NL8100766A - Inrichting en werkwijze voor het bewaren van informatie op een videoschijf. - Google Patents
Inrichting en werkwijze voor het bewaren van informatie op een videoschijf. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8100766A NL8100766A NL8100766A NL8100766A NL8100766A NL 8100766 A NL8100766 A NL 8100766A NL 8100766 A NL8100766 A NL 8100766A NL 8100766 A NL8100766 A NL 8100766A NL 8100766 A NL8100766 A NL 8100766A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- light
- signal
- frequency
- light beam
- intensity
- Prior art date
Links
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B7/00—Recording or reproducing by optical means, e.g. recording using a thermal beam of optical radiation by modifying optical properties or the physical structure, reproducing using an optical beam at lower power by sensing optical properties; Record carriers therefor
- G11B7/12—Heads, e.g. forming of the optical beam spot or modulation of the optical beam
- G11B7/125—Optical beam sources therefor, e.g. laser control circuitry specially adapted for optical storage devices; Modulators, e.g. means for controlling the size or intensity of optical spots or optical traces
- G11B7/128—Modulators
-
- G—PHYSICS
- G02—OPTICS
- G02F—OPTICAL DEVICES OR ARRANGEMENTS FOR THE CONTROL OF LIGHT BY MODIFICATION OF THE OPTICAL PROPERTIES OF THE MEDIA OF THE ELEMENTS INVOLVED THEREIN; NON-LINEAR OPTICS; FREQUENCY-CHANGING OF LIGHT; OPTICAL LOGIC ELEMENTS; OPTICAL ANALOGUE/DIGITAL CONVERTERS
- G02F1/00—Devices or arrangements for the control of the intensity, colour, phase, polarisation or direction of light arriving from an independent light source, e.g. switching, gating or modulating; Non-linear optics
- G02F1/01—Devices or arrangements for the control of the intensity, colour, phase, polarisation or direction of light arriving from an independent light source, e.g. switching, gating or modulating; Non-linear optics for the control of the intensity, phase, polarisation or colour
- G02F1/03—Devices or arrangements for the control of the intensity, colour, phase, polarisation or direction of light arriving from an independent light source, e.g. switching, gating or modulating; Non-linear optics for the control of the intensity, phase, polarisation or colour based on ceramics or electro-optical crystals, e.g. exhibiting Pockels effect or Kerr effect
- G02F1/0327—Operation of the cell; Circuit arrangements
-
- G—PHYSICS
- G06—COMPUTING OR CALCULATING; COUNTING
- G06F—ELECTRIC DIGITAL DATA PROCESSING
- G06F11/00—Error detection; Error correction; Monitoring
- G06F11/07—Responding to the occurrence of a fault, e.g. fault tolerance
- G06F11/16—Error detection or correction of the data by redundancy in hardware
- G06F11/1608—Error detection by comparing the output signals of redundant hardware
- G06F11/1612—Error detection by comparing the output signals of redundant hardware where the redundant component is persistent storage
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B20/00—Signal processing not specific to the method of recording or reproducing; Circuits therefor
- G11B20/02—Analogue recording or reproducing
- G11B20/06—Angle-modulation recording or reproducing
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B20/00—Signal processing not specific to the method of recording or reproducing; Circuits therefor
- G11B20/22—Signal processing not specific to the method of recording or reproducing; Circuits therefor for reducing distortions
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B7/00—Recording or reproducing by optical means, e.g. recording using a thermal beam of optical radiation by modifying optical properties or the physical structure, reproducing using an optical beam at lower power by sensing optical properties; Record carriers therefor
- G11B7/004—Recording, reproducing or erasing methods; Read, write or erase circuits therefor
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B7/00—Recording or reproducing by optical means, e.g. recording using a thermal beam of optical radiation by modifying optical properties or the physical structure, reproducing using an optical beam at lower power by sensing optical properties; Record carriers therefor
- G11B7/004—Recording, reproducing or erasing methods; Read, write or erase circuits therefor
- G11B7/0045—Recording
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B7/00—Recording or reproducing by optical means, e.g. recording using a thermal beam of optical radiation by modifying optical properties or the physical structure, reproducing using an optical beam at lower power by sensing optical properties; Record carriers therefor
- G11B7/004—Recording, reproducing or erasing methods; Read, write or erase circuits therefor
- G11B7/005—Reproducing
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B7/00—Recording or reproducing by optical means, e.g. recording using a thermal beam of optical radiation by modifying optical properties or the physical structure, reproducing using an optical beam at lower power by sensing optical properties; Record carriers therefor
- G11B7/08—Disposition or mounting of heads or light sources relatively to record carriers
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B7/00—Recording or reproducing by optical means, e.g. recording using a thermal beam of optical radiation by modifying optical properties or the physical structure, reproducing using an optical beam at lower power by sensing optical properties; Record carriers therefor
- G11B7/24—Record carriers characterised by shape, structure or physical properties, or by the selection of the material
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11C—STATIC STORES
- G11C13/00—Digital stores characterised by the use of storage elements not covered by groups G11C11/00, G11C23/00, or G11C25/00
- G11C13/04—Digital stores characterised by the use of storage elements not covered by groups G11C11/00, G11C23/00, or G11C25/00 using optical elements ; using other beam accessed elements, e.g. electron or ion beam
- G11C13/048—Digital stores characterised by the use of storage elements not covered by groups G11C11/00, G11C23/00, or G11C25/00 using optical elements ; using other beam accessed elements, e.g. electron or ion beam using other optical storage elements
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Optics & Photonics (AREA)
- General Physics & Mathematics (AREA)
- Signal Processing (AREA)
- Theoretical Computer Science (AREA)
- Nonlinear Science (AREA)
- Ceramic Engineering (AREA)
- Crystallography & Structural Chemistry (AREA)
- Quality & Reliability (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Optical Recording Or Reproduction (AREA)
Description
E 4789- 21 » ^ -'ï
P & C
Inrichting en werkwijze voor het bewaren van informatie op een video-schijf.
De uitvinding heeft betrekking op het bewaren van informatie op een informatiedrager en. in het bijzonder op het schrijven van video-informatie op een videoschijf.
Er zijn stelsels ontwikkeld voor het optekenen van signalen bij 5 videofrequenties op schijven, banden en andere dragers. In zulke stelsels zijn ondermeer optische optekening op lichtgevoelige dragers, optekening met een elektronenbundel op thermoplastische dragers en andere methoden toegepast voor het verkrijgen van een onmiddellijk reproduceerbare optekening van video-informatie.
10 De stand der techniek kan in het algemeen worden verdeeld in stelsels waarbij gebruik wordt gemaakt van fotografische oppervlakken, stelsels waarbij gebruik wordt gemaakt van voor een elektronenbundel gevoelige oppervlakken, magnetische optekenstelsels en, zoals bij de onderhavige uitvinding, stelsels waarbij een bundel stralingenergie een onomkeerbare verandering 15 tot stand brengtjop een oppervlak, waardoor informatie op dat oppervlak wordt geschreven.
Fotografische stelsels zijn beschreven in het Amerikaanse octrooi-schrift 3.234.326 dat betrekking heeft op het optekenen op een continue drager zoals een band of film en het Amerikaanse octrooischrift 3.361.873 20 dat betrekking heeft op de fotografische optekening van video-informatie op een roterende schijf volgens een spiraalvormige baan.
Het Amerikaanse octrooischrift 3.283.310 is een voorbeeld van het optekenen van informatie op een thermoplastisch filmoppervlak, waarbij gebruik wordt gemaakt van een schrijfinrichting met een elektronenbundel 25 als beschreven in het Amerikaanse octrooischrift 3.120.991.
Bij andere stelsels wordt een elektronenbundel gebruikt voor het optekenen van informatie op een speciaal optekenmedium. Een voorbeeld daarvan is het Amerikaanse octrooischrift 3.350.503. Een ander voorbeeld van het gebruik van een elektronenbundel -op een lichtgevoelig medium zoals 30 fotografische film is beschreven in het Amerikaanse octrooischrift 3.444.317.
In de afgelopen jaren zijn andere methoden beschreven voor het optekenen met hoge dichtheid, die berusten op het verwijderen van materiaal of het verdampen van materiaal door bombardement met een laserbundel.
Deze methoden zijn in het kort beschreven in het tijdschrift "Electronics", 35 3 maart 1969, bladzijde 110. Verder is een thermische micro-beeldopteken- inrichting met een laser uitvoeriger beschreven door C.O. Carlson en H.D. Ives in een voordracht op de bijeenkomst in 1968 van WESCON (Western Electronic 8 1 0 0 76 6 I % - 2 -
Show and Convention), welke voordracht is gepubliceerd in deel 12 van WESCON Technical Papers voor 1968, bladzijde 1, sectie 16/1. De auteurs verwijzen naar artikelen in het nummer van 23 december 1966 van "Science", Vol. 54, No. 3756, bladzijde 1550 en 1551, de "Proceedings of the Fall Joint 5 Computer Conference of 1966", bladzijden 711-716 en een artikel in "Bell Systems Technical Journal" van maart 1968, bladzijden 385, 405.
