NL1018540C2 - Methodiek en daaruit voortvloeiende systemen om een zwaartekrachtveld om te zetten in een continu draaimoment. - Google Patents

Methodiek en daaruit voortvloeiende systemen om een zwaartekrachtveld om te zetten in een continu draaimoment. Download PDF

Info

Publication number
NL1018540C2
NL1018540C2 NL1018540A NL1018540A NL1018540C2 NL 1018540 C2 NL1018540 C2 NL 1018540C2 NL 1018540 A NL1018540 A NL 1018540A NL 1018540 A NL1018540 A NL 1018540A NL 1018540 C2 NL1018540 C2 NL 1018540C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
liquid
devices
fluid
displacing
gas
Prior art date
Application number
NL1018540A
Other languages
English (en)
Inventor
Harry Dicker
Original Assignee
Harry Dicker
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Harry Dicker filed Critical Harry Dicker
Priority to NL1018540A priority Critical patent/NL1018540C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1018540C2 publication Critical patent/NL1018540C2/nl

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F03MACHINES OR ENGINES FOR LIQUIDS; WIND, SPRING, OR WEIGHT MOTORS; PRODUCING MECHANICAL POWER OR A REACTIVE PROPULSIVE THRUST, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • F03BMACHINES OR ENGINES FOR LIQUIDS
    • F03B17/00Other machines or engines
    • F03B17/02Other machines or engines using hydrostatic thrust
    • F03B17/04Alleged perpetua mobilia
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F03MACHINES OR ENGINES FOR LIQUIDS; WIND, SPRING, OR WEIGHT MOTORS; PRODUCING MECHANICAL POWER OR A REACTIVE PROPULSIVE THRUST, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • F03GSPRING, WEIGHT, INERTIA OR LIKE MOTORS; MECHANICAL-POWER PRODUCING DEVICES OR MECHANISMS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR OR USING ENERGY SOURCES NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • F03G7/00Mechanical-power-producing mechanisms, not otherwise provided for or using energy sources not otherwise provided for
    • F03G7/10Alleged perpetua mobilia
    • F03G7/104Alleged perpetua mobilia continuously converting gravity into usable power
    • F03G7/107Alleged perpetua mobilia continuously converting gravity into usable power using an imbalance for increasing torque or saving energy

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Combustion & Propulsion (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Other Liquid Machine Or Engine Such As Wave Power Use (AREA)

