BE1020815A3 - Werkwijze en inrichting voor het aanbrengen van polyurethaanschuim in een spouw. - Google Patents

Werkwijze en inrichting voor het aanbrengen van polyurethaanschuim in een spouw. Download PDF

Info

Publication number
BE1020815A3
BE1020815A3 BE201200456A BE201200456A BE1020815A3 BE 1020815 A3 BE1020815 A3 BE 1020815A3 BE 201200456 A BE201200456 A BE 201200456A BE 201200456 A BE201200456 A BE 201200456A BE 1020815 A3 BE1020815 A3 BE 1020815A3
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
cavity
components
cartridge
mixing tube
polyurethane foam
Prior art date
Application number
BE201200456A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Evs Polyservice Bvba
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Evs Polyservice Bvba filed Critical Evs Polyservice Bvba
Priority to BE201200456A priority Critical patent/BE1020815A3/nl
Priority to NL2011029A priority patent/NL2011029C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1020815A3 publication Critical patent/BE1020815A3/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F21/00Implements for finishing work on buildings
    • E04F21/02Implements for finishing work on buildings for applying plasticised masses to surfaces, e.g. plastering walls
    • E04F21/06Implements for applying plaster, insulating material, or the like
    • E04F21/08Mechanical implements
    • E04F21/085Mechanical implements for filling building cavity walls with insulating materials
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B05SPRAYING OR ATOMISING IN GENERAL; APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
    • B05CAPPARATUS FOR APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
    • B05C17/00Hand tools or apparatus using hand held tools, for applying liquids or other fluent materials to, for spreading applied liquids or other fluent materials on, or for partially removing applied liquids or other fluent materials from, surfaces
    • B05C17/005Hand tools or apparatus using hand held tools, for applying liquids or other fluent materials to, for spreading applied liquids or other fluent materials on, or for partially removing applied liquids or other fluent materials from, surfaces for discharging material from a reservoir or container located in or on the hand tool through an outlet orifice by pressure without using surface contacting members like pads or brushes
    • B05C17/00553Hand tools or apparatus using hand held tools, for applying liquids or other fluent materials to, for spreading applied liquids or other fluent materials on, or for partially removing applied liquids or other fluent materials from, surfaces for discharging material from a reservoir or container located in or on the hand tool through an outlet orifice by pressure without using surface contacting members like pads or brushes with means allowing the stock of material to consist of at least two different components
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04BGENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
    • E04B1/00Constructions in general; Structures which are not restricted either to walls, e.g. partitions, or floors or ceilings or roofs
    • E04B1/62Insulation or other protection; Elements or use of specified material therefor
    • E04B1/74Heat, sound or noise insulation, absorption, or reflection; Other building methods affording favourable thermal or acoustical conditions, e.g. accumulating of heat within walls
    • E04B1/76Heat, sound or noise insulation, absorption, or reflection; Other building methods affording favourable thermal or acoustical conditions, e.g. accumulating of heat within walls specifically with respect to heat only
    • E04B1/7604Heat, sound or noise insulation, absorption, or reflection; Other building methods affording favourable thermal or acoustical conditions, e.g. accumulating of heat within walls specifically with respect to heat only fillings for cavity walls

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Architecture (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Polyurethanes Or Polyureas (AREA)
  • Casting Or Compression Moulding Of Plastics Or The Like (AREA)

