NL2009187C2 - Opzetinrichting met stromingsindicator. - Google Patents

Opzetinrichting met stromingsindicator. Download PDF

Info

Publication number
NL2009187C2
NL2009187C2 NL2009187A NL2009187A NL2009187C2 NL 2009187 C2 NL2009187 C2 NL 2009187C2 NL 2009187 A NL2009187 A NL 2009187A NL 2009187 A NL2009187 A NL 2009187A NL 2009187 C2 NL2009187 C2 NL 2009187C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
chamber
pipe
pipe section
closing means
relief valve
Prior art date
Application number
NL2009187A
Other languages
English (en)
Inventor
Hans Edward Guitoneau
Marcel Roger Scucces
Original Assignee
Pipelife Nederland Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Pipelife Nederland Bv filed Critical Pipelife Nederland Bv
Priority to NL2009187A priority Critical patent/NL2009187C2/nl
Priority to EP13174642.2A priority patent/EP2685147B1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2009187C2 publication Critical patent/NL2009187C2/nl

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16LPIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16L41/00Branching pipes; Joining pipes to walls
    • F16L41/04Tapping pipe walls, i.e. making connections through the walls of pipes while they are carrying fluids; Fittings therefor
    • F16L41/06Tapping pipe walls, i.e. making connections through the walls of pipes while they are carrying fluids; Fittings therefor making use of attaching means embracing the pipe
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16LPIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16L47/00Connecting arrangements or other fittings specially adapted to be made of plastics or to be used with pipes made of plastics
    • F16L47/26Connecting arrangements or other fittings specially adapted to be made of plastics or to be used with pipes made of plastics for branching pipes; for joining pipes to walls; Adaptors therefor
    • F16L47/34Tapping pipes, i.e. making connections through walls of pipes while carrying fluids; Fittings therefor
    • F16L47/345Tapping pipes, i.e. making connections through walls of pipes while carrying fluids; Fittings therefor making use of attaching means embracing the pipe
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16LPIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16L2201/00Special arrangements for pipe couplings
    • F16L2201/10Indicators for correct coupling

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Branch Pipes, Bends, And The Like (AREA)

