"Inrichting voor-het automatisch ontstoffen van bobijnen textielgaren" Men weet dat bobijnen textielgaren vooraleer zij naar de bevochtigingsmachine worden gebracht om verder verwerkt te worden, verplicht moeten ontstoft worden daar er zich op zulke bobijnen meestal een relatief grote hoeveelheid stof heeft verzameld als gevolg van de stofferige omgeving waarin zij werden gewikkeld.
Tot op heden wordt dit ontstoffen uitsluitend uitgevoerd door de bobijnen; één na één, te onderwerpen aan een straal druklucht teneinde aldus iedere bobijn met deze straal af te tasten met als doel het stof weg te blazen.
Niet alleen is dit een zeer omslachtige bewerking die veel tijd vergt en die met de hand wordt uitgevoerd, zodanig dat de doorlopende aanwezigheid van een arbeidskracht is vereist, doch
<EMI ID=1.1>
slechts gedeeltelijk wordt weggeblazen en dat een gedeelte van het stof tussen de draden doorheen in de bobijn wordt geblazen.
Nog een ander nadeel van deze bekende werkwijze is dat het stof wordt rondgeblazen in de ruimte waarin de bewerking wordt uitgevoerd.
Deze werkwijze heeft eveneens als nadeel dat door het werken met luchtdruk, voor een bepaald luchtdebiet dat nodig is
cm een geschikte ontstoffing te verkrijgen, een groot energievermogen nodig is.
De huidige uitvinding heeft betrekking op een inrichting die toelaat de ontstoffing van de voornoemde bobijnen textielgaren automatisch te laten geschieden, zodat de doorlopende aanwezigheid van een arbeidskracht kan worden uitgeschakeld; waarbij op een zeer eenvoudige wijze en zonder dat er zich een mogelijkheid voordoet dat stof binnen in de bobijn zou dringen, het stof vanaf de bobijn wordt verwijderd en waarbij, voor een relatief klein energievermogen, een zeer groot luchtdebiet wordt verkregen wat de goede ontstoffing van de bobijn, zoals bekend, in de hand werkt.
Tot dit doel bestaat de inrichting volgens de uitvinding <EMI ID=2.1>
meer bobijnen en in kombinatie met deze kamer minstens een
toevoer voor lucht onder een kleine overdruk en een afvoer
voor deze lucht.
Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding beter aan
te tonen zijn hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter, twee voorkeurdragende uitvoeringsvormen beschreven van inrichtingen voor het ontstoffen van bobijnen met verwijzing naar de bijgaande tekeningen waarin :
figuur 1 een schematisch zicht weergeeft van een inrichting volgens de uitvinding; figuur 2 een variante weergeeft van figuur l; figuur 3 een doorsnede weergeeft volgens lijn III-III in f iguur 2.
In figuur 1 is op zeer schematische wijze de meest eenvoudige uitvoeringsvorm van een inrichting volgens de uitvinding weergegeven waarbij deze hoofdzakelijk bestaat uit een ontstoffingsruimte 1 die aan de vier zijden geschikt kan afgesloten worden en waarvan de bodem gevormd wordt door een van openingen
of dergelijke voorziene steun of plaat 2, terwijl het dak ge-
<EMI ID=3.1>
lucht wordt verplaatst, waarbij door de aanwezigheid van gaten,
<EMI ID=4.1> <EMI ID=5.1>
heen de voornoemde gaten, gleuven of dergelijke in de bodem 2 wordt weggezogen en opgevangen in het filter 8. Het is duidelijk dat men op deze wijze verkrijgt dat het eigenlijk ontstoffen
van de bobijnen 10 kan geschieden zonder dat deze moeten vastgehouden worden, zodat tijdens het ontstoffen iedere arbeidskracht kan uitgeschakeld worden, en waarbij door de geringe luchtdruk veroorzaakt door de blaasventilator 6 het indringen van stof
in de bobijn totaal wordt vermeden en waarbij voor het aandrijven van de ventilators 6 en 9 , die toelaten een groot luchtdebiet met een geringe druk doorheen de ontstoffingskamer te verplaatsen, slechts een klein vermogen nodig is.
