BE516503A - - Google Patents

Info

Publication number
BE516503A
BE516503A BE516503DA BE516503A BE 516503 A BE516503 A BE 516503A BE 516503D A BE516503D A BE 516503DA BE 516503 A BE516503 A BE 516503A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
group
arm
length
buoyancy
hammer
Prior art date
Application number
Other languages
English (en)
Publication of BE516503A publication Critical patent/BE516503A/nl

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F03MACHINES OR ENGINES FOR LIQUIDS; WIND, SPRING, OR WEIGHT MOTORS; PRODUCING MECHANICAL POWER OR A REACTIVE PROPULSIVE THRUST, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • F03GSPRING, WEIGHT, INERTIA OR LIKE MOTORS; MECHANICAL-POWER PRODUCING DEVICES OR MECHANISMS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR OR USING ENERGY SOURCES NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • F03G7/00Mechanical-power-producing mechanisms, not otherwise provided for or using energy sources not otherwise provided for
    • F03G7/10Alleged perpetua mobilia
    • F03G7/104Alleged perpetua mobilia continuously converting gravity into usable power

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Combustion & Propulsion (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Other Liquid Machine Or Engine Such As Wave Power Use (AREA)

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



   TOESTEIMACHIEN, NIEUWE DRIJFKRACHT GENAAMD, DAT VOOR DOEL HEEFT EEN NIEUWE
DRIJFKRACHT TE   SCHEPPEN-   DOOR ZICH ZELF TE DOEN BEWEGEN 
Het toestelmachien Nieuwe Drijfkracht, genaamd heeft voor doel een   nieuwe     drijfkracht   te scheppen. Het doet zich zelf bewegen door een drijfkrachtvracht op zijn schouders en armen aangebracht. Het kan even   gemakkelijk   met een snelheid omgaan, die vijfhonderd meters per second ver overtreffen, als met een grote traagheid zich   verroeren.   Zulks zonder aanwending van enigerlei brandstof, of andere gebruikelijke middelen.

   Het kan gebouwd worden,, in groot- en klein formaat, met kleine-grote-smalle- en   breedae   omvang ; met korte en lange armen Alle lengte, dikte breedde en hoogte maten kunnen toegepast worden   op   zijn onderdelen, en op het toe- stelmachien in zijn geheel. Dit   toestelmachien   is bijgevolg in staat, alle gewenste hoeveelheden drijfkracht voort te brengen, mits het aan te passen aan het drijfkracht vermogen dat men er van bekomen   wil.   



   Samenstelling van het   toestelmachien     "Nieuwe   Drijfkracht" Gans het toestelmachien, behalve de liftkader (22) en de leidingsorganen wentelt op een enkelen as, voetas (1) geheten wier beiden kussen, elk op een muur (36) of anderzins   berusten,   Aan dezen voetas (1) zijn vier en twin- tig stralen (2) gehecht, verdeeld in zes rijen, elk van vier stralen (2) den voetas omringende of vier rijen van zes stralen gelijklopend met den voetas. Elk der vier rijen van zes stralen, gelijklopend met den vbetas, zijn onderling voorzien van een of meer repen (3) volgens de lengte der stralen,en de uitgebreidheid der voort te brengen drijfkracht. Een reep (3) middengordel genaamd, staat aan het uitgebreidspunt der stralen, en vormt een rij of cirkel omvattend zes stralen 't Zij vier rijen of cirkels elk van zes stralen.

   De vier rijen of cirkels van zes stralen, worden op een volgens nodig te bepalen afstand van elkaar geplaatst. De zes stralen van elke rij of cirkel staan evenwijdig van elkander. Tussen de drij ruimten van de vier rijen of cirkels van zes stralen, worden zes groepen beweegbaar   ingeschakeld.,   Iedere groep berust op de stralen van een onder-   lijf.,   aan den middengordel (3); Deze zes groepen vertegenwoordigen de elementen, die de kamvormen van de algemene beweging.

   Elke groep bestaat uit; een arm   ()   met schouder (5); een hamer (6); een kruk (8), een trek- stang (11), een hefboom (12); een zendzwingel (13); 2 of 3 drijfstangen (15) 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 een ontvangzwingel   (14);   beide zwingels elk voorzien van 2 of 3   kussen,   voor 2 of 3 drijfstangen   (15)   en een dissel   (16).   De schouder (5) die met den arm (4) een geheel vormt, staat nevens de krukas (7) , aan het eind punt van den arm   (4).   Dit is eender zo voor de zes schouders en de zes ar- men van het   groepenkampleks   Op de zes schouders en de zes armen, wordt de drijfkrachtvracht gelegd.

   Elk der zes groepen zijn in hun midden aan hun rustas, van elkander los, maar blijven op elkaar steunen, Er zijn dus vier rijen of cirkels gelijklopend met den voetas (1). Tussen de le en de 2e, de 3e en de 4e rij of cirkel, bevinden zich beurtelings een zend (13) en een ontvangzwingel (14) op elke groepas. Dus 6 zwingels voor elk der 2 tussenruimten of 12 zwingels voor geheel het   toestelmachien.   



  Tussen de 2e en de 3e rij of cirkel worden de hefbomen (12) en de armen (4) met schouders (5 ) geplaatst. De 6   nefbomen   en de 6 armen met schouders staan insgelijks   beurtelings,   rechts en links neven elkaar. Buitenkant van de le cirkel van 6 stralen (2) rechts aan den middengordel (3), staat aan elk der zes zwingels een dissel (16) die verbonden aan een staaf (17) deel uitmaakt van de leiding. De ruimten tussen de rijen of cirkels 1 + 2 heet   rechterkant.   De ruimten tussen de rijen of cirkels   3 + 4   heet lin   kerkant   De grens van rechts en links wordt getrokken tussen de   hefbomen   en de armen, in de rijen of cirkels 2   +   3. De zes groepen te samen heet groepenkompleks.