Description

Opzetinrichting met stromingsindicator
De uitvinding betreft een opzetinrichting voor een kunststofleiding voor het transport van een fluïdum, omvattende een zadel dat aanbrengbaar is op de 5 kunststofleiding alsmede een met het zadel samenwerkend opzetstuk, welk opzetstuk een kamer heeft met een uitmonding aan de naar de kunststofleiding te keren zijde daarvan, een inbrengterugslagklep via welke een gereedschap in de kamer brengbaar is, een pakking voor het afdichten van genoemd gereedschap ten opzichte van de kamer, een sluitmiddel aan het tegenover de uitmonding zich bevindend eind van de kamer, 10 een ten opzichte van de kamer afgedichte overdrukklep welke in rusttoestand zich in geopende positie bevindt en die in gesloten toestand brengbaar is bij het overschrijden van een vooraf bepaalde stoomsterkte en/of drukverschil over de overdrukklep, een pijpstuk waaraan de overdrukklep is opgehangen en welk pijpstuk tenminste een zijdelingse opening in de wand daarvan heeft, alsmede een op de kamer aangesloten 15 aftakking.
Bij een dergelijke opzetinrichting, die aangebracht werd op een onder druk staande gasleiding, kan achteraf een overdrukklep worden aangebracht. Traditionele opzetinrichtingen waren niet voorzien van een overdrukklep. Dit vormde een nadeel, vooral ook met het oog op strengere veiligheidseisen die gericht zijn op het vermijden 20 van een te hoog debiet in de aftakking. Een verhoogd debiet kan immers het gevolg zijn van een lekkage in de gasleiding. Met als doel om opzetinrichtingen, die reeds in een vroeger stadium waren geplaatst, te beveiligen, kon achteraf de overdrukklep worden aangebracht zonder dat de gasdruk van de kunststofleiding behoefde te worden afgenomen. Dit is mogelijk omdat de bekende opzetinrichting reeds 25 afsluitvoorzieningen heeft in verband met het aanbrengen van de opzetinrichting zelf op de onder druk staande kunststofleiding. Van deze zelfde afsluitvoorzieningen wordt gebruik gemaakt om de overdrukklep te plaatsen terwijl de kunststofleiding onder druk staat.
Op zich kan op deze wijze, nadat de straat geopend is, de opzetinrichting worden 30 uitgerust met een overdrukklep. Via de overdrukklep, het inwendige van het pijpstuk en de gaten daarin kan het gas vervolgens de aftakking in stromen. Om te vermijden dat de gasstroming te zeer beperkt zou worden door het later ingebrachte pijpstuk met overdrukklep, verdient het de voorkeur om de gaten in het pijpstuk uit te richten ten 2 opzichte van de aftakking. Aldus kan het gewenste debiet worden bereikt. Daarbij kan zich echter een probleem voordoen: na plaatsen van het pijpstuk met de overdrukklep in de kamer van de opzetinrichting, kan de juiste oriëntatie van de gaten in het pijpstuk ten opzichte van de aftakking niet meer goed worden gecontroleerd. Dit brengt mee dat 5 de vereiste stromingseigenschappen niet gegarandeerd kunnen worden. Het verhelpen van een onjuiste oriëntatie is lastig gezien de positie van de opzetinrichting in de ondergrond. Bovendien zou de gewenste oriëntatie slechts proefondervindelijk kunnen worden benaderd.
Het doel van de uitvinding is daarom een opzetinrichting van het in de aanhef 10 beschreven type zodanig te verbeteren dat steeds een juiste oriëntatie van het pijpstuk ten opzichte van de aftakking kan worden gegarandeerd. Dat doel wordt bereikt doordat een teken is voorzien dat de oriëntatie van genoemde zijdelingse opening in de wand van het pijpstuk toont. Bij voorkeur heeft het teken dezelfde oriëntatie als de zijdelingse opening.
