<Desc/Clms Page number 1>
Metalen laadbord (pallet)
<Desc/Clms Page number 2>
(pallet) met twee evenwijdige platen van vloeiend of hoekig ge- golfd plaat metaal, die door daaraan gelaste, op afstand van el- kander gelegen, ten minste onder een hoek met de ribben van de aangrenzende plaat gerichte balken op afstand van elkander worden gehouden en tot een stijf geheel met elkander zijn ver- bonden.
De uitvinding beoogt een laadbord van dit op zich',zelf bekende type te verschaffen, dat evenwel niet alleen met,be- hulp van een hefyork wagen kan worden verplaatst, maar ook gemakkelijk en veilig'door een kraan kan worden gehesen. Vol- gens de uitvinding zijn daartoe aan of nabij de aan de ver- bindingsbalken evenwijdige eindvlakken van het laadbord or- ganen aangebracht, waarin losse draagstaven voor de bevesti- ging van hijsstroppen aan het laadbord kunnen worden gestoken en tegen zijdelingse verplaatsing worden geborgd.
Deze organen kunnen op verschillende manieren worden uitgevoerd, zoals uit onderstaande beschrijving van in de bijgaande tekeningen weergegeven uitvoeringsvoorbeelden moge blijken. In de tekening,vertoont:
Fig. 1 een bovenaanzichtvan een laadbord.volgens de uitvinding,
EMI2.1
Fig. 2 een zijaanzicht'van dat laadbord,
Fig. 3 een eindaanzicht daarvan,.
Fig. 4 op grotere schaal'een detail van fig. 2,
Fig. 5 een doorsnede over de lijn V-V in fig. 1 op grotere schaal,
Fig. 6 een variant van het detail volgens fig 4,
Fig. 7 een tweede variant van dat detail, en
Fig. 8 een derde variant daarvan.
In de tekening (fig.1- 5) zijn 1 en 2 metalen platen
<Desc/Clms Page number 3>
met een hoekig gegolfd profiel. Deze platen worden op afstand van elkander gehouden door balken 3,4,5, die eveneens van plaat- metaal zijn gevormd en een benaderd X-vormig dwarsprofiel hebben.
De platen 1,2 en de verbindingsbalken 3,4,5 zijn plaatselijk aan elkander gelast, zodanig, dat een stijf geheel wordt verkregen.
De ribben der platen 1,2 zijn dwars op de verbindingsbalken 3,4,5 gericht. De balken 3 en 5 bevinden zich op enige afstand van de eindranden der platen 1,2. Deze eindranden zijn beschermd door uit plaatmetaal gevouwen beschermingsstroken 6, die een, zodanige vorm bezitten, dat haar vouwranden 7 op kleinere afstand van el- kan der gelegen zijn dan de platen 1,2. Daardoor worden aan de eindranden. der laadborden aan de balken 3,4,5 evenwijdige door- gaande holten 8 verkregen, waarin draagstaven of-buizen kunnen worden gestoken, die niet door de opening tussen de beschermings- stroken 6 heen kunnen glijden, als het laadbord in de takels hangt.
Tussen de verticale eindvlakken der beschermingsstroken 6 en de eindranden der platen 1,2 is een vrije afstand 9 aangehouden, zo- dat het regenwater, dat zich tussen.de ribben der platen kan ver- zamelen naar de einden daarvan kan wegvloeien.
De ruimten 10 tussen de verbindingsbalken 3,4 en 4,5 dienen voor het opnemen van de hefvork van een hefvorkwagen. Opdat nu bij het insteken van de vork de kwetsbare zijranden der platen 1,2 niet beschadigd worden, zijn V-vormige beschermingsstroken 11 aan- gebracht, die om die zijranden der platen heengrijpen en met de ene randstrook over twee ribben van een plaat heenliggen en met haar andere randstrook schuin naar..binnen zijn gericht. Deze laatste randstrook dient zowel als inloopkant voor het geleiden van de einden van de vork als voor aanpassing van de rand van het laad- bord aan de kromming van het naar boven gebogen achtereinde van de tanden der Lefvork.
<Desc/Clms Page number 4>
Bij de variant volgens fig. 6 zijn naast de balken 3 en 5 buizen 12 tussen de platen 1 en 2 gelast. In deze buizen kunnen de draagstaven voor de hijsstroppen gestoken worden.
Fig. 7 vertoont een constructie, waarbij aan de naast de balken 3,5 gelegen eindvlakken van het laadbord een aantal op bepaalde afstanden van elkander geplaatste ogen 13 zijn gelast.
De draastaven voor de hijsstroppen worden in dit geval door de ogen 13 heen gestoken.