Description

Methodiek en daaruit voortvloeiende systemen om een zwaartekrachtveld om te zetten in een continu draaimoment.
5 De uitvinding heeft betrekking op inrichtingen en daarmee samenhangende methodiek waarmee uit de aanwezigheid van een zwaartekrachtveld energie kan worden gewonnen als gevolg van een continu draaimoment volgend uit een continue, zichzelf in stand houdende onbalans.
10 Hierna omschreven methode om bruikbare energie te genereren in de vorm van een continu aanwezig draaimoment is geen zogenaamd perpetuum mobile. Er is namelijk geen sprake van energieopwekking uit het niets, noch is er sprake van een systeem waarbij geen energie verliezen 15 optreden. De hier te omschrijven methode creëert een continue aanwezig draaimoment als gevolg van het aanwezig zijn van een zwaartekrachtveld. De zwaartekracht is voor het hier omschreven systeem de drijvende kracht. Indien er geen zwaartekracht meer voorhanden is zal volgens de 20 hier omschreven methode geen draaimoment meer gecreëerd kunnen worden.
Men kan de hier omschreven methode omschrijven als zwaartekrachtconversie waarbij het energieveld van de 25 zwaartekracht omgezet wordt in een continue aanwezig draaimoment waarmee men diverse apparaten direct mechanisch kan aandrijven of indirect met behulp van electriciteit welke door directe aandrijving van een generator volgens hier genoemde methodiek is opgewekt.
30
Het gebruiken van de zwaartekracht op de alhier omschreven wijze stuit veelal op scepsis. De gangbare overtuiging is dat een conversie, zoals hier voorgesteld, niet mogelijk is. Wanneer men echter een zeilboot als 2 voorbeeld neemt welke ook in staat is tegen de lineaire kracht van de wind in te zeilen of een koeling welke werkt als gevolg van een warmtebron (ammoniak absorbtie koeling), dan kan men ook eenvoudiger het concept 5 begrijpen waarbij men continue onbalans kan genereren met behulp van een continue lineaire zwaartekracht. Het zou hier te ver voeren een wetenschappelijke verhandeling over de zwaartekrachtmaterie neer te zetten. De hier behandelde methode voor "zwaartekrachtconversie" is 10 echter met een paar simpele natuurwetten te begrijpen.
Volgens de hier omschreven methode zal binnen een draaibaar systeem een continue onbalans ontstaan als gevolg van het verplaatsen van een hoeveelheid vloeibare 15 stof van de ene helft van het systeem naar de andere helft. Deze verplaatsing vindt plaats door stuwing van vloeistof aan de ene kant en aanzuiging van vloeistof aan de andere kant van het systeem door massa's welke een andere kracht op het vloeistofvlak uitoefenen dan de 20 hydrostatische kracht van de vloeistof ter plaatse, waarbij de kracht wordt uitgeoefend met behulp van, in de verdere tekst als "vloeistofverplaatsende inrichtingen" aangeduide, inrichtingen . De wijze waarop deze vloeistof verplaatsende inrichtingen zijn geconstrueerd is zodanig 25 dat zij als gevolg van de rotatie van het draaiend systeem waarin zij zijn opgenomen zij hun werking wijzigen als gevolg van het zwaartekrachtveld van vloeistof aanzuigend naar vloeistof stuwend en omgekeerd. Hierdoor is het mogelijk een continue onbalans in het 30 systeem te behouden dan wel te genereren. Afhankelijk van de plaatsingswijze van de vloeistofverplaatsende inrichtingen zal het systeem of links of rechtsdraaiend worden. Ook is een bidirection-systeem mogelijk waarbij een geïnitieerde draairichting in stand wordt gehouden.
3
Bij draaiende systemen met weinig vloeistofverplaatsende inrichtingen is het van belang dat er een even aantal aanwezig is (minimaal twee) om een continue onbalans te 5 garanderen. Naarmate er meer vloeistofverplaatsende inrichtingen toegepast worden zal het effect van balans kunnen vinden van het systeem bij toepassing van een oneven aantal vloeistof verplaatsende eenheden geringer worden en op een gegeven moment vervallen. De voorkeur 10 blijft echter bestaan voor een even aantal vloeistofverplaatsende eenheden zodat de massa's van de vloeistofverplaatsende inrichtingen met elkaar in evenwicht rond het draaipunt van het systeem geplaatst kunnen worden.
15
Vloeistofverplaatsende inrichtingen:
In figuur 1 zijn enkele varianten van de vloeistofverplaatsende inrichtingen afgeheeld.
