NL2002136C - Inrichting voor het houden van vloeistoffen. - Google Patents

Inrichting voor het houden van vloeistoffen. Download PDF

Info

Publication number
NL2002136C
NL2002136C NL2002136A NL2002136A NL2002136C NL 2002136 C NL2002136 C NL 2002136C NL 2002136 A NL2002136 A NL 2002136A NL 2002136 A NL2002136 A NL 2002136A NL 2002136 C NL2002136 C NL 2002136C
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
liquid
holder
bag
user
container
Prior art date
Application number
NL2002136A
Other languages
English (en)
Inventor
Hermanus Theodorus Maria Kuijpers
Original Assignee
Hermanus Theodorus Maria Kuijpers
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Hermanus Theodorus Maria Kuijpers filed Critical Hermanus Theodorus Maria Kuijpers
Priority to NL2002136A priority Critical patent/NL2002136C/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL2002136C publication Critical patent/NL2002136C/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A45HAND OR TRAVELLING ARTICLES
    • A45FTRAVELLING OR CAMP EQUIPMENT: SACKS OR PACKS CARRIED ON THE BODY
    • A45F3/00Travelling or camp articles; Sacks or packs carried on the body
    • A45F3/16Water-bottles; Mess-tins; Cups
    • A45F3/20Water-bottles; Mess-tins; Cups of flexible material; Collapsible or stackable cups

Landscapes

  • Bag Frames (AREA)