Description

Werkwijze en inrichting voor het aanbrengen van polyurethaanschuim in een spouw
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het thermisch naisoleren van muren met minstens een binnen- en een buitenblad en met daartussen een vrije spouw. Hierbij wordt de vrije ruimte van de spouw opgevuld met polyurethaanschuim, dat wordt bekomen door een reactie van minstens twee componenten, met name een isocyanaat en minstens een polyol. Deze twee componenten worden gemengd en in de spouw geïnjecteerd door een booropening, die wordt gemaakt door het binnen- en/of het buitenblad tot in de spouw. Hierbij vloeien de twee componenten in de spouw en reageren met elkaar om het polyurethaanschuim te vormen in de spouw.
De vorming van polyurethaanschuim is op zich goed gekend bij de vakman. Zo is het gekend bij de vakman om de eigenschappen van het polyurethaanschuim aan te passen door bijvoorbeeld de keuze van isocyanaat en een of meerdere polyolen. Zo kan bijvoorbeeld een systeem van een aantal polyolen worden gebruikt met verschillen in ketenlengte en/of aantal reactieve alcoholgroepen.
Bij de huidige werkwijzen voor het met polyurethaanschuim opvullen van een bestaande spouw wordt gebruik gemaakt van een spuitinrichting met een injectiepistool dat verbonden is via twee toevoerslangen met twee vaten die de twee componenten, een isocyanaat en minstens een polyol, bevatten. Onder hoge druk, boven bijvoorbeeld 4 tot 6 bar, worden deze componenten in het injectiepistool door een injectoropening met een diameter van 0,1 tot 0,2 mm gebracht, waardoor de componenten worden samengebracht en gemengd tot een laag viskeus mengsel. Dit mengsel wordt door de booropeningen in de spouw geïnjecteerd en vloeit onder invloed van de zwaartekracht naar beneden in de spouw. Na het mengen reageren de twee componenten met elkaar en ontstaat het polyurethaanschuim. Het schuim vult hierbij de spouw op. Om te verhinderen dat het schuim via het boorgat uit de spouw vloeit, worden de boorgaten opgestopt wanneer het injectiepistool uit het boorgat wordt verwijdert om de spouw via een volgend boorgat verder op te vullen.
Volgens deze werkwijze kunnen spouwmuren vrij efficiënt worden opgevuld. Deze bestaande werkwijze en spuitinrichting heeft echter een aantal nadelen.
Zo kan deze werkwijze enkel worden toegepast door ervaren vaklui. Het mengsel dient met de nodige omzichtigheid te worden geïnjecteerd in de boorgaten. Indien teveel van het mengsel wordt geïnjecteerd, kan een deel van het mengsel uit het boorgat terug naar buiten lopen en bestaat ook de kans dat het gevormde schuim via het boorgat uit de spouw komt. Aangezien polyurethaanschuim hardnekkige vlekken veroorzaakt, kan hierdoor een gevel sterk worden ontsierd. Doordat de twee componenten met een zekere traagheid met elkaar reageren en het schuim pas wordt gevormd en uitzet nadat dit in de spouw wordt ingebracht, berust de succesvolle toepassing hiervan voor een groot deel op ervaring.
Ook dient bij deze werkwijze het injectiepistool te worden verbonden met de voorraadvaten door middel van toevoerslangen. Deze toevoerslangen zijn steeds in lengte beperkt en maken dat het pistool moeilijk te hanteren is. Op minder bereikbare plaatsen van een muur kan dit voor problemen zorgen. Bovendien kunnen deze toevoerslangen ook de veiligheid van de operator in het gedrang brengen bij, bijvoorbeeld, het werken op stellingen of ladders.
Doordat met een hoge injectiedruk wordt gewerkt, dienen eveneens bijkomende veiligheidsmaatregelen te worden genomen.
