BE1013447A6 - Werkwijze en inrichting voor het behandelen van producten. - Google Patents

Werkwijze en inrichting voor het behandelen van producten. Download PDF

Info

Publication number
BE1013447A6
BE1013447A6 BE2000/0338A BE200000338A BE1013447A6 BE 1013447 A6 BE1013447 A6 BE 1013447A6 BE 2000/0338 A BE2000/0338 A BE 2000/0338A BE 200000338 A BE200000338 A BE 200000338A BE 1013447 A6 BE1013447 A6 BE 1013447A6
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
process space
cyclone
substances
aforementioned
stream
Prior art date
Application number
BE2000/0338A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Proc C Ept Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Proc C Ept Nv filed Critical Proc C Ept Nv
Priority to BE2000/0338A priority Critical patent/BE1013447A6/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1013447A6 publication Critical patent/BE1013447A6/nl

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F26DRYING
    • F26BDRYING SOLID MATERIALS OR OBJECTS BY REMOVING LIQUID THEREFROM
    • F26B3/00Drying solid materials or objects by processes involving the application of heat
    • F26B3/02Drying solid materials or objects by processes involving the application of heat by convection, i.e. heat being conveyed from a heat source to the materials or objects to be dried by a gas or vapour, e.g. air
    • F26B3/06Drying solid materials or objects by processes involving the application of heat by convection, i.e. heat being conveyed from a heat source to the materials or objects to be dried by a gas or vapour, e.g. air the gas or vapour flowing through the materials or objects to be dried
    • F26B3/08Drying solid materials or objects by processes involving the application of heat by convection, i.e. heat being conveyed from a heat source to the materials or objects to be dried by a gas or vapour, e.g. air the gas or vapour flowing through the materials or objects to be dried so as to loosen them, e.g. to form a fluidised bed
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01JCHEMICAL OR PHYSICAL PROCESSES, e.g. CATALYSIS OR COLLOID CHEMISTRY; THEIR RELEVANT APPARATUS
    • B01J19/00Chemical, physical or physico-chemical processes in general; Their relevant apparatus
    • B01J19/26Nozzle-type reactors, i.e. the distribution of the initial reactants within the reactor is effected by their introduction or injection through nozzles
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01JCHEMICAL OR PHYSICAL PROCESSES, e.g. CATALYSIS OR COLLOID CHEMISTRY; THEIR RELEVANT APPARATUS
    • B01J8/00Chemical or physical processes in general, conducted in the presence of fluids and solid particles; Apparatus for such processes
    • B01J8/005Separating solid material from the gas/liquid stream
    • B01J8/0055Separating solid material from the gas/liquid stream using cyclones
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01JCHEMICAL OR PHYSICAL PROCESSES, e.g. CATALYSIS OR COLLOID CHEMISTRY; THEIR RELEVANT APPARATUS
    • B01J8/00Chemical or physical processes in general, conducted in the presence of fluids and solid particles; Apparatus for such processes
    • B01J8/18Chemical or physical processes in general, conducted in the presence of fluids and solid particles; Apparatus for such processes with fluidised particles
    • B01J8/1845Chemical or physical processes in general, conducted in the presence of fluids and solid particles; Apparatus for such processes with fluidised particles with particles moving upwards while fluidised
    • B01J8/1854Chemical or physical processes in general, conducted in the presence of fluids and solid particles; Apparatus for such processes with fluidised particles with particles moving upwards while fluidised followed by a downward movement inside the reactor to form a loop
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01JCHEMICAL OR PHYSICAL PROCESSES, e.g. CATALYSIS OR COLLOID CHEMISTRY; THEIR RELEVANT APPARATUS
    • B01J8/00Chemical or physical processes in general, conducted in the presence of fluids and solid particles; Apparatus for such processes
    • B01J8/18Chemical or physical processes in general, conducted in the presence of fluids and solid particles; Apparatus for such processes with fluidised particles
    • B01J8/1845Chemical or physical processes in general, conducted in the presence of fluids and solid particles; Apparatus for such processes with fluidised particles with particles moving upwards while fluidised
    • B01J8/1863Chemical or physical processes in general, conducted in the presence of fluids and solid particles; Apparatus for such processes with fluidised particles with particles moving upwards while fluidised followed by a downward movement outside the reactor and subsequently re-entering it
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01JCHEMICAL OR PHYSICAL PROCESSES, e.g. CATALYSIS OR COLLOID CHEMISTRY; THEIR RELEVANT APPARATUS
    • B01J2219/00Chemical, physical or physico-chemical processes in general; Their relevant apparatus
    • B01J2219/00049Controlling or regulating processes
    • B01J2219/00051Controlling the temperature
    • B01J2219/00074Controlling the temperature by indirect heating or cooling employing heat exchange fluids
    • B01J2219/00076Controlling the temperature by indirect heating or cooling employing heat exchange fluids with heat exchange elements inside the reactor
    • B01J2219/00085Plates; Jackets; Cylinders
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01JCHEMICAL OR PHYSICAL PROCESSES, e.g. CATALYSIS OR COLLOID CHEMISTRY; THEIR RELEVANT APPARATUS
    • B01J2219/00Chemical, physical or physico-chemical processes in general; Their relevant apparatus
    • B01J2219/00049Controlling or regulating processes
    • B01J2219/00051Controlling the temperature
    • B01J2219/00074Controlling the temperature by indirect heating or cooling employing heat exchange fluids
    • B01J2219/00105Controlling the temperature by indirect heating or cooling employing heat exchange fluids part or all of the reactants being heated or cooled outside the reactor while recycling
    • B01J2219/00108Controlling the temperature by indirect heating or cooling employing heat exchange fluids part or all of the reactants being heated or cooled outside the reactor while recycling involving reactant vapours
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01JCHEMICAL OR PHYSICAL PROCESSES, e.g. CATALYSIS OR COLLOID CHEMISTRY; THEIR RELEVANT APPARATUS
    • B01J2219/00Chemical, physical or physico-chemical processes in general; Their relevant apparatus
    • B01J2219/00049Controlling or regulating processes
    • B01J2219/00162Controlling or regulating processes controlling the pressure
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01JCHEMICAL OR PHYSICAL PROCESSES, e.g. CATALYSIS OR COLLOID CHEMISTRY; THEIR RELEVANT APPARATUS
    • B01J2219/00Chemical, physical or physico-chemical processes in general; Their relevant apparatus
    • B01J2219/00049Controlling or regulating processes
    • B01J2219/00164Controlling or regulating processes controlling the flow