Description

INRICHTING VOOR HET HOUDEN VAN VLOEISTOFFEN
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het houden van vloeistof, in het bijzonder drinkbare vloeistof. De uitvinding heeft tevens 5 betrekking op het gebruik van een dergelijke inrichting met een dragerelement alsmede op een steun waartussen een dergelijke inrichting kan worden aangebracht. De uitvinding heeft voorts betrekking op een samenstel van een door een gebruiker te dragen draagclcmcnt en een inrichting voor het houden van vloeistof.
Duursporters, zoals marathonlopers, triatleten, lange-afstand lopers en 10 dergelijke moeten tijdens hun sportieve activiteiten, hierin ook wel bewegingsactiviteiten genoemd, vaak drinken om het verlies van lichaamsvocht tijdens de bewegingsactiviteiten naar believen te compenseren. Het drinken, meestal in de vorm van water, kan bijvoorbeeld in een drinkbeker zijn opgeslagen welke drinkbeker met een riem aan de sporter wordt bevestigd. Telkens wanneer de sporter wil drinken, 15 grijpt deze de drinkbeker beet en haalt deze los van de riem zodat de beker naar de mond kan worden gebracht. Vervolgens dient de sporter de drinkbeker weer terug te plaatsen in de riem. Een bezwaar hiervan is dat de sporter bij de bewegingsactiviteit tamelijk veel hinder van een dergelijke drinkbeker ondervindt. Als bijvoorbeeld wanneer de drinkbeker aan een bepaalde zijde van het lichaam wordt gedragen en bij 20 het bewegen telkens op één plek het lichaam raakt, bijvoorbeeld de zijkant van de heup, kan dit op den duur tot irritatie leiden. Verder kan de vloeistof in de beker gaan klotsen. Zeker indien de drinkbeker tamelijk groot is, bijvoorbeeld een capaciteit heeft van circa 1 liter of meer, kan klotsende vloeistof in de beker, vooral indien de beker leeg geraakt, zodanig hard gaan klotsen, dat het draagcomfort van de drinkbeker sterk wordt 25 verminderd.
In een poging de bovengenoemde bezwaren te verminderen, is voorgesteld om in plaats van één enkele drinkbeker met daarin de totale benodigde hoeveelheid vloeistof te gebruiken, twee of meer drinkbekers van kleiner formaat toe te passen. Dergelijke kleinere drinkbekers kunnen wederom met behulp van een of meer 30 riemen aan het lichaam van de gebruiker worden bevestigd. Omdat het volume in dergelijke bekers kleiner is, kan het effect van klotsen gereduceerd worden. Gebleken is echter dat ook in deze uitvoering het draagcomfort te wensen overlaat.
2
Het is tevens bekend om de vloeistof mee te dragen in een soort rugzak, ook wel “camel bag” genoemd. In een dergelijke “camel bag” wordt de vloeistof in een waterdichte vloeistofzak in een rugzak aangebracht en is de vloeistofzak voorzien van een vloeistofslang die kan reiken tot aan de mond van de gebruiker. De gebruiker kan 5 nu tijdens de bewegingsactiviteiten, bijvoorbeeld tijdens het hardlopen, wandelen of fietsen, de vloeistofleiding beetpakken en via de leiding een gewenste hoeveelheid vloeistof uit de vloeistofzak zuigen. Ook een dergelijke “camel bag” heeft het bezwaar dat de vloeistof in de vloeistofzak kan gaan klotsen, zeker bij intensieve bew'egi ngsactiviteiten zoals hardlopen, met name wanneer er op een gegeven moment 10 minder vloeistof in de vloeistofzak aanwezig is. Ook bij een dergelijke bekende “camel bag” laat derhalve het draagcomfort te wensen over.
Het is een doel van de onderhavige uitvinding een inrichting voor het houden van een vloeistof, in het bijzonder een drinkbare vloeistof, te verschaffen waarin ten minste één van de bovengenoemde bezwaren is ondervangen.
15 Als een eerste aspect van de uitvinding wrordt een inrichting verschaft voor het houden van een vloeistof, omvattende: een zakvormige houder welke een vloeistofruimte omsluit waarin vloeistof te bewaren is; een zich deels in de vloeistofruimte buiten de zakvormige houder 20 uitstrekkend buisvormig vloeistofaanvoerelement, bij voorkeur in de vorm van een buigzame slang, voor het vanuit de vloeistofruimte naar buiten toe aanvoeren van vloeistof; waarbij de zakvormigc houder uit ten minste twee vlocistofdcclruimtcs is opgebouwd waarbij tussen de vloeistofdeelruimtes een scheiding is voorzien die 25 plaatselijk doorbroken is om vloeistoftransport tussen naburige deelruimtes mogelijk te maken.
De vloeistofdeelruimtes en de scheidingen daartussen, en daarmee ook de plaatselijke onderbrekingen daarin die onderling vloeistoftransport mogelijk maken, zijn zodanig uitgevoerd dat het klotsen van de vloeistof in de houder tijdens 30 bewegingsactiviteiten van de gebruiker kan woorden verminderd en daarmee het draagcomfort kan worden verbeterd.
Het buisvormige element is zodanig lang uitgevoerd dat een uiteinde daarvan deze tijdens de bewegingsactiviteiten van de gebruiker kan reiken tot aan de 3 mond van de gebruiker. De gebruiker kan derhalve tijdens de genoemde activiteiten (en dus zonder deze te onderbreken) de vloeistof in de houder tot zich nemen.
In een bepaalde uitvoering zijn deelruimtes in hoofdzaak in rijen en kolommen gerangschikt, waarbij de rijen onderling en/of kolommen onderling ten 5 minste een vloeistofdoorgang omvatten. In een verdere uitvoeringsvorm zijn praktisch alle vloeistofdeelruimtes onderling met elkaar verbonden om ervoor te zorgen dat nagenoeg alle vloeistof via het vloeistofaanvoerelement uit de houder te verwijderen is.
