NL2012072C2 - ADJUSTING DEVICE FOR ADJUSTING A SHUT-DOWN ELEMENT, MOTOR VEHICLE, METHOD AND COMPUTER PROGRAM PRODUCT. - Google Patents

ADJUSTING DEVICE FOR ADJUSTING A SHUT-DOWN ELEMENT, MOTOR VEHICLE, METHOD AND COMPUTER PROGRAM PRODUCT. Download PDF

Info

Publication number
NL2012072C2
NL2012072C2 NL2012072A NL2012072A NL2012072C2 NL 2012072 C2 NL2012072 C2 NL 2012072C2 NL 2012072 A NL2012072 A NL 2012072A NL 2012072 A NL2012072 A NL 2012072A NL 2012072 C2 NL2012072 C2 NL 2012072C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
electromagnet
control unit
adjusting
failsafe
adjusting device
Prior art date
Application number
NL2012072A
Other languages
Dutch (nl)
Inventor
Francois Roderik Henri Bouaziz
Thim Heikoop
Bastiaan Huijzers
Gerardus Johannes Maria Klaver
Erik Alfred Simeon Vries
Original Assignee
Mci Mirror Controls Int Nl Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Mci Mirror Controls Int Nl Bv filed Critical Mci Mirror Controls Int Nl Bv
Priority to NL2012072A priority Critical patent/NL2012072C2/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2012072C2 publication Critical patent/NL2012072C2/en

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B60VEHICLES IN GENERAL
    • B60KARRANGEMENT OR MOUNTING OF PROPULSION UNITS OR OF TRANSMISSIONS IN VEHICLES; ARRANGEMENT OR MOUNTING OF PLURAL DIVERSE PRIME-MOVERS IN VEHICLES; AUXILIARY DRIVES FOR VEHICLES; INSTRUMENTATION OR DASHBOARDS FOR VEHICLES; ARRANGEMENTS IN CONNECTION WITH COOLING, AIR INTAKE, GAS EXHAUST OR FUEL SUPPLY OF PROPULSION UNITS IN VEHICLES
    • B60K11/00Arrangement in connection with cooling of propulsion units
    • B60K11/08Air inlets for cooling; Shutters or blinds therefor
    • B60K11/085Air inlets for cooling; Shutters or blinds therefor with adjustable shutters or blinds
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02TCLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES RELATED TO TRANSPORTATION
    • Y02T10/00Road transport of goods or passengers
    • Y02T10/80Technologies aiming to reduce greenhouse gasses emissions common to all road transportation technologies
    • Y02T10/88Optimized components or subsystems, e.g. lighting, actively controlled glasses

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Combustion & Propulsion (AREA)
  • Transportation (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Power-Operated Mechanisms For Wings (AREA)

Description

Titel: Verstehnrichting voor het verstellen van een afsluitelement, motorvoertuig, werkwijze en computerprogramma productTitle: Adjustment device for adjusting a closing element, motor vehicle, method and computer program product

De uitvinding heeft betrekking op een verstelinrichting voor het verstellen van een afsluitelement in een motorvoertuig, omvattende een op een voeding aansluitbare aandrijfeenheid voor het aandrijven van het afsluitelement, en een failsafe eenheid voorzien van een elektromagneet en een met de elektromagneet magnetisch koppelend verstelelement dat ten opzichte van de elektromagneet beweegbaar is opgesteld tussen een gekoppelde stand waarin de stand van het afsluitelement wordt bepaald door de aandrijfeenheid, en een ontkoppelde stand die correspondeert met een calamiteitenstand van het afsluitelement.The invention relates to an adjusting device for adjusting a closing element in a motor vehicle, comprising a drive unit connectable to a power supply for driving the closing element, and a failsafe unit provided with an electromagnet and an adjusting element magnetically coupling to the electromagnet which of the electromagnet is movably arranged between a coupled position in which the position of the closing element is determined by the drive unit, and a decoupled position corresponding to a calamity position of the closing element.

Dergelijke verstelinrichtingen zijn bijvoorbeeld bekend uit WO 2012/067502 en WO 2013/012337 voor het verstellen van een meervoudig aantal afsluitelementen van een luchtinlaat van een motorvoertuig. De afsluitelementen kunnen bijvoorbeeld zijn uitgevoerd als lamellen die zwenkbaar zijn om een staande of een liggende as. Alternatief zijn de afsluitelementen uitgevoerd als rolgordijnen, bloemvormige lamellen etc. Vele varianten van afsluitelementen zijn mogelijk. De beschreven afsluitelementen zijn gewoonlijk verstelbaar tussen een open stand voor het in hoofdzaak openenen van de luchtinlaat en een gesloten stand voor het in hoofdzaak sluiten van de luchtinlaat. Door werking van de aandrijfeenheid kan het afsluitelement worden aangedreven ter verstelling tussen de open en gesloten stand.Such adjusting devices are known, for example, from WO 2012/067502 and WO 2013/012337 for adjusting a multiple number of closing elements of an air inlet of a motor vehicle. The closing elements can, for example, be designed as slats that can be pivoted about a standing or lying axis. Alternatively, the closing elements are designed as roller blinds, flower-shaped slats, etc. Many variants of closing elements are possible. The closing elements described are usually adjustable between an open position for substantially opening the air inlet and a closed position for substantially closing the air inlet. The closing element can be driven by operation of the drive unit for adjustment between the open and closed position.

Het is tevens bekend om een dergelijke verstehnrichting uit te voeren met een fail-safe mechanisme om in geval van calamiteit het afsluitelement te verstellen naar een calamiteitenstand, bijvoorbeeld een vooraf gedefinieerde open stand. Een calamiteit kan bijvoorbeeld optreden door een storing in de aandrijfeenheid van de verstelinrichting zijn en/of een omstandigheid in het motorvoertuig of daarbuiten waardoor het wenselijk kan zijn om de luchtinlaat snel te openen of te sluiten, bijvoorbeeld bij brand in het motorcompartiment, bij onderbreking van de voeding of bij verhoogde concentratie van zand of stof in de omgevingslucht. Als bijvoorbeeld de luchtinlaat gesloten is, en, ten gevolge van het uitvallen van de voeding de verstelinrichting niet meer in staat is de luchtinlaat te openen, kan dit door de oplopende temperatuur in het motorcompartiment schadelijke gevolgen hebben voor de motor. Het fail-safe mechanisme van de bekende verstelinrichting is ingericht om bij onderbreking van de voeding in werking te treden, namelijk door de afsluitelementen geforceerd in een open calamiteitenstand te brengen.It is also known to implement such an adjusting device with a fail-safe mechanism to adjust the closing element to an emergency position in the event of a calamity, for example a predefined open position. A calamity can occur, for example, due to a malfunction in the drive unit of the adjusting device and / or a circumstance in the motor vehicle or outside of which it may be desirable to quickly open or close the air inlet, for example in the event of a fire in the engine compartment, in the event of a break in the feed or with increased concentration of sand or dust in the ambient air. For example, if the air inlet is closed and, as a result of the power supply failure, the adjusting device is no longer able to open the air inlet, this can have harmful consequences for the engine due to the rising temperature in the engine compartment. The fail-safe mechanism of the known adjusting device is adapted to come into operation when the power supply is interrupted, namely by forcibly bringing the closing elements into an open emergency position.

Nadelig aan de bekende verstelinrichting is echter dat de fail-safe eenheid ongewenst in werking kan treden, bijvoorbeeld na het parkeren van het motorvoertuig. Ook dan wordt de voeding immers onderbroken. De afsluitelementen worden de fail-safe eenheid in de calamiteitenstand gebracht, hetgeen nadelig kan zijn, bijvoorbeeld uit energetisch en/of esthetisch oogpunt.A disadvantage of the known adjusting device, however, is that the fail-safe unit can come into operation undesirably, for example after parking the motor vehicle. Even then the power supply is interrupted. The closing elements bring the fail-safe unit to the emergency position, which can be disadvantageous, for example from an energetic and / or aesthetic point of view.

De uitvinding beoogt een verstelinrichting overeenkomstig de aanhef te verschaffen waarbij meer controle wordt verkregen op de werking van de fail-safe eenheid.The invention has for its object to provide an adjusting device according to the preamble in which more control is obtained on the operation of the fail-safe unit.

De uitvinding voorziet daartoe in een verstelinrichting voor het verstellen van een afsluitelement van een motorvoertuig overeenkomstig de aanhef, waarbij de failsafe eenheid is voorzien van een op de voeding en via een dataverbinding op een centrale regeleenheid aansluitbare regeleenheid voor het gecontroleerd bekrachtigen van de elektromagneet, waarbij de regeleenheid een geheugenelement heeft om een via de dataverbinding ontvangen beëindigingssignaal op te slaan, en waarbij de regeleenheid is ingericht om bij onderbreking van de voeding zonder voorafgaande ontvangst van een beëindigingssignaal de magnetische koppeling tussen de elektromagneet en het magnetisch koppelend verstelelement op te heffen.To this end, the invention provides an adjusting device for adjusting a closing element of a motor vehicle according to the preamble, wherein the failsafe unit is provided with a control unit connectable to the power supply and via a data connection to a central control unit, for controlling the electromagnet in a controlled manner, the control unit has a memory element for storing a termination signal received via the data connection, and wherein the control unit is adapted to cancel the magnetic coupling between the electromagnet and the magnetically coupling adjusting element when the power supply is interrupted without prior reception of a termination signal.

Door de regeleenheid van de fail-safe eenheid vooraf te informeren over een gecontroleerde voedingsonderbreking kan de regeleenheid bij onderbreking van de voeding op zinvolle wijze onderscheid maken tussen een reguliere voedingsonderbreking enerzijds, zoals bij het afsluiten van het motorvoertuig of bij een start/stop situatie, en een mogelijke calamiteit die gepaard gaat met spanningsuitval anderzijds. Bij voorkeur wordt voorafgaand aan elke gecontroleerde voedingsonderbreking een beëindigingssignaal gegenereerd en via de dataverbinding naar de regeleenheid verzonden ter opslag in het geheugen van de regeleenheid.By informing the control unit of the fail-safe unit in advance about a controlled power supply interruption, the control unit can make a meaningful distinction between a regular power supply interruption on the one hand, such as when the motor vehicle is shut off or during a start / stop situation, and a possible calamity that is accompanied by a power failure. Preferably, a termination signal is generated prior to each controlled power interruption and sent via the data connection to the control unit for storage in the control unit memory.

Door bij voedingsonderbreking zonder voorafgaande ontvangst van een beëindigingssignaal de magnetische koppeling tussen de elektromagneet en het magnetisch koppelend verstelelement op te heffen treedt het fail-safe eenheid in werking wanneer bij een calamiteit een spanningsval optreedt. Immers, dan wordt vooraf geen beëindigingssignaal gegenereerd. Het verstelelement wordt dan in de ontkoppelde stand gebracht, corresponderend met een calamiteitenstand van het afsluitelement, zodat de beoogde fail-safe werking bij een calamiteit verband houdend met een voedingsonderbreking kan plaatsvinden. Aangezien de regeleenheid over informatie beschikt van gecontroleerde voedingsonderbreking van de aandrijfeenheid kan meer controle worden verkregen op de werking van de fail-safe eenheid.By interrupting the magnetic coupling between the electromagnet and the magnetically coupling adjusting element in the event of a power supply without prior receipt of a termination signal, the fail-safe unit comes into operation if a voltage drop occurs in the event of a calamity. After all, no termination signal is generated in advance. The adjusting element is then brought into the uncoupled position, corresponding to a calamity position of the closing element, so that the intended fail-safe operation can take place in the event of a calamity related to a power supply interruption. Since the control unit has information of controlled power supply interruption of the drive unit, more control can be obtained on the operation of the fail-safe unit.

De magnetische koppeling tussen de elektromagneet en het magnetisch koppelend verstelelement kan bijvoorbeeld worden opgeheven door het althans tijdelijk verminderen of zelfs wegnemen van de magnetische koppelkracht tussen elektromagneet en verstelelement en het uitoefenen van een mechanische kracht die het verstelelement verstelt en daarbij nog eventueel aanwezige magnetische koppelkracht overwint. De mechanische kracht kan bijvoorbeeld worden geleverd door een voorgespannen veer of een ander energie-opslagelement.The magnetic coupling between the electromagnet and the magnetically coupling adjusting element can for instance be eliminated by at least temporarily reducing or even removing the magnetic coupling force between electromagnet and adjusting element and exerting a mechanical force which adjusts the adjusting element and thereby surmounts any magnetic coupling force still present . The mechanical force can for instance be supplied by a pre-stressed spring or another energy storage element.

Bij grote voorkeur is de failsafe regeleenheid voorts ingericht om bij ontvangst van een beëindigingssignaal de magnetische koppeling tussen de elektromagneet en het magnetisch koppelend verstelelement te handhaven.More preferably, the failsafe control unit is further arranged to maintain the magnetic coupling between the electromagnet and the magnetically coupling adjusting element upon receipt of a termination signal.

