NL2013434C2 - Shape-shifting a configuration of reusable elements. - Google Patents

Shape-shifting a configuration of reusable elements. Download PDF

Info

Publication number
NL2013434C2
NL2013434C2 NL2013434A NL2013434A NL2013434C2 NL 2013434 C2 NL2013434 C2 NL 2013434C2 NL 2013434 A NL2013434 A NL 2013434A NL 2013434 A NL2013434 A NL 2013434A NL 2013434 C2 NL2013434 C2 NL 2013434C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
module
elements
motion
holding
movement
Prior art date
Application number
NL2013434A
Other languages
English (en)
Other versions
NL2013434A (en
Inventor
Arie Quirinus Bastiaan Brandwijk
Original Assignee
A Q B Venture Capital B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Priority claimed from US14/052,435 external-priority patent/US10105592B2/en
Priority claimed from US14/203,503 external-priority patent/US9956494B2/en
Application filed by A Q B Venture Capital B V filed Critical A Q B Venture Capital B V
Priority to NL2013434A priority Critical patent/NL2013434C2/en
Publication of NL2013434A publication Critical patent/NL2013434A/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2013434C2 publication Critical patent/NL2013434C2/en

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A63SPORTS; GAMES; AMUSEMENTS
    • A63HTOYS, e.g. TOPS, DOLLS, HOOPS OR BUILDING BLOCKS
    • A63H33/00Other toys
    • A63H33/04Building blocks, strips, or similar building parts

Landscapes

  • Toys (AREA)

Claims (100)