In ccn bepaalde uitvoering is in de houder in gebruik een bovenzijde en een onderzijde gedefinieerd. Het deel van het vloeistofaanvoerelement dat zich bevindt 10 in de zakvormige houder, strekt zich dan uit vanaf de bovenzijde tot vlak boven de onderzijde daarvan. Hierdoor wordt ervoor gezorgd dat in de praktijk nagenoeg de gehele inhoud van de houder geleegd kan worden en derhalve (nagenoeg) de gehele opslagcapaciteit van de houder gebruikt kan worden.
In een verdere uitvoering is het vloeistofaanvoerelement in de houder 15 geseald, hetgeen een juiste positionering van het aanvoerelement en dan met name de intreemond daarvan, kan waarborgen. Bovendien kunnen de vervaardigingskosten van een dergelijke inrichting betrekkelijk laag zijn en is de kans op lekkage ter plaatse van de doorgang van het aanvoerelement door de rand van de houder klein. Daar waar het vloeistofaanvoerelement de rand van de houder doorkruist, dat wil zeggen aan de 20 bovenzijde van de houder, is bij normaal gebruik immers geen vloeistof of althans relatief weinig vloeistof aanwezig. In een andere uitvoeringsvorm steekt het vloeistofaanvoerlement aan de onderzijde van de houder naar buiten. Een voordeel van deze uitvoering is dat dc constructie eenvoudig is en de vervaardigingskosten van de houder zeer laag kunnen zijn. Dit is met name van belang indien de houder als 25 wegwerphouder toegepast wordt, hetgeen betekent dat de houder na één keer gebruik of althans na een klein aantal keren wordt afgedankt. Een dergelijke wegwerphouder behoeft niet schoon gemaakt te worden, en is daardoor relatief hygiënisch.
In bepaalde uitvoeringen is de houder van flexibel materiaal gemaakt. In sommige uitvoeringen is de houder zelfs zodanig flexibel uitgevoerd, dat deze in enige 30 mate indrukbaar is. Door de houder in te drukken, kan het volume van de houder verkleind worden om zodoende de vloeistof uit het aanvoerelement te spuiten, bijvoorbeeld om de gebruiker met vloeistof te besprenkelen. Ook is het op deze wijze mogelijk om relatief eenvoudig te drinken. De gebruiker hoeft nu niet zelf te zuigen, 4 maar kan gewoon druk uitoefenen op de houder om water te drinken. Hierdoor kan het drinken ook tijdens relatief inspannende bewegingsactiviteiten makkelijk plaatsvinden. In andere uitvoeringen is de houder echter (semi-) stijf uitgevoerd. Deze uitvoering is beter bestand tegen invloeden van buitenaf. Een stijve houder kan daarnaast relatief 5 eenvoudig gereinigd worden, en behoeft daardoor niet na een of enkele malen gebruik vervangen te worden.
In een bijzonder voordelige uitvoering is de zakvormige houder opgebouwd uit kunststof, bij voorkeur polyetheen (polyethyleen). De zakvormigc houder kan bijvoorbeeld snel en eenvoudig samengesteld worden door deze op te 10 bouwen uit tegenover elkaar gepositioneerde kunststof vellen, die langs de randen zijn geseald (bijvoorbeeld door plaatselijke verhitting en samensmelting van de vellen en/of door een lijmverbinding tussen de vellen te rangschikken) om de houder waterdicht te maken. Ook het vormen van de scheidingen tussen de vloeistofdeelruimtes wordt bij voorkeur uitgevoerd door de genoemde vellen plaatselijk aan elkaar te sealen.
15 In een bepaalde uitvoeringsvorm is de zakvormige houder voorzien van bevestigingsmiddelen voor bevestiging van de houder aan een door een gebruiker te dragen draagelement, zoals bijvoorbeeld een op de rug te dragen zak of tas. De bevestigingsmiddelen zorgen ervoor dat de houder op juiste wijze in het draagelement vastgehouden worden, ook tijdens de bewegingsactiviteiten. De bevestigingsmiddelen 20 kunnen bijvoorbeeld een aantal in de bovenrand van de houder voorziene openingen omvatten waarmee de houder in het draagelement kan worden opgehangen.
Gebleken is dat indien het aantal deelruimtes tussen de 10 en 100, bij voorkeur tussen 30 en 60, bedraagt en de totale inhoud van de houder tussen de 0,1 en 2 liter, bij voorkeur tussen 1-1,3 liter, is, het klotsen van de vloeistof in gewenste mate 25 verminderd wordt en zodoende het gebruikscomfort aanzienlijk is verbeterd.
Volgens een ander aspect van de uitvinding wordt een steun verschaft omvattende twee parallelle, op afstand van elkaar geplaatste platen voorzien van verbindingsstukken om de platen ten opzichte van elkaar gepositioneerd te houden, waarbij tussen beide platen een opvangruimte gedefinieerd is die gevormd is om daarin 30 een inrichting van de hierin gedefinieerde soort aan te brengen.
In een uitvoeringsvorm, is het mogelijk dat de op afstand geplaatste platen buigbaar zijn. Bij voorkeur zijn de platen buigbaar in een axiale richting, zodanig dat de platen eenvoudig aan de vorm van het lichaam van de gebruiker 5 aangepast kunnen worden. Op deze wijze kan de steun eenvoudig aangepast worden aan de vorm van het lichaam van de gebruiker, zodanig dat de steun en inrichting comfortabel gedragen kunnen worden.
Verdere voordelen, kenmerken en details van de onderhavige uitvinding 5 zullen worden verduidelijkt aan de hand van de navolgende beschrijving van enige voorkeursuitvoeringsvormen daarvan. In de beschrijving wordt verwezen naar de bijgevoegde tekeningen, waarin tonen:
Fig. 1 een aanzicht in perspectief van een draagclcmcnt voorzien van een eerste uitvoeringsvorm van een inrichting volgens de uitvinding; 10 Fig. 2 een meer gedetailleerd vooraanzicht van de eerste uitvoeringsvorm;
Fig. 3 een aanzicht van een tweede uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding;
