BE683053A - - Google Patents

Info

Publication number
BE683053A
BE683053A BE683053DA BE683053A BE 683053 A BE683053 A BE 683053A BE 683053D A BE683053D A BE 683053DA BE 683053 A BE683053 A BE 683053A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
recording
information according
reproducing information
heat
layer
Prior art date
Application number
Other languages
English (en)
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed filed Critical
Publication of BE683053A publication Critical patent/BE683053A/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B41PRINTING; LINING MACHINES; TYPEWRITERS; STAMPS
    • B41MPRINTING, DUPLICATING, MARKING, OR COPYING PROCESSES; COLOUR PRINTING
    • B41M5/00Duplicating or marking methods; Sheet materials for use therein
    • B41M5/26Thermography ; Marking by high energetic means, e.g. laser otherwise than by burning, and characterised by the material used
    • B41M5/36Thermography ; Marking by high energetic means, e.g. laser otherwise than by burning, and characterised by the material used using a polymeric layer, which may be particulate and which is deformed or structurally changed with modification of its' properties, e.g. of its' optical hydrophobic-hydrophilic, solubility or permeability properties

Landscapes

  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Optics & Photonics (AREA)
  • Thermal Transfer Or Thermal Recording In General (AREA)

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



   "WERKWIJZE VOOR HET   REGISTREREN   EN   REPRODUCEREN   VAN   INFORMATIE"   
Onderhavige uitvinding heeft betrekking op een thermogra- fisoh opnamesysteem gebaseerd op het onoplosbaar maken van een thermografisch materiaal door de inwerking van warmte, alsook op de vervaardiging van   etsbeelden   door middel van thermografische   registreermaterialen,   welke een stof of samenstelling bevatten met de eigenschap op de bedoelde wijze onoplosbaar te kunnen wor- den gemaakt. 



   Men heeft een nieuwe werkwijze voor het registreren, res- pektievelijk reproduceren van informatie gevonden, met het kenmerk dat een geschikt registreermateriaal   beeldagewijze   of informatie- gewijze blootgesteld wordt aan elektromagnetische straling, welk materiaal ten minste één registreerlaag bevat die al dan niet aangebracht is op een drager, dit wil zeggen een laag op een drager of een vel of zelfdragende laag, welke laag een samenstel- ling bevat die onder de inwerking van warmte onoplosbaar of althans minder oplosbaar wordt in water of een waterig vloeibaar systeem, waarin ze oorspronkelijk oplosbaar is, en die ten minste 

 <Desc/Clms Page number 2> 

   een   polymeer bevat dat op die wijze onoplosbair kan worden ge- maakt en dat in thermisch kontakt staat met één of meer stoffen,

   die de gebruikte   elektromagnetisohe   straling absorberen in ten minste een gedeelte van haar speotrum en de aldus opgeslorpte stralingsenergie ten minste gedeeltelijk omzetten in warmte, wanrbij de   --noemde     blootstelling   aan elektromagnetische straling van korte duur is en geschiedt met een zodanig gekozen   intensi-'   teit, dat het te   reproduceren   origineel of de te registreren in- formatie in de warmtegevoelige laag wordt opgenomen in de vorm van een geheel van beeldsgewijze of   informatiegewijze   oplosbare en onoplosbare delen. 



   De hier gebruikte uitdrukking "waterig vloeibaar systeem" heeft betrekking op een   mengsel   van water en een met water meng- baar organisch oplosmiddel, zoals ethanol en dergelijke, of een waterige oplossing van een in water oplosbare, in ionen splite- bare verbinding, zoals een base, zuur of zout. 



   Voorts betekent de hier gebruikte uitdrukking "beeldage- wijze of   informatiegewijze   blootstelling aan de inwerking van elektromagnetische straling" dat deze blootstelling, (dit wil zeggen belichting) progressief of simultaan geschiedt, dit wil zeggen progressief zoals bij de geleidelijke opname van akoes- tische informatie op een geluidsband,   of   simultaan, zoals bij het kopiëren van een origineel (bijvoorbeeld een gedrukte tekst of een transparant fotografisch   zilverbeeld)   met   gereflekteerd   of met doorvallend licht.

   Bijvoorbeeld in het geval dat de te registreren informatie bestaat in de vorm van een geschreven of gedrukte tekst, wordt de informatie vastgelegd in het regia- treermateriaal in de vorm van een differentiatie in oplosbaar- heid in water of in   ren   waterig vloeibaar systeem. 



   De kortstondige straling met hoge   intensiteit   geschiedt hij voorkeur door middel van elektromagnetische straling, waar- van het   @olflengtengebied   in hoofdzaak boven 390 nm gelegen is. 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 



   Een van de verschillen tussen het registreersyteem vol- gens de uitvinding en de gebruikelijke systemen berustend op het onoplosbaar maken van een   lichtgevoelig   registreermateriaal door   bestraling   met licht, bestaat hierin, dat het warmtegevoelige bestanddeel, dit wil zeggen het polymeer of de polymere samen- stelling, dat onoplosbaar wordt gemaakt volgens de werkwijze van onderhavige uitvinding, niet lichtgevoelig is, wat het gebruik van chemische sensibilisatoren en/of foto-induotoren   respektie-   velijk voor het versnellen en het induceren van de   polymeriaatie-     reaktie   overbodig maakt. 



   De belichtingsenergie en het gehalte van het   registreer-   materiaal aan warmtegevoelige stoffen volgens de uitvinding wor- den zodanig geregeld dat het opgenomen beeld bestaat uit delen   diesterk   genoeg van elkaar verschillen in onoplosbaarheid. 



   Na aldus het grondprincipe van de   werkwijze   volgens de uitvinding te hebben uiteengezet, wordt onderstaand nadere aan- dacht besteed aan de samenstelling en opbouw vun de   vorens   de uitvinding bij voorkeur gebruikte warmtegevoelige materialen, alsook aan de meest geschikte werkwijzen voor de beeldsgewijze of informatiegewijze belichting van deze materialen. 



