NL2007291C2 - Werkwijze en inrichting voor het verdeeld afgeven van een verpompbaar medium. - Google Patents
Werkwijze en inrichting voor het verdeeld afgeven van een verpompbaar medium. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2007291C2 NL2007291C2 NL2007291A NL2007291A NL2007291C2 NL 2007291 C2 NL2007291 C2 NL 2007291C2 NL 2007291 A NL2007291 A NL 2007291A NL 2007291 A NL2007291 A NL 2007291A NL 2007291 C2 NL2007291 C2 NL 2007291C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- medium
- distributor
- dispensing
- nozzles
- partial flows
- Prior art date
Links
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01C—PLANTING; SOWING; FERTILISING
- A01C23/00—Distributing devices specially adapted for liquid manure or other fertilising liquid, including ammonia, e.g. transport tanks or sprinkling wagons
- A01C23/001—Sludge spreaders, e.g. liquid manure spreaders
- A01C23/002—Sludge spreaders, e.g. liquid manure spreaders provided with auxiliary arrangements, e.g. pumps, agitators, cutters
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01C—PLANTING; SOWING; FERTILISING
- A01C23/00—Distributing devices specially adapted for liquid manure or other fertilising liquid, including ammonia, e.g. transport tanks or sprinkling wagons
- A01C23/001—Sludge spreaders, e.g. liquid manure spreaders
- A01C23/003—Distributing devices, e.g. for rotating, throwing
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Water Supply & Treatment (AREA)
- Soil Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Fertilizing (AREA)
- Treatment Of Sludge (AREA)
Description
WERKWIJZE EN INRICHTING VOOR HET VERDEELD AFGEVEN VAN EEN
VERPOMPBAAR MEDIUM
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het verdeeld af ge ven van 5 een verpompbaar medium, in het bijzonder vloeibare mest, door het medium tegen een verdeelorgaan aan te spuiten en het langs het verdeelorgaan stromende medium aan een rand daarvan in een aantal deelstromen af te tappen. Een dergelijke werkwijze is bekend, bijvoorbeeld uit het Britse octrooischrift 668,246, en wordt bijvoorbeeld toegepast om vloeibare mest uit een giertank, die op een onderstel geplaatst en achter een trekker gehangen kan worden, te verspreiden 10 over landbouwgrond - het zogeheten “uitrijden” van de mest.
De oudste bekende afgiftemethode maakt gebruik van een op de giertank aangesloten uitstroomleiding en een op enige afstand daarachter geplaatste verdeelplaat. Bij deze werkwijze wordt een straal mest uit de tank door de uitstroomleiding met kracht tegen de plaat gespoten, waardoor de mest in een gordijn of waaier uiteenspat en zo dwars op de rijrichting van 15 de houder over het land verdeeld wordt. In verband met verscherpte milieu-eisen wordt deze wijze van verspreiden van mest tegenwoordig minder gebruikt.
Bij een andere bekende wijze van uitrijden van vloeibare mest volgens het Amerikaanse octrooischrift 5,271,567 wordt gebruik gemaakt van een cilindrische verdeelkamer, die aangesloten is op een voedingsleiding vanuit een giertank. In die verdeelkamer is een roterend 2 0 orgaan (impeller) opgenomen, waardoor de mest wordt verdeeld en eventuele vaste delen worden verkleind. De verdeelkamer heeft een viertal in omtreksrichting verdeelde uitstroomopeningen, waarop slangen zijn aangesloten, die naar uitloopbuizen leiden die opgenomen zijn in bodembewerkingsorganen. Deze bodembewerkingsorganen zijn regelmatig verdeeld opgenomen in een frame, dat zich dwars op de rijrichting achter de giertank uitstrekt. Op deze wijze wordt dus de 2 5 mest in dwarsrichting verdeeld op het land gebracht.
