NL2008489C2 - Sensoreenheid en werkwijze voor het meten aan een fluã¯dumstroom. - Google Patents

Sensoreenheid en werkwijze voor het meten aan een fluã¯dumstroom. Download PDF

Info

Publication number
NL2008489C2
NL2008489C2 NL2008489A NL2008489A NL2008489C2 NL 2008489 C2 NL2008489 C2 NL 2008489C2 NL 2008489 A NL2008489 A NL 2008489A NL 2008489 A NL2008489 A NL 2008489A NL 2008489 C2 NL2008489 C2 NL 2008489C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
filter
sensor unit
flow
filter medium
measuring
Prior art date
Application number
NL2008489A
Other languages
English (en)
Inventor
Hermanus Hendrikus Kleizen
Original Assignee
Dutchap B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Dutchap B V filed Critical Dutchap B V
Priority to NL2008489A priority Critical patent/NL2008489C2/nl
Priority to EP13159188.5A priority patent/EP2638946A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2008489C2 publication Critical patent/NL2008489C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D46/00Filters or filtering processes specially modified for separating dispersed particles from gases or vapours
    • B01D46/0084Filters or filtering processes specially modified for separating dispersed particles from gases or vapours provided with safety means
    • B01D46/0086Filter condition indicators
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D46/00Filters or filtering processes specially modified for separating dispersed particles from gases or vapours
    • B01D46/42Auxiliary equipment or operation thereof
    • B01D46/44Auxiliary equipment or operation thereof controlling filtration
    • B01D46/444Auxiliary equipment or operation thereof controlling filtration by flow measuring
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D46/00Filters or filtering processes specially modified for separating dispersed particles from gases or vapours
    • B01D46/42Auxiliary equipment or operation thereof
    • B01D46/44Auxiliary equipment or operation thereof controlling filtration
    • B01D46/446Auxiliary equipment or operation thereof controlling filtration by pressure measuring
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D46/00Filters or filtering processes specially modified for separating dispersed particles from gases or vapours
    • B01D46/56Filters or filtering processes specially modified for separating dispersed particles from gases or vapours with multiple filtering elements, characterised by their mutual disposition
    • B01D46/58Filters or filtering processes specially modified for separating dispersed particles from gases or vapours with multiple filtering elements, characterised by their mutual disposition connected in parallel
    • GPHYSICS
    • G01MEASURING; TESTING
    • G01NINVESTIGATING OR ANALYSING MATERIALS BY DETERMINING THEIR CHEMICAL OR PHYSICAL PROPERTIES
    • G01N15/00Investigating characteristics of particles; Investigating permeability, pore-volume or surface-area of porous materials
    • G01N15/02Investigating particle size or size distribution
    • G01N15/0272Investigating particle size or size distribution with screening; with classification by filtering
    • GPHYSICS
    • G01MEASURING; TESTING
    • G01NINVESTIGATING OR ANALYSING MATERIALS BY DETERMINING THEIR CHEMICAL OR PHYSICAL PROPERTIES
    • G01N15/00Investigating characteristics of particles; Investigating permeability, pore-volume or surface-area of porous materials
    • G01N15/06Investigating concentration of particle suspensions
    • G01N15/0606Investigating concentration of particle suspensions by collecting particles on a support
    • G01N15/0618Investigating concentration of particle suspensions by collecting particles on a support of the filter type
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D2201/00Details relating to filtering apparatus
    • B01D2201/18Filters characterised by the openings or pores
    • B01D2201/188Multiple filtering elements having filtering areas of different size

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
  • Dispersion Chemistry (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Analytical Chemistry (AREA)
  • Biochemistry (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • General Physics & Mathematics (AREA)
  • Immunology (AREA)
  • Pathology (AREA)
  • Filtering Of Dispersed Particles In Gases (AREA)
  • Investigating Or Analyzing Materials By The Use Of Electric Means (AREA)

