NL1009768C2 - Universele behuizing voor een elektrische huisinstallatie. - Google Patents

Universele behuizing voor een elektrische huisinstallatie. Download PDF

Info

Publication number
NL1009768C2
NL1009768C2 NL1009768A NL1009768A NL1009768C2 NL 1009768 C2 NL1009768 C2 NL 1009768C2 NL 1009768 A NL1009768 A NL 1009768A NL 1009768 A NL1009768 A NL 1009768A NL 1009768 C2 NL1009768 C2 NL 1009768C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
shaped space
strip
compartment
housing
meter
Prior art date
Application number
NL1009768A
Other languages
English (en)
Inventor
Wim Morrsink
Original Assignee
Holec Holland Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Holec Holland Nv filed Critical Holec Holland Nv
Priority to NL1009768A priority Critical patent/NL1009768C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1009768C2 publication Critical patent/NL1009768C2/nl

Links

Classifications

    • HELECTRICITY
    • H02GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
    • H02BBOARDS, SUBSTATIONS OR SWITCHING ARRANGEMENTS FOR THE SUPPLY OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
    • H02B1/00Frameworks, boards, panels, desks, casings; Details of substations or switching arrangements
    • H02B1/015Boards, panels, desks; Parts thereof or accessories therefor
    • H02B1/03Boards, panels, desks; Parts thereof or accessories therefor for energy meters

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Power Engineering (AREA)
  • Installation Of Indoor Wiring (AREA)