Deze bekende werkwijze heeft het nadeel, dat de daarmee te bereiken verdeling van de mest niet optimaal is. De uitloopbuizen die zich nabij het midden van het frame bevinden zullen meer mest toegevoerd krijgen dan die aan de uiteinden. Bovendien zal bij het openen en afsluiten van de voedingsleiding aan het begin en het eind van een veld de toevoer naar de 3 0 buitenste uitloopbuizen later op gang komen en eerder stoppen dan die naar de middelste buizen, waardoor een kegelvormig afgiftepatroon ontstaat. Verder leidt deze wijze van uitrijden, als gevolg van de aanwezigheid van een verdeelkamer met roterend verdeelorgaan, tot een complexe constructie van de daarbij te gebruiken afgifte-inrichting. Ten slotte is de stankoverlast vaak aanzienlijk.
2
Een soortgelijke werkwijze is beschreven in het Amerikaanse octrooischrift 5,435,493. Daarbij wordt voor het verdelen van de vloeibare mest gebruikt gemaakt van een verdeelsysteem, dat eveneens voorzien is van een cilindrische verdeelkamer. De mest wordt aangevoerd door een centrale opening in de bodem van de kamer, en vanuit de bovenwand steekt 5 een rand uit, waar de mest omheen moet stromen. De uitstroomopeningen zijn rond deze uitstekende rand gevormd in de bovenwand van de kamer. Bij een alternatieve uitvoering vormt de opstaande rand onderdeel van een draaibaar orgaan, dat aan zijn omtrek voorzien is van uitstekende messen om vaste stukken klein te snijden. Op de uitstroomopeningen sluiten omgekeerde U-vormige afvoerbuizen aan, die op hun beurt verbonden zijn met slangen die de mest toevoeren aan 10 in dwarsrichting verdeeld op een frame aangebrachte uitstroommondstukken. Ook bij deze werkwijze moet voor het verdelen van de mest met vaste stukken gebruik gemaakt worden van een complexe constructie met bewegende delen. Daarnaast zullen ook deze hiervoor besproken problemen van de ongelijkmatige verdeling en de stankoverlast zich hier voordoen.
Het in de aanhef genoemde Britse octrooi 668,246 tenslotte, beschrijft een 15 werkwijze voor het gelijkmatig verdelen van een mengsel van vloeibare en gasvormige ammoniak, die in de bodem verwerkt moet worden. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een verdeelsysteem dat is gebaseerd op een mengkamer waarin een turbulente stroming wordt opgewekt, doordat de ammoniak daar vanuit een centrale leiding ingespoten wordt. De mengkamer wordt gevormd door een blinde boring in een lichaam of een boring in een plaat die afgesloten is met een dekplaat, 2 0 waarbij op deze centrale boring een aantal radiale boringen uitkomen, die uitstroomkanalen vormen. Deze werkwijze is niet geschikt voor het verdelen van vloeibare mest waarin zich nog vaste delen kunnen bevinden, omdat die het verdeelsysteem zouden kunnen verstoppen. Ook zijn er bij deze werkwijze geen maatregelen getroffen om stankoverlast tegen te gaan.
De uitvinding heeft nu tot doel verbeterde werkwijze te verschaffen voor het 2 5 verdeeld afgeven van een verpompbaar medium, in het bijzonder vloeibare mest. Volgens de uitvinding wordt dit bereikt door een werkwijze als beschreven in de aanhef, waarbij het medium door het verdeelorgaan tot een dunne laag verdeeld en over meer dan 90 graden afgebogen wordt, en bij het spuiten van het medium lucht meegevoerd wordt waardoor de dunne laag medium wordt belucht. Door het medium tegen het verdeelorgaan aan te spuiten wordt dit op eenvoudige wijze 3 0 regelmatig verdeeld, terwijl door het aftappen van de deelstromen een gecontroleerde afgifte mogelijk is. Het tot een dunne laag verdelen en over meer dan 90 graden afbuigen van het medium leidt tot een compacte sproeikegel, die eenvoudig opgevangen en verdeeld kan worden. Door de dunne laag medium te beluchten wordt de onaangename geur van de mest voor een deel geneutraliseerd.
3
Bij voorkeur wordt het medium centraal tegen het verdeelorgaan aangespoten. Zo wordt een gelijkmatige verdeling naar alle zijden bereikt.