Description

P31006NL00/KHO
Korte aanduiding: Sensoreenheid en werkwijze voor het meten aan een fluïdumstroom.
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een sensoreenheid voor het meten aan een fluïdumstroom met partikels. De sensoreenheid omvat een stroom inlaat voor het inlaten van de fluïdumstroom en een stroom uitlaat voor het uitlaten van de fluïdumstroom. Een stromingskanaal strekt zich uit van de stroominlaat naar de stroomuitlaat. De 5 sensoreenheid heeft een filter medium dat is opgesteld in het stromingskanaal. De sensoreenheid omvat een meeteenheid dat is ingericht voor het uitvoeren van een eerste meting van een filterweerstand over het filtermedium.
Verder heeft de uitvinding betrekking op een werkwijze voor het meten aan een fluïdum stroom, waarbij met behulp van de sensoreenheid een filterweerstand wordt 10 gemeten.
Een filtermedium is ingericht om partikels uit een passerende fluïdumstroom af te vangen, waarbij de afgevangen partikels een partikelgrootte hebben die groter of gelijk is aan een bij het specifieke filtermedium behorende grens-partikelgrootte. Wanneer partikels in de fluïdumstroom een partikelgrootte hebben die groter is dan de grens-partikelgrootte, 15 dan zullen de partikels in het filtermedium worden afgevangen en achterblijven. De afgevangen partikels verdichten het filtermedium, waardoor de filterweerstand voor het passeren van het filtermedium toeneemt.
Het is bekend om het verdichten van een filtermedium van een filterinrichting te meten met behulp van een meeteenheid. De meeteenheid is bijvoorbeeld een druksensor of 20 een debietmeter. De meeteenheid kan verbonden worden met een meetpunt dat stroomopwaarts of stroomafwaarts aan het filtermedium is gelegen. Wanneer de gemeten filterweerstand een vooraf bepaalde grenswaarde heeft overschreden, kan een signaal worden afgegeven waarna bijvoorbeeld besloten kan worden om het filtermedium te vervangen.
25 EP1106797A1 openbaart een roetsensor voor het bewaken van een roetfilter. De roetsensor is opgesteld in een bypass kanaal of stroomafwaarts van het roet filter.
Een bezwaar aan de bekende filterweerstandsmeting voor het detecteren van een ontoelaatbare verdichting van een filtermedium van de filterinrichting is dat de filterweerstandsmeting verder nauwelijks informatie verschaft over eigenschappen van de 30 fluïdumstroom. Daarnaast is het gewenst om een meting uit te kunnen voeren waarbij preventief opgetreden kan worden, zodat een fluïdumstroom bijvoorbeeld tijdelijk kan worden omgeleid of teruggevoerd en het filtermedium gespaard kan blijven.
-2-
De onderhavige uitvinding heeft tot doel ten minste één van de bovengenoemde nadelen ten minste gedeeltelijk te ondervangen, dan wel om een bruikbaar alternatief te verschaffen. In het bijzonder heeft de uitvinding tot doel om een fluïdumstroom te karakteriseren op basis van een filterweerstandsmeting.
5 Dit doel is bereikt met een sensoreenheid zoals gedefinieerd in conclusie 1.
Volgens de uitvinding is een sensoreenheid verschaft voor het meten aan een fluïdumstroom. De fluïdumstroom omvat partikels. De partikels hebben een partikelgrootte. De sensoreenheid omvat een stroom inlaat voor het inlaten van de fluïdumstroom en een stroom uitlaat voor het uitlaten van de fluïdumstroom. De sensoreenheid heeft een 10 stromingskanaal dat zich uitstrekt van de stroominlaat naar de stroomuitlaat. Het stromingskanaal kan voor het doorleiden van een monsterstroom van fluïdum in een systeem parallel gepositioneerd worden aan een hoofdstroom van het fluïdum dat in stromingsverbinding staat met een inrichting, bijvoorbeeld een filterinrichting. Verder omvat de sensoreenheid ten minste twee filtermedia voor het filteren van partikels uit de 15 fluïdumstroom. De filtermedia zijn opgesteld in het stromingskanaal. De filtermedia omvatten een eerste filtermedium A voor het filteren van partikels met een eerste grens-partikelgrootte da uit de fluïdumstroom en een tweede filtermedium B voor het filteren van partikels met een tweede grens-partikelgrootte db uit de fluïdumstroom. Het eerste filtermedium A is opgesteld in het stromingskanaal en in stromingsverbinding is opgesteld met de stroom inlaat en de 20 stroom uitlaat. Het tweede filtermedium B is opgesteld in het stromingskanaal en is in stromingsverbinding opgesteld met de stroom inlaat en de stroom uitlaat. Het eerste filtermedium A is parallel opgesteld aan het tweede filtermedium B. De fluïdumstroom wordt verdeeld over het eerste en tweede filtermedium, zodanig dat een eerste deel van de fluïdumstroom het eerste filtermedium A passeert en een tweede deel van de fluïdumstroom 25 het tweede filtermedium B passeert. Verder omvat de sensoreenheid ten minste één meeteenheid M die is ingericht voor het uitvoeren van een eerste meting m1 van een filterweerstand W1 over het eerste filtermedium A en het uitvoeren van een tweede meting m2 van een filterweerstand W2 over het tweede filtermedium B.
De sensoreenheid volgens de uitvinding is geschikt voor het meten aan een 30 fluïdumstroom. Met behulp van de sensoreenheid kan gemeten worden hoe een eerste filterweerstand over het eerste filtermedium verandert ten opzichte van een tweede filterweerstand van een tweede filtermedium.
Met behulp van de sensoreenheid kunnen eigenschappen van de fluïdumstroom gemeten en bewaakt worden. Met behulp van de sensoreenheid kan de aanwezigheid van 35 partikels met een partikelgrootte vanaf een bepaalde partikelgrootte geconstateerd worden. Verder kan met behulp van de sensoreenheid een concentratie van partikels met een bepaalde partikelgrootte in de fluïdumstroom worden vastgesteld. Het eerste en tweede -3- filtermedium is elk ingericht voor het filteren van partikels die een partikelgrootte hebben die groter is dan een grens-partikelgrootte. Wanneer een fluïdumstroom het eerste en tweede filtermedium passeert zullen partikels met een partikelgrootte groter dan de grens-partikelgrootte achterblijven in het eerste en tweede filtermedium. Hierdoor zal het 5 filtermedium verdichten, hetgeen een filterweerstand over het filtermedium verhoogd. De verhoging van de filterweerstand wordt gemeten met de meeteenheid. De mate van verhoging van de filterweerstand verschaft in de eerste plaats een indicatie van de aanwezigheid van partikels met een partikelgrootte die groter is dan de grens-partikelgrootte. De snelheid waarmee de verhoging van de filterweerstand optreedt geeft 10 vervolgens een indicatie van de hoeveelheid, dan wel concentratie van partikels met een partikelgrootte die groter is dan de grens-partikelgrootte.
Met voordeel kan door de aanwezigheid van ten minste twee filtermedia een samenstelling van een fluïdumstroom nauwkeuriger worden bepaald. Doordat de filtermedia verschillende filtereigenschappen hebben, kan bijvoorbeeld een concentratie van partikels 15 met een partikelgrootte binnen een bepaalde reeks gemeten worden bij toepassing van filtermedia met een verschillende grens-partikelgrootte of een concentratie van een bepaalde partikelgrootte bij filtermedia met een gelijke grens-partikelgrootte maar met een verschillend filteroppervlak. Hiermee verschaft de uitvinding met voordeel een sensoreenheid, waarmee eigenschappen van een passerende fluïdumstroom kunnen 20 worden gemeten. Verschillende uitvoeringsvormen van de sensoreenheid volgens de uitvinding beogen verschillende metingen aan een fluïdumstroom. Deze verschillende uitvoeringsvormen met bijbehorende voordelen zullen in het navolgende worden toegelicht.
Met voordeel kan de sensoreenheid volgens de uitvinding worden opgenomen in een leidingstelsel, waarbij een fluïdumstroom in het leidingstelsel passeert. De sensoreenheid 25 kan daarbij bijvoorbeeld gebruikt worden als een bewakingssensor om een detectie te doen in geval dat een fluïdumstroom met een te hoge concentratie partikels met een bepaalde partikelgrootte passeert. De bewakingssensor kan stroomopwaarts en parallel aan een hoofdstroom van fluïdum gepositioneerd zijn voor een filterinstallatie. De filterinstallatie kan bijvoorbeeld ontzien worden door een omleiding of terugvoerleiding in het leidingstelsel in 30 geval dat de bewakingssensor een fluïdumstroom detecteert met een te hoge concentratie van een bepaalde partikelgrootte. Met voordeel kan hierdoor een te snelle verdichting van de filterinstallatie voorkomen worden.