15 Tijdens de installatie van het samenstel uit pijpstuk en overdrukklep in de kamer kan de oriëntatie daarvan buiten beschouwing blijven tot direct voordat dit samenstel wordt vastgezet. Nadat het pijpstuk met overdrukklep is geïnstalleerd, kan het pijpstuk aan de hand van het teken in de juiste richting worden verdraaid, zodanig dat de gaten in het pijpstuk de gewenste oriëntatie ten opzichte van de aftakking hebben bereikt. In 20 die toestand kan het pijpstuk vervolgens worden vastgezet, bijvoorbeeld door het sluitmiddel stevig aan te draaien. Het teken kan op elke gewenste manier zijn uitgevoerd; bij voorkeur heeft het teken een pijlvorm die, gezien vanuit de langsas van het pijpstuk, in dezelfde richting is gericht als de zijdelingse opening.
Bij voorkeur bevindt tenminste een zijdelingse opening zich ter hoogte van de 25 aftakking. Verder kan tenminste een zijdelingse opening zijn uitgelijnd ten opzichte van de aftakking. Het pijpstuk kan twee diametraal tegenover elkaar zich bevindende zijdelingse openingen in de wand daarvan bezitten, ter vergroting van de doorstroming.
Het pijpstuk kan op verschillende manieren zijn bevestigd aan het sluitmiddel.
Als voorbeeld wordt genoemd de variant waarbij het pijpstuk in omtreksrichting vast is 30 verbonden met het sluitmiddel en het teken zich op het sluitmiddel bevindt. Ook is echter een variant mogelijk waarbij het pijpstuk een zich door het sluitmiddel uitstrekkend eind heeft, en het teken zich bevindt op dat eind. Het pijpstuk kan draaibaar zijn opgehangen aan het sluitmiddel, zodanig dat na het aanbrengen van het 3 sluitmiddel op de kamer, het pijpstuk nog in de gewenste oriëntatie kan worden gebracht. Daarna wordt het sluitmiddel vastgedraaid, onder handhaving van genoemde oriëntatie van het pijpstuk. Tenslotte is een variant mogelijk waarbij het pijpstuk niet is bevestigd aan het sluitmiddel. De top van het pijpstuk draagt dan het teken; aan de hand 5 daarvan kan dan de oriëntatie worden gekozen. In die toestand wordt tot slot het sluitmiddel aangebracht over de top van het pijpstuk.
In verband met het afdichten van de opzetinrichting bij het plaatsen van de overdrukklep kan het pijpstuk een nominale diameter bezitten die groter is dan de inwendige diameter van de pakking. Verder kan het pijpstuk een insnoering hebben ter 10 hoogte van de pakking, welke insnoering een uitwendige diameter heeft die kleiner is dan de inwendige diameter van de pakking. Aldus wordt vermeden dat de pakking zou gaan rekken als gevolg van een voortdurende spanningstoestand, en kan worden verzekerd dat de werking van de pakking goed wordt bewaard.
Verder kan het uitwendig oppervlak van het pijpstuk tenminste een uitstulping 15 hebben. Deze uitstulping kan ringvormig zijn, en bevordert het verschuiven van het pijpstuk langs de pakking. Het sluitmiddel kan zijn uitgevoerd als een schroefdop die is geschroefd op een uitwendige schroefdraad van het opzetstuk.
Gewezen wordt op de niet-voorgepubliceerde aanvrage EP-A-2520842, waarin een opzetinrichting volgens het inleidend gedeelte van conclusie 1 is beschreven.
20 De uitvinding betreft verder een samenstel, omvattende een sluitmiddel, een met het sluitmiddel samenwerkend pijpstuk en een aan het pijpstuk opgehangen overdrukklep zoals hiervoor beschreven.
Vervolgens zal de uitvinding nader worden beschreven aan de hand van het in de figuren weergegeven uitvoeringsvoorbeeld.
25 Figuur 1 toont de opzetinrichting, aangebracht op een kunststofleiding vóór het aanbrengen van een gat daarin.
Figuur la toont het aanzicht van figuur 1 volgens Ia.