   De 4 stralen (2)   gelijklopend   met den voetas (1) en den midden gordel (3) heet onderlijf. De zes onderlijven te samen, heet onder- lijfblok. Het   groepenkcmpleks.,   het onderlijfblok en de voetas te samen, heet   groep-lijf-massa.   Er zijn te samen acht paar elementen, die altijd in evenwicht moeten zijn, wat ook de standplaats weze van de groep-lijf- massa; beweging of   stilstand.   Te weten   -. tussen   de kamer van een groep, en een   gebuurgroep,   of 6 x 1 kamer en een gebuurgroep = 6 evenwichten. 



  Een evenwicht tussen het groepenkompleks en de lift (19) En een even- wicht tussen de lift (19) en de   ijkvracht     (21) .   Er is nog een negende evenwicht, tussen het   groepenkompleks   en het onderlijf blok bij stilstand van de   groep-lijf.   -massa. En een onevenwicht tussen het groepenkompleks en het onderlijfblok, bij beweging van de   groep-lijf-massa.   



   Werking van het   toestelmachien   "Nieuwe   Drijfkracht"   De hamer (6) kop en steel bevindt zich in het midden van een twedeligen arm   (4),   en zijn as (7) waarop hij beweegt is geplaatst, dwars over dien arm (4) op het eindpunt voor de schouder (5). Hij heeft voor taak het even- wicht te verzekeren van den arm der groep die hem   onmiddelijk     opvolgt,   of voorgaat.   Namelijk ;  : de hamer van groep 1 is geplaatst op een as (7) die dwars staat over dien tweeledigen arm (4)   op het   eindpunt voor de schouder (5).   Aan   de rechterzijde van deze hamersteelas (7) is buitenkant den arm (4) een kruk aangebracht.

   Die kruk (8) staat in verbinding met de hef- boom (12) van groep 1, op het verwijderst punt van zijn as, met behulp van een trekstang   (11) .   Aa den as van dezen hefboom   (12) ,   aan de rechter- zijde van de straal (2) der 2e rij of cirkel, is een zendzwingel (13) ge- hecht waarop de assen der 2 of 3 drijfstangen (15) op 90  of 1200 graden afstand, cirkelvormig van elkaar gescheiden staan. Deze afstand van 90  of   1200   graden tussen de assen der drijfstangen   (15)   op de zwingels (13 + 14) is de zelfde voor al de zwingels van het toestelmachien. De 2 of 3 drijfstangen van groep 1 zijn verbonden met den ontvangzwingel   (14)   van groep   2,   eveneens rechts van de straal (2) der 2e rij of cirkel.

   De ont- vangzwingel van groep 2, is met zijn as aan den arm (4) gehecht van deze groep   2.   Nevens den arm van groep 2 die zich rechts bevindt, komt de hef- boom (12) van groep 2 die heet links geplaatst te zijn. Op den tweeledi- gen arm van groep 2, staat eveneens een hamer (6) zoals op groep 1, die   zijn   trekking uitoefent langs de linker zijde van de straal (2) der 3e   rij   of cirkel, op de kruk (8) de trekstang   (11)   de hefboom (12) de zendzwin- gel (13) die altijd aan den hefboom vast staat met zijn as, de drijfstan- gen (15) en eindelijk op de ontvangzwingel (14) die eveneens het evenwicht van den arm der groep 3 , insgelijks links van de straal der 3e rij of cir- kel verzekerd.

   Op den tweeledigen arm van groep 3, vertoeft ook een hamer zoals op groep 2die zijn trekking verricht langs de rechterzijde van de straal der 2e cirkel op de kruk de trekstang, de hefboom, de   zend-zwingel,   

 <Desc/Clms Page number 3> 

 de drijfstangen en eindelijk op den ontvangzwingel van den arm der groep 
4 eveneens rechts van de straal der 2e cirkel waarvan hij evenzo het even- wicht handhaaft OP den tweeledigen arm van groep 4 bevindt zich weer een hamer zoals op groep 3 die zijn trekking teweeg brengt langs de linkerzijde van de straal der 3e cirkel op de kruk de trekstang de hefboom de   zendzwin-   gel de drijfstangen, en eindelijk op de ontvangzwingel van den arm der groep 
5 ook weer links van de straal der 3e cirkel, waarvan hij   gelijkelijk   het evenwicht in stand houdt.

   Op den tweeledigen arm van groep 5, staat nog- maals een hamer., zoals op groep 4, die zijn trekking vervuld langs de rechterzijde van de straal der 2e cirkel, op de   kruk,   de trekstang, de hefboom, de zendzwingel, de drijfstangen en eindelijk OP den outvengzwingel van den arm van groep 6, ook rechts van de straal der 2e cirkel, waarvan hij op gelijke wijze het evenwicht   bevestigd,.   OP den tweeledigen arm van groep 6, bevindt zich wederom een hamer, zoals op groep 5, die zijn trekking volbrengt langs de linkerkant van de straal   de 3e   cirkel, op de kruk, de trekstang, de hefboom, de zendzwingel, de drijfstangen, en einde- lijk op den ontvangzwingel van den arm van groep 1, eveneens links van de straal der 3e cirkel waarvan hij nogmaals het evenwicht bestendigd.

   Der- wijze dat de hamer van den tweeledigen arm van groep 1 het evenwicht onder- houdt van den arm der groep 2,   drijfkrachtvracht   en de leundrulkking   veroor-   zaakt door de trekking van den hamer dezer groep te samen. Dat de hamer van den tweeledigen arm van groep 2, het evenwicht staandehoudt van den arm der groep 3 drijfkrachtvracht, en de   leundrukking   teweeg gebracht door de trekking van den hamer dezer groep 3 te samen. Dat de hamer van den twee- ledigen arm van groep 3 het evenwicht behoudt van den arm der groep   4   drijf- krachtvracht en de leundrukking verwekt door de trekking van den arm dezer groep   4   te samen.