Abstract

Werkwijze voor het behandelen van producten, waarbij de producten (2) in een procesruimte (3) aan een gasstroom (15) worden onderworpen om daarbij een wervelbed (5) te vormen, gas via een cycloon (6) uit de procesruimte (3) wordt ontnomen en in de cycloon (6) weerhouden vaste substanties (8) terus in de procesruimte (3) worden gebracht, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde substanties (8) in de vorm van een continue stroom en/of van een discontinue stroom waarvan het globaal karakter aansluit aan dit van een continue stroom, terug in de procesruimte (3) worden geleid, dit met behulp van een gasstroom (27).

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



  Werkwijze en inrichting voor het behandelen van producten. 



  Deze uitvinding heeft betrekking op een werkwijze en inrichting voor het behandelen van producten. 



  Meer speciaal betreft zij een werkwijze van het type waarbij de producten in een procesruimte aan een gasstroom worden onderworpen om daarbij een wervelbed te vormen, gas via een cycloon uit de procesruimte wordt   ontnomen   en in de cycloon weerhouden vaste substanties terug in de procesruimte worden gebracht. 



  Het op dergelijke wijze behandelen van producten is op zieh bekend en kan worden aangewend in verschillende processen, die vooral een toepassing vinden in de chemische en in het bijzonder in de farmaceutische sector. Voorbeelden hiervan zijn het drogen van een granulaat ; het uit poeder vormen van een granulaat ; het uit een vloeistof genereren van poeder of het uit een vloeistof vormen van een granulaat. Deze voorbeelden zijn echter niet limitatief. 



  Tot op heden is het bekend om de voornoemde vaste substanties vanuit de cycloon terug in de procesruimte te brengen, door telkens een relatief grote hoeveelheid aan vaste substanties uit de cycloon te verzamelen en deze vervolgens met een bijzonder krachtige luchtstroom in de procesruimte te voeren. Door het feit dat hierbij plots een vrij grote hoeveelheid aan vaste substanties in de procesruimte, en dus ook in het wervelbed, terechtkomen, ontstaat het nadeel dat het wervelbed kan worden verstoord en als het ware toeklapt, met alle nadelige 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 gevolgen vandien. Zo bijvoorbeeld kan getracht worden het wervelbed opnieuw te herstellen, doch doorgaans heeft dit tot gevolg dat het product aan kwaliteit verliest.

   Ook kan het gebeuren dat het wervelbed niet meer kan worden hersteld, bijvoorbeeld wanneer in de procesruimte ook vloeistoffen worden ingespoten en als gevolg van het toeklappen van het wervelbed onmiddellijk daarna een brij wordt gevormd, waarna de procesruimte volledig dient te worden gereinigd en het proces opnieuw moet worden opgestart. 



  Nog een nadeel van de bekende techniek bestaat erin dat bijzonder sterke luchtstromen moeten worden gecreëerd om de hoeveelheden vaste substanties in de procesruimte te brengen, hetgeen apparatuur met relatief zware vermogens vergt. 



  Daarnaast is het ook bekend om in de plaats van een cycloon gebruik te maken van zakkenfilters of cartouchefilters of mouwenfilters in de procesruimte zelf, die, wanneer zij beladen zijn met te veel stof, door middel van een tegenstroom worden vrijgemaakt, hetgeen echter als nadeel heeft dat het proces gedeeltelijk of volledig onderbroken wordt. 



  De uitvinding heeft tot doel aan   een   of meer van de voornoemde nadelen te verhelpen, zulks specifiek bij inrichtingen van het type waarbij zoals voornoemd gebruik wordt gemaakt van een cycloon met terugvoer van de zogenaamde fines. 



  Hiertoe betreft zij in de eerste plaats een werkwijze van het voornoemde type, met als kenmerk dat de voornoemde substanties in de vorm van een continue stroom en/of van 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 een discontinue stroom waarvan het globaal karakter aansluit aan dit van een continue stroom, terug in de procesruimte worden geleid, dit met behulp van een gasstroom. Hierdoor worden de voornoemde vaste substanties als het ware systematisch vanuit de cycloon naar de procesruimte teruggevoerd, waardoor een opstapeling van grote hoeveelheden die dan plots dienen te worden ingebracht, wordt uitgesloten en zodoende de kans op een verstoring van het wervelbed wordt geminimaliseerd, zoniet uitgesloten. 



  Bij voorkeur worden de voornoemde substanties uitsluitend in de vorm van een continue stroom terug in de procesruimte geleid, zulks althans minstens tijdens de procesfase waarin in de toevoer van dergelijke substanties dient te worden voorzien. Door te werken met een continue toevoer van voornoemde substanties, wordt een opstapeling ervan volledig uitgesloten en is de kans dat het wervelbed wordt verstoord nihil. 



  Alhoewel de toevoer van voornoemde substanties bij voorkeur continu gebeurt, is het duidelijk uit het voorgaande dat dit ook discontinu kan, waarbij volgens de uitvinding de discontinuiteit hoogstens zodanig is dat gemiddeld zieh slechts weinig ophopingen van vaste substanties voordoen. 



  Volgens een praktisch aspect zal de discontinue stroom bestaan uit een stroom waarin onderbrekingen in de toevoer van substanties vanaf de cycloon naar de procesruimte voorkomen, en zal deze discontinue stroom een zodanig karakter vertonen dat de gemiddelde duur van de onderbrekingen, berekend over de tijdsduur van de procesfase waarin in de toevoer van dergelijke 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 substanties wordt voorzien, minder bedraagt dan 30 seconden. 



  Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm echter, zal in een zodanige doorvoer van vaste substanties van de cycloon naar de procesruimte worden voorzien, dat onderbrekingen van 30 seconden of meer zijn uitgesloten. Beter nog wordt ervoor gezorgd dat zich geen onderbrekingen van 10 seconden of langer voordoen. 



  Volgens een belangrijk voorkeurdragend kenmerk van de werkwijze wordt de gasstroom aangewend om de voornoemde substanties vanuit de cycloon terug in de procesruimte te brengen, gecreëerd door middel van een mondstuk dat gas in een kanalisatie van de cycloon naar de procesruimte ejecteerd zodanig dat de voornoemde substanties met dit gas worden meegevoerd. 



  Meer speciaal nog geniet het de voorkeur dat hierbij ook gebruik wordt gemaakt van een, al dan niet permanent, open kanalisatie van de onderzijde van de cycloon naar de procesruimte, met als belangrijk voordeel dat een constructief eenvoudige en gemakkelijk te onderhouden opbouw wordt verkregen. Opgemerkt wordt dat zulke kanalisatie ook voordelen ten opzichte van de bekende uitvoeringen oplevert, zelfs wanneer de terugvoer van de vaste substanties onregelmatig zou gebeuren, en zodoende ook in dit laatste geval dit tot het kader van de uitvinding behoort. 



  Verder heeft de uitvinding ook betrekking op een inrichting voor het behandelen van producten, meer speciaal volgens de hiervoor beschreven werkwijze, waarbij deze inrichting minstens bestaat uit een 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 procesruimte ; middelen om in de procesruimte een wervelbed te creëren ; een op de procesruimte aangesloten cycloon ;

   en middelen om de in de cycloon opgevangen vaste substanties terug in de procesruimte te brengen, met als kenmerk dat de middelen om de in de cycloon opgevangen vaste substanties terug in de procesruimte te brengen minstens gevormd worden uit een kanalisatie tussen de cycloon en de procesruimte en middelen voor het in deze kanalisatie creëren van een gasstroom die toelaat om de voornoemde vaste substanties die afkomstig zijn uit de cycloon in de procesruimte te voeren, zulks met een continue stroom aan substanties en/of een discontinue stroom met een karakter dat globaal vergelijkbaar is met dat van een continue stroom, zulks minstens zo lang vaste substanties uit de cycloon ter beschikking worden   gesteld.   



  De middelen voor het in de voornoemde kanalisatie creëren van een gasstroom bestaan bij voorkeur uit, enerzijds, middelen voor het toeleveren van een geforceerde gasstroom, en anderzijds minstens   een   mondstuk om deze geforceerde gasstroom in de kanalisatie te brengen, volgens een richting van de cycloon naar de procesruimte. Hierdoor wordt als het ware een jet-effect gecreëerd waardoor na de drukval die op bekende wijze in een cycloon ontstaat, opnieuw in een drukopbouw wordt voorzien, welke op een eenvoudige wijze toelaat om de voornoemde vaste substanties vanuit de cycloon terug in de procesruimte te brengen. 



  Volgens een zeer belangrijke voorkeurdragende uitvoeringsvorm bestaat de voornoemde kanalisatie uit een open verbinding tussen de cycloon en de procesruimte, ofwel een verbinding die minstens tijdens de toevoer van 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 vaste substanties vanuit de cycloon naar de procesruimte volledig open kan worden gemaakt, waardoor optimaal de continue afvoer van de vaste substanties uit de cycloon kan worden gewaarborgd en gelijktijdig dus ook de continue toevoer ervan in de procesruimte. 



  Meer speciaal nog geniet het de voorkeur dat de voornoemde kanalisatie louter bestaat uit een open leiding, met andere woorden, vrij is van mechanische elementen, zoals kleppen en dergelijke. Dit biedt het belangrijke voordeel dat het systeem nagenoeg zelfreinigend is en zieh geen contaminaties door achtergebleven producten in de kleppen kunnen voordoen. 



  Dit laatste is vooral van groot belang in de chemische en meer speciaal farmaceutische sector, daar het ongewenst is dat producten gefabriceerd in verschillende batches met elkaar in contact komen. Dit is bovendien volledig ongewenst wanneer twee verschillende producten na elkaar worden gefabriceerd. 



  De uitsluiting van mechanische elementen, zoals kleppen en dergelijke, biedt eveneens als voordeel dat geen restproducten in de inrichting achterblijven, hetgeen de juiste concentraties van het eindproduct nadelig zou kunnen beinvloeden. 



  In de meest voorkeurdragende uitvoeringsvorm bestaat een open kringloop van de procesruimte naar de cycloon en van de cycloon terug naar de procesruimte. 



  Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding beter aan te tonen, zijn hierna, als voorbeelden zonder enig beperkend karakter, enkele voorkeurdragende uitvoeringsvormen beschreven, met verwijzing naar de 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 bijgaande tekeningen, waarin : figuur 1 schematisch een inrichting volgens de uitvinding weergeeft ; figuur 2 een variante van de inrichting van figuur 1 weergeeft. 



  Zoals weergegeven in figuur 1 heeft de uitvinding betrekking op een inrichting 1 voor het behandelen van producten 2, zoals poeders, granulaten of dergelijke. 



  Deze inrichting 1 bestaat minstens uit een procesruimte 
 EMI7.1 
 3 middelen 4 om in de procesruimte 3 een wervelbed 5 te creëren een op de procesruimte 3 aangesloten cycloon 6 en middelen 7 om de in de cycloon 6 opgevangen vaste substanties 8 terug in de procesruimte 3 te brengen. 



  De procesruimte 3 bestaat uit een door middel van een wand 9 begrensde ruimte, in de vorm van een reactor, die op zieh verschillende vormen kan aannemen. 