Deze publikaties beschrijven een optekentechniek waarbij gebruik wordt gemaakt van een dunne deklaag van metaal op een drager. Het dunne metalen vlies smelt snel als het aan warmte wordt blootgesteld en vormt 10 kleine druppeltjes binnen een optekenstip. Een sterk geconcentreerde stip laserbelichting kan voldoende warmte in voldoend korte tijd toevoeren, zodat een op geschikte wijze gemoduleerde laserbundel die een bewegend oppervlak treft een patroon van gaten in de metalen deklaag kan veroorzaken dat bij het af lezen de opgetekende informatie kan reproduceren.
15 Zoals uiteengezet in de voordracht van Carlson en Ives kunnen de afme- tingen van de opgetekende stip of het gevormde gat aanmerkelijk kleiner zijn dan de diameter van de laserbundel. Door geschikte keuze van het mate-: riaal voor de deklaag van metaal, de dikte van de deklaag, de divergentie van de laser en het stipvermogen kan een stelsel worden ontwikkeld voor 20 het optekenen van videofrequenties met een redelijk hoge resolutie. De kwaliteit van het videosignaal dat met zulk een optekening wordt gereproduceerd is echter niet goed ten gevolge van een lage signaal/ruis-verhouding die wordt veroorzaakt door de rechtstreekse optekening van het videosignaal op het optekenmedium. Verder is het gebruik van een gemoduleerde laserbundel 25 voor het selectief veroorzaken van een patroon van gaten in de metalen deklaag van een videoschijf niet bevorderlijk voor een getrouwe weergave van een in amplitude variërend analogon-videosignaal. Op soortgelijke wijze is het af lezen van de opgetekende informatie in de vorm van een spoor van gaten of stippen op het oppervlak van de schijf niet geschikt voor het 30 getreuwelljk terugwinnen van een analogon-videosignaal uit het opgetekende spoor op de schijf. Het gebrek aan getrouwheid van het weergegeven videosignaal kan in hoofdzaak worden toegeschreven aan de onmogelijkheid voor de modulator van de laserbundel om nauwkeurige analogonsignalen te schrijven op de deklaag op de schijf.
35 De uitvinding verschaft een verbeterde inrichting en werkwijze voor het optekenen van informatie op een videoschijf, waarbij de opgetekende informatie de vorm heeft van een langgerekte reeks gebieden die een in frequentie gemoduleerd informatiesignaal voorstellen.
81 0 0 76 6 fc ï - 3 -
De uitvinding verschaft een videoschijf met een lichtgevoelige deklaag die de schijfdrager bedekt en dient voor het vastleggen van tekens die het in frequentie gemoduleerde informatiesignaal voorstellen. Een schijf-lichtbron levert een lichtbron met voldoende intensiteit om in te werken op de gevoe-5 lige deklaag van de videoschijf terwijl deze gelijkmatig draait. Een optisch stelsel definieert een optische baan tussen de lichtbron en de gevoelige deklaag op de schijf teneinde de lichtbundel op de deklaag te focusseren. Een lichtintensiteit-modulator is opgenomen in de optische baan en reageert op het in frequentie gemoduleerde informatiesignaal teneinde 10 de lichtbundel in intensiteit te moduleren. De lichtintensiteit-modulator laat licht door over een voorafbepaald intensiteitbereik, waarbij de intensiteit van de gemoduleerde lichtbundel verandert tussen een betrekkelijk hoog niveau en een betrekkelijk laag niveau tijdens elke periode van het in frequentie gemoduleerde signaal. De lichtbundel passeert de intensiteit-15 modulator en wordt optisch gefocusseerd op de gevoelige deklaag teneinde de tekens te vormen die het in frequentie gemoduleerde informatiesignaal voorstellen. De resulterende tekens zijn in de vorm van een langgerekte reeks van gebieden met afwisselend hoge en lage gerichte reflektiecoëfficiënt loodrecht op het oppervlak van de schijf. Met andere woorden, gezien vanaf 20 het punt boven het oppervlak van de schijf wordt een invallende lichtbundel die loodrecht op het oppervlak is gericht afwisselend in sterke mate en in zwakke mate gereflekteerd in een richting tegengesteld aan die van de invallende lichtbundel.
Volgens een voorkeursuitvoering wordt een aanvankelijk ingangssignaal 25 toegepast met een informatieinhoud in de vorm van een met de tijd variërende spanning- Zulk een signaal is geschikt om te worden weergegeven met een gebruikelijke televisiemanitor. Bij zulk een uitvoering zet een frequentie-modulator die reageert op de met de tijd variërende signaalspanning het signaal om in een in frequentie gemoduleerd signaal voor het sturen van de 30 lichtintensiteit-modulator.
De sterk en zwak lichtdoorlatende toestanden van de lichtintensiteit-modulator veroorzaken een variatie van de intensiteit van de resulterende gemoduleerde lichtbundel tussen een waarde boven een voorafbepaalde intensiteit waarbij de gefocusseerde lichtbundel de gevoelige deklaag wijzigt 35 en een waarde onder de voorafbepaalde intensiteit waarbij de gefocusseerde lichtbundel de gevoelige deklaag niet wijzigt.
Teneinde een optimaal gemiddeld intensiteitniveau voor de gemoduleerde lichtbundel vast te leggen kan de lichtintensiteit-modulator verder een tegenkoppelcircuit bevatten voor het stabiliseren van het bedrijfsniveau 40 van de elektrische sturing van de lichtmodulator teneinde optimale eerste q λ η n 7« a • '* -4-.
en tweede voorafbepaalde intensiteiten te verkrijgen. Het tegenkoppelcircuit kan een niveauinstelling bevatten teneinde het gemiddelde vermogen van de lichtbundel selectief in te stellen op een voorafbepaalde waarde. Daartoe neemt een lichtopnemer tenminste een deel van de lichtbundel afkomstig 5 van de optische modulator waar teneinde een elektrisch tegenkoppelsignaal op te wekken dat representatief is voor de gemiddelde intensiteit van de lichtbundel, zodat als het gemiddelde niveau van de gemoduleerde lichtbundel toeneemt, het tegenkoppelsignaal het bedrijfsniveau van de optische modulator verlaagt teneinde de gemiddelde intensiteit van de gemoduleerde 10 lichtbundel te stabiliseren op een konstant intensiteitniveau.
Het hart van de optische modulator bevat een Pockels-cel gestuurd door een stuurketen. De stuurketen voor de Pockels-cel ontvangt aan zijn ingang het in frequentie gemoduleerde informatiesignaal en de stuurketen levert als reaktie daarop overeenkomstige stuursignalen aan de Pockels-cel.
15 De stuurketen voor de Pockels-cel is voor wisselspanning gekoppeld met de Pockels-cel en het eerder genoemde tegenkoppelcircuit is voor gelijkspanning gekoppeld met de Pockels-cel.
De lichtbron voor het opwekken van de schrijf-lichtbundel is een schrijflaser, bij voorkeur een met argonionen werkende laser, die een 20 gecollimeerde schrijfbundel van gepolariseerd manochromatisch licht opwekt.
De schrijflaser veroorzaakt plaatselijke verhitting bij het invallen van het licht op de lichtgevoelige deklaag van de videoschijf.
De videoschijf heeft een stijve schijfvormige drager met een oppervlak van een ondoorzichtige gemetalliseerde deklaag. De deklaag heeft geschikte 25 fysische eigenschappen teneinde een plaatselijke verhitting door de schrijflaser te veroorzaken, waardoor hij plaatselijk smelt, waarbij het gesmolten materiaal zich terugtrekt naar de rand van het gesmolten gebied. Bij het stollen blijft een blijvende opening achter in de gemetalliseerde deklaag. Onder de juiste bedrijfsomstandigheden varieert de optische modulator 30 de intensiteit van de schrijf-laserbundel tussen een intensiteit boven de eerder genoemde voorafbepaalde waarde waarbij de gefocusseerde bundel de gemetalliseerde deklaag smelt zonder deze te verdampen en een intensiteit onder de voorafbepaalde waarde, waarbij de gefocusseerde bundel de gemetalliseerde deklaag niet smelt.
35 De schijfvormige videoschijf wordt gelijkmatig geroteerd en krijgt een radiale translatie-beweging ten opzichte van de schrijfbundel teneinde de informatie volgens een spiraalvormige haan op de schijf te schrijven. Zowel de rotatiebeweging als de trans latiebeweging staan onder sturing van een elektrische synchroniseerketen die een konstante betrekking tussen de 81 0 0 76 6 » - - 5 - rotatiebeweging van de schijf en de translatiebeweging tussen de schrijf-laserbundel en de schijf te handhaven.
Een microscoop-objektieflens voor het focusseren van de schrijfbundel op het oppervlak van de videoschijf kan op een afstand van de videoschijf 5 worden gehouden door middel van een hydrodynamisch lucht leger dat ontstaat terwijl de schijf roteert ten opzichte van de drager van de objektieflens.
De objektieflens heeft een grotere apertuur dan de diameter van de lees-lichtbundel en het optische stelsel maakt gebruik van spiegels en lenzen voor het divergeren van de schrijf-lichtbundel afkomstig van de laserbron 10 teneinde tenminste de intreepupil van de objektieflens te vullen.
