<Desc/Clms Page number 1>
"Apparaat voor het overbrengen van een produkt, vloeistof of dergelijke in een vloeistof".
De huidige uitvinding heeft betrekking op een apparaat voor het overbrengen van een produkt, vloeistof of dergelijke, in een andere vloeistof, meer speciaal een apparaat waarin een welbepaalde hoeveelheid van een bepaald produkt, vloeistof, menosel of dergelijke, kan aangebracht worden en waarbij dit apparaat toelaat dit produkt, vloeistof, mengsel of dergelijke, bijvoorbeeld, hermetisch af te sluiten van de omgeving.
Onder produkt moet men volgens de uitvinding alle materialen verstaan, zoals poedervormige, korrelvormige, vaste
<Desc/Clms Page number 2>
lichamen met bepaalde vormen enz.
Meer speciaal nog heeft do huidige uitvinding een zeer eenvoudig apparaat ale voorwerp dat o.a. toelaat giftige, bijtende, gevaarlijke, vluchtige en dergelijke producten, vloeistoffen, mengsels of dergelijke in één of Meer bepaalde dosissen op te nemen en de opgenomen hoeveelheid bij voorkeur hermetisch af te sluiten van de omgeving.
Eveneens heeft het apparaat volgens de uitvinding als voorwerp zulk produkt, vloeistof, respektievelijk produkten of vloeistoffen, of dergelijke aan te brengen in een ander produkt, vloeistof of mengsel, steeds zonder dat zulk produkt, vloeistof, mengsel of dergelijke in aanraking kan komen met de lucht.
Inderdaad is het in bepaalde gevallen noodzakelijk produkten, vloeistoffen of dergelijke op veilige wijze te kunnen aanbrengen in een apparaat en via dit apparaat zulke produkten, vloeistoffen, mengsels of dergelijke in een ander produkt, vloeistof, mengsel of dergelijke te kunnen plaatsen zonder dat rechtstreeks kontakt met de lucht en/of met lichaams- delen van de bedienaar van zulk apparaat mogelijk is. Men heeft inderdaad zeer dikwijls te doen, bv. in de chemische nijver- heden, met produkten, vloeistoffen, mengsels of dergelijke die hetzij bijtend zijn, hetzij zeer vluchtig zijn, hetzij bij aanraking met de lucht giftige dampen verspreiden, hetzij nog dat bij aanraking met de lucht chemische reakties worden ver- oorzaakt die totaal ongewenst zijn en in bepaalde gevallen gevaarlijk.
Het apparaat volgens de uitvinding dat de voornoemde en andere voordelen vertoont bestaat hiertoe in de kombinatie van een uitwendig en een inwendig element, waarbij één van deze elementen aan één uiteinde minstens één ruimte vertoont waarvan de inhoud overeenstemt met de dosis te behandelen produkt,
<Desc/Clms Page number 3>
vloeistof of dergelijke.