  De procesruimte 3 kan ook op verschillende manieren uitgevoerd zijn voor wat betreft de mogelijkheden voor het erin toevoeren, respectievelijk het eruit afvoeren van de te behandelen producten 2 en/of andere bij het proces aangewende producten. In het weergegeven voorbeeld zijn hiertoe een afsluitbare vulopening 10 en losopening 11 weergegeven, alsmede een toevoerleiding 12. 



  De middelen 4 om in de procesruimte 3 een wervelbed 5 te creëren, bestaan in het weergegeven voorbeeld, zoals gebruikelijk hiertoe, uit een draagstructuur, zoals een filter 13, en middelen 14 om een gasstroom 15, doorgaans een luchtstroom, van onder naar boven doorheen de filter 13 te leiden. De filter 13 is hierbij zodanig uitgevoerd 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 dat hij een steun vormt voor het te behandelen product 2. 



  De middelen 14 om de gasstroom 15 doorheen de filter 13 te leiden, kunnen op zich van willekeurige aard zijn. 



  Zoals schematisch weergegeven, kan hiertoe gebruik worden gemaakt van een op de onderzijde van de filter 13 aansluitende kanalisatie 16 waarin een geforceerde gasstroom, meer speciaal luchtstroom, wordt gecreëerd door middel van een pomp 17, meer speciaal een luchtpomp, compressor, of dergelijke. 



  Afhankelijk van de toepassing kan de gasstroom 15 eventueel worden verwarmd, bijvoorbeeld door middel van een verwarmingsinrichting 18 die zieh in het weergegeven voorbeeld stroomafwaarts van de pomp 17 bevindt, doch evengoed stroomopwaarts hiervan kan geplaatst zijn. 



  De cycloon 6 is door middel van een leiding 19 op de procesruimte 3 aangesloten, bij voorkeur op de bovenzijde van deze laatste. 



  Zoals bekend, bestaat zulke cycloon 6 uit een doorgaans rechtopstaande cilindervormige behuizing 20 met centraal een afvoerleiding 21 voor gassen, dampen en dergelijke. 



  De leiding 19 mondt hierbij zodanig in de behuizing 20 uit, bijvoorbeeld tangentiaal, dat in de behuizing 20 een spiraalvormige gasverplaatsing 22 wordt gecreëerd, waardoor als een gevolg van het optredende centrifugaaleffect de in de gasstroom 9 aanwezige vaste substanties 8, meer speciaal fijne partikels, "fines" genoemd, tegen de binnenwand 23 van de behuizing 20 worden geslingerd, waarna zij langs deze wand naar beneden glijden, om onderaan in de cycloon 6 te worden opgevangen. 

 <Desc/Clms Page number 9> 

 In de afvoerleiding 21 wordt een afzuigeffect gecreëerd door middel van een element 24, zoals een ventilator, afzuigpomp of dergelijke. 



  Volgens de huidige uitvinding worden de middelen 7 om de in de cycloon 6 opgevangen vaste substanties 8 terug in de procesruimte 3 te brengen minstens gevormd uit een kanalisatie 25 tussen de cycloon 6 en de procesruimte 3 en middelen 26 voor het in deze kanalisatie 25 creëren van een gasstroom 27 die toelaat om de voornoemde vaste substanties 8 die afkomstig zijn uit de cycloon 6 in de procesruimte 3 te voeren. De middelen 7 zijn hierbij tevens zodanig uitgevoerd dat de substanties 8 door middel van een continue stroom en/of een discontinue stroom met een karakter dat globaal vergelijkbaar is met dat van een continue stroom aan de procesruimte 3 worden toegevoerd, althans zolang vaste substanties 8 aan de uitgang 28 van de cycloon 6 ter beschikking staan. 



  De middelen 26 voor het in de voornoemde kanalisatie 25 creëren van een gasstroom 27, bij voorkeur een luchtstroom, bestaan uit, enerzijds, een element 29 voor het toeleveren van een geforceerde gasstroom, en anderzijds, minstens   een   mondstuk 30 om deze geforceerde gasstroom in de kanalisatie 25 te brengen, volgens een richting van de cycloon 6 naar de procesruimte 3. Het element 29 bestaat bijvoorbeeld uit een compressor of luchtpomp. Uiteraard kan het toeleveren van de geforceerde gasstroom ook met behulp van andere middelen dan zulk element 29 geschieden, bijvoorbeeld door gebruik te maken van een bestaande persluchtaansluiting of van een aftakking vanuit de kanalisatie 16. 



  Het mondstuk 30 bevindt zieh, zoals weergegeven, bij 

 <Desc/Clms Page number 10> 

 voorkeur nabij de onderzijde van de cycloon 6, meer speciaal ter hoogte van een opvangruimte 31 voor de substanties 8. 



  Om een goede doorstroming van de substanties 8 te verkrijgen, bestaat de opvangruimte 31 bij voorkeur uit een vernauwd gedeelte aan de onderzijde van de cycloon 6, vangt de voornoemde kanalisatie 25 aan de onderzijde van het vernauwd gedeelte aan en mondt het mondstuk 30 in het vernauwde gedeelte uit op een afstand boven de aanvang van de kanalisatie 25. Hierbij is het mondstuk 30 met zijn uitgang in het verlengde van de aanvang van de kanalisatie 25 gesitueerd. 



  Zoals weergegeven, geniet het de voorkeur dat de kanalisatie 25 bestaat uit een open verbinding tussen de cycloon 6 en de procesruimte 3, ofwel een verbinding die minstens tijdens de toevoer van vaste substanties 8 vanuit de cycloon 6 naar de procesruimte 3 volledig open kan worden gemaakt. In de meest efficiënte uitvoeringsvorm bestaat deze kanalisatie 25 dan ook eenvoudig uit een open leiding die vrij is van mechanische elementen, zoals kleppen en dergelijke, waarbij zoals zichtbaar in figuur 1 dan ook bij voorkeur een volledig open kringloop bestaat van de procesruimte 3 naar de cycloon 6 en van de cycloon 6 terug naar de procesruimte 3. 



