<Desc/Clms Page number 1>
"Inrichting voor het instellen van den spoed van luchtschroeven van inrichtingen voor het omzetten van windkraoht in electrische energie".
De uitvinding betreft e en inrichting voor het instellen van den spoed van luchtschroeven van inrichtingen voor het omzet- ten van windkracht in electrische energie, waarbij de luchtschroe- ven, om haar lengte-as draaibaar, zijn aangebracht op een holle as, waardoorheen een instelas voor den spoed der luchtschroeven loopt, welke met de halzen der schroefbladen is gekoppeld, waarbij de beweging van de instelas voor het instellen van den spoed af- hangt van de belasting van den generator. Dergelijke inrichtingen zijn op zichzelf bekend.
Zoo beschrijft het Amerikaansche octrooi- schrift No.1.403069 een inrichting, waarbij de schroefbladen ver- steld kunnen worden met behulp van een verschuifbare verstelas,
<Desc/Clms Page number 2>
waarvan de verschuiving afhankelijk kan worden gemaakt van de belasting, hetgeen langs mechanischen weg geschiedt.
De inrichting volgens de uitvinding is in hoofdzaak daardoor gekenmerkt, dat de instelas is gekoppeld met een electro- magnetische inrichting, die bekrachtigd wordt door den belas- tingsstroom van den generator.
Bent op deze wijze wordt het mogelijk de inrichting aan te passen aan de bedrijfsomstandigheden, die o.a. daardoor worden bepaald, dat de generatorbelasting afhankelijk is van de stroomafname van de aangesloten inrichting en van den laadtoe- stand van de bufferbatterij, aan welken toestand de laadstroom moet worden aangepast.
In de teekening zijn enkele uitvoeringsvoorbeelden van de inrichting volgens de uitvinding aangegeven.
Figuur 1 is een langsdoorsnede vaneen uitvoeringsvorm, die het beginsel der uitvinding verduidelijkt.
De figuren :0 en 3 zijn gewijzigde uitvoeringsvormen, eveneens in doorsnede.
In figuur 1 is 1 de hals van een der schroefbladen, welke in kogelblokken ondersteund, bevestigd is aan een draaibare bus 3. De hals van de schroef 1 is aan het uiteinde voorzien van diein de bus een wormwiel, dat samenwerkt met e en worm 8, van e en as 8, in ko- gelblokken ondersteund is. De overig schroefbladen zijn op de- zelfde wijze aangebracht en eveneens van met de worm 2 samenwerken- de wormwielen voorzien. Duidelijkheidshalve is slechts één schroef- blad geteekend. Het huis .3. is draaibaar in kogelblokken ondersteund in een stilstaand gestel , dat slechts gedeeltelijk is geteekend.
De bus 3 is aan het van de schroefbladen afgekeerde einde voorzien van het eene deel van een elastische koppeling, waarvan het andere deel verbonden is met de as 8. In het geteekende uitvoeringsvoor- beeld bestaat deze koppeling uit e en met de bus 3 verbonden doos 10, waaraan het eene einde van e en veer 4 is bevestigd, die met het andere einde aan de as 8 is bevestigd. Op deze wijze wordt een elastische koppeling tusschen deze as en de bus 3 verkregen.
De as
<Desc/Clms Page number 3>
8 draagt aan het vrije einde een nokkenrad of rotor 5, samenwer- kend met een magneetkern 6, bevestigd op het gestel 9, welke kern 6 een wikkeling 7, draagt, die doorloopen wordt door den hoofdstroon van den niet geteekenden generator, die met behulp van een ge- schikte overbrenging, die inde teekening is weggelaten, gekoppeld is met en zoodoende aangedreven wordt door de bus .
