wordt gevormd door een mand 81 van draadstaal. De betreffende verstelinrichting is opgehangen aan twee stalen U-vormige profielen 82 die op regelmatige afstand van elkaar zijn voorzien van uitsparingen 83. Dergelijke profielen 82 zijn algemeen bekend voor het ophangen van boekenplanken waarbij beugels, die aan de naar de profielen 82 gekeerde zijde zijn voorzien van haken, in de uitsparingen 83 worden opgehangen. De beugels dienen ter ondersteuning van een plank.
De verstelinrichting omvat twee versteleenheden 84 waarvan de werking vergelijkbaar is met de verstelinrichting volgens de voorgaande figuren. De versteleenheid omvat een telescopische geleiding 85 en een geleiding 96 die via een verbindingsplaat 86 en een strip 87 star met elkaar zijn verbonden. Strip 87 is voorzien van haken 88 waarmee ieder van de versteleenheden 84 kan worden opgehangen aan de profielen 82 op een gewenste hoogte door de haken 86 in uitsparingen 83 te steken. Verder omvat iedere versteleenheid 84 een telescopische geleiding 90, vergelijkbaar met telescopische geleiding 11 en een driehoekige koppelplaat 89, vergelijkbaar met koppelplaat 20. Bij de bovenste punt van koppelplaat 89 zijn deze voorzien van een heen en weer tussen een blokkerende stand en een niet-blokkerende stand kantelbaar geleide-element 95, vergelijkbaar met geleide-element 54. De koppelplaten 89 bewegen tijdens het inschuiven van de telescoopgeleidingen 85 langs de verbindingsplaten 86. leder van de versteleenheden 84 is verder voorzien van een blokkeringsorgaan 91, vergelijkbaar met blokkeringsorgaan 26. In figuur 8 bevinden zowel het blokkeringsorgaan 91 als het geleide-element 95, dat tevens dienst doet als blokkeringsorgaan, zich in de blokkerend stand. Door de telescopische geleiding 90 naar de bovenste stand te verplaatsen grijpt draad 92 van mand 81 aan op het blokkeringsorgaan 91 zodat deze van de blokkerende stand naar de niet-blokkerende stand zwenkt. Geleide-element 91 neemt de niet-blokkerende stand aan vanwege aanslag door het bovenste geleidedeel van telescopische geleiding 90 tijdens opwaartse verplaatsing van de telescopische geleiding 90, dus van mand 81.
Claims (11)
1. Inrichting voor het tussen een opslagstand en een aanbiedingsstand verstellen van een ondersteuningsorgaan, omvattende twee tegen over elkaar voorziene versteleenheden die althans in hoofdzaak gespiegeld zijn uitgevoerd en ieder eerste telescoopmiddelen, tweede telescoopmiddelen en een koppelorgaan omvatten waarbij de eerste telescoopmiddelen ten minste een eerste telescoopdeel en een tweede telescoopdeel omvatten waarbij het eerste telescoopdeel vast is verbonden met het koppelorgaan en het tweede telescoopdeel bevestigingsmiddelen omvat voor het aan het tweede telescoopdeel bevestigen van een ondersteuningsorgaan dusdanig dat in gebruik het ondersteuningsorgaan zich tussen de tweede telescoopdelen van de respectievelijke versteleenheden uitstrekt waarbij de eerste telescoopmiddelen zijn ingericht voor het in gebruik in neerwaartse en opwaartse richting tussen een onderste stand en een bovenste stand verplaatsen van het tweede telescoopdeel ten opzichte van het eerste telescoopdeel, en de tweede telescoopmiddelen ten minste een eerste verder telescoopdeel en een tweede verder telescoopdeel omvatten waarbij het eerste verdere telescoopdeel verdere bevestigingsmiddelen omvat voor het bevestigen van het eerste verdere telescoopdeel aan een element van de omgeving waarin de inrichting wordt toegepast, zoals aan de binnenzijde van een wand van een kast of aan een wand van een ruimte, en het tweede verdere telescoopdeel vast is verbonden met het koppelorgaan waarbij de tweede telescoopmiddelen zijn ingericht voor het in gebruik in horizontale richting heen en weer tussen een uitgeschoven stand en een ingeschoven stand verplaatsen van het tweede verdere telescoopdeel ten opzichte van het eerste verdere telescoopdeel, waarbij de inrichting verder ten minste één tussen een niet-blokkerende stand en een blokkerende stand ten opzichte van het koppelorgaan heen een weer beweegbaar blokkeringsorgaan omvat waarbij in de blokkerende stand, in tegenstelling tot in de niet-blokkerende stand, het blokkeringsorgaan vanwege aanslag tegen een aanslagdeel verplaatsing van het tweede verdere telescoopdeel vanuit de uitgeschoven stand in de richting van de ingeschoven stand belemmert.