In een uitvoeringsvorm van de sensoreenheid volgens de uitvinding is de meeteenheid ingericht voor het uitvoeren van een eerste en tweede meting van een 35 veranderende filterweerstand gedurende een tijdsinterval. Met behulp van de meeteenheid wordt een eerste meting uitgevoerd, waarbij een veranderende filterweerstand over het eerste filtermedium wordt gemeten. Met behulp van de meeteenheid wordt tevens een -4- tweede meting uitgevoerd, waarbij een veranderende filterweerstand over het tweede filtermedium wordt gemeten. Het verloop van de filterweerstand over het filtermedium kan bepaald worden als functie van de tijd. Het verloop van de filterweerstand verschaft met voordeel informatie over de concentratie partikels en de bijbehorende partikelgrootte van de 5 partikels in de gemeten fluïdumstroom. Een relatief snel oplopende filterweerstand duidt op het passeren van een fluïdumstroom met een hoge concentratie partikels met een partikelgrootte die groter is dan de grens-partikelgrootte behorende bij het filtermedium. Een relatief snel oplopende filterweerstand van het eerste filtermedium, maar een constant blijvende filterweerstand van het tweede filtermedium duidt op het passeren van een 10 fluïdumstroom met een hoge concentratiepartikels met een partikelgrootte die groter is dan de grens-partikelgrootte behorende bij het eerste filtermedium, maar waarbij de partikelgrootte kleiner is dan de grens-partikelgrootte behorende bij het tweede filtermedium. Met voordeel kan derhalve door het meten van de veranderende filterweerstand gedurende een tijdsinterval een samenstelling van een fluïdumstroom bepaald worden.
15 In een uitvoeringsvorm van de sensoreenheid volgens de uitvinding omvat de meeteenheid een eerste meeteenheid voor het meten van een eerste verschil in filterweerstand over het eerste filtermedium. De eerste meeteenheid heeft een eerste en tweede meetpunt welke respectievelijk stroom opwaarts en stroomafwaarts in het stromingskanaal ten opzichte van het eerste filtermedium zijn gepositioneerd. Grotere 20 partikels worden afgevangen door het filtermedium. Door het eerste meetpunt stroomopwaarts aan het filtermedium wordt voornamelijk informatie verkregen met betrekking tot de grotere partikels, terwijl met het tweede meetpunt stroomafwaarts aan het filtermedium voornamelijk gemeten wordt aan kleinere partikels. Hierdoor kan informatie verkregen worden van zowel de grotere als de kleinere partikels in een fluïdumstroom. Met 25 voordeel is hiermee meer informatie verkregen over een passerende fluïdumstroom.
In een uitvoeringsvorm van een sensoreenheid volgens de uitvinding omvat de meeteenheid een tweede meeteenheid voor het meten van een tweede verschil in filterweerstand over het tweede filtermedium. Met voordeel kan een nauwkeurige meting verricht worden om een samenstelling van een fluïdumstroom vast te stellen.
30 In een uitvoeringsvorm van een sensoreenheid volgens de uitvinding omvat de meeteenheid ten minste een druksensor voor het meten van een fluïdum druk in de fluïdumstroom. De druksensor is gepositioneerd in het stromingskanaal op een positie in de fluïdumstroom stroomopwaarts en/of stroomafwaarts ten opzichte van het filtermedium. Met behulp van de druksensor kan de druk in de fluïdumstroom gemeten worden. De druk in de 35 fluïdumstroom is maatgevend voor een filterweerstand van het filtermedium. Met behulp van de druksensor kan door navolgende metingen te verrichten een oplopende druk worden vastgesteld, hetgeen duidt op een verdichting van het filtermedium. Bij een bekende grens- -5- partikelgrootte waarde van het filtermedium, kan vervolgens een samenstelling van de fluïdumstroom vastgesteld worden. Met behulp van meetgegevens afkomstig van de druksensor kan een debiet van een fluïdumstroom bepaald worden. In de berekening van het debiet van de fluïdumstroom kan de geometrie van het stromingskanaal en/of een 5 gemeten temperatuur van de fluïdumstroom worden meegenomen. In een alternatieve uitvoeringsvorm van de sensoreenheid volgens de uitvinding omvat de meeteenheid een debietsensor voor het meten van een debiet van een fluïdumstroom. De debietsensor is gepositioneerd in het stromingskanaal op een positie in de fluïdumstroom stroomopwaarts of stroomafwaarts ten opzichte van het filtermedium. Met behulp van de debietsensor kan een 10 stroming snelheid van de fluïdumstroom gemeten worden. De stroming snelheid van een fluïdumstroom door het stromingskanaal is maatgevend voor een filterweerstand van het filtermedium. Met de hulp van de debietsensor kan door navolgende metingen te verrichten een afnemende stroomsnelheid worden vastgesteld, hetgeen duidt op een verdichting van het filtermedium. Bij een bekende grens- partikelgrootte waarde van het filtermedium kan 15 vervolgens een samenstelling van de fluïdumstroom vastgesteld worden.
In een uitvoeringsvorm van de sensoreenheid volgens de uitvinding is ten minste een meetpunt stroomafwaarts van de ten minste twee filtermedia voorzien voor het uitvoeren van een meting. In een uitvoeringsvorm van de sensoreenheid volgens de uitvinding is een eerste meetpunt stroomafwaarts van het eerste filtermedium voorzien voor het uitvoeren van 20 de eerste meting. In een uitvoeringsvorm van de sensoreenheid volgens de uitvinding is een tweede meetpunt stroomafwaarts van het tweede filtermedium voorzien voor het uitvoeren van de tweede meting. Met voordeel zijn de meetpunten stroomafwaarts gepositioneerd ten opzichte van de filtermedia om vervuiling van de meetpunten te reduceren.
In een uitvoeringsvorm van de sensoreenheid volgens de uitvinding heeft het eerste 25 filter medium A een filteroppervlak dat kleiner is van het tweede filtermedium B. Het filteroppervlak van een filter medium is gedefinieerd door een frontaal oppervlak van een filtermedium. Het filtermedium A heeft bijvoorbeeld een filteroppervlak van 1 cm2, terwijl het filtermedium B een filteroppervlak heeft van 2 cm2. Hierdoor hebben de filter media verschillende filtereigenschappen. Doordat het filteroppervlak van filter medium B groter is 30 dan het filteroppervlak van filter medium A, zal de filterweerstand bij een verdichting van de filter media bij het filtermedium A sneller toenemen. De mate waarin de filterweerstand van het eerste en tweede filter medium toeneemt is vervolgens een indicatie van een samenstelling van de passerende fluïdumstroom.
In een verdere uitvoeringsvorm van de sensoreenheid volgens de uitvinding zijn het 35 eerste en tweede filter medium ingericht voor het filteren van eenzelfde partikelgrootte d. De filter media kunnen een eenzelfde filter structuur hebben, maar een verschillend filteroppervlak hebben in de sensoreenheid. Hierdoor zullen de filtermedia eenzelfde -6- partikelgrootte filteren uit de passerende fluïdumstroom, maar zal de filterweerstand van de verschillende filter media verschillend toenemen. Het verschil in toename van de filterweerstand is vervolgens maatgevend voor de concentratie van partikels met een bepaalde parti kei grootte in de passerende fluïdumstroom.
5 In een uitvoeringsvorm van de sensoreenheid volgens de uitvinding is het eerste filter medium een groffilter en tweede filtermedium een fijnfilter. Het groffilter is ingericht voor het filteren van grove partikels met een grens-partikelgrootte da uit de fluïdumstroom. Het fijnfilter is ingericht voor het filteren van fijne partikels met een grens-partikelgrootte db uit de fluïdumstroom. De filtermedia hebben door de verschillende filterstructuur verschillende 10 filtereigenschappen. De filtermedia zijn ingericht voor het afvangen van partikels met een verschil in partikelgrootte. Met voordeel kan met behulp van de sensoreenheid volgens de uitvinding door het meten van filterweerstanden een samenstelling van een passerende fluïdumstroom bepaald worden. Door de twee filtermedia met verschillende grens-partikelgroottes kan een meting verricht worden voor het bepalen van concentraties van 15 partikels binnen reeksen van verschillende partikelgroottes.
In een uitvoeringsvorm van de sensoreenheid volgens de uitvinding, omdat de sensoreenheid ten minste één filtermedium met een filterpoeder. Het filterpoeder vormt de filterstructuur van het filtermedium. Het filterpoeder is ingericht voor het afvangen van partikels. In een uitvoeringsvorm kan het filterpoeder kan zijn opgenomen in een 20 filterhouder, een zogenaamd filterpad. In een filterpad is het poeder net als in een koffiepad gehouden in een vloeistof doorlatende houder van een poreus materiaal. Met voordeel is een filterpad eenvoudig uitwisselbaar. In een uitvoeringsvorm kan het filterpoeder afsteunen op een filterdrager, bijvoorbeeld een geperforeerde plaat. Met voordeel kan de sensoreenheid eenvoudig gereinigd worden door een stroom van een fluïdum, in het 25 bijzonder een reinigingsfluïdum, in een tegengestelde richting door het stromingskanaal te voeren van de stroom uitlaat naar de stroom inlaat van de sensoreenheid. Na een reiniging van de sensoreenheid, kan de sensoreenheid met voordeel opnieuw gebruikt worden.