Verder zorgen de toevoerslangen ervoor dat mogelijk de componenten niet in de juiste verhouding worden gemengd. Wanneer, bijvoorbeeld, de relatief kleine opening van de injector of één van de toevoerslangen tijdelijk gedeeltelijk of volledig afgesloten of gekneld is, zal de toevoer van een van de componenten worden gehinderd, waardoor de kwaliteit van het polyurethaanschuim in de spouw mogelijk niet constant is.
Verder moeten de toevoerslangen worden geconditioneerd om een optimale temperatuur te verzekeren voor de componenten die met elkaar dienen te reageren.
Ook staat tegenover een dergelijke installatie volgens de stand van de techniek een zeer grote investeringskost en bovendien een vrij hoge werkings- en onderhoudskost.
De uitvinding wil aan deze nadelen verhelpen door een werkwijze en een inrichting voor te stellen die toelaten om op een eenvoudige wijze een bestaande spouw van een muur op te vullen met polyurethaanschuim, zoals in de hieraan toegevoegde conclusies.
Tot dit doel worden door middel van een injectiepistool de twee componenten vanuit een cartridge met minstens twee compartimenten, die elk een van de twee componenten bevatten, door een mengbuis, die wordt bevestigd op de cartridge, gebracht. Hierbij worden de twee componenten in de mengbuis met elkaar gemengd tot een mengsel dat in de spouw vloeit via de mengbuis die uitmondt in het boorgat en/of in de spouw.
Doelmatig worden de twee componenten gekozen met een lage viscositeit zodat de componenten na het mengen in de spouw naar beneden lopen voordat het polyurethaanschuim wordt gevormd en uithardt. Bij voorkeur bedraagt de dynamische viscositeit van de twee componenten maximaal 5 Pa.s, in het bijzonder volgens een uitvoeringsvorm nagenoeg 0,1 tot 1,5 Pa.s, en bij voorkeur maximaal 1 Pa.s.
Op een voordelige wijze worden de twee componenten nagenoeg in gelijke volumes met elkaar gemengd. Hierbij bedraagt, bijgevolg, de volumeverhouding van de componenten nagenoeg 1:1. Afhankelijk van de samenstelling en/of de concentratie van de componenten kunnen deze ook voordelig in andere verhoudingen worden gemengd, zoals bijvoorbeeld de volumeverhouding 2:1 of 10:1.
Op een zeer voordelige wijze worden de buitendiameter van de mengbuis en de diameter van het boorgat zodanig gekozen dat deze nagenoeg overeenkomen zodat de mengbuis in het boorgat past, bij voorkeur, nauw aansluitend met slechts een weinig speling. Hierdoor kan geen uithardend schuim door het boorgat naar buiten vloeien. Aldus wordt vermeden dat door het eventueel te veel vullen van de spouw polyurethaan via het boorgat uit de spouw vloeit. Bij voorkeur, blijft de mengbuis minstens gedeeltelijk in het boorgat totdat het polyurethaanschuim in de spouw is uitgehard en, bij voorkeur, blijft ook de cartridge verbonden met de mengbuis totdat het polyurethaanschuim in de spouw is uitgehard.
De uitvinding heeft eveneens betrekking op een cartridge voor een injectiepistool voor het opvullen van een spouw van een muur met een polyurethaanschuim dat wordt gevormd door een reactie van minstens twee componenten, met name een isocyanaat en minstens een polyol. Hierbij bevat deze cartridge minstens twee compartimenten, die elk een van de twee componenten bevatten en waarbij deze twee componenten elk een dynamische viscositeit hebben die maximaal 5 Pa.s bedraagt, in het bijzonder volgens een uitvoeringsvorm nagenoeg 0,1 tot 1,5 Pa.s bedraagt, en bij voorkeur maximaal 1 Pa.s.
Andere bijzonderheden en voordelen van de uitvinding zullen blijken uit de hierna volgende beschrijving van concrete uitvoeringsvormen van de werkwijze en de inrichting volgens de uitvinding; deze beschrijving wordt enkel als voorbeeld gegeven en beperkt de draagwijdte niet van de gevorderde bescherming; de hierna gebruikte verwijzingscijfers hebben betrekking op de hieraan toegevoegde figuren.
Figuur 1 is een schematische voorstelling van een bovenaanzicht van een muur met een spouw volgens een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding.