De rotatie-aandrijfinrichting omvat een spil die de schijf nauwkeurig volgens een cirkel doet roteren en de stuurketen voor de radiale translatie omvat een leispilmechanisme voor het tot stand brengen van een translatie tussen de schijf en de schrijfbundel met een zeer konstante snelheid 15 volgens een straal van de roterende schijf.
Synchronisatie van de schijfaandrijving met de translatie-aandrijving veroorzaakt een spiraalvormig spoor met een voorafbepaalde spoed. Desgewenst kunnen concentrische cirkels worden verkregen door afwisselend een translatiebeweging uit te voeren en te schrijven. Volgens een voorkeursuitvoering 20 waarbij gebruik wordt gemaakt van een spiraalvormig spoor bedraaft de afstand tussen aangrenzende windingen van de spiraal 2 pm van hart tot hart. Uitgaande van een stipdiameter van de orde van grootte van 1 pm levert dit een beveiligingsgebied van 1 pm tussen stippen in aangrenzende windingen van het spoor.
25 De microscoop-objektieflens zweeft op konstante hoogte boven de schijf op een luchtleger. De konstante hoogte is wenselijk wegens de geringe scherptediepte van de objektieflens. Een droog microscoopobjektief met een vergroting van 40 maal is geschikt gebleken voor het concentreren van de energie van de laserbundel op het schijfoppervlak teneinde stippen met een 30 diameter van 1 um te schrijven.
Het leesdeel van de inrichting volgens de uitvinding omvat een gepolariseerde en gecollimeerde lees-lichtbundel en een optisch stelsel tussen lichtbron en de videoschijf teneinde de leesbundel op de videoschijf te focusseren. Terwijl de schijf roteert levert de relatieve beweging tussen 35 de lees-lichtbundel en de afwisselende gebieden van tekens overeenkomstige afwisselende reflekties aan de sterk reflekterende gebieden op de videoschijf- Een lichtopnemer reageert op de reflekties en levert een in frequentie gemoduleerd elektrisch signaal. Het in frequentie gemoduleerde elektrische signaal dat zo wordt verkregen heeft een informatieinhoud in de vorm van een 40 draaggolffrequentie die met de tijd varieert.
ai η n 7«r % % - δ -
Zoals eerder vermeld draagt de videoschijf op zijn bovenoppervlak een langgerekte reeks van gebieden, die volgens een spoor zijn aangebracht. De opeenvolging van afwisselende gebieden met hoge en lage reflektiecoëfficiënt loodrecht op het oppervlak van de schijf stelt een in frequentie gemoduleerd 5 signaal voor. Het leesstelsel bevat bij voorkeur een laser van gering vermogen voor het opwekken van een lees-lichtbundel, een polariserende bundelsplitskubus en een kwartgolflengte-plaatje. Licht loopt vanuit de laserbron door de polariserende bundelsplitser en het kwartgolflengte-plaatje. Het kwartgolflengte-plaatje wordt gebruikt om de invallende lees-10 lichtbundel 45° te draaien bij het passeren naar de videoschijf.
De leesbundel wordt op het schijfoppervlak gefocusseerd door dezelfde objektieflens die wordt gebruikt voor de schrijfbundel. De objektieflens heeft een grotere apertuur dan de diameter van de leesbundel. Het optische stelsel voor het lezen maakt gebruik van spiegels en lenzen voor het 15 divergeren van de leesbundel afkomstig van de laserbron teneinde deze tenminste de intreepupil van de objektieflens te doen vullen.
Het gereflekteerde licht afkomstig van de videoschijf wordt door middel van spiegels en lezen opnieuw door het kwartgolflengte-plaatje gevoerd, waarin het opnieuw over 45° wordt geroteerd teneinde een totale rotatie 20 van 90° ten opzichte van de bundel afkomstig van de bron te verkrijgen.
De uittredende leesbundel bereikt de polariserende bundelsplitskubus, die zo is uitgevoerd dat hij de gereflekteerde leesbundel niet toevoert aan de lees-laserbron, maar aan een opnemer.
Het gereflekteerde licht afkomstig van de videoschijf dat op de 25 opnemer wordt gericht stelt een in frequentie gemoduleerd signaal voor waarvan de informatie-irihoud de vorm heeft van een draaggolffrequentie -die met de tijd varieert. Het in frequentie gemoduleerde uitgangssignaal van de opnemer kan worden omgezet in een tijdafhankelijke signaalspanning teneinde te worden weergegeven met een gebruikelijke televisiemonitor.
30 Het optische stelsel omvat verder een bundelrichter voor het richten van de schrijfbundel op de objektieflens onder een hoek ten opzichte van de leesbundel, waardoor de bundels na het uittreden uit de objektieflens de videoschijf op een afstand van elkaar treffen, waarbij de leesbundel het oppervlak van de schijf treft stroomafwaarts van de schrijfbundel.
35 De schrijfbundel is bij voorkeur een bundel van een laser die werkt met argonionen, terwijl de leesbundel bij voorkeur een bundel afkomstig van een met helium en neon werkende laser is. De gereflekteerde leesbundel passeert door een filter dat ondoorlatend is voor een bundel opgewekt door argonionen voordat hij wordt toegevoerd aan de opnemer, waardoor de energie van de 8 1 0 0 76 6 * « - 7 - schrijfbundel de opnemer vrijwel niet bereikt.
Een frequentie-demodulator die reageert op het uitgangssignaal van de opnemer levert een video-uitgangssignaal in de vorm van een met de tijd variërende spanning. Een comparator kan aanwezig zijn voor het vergelijken 5 van het video-uitgangssignaal verkregen bij het af lezen van de videoschijf met een video-ingangssignaal dat is gebruikt voor het schrijven van informatie op de videoschijf. Het uitgangssignaal van de comparator kan worden gebruikt voor het verifiëren van de kwaliteit van de informatie die is opgetekend op de videoschijf en kan een signaal opleveren dat aangeeft dat geen juiste 10 vergelijking of optekening is tot stand gekomen.
Een vertragingscircuit ontvangt een deel van het video-ingangssignaal voordat dit wordt toegevoerd aan de comparator. Het vertragingscircuit veroorzaakt een vertraging in het video-ingangssignaal gelijk aan de totale vertragingen vanaf de frequentiemodulatie van het video-ingangssignaal tot 15 en met de frequentiedemodulatie van het signaal afkomstig van de opnemer.
In de vertragingstijd is de tijd opgenomen die de videoschijf nodig heeft om van het optekenpunt van de informatie door de schrijfbundel te bewegen naar het invalspunt van de lees-lichtbundel.
81 0 0 76 6 - 8 - i k
De uitvinding wordt hieronder nader toegelicht aan de hand van de tekening, die betrekking heeft op een uitvoeringsvoorbeeld van een inrichting volgens de uitvinding.
Fig. 1 is een blokschema van een inrichting volgens de uitvinding.
5 Fig. 2 is een schets van de optische baan door de objectieflens uit fig. 1.
Fig. 3 is een voorstelling van de afstand tussen het trefpunt van de schrijfbundel en leesbundel.
Fig. 4 is een blokschema van een stabilisatiecircuit voor de Pockels- 10 cel.
In fig. 1 omvat de schrijfinrichting 10 een schrijfkop 12 die volgens een voorkeursuitvoering bestaat uit een droog microscoop-objectief 14 dat is gemonteerd op een luchtkussen-drager 16. Een wens met een vergroting van 40 maal is geschikt gebleken. Een schijf 18 wordt op speciale wijze 15 gereedgemaakt en kan worden uitgevoerd volgens bekende technieken, waarbij op een drager een zeer dun vlies van een metaal met een redelijk laag smeltpunt en een hoge oppervlaktespanning wordt aangebracht.
Een kristaloscillator 20 stuurt de aan drijf elementen. De schijf 18 wordt geroteerd door een eerste rotatie-aandrij finrichting 22 die is gekop-20 peld met een spil 24. Een tweede translatie-aandri j f inrichting 26 bepaalt de stand van de schrijfkop 12.
Een translatie-drager 28 die door de translatie-aandrijfinrichting 26 wordt aangedreven via een leispil en een bijbehorende moer beweegt de schrijfkop 12 in radiale richting ten opzichte van de draaiende schijf 18.
25 De drager 28 is voorzien van geschikte spiegels en lenzen, zodat het overige deel van de optica en elektronika dat noodzakelijk is voor de schrijfinrichting stilstaand kan worden opgesteld.
Volgens de voorkeursuitvoering passeert de bundel van een gepolariseerde snijlaser 30 die bestaat uit een met argon-ionen werkende laser 30 door een Pockels-cel 32 die wordt gestuurd door de stuurketen 34.voor de Pockels-cel. Een frequentiemodulator 36 ontvangt het videosignaal dat moet worden opgetekend en voert geschikte stuursignalen toe aan de stuurketen 34 voor de Pockels-cel.
Zoals hierna beschreven bestaat het video-ingangssignaal uit een signaal 35 dat geschikt is om te worden weergegeven op een televisie-monitor. Het is derhalve een spanning die met de tijd varieert. De frequentiemodulator 36 is van de gebruikelijke uitvoering en zet de met de tijd variërende spanning om in een in frequentie gemoduleerd signaal waarvan de informatie-inhoud de vorm heeft van een draaggolffrequentie met frequentieveranderingen in de 40 tijd die overeenkomen met de spanningvariaties in de tijd.