Zo wordt een fail-safe werking niet uitgevoerd bij een gecontroleerde onderbreking van de voeding. Het afsluitelement wordt dan niet in de calamiteitenstand gebracht, maar heeft een stand zoals door de aandrijfeenheid bepaald. Bijgevolg kan genoemde stand van het afsluitelement ongewijzigd blijven in de periode direct volgend op ontvangst van het beëindigingssignaal. Optioneel kan de aandrijfeenheid het afsluitelement in een gesloten stand brengen, bijvoorbeeld als het motorvoertuig wordt afgesloten. Wanneer de aangekondigde voedingsonderbreking daadwerkelijk plaatsvindt blijft de stand van het afsluitelement ongewijzigd. Aldus wordt ongewenste fail-safe werking tegengegaan, bijvoorbeeld na het afsluiten van het motorvoertuig.For example, a fail-safe operation is not carried out with a controlled power interruption. The closing element is then not brought into the emergency position, but has a position as determined by the drive unit. Consequently, said position of the closing element can remain unchanged in the period immediately following receipt of the termination signal. Optionally, the drive unit can bring the closing element into a closed position, for example when the motor vehicle is closed. When the announced power supply interruption actually takes place, the position of the closing element remains unchanged. In this way unwanted fail-safe operation is prevented, for example after the motor vehicle has been shut off.

Onder normale operationale condities is de voeding van de aandrijfeenheid actief, bevindt het magnetisch koppelend verstelelement zich in de gekoppelde stand, en wordt de stand van het afsluitelement bepaald door de aandrijfeenheid, bijvoorbeeld in een open, gesloten of tussenliggende stand. Voorts treedt de fail-safe eenheid wel in werking als de voeding wordt onderbroken zonder ontvangst van een beëindigingssignaal. Het verstelelement wordt althans tijdelijk ontkoppeld, zodat het afsluitelement in de calamiteitenstand wordt gebracht. Bij onderbreking van de voeding treedt de fail-safe eenheid niet in werking als een beëindigingssignaal is ontvangen. Het verstelelement blijft in de gekoppelde stand, en de stand van het afsluitelement blijft in de stand zoals actief bepaald door de aandrijfeenheid.Under normal operational conditions the power supply of the drive unit is active, the magnetically coupling adjusting element is in the coupled position, and the position of the closing element is determined by the drive unit, for example in an open, closed or intermediate position. Furthermore, the fail-safe unit does start if the power supply is interrupted without receiving a termination signal. The adjusting element is at least temporarily disconnected, so that the closing element is brought into the emergency position. If the power supply is interrupted, the fail-safe unit will not start if a termination signal has been received. The adjusting element remains in the coupled position, and the position of the closing element remains in the position as actively determined by the drive unit.

Door het tijdsverschil tussen ontvangst van het beëindigingssignaal en de onderbreking van de voeding kan er nog voldoende tijd zijn om het afsluitelement te verstellen naar een vooraf gedefinieerde stand, zoals een parkeerstand, met behulp van de aandrijfeenheid die gedurende het tijdsverschil nog via de voeding van energie kan worden voorzien. Bij het uitschakelen van de aandrijving van het motorvoertuig blijft de elektrische voeding doorgaans nog enige tijd actief, voordat elektrische installaties en/of schakelingen spanningsloos worden. Bovendien kan de voeding van sommige installaties nog actief blijven, bijvoorbeeld van dataverbindingen en specifieke actuatoren. Door gebruik te maken van het tijdsverschil tussen ontvangst van het beëindigingssignaal en de feitelijke voedingsonderbreking kan op voordebge wijze nog gebruik worden gemaakt van de nog beschikbare stroomvoorziening. Alternatief kan een lokale voedingsbron zoals een batterij of condensator worden benut om het afsluitelement in een vooraf gedefinieerde stand te brengen.Due to the time difference between receiving the termination signal and the power supply interruption, there may still be sufficient time to adjust the closing element to a predefined position, such as a parking position, with the aid of the drive unit which is still supplied via the power supply during the time difference can be provided. When the drive of the motor vehicle is switched off, the electrical supply usually remains active for some time before electrical installations and / or circuits become de-energized. Moreover, the power supply of some installations can still remain active, for example from data connections and specific actuators. By making use of the time difference between receiving the termination signal and the actual power supply interruption, use can still be made of the still available power supply. Alternatively, a local power source such as a battery or capacitor can be utilized to bring the closure element into a predefined position.

De fail-safe eenheid kan bijvoorbeeld worden uitgevoerd zoals beschreven in WO 2012/067502, bijvoorbeeld omvattende een voorgespannen veer als energie-opslagelement die middels een als arm uitgevoerd magnetisch koppeld verstelelement op voorspanning wordt gehouden door de elektromagneet. De veer is enerzijds verbonden met een behuizing van de verstelinrichting en anderzijds met een aandrijfwiel van de aandrijfeenheid. In het geval van een calamiteit ontkoppelt de elektromagneet, waardoor het verstelelement zal verzwenken. Door het verzwenken van het verstelelement wordt de energie in het energie-opslagelement vrijgegeven, bijvoorbeeld doordat de veer als energie-opslagelement wordt losgelaten. Door het vrijkomen van de energie van het energie-opslagelement kan bijvoorbeeld een aandrijfwiel van de aandrijfeenheid worden bewogen om het afsluitelement naar de vooraf gedefinieerde calamiteitenstand te brengen.The fail-safe unit can for instance be embodied as described in WO 2012/067502, for instance comprising a prestressed spring as energy storage element which is held biased by the electromagnet by means of a magnetically coupled adjusting element designed as an arm. The spring is connected on the one hand to a housing of the adjusting device and on the other hand to a drive wheel of the drive unit. In the event of a calamity, the electromagnet disengages, causing the adjusting element to pivot. The energy in the energy storage element is released by pivoting the adjusting element, for example in that the spring is released as an energy storage element. By releasing the energy from the energy storage element, for example, a drive wheel can be moved from the drive unit to bring the closing element to the predefined emergency position.

De uitvinding heeft daarnaast betrekking op een motorvoertuig voorzien van een verstehnrichting.The invention also relates to a motor vehicle provided with a parking device.

De uitvinding heeft eveneens betrekking op een centrale regeleenheid.The invention also relates to a central control unit.

De uitvinding heeft voorts betrekking op een werkwijze ter bediening van een verstehnrichting, via de centrale regeleenheid, en op een werkwijze ter bediening van een verstelinrichting via de regeleenheid van de verstelinrichting.The invention further relates to a method for operating an adjusting device, via the central control unit, and to a method for operating an adjusting device via the control unit of the adjusting device.

Ook heeft de uitvinding betrekking op computer programma producten. Een computer programma product omvat een set door een computer uitvoerbare instructies die zijn opgeslagen op een gegevensdrager zoals een flash geheugen, CD of DVD. De set door een computer uitvoerbare instructies die een programmeerbare computer in staat stellen de werkwijzen zoals hierboven genoemd uit te voeren kan ook beschikbaar zijn om te downloaden van een server op afstand, bijvoorbeeld via het Internet, bijvoorbeeld als app.The invention also relates to computer program products. A computer program product comprises a set of computer-executable instructions that are stored on a data carrier such as a flash memory, CD or DVD. The set of computer-executable instructions that enable a programmable computer to perform the methods mentioned above may also be available to download from a remote server, e.g. via the Internet, e.g. as an app.

Verdere voordelige uitvoeringsvormen zijn weergegeven in de volgconclusies.Further advantageous embodiments are shown in the subclaims.

De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van uitvoeringsvoorbeelden die in de tekening zijn weergegeven. In de tekening toont:The invention will be further elucidated on the basis of exemplary embodiments shown in the drawing. In the drawing:

Fig. 1 toont een schematisch perspectivisch bovenaanzicht van een eerste uitvoeringsvorm van een verstelinrichting overeenkomstig de uitvinding;FIG. 1 shows a schematic perspective top view of a first embodiment of an adjusting device according to the invention;

Fig. 2 toont een schematische perspectivisch onderaanzicht van de verstehnrichting van Fig. 1;FIG. 2 shows a schematic bottom perspective view of the adjusting device of FIG. 1;

Fig. 3 toont een schematisch blokschema van een fail-safe eenheid van de verstehnrichting van Fig. 1;FIG. 3 shows a schematic block diagram of a fail-safe unit of the heating device of FIG. 1;

Fig. 4 toont een schematisch aanzicht van een interface van de verstehnrichting van Fig. 1;FIG. 4 shows a schematic view of an interface of the adjusting device of FIG. 1;

Fig. 5 toont een diagram van een ontkoppehngsstroom;FIG. 5 shows a diagram of a decoupling current;

Fig. 6 toont een schematische blokschema van een alternatieve failsafe eenheid van de verstehnrichting van Fig. 1;FIG. 6 shows a schematic block diagram of an alternative failsafe unit of the firing device of FIG. 1;

Fig. 7 A toont een stroomschema van een eerste werkwijze overeenkomstig de uitvinding; enFIG. 7A shows a flow chart of a first method according to the invention; and

Fig. 7B toont een stroomschema van een tweede werkwijze overeenkomstig de uitvinding.FIG. 7B shows a flow chart of a second method according to the invention.

Opgemerkt wordt dat de figuren slechts getoond worden bij wijze van schematische weergaven van uitvoeringsvoorbeelden van de uitvinding en geenszins als beperkend dienen te worden beschouwd. In de figuren zijn gelijke of overeenkomende onderdelen met gelijke of overeenkomende verwijzingscijfers aangegeven.It is noted that the figures are only shown by way of schematic representations of exemplary embodiments of the invention and should in no way be regarded as limiting. In the figures, the same or corresponding parts are indicated by the same or corresponding reference numerals.

Figuur 1 toont een schematisch perspectivisch bovenaanzicht van een eerste uitvoeringsvorm van een verstelinrichting 1 terwijl Figuur 2 een schematische perspectivisch onderaanzicht van de verstelinrichting 1 toont. De verstelinrichting 1 is voorzien van een behuizing 2, omvattende twee schaaldelen. In Fig. 1 is één schaaldeel niet zichtbaar zodat het inwendige van de behuizing 2 kan worden getoond. In principe kan de behuizing meer dan twee schaaldelen omvatten, bijvoorbeeld drie of vier. Ook kan de behuizing integraal zijn gevormd, en/of slechts één deel vormen. De verstelinrichting 1 kan overigens ook zonder behuizing worden uitgevormd. Zo kan de verstelinrichting bijvoorbeeld worden ondergebracht in een frame.Figure 1 shows a schematic perspective top view of a first embodiment of an adjusting device 1, while Figure 2 shows a schematic perspective bottom view of the adjusting device 1. The adjusting device 1 is provided with a housing 2, comprising two shell parts. In FIG. 1, one scale part is not visible so that the interior of the housing 2 can be shown. In principle, the housing can comprise more than two shell parts, for example three or four. The housing can also be integrally formed, and / or form only one part. Incidentally, the adjusting device 1 can also be formed without a housing. For example, the adjusting device can be accommodated in a frame.

De verstelinrichting 1 is ingericht voor het verstellen van afsluitelementen van een luchtinlaat in een motorvoertuig. De afsluitelementen zijn bijvoorbeeld ingericht voor het afsluiten van een luchttoevoer die het motorcompartiment van verse lucht voorziet, bijvoorbeeld een luchtinlaat met een open uiteinde boven en/of onder een bumper van het motorvoertuig. Zo kunnen de afsluitelementen verstelbaar zijn tussen een open stand voor het in hoofdzaak openenen van een luchtinlaat, en een gesloten stand voor het in hoofdzaak afsluiten van een luchtinlaat. Alternatief kan de luchttoevoer naar een airconditioningeenheid met behulp van de afsluitelementen worden afgesloten. De afsluitelementen kunnen bijvoorbeeld zijn uitgevoerd als lamellen die verzwenkbaar zijn om een staande of een liggende as. Alternatief kunnen de afsluitelementen een bloemvormig lamellenpatroon vormen, of een rolgordijn. Vele andere varianten zijn mogelijk. Opgemerkt wordt dat de verstelinrichting kan zijn ingericht voor het verstellen van een enkelvuidig afsluitelement.The adjusting device 1 is adapted for adjusting closing elements of an air inlet in a motor vehicle. The closing elements are, for example, arranged for closing off an air supply which supplies the engine compartment with fresh air, for example an air inlet with an open end above and / or below a bumper of the motor vehicle. The closing elements can thus be adjustable between an open position for substantially opening an air inlet, and a closed position for substantially closing an air inlet. Alternatively, the air supply to an air conditioning unit can be shut off by means of the closing elements. The closing elements can for instance be designed as slats that can be pivoted about a standing or lying axis. Alternatively, the closing elements can form a flower-shaped slat pattern, or a roller blind. Many other variants are possible. It is noted that the adjusting device can be adapted to adjust a single-headed closing element.

Opgemerkt wordt dat de verstelinrichting ook kan worden ingericht voor een ander afsluitelement in een motorvoertuig, bijvoorbeeld een afsluitklep van een brandstoftank.It is noted that the adjusting device can also be arranged for another closing element in a motor vehicle, for example a closing valve of a fuel tank.

De verstehnrichting 1 wordt via een connector 3 voorzien van voeding en digitale signalen. De digitale signalen kunnen bijvoorbeeld direct via een boordnetwerk, zoals een LIN bus, of indirect, bijvoorbeeld via een andere verstehnrichting, naar de connector 3 worden verzonden voor ontvangst door de verstehnrichting 1. De connector 3 vormt aldus een interface voor aansluiting op de voeding en op een dataverbinding.The control device 1 is supplied with power and digital signals via a connector 3. The digital signals can, for example, be sent directly to a connector 3 via an on-board network, such as a LIN bus, or indirectly, for example via another control device, for reception by the control device 1. The connector 3 thus forms an interface for connection to the power supply and on a data connection.