Wanneer de deelstromen naar afgiftepunten lopen, die op afstand van elkaar gelegen zijn, kan het medium over een aanzienlijke breedte worden verdeeld.
5 Bij voorkeur kan het aantal af te tappen deelstromen naar keuze ingesteld worden, zodat naar behoefte het medium over een grotere of kleinere breedte verdeeld kan worden. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door het vervangen van het verdeelorgaan.
De uitvinding betreft ook een inrichting waarmee de hiervoor beschreven werkwijze kan worden uitgevoerd. De uit de hiervoor besproken documenten bekende inrichtingen 10 voor het verdeeld af ge ven van een verpompbaar medium, in het bijzonder vloeibare mest, omvatten elk een verdeelorgaan, naar het verdeelorgaan gerichte middelen voor het spuiten van het medium en langs een rand van het verdeelorgaan geplaatste middelen voor het in een aantal deelstromen aftappen van het medium. De afgifte-inrichting volgens de uitvinding onderscheidt zich van deze bekende inrichtingen, doordat het verdeelorgaan een naar de spuitmiddelen gekeerd 15 oppervlak vertoont dat althans ten dele hol is, en een onderzijde van de afgifte-inrichting tegenover het verdeelorgaan open is. Met het holle oppervlak kan de gewenste mate van afbuiging worden bereikt, terwijl de open onderzijde enerzijds voorkomt dat de inrichting dichtslibt en daarnaast beluchting mogelijk maakt.
Daarbij kunnen de spuitmiddelen met voordeel een centraal tegenover het 2 0 verdeelorgaan geplaatste spuitmond omvatten.
De spuitmond is bij voorkeur op afstand van het verdeelorgaan geplaatst en kan een taps toelopende vorm vertonen, zodat hij als ejecteur kan fungeren en lucht kan aanzuigen.
Voor een optimale verdeling van de stroom medium in een aantal deelstromen is de inrichting volgens de uitvinding bij voorkeur voorzien van een aantal uit het oppervlak stekende 2 5 scheidingswanden.
De aftapmiddelen omvatten met voordeel een met het aantal deelstromen overeenkomend aantal mondstukken, die aansluiten op de rand van het verdeelorgaan.
Bij een constructief eenvoudige uitvoering van de inrichting zijn de mondstukken aangebracht op een ring die het althans ten dele holle oppervlak van het verdeelorgaan omsluit.
3 0 Door gebruik te maken van een ring blijft de inrichting aan een zijde open, waardoor voorkomen wordt dat in het medium eventueel aanwezige verontreiniging zich daarin ophopen.
Wanneer het verdeelorgaan losneembaar in de ring is opgenomen, kunnen de onderdelen van de inrichting eenvoudig worden gereinigd of verwisseld. Dit kan op constructief eenvoudige wijze worden bereikt door het verdeelorgaan met behulp van een bajonetverbinding in 35 de ring te bevestigen.
4
Om het medium uiteindelijk naar verschillende afgiftepunten te brengen is de inrichting bij voorkeur voorzien van een aantal afgifteleidingen, die elk met een van de mondstukken verbonden zijn.
Tenslotte betreft de uitvinding een installatie voor het verdeeld afgeven van een 5 verpompbaar medium, in het bijzonder vloeibare mest, die gevormd wordt door een op een onderstel aangebrachte, verrijdbare houder en ten minste één daarmee verbonden afgifte-inrichting van het hiervoor beschreven type.