Fig. 8 heeft betrekking op weer @en andere uitvoerings- vorm, waarbij tussen de platen 1 en 2 van het laadbord en buiten de balken 3 en 5 C-vormige platen zijn gelast, in welker openingen de draagstaven kunnen worden gestoken.
De uitvoeringsvormen volgens fig. 1-5, 6 en 8 hebben het voordeel, dat de organen voor het begrenzen van de holten, waarin de draagstaven kunnen worden gestoken, beschermd zijn door de randen van het laadbord.
De volgens de uitvinding gevormde laadborden kunnen geheel van plaatstaal zijn vervaardigd, en na de vervaardiging zijn ver- zinkt, waardoor een roestvrije constructie wordt verkregen.
C o n c 1 u s i e s. **WAARSCHUWING** Einde van DESC veld kan begin van CLMS veld bevatten **.
<Desc / Clms Page number 1>
Metal pallet (pallet)
<Desc / Clms Page number 2>
(pallet) with two parallel plates of smooth or angular corrugated sheet metal, spaced apart by beams welded thereto spaced apart at least at an angle to the ribs of the adjacent plate and are joined together in a rigid whole.
The object of the invention is to provide a pallet of this type known per se, which, however, can not only be moved with the aid of a lifting trolley, but can also be lifted easily and safely by a crane. According to the invention, for this purpose, on or near the end faces of the pallet parallel to the connecting beams, means are provided, into which separate bearing bars for attaching hoisting slings to the pallet can be inserted and secured against lateral displacement.
These elements can be designed in various ways, as will become apparent from the following description of exemplary embodiments shown in the accompanying drawings. In the drawing, it shows:
FIG. 1 is a top view of a pallet according to the invention,
EMI2.1
FIG. 2 a side view of that pallet,
FIG. 3 is an end view thereof.
FIG. 4 on a larger scale, a detail of FIG. 2,
FIG. 5 is a section on the line V-V in FIG. 1 on a larger scale,
FIG. 6 a variant of the detail according to FIG. 4,
FIG. 7 a second variation of that detail, and
FIG. 8 a third variant thereof.
In the drawing (fig. 1-5) 1 and 2 are metal plates
<Desc / Clms Page number 3>
with an angular corrugated profile. These plates are spaced apart by beams 3, 4, 5, which are also formed of sheet metal and have an approximate X-shaped cross section.
The plates 1,2 and the connecting beams 3, 4, 5 are locally welded to each other, such that a rigid whole is obtained.
The ribs of the plates 1,2 are directed transversely to the connecting beams 3,4,5. The beams 3 and 5 are located some distance from the end edges of the plates 1,2. These end edges are protected by sheet metal folded protective strips 6, which have a shape such that its folding edges 7 are less spaced apart than the plates 1,2. As a result, the end edges. of the pallets are obtained on the beams 3, 4, 5, parallel continuous cavities 8 into which supporting bars or tubes can be inserted which cannot slide through the opening between the protective strips 6 when the pallet is suspended in the hoists.
A free distance 9 is maintained between the vertical end faces of the protective strips 6 and the end edges of the plates 1, 2, so that the rainwater that can collect between the ribs of the plates can drain to the ends thereof.
The spaces 10 between the connecting beams 3,4 and 4,5 serve to receive the lifting fork of a lifting fork carriage. So that the vulnerable side edges of the plates 1,2 are not damaged when the fork is inserted, V-shaped protective strips 11 are arranged, which grip around those side edges of the plates and lie with one edge strip over two ribs of a plate and with its other edge strip angled inwards. This last edge strip serves both as a lead-in edge for guiding the ends of the fork and for adapting the edge of the pallet to the curvature of the upwardly curved rear end of the tines of the Lefvork.
<Desc / Clms Page number 4>
In the variant according to Fig. 6, tubes 12 are welded between the plates 1 and 2 in addition to the beams 3 and 5. The bearing bars for the slings can be inserted into these tubes.
FIG. 7 shows a construction in which a number of eyelets 13 placed at predetermined distances from each other are welded to the end faces of the pallet located next to the beams 3,5.
The wire rods for the lifting slings are in this case inserted through the eyes 13.
FIG. 8 relates to yet another embodiment in which C-shaped plates are welded between the plates 1 and 2 of the pallet and outside the beams 3 and 5, into the openings of which the bearing bars can be inserted.
The embodiments of FIGS. 1-5, 6 and 8 have the advantage that the means for defining the cavities into which the bearing bars can be inserted are protected by the edges of the pallet.
The pallets formed according to the invention can be made entirely of sheet steel and be galvanized after manufacture, whereby a stainless construction is obtained.
C o n c 1 u s i e s. ** WARNING ** End of DESC field may contain beginning of CLMS field **.