NL2012019C2 - Luchtbehandelingssysteem voor een gebouw. - Google Patents
Luchtbehandelingssysteem voor een gebouw. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2012019C2 NL2012019C2 NL2012019A NL2012019A NL2012019C2 NL 2012019 C2 NL2012019 C2 NL 2012019C2 NL 2012019 A NL2012019 A NL 2012019A NL 2012019 A NL2012019 A NL 2012019A NL 2012019 C2 NL2012019 C2 NL 2012019C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- air
- channel
- air treatment
- building
- cooler
- Prior art date
Links
- 238000001816 cooling Methods 0.000 claims abstract description 78
- 238000001704 evaporation Methods 0.000 claims abstract description 66
- 238000001035 drying Methods 0.000 claims abstract description 8
- 238000009736 wetting Methods 0.000 claims abstract description 3
- 230000008020 evaporation Effects 0.000 claims description 56
- 238000010438 heat treatment Methods 0.000 claims description 11
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 6
- 229920000642 polymer Polymers 0.000 claims description 6
- 238000001179 sorption measurement Methods 0.000 claims description 6
- 229920003213 poly(N-isopropyl acrylamide) Polymers 0.000 claims description 4
- 230000008929 regeneration Effects 0.000 claims description 3
- 238000011069 regeneration method Methods 0.000 claims description 3
- 238000011144 upstream manufacturing Methods 0.000 claims description 3
- JKNCOURZONDCGV-UHFFFAOYSA-N 2-(dimethylamino)ethyl 2-methylprop-2-enoate Chemical compound CN(C)CCOC(=O)C(C)=C JKNCOURZONDCGV-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 2
- 238000004090 dissolution Methods 0.000 claims description 2
- 229920000765 poly(2-oxazolines) Polymers 0.000 claims description 2
- 238000004378 air conditioning Methods 0.000 claims 3
- 238000007791 dehumidification Methods 0.000 abstract 1
- 238000011084 recovery Methods 0.000 description 12
- 241000894006 Bacteria Species 0.000 description 3
- 239000000356 contaminant Substances 0.000 description 2
- 239000002826 coolant Substances 0.000 description 1
- 238000005265 energy consumption Methods 0.000 description 1
- 238000001914 filtration Methods 0.000 description 1
- 238000002156 mixing Methods 0.000 description 1
- 229920006395 saturated elastomer Polymers 0.000 description 1
Classifications
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F24—HEATING; RANGES; VENTILATING
- F24F—AIR-CONDITIONING; AIR-HUMIDIFICATION; VENTILATION; USE OF AIR CURRENTS FOR SCREENING
- F24F1/00—Room units for air-conditioning, e.g. separate or self-contained units or units receiving primary air from a central station
- F24F1/0007—Indoor units, e.g. fan coil units
- F24F1/0059—Indoor units, e.g. fan coil units characterised by heat exchangers
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F24—HEATING; RANGES; VENTILATING
- F24F—AIR-CONDITIONING; AIR-HUMIDIFICATION; VENTILATION; USE OF AIR CURRENTS FOR SCREENING
- F24F3/00—Air-conditioning systems in which conditioned primary air is supplied from one or more central stations to distributing units in the rooms or spaces where it may receive secondary treatment; Apparatus specially designed for such systems
- F24F3/12—Air-conditioning systems in which conditioned primary air is supplied from one or more central stations to distributing units in the rooms or spaces where it may receive secondary treatment; Apparatus specially designed for such systems characterised by the treatment of the air otherwise than by heating and cooling
- F24F3/14—Air-conditioning systems in which conditioned primary air is supplied from one or more central stations to distributing units in the rooms or spaces where it may receive secondary treatment; Apparatus specially designed for such systems characterised by the treatment of the air otherwise than by heating and cooling by humidification; by dehumidification
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F24—HEATING; RANGES; VENTILATING
- F24F—AIR-CONDITIONING; AIR-HUMIDIFICATION; VENTILATION; USE OF AIR CURRENTS FOR SCREENING
- F24F1/00—Room units for air-conditioning, e.g. separate or self-contained units or units receiving primary air from a central station
- F24F1/0007—Indoor units, e.g. fan coil units
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F24—HEATING; RANGES; VENTILATING
- F24F—AIR-CONDITIONING; AIR-HUMIDIFICATION; VENTILATION; USE OF AIR CURRENTS FOR SCREENING
- F24F12/00—Use of energy recovery systems in air conditioning, ventilation or screening
- F24F12/001—Use of energy recovery systems in air conditioning, ventilation or screening with heat-exchange between supplied and exhausted air
- F24F12/006—Use of energy recovery systems in air conditioning, ventilation or screening with heat-exchange between supplied and exhausted air using an air-to-air heat exchanger
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F24—HEATING; RANGES; VENTILATING
- F24F—AIR-CONDITIONING; AIR-HUMIDIFICATION; VENTILATION; USE OF AIR CURRENTS FOR SCREENING
- F24F5/00—Air-conditioning systems or apparatus not covered by F24F1/00 or F24F3/00, e.g. using solar heat or combined with household units such as an oven or water heater
- F24F5/0007—Air-conditioning systems or apparatus not covered by F24F1/00 or F24F3/00, e.g. using solar heat or combined with household units such as an oven or water heater cooling apparatus specially adapted for use in air-conditioning
- F24F5/0035—Air-conditioning systems or apparatus not covered by F24F1/00 or F24F3/00, e.g. using solar heat or combined with household units such as an oven or water heater cooling apparatus specially adapted for use in air-conditioning using evaporation
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y02—TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
- Y02B—CLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES RELATED TO BUILDINGS, e.g. HOUSING, HOUSE APPLIANCES OR RELATED END-USER APPLICATIONS
- Y02B30/00—Energy efficient heating, ventilation or air conditioning [HVAC]
- Y02B30/54—Free-cooling systems
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y02—TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
- Y02B—CLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES RELATED TO BUILDINGS, e.g. HOUSING, HOUSE APPLIANCES OR RELATED END-USER APPLICATIONS
- Y02B30/00—Energy efficient heating, ventilation or air conditioning [HVAC]
- Y02B30/56—Heat recovery units
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Combustion & Propulsion (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Thermal Sciences (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Sustainable Development (AREA)
- Central Air Conditioning (AREA)
- Drying Of Solid Materials (AREA)
Description
LUCHTBEHANDELINGSSYSTEEM VOOR EEN GEBOUW
De uitvinding heeft betrekking op een luchtbehandelingssysteem voor een gebouw, alsmede op een gebouw met een luchtbehandelingssysteem. In het bijzonder heeft de uitvinding betrekking op een luchtbehandelingssysteem voor een gebouw met een droger voor het drogen van buiten het gebouw afkomstige lucht en een indirecte verdampingskoeler voor het koelen van de gedroogde lucht.