In een verdere uitvoeringsvorm van de sensoreenheid volgens de uitvinding omvat het groffilter een groffilterpoeder en omvat het fijnfilter een fijnfilterpoeder. Met voordeel is 30 de sensoreenheid eenvoudig reinigbaar en is de sensoreenheid ingericht voor het meten van een fluïdumstroom met partikels met partikelgroottes die vallen binnen verschillende reeksen van partikelgroottes.
Verdere uitvoeringsvormen zijn vastgelegd in de overige onderconclusies.
Voorts heeft de uitvinding betrekking op een systeem. Het systeem volgens de 35 uitvinding omvat een sensoreenheid volgens de uitvinding. Het systeem omvat verder een gegevensdrager welke een computerprogramma omvat met instructies die kunnen worden uitgevoerd op een computer voor het uitvoeren van een besturing op basis van ten minste -7- een meetsignaal afkomstig van de meeteenheid van de sensoreenheid. De gegevensdrager is bijvoorbeeld een CD-rom of een USB-stick. Het computerprogramma kan worden geladen naar een controle eenheid voor het regelen van een proces, waarbij de sensoreenheid is voorzien in het proces.
5 In een uitvoeringsvorm van het systeem volgens de uitvinding omvat het systeem verder een controle eenheid voor het aansturen van ten minste een stroomklep in een leidingstelsel. De controle eenheid stuurt op basis van een ingangssignaal afkomstig van de sensoreenheid een uitgangssignaal naar de stroomklep. De controle eenheid van de sensoreenheid kan geïntegreerd zijn in de sensoreenheid.
10 In een uitvoeringsvorm van het systeem volgens de uitvinding omvat het systeem verder een stroomklep die in stromingsverbinding is met de stroomuitlaat van de sensoreenheid voor het sturen van de fluïdumstroom afkomstig van de sensoreenheid. De stroomklep is ingericht voor het sturen van een fluïdum stroom door ten minste twee leidingen met behulp van een klep. De klep kan ten minste één leiding afsluiten, zodanig dat 15 de fluïdumstroom gestuurd wordt naar een opengebleven leiding. In het bijzonder is de stroomklep ingericht voor het sturen van de fluïdumstroom door een eerste leiding of door een tweede leiding, waarbij de stroomklep een klep omvat voor het afsluiten van respectievelijk de tweede of eerste leiding. De stroomklep van de sensoreenheid kan geïntegreerd zijn in de sensoreenheid. De sensoreenheid kan een behuizing omvatten, 20 waarbij de stroomklep gepositioneerd is binnen de behuizing. Met voordeel kan de sensoreenheid inclusief de stroomklep als een eenheid geplaatst worden in een leidingstelsel.
In een uitvoeringsvorm van het systeem volgens de uitvinding omvat het systeem verder een fiIterinstallatie. De stroomuitlaat van de sensoreenheid is in stromingsverbinding 25 met de filterinstallatie, waarbij de filterinstallatie is ingericht voor het filteren van de fluïdumstroom. De sensoreenheid is stroomopwaarts ten opzichte van de filterinstallatie opgesteld. De sensoreenheid kan in of parallel aan een hoofdstroom van het fluïdum stroomopwaarts van de filterinstallatie zijn opgesteld. In een parallelle configuratie vormt het stromingskanaal van de sensoreenheid een kanaal vooreen monsterstroom. De 30 monsterstroom is parallel gepositioneerd aan de hoofdstroom van fluïdum. Met behulp van de sensoreenheid kan een fluïdumstroom gemeten worden alvorens deze toegevoerd wordt aan de filterinstallatie. Indien de fluïdum stroom niet aan een vooraf gedefinieerde samenstelling voldoet, kan dit door de sensoreenheid gemeten en gedetecteerd worden en kan het filterproces op basis van een signaal afkomstig van de sensoreenheid gestuurd 35 worden. De fluïdum stroom kan bijvoorbeeld tijdelijk afgevoerd worden, zodanig dat de fluïdum stroom niet door de filterinstallatie stroomt. Hiermee kan een versnelde verdichting en afschrijving van de filterinstallatie voorkomen worden.
-8- ln een uitvoeringsvorm van het systeem volgens de uitvinding omvat het systeem een fiIterinstallatie, waarbij een sensoreenheid stroomafwaarts aan de filterinstallatie is opgesteld.
In een uitvoeringsvorm van het systeem volgens de uitvinding omvat het systeem 5 een filterinstallatie, waarbij een sensoreenheid parallel aan de filterinstallatie is opgesteld.
De sensoreenheid kan parallel aan een hoofdstroom van het fluïdum door de filterinstallatie zijn opgesteld, waarbij het stromingskanaal van de sensoreenheid een kanaal voor een monsterstroom vormt. De monsterstroom door de sensoreenheid is hiermee parallel gepositioneerd aan de hoofdstroom van fluïdum.
10 In een uitvoeringsvorm van het systeem volgens de uitvinding omvat het systeem een filterinstallatie, waarbij de filterinstallatie gevormd is door de sensoreenheid. De sensoreenheid kan stand alone zijn ingericht. Hiermee werkt de sensoreenheid in het systeem als hoofdfilter.
In een uitvoeringsvorm van het systeem volgens de uitvinding omvat het systeem 15 verder een fluïdumsensor voor het meten van een fluïdum eigenschap. Een fluïdumeigenschap betreft bijvoorbeeld een partikelgrootte, een partikelconcentratie, een fluïdum temperatuur etc. De fluïdumsensor is bijvoorbeeld een temperatuursensor voor het meten van een temperatuur van een fluidum. De temperatuursensor kan geïntegreerd zijn in de sensoreenheid. De fluïdumsensor is bijvoorbeeld een troebelheidsmeter. De 20 troebelheidsmeter kan bijvoorbeeld door een optische meting, in het bijzonder een kleurmeting, de mate van troebelheid van een passerende fluïdumstroom meten. De troebelheidsmeter kan bijvoorbeeld meten op basis van lichtverstrooiing. De sensoreenheid kan parallel worden opgesteld aan de fluïdumsensor. De sensoreenheid kan de fluïdumsensor omvatten, zodanig dat de fluïdumsensor in de sensoreenheid geïntegreerd is 25 en een afzonderlijke eenheid vormt. Met voordeel kunnen door de toepassing van de sensoreenheid in combinatie met de fluïdumsensor verdere eigenschappen van de passerende fluïdumstroom gemeten worden. Dit biedt met name voordelen in een bierbrouwproces.
Verdere uitvoeringsvormen zijn vastgelegd in de overige onderconclusies.
30 Voorts heeft de uitvinding betrekking op een werkwijze voor het meten aan een fluïdumstroom. De werkwijze omvat een stap van het verschaffen van een sensoreenheid volgens de uitvinding. In een stap van de werkwijze wordt de fluïdumstroom toegevoerd aan een stroom inlaat van de sensoreenheid. In een volgende stap wordt de fluïdum stroom verdeeld over de ten minste twee filter media van de sensoreenheid. In het bijzonder wordt 35 de fluïdum stroom verdeeld over het eerste filter medium en het tweede filtermedium. In een volgende stap van de werkwijze volgens de uitvinding wordt een eerste meting uitgevoerd van een filterweerstand over het eerste filter medium. In een stap van de werkwijze volgens -9- de uitvinding wordt een tweede meting van een filterweerstand over het tweede filter medium uitgevoerd. Met voordeel kunnen door het meten met ten minste twee metingen van filterweerstanden van ten minste twee filtermedia gegevens verkregen worden over de samenstelling van de fluïdumstroom.
5 In een uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens de uitvinding wordt de filterweerstand van de ten minste twee filter media gemeten over een bepaald tijdsinterval. Over het tijdsinterval kan een verandering van de filterweerstand gemeten worden. Het verloop van de filterweerstand kan gemeten worden als functie van de tijd. Met voordeel verschaffen de meetgegevens informatie over de samenstelling van de fluïdumstroom.
10 In een uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens de uitvinding omvat de werkwijze een stap van het classificeren van de fluïdumstroom op basis van resultaten van een eerste en tweede meting. Een fluïdumstroom kan bijvoorbeeld geclassificeerd worden op basis van een partikelgrootte of op basis van een concentratie van partikels met een bepaalde partikelgrootte. Bij een classificatie op basis van de partikelgrootte kunnen de 15 filtermedia in de sensoreenheid bepalend zijn voor een grenswaarde van de partikelgrootte.
Een classificatie van de fluïdumstroom zal aan de hand van een uitvoeringsvoorbeeld nader worden toegelicht. Het eerste filter medium heeft bijvoorbeeld een grenswaarde, een grens-partikelgrootte, da. Het eerste filter medium is daarbij een groffilter voor het filteren van grove partikels. Het tweede filtermedium heeft bijvoorbeeld 20 een grenswaarde, grens-partikelgrootte, db. De grens- partikelgrootte db is kleiner dan de grens- partikelgrootte da. Het tweede filtermedium is dan een fijnfilter voor het filteren van fijne partikels.
In een eerste situatie kan de fluïdumstroom geclassificeerd worden in een categorie X indien de partikelgrootte van de partikels in de fluïdumstroom een partikelgrootte d 25 hebben die kleiner is dan de grens-partikelgrootte db van het fijnfilter. Door de kleine partikelgrootte behorende bij de categorie X zal geen van de filter media verdichten. De filterweerstand zal constant blijven over het eerste en tweede filter medium. Na een meting met de sensoreenheid kan de fluïdumstroom geclassificeerd worden als een fluïdumstroom van de categorie X.