Description

Universele behuizing voor een elektrische huisinstallatie.
De uitvinding heeft betrekking op een behuizing voor een voor een gebruiker niet toegankelijk deel van een elektrische huisinstallatie, omvattende een bak met een 5 metercompartiment dat voorzien is van bevestigingsmiddelen voor een kWh-meter en een tweede compartiment dat voorzien is van bevestigingsmiddelen voor tenminste een beveiligingselement voor een gebruikersaftakking, en tenminste een deksel, waarbij het metercompartiment grenst aan een zijwand van de bak en dat het tweede compartiment een strookvormige ruimte tussen metercompartiment en andere zijwand omvat, en 10 waarbij de bak in de strookvormige ruimte is voorzien van bevestigingsmiddelen voor aansluit- en of aftakaansluitblokken en aan de loodrecht op de zijwanden en de bodem verlopende boven- en onderwand van de bak in het verlengde van de strookvormige ruimte kabelklemmen aanwezig zijn.
Een dergelijke behuizing is bekend uit de Nederlandse octrooiaanvrage 15 1007923.
Elektrische installaties in hoog- en laagbouw vereisen aansluitkasten of -bakken van verschillende typen zoals bijvoorbeeld:
Aansluitkasten die zijn ingericht voor 1- of 3-fasenvoeding plus nul plus aarde, dit is het zogenaamde EB-deel. Elke dergelijke huisaansluitkast heeft een kWh-meter.
20 Voor toepassing in hoogbouw is een stijgleiding nodig. Het verdient de voor keur ruimte te beleggen voor een optionele overspanningsbeveiliging.
Een aansluitkast voor een eerste etage is een aansluitkast waar de kabel van het energiebedrijf binnenkomt, waarin een aftakking, een of drie fasen, naar de gebruiker en een energiedoorvoer naar de bovengelegen etage door middel van een stijgleiding aan-25 wezig moeten zijn. In deze kast zijn beveiligingselementen zoals smeltveiligheden of automaten opgenomen voor de stijgleiding en voor de gebruikersaftakking.
Een aansluitkast voor een tussengelegen etage is een aansluitkast waarbij een stijgleiding binnenkomt en de aansluitkast weer verlaat. Voorts is een gebruikersaftakking met beveiligingselement(en) in de aansluitkast aanwezig.
30 Een aansluitkast voor een bovenetage of huisaansluiting in laagbouw is een aan sluitkast, waarbij een stijgleiding respectievelijk de kabel van het energiebedrijf binnen komt, welke stijgleiding en energiebedrijfkabel niet verder gaan. Voor de gebruiker kan via een in de aansluitkast aanwezige beveiliging elektrische energie worden afgetakt.
1 009768 2
Tot nu toe werd gebruik gemaakt van ofwel gespecialiseerde aansluitkasten of van universele uit meer bakken bestaande huisaansluitingen.
In de Nederlandse octrooiaanvrage 9402050 is een aparte stijgleidingskast toegepast, die meestal naast de normale meterkast is aangebracht.
5 De uitvinding heeft ten doel te voorzien in een behuizing van de in de aanhef genoemde soort, waarbij deze universeel voor diverse uitrustingstypen geschikt is en waarbij de breedte een minimale standaard afmeting heeft voor alle uitrustingstypen.
Dit doel wordt volgens de uitvinding daardoor bereikt, dat de bodem van de strookvormige ruimte voorzien is van bevestigingsmiddelen voor tenminste een 10 beveiligingselement voor een stijgleiding en dat het tweede compartiment L-vormig is, waarbij een been van de L wordt gevormd door de strookvormige ruimte en het andere been daarvan door een verdere strookvormige ruimte.
Opgemerkt wordt dat uit de Duitse octrooiaanvrage 2 2000 299 op zichzelf een uit twee compartimenten bestaande behuizing voor een stijgleiding bekend is.
15 De uitvinding is gelegen in de combinatie van meterkast, EB-deel en stijglei dingskast. De combinatiebehuizing volgens de uitvinding voorziet in een aansluitkast voor alle soorten (huis)eindgebruikers, 1- of 3-fasentoepassing, hoog- of laagbouw, onderste, tussengelegen of bovenste etage, waarbij de totale breedte minimaal is. De combinatie behuizing bestaat ruwweg uit twee delen, een metercompartiment en een 20 tweede compartiment voor de aansluiting en beveiliging van de kabel van het energie-bedrij f en/of een stij gleidingdeel.
Het kabeldeel is verzegeld af te sluiten en in het kabeldeel zijn bevestigingsmiddelen voor het aanbrengen en bevestigen van stijgleiding-aansluitklemmen, kabelklem-men, patroonhouders, automaten en overspanningsbeveiligingen aangebracht. Voorts is 25 de bak van de behuizing voorzien van bevestigingsmiddelen voor de delen van een stijgleiding, onder andere voor de trekontlasting daarvan.
De uitvinding zal hierna nader worden toegelicht aan de hand van de tekeningen. In de tekeningen tonen:
Fig. 1 een uitvoeringsvorm van een behuizing volgens de uitvinding voor een 3 0 huisaansluiting en of bovenste etage van hoogbouw;
Fig. 2 een uitvoeringsvorm van een behuizing volgens de uitvinding voor een tweede etage t/m op een na hoogste etage van hoogbouw;
Fig. 3 een uitvoeringsvorm van een behuizing volgens de uitvinding voor een 1009768 3 eerste etage van hoogbouw;
