<Desc/Clms Page number 1>
" Inrichting voor het benuttigen van de middelpuntvliedende .. kracht".
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het benuttigen van de middelpuntvliedende kracht.
Het benuttigen van de middelpuntvliedende kracht kan verschi.i lende toepassingen hebben, die hier niet in de bijzonderheden op- gesomd worden. Enkel als voorbeeld kan aangehaald worden dat toe- : tellen waarin de middelpuntvliedende kracht benuttigd wordt kunne , gebruikt worden voor het aandrijven va.n rollende of schuivende ver- voermiddelen op het slijk, op de sneeuw of op het water, ook onder
<Desc/Clms Page number 2>
het water, op het ijs, op het land en zelfs in de lucht.
De uitvinding nu heeft in hoofdzaak tot doel een dergelijke inrichting te ontwerpen, waarvan de uitvoering aangepast kan wor- den aan,de aard van de gewenste toepassing en waarvan de construc- tie geen bijzondere moeilijkheden meebrengt.
Tot dit doel bevat de inrichting volgens' de uitvinding min- stens een schijf, een middel om deze schijf om haar eigen geome- trische as te doen wentelen, lichaampjes die scharnierend beves- tigd zijp. aan de rand van de schijf om asjes die evenwijdig zijn met de geometrische as van de schijf en een lei-baan voor het uiteinde van deze,lichaampjes, welke leibaan een niet-constante afstand he.eft ten opzichte van de rand van de schijf en vast is ten opzichte van een gestel ten overstaan waarvan de schijf wentelt.
Doelmatig wordt de leibaan gevormd door de binnenzijde van minstens één ring die concentrisch geplaatst/ i sten opzichte van de schijf, maar die plaatselijk een boogvormige uitsnijding'bezit.
In een voordelige uitvoeringsvorm van de uitvinding zijn de lichaampjes tussen twee schijven gemonteerd.
Doelmatig zijn rollagertijes voorzien op de lichaampjes waar deze met de leibaan in contact komen,
In een bij voorkeur toegepaste uitvoeringsvorm van dezelfde uitvinding, hebben de lichaampjes een aerodynamische vorm.
Andere voordelen en eigenschappen van de uitvinding zullen blijken uit de beschrijving van een inrichting voor het benuttigen van de middelpuntvliedende kracht volgens de uitvinding deze be- schrijving wordt enkel als voorbeeld gegeven en is niet beperkend voor de uitvinding; de-verwijzingscijfers hebben betrekking op de hieraan toegevoegde tekeningen.
Figuur l is een vooraanzicht van een inrichting voor het be- nuttigen van de middelpuntvliedende kracht volgens de uitvinding.
Figuur 2 is een doorsnede volgens de lijn II-II uit figuur 1.
Figuur 3 is een bovenaanzicht, met weglating van sommige elementen, van een inrichting voor het benuttigen van de middelpuntvlie-
<Desc/Clms Page number 3>
dende,kracht volgens de vorige figuren..
Figuur 4 is een doorsnede volgens de lijn IV-IV uit figuur 3.
In de vier figuren hebben dezelfde verwijzingscijfers betrek- king op dezelfde elementen.. , .
De inrichting voor het benutigen van de middelpunt-vliedende kracht volgens de figuren bevat in de eerste plaats een gestel 1 ten opzichte waarvan o.m. de verschillende vaste delen van de in- richting bevestigd zijn. Tot deze vaste delen behoort de stator 2 van een motor waarvan de as 3 verbonden is met twee 'schijven 4 én
5. Tussen de twee schijven en scharnierend in deze schijven zitten de lichaampjes 6 die dus aan de'rand van de schijf een scharnierba- weging kunnen uitvoeren om asjes 7 die evenwijdig zijn met de geo- metrische as van de motor en van de schijven 4 en 5. De uiteinden van de lichaampjes 6 worden geleid door een leibaan gevormd door de binnenzijde van een ring 8.
Deze'ring 8 is concentrisch geplaatst ten opzichte van de schijven 4 en 5, maar bezit plaatselijk een boogvormige uitsnijding 9. Zoals uit de figuren'kan afgeleid, worden. hebben de lichaampjes 6 een aerodynamische vorm. Waar de uiteinden van de lichaampjes 6 met de leibaan, dit is dus met de binnenzijde van de ring 8, in aanraking komen, zijn rollagertjés 10 voorzien.
De lichaampjes 6 nemen niet alleen deel aan de rotatiebeweging van de schijven 4 en 5, maar oefenen ook ten opzichte van deze schijven periodische scharnierbewegingen uit en weleen heen- en weergaande scharnierbeweging bij 'elke rotatie van de schijven 4 en 5. Ter plaatse van de boogvormige uitsnijding 9 in. de ring 8 zijn de uit- einden van de lichaampjes 6 verder verwijderd van de geometrische as van motor en schijven 4 en 5, zodanig dat zij niet alleen meer
EMI3.1
luchtweerstand ohrvinden, maar dat zij ook een grotere middelpunt- vliedende krach hebben.
De ganse inrichting kan net haar gestel gemonteerd zijn op een draaiplaat die dan in een voertuig instelbaar geschikt is. In de figuren werden de schijven horizontaal voorgesteld; niets belet even- wel dat de schijven en de ring verticaal zouden geschikt zijn. De
<Desc/Clms Page number 4>
inrichting kan ook zo geconstrueerd zijn, dat de lichaampjes niet tegen één ring maar wel tegen twee ringen die als glijbanen dienst doen lopen. Ook dient de aandrijving niet rechtstreeks van de motor op de schijven overgebracht te worden en kan dit geschieden door tussenkomst van riemschijven en riemen, of ván tandwielen of ook nog van kettingen en kettingwielen. De voorgestelde motor was een andere electrische motor; natuurlijk kan ook gelijk welk motor, die voor een dergelijke aandrijving in aanmerking komt, toegepast worden.
Cok kunnen een reeks inrichtingen door eenzelfde motor aan- gedreven worden.
De vorm van de lichaampjes kan meer uitgesproken aerodynamiscl, zijn dan blijkt uit de figuren, in het bizonder uit figuur 3. Deze lichaampjes 6 zijn zo lang mogelijk; hun'lengte wordt slechts be- perkt door de voorwaarde dat zij bij de rotatie elkaar niet mogen raken. Het gewicht van de lichaampjes moet zo groot mogelijk zijn aan de zijde waar zij de leibaan volgen en zo klein mogelijk aan de zijde waar zij tussen de schijven,eventueel op één schijf, be- vestigd zijn.
De uitvinding is trouwens geenszins beperkt tot de hierboven beschreven uitvoeringsvorm en binnen het raam van de octrooiaanvra-. ge kunnen aan de-beschreven uitvoering vele veranderingen aange- bracht worden o.m. wat betreft de vorm, de samenstelling, de schik- king en het aantal van de onderdelen die voor het verwezenlijken van de uitvinding gebruikt worden.
EMI4.1
SONCLUSIES. **WAARSCHUWING** Einde van DESC veld kan begin van CLMS veld bevatten **.