   Dat de hamer van den tweeledigen arm van groep 4, het even- wicht handhaaft van den arm der groep 5 drijfkrachtvracht, en de   leundruk-   king berokkent door de trekking van den hamer dezer groep 5 te samen. 



   Dat de hamer van de tweeledigen arm van groep 5 het evenwicht gadeslaad van den arm der groep 6 drijfkrachtvracht en de   leundrukking   voort- g3bracht door de trekking van den hamer dezer groep 6 be samen. Dat de ha- mer van den tweeledigen arm van groep   6,   het evenwicht   rechthoudt   van den arm der groep l, drijfkrachtvracht, en de   leundrukking   ontstaan door de trek- king van den hamer dezer groep 1 te samen. 



   Bijgevolg is er een bestendig evenwicht tussen de zes groepen en een bestendig evenwicht bij het samen op- en   neergaan; '  dezer groepen waarook de groepen zich bevinden op de bewegingslijn. D  hefboom (12) en arm   (4)   van elke groep zijn altoos neven elkaar geplaatst, en alhoewel wederzijds los, zijn ze toch aan elkander   gehaakt.   Dit om de stevigheid en de samenhang van hun groep te   versterken,,   Het is volstrekt noodzakelijk dat   al 'de   groepen het zelfde formaat of   omvang   hebben hun onderdelen van de zelfde benaming, de vereiste eenvormigheid bezitten, die hen in staat steld om de hun opgedragen taak volledig en volmaakt te   kunnen     uitvoeren.   Het is evenzo met de vier en twintig stralen   (2)

  wier   lengte,   1 aanbouwen     draagvermo-   gen gelijkmatig moeten zijn en zich aanpassen aande behoeften van de zes groepen die op hen steunen. Zulks om de normale werking van het samenge- stelde geheel te staven en te   vergemakkelijken.   De voetas   (1)   de stralen en de middengordel (3) of onderlijfblok oefenen een draaiende beweging uit. 



  De zes groepen van het toestelmachien, in tegenstelling met het   onderlijf -   blok wentelen zich niet om ofschoon ze allen in de zelfde houding, een cir- kelvormige omloop uitvoeren rond den voetas. 



   De zes groepen behouden   altijd   te samen de zelfde positie waar- in de leiding hun geplaatst heeft,   vertikaal,   schuins of horizontaal.   Wan-   neer de zes armen der zes groepen, vertikaal met hun schouders omlaag staan is gans het   toestelmachien   in evenwicht, het geen nul of   geen   drijfkracht betekent. Dit is evenzo wanneer de zes armen der zes groepen vertikaal met hun schouders omhoog gericht zijn.

   Maar als de zes armen der zes groepen met hun schouders horizontaal uitgestrekt zijn, bevindt het toestelmachien zich in volledig   drijfkrachtvermogen.   Omdat dan de drijfkrachtvracht die op de schouders en arm van elke groep gevestigd is, buiten het evenwicht punt staat van den voetas, en door zijn totale, of gedeeltelijke drukk   @   

 <Desc/Clms Page number 4> 

 langs een zijde, de automatisse beweging doet ontstaan, en op die wijze bet   onderlijf blok   tot draaien   verplicht.   Het is dus logis, dat hoe langer armen en hoe zwaarder vracht, hoe groter drijfkracht op den voetas teweeg gebracht wordt.

   Dit sluit echter niet uit dat men op korte armen insge- lijks een zwaargewicht kan leggen, waarmede men eveneens de   drijfkracht,   tot in een bijna onbeperkte mate kan   opvoeren   De vier stralen van elk onderlijfmoeten altijd langer zijn dan den arm en schouder van iedere groep.   Derwijze   dat ze steeds ruimte genoeg verschaffen,   om   de armen en schouders van het groepenkompleks toe te laten zich vrijelijk rond den voetas te kunnen bewegen. 



   De snelheid van de groep-lijf-massa moet berekend worden volgens de lengte der stralen van het onderlijfolok. Vanaf het middenpunt voetas (1) tot het middenpunt groepas, En het drijfkrachtvermogen van het toestel- machien, overeenkomstig de lengte der armen van het groepenkompleks. Vanaf het middenpunt groepas, tot het middenpunt krukas (7)   schouderbreedde   niet inbegrepen. 



  Enige voorbeelden 1,15 meter straal lengte, komt maar in rekening voor drijfkractvermogen voor de lengte van den arm, zelfs als den arm maar de lengte had van 1 me- ter, of gelijk welke kortere lengte. 75   kilogr.   drijfkrachtvracht op een schouder en arm van 0,80 meter lang met 1,15 meter straal (2) lengte, 'zal slechts een drijfkrachtvermogen hebben van 75 x 0,80 = 60 kilog. op 1   ..meter.   voetas speek lengte (9) Met een snelheid van 1,15 meter second. Met een snelheid van 11,50 meters-second, zal het drijfkracht vermogen zijn 10 x 60 = 600 kilog. Met een snelheid van   57,50   meters second, zal het drijf- krachtvermogen zijn 50 x 60 = 3.000 kilog. Met een snelheid van 115 meters- secon zal het drijfkrachtvermogen zijn 100 x 60 = 6.000 kilog.

   Voor gans het groepenkompleks is het zes maal meer, op al de voornoemde kilog. cijfers. 



    Wat   het P.K.betreft moet men de kilog. cijfers delen door 75 kilog. 't zij 6 x 6000 =   36.000 :  :75 = 480 p,K. 75   kilog.   drijfkrachtvracht op een schouder en arm van 1 meter lang, met   1,15   meter straal lengte, zal een drijfkracht vermogen hebben van 75 x 1 = 75 kilog. op 1 meter voetas speek lengte, met een snelheid   van'1,15   meter second. Met een snelheid van   11,50'   meters-sacond,zal het drijfkrachtvermogen zijn 10 x   75   =   750   kilog. Met een snelheid van 57,50 meters-second, zal het   drijfkrachtvermogen   zijn 50 x 75 =   3750   kilog.