De verstehnrichting 1 omvat een op de voeding aansluitbare aandrijfeenheid 5 voor het aandrijven van het afsluitelement. De aandrijfeenheid 5 omvat een elektrische motor 6 en een aandrijftrein 8. De aandrijftrein 8 wordt door de motor 6 aangedreven. De aandrijftrein 8 omvat een tussenwiel 7 en, in het getoonde uitvoeringsvoorbeeld, een samengesteld planeetwielsysteem 9. De aandrijfeenheid 5 en de aandrijftrein 8 worden in de context van deze aanvraag slechts beperkt toegelicht. Wel wordt opgemerkt dat de aandrijfeenheid 5 op talloze andere wijzen kan worden geïmplementeerd, bijvoorbeeld zonder tussenwiel 7.The heating device 1 comprises a drive unit 5 connectable to the power supply for driving the closing element. The drive unit 5 comprises an electric motor 6 and a drive train 8. The drive train 8 is driven by the motor 6. The drive train 8 comprises an intermediate wheel 7 and, in the exemplary embodiment shown, a composite planetary wheel system 9. The drive unit 5 and the drive train 8 are only given a limited explanation in the context of this application. It is noted, however, that the drive unit 5 can be implemented in numerous other ways, for example without an intermediate wheel 7.

De motor 6 is bij voorkeur voorzien van een besturingseenheid voor het besturen de elektrische motor, zodat de motor via een commandosignaal bestuurd en gevoed door de elektrische voeding de aandrijftrein 8 in beweging kan zetten ten einde de afsluitelementen aan te drijven.The motor 6 is preferably provided with a control unit for controlling the electric motor, so that the motor via a command signal controlled and fed by the electric power supply can set the drive train 8 in motion in order to drive the closing elements.

Het samengestelde planeetwielsysteem 9 omvat een ingaande as 9a en twee uitgaande assen 9b en 9c. De ingaande as wordt gevormd door het zonnewiel 9a dat via het tussenwiel 7 door de motor 6 aandrijfbaar is. Een eerste uitgaande as 9b vormt de uitgaande as voor het verstellen van de afsluitelementen. Een tweede uitgaande as 9c wordt gevormd door een ringwiel 9c van het planeetwielsysteem 9. Het ringwiel 9c is verzwenkbaar om een centrale as A, en is voorzien van een radiaal uitstekende nok 21 die samenwerkt met de hieronder beschreven hefboom. Het samengestelde planeetwielsysteem kan bijvoorbeeld van het type ‘Harmonie Drive’ zijn, de vakman welbekend.The composite planetary gear system 9 comprises an input shaft 9a and two output shafts 9b and 9c. The input shaft is formed by the sun gear 9a which can be driven by the motor 6 via the intermediate wheel 7. A first output shaft 9b forms the output shaft for adjusting the closing elements. A second output shaft 9c is formed by a ring wheel 9c of the planetary gear system 9. The ring wheel 9c is pivotable about a central axis A, and is provided with a radially projecting cam 21 which cooperates with the lever described below. The composite planetary wheel system may, for example, be of the "Harmony Drive" type, well known to those skilled in the art.

Zoals getoond in Fig. 1 is de verstehnrichting 1 voorts voorzien van een fail-safe eenheid 10.As shown in FIG. 1, the heating device 1 is furthermore provided with a fail-safe unit 10.

De fail-safe eenheid 10 omvat een elektromagneet 11a en een met de elektromagneet magnetisch koppelend verstelement 12 dat ten opzichte van de elektromagneet 11a beweegbaar is opgesteld tussen een gekoppelde stand en een ontkoppelde stand. In de gekoppelde stand wordt de stand van het afsluitelement bepaald door de aandrijfeenheid 5. Zo kan het afsluitelement tijdens regulier gebruik worden geopend en gesloten door aandrijving van de aandrijfeenheid 5. De ontkoppelde stand van het verstelement 12 correspondeert met een calamiteitenstand van het afsluitelement, bijvoorbeeld een open stand, ongeacht de stand die de elektrische motor op dat moment inneemt.The fail-safe unit 10 comprises an electromagnet 11a and an adjusting element 12 magnetically coupling to the electromagnet, which element is arranged movably relative to the electromagnet 11a between a coupled position and a disconnected position. In the coupled position, the position of the closing element is determined by the drive unit 5. Thus, during regular use, the closing element can be opened and closed by driving the drive unit 5. The uncoupled position of the adjusting element 12 corresponds to a calamity position of the closing element, e.g. an open position, regardless of the position the electric motor is currently taking.

Voorts is de fail-safe eenheid 10 voorzien van een op de voeding en via een dataverbinding op een centrale regeleenheid aansluitbare fail-safe regeleenheid 1 lb voor het gecontroleerd bekrachtigen van de elektromagneet 11a. Hiertoe is de fail-safe regeleenheid 11b aangesloten op de connector 3. De fail-safe regeleenheid 11b heeft een geheugenelement om een via de dataverbinding ontvangen beëindigingssignaal op te slaan. Daarnaast is de fail-safe regeleenheid 1 lb ingericht om bij onderbreking van de voeding zonder voorafgaande ontvangst van een beëindigingssignaal de magnetische koppeling tussen de elektromagneet 11 en het magnetisch koppelend verstelelement 12 op te heffen.Furthermore, the fail-safe unit 10 is provided with a fail-safe control unit 11 lb which can be connected to the power supply and via a data connection to a central control unit for the controlled energization of the electromagnet 11a. To this end, the fail-safe control unit 11b is connected to the connector 3. The fail-safe control unit 11b has a memory element for storing a termination signal received via the data connection. In addition, the fail-safe control unit 11b is arranged to cancel the magnetic coupling between the electromagnet 11 and the magnetically coupling adjusting element 12 in the event of a power supply being interrupted without prior receipt of a termination signal.

In de getoonde uitvoeringsvorm is het magnetisch koppelend verstelelement 12 uitgevoerd als een hefboom 12 waarvan een eerste uiteinde 12a is opgesteld nabij de elektromagneet 11a, en een tweede uiteinde 12b nabij het planeetwielsysteem 9. De hefboom 12 is verzwenkbaar om een zwenkas 14 tussen de gekoppelde stand en de ontkoppelde stand.In the embodiment shown, the magnetically coupling adjusting element 12 is designed as a lever 12, a first end 12a of which is arranged near the electromagnet 11a, and a second end 12b near the planetary gear system 9. The lever 12 is pivotable about a pivot axis 14 between the coupled position and the disconnected position.

Voorts omvat het verstelelement 1 een energie-opslagelement 13, in de getoonde uitvoeringsvorm geïmplementeerd als een veer, dat via een eerste uiteinde 13a is verbonden met een stationair punt, zoals een schaaldeel, en via een tweede uiteinde 13b met het ringwiel 9c.Furthermore, the adjusting element 1 comprises an energy storage element 13, implemented in the shown embodiment as a spring, which is connected via a first end 13a to a stationary point, such as a shell part, and via a second end 13b to the ring wheel 9c.

In de gekoppelde stand van de hefboom ligt het eerste uiteinde 12a van de hefboom 12 aan tegen de elektromagneet 11a, althans bevindt zich in de meest nabije stand ten opzichte van de elektromagneet, terwijl het tweede uiteinde 12b een eerste rotatierichting V van het ringwiel 9c, om de centrale as A, blokkeert. Daartoe werkt het tweede uiteinde 12b van de hefboom 12 samen met de hierboven beschreven radiaal uitstekende nok 21 van het ringwiel 9c. In de getoonde uitvoeringsvorm ligt het tweede uiteinde 12b van de hefboom door de werking van de veer 13 aan tegen de nok 21 als tegen een aanslag, zodat een verzwenking van het ringwiel 9c in de eerste rotatierichting V wordt tegengegaan. Uiteraard kan het tweede uiteinde 12b van de hefboom 12 ook anderszins samenwerken met de nok 21, bijvoorbeeld door klemming. Door magnetische koppeling van de elektromagneet 11a en het eerste uiteinde 12a van de hefboom 12a is verdraaiing van het ringwiel 9c in de eerste rotatierichting V geblokkeerd.In the coupled position of the lever, the first end 12a of the lever 12 abuts the electromagnet 11a, at least is in the closest position relative to the electromagnet, while the second end 12b has a first direction of rotation V of the ring gear 9c, about the central axis A. To this end, the second end 12b of the lever 12 cooperates with the radially projecting cam 21 of the ring gear 9c described above. In the embodiment shown, the second end 12b of the lever rests against the cam 21 as a stop by the action of the spring 13, so that a pivotal movement of the ring wheel 9c in the first direction of rotation V is prevented. Of course, the second end 12b of the lever 12 can also otherwise cooperate with the cam 21, for example by clamping. By magnetic coupling of the electromagnet 11a and the first end 12a of the lever 12a, rotation of the ring wheel 9c in the first direction of rotation V is blocked.

In de ontkoppelde stand van de hefboom ligt het eerste uiteinde 12a van de hefboom 12 op enige afstand van de elektromagneet 11, en werkt het tweede uiteinde 12b an de hefboom 12 niet meer samen met het ringwiel 9c. Verdraaiing van het ringwiel 9c in de eerste rotatierichting V is nu vrijgegeven. Door de werking van de veer 13 verzwenkt het ringwiel 9c daadwerkelijk in de eerste rotatierichting V. In het geval de stand van het verstelelement verschilt van een vooraf gedefinieerde calamiteitenstand, verzwenkt de eerste uitgaande as 9b van het samengestelde planeetwielsysteem 9 eveneens, zodat het afsluitelement verstelt naar de vooraf gedefinieerde calamiteitenstand.In the disengaged position of the lever, the first end 12a of the lever 12 is at some distance from the electromagnet 11, and the second end 12b of the lever 12 no longer cooperates with the ring wheel 9c. Rotation of the ring wheel 9c in the first direction of rotation V is now released. Due to the action of the spring 13, the ring wheel 9c actually pivots in the first direction of rotation V. In the case that the position of the adjusting element differs from a predefined emergency position, the first output shaft 9b of the assembled planetary gear system 9 also pivots, so that the closing element adjusts to the predefined emergency position.

Op gemerkt wordt dat de functionaliteit van de veer 13 ook op andere wijze kan worden verkregen, bijvoorbeeld via een pneumatisch element.It is noted that the functionality of the spring 13 can also be obtained in a different way, for example via a pneumatic element.

Bij voorkeur zijn de elektromagneet 11a en het magnetisch koppelend verstelelement 12 voorzien van contactvlakken die onderling aanliggen bij gekoppelde stand van het verstelelement om een bedrijfszekere koppeling te bewerkstelligen. Om de koppelingskracht te vergroten kunnen de contactvlakken glad worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door toepassing van een mechanische bewerking zoals een polijstbewerking.The electromagnet 11a and the magnetically coupling adjusting element 12 are preferably provided with contact surfaces which are mutually abutting in the coupled position of the adjusting element in order to effect a reliable coupling. To increase the coupling force, the contact surfaces can be made smooth, for example by applying a mechanical operation such as a polishing operation.

Figuur 3 toont een schematisch blokschema van de fail-safe eenheid 10. De fail-safe regeleenheid 11b en de centrale regeleenheid 30 zijn met elkaar verbonden via een dataverbinding 40. De dataverbinding 40 is bijvoorbeeld geïmplementeerd als een digitaal netwerk zoals een LIN bus. Zoals getoond is de fail-safe regeleenheid 1 lb voorts voorzien van een geheugenelement 11c en een processor lid om de elektromagneet 11a te kunnen besturen. Voor de werking van de fail-safe regeleenheid 1 lb is tevens een aansluiting gerealiseerd met een voeding 50. De aansluiting met de dataverbinding 40 en de voeding 50 is gerealiseerd middels een geïntegreerde connector 3. Uiteraard kan de aansluiting op alternatieve wijze via individuele aansluitpunten plaatsvinden.Figure 3 shows a schematic block diagram of the fail-safe unit 10. The fail-safe control unit 11b and the central control unit 30 are connected to each other via a data connection 40. The data connection 40 is implemented, for example, as a digital network such as a LIN bus. As shown, the fail-safe control unit 11b is furthermore provided with a memory element 11c and a processor member for controlling the electromagnet 11a. For the operation of the fail-safe control unit 1 lb, a connection is also realized with a power supply 50. The connection with the data connection 40 and the power supply 50 is realized by means of an integrated connector 3. Of course, the connection can be made alternatively via individual connection points .

De elektromagneet 11a is voorzien van een elektrische wikkeling 11e en een magnetiseerbare kern llf ook wel anker genoemd, bijvoorbeeld een weekijzeren kern. De elektrische wikkeling is via elektrische geleiders lig aangesloten op een voedingslijn in de fail-safe regeleenheid 11b. De processor lid van de fail-safe regeleenheid 11b is ingericht om de elektrische stroom door de elektrische wikkeling 11e te besturen. Wanneer de processor lid een bekrachtigingssignaal genereert, wordt een elektrische stroom door de wikkeling 11e geforceerd ter bekrachtiging van de elektromagneet 11a, zodat een magneetveld ter plaatse van de magnetiseerbare kern llf ontstaat. De kern llf magnetiseert en versterkt het reeds door de wikkeling 1 le geïnduceerde magneetveld. Bij voorkeur heeft de elektromagneet 11a een meervoudig aantal wikkelingen 11e zodat een spoel is verkregen. De elektrische stroom door de wikkeling 11 wordt gevoed door de voeding 50 die via de connector 3 is aangesloten op de failsafe eenheid 10, via de fail-safe regeleenheid 1 lb en elektrische geleiders lig zoals hierboven beschreven, of direct via een niet getoonde aansluiting op de voeding 50.The electromagnet 11a is provided with an electrical winding 11e and a magnetizable core 11f, also called an anchor, for example a soft-iron core. The electrical winding is connected via electrical conductors to a supply line in the fail-safe control unit 11b. The processor member of the fail-safe control unit 11b is arranged to control the electrical current through the electrical winding 11e. When the processor member generates an excitation signal, an electric current is forced through the winding 11e to excite the electromagnet 11a, so that a magnetic field is created at the location of the magnetizable core 11f. The core 11f magnetizes and amplifies the magnetic field already induced by the winding 11th. The electromagnet 11a preferably has a multiple number of windings 11e so that a coil is obtained. The electrical current through the winding 11 is supplied by the power supply 50 which is connected to the failsafe unit 10 via the connector 3, via the fail-safe control unit 11b and electrical conductors as described above, or directly via a connection (not shown). the diet 50.