Alhoewel door de voornoemde maatregelen reeds een uitermate doeltreffende ontstoffing van de bobijnen 10 wordt verkregen, zal deze ontstoffing bijvoorkeur nog in de hand gewerkt worden doordat in de kamer 1 een werveleffekt ontstaat.
<EMI ID=6.1>
op om het even welke plaats kunnen vertrekken, respektievelijk uitgeven, waarbij in de plaats van de twee ventilators 6 en 9 eventueel, afhankelijk van de toepassing, één van de voornoemde ventilators kan weggelaten worden.
Eveneens is het vanzelfsprekend dat de ontstoffing zowel vertikaal, zoals weergegeven in figuur 4, als horizontaal kan geschieden, zonder dat dit een invloed zou hebben op de ontstoffing zelf.
Uiteindelijk nog zal men ook het in- en uitvoeren van de bobijnen 10 in en uit de ontstoffingskamer 1 automatisch laten geschieden, waarbij tot dit doel de bobijnen door middel van een niet getoonde transportinrichting in en uit de ontstoffingskamer worden gevoerd wat vanzelfsprekend meebrengt dat afhankelijk
van de opstelling twee zijwanden, of de bovenwand en de onderwand,
<EMI ID=7.1> dat zij kunnen geopend of verwijderd worden voor het invoeren,
<EMI ID=8.1>
ontstoffingsproces kunnen gesloten of terug aangebracht worden.
In de figuren 2 en 3 is een uitvoeringsvariante weergegeven van figuur 1, waarbij de ontstoffingsruimte 1 aan vier zijden geschikt kan afgesloten worden en waarvan de bodem gevormd wordt door een van openingen, spleten of dergelijke voorziene
<EMI ID=9.1>
dit geval gevormd door een blaasmond 4 die verlengd is door een
<EMI ID=10.1>
<EMI ID=11.1>
verbindingsleiding 11. In de leiding 7 is, zoals hiervoor, de voornoemde filter 8 en een aanzuigventilator 9 voorzien waarbij deze laatste de taak van de ventilator 6 in het eerste voorbeeld overneemt, zodat slechts één ventilator nodig is.
In deze uitvoeringsvorm wordt de ontstoffingskamer 1, in de verplaatsingsrichting van de bobijnen 10 gezien, hoofdzakelijk gevormd door twee vaste bijvoorkeur doorzichtige wanden, respektievelijk 12 en 13, een voorwand 14 en een achterwand 15 die beide bij voorkeur eveneens doorzichtig zijn, waarbij deze
<EMI ID=12.1>
gevoerd, bijvoorbeeld door middel van geschikte drukcilinders, respektievelijk 16 en 17, en geschikte geleidingen waarmede de wanden 14 en 15 kunnen samenwerken.
Ook in dit geval kan de inrichting vanzelfsprekend horizontaal worden uitgevoerd waarbij in dat geval de ganse konstruktie als het ware 180[deg.] wordt omgedraaid.
De inrichtingen zoals hiervoor beschreven kunnen zowel op zichzelf bestaan als aangebouwd worden op de aanvoertafel van een zogenaamde conditioneermachine zoals dit schematisch in de bijgaande uitvoering volgens de figuren 2 en 3 is weergegeven, waarbij zulke inrichting zowel kan uitgevoerd worden voor het ontstoffen van één dan wel twee of meer rijen bobijnen 10.
In de figuren 2 en 3 worden de verschillende bobijnen 10 door middel van geschikte meeneemorganen 18, die bevestigd zijn op een gemeenschappelijke aandrijfketting 19, langs de ontstoffingsinrichting volgens de uitvinding verplaatst waarbij, tijdens deze verplaatsing, de wanden 14 en 15 zich in de hoge stand bevinden zoals weergegeven in de tekeningen.