Fig. 4 een aanzicht in perspectief van een uitvoeringsvorm van een steun 15 waarin een uitvoeringsvorm van een houder volgens de uitvinding kan worden aangebracht; en
Fig. 5 een aanzicht van een derde uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding.
Fig. 1 toont een uitvoeringsvorm van een draagelement 1 waarin een 20 houder voor het houden van vloeistof, in het bijzonder drinkbare vloeistof, zoals water, al dan niet voorzien van voedingsstoffen en dergelijke, is aangebracht. Het draagelement 1 omvat een draagzak 2 welke op bekende wijze is voorzien van een riem 3 met gesp 4 waarmee de draagzak 2 om het middel van een gebruiker, bijvoorbeeld een hardloper, kan worden bevestigd. De draagzak fungeert hierbij als heupzak. De 25 draagzak 2 kan echter ook op een willekeurige andere plaats aan het lichaam worden bevestigd. De draagzak kan bijvoorbeeld ook een rugzak zijn, waarbij riemen of elastische banden rondom de schouders worden aangebracht in plaats van om het middel van de gebruiker en de zak 2 (hoger) op de rug wordt gedragen. Andere uitvoeringen van de draagelement zijn uiteraard ook mogelijk en vallen alle binnen het 30 bereik van de uitvinding.
Aan de bovenzijde van de draagzak 2 strekt zich een op een nader te beschrijven vloeistofhouder aangesloten vloeistofaanvoerleiding 5 uit waarlangs vloeistof aangevoerd kan worden. Om vloeistof te kunnen drinken, kan de gebruiker 6 bijvoorbeeld zijn mond plaatsen op het uittreemondstuk 6 van de vloeistofaanvoerleiding (hierna ook wel kortweg vloeistofleiding genoemd) en vervolgens een klep 7 bedienen waardoor een vloeistofverbinding ontstaat tussen de leiding 5 en het mondstuk 6. Wanneer de gebruiker aan het mondstuk 6 zuigt, zal 5 vloeistof uit de houder via de leiding 5 en het mondstuk 6 aangevoerd worden. Na gebruik sluit de gebruiker het mondstuk 6 weer af door bediening van de klep 7, zodat er geen vloeistof meer uit het mondstuk 6 kan stromen.
Zoals eerder reeds is vermeld, is in de draagzak 2 een vlocistofhoudcr aangebracht. Fig. 2 toont een eerste voorkeursuitvoeringsvorm van een dergelijke 10 vloeistofhouder 10. De vloeistofhouder 10 is van het flexibel uitgevoerde type en is in dit geval opgebouwd uit een tweetal buigzame vellen kunststof, bijvoorbeeld polyetheen. Beide vellen worden aan de langsranden, dat wil zeggen aan de bovenrand 20, onderrand 21, rechter zijrand 22 en linker zijrand 23 aan elkaar bevestigd, bijvoorbeeld geseald, zodat een in essentie waterdicht geheel ontstaat. Tussen de beide 15 vellen is een binnenruimte gedefinieerd waarin vloeistof bewaard kan worden. De afvoer van de binnenruimte wordt gevormd door een nabij de linker bovenzijde voorziene opening 12. In de getoonde uitvoeringsvorm is de opening 12 voorzien van een afsluitelement 11 waarop op bekende wijze een vloeistofleiding 5, bij voorkeur een flexibele, buigzame en ten minste gedeeltelijk transparante leiding van kunststof, 20 losmaakbaar kan worden aangebracht. Langs de linker zijrand 23 is een verdere vloeistofbuis 13 aangebracht in een binnenruimte 24 die aan de linker zijde gevormd wordt door de gesealde rand 23 en aan de rechter zijde gevormd wordt door een verdere geseald deel 25. Buis 13 strekt zich uit vanaf dc bovenzijde van de houder tot nabij de onderzijde daarvan en heeft aan de onderzijde een intreemond 14 via welke vloeistof 25 kan worden aangezogen (richting Pi).
De door de beide vellen van de houder 10 gevormde binnenruimte wordt om het klotsen tegen te gaan opgedeeld in een aantal verschillende compartimenten 16. Volgens de getoonde uitvoeringsvorm worden deze compartimenten 16 gevormd door de vellen plaatselijk aan elkaar te sealen, zodat een aantal horizontale scheidingen 15 30 en een aantal verticale scheidingen 17 gerealiseerd worden. In de getoonde uitvoeringsvorm zijn de scheidingen 15, 17 zodanig uitgevoerd, dat er in de houder 10 een drietal kolommen en een vijftal rijen compartimenten 16 gedefinieerd worden. Het is echter duidelijk dat de vorm, het aantal en de rangschikking van dergelijke 7 compartimenten 16 kan variëren. Afhankelijk van de gestelde eisen aan de houder, bijvoorbeeld voor wat betreft vloeistofopslagcapaciteit, mate van bewegen tijdens bewegingsactiviteit etc., kan bijvoorbeeld het aantal rijen en kolommen gevarieerd worden. Bij het gebruik als watervoorraad tijdens een hardloopwedstrijd, is 5 bijvoorbeeld een zevental rijen en een zevental kolommen, resulterend in 49 compartimenten, een gebruikelijk aantal om een volume water van om en nabij de 1 liter op te slaan. De afmetingen van een dergelijke houder zijn hoogte circa 35 cm en breedte circa 20 cm.
In een niet getoonde uitvoeringsvorm, is de houder langwerpiger, met 10 een hoogte van circa 10 cm en een breedte van 60 cm. De relatief kleine hoogte, en relatief grote breedte, zorgen ervoor dat de houder bijzonder geschikt is om horizontaal gedragen te worden. De houder kan bijvoorbeeld nabij de heupen van een gebruiker gedragen worden, bijvoorbeeld aan een onderzijde van de rug, zoals de lendenen. Bij het dragen van de houder kan een tas, zoals een heuptas gebruikt worden. Een 15 dergelijke heuptas is daarbij afgestemd op de maten van de houder, en is daardoor iets langwerpiger, en minder hoog dan de tas zoals getoond in Fig. 1. Met een dergelijke houder wordt op deze wijze het totale volume van het mee te nemen water relatief dicht bij het lichaam gedragen, en bevindt het zwaartepunt van het water zich relatief dicht bij het zwaartepunt van de gebruiker. Het is gebleken dat een dergelijke 20 uitvoeringsvorm bijzonder comfortabel te dragen is, en dat deze uitvoeringsvorm bijzonder geschikt is om het klotsen te voorkomen. Met de hierboven aangegeven afmetingen, heeft de houder een volume van om en nabij de 1,2 liter.