Teneinde de kenmerken van de huidige uitvinding beter aan te tonen zijn hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter, enkele voorkeurdragende uitvoeringsvormen beschreven van zulk apparaat, met verwijzing naar de bijgaande tekeningen waarin: figuur 1 een voorzicht toont van een apparaat volgens de uitvinding; figuren 2 en 3 zichten zijn gelijkaardig aan dit van figuur 1, doch voor twee andere kenmerkende standen ; figuren 4, 5,6 en 7 respektievelijk doorsneden zijn volgens de lijnen IV-IV, V-V, VI-VI en VII-VII in figuur 3 ; figuur 8 op grotere schaal het gedeelte weergeeft dat in figuur 7 door F8 is aangeduid; figuur 9 een doorsnede is gelijkaardig aan deze van figuur 7 doch voor een uitvoeringsvariante; figuur 10 een variante weergeeft van het gedeelte dat in figuur 9 door A is aangeduid;
figuren 11 en 12 uitvoeringsvarianten weergeven van het apparaat volgens de uitvinding, meer speciaal voor wat betreft het eigenlijk overbrengingsgedeelte: figuren 13,16, 20,23, 27, 30 en 34 uitvoeringsvarianten weergeven van het apparaat volgens de uitvinding: figuren 14 en 15, respektievelijk doorsneden zijn volgens de lijnen XIV-XIV en XV-XV in figuur 13 ; figuren 17, 18 en 19 respektievelijk doorsneden zijn volgens de lijnen XVIT-XVII, XVIII-XVIII en XIX-XIX in figuur 16; figuren 21 en 22, respektievelijk doorsneden zijn volgens de lijnen XXI-XXI en XXII-XXII in figuur 20; figuren 24, 25 en 26 respektievelijk doorsneden zijn volgens de lijnen XXIV-XXIV, XXV-XXV en XXVI-XXVI in figuur 23: figuren 28 en 29 respektievelijk doorsneden zijn
<Desc/Clms Page number 4>
volgens de lijnen XXVIII-XXVIII en XXIX-XXIX in figuur 27;
figuren 31 en 35, respektievelijk zijzichten zijn van de figuren 30 en 34; figuren 32 en 33 respectievelijk doorsneden zijn volgens de lijnen XXXII-XXXII en XXXIII-XXXIII in figuur 30; figuren 36 en 37, respektievelijk doorsneden zijn volgens de lijnen XXXVI-XXXVI en XXXVII-XXXVII van figuur 34.
In de figuren 1 tot 7 is een eerste uitvoeringsvorm weergegeven van een apparaat volgens de uitvinding, waarbij dit apparaat hoofdzakelijk gevormd wordt uit twee hocfdzakelijke delen, nl. een zogenaamd uitwendig deel 1 en een zogenaamd inwendig deel 2.
Het uitwendig deel bestaat in deze uitvoering hoofd- zakelijk uit een langwerpig lichaam 3, dat naar het onderuit - einde over een welbepaalde hoogte voorzien is van een verbreed gedeelte 4, waarbij op de zijwanden van dit verbreed pedeelte in dit geval verticale wanden zijn aangebracht, respektievelijk 5 en 6, die aan hun vrije uiteinden met elkaar verbonden zijn door een voorwand 7. Naar het bovet.uiteinde is het voornoemd lichaam 3 eveneens voordien van een verbreed gedeelte 8, waar- bij op dit gedeelte, op een inwendige onderlinge afstand die bij voorkeur gelijk is aan de breedte van het voornoemd lichaam 3, twee wanden zijn aangebracht, respektievelijk 9 en 10, en waarbij de vrije uiteinden van de wanden 9 en 10 met elkaar ver- bondan z i j n door een brue 11.
Het voornoemd inwendig gedeelte 2 vertoont in dit geval een langwerpig lichaam 12 dat bij voorkeur even breed is als de breedte van het lichaam 3 en waarvan de dikre bij voorkeur over- eenstemt toet de afstand tussen de voornormde delen 9 en 7 ener- zijd* en 8 en 11 anderzijde.
Dit lichaam 12 is zodanig vervezenlijkt dat het vrij schuivend passeert in de geleiding die gevornd wordt door de
<Desc/Clms Page number 5>
elementen 8, 9; 10 en 11, terwijl naar het onderuiteinde het voornoemd lichaam 2 voorzien is van een verbreed gedeelte 13 waarvan de uitwendige afmetingen zodanig zijn dat het zuiver passend doch verschuifbaar is aangebracht in de ruimte die begrensd wordt door de delen 4, 5 en 6 en 7 van het uitwendig element 1.
In het voornoemd verbreed gedeelte 13 is minstens één ruimte 14 aangebracht die een welbepaalde hoogte en breedte vertoont en die doorloopt van de voorwand van het apparaat tot de achterwand.
Uiteindelijk zal men zulk apparaat bij voorkeur voor- zien van een inrichting die toelaat de standen van het inwendig gedeelte 2 ten opzichte van het uitwendig gedeelte 1 nauwkeurig in te stellen.