20 De vloeistofverplaatsende inrichtingen hebben enerzijds als functie een fasescheiding tussen gas en vloeistof aan te brengen en anderzijds dienen zij, als gevolg van een kracht op het (vloeistof)fasescheidende vlak uit oefenen met behulp van een massa, de vloeistoffase weg te stuwen 25 dan wel aan te zuigen waarbij de gasfase navenant zal expanderen dan wel comprimeren. De gaszijde van de vloeistofverplaatsende inrichting kan naast uitvoering als gesloten ruimte ook uitgevoerd worden op een wijze dat deze verbinding heeft met gaszijde van één 30 (bijvoorbeeld overliggende vloeistofverplaatsende inrichting) of meerdere andere vloeistofverplaatsende inrichtingen. Ook behoort tot de mogelijkheden om de gaszijde met de atmosfeer te verbinden. De keuze zal afhankelijk zijn van het type systeem waarin de 4 vloeistofverplaatsende inrichtingen zijn toegepast. De werking van de individuele vloeistofverplaatsende inrichtingen zullen gedurende de rotatiecyclus van het roterende systeem waarin zij zijn opgenomen als gevolg 5 van de wijzigende krachtuitoefening op het fasescheidend vlak (verandering van hydrostatische druk enerzijds en verandering van resultante kracht van massa in het fasescheidend vlak anderzijds) veranderen van vloeistof aanzuigend aan de zijde waar het vloeistof massa surplus 10 zich bevindt naar vloeistof wegstuwend aan de andere zijde. De vloeistofverplaatsende inrichtingen dienen bij voorkeur paarsgewijs in het roterende systeem opgenomen te worden waarbij zij gespiegeld van elkaar dienen te zijn ten opzichte van het middelpunt (in geval van een 15 roterend systeem met één draaipunt) en met gelijkmatige verdeling van de afstand tot elkaar zodat het massa zwaartepunt, axiaal beschouwd, van het roterend systeem zonder vloeistof zoveel mogelijk in het draaipunt ligt (bij een systeem met één draaipunt).
20
Methode van creëren van continue onbalans en enkele hierop gebaseerde systemen:
Om een roterend systeem te verkrijgen dat als gevolg van 25 de zwaartekracht in een continue onbalans is,is een roterend systeem nodig waarin vloeistofverplaatsende inrichtingen zijn opgenomen welke een deel van de in het systeem aanwezige vloeistof continu van het ene deel naar het andere deel verplaatsen. Afhankelijk van het segment, 30 van het roterend systeem, waarin een vloeistof verplaatsende inrichting zich bevindt, zal hij vloeistof aanzuigen of wegstuwen. Bij een systeem dat bidirectioneel moet zijn moeten de vloeistof verplaatsende inrichtingen in het segment boven het 5 draaipunt (axiaal aanschouwd) per saldo vloeistof aanzuigend werken en de vloeistofverplaatsende inrichtingen onder het draaipunt per saldo vloeistof wegstuwend zijn. Bij een systeem dat rechtse 5 draairichting moet hebben dienen de vloeistofverplaatsende inrichtingen aan de linkerzijde per saldo vloeistof weg te stuwen en aan de rechter zijde per saldo aan te zuigen. Bij een systeem dat linkse draairichting moet hebben dienen de vloeistofverplaatsende inrichtingen 10 aan de rechterzijde per saldo vloeistof weg te stuwen en aan de linker zijde per saldo aan te zuigen.
De mate van conversie van zwaartekracht in een draaimoment is onder andere afhankelijk van de uitrichting van de vloeistofverplaatsende inrichtingen.
15 De optimale uitrichting zal liggen tussen radiaal en tangentiaal liggen. Een eenrichtingssysteem heeft een grotere conversie als een bidirectioneel systeem. In figuur 2, 3, 4 en 5 staan enkele systemen met één draaipunt afgebeeld welke volgens hier genoemde methodes 20 arbeid kunnen verrichten als gevolg van een continue onbalans in het systeem. Figuur 2, 3, en 4 beelden systemen af welke een éénrichtingswerking hebben. Figuur 5 toont een systeem welke arbeid in beide draairichtingen kan leveren. De in figuur 2, 3, 4, 5 en 6 afgeheelde 25 systemen dienen enkel ter illustratie van het werkingsprincipe waarbij aangetekend dient te worden dat de uitrichting van de vloeistofverplaatsende inrichtingen niet per definitie de werkende of optimale hoeft te zijn. Figuur 6 toont een systeem met twee draaipunten dat 30 volgens hier omschreven methode arbeid zal verrichten.