Fig. 4 een andere uitvoeringsvorm van een behuizing volgens de uitvinding voor een eerste etage van hoogbouw;
Fig. 5 een uitvoeringsvorm van een bevestigingsmiddel volgens de uitvinding 5 voor de componenten van een behuizing volgens de uitvinding;
Fig. 6 een aanzicht in perspectief van een uitvoeringsvorm van een behuizing volgens de uitvinding met daarnaast twee mogelijke deksels en daaronder het deksel voor het onderste linker gedeelte van de behuizing.
Een elektrische huisinstallatie omvat in het algemeen een door het energiebedrijf 10 verzegeld, niet voor de gebruiker toegankelijk deel (EB-deel genoemd) en een voor de gebruiker wel toegankelijk deel (gebruikersdeel genoemd). De uitvinding is gericht op het voor de gebruiker niet-toegankelijke deel van een installatie, welk deel functioneel kan worden onderverdeeld in een aansluiting voor de in de behuizing in te voeren voe-dingskabel (EB-kabel of stijgleiding), een hoofdbeveiligingsautomaat of -element en een 15 gebruiksmeter of kilowattuur-meter. De behuizing bestaat uit een bak 1 met een bodem-wand 2 en twee zijwanden 3 en 4. De bak 1 kan plat met de bodem- of achterwand tegen een op de muur aangebrachte plaat van een meterkast worden gemonteerd.
De bak kan functioneel worden onderscheiden in een metercompartiment voor het opnemen van een kWh-meter en een onderste compartiment voor het opnemen van 20 ten minste een hoofdbeveiligingselement.
In het algemeen heeft een kWh-meter een 3-puntsbevestiging. Een dergelijke meter wordt gemonteerd op de lokaties 6,7 en 8, die zich uitstrekken over de plaat 5 van de bak 1. Deze stijlen kunnen van hetzelfde materiaal zijn als de bak en als één geheel daarmee zijn gegoten. Bij voorkeur zijn de lokaties 6, 7 en 8 voorzien van selecteerbare 25 bevestigingspunten, waarvan bij elke lokatie overzichtelijkheidshalve slechts één bevestigingspunt als schroefgat en met een verwijzingsnummer 9, 10 resp. 11 is aangegeven. De drie lokaties 6, 7 en 8 zijn als het ware in de hoekpunten van een denkbeeldige driehoek opgesteld, waarvan de basis loodrecht staat op de zijwanden 3 en 4 van de bak 1.
Door de bijzondere uitvoeringsvorm van de stijlen is een flexibele bevestiging 30 voor de kWh-meter bereikt, zodat elke in de handel verkrijgbare kWh-meter in de bak kan worden bevestigd.
Er zijn uiteraard ook andere dan 3-punts bevestigingsmethoden mogelijk, afhankelijk van de kWh-meter, bijvoorbeeld op een hoedprofiel.
1009768 4
Het hierboven genoemde breedte-probleem wordt als volgt nader toegelicht.
Volgens de Nederlandse normen, ten aanzien van de inrichting van een meterkast, mag het EB-deel, namelijk het deel waarin de kabel van het energiebedrijf wordt aangesloten plus beveiligingen worden gemonteerd, niet groter zijn dan 330 x 700 mm (b 5 x h). De thans gebruikelijke behuizingen voor het EB-deel zijn 220 mm breed. Wanneer een stijgleiding vereist is, zoals bij hoogbouw, wordt de stijgleiding tot nu toe in een aparte stijgleidingskast naast de EB-behuizing gelegd. Deze stijgleiding heeft op de begane grond een aparte beveiliging nodig, de zogenaamde voorbeveiliging. Deze voor-beveiliging is ondergebracht in een voorbeveiligingskast. Deze kast heeft dusdanige 10 afmetingen, dat deze onder of naast de normale EB-behuizing wordt geplaatst, waardoor niet meer aan de eisen van maximale breedte of hoogte wordt voldaan.
Door toepassing van de uitvinding wordt tegemoet gekomen aan het streven van standaardisatie en minimale breedte en hoogte door in zijn totaliteit een wat bredere behuizing dan de EB-behuizing toe te passen, waarin plaats is voor de zogenaamde voor-15 beveiliging, huisaansluiting, aftakking en beveiliging van de gebruiker, stijgleiding en meter. Dit alles binnen de wettelijke normen.
Tot nu toe zijn oplossingen voorgesteld, waarbij bijvoorbeeld de stijgleiding via een wartel door de zijkant van de EB-behuizing wordt doorgevoerd en deze stijgleiding op klemmen in de bak van de behuizing wordt aangesloten. Het nadeel hiervan is dat de 20 stijgleiding wordt onderbroken en gebogen moet worden. Dit geeft risico van warmteontwikkeling op de aansluitklemmen van de stijgleiding en bovendien montagepro-blemen bij het aanbrengen van de kabel van de stijgleiding, vooral wanneer deze leiding dik en dus stug is.
De behuizing volgens de uitvinding omvat een metercompartiment voor het 25 opnemen van de kWh-meter en een tweede compartiment. Het tweede compartiment is naast bevestigingsmiddelen voor het beveiligingselement of elementen voor een gebrui-kersaftakking voorzien van bevestigingsmiddelen en aansluitmiddelen voor een deel van een stijgleiding.
Figuren 1-4 geven uitrustingsvoorbeelden, waarbij dezelfde behuizing volgens 30 de uitvinding kan worden toegepast.
Het metercompartiment 5 grenst aan de zijwand 3 van de bak 1 en de componenten 1 t/m 11 zijn hierboven reeds beschreven en zijn ook terug te vinden in de figuren 1 t/m 4, zodat hierop niet verder zal worden ingegaan.