Wanneer er in het midden van de ontstoffingskamer een bobijn
10 terecht komt wordt de toevoerinrichting van de bobijnen gestopt, waarna de wanden 14 en 15 omlaag worden gelaten ten einde een kamer te vormen die aan de vier zijden is afgesloten en waarvan het dak en de bodem gevormd worden door, enerzijds,
de voornoemde opening 1 en, anderzijds, de voornoemde bcdem of steun 2.
Op dit ogenblik komt de bobijn 10 zoals in het vorige voor-
<EMI ID=13.1>
die, hetzij doorlopend wordt aangedreven, hetzij in werking treedt
<EMI ID=14.1>
ontstoffingskamer 1 een luchtverplaatsing wordt verkregen van boven naar onder met een geschikte werveling in de kamer 1 zelf, één en ander zodanig dat het stof dat zich op de bobijn 10 bevindt geschikt wordt weggeblazen, respektievelijk afgezogen,
en verzameld in het filter 8 dat op geregelde tijdstippen gereinigd of vervangen wordt.
Nadat de betrokke:. bobijn 10 ontstoft is gaan de wanden
14 en 15 open en zal, ra het verwijderen van de voornoemde bobijn, een volgende bobijn in de kamer 1 ingevoerd worden.
Zeer belangrijk volgens deze uitvinding is dus dat het ontstoffen van de bobijnen 10 geschiedt door ventilatie in de plaats van het algemeen gebruik van druklucht, met andere woorden de ontstoffing wordt verkregen door langs de bobijn 10 een relatief grote hoeveelheid lucht onder een geringe druk te laten
"Apparatus for automatic dedusting of spools of textile yarn" It is known that spools of textile yarn must be dusted before they are brought to the dampening machine for further processing, as a relatively large amount of dust has usually accumulated on such spools as a result of the dusty environment in which they were wrapped.
Until now, this dedusting has only been carried out by the bobbins; one by one, to be subjected to a jet of compressed air so as to scan every bobbin of this jet with the aim of blowing the dust away.
Not only is this a very time-consuming operation that is time-consuming and performed manually, such that the continuous presence of a labor force is required, but
<EMI ID = 1.1>
is only partially blown away and some of the dust is blown through into the bobbin between the threads.
Yet another drawback of this known method is that the dust is blown around in the space in which the operation is carried out.
This method also has the drawback that by working with air pressure, this is necessary for a certain air flow rate
To obtain suitable dedusting, a high energy output is required.
The present invention relates to a device which allows the dedusting of the aforementioned spools of textile yarn to take place automatically, so that the continuous presence of a worker can be switched off; whereby in a very simple manner and without there being a possibility that dust would penetrate inside the bobbin, the dust is removed from the bobbin and whereby, for a relatively small energy capacity, a very large air flow is obtained, which ensures the good dedusting of the bobbin, as is known, works in the hand.
For this purpose, the device according to the invention exists <EMI ID = 2.1>
more bobbins and in combination with this chamber at least one
supply for air under a small overpressure and an outlet
for this sky.
With the insight the characteristics of the invention better
To be shown below, by way of example without any limitation, two preferred embodiments of bobbin dedusting devices are described with reference to the accompanying drawings in which:
figure 1 represents a schematic view of a device according to the invention; figure 2 represents a variant of figure 1; figure 3 represents a cross-section according to line III-III in figure 2.
Figure 1 shows very schematically the simplest embodiment of a device according to the invention, in which it mainly consists of a dedusting space 1 which can be suitably closed on the four sides and the bottom of which is formed by one of openings.
or the like provided support or plate 2, while the roof is
<EMI ID = 3.1>
air is displaced, where due to the presence of holes,
<EMI ID = 4.1> <EMI ID = 5.1>
through the aforementioned holes, slots or the like in the bottom 2 is sucked away and collected in the filter 8. It is clear that in this way one obtains that it actually de-dusts.
of the bobbins 10 can be done without having to be held, so that during the dusting process every working force can be switched off, and the penetration of dust due to the low air pressure caused by the blower fan 6.
in the bobbin is completely avoided and in which only a small power is required to drive the fans 6 and 9, which allow a large air flow with a low pressure to be displaced through the dedusting chamber.