Figuur 2 is een schematische voorstelling van een vooraanzicht van een muur met een spouw die wordt opgevuld volgens een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding.
Figuur 3 is een schematische voorstelling van een cartridge met een mengbuis en een injectiepistool volgens een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding..
De uitvinding heeft in het algemeen betrekking op een werkwijze en een inrichting voor het naisoleren van een muur zoals weergegeven in de figuur 1. Hierbij wordt een bestaande vrije spouw 3 van de muur tussen het buiten- en het binnenblad 1 en 2 van de muur opgevuld met polyurethaanschuim 4. Bij voorkeur zijn het buiten- en binnenblad 1 en 2 van de muur nagenoeg parallel met elkaar. Dit polyurethaanschuim 4 wordt gevormd door twee componenten 6 en 7, namelijk een isocyanaat en minstens een polyol, met elkaar te laten reageren.
Volgens de uitvinding wordt hierbij gebruik gemaakt van een lage druk injectiepistool 9 dat is voorzien van een cartridge 10 met minstens twee compartimenten 11 en 12 die voorzien zijn van uitstroomopeningen met een doorsnede van minstens 2 tot 6 mm. Met een lage druk injectiepistool wordt een injectiepistool bedoeld dat werkt met een lage druk van bijvoorbeeld 1 tot maximaal 10 bar, bij voorkeur 4 tot 6 bar. De compartimenten 11 en 12 van de cartridge 10 bevatten elk één van de twee componenten 6 en 7. Het injectiepistool 10 kan, bijvoorbeeld, worden aangedreven door perslucht 15 op een op zich voor een vakman gekende wijze. Het injectiepistool 10 kan natuurlijk ook, bijvoorbeeld, handmatig of elektrisch worden aangedreven. De cartridge 10 houdt bijgevolg de reactieve componenten 6 en 7 van elkaar gescheiden totdat deze worden gemengd nadat ze door het injectiepistool 9 uit deze cartridge 10 worden geduwd. De compartimenten 11 en 12 van de cartridge 10 zijn, bij voorkeur, niet onder druk gebracht maar bevinden zich onder atmosferische druk.
De cartridge vormt, bij voorkeur, een langwerpig patroon, zoals weergegeven in de figuur 3, waarbij een eerste uiteinde 18 ervan een uitgang vertoont waarop een mengbuis 13 kan aansluiten, terwijl een tweede uiteinde 17 wordt afgesloten door een volgens de lengterichting van het patroon verplaatsbaar duwelement 19, waarbij de compartimenten 11 en 12 zich uitstrekken tussen het eerste uiteinde 18 en het duwelement 19. Het injectiepistool is hierbij voorzien van een duwer 20 die het duwelement 19 kan voortbewegen om aldus de componenten 6 en 7 uit de compartimenten 11 en 12 te duwen.
Het totale volume van de cartridge 10 bedraagt, bij voorkeur, maximaal 2 liter, in het bijzonder volgens een uitvoeringsvorm, maximaal 0,4 tot 1,5 liter. Hierdoor is, bijvoorbeeld, het injectiepistool 9 met een daarop gemonteerde cartridge 10 gemakkelijk draagbaar en hanteerbaar door een operator.
Het mengen van de componenten 6 en 7 gebeurt in een, bij voorkeur statische, mengbuis 13 die op de cartridge 10 wordt bevestigd. Bij voorkeur wordt de mengbuis 13 rechtstreek op de cartridge 10 bevestigd. De componenten 6 en 7 worden door middel van het injectiepistool 9 vanuit de cartridge 10 door de mengbuis 13 geduwd. De componenten 6 en 7 worden, terwijl ze zich verplaatsen volgens de as van de mengbuis 13, met elkaar gemengd teneinde een mengsel 8 te vormen dat langs het uiteinde 14 van de mengbuis 13, deze mengbuis 13 verlaat. Dit uiteinde 14 is voorzien van een uitstroomopening die een diameter vertoond die 1 tot 5 mm bedraagt. Aldus wordt op het einde 14 van de mengbuis 13 een mengsel 8 van de twee componenten 6 en 7 bekomen.
Dergelijk injectiepistool 9, cartridge 10 en mengbuis 13 zijn op zich gekend bij de vakman.