Om vlocistoftransport tussen de compartimenten 16 mogclijk te maken en, meer specifiek, om ervoor te zorgen dat nagenoeg al het water het zich het meest 25 nabij de intreemond 14 bevindende compartiment 16' kan bereiken, zijn de scheidingen 15 en/of scheidingen 17 plaatselijk achterwege gelaten. De scheidingen lopen niet over de volledige hoogte of breedte van de houder door. In fig. 2 zijn bijvoorbeeld onderbrekingen 18 van de scheidingen 15,17 aangebracht, welke onderbrekingen vloeistofpassages vormen waarlangs vloeistof van het ene in het andere compartiment 30 kan stromen. De vorm en/of afmetingen van de onderbrekingen 18 zijn zodanig gekozen dat de stroomsnelheid en stroomdebiet daardoor in voldoende mate beperkt is, maar niet zozeer beperkt is dat het opzuigen van vloeistof teveel bemoeilijkt wordt. Enerzijds moeten de onderbrekingen ervoor zorgen dat het tijdens bewegings- 8 activiteiten van de gebruiker niet mogelijk is dat er teveel vloeistof van het ene compartiment in het andere terechtkomt hetgeen de gebruiker toch het gevoel zou geven dat de vloeistof in de houder aan het klotsen is, anderzijds moet onderbreking 18 niet een zodanige beperking vormen dat er te weinig water door stroomt, hetgeen het 5 opzuigen van de vloeistof zou kunnen hinderen. Het verhinderen van opzuigen van vloeistof kan daarbij leiden tot het vacuüm zuigen van de houder, hetgeen ongewenst is. Gebleken is dat voor het opslaan van circa 1 liter water bij het gebruik van een 40 tot 50 tal compartimenten, het raadzaam is de breedte van dc onderbrekingen 18 tussen de 1 en 10 millimeter te kiezen teneinde een juiste mate van doorstroming te verzekeren.
10 Het zal voor de vakman duidelijk zijn dat bij het gebruik van een ander aantal compartimenten, of bij het aanpassen van het volume van de compartimenten, de breedte van de onderbrekingen op geschikte wijze aangepast dient worden.
In het hierboven gegeven voorbeeld is de zakvormige houder 10 vervaardigd van flexibel materiaal. Dit maakt het mogelijk om door het verkleinen van 15 het volume van de zak, bijvoorbeeld door hierin te knijpen, vloeistof via de leiding 5 naar buiten te dwingen. Op deze wijze behoeft er minder hard aan het mondstuk 6 gezogen te worden of kan de gebruiker zichzelf met de vloeistof besprenkelen. Het is echter niet zo dat in alle uitvoeringen de houder 10 van flexibel materiaal is vervaardigd. In andere uitvoeringsvormen heeft de houder een (semi-)stijve constructie. 20 In een dergelijk geval kan de houder bijvoorbeeld vervaardigd zijn van polyetheen. Polyetheen is relatief smaakvrij en reukvrij, waardoor de in de houder opgenomen vloeistof relatief vers en smakelijk blijft. In een gebruikstoestand kan de houder een in hoofdzaak vaste vorm hebben en behouden. Dc vaste vorm is daarbij relatief duurzaam, en is bestand tegen invloeden van buitenaf. De kans op lekkages is daardoor relatief 25 klein. Ook kan de houder meerdere malen gebruikt worden, en is relatief eenvoudig schoon te maken. De houder is relatief duurzaam.
Fig. 3 toont een tweede uitvoeringsvorm van een houder volgens de uitvinding. De in fig. 3 getoonde houder 20 komt vrijwel geheel overeen met de eerder besproken houder 10, met de uitzondering van de wijze waarop de vloeistofleiding 5 op 30 de houder is aangesloten. In de in fig. 3 getoonde uitvoeringsvorm is een ruimte 28 gevormd door de gesealde onderrand 21 van de houder 20 en een geseald deel 25 vlak boven deze onderrand 21. In deze mimte 28 is een kunststof mondstuk 26 geplaatst.
Het mondstuk 26 omvat een begindeel 128, een doorvoer 29 en een bevestigingsdeel 9 30. Op het bevestigingsdeel, dat zich aan de buitenzijde van de houder 20 bevindt, is een afsluitelement 27 bevestigd. Het afsluitelement 27 is hierbij zodanig ingericht dat de vloeistofleiding 5 daarop kan worden aangesloten. Op soortgelijke wijze als eerder in verband met de uitvoeringsvorm van figuur 2 beschreven is, zorgen in de 5 uitvoeringsvorm van fig. 3 de scheidingen 15, 17 en de daarin aangebrachte onderbrekingen 18 ervoor dat zich in de houder 20 bevindende vloeistof niet of nauwelijks zal gaan klotsen tijdens de bewegingsactiviteiten van de gebruiker. Wanneer de gebruiker vloeistof wil hebben, zuigt deze de vloeistof weer vanaf de onderzijde van de houder 20 aan waarbij de vloeistof gelijk aan de onderzijde van de houder wordt 10 afgevoerd.