In de getoonde uitvoeringsvorm is het eerste uiteinde 12 a van de hefboom 12 voorzien van een magnetiseert)aar deel 12c. Het externe magneetveld dat wordt gegenereerd door de wikkeling 11e en de magnetiseerbare kern 1 lf magnetiseert ook het magnetiseerbare deel 12c van de hefboom 12, zodat een magnetische koppeling tot stand komt tussen de elektromagneet 11a en de hefboom 12.In the embodiment shown, the first end 12a of the lever 12 is provided with a magnetizing part 12c. The external magnetic field generated by the winding 11e and the magnetizable core 11f also magnetizes the magnetizable part 12c of the lever 12, so that a magnetic coupling is established between the electromagnet 11a and the lever 12.

Wanneer er geen elektrische stroom door de wikkeling 11e vloeit en de magnetische kern 1 lf magnetisch neutraal is, is er geen magnetische koppeling meer tussen de elektromagneet 11a en de hefboom 12.When no electric current flows through the winding 11e and the magnetic core 11f is magnetically neutral, there is no longer a magnetic coupling between the electromagnet 11a and the lever 12.

Fig. 4 toont een schematisch aanzicht van een interface van de verstelinrichting 1. Het interface wordt gevormd door een connector 3 met geïntegreerde aansluitpunten. De connector omvat een eerste set externe aansluitpunten 41a,b voor aansluiting op de dataverbinding 40, een tweede set externe aansluitpunten 51a,b voor aansluiting op de voeding 50, een eerste set interne aansluitpunten 42a,b voor aansluiting op de processor lid van de fail-safe regeleenheid 11b, en een tweede set externe aansluitpunten 52a,b voor het voeden van de fail-safe regeleenheid 11b en/of de elektromagneet 11a. De eerste set externe aansluitpunten 41a,b zijn direct verbonden met de eerste set interne aansluitpunten 42a,b. De tweede set externe aansluitpunten 51a,b is via een aansluitschakeling verbonden met de tweede set interne aansluitpunten 52a,b. De aansluitschakeling omvat een antiretour diode 54 die een extern DC aansluitpunt 51a verbindt met een corresponderend intern DC aansluitpunt 52a, zodanig dat de cathodezijde van de diode 54 zich aan de zijde van het interne DC aansluitpunt 52 a bevindt. Voorts omvat de aansluitschakehng een condensator 55, zoals een zogenaamde supercap, die parallel is aangesloten tussen de tweede set interne aansluitpunten 52a,b. Opgemerkt wordt dat de ‘ground’ externe en/of interne aansluitpunten in principe kunnen worden gecombineerd, zodat in feite slechts sprake is van drie externe en/of drie interne aansluitpunten.FIG. 4 shows a schematic view of an interface of the adjusting device 1. The interface is formed by a connector 3 with integrated connection points. The connector comprises a first set of external connection points 41a, b for connection to the data connection 40, a second set of external connection points 51a, b for connection to the power supply 50, a first set of internal connection points 42a, b for connection to the processor member of the fail safe control unit 11b, and a second set of external connection points 52a, b for feeding the fail-safe control unit 11b and / or the electromagnet 11a. The first set of external connection points 41a, b are directly connected to the first set of internal connection points 42a, b. The second set of external connection points 51a, b is connected via a connection circuit to the second set of internal connection points 52a, b. The connection circuit comprises an anti-return diode 54 which connects an external DC terminal 51a to a corresponding internal DC terminal 52a, such that the cathode side of the diode 54 is on the side of the internal DC terminal 52a. The connection circuit further comprises a capacitor 55, such as a so-called supercap, which is connected in parallel between the second set of internal connection points 52a, b. It is noted that the "ground" external and / or internal connection points can in principle be combined, so that in fact there are only three external and / or three internal connection points.

De aansluitschakehng kan als tijdebjke energieopslag functioneren. Immers bij het aanbieden van een positieve spanning aan de tweede set externe aansluitpunten 51a,b kan de condensator 55 opladen tot nagenoeg het niveau van de externe spanning. Bij het wegvallen van de externe spanning blokkeert de antiretour diode 54 dat de opgebouwde lading bij de condensator weglekt naar de tweede set externe aansluitpunten 51a,b. Aldus vormt de aansluitschakeling een tijdebjke elektrische energiebron voor het tijdehjk laten uitvoeren van enkele functies door de verstehnrichting. Bij voorkeur is de capaciteit van de condensator 55 zodanig gekozen dat bij het wegvallen van de externe voeding voldoende elektrische energie beschikbaar is voor het opheffen van de magnetische koppeling tussen de elektromagneet 11a en het magnetisch koppelend verstelelement 12, met name voor het voldoende neutrahseren van de magnetiseerbare kern llf zoals hierna wordt toegehcht. Overigens kan de condensator 55 ook andere functies vervullen, bijvoorbeeld het opvangen van kortstondige pieken in de voedingsspanning.The connection circuit can function as a temporary energy storage. After all, when applying a positive voltage to the second set of external connection points 51a, b, the capacitor 55 can charge to substantially the level of the external voltage. When the external voltage fails, the anti-return diode 54 blocks the accumulated charge at the capacitor from leaking to the second set of external terminals 51a, b. The connection circuit thus forms a temporary electrical energy source for the temporary execution of a few functions by the adjusting device. Preferably, the capacitance of the capacitor 55 is chosen such that, in the absence of the external power supply, sufficient electrical energy is available for canceling the magnetic coupling between the electromagnet 11a and the magnetically coupling adjusting element 12, in particular for sufficiently neutralizing the magnetizable core 11f as appended below. Incidentally, the capacitor 55 can also perform other functions, for example, for receiving short-lived peaks in the supply voltage.

Opgemerkt wordt dat vele variaties mogelijk zijn om de aansluitschakehng uit te voeren. Zo kan in plaats van een condensator, of in aanvulling daarop, een batterij worden toegepast, bijvoorbeeld in combinatie met een zonnecel. Ook kan de functionaliteit van de antiretour diode 54 anders worden geïmplementeerd, bijvoorbeeld met een meervoudig aantal diodes. Voorts niet alleen via een condensator elektrische energie tijdehjk beschikbaar worden gesteld. Zo kan tijdehjk energie worden geleverd door de elektrische motor 6, tijdelijk werkend als generator, of via de wikkelingen lie van de elektromagneet 11a.It is noted that many variations are possible to carry out the connection circuit. For example, instead of a capacitor, or in addition to it, a battery can be used, for example in combination with a solar cell. The functionality of the anti-return diode 54 can also be implemented differently, for example with a multiple number of diodes. Furthermore, electrical energy is not only made available temporarily via a capacitor. Thus, energy can be supplied temporarily by the electric motor 6, temporarily acting as a generator, or via the windings of the electromagnet 11a.

Tijdens regulier gebruik van het motorvoertuig zijn de dataverbinding 40 en de voeding 50 actief, en bestuurt de fail-safe regeleenheid 11b de elektromagneet 11a zodanig dat het magnetisch koppelend verstelement 12, in de getoonde uitvoering geïmplementeerd als hefboom, zich in de gekoppelde stand bevindt, nabij de elektromagneet 11a. De fail-safe regeleenheid 11b bekrachtigt hiertoe de elektromagneet 11a, bijvoorbeeld gedurende praktisch de gehele periode waarin de dataverbinding 40 en de voeding 50 actief zijn. Door het magnetische veld dat de elektromagneet 11a induceert magnetiseert het magnetiseerbare deel 12c van de hefboom zodat bovengenoemde magnetische koppeling tot stand komt of in stand blijft. De stand van het afsluitelement wordt dan bepaald door de aandrijfeenheid 5. Door controlesignalen kan de aandrijfeenheid het afsluitelement verstellen naar een gewenste stand. Optioneel is de fail-safe regeleenheid 1 lb ingericht om na ontvangst van een controlesignaal, bijvoorbeeld via de dataverbinding 40, de aandrijfeenheid 5 te regelen. Alternatief heeft de aandrijfeenheid 5 een aandrijfregeleenheid 1 lb om in afhankelijkheid van een een extern controlesignaal de aandrijfeenheid 5 te besturen.During regular use of the motor vehicle, the data connection 40 and the power supply 50 are active, and the fail-safe control unit 11b controls the electromagnet 11a such that the magnetically engaging adjusting element 12, implemented in the shown embodiment as a lever, is in the coupled position, near the electromagnet 11a. To this end, the fail-safe control unit 11b energizes the electromagnet 11a, for example during practically the entire period in which the data connection 40 and the power supply 50 are active. Due to the magnetic field that induces the electromagnet 11a, the magnetizable part 12c of the lever magnetizes so that the above-mentioned magnetic coupling is established or maintained. The position of the closing element is then determined by the drive unit 5. The control unit can adjust the closing element to a desired position through control signals. Optionally, the fail-safe control unit 11b is arranged to control the drive unit 5 after receiving a control signal, for example via the data connection 40. Alternatively, the drive unit 5 has a drive control unit 11b for controlling the drive unit 5 in dependence on an external control signal.

Wanneer wordt bepaald dat de voeding 50 van de aandrijfeenheid 5 gecontroleerd zal worden onderbroken, bijvoorbeeld als de bestuurder het motorvoertuig heeft geparkeerd, de aandrijvingsmotor heeft afgezet en het voertuig heeft afgesloten, genereert de processor 31 van de centrale regeleenheid 30 een beëindigingssignaal dat via de dataverbinding 40 naar de fail-safe regeleenheid wordt verzonden. De fail-safe regeleenheid 1 lb ontvangt het beëindigingssignaal, slaat het signaal op in het geheugenelement 11c en bestuurt de elektromagneet 11a zodanig dat de magnetische koppeling tussen de elektromagneet 11a en het magnetisch koppelend verstelelement 12 blijft gehandhaafd, bijvoorbeeld door de elektromagneet tijdelijk te bekrachtigen, ook wanneer de voeding wordt onderbroken na ontvangst van het beëindigingssignaal. Optioneel wordt het afsluitelement in een specifieke stand gebracht, bijvoorbeeld een gesloten parkeerstand. Bij het daadwerkelijk afschakelen van de voeding 50 blijft het afsluitelement in de stand zoals bepaald door de aandrijfeenheid 5 op het moment dat de voeding nog actief was. Er vindt geen verstelling meer plaats. Een gecontroleerde onderbreking van de voeding kan zich niet alleen voordoen bij het afsluiten van het motorvoertuig, maar ook in andere situaties, bijvoorbeeld als de aandrijfmotor van het voertuig afslaat op commando van een start/stop systeem.When it is determined that the power supply 50 of the drive unit 5 will be interrupted in a controlled manner, for example if the driver has parked the motor vehicle, has switched off the drive motor and has shut down the vehicle, the processor 31 of the central control unit 30 generates a termination signal which via the data connection 40 is sent to the fail-safe control unit. The fail-safe control unit 11b receives the termination signal, stores the signal in the memory element 11c and controls the electromagnet 11a such that the magnetic coupling between the electromagnet 11a and the magnetically engaging adjusting element 12 is maintained, for example by temporarily energizing the electromagnet, also when the power supply is interrupted after receiving the termination signal. Optionally, the closing element is brought into a specific position, for example a closed parking position. When the power supply 50 is actually switched off, the closing element remains in the position as determined by the drive unit 5 at the time that the power supply was still active. There is no more adjustment. A controlled interruption of the power supply can occur not only when the motor vehicle is shut off, but also in other situations, for example when the drive motor of the vehicle switches off at the command of a start / stop system.

Bij voorkeur is de centrale regeleenheid 30 tevens ingericht om een herstelsignaal te kunnen genereren en naar de fail-safe regeleenheid 1 lb te verzenden, zodat het effect van het beëindigingssignaal teniet kan worden gedaan. De fail-safe regeleenheid 1 lb gaat er dan vanuit dat de gecontroleerde onderbreking niet meer zal plaatsvinden, en zal een eventuele onderbreking van de voeding interpreteren als een calamiteit, en acties uitvoeren zoals hierna beschreven. De centrale regeleenheid 30 zal een dergelijk herstelsignaal genereren als duidelijk is dat de voeding toch niet gecontroleerd zal worden onderbroken, bijvoorbeeld als de bestuurder het motorvoertuig weer betreedt en de elektronische systemen activeert.The central control unit 30 is preferably also adapted to be able to generate a recovery signal and to send it to the fail-safe control unit 11b, so that the effect of the termination signal can be canceled out. The fail-safe control unit 1 lb then assumes that the controlled interruption will no longer take place, and will interpret a possible interruption of the power supply as a calamity, and perform actions as described below. The central control unit 30 will generate such a recovery signal if it is clear that the power supply will nevertheless not be interrupted in a controlled manner, for example if the driver enters the motor vehicle again and activates the electronic systems.