1. Samenstel omvattende ten minste een eerste, een tweede en een derde element, en een bewegingsmodule, waarbij de elementen drie dimensionaal zijn en elk element omvat: - een middelpunt van het element; - ten minste een zijde gekoppeld met de middelpunt en waarbij de zijde omvat: - een bewegingsgeleidingsmodule, voor het definiëren van een traject over tenminste een deel van de zijde; - een bewegingsbeperkingsmodule aangepast ter beperking van de verplaatsing van het middelpunt ten opzichte van het middelpunt van een van de andere elementen tot tenminste een traject gekozen uit de groep bestaande uit het traject en het traject van het andere element wanneer dat in interactie is met de bewegingsmodule; waarbij de bewegingsmodule koppelbaar is aan een zijde van een van de elementen, en aangepast is voor het verplaatsen van het middelpunt van het ene element ten opzichte van het middelpunt van een van de andere elementen wanneer in interactie met de bewegingsgeleidingsmodule van een van de andere elementen, waarbij de bewegingsgeleidingsmodule, de bewegingsmodule en de bewegingsbeperkingsmodule verschillende typen modules zijn, waarbij voor verplaatsing van het middelpunt van het eerste element weg van het middelpunt van het tweede element en naar het middelpunt van het derde element een eerste zijde van de ten minste ene zijde van het eerste element gelegen is tegenover ten minste een van een tweede zijde van de ten minste ene zijde van het tweede element en een derde zijde van de ten minste ene zijde van genoemd derde element, waardoor tegenover elkaar liggende zijden resulteren en waarbij voor genoemde verplaatsen: - de bewegingsmodule in interactie is met ten minste een bewegingsgeleidingsmodule en ten minste een bewegingsbeperkingsmodule, waarbij de tegenover elkaar liggende zijden de interacterende modules verschaffen bij verplaatsing; - ten minste een module van de eerste zijde in interactie is met ten minste een module van ten minste een andere module type van ten minste een ander van de tegenover elkaar liggende zijden bij verplaatsing, en - de ten minste ene module van het eerste zijde in interactie is met ten minste een module van een andere module type van de tweede zijde en ten minste een module van een andere module type van de derde zijde.
2. Samenstel volgens conclusie 1, waarbij ten minste twee van de elementen verder omvatten: - een houdmiddel, ingericht voor interactie met een functioneel uitgelijnd houdmiddel van een soortgelijke element, en omvattende een houdtoestand en een vrijgegeven toestand, met het houdmiddel in de houdtoestand in aangrijping met het uitgelijnde houdmiddel van het soortgelijke element voor het in positie houden van het element ten opzichte van het soortgelijke element, en in de vrijgegeven/geloste toestand ontkoppeld van het uitgelijnde houdmiddel en - een sensormiddel voor het verschaffen van grijpdetectie, waarbij de grijpdetectie omvat detectie van een gekozen uit een handeling die leidt tot een greep van het element, het hebben van grip op het element, een handeling van het vrijgeven/lossen van een greep van het element, en een combinatie daarvan , waarbij het sensormiddel functioneel gekoppeld is met het houdmiddel voor bij grijpdetectie actueren van ten minste een van het functioneel uitgelijnde houdmiddel tussen de houdtoestand en vrijgegeven/geloste toestand.
3. Samenstel volgens conclusie 2, waarbij het houdmiddel bediend wordt tussen de houdtoestand en de vrijgegeven toestand wanneer de grijpdetectie omvat een van een handeling die tot leidt tot een greep van het element, en een handeling van het vrijgeven van een greep van het element.
4. Samenstel volgens conclusie 2 of 3, waarbij het sensormiddel een eerste en tweede sensor omvat, functioneel gekoppeld met elkaar voor het verschaffen van de grijpdetectie.
5. Het samenstel volgens een der conclusies 2-4, waarbij het sensormiddel verder is ingericht voor het bepalen van een afstand tot een soortgelijk element, of een oriëntatie ten opzichte van een soortgelijk element.
6. Samenstel volgens een der conclusies 2-5, waarbij het sensormiddel sensoren omvat die tijd gecorreleerd zijn voor het verschaffen van grijpdetectie.
7. Samenstel volgens een der conclusies 2-6, waarbij het detectiemiddel optische sensoren met ruimtelijke resolutie omvat, in het bijzonder camera’s, elke camera met een gezichtsveld dat een detectie kegel omvat.
8. Het samenstel volgens een der conclusies 2-7, waarbij het houdmiddel ten minste een houdmodule omvat die twee delen omvat, aangepast om een kracht uit te oefenen op elkaar voor het gepositioneerd houden van zijden, en waarbij de twee delen voorzien zijn aan zijden omvattende de houdmodule, waarmee mogelijk gemaakt wordt dat elke zijde die voorzien is van de houdmodule in positie gehouden wordt ten opzichte van een tegenover liggende zijde voorzien van de houdmodule, met het ene houdmodule deel van een zijde in interactie met een ander houddeel van een tegenover liggende zijde.
9. Het samenstel volgens een der conclusies 2-8, waarbij de ten minste twee elementen omvatten: - ten minste drie zijden gekoppeld met het middelpunt; - het houdmiddel dat gekoppeld is met een eerste zijde van de ten minste drie zijden, aangepast voor interactie met het functioneel uitgelijnde houdmiddel van een tegenover liggende zijde van een soortgelijke element, voor het in de houdtoestand samenwerken voor het in positie houden van de eerste zijde ten opzichte van de tegenover liggende zijde, en in de geloste toestand niet in positie houden van de eerste zijde; - het detectiemiddel omvattende een eerste en tweede sensor, met - de eerste sensor gekoppeld met een tweede zijde van de ten minste drie zijden; - de tweede sensor gekoppeld met een derde zijde van de ten minste drie zijden; waarbij de ten minste twee sensoren functioneel gekoppeld zijn met het houdmiddel van de eerste zijde voor bij de grijp-detectie in werking stellen van het houdmiddel van de tegenover liggende zijde tussen de houdtoestand en de geloste toestand.
10. Samenstel volgens conclusie 2-9, waarbij het houdmiddel een houdmodule omvat op elke zijde en het detectiemiddel een sensor omvat op elk zijde omvat een sensor, waarbij de sensoren en de houdmodules functioneel gekoppeld zijn voor bij de grijp-detectie in werking stellen van de houdmodules van de tegenoverliggende zijde tussen de houd toestand en de geloste toestand.