De uitvinding wordt nu toegelicht aan de hand van een aantal voorbeelden, waarbij verwezen wordt naar de bijgevoegde tekening, waarin overeenkomstige onderdelen aangeduid zijn 10 met dezelfde verwijzingscijfers, en waarin:
Fig. 1 een schematisch perspectivisch aanzicht is van een deel van een afgifte-installatie volgens de uitvinding, met een giertank en een enkele afgifte-inrichting,
Fig. 2 een gedeeltelijk doorzichtig perspectivisch onderaanzicht is van een eerste uitvoeringsvorm van de afgifte-inrichting als gebruikt in de installatie van fig. 1, 15 Fig. 3 een gedeeltelijk doorzichtig zijaanzicht toont van de afgifte-inrichting volgens de pijl III in fig. 2,
Fig. 4 een perspectivisch bovenaanzicht toont van de afgifte-inrichting van fig. 2 en 3, waarbij het verdeelorgaan is weggenomen,
Fig. 5 een perspectivisch bovenaanzicht toont van het verdeelorgaan van de 2 0 afgifte-inrichting van fig. 2 en 3,
Fig. 6 een perspectivisch onderaanzicht toont van een alternatieve uitvoeringsvorm van de afgifte-inrichting met een groter aantal aftappunten, waarbij een van de mondstukken en het verdeelorgaan zijn weggelaten,
Fig. 7 een perspectivisch bovenaanzicht is van weer een andere uitvoering van de 2 5 afgifte-inrichting met een nog groter aantal aftappunten,
Fig. 8 een perspectivisch vooraanzicht is van een afgifte-installatie die voorzien is van een aantal afgifte-inrichtingen, en
Fig.9 een perspectivisch achteraanzicht is van het in fig. 8 getoonde deel van de afgifte-installatie.
3 0 Een installatie 1 voor het verdeeld afgeven van een verpompbaar medium, in het
bijzonder vloeibare mest, omvat een met dat medium gevulde houder of giertank 2, die aangebracht is op een onderstel 3 en daardoor over een ondergrond G, bijvoorbeeld een akker, verrijdbaar is (fig. 1). Vanuit de houder 2 loopt een toevoerleiding 4 naar een afgifte-inrichting 5. De afgifte-inrichting 5 verdeelt de stroom medium uit de toevoerleiding 4 in een aantal 3 5 deelstromen, die via leidingen 6 naar afgiftepunten 7 gevoerd worden. Daar stroomt het medium M
5 dus gelijkmatig verdeeld uit over de ondergrond G. In het getoonde voorbeeld is de afgifte-installatie 1 gecombineerd met een (hier zeer schematisch weergegeven) cultivator 25. Deze wordt gevormd door een frame 26 dat aan de achterzijde van de verrijdbare giertank 2 opgehangen is.
Aan dit frame 26 zijn tanden 27 bevestigd, die voren V in de grond trekken. De afgifte-inrichting 5 5 met zijn toevoerleiding 4 en afgifteleidingen 6 is op het frame 26 van de cultivator 25 bevestigd, waarbij de afgiftepunten 7 achter de tanden 27 geplaatst zijn, zodat de vloeibare mest M vanuit de afgiftepunten 7 in de voren V stroomt.
De afgifte-inrichting 5 omvat een verdeelorgaan 8, naar het verdeelorgaan 8 gerichte middelen 9 voor het spuiten van het medium M en langs een rand 10 van het 10 verdeelorgaan 8 geplaatste middelen 11 voor het in deelstromen aftappen van het medium M (fig.
2).
Het verdeelorgaan 8 heeft hier in doorsnede de gedaante van een schotel of paraplu met een binnenoppervlak 12 - het oppervlak dat naar de spuitmiddelen 9 gekeerd is -dat een bol deel 12A en een hol deel 12B vertoont (fig. 3, 5). Uit het binnenoppervlak 12 steekt een aantal 15 scheidingswanden 13, die telkens per paar een stroomkanaal 14 begrenzen. In het getoonde voorbeeld zijn er vier paar scheidingswanden 13 en dus ook vier stroomkanalen 14. Tussen de stroomkanalen 14 bevinden zich geen werkzame delen van het verdeelorgaan 8.
De spuitmiddelen 9 omvatten in het getoonde voorbeeld een spuitmond 15 die door middel van een snelkoppeling 16 op de toevoerleiding 4 is bevestigd en centraal tegenover het 2 0 verdeelorgaan 8 geplaatst is.