Door gebruikt te maken van een cartridge 10 worden de gewenste verhoudingen van de te mengen componenten 6 en 7 steeds gerespecteerd en heeft de operator van het injectiepistool 9 ook een onmiddellijke controle over deze verhoudingen.
Bij voorkeur, worden volgens de uitvinding de twee componenten 6 en 7 nagenoeg in gelijke volumes met elkaar gemengd.
Voor het opvullen van de spouw 3 van de te isoleren muur worden, volgens een uitvoeringsvorm van de werkwijze van de uitvinding, in het buitenblad 1 van de muur op regelmatige afstanden van elkaar boorgaten 5 aangebracht tot in de spouw 3, zoals weergegeven in de figuur 2. Aldus vormen de boorgaten 5, bij voorkeur, een regelmatig patroon met, bij voorkeur, ongeveer één boorgat 5 per m2.
Alternatief kunnen eveneens booropeningen 5 worden gemaakt van in het binnenblad 2 van de muur tot in de spouw 3.
De mengbuis 13 wordt in de booropening 5 geplaatst zodat via het uiteinde 14 van de mengbuis 13 het mengsel 8 van de twee componenten 6 en 7 doorheen de booropening 5 in de spouw 3 loopt. De mengbuis 13 mondt, bij voorkeur, uit in de spouw 3 en/of mogelijk in het boorgat 5. Op deze wijze worden de beide componenten 6 en 7 in de spouw 3 geïnjecteerd. Het mengsel 8 met de twee componenten 6 en 7 vloeit onder invloed van de zwaartekracht naar beneden in de spouw 3. Ondertussen reageren beide componenten 6 en 7 met elkaar in het mengsel 8 om het polyurethaanschuim 4 te vormen dat volledig uithardt.
In bestaande systemen met cartridges voor bijvoorbeeld polyurethaanschuim dat wordt gebruikt als fixatiemiddel is de viscositeit van de componenten veel te hoog om geschikt te zijn voor het opvullen van een spouw. Bij dergelijk fixatietoepassingen is het belangrijk dat de gemengde componenten voldoende viskeus zijn zodat deze opschuimen en uitharden op de plaats waar deze werden aangebracht. Voor het opvullen van een spouw dienen de gemengde componenten echter voldoende in de spouw naar beneden te kunnen vloeien zodat de spouw volledig wordt opgevuld en niet enkel rond het boorgat waar het mengsel in de spouw wordt ingebracht.
Om toe te laten dat de spouw 3 volledig wordt opgevuld dient bijgevolg het mengsel 8 met de twee componenten 6 en 7 voldoende vloeibaar te zijn. Een te viskeus mengsel 8 zal niet voldoende in de spouw 3 kunnen vloeien waardoor enkel schuim 4 wordt gevormd ter hoogte van het boorgat 5. Bij voorkeur bedraagt de dynamische viscositeit van de twee componenten 6 en 7 maximaal 5 Pa.s. Volgens een specifieke uitvoeringsvorm van de werkwijze van de uitvinding bedraagt deze dynamische viscositeit nagenoeg 0,1 tot 1,5 Pa.s.
De viscositeit van het mengsel 8 zal initieel nagenoeg overeenkomen met de viscositeit van de twee componenten 6 en 7. Naarmate de reactie vordert, stijgt deze viscositeit totdat het schuim 4 volledig is uitgehard.
Voor een optimale verdeling van het schuim 4 in de spouw 3 kan, bijgevolg, eveneens de reactiviteit van de componenten 6 en 7 worden aangepast. Hiertoe kunnen additieven worden toegevoegd die de reactie versnellen of vertragen.
Het aanpassen van de viscositeit en/of de reactiviteit van de twee componenten 6 en 7 is op zich gekend voor de vakman. Zo wordt bij bestaande cartridges voor polyurethaanschuim, dat wordt gebruikt als fixatiemiddel, een verdikkingsmiddel toegevoegd om de viscositeit van het mengsel te verhogen, zodat het mengsel blijft kleven op het oppervlak waarop het werd aangebracht en verder niet naar beneden vloeit onder invloed van de zwaartekracht.
