NL2002603C2 - MILK METER WITH LIGHT SENSORS. - Google Patents

MILK METER WITH LIGHT SENSORS. Download PDF

Info

Publication number
NL2002603C2
NL2002603C2 NL2002603A NL2002603A NL2002603C2 NL 2002603 C2 NL2002603 C2 NL 2002603C2 NL 2002603 A NL2002603 A NL 2002603A NL 2002603 A NL2002603 A NL 2002603A NL 2002603 C2 NL2002603 C2 NL 2002603C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
milk
channel
light
measuring section
flow
Prior art date
Application number
NL2002603A
Other languages
Dutch (nl)
Inventor
Jeroen Martin Dijk
Edwin Schaeperclaus
Sietze Kloostra
Original Assignee
Nedap Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Nedap Nv filed Critical Nedap Nv
Priority to NL2002603A priority Critical patent/NL2002603C2/en
Priority to EP10708399A priority patent/EP2406595A1/en
Priority to PCT/NL2010/050118 priority patent/WO2010104383A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2002603C2 publication Critical patent/NL2002603C2/en

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01JMANUFACTURE OF DAIRY PRODUCTS
    • A01J5/00Milking machines or devices
    • A01J5/007Monitoring milking processes; Control or regulation of milking machines
    • A01J5/01Milkmeters; Milk flow sensing devices
    • GPHYSICS
    • G01MEASURING; TESTING
    • G01FMEASURING VOLUME, VOLUME FLOW, MASS FLOW OR LIQUID LEVEL; METERING BY VOLUME
    • G01F1/00Measuring the volume flow or mass flow of fluid or fluent solid material wherein the fluid passes through a meter in a continuous flow
    • G01F1/05Measuring the volume flow or mass flow of fluid or fluent solid material wherein the fluid passes through a meter in a continuous flow by using mechanical effects
    • G01F1/52Measuring the volume flow or mass flow of fluid or fluent solid material wherein the fluid passes through a meter in a continuous flow by using mechanical effects by measuring the height of the fluid level due to the lifting power of the fluid flow

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Animal Husbandry (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Fluid Mechanics (AREA)
  • General Physics & Mathematics (AREA)
  • Measuring Volume Flow (AREA)
  • Dairy Products (AREA)

Description

CMJ/P85558NL00CMJ / P85558NL00

Titel: Melkmeter met lichtsensoren.Title: Milk meter with light sensors.

De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het meten van een melkstroom met behulp van tenminste één lichtsensor.The invention relates to a method for measuring a milk flow with the aid of at least one light sensor.

De uitvinding heeft tevens betrekking op een melkstroommeter voor het uitvoeren van een dergelijke werkwijze.The invention also relates to a milk flow meter for carrying out such a method.

5 Een dergelijke werkwijze en melkstroommeter zijn op zich bekend.Such a method and milk flow meter are known per se.

Bij de bekende melkmeters wordt een door de melkstroom veroorzaakte verzwakking van licht gemeten welke verzwakking een maat is voor de hoeveelheid melk die zich op een bepaalde positie van een meetkanaal bevindt. Door een dergelijke meting op twee verschillende posities binnen 10 het meetkanaal uit te voeren, en de metingen met elkaar te correleren kan een debiet van de melkstroom worden bepaald.With the known milk meters, a weakening of light caused by the milk flow is measured, which weakening is a measure of the amount of milk which is located at a certain position of a measuring channel. By performing such a measurement at two different positions within the measuring channel, and correlating the measurements with each other, a flow rate of the milk flow can be determined.

Een nadeel van een dergelijk systeem is dat het meten van de betreffende verzwakking een relatief grote onnauwkeurigheid met zich brengt voor het bepalen van het debiet.A drawback of such a system is that measuring the relevant attenuation entails a relatively large inaccuracy for determining the flow.

15 De uitvinding beoogt een werkwijze en een melkmeter te verschaffen die het mogelijk maakt om de snelheid van de melkstroom en/of het debiet van de melkstroom op relatief eenvoudige wijze relatief nauwkeurig te meten.The invention has for its object to provide a method and a milk meter which makes it possible to measure the speed of the milk flow and / or the flow of the milk flow relatively accurately in a relatively simple manner.