  In het weergegeven voorbeeld mondt de kanalisatie 25 in de procesruimte 3 uit ter hoogte van de zone waarin het wervelbed 5 wordt gevormd. Het is evenwel duidelijk dat de kanalisatie 25, afhankelijk van de uitvoeringsvorm en het te realiseren behandelingsproces, ook op andere plaatsen in de procesruimte 3 kan uitmonden, eventueel 

 <Desc/Clms Page number 11> 

 ook op meerdere plaatsen. 



  De werking van de inrichting 1 is hoofdzakelijk als volgt. 



  Het te behandelen product 2 wordt in de procesruimte 3 gebracht, hetgeen zoals hierna nog uiteengezet aan de hand van een aantal voorbeelden op verschillende wijzen kan gebeuren. Door een gasstroom 15 te creëren, worden de partikels waaruit het product 2 bestaat als het ware opgeworpen waardoor een zogenaamd wervelbed 5 wordt gecreëerd. 



  Het door middel van de gasstroom 15 toegevoerde gas verlaat de procesruimte 3 aan de bovenzijde en komt via de leiding 19 in de cycloon 6 terecht. In dit gas worden fijne partikels uit het te behandelen product 2 meegevoerd, alsmede eventuele dampen. Door het voornoemde centrifugaaleffect wordt verkregen dat de fijne partikels, hiervoor vaste substanties 8 genoemd, zich afscheiden en zich in de opvangruimte 31 verzamelen, terwijl de uit de procesruimte 3 afgevoerde gassen en dampen de inrichting 1 via de afvoerleiding 21 verlaten. 



  De in de opvangruimte 31 opgevangen substanties 8 worden door middel van het mondstuk 30 in de kanalisatie 25 geëjecteerd en zodoende terug in de procesruimte 3 gevoerd. In een praktische uitvoeringsvorm, waarbij de uitvinding het meeste tot haar recht komt, gebeurt zulks continu. Hierdoor wordt verkregen dat de substanties 8 op een regelmatige wijze, meer speciaal met een nagenoeg continue dosering, in de procesruimte 3 worden gebracht, waardoor het wervelbed 5 onmogelijk kan worden verstoord, dit in tegenstelling tot bekende uitvoeringen waarbij de 

 <Desc/Clms Page number 12> 

 toevoer van de partikels van de cycloon naar de procesruimte stapsgewijs met grotere hoeveelheden gebeurt. 



  Opgemerkt wordt dat het gebruik van dergelijk mondstuk 30 een eenvoudige oplossing biedt om in een open kringloop te voorzien. Het mondstuk 30 levert immers, zonder dat afsluitkleppen dienen te worden toegepast, een drukopbouw in de kringloop waardoor de drukval die in de cycloon 6 ontstaat wordt gecompenseerd. 



  In het geval dat de kanalisatie 25, zoals schematisch weergegeven, uitsluitend bestaat uit een leiding, zonder dat hierin enige kleppen of andere mechanische accessoires zijn voorzien, is het duidelijk dat de kans dat in deze kanalisatie substanties 8 achterwege blijven aan het einde van een behandelingsproces nihil of nagenoeg nihil is, dit in tegenstelling tot uitvoeringen waarbij in de kanalisatie 25 kleppen en dergelijke aanwezig zijn die zoals bekend dikwijls ruimten bevatten waarin zich opstapelingen van product kunnen voordoen. Het gebruik van een eenvoudige leiding zonder kleppen biedt ook het voordeel dat deze bijzonder gemakkelijk kan worden gereinigd. 



  Het is duidelijk dat de in de inleiding beschreven werkwijze van de uitvinding hoofdzakelijk overeenstemt met de hiervoor beschreven werking van de inrichting 1. 



  Zoals voornoemd kunnen de werkwijze en de inrichting 1 worden aangewend om verschillende behandelingsprocessen te realiseren. Als voorbeeld worden hierna vier mogelijkheden toegelicht, welke uiteraard niet beperkend zijn. 

 <Desc/Clms Page number 13> 

 



  Een eerste mogelijk behandelingsproces is het drogen van granulaat, waarbij dit granulaat op eender welke wijze in de procesruimte 3 wordt gebracht en hiermee een wervelbed 5 wordt gecreëerd. De substanties 8 die dan tot in de cycloon 6 worden meegevoerd, die hoofdzakelijk bestaan uit fijne partikels die uit het granulaat vrijkomen, worden dan, zoals voornoemd, terug in de procesruimte 3 gebracht, waardoor zij niet verloren gaan. 



  Een tweede mogelijk behandelingsproces is het vormen van granulaat, uitgaande van poeder dat in de procesruimte 3 is aangebracht, waarbij via een toevoer, in de figuren de toevoerleiding 12, eveneens vloeistof, al dan niet voorzien van een binder, in de procesruimte 3 wordt gebracht. De vloeistof en/of binder zorgt ervoor dat het poeder als het ware gaat aaneenkitten tot granulaatvormige deeltjes, waarbij wel door middel van het wervelbed 5 wordt vermeden dat   een   grote massa ontstaat. De vloeistof wordt wel opnieuw verdampt doordat gebruik wordt gemaakt van een hete gasstroom 15 en de gevormde dampen worden samen met de gassen via de cycloon 6 afgevoerd. De hierin meegevoerde substanties 8 worden via de cycloon 6 en de kanalisatie 25 terug in de procesruimte 3 gebracht. 



  De terugvoer via de kanalisatie 25 kan er eenvoudigweg in bestaan om toevallig meegevoerde substanties 8 terug in de procesruimte 3 te brengen. Volgens een variante kan echter ook een gewilde rondstroming van substanties 8 worden gecreëerd door met voldoende grote gasstromen te werken. Dit laatste is bijvoorbeeld nuttig wanneer men via de kanalisatie 25 een gewilde hoeveelheid product in het wervelbed 5 wenst te brengen, bijvoorbeeld om op deze wijze de aangroei van de granulaten te bevorderen. 