Afgebeeld systeem in figuur 6 is een éénrichtingssysteem. Bij het systeem in figuur 6 zal men de onbalans, als gevolg van het anders leggen van de systeemgrenzen, omschrijven als een verschil in opwaartse kracht. Een 6 systeem als in figuur 6 zal in de praktijk vaak minder praktisch zijn. Verdere uitweiding over toepassing van de hier omschreven methode om arbeid uit een systeem te verkrijgen met een continue onbalans wordt beperkt tot 5 systemen met één draaipunt, echter zijn ze globaal ook van toepassing op een meer draaipunten bevattend systeem. De in figuur 2 en 4 (en feitelijk ook figuur 6) afgeheelde systemen, zijn systemen waarbij de vloeistof verplaatsende inrichtingen geheel in de vloeistoffase 10 zijn opgenomen. Door minimalisatie van de vloeistofmassa zal men komen tot systemen zoals afgebeeld in figuur 3 en 5. Een systeem als in figuur 6 kan ook in afmeting geminimaliseerd worden waarbij men bijvoorbeeld een jacobsladder-achtige constructie krijgt waarbij bij de 15 vloeistofverplaatsende inrichtingen de vloeistoffasen onderling verbonden zijn met een slangverbinding en dus de gehele constructie niet in een vloeistoffase ondergedompeld behoeft te zijn.
Er zijn diverse methodes om enerzijds de effectiviteit 20 van de systemen te verhogen en anderzijds om het geleverd vermogen te vergroten. De effectiviteit kan relatief eenvoudig vergroot worden door de onderlinge of overliggende gasruimten met elkaar te verbinden of door de gasruimte te verbinden met de atmosfeer. Hierdoor zal 25 meer vloeistofverplaatsing in de vloeistofverplaatsende inrichtingen mogelijk worden met als gevolg een grotere continue onbalans. Figuur 2 toont een onderlinge verbinding van de gasruimten en figuur 3 toont een systeem waarbij de gasruimten in verbinding staan met de 30 atmosfeer.
Verder zal bij het toepassen van een grotere afstand van de vloeistofverplaatsende inrichtingen tot het draaipunt van het systeem een groter draaimoment in het systeem gegenereerd worden. Ook vergroot het vermogen tot leveren 7 van arbeid door vloeistofverplaatsende inrichtingen toe te passen die het vermogen bezitten tot het verplaatsen van veel vloeistof. Nog verder vergroting van geleverde arbeid kan bereikt worden door meer 5 vloeistofverplaatsende inrichtingen in een systeem op te nemen door bijvoorbeeld uitbreiding in axiale en radiale richting.
Andere invloeden die op de systemen van invloed zijn en welke benut kunnen worden om de werking van de systemen 10 te vergroten of te verkleinen, en dus een regelbare systemen mogelijk maken, zijn wijzigingen in de druk (op enige hoogte van het systeem) van vloeistof- en/of gasfase of wijziging van krachten op het fasescheidende vlakken van de vloeistofverplaatsende inrichtingen met 15 behulp van veren en dergelijke.
Men zou bijvoorbeeld de druk in de vloeistoffase kunnen verhogen door vloeistof toe te voegen en verlagen door vloeistof af te tappen. Bij een systeem waarbij de gasfase verbonden is met de omgeving waarin het systeem 20 opgesteld staat zou men de druk van de gasfase bijvoorbeeld kunnen beïnvloeden door het systeem in een gesloten ruimte te plaatsen waarin men de druk kan variëren.
Ter illustratie: 25 De verwachting is dat een roterend systeem als in figuur 3 met als vloeistof water waarbij de armlengtes 60 cm zijn met 8 tangentiaal uitgerichte vloeistofverplaatsende inrichtingen (cilindrisch) welke 30 cm lang zijn waarin wrijvingsloze zuigers van 15 cm met diameter 4.5 cm en 30 materiaal RVS werkzaam zijn bovenin vloeistof aanzuigt en na circa 220 tot 230 graden geroteerd te hebben weer vloeistof wegstuwd. Dit betekend dat als aan de rechter zijde 4 keer vloeistof aanzuigende inrichtingen gevuld zijn (in dit geval met ieder circa 240 gram water) aan de 8 linker zijde hooguit 1 vloeistofverplaatsende inrichting gevuld zal zijn. Per saldo zullen dus de gevulde vloeistofverplaatsende inrichtingen met aan de overzijde lege vloeistofverplaatsende inrichtingen (in dit voor 5 beeld 3 stuks met daarin in totaal circa 720 gram water) de onbalans veroorzaken.
Een uitvinding als deze kan grote economische gevolgen hebben daar de economie voor een groot deel op de 10 energieprijzen is gebaseerd. Het is daarom van belang dat invoering van deze technologie bedachtzaam en verantwoord geschied. Uitvinder van dit idee zal ook pogen als zodanig te handelen en zal betrokkenen uit energie sector daarbij wellicht betrekken. Daar een uitvinding als deze 15 grote belangen van anderen in het geding kan brengen is de uitvinding ook bij derden, goed beveiligden, zeker gesteld zodat indien de uitvinder iets overkomt dit doorvoering van de uitvinding niet in de weg staat.