100976? 5
Het tweede compartiment van de bak 1 omvat een strookvormige ruimte 12 tussen het metercompartiment 5 en de rechter zijwand 4. De bak 1, in het bijzonder de bodem daarvan ter plaatse van de strookvormige ruimte 12 is voorzien van bevestigingsmiddelen 13 voor aansluit- en/of aftakaansluitblokken, waarvan in figuur 1 slechts 5 een aansluitblok 14 is getoond. De wijze waarop de aansluitblokken zijn gemonteerd zal verderop worden besproken. Nabij de bovenwand 15 en de onderwand 16 van de bak 1 bevinden zich aan de uiteinden van de strookvormige ruimte 12 kabelklemmen 17, 18, die elk bestaan uit een onderzadel 19 dat vast is bevestigd aan de bak 1 of daarmee een geheel vormt en een bovenklem 20. Door toepassing van de genoemde kabelklemmen 17 10 en 18 is de behuizing universeel voor elke type aansluiting, te weten huisaansluiting van laagbouw, laagste etage van hoogbouw, tussengelegen etage van hoogbouw en hoogste etage van hoogbouw.
In de strookvormige ruimte 12 is een ruimte beschikbaar vooj beveiligingsele-menten voor een gebruikersaftakking. In figuur 1 is de 1-fase uitvoering van 6-16 mm 15 getoond, zodat ook slechts een beveiligingselement voor een gebruikersaftakking nodig is. De bodem van de strookvormige ruimte is voorzien van bevestigingsmiddelen, waarvan slechts twee zijn aangegeven met de verwijzingsnummers 21 en 22. De verdere montage van het beveiligingselement zal verderop worden besproken.
De in figuur 1 getoonde behuizing is geschikt voor een huisaansluiting bij laag-20 bouw en een aansluiting voor de bovenste etage bij hoogbouw. Wanneer de behuizing als huisaansluiting moet worden gebruikt, is de kabel 23 een toevoerkabel van het energiebedrijf, hierna EB-kabel genoemd. Deze EB-kabel wordt door middel van de kabelklem 18 en het daarbij behorende onderzadel 19 en bovenklem 20 vastgezet, zodat deze ook qua trek ontlast is. Wanneer echter de behuizing van figuur 1 voor een aansluiting op de 25 bovenste etage van hoogbouw moet worden uitgerust, is de kabel 23 het bovenste gedeelte van een stijgleiding.
De stijgleiding of de EB-kabel worden aangesloten op het aansluitblok 14 en het beveiligingselement 24. De meter wordt door middel van de leidingen 25 en 26 op het beveiligingselement 24 respectievelijk het aansluitblok 14 aangesloten. De meter is dus 30 via het beveiligingselement 24 op de kabel aangesloten. Het beveiligingselement 24 dient hierbij als beveiliging voor een gebruikersaftakking.
Wanneer een 1-fase uitvoering met 50 mm2 AL moet worden samengesteld, worden behalve de hierboven genoemde componenten en elementen extra aansluit- en 1009768 6 aftakaansluitblokken toegepast. Bijvoorbeeld kunnen zoals in figuur 2 is getoond een rij van drie aansluitblokken naast het aansluitblok 14 worden aangebracht.
Het is duidelijk dat bij een 3-fasen uitvoering er een rij van drie beveiligings-elementen voor een gebruikersaftakking worden aangebracht, in plaats van het ene 5 beveiligingselement 24.
In de figuren 1-4 is met een stippellijn nog een beschikbare ruimte voor over-spanningsbeveiliging of andere beveiligingen aangegeven.
In figuur 2 is een behuizing volgens de uitvinding getoond, die als voorbeeld is uitgerust voor een tweede etage t/m op een na hoogste etage van hoogbouw en wel voor 10 de 1-fase uitvoering en 6-35 mm2. Een inkomende stijgleidingdeel 27 is bevestigd door middel van de kabelklem 18, terwijl het uitgaande stijgleidingdeel 28 in de kabelklem 17 is ingeklemd. Voor de uitvoering van de kabelklemmen 17 en 18 kan worden verwezen naar de bijbehorende beschrijving van figuur 1.
In figuur 2 is slechts een beveiligingselement 24 voor een gebruikersaftakking 15 getoond, echter is het duidelijk dat bij de 3-fasen uitvoering drie beveiligingselementen op een rij kunnen worden gemonteerd.
De geleiders van de stijgleiding zijn afgewerkt op de aansluitblokken 29-33, terwijl een van de fasegeleiders door middel van het aansluitblok 30 is verbonden met het beveiligingselement 24 voor de gebruikersaftakking. Door deze aansluitmogelijkheden 20 lopen de geleiders van de stijgleiding zonder onderbreking door. Het beveiligingselement 24 is weer met een aansluitklem van de meter verbonden, terwijl de andere klem van de meter via de aansluitblokken 32 en 33 op de daarbij behorende geleider van de stijgleiding 27,28 is aangesloten.
Zoals uit de figuren 1-4 blijkt is het tweede compartiment L-vormig, waarbij het 25 verticale been van de L wordt gevormd door de strookvormige ruimte 12, terwijl het horizontaal verlopende been van de L wordt gevormd door een verdere strookvormige ruimte. Deze strookvormige ruimte loopt onder het metercompartiment 5 door en is in figuur 3 aangegeven met het verwijzingsnummer 34.