Om een volledige spouw 3 van een muur op te vullen worden op regelmatige afstanden van elkaar boorgaten 5 gemaakt, zoals weergegeven in de figuur 2. Hierdoor ontstaat een boorpatroon. Bij het opvullen van de spouw 3 wordt bij voorkeur eerst via de onderste boorgaten 5 het mengsel 8 van de componenten 6 en 7 in de spouw 3 geïnjecteerd. Hierdoor wordt eerst een onderste laag schuim 4 gevormd in de spouw 3. Bij voorkeur wordt pas nadat deze onderste laag uitgehard is, het mengsel 8 via de volgende daarboven gelegen boorgaten 5 in de spouw 3 geïnjecteerd om een volgende op de onderste laag aansluitende laag schuim 4 te vormen. Op deze wijze kan de volledige spouw 3 worden opgevuld.
Bij voorkeur worden de boorgaten 5 op een afstand van elkaar geplaatst zodat per boorgat 5 nagenoeg één volledige cartridge 10 kan worden geïnjecteerd in de spouw 3. Volgens een specifieke voorkeursuitvoeringsvorm van de werkwijze van de uitvinding wordt met één cartridge 10 nagenoeg 1 m2 van de muur voorzien van schuim 4 in een spouw 3 met een dikte van 5 tot 7 cm.
Om te voorkomen dat polyurethaanschuim door de boorgaten 5 naar buiten de muur komt worden de buitendiameter van de mengbuis 13 en de binnendiameter van het boorgat 5 zodanig gekozen dat deze nagenoeg overeenkomen en dat de mengbuis 13 in het boorgat 5 past en nauw aansluit tegen het boorgat 5.
Verder is bij voorkeur de lengte van de mengbuis 13 minstens even groot als de dikte van het binnen- of het buitenblad 1 en 2 van de muur waarin de booropening 5 zich bevindt. Aldus mondt het uiteinde 14 van de mengbuis 13 uit in de spouw 3, tussen het binnen- of het buitenblad 1 en 2 van de muur.
Volgens de werkwijze van de uitvinding is het eveneens mogelijk om eenvoudig de mengbuis 13 minstens gedeeltelijk in het boorgat 5 te laten zitten totdat het polyurethaanschuim 4 in de spouw 3 is uitgehard. Hierdoor wordt verhinderd dat schuim 4 via het boorgat 5 naar buiten komt. Mogelijk kan ook de lege cartridge 10 aan de mengbuis 13 blijven hangen totdat het schuim 4 uitgehard is. Dit vermijdt tevens dat via de mengbuis 13 schuim 4 naar buiten komt.
Het is bijgevolg niet meer nodig om in een afzonderlijke handeling de boorgaten 5 tijdelijk af te dichten of op te stoppen.
De uitvinding is natuurlijk niet beperkt tot de hierboven beschreven werkwijze en inrichting.
Zo kunnen volgens een werkwijze van de uitvinding boorgaten voorzien worden in het buiten- en/of ook het binnenblad 1 en 2 van de muur.
Zo kunnen, bijvoorbeeld, afhankelijk van de inhoud van de cartridge 10 en/of de dikte van de spouw 3 meer of minder boorgaten 5 per m2 worden voorzien. Zo kan dus de afstand tussen de boorgaten 5 afhankelijk zijn van de dikte van de spouw 3, zijnde de afstand tussen het buiten- en het binnenblad 1 en 2 van de muur.
Zo kan het boorpatroon worden aangepast aan het volume van de cartridge 10 of kan omgekeerd het volume van de cartridge 10 worden aangepast aan het boorpatroon. Dit om bijvoorbeeld één cartridge 10 per boorgat 5 te gebruiken voor het volledig opvullen van de spouw 3 tussen het binnen- en het buitenblad 1 en 2.
Zo kunnen ook meer dan één cartrigde 10 per boorgat 5 worden voorzien.
Zo kan ook het volume van de compartimenten van de cartridge groter of kleiner gekozen worden.
Zo kunnen de volumes van de te mengen componenten 6 en 7 een verhouding vertonen die maximaal 4 bedraagt, of die, bij voorkeur, maximaal 2 bedraagt.
Zo kan de cartridge 10 via een toevoerslang worden verbonden met het injectiepistool zodat deze zich op een kleine afstand van het injectiepistool bevindt, bij voorkeur, binnen het bereik van de operator.
Zo kan de mengbuis 13 via een toevoerslang worden verbonden met een injectiepistool. Mogelijk kan dan ook het injectiepistool op afstand worden bediend.
Zo kan de mengbuis 13 worden geïntegreerd in de cartridge 10. Zo kan een bijkomende injectiebuis op de mengbuis 13 worden aangesloten zodat de injectiebuis het mengsel 8 uit de mengbuis 13 door het boorgat 5 geleid.