Voor beide uitvoeringen geldt, dat de houder 10, 20 aan de draagzak 2 kan worden aangebracht door middel van een aantal in de bovenrand 20 van de houder voorziene perforaties 21. Op niet getoonde wijze is de draagzak 2 zelf bijvoorbeeld voorzien van een langwerpig element, dat door de genoemde openingen 21 geregen kan 15 worden. Wanneer het element is bevestigd aan de draagzak 2, hangt de houder 10, 20 netjes naar beneden en blijft deze min of meer in de zak gefixeerd. Teneinde het aanbrengen van de houder 10,20 in de zak te vereenvoudigen, is verder een hulpmiddel of steun 30 voorzien, waarvan een uitvoeringsvorm te zien is in Fig. 4. De steun 30 omvat een voorste plaat 31, een achterste plaat 32 en een de beide platen 31, 32 20 verbindend tussenstuk 33, 34. Tevens is een tussenstuk aan één van de zijkanten voorzien, zodat de steun 30 slechts aan de tegenoverliggende zijde 35 open is uitgevoerd. Langs de open zijde 35 van de steun 30 kan vervolgens de houder 10,20 in de steun 30 geschoven worden (richting P2). Wanneer de houder 10, 20 eenmaal geheel in de steun is aangebracht, kan het geheel van de steun en houder eenvoudig in de zak 25 worden aangebracht.
In Fig. 5 is een uitvoeringsvorm van de houder 51 voor vloeistoffen getoond. De vloeistofhouder 51 is van het flexibel uitgevoerde type en is in dit geval opgebouwd uit een tweetal buigzame vellen kunststof, bijvoorbeeld polyetheen. Beide vellen worden aan de langsranden 54 aan elkaar bevestigd, bijvoorbeeld gesealed, zodat 30 een in essentie waterdicht geheel ontstaat. 'Pussen de beide vellen is een binnenruimte 52 gedefinieerd waarin vloeistof bewaard kan worden. De afvoer van de binnenruimte wordt gevormd door een nabij het centrum voorziene opening 55. In de getoonde uitvoeringsvorm is de opening 55 geschikt voor het daarin opnemen van een niet 10 getoonde vloeistofleiding, welke bij voorkeur een flexibele, buigzame en ten minste gedeeltelijk transparante leiding van kunststof, losmaakbaar kan worden aangebracht. Aan een bovenzijde van de opening 55 bevinden zich twee flappen 58,58’ met in het midden daarvan een scheurrand 57. De flappen zijn met een zijde die zich nabij de 5 centrale opening 55 bevindt, bevestigd aan de langsrand 54. De overige zijden van de flappen 58,58’ zijn niet aan de langsrand 54 bevestigd, en kunnen daardoor ten opzichte van de langsrand 54 bewegen.
De door de beide vellen van de houder 51 gevormde binnenruimte 52 wordt om het klotsen tegen te gaan opgedeeld in een aantal verschillende 10 compartimenten. Volgens de getoonde uitvoeringsvorm worden deze compartimenten gevormd door de vellen plaatselijk aan elkaar te sealen, zodat een aantal horizontale en verticale scheidingen 53 gerealiseerd worden. In de getoonde uitvoeringsvorm zijn de scheidingen 53 zodanig uitgevoerd, dat er in de houder 51 aan zowel de linker als de rechterzijde van de centrale opening 55 een drietal kolommen en een zestal rijen 15 compartimenten gedefinieerd worden. Onder de centrale opening zijn de twee vellen in de getoonde uitvoeringsvorm niet aan elkaar gesealed, zodat hier slechts een enkel, relatief groot compartiment aanwezig is. Het is echter mogelijk om hier ook compartimenten te voorzien. Het is daarnaast echter ook duidelijk dat de vorm, het aantal en de rangschikking van de overige compartimenten kan variëren. Afhankelijk 20 van de gestelde eisen aan de houder, bijvoorbeeld voor wat betreft vloeistofopslagcapaciteit, mate van bewegen tijdens bewegingsactiviteit etc., kan bijvoorbeeld het aantal rijen en kolommen gevarieerd worden.
Bij het vullen van dc houder 51, zal het water zich verdelen in de verschillende compartimenten. Het water zal zich in de U-vormige binnenruimte 52 25 verdelen, waarbij de stelen van de U zich zullen vullen en uitzetten. Hierdoor zullen de bovenkanten van de IJ omlaag bewegen, in de richting van de centrale vulopening 55. Wanneer de houder vrijwel volledig gevuld is, is een relatief langwerpige houder gevormd. In de centrale vulopening kan vervolgens een drinkslang gestoken worden.
De flappen 58,58’ kunnen vervolgens gebruikt worden om de verbinding tussen de 30 centrale opening en de drinkslang relatief waterdicht te maken. Hiertoe kunnen de flappen 58,58’ om de drinkslang gedraaid worden. Ook is het mogelijk om de twee flappen ten opzichte van elkaar los te maken, door deze langs de scheurrand 57 te scheiden van elkaar. Vervolgens kunnen de twee flappen 58,58’ gebruikt worden om de 11 drinkslang aan de houder te knopen. Om de bevestiging te verstevigen, is het mogelijk om een bevestigingsmiddel, zoals bijvoorbeeld een knijper of een klemmetje, te plaatsen op de met de drinkslang verbonden flappen 58,58’.
De in Fig. 5 getoonde uitvoeringsvorm heeft als voordeel dat deze 5 relatief eenvoudig te maken is. De houder bestaat vrijwel volledig uit kunststof vellen. De functie van de houder is verkregen door plaatselijk in het vel uitsparingen, inkepingen, of insnijdingen te maken (bijvoorbeeld voor het creëren van de flappen 58,58’), of door de vellen met elkaar te verbinden of te scalcn. Er hoeven geen extra onderdelen, of bijvoorbeeld onderdelen van een ander materiaal, tussen de vellen 10 geplaatst te worden. Zo is het bijvoorbeeld niet nodig om een in Fig. 3 getoond mondstuk 26, of een afsluitstuk te voorzien in de houder. Hierdoor is de hierboven beschreven uitvoeringsvorm van de houder relatief eenvoudig en goedkoop te maken.
Het moge duidelijk zijn voor de vakman, dat de in Fig. 5 getoonde binnenruimte, niet noodzakelijkerwijs U-vonnig dient te zijn. Andere 15 uitvoeringsvormen, zoals bijvoorbeeld L-vormig, waarbij de centrale opening meer aan een zijde van de houder 51 voorzien is, zijn natuurlijk ook denkbaar.
De onderhavige uitvinding is niet beperkt tot de hierin beschreven uitvoeringsvormen daarvan. De gevraagde rechten worden voornamelijk bepaald door de navolgende conclusies, binnen de strekking waarvan talrijke modificaties denkbaar 20 zijn.