81 0 0 76 6 - 9 “ * *
Zoals bekend reageert de Pockels-cel 32 op de aangelegde signaalspan-ningen door het polarisatievlak van de lichtbundel te draaien. Daar een lineaire polarisator uitsluitend licht met een voorafbepaald polarisatievlak doorlaat is een polarisator zoals een Glan-prisma 38 volgens de voor-5 keursuitvoering, opgenomen in de baan van de schrijfbundel teneinde een gemoduleerde schrijfbundel 40 te verkrijgen. De gemoduleerde schrijfbundel volgt in feite het uitgangssignaal van de frequentiemodulator 36.
De gemoduleerde schrijfbundel 40 die uittreedt uit de kombinatie 32, 38 -van de Pockels-cel en het Glan-prisma wordt toegevoerd aan een eerste 10 spiegel 42 die de schrijfbundel 40 richt op de translatiedrager 28. De eerste spiegel 22 voert een deel van de schrij fbundel 40 toe aan een stabilisatie-circuit 44 voor de Pockels-cel dat reageert op de gemiddelde intensiteit van de schrijfbundel teneinde het energieniveau van de bundel konstant te houden.
15 Een lens 46 is opgenomen in de baan van de schrij fbundel 40 teneinde de nagenoeg evenwijdige bundel te divergeren opdat deze de ingangspupil van de objectieflens 14 vult teneinde een optimale resolutie te verkrijgen. Een dichroitische spiegel 48 is opgenomen in de baan en zo opgesteld dat nagenoeg de gehele schrijfbundel 40 wordt toegevoerd aan een tweede kantel-20 bare spiegel 50. Een spiegel als beschreven in de octrooiaanvragen van Elliottijkan worden toegepast bij de onderhavige uitvinding, De kantelbare spiegel 50 richt de bundel door de lens 14 en kan het trefpunt van de bundel 40 op het oppervlak van de schijf 18 verplaatsen.
In de metalen deklaag wordt door de schrijfbundel een reeks gaten 25 gevormd. Voor elke periode van het in frequentie gemoduleerde signaal dat wordt voorgesteld door de gemoduleerde schrijfbundel 40 wordt een gat gevormd. Daar de gemoduleerde schrij fbundel het uitgangssignaal van de frequentiemodulator 36 volgt, volgen ;de gaten die in de deklaag worden gevormd eveneens het uitgangssignaal van de frequentiemodulator. Daar de informatie-30 inhoud van het uitgangssignaal van de frequentiemodulator 36 de vorm heeft van frequentieveranderingen met de tijd om een draaggolffrequentie en daar de opeenvolging van gaten en geen gaten de opgetekende informatie voorstelt en daar de schijf 18 met gelijkmatige snelheid roteert verandert de opeenvolging van gaten en geen gaten teneinde de opgetekende video-informatie voor 35 te stellen, waarbij de gaten dichter bijeen of verder uiteen worden gevormd en de afmetingen van de gaten groter of kleiner worden naarmate de schrijf-bundel 40 onder sturing door het in frequentie gemoduleerde uitgangssignaal van de frequentiemodulator 36 verandert.
De objectieflens 14 en het bijbehorende luchtlege 16 zweven in feite op 81 0 0 76 6 - 10- een luchtkussen op een voorafbèpaalde vaste afstand boven het oppervlak van de schijf 18. Die afstand wordt bepaald door de vorm van het luchtlege 16/ de lineaire snelheid van de schijf 18 en de kracht waarmee de kop naar de schijf 18 wordt bewogen. De vaste afstand is noodzakelijk aangezien 5 de brandpunt-tolerantie van een lens die in staat is een stip met een diameter van 1 jam te onderscheiden eveneens van de orde van grootte van 1 jm is.
Een tweede laser 52 met relatief laag vermogen levert een leesbundel 54. Volgens de voorkeursuitvoering is de leeslaser 52 een helium-neon- 10 inrichting die het mogelijk maakt de leesbundel 54 aan de hand van zijn golflengte te onderscheiden van de schrijfbundel 40. Een polariserende bundelplitskubus 56 laat de leesbundel 54 door naar een spiegel 58 die de bundel 54 richt door een tweede divergerende lens 60 die de leesbundel 54 verbreedt teneinde de ingangspupil van de objectieflens 14 te vullen.
15 Een kwart-golflengte plaatje 62 is opgenomen in de optische baan en voorkomt tezamen met de vlak polariserende bundelsplitser 56 dat licht dat wordt gereflecteerd aan de schijf 18 de laser 52 opnieuw bereikt en zijn oscillatiewijze verstoort. Het kwart-golflengte plaatje 62 roteert het polarisatievlak van de bundel over 45° bij elke doorgang, zodat de o 20 gereflecteerde bundel 90 is verdraait ten opzichte van de polariserende bundelsplitser 56 en derhalve niet wordt doorgelaten.
Een tweede spiegel 64 in de baan van de leesbundel 54 richt de bundel op de dichroitische spiegel 48 en kan in beperkte mate worden ingesteld, zodat de banen van de leesbundel en de schrijfbundel nagenoeg identiek zijn, 25 met als verschil dat de stip van de leesbundel de schijf 18 treft stroomafwaarts van de schrijfbundel, wat nader zal worden toegelicht.
Een filter 66 dat ondoorlatend is voor de mét argon-ionen opgewekte bundel is opgenomen in de baan van het licht dat wordt gereflecteerd door de bundelsplitser 56. De leesbundel 54 die wordt opgewekt met helium en 30 neon en wordt teruggekaatst door het oppervlak van de schijf kan het filter 66 passeren en via een lens 68 een lichtdetector 70 bereiken.
Het gereflecteerde licht van de leesbundel treft de lichtdetector 70.
De lichtdetector 70 werkt op de gebruikelijke wijze en levert een elektrische stroom die representatief is voor het daarop vallende licht, m dit geval 35 levert de lichtdetector een signaal dat wordt voorgesteld door de configuratie van gaten en geen gaten die in de deklaag is aangebracht. De configus?. ratie van gaten en geen gaten, is representatief voor het uitgangssignaal van de frequentiemodulator 36. Het uitgangssignaal van. de frequentiemodu-lator 36 is een draaggolffrequentie m-et frequentieveranderingen met de 81 0 0 76 6 “ï * -11- tijd die het op te tekenen, videosignaal voorstellen. De configuratie van gaten en geen gaten is representatief voor een draaggolffrequentie met frequentieveranderingen met de tijd die het opgetekende videosignaal voorstellen. Het uitgangssignaal van de lichtdetector 70 is een elektrisch 5 signaal dat de opgetekende draaggolffrequentie voorstelt, frequentieveranderingen met de tijd die het opgetekende videosignaal voorstellen.
Het uitgangssignaal van de lichtdetector 70 wordt toegevoerd aan een voorversterker 72 die een signaal met voldoende amplitude voor latere verwerking levert. Een videodiscriminator 74 levert een video-uitgangs-10 signaal dat op verscheidene wijzen kan worden gebruikt, waarvan er slechts twee bij wijze van voorbeeld zijn aangegeven.
De discriminator 74 is van de gebruikelijke uitvoering en werking.
Hij ontvangt het in frequentie gemoduleerde signaal uit de lichtdetector 70 en zet dit óm in een tijdafhankelijke spanning waarvan de informatie-15 inhoud bestaat uit een spanning die met de tijd varieert en geschikt is voor weergave op de televisie-monitor 76.
Bij een eerste toepassing wordt het video-uitgangssignaal toegevoerd aan een televisie-monitor 76 en een oscilloscoop 78. Zoals bekend reageert de televisie-monitor op een spanning die met de tijd varieert. De op de 20 televisie-monitor weer te geven informatie wordt voorgesteld door een spanning die met de tijd varieert.
De televisie-monitor 76 toont de beeldgetrouwheid van de optekening en de oscilloscoop 78 geeft de signaal/ruis-verhouding van de optekening en de kwaliteit van de optekening, namelijk of deze licht danwel zwaar 25 is, aan. Hoewel dat niet is afgebeeld kan een geschikte tegenkoppellus via het stabilisatiecircuit 44 voor de Pockels-cel worden toegepast teneinde een goede discriminatie op de schijf tussen een gat of zwart gebied en een gebied zonder gat of dit gebied te verzekeren.
In plaats daarvan kan het video-uitgangssignaal van de discriminator 30 74 ook worden toegevoerd aan een comparator 80. Het andere ingangssignaal voor de comparator 80 wordt ontleend aan het video-ingangssignaal dat wordt toegevoerd via een vertragingsleiding 81. Een vertraging die gelijk is aan de totale vertragingen van het schrijfstelsel en de tijd die is verstreken tussen het tijdstip van schrijven van de informatie en de tijd die nodig 35 is opdat het betreffende gebied van de schijf het leespunt bereikt moet worden meegedeeld aan het ingang-videosignaal.
m het ideale geval dient het video-uitgangssignaal van de discriminator 74 in alle opzichten identiek te zijn met het video-ingangssignaal na de juiste vertraging.