Tot dit doel is in deze uitvoeringsvorm het voornoemd lichaam 12 op de zijde die gericht is naar het lichaam 3 voor- zien van twee dwarse groeven, respektievelijk 15 en 16, terwijl in de achterwend von het lichaam 3eenverhevenheid of dergelijke is aangebracht.bijvoorbeeld een kogel 17, die, via een veer 18, steeds naar het lichaam 12 wordt gedrukt en waarbij deze veer steunt tegen een schroef 19 die tot dit doel in het lichaam 3 is aangebracht.
De voornoemde groeven 16 en 15 zijn zodanig aangebracht in het lichaam 12 dat, wanneer zij a@me@werken met de voornoemde verhevenheid of kogel 17, in een stand de voornoemde ruimte 14 totaal neplaatst is tussen de voornotnde wanden 4 en 7, terwijl in hat tweede gevl deze ruimt* totaal buiten deze wanden is goplaatst.
Het gebruik en de werking van zulk apparaat zijn heel eenvoudig en als volgt.
Het volstast inderdaad bv, een produkt, vloeistof, mengsel of dergelijke aan te brengen in de vocrnoende ruimte 14,
<Desc/Clms Page number 6>
zulk apparaat, in de stand zoals weergegeven in figuur 7, in dit produkt, vloeistof, mengsel of dergelijke te dompelen en vervolgens het lichaam 12 opwaarts te bewegen t.o.v. van het lichaam 3 om alzo te bekomen dat een bepaalde dosis van het produkt, vloeistof, mengsel of dergelijk wordt opgesloten in de ruimte 14.
Op deze wijze kan men zulk produkt of vloeistof, hetzij verplaatsen, hetzij tijdelijk bewaren, om haer vervolgens aan te brengen in een andere vloeistof, mengsel of dergelijke zonder dat het produkt of vloeistof in aanrakingkomt met de lucht, met lichaamsdelen of dergelijke.
Om het produkt, vloeistof of dergelijke dat in de kamer 14 is opgesloten alzo vrij te maken zal het volstaan het apparaat in een produkt, vloeistof of dergelijke te dompelen en ver- volgens via het bovendeel van het lichaam 12 het inwendig deel 2 terug omlaag te verplaatsen t.o.v, het uitwendig deel 1, zodat het produkt, vloeistof of dergelijke wordt vrijgelaten in het ander produkt of vloeistof.
Het is vanzelfsprekend dat het voornoemd verbreed ge- deelte 13 zeer nauwkeurig moet passen tussen de delen 4 en 7 teneinde een werkelijke afdichting te bekomen van het deel 13 t.o.v. de wanden 4 tot 7 en alzo het opgenomen produkt of vloeistof hermetisch in te sluiten.
Zulk apparaat kan, afhankelijk van de beoogde toepassing, respektievtlijk van het produkt, vloeistof, mengsel of dergelijke, dat men ermede wil behandelen, in allerlei materialen worden verwezenlijkt.
Inderdaad zal deze afdichting o.a. afhankelijk zijn niet alleen van de gebruikte Materialen en de massa van de elementen 13 t.o.v. de massa van de wanden 9 tot 7,doch ook zal men ermes rekanlne dienen te houden dat in het geval van bepaalde vloeistoffen, bv. vloeistoffen die een zekere warmte-
<Desc/Clms Page number 7>
graad bezitten, het apparaat kan gedicht worden door de uit- zetting, respektievelijk krimp, van het apparaat wanneer dit uit zulke vloeistof is uitgehaald en waarbij deze uitzetting, respektievelijk krimp. kan opgeheven worden wanneer het in een andere vloeistof wordt gebracht die eenzelfde of een andere warmtegraad vertoont.