Een werkwijze volgens de uitvinding heeft als kenmerk dat de 20 werkwijze de volgende stappen omvat a. het leiden van de melkstroom door een kanaal met vooraf bepaalde afmetingen, dusdanig dat een vulhoogte van het kanaal met melk van de melkstroom afhankelijk is van de grootte van het debiet van de melkstroom; b. het met behulp van tenminste een lichtsensor voor een veelvoud 25 van verschillende gebieden die binnen het kanaal liggen per gebied meten of wel of geen melk van de melkstroom aanwezig is in het betreffende gebied waarbij deze gebieden worden belicht; 2 c. het in combinatie verwerken van de informatie over het per gebied wel of niet aanwezig zijn van de melk van de melkstroom voor het bepalen van de hoeveelheid melk, de grootte van de snelheid van de melkstroom in het kanaal en/of het debiet van de melkstroom.A method according to the invention is characterized in that the method comprises the following steps of a. Guiding the milk flow through a channel with predetermined dimensions, such that a filling height of the milk channel of the milk flow depends on the size of the milk flow. flow rate of the milk flow; b. measuring per region with the aid of at least one light sensor for a plurality of different areas which lie within the channel whether or not milk of the milk flow is present in the relevant area in which these areas are illuminated; 2 c. processing the information on whether or not the milk of the milk flow is present per region in combination to determine the amount of milk, the magnitude of the speed of the milk flow in the channel and / or the flow of the milk flow.

5 Doordat de melkstroom dusdanig door het kanaal wordt geleid dat een vulhoogte van het kanaal met melk van de melkstroom afhankelijk is van de grootte van het debiet van de melkstroom is het mogelijk dat met behulp van de tenminste ene lichtsensor voor een veelvoud van verschillende gebieden slechts behoeft te worden gemeten of wel of geen 10 melk van de melkstroom aanwezig is in het betreffende gebied. Het gaat hierbij dus om een “discrete” of “digitale” meting. De informatie over het wel of niet aanwezig zijn van melk in de verschillende gebieden betreft dan informatie over de hoeveelheid melk die op een bepaald moment in het kanaal aanwezig is. Door deze informatie te analyseren kan worden bepaald 15 hoeveel melk aanwezig in (een deel van) het kanaal en door deze informatie verspreidt in de tijd te analyseren kan de grootte van een snelheid van de melkstroom in het kanaal of het debiet van de melkstroom worden bepaald.Because the milk flow is guided through the channel in such a way that a filling height of the milk flow of the milk flow depends on the volume of the flow of the milk flow, it is possible that with the aid of the at least one light sensor for a plurality of different areas only it has to be measured whether or not milk from the milk flow is present in the relevant area. This therefore concerns a "discrete" or "digital" measurement. The information about whether or not milk is present in the different areas then concerns information about the amount of milk present in the channel at a certain moment. By analyzing this information it is possible to determine how much milk is present in (a part of) the channel and by analyzing this information spread over time, the magnitude of a speed of the milk flow in the channel or the flow of the milk flow can be determined .

Het meten of in een bepaald gebied melk wel of niet aanwezig is kan eenvoudig met behulp van een lichtsensor worden uitgevoerd. Indien in 20 het betreffende gebied wel melk aanwezig is, zal beduidend minder licht afkomstig uit het betreffende gebied worden gemeten dan wanneer geen melk aanwezig is. Door te meten of de hoeveelheid licht die vanuit het betreffende gebied wordt ontvangen boven of beneden een bepaalde vooraf bepaalde waarde ligt, kan aldus op eenvoudige wijze worden beslist of wel of 25 geen melk aanwezig is in het betreffende gebied. Meer in het algemeen geldt dat indien meer dan of gelijk aan een eerste vooraf bepaalde hoeveelheid licht door een lichtsensor in een gebied wordt gemeten, wordt geconcludeerd dat geen melk in het betreffende gebied aanwezig is en dat indien minder dan een tweede vooraf bepaalde hoeveelheid licht door een lichtsensor in een 30 gebied wordt gemeten, wordt geconcludeerd dat wel melk in het betreffende 3 gebied aanwezig is, waarbij bijvoorkeur de eerste vooraf bepaalde hoeveelheid licht gelijk is aan de tweede vooraf bepaalde hoeveelheid licht.Measuring whether or not milk is present in a certain area can be easily carried out with the aid of a light sensor. If milk is present in the relevant area, significantly less light from the relevant area will be measured than if no milk is present. By measuring whether the amount of light received from the relevant area is above or below a certain predetermined value, it can thus be decided in a simple manner whether or not milk is present in the relevant area. More generally, if more than or equal to a first predetermined amount of light is measured by a light sensor in an area, it is concluded that no milk is present in that area and that if less than a second predetermined amount of light is If a light sensor is measured in an area, it is concluded that milk is indeed present in the area concerned, wherein the first predetermined amount of light is preferably equal to the second predetermined amount of light.

