NL2012127C2 - Method for controlling transfer of electric energy into and out at least one rechargeable energy storage device. - Google Patents

Method for controlling transfer of electric energy into and out at least one rechargeable energy storage device. Download PDF

Info

Publication number
NL2012127C2
NL2012127C2 NL2012127A NL2012127A NL2012127C2 NL 2012127 C2 NL2012127 C2 NL 2012127C2 NL 2012127 A NL2012127 A NL 2012127A NL 2012127 A NL2012127 A NL 2012127A NL 2012127 C2 NL2012127 C2 NL 2012127C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
predetermined
battery
value
charge state
periods
Prior art date
Application number
NL2012127A
Other languages
English (en)
Inventor
Tjerk Egbert Bernard Goossen
Original Assignee
Nedap Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Nedap Nv filed Critical Nedap Nv
Priority to NL2012127A priority Critical patent/NL2012127C2/en
Priority to PCT/NL2015/050029 priority patent/WO2015112005A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2012127C2 publication Critical patent/NL2012127C2/en

Links

Classifications

    • H02J7/855
    • H02J7/933
    • H02J7/63

Landscapes

  • Charge And Discharge Circuits For Batteries Or The Like (AREA)
  • Secondary Cells (AREA)

Claims (65)

1. Werkwijze voor het regelen van de overdracht van elektrische energie aan en van ten minste een herlaadbare batterij omvattende het instellen van een minimum waarde, die een toegelaten minimum ladingstoestand, State of Charge (SoC), van de batterij vertegenwoordigt, waarbij een ontlading van de batterij wordt stopgezet als een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt de minimum waarde die de minimum ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt bereikt, met het kenmerk dat de werkwijze omvat het variëren van de minimum waard als een functie van een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt waarbij de functie zodanig is dat de minimum waarde wordt verminderd ten minste als binnen een vooraf bepaalde periode de waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt een eerste vooraf bepaalde minimum eis overschrijdt en de minimum waarde wordt verhoogd ten minste als tijdens een vooraf bepaalde periode de waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt een tweede vooraf bepaalde minimum eis niet overschrijdt waarbij de tweede vooraf bepaalde minimum eis overeenkomt met een lagere ladingstoestand van de batterij dan de eerste vooraf bepaalde minimum eis.
2. Werkwijze voor het regelen van de overdracht van elektrische energie aan en van ten minste een herlaadbare batterij omvattende het instellen van een minimum waarde die een toegelaten minimum ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt, waarbij een ontlading van de batterij wordt stopgezet als een waarde, die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt, de minimum waarde die de minimum ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt bereikt, met het kenmerk dat de waarde die de minimum ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt wordt veranderd zodanig dat plaatsebjke pieken in de variaties in de tijd van de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt liggen tussen een eerste vooraf bepaalde waarde en een tweede vooraf bepaalde waarde.
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, waarbij de werkwijze ten minste de volgende stappen omvat: - een stap a. waarbij de minimum waarde wordt verminderd; - een stap b. waarbij de minimum waarde wordt verhoogd; waarbij stap a. wordt uitgevoerd als binnen ten minste een eerste vooraf bepaalde tijdsperiode een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt groter is dan een eerste vooraf bepaalde waarde voor ten minste een ogenblik in de tijd; en waarbij stap b wordt uitgevoerd als binnen ten minste een tweede vooraf bepaalde tijdsperiode de waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt kleiner is dan een tweede vooraf bepaalde waarde voor ten minste tijdens een vooraf bepaalde tijdslengte, waarbij bij voorkeur de eerste vooraf bepaalde tijdsperiode de tweede vooraf bepaalde tijdsperiode is.
4. Werkwijze volgens conclusie 3, met het kenmerk dat stap b. wordt uitgevoerd als binnen de ten minste de tweede vooraf bepaalde tijdsperiode de waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt altijd kleiner is dan de tweede vooraf bepaalde waarde.
5. Werkwijze volgens conclusie 3 of 4, met het kenmerk dat als binnen ten minste de eerste vooraf bepaalde tijdsperiode de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt groter is dan of gelijk is aan de eerste vooraf bepaalde waarde voor ten minste een ogenblik in de tijd, dan stap a. ook wordt uitgevoerd en/of als binnen ten minste de tweede vooraf bepaalde tijdsperiode de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt altijd of ten minste tijdens een vooraf bepaalde tijdslengte kleiner is dan of gelijk is aan de tweede vooraf bepaalde waarde, dan stap b. ook wordt uitgevoerd.
6. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het regelen van de overdracht van elektrische energie plaatsvindt in erop volgende vooraf bepaalde tijdsperioden, waarbij stap a. wordt uitgevoerd als binnen een vooraf bepaalde periode van een vooraf bepaalde verzameling van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt groter is dan de eerste vooraf bepaalde waarde en optioneel ook als binnen een vooraf bepaalde periode van de vooraf bepaalde verzameling van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt gelijk is aan de eerste vooraf bepaalde waarde, waarbij stap a. omvat het verminderen van de minimum waarde in een volgende vooraf bepaalde periode.