30 In een tweede situatie kan de fluïdumstroom geclassificeerd worden in een categorie Y indien de partikelgrootte van de partikels in de fluïdumstroom een partikelgrootte d hebben die groter is dan de grens-partikelgrootte db, maar kleiner is dan de grens-partikelgrootte da. Hierdoor zal het tweede filtermedium, het fijnfilter, verdichten en de filterweerstand over het tweede filtermedium toenemen, maar zal het groffilter open blijven 35 en de filterweerstand over het groffilter constant blijven.
In een derde situatie kan de fluïdumstroom geclassificeerd worden in een categorie Z indien de partikelgrootte van de partikels in de fluïdum stroom een partikelgrootte d - 10- hebben die groter is dan de grens- partikelgrootte da, db van beide filtermedia. Beide filtermedia zullen verdichten wanneer de fluïdumstroom passeert, waardoor de filterweerstand voor zowel het eerste als het tweede filtermedium toeneemt.
Uit het verloop van de filterweerstand over de ten minste twee filtermedia van de 5 sensoreenheid volgens de uitvinding als functie van de tijd kan informatie verkregen worden over een aantal en een partikelgrootte van partikels in de fluïdumstroom. De drie situaties van het uitvoeringsvoorbeeld laten zien dat de fluïdumstroom eenvoudig volgens de werkwijze volgens de uitvinding geclassificeerd kan worden met behulp van de sensoreenheid volgens de uitvinding. Hierdoor is met voordeel informatie verkregen met 10 betrekking tot een passerende fluïdumstroom met de hulp van de sensoreenheid volgens de uitvinding.
Verdere uitvoeringsvormen zijn vastgelegd in de overige onderconclusies.
Een fluïdumstroom kan in een gebruik van de sensoreenheid volgens de uitvinding afhankelijk van de toepassing heel divers zijn. Met betrekking tot de sensoreenheid volgens 15 de uitvinding kan de fluïdumstroom breed geduid worden. Een fluïdumstroom kan bijvoorbeeld een stroom aardappelen zijn, waarbij de aardappelen een verschil in grootte hebben. Een fluïdumstroom kan ook een vloeistofstroom zijn, waarbij partikels in de vloeistofstroom een verschillende partikelgrootte of verschillende moleculegrootte hebben. De fluïdumstroom kan bijvoorbeeld een gas betreffen waarbij partikels en druppels in het 20 gas gekarakteriseerd moeten worden. De fluïdumstroom kan een vloeistof betreffen, waarbij partikels, druppels en/of bellen in de vloeistof gekarakteriseerd moeten worden. In een alternatieve toepassing van de sensoreenheid volgens de uitvinding kunnen biologische entiteiten, zoals bacteriën, archaea en virussen in een fluïdumstroom gekarakteriseerd worden.
25 Een filterinstallatie of ook wel in algemene zin als filter aangeduid kan gedefinieerd worden als een inrichting die geplaatst kan worden in fluïda stromen om partikels af te vangen. Een filtermedium kan gedefinieerd worden als de inrichting die partikels afvangt. Een aanwezig filtermedium beïnvloedt een optredend filtermechanisme. Het filtermechanisme is afhankelijk van het aanwezige filtermedium.
30
De uitvinding zal nader worden uitgelegd aan de hand van bijgevoegde tekeningen. De tekeningen vormen een praktische uitvoering van de uitvinding, welke niet mogen worden beschouwd in beperkende zin. Specifieke detailkenmerken kunnen ook los van het 35 geheel zoals getoond in het uitvoeringsvoorbeeld in generale zin als kenmerkend voor de uitvinding worden gezien, waarin: -11 -
Fig. 1a-c toont in een schematisch aanzicht een sensoreenheid volgens de uitvinding;
Fig. 2 toont in een schematisch aanzicht een alternatieve uitvoeringsvorm van een sensoreenheid volgens de uitvinding; 5 Fig. 3 toont in een schematisch aanzicht een alternatieve uitvoeringsvorm van een sensoreenheid volgens de uitvinding; en
Fig. 4 toont in een schematisch aanzicht een uitvoeringsvorm van een systeem met een sensoreenheid volgens de uitvinding.
10 In de figuren zijn identieke verwijzingscijfers opgenomen voor identieke of soortgelijke onderdelen.
Figuur 1a toont in een schematisch aanzicht een uitvoeringsvorm van een sensoreenheid volgens de uitvinding. De sensoreenheid heeft een stroom inlaat Si voor het inlaten van een fluïdumstroom. De stroom inlaat Si is in stromingsverbinding met een eerste 15 filtermedium, een groffilter A, en een tweede filtermedium, een fijnfilter B. Het groffilter A is voorzien voor het filteren van grove partikels uit de fluïdumstroom. De grove partikels hebben een grove parti kei grootte da. Het fijnfilter B is voorzien voor het filteren van fijne partikels uit de fluïdumstroom. De fijne partikels hebben een fijne partikelgrootte db. Het groffilter A is ingericht voor het filteren van grotere partikels uit de fluïdumstroom dan het 20 fijnfilter B. Het groffilter A is parallel opgesteld aan het fijnfilter B. Een fluïdumstroom dat via de stroom inlaat Si toegevoerd wordt aan de sensoreenheid wordt verdeeld door een stroomverdeler toegevoerd aan het groffilter A en het fijnfilter B. Een deel van de fluïdumstroom wordt toegevoerd aan het groffilter A en een ander deel van de fluïdumstroom wordt toegevoerd aan het fijnfilter B. De verdeelde fluïdumstroom passeert 25 vervolgens het groffilter A en het fijnfilter B. Na passage van de fluïdumstroom door het groffilter A en het fijnfilter B wordt de fluïdumstroom samengevoegd door een stroomcollector. Vervolgens kan de fluïdumstroom de sensoreenheid verlaten via de stroom uitlaat So. De sensoreenheid omvat een stromingskanaal dat zich uitstrekt van de stroom inlaat tot de stroom uitlaat. Het stromingskanaal heeft een ingang bij de stroom inlaat en een 30 uitgang bij de stroom uitlaat. Het stromingskanaal strekt zich uit van de stroom inlaat over de stroomverdeler naar het eerste en tweede filtermedium en van het eerste en tweede filtermedium via de stroom collector naar de stroom uitlaat.
De sensoreenheid omvat verder een meeteenheid M voor het meten van een filterweerstand in de sensoreenheid. De meeteenheid M is getoond in de figuren 1a, 1b en 35 1c. De meeteenheid M heeft ten minste een meet-ingang mil voor het meten van een filterweerstand in een eerste meting m1 ter plaatse van een meetpunt mp1 in de fluïdumstroom. De filterweerstand kan stroomopwaarts, zoals getoond in Fig. 1b, maar bij - 12- voorkeur stroomafwaarts aan het filtermedium gemeten worden, zoals getoond in Fig. 1a. Fig. 1c toont een alternatieve uitvoeringsvorm, waarbij de meeteenheid M een eerste meetpunt mp1 heeft stroomopwaarts aan het eerste filter medium A en een tweede meetpunt mp2 heeft dat stroomafwaarts is gepositioneerd aan het tweede filtermedium B.
5 De meeteenheid M is bijvoorbeeld een druksensor of een debietsensor. De druk of het debiet van een fluïdumstroom is maatgevend voor een filterweerstand over een filtermedium.
Met behulp van de meeteenheid M kan een verandering van de filterweerstand over een filtermedium gemeten worden. De verandering van de filterweerstand kan gemeten 10 worden over een tijdsinterval. De verandering van de filterweerstand kan als functie van de tijd gemeten worden. De verandering van de filterweerstand van een filtermedium is maatgevend voor een verdichting van het filtermedium. Wanneer een filtermedium partikels uit een fluïdumstroom afvangt, blijven de afgevangen partikels achter in het filtermedium, waardoor het filtermedium verdicht. Een filtermedium is ingericht voor het afvangen van 15 partikels met een bepaalde grens-partikelgrootte. Wanneer een filtermedium verdicht betekent dit dat de fluïdumstroom partikels omvat die groter zijn dan de gespecificeerde grens-partikelgrootte behorende bij het filtermedium. Een verandering van de filterweerstand van een filtermedium is daardoor een indicatie van de aanwezigheid van een bepaalde partikelgrootte van partikels in de fluïdumstroom. Wanneer de filterweerstand van een 20 filtermedium bijvoorbeeld snel verandert, duidt dit op een snel verdichtend filtermedium, hetgeen een indicatie is van een grote hoeveelheid partikels met een bepaalde partikelgrootte in de fluïdumstroom.
In figuur 2 omvat de meeteenheid M een eerste en tweede filterweerstandmeter M1, M2 met een eerste meet-ingang mil en een tweede meet-ingang mi2. De eerste meet-25 ingang mil van de filterweerstandmeter M1 is verbonden met de stroom inlaat Si voor het meten van een eerste stromingsweerstand W1 aan een stroom inlaatzijde van de sensoreenheid en de tweede meet-ingang mi2 van de filterweerstandmeter M1, M2 is verbonden met de stroom uitlaat So voor het meten van een tweede stromingsweerstand W2 aan een stroomuitlaatzijde van de sensoreenheid. De stromingsweerstand kan 30 bijvoorbeeld bepaald worden door een druk- of debietmeting in de fluïdumstroom. De eerste meet-ingang mil van de filterweerstandmeter M1 is verbonden met een meetpunt in de fluïdumstroom stroomopwaarts aan het eerste filtermedium A. De tweede meet-ingang mi2 is verbonden met een meetpunt stroomafwaarts aan het eerste filtermedium A. Met behulp van de filterweerstandmeters M1 en M2 kan een verschil in stromingsweerstanden tussen 35 de eerste stromingsweerstand W1 en de tweede stromingsweerstand W2 bepaald worden. Een verandering van het verschil in stromingsweerstand, W1 minus W2, duidt op het verdichten van een filtermedium.