Een dergelijk luchtbehandelingssysteem is op zichzelf bekend. Een voordeel van een dergelijk systeem dat gebruik maakt van een indirecte verdampingskoeler voor het koelen van de lucht is bijvoorbeeld dat een dergelijk systeem minder energie kan verbruiken dan een ander type luchtbehandelingssysteem en dat geen schadelijke koelmiddelen worden gebruikt. Een nadeel is echter, dat voor een voldoende koelvermogen relatief veel lucht nodig is, waardoor er sprake is van relatief grote luchtkanalen voor het toevoeren van de gekoelde lucht aan de diverse ruimtes van het gebouw, welke kanalen bovendien veelal geïsoleerd moeten worden. Voorts dient lucht uit het gebouw via eveneens relatief grote luchtkanalen naar de indirecte verdampingskoeler teruggevoerd te worden. Hierdoor heeft het bekende luchtbehandelingssysteem praktische beperkingen waardoor het veelal slechts voor een bepaald maximaal volume van een gebouw wordt gebruikt.
Het is een doel van de uitvinding om het bovenbeschreven nadeel van het luchtbehandelingssysteem althans ten dele te ondervangen. In het bijzonder is het een doel van de uitvinding om een luchtbehandelingssysteem te verschaffen dat een gebouw met willekeurig volume of in elk geval een groter volume dan met het bekende systeem mogelijk is goed en/of efficiënt en/of met relatief laag energieverbruik kan koelen.
Hiertoe ziet de uitvinding op een luchtbehandelingssysteem voor een gebouw, omvattende: - een luchtbehandelingsinrichting met een droger voor het drogen van buiten het gebouw afkomstige lucht, en - ten minste twee indirecte verdampingskoelers die elk parallel aan elkaar met de luchtbehandelingsinrichting zijn verbonden, waarbij elke indirecte verdampingskoeler twee door een overdrachtswand van elkaar gescheiden kanalen omvat, waarbij een eerste kanaal een koelkanaal is en waarbij het tweede kanaal een verdampingskanaal is, en waarbij elke indirecte verdampingskoeler bevochtigingsmiddelen voor het bevochtigen van de naar het verdampingskanaal gekeerde zijde van de overdrachtswand omvat.
De luchtbehandelingsinrichting is volgens de uitvinding een centrale, algemene inrichting, die op elke geschikte locatie in of op het gebouw kan zijn opgesteld, waarbij lokaal in het gebouw een aantal indirecte verdampingskoelers is opgesteld die op de gezamenlijke, algemene luchtbehandelingsinrichting zijn aangesloten. Het aanzuigen van verse buitenlucht en het drogen daarvan kan daardoor algemeen voor het gehele gebouw plaatsvinden, terwijl het koelen lokaal plaatsvindt. Dit biedt ten opzichte van het bekende systeem waarbij ook koelen algemeen voor het gehele gebouw plaatsvindt ten minste één van het volgende aantal voordelen, namelijk: - de luchtbehandelingsinrichting kan centraal onderhouden worden; - de toevoerkanalen voor het toevoeren van gedroogde lucht aan de lokale indirecte verdampingskoelers hoeven niet geïsoleerd te worden; - de toevoerkanalen kunnen relatief klein zijn; - er zijn geen luchtterugvoerkanalen naar de luchtbehandelingsinrichting nodig; - elke indirecte verdampingskoeler kan relatief klein uitgevoerd zijn, waardoor tevens de afmeting van de centrale luchtbehandelingsinrichting kan afnemen omdat deze geen relatief grote indirecte verdampingskoeler hoeft te accommoderen; - de locatie van de indirecte verdampingskoeler kan naar wens gekozen worden; - het totale vermogen van de som van lokale indirecte verdampingskoelers kan relatief groot zijn ten opzichte van algemeen voor het gebouw toegepaste koelers, en - de mate van koeling kan lokaal gekozen worden.
Opgemerkt wordt, dat de luchtbehandelingsinrichting indien gewenst meerdere apparaten of functionaliteiten kan omvatten, zoals bijvoorbeeld een luchtfilter voor het filteren van buitenlucht en/of één of meer indirecte verdampingskoelers, die stroomopwaarts en/of stroomafwaarts van de droger opgesteld kunnen zijn. Hierdoor kan in de luchtbehandelingsinrichting centrale, algemene koeling plaatsvinden naast de lokale koeling in de lokaal opgestelde indirecte verdampingskoelers. Een indirecte verdampingskoeler die stroomopwaarts van de droger is opgesteld heeft het voordeel, dat de aan de droger toegevoerde luchtstroom daardoor een hogere relatieve vochtigheid zal bezitten, waardoor de efficiëntie van de drooginrichting kan toenemen. Dit is in overeenstemming met het inzicht van de aanvrager, dat de efficiëntie van de droger kan toenemen met de relatieve vochtigheid van de luchtstroom. Een indirecte verdampingskoeler die stroomafwaarts van de droger is opgesteld heeft het voordeel, dat de lucht centraal gekoeld wordt voordat deze naar de diverse lokale indirecte verdampingskoelers wordt geleid, waardoor de indirecte verdampingskoelers relatief klein uitgevoerd kunnen worden of tot een lagere temperatuur kunnen koelen, vanwege een lagere enthalpie van de luchtstroom.