De aftapmiddelen 11 omvatten een aantal mondstukken 17. Het aantal mondstukken 17 komt bij normaal gebruik overeen met het aantal stroomkanalen 14 en dus met het aantal deelstromen - in dit voorbeeld vier. De mondstukken 17 zijn aangebracht op een ring 18 die het verdeelorgaan 8 omsluit, en waarin vier gelijkmatig verdeelde openingen 19 zijn gevormd. Het 2 5 tegenover het verdeelorgaan 8 gelegen einde van de ring 18 is niet afgesloten maar open. Enerzijds wordt hierdoor het dichtslibben van de inrichting 5 voorkomen, en anderzijds kan zo lucht binnendringen.
In het getoonde voorbeeld is de ring 18 via een arm 20 verbonden met een manchet 21 dat op het uiteinde van de toevoerleiding 4 bevestigd kan worden. Aan deze manchet 30 21 wordt dan de spuitmond 15 bevestigd. De arm 20 draagt verder een plaat 22 waarmee de afgifte-inrichting 5 aan de omringende constructie van de afgifte-installatie 1 bevestigd kan worden.
Het verdeelorgaan 8 is hier overigens losneembaar aan de ring 18 bevestigd. Daartoe is aan de bovenzijde van het verdeelorgaan 8 een uitstekende strip 23 bevestigd, die 3 5 opgenomen kan worden in twee diametraal tegenover elkaar gelegen, in hoofdzaak L-vormige 6 uitsparingen 24 in de ring 18. Door het verdraaien van de strip 23 wordt dan een bajonetverbinding gevormd. Zo kan het verdeelorgaan 8 worden losgenomen om dit te reinigen of eventueel te vervangen door een anders gevormd verdeelorgaan, of een verdeelorgaan met minder scheidingswanden.
5 Zo kan de capaciteit van de afgifte-inrichting 5 worden ingesteld. Door bijvoorbeeld het verdeelorgaan 8 met de vier paar scheidingswanden 13 als getoond in figuur 5 op te nemen in ring 18 met acht mondstukken 17 als getoond in figuur 7, wordt de helft van die mondstukken 17 buiten werking gesteld. Dan wordt dus ook de helft van de daarop aangesloten leidingen 6 en afgiftepunten 7 niet van medium voorzien en wordt dus minder medium M over de 10 grond G verspreid. Zo kan door het combineren van een enkele ring 18 met verschillende verdeelorganen 8 een aantal verschillende doseringen worden bereikt.
De werking van de afgifte-inrichting is als volgt. Nadat de manchet 21 op het eind van de toevoerleiding 4 is bevestigd wordt daarop de spuitmond 15 bevestigd door middel van de snelkoppeling 16. Dan wordt het verdeelorgaan 8 op de ring 18 bevestigd door de strip 23 in de 15 uitsparingen 24 te plaatsen en te verdraaien. De verdeelleidingen 6 worden op de mondstukken 17 bevestigd.
Wanneer nu de toevoerleiding 4 geopend wordt, stroomt het medium M met kracht uit de houder 2 en spuit tegen het centrale, bolle deel 12A van het verdeelorgaan 8. Daar wordt de mediumstroom gebroken en als dunne film verspreid langs het binnenoppervlak 12 van het 2 0 verdeelorgaan 8. Doordat de spuitmond 15 op afstand van het verdeelorgaan 8 geplaatst is en een geschikte, taps toelopende vorm vertoont, fungeert deze tevens als ejecteur en zuigt langs zijn buitenzijde lucht aan. Hierdoor wordt de dunne laag medium die langs het binnenoppervlak 12 van het verdeelorgaan 8 stroomt nog aanvullend belucht.
Het medium loopt in de vier stroomkanalen 14 en vandaar door de openingen 19 in 2 5 de mondstukken 17. Vanuit deze mondstukken 17 lopen de deelstromen door de leidingen 6 naar de afgifteopeningen 7. Eventueel in het medium M aanwezige verontreinigingen en brokstukken volgen niet de stroming van het medium langs het binnenoppervlak 12 van het verdeelorgaan 8, maar vallen naar beneden voordat zij de openingen 19 bereiken. Doordat de afgifte-inrichting 5 aan de onderzijde open is, hopen de verontreinigingen zich niet op, maar verlaten die de afgifte- 3 0 inrichting 5 langs de spuitmond 15.