Het is vanzelfsprekend dat de vorm en de afmetingen van zulk apparaat zullen aangepast worden aan de vereisten, o.a. aan het te behanaelen produktcf vloeistof zelf, de recipiën- ten waaruit, respektievelijk waarin, zulk produkt, vloeistof, mengsels of dergelijke moeten gehaald, respektievelijk aange- bracht worden en de hoeveelheid produkt of vloeistof, die n.oet opgenomen, respektievelijk vrijgemaakt worden.
Het is vanzelfsprekend dat zulk apparaat eveneens kan uitgevoerd worden met twee of meer kamers zoals in de figuren 1 tot 7 schematisch is weergegeven door de bijkomende wand W die de kamer 14 verdeelt in twee kamers 20 en 21. Zulke uitvoering met twee kamers is eveneens weergegeven in figuur 9. Deze twee of meerdere kamers kunnen gelijke of verschillende inhouden vertonen.
Men bekomt hierdoor dat in zulk apparaat hetzij de ver- schillende kamers met eenzelfde, hetzij met verschillende produkten, vloeistoffen, mengsels of dergelijke kunnen gevuld worden, zodat het aanbrengen van dit produkt, vloeistof, mengsel of dergelijke in één of meer andere vloeistoffen of mengsels, kan geschieden hetzij progressief, hetzij tegelijkertijd.
Het is vanzelfsprekend dat in het geval waar meerdere kamers worden voorzien, er voor iedere bijkomende kamer een bij- komende gleuf zal aangebracht worden in het voorncemd lichaam 12.
Zoal* man o.a. bemerkt in figuur 9, is in zulke uitveringsvorm met twee kamers, tussen de gleuven of groeven 15 en 16, een bij- komende groef 22 aangebracht, teneinde te bekomen dat wanneer
<Desc/Clms Page number 8>
de verhevenheid of kogel 17 aamenwerkt met de groef 22, de scheidingswand 23 zich juiet tegenover het vrij uiteinde bevindt van het voornoemd verbreed gedeelte 3 en alzo de bovenste kamer 20 nog afsluit terwijl de onderste kamer 21 kan geledigd worden.
In figuur 10 is let onderste gedeelte weergegeven van figuur 8 doch voor een uitvoaring waarbij de kamers 20 en 21 worden afgeboord door wanden, respektievelijk 24, 25 en 26, die vanaf het midden van de voornoemde kamer naar de zijde progressief verminderen teneinde alzo in sonmige gevallen een betere afdichting te bekomen van de ruimten 20 en 21.
Inderdaad kan men in bepaalde gevallen minstens het inwendig element 2 geheel of gedeeltelijk vorwezenlijken in een min of meer veerkrachtig materiaal, waardoor een doorlopende afdichting van de gevormde ruimten kan worden bekomen zonder dat zulke afdichting bv. zou afhankelijk zijn van de itzettings- coëfficiënten van de samenwerkende delen.
In de figuren 11 en 12 zijn twee uitvoeringsvormen weergegeven van de voornoemde ruimten 20 en 21 die in een deel @@ zijn aangebracht, waarbij, teneinde deze ruimten opeenvolgend te kunnen ledigen, bijzondere schikkingen zijn voorzien. In het geval van figuur 11 is de ruimte 21 L-vormig verwezenlijkt, terwijl de ruimte 20 boven het horizontaal been van deze L-vorm is geplaatst.
Met hetzelfde doel zijn, in figuur 12, ter plaatse van de ruimte 20, de voornoemde wanden 4 en 7 onderwaarts verlengd door een lip 27.
De werking van deze apparaten is dezelfde zoals vooraf- gaand beschreven.
In de figuren 13 tot 15 is een uitvoeringsvorm weerge- geven waarbij het inwendig deel 2 gevormd wordt door een stang 28 die naar onder voorzien is van twee cilindrische schijven,
<Desc/Clms Page number 9>
respektievelijk 29 en 30, met welbepaalde diameter. Deze schijven werken ale een zuiger in een cilinder 31 die ver- bonden is met een huis 32 dat is aangebracht rond de voornoemde stang 28. Het bover@iteinde van het huis 32 is voorzien van een verbrede rand 33 die steun biedt aan het uitwendig deel 1.