2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij het blokkeringsorgaan autonoom vanuit de niet-blokkerende stand de blokkerende stand aanneemt bij verplaatsing van de tweede telescoopmiddelen van de ingeschoven stand naar de uitgeschoven stand en waarbij het blokkeringsorgaan autonoom vanuit de blokkerende stand de niet-blokkerende stand aanneemt bij verplaatsing van de eerste telescoopmiddelen van de onderste stand naar de bovenste stand.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij het blokkeringsorgaan tussen de niet-blokkerende stand en de blokkerende stand zwenkbaar is.
4. Inrichting volgens conclusie 1, 2 of 3, waarbij iedere versteleenheid een zich parallel aan en boven de tweede telescoopmiddelen uitstrekkende geleiding omvat voor geleiding van een met het koppelorgaan verbonden geleide-orgaan tussen een verdere uitgeschoven stand en een verdere ingeschoven stand tijdens verplaatsing van de tweede geleidemiddelen tussen de uitgeschoven stand en de ingeschoven stand, welke geleiding in gebruik is bevestigd aan een element van de omgeving waarin de inrichting wordt toegepast, zoals aan de binnenzijde van een wand van een kast of aan een wand van een ruimte.
5. Inrichting volgens conclusie 4, waarbij ieder versteleenheid een verder blokkeringsorgaan omvat dat tussen een verdere niet-blokkerende stand en een verdere blokkerende stand ten opzichte van het koppelorgaan heen een weer beweegbaar is waarbij in de verdere blokkerende stand, in tegenstelling tot in de verdere niet-blokkerende stand, het verdere blokkeringsorgaan vanwege aanslag tegen een verder aanslagdeel verplaatsing van het geleide-orgaan vanuit de verdere uitgeschoven stand in de richting van de verdere ingeschoven stand belemmert.
6. Inrichting volgens conclusie 5, waarbij het verdere blokkeringsorgaan autonoom vanuit de verdere niet-blokkerende stand de verdere blokkerende stand aanneemt bij verplaatsing van het geleide-orgaan van de verdere ingeschoven stand naar de verdere uitgeschoven stand en waarbij het verdere blokkeringsorgaan autonoom vanuit de verdere blokkerende stand naar de verdere niet-blokkerende stand aanneemt bij verplaatsing van de eerste telescoopmiddelen van de onderste stand naar de bovenste stand.
7. Inrichting volgens conclusie 4 en 5, waarbij het geleide-orgaan en het verdere blokkeringsorgaan hetzelfde orgaan betreffen.
8. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij iedere versteleenheid een nog verder blokkeringsorgaan omvat dat tussen een nog verdere niet-blokkerende stand en een nog verdere blokkerende stand ten opzichte van het tweede verdere telescoopdeel beweegbaar is waarbij in de nog verdere blokkerende stand van het nog verdere blokkeringsorgaan, waarvan slechts sprake kan zijn in de bovenste stand van de eerste telescoopmiddelen, het nog verdere blokkeringsorgaan aangrijpt op een aangrijpingsdeel van het tweede telescoopdeel van de eerste telescoopmiddelen voor het belemmeren van verplaatsing van de eerste telescoopmiddelen van de bovenste stand in de richting van de onderste stand terwijl in de nog verdere niet-blokkerende stand het nog verdere blokkeringsorgaan niet aangrijpt op het aangrijpingsdeel.
9. Inrichting volgens conclusie 8, waarbij het nog verdere blokkeringsorgaan autonoom vanuit de nog verdere blokkerende stand de nog verdere niet-blokkerende stand aanneemt bij verplaatsing van de tweede telescoopmiddelen van de ingeschoven stand naar de uitgeschoven stand en waarbij het nog verdere blokkeringsorgaan autonoom vanuit de nog verdere niet-blokkerende stand de nog verdere blokkerende stand aanneemt bij verplaatsing van de eerste telescoopmiddelen van de onderste stand naar de bovenste stand .