Claims (9)

1. Inrichtingen voor het verkrijgen van een bruikbaar draaimoment uit de aanwezigheid van een 5 zwaartekrachtveld voor het verrichten van arbeid, met als kenmerk dat het bruikbare draaimoment wordt verkregen met behulp van roteerbare systemen waarin een onbalans aanwezig is als gevolg van een hoeveelheid vloeistof. 10
2. Inrichtingen volgens conclusie 1, met als kenmerk dat de onbalans veroorzakende hoeveelheid vloeistof door vloeistofverplaatsende inrichtingen, welke in het roterend systeem opgenomen zijn, wordt 15 veroorzaakt waarbij de vloeistof verplaatsende inrichtingen al naargelang hun uitrichting vloeistof aanzuigen dan wel wegstuwen als gevolg van de aanwezigheid van een zwaartekrachtsveld.
3. Inrichtingen volgens conclusies 1 en 2 met als kenmerk dat de vloeistofverplaatsende inrichtingen, aangeduid in conclusie 2, met het roterend systeem mee roteren met als gevolg dat hun uitrichting gedurende de rotatiecyclus van het systeem wijzigt waardoor 25 gedurende een rotatie cyclus van het systeem de individuele vloeistofverplaatsende inrichtingen hun werking veranderen tussen vloeistof aanzuigend en vloeistof wegstuwend.
4. Inrichtingen volgens conclusies 1, 2, en 3 met als kenmerk dat de vloeistofverplaatsende inrichtingen, aangeduid in conclusies 2 en 3, binnen het systeem dusdanig zijn uitgericht dat zij bij het roteren van het systeem als gevolg van de onbalans in het systeem de onbalans in het systeem in stand houden door aanzuiging dan wel wegstuwing van vloeistof als gevolg van veranderende werking van deze vloeistof verplaatsende inrichtingen als gevolg van het roteren 5 van het systeem.
5. Inrichtingen volgens conclusies 1 t/m 4, met als kenmerk dat bij verbinden van de gasfaseruimten van de vloeistofverplaatsende inrichtingen onderling 10 of met de atmosfeer of met specifieke gasfaseruimten van vloeistofverplaatsende inrichtingen, bijvoorbeeld overliggende vloeistofverplaatsende inrichtingen, de conversie van het zwaartekrachtveld in een draaimoment veelal wordt vergroot. 15
6. Inrichtingen volgens conclusies 1 t/m 5, met als kenmerk dat zij autonoom energie opwekken uit een zwaartekrachtveld waarbij geen verbruik van grondstoffen of brandstoffen benodigd is, en zij dus 20 geen belasting voor het milieu vormen tijdens de energieopwekking.
7. Inrichtingen volgens conclusies 1 t/m 5, met als kenmerk dat zij geen schadelijke invloeden op 25 flora noch fauna hebben.
8. Inrichtingen volgens conclusies 1 t/m 5, met als kenmerk dat zij eenvoudig in de bestaande infrastructuur opgenomen kunnen worden waarbij zij, 30 indien voorzien van een ommanteling, ondergronds of onder water geplaatst kunnen worden zodat de infrastructuur geen hinder van hen hoeft te ondervinden.
9. Inrichtingen volgens conclusies 1 t/m 5, met als kenmerk dat de bij publieke sector opgestelde inrichtingen het overschot aan opgewekte energie via het landelijk elektriciteitsnet kunnen doorleveren aan 5 vragers in de markt.
NL1018540A 2001-07-13 2001-07-13 Methodiek en daaruit voortvloeiende systemen om een zwaartekrachtveld om te zetten in een continu draaimoment. NL1018540C2 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1018540A NL1018540C2 (nl) 2001-07-13 2001-07-13 Methodiek en daaruit voortvloeiende systemen om een zwaartekrachtveld om te zetten in een continu draaimoment.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1018540A NL1018540C2 (nl) 2001-07-13 2001-07-13 Methodiek en daaruit voortvloeiende systemen om een zwaartekrachtveld om te zetten in een continu draaimoment.
NL1018540 2001-07-13

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1018540C2 true NL1018540C2 (nl) 2003-01-14

Family

ID=19773727

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1018540A NL1018540C2 (nl) 2001-07-13 2001-07-13 Methodiek en daaruit voortvloeiende systemen om een zwaartekrachtveld om te zetten in een continu draaimoment.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL1018540C2 (nl)

Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR589651A (fr) * 1924-11-26 1925-06-03 Roue motrice hydraulique
DE2934111A1 (de) * 1979-08-23 1981-03-26 Ludwig 7500 Karlsruhe Naake Laufrad als schwerkraftumwandler
JPS57203879A (en) * 1981-06-10 1982-12-14 Hajime Ito Revolving apparatus
JPH04269382A (ja) * 1991-02-22 1992-09-25 Masatomo Kishine 浮重力エンジン
WO1998006941A1 (es) * 1996-08-12 1998-02-19 Tapias Alonso, Eduardo Generador de energia por desequilibrio de gravedad de fluido liquido
JP2001355564A (ja) * 2000-06-09 2001-12-26 Fujio Takehara 回転方式による重力利用発電基本システム

Patent Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR589651A (fr) * 1924-11-26 1925-06-03 Roue motrice hydraulique
DE2934111A1 (de) * 1979-08-23 1981-03-26 Ludwig 7500 Karlsruhe Naake Laufrad als schwerkraftumwandler
JPS57203879A (en) * 1981-06-10 1982-12-14 Hajime Ito Revolving apparatus
JPH04269382A (ja) * 1991-02-22 1992-09-25 Masatomo Kishine 浮重力エンジン
WO1998006941A1 (es) * 1996-08-12 1998-02-19 Tapias Alonso, Eduardo Generador de energia por desequilibrio de gravedad de fluido liquido
JP2001355564A (ja) * 2000-06-09 2001-12-26 Fujio Takehara 回転方式による重力利用発電基本システム

Non-Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Title
BÈRGER W: "Perpetua mobilia Sie dürfen nicht funktionieren, aber warum?", TECHNISCHE RUNDSCHAU, vol. 82, no. 19, 11 May 1990 (1990-05-11), BERN (CH), pages 92 - 97, XP000127977 *
DAEMS W: "Roep niet te gauw Eureka", EOS MAGAZINE, 1 August 1984 (1984-08-01), GENT (BE), pages 32 - 38, XP002203522 *
PATENT ABSTRACTS OF JAPAN vol. 007, no. 059 (M - 199) 11 March 1983 (1983-03-11) *
PATENT ABSTRACTS OF JAPAN vol. 017, no. 059 (M - 1363) 5 February 1993 (1993-02-05) *
PATENT ABSTRACTS OF JAPAN vol. 2002, no. 04 4 August 2002 (2002-08-04) *

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US11591999B2 (en) System for conversion of wave energy into electrical energy
CN102089518B (zh) 采用液压存储器的风能至电能的转换
AU2011308043A1 (en) Oscillating hydrofoil, turbine, propulsive system and method for transmitting energy
US10288034B2 (en) Apparatus for power generation from the surface ocean waves in deep seas
WO2011150354A2 (en) Wave energy transfer system
NL1018540C2 (nl) Methodiek en daaruit voortvloeiende systemen om een zwaartekrachtveld om te zetten in een continu draaimoment.
WO2008097118A2 (en) The multiple gyroscope power-take-off and a submerged waterproof wave energy converter
Gao et al. Capture mechanism of a multi-dimensional wave energy converter with a strong coupling parallel drive
US7898098B2 (en) Asymmetric hydraulic press electric generator
WO2002027184A1 (en) Installation for the generation of electricity
Zhang et al. Thermodynamic analysis and material design to enhance chemo-mechanical coupling in hydrogels for energy harvesting from salinity gradients
DE102015008556A1 (de) Mehrstufiger Verbrennungs-Heißgas-Dampf-Druckdifferenz-Parallelzylinder-Gegenkolbenmotor für Erdgas, Wasserstoff und andere Treibstoffe mit integriertem Elektrogenerator.
WO2013114253A1 (en) Electromechanical system for electric energy generation and storage using a surface motion
WO2010080074A1 (en) Mechanical advantage
US20080245182A1 (en) Power generation device
CN102758721A (zh) 自循环液压动力发电机
Li et al. Numerical study on design for wave energy generation of a floater for energy absorption
US20160146179A1 (en) Extraction of gravitational field energy
CN1109195C (zh) 水力资源发电系统
Rufer Semi-Rotary and Linear Actuators for Compressed Air Energy Storage and Energy Efficient Pneumatic Applications
Tan Physics and the development of railway steam engines
WO2015159135A1 (en) The extraction of gravitational field energy
CN1149334C (zh) 利用潮差及水流动力的发电装置
US20250314230A1 (en) System for generating electricity with tandem towers
RU2120059C1 (ru) Гравитационный источник энергии

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20060201