De rotor 5 oefent bij draaiing van de bus 3, die door de luchtschroeven 1 wordt aangedreven, een remwerking uit op de as 8, welke remwerking afhankelijk is van de belasting van den generator. Als gevolg daarvan wordt, tegen de werking van de elastische koppeling 4-10 in, een koppel uitgeoefend op deze as 8, waardoor een hoekverdraaiing daarvan ontstaat, die over de worm 2 overgebracht wordt op de luchtschroeven, die daardoor om hun lengteas draaien en den in verband met de belasting en wind- kracht gunstigsten stand innemen. Wordt de as 8 op nader te om- schrijven wijze door den bedienenden persoon voldoende afgeremd, dan zullen de schroeven 1 den vaanstand gaan innemen en wordt de generator tot stilstand gebracht. Vasthoudend aan hetzelfde beginsel kan de constructie in verschillende opzichten worden ge- wijzigd.
Zoo kan o.a, de extra aandrijving van den generator ver- vallen en kan deze met de elastische koppeling en den electromag- netischen rem in één enkel gesloten huis worden aangebracht, hetgeen in figuur! is aangegeven.
Het gestel 9 vormt hierbij een gesloten huis, dat over kogelblokken draaibaar is aangebracht op de bus 3. De bevestiging der luchtschroeven 1 asn het huis en de aandrijving dezer schroe- ven door draaiing om hun lengteas zijn op dezelfde wijze uitge- voerd als bij figuur 1 beschreven.
Het huis 9 is door een wand 11 in twee afdeelingen ver- deeld, waarvan de e ene den generator en de andere de elastische koppeling 4, 10 en de electromagnetische reminrichting 5, 6, 7 bevat.
De generator, die wat uitvoering betreft, slechts als voorbeeld is aangegeven, bestaat in hoofdzaak uit twee naast elkaar
<Desc/Clms Page number 4>
op de bus 3 vast bevestigde rotoren 12, 13 en twee stel polen 14, 15, welke laatste aan het huis 9 zijn bevestigd. Tusschen de beide rotoren is bij den geteekenden uitvoeringsvorm, geisoleerd op de bus 3, de collector (respectievelijk sleepringen) 16 aange- bracht, terwijl 17 de borstels zijn.
De tweede afdeeling van het huis 9 bevat zooals gezegd, de in verband met figuur 1 beschreven elastische koppeling en de electromagnetische rem. Buiten het huis 9 is op de as 8 een remschrijf 18 aangebracht met een remband 19, die aan het eene einde over een veer 20 met een vast deel van gestel of toren is verbonden. Het andere einde is bevestigd aan een trekkabel 21, die naar beneden is gevoerd. Wordt aan dezen kabel 21 getrokken, dan wordt de as 8 afgeremd en de worm 2 draait de luchtschroeven in den vaanstand, zoodat de inrichting wordt stilgezet.
In figuur 3 is schematisch, onder weglating van den generator, een uitvoeringsvorm geteekend, waarbij de elastische koppeling tusschen de bus 3 en de as 8 kan vervallen.
De as 8 is hierbij vast verbonden met het huis 3 en wordt door dit huis medegedraaid. Het einde van de as 8 is met behulp van een scharnierend met de as 8 verbonden koppelstang 22 scharnierend verbonden met een schrijf 23 van het ondereinde van den hals van de schroef 1. Aan het andere einde eindigt de as 8 in een kern 24 van een door den generatorstroom doorloopen magneet- spoel 25, aangebracht in een huis 26, bevestigd op het gestel 9.
Afhankelijk van de waarde van den generatorstroom, zal de kern 24 in de spoel 25 een bepaalden stand innemen en bij verandering van de stroomsterkte zal dan de as 8 een weinig naar links of rechts worden verschoven, waardoor onder den invloed van demechanische koppelingen 22, 23 elke luchtschroef 1 om haar as wordt gedraaid om den juisten stand in te nemen in verband met windkracht en belasting. Bij toepassing van wisselstroomgeneratoren, kan de rotor 5 volgens figuur 1 en figuur 2' bewogen worden door e en rem- schijf volgens het Ferraris-principe.