 <Desc/Clms Page number 14> 

 Volgens een derde mogelijkheid kan een poeder uit een vloeistof worden gegenereerd. Hierbij wordt uitgegaan van een vloeistof met daarin gedispergeerde partikels, die door middel van de toevoerleiding 12 in de procesruimte 3 wordt gesproeid, waarbij de   vloeistof   wordt verdampt zodanig dat poeder wordt overgehouden.

   Het in de cycloon 6 opgevangen poeder wordt via de kanalisatie 25 gerecupereerd. 



  Een vierde mogelijk behandelingsproces, waarin de ditvinding zeer sterk tot haar recht komt, bestaat in het vormen van granulaat, uitgaande van een vloeistof met daarin gedispergeerde partikels, waarbij deze vloeistof samen met deze partikels in de procesruimte 3 wordt gebracht, bij voorkeur via de toevoerleiding 12 erin wordt gesproeid, en waarbij hieruit afgescheiden substanties 8 terug in de procesruimte 3 worden gebracht, hetzij om deze substanties 8 te recupereren, hetzij om het granulaat te laten groeien. 



  Opgemerkt wordt dat bijkomende accessoires kunnen worden voorzien waardoor de uitgevoerde processen kunnen worden beinvloed. Zo bijvoorbeeld kan niet alleen de gasstroom 15 worden verwarmd, doch ook het gas dat doorheen het mondstuk 30 wordt toegevoerd. Tevens kan in de regelbaarheid van verschillende parameters worden voorzien, zoals de regelbaarheid van de druk, de snelheid en de temperatuur van de aangewende gasstromen. 



  In figuur 2 is een variante weergegeven waarbij de cycloon 6   geintegreerd   is in de procesruimte 3. 



  Overeenstemmende onderdelen zijn met dezelfde referenties aangeduid en de opbouw spreekt dan ook voor zieh. Een voordeel van deze constructie bestaat erin dat zij 

 <Desc/Clms Page number 15> 

 bijzonder compact is en de lengte van de leiding 19 beperkt is. De kanalisatie 25 wordt dan zelfs uitsluitend gevormd door een verbindingsopening tussen de cycloon 6 en de procesruimte 3. 



  Zoals zichtbaar in figuur 2 is het bijzonder praktisch dat de cycloon 6 zieh centraal in de procesruimte 3 bevindt, rond de voornoemde toevoerleiding 12. Het is echter duidelijk dat volgens een variante de cycloon 6 ook op een andere plaats in de procesruimte 3 kan worden gemonteerd. Ook kan de cycloon zowel volledig als slechts gedeeltelijk in de procesruimte 3 worden ingebouwd. 



  De werking van de inrichting 1 van figuur 2 is analoog aan deze van figuur 1. 



  De uitvinding is zowel geëigend voor kleine uitvoeringen, bijvoorbeeld labo-opstellingen voor het aanmaken van kleine hoeveelheden, als voor grotere installaties. 



  Opgemerkt wordt dat de tekeningen slechts schematisch zijn en in de parktijk de verschillende onderdelen andere verhoudingen kunnen vertonen als weergegeven. Zo bijvoorbeeld zijn de diameters van de leidingen 19 en 21 in werkelijkheid relatief groot, terwijl de diameter van' de leiding 25 relatief klein is, aangezien in deze laatste in verhouding tot de proceslucht slechts een klein gedeelte aan lucht doorheen stroomt. 



  De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de als voorbeeld beschreven en in de figuren weergegeven uitvoeringsvormen, doch dergelijke werkwijze en inrichting voor het behandelen van producten kunnen volgens verschillende varianten worden verwezenlijkt 

 <Desc/Clms Page number 16> 

 zonder buiten het kader van de uitvinding te treden.

Claims (21)