- 13-
In figuur 2 zijn twee filterweerstandmeters M1, M2 getoond. De eerste filterweerstandmeter M1 is voorzien voor het meten van een verschil in stromingsweerstand over het groffilter A. Een stromingsweerstand van een filtermedium kan gedefinieerd worden als een filterweerstand over het filtermedium. Een tweede filterweerstandmeter M2 5 is voorzien voor het meten van een verschil in stromingsweerstand over het fijnfilter B. In een werkwijze voor het detecteren van een partikelgrootte in een fluïdumstroom, zijn de veranderingen van de verschil in stromingsweerstanden over het groffilter A en het fijnfilter B indicatief voor de aanwezigheid van specifieke partikelgrootte in de fluïdumstroom. Het groffilter A filtert partikels met een partikelgrootte da uit de fluïdumstroom. Het fijnfilter B filter 10 partikels met een partikelgrootte db uit de fluïdumstroom. De fluïdumstroom kan vervolgens na meting met de sensoreenheid geclassificeerd worden in verschillende categorieën.
Een eerste fluïdumstroom zonder of met nauwelijks partikels met een partikelgrootte groter dan da, db kan geclassificeerd worden in een eerste categorie X. Zowel het groffilter A als het fijnfilter B zal de fluïdumstroom doorlaten, waarbij noch het groffilter A noch het 15 fijnfilter B substantieel zal verdichten. De gemeten verschil in stromingsweerstand over het groffilter A en het fijnfilter B zal niet of nauwelijks veranderen over een bepaald tijdsinterval. De sensoreenheid zal de fluïdumstroom detecteren welke geclassificeerd kan worden als een fluïdumstroom in de categorie X.
Een tweede fluïdumstroom met een substantiële hoeveelheid partikels met een 20 partikelgrootte groter dan de partikelgrootte db, maar zonder of met nauwelijks partikels met een partikelgrootte groter dan de partikelgrootte da kan geclassificeerd worden in een tweede categorie Y. Bij een passage van de fluïdumstroom door de sensoreenheid zal het fijnfilter B verdichten en dus de filterweerstand over het fijnfilter B toenemen, terwijl het groffilter A niet of nauwelijks verdicht en dus de filterweerstand over het groffilter A in 25 hoofdzaak constant blijft. Na een meting met behulp van de sensoreenheid volgens de uitvinding kan de fluïdumstroom geclassificeerd worden in de categorie Y.
Een derde fluïdumstroom met een substantiële hoeveelheid partikels met een partikelgrootte groter dan de partikelgrootte da en db kan geclassificeerd worden in een derde categorie Z. Zowel het groffilter A als het fijnfilter B zal na passage van de fluïdum 30 stroom verdichten, waardoor de filterweerstand over het groffilter en het fijnfilter toeneemt. De toename van de filterweerstand over zowel het groffilter als het fijnfilter wordt gemeten met de sensoreenheid, waarna de fluïdumstroom geclassificeerd kan worden in de categorie Z.
Fig. 3 toont een alternatieve uitvoeringsvorm van de sensoreenheid volgens de 35 uitvinding. De sensoreenheid heeft een stroom inlaat Si en een stroom uitlaat So. De stroom inlaat Si heeft een enkele stroom inlaat opening. De stroom uitlaat So heeft een enkele stroom in uitlaatopening. Een stromingskanaal strekt zich uit van de stroom inlaat Si - 14- naar de stroom uitlaat So. In figuur 3 heeft de sensoreenheid geen stroomverdeler noch een stroom collector. In figuur 3 is het stromingskanaal gevormd door een enkel leidingdeel. Het leidingdeel heeft een enkele doorgang voor een passage van de fluïdumstroom. In het leidingdeel is een eerste filter medium A en een tweede filter medium B voorzien. Het 5 frontale oppervlak van het eerste en tweede filter medium tezamen is gelijk aan een oppervlak in dwarsdoorsnede van het leidingdeel, zodanig dat een fluïdum stroom gedwongen wordt om de filter media te passeren. Het filtermedium A is voorzien in een bovengelegen deel van de doorgang van het leidingdeel. Het filtermedium B is voorzien in een ondergelegen deel van de doorgang van het leidingdeel. In een alternatief kan het 10 eerste filtermedium A voorzien zijn in een centraal gelegen deel van de doorgang van het leidingdeel en het filtermedium B in een omtreksdeel van de doorgang van het leidingdeel. De filtermedia A en B kunnen geïntegreerd zijn tot één stuk.
Verder omvat de sensoreenheid een meeteenheid M. De meeteenheid M heeft een eerste meet-ingang mil voor een eerste meting m1 welke in verbinding staat met een eerste 15 meetpunt mp1 welke stroomafwaarts is gepositioneerd ten opzichte van het eerste filtermedium A en een tweede meet-ingang mi2 voor een tweede meting m2 welke in verbinding staat met een tweede meetpunt mp2 welke stroomafwaarts is gepositioneerd van het tweede filtermedium B. Het eerste meetpunt mp1 behoort bij het eerste filter medium A en het tweede meetpunt mp2 behoort bij het tweede filtermedium B. Het eerste filter 20 medium A heeft ten minste een afwijkende filtereigenschap in vergelijking tot het tweede filtermedium B.
Fig. 4 toont in een stroomschema een systeem omvattende een sensoreenheid en een filterinstallatie F. De sensoreenheid is stroomopwaarts opgesteld van de filterinstallatie F. De sensoreenheid is door middel van een stroomklep v in stromingsverbinding met de 25 filterinstallatie F. De stroomklep v is opgesteld tussen de sensoreenheid en de filterinstallatie F. De stroomklep v heeft een ingangsopening welke in stromingsverbinding is met de sensoreenheid en ten minste twee uitgangsopeningen. Een eerste uitgangsopening is in stromingsverbinding met de filterinstallatie F. Een tweede uitgangsopening is in stromingsverbinding met een leiding uit een leidingnet en kan zijn ingericht als een retour 30 leiding of bypass leiding etc. De stroomklep kan de fluïdumstroom schakelen van de ingangsopening naar de eerste of tweede uitgangsopening.
De stroomklep kan worden bestuurd met behulp van een besturingssysteem C. Het besturingssysteem is ingericht om een ingangssignaal si van de sensoreenheid te ontvangen. Het besturingssysteem is ingericht om op basis van een ontvangen 35 ingangssignaal si van de sensoreenheid een uitgangssignaal so naar de stroomklep te sturen. Hiermee kan de stroomklep v schakelen van de eerste uitgangsopening naar de tweede uitgangsopening en vice versa.
- 15-
Naast de in de figuren getoonde uitvoeringen zijn vele varianten mogelijk. Een stroom inlaat en/of stroom uitlaat van een sensoreenheid kan gevormd zijn door een enkele leiding met een enkele opening, maar kan ook meerdere stroom inlaat openingen of stroomuitlaat openingen omvatten.
5 In een variant op de getoonde uitvoering kan de stroomklep geïntegreerd zijn in de sensoreenheid. In een variant kan de sensoreenheid ten minste drie filtermedia omvatten, waarbij de sensoreenheid is ingericht voor het uitvoeren van ten minste een meting van een filterweerstand perfiltermedium.
Aldus verschaft de uitvinding een sensoreenheid, systeem en werkwijze voor het 10 meten eigenschappen van een passerende fluid urn stroom. Met behulp van de sensoreenheid kan gemeten worden hoe een eerste filterweerstand over een eerste filtermedium verandert ten opzichte van een tweede filterweerstand van een tweede filtermedium. Met behulp van de sensoreenheid kan de aanwezigheid van partikels met een partikelgrootte vanaf een bepaalde partikelgrootte geconstateerd worden. Verder kan met 15 behulp van de sensoreenheid een concentratie van partikels met een bepaalde partikelgrootte in de fluïdumstroom worden vastgesteld. Een systeem voorzien van een sensoreenheid volgens de uitvinding kan zodanig bestuurd worden dat het systeem minder storingsgevoelig of onderhoudsgevoelig wordt.
Dat de uitvinding geopenbaard is aan de hand van bijzondere uitvoeringsvormen kan 20 de vakman na het lezen van de beschrijving brengen tot een vervanging of wijziging die vanuit technisch oogpunt mogelijk kan zijn, maar welke juridisch gezien niet buiten de beschermingsomvang van de uitvinding zoals verwoord in de conclusies vallen. Wijzigingen op de uitvoeringsvormen kunnen worden aangebracht in een bijzondere situatie zonder daarbij van de uitvindingsgedachte af te wijken en buiten de beschermingsomvang te 25 treden. De geopenbaarde uitvoeringsvormen zijn geenszins beperkend voor de bescherming van de uitvinding. De beschermingsomvang voor de uitvinding omvat alle denkbare uitvoeringsvormen die vallen binnen de reikwijdte van de bijgevoegde conclusies.