Zoals uit figuur 3 blijkt, is nabij de aan de verdere strookvormige ruimte 34 30 grenzende wand, in dit geval de benedenwand 16 een kabelklem 35 aangebracht, waardoorheen een EB-kabel 36 kan worden doorgevoerd en waarin deze kan worden ingeklemd. De 3-fase geleiders zijn aangesloten op de beveiligingselementen 37, 38 en 39, waarvan de uitgangen zijn verbonden met de aansluitblokken 40, 41, 42 en 43. Deze 1009768 7 beveiligingselementen 37, 38 en 39 worden ook wel voorbeveiligingen genoemd. Op de aansluitblokken 40-43 is het uitgaande stijgleidingdeel 44 aangesloten, terwijl op het aansluitblok 41 tevens het beveiligingselement 24 is aangesloten. Voor de aansluiting van de meter wordt verwezen naar de corresponderende beschrijving van figuur 1.
5 De in figuur 3 getoonde behuizing is geschikt voor de laagste etage van de hoogbouw, in het bijzonder voor een aansluiting van 6-16 mm2 en een stijgleiding van 6-* 35 mm . In figuur 3 is ook weer de 1-fase uitvoering getoond en het is duidelijk dat bij de 3-fasen uitvoering drie beveiligingselementen in plaats van het ene beveiligingselement 24 nodig zijn. Opgemerkt wordt nog dat een geleider van de uitgaande stijgleiding 44 is 10 aangesloten op het aansluitblok 45 om verbonden te worden met de nulgeleider van de EB-kabel 36.
De bak 1 van de behuizing kan nog worden uitgebreid met een extra kabelinvoe-ring ten behoeve van het kunnen spreiden en aansluiten van dikkere kabels, waarbij nog steeds wordt voldaan aan de maximale hoogte-eis. Deze uitvoering is in figuur 4 getoond.
15 De verdere strookvormige ruimte 34 is voorzien van bevestigingsmiddelen voor aansluitblokken 46, 47, 48 en 49, waarvan er twee bevestigingsmiddelen met de verwij-zingsnummers 50 en 51 zijn aangegeven. De gedetailleerde montage van de aansluitblokken 46-49 zal verderop worden besproken.
Aan de onderwand van de bak 1 is een aanzetbak 52 bevestigd, aan de zijde 53 20 waarvan een kabelklem 54 met bijbehorende onderzadel 55 en bovenklem 56 is aangebracht. Uit figuur 4 blijkt duidelijk dat thans een extra ruimte voor het uitleggen van de EB-kabel 57 is verkregen. Een dikkere EB-kabel kan dan zonder enig probleem worden toegepast. Ten aanzien van het resterende gedeelte van figuur 4 wordt naar de corresponderende beschrijving van de figuren 1-3 verwezen.
25 De in de figuren 1-4 getoonde bevestigingsmiddelen zijn klikelementen die aan de bodem van de bak 1 zijn bevestigd of aangevormd. In deze klikelementen kunnen montageplaten of -frames door middel van inklikelementen die aan de breedte-zijde daarvan of in het midden daarvan zijn aangebracht, worden ingeklikt. Op de inklikbare montageframes kunnen naar behoefte componenten, zoals automaten, patroonhouders, ’ 30 stijgleidingsklemmen enz. worden gemonteerd.
Deze montageframes kunnen vlak zijn of voorzien zijn van een gatenpatroon of van een hoedprofiel, door middel waarvan de genoemde componenten op het montage-frame kunnen worden bevestigd. De montageframes hebben een standaard breedte, 1009768 8 waarmee zij in de kast gepast kunnen worden, echter zijn er afhankelijk van de compo-nenthoogten, meerdere montageffames van verschillende standaard hoogten mogelijk. Deze montageframes kunnen vooraf worden uitgerust met componenten, waarna zij in de kast worden ingeklikt en bedraad. De toepassing van een gering aantal typen van monta-5 geframes komt tegemoet aan het streven naar standaardisatie.
In figuur 5 is op grotere schaal dan in de figuren 1-4 de bodem 2 van de bak getoond, die voorzien is van nokken 58, 59. Deze kunnen als inklikelementen of als vast-houdelementen worden uitgevoerd. In figuur 5 is het montageframe 60 aan zijn breedtezijde 61 voorzien van grijpelementen 62 en 63 die passen in de ruimten tussen de nokken 10 58 en 59 en de bodem 2 van de bak. De montageffames worden vastgezet door de wer king van het klikelement 64, dat klikt in een daarbijbehorend klikelement op de bodem van de behuizing en daarbij het montageframe vastzet. De grijpelementen 62 en 63 blijven dan grijpen achter de nokken 58 en 59.
In de figuren 1-4 zijn twee rijen grijpelementen getoond, die evenwijdig aan 15 elkaar en aan de zijwanden 3 en 4 van de bak 1 verlopen. Tussen deze twee rijen bevindt zich dan een rij klikelementen (niet zichtbaar), waarin de klikelementen 64 van de montageframes inklikken. Wanneer de buitenste rijen grijpelementen als klikelementen zijn uitgevoerd, kan van de middelste rij klikelementen worden afgezien.
In figuur 6 is een behuizing volgens de uitvinding getoond met twee uitvoe-20 ringsvormen van deksels 65 respectievelijk 66 voor het stijgleidingdeel van de bak van de behuizing en een apart deksel 67 voor het aansluitdeel linksonder van de behuizing. Laatstgenoemde deksel 67 wordt op niet getoonde wijze in de opening van de aansluit-kast geklikt en valt dan deels onder het deksel 65 of 66 van het stijgleidingsdeel. Dit laatste deksel is te verzegelen, waardoor ook het deksel op het aansluitdeel verzegeld is. 25 Een mogelijke uitvoering is beschreven in de Nederlandse octrooiaanvrage 9402050.
Conclusies...
1009768