Het aantal deelstromen hoeft niet even te zijn. Bij de getoonde eerste alternatieve uitvoering zijn er vijf in plaats van vier openingen 19 en bijbehorende mondstukken 17 (fig. 6). Het bijbehorende verdeelorgaan (hier niet getoond) zal dus ook vijf paren scheidingswanden vertonen, die vijf stroomkanalen bepalen. Voor een stabiele bevestiging van deze uitvoering van de afgifte-3 5 inrichting 5 op de toevoerleiding 4 zijn hier drie armen 20 voorzien, die de ring 18 verbinden met 7 de manchet 21. Voor de bevestiging aan de omringende constructie is de ring 18 voorzien van twee uitstekende asstompen 22.
Bij de derde uitvoering is de afgifte-inrichting 5 zoals gezegd voorzien van acht mondstukken 17, en wordt de stroom medium M dus in acht deelstromen verdeeld (fig. 7). Hier is 5 volstaan met twee armen 20 tussen de ring 18 en de manchet 21, terwijl wederom twee asstompen 22 voorzien zijn.
In figuren 8 en 9 is een deel getoond van een afgifte-installatie 1 die is voorzien van vijf afgifte-inrichtingen 5. Voor de duidelijkheid zijn deze afgifte-inrichtingen 5 slechts de leidingen 6 en de afgifte-openingen 7 getoond. Deze afgifte-inrichtingen 5 zijn elk bevestigd op 10 een segment 26A, 26B, 26C van het frame 26 van een cultivator 25. Daarbij is het buitenste segment 26A zwenkbaar om een as 28 verbonden met het tussen segment 26B, dat op zijn beurt zwenkbaar om een as 29 verbonden is met het centrale segment 26C. Dit centrale segment 26C kan worden bevestigd aan een trekkend voertuig, bijvoorbeeld een verrijdbare giertank. Door het intrekken vantussen de segmenten 26A-C aangebrachte vijzels 30, 31 kunnen het buitensegment 15 29A en het tussensegment 29B worden ingeklapt.
Elk segment 26A-C vertoont een aantal tanden 27 die afwisselend aan de voorzijde en aan de achterzijde van het frame 26 zijn bevestigd. Verder vertoont het centrale segment 26C twee wielen 32 en het tussensegment 29B een wiel 32, waarmee de cultivator 25 op de grond rust.
Op elk segment 26A-C is een afgifte-inrichting 5 aangebracht, met een aantal 2 0 leidingen 6 en afgifte-openingen 7 dat overeenkomt met het aantal tanden 27. In het getoonde voorbeeld is de afgifte-inrichting op het buitenste segment 26A ingericht voor het vormen van vijf deelstromen, de inrichting op het tussensegment 26B inrichting voor zes deelstromen, en de afgifte-inrichting op het centrale segment 26C zelfs negen deelstromen van het toegevoerde vloeibare medium. Hiertoe zouden drie soorten afgifte-inrichtingen 5 gebruikt kunnen worden, 2 5 maar er kan ook volstaan worden met één en dezelfde onderhouw, waarop verschillende verdeelorganen 8 aangebracht worden. Verder kan de toevoer van vloeibaar medium naar elk van de afgifte-inrichtingen 5 afzonderlijk geregeld owrden, waardoor naar behoefte segmenten uitgeschakeld of weer bijgeschakeld kunnen worden.
De uitvinding maakt het mogelijk met behulp van een relatief compacte en 3 0 constructief eenvoudige inrichting een stroom verpompbaar medium, zoals bijvoorbeeld vloeibare mest, te verdelen in gelijke deelstromen. Hoewel de uitvinding hiervoor is toegelicht aan de hand van een aantal voorbeelden, zal het duidelijk zijn dat deze op velerlei wijze kan worden gevarieerd. Zo kan de vorm van het verdeelorgaan anders zijn dan hier getoond, en kunnen ook de aftapmiddelen anders uitgevoerd zijn dan als ring met mondstukken. Ook de verbinding tussen de 3 5 verschillende onderdelen zou anders gekozen kunnen worden.