   Met een snelheid van 115 meters-second zal het drijfkracht- vermogen zijn 100 x 75   = 7500   kilog Voor gans het   groepenkompleks.,   is het. zes maal meer op al de voornoemde kilog.  cijfers.   



   75 kilog  0 drijfkracht.vracht,   op een schouder en arm van 2 meters lang, met 2,15 meters straal lengte, zal een drijfkrachtvermo gen hebben van 75 x 2 = 150 kilog.op 1 meter voetas speek lengte , met een snelheid van 2,15 meters-second. 



   Met een snelheid van   10,75   meters-second,zal het drijfkrachtver- mogen zijn 5 x 150 = 750 kilog 
Met een snelheid van 53,75 meters-second zal het drijfkracht- vermogen zijn 25 x 150 =   3750     kilog.   



   Met een snelheid van   107,50   meters-second zal het drijfkracht- vermogen zijn 50 x 150 = 7500 kilog 
Voor gans het groepenkompleks is het zes maal meer op al de voornoemde kilog. cijfers,   75   kilog.   drijfkrachtvracht.,   op een schouder en arm van 5 meters lang, met 5 ,25 meters straal lengte, zal een   drijfkracht   vermogen hebben van 75 x 5= 375 kilog. met een snelheid van 5,25 meters-se- cond op 1 meter voetas speek lengte. 



   Met een snelheid van   10,50   meters-second, zal het drijfkracht- vermogen zijn 2 x 375   = 750     kilog.   



   Met een snelheid van   52,50   meters-second, zal het   drijfkracht-   vermogen zijn 10 x 375 =   3750   kilog. 



   Met een snelheid van   105   meters-second, zal het   drijfkracht-   vermogen zijn 20 x 375 = 7500 kilog. 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 



   Voor gans het   groepenkompleks   is het zes maal meer, op al de voornoemde   kilog.cijfers.   



   Om het getal P. K.te kennen, behoeft men de voorgaande kilog.   cijfers door 75 te delen o   
Hieruit kan men afleiden dat met een zelfde getal meters afge- legden weg, een gelijke snelheid per second, en een evenzwaartebracht op de schouders en armen, men een overeenstemmende hoeveelheid drijfkracht bekomt, wat ook de lengtemaat weze der armen. 



   Met dit verschil, dat 1 meters straal. lengte van het onderlijf- blok, en de drijfstangen van het groepenkompleks, 2 maal moeten draaien, tegenover 1 maal voor een onderlijfblok met 2 meters straal lengte, en due 
2 maal zoveel wrijvingslast heeft :3 maal moeten omwentelen,voor 1 maal met een onderlijfblok van 3 meters straallengte, en 3 maal zoveel wrijvings- last hebben ; 4 maal moeten omkeren tegenover 1 maal voor een onderlijf- blok met   4   meters straal lengte, en   4   maal zoveel wrijvingslast te dragen heeft , enz. 



   Bij elke verhoging der snelheid van de stralen,of onderlijf- blok, groeit het drijfkracht vermogen in de zelfde mate aan. Bij iedere vermeerdering van de   drijfkrachtvracht   op de schouders en armen, zal het drijfkrachtvermogen insgelijks in de zelfde   verhouding   toenemen. Voetas- speek¯lengte betekent, of staat gelijk met de helft der docr snede van het voetaswiel (9) De drijfkracht vracht op de schouders en armen, kan vanaf het kleinste gewicht, tot honderd-, tot duizend - tot tien duizend kilogr. en meer verhoogd,- en zelfs tot grootst mogelijke zwaarte last opgevoerd worden. Zulks op om het even welke lengte maat van de armen.

   Boor een verkorting van den hamersteel, invergelijking met de lengte van den arm, wordt de zwaarte van den hamerkop, tevens een drijfkrachtvracht, naar ver- houding dezer verkorting en zijn   zwaartegewicht.   Hiermede dient rekening gehouden bij het bepalen van de drijfkrachtvracht op de schouders en   armen.   



  Het overschot van drijfkrachtvracht op al de schouders en armen, tegenover de weerstand zwaarte, wordt doorslagvracht geheten, Om de groep-lijf- massa het mogelijk te maken den weerstand in evenwicht te nemen, moet de leiding de armen en schouders van het groepenkompleks, op de vereiste verhevenheid doen stijgen, en op die wijze het nodige van de doorslagvracht afnemen,   om   het toestelmachien in beweging te brengen en zijn snelheid te doen toenemen.

   Daar de doorslagvracht op gelijke mate op al de schouders en armen verdeeld is, en deze beurtelings op- en neergaan rond den voet- as, zal elke schouder en arm bij iedere daling een nieuwe drukking uitoefe- nen op het bestaande snelheidregiem, en zal alzo het onderlijfblok met een versnellend tempo doen draaien, en dit op zulke aanhoudende wijze, dat het onderlijfblok tot de uiterste snelheids mogelijkheden kan op gedre- ven worden. Immers wanneer een zwaartegewicht van een zekere hoogte, in de ledige luchtruimte valt, zal dit zwaartegewicht volgens de wet der natuur, altijd met een versnellend tempo neerkomen, en hierdoor zijn druk- king doet   aangroeien,   overeenkomstig den afgelegden weg, en den besteden tijd. Dit is ook den eigenlijken toestand die zich voordoet met de door- slag vracht, op al de schouders en armen van het groepenkompleks. 



   Het trekkings- en drukkings vermogen van den Hamer. 



   Een hamerkop van 1,25   kilog.   met een steel van O, So meter lang ( of 1   kilog.   met een steel van 1 meter lang), horizontaal gelijklo- pend tussen een tweeledigen arm van 1 meter lang, waarop hij gevestigd, is en verbonden aan een krukas, waarvan de kruk 2 centimeters lang en verti- kaal geplaatst is, heeft een trekkingsvermogen met een hefboom, die eveneens een meter lengte heeft, en insgelijks vertikaal   staat,,   onder den overeen - stemmende as van voornoemd   tweeledigen   arm, van ongeveer 70 kilog. En een   drukkingsvermogen   van omtrent 50   kilog.   op zijn rustarm, aan de kruk- of   hamersteelas.   't Zij op 1 meter lengte van de groepas. Het verschil tussen trekking en drukkingsas 70 - 50 = 20 kilog.