11. Samenstel volgens conclusie 9 of 10, waarbij het detectiemiddel is ingericht uitlijningsdetectie van de houdmodules met houdmodules van tegenovergelegen zijden.
12. Het samenstel van een van de conclusies 9-11, waarbij het houdmodule een houdtoestand omvat waarin de houdmodule zijden gepositioneerd houdt, en een vrijgegeven/geloste toestand waarin zijden kunnen bewegen ten opzichte van elkaar.
13. Het samenstel volgens een van de conclusies 2-12, waarbij het detectiemiddel een tijdvenster heeft voor het detecteren van acties van het grijpen die minder is dan 2 minuten.
14. Het samenstel volgens een van de conclusies 2-13, waarbij het detectiebereik van het detectiemiddelen voor grijpdetectie kleiner is dan 50 cm.
15. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de eerste zijde zijn interacterende module verandert voor het verplaatsen.
16. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij tijdens verplaatsen de bewegingsmodule gekoppeld is met de eerste zijde.
17. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij ten minste een module van de tweede zijde en ten minste een module van de derde zijde in interactie is met een andere module van de eerste zijde tijdens verplaatsing.
18. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de modules van de tweede zijde en de derde zijde na elkaar in interactie zijn met een andere module van de eerste zijde voor de verplaatsing.
19. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de modules van de eerste, tweede en derde zijde afwisselend in interactie zijn tijdens verplaatsing.
20. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij elk van de elementen een beweging module omvat.
21. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij elk van die ten minste ene zijde van de elementen een bewegingsmodule omvat.
22. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij ieder element ten minste twee van die zijdeken omvat.
23. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de bewegingsmodule is ingericht voor het veranderen van een oriëntatie van het ene element, gekoppeld met de beweging module, en een ander element, voorzien van een zijde met een module die in interactie is met de bewegingsmodule, ten opzichte van elkaar, in het bijzonder de zijde die gekoppeld is met bewegingsmodule roterend en een zijde tegenover de zijde die gekoppeld met de bewegingsmodule roteert ten opzichte van elkaar, meer in het bijzonder roteert om een as door het middelpunt van het ene element, meer in het bijzonder is de as functionele loodrecht ten opzichte van de zijde.
24. Het samen stel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij ten minste een van de elementen verder een oriëntatie module omvat, ingericht voor het veranderen van een oriëntatie van het ene element en een ander van de elementen ten opzichte van elkaar, in het bijzonder het roteren van de zijde gekoppeld met de oriëntatie module en een tegenover de zijde liggende zijde gekoppeld met de oriëntatie module ten opzichte van elkaar, meer in het bijzonder roteren om een as door het middelpunt van het ene element, meer in het bijzonder is de as functionele loodrecht ten opzichte van de zijde.
25. Het samen stel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de bewegingsmodule is ingericht voor het ontkoppelen van de zijde.
26. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de bewegingsmodule verplaatsbaar is wanneer losgekoppeld van de zijde.
27. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de bewegingsmodule verplaatsbaar is naar een naburig element wanneer losgekoppeld van de zijde.
28. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het ene element ten minste twee zijden omvat, en de bewegingsmodule verplaatsbaar is van een zijde naar een volgende zijde van het ene element wanneer het is losgekoppeld van de zijde.
29. Samenstel volgens conclusie 28, waarbij de bewegingsmodule verplaatsbaar is binnen het element van een zijde naar een ander zijde van het ene element wanneer de bewegingsmodule is losgekoppeld van de zijde.
30. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de bewegingsmodule, de bewegingsbeperkingsmodule en de bewegingsgeleidingsmodule een houdtoestand omvatten waarin ten minste gedeeltelijk overlappend tegenoverliggende zijden in hun onderlinge positie worden gehouden, waarbij die houdtoestand name betrekking heeft op ten minste een bewegingsmodule van een zijde en een bewegingsbeperkingsmodule van een zijde tegenover die zijde.
31. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij elk element een houdmodule omvat, gekoppeld met een zijde, voor interactie met een houdmodule van een tegenoverliggende zijde voor het in positie houden van de zijde ten opzichte van de tegenoverliggende zijde, in het bijzonder elke element omvattende ten minste een houdmodule.
32. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies 2-31, waarbij de houdmodule twee delen omvat, ingericht om een kracht uit te oefenen op elkaar om zijden gepositioneerd te houden.
33. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies 2-32, waarbij de houdmodule twee delen omvat, ingericht om een kracht op elkaar uitoefenen voor het in positie houden van zijden, en waarbij de twee delen voorzien zijn aan zijden omvattende de houdmodule, waarbij elk zijde die voorzien is van de houdmodule in positie ten opzichte van tegenoverliggende zijde met de houdmodule gehouden kan worden, met het ene houdmodule deel van een zijde in interactie met een andere houdmodule van een tegenoverliggende zijde.
34. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies 2-33, waarbij de houdmodule een houdtoestand omvat waarin de houdmodule zijden gepositioneerd houdt, en een vrijgegeven/geloste toestand waarin zijden kunnen bewegen ten opzichte van elkaar.
35. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de ten minste ene zijde van elk element verbonden is met het element.
36. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de bewegingsmodule is verbonden met de zijde.
37. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, verder omvattende een vierde dergelijk element omvattende ten minste de kenmerken van de eerste, tweede en derde elementen, en welke een vierde van de ten minste ene zijde verschaft aan het samenstel.
38. Samenstel volgens conclusie 37, waarbij voor het plaatsen, de vierde zijde tegenover de eerste zijde ligt.