Claims (9)

1. Behuizing voor een voor een gebruiker niet toegankelijk deel van een elektrische huisinstallatie, omvattende een bak met een metercompartiment dat voorzien 5 is van bevestigingsmiddelen voor een kWh-meter en een tweede compartiment dat voorzien is van bevestigingsmiddelen voor tenminste een beveiligingselement voor een gebruikersaftakking, en tenminste een deksel, waarbij het metercompartiment grenst aan een zijwand van de bak en dat het tweede compartiment een strookvormige ruimte tussen metercompartiment en andere zijwand omvat, en waarbij de bak in de strookvormige 10 ruimte is voorzien van bevestigingsmiddelen voor aansluit- en of aftakaansluitblokken en aan de loodrecht op de zijwanden en de bodem verlopende boven- en onderwand van de bak in het verlengde van de strookvormige ruimte kabelklemmen aanwezig zijn, met het kenmerk, dat de bodem van de strookvormige ruimte voorzien is van bevestigingsmiddelen voor tenminste een beveiligingselement voor een stijgleiding en 15 dat het tweede compartiment L-vormig is, waarbij een been van de L wordt gevormd door de strookvormige ruimte en het andere been daarvan door een verdere strookvormige ruimte.
2. Behuizing volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de aan de verdere strookvormige ruimte grenzende wand van de bak een kabelklem voor een 20 energietoevoerkabel is toegevoegd.
3. Behuizing volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de bodem van de verdere strookvormige ruimte voorzien is van bevestigingsmiddelen voor aansluitblokken voor het aansluiten van een energietoevoerkabel.
4. Behuizing volgens conclusie 2 of 3, met het kenmerk, dat de kabelklem op 25 een vrije wand van een de verdere strookvormige ruimte verlengende aanzetbak is aangebracht.
5. Behuizing volgens een van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat de beveiligingselementen en aansluitblokken zijn gemonteerd op aparte montageframes die telkens dezelfde breedte hebben en waarvan de hoogte afhankelijk van de afmeting in 30 die richting van een beveiligingselement of aansluitblok is en dat de bodem van de bak is voorzien van klikelementen die kunnen samenwerken met klikelementen van de montageframes.
6. Behuizing volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat de bodem van de 1009768 strookvormige ruimte voorzien is van twee of meer evenwijdig aan elkaar en aan de zijwand van de bak verlopende rijen klikelementen, die met klikelementen aan de breedte-randen van de montagefirames kunnen samenwerken.
7. Behuizing volgens een van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat 5 het metercompartiment is voorzien van drie, zich over een plaat van de bak uitstrekkende lokaties voor het ondersteunen en bevestigen van de kWh-meter.
8. Behuizing volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat de lokaties zijn voorzien van selecteerbare bevestigingspunten.
9. Behuizing volgens een van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat 10 de strookvormige ruimte afsluitbaar is met een verzegelbaar deksel en de verdere strookvormige ruimte afsluitbaar is met een in de bakwand inklikbaar deksel, dat deels onder het eerstgenoemde deksel valt, 1009768
NL1009768A 1998-07-29 1998-07-29 Universele behuizing voor een elektrische huisinstallatie. NL1009768C2 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1009768A NL1009768C2 (nl) 1998-07-29 1998-07-29 Universele behuizing voor een elektrische huisinstallatie.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1009768 1998-07-29
NL1009768A NL1009768C2 (nl) 1998-07-29 1998-07-29 Universele behuizing voor een elektrische huisinstallatie.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1009768C2 true NL1009768C2 (nl) 2000-02-04