Although an extremely effective dedusting of the bobbins 10 is already obtained by the aforementioned measures, this dedusting will preferably still be promoted in that a vortex effect is created in the chamber 1.
<EMI ID = 6.1>
be able to leave at any place or to issue, respectively, whereby in place of the two fans 6 and 9, depending on the application, one of the aforementioned fans can possibly be omitted.
It is also self-evident that the dedusting can take place both vertically, as shown in figure 4, and horizontally, without this having an influence on the dedusting itself.
Ultimately, the in and out of the bobbins 10 in and out of the dedusting chamber 1 will also be allowed to take place automatically, for which purpose the bobbins are fed into and out of the dedusting chamber by means of a conveyor device (not shown), which of course entails that depending
of the set-up two side walls, or the top wall and the bottom wall,
<EMI ID = 7.1> that they can be opened or removed for insertion,
<EMI ID = 8.1>
dedusting process can be closed or reinstalled.
Figures 2 and 3 show an embodiment variant of figure 1, in which the dedusting space 1 can be suitably closed off on four sides and the bottom of which is formed by an embodiment provided with openings, slits or the like.
<EMI ID = 9.1>
this case constituted by a blowing nozzle 4 extended by a
<EMI ID = 10.1>
<EMI ID = 11.1>
connecting line 11. In the line 7, as before, the aforementioned filter 8 and a suction fan 9 are provided, the latter taking over the task of the fan 6 in the first example, so that only one fan is required.
In this embodiment, the dedusting chamber 1, seen in the direction of movement of the bobbins 10, is mainly formed by two fixed, preferably transparent walls, 12 and 13, respectively, a front wall 14 and a rear wall 15, both of which are preferably also transparent, whereby these
<EMI ID = 12.1>
guided, for example by means of suitable pressure cylinders 16 and 17, respectively, and suitable guides with which the walls 14 and 15 can cooperate.
In this case, too, the device can of course be designed horizontally, in which case the entire construction is, as it were, turned 180 [deg.].
The devices as described above can exist on their own or be attached to the supply table of a so-called conditioning machine as schematically shown in the accompanying embodiment according to figures 2 and 3, wherein such device can be designed both for dusting one or more two or more rows of spools 10.
In Figures 2 and 3, the different bobbins 10 are moved along the dedusting device according to the invention by means of suitable driving members 18, which are mounted on a common drive chain 19, whereby, during this movement, the walls 14 and 15 are in the high position. as shown in the drawings.
When there is a bobbin in the middle of the dedusting chamber
10, the bobbin feeder is stopped, after which the walls 14 and 15 are lowered to form a chamber which is closed on all four sides and whose roof and bottom are formed by, on the one hand,
the aforementioned opening 1 and, on the other hand, the aforementioned base or support 2.
At this point, the bobbin 10 comes as in the previous example.
<EMI ID = 13.1>
which is either continuously driven or activates
<EMI ID = 14.1>
dedusting chamber 1 an air displacement is obtained from top to bottom with a suitable vortex in the chamber 1 itself, all this in such a way that the dust on the bobbin 10 is suitably blown away or extracted, respectively,
and collected in the filter 8 which is cleaned or replaced at regular intervals.
After the person concerned :. bobbin 10 has dusted off the walls
14 and 15 open and, after removing the aforementioned bobbin, another bobbin will be fed into the chamber 1.
It is therefore very important according to this invention that the dusting of the coils 10 takes place by ventilation instead of the general use of compressed air, in other words the dedusting is obtained by allowing a relatively large amount of air under a low pressure along the coil 10.