Claims (19)

1. Sensoreenheid voor het meten aan een fluïdumstroom met partikels omvattende: - een stroom inlaat voor het inlaten van de fluïdumstroom; - een stroom uitlaat voor het uitlaten van de fluïdumstroom; - een stromingskanaal dat zich uitstrekt van de stroominlaat naar de stroomuitlaat; 5. ten minste twee filtermedia voor het filteren van partikels uit de fluïdumstroom, waarbij de filtermedia zijn opgesteld in het stromingskanaal omvattende: een eerste filtermedium A voor het filteren van partikels met een eerste grens-partikelgrootte da uit de fluïdumstroom; een tweede filtermedium B voor het filteren van partikels met een tweede grens-10 partikelgrootte db uit de fluïdumstroom; waarbij het eerste filtermedium A parallel is opgesteld aan het tweede filtermedium B, zodanig dat een eerste deel van de fluïdumstroom het eerste filtermedium A passeert en een tweede deel van de fluïdumstroom het tweede filtermedium B passeert; en - ten minste één meeteenheid M die is ingericht voor het uitvoeren van een eerste meting 15 m1 van een filterweerstand W1 over het eerste filtermedium A en het uitvoeren van een tweede meting m2 van een filterweerstand W2 over het tweede filtermedium B.
2. Sensoreenheid volgens conclusie 1, waarbij de meeteenheid M is ingericht voor het uitvoeren van een eerste en tweede meting van een veranderende filterweerstand 20 gedurende een tijdsinterval.
3. Sensoreenheid volgens conclusie 1 of 2, waarbij de meeteenheid een eerste meeteenheid M1 omvat voor het meten van een eerste verschil in filterweerstand W1 over het eerste filtermedium A. 25
4. Sensoreenheid volgens een van de conclusies 1-3, waarbij de meeteenheid een tweede meeteenheid M2 omvat voor het meten van een tweede verschil in filterweerstand W2 over het tweede filtermedium B.
5. Sensoreenheid volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de meeteenheid M een druksensor omvat voor het meten van een fluïdumdruk in de fluïdumstroom.
6. Sensoreenheid volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de meeteenheid M een debietsensor omvat voor het meten van een debiet van een fluïdumstroom. 35 - 17-
7. Sensoreenheid volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij ten minste een meetpunt mp1, mp2 is voorzien stroomafwaarts van de ten minste twee filtermedia A,B voor het uitvoeren van een meting m1, m2.
8. Sensoreenheid volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het eerste filtermedium A een filteroppervlak heeft dat kleiner is dan het filteroppervlak van tweede filtermedium B.
9. Sensoreenheid volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het eerste en 10 tweede filtermedium zijn ingericht voor het filteren van eenzelfde partikelgrootte d.
10. Sensoreenheid volgens een van de conclusies 1-8, waarbij het eerste filtermedium een groffilter A is voor het filteren van grove partikels met een grens-partikelgrootte da uit de fluïdumstroom en waarbij het tweede filtermedium een fijnfilter B is voor het filteren van fijne 15 partikels met een grens-partikelgrootte db uit de fluïdumstroom.
11. Sensoreenheid volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de sensoreenheid ten minste één filtermedium omvat met een filterpoeder.
12. Systeem omvattende ten minste een sensoreenheid volgens een van de voorgaande conclusies en een gegevensdrager welke een computerprogramma omvat met instructies die kunnen worden uitgevoerd op een computer voor het uitvoeren van een besturing op basis van ten minste een meetsignaal afkomstig van de meeteenheid.
13. Systeem volgens conclusie 12, waarbij het systeem verder een stroomklep omvat die in stromingsverbinding is met de stroom uitlaat van de sensoreenheid voor het sturen van de fluïdumstroom afkomstig van de sensoreenheid.
14. Systeem volgens conclusie 12 of 13 verder omvattende een filterinstallatie voor het 30 filteren van de fluïdumstroom, waarbij het stromingskanaal van de sensoreenheid in stromingsverbinding is met de filterinstallatie.
15. Systeem volgens een van de conclusies 12-14 omvattende een fluïdumsensor voor het meten van een fluïdumeigenschap, waarbij de fluïdumsensor geïntegreerd is in de 35 sensoreenheid. - 18-
16. Werkwijze voor het meten aan een fluïdumstroom omvattende de stappen van: - het verschaffen van een sensoreenheid volgens een van de voorgaande conclusies; - het inlaten van de fluïdumstroom in een stroom inlaat van een sensoreenheid; 5. het verdelen van de fluïdumstroom over een eerste filtermedium A en een tweede filtermedium B van de sensoreenheid; - het uitvoeren van een eerste meting m1 van een filterweerstand W1 over het eerste filtermedium A; en - het uitvoeren van een tweede meting m2 van een filterweerstand W2 over het 10 tweede filtermedium B.
17. Werkwijze volgens conclusie 16 verder de stap omvattende van het classificeren van de fluïdumstroom op basis van de resultaten van de eerste en tweede meting.
18. Werkwijze volgens conclusie 17, waarbij de werkwijze een stap omvat van het classificeren van een fluïdumstroom in een vooraf bepaalde categorie op basis van partikelgrootte van partikels in de fluïdumstroom, waarbij de filtermedia bepalend zijn voor een grenswaarde van de partikelgrootte.
19. Gegevensdrager omvattende een computer programma met instructies die wanneer deze op een computer worden afgespeeld de stappen laten uitvoeren van de werkwijze volgens één van de conclusies 16-18.
NL2008489A 2012-03-14 2012-03-14 Sensoreenheid en werkwijze voor het meten aan een fluã¯dumstroom. NL2008489C2 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2008489A NL2008489C2 (nl) 2012-03-14 2012-03-14 Sensoreenheid en werkwijze voor het meten aan een fluã¯dumstroom.
EP13159188.5A EP2638946A1 (en) 2012-03-14 2013-03-14 Sensor unit and method of measuring a flow of fluid