81 0 0 76 6 -12- i
Zoals eerder vermeld is het uitgangssignaal van de discriminator 74 een met de tijd variërende^'spanning. Het video-ingangssignaal is eveneens een met de tijd variërende spanning. Alle verschillen die worden opgemerkt stellen fouten voor die kunnen worden veroorzaakt door onvolkomenheden van 5 het oppervlak van de schijf of onjuiste werking van de schrijfcircuits.
Deze toepassing is weliswaar essentieel bij het optekenen van numerieke informatie, maar is minder essentieel als andere informatie wordt opgetekend.
Het uitgangssignaal van de comparator 80 kan worden gekwantiseerd en geteld, zodat een aanvaardbaar aantal fouten voor elke schijf kan worden 10 vastgesteld..Als de getelde fouten die standaard te boven gaan, kan de schrij fbewerking worden beëindigd. Indien noodzakelijk kan een nieuwe schijf worden beschreven. Een schijf met overmatige fouten kan dan opnieuw worden bewerkt teneinde te dienen als een nieuwe schijf voor een latere optekening.
15 Er zijn technieken bekend voor het bewegen van de schrijfkop 12 in radiale richting ten opzichte van de roterende schijf 18. Hoewel in fig.
1 de rotatie-aandrijving 20 en de translatie-aandrijving 22 als onafhankelijk zijn afgeheeld, zijn de. aandrijvingen gesynchroniseert teneinde de schrijf-, eenheid 12 in staat te stellen een voorafbëpaalde dwarsbeweging uit te 20 voeren voor elke omwenteling van de schijf 18, door middel van de gemeenschappelijke kristaloscillator 20.
In fig. 2 zijn in enigzins overdreven vorm de enigzins verschillende optische banen van de bundel 40 van de schrijflaser 30 en de bundel 54 van de leeslaser 52 afgebeeld. De schrijfbundel 40 valt samen met de 25 optische as van het microscoop-objektief 14. De leesbundel 54 daarentegen maakt een hoek cx. met de optische as, zodat wij op enige afstand X gelijk aan o<. maal de brandpuntsafstand van het objektief stroomafwaarts ten opzichte van de plaats waar de schrijfbundel 40 optekent het oppervlak van de schijf treft. De resulterende vertraging tussen het lezen en het schrijven 30 stelt het gesmolten metaal in staat te stollen, zodat de optekening in zijn uiteindelijke toestand wordt gelezen. Als deze te vroeg zou worden gelezen, waarbij het metaal nog gesmolten is, zou er geen duidelijke informatie leveren voor het instellen van de optekenparameters.
Dit blijkt het beste uit fig. 3, waar twee punten in hetzelfde 35 informatiekanaal op een afstand van elkaar zijn afgebeeld.. Het punt A, waar de schrijfbundel 40 de schijf treft, ligt op de optische as van de objektief lens 14. Op een afstand van het punt A in de bewegingsrichting van de drager als aangegeven door de pijl bevindt zich het leespunt B, dat onder een hoek ten opzichte van de optische as van het microscoopobjektief 81 0 0 76 6 - .13 - 14 ligt. Een afstand tussen de punten A en B van 2 pn blijkt een geschikte bewaking van de schrijfbewerking te leveren.
In fig. 4 is ten slotte een geïdealiseerd schema voor een stabilisatie-circuit 44 voor een Pockels-cel afgebeeld, geschikt voor gebruik in de 5 inrichting uit fig. 1. Zoals bekend roteert een Pockels-cel het polarisatie-vlak van het toegevoerde licht als functie van een aangelegde spanning. Derhalve wordt de Pockels-cel gebruikt voor het roteren van vlak gepolariseerd licht en het geroteerde licht wordt door een vlakke polarisator zoals een glans-prisma gevoerd. Het licht dat uit de polarisator treedt is 10 in amplitude gemoduleerd overeenkomstig de aangelegde spanning.
Anders gezegd, de gebruikelijke bedrijfswijze voor een Pockels-cel 32 en een Glan-prisma 38 is als modulator voor de lichtintensiteit. Elke periode van de frequentiemodulator stuurt de Pockels-cel door zijn volledige werkbereik van 90°. Binnen dit werkbereik van 90° bestaat een werkpunt 15 waarbij al het toegevoerd licht wordt doorgelaten, wat wordt aangeduid als de volledige lichtdoorlating. Een tweede werkpunt laat geen licht door en wordt aangeduid als de volledige lichtblokkering. De Pockels-cel zelf roteert slechts het polarisatievlak. Het Glan-prisma laat licht in één polarisatievlak door en laat in het geheel geen licht in een loodrecht 20 daarop staand vlak door.
Afhankelijk van de individuele Pockels-cel doet een spanningverandering van ongeveer 100 V de cel het polarisatievlak over 360° draaien. De over-drachtskarakteristiek van een individuele cel kan echter spontaan verschuiven, overeenkomende met een spanningverandering van ± 50 V en derhalve is een 25 tegenkoppellus wenselijk om de cel binnen een bruikbaar en redelijk lineair bedrijfsbereik te houden.
Het stabilisatiecircuit 44 omvat een lichtgevoelige siliciumdiode 82 die een deel van de schrijfbundel 40 reflekteert door de spiegel 42 uit fig.
1 ontvangt- De siliciumdiode 82 werkt op soortgelijke wijze als een zonnecel 30 en is een bron van elektrische energie bij belichting met invallende straling. De ene aansluiting van de siliciumdiode 82 is verbonden met een gemeenschappelijke referentiespanning 84 aangegeven met het gebruikelijke aardsymbool en de andere aansluiting is verbonden met de ene ingang van een verschil-versterker 86. De siliciumcel 82 is overbrugd door een belasting 88 die 35 een lineaire responsie mogelijk maakt.
De andere ingang van de verschilversterker 86 is via een geschikte spanningdeler 90 verbonden met de gemeenschappelijke referentie 84. Een voedingsbron 92 is aangesloten op de spanningdeler 90 en maakt het mogelijk de verschilversterker 86 zo in te stellen dat het gemiddelde lichtniveau dat wordt doorgelaten door de Pockels-cel 32 wordt ingesteld.
81 0 0 76 6 • <w - 14 -
Een paar uitgangsaansluitingen van de verschilversterker 86 zijn via weerstanden 94 respektievelijk 96 aangesloten op de ingangsaansluitingen van de Pockels-cel 32 uit fig. 1. Opgemerkt kan worden dat de stuurketen 34 voor de Pockels-cel voor wisselspanningen is gekoppeld met de Pockels-5 cel 32, terwijl de verschilversterker 86 voor gelijkspanning is gekoppeld met de Pockels-cel 32.
Tijdens het bedrijf wordt het stelsel bekrachtigd. Het licht van de schrijfbundel dat de siliciumdiode 82 treft wekt een verschilspanning aan de ingang van de verschilversterker 86 op. Aanvankelijk wordt de spanningdeler 10 90 zo ingesteld dat licht wordt opgewekt met een voorafbepaald gemiddeld intensiteitniveau. Als vervolgens het gemiddelde intensiteitniveau van het licht dat de siliciumcel 82 treft toeneemt of afneemt, wordt in de verschilversterker 86 een correctiespanning opgewekt. De correctiespanning die aan de Pockels-cel 32 wordt toegevoerd heeft een zodanige polariteit en 15 grootte dat het gemiddelde intensiteitniveau wordt teruggebracht naar het voorafbepaalde niveau.
De uitvinding verschaft derhalve een verbeterde optekeninrichting voor videoschijven. Een microscoopobjektief gemonteerd op een luchtleger zweeft op een voorafbepaalde afstand van het oppervlak van een gemetalliseerde 20 schijf. De gemetalliseerde deklaag is zo gekozen dat een laserbundel bij geschikte modulatie voldoende energie kan afgeven om plaatselijke gebieden op het oppervlak te smelten. Onder invloed van de oppervlakspanning trekt het gesmolten, metaal zich terug, waarbij een blank gebied met een diameter van ongeveer 1 pn ontstaat.
25 Een tweede laser met geringe energie die gebruik maakt van nagenoeg dezelfde optische baan is door dezelfde microscoop-objektieflens gericht, maar treft het oppervlak van de schijf op geringe afstand stroomafwaarts van het schrijfpunt. De leesbundel wordt door een geschikt optische stelsel teruggevoerd, dat de gereflecteerde energie van de schrijfbundel 30 buitensluit en het mogelijk maakt de informatie die is geschreven op de schijf te analyseren.
De weergegeven informatie kan ondermeer wordaagebruikt voor het sturen van de intensiteit van de schrijfbundel teneinde geschikte opteken-niveaus te verzekeren en te bepalen of een onaanvaardbaar aantal fouten is 35 gemaakt bij het optekenen.