7. Werkwijze volgens conclusie 6, met het kenmerk dat stap b. wordt uitgevoerd als binnen een vooraf bepaalde periode van een vooraf bepaalde verzameling van de vooraf bepaalde perioden de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt ten minste tijdens een vooraf bepaalde tijdslengte kleiner is dan de tweede vooraf bepaalde waarde en optioneel ook als binnen een vooraf bepaalde periode van de vooraf bepaalde verzameling van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt gelijk is aan of kleiner is dan ten minste tijdens een vooraf bepaalde tijdslengte de tweede vooraf bepaalde waarde, waarbij stap b. omvat het verhogen van de minimum waarde in een volgende vooraf bepaalde periode.
8. Werkwijze volgens conclusie 7, met het kenmerk dat stap b. wordt uitgevoerd als binnen een vooraf bepaalde periode van de vooraf bepaalde verzameling van de vooraf bepaalde perioden de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt altijd kleiner is dan de tweede vooraf bepaalde waarde en optioneel ook als binnen een vooraf bepaalde periode van de vooraf bepaalde verzameling van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt altijd gelijk is aan of kleiner is dan de tweede vooraf bepaalde waarde.
9. Werkwijze volgens conclusie 6, 7of 8, met het kenmerk dat stap a. wordt uitgevoerd als tijdens een ogenblik in de tijd binnen een vooraf bepaalde periode van een vooraf bepaalde verzameling van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt groter is dan de eerste vooraf bepaalde waarde en optioneel ook als tijdens een ogenblik in de tijd binnen een vooraf bepaalde periode van een vooraf bepaalde verzameling van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt gelijk is aan de eerste vooraf bepaalde waarde.
10. Werkwijze volgens conclusie 6, 7 of 8, met het kenmerk dat stap a. wordt uitgevoerd als tijdens ten minste een vooraf bepaalde tijdslengte binnen een vooraf bepaalde periode van een vooraf bepaalde verzameling van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt groter is dan de eerste vooraf bepaalde waarde en optioneel ook als tijdens ten minste de vooraf bepaalde tijdslengte binnen een vooraf bepaalde periode van de vooraf bepaalde verzameling van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt gelijk is aan de eerste vooraf bepaalde waarde.
11. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de minimum waarde begrensd wordt om in stap a. en stap b. binnen een vooraf bepaald bereik te variëren.
12. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat in stap a. de minimum waarde wordt verminderd met een vooraf bepaalde verminderingswaarde en/of dat in stap b. de minimum waarde wordt verhoogd met een vooraf bepaalde verhogingswaarde.
13. Werkwijze volgens conclusie 10, met het kenmerk dat de vooraf bepaalde verhogingswaard vast is en/of dat de vooraf bepaalde vermin deringswaarde vast is.
14. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies 3-11, met het kenmerk dat stap a. omvat het verminderen van de minimum waarde met een mate dat afhankelijk is van de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt en/of dat stap b. omvat het verhogen van de minimum waarde met een mate dat afhankelijk is van de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt.
15. Werkwijze volgens conclusie 14, met het kenmerk dat stap a. omvat het verminderen van de minimum waarde met een eerste mate waarbij in een stap c. de eerste mate wordt verhoogd als de waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt is verhoogd volgens een eerste vooraf bepaald criterium en waarbij de eerste mate wordt verminderd als de eerste waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt is verminderd volgens een tweede vooraf bepaald criterium en/of dat stap b. omvat het verhogen van de minimum waarde met een tweede mate waarbij in een stap d. de tweede mate wordt verhoogd als de eerste waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt is verminderd volgens een derde vooraf bepaald criterium en waarbij de tweede mate wordt verminderd als de eerste waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt is verhoogd volgens een vierde vooraf bepaalde criterium.
16. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies 6-10, met het kenmerk dat gebruik wordt gemaakt van vermogensopwekmiddelen die verbonden zijn met de batterij waarbij de minimum waarde wordt verminderd als nodig voor het in staat stellen dat de door de vermogensopwekmiddelen gegenereerde elektrische energie in een eerste vooraf bepaalde verzameling van perioden van de vooraf bepaalde perioden kan worden opgeslagen in de batterij in een tweede vooraf bepaalde verzameling van perioden van de vooraf bepaalde perioden waarbij elk van de perioden van de tweede verzameling later is dan elk van de perioden van de eerste verzameling.
17. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies 6-10 of 16, met het kenmerk dat dat gebruik wordt gemaakt van vermogensopwekmiddelen die verbonden zijn met de batterij waarbij de minimum waarde wordt verhoogd als nodig voor het in staat stellen dat de door de vermogensopwekmiddelen gegenereerde elektrische energie in een derde vooraf bepaalde verzameling van perioden van de vooraf bepaalde perioden kan worden opgeslagen in de batterij in een vierde vooraf bepaalde verzameling van perioden van de vooraf bepaalde perioden waarbij elk van de perioden van de derde verzameling later is dan elk van de perioden van de vierde verzamebng en waarbij na het opslaan van de elektrische energie in de batterij de batterij is op geladen tot een vooraf bepaalde waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt.
18. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies 3-17, met het kenmerk dat als de voorwaarden voor het uitvoeren van stap a. niet zijn voldaan en de voorwaarden voor het uitvoeren van stap b. niet zijn voldaan, dan de minimum waarde onveranderd blijft.
19. Batterij oplaad- en ontlaadeenheid ingericht om te worden verbonden met een batterij voor het regelen van het opladen en ontladen van de batterij, met het kenmerk dat de oplaad- en ontlaadeenheid verder ingericht is om een werkwijze volgens een der voorgaande conclusies uit te voeren.
20. Batterij oplaad- en ontlaadeenheid ingericht om te worden verbonden met een batterij voor het regelen van de overdracht van elektrische energie aan en van ten minste een herlaadbare batterij waarbij de batterij oplaad- en ontlaadeenheid ingericht is voor het instellen van een minimum waarde die een toegelaten minimum ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt waarbij een ontlading van de batterij wordt stopgezet door de batterij oplaad- en ontlaadeenheid als een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt de minimum waarde die de minimum ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt bereikt, met het kenmerk dat de batterij oplaad- en ontlaadeenheid verder ingericht is voor het variëren van de minimum waarde als een functie van een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt, waarbij de functie zodanig is dat de minimum waarde wordt verminderd ten minste als binnen een vooraf bepaalde periode de waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt een eerste vooraf bepaalde minimum eis overschrijdt en de minimum waarde wordt verhoogd ten minste als tijdens een vooraf bepaalde periode de waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt een tweede vooraf bepaalde minimum eis niet overschrijdt waarbij de tweede vooraf bepaalde minimum eis overeenkomt met een lagere ladingstoestand dan de eerste vooraf bepaalde minimum eis.
21. Batterij oplaad- en ontlaadeenheid ingericht om te worden verbonden met een batterij voor het regelen van de overdracht van elektrische energie aan en van ten minste een herlaadbare batterij waarbij de batterij oplaad- en ontlaadeenheid ingericht is voor het instellen van een minimum waarde die een toegelaten minimum ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt waarbij een ontlading van de batterij wordt stopgezet door de batterij oplaad- en ontlaadeenheid als een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt de minimum waarde die de minimum ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt bereikt, met het kenmerk dat de batterij oplaad- en ontlaadeenheid is ingericht zodanig dat de waarde die de minimum ladingstoestand vertegenwoordigt wordt veranderd zodanig dat plaatselijke pieken in de variaties in de tijd van de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt liggen tussen een eerste vooraf bepaalde waarde en een tweede vooraf bepaalde waarde.
22. Batterij oplaad- en ontlaadeenheid volgens conclusie 20 of 21 waarbij de batterij oplaad- en ontlaadeenheid ingericht is om ten minste de volgende stappen uit te voeren: - een stap a. waarbij de minimum waarde wordt verminderd; - een stap b. waarbij de minimum waarde wordt verhoogd; waarbij de batterij oplaad- en ontlaadeenheid zodanig ingericht is dat stap a. wordt uitgevoerd als binnen ten minste een eerste vooraf bepaalde tijdsperiode een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt groter is dan een eerste vooraf bepaalde waarde voor ten minste een ogenblik in de tijd; en waarbij de batterij oplaad- en ontlaadeenheid zodanig ingericht is dat stap b. wordt uitgevoerd als binnen ten minste een tweede vooraf bepaalde tijdsperiode de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt kleiner is dan een tweede vooraf bepaalde waarde ten minste tijdens een vooraf bepaalde tijdslengte waarbij bij voorkeur de eerste vooraf bepaalde tijdsperiode is de tweede vooraf bepaalde tijdsperiode.
23. Batterij oplaad- en ontlaadeenheid volgens conclusie 22, met het kenmerk dat de batterij oplaad- en ontlaadeenheid ingericht is om stap b. uit te voeren als binnen de ten minste de tweede vooraf bepaalde tijdsperiode de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt altijd kleiner is dan de tweede vooraf bepaalde waarde.
24. Batterij oplaad- en ontlaadeenheid volgens conclusie 22 of 23, met het kenmerk dat de batterij oplaad- en ontlaadeenheid zodanig ingericht is dat als binnen ten minste de eerste vooraf bepaalde tijdsperiode de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt groter is dan of gelijk is aan de eerste vooraf bepaalde waarde voor ten minste een ogenblik in de tijd, dan stap a. ook wordt uitgevoerd en/of zodanig dat als binnen ten minste de tweede vooraf bepaalde tijdsperiode de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt altijd of ten minste tijdens een vooraf bepaalde tijdslengte kleiner is of gelijk is aan de tweede vooraf bepaalde waarde, dan stap b. ook wordt uitgevoerd.
25. Batterij oplaad- en ontlaadeenheid volgens een der voorgaande conclusies 22-24, met het kenmerk dat de batterij oplaad- en ontlaadeenheid zodanig ingericht is dat het regelen van de overdracht van elektrische energie plaatsvindt in erop volgende vooraf bepaalde tijdsperioden, waarbij de batterij oplaad- en ontlaadeenheid zodanig ingericht is dat stap a. wordt uitgevoerd als binnen een van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt groter is dan de eerste vooraf bepaalde waarde en optioneel ook als binnen een van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt gelijk is aan de eerste vooraf bepaalde waarde, waarbij stap a. omvat het verminderen van de minimum waarde in een volgende periode.