   Het volgens de werkwijze van onderhavige uitvinding ge- bruikte warmtegevoelige materiaal bevat bij voorkeur ten minste één registreerlaag aangebracht op een drager of in de vorm van een vel, welke registreerlaag bij voorkeur voor ten minste 80 %   (gewiohtsprocent)   bestaat uit een   samenstelling   of stof die on- oplosbaar wordt door verwarming tussen 50 en 250 C. De bij do belichting gebruikte elektromagnetische straling   bestaat   bij voorkeur   hoofdzakelijk   uit zichtbaar licht (teil minste 70%) en de   beliohtingeduur   ie bij voorkeur niet langer dan 0,1 seconde, en wel bij voorkeur niet langer dan 0,01 seconde. 



   Polymere systemen die geschikt   zijn   voor de   werkwijze   vol- gens onderhavige uitvinding, dit wil zegren die onoplosbaar kun- 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 nen worden gemaak door de inwerking van warmte, zijn bijvoor- 
 EMI4.1 
 beeld niet-lichtg '.'oelige, in water oplosbare thermohardende har- een, waarvan de   moiekulen   snel chemisch met elkaar worden ver- knoopt tdt een onoplosbaar netwerk bij verwarming boven hun reak-   tietemperatuur.     Typische   voorbeelden daarvan zijn polyacrylamide en oopolymeren ervan, waaronder een copolymeer van acrylamide en 
 EMI4.2 
 natriumacrylaat, lJuly(N-methylol-aorjiJamide), poly(1,2-dhydro- 2,2,4-trimathy.ohinolina) en in water oplosbare precondensatiepro- dukten, zoals mel!ine-aldehyde-har8en en ureum-aldehyde-haraen,

   waaronder bijvoorbeeld   ureum-formaldehyde-hars.   



   Voorts komen voor de werkwijze volgens de uitvinding ook polymeren in aanmerking die door verwarming onoplosbaar worden in water of waterig vloeibaar systeem door afsplitsing van water of   ammoniak,   of die een andere chemische of fysische verandering ondergaan ten gevolge waarvan ze onoplosbaar worden.

   Dat zijn bijvoorbeeld zetmeel, waaronder maniokzetmeel,   zetmeelfosfaat,     abiotinezuur,   colofonium, esters van alginezuur, in water oplos- bare zouten van alginezuur (bijvoorbeeld amine-alginaat en natriumalginaat), hydroxypropylzetmeel, carboxymethylethera van 
 EMI4.3 
 amylose en amylopektine, saccharose-stearaat, cellulosesulfaat, ethylhydroxyethylcellulose, natriumcarboxymethylcellulose, natrium-carboxymethylzetmeel, natriumathylcalluloseftalaat,   polyvinylpyrrolidon,   copolymeren van vinylmethylether en   maletne-   zuuranhydride, en copolymeren van vinylmethylether en   malelne-   zuur-halfamide. 
 EMI4.4 
 



  In geval men een monomeer verknopingaagens gebruikt voor de reaktis waardoor het polymeer of de samenstelling onoplosbaar wordt gemaakt, verdient het aanbeveling dit agens te laten ont- 
 EMI4.5 
 atüRit j n het ree18treertnateriaal zelf ti jdens de opname door boeJ.dgew1jze blootstelling aan de inwerking van licht en/of   warmte  Men kan aldus bijvoorbeeld gebruik maken van verbindin- gen die een   verknopirigaageno,   zoals formaldehyde en dergelijke, 
 EMI4.6 
 afgevez. M j verwarming. 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 



   Het is volgens eenbepaalde   uitvoeringswijze   van de werk- wijze der uitvinding mogelijk een registreermateriaal te gebrui- ken waarin het verknopingsagens, de katalysator of de verbinding waaruit de katalysator wordt gevormd   enerzijds,   en het verknoop- bare polymeer of de   verknoopbare   polymere samenstelling ander-   zijds   in verschillende lagen worden gebruikt,Dit systeem biedt het voordeel dat het   thermografisohe   materiaal beter houdbaar is, vooral als de twee lagen gescheiden zijn door een tussenlaag, die echter bij verwarmen het vermengen door diffusie niet kan verhinderen van het verknopingsagens   en/of   de katalysator met het   netvormig   te   verknopen   polymeer. 



   De belichting van het warmtegevoelig materiaal dat de lichtabsorberende stoffen bevat, die de opgeslorpte stralings- energie omzetten in warmte, geschiedt bij voorkeur met een lioht- bron die een zeer intense straling,   hoofdzakelijk     bestaande   uit zichtbaar licht, in zeer korte tijd (niet langer dan 0,1 seconde) uitzendt. Een dergelijke liohtbron is bijvoorbeeld een flitslamp. 



  Dergelijke lampen zenden ook infrarood en ultraviolet uit, maar in een verhouding die niet groter is dan 30% van de totale   uitgestraalde   energie. 



   Bij toepassing van de werkwijze volgens de uitvinding ver- krijgt men uitstekende resultaten met een xenon-ontladingslamp. die een energie van   200 k   2000   watt.sea.   in   0,0001   à 0,01 sec uitstraalt. 



   Bij een voorkeuropstelling gebruikt men een ontladings- lamp in de vorm van een smalle buie, gemonteerd in een holle gla- zen cilinder, waardoor het mogelijk is het om de   oilinder   gewik- kelde registreermateriaal zeer gelijkmatig te belichten. Nadere gegevens aangaande dergelijke ontladingslampen zijn te vinden in het Belgische   octrooisohrift   nr. 664. 868 en in de Belgische ootrooiaanvrag P.V. 45650 voor : "Thermografische kopieerwerk- wijze" ingediend te Antwerpen op 17 mei 1966.

   De bedoelde 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 ontladingelampen hebben een zeer hoge   lichtsterkte,   vooral in het zichtbare spectrum 
Men kan verscheidene flitslampen gebruiken die   gelijktijdig   worden   ingesohakeld,   of ook één flitslamp die onderbroken wordt   ingeschakeld   volgens een   bepaald   tijdsohema ten einde een goed opname te   verkrijgen.   Men kan bovendien gebruik maken van reflektoren en andere optische middelen om de   belich-   ting zo   gelijkvormig   mogelijk te maken. 