Het effect van het beëindigingssignaal kan ook anderszins teniet worden gedaan, bijvoorbeeld door de werking ervan te annuleren als de voeding na verloop van een vooraf bepaald tijdsinterval na ontvangst van het beëindigingssignaal de voeding niet daadwerkelijk wordt onderbroken. De fail-safe regeleenheid 1 lb kan bijvoorbeeld zijn ingericht om het geheugenelement 11c te wissen nadat het vooraf bepaalde tijdsinterval volgend op ontvangst van het beëindigingssignaal is verstreken. Het vooraf bepaalde tijdsinterval kan bijvoorbeeld enkele seconden tot enkele minuten duren.The effect of the termination signal can also be canceled out in some other way, for example by canceling its operation if the power supply is not actually interrupted after a predetermined time interval after receiving the termination signal. The fail-safe control unit 11b may, for example, be arranged to clear the memory element 11c after the predetermined time interval following receipt of the termination signal has elapsed. The predetermined time interval can, for example, take a few seconds to a few minutes.

Bij grote voorkeur genereert de processor 31 van de centrale regeleenheid 30 bij elke voorzienbare gecontroleerde onderbreking van de voeding een beëindigingssignaal om te verzenden naar de fail-safe regeleenheid 11b, zodat reguliere, gecontroleerde onderbrekingen van de voeding door de fail-safe regeleenheid 1 lb niet als calamiteiten worden geïnterpreteerd.Most preferably, the processor 31 of the central control unit 30 generates a termination signal to be sent to the fail-safe control unit 11b at each foreseeable controlled power supply interruption, so that regular, controlled power supply interruptions by the fail-safe control unit 11b do not if calamities are interpreted.

Bij het activeren van de dataverbinding 40 en de voeding 50 treedt de aandrijfeenheid 5 wederom in werking. Doordat het verstelelement 12 in de gekoppelde stand blijft, bepaalt de aandrijfeenheid 5 de stand van het afsluitelement. Optioneel wordt de elektromagneet 11a bekrachtigd, bijvoorbeeld als tijdens het verstellen van het afsluitelement een eindstand wordt bereikt, een zogenaamde ‘stall’ situatie, of als een sportieve rijstijl wordt geselecteerd, ten einde te voorkomen dat het verstelelement onbedoeld in de ontkoppelde stand, corresponderend met een calamiteitenstand van het afsluitelement, terecht komt.Upon activation of the data connection 40 and the power supply 50, the drive unit 5 again comes into operation. Because the adjusting element 12 remains in the coupled position, the drive unit 5 determines the position of the closing element. Optionally, the electromagnet 11a is energized, for example if an end position is reached during adjustment of the closing element, a so-called 'stall' situation, or if a sporty driving style is selected, in order to prevent the adjusting element from being inadvertently in the uncoupled position, corresponding to a calamity position of the closing element.

Wanneer de voeding 50 van de aandrijfeenheid 5 onverwachts wordt onderbroken, bijvoorbeeld bij plotselinge brand in het motorcompartiment, genereert de processor 31 van de centrale regeleenheid 30 geen beëindigingssignaal. De fail-safe regeleenheid 1 lb is zodanig ingericht dat een situatie waarbij zonder voorafgaande ontvangst van een beëindigingssignaal de voeding wordt onderbroken als calamiteit wordt onderkend. De fail-safe regeleenheid 1 lb heft dan de magnetische koppeling tussen de elektromagneet 11a en het magnetisch koppelend verstelelement 12 althans tijdelijk op. Door de werking van de veer 13 verstelt het magnetisch koppelend verstelelement 12 naar een ontkoppelde stand die correspondeert met een calamiteitenstand van het afsluitelement, bijvoorbeeld een open stand. Door de koppeling tussen de elektromagneet 11a en het magnetisch koppelend verstelelement 12 in ieder geval zolang op te heffen dat het verstelelement 12 onder veerwerking naar de ontkoppelde stand verstelt en/of het afsluitelement de calamiteitenstand aanneemt is gewaarborgd dat in de onderkende calamiteit het afsluitelement in de calamiteitenstand wordt gebracht.If the power supply 50 of the drive unit 5 is unexpectedly interrupted, for example in the event of a sudden fire in the engine compartment, the processor 31 of the central control unit 30 does not generate a termination signal. The fail-safe control unit 11b is arranged such that a situation where emergency is interrupted is recognized as an emergency without prior receipt of a termination signal. The fail-safe control unit 11b then cancels the magnetic coupling between the electromagnet 11a and the magnetically coupling adjusting element 12 at least temporarily. As a result of the action of the spring 13, the magnetically coupling adjusting element 12 adjusts to a decoupled position corresponding to a calamity position of the closing element, for example an open position. By at least lifting the coupling between the electromagnet 11a and the magnetically coupling adjusting element 12 so long that the adjusting element 12 adjusts to the disconnected position under spring action and / or the closing element assumes the emergency position, it is ensured that in the recognized calamity the closing element in the calamity position.

De magnetische koppeling tussen de elektromagneet 11a en het verstelelement 12 kan worden opgeheven door een ontkoppelingsstroom door een wikkeling lie van de elektromagneet 11a te laten vloeien. Door de ontkoppelingsstroom kan remanent magnetisme in een anker llf van de elektromagneet 11a en/of in een magnetiseerbaar deel 12c van het magnetisch koppelend verstelelement worden geneutraliseerd. Hierbij kan een deel of het geheel aan remanent magnetisme worden weggenomen.The magnetic coupling between the electromagnet 11a and the adjusting element 12 can be canceled by causing a decoupling current to flow through a winding of the electromagnet 11a. Remanent magnetism in an anchor 11f of the electromagnet 11a and / or in a magnetizable part 12c of the magnetically coupling adjusting element can be neutralized by the decoupling current. A part or all of remanent magnetism can be removed here.

Figuur 5 toont een diagram van een ontkoppelingsstroom Io in de wikkeling 11 van de elektromagneet 11a. De richting van de ontkoppelingsstroom Io is tegengesteld gericht aan de stroom die wordt gegenereerd bij het bekrachtigen van de elektromagneet 11a. De ontkoppelingsstroom Io induceert een tegengestelde magnetische flux die de polarisatie van het anker opheft, althans vermindert. In het getoonde diagram heeft de ontkoppelingsstroom Io een uitslingerend, dempend karakter, zoals een sinc functie. Bij aanvang heeft de ontkoppelingsstroom Io een dalend profiel waarbij de grootte van de stroom op een eerste tijdstip ti kleiner wordt dan een eerste stroomwaarde Ii. Hierbij is de gegenereerde tegenflux in het anker 1 lf zodanig dat ontkoppeling met het verstelelement 12 optreedt. De werking van de veer 13 overwint de magnetische koppelingskracht tussen elektromagneet 11a en verstelelement 12. Na verloop van tijd keert de richting van de ontkoppelingsstroom Io om en neemt de grootte van de stroom toe tot een tweede stroomwaarde I2, op een tweede tijdstip t2. Door omkering van de stroomrichting vindt opnieuw polarisatie van het anker 1 lf plaats, in de oorspronkelijke magnetisatierichting. Hierdoor kan in principe wederom koppeling plaatsvinden tussen de elektromagneet 11a en het verstelelement 12, mits het verstelelement 12 zich nog nabij de elektromagneet 11a bevindt. Bij voorkeur is het tijdsinterval T tussen het tweede tijdstip t2 en het eerste tijdstip ti zo groot gedimensioneerd dat niet opnieuw koppeling tussen de elektromagneet 11a en het verstelelement 12 plaatsvindt. Zo wordt tegengegaan dat het afsluitelement de calamiteitenstand niet bereikt. Vanwege de relatief geringe grootte van de ontkoppelingsstroom Io in het vervolg van het diagram blijft de ontkoppeling bij voedingsonderbreking definitief. Uiteraard kan de ontkoppelingsstroom Io een andere curve hebben. Zo kan de ontkoppelingsstroom Io ophouden te stromen na het bereiken van de eerste stroomwaarde Ii. Ook kan de ontkoppelingsstroom Io bij aanvang een vlakker profiel vertonen, zodat de ontkoppebng eerder wordt bereikt.Figure 5 shows a diagram of a decoupling current Io in the winding 11 of the electromagnet 11a. The direction of the disconnection current Io is opposed to the current that is generated when the electromagnet 11a is energized. The decoupling current Io induces an opposite magnetic flux that cancels, or at least reduces, the polarization of the anchor. In the diagram shown, the decoupling stream Io has a oscillating, damping character, such as a sinc function. At the outset, the decoupling current Io has a falling profile whereby the magnitude of the current at a first time ti becomes smaller than a first current value Ii. The generated counter flux in the armature 11f is here such that uncoupling with the adjusting element 12 occurs. The action of the spring 13 overcomes the magnetic coupling force between electromagnet 11a and adjusting element 12. After some time, the direction of the decoupling current I0 reverses and the magnitude of the current increases to a second current value I2, at a second instant t2. By reversing the flow direction, polarization of the anchor 11f takes place again, in the original magnetization direction. As a result, in principle coupling can again take place between the electromagnet 11a and the adjusting element 12, provided that the adjusting element 12 is still near the electromagnet 11a. Preferably, the time interval T between the second time point t2 and the first time point t1 is dimensioned so large that coupling between the electromagnet 11a and the adjusting element 12 does not occur again. This prevents the closing element from reaching the emergency position. Due to the relatively small size of the decoupling current Io in the remainder of the diagram, the decoupling in the event of a power interruption remains definitive. The decoupling current Io may of course have a different curve. Thus, the decoupling current Io may cease to flow after reaching the first current value Ii. The decoupling current Io can also have a flatter profile at the start, so that the decoupling is achieved earlier.

De ontkoppelingsstroom Io kan althans deels worden gevoed uit de tijdelijke elektrische energieopslag van de aansluitschakehng. Door de failsafe regeleenheid 1 lb te voorzien van een detector voor het genereren van een waarschuwingssignaal wanneer de voedingsspanning daalt onder een vooraf bepaald niveau kan relevante informatie over de beschikbare voeding worden verkregen. Zo kan de fail-safe regeleenheid 11b bepalen of de voedingsspanning wordt onderbroken. De tijdebjke elektrische energieopslag van de aansluitschakehng kan de voeding van de fail-safe regeleenheid tijdelijk overnemen om gecontroleerd acties te ondernemen passend bij een al dan niet gecontroleerde onderbreking van de voeding.The decoupling current Io can be supplied at least in part from the temporary electrical energy storage of the connection circuit. By providing the failsafe control unit 11b with a detector for generating a warning signal when the supply voltage falls below a predetermined level, relevant information about the available supply can be obtained. The fail-safe control unit 11b can thus determine whether the supply voltage is interrupted. The temporary electrical energy storage of the connection circuit can temporarily take over the power supply from the fail-safe control unit to take controlled actions appropriate to a controlled or uninterrupted power supply interruption.

Bij het activeren van de dataverbinding 40 en de voeding 50 na een calamiteit kan de fail-safe regeleenheid 1 lb optioneel een herstelprocedure opstarten waarbij de magnetische koppeling tussen de elektromagneet 1 la en het magnetisch koppelend verstelelement 12 weer tot stand wordt gebracht, bijvoorbeeld door activering van de aandrijfeenheid 5 of door toepassing van een additioneel herstelmechanisme.Upon activation of the data connection 40 and the power supply 50 after a calamity, the fail-safe control unit 11b can optionally initiate a recovery procedure in which the magnetic coupling between the electromagnet 11a and the magnetically connecting adjusting element 12 is established again, for example by activation of the drive unit 5 or by using an additional repair mechanism.

Overeenkomstig een verrassend inzicht blijkt de magnetische koppeling tussen de elektromagneet 11a en het magnetisch koppelend verstelement 12 niet alleen in stand te blijven als de elektromagneet 11a actief wordt bekrachtigd, maar ook gedurende een tijdsperiode nadat de bekrachtiging is opgeheven, dat wil zeggen nadat de elektrische stroom door de wikkeling 11e is beëindigd, althans significant is afgenomen. Remanent magnetisme kan bhjkbaar een voldoende groot magnetisch veld opwekken om de magnetische koppeling in stand te houden. Op voordelige wijze blijkt dit met name het geval te zijn als de contactvlakken van de elektromagneet 11a en het magnetisch koppelend verstelelement 12 glad zijn uitgevoerd.According to a surprising insight, the magnetic coupling between the electromagnet 11a and the magnetically coupling adjusting element 12 appears to be maintained not only when the electromagnet 11a is actively energized, but also for a period of time after the excitation is canceled, i.e. after the electric current has been terminated by the winding 11e, or has at least decreased significantly. Remanent magnetism can apparently generate a sufficiently large magnetic field to maintain the magnetic coupling. This proves to be advantageous in particular if the contact surfaces of the electromagnet 11a and the magnetically coupling adjusting element 12 are of smooth design.

Gebruik makend van bovenstaand inzicht kan tijdens reguliere bediening van de verstelinrichting 1 periodiek slechts tijdelijk de elektromagneet 11a worden bekrachtigd terwijl toch de koppeling tussen elektromagneet 11a en verstelelement 12 in stand blijft. Ook na ontvangst van een beëindigingssignaal kan het voldoende zijn om de elektromagneet 11a slechts tijdelijk te bekrachtigen. Hierdoor kan een aanzienlijk hogere efficiency van de verstelinrichting worden bereikt, vanuit energetisch oogpunt. Daarnaast kan hierdoor de levensduur en de betrouwbaarheid van de inrichting worden vergroot.Using the above insight, the electromagnet 11a can only be periodically temporarily energized during regular operation of the adjusting device 1, while nevertheless the coupling between the electromagnet 11a and the adjusting element 12 is maintained. Even after receiving a termination signal, it may be sufficient to excite the electromagnet 11a only temporarily. A considerably higher efficiency of the adjusting device can hereby be achieved, from an energy point of view. In addition, this can increase the service life and reliability of the device.