   Deze 20   kilog.   dienen om de zelfde hoeveelheid drijfkrachtvracht, op de schouder en arm gelegd in evenwicht te houden   Insgeli jk   op 1 meter lengte .   Hamersteelas   of 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 krukas is juist het zelfde, omdat de hamer en de kruk-niet hun gemene as een geheel   vormen.   Het trekkings- en drukkingsvermogen van den hamer of van de zes hamers hangt niet alleen af van de zwaarte van den hamerkop, maar tevens van de lengte van den hamersteel. Namelijk 1. kilog. hamerkop met 2 meters steellengte, steelzwaarte inbegrepen op 2 meters arm lengte, met 2 centimeters kruk lengte heeft een trekkingsvermogen met 2 meters   hefboom   lengte van ongeveer   2 x 2 = 4 x 70 =   280 kilog.

   En een   drukkingsvermogen   
 EMI6.1 
 van omtrent 2 x 2 = 4 x 50 = 200 kilog. Blijft over voor drijf krachtvracht in evenwicht te houden 2E30 king. op 1 meter of 75 kilog. weerstand op 1 meter, 1 Kilog. hamerkop met 3 meters   steellengte.,   steelzwaarte   in-   
 EMI6.2 
 begrepen, op 3 meters arm lengte, met 2 centimeters kruklengte.. heeft een trekki.ngsvermogen met 3 meters hefboom lengte van ongeveer 3 x 3 = 9 x 70 = 630 kilog. En een drukkingsvermogen van omtrent 3 x 3 =9x50= 450 kilog. Blijft over voor drijfkrachtvracht in evenwicht te houden 630 - 450 = 180 kilog. op 1 meter. Of 175 kilog. weerstand op 1 meter. 



   1 Kilog. hamerkop met 4 meters steellengte, steelzwaarte in- begrepen, op 4 meters arm lengte, met 2 centimeters kruk lengte, heeft een trekkingsvermogen met 4 meters hefboom lengte, van ongeveer 4 x 4 = 16 x 70 = 1,120 kilog. En een   drukkingsvermogen   van omtrent 4 x 4 = 16 x 50 = 800 Kilog. Blijft over voor drijfkracht vracht in evenwicht te houden 1.120 - 800 = 320   Kilog.   op 1 meter lengte.

   Of 315 Kilog. weerstand op 1 meter. l Kilog. hamerkop met 5 meters steellengte,   steelzwaarte   inbegre- pen, op 5 meters arm lengte, met 2 centimeters   kruklengte,   heeft een trek- kingsvermogen met 5 meters hefboomlengte, van ongeveer   5 x 5   = 25 x 70 =   1.750     Kilog.   En een drukkingsvermogen van omtrent 5 x   5 = 25 x 50 =   1.250 Kilog. Blijft over voor drijfkrachtvracht in evenwicht te houden 1.750 - 1.250 = 500 Kilog. op 1 meter lengte of 495 Kilog. weerstand op 1 meter. l   Kilog.   hamerkop met 10 meters steellengte, steelzwaarte inbegrepen, op 
 EMI6.3 
 10 meters arm lengte,-met 2 centimeters kruklengte , heeft een trekkingsver= mogen met 10 meters hefboom lengte van ongeveer 10 x 10 = 100 x 70 = 7.000 Kilog.

   En een drukkingsverm.ogen van omtrent 10 x 10 = 100 x 50 = 5 .000 Kilog. Blijft over voor drijfkrachtvracht in evenwicht te houden   7.000 -     5.000   = 2.000 Kilog. op 1 meter. Of 1.995 Kilog. weerstand op 1 meter. 



  Op de maten kleiner dan 1 meter   lang.,   en slechts 10 maal korter zijn van de   overeenstemmende   lengte maten, die 1 meter te boven gaan, is het trek- kings- en drukkings vermogen van 1 Kilog. hamer, honderd maal minder dan deze van de maten,die meer dan 1   meterlang   zijn. Te weten : 1 kilog. hamerkop met 0,30 meter   steellengte ,   steelzwaarte inbegrepen, op 0,30 me- ter armlengte, met 2 centimeters kruk lengte, heeft een trekkingsvermogen met 0,30 meter hefboomlengte, van ongeveer 0,3 x 0,3 = 0.9x   70   =   6 .30   Kilog. Een een drukkingsvermogen van omtrent   0,3 x   0,3 =   0,9 x   50 = 4.50 Kilog. Blijft over voor drijfkrachtvracht in evenwicht te houden 6,30 - 
 EMI6.4 
 ,,50 = l,$0 Kilog. op 1 meter.

   Of 1.70 Kilog. weerstand op 1 meter. 



  1   Kilog.   hamerkop met 0,50 meter steellengte, steelzwaarte inbegrepen op 0,50 meter   armlengte.,   met 2 centimeters kruklengte, heeft een trekkings- vermogen met 0,50 meter hefboom lengte, van ongeveer 0,5 x 0,5 =   0,25 x   70 =   17.50     Kilog.   En een drukkingsvermogen van omtrent 0,5 x 0,5 =   0,25   x 50 = 12,50 Kilog. Blijft over voor drijfkrachtvracht in evenwicht te hou- den   17,50 -     12,50   = 5 Kilog. op 1 meter. Of 4,90 Kilog. weerstand op 1 meter. De 2 laatstgenoemde voorbeelden hebben eveneens hetzelfde uit- 
 EMI6.5 
 werksel., wat betreft het drijfltaehtvermogen. De drijfkrachtvracht op de schouders en armen, mag nooit groter zijn dan de hamers trekken kunnen. 