26. Batterij oplaad- en ontlaadeenheid volgens conclusie 25, met het kenmerk dat de batterij oplaad- en ontlaadeenheid zodanig ingericht is dat stap b. wordt uitgevoerd als binnen een van de vooraf bepaalde perioden de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt ten minste tijdens een vooraf bepaalde tijdslengte kleiner is dan de tweede vooraf bepaalde waarde en optioneel ook als binnen een van de perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt ten minste tijdens een vooraf bepaalde tijdslengte gelijk is aan of kleiner is dan de tweede vooraf bepaalde waarde, waarbij stap b. omvat het verhogen van de minimum waarde in een volgende periode.
27. Batterij oplaad- en ontlaadeenheid volgens conclusie 26, met het kenmerk dat de batterij oplaad- en ontlaadeenheid zodanig ingericht is dat stap b. wordt uitgevoerd als binnen een van de vooraf bepaalde perioden de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt altijd kleiner is dan de tweede vooraf bepaalde waarde en optioneel ook als binnen een van de perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt altijd gebjk is aan of kleiner is dan de tweede vooraf bepaalde waarde.
28. Batterij oplaad- en ontlaadeenheid volgens conclusie 25, 26 of 27, met het kenmerk dat de batterij oplaad- en ontlaadeenheid zodanig ingericht is dat stap a. wordt uitgevoerd als tijdens een ogenblik in de tijd binnen een van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt groter is dan de eerste vooraf bepaalde waarde en optioneel ook als tijdens een ogenblik in de tijd binnen een van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt gelijk is aan de eerste vooraf bepaalde waarde.
29. Batterij oplaad- en ontlaadeenheid volgens conclusie 25, 26 of 27, met het kenmerk dat de batterij oplaad- en ontlaadeenheid zodanig ingericht is dat stap a. wordt uitgevoerd als tijdens ten minste een vooraf bepaalde tijdslengte binnen een van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt groter is dan de eerste vooraf bepaalde waarde en optioneel ook als tijdens ten minste de vooraf bepaalde tijdslengte binnen een van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt gelijk is aan de eerste vooraf bepaalde waarde.
30. Batterij oplaad- en ontlaadeenheid volgens een der voorgaande conclusies 22-29, met het kenmerk dat de batterij oplaad- en ontlaadeenheid zodanig ingericht is dat de minimum waarde wordt begrensd om te variëren in stap a. en stap b. binnen een vooraf bepaald bereik.
31. Batterij oplaad- en ontlaadeenheid volgens een der voorgaande conclusies 22-30, met het kenmerk dat de batterij oplaad- en ontlaadeenheid zodanig ingericht is dat in stap a. de minimum waarde wordt verminderd met een vooraf bepaalde verminderingswaarde en/of zodanig dat in stap b. de minimum waarde wordt verhoogd met een vooraf bepaalde verhogingswaarde.
32. Batterij oplaad- en ontlaadeenheid volgens conclusie 31, met het kenmerk dat de batterij oplaad- en ontlaadeenheid zodanig ingericht is dat de vooraf bepaalde verhogingswaard vast is en/of dat de vooraf bepaalde verminderingswaarde vast is.
33. Batterij oplaad- en ontlaadeenheid volgens een der voorgaande conclusies 22-30, met het kenmerk dat de batterij oplaad- en ontlaadeenheid zodanig ingericht is dat stap a. omvat het verminderen van de minimum waarde met een mate dat afhankelijk is van de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt en/of dat stap b. omvat het verhogen van de minimum waarde met een mate dat afhankelijk is van de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt.
34. Batterij oplaad- en ontlaadeenheid volgens conclusie 33, met het kenmerk dat de batterij oplaad- en ontlaadeenheid zodanig ingericht is dat stap a. omvat het verminderen van de minimum waarde met een eerste mate waarbij in een stap c. de eerste mate wordt verhoogd als de waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt wordt verhoogd volgens een eerste vooraf bepaald criterium en waarbij de eerste mate wordt verminderd als de eerste waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt wordt verminderd volgens een tweede vooraf bepaald criterium en/of zodanig dat stap b. omvat het verhogen van de minimum waarde met een tweede mate waarbij in een stap d. de tweede mate wordt verhoogd als de eerste waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt wordt verminderd volgens een derde vooraf bepaald criterium en waarbij de tweede mate wordt verminderd of de eerste waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt wordt verhoogd volgens een vierde vooraf bepaalde criterium.
35. Batterij oplaad- en ontlaadeenheid volgens een der voorgaande conclusies 25-29, met het kenmerk dat de batterij oplaad- en ontlaadeenheid zodanig ingericht is dat de minimum waarde wordt verminderd als nodig voor het in staat stellen dat de door de vermogensopwekmiddelen gegenereerde elektrische energie in een eerste vooraf bepaalde verzameling van perioden van de vooraf bepaalde perioden kan worden opgeslagen in de batterij in een tweede vooraf bepaalde verzameling van perioden van de vooraf bepaalde perioden waarbij elk van de perioden van de tweede verzameling later is dan elk van de perioden van de eerste verzameling.
36. Batterij oplaad- en ontlaadeenheid volgens een der voorgaande conclusies 25-29 of 35, met het kenmerk dat de batterij oplaad- en ontlaadeenheid zodanig ingericht is dat de minimum waarde wordt verhoogd als nodig voor het in staat stellen dat de door de vermogensopwekmiddelen gegenereerde elektrische energie in een derde vooraf bepaalde verzameling van perioden van de vooraf bepaalde perioden kan worden opgeslagen in de batterij in een vierde vooraf bepaalde verzameling van perioden van de vooraf bepaalde perioden waarbij elk van de perioden van de derde verzameling later is dan elk van de perioden van de vierde verzameling en waarbij na het opslaan van de elektrische energie in de batterij de batterij is op geladen tot een vooraf bepaalde waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt.