39. Samenstel volgens conclusie 38, waarbij gedurende het verplaatsen het eerste element verplaatst in een eerste richting, en waarbij een verder, opvolgend verplaatsen omvat: ten minste een module van de eerste zijde interacteert met ten minste een module van ten minste een ander module type van de vierde zijde terwijl deze verder verplaatst in een verdere richting verschillend van de eerste richting, in het bijzonder onder een hoek met de eerste richting.
40. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies 37-39, waarbij het eerste element verder een verder ten minste een van de zijden omvat, die een vijfde zijde verschaft aan het samenstel.
41. Samenstel volgens conclusie 40, waarbij gedurende het verplaatsen het eerste element verplaatst in een eerste richting, en waarbij verder, opvolgende verplaatsen omvat: de vijfde zijde is tegenover de vierde zijde, en ten minste een module van de vijfde zijde is in interactie met ten minste een module van ten minste een andere module type van de vierde zijde terwijl deze verder verplaatst in een verdere richting verschillend van de eerste richting gedurende de verplaatsing.
42. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de bewegingsgeleidingsmodule van ten minste een van de elementen is ingericht voor het verschaffen van het traject functioneel rond het element, in het bijzonder het middelpunt omsingelend.
43. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de bewegingsgeleidingsmodule van het ten minste ene element is ingericht voor het definiëren van een verdere, tweede traject dat het vooraf bepaalde, eerste traject kruist.
44. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de elementen ten minste twee van de zijden omvatten, voorzien van een oppervlak op een oppervlak-afstand van het middelpunt.
45. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij ten minste een deel van de bewegingsmodule is ingericht voor het verplaatsen intem binnen het element.
46. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij ten minste een deel van de bewegingsmodule is ingericht voor het veranderen van zijn oriëntatie binnen het element.
47. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de beweging geleidingsmodule een spoor van detecteerbare indicaties omvat, in het bijzonder een spoor van elektromagnetische straling, zoals licht, een magnetische spoor, een elektrostatisch spoor, een geluids- of ultrasoon spoor.
48. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het spoor een fysiek spoor omvat.
49. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het spoor een rail omvat.
50. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het traject ten minste gedeeltelijk een rechte lijn volgt.
51. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de bewegingsgeleidingsmodule ten minste twee bewegingsgeleidingsdelen omvat welken een zijde definiëren.
52. Samenstel volgens conclusie 51, waarbij twee bewegingsgeleidingsdelen ten minste een kruising hebben, in het bijzonder zijn de bewegingsgeleidingsdelen recht en kruisen elkaar onder een rechte hoek.
53. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de elementen ten minste een zijde omvattende een oppervlak voorzien de bewegingsmodule omvatten, met name is het oppervlak een plat vlak.
54. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de elementen ten minste twee van de zijden, in het bijzonder omvatten de elementen een serie gekoppelde zijden die zijden vorm van de elementen.
55. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de elementen ten minste 4 zijden, in het bijzonder ten minste 6 zijden die de buitenzijde van de elementen definiëren.
56. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de elementen regelmatige lichamen zijn.
57. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de bewegingsgeleidingsmodules van de tweede en de derde zijde functioneel gekoppeld zijn aan elkaar.
58. Het samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de zijden grenzen omvatten, waarbij de bewegingsgeleidingsmodules lopen naar tenminste een van de grenzen.
59. Een element omvattende: - een houdmiddel, ingericht voor interactie met een functioneel uitgelijnd houdmiddel van een soortgelijke element, en omvattende een houdtoestand en een vrijgegeven/geloste toestand, waarbij het houdmiddel in de houdtoestand ingrijpt op het uitgelijnde houdmiddel van het soortgelijke element voor het houden van het element in positie ten opzichte van het soortgelijke element en in de geloste toestand ontkoppeld van het uitgelijnde houdmiddel en - een meetmiddel voor het verschaffen van grijp-detectie, waarbij de grijp-detectie detectie omvat gekozen uit een handeling leidt tot een greep van genoemd element, het hebben van grip op het element, een handeling van het vrijgeven van een grip van het element, en een combinatie daarvan, waarbij het sensormiddel functioneel gekoppeld is met het houdmiddel voor bij detectie van grijpen in werking stellen van de ten minste ene van het functioneel uitgelijnde houdmiddel tussen de houdtoestand en de geloste toestand.
60. Het element van conclusie 59, waarbij het houdmiddel wordt bediend tussen de houdtoestand en de vrijgegeven/geloste toestand wanneer de grijp-detectie een van een actie die leidt tot een greep van het element, en een actie van het vrijgeven van een greep van het element omvat.
61. Het element volgens conclusie 59 of 60, het detectie/sensormiddel omvattende een eerste en tweede sensor, functioneel gekoppeld met elkaar voor het verschaffen van de grijp-detectie.
62. Het element volgens een der conclusies 59-61, waarbij het detectie/sensormiddel verder is ingericht voor het bepalen van een afstand tot een soortgelijk element.
63. Het element volgens een der conclusies 59-62, waarbij het detectie/sensormiddel sensoren omvat die tijd-gecorreleerd zijn voor het verschaffen van grijp-detectie.
64. Het element volgens een der conclusies 59-63, waarbij het detectie/sensormiddel optische sensoren omvat met ruimtelijke resolutie, in het bijzonder camera’s, elke camera omvattende een gezichtsveld omvattende een detectie kegel.
65. Het element volgens een der conclusies 59-64, waarbij het houdmiddel ten minste een houdmodule omvat met twee delen, ingericht om een kracht uit te oefenen op elkaar voor het in positie houden van zijden, en waarbij de twee delen worden verschaft aan zijden omvattende de houdmodule, waarbij elke zijde die voorzien is van de houdmodule in positie gehouden kan worden ten opzichte van een tegenoverliggende zijde voorzien de houdmodule, met het ene houdmodule deel van een zijde in interactie met een ander houddeel van een tegenovergelegen zijde.