De werking van dit apparaat is identiek zoals beschreven voor het apparaat door de figuren 1 tot 7 afgebeeld, doch ten- einde het ledigen te vergemakkelijken is in dit geval in de stang 28 een langse groef 34 aangebracht die bij het ledigen lucht toevoert in de ruimte 20. Dit apparaat kan dus vanzelf- sprekend slechts gebruikt worden wanneer in de ruimte 20 een produkt, vloeistof, mengsel of dergelijke wordt aangebracht die met de lucht in aanraking mag blijven.
In de figuren 16 tot 19 is een apparaat weergegeven waarbij het vullen en het ledigen geschieden door verdraaien @an het inwendig deel ten opzichte van het uitwendig deel.
In dit geval is het uitwendig deel 1 gevormd door een lichaam 35 dat naarhet t>ovenuiteinde voorzien is van een greep 36 en dat naar het onderuiteinde voorzien is van een verbreed cilindrisch gedeelte 37. In dit gedeelte 37 is een afsluitschuif 38 aangebracht die verbonden is met een stang 39 die, buiten het uitwendig deel 1, voorzien is van een dwarsstang 40.
Op de voornoemde schuif 38 zijn, tussen de bovenwand ervan en het onder-vlak 41 van het cilindrisch gedeelte 37, scheidingswanden voorzien, respektievelijk 42-43 en 44, terwijl in de zijwand van het cilindrisch gedeelte 37 een doorgang 45 is aangebracht.
Men bekomt op deze wijze eveneens twee of meer kamers, in dit geval 20 en 21, die totaal zijn afgesloten, waarbij het vullen, respektievelijk ledigen, van het apparaat eenvoudig ge- schiedt door verdraaien van de stang 39 via de stang 40 teneinde alzo, hetzij kamer 20, hetzij kamer 21, in verbinding te brengen
<Desc/Clms Page number 10>
mot de opening 45.
In de figuren 20 tot 22 is een apparaat weergegeven dat bijvoorbeeld kan gebruikt worden om aangebracht te worden in recipiënten met relatief enge opening waarbij dit apparaat hoofdzakelijk gevormd wordt door een cilindrisch huis 46 waarin een op- en neerschuifbaar binnendeel 2 is aangebracht dat in dit geval gevormd wordt door zuigers, respectievelijk 47 en 48, die met elkaar verbonden zijn door een stang 49 met relatief kleine diameter, en waarbij de zuiger 48 versonden is met een stang 50 die buiten hetlichaam treedt. Het is vanzelfsprekend dat op de stang 48 naar gelang de eisen die aan het apparaat worden gesteld meerdere zuigers kunnen aangebracht worden ten- einde meerdere kamers te vormen.
De werking is steeds dezelfde zoals hierdoor beschreven.
In de figuren 23 tot 26 ie nog een apparaat weergegeven dat zeer voordelig kan aangewend worden om producten of vloeistoffen uit, respektiavelijk in, recipiënten te halen, respektievelijk te brengen, die voorzien ziin van een enge opening.
In dit geval is dit apparaat gevormd door een cilindrisch huis 51 dat inwendig naar het onderuiteinde voorzien is van een kraag 52, waarbij deze kraap op een welbevaalde plaats voorzien is van een doorgang 53. In dit cilindrisch lichaam is, naar het onderuiteinde, schuifbaar een huls 54 aangebracht die naar haar bovenuiteinde voorzien is van een omtrekskraag 55 die kan samen- werken met de voornoemde inwendige kraag 52 van het deel 51, en waarbij deze huls voorzien is van een zijwaarts gerichte opening 56.
In het cilindrisch huis 51 is tenslotte een zuiger 57 aangebracht die voorzien is van een stang 58 die kan beïnvloed worden door de bedienaar van het apparaat.