8 1 0 0 76 6
Claims (39)
1. Inrichting voor het verwerken van informatie, gekenmerkt door een eerste orgaan dat een op te tekenen video-informatiesignaal levert waarvan de informatie-inhoud de vorm heeft van een draaggolffrequentie die met 5 de tijd varieert overeenkomstig de op te tekenen informatie; een opteken-drager met een drager met een eerste oppervlak en een lichtgevoelige deklaag op het eerste oppervlak voor het opnemen van tekens die de videosignalen voorstellen? een eerste lichtbron die een lichtbundel levert met voldoende intensiteit om in te werken op de deklaag en voor het veranderen 10 van de deklaag teneinde daar tekens op achter te laten die de video- informatie voorstellen; een orgaan voor het tot stand brengen van relatieve beweging van de optekendrager ten opzichte van de lichtbundel; een eerste optische orgaan voor het definiëren van een eerste optische baan tussen de eerste lichtbron en de optekendrager met de deklaag en voor het focus-15 seren van de eerste lichtbundel op de deklaag; een lichtintensiteit-modulator opgenomen in de optische baan tussen de lichtbron en de deklaag op de optekendrager, die werkt over een gebied tussen een sterk lichtdoorlatende toestand en een zwak lichtdoorlatende toestand teneinde de lichtbundel in intensiteit te moduleren met de op te tekenen informatie; welke licht-20 intensiteit-modulator als reaktie op het· in frequentie gemoduleerde signaal varieert tussen zijn sterk lichtdoorlatende toestand en zijn zwak lichtdoorlatende toestand tijdens elke periode van het in frequentie gemoduleerde signaal teneinde de lichtbundel in intensiteit te moduleren met het op te tekenen in frequentie gemoduleerde elektrische signaal; waarbij het licht 25 de lichtintensiteit-modulator passeert en op de deklaag wordt gefocusseerd door het optische orgaan teneinde de deklaag te wijzigen door het optekenen van tekens die representatief zijn voor de video-informatie; een tweede lichtbron die een tweede lichtbundel levert? een tweede optische orgaan voor het definiëren van een optische baan tussen de tweede lichtbundel en 30 de optekendrager die een deel van de eerste optische baan omvat, voor het focusseren van de tweede lichtbundel op de deklaag; waarbij de tweede lichtbundel een voldoende intensiteit heeft om geselecteerde delen van de deklaag op de .drager te belichten en een voldoende intensiteit heeft om geselecteerde delen van de deklaag op de drager te belichten, welke tweede lichtbundel 35 sterk wordt gereflekteerd door bepaalde belichte gebieden; waarbij het tweede optische orgaan tevens wordt gebruikt voor het opvangen van de reflekties aan bepaalde belichte gebieden; alsmede een opnemer die als reaktie op het gereflekteerde licht een in frequentie gemoduleerd elektrisch signaal opwekt dat overeenkomt met de reflekties en waarvan de informatie-inhoud de 81 0 0 76 6 ψ * - 16 - vorm heeft van een draaggolffrequentie die met de tijd varieert overeenkomstig de opgetekende video-informatie.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk dat het eerste orgaan omvat een orgaan dat een aanvankelijk informatiesignaal levert waarvan de 5 informatie-inhoud bestaat uit een met de tijd variërende spanning; alsmede een frequentiemodulator die als reaktie op het orgaan dat een aanvankelijk informatiesignaal levert de met de tijd variërende spanning omzet in een in frequentie gemoduleerd signaal.
3. Inrichting volgens conclusie 2, gekenmerkt door een demodulator die 10 als reaktie op het uitgangssignaal van de opnemer het in frequentie gemoduleerde elektrische signaal omzet in een tijdafhankelijke signaalspanning die de opgetekende video-informatie voorstelt, welke tijdafhankelijke signaalspanning een informatie-inhoud heeft in de vorm van een spanning die met de tijd varieert en geschikt is voor weergave met een gebruikelijke televisie- 15 monitor.
4. Inrichting volgens conclusie 3, gekenmerkt door een orgaan voor het vergelijken van het video-informatiesignaal in de vorm van een met de tijd variërende spanning afkomstig van de demodulator met het aanvankelijke informatiesignaal.
5. Inrichting volgens Conclusie 4, met het kenmerk dat de tweede lichtbundel op de optekendrager is gefocusseerd op een punt op de drager stroom-* afwaarts van het invalspunt van de eerste lichtbundel, waarbij de inrichting verder een vertragingsorgaan in de signaalbaan van het aanvankelijke informatiesignaal bevat, dat een tijdvertraging van het aanvankelijke informatie-25 signaal veroorzaakt gelijk aan de totale vertragingen vanaf de frequentie-modulatie van het aanvankelijke informatiesignaal tot en met de frequentie demodulatie van het signaal afkomstig van de opnemer, met inbegrip van de vertragingstijd overeenkomende met de beweging van het punt op de drager vanaf de trefplaats van de eerste bundel tot de treftplaats van de tweede 30 bundel.
6. Inrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk dat het modulatie-orgaan voor de lichtintensiteit een elektrisch stuurbaar orgaan bevat dat als reaktie op de frequentiemodulator de intensiteit van de eerste lichtbundel varieert tussen een waarde boven een voorafbepaalde intensiteit 35 waarbij de gefocusseerde eerste bundel de deklaag verandert en een waarde onder de voorafbepaalde intensiteit waarbij de gefocusseerde eerste bundel de deklaag niet verandert, welke wisselingen representatief zijn voor het in frequentie gemoduleerde signaal.
7. Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk dat het aanvankelijke 81 0 0 76 6 - 17 - φ· » informatiesignaal een informatie-inhoud heeft in de vorm van een met de tijd variërende spanning geschikt voor weergave met een gebruikelijke televisiemonitor; waarbij de eerste lichtbron een schrijflaser bevat voor het opwekken van een gecollimeerde schrijfbundel van gepolariseerd 5 monochromatisch licht en de drager een gladde en vlakke stijve schijf vormt waarbij het eerste oppervlak een vlak oppervlak is; waarbij de deklaag een dunne en ondoorschijnende gemetalliseerde deklaag is met geschikte fysische eigenschappen voor het mogelijk maken van een plaatselijke verhitting als gevolg van het invallen van licht afkomstig van de schrijf-10 laser, welke verhitting een plaatselijke smelting veroorzaakt, gepaard gaande met terugtrekking van het gesmolten materiaal naar de rand van het gesmolten gebied, waardoor bij het stollen een blijvende opening in de dunne gemetalliseerde deklaag achterblijft; terwijl het elektrisch stuurbare orgaan als reaktie op de fre'quentiemodulator de intensiteit van 15 de schrijfbundel varieert tussen een waarde boven de voorafbepaalde intensiteit waarbij de gefocusseerde bundel de gemetalliseerde deklaag smelt zonder deze te verdampen en een waarde onder de voorafbepaalde intensiteit waarbij de gefocusseerde bundel het gemetalliseerde oppervlak niet smelt.
8. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk dat de optekendrager 20 schijfvormig is; waarbij het orgaan voor het veroorzaken van een relatieve beweging een rotatie-aandrijf inrichting omvat voor het opwekken van een gelijkmatige rotatiebeweging van de schijf; terwijl de inrichting verder een translatie-aandrijfinrichting bevat die is gesynchroniseerd met de rotatie-aandrijf inrichting teneinde de eerste en tweede gefocusseerde lichtbundels 25 radiaal over het eerste oppervlak van de schijfvormige optekendrager te bewegen; alsmede een elektrisch synchronisatieorgaan voor het handhaven van een konstante betrekking tussen de rotatiebeweging en de translatiebeweging.
9. Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk dat het lichtintensi-teit-modulatieorgaan verder een tegenkoppelinrichting bevat voor het stabi- 30 liseren van het bedrijfsniveau van het elektrisch stuurbare orgaan teneinde de intensiteitniveaus van de eerste lichtbundel boven en onder de voorafbepaalde intensiteit te verkrijgen, waarbij de lichtintensiteit-modulator een lichtopnemer bevat voor het opnemen van tenminste een deel van de gemoduleerde eerste lichtbundel die uittreedt uit het elektrisch stuurbare orgaan, 35 ter verkrijging van een elektrisch tegenkoppelsignaal dat representatief is voor de intensiteit van de gemoduleerde eerste bundel, welk tegenkoppelsignaal wordt toegevoerd aan het elektrisch stuurbare orgaan teneinde zijn bedrijfsniveau te stabiliseren.
10. Inrichting volgens conclusie 9, met het kenmerk dat de lichtopnemer een 81 0 0 76 6 -18- W' κ. elektrisch tegenkoppelsignaal opwekt dat representatief is voor de gemiddelde intensiteit van de eerste lichtbundel die uittreedt uit het elektrisch stuurbare orgaan, waarbij het bedrijfsniveau van de lichtinten-siteit-modulator wordt gestabiliseerd teneinde de gemoduleerde eerste 5 lichtbundel te doen uittreden met een nagenoeg konstant gemiddeld vermogen.
11. Inrichting volgens conclusie 7, met het kenmerk dat het eerste en tweede optische orgaan een objektieflens bevatten, alsmede een hydrodynamisch luchtleger voor het ondersteunen van de lens boven het eerste oppervlak van de optekendrager.
12. Inrichting volgens conclusie 11, met het kenmerk dat de gecollimeerde eerste lichtbundel nagenoeg evenwijdig is en de objektieflens een ingangs-pupil heeft met grotere diameter dan de diameter van de eerste lichtbundel geleverd door de eerste lichtbron; waarbij het eerste optische orgaan verder spiegels bevat voor het opvouwen van de baan van de eerste lichtbundel 15 afkomstig van de eerste lichtbron en een divergerende lens voor het spreiden van de nagenoeg evenwijdige lichtbundel afkomstig van de eerste lichtbron teneinde deze tenminste de intreepupil van de objektieflens te doen vullen.
13. Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk dat de eerste lichtbron een gepolariseerde laserbundel opwekt en het elektrisch stuurbare 20 orgaan een orgaan bevat voor het draaien van het polarisatievlak van de eerste laserbundel afkomstig van de eerste bron onder sturing door een aanvan-r kelijk in frequentie gemoduleerd signaal; alsmede .een lineaire polarisator waarvan het uitgangssignaal bestaat uit een gemoduleerde laserbundel overeenkomende met het aanvankelijke in frequentie gemoduleerde signaal.
14. Inrichting volgens conclusie 10, met het. kenmerk dat de tegenkoppel- inrichting een niveauinstelorgaan bevat voor het selectief instellen van het gemiddelde vermogen van de gemoduleerde eerste lichtbundel op een voorafbepaalde waarde.
15. inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk dat het elektrisch 30 stuurbare orgaan een stuurketen voor een Pockels-cel en een Pockels-cel bevat, waarbij de stuurketen als reaktie op het aanvankelijke in frequentie gemoduleerde signaal overeenkomstige stuursignalen levert een de Pockels-cel en waarbij de stuurketen voor de Pockels-cel voor wisselspanningen is gekoppeld met de Pockels-cel en de stabiliserende tegenkoppelinri dating 35 voor gelijkspanningen is gekoppeld met de Pockels-cel.
16. Inrichting volgens conclusie 1, gekenmerkt door een bundelpolarisatór en een polarisatie-verschuivingsorgaan voor het verschuiven van het polarisatievlak van de tweede bundel, waarbij de polarisator en het verschuivings-orgaan zijn opgenomen in de baan van de tweede lichtbundel, waarbij de 81 0 0 76 6 - 19 - faundelpolaxisator is opgenomen. tussen de tweede lichtbundelbron en het schuiforgaan en waarbij het schuiforgaan de tweede lichtbundel tijdens de heengaande en teruggaande doorgang door het schuiforgaan naar en van de optekendrager roteert en waarbij de polarisator de intensiteit 5 van de gereflekteerde tweede lichtbundel die door het schuiforgaan wordt doorgelaten naar de tweede lichtbundelbron aanmerkelijk verlaagt.
17. Inrichting volgens conclusie 16, met het kenmerk dat het schuiforgaan bestaat uit een kwartgolflengte-plaatje voor het roteren van de tweede lichtbundel over 90° bij de heengaande en teruggaande door het plaatje.
18. Inrichting volgens ponclusie 16, met het kenmerk dat de bundel- polarisator bestaat uit een polariserende bundelsplitskubus die de gereflekteerde tweede lichtbundel via het schuiforgaan richt op de licht-opnemer.
19. Inrichting volgens conclusie 12, met het kenmerk dat de tweede 15 lichtbundel is gecollimeerd en nagenoeg evenwijdig is; waarbij de ingangs-pupil van de objektieflens een grotere diameter heeft dan de diameter van de tweede lichtbundel geleverd door de tweede lichtbron en waarbij het tweede optische orgaan spiegels bevat voor het opvouwen van de baan van de tweede lichtbundel geleverd door de tweede lichtbron, alsmede 20 een tweede divergerende lens voor het uitspreiden van de nagenoeg evenwijdige lichtbundel afkomstig van de tweede lichtbron teneinde deze tenminste de ingangspupil van de objektieflens te doen vullen.
20. Inrichting volgens conclusie 19, met het kenmerk dat het eerste en het tweede optische orgaan een bundelinrichting bevatten voor het richten 25 van de eerste bundel door de objektieflens onder een hoek ten opzichte van de tweede bundel, waardoor de bundels na het uittreden uit de objektieflens de optekendrager op een afstand van elkaar treffen, waarbij de tweede bundel de optekendrager stroomafwaarts van de eerste bundel treft.
21. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk dat de eerste licht-30 bron een laserbundel veroorzaakt door argonionen opwekt, terwijl de tweede lichtbundel een laserbundel veroorzaakt door helium en neon opwekt en waarbij het tweede optische orgaan een filter bevat dat ondoorlatend is voor een bundel veroorzaakt door argonionen, opgenomen in de baan van de tweede bundel gereflekteerd door de optekendrager naar de opnemer.
22. Werkwijze voor het optekenen van informatie op en het terugwinnen van informatie van een informatiedrager door middel van een paar laserbundels, met het kenmerk dat men een op te tekenen in frequentie gemoduleerd elektrisch signaal verschaft met een draaggolffrequentie die met de tijd varieert overeenkomstig de op te tekenen informatie; dat men de intensiteit van de 8 1 0 0 76 6 -1, ** - 20 - doorlating van een eerste lichtbundel naar een lichtgevoelig oppervlak op de informatiedrager stuurt met het in frequentie gemoduleerde signaal als stuursignaal; dat men de informatiedrager met konstante snelheid beweegt ten opzichte van de eerste lichtbundel terwijl deze is gefocusseerd 5 op het lichtgevoelige oppervlak van de informatiedrager; waarbij de sturing omvat het gebruik van de doorgelaten eerste lichtbundel voor het onomkeerbaar wijzigen van het lichtgevoelige oppervlak van de informatiedrager onder sturing door een deel van het in frequentie gemoduleerde signaal terwijl het orgaan met konstante snelheid beweegt en het verlagen van de 10 intensiteit van de doorgelaten eerste lichtbundel naar het lichtgevoelige oppervlak van de informatiedrager voor het ongewijzigd laten van het lichtgevoelige oppervlak onder sturing door een tweede deel van het in frequentie variërende gemoduleerde signaal terwijl het orgaan met een konstante snelheid beweegt, welke sturing in het lichtgevoelige oppervlak van de 15 optekendrager een langgerekte reeks gebieden veroorzaakt die volgens een spoor op het oppervlak liggen, welke gebieden afwisselend een hoge en lage gerichte reflektiecoëfficiënt loodrecht op het oppervlak vertonen, waarbij de opeenvolging van afwisselende gebieden het in frequentie gemoduleerde signaal voorstelt; terwijl men een tweede lichtbundel van gepolariseerd en 20 gecollimeerd licht werpt op de reeks gebieden en de beweging en relatieve beweging tussen de tweede lichtbundel en de afwisselende gebieden veroorzaakt teneinde reflekties aan de lichtreflekterende gebieden op te wekken die het opgetekende in frequentie gemoduleerde signaal, voorstellen; waarbij men de reflekties meet en een in frequentie gemoduleerd elektrisch signaal 25 opwekt dat met de reflekties overeenkomt, welk in frequentie gemoduleerd elektrisch signaal een informatie-inhoud heeft in de vorm van een draag-golffrequentie die met de tijd varieert.
23. Werkwijze volgens conclusie 22, met het kenmerk dat het verschaffen van een in frequentie gemoduleerd elektrisch signaal omvat het verschaffen 30 van een aanvankelijk elektrisch signaal met een informatie-inhoud in de vorm van een met de tijd variërende spanning en het omzetten van de met de tijd variërende spanning in een in frequentie gemoduleerd elektrisch signaal waarvan de informatie-inhoud de vorm heeft van een draaggolffrequentie die met de tijd varieert overeenkomstig de variaties van de spanning met de 35 tijd.
24. Werkwijze volgens conclusie 23, met het kenmerk dat men de eerste en de tweede lichtbundel stationair houdt en het optekenorgaan met konstante snelheid beweegt ten opzichte van de stilstaande eerste en tweede bundel.
25. Werkwijze volgens conclusie 23, met het kenmerk dat de sturing 81 0 0 76 6 c. 4 - 21 - bestaat uit het gebruik van het in frequentie gemoduleerde signaal voor het variëren van de intensiteit van de eerste lichtbundel tussen een voorafbepaalde intensiteit waarbij de gefocusseerde lichtbundel het lichtgevoelige oppervlak wijzigt en een voorafbepaalde intensiteit waarbij de gefocusseerde 5 bundel het lichtgevoelige oppervlak niet wijzigt, welke wisselingen representatief zijn voor het in frequentie gemoduleerde signaal.
26. Werkwijze volgens conclusie 25, met het kenmerk dat men een aanvankelijk informatiesignaal toepast waarvan de informatie-inhoud de vorm heeft van een spanning die met de tijd varieert en geschikt is voor weergave met een gebrui-10 kelijke televisiemonitor; waarbij de sturing omvat het opwekken van een gemoduleerde en gecollimeerde schrij f-1aserbunde1 van de gepolariseerd monochromatisch licht dat het lichtgevoelige oppervlak van het opteken-orgaan treft, welk oppervlak is voorzien van een dunne en vlakke ondoorzichtig gemetalliseerde deklaag met geschikte fysische eigenschappen voor 15 het mogelijk maken van plaatselijke verhitting als gevolg van het invallen van licht van de schrijflaser, welke verhitting een plaatselijke smelting veroorzaakt, gepaard gaande met terugtrekking van het gesmolten materiaal naar de rand van het gesmolten gebied, zodat bij het stollen een blijvende opening in de dunne gemetalliseerde deklaag achterblijft; terwijl de sturing 20 omvat het gebruik van het in frequentie gemoduleerde signaal voor het variëren van de intensiteit van de schrijfbundel boven de voorafbepaalde intensiteit waarbij de gefocusseerde bundel de gemetalliseerde deklaag smelt zonder deze te verdampen en een waarde onder de voorafbepaalde intensiteit waarbij de gefocusseerde bundel het gemetalliseerde oppervlak niet doet smelten.