Het effect van remanent magnetisme kan ook anderszins worden benut, bijvoorbeeld door althans tijdelijk de grootte van de elektrische stroom door de wikkeling lie van de elektromagneet 11a te variëren. Zo kan de wikkelingsstroom worden gereduceerd, bijvoorbeeld met een factor van circa tien ten opzichte van een initiële bekrachtigingsstroom. Ook kan de wikkelingsstroom worden vergroot of verkleind afhankelijk van een ‘stall’ toestand van de motor waarbij het afsluitelement in een eindstand is gebracht. In een dergelijke ‘stall’ toestand werkt de motor in dezelfde richting, of tegengesteld, aan de richting van de kracht die wordt uitgeoefend door de veer 13. Ten einde dit effect te compenseren kan de wikkelingsstroom, en daardoor de magnetische kracht tussen elektromagneet 11b en verstelelement 12, worden vergroot of verkleind.Opgemerkt wordt dat de stap van het periodiek slechts tijdelijk bekrachtigen van de elektromagneet of het althans tijdelijk variëren van de grootte van de elektrische stroom door de wikkeling van de elektromagneet niet alleen kan worden toegepast in combinatie met de werkwijze zoals gedefinieerd in conclusie 12, maar ook meer algemeen in een werkwijze ter bediening van een verstelinrichting voor het verstellen van een afsluitelement in een motorvoertuig, waarbij de verstelinrichting een op een voeding aansluitbare aandrijfeenheid voor het aandrijven van het afsluitelement omvat, alsmede een failsafe eenheid voorzien van een elektromagneet en een met de elektromagneet magnetisch koppelend verstelelement dat ten opzichte van de elektromagneet beweegbaar is opgesteld tussen een gekoppelde stand waarin de stand van het afsluitelement wordt bepaald door de aandrijfeenheid, en een ontkoppelde stand die correspondeert met een calamiteitenstand van het afsluitelement.The effect of retentive magnetism can also be utilized in some other way, for example by varying at least temporarily the magnitude of the electric current through the winding of the electromagnet 11a. The winding current can thus be reduced, for example by a factor of approximately ten with respect to an initial excitation current. The winding current can also be increased or decreased depending on a "stall" state of the motor where the closing element is brought to an end position. In such a "stall" state, the motor operates in the same direction, or opposite, to the direction of the force exerted by the spring 13. In order to compensate for this effect, the winding current, and therefore the magnetic force, between electromagnet 11b and adjusting element 12 can be increased or decreased. It is noted that the step of periodically only temporarily energizing the electromagnet or at least temporarily varying the magnitude of the electric current through the winding of the electromagnet can not only be used in combination with the method as defined in claim 12, but also more generally in a method for operating an adjusting device for adjusting a closing element in a motor vehicle, wherein the adjusting device comprises a drive unit connectable to a power supply for driving the closing element, as well as a failsafe unit provided of an electromagnet and one with the elek tromagnetic magnetic adjusting element which is movably arranged with respect to the electromagnet between a coupled position in which the position of the closing element is determined by the drive unit, and a decoupled position corresponding to a calamity position of the closing element.

Figuur 6 toont een schematisch blokschema van een alternatieve fail-safe eenheid 10, met een schematisch aanzicht van een dwarsdoorsnede van de elektromagneet 11a en het eerste uiteinde 12a van het magnetisch koppelend element 12 met het magnetiseerbare deel 12c. De elektromagneet 11a omvat een permanente magneet 64 en een magnetiseerbaar hoofddeel 61, ook anker genoemd, met in dwarsdoorsnede vier naar het magnetisch koppelend verstelelement 12 gerichte uiteinden 62, 63. Twee buitenste uiteinden 63a,b liggen in gekoppelde toestand aan tegen het magnetisch koppelend verstelelement 12. De binnenste uiteinden 62 zijn aan weerszijden van de permanente magneet 64 geplaatst. De permanente magneet 64 bevindt zich in een centrale positie tegen het magnetiseerbare hoofddeel 61 aan, aan de zijde van het magnetisch koppelend verstelelement. Voorts omvat de elektromagneet 11a een elektrische wikkeling 11e aangebracht in een holte tussen de binnenste en buitenste uiteinden 62, 63. De wikkeling 11e omgeeft beide binnenste uiteinden 62, alsmede de tussen beide binnenste uiteinden 62 gelegen permanente magneet 64. De wikkeling is via een elektrische geleiding lig aangesloten op de fail-safe regeleenheid 1 lb ter voeding en besturing.Figure 6 shows a schematic block diagram of an alternative fail-safe unit 10, with a schematic view of a cross-section of the electromagnet 11a and the first end 12a of the magnetic coupling element 12 with the magnetizable part 12c. The electromagnet 11a comprises a permanent magnet 64 and a magnetizable main part 61, also referred to as anchor, with in cross-section four ends 62, 63 directed towards the magnetically coupling adjusting element 12. Two outer ends 63a, b abut against the magnetically coupling adjusting element in coupled condition 12. The inner ends 62 are placed on either side of the permanent magnet 64. The permanent magnet 64 is located in a central position against the magnetizable main part 61, on the side of the magnetically engaging adjusting element. The electromagnet 11a further comprises an electric winding 11e arranged in a cavity between the inner and outer ends 62, 63. The winding 11e surrounds both inner ends 62, as well as the permanent magnet 64 located between the two inner ends 62. The winding is via an electric guidance is connected to the 1 lb fail-safe control unit for power and control.

Daarnaast omvat de elektromagneet 11a een additioneel magnetiseerbaar deel 65 dat tegen de permanente magneet 64 aanligt, aan de zijde tegenover het hierboven genoemde magnetiseerbare centrale deel 61. Het additionele magnetiseerbare deel 65 strekt zich zijwaarts uit, tot tegenover de binnenste uiteinden 62 van het magnetiseerbare centrale deel 61, zodanig dat spleten 66a,b worden gevormd tussen beide binnenste uiteinden 62a,b enerzijds en het additionele magnetiseerbare deel 65 anderzijds. Een typische hoogte voor de spleten 66a,b bedraagt 0.2 - 0.5 mm. Voorts is het additionele magnetiseerbare deel 65 zodanig vormgegeven dat in gekoppelde toestand niet alleen beide buitenste uiteinden 63, maar ook het additionele magnetiseerbare deel 65 aanligt tegen het magnetisch koppelend verstelem ent 12.In addition, the electromagnet 11a comprises an additional magnetizable part 65 which abuts the permanent magnet 64, on the side opposite the aforementioned magnetizable central part 61. The additional magnetizable part 65 extends sideways, opposite the inner ends 62 of the magnetizable central part 61, such that gaps 66a, b are formed between both inner ends 62a, b on the one hand and the additional magnetizable part 65 on the other. A typical height for the gaps 66a, b is 0.2 - 0.5 mm. Furthermore, the additional magnetizable part 65 is designed such that, in the coupled state, not only both outer ends 63, but also the additional magnetizable part 65 abuts against the magnetically coupling adjuster 12.

In gekoppelde status kunnen de magneetvelden als volgt worden omschreven. De permanente magneet 64 polariseert het magnetiseerbare hoofddeel 61, het additionele deel 65 en het magnetiseerbare deel 12c van het verstelelement 12. Hierbij wordt een eerste magnetische lus Li gevormd die zich vanaf de permanente magneet 64 uitstrekt door het additionele deel 65 en vanaf het contactvlak met het verstelelement 12 zijwaarts, via het magnetiseerbare deel 12c van het verstelement 12, oversteekt naar een eerste buitenste uiteinde 63a van het magnetiseerbare deel 61 van de elektromagneet 11c, door genoemd eerste buitenste uiteinde 63a van het verstelelement 12 vandaan verloopt en vervolgens via een achterwaarts gelegen gebied van het magnetiseerbare hoofddeel 61 van de elektromagneet 11c terug naar de permanente magneet 64 verloopt. De eerste magnetische lus Li verloopt niet of nagenoeg niet via een binnenste uiteinde 62a van het magnetiseerbare deel 61 van de elektromagneet 11c omdat de flux te zwak is om de spleet 66a te overbruggen. Op dezelfde wijze is een tweede magnetische lus L2 gevormd via de permanente magneet 64 en het tweede buitenste uiteinde 63b. Beide magnetische lussen genereren een magnetische koppeling tussen de elektromagneet 11a en het magnetisch koppelend verstelelement 12.In the coupled state, the magnetic fields can be described as follows. The permanent magnet 64 polarizes the magnetizable main part 61, the additional part 65 and the magnetizable part 12c of the adjusting element 12. A first magnetic loop Li is then formed which extends from the permanent magnet 64 through the additional part 65 and from the contact surface with the adjusting element 12 extends laterally, via the magnetizable part 12c of the adjusting element 12, to a first outer end 63a of the magnetizable part 61 of the electromagnet 11c, passes through said first outer end 63a of the adjusting element 12 and subsequently via a rearwardly located region of the magnetizable main part 61 of the electromagnet 11c extends back to the permanent magnet 64. The first magnetic loop Li does not or hardly runs through an inner end 62a of the magnetizable part 61 of the electromagnet 11c because the flux is too weak to bridge the gap 66a. Similarly, a second magnetic loop L2 is formed via the permanent magnet 64 and the second outer end 63b. Both magnetic loops generate a magnetic coupling between the electromagnet 11a and the magnetic coupling adjusting element 12.

Bij voldoende bekrachtiging van de wikkehng 11e ontstaat een derde magnetische lus L3 die via het eerste buitenste uiteinde 63a en een eerste binnenste uiteinde 62a verloopt, via de spleet 66a. Bij geschikte keuze van de stroomrichting in de wikkehng zijn de oriëntaties van de eerste en derde magnetische lus Li, L3 in het eerste buitenste uiteinde 63a tegengesteld gericht, zodat de koppelingskracht tussen de elektromagneet 11a en het verstelelement 12 verzwakt.With sufficient energization of the winding 11e, a third magnetic loop L3 is formed which runs via the first outer end 63a and a first inner end 62a via the gap 66a. When the current direction in the winding is appropriately selected, the orientations of the first and third magnetic loop L1, L3 in the first outer end 63a are opposed, so that the coupling force between the electromagnet 11a and the adjusting element 12 is weakened.

Evenzo ontstaat bij voldoende bekrachtiging van de tweede elektromagneet eenheid 65b een vierde magnetische lus L4 die via het tweede buitenste uiteinde 63b en een tweede binnenste uiteinde 62b verloopt, via de spleet 66b. Bij geschikte keuze van de stroomrichting in de wikkeling van de tweede elektromagneet eenheid 65b kan de koppelingskracht ter plaatse van het tweede buitenste uiteinde 63b worden verminderd of zelfs worden opgeheven.Similarly, with sufficient excitation of the second electromagnet unit 65b, a fourth magnetic loop L4 is formed which runs through the second outer end 63b and a second inner end 62b, via the gap 66b. With suitable choice of the direction of flow in the winding of the second electromagnet unit 65b, the coupling force at the location of the second outer end 63b can be reduced or even canceled.

Wanneer de tegengestelde magnetische fluxen in de buitenste uiteinden 63 even groot zijn, verdwijnt het totale magnetische veld aldaar. Het veld wordt dan gedwongen een andere lus L5 te volgen. Hierbij verloopt de lus L5 vanaf de permanente magneet 64 naar het additionele magnetiseerbare deel 65, via het additionele deel 65 zijwaarts, steekt via de spleet 66 over naar het tegenovergelegen binnenste uiteinde 62a, en keerte via een route door het magnetiseerbare hoofddeel 61 terug naar de permanente magneet 64. Aan de andere zijde van de permanente magneet 64 ontstaat een vergelijkbare lus L6 die via het additionele magnetiseerbare deel 65, de andere spleet 66b en het andere binnenste uiteinde 62b verloopt. De magnetische veldlijnen verlopen dan niet meer over contactvlakken met het verstelelement. De koppeling met het verstelelement wordt aldus geneutraliseerd.When the opposite magnetic fluxes in the outer ends 63 are of the same size, the total magnetic field disappears there. The field is then forced to follow another loop L5. Here, the loop L5 extends from the permanent magnet 64 to the additional magnetizable part 65, laterally via the additional part 65, crosses via the slit 66 to the opposite inner end 62a, and returns via a route through the magnetizable main part 61 to the permanent magnet 64. On the other side of the permanent magnet 64, a similar loop L6 is formed which runs through the additional magnetizable part 65, the other slit 66b and the other inner end 62b. The magnetic field lines then no longer extend over contact surfaces with the adjusting element. The coupling with the adjusting element is thus neutralized.

Aldus kan bij bekrachtiging van de wikkeling 11e de koppeling tussen de elektromagneet 11a en het magnetisch koppelend verstelelement 12 zodanig worden afgezwakt dat het verstelelement 12 door de veerwerking 13 in de ontkoppelde stand wordt getrokken.Thus, when the winding 11e is energized, the coupling between the electromagnet 11a and the magnetically coupling adjusting element 12 can be weakened such that the adjusting element 12 is pulled into the uncoupled position by the spring action 13.