In een uitvoeringsvorm van het luchtbehandelingssysteem volgens de uitvinding omvat elke indirecte verdampingskoeler een aanzuiginrichting voor het aanzuigen van lucht uit het gebouw.
In een andere uitvoeringsvorm van het luchtbehandelingssysteem volgens de uitvinding is de droger van de luchtbehandelingsinrichting mediumdoorstromend verbonden met een ingang van het verdampingskanaal van een of elke indirecte verdampingskoeler, waarbij de aanzuiginrichting mediumdoorstromend is verbonden met een ingang van het koelkanaal van die of elke indirecte verdampingskoeler. Op deze wijze wordt de verse buitenlucht gebruikt voor het door verdamping van het vocht in het verdampingskanaal koelen van een luchtstroom in het koelkanaal. De lucht in het koelkanaal is hierbij lucht uit het gebouw. Een dergelijke uitvoeringsvorm van het systeem volgens de uitvinding kan bijvoorbeeld geschikt zijn voor een steriel gebouw of een steriele ruimte daarvan waarin geen lucht van buiten kan worden toegevoerd, en waar koeling door recirculatie plaatsvindt. Recirculatie van lucht is bij het systeem volgens de uitvinding mogelijk omdat de lucht lokaal wordt hergebruikt. Hierdoor is er geen sprake van, dat lucht uit de ene ruimte aan een andere ruimte wordt toegevoerd, waarbij eventuele bacteriën of andere verontreinigingen ook naar de andere ruimte gevoerd zouden worden. De verse lucht wordt na het verlaten van het verdampingskanaal afgevoerd naar buiten. Het afvoeren van de vochtige lucht kan zowel lokaal plaatsvinden als via een algemeen afvoerkanaal.
In nog weer een andere uitvoeringsvorm van het luchtbehandelingssysteem volgens de uitvinding is de droger van de luchtbehandelingsinrichting mediumdoorstromend verbonden met een ingang van het koelkanaal van een of elke indirecte verdampingskoeler, waarbij de aanzuiginrichting mediumdoorstromend is verbonden met een ingang van het verdampingskanaal van die of elke indirecte verdampingskoeler.
In een der gelijke uitvoeringsvorm zal uit het gebouw aangezogen lucht aan het verdampingskanaal worden toegevoerd voor het verdampen van het op de overdrachtswand aanwezige vocht, teneinde de verse lucht in het koelkanaal te kunnen koelen. De gekoelde verse lucht wordt vervolgens lokaal aan het gebouw toegevoerd, terwijl de uit het verdampingskanaal afkomstige vochtige lucht naar buiten kan worden afgevoerd. Het afvoeren van de vochtige lucht kan zowel lokaal plaatsvinden als via een algemeen afvoerkanaal. Een dergelijke uitvoeringsvorm van het systeem volgens de uitvinding is geschikt als het juist gewenst is om verse lucht aan het gebouw of een ruimte daarvan toe te voeren.
Een ander voordeel van deze uitvoeringsvorm is dat wanneer de bevochtigingsmiddelen althans tijdelijk uitgeschakeld worden, zodanig, dat de overdrachtswand niet vochtig is, de indirecte verdampingskoeler als warmtewisselaar voor warmteterugwinning werkt. Dit kan voordelig worden toegepast wanneer de temperatuur van de buitenlucht kouder is dan de temperatuur in het gebouw, zodat de relatief warme lucht uit het gebouw die aan het verdampingskanaal wordt toegevoerd de buitenlucht in het koelkanaal juist zal verwarmen, teneinde warmte uit de lucht uit het gebouw terug te winnen. Dit kan voordelig geregeld worden met aanstuurmiddelen voor het onafhankelijk van elkaar aansturen van de bevochtigingsmiddelen van elke indirecte verdampingskoeler.
Afhankelijk van de functie van een ruimte in een gebouw kan per indirecte verdampingskoeler worden gekozen of de uit de luchtbehandelingsinrichting afkomstige lucht wordt toegevoerd aan het koelkanaal of aan het verdampingskanaal van de betreffende indirecte verdampingskoeler en zodanig of er sprake is van verse lucht of van gerecirculeerde lucht. Een voordeel van het systeem volgens de uitvinding is daarmee, dat het per ruimte of aantal ruimtes flexibel kan worden uitgevoerd.
In nog weer een andere uitvoeringsvorm van het luchtbehandelingssysteem volgens de uitvinding is de droger van de luchtbehandelingsinrichting mediumdoorstromend verbonden met een ingang van het koelkanaal van een of elke indirecte verdampingskoeler, waarbij de aanzuiginrichting mediumdoorstromend verbonden is met een ingang van het koelkanaal van die of elke indirect verdampingskoeler, waarbij een uitgang van het koelkanaal mediumdoorstromend is verbonden met een ingang van het verdampingskanaal voor het toevoeren van een deel van in het koelkanaal gekoelde lucht aan het verdampingskanaal en een in het gebouw uitmondende uitlaat voor het toevoeren van een ander deel van in het koelkanaal gekoelde lucht aan het gebouw.