Conclusies.
1. - Werkwijze voor het behandelen van producten, waarbij de producten (2) in een procesruimte (3) aan een gasstroom (15) worden onderworpen om daarbij een wervelbed (5) te vormen, gas via een cycloon (6) uit de procesruimte (3) wordt ontnomen en in de cycloon (6) weerhouden vaste substanties (8) terug in de procesruimte (3) worden gebracht, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde substanties (8) in de vorm van een continue stroom en/of van een discontinue stroom waarvan het globaal karakter aansluit aan dit van een continue stroom, terug in de procesruimte (3) worden geleid, dit met behulp van een gasstroom (27).
2.-Werkwijze volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde substanties (8) uitsluitend in de vorm van een continue stroom terug in de procesruimte (3) worden geleid, zulks althans minstens tijdens de procesfase waarin de toevoer van dergelijke substanties (8) plaatsvindt.
3.-Werkwijze volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de discontinue stroom bestaat uit een stroom waarin onderbrekingen in de toevoer van substanties (8) vanaf de cycloon (6) naar de procesruimte (3) voorkomen, en dat de discontinue stroom een zodanig karakter vertoont dat de gemiddelde duur van de onderbrekingen, berekend over de tijdsduur van de procesfase waarin in de toevoer van dergelijke substanties (8) wordt voorzien, minder bedraagt dan 30 seconden.
4.- Werkwijze volgens conclusie 3, daardoor gekenmerkt <Desc/Clms Page number 18> dat alle onderbrekingen in de discontinue stroom minder bedragen dan 30 seconden, en beter nog minder bedragen dan 10 seconden.
5.-Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de gasstroom (27) aangewend om de voornoemde substanties (8) vanuit de cycloon (6) terug in de procesruimte (3) te brengen, wordt gecreëerd door middel van een mondstuk (30) dat gas in een kanalisatie (25) van de cycloon (6) naar de procesruimte (3) ejecteerd zodanig dat de voornoemde substanties (8) met dit gas worden meegevoerd.
6.- Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat gebruik wordt gemaakt van een open kringloop van de procesruimte (3) naar de cycloon (6) en van de onderzijde van de cycloon (6) terug naar de procesruimte (3).
7.- Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat zij wordt aangewend bij een van volgende behandelingen : het drogen van granulaat, waarbij het granulaat in de procesruimte (3) wordt gebracht en substanties (8) die tot in de cycloon (6) worden meegevoerd, zoals voornoemd, terug in de procesruimte (3) worden gevoerd ; het vormen van granulaat, uitgaande van poeder dat in de procesruimte (3) is aangebracht, waarbij via een toevoer eveneens vloeistof, al dan niet voorzien van een binder, in de procesruimte (3) wordt gebracht, en substanties (8) die tot in de cycloon (6) worden meegevoerd, zoals voornoemd, terug in de procesruimte (3) <Desc/Clms Page number 19> worden gebracht, teneinde deze substanties (8) te recupereren en/of het granulaat te laten aangroeien ;
het uit vloeistof genereren van een poeder, uitgaande van een vloeistof met daarin gedispergeerde partikels, waarbij de vloeistof wordt verdampt zodanig dat een poeder wordt overgehouden en waarbij substanties (8) die tot in de cycloon (6) worden meegevoerd, zoals voornoemd, terug in de procesruimte (3) worden gebracht ; het vormen van granulaat, uitgaande van een vloeistof met daarin gedispergeerde partikels, waarbij deze vloeistof samen met deze partikels in de procesruimte (3) wordt gebracht, meer speciaal wordt gesproeid, en waarbij hieruit afgescheiden substanties (8) terug in de procesruimte (3) worden gebracht, teneinde de substanties (8) te recupereren en/of het granulaat te laten groeien.
8.-Inrichting voor het behandelen van producten, meer speciaal volgens de werkwijze beschreven in een van de voorgaande conclusies, waarbij deze inrichting (1) minstens bestaat uit een procesruimte (3) ; middelen (4) om in de procesruimte (3) een wervelbed (5) te creëren ; een op de procesruimte (3) aangesloten cycloon (6) ;
en middelen (7) om de in de cycloon (6) opgevangen vaste substanties (8) terug in de procesruimte (3) te brengen, daardoor gekenmerkt dat de middelen (7) om de in de cycloon (6) opgevangen vaste substanties (8) terug in de procesruimte (3) te brengen minstens gevormd worden uit een kanalisatie (25) tussen de cycloon (6) en de procesruimte (3) en middelen (26) voor het in deze <Desc/Clms Page number 20> kanalisatie (25) creëren van een gasstroom (27) die toelaat om de voornoemde vaste substanties (8) die afkomstig zijn uit de cycloon (6) in de procesruimte (3) te voeren, zulks met een continue stroom aan substanties en/of een discontinue stroom met een karakter dat globaal vergelijkbaar is met dat van een continue stroom, zulks minstens zo lang vaste substanties (8) uit de cycloon (6) ter beschikking zijn.
9.-Inrichting volgens conclusie 8, daardoor gekenmerkt dat de middelen (26) voor het in de voornoemde kanalisatie (25) creëren van een gasstroom (27) bestaan uit, enerzijds, een element (29) of dergelijke voor het toeleveren van een geforceerde gasstroom, en anderzijds minstens een mondstuk (30) om deze geforceerde gasstroom in de kanalisatie (25) te brengen, volgens een richting van de cycloon (6) naar de procesruimte (3).
10.-Inrichting volgens conclusie 9, daardoor gekenmerkt dat het voornoemde mondstuk (30) zieh nabij de onderzijde van de cycloon (6) bevindt.
11.-Inrichting volgens conclusie 10, daardoor gekenmerkt dat aan de onderzijde van de cycloon (6) en/of onder de cycloon (6) een opvangruimte (31) is voorzien voor vaste substanties (8) die in de cycloon (6) worden afgescheiden en dat het mondstuk (30) in deze opvangruimte (31) is gesitueerd.
12.-Inrichting volgens conclusie 11, daardoor gekenmerkt dat de opvangruimte (31) bestaat uit een vernauwd gedeelte aan de onderzijde van de cycloon (6) ; dat de voornoemde kanalisatie (25) aan de onderzijde van het vernauwd gedeelte aanvangt ; en dat het voornoemde <Desc/Clms Page number 21> mondstuk (30) in het vernauwde gedeelte uitmondt op een afstand boven de aanvang van de voornoemde kanalisatie (25) en in het verlengde daarvan.
13.- Inrichting volgens een van de conclusies 8 tot 12, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde kanalisatie (25) bestaat uit een open verbinding tussen de cycloon (6) en de procesruimte (3), ofwel een verbinding die minstens tijdens de toevoer van vaste substanties (8) vanuit de cycloon (6) naar de procesruimte (3) volledig open kan worden gemaakt.
14.-Inrichting volgens conclusie 13, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde kanalisatie (25) louter bestaat uit een open leiding, met andere woorden, vrij is van mechanische elementen, zoals kleppen en dergelijke.
15.-Inrichting volgens een van de conclusies 8 tot 14, aaardoor gekenmerkt dat een open kringloop bestaat van de procesruimte (3) naar de cycloon (6) en van de cycloon (6) terug naar de procesruimte (3).
16.-Inrichting volgens een van de conclusies 8 tot 15, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde kanalisatie (25) in de procesruimte (3) uitmondt ter hoogte van de zone waarin het wervelbed (5) wordt gevormd.
17.-Inrichting volgens een van de conclusies 8 tot 16, daardoor gekenmerkt dat in de procesruimte (3) een toevoerleiding (12) is voorzien voor het in de procesruimte (3) brengen, meer speciaal sproeien, van een vloeistof.
18.-Inrichting volgens een van de conclusies 8 tot 17, <Desc/Clms Page number 22> daardoor gekenmerkt dat de cycloon (6) minstens gedeeltelijk geintegreerd is in de procesruimte (3).
19.-Inrichting volgens conclusies 17 en 18, daardoor gekenmerkt dat de cycloon (6) zieh centraal in de procesruimte (3) bevindt, rond de voornoemde toevoerleiding (12).
20.-Inrichting voor het behandelen van producten, waarbij deze inrichting (1) minstens bestaat uit een procesruimte (3) ; middelen (4) om in de procesruimte (3) een wervelbed (5) te creëren ; een op de procesruimte (3) aangesloten cycloon (6) ; en middelen (7) om de in de cycloon (6) opgevangen vaste substanties (8) terug in de procesruimte (3) te brengen, daardoor gekenmerkt dat de middelen (7) om de in de cycloon (6) opgevangen vaste substanties (8) terug in de procesruimte (3) te brengen minstens gevormd worden uit een kanalisatie (25) tussen de cycloon (6) en de procesruimte (3) en middelen (26) voor het in deze kanalisatie (25) creëren van een gasstroom (27) die toelaat om de voornoemde vaste substanties (8) die afkomstig zijn uit de cycloon (6) in de procesruimte (3) te voeren, waarbij de kanalisatie (25)
in een al dan niet permanente open verbinding voorziet tussen de cycloon (6) en de procesruimte (3).
21.-Inrichting volgens conclusie 20, daardoor gekenmerkt dat zij een of meer van de deelkenmerken vertoont zoals beschreven in de voorgaande conclusies 9 tot 19.
BE2000/0338A 2000-05-19 2000-05-19 Werkwijze en inrichting voor het behandelen van producten. BE1013447A6 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2000/0338A BE1013447A6 (nl) 2000-05-19 2000-05-19 Werkwijze en inrichting voor het behandelen van producten.