Claims (18)

1. Inrichting voor het houden van een vloeistof, in het bijzonder drinkbare vloeistof, omvattende: 5 een zakvormige houder welke een vloeistofruimte omsluit waarin vloeistof te bewaren is; een zich deels in de vloeistofruimte buiten de zakvormige houder uitstrekkend buisvormig vlocistofaanvocrclcmcnt, bij voorkeur in de vorm van een buigzame slang, voor het vanuit de vloeistofruimte naar buiten toe aanvoeren van vloeistof; 10 waarbij de zakvormige houder uit ten minste twee vloeistofdeelruimtes is opge bouwd waarbij tussen de vloeistofdeelruimtes een scheiding is voorzien die plaatselijk doorbroken is om vloeistoftransport tussen naburige deelruimtes mogelijk te maken.
2. Inrichting volgens conclusie 1, waarin het buisvormige element zodanig lang is dat deze tijdens de bewegingsactiviteiten van de gebruiker kan reiken tot aan de mond van de gebruiker.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij de deelruimtes in hoofdzaak in rijen 20 en kolommen zijn gerangschikt, waarbij de rijen onderling en/of kolommen on derling ten minste een vloeistofdoorgang omvatten.
4. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij een vlocistofdccl-ruimte doorgang naar elk van de aangrenzende vloeistofdeelruimtes omvat. 25
5. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de zakvormige houder in gebruik een bovenzijde en een onderzijde definieert en waarbij het vloeistofaanvoerelement element in de zakvonnige houder zich uitstrekt vanaf de bovenzijde tot vlak boven de onderzijde daarvan. 30
6. Inrichting volgens conclusie 5, waarbij het vloeistofaanvoerelement in de houder geseald is.
7. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de zakvormige houder in gebruik een bovenzijde en een onderzijde definieert en waarbij het vloeistofaanvoerelement aan de onderzijde van de houder naar buiten steekt.
8. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende een op het vloeistofaanvoerelement aangesloten mondstuk waarlangs vloeistof door een gebruiker is op te zuigen, waarbij het mondstuk een door de gebruiker te openen of te sluiten afsluitklep omvat.
9. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarin de zakvormige hou der is opgebouwd uit kunststof, bij voorkeur polyetheen.
10. Inrichting volgens conclusie 9, waarbij de zakvormige houder is opgebouwd uit tegenover elkaar gepositioneerde kunststof vellen, die langs de randen zijn ge- 15 seald om het element waterdicht te maken en waarin door de vellen plaatselijk aan elkaar te sealen vloeistofdeelruimtes gevormd zijn.
11. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de zakvormige houder is voorzien van bevestigingsmiddelen voor bevestiging van de houder aan 20 een door een gebruiker te dragen draagelement, in het bijzonder een rugzak.
12. Inrichting volgens conclusie 10, waarbij de bevestigingsmiddelen in de bovenrand van de houder voorziene openingen omvat waarmee dc houder in het draagelement kan worden opgehangen. 25
13. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarin het aantal deelruimtes tussen de 10 en 100, bij voorkeur tussen de 30 en 60 bedraagt en de totale inhoud van de houder tussen de 0,1 en 2 liter, bij voorkeur tussen 1-1,3 liter is.
14. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de houder is ver vaardigd van flexibel materiaal.
15. Samenstel van een door een gebruiker te dragen draagelement, in het bijzonder een op de rug of heup van de gebruiker te dragen zak of tas, voorzien van bevestigingselementen voor bevestiging van het draagelement aan de gebruiker, en van een inrichting volgens een van de voorgaande conclusies. 5
16. Gebruik van een inrichting in een dragerelement voor het aan een gebruiker verschaffen van vloeistof tijdens bewegingsactiviteit van de gebruiker.
17. Steun omvattende twee parallelle, op afstand van elkaar geplaatste platen voor- 10 zien van verbindingsstukken om de platen ten opzichte van elkaar gepositioneerd te houden, waarbij tussen beide platen een opvangruimte gedefinieerd is die gevormd is om daarin een inrichting volgens een van de voorgaande conclusies aan te brengen.
18. Steun volgens conclusie 17, waarbij de op afstand van elkaar geplaatste platen buigbaar zijn.
NL2002136A 2008-10-24 2008-10-24 Inrichting voor het houden van vloeistoffen. NL2002136C (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2002136A NL2002136C (nl) 2008-10-24 2008-10-24 Inrichting voor het houden van vloeistoffen.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2002136A NL2002136C (nl) 2008-10-24 2008-10-24 Inrichting voor het houden van vloeistoffen.
NL2002136 2008-10-24