Bij een der gelijke uitvoeringsvorm is de indirecte verdampingskoeler een zogeheten dauwpuntskoeler. Door het toevoeren van koele lucht met relatief lage enthalpie aan het verdampingskanaal kan tot een lagere temperatuur gekoeld worden, namelijk tot aan de dauwpuntstemperatuur in plaats van de natte bol temperatuur. Hierdoor kan het koelen van het gebouw efficiënt plaatsvinden, ondanks dat een deel van de gekoelde lucht wordt gebruikt voor het koelen zelf in het verdampingskanaal door het verdampen van het vocht. Het andere deel van de in het koelkanaal gekoelde lucht wordt aan het gebouw toegevoerd voor het koelen van het gebouw. De dauwpuntskoeler kan hiertoe middelen omvatten voor het sturen of regelen van de twee luchtstromen, bijvoorbeeld een klep. De uit het gebouw afkomstige lucht wordt in deze uitvoeringsvorm toegevoerd aan het koelkanaal, waarbij vermenging met verse lucht van buiten plaatsvindt, en daarna voor een deel teruggevoerd naar het gebouw. Een voordeel van het hergebruiken van uit het gebouw afkomstige lucht voor het opnieuw koelen van het gebouw is dat de lucht reeds eerder in de luchtbehandelingsinrichting onder andere gedroogd is, hetgeen niet opnieuw hoeft plaats te vinden. Tevens kan de lucht reeds een lagere temperatuur bezitten dan de verse lucht van buiten. Hierdoor kan energie bespaard worden ten opzichte van het hierboven beschreven bekende systeem, waarbij lucht uit het gebouw niet hergebruikt wordt. Hergebruik van lucht is bij het systeem volgens de uitvinding mogelijk omdat de lucht lokaal wordt hergebruikt. Hierdoor is er geen sprake van, dat lucht uit de ene ruimte aan een andere ruimte wordt toegevoerd, waarbij eventuele bacteriën of andere verontreinigingen ook naar de andere ruimte gevoerd zouden worden. De uit het verdampingskanaal afkomstige vochtige lucht wordt ook hier naar buiten afgevoerd, naar wens lokaal of via een algemeen afvoerkanaal.
In nog weer een uitvoeringsvorm van het luchtbehandelingssysteem volgens de uitvinding is de droger van de luchtbehandelingsinrichting mediumdoorstromend verbonden met een ingang van het koelkanaal van een of elke indirecte verdampingskoeler, waarbij het systeem verder regelmiddelen, bijvoorbeeld kleppen, omvat, voor het regelen van een mediumdoorstromende verbinding van de aanzuiginrichting tussen een ingang van het verdampingskanaal of een ingang van het koelkanaal, en voor het regelen van een mediumdoorstromende verbinding van een uitgang van het koelkanaal tussen een in het gebouw uitmondende uitlaat en/of een ingang van het verdampingskanaal voor het toevoeren van een deel van in het koelkanaal gekoelde lucht aan het verdampingskanaal.
Een dergelijke uitvoeringsvorm van het systeem volgens de uitvinding biedt het voordeel, dat de indirecte verdampingskoeler zowel als dauwpuntskoeler kan werken als koeling gewenst is of als warmtewisselaar kan werken als warmteterugwinning gewenst is. De regelmiddelen zijn hierbij zo geregeld, dat voor koeling de aanzuiginrichting mediumdoorstromend is verbonden met de ingang van het koelkanaal, waarbij de uitgang van het koelkanaal mediumdoorstromend is verbonden met de ingang van het verdampingskanaal voor het toevoeren van een deel van in het koelkanaal gekoelde lucht aan het verdampingskanaal. De uitgang van het koelkanaal is tevens mediumdoorstromend verbonden met de in het gebouw uitmondende uitlaat voor het aan het gebouw toevoeren van het andere deel van de in het koelkanaal gekoelde lucht. De indirecte verdampingskoeler is dan de dauwpuntskoeler zoals hierboven beschreven. Voor warmteterugwinning is de aanzuiginrichting mediumdoorstromend verbonden met de ingang van het verdampingskanaal en is de uitgang van het koelkanaal mediumdoorstromend verbonden met de in het gebouw uitmondende uitlaat. Hierbij zijn zoals hierboven reeds beschreven de bevochtigingsmiddelen tijdelijk uitgeschakeld, zodat de relatief warme lucht uit het gebouw via de overdrachtswand de relatief koude verse buitenlucht kan verwarmen. Met behulp van dit systeem volgens de uitvinding kan voor koeling gebruik gemaakt worden van de efficiëntie van een dauwpuntskoeler en voor verwarming gebruik gemaakt worden van warmteterugwinning.
Opgemerkt wordt, dat de droger zowel direct als indirect via andere apparaten, zoals een eventuele filter of eventuele centrale indirecte verdampingskoeler, mediumdoorstromend met de lokale indirecte verdampingskoelers kan zijn verbonden.
Voor het schakelen tussen koelen en warmteterugwinning is het zoals hierboven is beschreven voordelig wanneer het systeem aanstuurmiddelen omvat voor het onafhankelijk van elkaar aansturen van de bevochtigingsmiddelen van elke indirecte verdampingskoeler. Dergelijke aanstuurmiddelen kunnen alternatief of aanvullend voordelig zijn voor het regelen van de mate van koeling van elke indirecte verdampingskoeler. Door meer vocht toe te voeren zal de mate van koeling hoger zijn en vise versa. Hierdoor kan de temperatuur van de gekoelde lucht lokaal eenvoudig geregeld worden.
Wanneer de temperatuur van de warme binnenlucht niet toereikend is voor het verwarmen van de relatief koude buitenlucht wanneer de indirecte verdampingskoeler voor warmteterugwinning wordt gebruikt kan elke indirecte verdampingskoeler verwarmingsmiddelen omvatten voor het verwarmen van uit het koelkanaal afkomstige lucht. Met behulp van de verwarmingsmiddelen kan de lucht uit het koelkanaal naverwarmd worden tot een lokaal gewenste mate.
Opgemerkt wordt, dat wanneer de indirecte verdampingskoeler voor warmteterugwinning wordt gebruikt het koelkanaal een verwarmingskanaal is en het verdampingskanaal een warmteoverdrachtskanaal is.
In nog weer een andere uitvoeringsvorm van het luchtbehandelingssysteem volgens de uitvinding omvat het systeem tweede regelmiddelen, bijvoorbeeld kleppen, voor het onafhankelijk van elkaar regelen van een luchtstroom van de luchtbehandelingsinrichting naar elke indirecte verdampingskoeler.
Met behulp van dergelijke tweede regelmiddelen, welke tweede regelmiddelen de eerste regelmiddelen kunnen zijn als de dauwpuntskoeler niet als warmtewisselaar voor warmteterugwinning hoeft te fungeren, bijvoorbeeld in een continu warm klimaat, kan de mate van verse luchttoevoer en daardoor tevens de mate van koeling en eventueel verwarming eenvoudig lokaal worden geregeld.