De nauwkeurigheid van de meting kan worden opgevoerd door het aantal gebieden te vergroten waarbij de gebieden zelf worden verkleind. De 5 resolutie van de meting kan hierdoor worden vergroot indien het groter aantal gebieden een zelfde meetsectie opspannen als het kleiner aantal gebieden.The accuracy of the measurement can be increased by increasing the number of areas, thereby reducing the areas themselves. The resolution of the measurement can hereby be increased if the larger number of areas span the same measuring section as the smaller number of areas.

In het bijzonder geldt dat een eerste deelverzameling van de gebieden een eerste meetsectie binnen het kanaal vormt waarbij in stap c.In particular, it holds that a first subset of the areas forms a first measurement section within the channel, wherein in step c.

10 aan de hand van het wel of niet meten van melk in de gebieden van de eerste deelverzameling een melkverdeling, bij voorkeur een maat voor de vulhoogte, binnen het kanaal bij de eerste meetsectie wordt bepaald. Deze maat voor de vulhoogte is ook een maat voor de hoeveelheid melk in de eerste meetsectie van het kanaal. Bij voorkeur geldt dat de eerste 15 meetsectie zich althans nagenoeg over een volledige vulhoogte en breedte van het kanaal uitstrekt. Het is mogelijk dat de eerste meetsectie zich ook over een volledige lengte van het kanaal uitstrekt. In dat geval kan voor elk punt binnen het kanaal worden bepaald of wel of geen melk aanwezig is. Dit geeft dan informatie over de hoeveelheid melk die op een bepaald moment in 20 het kanaal aanwezig is en ook waar deze melk zich bevindt. Doordat een vulgraad van het kanaal met de melk in de lengterichting van het kanaal varieert en zich bovendien met een snelheid die gelijk is aan de snelheid van de melkstroom in de lengterichting van het kanaal verplaatst, kan de grootte van de snelheid van de melkstroom worden bepaald. Wanneer de 25 grootte van de snelheid van de melkstroom bekend is en tevens de hoeveelheid melk die zich in het kanaal bevindt, kan tevens het debiet van de melkstroom worden bepaald.10 a milk distribution, preferably a measure of the filling height, is determined within the channel at the first measuring section on the basis of whether or not milk is measured in the areas of the first subset. This measure for the filling height is also a measure for the amount of milk in the first measuring section of the channel. Preferably, it holds that the first measuring section extends at least substantially over a full filling height and width of the channel. It is possible that the first measuring section also extends over a full length of the channel. In that case it can be determined for each point within the channel whether or not milk is present. This then provides information about the amount of milk present in the channel at a certain moment and also where this milk is located. Because a degree of filling of the channel with the milk varies in the longitudinal direction of the channel and moreover moves at a speed equal to the speed of the milk flow in the longitudinal direction of the channel, the magnitude of the speed of the milk flow can be determined . When the magnitude of the speed of the milk flow is known and also the amount of milk present in the channel, the flow of the milk flow can also be determined.