10. Inrichting volgens conclusie 8 of 9, waarbij het nog verdere blokkeringsorgaan in de bovenste stand van de eerste telescoopmiddelen vanwege veerdruk naar de nog verdere blokkerende stand neigt.
11. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat het nog verdere blokkeringsorgaan een verder aangrijpingsdeel omvat dat in de uitgeschoven stand van de tweede telescoopmiddelen aangrijpt op een verder aanslagdeel dat star is verbonden met het eerste verdere telescoopdeel van de tweede telescoopmiddelen.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2012266A NL2012266C2 (nl) | 2014-02-14 | 2014-02-14 | Inrichting voor het verstellen van een ondersteuningsorgaan. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2012266A NL2012266C2 (nl) | 2014-02-14 | 2014-02-14 | Inrichting voor het verstellen van een ondersteuningsorgaan. |
| NL2012266 | 2014-02-14 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2012266C2 true NL2012266C2 (nl) | 2015-08-17 |
Family
ID=50514016
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2012266A NL2012266C2 (nl) | 2014-02-14 | 2014-02-14 | Inrichting voor het verstellen van een ondersteuningsorgaan. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2012266C2 (nl) |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| BE528079A (nl) * | ||||
| DE2461853A1 (de) * | 1973-09-05 | 1976-07-08 | Schwalm Lieselotte | Tragekoerper fuer einlegeboeden in schraenken und regalen, auszieh- und absenkbar |
| FR2692119A1 (fr) * | 1992-06-16 | 1993-12-17 | Greze Andre | Rail télescopique permettant la sortie, la montée ou la descente, à hauteur de prise d'un volume de rangement. |
-
2014
- 2014-02-14 NL NL2012266A patent/NL2012266C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| BE528079A (nl) * | ||||
| DE2461853A1 (de) * | 1973-09-05 | 1976-07-08 | Schwalm Lieselotte | Tragekoerper fuer einlegeboeden in schraenken und regalen, auszieh- und absenkbar |
| FR2692119A1 (fr) * | 1992-06-16 | 1993-12-17 | Greze Andre | Rail télescopique permettant la sortie, la montée ou la descente, à hauteur de prise d'un volume de rangement. |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| CN107105893B (zh) | 家具或家用器具的架体的滑动枢转机构、家具和家用器具 | |
| US7845744B2 (en) | Slide member and slide assembly having the slide member | |
| US9301671B2 (en) | Dish rack | |
| NL2005867C2 (nl) | Televisiemeubel. | |
| NL1014248C2 (nl) | Railsamenstel met naar de beginstand geleidende inrichting en koppelinrichting. | |
| US9510675B2 (en) | Retractable storage system | |
| CA2914554C (en) | Collapsible table having interlocking assembly | |
| DK2977268T3 (en) | Ladder Tilt-adjustable supporting | |
| US20180049545A1 (en) | Fitting for a Corner Cupboard and Corner Cupboard with Fitting | |
| CN112118769B (zh) | 家具或家用电器的搁架的滑动枢转机构以及家具或家用电器 | |
| US10172460B2 (en) | Retracting device for furniture parts | |
| CN106572747B (zh) | 用于可运动的家具部件的驱动装置 | |
| US20170143118A1 (en) | Sliding/pivoting mechanism of a shelf of a piece of furniture or of a domestic appliance, domestic appliance, and piece of furniture | |
| US20140061143A1 (en) | Under Shelf Mounted Drawer | |
| CN113490439B (zh) | 用于家具或家用电器的架子的滑动枢转机构以及家具或家用电器 | |
| US2249403A (en) | Triple action hinge bracket | |
| NL2012266C2 (nl) | Inrichting voor het verstellen van een ondersteuningsorgaan. | |
| JP5379599B2 (ja) | 物品収納具および物品収納家具 | |
| US1800646A (en) | Holder for pans and covers | |
| US925397A (en) | Folding table. | |
| CN110650655A (zh) | 升降机构、家具或家用电器以及抽屉 | |
| JP7011267B2 (ja) | 昇降収納装置 | |
| BE1022034B1 (nl) | Geleidingssysteem voor een schuifdeurinrichting | |
| KR20160072596A (ko) | 수납선반을 구비하는 테이블 높낮이 조절형 이동 테이블 | |
| NL1025659C2 (nl) | Plankdrager voor een plank in een stelling. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20170301 |