66. Het element volgens een der conclusies 59-65, waarbij het element driedimensionaal is en omvat: - een middelpunt van het element; - ten minste drie gekoppeld met het middelpunt; - het houdmiddel, gekoppeld met een eerste zijde van de ten minste drie zijden, ingericht voor interactie met het functioneel uitgelijnde houdmiddel van een tegenoverliggende zijde van een soortgelijke element, voor in de houdtoestand samenwerken voor het houden van de eerste zijde in positie ten opzichte van de tegenoverliggende zijde, en in de vrijgelaten/geloste toestand de eerste zijde niet gepositioneerd houden; - het detectiemiddel omvattende een eerste en tweede sensor, met - de eerste sensor gekoppeld met een tweede zijde van de ten minste drie zijden; - de tweede sensor gekoppeld met een derde zijde van de ten minste drie zijden; waarbij de ten minste twee sensoren functioneel gekoppeld zijn met het houdmiddel van de eerste zijde voor bij de grijp-detectie in werking stellen van het houdmiddel van de tegenoverliggende zijde tussen de houdtoestand en de vrije/geloste toestand.
67. Het element van conclusie 66, waarbij het houdmiddel een houdmodule op elke zijde omvat, en het detectiemiddel een sensor omvat op elke zijde, waarbij de sensoren en de houdmodules functioneel gekoppeld zijn voor bij de grijp-detectie in werking stellen van de houdmodules van de tegenoverliggende zijde tussen de houdtoestand en de vrijgegeven/geloste toestand.
68. Het element volgens conclusie 66 of 67, waarbij het detectiemiddel is ingericht voor uitlijningsdetectie van de houdmodules met houdmodules van tegenovergelegen zijden.
69. Het element van een van de conclusies 66-68, waarbij de houdmodule een houdtoestand omvat waarin de houdmodule tegenoverliggende zijden gepositioneerd houdt, en een vrijgegeven/geloste toestand waarin zijden kunnen bewegen ten opzichte van elkaar.
70. Het element volgens een der conclusies 59-69, waarbij het detectiemiddel een tijdvenster heeft voor het detecteren van acties van het grijpen van minder dan 2 minuten,
71. Het element volgens een der conclusies 59-70, waarbij het detectiebereik van het detectiemiddel voor grijpdetectie kleiner is dan 50 cm.
72. Een element, waarbij het element driedimensionaal is en omvat: - een middelpunt in het element; - ten minste een zijde gekoppeld met het middelpunt en de zijde omvat: - een bewegingsgeleidingsmodule, welke een traject over tenminste een deel van de zijde definieert; - een bewegingsbeperkingsmodule, ingericht voor het beperking van de verplaatsing van het middelpunt ten opzichte van een middelpunt van een soortgelijk element tot ten minste een traject gekozen uit de groep bestaande uit het traject en het traject van het soortgelijke element, wanneer in interactie met de de omgang met zei motion module; - een bewegingsmodule, waarbij de beweging module ingericht is voor koppeling aan een zijde van het element, en ingericht is voor verplaatsing van het middelpunt ten opzichte van een middelpunt van een soortgelijke element bij interactie met de bewegingsgeleidingsmodule van het soortgelijke element, waarbij de bewegingsgeleidingsmodule, de bewegingsmodule en de bewegingsbeperkingsmodule verschillende typen modules definiëren, waarbij voor het verplaatsen van het middelpunt van het element weg van het middelpunt van het vergelijkbare element en naar een middelpunt van een verder soortgelijk element, een eerste zijde van de ten minste ene zijde van het element gelegen is tegenover ten minste een van een tweede zijde van de ten minste ene zijde van het vergelijkbare element en een derde zijde van de ten minste ene zijde van het verdere soortgelijke element, waardoor tegenovergelegen zijde worden verschaft, en waarbij voor het verplaatsen: - de bewegingsmodule in interactie is met ten minste een bewegingsgeleidingsmodule en ten minste een bewegingsbeperkingsmodule, waarbij de tegen elkaar liggende zijden de onderling in interactie zijnde modules verschaffen tijdens verplaatsing; - ten minste een module van de eerste zijde in interactie met ten minste een module van ten minste een andere module type van ten minste een andere van de tegenoverliggende zijden tijdens verplaatsing, en de ten minste ene module van de eerste zijde in interactie met ten minste een module van een andere module type van de tweede zijde en ten minste een module van een andere module type van de derde zijde.
73. Het element volgens conclusie 72, waarbij de eerste zijde verandert van interactie zijnde module voor de verplaatsing.
74. Het element volgens conclusie 72 of 73, waarbij tijdens verplaatsing, de bewegingsmodule gekoppeld is met de eerste zijde.
75. Het element volgens een der conclusies 72-74, waarbij ten minste een module van de tweede zijde en ten minste een module van de derde zijde in interactie is met een andere module van de eerste zijde tijdens verplaatsing.
76. Het element volgens een der conclusies 72-75, waarbij de modules van de tweede zijde en de derde zijde na elkaar in interactie zijn met een andere module van de eerste zijde voor de verplaatsing.
77. Het element volgens een der conclusies 72-76, waarbij de modules van het element afwisselend in interactie zijn met modules in de tweede en derde zijde van de soortgelijke elementen tijdens verplaatsing.
78. Het element volgens een der conclusies 72-77, waarbij elk van de elementen een bewegingsmodule omvat.
79. Het element volgens een der conclusies 72-78, waarbij elk van de ten minste ene zijde van genoemde element een beweging module omvat.
80. Het element volgens een der conclusies 72-79, waarbij het element ten minste twee van de zijden omvat.
81. Het element volgens een der conclusies 72-80, waarbij het detectiemiddel is ingericht voor het meten van een afstand van dat element tot een naburig element langs het traject, of een oriëntatie van het element.