   Men kan natuurlijk ook lampen gebruiken die veel zwakker zijn dan de bovenvermelde,   mits   het uitgezonden licht te concen- treren op een   betrekkelijk   kleine warmtegevoelige plek,   bijvoor-   beeld door een laserbundel te gebruiken of door progressief en/ of intermitterend te belichten.

   Met andere woorden, het warmte- gevoelige materiaal met zijn   lichtabaorberende   bestanddelen die de opgeslorpte lichtenergie omzetten in warmte, kan worden be- licht door   aftaating,   bijvoorbeeld door middel van een zeer lichtsterke, beeldsgewijs gemoduleerde lichtvlek, of ook   progres-   sief doorheen een spleet waarop het licht, uitgezonden bijvoor- beeld door een   buisvormige   lichtbron, wordt   geconcentreerd,   
Het is duidelijk dat het warmtegevoelige materiaal volgens de uitvinding voor of tijdens de   beeldsgewijze   verwarming gelijk- matig kan worden   verwarmd   op een temperatuur onder die waarbij de warmtegevoelige bestanddelen praktisch onoplosbaar worden ge- maakt. 



   Fijnverdeelde   liohtabaorberende   stoffen, die de   opgeelopp.   te ziohtbare en infrarode stralingsenergie omzetten in warmte en in aanmerking komen als bestanddelen voor het   thermografische     regiatreeraateriaal   volgens de uitvinding, zijn bijvoorbeeld koolzwart, grafiet, oxiden en   sulfiden   van zware metalen,in fijn- verdeelde toestand zoals zilver, bismut, lood, ijzer, kobalt, nikkel en dergelijke. Het gebruik van roet als lichtabsorberend   bestanddeel   in thermisch kontakt met de onoplosbaar te maken bestanddelen van het bedoelde thermografische materiaal verdient 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 
 EMI7.1 
 de voorkeur. 



  Het gehalte van de warmtegevoelige registreerlaag qan der- gelijke fijnverdeelde lichtabsorberende stoffen of pigmenten be- 
 EMI7.2 
 draagt bijvoorbeeld 0,01 k 1 %, bij voorkeur 0,1 a 0,5 % (gewichtsprocent). Zwarte of donkerkleurige pigmenten verdienen de voorkeur. De optische dichtheid van de l1chtabaorberende cpnxme- laag bedraagt vooral in het geval van reflexbeliohtlnc hfj voor- keur 0, 20 z, 1,00 en kan zelfa groter zijn dan 1,00 in het  rvui 
 EMI7.3 
 van direkte belichting. 
 EMI7.4 
 



  De warmtegevoelige registreerlaag kan voorte weele"akere voor haar polymere bestanddelen bevatten. veBoh1kte ve knukera 
 EMI7.5 
 zijn bijvoorbeeld glycerol, sorbitol en polyglycolen, aleook de 
 EMI7.6 
 esters van deze verbindingen, zoals g3yoeryLjionoluuraat, poly- athylaeng.ycol-diaiearaat en andere. 



  De dikte van de reg1streerlaag liangt af van het doel -,vaar. voor het opnamemateriaal bestemd ie* Ia dit doel bijvoorbeeld de vervaardiging van een reliïfboeldl dan hangt de dikte van de opnamelaag af van de aard van de te maken matrije (plunogrnf1- aohe plaat, diepdrukplaat of boekdrukplau.t). De dikte van de he- doelde laag varieert meestal van ongeveer 0#C#01 tot 7 mir.

   De lagen met een dikte van ongeveer 0,bl tot Q,70 m:n zijn mee4tal bestemd voor rasterwerk (bijvoorbeeld raaterbeelden), terwijl de lagen met een dikte van ongeveer Q,25 tot 1,50 mx meestal dienen voor de vervaardiging van boek4rukpluten. la het oppervlak van do bedoelde opnkmelung loto klevorie, bijvoorbeeld ingeval deze bestaat uit een hoop'v1Bkeue tL,'!.fI:W tI" 1- ling vain netvormig verknoopbare storen, da bestaat de 1:.01.1'11 j j'.- heid de regietreerlaag na belichting te ontwlklen door middel van een fijn poeder, dat plakt aun het oppervlak van de 1;In:>t3an der regli3trf-erlaag die geen waZ'Jlte-1nwerk1n,.. hebben andezyu4r. 



  Is een dergelijke klevei-igheid van de re81tftreerl{tfJg 9sywrnat, dan verdient het aanbeveling sommige p1,n.ntn, zoals zinkoxide 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 en dergelijke, toe te voegen aan de   la@g.   



   Het dragermateriaal voor de   onoplosbaar   te maken laag volgens de uitvinding kan gelijk welk natuurlijk of synthetisch produkt zijn, dat verwerkbaar is in de vorm van weefsel, film of vel. Het is soepel of stijf en al dan niet terugkaatsend voor de bij de belichting gebruikte straling.

   Men geeft gewoon- lijk de voorkeur aan een metalen drager bij de vervaardiging van drukelementen, wat niet wegneemt dat ook vellen van   geschik-   te kunstharsen en synthetische polymeren in aanmerking komen als dragermaterialen voor de betrokken lagen, als het erop aan- komt het gewicht zo laag mogelijk te houden.   Drukelementen   voor rotatiepersen kunnen worden gemaakt uitgaande van een cilinder- vormige dragerplaat bekleed met een hardbare laag volgens de uitvinding, die wordt belicht bijvoorbeeld met infrarood licht rechtstreeks door een origineel, aangebracht om het   cilinder-   vormige registreermateriaal, De drager voor de laag volgens de uitvinding kan ook een   rastermateriaal   zijn, dat bekleed is met een laagje van een warmtegevoelige, verknoopbare samenstelling. 



  Als rastermateriaal komen vooral Japans papier (Yoshino-papier),   nylonweefsels   met een maaswijdte van 0,2 à 0,8 mm en bronsgaas in aanmerking. Het rastermaterisal, gedrenkt of bekleed met de verknoopbare samenstelling, vormt een blanoo materiaal dat klaar is om als zeefdrukmatrijs of als stencil gebruikt te worden. 