8
De omvang van de uitvinding wordt dan ook uitsluitend bepaald door de nu volgende conclusies.
Claims (13)
- 2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het medium (M) centraal tegen het verdeelorgaan (8) aangespoten wordt.
- 3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de deelstromen naar afgiftepunten lopen, die op afstand van elkaar gelegen zijn.
- 4. Werkwijze volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het 15 aantal af te tappen deelstromen naar keuze ingesteld kan worden.
- 5. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat het aantal af te tappen deelstromen ingesteld kan worden door het vervangen van het verdeelorgaan.
- 6. Inrichting (5) voor het verdeeld afgeven van een verpompbaar medium (M), in het bijzonder vloeibare mest, omvattende een verdeelorgaan (8), naar het verdeelorgaan (8) 2. gerichte middelen (9) voor het spuiten van het medium (M) en langs een rand (10) van het verdeelorgaan (8) geplaatste middelen (11) voor het in een aantal deelstromen aftappen van het medium (M) met het kenmerk, dat het verdeelorgaan (8) een naar de spuitmiddelen (9) gekeerd oppervlak (12) vertoont, dat althans ten dele hol is, en een onderzijde van de afgifte-inrichting (5) tegenover het verdeelorgaan (8) open is.
- 7. Inrichting (5) volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat de spuitmiddelen (9) een centraal tegenover het verdeelorgaan (8) geplaatste spuitmond (15) omvatten.
- 8. Inrichting (5) volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat de spuitmond (15) op afstand van het verdeelorgaan (8) geplaatst is en een taps toelopende vorm vertoont.
- 9. Inrichting (5) volgens één der conclusies 6-8, gekenmerkt door een aantal uit 3. het oppervlak (12) stekende scheidingswanden (13).
- 10. Inrichting (5) volgens één der conclusies 6-9, met het kenmerk, dat de aftapmiddelen (11) een met het aantal deelstromen overeenkomend aantal mondstukken (17) omvatten, die aansluiten op de rand (10) van het verdeelorgaan (8). II. Inrichting (5) volgens één der conclusies 6-10, met het kenmerk, dat de 3. mondstukken (17) zijn aangebracht op een ring (18) die het verdeelorgaan (8) omsluit.
- 12. Inrichting (5) volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat het verdeelorgaan (8) losneembaar in de ring (18) is opgenomen.
- 13. Inrichting (5) volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat het verdeelorgaan (8) door middel van een bajonetverbinding in de ring (18) is bevestigd.
- 14. Inrichting (5) volgens één der conclusies 10-13, gekenmerkt door een aantal afgifteleidingen (6), die elk met een van de mondstukken (17) verbonden zijn.
- 15. Installatie (1) voor het verdeeld afgeven van een verpompbaar medium (M), in het bijzonder vloeibare mest, omvattende een op een onderstel (3) aangebrachte, verrijdbare houder (2) en ten minste één daarmee verbonden afgifte-inrichting (5) volgens één der conclusies 6-14.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2007291A NL2007291C2 (nl) | 2010-08-23 | 2011-08-23 | Werkwijze en inrichting voor het verdeeld afgeven van een verpompbaar medium. |
Applications Claiming Priority (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1038193 | 2010-08-23 | ||
| NL1038193 | 2010-08-23 | ||
| NL2007291A NL2007291C2 (nl) | 2010-08-23 | 2011-08-23 | Werkwijze en inrichting voor het verdeeld afgeven van een verpompbaar medium. |
| NL2007291 | 2011-08-23 |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2007291A NL2007291A (nl) | 2012-02-27 |
| NL2007291C2 true NL2007291C2 (nl) | 2013-11-20 |
Family
ID=44936502