  De cijfers hierboven aangeduid als overschot van drijfkracht, dienende om de weerstand te overtreffen en tevens de zelfbeweging van het toestel- machien te doen ontstaan, zijn enkel een aanwijzing, en hebben bijgevolg geen volstrekte betekenis. Vermits deze drijfkrachtvracht overschotten in verhouding moeten gebracht worden met de   omvang.,   en het drijfkracht vermogen van het toestelmachien.

   De zes hamers van de zes groepen door hun geordende plaatsing, tussen de tweeledige armen dezer groepen, om het even welke de lengtematen der armen weze, zijn instaat alle nodige trek- kingen te   ontwikkelen,   om elk een   buurgroep.,   en de drukking van den hamer 
 EMI6.6 
 dezer buurgroep in evenwicht te houden, wat ook de drijfkrachtwracht zij, dat op de schouders en armen dezer groepen gelegd   is .   

 <Desc/Clms Page number 7> 

 



   Mits de zwaarte van elke   hamerkop   in verhouding te brengen met de   drijfkrachtvracht   van de buur groep, waarop hij zijn trekking uitoefent. 



   Elke kruklengte is toepasselijk bij de samenstelling van het   groepenkom-   pleks, aangaande het trekkings vermogen. Arm en hefboom, en arm en kruk staan rechthoekig tegenover elkaar, wat ook de standplaats weze van het groepenkompleks. Nochtans deze rechthoekige vorm is niet   onveranderlijk   en kan steeds door alle andere vormen gewijzigd worden. Dit is evenzo voor al de groepen. Het is ook verwezenlijkbaar dat de hefbomen, korter of lan- ger zijn dan de   armen. Arm   en hamersteel zijn altijd gelijklopend met elkaar, en voeren altoos te samen de zelfde klimmende- en dalende bewegin- gen uit. Wanneer de zes armen en de zes hamers een horizontaal stuurplaats innemen is het   toestelmachien   in volle drijfkrachtvermogen.

   En de hamers voeren   tegelijkertijd   hun volledige trekkings- en   drukkingsvermogen   uit. 



   Om dit drijfkracht vermogen van het groepenkompleks, en het trekkings- en drukkingsvermogen van de hamers te verminderen,volstaat het de schouders en armen der zes groepen te doen dalen Daar den hamersteel op den arm gevestigd   is.,  zal hij te samen met den arm en schouder neergaan en zal zijn trekkings- en drukkings vermogen in gelijke mate van deze van arm en schou- der verminderen, en te samen   blijven   oafnemen, tot volledige stilstand vam het toestelmachien. Dit gaat even zo in tegenovergestelde richting, wan- neer de   groep-lijf-massa   van op de stilstand plaats zijn beweging begint en voortzet tot het totaal   drijfkrachtvermogen   bereikt is.

   Arm en hamer- steel stijgen dus steeds te samen op de zelfde wijze als bij het neergaan 
En beider   krachtvermogen   groeit altijd   gelijkelijk   aan, of neemt evenre- dig   af,   volgens de   klimmende-   of dalende bewegingen der armen van het groe-   penkompleks.   Aldus bestaat er een onafgebroken evenwicht tussen de hamer van een groep, en een gebuurgroep. En vermits er zes hamers en zes gebuur- groepen zijn, is het groepenkompleks immer in evenwicht. 



   Deze evenwichtige toestand tussen hamers en gebuurgroepen, is de basis of vertrekpunt, hetwelk volstrekt onontbeerlijk is, om het   toestel-   machien de mogelijkheid te verschaffen, zich zelf te doen bewegen. De ha- mersteel mag korter zijn dan den tweeledigen arm waartussen hij gevestigd is. Deze verkorting van den hamersteel, heeft nochtans geen invloed op zijn trekkings- en drukkings vermogen, mits het zwaarte gewicht van de hamerkop in de zelfde verhouding te verhogen. Dit geldt zo voor de 6 hamers. 



   Met een kruk van 1 centimeter lengte, is het trekkings - en drukkings vermogen van 1 Kilog hamer, op al de bovenvermelde maten verdub- beld. Met een kruk van 3 centimeters lengte, is het   trekkings -   en   drukkings-   vermogen van 1   Kilog.   0 hamer, op al de bovenstaande lengte maten, ongeveer 1/3 van deze van 1 centimeter kruk lengte . 



   Met een kruk van 4 centimeters lengte, is het trekkings- en drukkingsvermogen van 1   Kilog.  0 hamer, op al de bovenstaande lengtematen, enige   Kilog.   minder dan   1/4   van deze van 1 centimeter   kruk   lengte enz. enz. 



   Samenstelling der leiding van het toestelmachien "Nieuwe Drijfkracht". 



   De leiding van het toestelmachien bestaat uit: een stuurwiel (34), een pal (37) en as, twee tandwielen (23) met ketting; een derde tand- wiel (20) met ketting, een ijkvracht (21) en een liftkader (22) met lift (19) voorzien van vier schuiven (40) of   wieltjes.   De lift (19) is onder- verdeeld in : een cirkelband (18), zes losse tandwielen (32) draaiend op een spil,waarvan twee bekleed met een houvast   (37),   en zes staven   (17).   



  De leiding is tevens voorzien van een drijfkracht regelaar (30) , die geplaatst is op 2 hangen (31) aan de rechterkant van de   liftkader   (22) en verbonden aan de lift (19) door tussenkomst van een schuifring (38),  een   dubbelstang (29) twee disselkamwielen (27) een roerlat   (28),   een   freinschroef     (35)x   een   kabelfrein,   of elk ander frein die er op toepasselijk is, in de   nabijheid   van het stuurwiel   (34)     gevestigde     enerzijds.   En   anderzijds   aan den voetas (1) bij middel van twee kamwielen die aangepast zijn aan den   boem   van den regelaar (30) met behulp van nog twee kleine   kamwielen.   