82. Een element, waarbij het elementen driedimensionaal is en omvat: - een middelpunt in het element; - ten minste een zijde gekoppeld met het middelpunt en omvattende: - een bewegingsgeleidingsmodule, welke een traject definieert over ten minste een deel van de zijde; - een bewegingsmodule, gekoppeld met een zijde en ingericht voor het verplaatsen van het element langs het traject van een soortgelijke element wanneer in interactie met de bewegingsgeleidingsmodule van dat soortgelijke element; - a bewegingsbeperkingsmodule, ingericht voor het beperken van de verplaatsing van het middelpunt ten opzichte van het middelpunt van het soortgelijke element tot ten minste een traject gekozen uit de groep bestaande uit het traject en het traject van het soortgelijke element, wanneer in interactie met de bewegingsmodule; waarbij de bewegingsmodule is ingericht voor het verplaatsen van het middelpunt van het ene element ten opzichte van het middelpunt van het soortgelijke element bij interactie met de bewegingsgeleidingsmodule van het soortgelijke element, waarbij voor het verplaatsen van het middelpunt van het element weg van het middelpunt van het soortgelijke element, een eerste zijde van de ten minste ene zijde van de element gelegen is tegenover een tweede zijde van dat soortgelijke element, en waarbij voor de verplaatsing de bewegingsmodule in interactie is met ten minste een bewegingsgeleidingsmodule en met ten minste een bewegingsbeperkingsmodule, het element verder omvattende: - een communieatiemodule voor de uitwisseling van gegevens met ten minste een andere, soortgelijke element, de data omvattende ten minste een positie status; - een gegevensverwerkingsmodule, functioneel gekoppeld met de communicatiemodule voor verwerking van gegevens van de communicatiemodule; - een energiemodule, functioneel gekoppeld voor het verschaffen van energie aan ten minste de bewegingsmodule, de communicatiemodule, en de gegevensverwerkingsmodule, waarbij de gegevensverwerkingsmodule software omvat die, wanneer uitgevoerd op de gegevensverwerkingsmodule: - een voor het element ingestelde positie, gekozen uit plaats en oriëntatie en een combinatie daarvan, ophaalt via de datacommunicatie module; - de huidige positie-informatie ophaalt; - ten minste een bewegingsinstructie voor de bewegingsmodule produceert voor het bewegen van het element van de huidige positie naar de ingestelde positie door het van zijn zijde over of langs een zijde van een ander, soortgelijk element; - de bewegingsmodule voorzien van de ten minste ene bewegingsinstructie.
83. Een element omvattende: - ten minste een buitenoppervlak welke verplaatsing mogelijk maakt; - ten minste een bewegingsbeperkingsmodule voor in werking van de bewegingsmodule handhaven van een positie van het element ten opzichte van / op een soortgelijk element; - ten minste een bewegingsmodule voor het verplaatsen van het element ten opzichte van andere, soortgelijke elementen in hoofdzaak over of langs het buitenoppervlak; - een communicatiemodule voor het uitwisselen van gegevens met andere, soortgelijke elementen; - een gegevensverwerkingsmodule, functioneel verbonden met de bewegingsmodule, de bewegingsbeperkingsmodule, de communicatiemodule - Een energie-module, voor het leveren van energie aan de bewegingsmodule, de bewegingsbeperkingsmodule, de communicatiemodule, en de gegevensverwerkingsmodule.
84. Een spelsamenstel, omvattende een samenstel volgens een der voorgaande conclusies, en een computerinrichting in communicatie met tenminste een van de elementen, welke computerinrichting voorzien is van een computerprogramma dat, wanneer werkend op de computerinrichting, de stappen uitvoert: -verzoeken om een gebruikersinvoer voor het definiëren van een startgroepering van de elementen; -verzoeken om een invoer van de gebruiker voor het definiëren van een eindgroepering van de elementen; -communiceren van de start- en eindgroepering aan ten minste een van de elementen.
85. Een computer geïmplementeerde bouwhulpmiddel, omvattende een computerprogramma dat, wanneer uitgevoerd op een computerinrichting , de volgende stappen uitvoert: -definiëren in een geheugen een reeks van ten minste drie elementen, elk element omvattende: - Een middelpunt in het element, een relatieve positie en een oriëntatie; - Een beweginggeleidingsfunctie, gekoppeld met het middelpunt en welke een traject definieert over het element; - Een bewegingsfunctie welke verplaatsing van het middelpunt ten opzichte van een tweede middelpunt van een van de andere elementen definieert onder gebruikmaking van de bewegingsgeleidingsfunctie van dat andere element; - een bewegingsbeperkingsfunctie, ingericht voor beperking van de verplaatsing van het middelpunt ten opzichte van het tweede middelpunt tot ten minste een traject gekozen uit de groep bestaande uit het traject en een tweede traject van het andere element; waarbij de bewegingsgeleidingsfunctie van ten minste twee van de elementen een functionele koppeling tussen elementen definieert voor het in staat stellen van de bewegingsfunctie om het middelpunt van een derde, verplaatsend element dat in contact is met een van de twee andere elementen weg van het middelpunt van een van de twee andere elementen en naar het middelpunt en in contact met de andere van de twee andere elementen.
86. Het computer geïmplementeerde bouwhulpmiddel volgens conclusie 85, waarbij het bouwhulpmiddel deel is van een spel.
87. Gebruik van een samenstel en / of een element volgens een der voorgaande conclusies in een gekozen uit een spel, speelgoed, een educatieve bouwset en een medische rehabilitatiehulp.
88. Werkwijze voor het spelen van een spel of een simulatie, omvattende het verschaffen van een computerprogramma dat, wanneer uitgevoerd op een computer inrichting uitvoert: - definiëren van een set van tenminste drie driedimensionale elementen in een geheugen, waarbij elk element een middelpunt en ten minste een zijde omvat; - definiëren in een geheugen van een begintoestand van de set elementen, een start buitengrens van de set elementen, en ten minste een positie van elk element ten opzichte van de buitengrens; - definiëren in een geheugen van een doeltoestand van het stel elementen, welke doeltoestand verschilt van de begintoestand en verplaatsing van ten minste een element vereist; - het bieden van een functie-gereedschapskist omvattende: - een set van bewegingsgeleidingsfuncties, de bewegingsgeleidingsfuncties gekoppeld met het middelpunt en definiërend een traject over het element; - een set bewegingsfuncties die verplaatsen van het middelpunt ten opzichte van een tweede middelpunt van een van de andere elementen definiëren onder toepassing van de bewegingsgeleidingsfunctie van dat andere