Opgemerkt wordt dat de bekrachtigingsstroom in de wikkeling van de elektromagneet eenheden 65 bij voorkeur niet te groot wordt gekozen, om tegen te gaan dat juist een extra koppeling bij één of beide buitenste uiteinden 63 wordt verkregen.It is noted that the excitation current in the winding of the electromagnet units 65 is preferably not chosen to be too large, in order to prevent an extra coupling being obtained at one or both outer ends 63.

Voorts wordt opgemerkt dat de structuur anders kan worden uitgevoerd. De uitvoeringsvorm getoond in Fig. 6 heeft een elektromagneet met een integraal gevormd magnetiseerbaar deel 61. Alternatief is het magnetiseerbare deel 61 als tweede afzonderlijke delen uitgevoerd die elk gepolariseerd worden door de respectievelijke elektromagneet eenheden ter vorming van de hierboven beschreven magnetische lussen Li-6. Daarnaast kunnen twee wikkelingen worden toegepast, bijvoorbeeld rondom elk van de buitenste uiteinden 63a,b, of een ander meervoudig aantal wikkelingen, bijvoorbeeld drie of vier elektromagneten.It is further noted that the structure can be implemented differently. The embodiment shown in FIG. 6 has an electromagnet with an integrally formed magnetizable part 61. Alternatively, the magnetizable part 61 is formed as second separate parts, each of which is polarized by the respective electromagnet units to form the magnetic loops Li-6 described above. In addition, two windings can be applied, for example around each of the outer ends 63a, b, or a different multiple number of windings, for example three or four electromagnets.

Bij voorkeur worden permanente magneten toegepast van het zogenaamde isotrope type. Ook kan zogenaamd half-zacht magnetisch materiaal worden toegepast.Permanent magnets of the so-called isotropic type are preferably used. So-called semi-soft magnetic material can also be used.

Figuur 7A toont een stroomschema van een eerste werkwijze overeenkomstig de uitvinding. De werkwijze wordt toegepast ter bediening van een verstehnrichting volgens conclusie 1 voor het verstellen van een afsluitelement in een motorvoertuig. De werkwijze omvat de stappen van het verschaffen 110 van een dataverbinding tussen een centrale regeleenheid en een failsafe regeleenheid van de failsafe eenheid, het verschaffen 120 van een geheugen voor het opslaan van een via een dataverbinding bij de failsafe regeleenheid van de failsafe eenheid ontvangen beëindigingssignaal, en het althans tijdelijk opheffen 130 van de magnetische koppeling tussen de elektromagneet en het magnetisch koppelend verstelelement bij onderbreking van de voeding zonder voorafgaande ontvangst van een beëindigingssignaal binnen een vooraf bepaald tijdsinterval.Figure 7A shows a flow chart of a first method according to the invention. The method is used to operate an adjusting device according to claim 1 for adjusting a closing element in a motor vehicle. The method comprises the steps of providing 110 a data connection between a central control unit and a failsafe control unit of the failsafe unit, providing 120 a memory for storing a termination signal received via a data connection at the failsafe control unit of the failsafe unit, and at least temporarily canceling the magnetic coupling between the electromagnet and the magnetically coupling adjusting element upon interruption of the power supply without prior receipt of a termination signal within a predetermined time interval.

Figuur 7B toont een stroomschema van een tweede werkwijze overeenkomstig de uitvinding. De werkwijze wordt toegepast ter bediening van een verstehnrichting volgens conclusie 1 voor het verstellen van een afsluitelement in een motorvoertuig. De werkwijze omvat de stappen van het verschaffen 140 van een dataverbinding tussen een centrale regeleenheid en een failsafe regeleenheid van de failsafe eenheid, het genereren 150 van een beëindigingssignaal wanneer is bepaald dat de voeding van de aandrijfeenheid binnen een vooraf bepaald tijdsinterval gecontroleerd zal worden onderbroken, en het verzenden 160 van het beëindigingssignaal naar de failsafe regeleenheid van de failsafe eenheid.Figure 7B shows a flow chart of a second method according to the invention. The method is used to operate an adjusting device according to claim 1 for adjusting a closing element in a motor vehicle. The method includes the steps of providing 140 a data connection between a central control unit and a failsafe control unit of the failsafe unit, generating 150 a termination signal when it is determined that the power supply to the drive unit will be controlled interrupted within a predetermined time interval, and transmitting 160 the termination signal to the failsafe control unit of the failsafe unit.

De hierboven werkwijzen voor het bedienen van een verstelinrichting kunnen worden uitgevoerd met specifieke hardware structuren zoals FPGA en/of ASIC componenten. Alternatief kan ten minste één werkwijze ten minste gedeeltelijk worden uitgevoerd met gebruikmaking van een computer programma product met voor een computer leesbare code die een fail-safe regeleenheid en/of een centrale regeleenheid ten minste één van bovengenoemde stappen doet uitvoeren. De stap of stappen kunnen op een enkelvoudige processor of op een meervoudig aantal processoren serieel en/of parallel worden uitgevoerd. In principe is het zelfs mogelijk dat stappen van beide werkwijzen op dezelfde processor worden uitgevoerd. Een processor kan worden geladen met een specifieke software module. Dergelijke modules kunnen bijvoorbeeld via het Internet beschikbaar worden gesteld.The above methods for operating an adjusting device can be implemented with specific hardware structures such as FPGA and / or ASIC components. Alternatively, at least one method may be implemented at least in part using a computer program product with computer readable code that causes a fail-safe control unit and / or a central control unit to perform at least one of the above steps. The step or steps can be performed serially and / or in parallel on a single processor or on a plurality of processors. In principle, it is even possible that steps of both methods are performed on the same processor. A processor can be loaded with a specific software module. Such modules can, for example, be made available via the Internet.

De uitvinding is niet beperkt tot de hierboven weergegeven uitvoeringsvoorbeelden. Vele varianten zijn mogelijk en zullen de vakman duidelijk zijn.The invention is not limited to the exemplary embodiments shown above. Many variants are possible and will be clear to the skilled person.

Zo kan de functie van de uitgaande assen van het samengestelde planeetwielsysteem 9 worden omgewisseld, waarbij bijvoorbeeld het ringwiel 9c de eerste uitgaande as vormt en een aandrijfwiel 9b de tweede uitgaande as.Thus, the function of the output shafts of the assembled planetary gear system 9 can be exchanged, for example, the ring wheel 9c forming the first output shaft and a drive wheel 9b the second output shaft.

Dergebjke varianten zullen de vakman duidebjk zijn en worden geacht te bggen binnen het bereik van de uitvinding, zoals verwoord in de hiernavolgende conclusies.Such variants will be apparent to those skilled in the art and are understood to be within the scope of the invention as set forth in the following claims.

LIJST VAN ONDERDELEN 1. verstelinrichting 2. behuizing 3. connector 4. [niet in gebruik] 5. aandrijfeenheid 6. motor 7. tussenwiel 8. aandrijftrein 9. samengesteld planeetwielsysteem 9a. ingaande as/zonnewiel 9b. eerste uitgaande as 9c.tweede uitgaande as, ringwiel 10. fail-safe eenheid 11a. elektromagneet lib. fail-safe regeleenheid 1 lc. geheugenelement van fail-safe regeleenheid lid. processor van fail-safe regeleenheid lle. wikkeling llf. magnetiseerbaar deel elektromagneet lig. elektrische geleiders 12. magnetisch koppelend verstelelement, hefboomarm 12a. uiteinde hefboomarm 12b. uiteinde hefboomarm 12c. magnetiseerbaar deel 13. energie-opslagelement/veer 13a. uiteinde veer 13b. uiteinde veer 14. zwenkas 21. nok 30. centrale regeleenheid 31. processor van centrale regeleenheid 40. dataverbinding 50. voeding 41a,b. eerste set externe aansluitpunten 42a,b. eerste set interne aansluitpunten 51a,b. tweede set externe aansluitpunten 52a,b. tweede set interne aansluitpunten 54. diode 55. condensator 61. magnetiseerbaar deel van elektromagneet 62a,b. binnenste uiteinden van magnetiseerbaar deel 61 63a,b. buitenste uiteinden van magnetiseerbaar deel 61 64. permanente magneet 65 . additioneel magnetiseerbaar deel 66a,b. spleetPART LIST 1. adjusting device 2. housing 3. connector 4. [not in use] 5. drive unit 6. motor 7. intermediate wheel 8. drive train 9. compound planetary gear system 9a. input shaft / sun gear 9b. first output shaft 9c. second output shaft, ring gear 10. fail-safe unit 11a. electromagnet lib. fail-safe control unit 1 lc. memory element of fail-safe control unit member. processor of fail-safe control unit lle. winding llf. magnetizable part electromagnet. electrical conductors 12. magnetic coupling adjusting element, lever arm 12a. lever arm end 12b. lever arm end 12c. magnetizable part 13. energy storage element / spring 13a. end of spring 13b. end of spring 14. pivot axis 21. cam 30. central control unit 31. processor of central control unit 40. data connection 50. power supply 41a, b. first set of external connection points 42a, b. first set of internal connection points 51a, b. second set of external connection points 52a, b. second set of internal connection points 54. diode 55. capacitor 61. magnetizable part of electromagnet 62a, b. inner ends of magnetizable part 61 63a, b. outer ends of magnetizable part 61 64. permanent magnet 65. additional magnetizable portion 66a, b. crack

Claims (25)