In nog weer een andere uitvoeringsvorm van het systeem volgens de uitvinding omvat de droger een sorptiemateriaal met een lage regeneratietemperatuur.
Wanneer het sorptiemateriaal althans bijna verzadigd is zal het door toevoeren van warmte daaraan het sorptiemateriaal geregenereerd worden. Het is voordelig wanneer de regeneratietemperatuur relatief laag is, in het bijzonder lager dan 100°C, omdat dit dan relatief weinig energie kost.
Bij voorkeur is het sorptiemateriaal een polymeer met lage kritieke oplostemperatuur (LCST polymeer). De LCST polymeer is bijvoorbeeld gekozen uit de groep omvattende polyoxazoline, poly(dimethylamino ethyl methacrylaat) (pDMAEMa) en poly(N-isopropylacrylamide) (pNiPAAm).
De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van in een tekening weergegeven figuren, waarin: figuur 1 schematisch een luchtbehandelingssysteem in een gebouw volgens de uitvinding toont; figuur 2schematisch een luchtbehandelingssysteem met een indirecte verdampingskoeler volgens een eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding toont; figuur 3schematisch een luchtbehandelingssysteem met een indirecte verdampingskoeler volgens een tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding toont; figuur 4 schematisch een luchtbehandelingssysteem met een indirecte verdampingskoeler volgens een derde uitvoeringsvorm van de uitvinding toont; en figuren 5A en 5B schematisch een luchtbehandelingssysteem met een indirecte verdampingskoeler volgens een vierde uitvoeringsvorm van de uitvinding tonen, waarbij figuur 5A het systeem voor koelen toont en figuur 5B het systeem voor verwarmen toont.
In de figuren zijn gelijke elementen met gelijke verwijzingsgetallen aangegeven.
Figuur 1 toont een gebouw 1 met een luchtbehandelingssysteem. Het systeem omvat een luchtbehandelingsinrichting, hier in de vorm van een luchtbehandelingskast 2, die in dit geval op het dak van het gebouw 1 is opgesteld. Alternatief kan de luchtbehandelingskast 2 in het gebouw opgesteld zijn. In de luchtbehandelingskast 2 kunnen diverse apparaten zijn opgesteld, waaronder in elk geval een droger voor het drogen van buiten het gebouw afkomstige lucht, welke lucht wordt aangegeven met pijl 3. Er kan bijvoorbeeld een ventilator (niet getoond) verschaft zijn voor het aanzuigen van de verse buitenlucht 3. Na het drogen wordt de verse buitenlucht naar een aantal, hier vier, lokaal in het gebouw in diverse ruimtes 5 opgestelde indirecte verdampingskoelers 4 geleid, welke luchtstromen worden aangegeven met pijlen 6. De vier indirecte verdampingskoelers 4 zijn elk parallel aan elkaar met de droger 2 verbonden, waarbij de luchtstroom uit de droger 2 naar wens wordt verdeeld over de indirecte verdampingskoelers 4. Niet getoond in dit schematische overzicht is dat elke indirecte verdampingskoeler 4 twee door een overdrachtswand van elkaar gescheiden kanalen omvat, waarbij een eerste kanaal een koelkanaal is en waarbij het tweede kanaal een verdampingskanaal is, en waarbij elke indirecte verdampingskoeler bevochtigingsmiddelen voor het bevochtigen van de naar het verdampingskanaal gekeerde zijde van de overdrachtswand omvat. Zoals hieronder nader zal worden toegelicht kan de lucht 6 aan ofwel een verdampingskanaal ofwel een koelkanaal van een koeler 4 worden toegevoerd, hetgeen per koeler 4 kan worden gekozen. De lucht 7 die aan een ruimte 5 wordt toegevoerd is altijd lucht uit een koelkanaal, hetgeen ofwel de aan de koeler 4 toegevoerde buitenlucht kan zijn ofwel uit de ruimte 5 gerecirculeerde lucht.
Opgemerkt wordt, dat in figuur 1 één koeler 4 per ruimte 5 is opgesteld. Elke ruimte 5 kan eventueel meerdere van elkaar gescheiden kamers omvatten, waarbij de gekoelde lucht naar de diverse kamers wordt geleid. Hiertoe kan een aantal kanalen zijn verschaft die de koeler 4 verbinden met het aantal kamers of een deel daarvan. Duidelijk is, dat het systeem volgens de uitvinding hierbij flexibel naar wens kan worden ingericht.
Figuur 2 toont een eerste uitvoeringsvorm van het systeem met een bepaalde indirecte verdampingskoeler 4. In deze uitvoeringsvorm wordt de van de luchtbehandelingskast 2 afkomstige luchtstroom 6 aan het verdampingskanaal 8 van de koeler 4 toegevoerd. De buitenlucht verdampt het op de overdrachtswand aanwezige vocht, zodat een door het koelkanaal 9 gevoerde luchtstroom 10 wordt gekoeld. Vervolgens wordt de vochtige buitenlucht als luchtstroom 12 naar buiten afgevoerd. De luchtstroom 10 is uit het gebouw afkomstig en wordt aangezogen door een mediumdoorstromend met het koelkanaal 9 verbonden ventilator 11. De gekoelde luchtstroom 10 wordt vervolgens als luchtstroom 7 aan het gebouw teruggevoerd. In deze uitvoeringsvorm wordt geen verse lucht aan het gebouw of aan een bepaalde ruimte 5 in het gebouw toegevoerd, maar is er sprake van recirculatie van in het gebouw aanwezige lucht. De gerecirculeerde lucht wordt aan dezelfde ruimte 5 toegevoerd als waaruit de lucht is aangezogen, waardoor er geen sprake is van overdracht van bacteriën en dergelijke tussen verschillende ruimtes 5. De koeler 4 omvat verder een klep 13 met behulp van welke de hoeveelheid aan de koeler 4 toegevoerde buitenlucht 6 kan worden gekozen, variërende tussen 0% en 100% van een bepaalde maximale debiet. De klep 13 kan alternatief ook elders zijn opgesteld of bijvoorbeeld onderdeel zijn van de luchtbehandelingskast 2. De ventilator 11 kan op elke geschikte locatie opgesteld zijn.