element; - een set bewegingsbeperkingsfuncties, ingericht voor het beperken van de verplaatsing van het middelpunt ten opzichte van het tweede middelpunt tot ten minste een traject gekozen uit de groep bestaande uit het traject en een tweede traject van het andere element; - een set van de sensor voor het verstrekken van informatie over de omgeving van een element; - presenteren van de functie-gereedschapskist aan een gebruiker en het mogelijk maken dat de gebruiker voor elk element ten minste een functie selecteert uit de functie-gereedschapskist; - verschaffen voor elk element van een element computerprogramma dat geselecteerde functies functioneel koppelt van en welk element computerprogramma wanneer uitgevoerd stappen uitvoert die invoer gekozen uit sensorinvoer en relatieve positie invoer mogelijk maakt, en beweging van een element waarop het element computerprogramma loopt mogelijk maakten -laten lopen op elk element van het element computerprogramma.
89. De werkwijze voor het spelen van het spel volgens conclusie 88, omvattende de stap van het verschaffen van invoer over de aanwezigheid van een ander element in contact met ten minste een zijde.
90. De werkwijze voor het spelen van het spel volgens conclusie 88 of 89, omvattende definiëren in een geheugen van een doeltoestand van de set elementen door een einde buitengrens van de set elementen.
91. De werkwijze voor het spelen van het spel volgens een der conclusies 88-90, omvattende definiëren in een geheugen van een doeltoestand van de set elementen door het definiëren voor ten minste een element van een eis ten aanzien van de set elementen.
92. De werkwijze voor het spelen van het spel volgens een der conclusies 88-91, omvattende definiëren in een geheugen van een doeltoestand van de set elementen door het definiëren voor ten minste een element van een eis met betrekking tot ten minste een element van het stel elementen.
93. De werkwijze voor het spelen van het spel volgens een der conclusies 88-92, omvattende definiëren in een geheugen van een doeltoestand van het stel elementen door het definiëren voor ten minste een element van een eis met betrekking tot ten minste een specifiek element van het stel elementen.
94. Werkwijze, in het bijzonder een spel, omvattende het veranderen van de vorm van een voorwerp van elementen van een eerste vorm naar een tweede vooraf bepaalde vorm, waarbij de positie van ten minste een element met betrekking tot ten minste een andere van de elementen verandert gedurende het veranderen van vorm, waarbij elk element een computerprogramma omvat dat, wanneer uitgevoerd op een computer module van het element, ten minste een deel van de besluitvorming over de verplaatsing naar de tweede vooraf bepaalde vorm baseert op een factor van willekeur.
95. Een werkwijze voor het spelen van een spel omvattende - verschaffen van een beginvorm van ten minste drie kubusvormige elementen aan een gebruiker die het spel speelt; - verschaffen van een andere eindvorm omvattende de ten minste drie kubusvormige elementen, waarbij tenminste een kubusvormig element moet worden verplaatst ten opzichte van de andere kubusvormige elementen waarbij de verplaatsing optreedt door een bewegingsfunctie gerelateerd aan een kubusvormig element dat werkt samen met ten minste een ander kubusvormig element; - het verstrekken van een set parameters die samen met de andere eindevorm het verliezen of winnen van het spel bepalen; - voorzien van de gebruiker van een reeks gereedschappen, waarbij de gebruiker programmeerbare kenmerken van de elementen kan selecteren waarmee elk element zijn eigen programma kan uitvoeren; - de gebruiker in staat stellen een selectie te maken uit de set van gereedschappen; - overbrengen van de door de gebruiker geselecteerde gereedschappen naar de ten minste drie kubusvormige elementen; - starten van het spel waarbij de ten minste drie kubusvormige elementen hun individuele programma vanaf de beginvorm uitvoeren; - voltooien van het spel op basis van deze parameters en de positie van de ten minste drie kubusvormige elementen ten opzichte van genoemde andere eindvorm.
96. Werkwijze volgens conclusie 95, waarbij het spel een computerspel.
97. Werkwijze volgens conclusie 95 of 96, waarbij de programmeerbare kenmerken ten minste een gekozen uit de groep van sensor kenmerk, communicatie kenmerk, energie kenmerk, bewegingskenmerk, bewegingsbeperkingskenmerk, bewegingsgeleidingskenmerk, en programmakenmerk omvatten.
98. Werkwijze volgens een van de conclusies 95-97, waarbij het eigen programma ten minste een gekozen uit de groep bestaande uit een element van randomisatie, een leeralgoritme en een kunstmatige intelligentie element omvat.
99. Werkwijze volgens een van de conclusies 95-98, waarbij deel van het eigen programma gebruik maakt van een gekozen uit de groep bestaande uit randomisatie, probabiliteiten, een terugkoppellus, een leercurve, een probleem generator, prestatiecomponent, een wereld model bestaat uit het milieu en de wereld toestand in het eigen programma.
100 Werkwijze voor het veranderen van de vorm van een systeem volgens conclusie 1, omvattende verplaatsing van het middelpunt van het eerste element weg van het middelpunt van het tweede element en naar het middelpunt van het derde element, welke verplaatsing omvat het koppelen van de beweging module aan een zijde van een van de elementen en het in werking stellen van de bewegingsmodule voor interactie met de bewegingsgeleidingsmodule van de een van de andere elementen, waarbij de bewegingsmotion in interactie is met ten minste een bewegingsgeleidingsmodule en ten minste een bewegingsbeperkingsmodule, waarbij de tegenovergelegen zijden de in interactie zijnde modules verschaffen tijdens verplaatsing, met ten minste een module van de eerste zijde in interactie met ten minste een module van ten minste een andere module type van ten minste een andere van de tegenovergelegen zijden tijdens verplaatsing, en de ten minste ene module van de eerste zijde interactie is met ten minste een module van een andere module type van de tweede zijde en ten minste een module van een ander type module van de derde zijde.
NL2013434A 2013-10-11 2014-09-08 Shape-shifting a configuration of reusable elements. NL2013434C2 (en)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2013434A NL2013434C2 (en) 2013-10-11 2014-09-08 Shape-shifting a configuration of reusable elements.