37. Batterij oplaad- en ontlaadeenheid volgens een der voorgaande conclusies 22-36, met het kenmerk dat de batterij oplaad- en ontlaadeenheid zodanig ingericht is dat als de voorwaarden voor het uitvoeren van stap a. niet zijn voldaan en de voorwaarden voor het uitvoeren van stap b. niet zijn voldaan, dan de minimum waarde onveranderd blijft.
38. Systeem voorzien van een vermogensopwekeenheidsconnector welke verbonden kan worden met een vermogensopwekeenheid, een batterij oplaad-en ontlaadeenheid volgens een der voorgaande conclusies 20-37 en een belastingsconnector welke verbonden kan worden met een belasting, waarbij de vermogensopwekeenheidsconnector, de batterij oplaad- en ontlaadeenheid en de belastingsconnector met elkaar zijn verbonden voor de overdracht van elektrische energie tussen de vermogensopwekeenheidsconnector, de batterij oplaad- en ontlaadeenheid en de belastingsconnector en waarbij de batterij, in gebruik, verbonden is met de batterij oplaad- en ontlaadeenheid voor het opladen en ontladen van de batterij waarbij het systeem ingericht is om, in gebruik, elektrische energie over te dragen van de vermogensopwekeenheidsconnector aan de belastingsconnector en/of de batterij oplaad- en ontlaadeenheid voor het opladen van de batterij en waarbij het systeem ingericht is om elektrische energie over te dragen van de batterij via de oplaad- en ontlaadeenheid aan de ten minste ene belastingsconnector.
39. Systeem voorzien van een vermogensopwekeenheidsconnector welke verbonden kan worden met een vermogensopwekeenheid, een batterij oplaad-en ontlaadeenheid welke verbonden kan worden met een batterij en een belastingsconnector welke verbonden kan worden met een belasting, waarbij de vermogensopwekeenheidsconnector, de batterij oplaad- en ontlaadeenheid en de belastingsconnector met elkaar zijn verbonden voor de overdracht van elektrische energie tussen de vermogensopwekeenheidsconnector, de batterij oplaad- en ontlaadeenheid en de belastingsconnector en waarbij, in gebruik, de batterij verbonden is met de batterij oplaad- en ontlaadeenheid voor het opladen en ontladen van de batterij waarbij het systeem ingericht is om elektrische energie over te dragen van de vermogensopwekeenheidsconnector aan de belastingsconnector en/of de batterij oplaad- en ontlaadeenheid voor het opladen van de batterij en waarbij het systeem ingericht is om, in gebruik, elektrische energie over te dragen van de batterij via de oplaad- en ontlaadeenheid aan de ten minste ene belastingsconnector, met het kenmerk dat het systeem ingericht is voor het uitvoeren van de werkwijze volgens een der voorgaande conclusies 1-19.
40. Systeem voorzien van, een vermogensopwekeenheidsconnector welke verbonden kan worden met een vermogensopwekeenheid, een batterij oplaad-en ontlaadeenheid welke verbonden kan worden met een batterij en een belastingsconnector welke verbonden kan worden met een belasting, waarbij de vermogensopwekeenheidsconnector, de batterij oplaad- en ontlaadeenheid en de belastingsconnector zijn met elkaar verbonden voor de overdracht van elektrische energie tussen de vermogensopwekeenheidsconnector, de batterij oplaad- en ontlaadeenheid en de belastingsconnector en waarbij de batterij verbindbaar is met de batterij oplaad- en ontlaadeenheid voor het opladen en ontladen van de batterij waarbij het systeem ingericht is om elektrische energie over te dragen van de vermogensopwekeenheidsconnector aan de belastingsconnector en/of de batterij oplaad- en ontlaadeenheid voor het opladen van de batterij en waarbij het systeem ingericht is om elektrische energie over te dragen van de batterij via de oplaad- en ontlaadeenheid aan de ten minste ene belastingsconnector, waarbij het systeem ingericht is voor het instellen van een minimum waarde die een toegelaten minimum ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt waarbij een ontlading van de batterij wordt stopgezet door de batterij oplaad- en ontlaadeenheid als een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt de minimum waarde die de minimum ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt bereikt, met het kenmerk dat het systeem verder ingericht is voor het variëren van de minimum waarde als een functie van een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt, waarbij de functie zodanig is dat de minimum waarde wordt verminderd ten minste als binnen een vooraf bepaalde periode de waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt een eerste vooraf bepaalde minimum eis overschrijdt en de minimum waarde wordt verhoogd ten minste als tijdens een vooraf bepaalde periode de waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt een tweede vooraf bepaalde minimum eis niet overschrijdt waarbij de tweede vooraf bepaalde minimum eis overeenkomt met een lagere ladingstoestand dan de eerste vooraf bepaalde minimum eis; of dat het systeem zodanig ingericht is dat de waarde die de minimum ladingstoestand vertegenwoordigt zodanig wordt veranderd dat plaatselijke pieken in de variaties in de tijd van de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt liggen tussen een eerste vooraf bepaalde waarde en een tweede vooraf bepaalde waarde.