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2000/0338A BE1013447A6 (nl) 2000-05-19 2000-05-19 Werkwijze en inrichting voor het behandelen van producten.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1013447A6 true BE1013447A6 (nl) 2002-02-05

Family

ID=3896536

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE2000/0338A BE1013447A6 (nl) 2000-05-19 2000-05-19 Werkwijze en inrichting voor het behandelen van producten.

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE1013447A6 (nl)

Cited By (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO2009080363A1 (en) * 2007-12-24 2009-07-02 Borealis Technology Oy Reactor system and process for the catalytic polymerization of olefins, and the use of such reactor system in catalytic polymerization of olefins
EP2446960A1 (en) * 2010-10-29 2012-05-02 Borealis AG Feeding solid material into a high density fluidized bed reactor
WO2016099277A1 (en) * 2014-12-18 2016-06-23 Klaren International B.V. Apparatus for carrying out a physical and/or chemical process, in particular a heat exchanger

Cited By (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO2009080363A1 (en) * 2007-12-24 2009-07-02 Borealis Technology Oy Reactor system and process for the catalytic polymerization of olefins, and the use of such reactor system in catalytic polymerization of olefins
EP2090356A1 (en) * 2007-12-24 2009-08-19 Borealis Technology OY Reactor systems and process for the catalytic polymerization of olefins, and the use of such reactor system in catalytic polymeration of olefins
US8278402B2 (en) 2007-12-24 2012-10-02 Borealis Technology Oy Reactor system and process for the catalytic polymerization of olefins, and the use of such reactor system in catalytic polymerization of olefins
EP2446960A1 (en) * 2010-10-29 2012-05-02 Borealis AG Feeding solid material into a high density fluidized bed reactor
WO2012056042A3 (en) * 2010-10-29 2012-07-12 Borealis Ag Feeding solid material into a high density fluidized bed reactor
WO2016099277A1 (en) * 2014-12-18 2016-06-23 Klaren International B.V. Apparatus for carrying out a physical and/or chemical process, in particular a heat exchanger
NL2014011B1 (en) * 2014-12-18 2016-10-12 Klaren Int B V Apparatus for carrying out a physical and/or chemical process, in particular a heat exchanger.

Similar Documents

Publication Publication Date Title
EP1827671B1 (de) Apparatur zur behandlung von partikelförmigem gut
EP0591299B1 (de) Verfahren und vorrichtung zum entwässern von schlämmen
JP4334172B2 (ja) 噴霧乾燥の方法及びその装置
CN101432063A (zh) 凝聚装置及用于制造凝聚颗粒的方法
SE439628B (sv) Sett och anordning for behandling av vatgranulerad metallurgisk slagg
US4358341A (en) Spray dryer
EP0003120B1 (de) Verfahren und Anlage zur Trocknung von chlorierten Polymeren
BE1013447A6 (nl) Werkwijze en inrichting voor het behandelen van producten.
JPS59137780A (ja) 噴霧乾燥方法
AT412953B (de) Prozessapparatur zum behandeln partikelförmigen guts
CA1216572A (en) Method and apparatus for continuously cleaning a heat exchanger during operation
DE19643807C1 (de) Vorrichtung zur Abrasivmittelrückgewinnung bei Wasserstrahlschneidanlagen
AT505750B1 (de) Verfahren und vorrichtung zur grobabscheidung von feststoffpartikeln aus feststoffbeladenen gasen
JP3135519B2 (ja) 排気ガス処理設備
WO2004051166A2 (de) Kombinierte entfeuchtung, trocknung und korngrössensteuerung von feststoffen
DE3527187A1 (de) Vorrichtung zum behandeln von substanzen in einem gasstrom
US245274A (en) Mechanism for and process of extracting oil from oleaginous materials
CZ291191A3 (en) Process and apparatus for treating loose materials
EP3124110A1 (en) A process and spray drying apparatus for spray drying products
JP2003038948A (ja) 粒子加工装置
US450094A (en) Apparatus for treating sewage
RU2239487C1 (ru) Устройство для мокрой очистки газов
KR102066401B1 (ko) 공정 가스를 건식 여과하는 방법 및 장치
US4461623A (en) Recovery of carbon black
CN106925058A (zh) 管式除尘器及除尘系统

Legal Events

Date Code Title Description
RE20 Patent expired

Owner name: *PRO-C-EPT N.V.

Effective date: 20060519