Claims (16)

1. Werkwijze voor het thermisch isoleren van een muur die minstens bestaat uit een buiten- en een binnenblad (1,2) met daartussen een spouw (3), welke spouw (3) minstens gedeeltelijk wordt opgevuld met polyurethaanschuim (4), waarbij minstens een booropening (5) wordt gemaakt doorheen het binnen- en/of het buitenblad (1,2) tot in genoemde spouw (3), en waarbij een mengsel (8) van minstens twee componenten (6,7) in deze spouw (3) wordt geïnjecteerd doorheen genoemde booropening (5), waarbij dit mengsel in de spouw (3) naar beneden vloeit en polyurethaanschuim (4) wordt gevormd door een reactie van genoemde componenten (6,7), met name een isocyanaat en minstens een polyol, daardoor gekenmerkt dat elk van genoemde componenten (6,7) is ondergebracht in een overeenkomstig compartiment (11,12) van een cartridge (10) waarop een mengbuis (13) aansluit en elke component (6,7) door middel van een injectiepistool (9) vanuit dit overeenkomstig compartiment (11,12) gelijktijdig in de mengbuis (13) wordt gebracht via een eerste uiteinde (16) van deze laatste, waarbij deze componenten (6,7), terwijl ze zich verplaatsen in de mengbuis (13), in deze laatste met elkaar worden gemengd teneinde genoemd mengsel (8) te vormen dat langs het tegenoverliggend uiteinde (14) van de mengbuis (13) in de spouw (3) wordt geïnjecteerd doorheen genoemde booropening (5).
2. Werkwijze volgens de conclusie 1, waarbij de mengbuis (13) rechtstreeks op de cartridge (10) wordt bevestigd.
3. Werkwijze volgens de conclusie 1 of 2, waarbij het mengsel (8) naar beneden vloeit in de spouw (3) voordat het polyurethaanschuim (4) wordt gevormd.
4. Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot 3, waarbij de twee componenten (6,7) worden gekozen met elk een dynamische viscositeit die maximaal 5 Pa.s bedraagt, bij voorkeur nagenoeg 0,1 tot 1,5 Pa.s bedraagt.
5. Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot 4, waarbij de twee componenten (6,7) samen met een blaasmiddel worden gemengd.
6. Werkwijze volgens een van de conclusie 1 tot 5, waarbij de twee componenten (6,7) nagenoeg in gelijke volumes met elkaar worden gemengd.
7. Werkwijze volgens een van de conclusie 1 tot 6, waarbij de mengbuis (13) en het boorgat (5) worden gekozen met een buitendiameter en, respectievelijk, een binnendiameter die nagenoeg overeenkomen, waardoor de mengbuis (13) in het boorgat (5) past en hiertegen aansluit.
8. Werkwijze volgens een van de conclusie 1 tot 7, waarbij de mengbuis (13) minstens gedeeltelijk in het boorgat (5) blijft totdat het polyurethaanschuim in de spouw (3) is uitgehard.
9. Werkwijze volgens de conclusie 8, waarbij de cartridge (10) verbonden blijft met de mengbuis (13) totdat het polyurethaanschuim (4) in de spouw (3) is uitgehard.
10. Werkwijze volgens een van de conclusie 1 tot 9, waarbij de mengbuis (13) wordt gekozen met een lengte die minstens even veel bedraagt als een dikte van het binnen- en/of het buitenblad (1,2).
11. Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot 10, waarbij op regelmatige afstanden van elkaar boorgaten (5) worden aangebracht in het binnen- en/of het buitenblad (1,2) waardoor een boorpatroon wordt bekomen waarbij minstens één, bij voorkeur één, cartridge (10) per boorgat (5) wordt geïnjecteerd in de spouw (3) voor het volledig opvullen van deze spouw (3) tussen het binnen- en het buitenblad (1,2).
12. Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot 11, waarbij de cartridge (10) wordt gekozen met een hoeveelheid van de twee componenten (6,7) die voldoende is om een spouw (3) met een breedte die nagenoeg 4 tot 10 cm bedraagt, bij voorkeur nagenoeg 5 tot 8 cm bedraagt, van een muur met een oppervlakte die nagenoeg 0,5 tot 2 m bedraagt, bij voorkeur nagenoeg 1 m bedraagt, volledig op te vullen met polyurethaanschuim (4) dat wordt gevormd na mengen van de twee componenten (6,7).
13. Cartridge (10) voor een lage druk injectiepistool (9) voor het vormen van een polyurethaanschuim (4) door een reactie van minstens twee componenten (6,7), met name een isocyanaat en minstens een polyol, waarbij de cartridge (10) minstens twee compartimenten (11,12) bevat, die elk een van de twee componenten (6,7) bevatten, waarbij de twee componenten (6,7) elk een dynamische viscositeit vertonen die maximaal 5 Pa.s bedraagt, bij voorkeur nagenoeg 0,1 tot 1,5 Pa.s bedraagt.
14. Cartridge (10) volgens de conclusie 13, waarbij de twee compartimenten (6,7) elk een volume vertonen, waarbij deze volumes een verhouding ten opzichte van elkaar vertonen die maximaal 2 bedraagt en bij voorkeur nagenoeg 1 bedraagt.
15. Cartridge (10) volgens een van de conclusies 13 tot 14, waarbij de cartridge (10) een hoeveelheid van de twee componenten (6,7) bevat zodat deze voldoende is om een spouw (3) met een breedte die nagenoeg 4 tot 10 cm bedraagt, bij voorkeur nagenoeg 5 tot 8 cm bedraagt, van een muur met een oppervlakte die nagenoeg 0,5 tot 2 m bedraagt, bij voorkeur nagenoeg 1 m bedraagt, volledig op te vullen met polyurethaanschuim (4) dat wordt gevormd na mengen van de twee componenten (6,7).
16. Set van een mengbuis (13) met een cartridge (10) volgens een van de conclusies 1 tot 15, waarbij de mengbuis (13) past op de cartridge (10).
BE201200456A 2012-07-04 2012-07-04 Werkwijze en inrichting voor het aanbrengen van polyurethaanschuim in een spouw. BE1020815A3 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE201200456A BE1020815A3 (nl) 2012-07-04 2012-07-04 Werkwijze en inrichting voor het aanbrengen van polyurethaanschuim in een spouw.
NL2011029A NL2011029C2 (nl) 2012-07-04 2013-06-24 Werkwijze en inrichting voor het aanbrengen van polyurethaanschuim in een spouw.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE201200456A BE1020815A3 (nl) 2012-07-04 2012-07-04 Werkwijze en inrichting voor het aanbrengen van polyurethaanschuim in een spouw.
BE201200456 2012-07-04