Figuur lb toont het aanzicht van figuur 1 volgens Ib.
Figuur 2 toont de opzetinrichting met daarin ingebracht een boorgereedschap.
30 Figuur 3 toont de opzetinrichting na het aanbrengen van een gat daarin en met de overdrukklep geplaatst.
Figuur 3a toont het bovenaanzicht volgens IlIa-IIIa van figuur 3.
Figuur 4 toont een verdere variant van het opzetstuk.
4
Figuur 4a toont het bovenaanzicht volgens IVa-IVa van figuur 4.
Figuur 1 toont de opzetinrichting 1 die is geplaatst op een kunststofleiding 2. De opzetinrichting 1 bestaat uit het zadel 3 alsmede het in zijn geheel met 9 aangeduide opzetstuk. Het zadel 3 bestaat uit een bovenste ringdeel 4 en het onderste ringdeel 5, 5 die rond de kunststofleiding 2 geklemd zijn door middel van de klemmen 6. Het bovenste ringdeel 4 bezit een kraag 7 met daarin een afdichtring 8 waarin het onderste eind 10 van het opzetstuk 9 is vastgezet.
Het opzetstuk 9 bestaat uit een buisvormig lichaam 11 waarin een kamer 12 is bepaald. Dwars op het hulsvormige lichaam 11 is de aftakking 13 op de kamer 12 10 aangesloten. Aan de aftakking 12 kan een (niet-getoonde) hulpleiding worden aangesloten die bijvoorbeeld naar een woning leidt. Tegenover het onderste eind 10 van het opzetstuk 9 bevindt zich het bovenste eind 14, dat in de weergegeven toestand is afgesloten door de schroefdop 15. Nabij het bovenste eind 14 bevindt zich in de kamer 12 allereerst het inzetstuk 43, de pakking 16 (zie figuur Ia) en juist daaronder de 15 inbrengterugslagklep 17 (zie figuur Ib). Deze inbrengterugslagklep 17 bestaat uit één geheel van flexibel materiaal en bezit een ringvormige opening 18 die zich over het grootste gedeelte in omtreksrichting uitstrekt, onder vorming van een elastisch scharnier 19. Dit elastisch scharnier 19 draagt het eigenlijke kleplichaam 20, dat onder invloed van een overdruk in de kamer 12 afdichtend aanligt tegen de pakking 16.
20 Anderzijds kan het kleplichaam 20 worden open gedrukt door daarin een nader te beschrijven gereedschap te drukken, na verwijderen van de schroefdop 15.
Een dergelijk gereedschap is onder andere het in figuur 2 getoonde boorgereedschap 21. Dit boorgereedschap 21 is draaibaar en afdichtend opgenomen in een huls 22, die op zijn beurt afdichtend aanligt tegen de pakking 16. Zoals gesteld 25 wordt dit boorgereedschap 21 met huls 22 na verwijderen van de schroefdop 15 door de pakking 16 gedrukt, waarbij het kleplichaam 20 naar de in figuur 2 geopende positie wordt gezwenkt. Vervolgens wordt op bekende wijze door middel van het boorgereedschap een gat 23 in de kunststofleiding 2 geboord. Aangezien het boorgereedschap 21 en de huls 22 zijn afgedicht ten opzichte van de kamer 12 door de 30 pakking 16, kan het aanbrengen van het gat 23 worden uitgevoerd terwijl in de kunststofleiding 2 een overdruk heerst.
Nadat het gat 23 is geboord, wordt het boorgereedschap 21 met de huls 22 verwijderd, waarbij de inbrengterugslagklep 17, in het bijzonder het kleplichaam 20 5 daarvan, komt aan te liggen tegen de pakking 16 waardoor verhinderd wordt dat de overdruk uit de kunststofleiding 2 kan ontsnappen. Het in de kunststofleiding 2 aanwezige fluïdum kan aldus direct de buis (niet getoond) in stromen die is aangesloten op de aftakking 13.