In het bijzonder geldt dat een tweede deelverzameling van de gebieden een tweede meetsectie binnen het kanaal vormt waarbij in stap c. 30 tevens aan de hand van het wel of niet meten van melk in de gebieden van 4 de tweede deelverzameling een melkverdeling, bijvoorkeur een maat voor de vulhoogte, binnen het kanaal bij de tweede meetsectie wordt bepaald en waarbij aan de hand van de gemeten melkverdeling bij de eerste meetsectie, de gemeten melkverdeling bij de tweede meetsectie en een afstand tussen de 5 eerste meetsectie en de tweede meetsectie het debiet van de melkstroom wordt bepaald. Volgens deze variant strekken de eerste meetsectie en de tweede meetsectie zich elk niet over de volledige lengte van het kanaal uit. De eerste en tweede meetsectie bevinden zich immers op afstand van elkaar. Aldus kan een maat voor de vulhoogte binnen het kanaal bij de eerste 10 meetsectie worden bepaald en kan een maat voor de vulhoogte binnen het kanaal bij de tweede meetsectie worden bepaald. Omdat, zoals gezegd, een maat voor de vulhoogte in de lengterichting van het kanaal varieert en zich ook in deze richting verplaatst met een snelheid die gelijk is aan de grootte van de snelheid van de melkstroom in het kanaal tussen de eerste en tweede 15 meetsectie, kan worden bepaald hoe lang het duurt voordat een bepaalde maat voor de vulhoogte die gemeten is in het kanaal bij de eerste meetsectie in het kanaal bij de tweede meetsectie verschijnt. Door het tijdsverloop dat hierbij hoort te bepalen is het aan de hand van de bekende afstand tussen de eerste meetsectie en de tweede meetsectie mogelijk om de snelheid van 20 de melkstroom te bepalen. De snelheid van de melkstroom in combinatie met een maat voor de vulhoogte van het kanaal (bijvoorbeeld bij de eerste meetsectie en/of bij de tweede meetsectie) en uiteraard de vooraf bepaalde afmetingen van het kanaal kunnen dan in combinatie worden verwerkt voor het bepalen van het debiet van de melkstroom.In particular, it holds that a second subset of the areas forms a second measurement section within the channel, wherein in step c. 30 also a milk distribution, preferably a measure of the filling height, is determined within the channel at the second measuring section on the basis of whether or not milk is measured in the areas of the second subset and wherein the milk distribution measured at the first measuring section, the measured milk distribution at the second measuring section and a distance between the first measuring section and the second measuring section the flow of the milk flow is determined. According to this variant, the first measuring section and the second measuring section do not each extend the full length of the channel. After all, the first and second measuring section are spaced apart. Thus, a measure for the fill height within the channel at the first measurement section can be determined and a measure for the fill height within the channel at the second measurement section can be determined. Because, as stated, a measure for the filling height varies in the longitudinal direction of the channel and also moves in this direction at a speed equal to the magnitude of the speed of the milk flow in the channel between the first and second measuring section, it can be determined how long it takes for a certain measure for the filling height measured in the channel to appear at the first measurement section in the channel at the second measurement section. By determining the time lapse that should be determined here, it is possible to determine the speed of the milk flow on the basis of the known distance between the first measuring section and the second measuring section. The speed of the milk flow in combination with a measure for the filling height of the channel (for example at the first measuring section and / or at the second measuring section) and of course the predetermined dimensions of the channel can then be processed in combination for determining the flow rate of the milk flow.

25 Opgemerkt wordt dat onder maat voor de vulhoogte ook wordt verstaan een vulhoogte in het kanaal bij de eerste of tweede meetsectie. Een maat van de vulhoogte kan tevens de vorm van een gegolfd oppervlak inhouden tezamen met een gemiddelde afstand van dat oppervlak ten opzichte van een wand (bodem) van het kanaal.It is noted that a measure for the filling height is also understood to mean a filling height in the channel at the first or second measuring section. A measure of the filling height can also include the shape of a corrugated surface together with an average distance from that surface to a wall (bottom) of the channel.