Figuur 3 toont een tweede uitvoeringsvorm van het systeem met een bepaalde indirecte verdampingskoeler 4. In deze uitvoeringsvorm wordt de van de luchtbehandelingskast 2 afkomstige luchtstroom 6 aan het koelkanaal 9 van de koeler 4 toegevoerd. De uit het gebouw afkomstige luchtstroom 10 wordt aangezogen door een mediumdoorstromend met het verdampingskanaal 8 verbonden ventilator 11. De luchtstroom 10 verdampt het op de overdrachtswand aanwezige vocht, zodat de door het koelkanaal 9 gevoerde luchtstroom 6 wordt gekoeld. Vervolgens wordt de vochtige lucht uit het verdampingskanaal 8 als luchtstroom 12 naar buiten afgevoerd. De gekoelde buitenlucht 6 wordt vervolgens als luchtstroom 7 aan het gebouw toegevoerd, zodat het gebouw van verse, koele lucht wordt voorzien. De koeler 4 omvat verder een klep 13 met behulp van welke de hoeveelheid aan de koeler 4 toegevoerde buitenlucht 6 kan worden gekozen, variërende tussen 0% en 100% van een bepaalde maximale debiet. De klep 13 kan alternatief ook elders zijn opgesteld of bijvoorbeeld onderdeel zijn van de luchtbehandelingskast 2. De ventilator 11 kan op elke geschikte locatie opgesteld zijn.
De indirecte verdampingskoeler 4 volgens de uitvoeringsvorm van figuur 3 kan bij een relatief lage buitentemperatuur ook als warmteterugwinwarmtewisselaar gebruikt worden. In dat geval worden de bevochtigingsmiddelen uitgezet, zodat de uit het gebouw afkomstige lucht 10 de verse buitenlucht 6 kan verwarmen via de niet-vochtige overdrachtswand. Eventueel kan een naverwarmer aanwezig zijn voor het na verwarmen van de luchtstroom 7 (hier niet getoond).
Figuur 4 toont een derde uitvoeringsvorm van het systeem met een bepaalde indirecte verdampingskoeler 4. In deze uitvoeringsvorm wordt de van de luchtbehandelingskast 2 afkomstige luchtstroom 6 aan het koelkanaal 9 van de koeler 4 toegevoerd. De uit het gebouw afkomstige luchtstroom 10 wordt aangezogen door een mediumdoorstromend met het koelkanaal 9 verbonden ventilator 11, welke luchtstroom 10 vermengt met de luchtstroom 6. De luchtstromen 6 en 10 worden hierbij in het koelkanaal 9 gekoeld. De gekoelde gecombineerde luchtstromen 6 en 10 worden vervolgens voor een deel als luchtstroom 7 aan het gebouw toegevoerd, zodat het gebouw van zowel verse als gerecirculeerde koele lucht wordt voorzien, waarbij een ander deel als luchtstroom 14 aan het verdampingskanaal 8 wordt toegevoerd. De luchtstroom 14 verdampt het vocht in het verdampingskanaal 8, waardoor de gecombineerde luchtstroom in het koelkanaal 9 wordt gekoeld. Vervolgens wordt de vochtige lucht uit het verdampingskanaal 8 als luchtstroom 12 naar buiten af gevoerd. De verhouding tussen verse buitenlucht 6 : gerecirculeerde lucht 10 is ongeveer 1/3 : 2/3, en de verhouding aan het gebouw toegevoerde luchtstroom 7 : luchtstroom 14 ongeveer 2/3 : 1/3. Naar wens kunnen deze verhoudingen anders gekozen worden. Door het terugvoeren van een deel van de gekoelde lucht met relatief lage enthalpie naar het verdampingskanaal fungeert de verdampingskoeler 4 volgens deze uitvoeringsvorm als dauwpuntskoeler. De koeler 4 omvat verder een klep 13 met behulp van welke de hoeveelheid aan de koeler 4 toegevoerde buitenlucht 6 kan worden gekozen, variërende tussen 0% en 100% van een bepaalde maximale debiet. De klep 13 kan alternatief ook elders zijn opgesteld of bijvoorbeeld onderdeel zijn van de luchtbehandelingskast 2. De ventilator 11 kan op elke geschikte locatie opgesteld zijn.
De figuren 5A en 5B tonen de dauwpuntskoeler 4 uit figuur 4 met drie extra kleppen 15 -17. Met behulp van de kleppen 15-17 kan de dauwpuntskoeler als koeler of als warmteterugwinwarmtewisselaar fungeren. Hieronder zullen beide toestanden nader worden toegelicht. Opgemerkt wordt, dat de kleppen 15 - 17 op elke geschikte locatie opgesteld kunnen worden.
Figuur 5A toont de koeler 4 met koelfunctie. Klep 15 is ingericht om de uit het gebouw afkomstige luchtstroom 10 naar het koelkanaal 9 te leiden en klep 16 is ingericht om een deel van de gecombineerde luchtstroom 6 en 10 uit het koelkanaal 9 als luchtstroom 14 naar het verdampingskanaal 8 te leiden. Klep 17 is gesloten. Op deze wijze werkt de koeler 4 als de dauwpuntskoeler volgens figuur 4, waarbij voor een volledige omschrijving van figuur 5A naar de omschrijving bij figuur 4 wordt verwezen.
Figuur 5B toont de koeler 4 met warmteterugwinfunctie. Klep 17 is ingericht om de uit het gebouw afkomstige luchtstroom 10 naar het verdampingskanaal 8 te leiden, en de kleppen 15 en 16 zijn elk gesloten. Hierbij worden zoals hierboven aan de hand van figuur 3 beschreven de bevochtigingsmiddelen uitgezet, zodat de uit het gebouw afkomstige lucht 10 de verse buitenlucht 6 in het koelkanaal 9 kan verwarmen via de niet-vochtige overdrachtswand, welke buitenlucht 6 als luchtstroom 7 aan het gebouw wordt toegevoerd. De in het verdampingskanaal 8 af gekoelde lucht 12 wordt naar buiten afgevoerd. Eventueel kan een naverwarmer aanwezig zijn voor het na verwarmen van de aan het gebouw toegevoerde luchtstroom 7 (hier niet getoond).