   Werking der leiding van het   toestelmachien"   Nieuwe   "Drijfkracht"   

 <Desc/Clms Page number 8> 

 
De werking der leiding van het toestelmachien bestaat erin een opgaande - en nederdalende beweging te doen uitvoeren door de zes dissels (16) die elk verbonden zijn aan den as van een der zes zwingels (3 zend- en 3 ontvangzwingels) , rechts van de zes stralen der le rij of cirkel. Daar deze zes zwingels, insgelijks met hun as gehecht zijn aan drij armen en drij- hefbomen (12), zijn deze laatste verplicht evenals de dissels, de zelfde   klimmende-   en dalende bewegingen na te doen.

   Op de hefbomen en de armen (4) van de groepen 1, 3, 5in de nabijheid van hun as., is op elk der drie groepen een houvast (37) met ressort (39)   aangebracht.,   om hefboom en arm nauwgezet samen te doen gaan in hun bewegingen,en hierdoor de goede werking der leiding te verzekeren van deze 3 groepen. De zes dissels (16) die enerzijds met een der assen van de zes zwingels, elk een geheel vormen, zijn anderzijds, ieder aan een staaf verbonden met een scharnier.

   Deze zes staven (17) bewegen zich elk op een spil, evenwijdig geplaatst op de linker zijde van de cirkelband   (18) .   Deze cirkelband voorzien van gaten, omwindt zes losse tandwielen (32) die zich op de lift (19) bevinden,   insgelijks   links van deze laatste, op zulke wijze dat de tanden der losse wielen juist te recht komen en passen in de gaten van den cirkelband (18)k, opdat deze cirkelband vrijelijk een draaiende beweging zou kunnen uitvoeren op de zes losse   tand-   wielen   32) .   De lift (19) die de zes losse   tandwielen   en' den cirkelband- draagt, en voorzien is van vierschuiven of wieltjes (40) die op de li ftka) der (22) glijden, hangt aan een ketting van een tandwiel (20) dat langs de linkerzijde op de liftkader   (22)   rust,

   en waarvan aan het ander uiteinde van de ketting een   ijkvracht   hangt (2), dat bestemd is om het evenwicht 
 EMI8.1 
 te verzekeren tussen dit jk?radb (21) en de lift. Dit laatste tandwiel (20) is dus gelijkgesteld met een weegschaal die juist in evenwicht is, en de   ijkvracht   en de lift altijd   in   evenwicht houdt. om met de zes groepen te samen, het toestelmachien in beweging te brengen, of stil te leggen is het voldoende het tandwielweegschaal (20) naar rechts of links te doen ke- ren, en aldus de lift waaraan de zes dissels (16) verbonden zijn, te doen dalen of stijgen.

   Om de drijfkrachtvracht van het toestelmachien te orde- nen, is een regelaar (30) aangebracht waarvan de twee beweegbare takken   (41)   elk met een bol aan hun beneden punt beladen zijn, en met hun boven- punt aan de spits van zijn boom (42) hangen. Deze twee   takken   (41) zijn zijdelinks voorzien van elk een stang (29), die eveneens beweegbaar, en ver- bonden zijn aan een schuifring   (38) ,     die'op   den   regelaarboom   (42) op- en neer glijd.

   Een tandwiel (24) vertikaal op den voetas (1) brengt een tweede vertikaal tandwiel (25) dat op de liftkader (22) geplaatst is in   beweging.   Aan dit laatste tandwiel (25) is nog een klein tandwiel met schuinse tanden gehecht, hetwelk een tandwiel (26), insgelijks met schniu- 
 EMI8.2 
 ge tanden op deh'Qobm+{,evml"tamh1iege:t.aar (30) horizontaal gezet en de- ze laatste draaien doet.

   Deboom (42) van den regelaar (30).,dle-b L-mild- del van twee hangen (31) {conaola, aanede.....reGhter3 e van .lasxe (22) geklamdt, is. bovenkant van den b nedemhang (31)waerop?BjgBh3.tdt, voorzien van een boordje (43), ca zijn afzakking te beletten, "en nog een twede boordje (43) juist onder donbovenhang (31) om een stijging van den boom (42) te voorkomen bij het draaien" ,,------- De snelheid van draaien van den regelaar hangt af van de snel- heid van bewegen van het onderlijfbloko 1 J ¯ 4 - , , Bijgevolg hoe sneller het   onderlijfblok   draait hoe meer de takken van den regelaar zich open spreiden, en aldus een stijging te   weeg   brengt van den   schuif ring   (38) dien voorzien van een dubbelstang (29) op zijn beurt langs de dissel kamwielen (27) en de roerlat (28)

   de lift eveneens een   klimmende   beweging doet uitvoeren en op die wijze een daling der armen van het   groepenkompleks   doet ontstaan, hetwelk een afneming van snelheid en   drijf.krachtvermogen   veroorzaakt. Bij vertraging van draaien van het onderlijfblok, oefenen de takken (41) van den regelaar een dalende beweging 
 EMI8.3 
 uit op de lift, hetgeen een stijging der armen van het groepenkompleks voor gevolg heeft, en een verhoging van snelheid en   drijfkrachtvermogen   teweeg brengt. Om het in voege zijnde snelheidsregiem te wijzigen, moet eerst de roerlat   (28)   door den frein ontspannen worden van de lift, opdat de lift los op de roerlat   op-'en   neer kan glijden, om de leiding toe te laten r 

 <Desc/Clms Page number 9> 

 ander marschregiem te bepalen.

   Wanneer de roerlat vast geprangt is aan de lift door den frein,oefent de regelaar zijnregulerende werking uit, om de snelheid van het onderlijfblok zo nauwkeurig mogelijk op den vast- gestelden gang te behouden. Als de roerlat los is van de   lift.,  oefent de regelaar niet de minste invloed uit op de te regelen snelheid. De be- wegingen van het onderlijfblok zijn evenwel mogelijk zonder de   wezenlij-   ke medewerking van den   regelaar.   