1. Verstelinrichting voor het verstellen van een afsluitelement in een motorvoertuig, omvattende een op een voeding aansluitbare aandrijfeenheid voor het aandrijven van het afsluitelement, en een failsafe eenheid voorzien van een elektromagneet en een met de elektromagneet magnetisch koppelend verstelelement dat ten opzichte van de elektromagneet beweegbaar is opgesteld tussen een gekoppelde stand waarin de stand van het afsluitelement wordt bepaald door de aandrijfeenheid, en een ontkoppelde stand die correspondeert met een calamiteitenstand van het afsluitelement, waarbij voorts de failsafe eenheid is voorzien van een op de voeding en via een dataverbinding op een centrale regeleenheid aansluitbare failsafe regeleenheid voor het gecontroleerd bekrachtigen van de elektromagneet, waarbij de failsafe regeleenheid een geheugenelement heeft om een via de dataverbinding ontvangen beëindigingssignaal op te slaan, en waarbij de failsafe regeleenheid is ingericht om bij onderbreking van de voeding zonder voorafgaande ontvangst van een beëindigingssignaal de magnetische koppeling tussen de elektromagneet en het magnetisch koppelend verstelelement althans tijdelijk op te heffen.An adjusting device for adjusting a closing element in a motor vehicle, comprising a drive unit connectable to a power supply for driving the closing element, and a failsafe unit provided with an electromagnet and an adjusting element magnetically coupling to the electromagnet and movable relative to the electromagnet is arranged between a coupled position in which the position of the closing element is determined by the drive unit, and a decoupled position corresponding to a calamity position of the closing element, wherein the failsafe unit is furthermore provided with a on the power supply and via a data connection at a central control unit connectable failsafe control unit for the controlled energization of the electromagnet, wherein the failsafe control unit has a memory element for storing a termination signal received via the data connection, and wherein the failsafe control unit is adapted to break the by at least temporarily canceling the magnetic coupling between the electromagnet and the magnetic coupling adjusting element without prior reception of a termination signal. 2. Verstelinrichting volgens conclusie 1, waarbij de failsafe regeleenheid voorts is ingericht om bij onderbreking van de voeding na ontvangst van een beëindigingssignaal de magnetische koppeling tussen de elektromagneet en het magnetisch koppelend verstelelement te handhaven.2. Adjusting device as claimed in claim 1, wherein the failsafe control unit is further adapted to maintain the magnetic coupling between the electromagnet and the magnetically coupling adjusting element in the event of an interruption of the power supply after receiving a termination signal. 3. Verstelinrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij het magnetisch koppelend verstelelement is voorzien van een magnetiseerbaar deel.3. Adjusting device as claimed in claim 1 or 2, wherein the magnetically coupling adjusting element is provided with a magnetizable part. 4. Verstelinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de elektromagneet en/of het magnetisch koppelend verstelelement is voorzien van een permanente magneet.4. Adjusting device as claimed in any of the foregoing claims, wherein the electromagnet and / or the magnetically coupling adjusting element is provided with a permanent magnet. 5. Verstehnrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de elektromagneet en het magnetiseerbaar deel van het magnetisch koppelend verstelelement zijn voorzien van contactvlakken die onderling aanhggen bij gekoppelde stand van het verstelelement, en waarbij de contactvlakken glad zijn uitgevoerd.5. An adjusting device as claimed in any one of the preceding claims, wherein the electromagnet and the magnetizable part of the magnetically coupling adjusting element are provided with contact surfaces which mutually adhere when the adjusting element is in the coupled position, and wherein the contact surfaces are of smooth design. 6. Verstelinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de failsafe regeleenheid tevens is ingericht om na ontvangst van een controlesignaal, via de dataverbinding, de aandrijfeenheid te regelen.An adjusting device according to any one of the preceding claims, wherein the failsafe control unit is also adapted to control the drive unit after receiving a control signal via the data connection. 7. Verstelinrichting volgens één der voorgaande conclusies, voorts omvattende een interface voor aansluiting op de voeding en de dataverbinding.7. Adjusting device as claimed in any of the foregoing claims, further comprising an interface for connection to the power supply and the data connection. 8. Verstelinrichting volgens één der voorgaande conclusies, voorts omvattende een lokale energiebron.An adjusting device according to any one of the preceding claims, further comprising a local energy source. 9. Verstelinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de failsafe regeleenheid een detector omvat voor het genereren van een waarschuwingssignaal wanneer de voedingsspanning daalt onder een vooraf bepaald niveau.An adjusting device according to any one of the preceding claims, wherein the failsafe control unit comprises a detector for generating a warning signal when the supply voltage falls below a predetermined level. 10. Verstelinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij het afsluitelement verstelbaar is tussen een open stand voor het in hoofdzaak openenen van een luchtinlaat, en een gesloten stand voor het in hoofdzaak afsluiten van een luchtinlaat.10. Adjusting device as claimed in any of the foregoing claims, wherein the closing element is adjustable between an open position for substantially opening an air inlet, and a closed position for substantially closing an air inlet. 11. Motorvoertuig voorzien van een verstelinrichting volgens een der voorgaande conclusies.A motor vehicle provided with an adjusting device according to any one of the preceding claims. 12. Werkwijze ter bediening van een verstelinrichting volgens conclusie 1 voor het verstellen van een afsluitelement in een motorvoertuig, waarbij de werkwijze de stappen omvat van het verschaffen van een dataverbinding tussen een centrale regeleenheid en een failsafe regeleenheid van de failsafe eenheid, het verschaffen van een geheugen voor het opslaan van een via een dataverbinding bij de failsafe regeleenheid van de failsafe eenheid ontvangen beëindigingssignaal, en het althans tijdelijk opheffen van de magnetische koppeling tussen de elektromagneet en het magnetisch koppelend verstelelement bij onderbreking van de voeding zonder voorafgaande ontvangst van een beëindigingssignaal.A method of operating an adjusting device as claimed in claim 1 for adjusting a closing element in a motor vehicle, the method comprising the steps of providing a data connection between a central control unit and a failsafe control unit of the failsafe unit, providing a memory for storing a termination signal received via a data connection at the failsafe control unit of the failsafe unit, and at least temporarily canceling the magnetic coupling between the electromagnet and the magnetic coupling adjusting element upon interruption of the power supply without prior reception of a termination signal. 13. Werkwijze volgens conclusie 12, waarbij de magnetische koppeling tussen de elektromagneet en het magnetisch koppelend verstelement wordt opgeheven door een ontkoppelingsstroom door wikkelingen van de elektromagneet te laten vloeien.The method of claim 12, wherein the magnetic coupling between the electromagnet and the magnetically engaging adjusting element is canceled by causing a decoupling current to flow through windings of the electromagnet. 14. Werkwijze volgens conclusie 13, waarbij de ontkoppelingsstroom remanent magnetisme in een anker van de elektromagneet en/of in een magnetiseerbaar deel aan het magnetisch koppelend verstelelement neutraliseert.A method according to claim 13, wherein the decoupling current neutralizes remanent magnetism in an anchor of the electromagnet and / or in a magnetizable part on the magnetically coupling adjusting element. 15. Werkwijze volgens conclusie 13 of 14, waarbij de ontkoppelingsstroom een magnetische flux genereert die ter plaatse van contactvlakken van de elektromagneet en het magnetisch koppeld verstelelement tegengesteld gericht is aan de flux van een permanente magneet in de elektromagneet en/of in het magnetisch koppelend verstelelement.Method according to claim 13 or 14, wherein the decoupling current generates a magnetic flux which, at the contact surfaces of the electromagnet and the magnetically coupled adjusting element, is opposed to the flux of a permanent magnet in the electromagnet and / or in the magnetically coupling adjusting element . 16. Werkwijze volgens één der voorgaande conclusies 12-15, waarbij de tijdelijke opheffing van de magnetische koppeling tussen de elektromagneet en het magnetisch koppelend verstelelement ten minste zolang duurt dat het afsluitelement de calamiteitenstand aanneemt.16. Method as claimed in any of the foregoing claims 12-15, wherein the temporary cancellation of the magnetic coupling between the electromagnet and the magnetically coupling adjusting element lasts at least as long as the closing element assumes the calamity position. 17. Werkwijze volgens één der voorgaande conclusies 12-16, voorts omvattende de stap van het handhaven van de magnetische koppeling tussen de elektromagneet en het magnetisch koppelend verstelelement bij onderbreking van de voeding na ontvangst van een beëindigingssignaal.A method according to any one of the preceding claims 12-16, further comprising the step of maintaining the magnetic coupling between the electromagnet and the magnetically coupling adjusting element upon interruption of the power supply after receiving a termination signal. 18. Werkwijze volgens conclusie 17, waarbij de magnetische koppeling tussen de elektromagneet en het magnetisch koppelend verstelement wordt gehandhaafd door de elektromagneet slechts tijdelijk te bekrachtigden.A method according to claim 17, wherein the magnetic coupling between the electromagnet and the magnetically engaging adjusting element is maintained by only temporarily energizing the electromagnet. 19. Werkwijze volgens één der voorgaande conclusies 12-18, omvattende de stap van het tijdens reguliere bediening van de verstelinrichting periodiek slechts tijdelijk bekrachtigen van de elektrom agneet.19. Method as claimed in any of the foregoing claims 12-18, comprising the step of periodically only temporarily energizing the electromagnet during regular operation of the adjusting device. 20. Werkwijze volgensn één der voorgaande conclusies 12-19, omvattende de stap van het tijdens reguliere bediening van de verstelinrichting variëren van de grootte van de elektrische stroom door een wikkeling van de elektromagneet.A method according to any one of the preceding claims 12-19, comprising the step of varying the magnitude of the electric current through a winding of the electromagnet during regular operation of the adjusting device. 21. Computer programma product ter bediening van een verstelinrichting volgens conclusie 1 voor het verstellen van een afsluitelement in een motorvoertuig, waarbij het computer programma product computer leesbare code omvat die een failsafe regeleenheid van de failsafe eenheid de stappen doet uitvoeren van het opslaan van een beëindigingssignaal dat via een dataverbinding met een centrale regeleenheid wordt ontvangen, en het althans tijdelijk opheffen van de magnetische koppeling tussen de elektromagneet en het magnetisch koppelend verstelelement bij onderbreking van de voeding zonder voorafgaande ontvangst van een beëindigingssignaal.A computer program product for operating an adjusting device as claimed in claim 1 for adjusting a closing element in a motor vehicle, the computer program product comprising computer readable code which causes a failsafe control unit of the failsafe unit to perform the steps of storing a termination signal that is received via a data connection with a central control unit, and at least temporarily canceling the magnetic coupling between the electromagnet and the magnetically coupling adjusting element when the power supply is interrupted without prior reception of a termination signal. 22. Centrale regeleenheid die via een dataverbinding aansluitbaar is op de failsafe regeleenheid van een verstelinrichting volgens conclusie 1, waarbij de centrale regeleenheid is ingericht voor het genereren en naar de regeleenheid van de verstelinrichting verzenden van een beëindigingssignaal wanneer is bepaald dat de voeding van de aandrijfeenheid gecontroleerd zal worden onderbroken.A central control unit connectable via a data connection to the failsafe control unit of an adjusting device according to claim 1, wherein the central control unit is adapted to generate and send a termination signal to the control unit of the adjusting device when it is determined that the power supply of the drive unit checked will be interrupted. 23. Centrale regeleenheid volgens conclusie 22, welke voorts is ingericht om bij elke voorzienbare gecontroleerde onderbreking van de voeding een beëindigingssignaal te genereren en naar de failsafe regeleenheid van de verstehnrichting te verzenden.The central control unit according to claim 22, which is further adapted to generate a termination signal at each foreseeable, controlled interruption of the power supply and to send it to the failsafe control unit of the control device. 24. Werkwijze ter bediening van een verstehnrichting volgens conclusie 1 voor het verstehen van een afsluitelement in een motorvoertuig, waarbij de werkwijze de stappen omvat van het verschaffen van een dataverbinding tussen een centrale regeleenheid en een failsafe regeleenheid van de failsafe eenheid, het genereren van een beëindigingssignaal wanneer is bepaald dat de voeding van de aandrijfeenheid gecontroleerd zal worden onderbroken, en het verzenden van het beëindigingssignaal naar de failsafe regeleenheid van de failsafe eenheid.The method of operating a control device according to claim 1 for controlling a closing element in a motor vehicle, the method comprising the steps of providing a data connection between a central control unit and a failsafe control unit of the failsafe unit, generating a termination signal when it is determined that the power supply of the drive unit will be checked interrupted, and sending the termination signal to the failsafe control unit of the failsafe unit. 25. Computer programma product ter bediening van een verstelinrichting volgens conclusie 1 voor het verstellen van een afsluitelement in een motorvoertuig, waarbij het computer programma product computer leesbare code omvat die een centrale regeleenheid de stappen doet uitvoeren van het genereren van een beëindigingssignaal wanneer is bepaald dat de voeding van de aandrijfeenheid gecontroleerd zal worden onderbroken, en het via een dataverbinding verzenden van het beëindigingssignaal naar een failsafe regeleenheid van de failsafe eenheid.The computer program product for operating an adjusting device as claimed in claim 1 for adjusting a closing element in a motor vehicle, the computer program product comprising computer readable code which causes a central control unit to carry out the steps of generating a termination signal when it is determined that the power supply of the drive unit will be interrupted in a controlled manner, and the sending of the termination signal via a data connection to a failsafe control unit of the failsafe unit.
NL2012072A 2014-01-10 2014-01-10 ADJUSTING DEVICE FOR ADJUSTING A SHUT-DOWN ELEMENT, MOTOR VEHICLE, METHOD AND COMPUTER PROGRAM PRODUCT. NL2012072C2 (en)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2012072A NL2012072C2 (en) 2014-01-10 2014-01-10 ADJUSTING DEVICE FOR ADJUSTING A SHUT-DOWN ELEMENT, MOTOR VEHICLE, METHOD AND COMPUTER PROGRAM PRODUCT.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2012072 2014-01-10
NL2012072A NL2012072C2 (en) 2014-01-10 2014-01-10 ADJUSTING DEVICE FOR ADJUSTING A SHUT-DOWN ELEMENT, MOTOR VEHICLE, METHOD AND COMPUTER PROGRAM PRODUCT.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2012072C2 true NL2012072C2 (en) 2015-07-13

Family

ID=50288227

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2012072A NL2012072C2 (en) 2014-01-10 2014-01-10 ADJUSTING DEVICE FOR ADJUSTING A SHUT-DOWN ELEMENT, MOTOR VEHICLE, METHOD AND COMPUTER PROGRAM PRODUCT.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL2012072C2 (en)

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO2012067502A1 (en) * 2010-11-15 2012-05-24 Mci (Mirror Controls International) Netherlands B.V. Adjustment device for air inlet, method for adjusting an air inlet with an adjustment device, motor vehicle provided with an air inlet having an adjustment device
DE102011007523A1 (en) * 2011-04-15 2012-10-18 Brose Fahrzeugteile Gmbh & Co. Kg, Coburg Actuator of an air passage device
WO2013012337A1 (en) * 2011-07-21 2013-01-24 Mci (Mirror Controls International) Netherlands B.V. Adjustment device with drive unit; air inlet with such an adjustment device; motor vehicle with such an air inlet

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO2012067502A1 (en) * 2010-11-15 2012-05-24 Mci (Mirror Controls International) Netherlands B.V. Adjustment device for air inlet, method for adjusting an air inlet with an adjustment device, motor vehicle provided with an air inlet having an adjustment device
DE102011007523A1 (en) * 2011-04-15 2012-10-18 Brose Fahrzeugteile Gmbh & Co. Kg, Coburg Actuator of an air passage device
WO2013012337A1 (en) * 2011-07-21 2013-01-24 Mci (Mirror Controls International) Netherlands B.V. Adjustment device with drive unit; air inlet with such an adjustment device; motor vehicle with such an air inlet

Similar Documents

Publication Publication Date Title
EP4053874B1 (en) A contactor, an integrated circuit, a method of interrupting a current flow
US8258651B2 (en) Methods and circuits for controlling a battery disconnect switch
CA2236392A1 (en) Solenoid controlled bolt control for an electronic lock
CN105073470A (en) Adjusting device, adjusting method and motor vehicle
CN105691373B (en) Method for applying electric parking brake device
JP2014214625A (en) Starter
CN1257517C (en) Method and device for controlling electromagnet in self-protection D.C. circuit
NL2012072C2 (en) ADJUSTING DEVICE FOR ADJUSTING A SHUT-DOWN ELEMENT, MOTOR VEHICLE, METHOD AND COMPUTER PROGRAM PRODUCT.
KR20110128117A (en) Engine starter
JP2000050513A (en) Battery supply control unit
US10131271B2 (en) Cut-off mechanism for motor vehicle headlight, actuated by an electromagnet with two air gaps
US20170030739A1 (en) Monitoring solenoid plunger position
JP2016103445A (en) Safety device
US9127636B2 (en) Variable flux starter and switch system
KR20040011520A (en) Engine start controller, engine start control method, and recording medium having program recorded therein for performing the method
WO2013053850A2 (en) Secure method for cutting off the power supply of an electric motor, and corresponding device
KR102463687B1 (en) Apparatus for unblocking dark current and method thereof
JP2019182139A (en) Activation system of vehicle
US20220106815A1 (en) Door lock release mechanism
CN104290687A (en) Vehicle-mounted power network system for motor vehicle
US20140159884A1 (en) Vehicle safety system for mandatory driver inspection to ensure that passengers have all disembarked
NL2014161B1 (en) Adjustment device for an air inlet for an engine compartment.
US1246056A (en) Electrical system.
JP2783178B2 (en) Constant speed traveling equipment for vehicles
KR102754545B1 (en) Power control apparatus of edge server for train