Family

ID=19767584

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1009768A NL1009768C2 (nl) 1998-07-29 1998-07-29 Universele behuizing voor een elektrische huisinstallatie.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL1009768C2 (nl)

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE676520C (de) * 1937-06-15 1939-06-06 Landis & Gyr Ag Aufhaengetafel fuer Instrumente, insbesondere elektrische Messgeraete
CH351316A (de) * 1957-04-26 1961-01-15 Sidler August Bauteilsatz zum Zusammenbau von Installationskasten für elektrische Anlagen
DE2200299A1 (de) * 1972-01-05 1973-07-19 Karl Kuklies Hauptleitungskabel - anschlussystem und hauptleitungskabel - anschlusschrank
US5627724A (en) * 1995-06-14 1997-05-06 Square D Company Combination service entrance device with provisions for distributing power to multiple service disconnects

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE676520C (de) * 1937-06-15 1939-06-06 Landis & Gyr Ag Aufhaengetafel fuer Instrumente, insbesondere elektrische Messgeraete
CH351316A (de) * 1957-04-26 1961-01-15 Sidler August Bauteilsatz zum Zusammenbau von Installationskasten für elektrische Anlagen
DE2200299A1 (de) * 1972-01-05 1973-07-19 Karl Kuklies Hauptleitungskabel - anschlussystem und hauptleitungskabel - anschlusschrank
US5627724A (en) * 1995-06-14 1997-05-06 Square D Company Combination service entrance device with provisions for distributing power to multiple service disconnects

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US5483212A (en) Overload relay to be combined with contactors
AU624800B2 (en) Improvements relating to consumer units
CA2801073C (en) High density power/lighting panelboard
US5243134A (en) Combination power and communication electrical wall terminal
US4931898A (en) Loadcenter busbar retention
US6920038B2 (en) Terminal block and renovation load center employing the same
KR102699494B1 (ko) 차단기와 전원분배기의 연결부재
US4931902A (en) Bushbar barrier protective members
RU2247454C1 (ru) Энергетическая распределительная система для питания электрических потребителей
CA1331475C (en) Adapter for mounting rail in a residential load centre
EP0345851B1 (en) Switch box for electrical installations
NL1009768C2 (nl) Universele behuizing voor een elektrische huisinstallatie.
US5654871A (en) Motor control center providing phase conductor access
JPH06507781A (ja) 後面より電気的アクセス可能な配電盤
EP1835587A1 (en) Box for switchboard enclosure
GB2233505A (en) Improvements in consumer units
GB2305008A (en) Consumer units
PL179204B1 (pl) Urzadzenie do przylaczania elektrycznych urzadzen instalacyjnych PL
EP1640731A2 (en) Support housing for meters in a meter cabinet
ITMI960750A1 (it) Quadro di distribuzione di energia elettrica
EP1143588A1 (en) Upright for electric board
NL1007923C1 (nl) Behuizing voor het opnemen van een gebruiksmeter en hoofdveiligheid.
GB2305007A (en) Consumer units
JP2007043799A (ja) 分電盤
AU3657293A (en) Improvements in and relating to electrical distribution equipment

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
SD Assignments of patents

Owner name: EATON HOLDING INTERNATIONAL I BV

Owner name: EATON ELECTRIC N.V.

MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20150801