In dit geval zal, door verplaatsen van de zuiger 57,
<Desc/Clms Page number 11>
het produkt of vloeistof die zich in de kamer 14 bevindt op de huls 54 drukken en deze laatste omlaag bewegen om de opening 56 onder het onderste vrij uiteinde van de cilindrische buis 51 te brengen en alzo het produkt of vloeistof te kunnen laten wegvloeien. Omgekeerd zal, wanneer de zuiger 58 wordt omhoog bewogen, het produkt of vloeistof via de opening 56 worden aangezogen om bij verder bewegen van de zuiger 57, wanneer de ruimte 14 is gevuld, de huls 54 zelf opwaarts te zuigen en alzo het apparaat te dichten.
In de figuren 27 tot 29 is nog een andere uitvoerings- vorm weergegeven van een apparaat volgens de uitvinding. In dit geval is het apparaat nagenoeg verwezenlijkt zoals beschreven aan de hand van de figuren 1 tot 8, doch met dit verschil dat de opening 14 aan één zijde van het binnendeel 2 gesloten is door een wand 59 en dat de voornoemde afsluitwand 7 is weggelaten en vervangen is door lippen, respektievelijk 60 en 61, die aandrukken tegen de voornoemde wand 59, teneinde alzo een goede afdichting van het apparaat te bekomen.
Uiteindelijk zijn in de figuren 30 tot 37 nog twee andere uitvoeringsvormen beschreven van het apparaat volgens de uitvinding, waarbij in deze gevallen het inwendig deel 2 van het apparaat steeds gevormd wordt door een lepelvormig lichaam 62, terwijl het uitwendig deel 1 zodanigis uitgevoerd, bijvoorbeeld door het voorzien van een geleiding 63, dat de lepel 62 steeds wordt aangedrukt tegen het lichaam 64 van het deel 1.
De steel 65 kan iedere geschikte lengte vertonen.
In al de hiervoor beschreven uitvoeringsvormen is de werking van het apparaat nagenoeg dezelfde.
Het is vanzelfsprekend dat in al deze uitvocringsvormen inrichtingen kunnen voorzien worden die toelaten het apparaat in een bepaalde stand te blokkeren.
<Desc/Clms Page number 12>
De huidige uitvinding is vanzelfsprekend geenszins beperkt tot de hiervoor beschreven en in de bijgaande tekeningen weergegeven uitvoeringen, doch zulk apparaat kan in allerlei vormen en afmetingen worden verwezenlijkt zonder buiten het kader der uitvinding te treden.
EISEN. l.- Apparaat voor het overbrengen van een produkt, vloeistof of dergelijke in een andere vloeistof, met het kenmerk dat het hoofdzakelijk bestaat in de kombiratie van een uitwendig en een inwendig element, waarbij één van deze elementen aan één uiteinde minstens één ruimte vertoont waarvan de inhoud overeenstemt met de dosis te behandelen produkt of vloeisotf.
2. - Apparaat volgens eis 1, met het kenmerk dat één der voornoemde elementen voorzien is van middelen die in één of meer standen ervan samenwerken met het tweede element teneinde de beide elementen t.o.v. elkaar te blokkeren.
EMI12.1
3.- ApDaraat volgens e iren 1 en 2 , met het kereuerk det de elementen in de lengterichtinR verschuifbaar zijn t.d.v. elkaar.
4.- Apparaat volgens eisen 1 en 2, mat het keitmerk dat de elementen verdraaibaar zijn t.o.v. elkaar.
5.- Apparaat volgens één of meer der eisen 1 tot 3,
EMI12.2
met het kenmerk dat het inwendig element aan 66n ti"'.lnde als schuif is uitgevoerd en aldaar voorzien f8 van .inot8 eén ruimte cf kamer die d%er* tlmihoten dit clomyat la Meebracht, waarbij het uitwendig elemnt aAn hetzelfda uiteind voortien is van een huis waarin de VOVi4<*de schuif stiver otst . **WAARSCHUWING** Einde van DESC veld kan begin van CLMS veld bevatten **.