Applications Claiming Priority (8)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US14/052,435 US10105592B2 (en) 2013-03-15 2013-10-11 Shape-shifting a configuration of reusable elements
US201314052435 2013-10-11
US14/203,503 US9956494B2 (en) 2013-03-15 2014-03-10 Element comprising sensors for detecting grab motion or grab release motion for actuating inter-element holding or releasing
US201414203503 2014-03-10
PCT/NL2014/050154 WO2014142665A1 (en) 2013-03-15 2014-03-14 Shape-shifting a configuration of reusable elements
NL2014050154 2014-03-14
NL2013434A NL2013434C2 (en) 2013-10-11 2014-09-08 Shape-shifting a configuration of reusable elements.
NL2013434 2014-09-08

Publications (2)

Publication Number Publication Date
NL2013434A NL2013434A (en) 2015-01-05
NL2013434C2 true NL2013434C2 (en) 2015-01-06

Family

ID=52629764

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2013434A NL2013434C2 (en) 2013-10-11 2014-09-08 Shape-shifting a configuration of reusable elements.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL2013434C2 (nl)

Also Published As

Publication number Publication date
NL2013434A (en) 2015-01-05

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US9956494B2 (en) Element comprising sensors for detecting grab motion or grab release motion for actuating inter-element holding or releasing
US20160184993A1 (en) Shape-shifting a configuration of reusable elements
US10105592B2 (en) Shape-shifting a configuration of reusable elements
US20180233856A1 (en) Holding device
US20180229142A1 (en) Shape-shifting a configurable of reusable elements
US10093488B2 (en) Shape-shifting a configuration of reusable elements
Shah et al. Tensegrity robotics
Brandt et al. ATRON robots: versatility from self-reconfigurable modules
US20180123291A1 (en) Holding device
NL2013466B1 (en) Shape-Shifting a Configuration of Reusable Elements.
Leder et al. Leveraging Building Material as Part of the In‐Plane Robotic Kinematic System for Collective Construction
Jensen-Segal et al. ROCR: Dynamic vertical wall climbing with a pendular two-link mass-shifting robot
Støy Reconfigurable robots
NL2013434C2 (en) Shape-shifting a configuration of reusable elements.
Bonardi et al. Collaborative manipulation and transport of passive pieces using the self-reconfigurable modular robots roombots
Hegde Robotics: Vision and Control Techniques
WO2017064012A1 (en) Holding device
Hasbulah et al. Comprehensive review on modular self-reconfigurable robot architecture
Al Khatib Control and locomotion of inertially and magnetically actuated multi-scale robotic systems
Celiker et al. A Design of a Modular Mobile Robot for Rescue Operations
Cao et al. 360botG2—An improved unit of mobile self-assembling modular robotic system aiming at exploration in real world
Zhu A distributed modular self-reconfiguring robotic platform based on simplified electro-permanent magnets
Van Hornweder A chronological survey of modular self-reconfigurable robots
Vespignani Challenges in the locomotion of self-reconfigurable modular robots
Arachchige Modular Approach to Soft Mobile Robots

Legal Events

Date Code Title Description
SD Assignments of patents

Effective date: 20150804

MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20231001