5 Op de hiervoor beschreven wijze kan een traditionele opzetinrichting worden aangesloten op een kunststofleiding. Een dergelijke traditionele opzetinrichting komt in grote aantallen voor. Op zich functioneren deze goed, doch daarbij kunnen niettemin problemen optreden indien de hulpleiding dan wel de daarop aangesloten installatie defect raakt. In dat geval kan een ongewenst grote fluïdumstroming, zoals een 10 gasstroming, optreden. Ook kan zich het probleem voordoen dat ongeoorloofde wijzigingen in de installatie worden aangebracht die op de hulpleiding is aangesloten, waardoor eveneens relatief grote hoeveelheden fluïdum worden afgenomen uit de kunststofleiding 2. Het is daarom wenselijk een zogenaamde overdrukklep in de opzetinrichting aan te brengen. Het vervangen van de reeds geïnstalleerde 15 opzetinrichtingen is echter problematisch, omdat daarmee relatief hoge kosten gepaard gaan in verband met het verwijderen van de traditionele opzetinrichting en het aanbrengen van een opzetinrichting met overdrukklep.
Teneinde een oplossing voor deze problemen te bieden, is in de opzetrichting 1 volgens de uitvinding zoals getoond in figuur 3, een overdrukklep 24 aangebracht in de 20 kamer 12 van het opzetstuk 9. Deze overdrukklep 24 bezit een huis 25 met aan het onderste eind een klepzitting 26. Verder bezit de overdrukklep 24 een kleplichaam 27 dat in de weergegeven toestand geopend is onder invloed van de voorspanveer 28. Het kleplichaam 27 heeft een zodanige gevormde kop dat bij een bepaalde stroomsterkte en/of debiet van de fluïdumstroming uit de kunststofleiding 2 via het gat 23, dit 25 kleplichaam 27 tegen de veervoorspanning in naar boven gedrukt wordt, tegen de zitting 26 aan. Aldus wordt bij een te sterke stroming de toevoer van fluïdum aan de aftakking gesloten. Door middel van een afdichtring 29 is het huis 25 van de overdrukklep 24 afgesloten ten opzichte van de inwendige wand van de kamer 12.
Teneinde de overdrukklep 24 op de gewenste positie te fixeren in de kamer 12, is 30 de overdrukklep 24 opgehangen aan het pijpstuk 30. Dit pijpstuk 30 bezit een kop 31 die op zijn beurt samenwerkt, bijvoorbeeld op vrijgeefbare wijze, met de schroefdop 15. De kop 31 steekt in het gat 40 in de schroefdop 15, en is door middel van de afdichtring 41 opgehangen in dat gat 40. Nadat op de hiervoor beschreven wijze het gat 6 23 in de kunststofleiding 2 is aangebracht, en het boorgereedschap 21, 22 uit de kamer 12 is verwijderd, kan het samenstel 32 bestaande uit overdrukklep 24, pijpstuk 30 en schroefdop 15 vervolgens in de kamer 12 worden gebracht. Daartoe wordt het huis 25 van de overdrukklep 24 en ook het pijpstuk 30 door de pakking 16 gedrukt. De 5 inbrengterugslagklep 17 wordt vervolgens geopend, waarbij in het bijzonder het kleplichaam 20 naar de geopende positie wordt gedrukt zoals weergegeven in figuur 3. Deze handeling kan plaatsvinden terwijl in de kunststofleiding 2 en in de kamer 12 overdruk heerst: tijdens het inbrengen is de afdichting immers verzekerd door de pakking 16. Daarbij kan weliswaar enig gas ontsnappen, doch de hoeveelheid is zeer 10 beperkt.
Bij het steeds verder inbrengen van het samenstel 32, komt de schroefdop 15 uiteindelijk in samenwerking met de schroefdraad die is voorzien op het opzetstuk 9 zodanig dat vervolgens de kamer 12 wordt afgesloten door de afdichtring 35 van deze schroefdop 15. In die toestand is de afdichting door middel van de pakking 16 niet 15 meer nodig. In dat verband zit het pijpstuk 30 een insnoering 34 die zich bevindt ter hoogte van de pakking 16. Deze insnoering heeft een uitwendige diameter die kleiner is dan of gelijk is aan de inwendige diameter van de pakking 16, zodanig dat de pakking 16 nu in volledig spanningsvrije toestand verkeert. Daardoor kan de werking van de pakking 16 gedurende langere tijd worden verzekerd, hetgeen van belang is indien na 20 verloop van tijd bijvoorbeeld het samenstel 32 dient te worden verwijderd.