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1020815A3 true BE1020815A3 (nl) 2014-05-06

Family

ID=46762744

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE201200456A BE1020815A3 (nl) 2012-07-04 2012-07-04 Werkwijze en inrichting voor het aanbrengen van polyurethaanschuim in een spouw.

Country Status (2)

Country Link
BE (1) BE1020815A3 (nl)
NL (1) NL2011029C2 (nl)

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB2059489A (en) * 1979-09-23 1981-04-23 Isoplan Bv Apparatus and method for feeding insulating material into the gap of a cavity wall
EP0467830A1 (de) * 1990-07-20 1992-01-22 Wilhelm A. Keller Mehrfach-Austragkartusche für Mehrkomponentenmassen
WO2004027177A1 (en) * 2002-09-19 2004-04-01 Uretek S.R.L. Method for repairing, waterproofing, insulating, reinforcing, restoring of wall systems

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB2059489A (en) * 1979-09-23 1981-04-23 Isoplan Bv Apparatus and method for feeding insulating material into the gap of a cavity wall
EP0467830A1 (de) * 1990-07-20 1992-01-22 Wilhelm A. Keller Mehrfach-Austragkartusche für Mehrkomponentenmassen
WO2004027177A1 (en) * 2002-09-19 2004-04-01 Uretek S.R.L. Method for repairing, waterproofing, insulating, reinforcing, restoring of wall systems

Also Published As

Publication number Publication date
NL2011029C2 (nl) 2014-01-07

Similar Documents

Publication Publication Date Title
RU2017145398A (ru) Получение композиции, образующей аэрозоль
US10159996B2 (en) System for dispensing multiple component chemical sprays
HK1085991A1 (en) Wireless networked system for dispensing a lubricating fluid
WO2005067490A3 (en) Dual component dispensing and mixing systems
CN105102134A (zh) 泡沫分配器
WO2012014115A3 (en) Metered dosing bottle
WO2007063503A3 (en) Beverage maker, and pump unit and cartridge for use in a beverage maker
DE602009000241D1 (de) Elektrostatisches Lackierverfahren und Vorrichtung
BE1020815A3 (nl) Werkwijze en inrichting voor het aanbrengen van polyurethaanschuim in een spouw.
CN108350731A (zh) 用于油田应用的固体化学品注入系统
WO2018063904A1 (en) Improved foam dispensing gun with third stream
EP1007198A1 (en) Apparatus for applying multi-component coating compositions
CN111836764B (zh) 流体分配枪和用于分配1k-聚氨酯泡沫的方法
WO2020041450A1 (en) Discharge flow multiplication of fire suppression agent
WO2012097087A1 (en) Thermoplastic compositions and their application
EP0910536B1 (en) Filling apparatus
EP1391307A3 (en) Method of filling ink supply bag for ink cartridge
JP2021045715A (ja) 二液混合吐出装置および二液混合吐出システム
US20170043362A1 (en) Systems and Methods for Portable Multi-Component Mixing of Materials for Spray Application of Same
KR102015646B1 (ko) 액체 보충 장치와 연계된 액체 분무 장치의 제어 장치 및 방법
WO2001098430A3 (en) Aerosol composition containing silicone-based fluid and improved spray system
US20120248058A1 (en) Cartridge having a plug
JP6993123B2 (ja) 発泡性材料の充填装置およびその充填方法
US11826932B2 (en) Polymer foam system and method
ATE518043T1 (de) Verfahren und verwendung einer vorrichtung zum einspritzen eines stranges aus einer pastösen masse in den zwischenraum zwischen zwei glasplatten einer isolierglasscheibe