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2002136C true NL2002136C (nl) 2010-04-27

Family

ID=40848536

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2002136A NL2002136C (nl) 2008-10-24 2008-10-24 Inrichting voor het houden van vloeistoffen.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL2002136C (nl)

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2616637A3 (fr) * 1987-06-18 1988-12-23 Ciliotta Patrice Dispositif de ravitaillement en eau pour coureur de fond
US20040238571A1 (en) * 2002-02-26 2004-12-02 Noell Michael M Disposable pouch hydration system
EP1920678A1 (en) * 2006-11-09 2008-05-14 Inoveight Limited Hydration system
WO2008115918A2 (en) * 2007-03-19 2008-09-25 Fiskars Brands, Inc. Modular personal hydration and storage system

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2616637A3 (fr) * 1987-06-18 1988-12-23 Ciliotta Patrice Dispositif de ravitaillement en eau pour coureur de fond
US20040238571A1 (en) * 2002-02-26 2004-12-02 Noell Michael M Disposable pouch hydration system
EP1920678A1 (en) * 2006-11-09 2008-05-14 Inoveight Limited Hydration system
WO2008115918A2 (en) * 2007-03-19 2008-09-25 Fiskars Brands, Inc. Modular personal hydration and storage system

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US9113699B2 (en) Hands-free hydration apparatus
US6241135B1 (en) Pack system for holding highly viscus fluids
US3650272A (en) Drainage bag
RU2533091C2 (ru) Детский горшок
US20050056652A1 (en) Drinking tube and cap assembly
EP0097655A1 (en) LIQUID CONTAINERS.
EP1920678A1 (en) Hydration system
NZ227215A (en) Fluid storage and supply pack; front and back pouches with harnessing straps
FR2862526A1 (fr) Systeme collecteur d'urine et pantalon special incontinence
EP2937012B1 (en) Bathtub baby rinser
WO2011003110A2 (en) Personal hydration system
US20120145726A1 (en) Liquid Container Having Bottom Spout
US20170360184A1 (en) Arm worn hydration device
US20020036205A1 (en) Infant's feeding cup
NL2002136C (nl) Inrichting voor het houden van vloeistoffen.
US20070034594A1 (en) Vented no-spill drinking bottle, bottle cap and associated bottle and pouch system
US9238575B2 (en) Ice luge apparatus, systems, and methods for chilled beverage dispensing
KR20190000570U (ko) 빨대가 구비된 컵
JP2021078498A (ja) 二層ペット用給水器
JP3603080B1 (ja) エプロン
US20040188463A1 (en) Dispenser bag drainage method and structure
JP2022156665A (ja) 流し台シンク用ゴミ袋
KR200190177Y1 (ko) 일회용 위생 생수팩에 생수를 보관하여 사용할 수 있는 생수기
KR101105094B1 (ko) 물 배출형 휴대용 가방
WO2006085737A1 (es) Sistema despachador de agua purificada

Legal Events

Date Code Title Description
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20120501