In de wand van het pijpstuk 30 is een aantal gaten 33 voorzien, die zich in het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld bevinden ter hoogte van de aftakking 13. Aldus kan fluïdum dat bij geopende overdrukklep 24 vanuit de kunststofleiding 2 toestroomt in het pijpstuk 30, vervolgens de aftakking 13 betreden. Om te verzekeren dat de gaten 33 25 zijn uitgelijnd ten opzichte van de aftakking 13, is op de kop 31 van het pijpstuk 30 het in figuur IlIa-IIIa getoonde teken 36 met de pijlen 37 en/of de sleuf 38 voorzien. Door het pijpstuk 30 zodanig te verdraaien (bijvoorbeeld met een schroevendraaier die in de sleuf 38 is gestoken) dat de pijlen 37 en/of de sleuf 38 in het verlengde liggen van de aftakking, is verzekerd dat de gaten 33 zijn uitgelijnd. Onder de kop 31 bevindt zich 30 een verwijding 39 die breder is dan de opening 40 in het sluitmiddel 15, zodanig dat het pijpstuk 30 goed op zijn plaats kan worden gehouden nadat het sluitmiddel 15 is aangedraaid.
7
De in figuur 4 getoonde variant bezit een pijpstuk 30 met een kraag 42 die rust op het inzetstuk 43 nabij het boveneind van de kamer 12. De kop 31 van het pijpstuk 30 steekt door de opening 40 in het sluitmiddel 15, is door de afdichtingen 45 afgedicht ten opzichte van het gat 40 en rust tegen de onderzijde van de vernauwing 44. Bij het 5 aandraaien van het sluitmiddel 15 op het buisvormige lichaam 12 wordt het pijpstuk aldus stevig vastgeklemd tussen het sluitmiddel 15 en het inzetstuk 43. Alvorens het sluitmiddel 15 wordt aangedraaid, kan met behulp van het teken 36 de gaten 33 in het pijpstuk in dezelfde oriëntatie worden gebracht als de aftakking 13 door het pijpstuk 30 te verdraaien ten opzichte van het sluitmiddel 15.
10 Tevens bezit deze variant een pijpstuk 30 op het buitenoppervlak waarvan zich ringvormige uitstulpingen 46 bevinden. Deze uitstulpingen vergemakkelijken het langs de pakking 16 geleiden van het pijpstuk. Door deze ringvormige uitstulpingen 46 wordt tevens voorkomen dat de inbrengterugslagklep 17, tijdens het verwijderen van de overdrukklep 24 met het pijpstuk 30, mee naar buiten wordt getrokken. Het verlies van 15 de inbrengterugslagklep 17 of het verlies van de functie daarvan, moet namelijk te allen tijde worden voorkomen omdat anders een vrije uitstroom van fluïdum zou optreden.
Hoewel in het voorgaande een overdrukklep is beschreven bestaande uit een kleplichaam met een gevormde kop, kunnen ook anders gevormde kleplichamen, zoals in de vorm van een bol, worden toegepast.
20 8
Lijst van verwijzingstekens 1. Opzetinrichting 2. Kunststofleiding 5 3. Zadel 4. Bovenste ringdeel zadel 5. Onderste ringdeel zadel 6. Klem zadel 7. Kraag zadel 10 8. Afdichtring 9. Opzetstuk 10. Onderste eind opzetstuk 11. Buisvormig lichaam opzetstuk 12. Kamer in buisvormig lichaam 15 13. Aftakking 14. Bovenste eind opzetstuk 15. Schroefdop 16. Pakking 17. Inbrengterugslagklep 20 18. Ringvormige opening 19. Elastisch scharnier 20. Kleplichaam 21. Boorgereedschap 22. Huls 25 23. Gat in kunststofleiding 24. Overdrukklep 25. Huis overdrukklep 26. Zitting overdrukklep 27. Kleplichaam 30 28. Voorspanveer 29. Afdichtring 30. Pijpstuk 31. Kop van pij p stuk 9 32. Samenstel uit overdrukklep en pijpstuk 33. Gat in pijpstuk 34. Insnoering pijpstuk 35. Afdichting schroefdop 5 36. Teken 37. Pijlvorm 38. Sleuf 39. Verdikking 40. Gat 10 41. Ophanging 42. Kraag 43. Inzetstuk 44. Vernauwing 45. Afdichting 15 46. Uitstulping 20