   Door wegwassen van de niet verknoopte en   dus   oplosbaar gebleven delen van de bedoelde   warmtegevoelige   laag, verkrijgt men een gebruiksklaar rasterelement. 



   De registreerlaag met de   verknoopbare   bestanddelen vol- gens de uitvinding kan   morden     aangebracht   op een drager door er een oplossing of dispersie volgens een bekende giettechnick op aan te brengenEen vloeibaar,   verknoopbaar   systeem kan eveneens in vloeibare toestand zonder vloeibaar medium   nooh     oplosmiddel,   bijvoorbeeld door   extrusie,   worden opgedragen. 



   Heeft de betrokken samenstelling voldoende filmvormende 

 <Desc/Clms Page number 9> 

 eigenschappen, dan kan ze worden gegoten of   geëxtrudeerd op   een speciale trommel of band met het oog op de vorming van een vel. 



  Dit vel kan dan eventueel nadien worden aangebracht op een per- manente drager. 



   De belichting van het materiaal volgens de uitvinding is een direkte belichting of een reflexbeliohting. Tijdens de re-   flexbeliohting   bevindt zich het materiaal tussen de lichtbron en het origineel. Dit laatste kan een al dan niet transparant ele- ment zijn met een beeld bestaande uit delen die licht absorbe- ren en andere delen die licht terugkaatsen. 



   Om zeer scherpe beelden te verkrijgen geeft men de voor- keur aan een   belichtingstechniek   waarbij de warmtegevoelige re- gistreerlaag in contact is met de beelddelen van het origineel. 



  Het door de beelddelen van het origineel geabsorbeerde licht oefent geen merkbare invloed uit op het registreermateriaal we- gens de zeer korte belichtingstijd (bij voorkeur korter dan   0,01   seconde). Deze korte belichtingstijd voorkomt immers een al te sterke opstapeling van warmte in de bedoelde delen van het origi- neel en derhalve het onoplosbaar worden van de onderliggende de- len der warmtegevoelige laag ten gevolge van de diffusie van die warmte. Alleen een lokale voldoend sterke verwarming van de re- gistreerlaag als gevolg van het innige thermische kontakt tussen de onoplosbaar te maken beelddelen in de laag enerzijds en de fijnverdeelde lichtabsorberende bestanddelen, die de opgeslorpte stralingsenergie omzetten in warmte, anderzijds, is in staat de gewenste onoplosbaarheid van het betrokken materiaal tot stand te brengen. 



   De doelmatigheid van de belichting met elektromagnetische straling hant eveneens af van de sterkte van deze straling. tien kan de afstand tussen de lichtbron en het registreermateriaal vergroten naarmate de   belichtingsenergie   groter wordt. 



   Volgens een andere   uitvoeringsvorm   wordt het registreer- 

 <Desc/Clms Page number 10> 

 materiaal volgens de uitvinding tijdens de belichting met zijn rugzijde (drager) aangedrukt tegen het origineel. Het is duide- lijk dat de drager voldoende   transparant   moet zijn als de   belioh-   ting erdoorheen gesohiedt. 



   Het registreermateriaal dat aldus na de beliohting een uit oplosbare en onoplosbare delen bestaand beeld draagt komt in aan- merking voor alle technieken waarbij   reli#fbeelden   of etsreser- vebeelden te pas komen. In deze technieken worden de oplosbaar gebleven delen van het beeldsgewijs belichte   regiatreermateriaal   verwijderd door oplossing in water of een geschikt waterig vloei- stofmengsel, dat natuurlijk zeer zorgvuldig moet worden gekozen, daar het een goede oplossende werking moet uitoefenen op de onbe- lichte delen van de warmtegevoelige laag en ook op het drager- materiaal waarop deze laag aangebracht is geweest.

   Het aldus met water of een andere geschikte vloeistof behandelde materiaal kan, naar gelang van het beoogde doel, worden gebruikt als re- serve bij het etsen van een   reli#fdrukplaat   of ook voor het ma- ken van een   drukplaat.met   bevochtigbare en waterafstotende delen, bijvoorbeeld voor lithografie.   Speciale   toepassingen van het materiaal volgens de uitvinding zijn bijvoorbeeld de vervaardi- ging van sierplaten,   sjablonen   voor automatische graveermachinea, matrijzen voor knop- en stampwerk, braille-reliëfkaarten en het gebruik als etereserves voor het maken van gedrukte of   geëiste     schakelingen.   



   Na wegwassen van de delen die de inwerking van de warmte niet hebben ondergaan, kunnen de polymere delen, die onoplosbaar gemaakt zijn door   beeldsgewijze   verwarming, extra worden gehard volgens de een of andere bekende   hardingsmethode.   Het doel daar- van is de machanische sterkte van het onoplosbaar gemaakte polymeer zoveel mogelijk te verbeteren. Het is duidelijk dat een derge- lijke extra harding vaak gewenst is als het materiaal met zijn onoplosbaar gemaakte delen bestemd is om bijvoorbeeld als een drukplaat te worden gebruikt. 

 <Desc/Clms Page number 11> 

 



   Een modulatie in ooheaievermogen van het opnamemateriaal, speciaal in natte toestand, kan worden te pas gebraoht in een overdraohtswerkwijze, waarbij de weke en nog in water zwelbare of oplosbare delen van de registreerlaag overgebracht worden op een   ontvangstmateriaal,   met het gevolg dat op dit laatste mate- riaal een afdruk of reliëfbeeld overeenkomstig de niet door de warmte beïnvloede delen van het regiscreermateriaal tot stand komt. 



   Len modulatie in doorlatendheid voor vloeistoffen, die bijna altijd samenhangt met een verschil in   oploabaarheid   tussen de verschillende beelddelen, komt in aanmerking om te worden toegepast in technieken waarbij stoffen (bijvoorbeeld stoffen die het registreermateriaal kunnen kleuren   of   bleken)   selektief '   in het registreermateriaal worden   geabsorbeerd.   (Meer details over technieken kunnen gevonden worden bijvoorbeeld in het Belgisch   ootrooischrift   nr.   656.713)   ,      
Twee mogelijke belichtingswijzen volgens de reflexmetho- de worden door bijgaande figuren 1 en 2 voorgesteld. 