41. Systeem volgens conclusie 40 waarbij het systeem ingericht is om ten minste de volgende stappen uit te voeren: - een stap a. waarin de minimum waarde wordt verminderd; - een stap b. waarin de minimum waarde wordt verhoogd; waarbij het systeem zodanig ingericht is dat stap a. wordt uitgevoerd als binnen ten minste een eerste vooraf bepaalde tijdsperiode een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt voor ten minste een ogenblik in de tijd groter is dan een eerste vooraf bepaalde waarde; en waarbij het systeem zodanig ingericht is dat stap b. wordt uitgevoerd als binnen ten minste een tweede vooraf bepaalde tijdsperiode de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt ten minste tijdens een vooraf bepaalde tijdslengte kleiner is dan een tweede vooraf bepaalde waarde waarbij bij voorkeur de eerste vooraf bepaalde tijdsperiode is de tweede vooraf bepaalde tijdsperiode.
42. Systeem volgens conclusie 41, met het kenmerk dat het systeem ingericht is om stap b. uit te voeren als binnen de ten minste de tweede vooraf bepaalde tijdsperiode de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt altijd kleiner is dan de tweede vooraf bepaalde waarde.
43. Systeem volgens conclusie 41 of 42, met het kenmerk dat het systeem zodanig ingericht is dat als binnen ten minste de eerste vooraf bepaalde tijdsperiode de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt voor ten minste een ogenblik in de tijd groter is dan of gelijk is aan de eerste vooraf bepaalde waarde, dan stap a. ook wordt uitgevoerd en/of zodanig dat als binnen ten minste de tweede vooraf bepaalde tijdsperiode de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt altijd of ten minste tijdens een vooraf bepaalde tijdslengte kleiner is dan of gelijk is aan de tweede vooraf bepaalde waarde, dan stap b. ook wordt uitgevoerd.
44. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 40-43, met het kenmerk dat het systeem zodanig ingericht is dat het regelen van de overdracht van elektrische energie plaatsvindt in erop volgende vooraf bepaalde tijdsperioden, waarbij het systeem zodanig ingericht is dat stap a. wordt uitgevoerd als binnen een van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt groter is dan de eerste vooraf bepaalde waarde en optioneel ook als binnen een van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt gelijk is aan de eerste vooraf bepaalde waarde, waarbij stap a. omvat het verminderen van de minimum waarde in een volgende periode.
45. Systeem volgens conclusie 44, met het kenmerk dat het systeem zodanig ingericht is dat stap b. wordt uitgevoerd als binnen een van de vooraf bepaalde perioden de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt ten minste tijdens een vooraf bepaalde tijdslengte kleiner is dan de tweede vooraf bepaalde waarde en optioneel ook als binnen een van de perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt ten minste tijdens een vooraf bepaalde tijdslengte gelijk is aan of kleiner is dan de tweede vooraf bepaalde waarde, waarbij stap b. omvat het verhogen van de minimum waarde in een volgende periode.
46. Systeem volgens conclusie 45, met het kenmerk dat het systeem zodanig ingericht is dat stap b. wordt uitgevoerd als binnen een van de vooraf bepaalde perioden de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt altijd kleiner is dan de tweede vooraf bepaalde waarde en optioneel ook als binnen een van de perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt altijd gelijk is aan of kleiner is dan de tweede vooraf bepaalde waarde.
47. Systeem volgens conclusie 44, 45 of 46, met het kenmerk dat het systeem zodanig ingericht is dat stap a. wordt uitgevoerd als tijdens een ogenbhk in de tijd binnen een van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt groter is dan de eerste vooraf bepaalde waarde en optioneel ook als tijdens een ogenblik in de tijd binnen een van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt gelijk is aan de eerste vooraf bepaalde waarde.
48. Systeem volgens conclusie 44, 45 of 46, met het kenmerk dat het systeem zodanig ingericht is dat stap a. wordt uitgevoerd als tijdens ten minste een vooraf bepaalde tijdslengte binnen een van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt groter is dan de eerste vooraf bepaalde waarde en optioneel ook als tijdens ten minste de vooraf bepaalde tijdslengte binnen een van de vooraf bepaalde perioden een waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt gelijk is aan de eerste vooraf bepaalde waarde.
49. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 41-48, met het kenmerk dat het systeem zodanig ingericht is dat de minimum waarde wordt begrensd om te variëren in stap a. en stap b. binnen een vooraf bepaald bereik.
50. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 41-49, met het kenmerk dat het systeem zodanig ingericht is dat in stap a. de minimum waarde wordt verminderd met een vooraf bepaalde verminderingswaarde en/of zodanig dat in stap b. de minimum waarde wordt verhoogd met een vooraf bepaalde verhogingswaarde.
51. Systeem volgens conclusie 50, met het kenmerk dat het systeem zodanig ingericht is dat de vooraf bepaalde verhogingswaard vast is en/of dat de vooraf bepaalde verminderingswaarde vast is.
52. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 41-50, met het kenmerk dat het systeem zodanig ingericht is dat stap a. omvat het verminderen van de minimum waarde met een mate die afhankelijk is van de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt en/of dat stap b. omvat het verhogen van de minimum waarde met een mate die afhankelijk is van de waarde die de ladingstoestand van de batterij vertegenwoordigt.