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2007291A NL2007291C2 (nl) | 2010-08-23 | 2011-08-23 | Werkwijze en inrichting voor het verdeeld afgeven van een verpompbaar medium. |
Country Status (3)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP2608650B1 (nl) |
| NL (1) | NL2007291C2 (nl) |
| WO (1) | WO2012026810A1 (nl) |
Families Citing this family (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO2022158974A1 (en) | 2021-01-19 | 2022-07-28 | Adriaan Cornelis Capelle | Method and apparatus for distributed discharge of a medium displaceable by a pump |
| NL2029627B1 (nl) | 2021-01-19 | 2022-07-25 | Cornelis Capelle Adriaan | Werkwijze en inrichting voor het verdeeld afgeven van een verpompbaar medium |
Family Cites Families (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB668246A (en) * | 1950-03-20 | 1952-03-12 | Bataafsche Petroleum | Method and device for distributing mixtures of vapours and liquids |
| US5271567A (en) * | 1992-08-26 | 1993-12-21 | Ag-Chem Equipment Co., Inc. | Fertilizer distribution head and dispensing chute |
| US5435493A (en) * | 1994-04-21 | 1995-07-25 | J. Houle Et Fils Inc. | Manure distributor with atop discharge pipes and manure spreader incorporating the same |
-
2011
- 2011-08-23 EP EP11752357.1A patent/EP2608650B1/en not_active Not-in-force
- 2011-08-23 NL NL2007291A patent/NL2007291C2/nl not_active IP Right Cessation
- 2011-08-23 WO PCT/NL2011/050571 patent/WO2012026810A1/en not_active Ceased
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| WO2012026810A1 (en) | 2012-03-01 |
| EP2608650B1 (en) | 2015-04-08 |
| NL2007291A (nl) | 2012-02-27 |
| EP2608650A1 (en) | 2013-07-03 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| KR101893809B1 (ko) | 분사노즐 및 필터의 자동 막힘 제거가 가능한 자동 분무시스템 | |
| NL2007291C2 (nl) | Werkwijze en inrichting voor het verdeeld afgeven van een verpompbaar medium. | |
| US5435493A (en) | Manure distributor with atop discharge pipes and manure spreader incorporating the same | |
| JP2014098228A (ja) | 路面散水車両 | |
| AU4877300A (en) | Fluid injection spray system for a wind machine | |
| US5383599A (en) | Agricultural air/liquid sprayer having an inflatable spraying sleeve | |
| US10750666B2 (en) | Dispenser for dispensing water and fertiliser | |
| KR101692338B1 (ko) | 방제용 교반장치 | |
| RU2132611C1 (ru) | Опрыскиватель ультрамалообъемный | |
| FR2989250A1 (fr) | Dispositif pour la pulverisation ou la projection d'un produit, notamment d'un produit phytosanitaire pour la vigne | |
| NL2029627B1 (nl) | Werkwijze en inrichting voor het verdeeld afgeven van een verpompbaar medium | |
| EP0580712A1 (en) | TURNING LIQUID DISTRIBUTOR TO USE WITH A SPRAY NOZZLE FOR LIQUID, WATER OR LIQUIDS WITH OTHER ADDITIVES. | |
| KR102106899B1 (ko) | 관수 호수를 이용한 관수 확산형 드립 | |
| KR101185168B1 (ko) | 노즐 유닛 | |
| RU2707628C1 (ru) | Опрыскиватель ультрамалообъемный | |
| JP6934403B2 (ja) | 散水式ろ床装置における散水装置 | |
| WO2022158974A1 (en) | Method and apparatus for distributed discharge of a medium displaceable by a pump | |
| JP3667044B2 (ja) | 散布用チューブ保持具、散布器および散布システム | |
| RU2274991C1 (ru) | Агрегат для внесения жидких удобрений и гербицидов в прикорневую зону посевов кукурузы и пропашных культур | |
| RU2767059C1 (ru) | Агрегат для внесения жидких удобрений и гербицидов в прикорневую зону посевов кукурузы и пропашных культур | |
| KR101938493B1 (ko) | 양방향으로 급수되는 회전식 분수호스 | |
| RU2768841C1 (ru) | Опрыскиватель ультрамалообъемный садовый | |
| JPH08131901A (ja) | 散水器 | |
| US20260020535A1 (en) | Cleanable mobile drip irrigation system | |
| US7497388B2 (en) | Distributor for liquid manure and the like |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20160901 |