   In de opstelling volgens de schematische voorstelling van figuur 1 gebruikt men een   xenon-ontladinslamp   22 voor het afdrukken van een lijnorigineel 24 met lichtabsorberende letters 27 aan weerszijden van een lichtreflecterende drager 25 op een warmtegevoelig materiaal 28, bestaande uit een   transparante   drager 29 en een warmtegevoelige laag 31, waarin lichtabsorbe-   ,   rende deeltjes 32 verwerkt zijn. 



   Een andere reflectografische belichtingswijze wordt voor- gesteld door figuur 2. De drager 29 van het warmtegevoelige materiaal 28 staat hier rechtstreeks in   oontuot   met de letters 
27 van het origineel.24. 



   Twee belichtingswijzen waarbij rechtstreeks door het cri-   gineel   wordt belicht, worden voorgesteld door figuren 3 en 4. 



   In de opstelling volgens figuur 3   gaan   de   lichtstralen   van de 

 <Desc/Clms Page number 12> 

 
 EMI12.1 
 gaeontxadingexamp 22 eerst door de transparante drager 26 van het origineel 23 alvorens ze de warmtegevoelige laag 31 van het thermografieohe materiaal 28 treffen. De drager 30 van dit ther- mografische materiaal kan in dit geval al dan niet transparant zijn. De lichtstralen kunnen daarentegen niet gaan door de delen van het origineel 23 met de lichtabsorberende letters 27. 



   In de opstelling volgens figuur 4 ligt de zijde van het 
 EMI12.2 
 origineel 23 met de lichtaboorbererde letters 27 aan de kant van de gaaontladingslamp 22. 



  Het is duidelijk dat, buiten de boven beschreven belioh- tLneswijzen, nog diverse andere geschikte beliohtin3swi j zan in aanmerking komen bij de toepassingen van de werkwijze volgens de uitvinding. Het is de taak van de vakman in ieder speciaal geval de meest gesohikte opstelling en belichtingswijze te kiezen. 



   Volgende voorbeelden illustreren de uitvinding. 



    Voorbeeld   1 
Een suspensie met onderstaande samenstelling wordt gegoten op een   gebaryteerd   papier naar rata van 1 liter/10 m2 : 
2,5 %'s waterige oplossing van poly(N-methylol- acrylamide) 400 om3 dispersie van koolzwart in water, bestaande uit 
53 g koolzwart, 23 cm3 water, 18 g glycol en 6 g   nonylfenylpolyethyleenoxide   per 100 g dispersie 1,5 g 
 EMI12.3 
 11 %ira eapozi.ne-oploseing in water 10 cm3. Het verkregen materiaal wordt gedroogd en vervolgen:! gedu- rende 0,008 sec belicht door een negatief met een elektronjt;ohe flitslamp (flux 1#03 watt.eco/cm2) volgens de opstelling ven figuur 3.

   Het materiaal wordt na belichting   gedurende   een Tien- tal   seconden     gewassen   in koud water. liet resultaat is een   4wart   positief. 

 <Desc/Clms Page number 13> 

 



  Voorbeeld 2 
Men herhaalt voorbeeld 1, met hetverschil dat men   liet  ma- teriaal na belichting en wegwassen van de onbelichte delen met water gebruikt als offset-plaat. Alleen de plaatsen waar de warmtegevoelige laag   weggewassen   is, nemen inkt aan. 



  Voorbeeld 3      
Een suspensie met onderstaande samenstelling wordt gego- 
 EMI13.1 
 ten op een met gelatine geeubstreerde oellulosetriaoetaat-film 
 EMI13.2 
 
<tb> 2,4 <SEP> %'s <SEP> waterige <SEP> oplossing <SEP> van <SEP> een <SEP> copolymeer
<tb> 
<tb> van <SEP> acrylamide <SEP> en <SEP> natriumaorylaat <SEP> (gewiohts-%'
<tb> 
<tb> 31,2/68,2) <SEP> 100 <SEP> cm3
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> dispersie <SEP> van <SEP> koolzwart <SEP> (zie <SEP> voorbeeld <SEP> 1) <SEP> 0,1 <SEP> g.
<tb> 
 



   Het aldus verkregen   thermografische   materiaal heeft na drogen een optische dichtheid van   0,70   (gemeten in doorvallend   lioht) .    
 EMI13.3 
 Dit materiaal wordt reflectografisoh belicht in contact met een origineel door middel van een elektronische flitslamp (flux 0,96 watt.sec/cm2) volgens de   optelling   van figuur 1. 



  Het wordt vervolgens bevochtigd met water van   4020   en aangedrukt tegen een vel gewoon   schrijfpapier.   Het resultaat na de verwij- 
 EMI13.4 
 dering van het thermograficohe materiaal van het papier 1e een positieve kopie van het origineel op het   schrijfpapier.   



    Voorbeeld 4    
Een mengsel met   onderstaande   samenstelling wordt 6 uur   fijngemalen in een kogelmolen ! :   
 EMI13.5 
 50 %IS oplossing van een methylpolyailoxaan-hara 
 EMI13.6 
 
<tb> in <SEP> een <SEP> mengsel <SEP> van <SEP> tolueen <SEP> en <SEP> methylethylketon
<tb> (l:1) <SEP> 25 <SEP> g
<tb> 
<tb> benzoylperoxide <SEP> 1 <SEP> g
<tb> koolzwart <SEP> 0,2 <SEP> g
<tb> 
 
 EMI13.7 
 metltylethylketon 25 om3# 
De aldus verkregen dispersie wordt gegoten op een   geaub-   streerde polyethyleentereftalaat-film. De dikte van de laag wordt 

 <Desc/Clms Page number 14> 

 zo geregeld dat het mate aal na drogen,een   optische     dichtheid   van   1,78   (gemeten in   do@vallend   licht) heeft.

   Het aldus   verkre-   gen   thermografische   materiaal wordt belicht volgens de werkwijze van figuur 3 en   vervol@ens   behandeld met een mengsel van methyl- 
 EMI14.1 
 ethylketon en water (%(1=everhouding 1,;5)J Het resultaat is een zwart positief bend. 