Opgemerkt wordt, dat de bevochtigingsmiddelen voor elke koeler 4 onafhankelijk van elkaar regelbaar zijn om de mate van koeling te regelen en/of om de functie van koeler naar warmteterugwinwarmtewisselaar te regelen.
Opgemerkt wordt voorts, dat de uit het gebouw afkomstige luchtstroom 10 of de aan het gebouw toegevoerde luchtstroom 7 in de directe omgeving van de koeler 4 kunnen worden aangezogen of toegevoerd, of dat dit alternatief of aanvullend op grotere afstand via kanalen kan plaatsvinden.
Opgemerkt wordt verder, dat de uitvinding niet beperkt is tot de hierboven besproken uitvoeringsvoorbeeld, maar zich tevens uitstrekt tot andere varianten vallend binnen het bereik van de aangehechte conclusies.
Claims (14)
1. Luchtbehandelingssysteem voor een gebouw, omvattende: - een luchtbehandelingsinrichting met een droger voor het drogen van buiten het gebouw afkomstige lucht, en - ten minste twee indirecte verdampingskoelers die elk parallel aan elkaar met de luchtbehandelingsinrichting zijn verbonden, waarbij elke indirecte verdampingskoeler twee door een overdrachtswand van elkaar gescheiden kanalen omvat, waarbij een eerste kanaal een koelkanaal is en waarbij het tweede kanaal een verdampingskanaal is, en waarbij elke indirecte verdampingskoeler bevochtigingsmiddelen voor het bevochtigen van de naar het verdampingskanaal gekeerde zijde van de overdrachtswand omvat.
2. Luchtbehandelingssysteem volgens conclusie 1, waarbij elke indirecte verdampingskoeler een aanzuiginrichting omvat voor het aanzuigen van lucht uit het gebouw.
3. Luchtbehandelingssysteem volgens conclusie 2, waarbij de droger van de luchtbehandelingsinrichting mediumdoorstromend is verbonden met een ingang van het verdampingskanaal van een of elke indirecte verdampingskoeler en waarbij de aanzuiginrichting mediumdoorstromend is verbonden met een ingang van het koelkanaal van die of elke indirecte verdampingskoeler.
4. Luchtbehandelingssysteem volgens conclusie 2 of 3, waarbij de droger van de luchtbehandelingsinrichting mediumdoorstromend is verbonden met een ingang van het koelkanaal van een of elke indirecte verdampingskoeler en waarbij de aanzuiginrichting mediumdoorstromend is verbonden met een ingang van het verdampingskanaal van die of elke indirecte verdampingskoeler.
5. Luchtbehandelingssysteem volgens conclusie 2, 3 of 4, waarbij de droger van de luchtbehandelingsinrichting mediumdoorstromend is verbonden met een ingang van het koelkanaal van een of elke indirecte verdampingskoeler, waarbij de aanzuiginrichting mediumdoorstromend is verbonden met een ingang van het koelkanaal van die of elke indirecte verdampingskoeler, en waarbij een uitgang van het koelkanaal van die of elke indirecte verdampingskoeler mediumdoorstromend is verbonden met een ingang van het verdampingskanaal voor het toevoeren van een deel van in het koelkanaal gekoelde lucht aan het verdampingskanaal en een in het gebouw uitmondende uitlaat voor het toevoeren van een ander deel van in het koelkanaal gekoelde lucht aan het gebouw.
6. Luchtbehandelingsinrichting volgens een der conclusies 2-5, waarbij de droger van de luchtbehandelingsinrichting mediumdoorstromend is verbonden met een ingang van het koelkanaal van een of elke indirecte verdampingskoeler, en omvattende regelmiddelen, bijvoorbeeld kleppen, voor het regelen van een mediumdoorstromende verbinding van de aanzuiginrichting tussen een ingang van het verdampingskanaal of een ingang van het koelkanaal, en voor het regelen van een mediumdoorstromende verbinding van een uitgang van het koelkanaal tussen een in het gebouw uitmondende uitlaat en/of een ingang van het verdampingskanaal voor het toevoeren van een deel van in het koelkanaal gekoelde lucht aan het verdampingskanaal.
7. Luchtbehandelingssysteem volgens een der voorgaande conclusies, omvattende aanstuurmiddelen voor het onafhankelijk van elkaar aansturen van de bevochtigingsmiddelen van elke indirecte verdampingskoeler.
8. Luchtbehandelingssysteem volgens conclusie 7 en conclusie 4 of 6, waarbij elke indirecte verdampingskoeler verwarmingsmiddelen omvat voor het verwarmen van uit het koelkanaal afkomstige lucht.
9. Luchtbehandelingssysteem volgens een der voorgaande conclusies, omvattende tweede regelmiddelen, bijvoorbeeld kleppen, voor het onafhankelijk van elkaar regelen van een luchtstroom van de luchtbehandelingsinrichting naar elke indirecte verdampingskoeler.
10. Luchtbehandelingssysteem volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de luchtbehandelingsinrichting één of meer indirecte verdampingskoelers omvat, die stroomopwaarts en/of stroomafwaarts van de droger opgesteld is/zijn.
11. Luchtbehandelingssysteem volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de droger een sorptiemateriaal met een lage regeneratietemperatuur omvat.
12. Luchtbehandelingssysteem volgens conclusie 11, waarbij het sorptiemateriaal een polymeer met lage kritieke oplostemperatuur (LCST polymeer) is.
13. Luchtbehandelingssysteem volgens conclusie 12, waarbij de LCST polymeer is gekozen uit de groep omvattende polyoxazoline, poly(dimethylamino ethyl methacrylaat) (pDMAEMa) en poly(N-isopropylacrylamide) (pNiPAAm).