Claims (20)

1. Opzetinrichting (1) voor een kunststofleiding (2) voor het transport van een fluïdum, omvattende een zadel (3) dat aanbrengbaar is op de kunststofleiding (2) 5 alsmede een met het zadel samenwerkend opzetstuk (9), welk opzetstuk een kamer (12) heeft met een uitmonding aan de naar de kunststofleiding te keren zijde (10) daarvan, een inbrengterugslagklep (17) via welke een gereedschap (21, 22) in de kamer brengbaar is, een pakking (16) voor het afdichten van genoemd gereedschap ten opzichte van de kamer, een sluitmiddel (15) aan het tegenover de uitmonding zich 10 bevindend eind (14) van de kamer, een ten opzichte van de kamer (12) afgedichte overdrukklep (24) die in rusttoestand zich in geopende positie bevindt en die in gesloten toestand brengbaar is bij het overschrijden van een vooraf bepaalde stoomsterkte en/of drukverschil over de overdrukklep, een pijpstuk (30) waaraan de overdrukklep (24) is opgehangen en welk pijpstuk (30) tenminste een zijdelingse 15 opening (33) in de wand daarvan heeft, alsmede een op de kamer (12) aangesloten aftakking (13), met het kenmerk dat een teken is voorzien dat de oriëntatie van genoemde zijdelingse opening (33) in de wand van het pijpstuk (30) toont.
2. Opzetinrichting volgens conclusie 1, waarbij het teken dezelfde oriëntatie heeft 20 als de zijdelingse opening (33).
3. Opzetinrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij het teken een pijlvorm heeft die in dezelfde richting is gericht ten opzichte van de langsas van het pijpstuk als de zijdelingse opening (33). 25
4. Opzetinrichting (1) volgens een der voorgaande conclusies, waarbij tenminste een zijdelingse opening (33) zich bevindt ter hoogte van de aftakking (13).
5. Opzetinrichting (1) volgens een der voorgaande conclusies, waarbij tenminste 30 een zijdelingse opening (33) is uitgelijnd ten opzichte van de aftakking (13).
6. Opzetinrichting (1) volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het pijpstuk (30) twee diametraal tegenover elkaar zich bevindende zijdelingse openingen in de wand daarvan bezit.
7. Opzetinrichting (1) volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het pijpstuk (30) in omtreksrichting vast is verbonden met het sluitmiddel (15) en het teken zich op het sluitmiddel (15) bevindt.
8. Opzetinrichting (1) volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het 10 pijpstuk een zich door het sluitmiddel (15) uitstrekkend eind heeft, en het teken zich bevindt op dat eind.
9. Opzetinrichting (1) volgens conclusie 8, waarbij het pijpstuk draaibaar om de langsas daarvan is ten opzichte van het sluitmiddel (15). 15
10. Opzetinrichting (1) volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het pijpstuk (30) een nominale diameter heeft die groter is dan de inwendige diameter van de pakking (16).
11. Opzetinrichting (1) volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het pijpstuk (30) een insnoering (34) heeft ter hoogte van de pakking (16), welke insnoering een uitwendige diameter heeft die kleiner is dan of gelijk is aan de inwendige diameter van de pakking.
12. Opzetinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het uitwendig oppervlak van het pijpstuk (30) tenminste een uitstulping (46) heeft.
13. Opzetinrichting volgens conclusie 12, waarbij de uitstulping (30) ringvormig is. 30
14. Opzetinrichting volgens conclusie 12 of 13, waarbij meerdere zich in langsrichting van het pijpstuk (30) zich op afstand van elkaar bevindende uitstulpingen (46) zijn voorzien.
15. Opzetinrichting (1) volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het sluitmiddel een schroefdop (15) is die is geschroefd op een uitwendige schroefdraad van het opzetstuk (9).
16. Opzetinrichting (1) volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het pijpstuk (30) is opgehangen aan het sluitmiddel (15).
17. Opzetinrichting (1) volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het pijpstuk (30) is ondersteund ten opzichte van de kamer (12). 10
18. Opzetinrichting (1) volgens conclusie 17, waarbij het pijpstuk (30) een uitwendige flens (42) heeft die is ondersteund ten opzichte van de kamer (12), zoals op een inzetstuk (43) in de kamer.
19. Opzetinrichting (1) volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het sluitmiddel (15) is bevestigd aan het opzetstuk (9).
20. Samenstel (32), omvattende een sluitmiddel (15), een met het sluitmiddel (15) samenwerkend pijpstuk (30), alsmede een aan het pijpstuk (30) opgehangen 20 overdrukklep (24) voor gebruik bij de opzetinrichting (1) volgens conclusie 16.
NL2009187A 2012-07-13 2012-07-13 Opzetinrichting met stromingsindicator. NL2009187C2 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2009187A NL2009187C2 (nl) 2012-07-13 2012-07-13 Opzetinrichting met stromingsindicator.
EP13174642.2A EP2685147B1 (en) 2012-07-13 2013-07-02 Top-piece device with position indicator