    Voorbeeld   
Een suspense met onderstaande samenstelling wordt gegoten 
 EMI14.2 
 op een geaubstree3Qe oelluloeetr1aoetaat-film : 
 EMI14.3 
 natrium-ell,yloelluloeeftalaat 1 g 
 EMI14.4 
 
<tb> ethanol <SEP> 80 <SEP> om3
<tb> 
<tb> water <SEP> 20 <SEP> om3
<tb> 
<tb> dispersie <SEP> van <SEP> koolzwart <SEP> in <SEP> water <SEP> (zie <SEP> voorbeeld <SEP> 1) <SEP> 0,2 <SEP> g.
<tb> 
 



   De dikte van de laag wordt   zo   geregeld dat het materiaal na drogen een optische diohtheid van 0,66 (gemeten in doorvallend licht) heeft. 
 EMI14.5 
 



  Het aldus verkregen thermografïeche materiaal wordt vol- gene de opstelling van figuur 1 met zijn warmtegevoelige zijde 
 EMI14.6 
 gelegd op een te kopiëren tekst en reflootografiech belicht met een zeer sterke elektronische flitslamp (flux 1,0 watt-eec/cm2). 



   De laag wordt na   belichting     gewrover.   met water om de onbe- lichte plaatsen te   verwijderen,   die   overeenkomen   met de   lettero   
 EMI14.7 
 van het origineel. Het resultaat ia een zwarte nogatietafdruk, Voorbeeld 6
Een   mengsel   met volgende   samenstelling   wordt gegoten op 
 EMI14.8 
 een geoubstreerde oellulosetriaoetaat-film 
 EMI14.9 
 poly(l,2-dihydro<2,2,4-trimej.ylohinoline) 5 g 
 EMI14.10 
 
<tb> ethanol <SEP> 94,6 <SEP> cm3
<tb> 
<tb> dispersie <SEP> van <SEP> koolzwart <SEP> in <SEP> water <SEP> (zie <SEP> voor-
<tb> 
<tb> beeld <SEP> 1) <SEP> 0,4 <SEP> g.
<tb> 
<tb> 
<tb> 
 



  De dikte van de laag wordrzo geregeld dat het materiaal 

 <Desc/Clms Page number 15> 

 na drogen een optische dichtheid van 1,0 (gemeten in doorvallend licht) heeft, De belichting en daaropvolende behandeling geschie- den zoals in voorbeeld 5, echter met het verschil dat men een elektronische flitsbelichting van   0,0012   eec met een energie- debiet van 0,23   watt.aeo/cm2     toepast*   Het esultaat is een zwarte negatieve kopie van het origineel. 



  Voorbeeld 7 
Men lost 5 g colofonium op in 102 cm3 0,5%'s waterig am-   moniakoplosaing   en voegt vervolgens onder roeren 0,5 g van de waterige   koolzwart-dispersie   volgens voorbeeld 1 toe. De aldus verkregen   fijnverdeelde   suspensie wordt gegoten op een   gesub-   etreerde cellulosetriacetaat-film, waarbij de dikte van de laag zo wordt geregeld dat het materiaal na drogen een   optische     dicht-   heid van 0,85 (gemeten in doorvallend licht) heeft. 



   Het aldus verkregen   thertsografisohe   materiaal wordt   belicht   zoals in voorbeeld 1 en vervolgens een twintigtal seconden lang gedompeld in een mengsel van ethanol en water (2:1). Het   resul-   taat is een zwart positief beeld. 



  Voorbeeld 8 
Een suspensie met onderstaande samenstelling wordt gegoten op een   geeubstreerde     oellulosetriaoetaat-film :   
 EMI15.1 
 
<tb> water <SEP> 100 <SEP> cm3
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> gemengd <SEP> carboxymethylecher <SEP> van <SEP> amylose <SEP> en
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> amylopektine <SEP> 0,2 <SEP> g
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> dispersie <SEP> van <SEP> koolzwart <SEP> in <SEP> water <SEP> (zie <SEP> voor-
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> beeld <SEP> 1) <SEP> 0,2 <SEP> g.
<tb> 
 



   De dikte van de laag wordt zo geregeld dst het materisal na drogen een optische   dichtheid   van 0,26 (gemeten in doorvallend licht) heeft. Het aldus verkregen thermografische materiaal wordt   belioht   volgens de werkwijze van figuur 3 en   vervolgens   behandeld met water om de   onbelichte   delen te   verwijderen.   liet resultaat is een zwart neentief bceld. 

 <Desc/Clms Page number 16> 

 



  Voorbeeld   @   
Men herhaalt voorbeeld 8, met het   verschil   datmen de ge- mengde carboxymethylether van amylose en amylopektire vervangt door 4 g saccharosemonostearaat. De dikte van de laag wordt zo geregeld dat het materiaal na drogen een optische (echtheid van 0,83 (gemeten in doorvallend licht) heeft. Het aldus verkregen thermografisohe materiaal wordt belicht en   vervolgens   behandeld als in voorbeeld 8. Het   resultaat   is een zwarte   positieve   kopie van het origineel Voorbeeld 10 
Men herhaalt voorbeeld 8, met het   versohil   dat men de ge- mengde carboxymethylether van amylose en amylopektine vervangt door 2 g ethylhydroxyethylcellulose.

   De warmtegevoelige laag heeft   na'drogen   een   optische   diohtheid van 0,54   (gemeen   in doorvallend lioht). 



   De belichting en daaropvolgende behandeling gesohieden zoals in voorbeeld 8. Het resultaat is een zwarte positieve kopie van het origineel. 



    Voorbeeld   11 tien herhaalt voorbeeld 8, met het verschil dat men de ge- mengde carboxymethylether van amylose en amylopektine vervangt   door 1,5  g cellulosesulfast. De dikte van de laag wordt zo gere- geld dat het thermografiache materiaal na drogen een optische dichtheid van 0,62 (gemeen in doorvallend licht) heeft. 



   De belichting en   daaropvolgende   behandeling geschieden zo- als in voorbeeld 8. Het cesultaat is een zwarte positieve kopie van het origineel. 