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2008489 2012-03-14
NL2008489A NL2008489C2 (nl) 2012-03-14 2012-03-14 Sensoreenheid en werkwijze voor het meten aan een fluã¯dumstroom.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2008489C2 true NL2008489C2 (nl) 2013-09-18

Family

ID=47844224

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2008489A NL2008489C2 (nl) 2012-03-14 2012-03-14 Sensoreenheid en werkwijze voor het meten aan een fluã¯dumstroom.

Country Status (2)

Country Link
EP (1) EP2638946A1 (nl)
NL (1) NL2008489C2 (nl)

Families Citing this family (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US9387426B2 (en) * 2013-11-18 2016-07-12 Bha Altair, Llc Systems and methods for managing turbine intake filters
EP3369901B1 (en) * 2017-03-03 2019-10-16 MEAS France Urea sensor protection assembly and urea sensor system
CN110998247A (zh) * 2017-08-10 2020-04-10 日本碍子株式会社 气流传感器及微粒数检测器
FR3076738B1 (fr) * 2018-01-17 2020-01-10 Safran Filtration Systems Dispositif, systeme de filtration et procede de surveillance de colmatage
EP3865199B1 (de) * 2020-02-12 2023-09-13 Carl Freudenberg KG Filtermodul mit sensor zur bestimmung des beladungszustandes und verfahren zum bestimmen des beladungszustandes

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4352734A (en) * 1975-11-24 1982-10-05 Charles Doucet Method of filtering a fluid and filter
US4633706A (en) * 1983-11-01 1987-01-06 Nippon Soken, Inc. System for measuring amount of particulates exhausted from vehicle engine
US5711785A (en) * 1995-10-26 1998-01-27 Ormet Corporation Method and apparatus for controlling the cleaning cycle of air filter elements and for predicting the useful life thereof
US5932795A (en) * 1997-01-22 1999-08-03 President And Fellows Of Harvard College Methods and apparatus for continuous ambient particulate mass monitoring

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4352734A (en) * 1975-11-24 1982-10-05 Charles Doucet Method of filtering a fluid and filter
US4633706A (en) * 1983-11-01 1987-01-06 Nippon Soken, Inc. System for measuring amount of particulates exhausted from vehicle engine
US5711785A (en) * 1995-10-26 1998-01-27 Ormet Corporation Method and apparatus for controlling the cleaning cycle of air filter elements and for predicting the useful life thereof
US5932795A (en) * 1997-01-22 1999-08-03 President And Fellows Of Harvard College Methods and apparatus for continuous ambient particulate mass monitoring

Also Published As

Publication number Publication date
EP2638946A1 (en) 2013-09-18

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL2008489C2 (nl) Sensoreenheid en werkwijze voor het meten aan een fluã¯dumstroom.
JP6475882B2 (ja) フィルタバイパス
CA2839363C (en) In-line smoke attenuator
JP2014508294A5 (nl)
WO2008096853A1 (ja) 流体中の微粒子濃度測定機、測定方法および測定プログラム
CN207231975U (zh) 一种滤料过滤性能测试装置
JPH10311784A (ja) 濁度の測定方法および装置
CN210665422U (zh) 一种激光散射法测颗粒物零点自动校准装置
Ginn Jr et al. Effects of particle detachment in granular‐media filtration
CN101611306B (zh) 用于测量水的浊度的装置
KR102073483B1 (ko) 미세입자 측정장치 및 측정방법
JP2012127773A (ja) 粒子数計測装置
AU2012201531B2 (en) In-line smoke attenuator
JP3916230B2 (ja) 粉体測定装置
JP2016024130A (ja) サンプリング装置及びサンプリング方法
JPH11264792A (ja) 濁度計
HK1174585B (en) Filter bypass
HK1131460B (en) In-line smoke attenuator
HK1165857B (en) In-line smoke attenuator

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20170401