   Mits de leiding ononderbroken in de hand te   houden  en aldus het zelfde werk van den regelaar na te   komen.   op een draaiende kolom of buis, dienende als   tabel,,  en krachtmeter   genaamd.,   vertikaal op passende wijze aan de liftkader gehecht, wordt voortdurend stiptelijk de gebezigde hoeveelheid drijfkrachtvracht aangewezen en tevens nauwgezet alle op- en neergaande bewegingen der schouders en armen van het   groepenkompleks   aangetekend, zulks bij middel van een naald of ander puntig voorwerp dat aan de lift is   vastgemaakt.   Gezien het   tandwielweegschaal   (20) zich op een te hoge afstand van de grondlijn bevindt,is het   noodzakelijk   het   leidwiel   (34) korter bij de grondlijn te plaatsen,

   en is daarvoor aan den voorkant van de liftkader een ander tandwiel (34) aangebracht dat zich van den zelfden as bedient van het   tandwielweegschaal   (20) en dus beiden een vast geheel vormen. Op een lageren afstand van de grondlijn,eveneens voorkant op een der dwarsbomen van de liftkader, is een tweede tandwiel van de zelfde grootte,en in de zelfde vertikale richting van het voor- gaande tandwiel gezet Deze twee tandwielen (34) worden bij middel van een ketting met elkaar in betrekking   gebracht.   Het laagste tandwiel op den dwarsboom van de liftkader, is ook voorzien van een verlengden as, waarop aan het ander uiteinde van dien as het stuurwiel (44)   voorkomt   waarmede het toestelmachien in al zijn bewegingen begeleid wordt.

   Op het stuurwiel   (44)   is een frein geplaceerd om het   toestelmachien   te beschut- ten tegen alle mogelijke   afwijkingen.   Op den voetas is eveneens oen frein aangebracht, om alle nutteloze bewegingen te verhinderen. Op het eerste en het vierde van de zes losse tandwielen van de liftwordt op elk dezer twee wielen een pal geplaatst om terugwijkingen te beletten.

   Een verster- kingsbrugje met regelbare vijs,is gevestigd op elke arm boven den hamer- steel om de stevigheid van den arm kracht   bij   te zetten,en de   stijging   van de hamerstelen tegen te gaan tijdens de   leidingsoperatin.   Bij mid- del van de   freinschroef   (35) die beweegbaar aan de lift   gehecht   is,wordt de toerlat aan de lift door den frein vastgehouden of los gelaten .

   Een   telmeter   door den voetas   bewogen,  wijst duidelijk de juiste ontwikkelde snelheid aan die per second, per minuut,of per uur afgelegd wordt door het   onderlijf blok  en het groepenkompleks, 
Ten besluite bewijst dus ophelderend betoog   klaarblijke-   lijk op welke uitzonderlijke en handtastelijke wijze dit toestelmachien "Nieuwe Drijfkracht", zich doet onderscheiden en kenmerken van alles wat tot heden op dit vast en uitgebreid gebied bestaat,door zijn,wonder-   lijk     zelfbewegingsvermogen  waarvan de snelheid ongeveer   onbegrensd   is, wat ook de zwaartevracht weze dat op zijn schouders,'t zij met korte- of lange armen berust,

   en in dezer voege een hoeveelheid drijfkracht kan voortbrengen die insgelijks tot in een bijna onbeperkte mate kan op- gevoerd worden. Dit alles zonder behulp van brandstof,of andere gebrui-   kelijke   middelen van welke soort ook. Het is dan ook volkomen geschikt Om elke hoeveelheid drijfkracht,aan een zeer ongemeen geringe prijs te produceren,en hierdoor in staat is,velerlei buitengewoon grote voor-. delen en   benuttigingen,   aan handel en nijverheid,en tevens aan de gemeen- schap te verschaffen. 



   Op een bijgevoegd plan,  kunnen   alle dienstige aanwijzingen, en   verklaringen   gevonden worden,die een aanvulling zijn van de hoger uit-   gevoerde   beschrijving van het   toestelmachien   "Nieuwe   Drijfkracht".  

BE516503D BE516503A (nl)

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE516503A true BE516503A (nl)

Family

ID=153673

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE516503D BE516503A (nl)

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE516503A (nl)

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CN102426808A (zh) 一种平面桁架结构稳定性力学实验装置
US12274911B1 (en) Inertial resistance exercise apparatus
BE516503A (nl)
RU2403936C2 (ru) Тренажер для силовых упражнений и реабилитации
US804218A (en) Gymnastic apparatus.
CN108730138A (zh) 一种绳拉式节能装置
CN209500661U (zh) 一种拉抬式自举跷步健身器
US1891552A (en) Quick return straight line pump jack
CN205966768U (zh) 一种冷轧管机机架双扇形块平衡装置
Reed Factors influencing rotary performance
Gregory A treatise of mechanics, theoretical, practical, and descriptive
CN209043434U (zh) 一种基于杠杆原理的多用秤杆
SU1831347A3 (en) Walking and running simulator
CN208928856U (zh) 高速管子冷轧机上的三轴动力平衡装置
Ahmedov Kinematic analysis of the converting mechanism of innovative beamless pumping unit for oil industry
Imison Elements of science and art: being a familiar introduction to natural philosophy and chemistry; together with their application to a variety of elegant and useful arts
DE233177C (nl)
US1942A (en) Martin bobbins
SU947762A1 (ru) Установка дл определени фракционного состава почвы
Buckmaster The elements of mechanical physics
US54034A (en) Improved machine for combing bristles
DE65908C (de) Bremsvorrichtung für trommelartige Wägegefäfse selbsttätiger Waagen
SU619323A1 (ru) Резцовое устройство дл нарезани дифракционных решеток
Bower Science applied to work
Baker The Elements of Practical Mechanism and Machine Tools... With Remarks on Tools and Machinery by James Nasmyth..