  Voorbeeld 12 
Men herhaalt   verbeeld   8, met het verschil dat men de ge- noemde carboxymethylether van amylose en   amylopektine   vervangt door 1 g amylosefosast. De warmtegevoelige laag heeft na drogen een optische dichtheid van 0,25 (gemeten in doorvallend licht). 

 <Desc/Clms Page number 17> 

 



   De belichting en daaropvolgende behandeling van het aldus verkregen materiaal   geschieden   zoals in voorbeeld 8. Het resul- taat is een zwarte positieve kopie van het origineel$ Voorbeeld 13 
Een suspensie bestaande uit een oplossing van 1,5 g ammo-   niumalginaat   in 150 om3 ethanol en 0,15 g van de dispersie van koolzwart volgens voorbeeld 1, wordt gegoten op een gesubstreer- de polyethyleentereftalaat-film, waarbij de dikte zo wordt gere- geld dat de warmtegevoelige laag na drogen een optisobe dicht- heid van 0,42 (gemeten in doorvallend licht) heeft. 



   Het aldus verkregen   thermografisohe   materiaal wordt belicht door een transparant negatief zoals voorgesteld op figuur 3, en de onbeliohte delen worden na de belichting   weggewassen   met water. 



  Het resultaat is een zwarte positieve kopie. 



  Voorbeeld 14 
Men lost 20 g van een   melamine-formaldehyde-hars   op in een mengsel van 120 cm3 water en 80 cm3 ethanol en voegt vervol- gens onder roeren 1 g van de dispersie van koolzwart volgens voorbeeld 1 toe. Het aldus verkregen mengsel wordt gegoten op een gesubstreerde cellulosetriacetaat-film. Het op deze wijze   vervaardigde   thermografische materiaal heeft na drogen een op- tische di:ntheid van 0,30 (gemeten in doorvallend licht). Het materiasi wordt belicht zoals in voorbeeld 1 en even gespoeld met wa er. Het resultaat is een zwarte positieve kopie. 



  Vooreeld 15 
Men laat een mengsel van 170cm3 water, 5 g maniokzetmeel en 0,1 g van de koolzwartdispersie volgens voorbeeld 1 eventjes voken en giet het vervolgens na koelen op een gesubstreerde oel- lulosetriacetaat-film, waarbij de dikte van de laag zo wordt geregeld dat het materiaal na drogen een optische   dichtheid   van 0,65 (gemeten in doorvallend lioht) heeft. 



   Het aldus verkregen   thermografisohe   materiaal wordt zoals 

 <Desc/Clms Page number 18> 

 voorgesteld op figuur 1 met zijn warmtegevoelige laag op een te kopiëren origineel met een gedrukte of geschreven tekst gelegd en reflectografisch belicht met een   elektronische     flitslamp   (flux 0,96 watt.sec-cm2). Het aldus belichte materiaal wordt een dertig- tal seconden gedompeld in water van 30 C, waardoor de delen van de laag, die overeenkomen met de   tekst   van het origineel, wegge- wassen worden. Het resultaat is een negatieve kopie van het origi- neel. 



  Voorbeeld 16 
Men voegt 0,4 g koolzwart toe aan een oplossing van 6 g abiëtinezuur in 50cm3 aceton, maalt de aldus verkregen suspensie fijn gedurende 12 uur in een kogelmolen en voegt ten slotte een oplossing van 2 g   butaan-l,4-dicarbonzuur   in 50 cm3 aoeton toe.   liet   aldus verkregen mengsel wordt gegoten op een polyethyleen-   tereftalaat-film,   waarbij de dikte van de laag zo wordt geregeld dat het materiaal na drogen een optische dichtheid van 0,25 (geme- ten in doorvallend licht) heeft. Het aldus verkregen   thermografi-   sche materiaal wordt belicht zoals in voorbeeld 15 en vervolgens enkele seconden gedompeld in een 0,5%'swaterig   natronloog.   Het resultaat is een zwarte negatieve kopie van het origineel.

Claims (1)