14. Gebouw omvattende een luchtbehandelingssysteem volgens een der conclusies 1-13.
Priority Applications (5)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2012019A NL2012019C2 (nl) | 2013-12-23 | 2013-12-23 | Luchtbehandelingssysteem voor een gebouw. |
| PT142002377T PT2905550T (pt) | 2013-12-23 | 2014-12-23 | Sistema para tratamento de ar de um edifício |
| EP14200237.7A EP2905550B1 (en) | 2013-12-23 | 2014-12-23 | System for air treatment of a building |
| ES14200237.7T ES2674949T3 (es) | 2013-12-23 | 2014-12-23 | Sistema de tratamiento de aire de un edificio |
| TR2018/08822T TR201808822T4 (tr) | 2013-12-23 | 2014-12-23 | Bir binanın havasının işlenmesi için sistem. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2012019 | 2013-12-23 | ||
| NL2012019A NL2012019C2 (nl) | 2013-12-23 | 2013-12-23 | Luchtbehandelingssysteem voor een gebouw. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2012019C2 true NL2012019C2 (nl) | 2015-06-26 |
Family
ID=50555182
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2012019A NL2012019C2 (nl) | 2013-12-23 | 2013-12-23 | Luchtbehandelingssysteem voor een gebouw. |
Country Status (5)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP2905550B1 (nl) |
| ES (1) | ES2674949T3 (nl) |
| NL (1) | NL2012019C2 (nl) |
| PT (1) | PT2905550T (nl) |
| TR (1) | TR201808822T4 (nl) |
Families Citing this family (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE102016000913A1 (de) * | 2016-01-29 | 2017-08-03 | Menerga Gmbh | Klimagerät mit einem Luft/Luft-Plattenwärmeübertrager |
Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE29808861U1 (de) * | 1998-05-18 | 1999-03-18 | Dittrich, Clemens, 86167 Augsburg | Turbokühlturm |
| US6018953A (en) * | 1996-02-12 | 2000-02-01 | Novelaire Technologies, L.L.C. | Air conditioning system having indirect evaporative cooler |
| WO2012087139A1 (en) * | 2010-12-24 | 2012-06-28 | Optimair Holding B.V. | System for drying and/or cooling an airflow |
| WO2013021147A1 (en) * | 2011-08-09 | 2013-02-14 | Williams Duncan Raymond | High efficiency air cooling apparatus |
-
2013
- 2013-12-23 NL NL2012019A patent/NL2012019C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2014
- 2014-12-23 ES ES14200237.7T patent/ES2674949T3/es active Active
- 2014-12-23 EP EP14200237.7A patent/EP2905550B1/en active Active
- 2014-12-23 PT PT142002377T patent/PT2905550T/pt unknown
- 2014-12-23 TR TR2018/08822T patent/TR201808822T4/tr unknown
Patent Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US6018953A (en) * | 1996-02-12 | 2000-02-01 | Novelaire Technologies, L.L.C. | Air conditioning system having indirect evaporative cooler |
| DE29808861U1 (de) * | 1998-05-18 | 1999-03-18 | Dittrich, Clemens, 86167 Augsburg | Turbokühlturm |
| WO2012087139A1 (en) * | 2010-12-24 | 2012-06-28 | Optimair Holding B.V. | System for drying and/or cooling an airflow |
| WO2013021147A1 (en) * | 2011-08-09 | 2013-02-14 | Williams Duncan Raymond | High efficiency air cooling apparatus |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| ES2674949T3 (es) | 2018-07-05 |
| TR201808822T4 (tr) | 2018-07-23 |
| EP2905550B1 (en) | 2018-04-04 |
| EP2905550A3 (en) | 2015-08-19 |
| EP2905550A2 (en) | 2015-08-12 |
| PT2905550T (pt) | 2018-07-04 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| AU2015400019B2 (en) | Building provided with an air treatment system | |
| DK2972039T3 (en) | EVAPORATING COOLING SYSTEM WITH LIQUID-TO-AIR MEMBRANEOUS EXCHANGE | |
| US4910971A (en) | Indirect air conditioning system | |
| US9696048B2 (en) | Compact desiccant cooling system | |
| CN103370579B (zh) | 用于调节空气的方法和设备 | |
| CN110709643B (zh) | 换气系统 | |
| US20120168119A1 (en) | Ventilation device for use in systems and methods for removing heat from enclosed spaces with high internal heat generation | |
| CN1714259A (zh) | 干燥制冷除湿系统 | |
| KR102291446B1 (ko) | 다중-순환식 증발기 및 2차 응축기 코일을 구비한 제습기 | |
| CN108253557A (zh) | 多级分区转轮除湿系统及其运行方法 | |
| NL2012019C2 (nl) | Luchtbehandelingssysteem voor een gebouw. | |
| KR20150041997A (ko) | 선박건조중 내부 습도조절을 위한 다목적 제습장치 | |
| US20210148587A1 (en) | Dehumidifiier cascade system and process | |
| US12044421B2 (en) | Air conditioning with recovery wheel, dehumidification wheel, cooling coil, and secondary direct-expansion circuit | |
| CN106885402A (zh) | 显热潜热分离控制的空调系统 | |
| CN106885403B (zh) | 显热潜热分离控制的空调系统 | |
| JP7624884B2 (ja) | 空調システム | |
| KR102291445B1 (ko) | 단일 코일 팩 내의 2차 증발기 및 응축기 코일을 구비하는 제습기 | |
| CA3236812A1 (en) | Two-phase pre-cooling method for air conditioning systems | |
| HK40009311A (en) | Evaporative cooling system with liquid-to-air membrane energy exchanger | |
| HK1085263B (en) | An air conditioning and dehumidifier systems | |
| JP2004028528A (ja) | 空気調和装置 | |
| KR20160097693A (ko) | 공기조화기장치의 제어방법 | |
| HK1190782A (en) | Method and apparatus for conditioning air |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD | Change of ownership |
Owner name: STATIUS MULLER MANAGEMENT B.V; NL Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: VERANDERING VAN EIGENAAR(S), OVERDRACHT; FORMER OWNER NAME: OPTIMAIR HOLDING B.V. Effective date: 20151015 |
|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20200101 |