53. Systeem volgens conclusie 52, met het kenmerk dat het systeem zodanig ingericht is dat stap a. omvat het verminderen van de minimum waarde met een eerste mate waarbij in een stap c. de eerste mate wordt verhoogd als de waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt is verhoogd volgens een eerste vooraf bepaalde criteria en waarbij de eerste mate wordt verminderd als de eerste waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt is verminderd volgens een tweede vooraf bepaald criterium en/of zodanig dat stap b. omvat het verhogen van de minimum waarde met een tweede mate waarbij in een stap d. de tweede mate wordt verhoogd als de eerste waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt is verminderd volgens een derde vooraf bepaald criterium en waarbij de tweede mate wordt verminderd als de eerste waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt is verhoogd volgens een vierde vooraf bepaalde criterium.
54. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 44-49, met het kenmerk dat het systeem zodanig ingericht is dat de minimum waarde wordt verminderd als nodig voor het in staat stellen dat de door de vermogensopwekmiddelen gegenereerde elektrische energie in een eerste vooraf bepaalde verzameling van perioden van de vooraf bepaalde perioden kan worden opgeslagen in de batterij in een tweede vooraf bepaalde verzameling van perioden van de vooraf bepaalde perioden waarbij elk van de perioden van de tweede verzameling later is dan elk van de perioden van de eerste verzameling.
55. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 44-49 of 54, met het kenmerk dat het systeem zodanig ingericht is dat de minimum waarde wordt verhoogd als nodig voor het in staat stellen dat de door de vermogensopwekmiddelen gegenereerde elektrische energie in een derde vooraf bepaalde verzameling van perioden van de vooraf bepaalde perioden kan worden opgeslagen in de batterij in een vierde vooraf bepaalde verzameling van perioden van de vooraf bepaalde perioden waarbij elk van de perioden van de derde verzameling later is dan elk van de perioden van de vierde verzameling en waarbij na het opslaan van de elektrische energie in de batterij de batterij is op geladen tot een vooraf bepaalde waarde die de ladingstoestand vertegenwoordigt.
56. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 38-55, met het kenmerk dat het systeem zodanig ingericht is dat als de voorwaarden voor het uitvoeren van stap a. niet zijn voldaan en de voorwaarden voor het uitvoeren van stap b. niet zijn voldaan, dan de minimum waarde onveranderd blijft.
57. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 38-56, met het kenmerk dat het systeem verder voorzien is van een vermogensnetconnector welke verbonden is met de vermogensopwekeenheidsconnector, de batterij oplaad- en ontlaadeenheid en de belastingsconnector voor het overdragen van energie van de vermogensnetconnector aan de belastingsconnector en/of voor het overdragen van energie van de vermogensopwekeenheidsconnector en/of de batterij oplaad- en ontlaadeenheid aan de vermogensnetconnector.
58. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 38-57, met het kenmerk dat het systeem verder voorzien is van een bus waarbij de vermogensopwekeenheidsconnector, de batterij oplaad- en ontlaadeenheid en de belastingsconnector verbonden zijn met de bus voor het overdragen van elektrische energie van de vermogensopwekeenheidsconnector aan de bus, van de batterij oplaad- en ontlaadeenheid aan de bus en vice versa en van de bus aan de belastingsconnector.
59. Systeem volgens conclusies 57 en 58, met het kenmerk dat de vermogensnetconnector ook verbonden is met de bus voor het overdragen van elektrische energie van de bus aan de vermogensnetconnector en vice versa.
60. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 38-59, met het kenmerk dat het systeem ingericht is voor het verschaffen van elektrische energie aan een gebouw.
61. Systeem volgens conclusie 60, met het kenmerk dat het systeem een belasting omvat in de vorm van een plaatsehjke vermogensnet van een gebouw waarbij de belasting verbonden is met de belastingsconnector.
62. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 38-61, met het kenmerk dat het systeem voorzien is van een vermogensopwekeenheid verbonden met de vermogensopwekeenheidsconnector waarbbij bij voorkeur de vermogensopwekeenheid een zonnepaneel of een windmolen is.
63. Systeem voorzien van een batterij oplaad- en ontlaadeenheid volgens een der voorgaande conclusies 19-37 en een batterij verbonden met de oplaad- en ontlaadeenheid voor het opladen en ontladen van de batterij.
64. Systeem volgens een der voorgaande conclusies waarbij het systeem ingericht is om de oplaad- en ontlaadeenheid uit te schakelen als de ladingstoestand van de batterij tijdens een vooraf bepaalde periode onder een vooraf bepaalde waarde blijft of als de minimum ladingstoestand boven een vooraf bepaalde waarde stijgt, bijvoorbeeld tijdens een vooraf bepaalde tijdslengte.
65. Systeem volgens een der voorgaande conclusies waarbij het systeem ingericht is om de oplaad- en ontlaadeenheid uit te schakelen als gedetecteerd wordt door middelen van het systeem dat het door een energieopwekeenheid aan de energieopwekeenheid overgedragen vermogen onder een vooraf bepaalde waarde is of onder een vooraf bepaalde waarde is tijdens een vooraf bepaalde tijdslengte.
NL2012127A 2014-01-23 2014-01-23 Method for controlling transfer of electric energy into and out at least one rechargeable energy storage device. NL2012127C2 (en)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2012127A NL2012127C2 (en) 2014-01-23 2014-01-23 Method for controlling transfer of electric energy into and out at least one rechargeable energy storage device.
PCT/NL2015/050029 WO2015112005A1 (en) 2014-01-23 2015-01-16 Method for controlling transfer of electric energy into and out at least one rechargeable energy storage device