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2009187A NL2009187C2 (nl) 2012-07-13 2012-07-13 Opzetinrichting met stromingsindicator.
NL2009187 2012-07-13

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2009187C2 true NL2009187C2 (nl) 2014-01-16

Family

ID=46939958

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2009187A NL2009187C2 (nl) 2012-07-13 2012-07-13 Opzetinrichting met stromingsindicator.

Country Status (2)

Country Link
EP (1) EP2685147B1 (nl)
NL (1) NL2009187C2 (nl)

Families Citing this family (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CN105190145B (zh) * 2013-03-21 2017-07-04 米田股份有限公司 分水栓形成方法及使用同方法的分水栓安装用夹具
US9499381B2 (en) * 2014-02-28 2016-11-22 The Boeing Company Bung plug extractor and methods for transferring fluid with a pressurized tank

Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2329914A1 (fr) * 1975-10-29 1977-05-27 Gachot Sa Dispositif et procede pour etablir une derivation sur une conduite
EP0580222A1 (fr) * 1992-07-24 1994-01-26 Polva Pipelife B.V. Raccord de dérivation pour tuyauterie en matière thermoplastique
DE19531913A1 (de) * 1994-08-31 1996-03-07 Manibs Spezialarmaturen Anbohrarmatur für vorzugsweise unter Mediendruck stehende Versorgungsleitungen aus Kunststoff
GB2407855A (en) * 2003-11-04 2005-05-11 Julian Jowitt A branch connector for tapping into live pipes
DE102006043531A1 (de) * 2005-09-13 2007-03-15 Gwa-Armaturen Gmbh Anbohrarmatur für ein Fluid führende Leitungen, insbesondere für Gasleitungen
NL2005020C2 (nl) * 2010-07-02 2012-01-03 Pipelife Nederland Bv Opzetinrichting voor het aanboren van een kunststofleiding, alsmede opzetstuk daarvoor.

Family Cites Families (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP2520842B1 (en) * 2011-05-03 2022-07-06 Pipelife Nederland B.V. Top-piece device with a retrofittable pressure relief valve for a plastic pipe

Patent Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2329914A1 (fr) * 1975-10-29 1977-05-27 Gachot Sa Dispositif et procede pour etablir une derivation sur une conduite
EP0580222A1 (fr) * 1992-07-24 1994-01-26 Polva Pipelife B.V. Raccord de dérivation pour tuyauterie en matière thermoplastique
DE19531913A1 (de) * 1994-08-31 1996-03-07 Manibs Spezialarmaturen Anbohrarmatur für vorzugsweise unter Mediendruck stehende Versorgungsleitungen aus Kunststoff
GB2407855A (en) * 2003-11-04 2005-05-11 Julian Jowitt A branch connector for tapping into live pipes
DE102006043531A1 (de) * 2005-09-13 2007-03-15 Gwa-Armaturen Gmbh Anbohrarmatur für ein Fluid führende Leitungen, insbesondere für Gasleitungen
NL2005020C2 (nl) * 2010-07-02 2012-01-03 Pipelife Nederland Bv Opzetinrichting voor het aanboren van een kunststofleiding, alsmede opzetstuk daarvoor.

Also Published As

Publication number Publication date
EP2685147A1 (en) 2014-01-15
EP2685147B1 (en) 2018-06-20

Similar Documents

Publication Publication Date Title
EP3221622B1 (en) Isolatable non-slam piston check valve
US4756338A (en) Pipe repair assemblies to repair pipe when fluids therein are under high pressure
US4148338A (en) Check valve
KR101100378B1 (ko) 연결장치
US20020008223A1 (en) Bidirectional ball valve particularly for ecological frigorific gases
NL2009187C2 (nl) Opzetinrichting met stromingsindicator.
AU2016202482B2 (en) Pneumatic pressure relief test plug
RU2003133990A (ru) Усовершенствованный сосуд для транспортировки гексафторида урана
KR20180089021A (ko) 배관용 클램프 장치
US8061382B2 (en) Sanitary valve assembly
US4107999A (en) Automatic oil level maintaining system
US3765560A (en) Sealing apparatus
US6644336B2 (en) Method and apparatus for automatic shutoff of a valve when a substance is present in a flow of fluid
US20130214188A1 (en) Adjustable stroke actuators
FI103915B (fi) Kestomuovimateriaalista tehty haaraliitin putkijohtoa varten
US5065787A (en) Choke valve safety device
US20140097364A1 (en) Adjustable diaphragm retainer plate
US20050263201A1 (en) Closure for a plumbing cleanout
JP6472354B2 (ja) 弁の圧力試験装置
US6588729B1 (en) Packing box arrangement for a gate valve
US2749945A (en) Capping device for use in testing conduit lines
US7418974B2 (en) Tap having a clamping ring on the base end portion
NL2005020C2 (nl) Opzetinrichting voor het aanboren van een kunststofleiding, alsmede opzetstuk daarvoor.
US6659127B2 (en) Relief valve
RU180612U1 (ru) Сливное устройство железнодорожной цистерны