  1. E I S E N 1. Werkwijze voor het registreren, respektievelijk reprodu- oeren van informatie, waarbij een registreermateriaal beeldage- wijs of informatiegewijs blootgesteld (belicht) wordt aan elek- tromagnetische straling, welk materiaal ten minste een regie-.
    treerlaag bevat die al dan niet aangebraoht is op een drager, met het kenmerk dat die registreerlaag een samenstelling bevat die onder de inwerking van warmte onoploebaar of minder oplosbaar wordt in water of een waterig vloeibaar systeem waarin ze oor- ' spronkelijk oplosbaar is, en in welke samenstelling ten minste één polymeer verwerkt is, dat op die wijze onoplosbaar kan worden gemaakt en dat in thermisch contact verkeert met één of meer stof- fen, die elektromagnetische straling absorberen in ten minste een deel van haar spectrum en de aldus opgeslorpte stralingsenergie omzetten in warmte, waarbij de belichting met een elektromagne- tische straling van korte duur is en geschiedt met een zodanig gekozen intensiteit,
    dat een beeld of informatie in of op de warm- tegevoelige laag wordt opgenomen in de vorm van een differentia- tie in oplos baarheid.
    2. Werkwijze voor het registreren, respektievelijk reprodu- oeren van informatie volgens eis 1, met het kenmerk dat de belich- ting in hoofdzaak met elektromagnetische straling in een spektraal gebied boven 390 nm geschiedt.
    3. Werkwijze voor het registreren, respektievelijk reprodu- ceren van informatie volgens eis 2, met het kenmerk dat de belich- ting in hoofdzaak met zichtbaar licht geschiedt.
    4. Werkwijze voor het registreren, respektievelijk reprodu- ceren van informatie volgens eisen 1, 2 en 3, met het kenmerk dat de warmtegevoelige laag korter dan 0,01 seconde wordt belicht.
    5. Werkwijze voor het registreren, reapektievelijk reprodu- ceren van informatie volgens eisen 1 tot 4, met het kenmerk dut de lichtabsorberende stoffen licht uit het gehele zichtbare spek- <Desc/Clms Page number 20> trum of slechts uit een deel van dit spektrum absorberen* 6. Werkwijze voor het registreren, respektievelijk reprodu- oeren van informatie volgens eis 5, met het kenmerk dat de stoffen die lioht sbsorberen, tijnverdeelde zwarte of donkerkleurige stoffen zijn.
    7. Werkwijze voor het registreren, respektievelijk reprodu- oeren van informatie volgens eis 6, met het kenmerk dat de lioht- absorberende stoffen bestaan uit fijnverdeeld koolzwart.
    8. Werkwijze voor het registreren, respektievelijk reprodu- oeren van informatie volgens eisen 1 tot 7, met het kenmerk dat de belichting van de warmtegevoelige laag geschiedt door middel van een flitslamp.
    9. Werkwijze voor het registreren, respektievelijk reprodu- ceren van informatie volgens eisen 2 tot 8, met het kenmerk dat de belichting geschiedt volgens de reflectografische werkwijze.
    10. Werkwijze voor het registreren, respektievelijk reprodu- ceren van informatie volgens eisen 1 tot 9, met het kenmerk dat de warmtegevoelige laag na belichting wordt behandeld met water of een geschikt waterig vloeibaar systeem.
    11. Werkwijze voor het registreren, respektievelijk reprodu- oeren van informatie volgens eis 10, met het kenmerk dat de warmte- gevoelige laag na belichting wordt bevochtigd met water en wordt aangedrukt begen een ontvangstmateriaal met het doel hierop een laagje van de onbelichte delen van de registreerlaag over te bren- gen.
    12. Werkwijze voor het registreren, respektievelijk reproduoe- ren van informatie volgens eis 10, met het kenmerk dat de onbelioh- te delen van de registreerlaag weggewassen worden met water of een geschikt waterig vloeibaar systeem.
    13. Werkwijze voor het registreren, respektievelijk reprodu- ceren van informatie volgens eis 9, met het kenmerk dat de regie- <Desc/Clms Page number 21> treerlaag een zodanig gehalte aan liohtabsorberende stoffen in fijn verdeelde toestand bevat dat de laag een optische dichtheid van 0,20 à 1,00 voor de bij het kopiëren gebruikte stralen bevat.
    14. Werkwijze voor het registreren, respektievelijk reprodu- oeren van informatie volgens de cisen 1 tot 13, met het kenmerk dat de registreerlaag een in water oplosbaar thermohardend hars bevat, 15. Werkwijze voor het registreren, respektievelijk reprodu-- '''aren van informatie volgens de eisen 1 tot 13, met het kenmerk EMI21.1 dat do regiatreerlaag een in water oplosbaar preeondeneatiepro- dukt bevat.
    16. Werkwijze voor het registreren, respektievelijk reprodu- ceren van informatie volgens eis 14, met het kenmerk dat het hars EMI21.2 polyaorylamide, een oopolymeer ervan, poly(N-methyloladrylam1de) ) 0' poly(1,2rdihydro-2,2,4**%rimsthylohinoline) is.
    17. Werkwijze voor het registreren, respektievelijk reprodu- oeren van informatie volgens eis 15, met het kenmerk dat het pre- EMI21.3 condensatieprodukt een ureum-formaldehyde-hars of een molamine- formaldehyde-hars is.
    18. Werkwijze voor het registreren, respektievelijk reprodu- oeren van informatie volgens de eisen 1 tot 13, met het kenmerk EMI21.4 dat het polymeer zetmeel, amyloeefosfaat, hydroxypropylamylose, een ester van alginezuur, een in water oplosbaar zout van algine- zuur, ethylhydroxyethyloellulosr, een oarhoxymethylether van amylose en amylopektine, sacoharosestearaat, oellulosesulfaut, abiëtinezuur, colofonium, natrium-oarboxymethylcellulose, natrium- oarboxymethylamylose, natrium-ethyloelluloseftalaat, polyvinyl- pyrrolidon, een oopolymeer van vinylmethylether en maleïnezuur- anhydride of een copolymeer van vinylmethylether en maleinezuur- halfamide is. EMI21.5
    19. Werkwijze voor het registreren, respektievelijk reprodu- ceren van informatie volgens eisen 1 tot 13, met het kenmerk dat ' het polymeer polysiloxaan is. EMI21.6 ix--,--, '}I .1.,¯.1 'IQI-,{.,
BE683053D 1966-06-24 1966-06-24 BE683053A (nl)

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE683053 1966-06-24

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE683053A true BE683053A (nl) 1966-12-01

Family

ID=3848957

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE683053D BE683053A (nl) 1966-06-24 1966-06-24

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE683053A (nl)

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4004924A (en) Thermorecording
US3793025A (en) Thermorecording
US3628953A (en) Thermorecording
US3619157A (en) Thermo recording
CN100495207C (zh) 使用具有聚氧乙烯片段的粘合剂树脂的施压时可显影的红外敏感的印刷版
US4587198A (en) Dye transfer image process
JP2000168253A (ja) 干渉性電磁放射によりグラビア記録するための材料及びこの材料を有する印刷版
US3615423A (en) Thermocopying
US3580719A (en) Thermographic recording process
US5478695A (en) Heat-sensitive imaging element
JPH10193824A (ja) 改良された移送特性を有する平版印刷版の製造用の感熱性像形成要素
CA1247445A (en) Method of producing printing plates
US3592644A (en) Thermorecording and reproduction of graphic information
JP3841480B2 (ja) レーザー製版用印刷版及びその製法
US3679410A (en) Heat-sensitive recording material
US3493371A (en) Radiation-sensitive recording material
US6634289B2 (en) Screen printing stencil production
BE683053A (nl)
US3630732A (en) Thermographic recording material
US5215869A (en) Process of forming a permanent yellow imaged light modulating film
CN101137935B (zh) 显影凸版印刷用感光性层合印刷原版及使用该印刷原版的显影凸版印刷版的制造方法
FR2730447A1 (fr) Plaque d&#39;impression et procede pour sa fabrication
DE2427788A1 (de) Druckplattenherstellung unter verwendung einer laserabgetasteten optischen maske
JP2638048B2 (ja) 平版印刷版作製方法
NL8105657A (nl) Zeefdrukprocede alsmede zeefdrukvorm die geschikt is om daarbij te worden gebruikt.