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2012127 2014-01-23
NL2012127A NL2012127C2 (en) 2014-01-23 2014-01-23 Method for controlling transfer of electric energy into and out at least one rechargeable energy storage device.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2012127C2 true NL2012127C2 (en) 2015-07-29

Family

ID=50239905

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2012127A NL2012127C2 (en) 2014-01-23 2014-01-23 Method for controlling transfer of electric energy into and out at least one rechargeable energy storage device.

Country Status (2)

Country Link
NL (1) NL2012127C2 (nl)
WO (1) WO2015112005A1 (nl)

Citations (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JP2009194947A (ja) * 2008-02-12 2009-08-27 Kansai Electric Power Co Inc:The 充放電深度管理装置及び方法、並びに、蓄電システム

Patent Citations (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JP2009194947A (ja) * 2008-02-12 2009-08-27 Kansai Electric Power Co Inc:The 充放電深度管理装置及び方法、並びに、蓄電システム

Also Published As

Publication number Publication date
WO2015112005A1 (en) 2015-07-30

Similar Documents

Publication Publication Date Title
Tran et al. An efficient energy management approach for a solar-powered EV battery charging facility to support distribution grids
Qiu et al. A field validated model of a vanadium redox flow battery for microgrids
US5834922A (en) Secondary battery power storage system
US9343926B2 (en) Power controller
CN102104257B (zh) 公寓楼的储能系统、集成电力管理系统及系统控制方法
US9331512B2 (en) Power control device and power control method for measuring open-circuit voltage of battery
US8742629B2 (en) Residential electric power storage system
ES3038632T3 (en) Method of controlling of battery energy storage system of power system with high dynamic loads
CN109428393A (zh) 不间断电源系统和方法
CN1162371A (zh) 用于光电压电力分配的方法和设备
WO2009155445A2 (en) Integrated renewable energy generation and storage systems and associated methods
JP2004274981A (ja) 2次電池制御方法、電源システム及び通信装置
US12009669B2 (en) Power feeding system and power management device
US9086461B2 (en) Circuit for measuring voltage of battery and power storage system using the same
CN117937437A (zh) 光储充系统的供电方法、光储充系统及存储介质
CA2939178A1 (en) Power source system
Chakraborty et al. Optimal placement of PV-DSTATCOM based EV charging stations with dynamic pricing
Pangaribowo et al. Battery charging and discharging control of a hybrid energy system using microcontroller
NL2012127C2 (en) Method for controlling transfer of electric energy into and out at least one rechargeable energy storage device.
USRE39908E1 (en) Secondary battery power storage system
KR20220073569A (ko) 전기 자동차 배터리 충전 소요 시간 계산 모듈
CN116961062A (zh) 一种分布式储能组网系统
Raihani et al. Towards a real time energy management strategy for hybrid wind-PV power system based on hierarchical distribution of loads
WO2012169879A2 (en) A power control device for an electrical installation of a building and a method of power controlling an electrical installation of a building
Alanazi Control and monitoring of stand-alone hybrid renewable energy systems

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20170201