27. werkwijze volgens conclusie 24, met het kenmerk dat men een schijf vor mige informatiedrager toepast en de beweging daarvan omvat het opwekken van een gelijkmatige rotatie van de schijf en het synchroniseren van de rotatiebeweging met de beweging van het optekenorgaan voor het verkrijgen van een relatieve beweging van de eerste en tweede lichtbundel radiaal over 30 het oppervlak van het schijfvormige optekenorgaan ter handhaving van een konstante betrekking tussen de rotatiebeweging en de trans latiebeweging.
28. Werkwijze volgens conclusie 26, met het kenmerk dat de sturing verder omvat het stabiliseren van het modulatieniveau van de eerste lichtbundel ter verkrijging van de intensiteitniveaus van de eerste lichtbundel boven 35 en onder de voorafbepaalde intensiteit; het meten van tenminste een deel van de laser-schrijfbundel na modulatie van de schrijfbundel ter verkrijging van een elektrisch tegenkoppelsignaal dat representatief is voor de intensi teit van de schrijfbundel en het gebruik van het tegenkoppelsignaal bij de sturing voor het stabiliseren van het modulatieniveau van de schrijf-40 bundel. _ 8100 76 6 * v - 22 -
29. Werkwijze volgens conclusie 28, met het kenmerk dat het meten van tenminste een deel van de schrijfbundel een elektrisch tegenkoppelsignaal levert dat representatief is voor de gemiddelde intensiteit van de gemoduleerde schrijfbundel, waarbij het bedrijfsniveau van de lichtbundelmodula- 5 tie wordt gestabiliseerd teneinde de gemoduleerde schrijfbundel te doen uittreden met een nagenoeg konstant gemiddeld vermogen.
30. Werkwijze volgens conclusie 26, met het kenmerk dat de sturing omvat een rotatie van het polarisatievlak van de schrijf-laserbundel onder sturing door het in frequentie gemoduleerde signaal en het lineair pola- 10 riseren van de roterende bundel ter verkrijging van een gemoduleerde laser-schrijfbundel overeenkomende met het in frequentie gemoduleerde signaal.
31. Werkwijze volgens conclusie 28, met het kenmerk dat de sturing een selectieve instelling van het gemiddelde vermogen van de gemoduleerde schrijfbundel op een voorafbepaalde waarde omvat.
32. Werkwijze volgens conclusie 28, met het kenmerk dat de sturing omvat het versterken van het in frequentie gemoduleerde signaal ter verkrijging van overeenkomstige stuursignalen voor een Pockels-cel, waarbij het versterkte in frequentie gemoduleerde signaal voor wisselspanningen is gekoppeld met de Pockels-cel en het tegenkoppelsignaal voor gelijkspanningen 20 is gekoppeld met de Pockels-cel.
33. Werkwijze volgens conclusie 23, met het kenmerk dat men het in frequentie gemoduleerde elektrische signaal dat wordt opgewekt bij het meten demoduleert ter verkrijging van een tijdafhankelijke signaalspanning die de opgetekende informatie voorstelt, welke tijdafhankelijke signaal- 25 spanning een informatie-inhoud heeft in de vorm van een spanning die met de tijd varieert en geschikt is voor weergave met een gebruikelijke televisie-monitor.
34. Werkwijze volgens conclusie 22, met het kenmerk dat men het polarisatievlak van de gepolariseerde tweede bundel verschuift door het roteren 30 van de tweede bundel tijdeiis de heengaande en teruggaande doorgang naar en van het optekenorgaan, waardoor de intensiteit van de gereflekteerde tweede bundel die wordt toegevoerd aan de lichtbundelbron die de tweede lichtbundel opwekt aanmerkelijk wordt verminderd.
35. Werkwijze volgens conclusie 24, met het kenmerk dat de verschuiving 35 omvat het roteren van de tweede lichtbundel over 90° tijdens de heengaande en teruggaande doorgang van de tweede lichtbundel naar en van het oppervlak van de optekendrager.
36. Werkwijze volgens conclusie 33, met het kenmerk dat men de tijdafhankelijke spanning verkregen bij de demodulatie vergelijkt met het aanvan- 40 kelijke informatiesignaal. 8 1 0 0 76 6 - 23 -
37. Werkwijze volgens conclusie 36, met het kenmerk dat men de tweede lichtbundel focusseert op een punt op de informatiedrager stroomafwaarts van het invalspunt van de eerste lichtbundel, terwijl men verder het aanvankelijke informatiesignaal vertraagt over een tijd gelijk aan de 5 totale vertragingen vanaf de frequentiemodulatie van het aanvankelijke informatiesignaal tot en met de frequentiedemodulatie van het signaal opgewekt bij het meten, met inbegrip van de tijd die een punt op de informatiedrager nodig heeft om te bewegen van het trefpunt van de eerste bundel naar het trefpunt van de tweede bundel.
38. Werkwijze volgens conclusie 22, met het kenmerk dat men een dbjektieflens naast het optekenorgaan toepast voor het ontvangen van de eerste en de tweede bundel en het richten van de bundel op de informatiedrager, waarbij men de eerste bundel door de objektieflens voert onder een hoek ten opzichte van de tweede bundel, zodat de bundels op een afstand 15 van elkaar uittreden uit de objektieflens en de informatiedrager op een afstand van elkaar treffen.
39. Werkwijze volgens conclusie 22, met het kenmerk dat de eerste lichtbundel afkomstig is van een met argonionen werkende laser en de tweede lichtbundel afkomstig is van een met halium en neon werkende laser, 20 waarbij men de door argonionen veroorzaakte bundel optisch blokkeert in de reflektiebaan vanaf de optekendrager voordat de gereflekteerde tweede bundel wordt gemeten. 81 0 0 76 6
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8100766A NL8100766A (nl) | 1973-02-20 | 1981-02-17 | Inrichting en werkwijze voor het bewaren van informatie op een videoschijf. |
Applications Claiming Priority (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| US33356073A | 1973-02-20 | 1973-02-20 | |
| US33356073 | 1973-02-20 | ||
| NL8100766A NL8100766A (nl) | 1973-02-20 | 1981-02-17 | Inrichting en werkwijze voor het bewaren van informatie op een videoschijf. |
| NL8100766 | 1981-02-17 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8100766A true NL8100766A (nl) | 1981-07-01 |
Family
ID=26645675
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8100766A NL8100766A (nl) | 1973-02-20 | 1981-02-17 | Inrichting en werkwijze voor het bewaren van informatie op een videoschijf. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL8100766A (nl) |
-
1981
- 1981-02-17 NL NL8100766A patent/NL8100766A/nl not_active Application Discontinuation
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US4225873A (en) | Recording and playback system | |
| US4611318A (en) | Method and apparatus for monitoring the storage of information on a storage medium | |
| US4456914A (en) | Method and apparatus for storing information on a storage medium | |
| US4583210A (en) | Method and apparatus for storing and retrieving information | |
| US4488277A (en) | Control system for an optical data recording apparatus | |
| JPS6235170B2 (nl) | ||
| EP0044122A2 (en) | Method and apparatus for writing a signal information track on a disc | |
| NL8100766A (nl) | Inrichting en werkwijze voor het bewaren van informatie op een videoschijf. | |
| NL8100768A (nl) | Inrichting en werkwijze voor het bewaren van informatie op een videoschijf. | |
| GB2033132A (en) | Recording and playback | |
| NL8100767A (nl) | Inrichting en werkwijze voor het bewaren van informatie op een videoschijf. | |
| NL8100770A (nl) | Inrichting en werkwijze voor het bewaren van informatie op een videoschijf. | |
| NL8100764A (nl) | Inrichting en werkwijze voor het bewaren van informatie op een videoschijf. | |
| CA1055157A (en) | Apparatus and method for storing information on and retrieving information from a videodisc | |
| CA1067206A (en) | Apparatus and method for checking information recorded on a videodisc | |
| CA1066414A (en) | Apparatus and method for storing information on a videodisc | |
| KR830001678Y1 (ko) | 비데오 디스크 | |
| CA1057399A (en) | Apparatus and method for reading videodisc | |
| DK153609B (da) | Fremgangsmaade og apparat til skrivning af et signalinformationsspor paa en plade | |
| DK153610B (da) | Fremgangsmaade til skrivning af et informationsspor paa en plade | |
| CH636214A5 (en) | Method and device for recording and reproducing information | |
| SE418914B (sv) | Forfarande for behandling av frekvensmodulerad information pa ett lagringselement samt apparat for behandling av information i form av frekvensmodulerad signal pa ett informationselement | |
| SE419682B (sv) | Informationslagringselement | |
| JPS6342332B2 (nl) | ||
| SE419383B (sv) | Forfarande for behandling av frekvensmodulerad information pa ett informationslagringselement samt apparat for behandling av informationen |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1A | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BV | The patent application has lapsed | ||
| XXA | Miscellaneous |
Free format text: REQUEST FOR RESTORATION TO THE PRIOR STATE FILED 820722(ART.17A) |