55

Het is overeenkomstig de uitvinding op verschillende wijzen mogelijk om per gebied te bepalen of daar wel of geen melk aanwezig is. Zo is het mogelijk dat in stap b. met behulp van een veelvoud van lichtsensoren per lichtsensor wordt bepaald of de betreffende sensor wel of geen melk 5 detecteert in een bij de sensor behorend vooraf bepaald gebied binnen het kanaal waarbij met het veelvoud van sensoren voor een veelvoud van verschillende gebieden binnen het kanaal wordt bepaald of wel of geen melk aanwezig is binnen de betreffende gebieden. Hierbij is het mogelijk dat in stap b. het veelvoud van gebieden met behulp van tenminste een lichtbron 10 wordt belicht. Het is echter eveneens mogelijk dat in stap b. het veelvoud van gebieden met behulp van een veelvoud van lichtbronnen worden belicht, waarbij in het bijzonder elk gebied met een van de lichtbronnen wordt belicht en waarbij bijvoorbeeld verschillende gebieden door verschillende met verschillende lichtbronnen worden belicht.According to the invention, it is possible in various ways to determine per region whether or not milk is present there. For example, it is possible that in step b. with the aid of a plurality of light sensors per light sensor, it is determined whether or not the sensor in question detects milk in a predetermined area within the channel associated with the sensor, the plurality of sensors determining a plurality of different areas within the channel whether or not milk is present within the relevant areas. It is possible that in step b. the plurality of regions is illuminated with the aid of at least one light source 10. However, it is also possible that in step b. the plurality of regions are illuminated with the aid of a plurality of light sources, in particular each region being illuminated with one of the light sources and wherein, for example, different regions are illuminated by different with different light sources.

15 Omdat in de hiervoor gegeven twee voorbeelden een veelvoud van lichtsensoren aanwezig is kan tegelijkertijd voor elk van de genoemde gebieden worden bepaald of wel of geen melk aanwezig is.Because a plurality of light sensors is present in the two examples given above, it can be determined simultaneously for each of the said areas whether or not milk is present.

Het is echter eveneens mogelijk dat in stap b. tenminste een deel van de veelvoud van gebieden achtereenvolgens met tenminste een lichtbron 20 of met een veelvoud van lichtbronnen worden belicht, waarbij achtereenvolgens met behulp van de tenminste ene lichtsensor per gebied wordt bepaald of wel of geen melk aanwezig is in het betreffende gebied. Doordat thans achtereenvolgens met behulp van de tenminste ene sensor per gebied wordt bepaald of er wel of geen melk aanwezig is in het 25 betreffende gebied, kan worden volstaan met slechts één lichtsensor.However, it is also possible that in step b. at least a part of the plurality of regions are successively exposed to at least one light source 20 or to a plurality of light sources, wherein it is successively determined with the aid of the at least one light sensor per region whether or not milk is present in the relevant region. Because now it is successively determined with the aid of the at least one sensor per area whether or not milk is present in the area concerned, only one light sensor will suffice.

Immers, doordat bijvoorbeeld telkens slechts één gebied wordt belicht, kan voor elk gebied met één en dezelfde sensor worden gemeten of er wel of geen melk aanwezig is in het betreffende gebied.After all, because, for example, only one area is illuminated each time, it can be measured for each area with one and the same sensor whether or not milk is present in the relevant area.

Volgens een voorkeursuitvoeringsvorm geldt dat in stap b 30 achtereenvolgends een veelvoud van gebieden worden belicht die in de 6 eerste meetsectie liggen en waarbij per gebied van de eerste meetsectie wordt gemeten of wel of geen melk aanwezig is en waarbij achtereenvolgends een veelvoud van gebieden worden belicht die in de tweede meetsectie liggen waarbij per gebied van de tweede meetsectie wordt 5 gemeten of wel of geen melk aanwezig is waarbij in stap c. aan de hand van de informatie over het wel of niet aanwezig zijn van melk in de gebieden van de eerste meetsectie, informatie over het wel of niet aanwezig zijn van melk in de gebieden van de tweede meetsectie en een afstand tussen de eerste meetsectie en de tweede meetsectie het debiet van de melkstroom wordt 10 bepaald. Hierbij is het mogelijk dat in stap b tenminste een deel van de veelvoud van gebieden achtereenvolgends met een veelvoud van lichtbronnen worden belicht waarbij verschillende lichtbronnen verschillende gebieden belichten en waarbij achtereenvolgens met behulp van de tenminste ene lichtsensor per gebied wordt bepaald of wel of geen 15 melk aanwezig is in het betreffende gebied; of dat in stap b tenminste een deel van de veelvoud van gebieden achtereenvolgends een lichtbron wordt belicht door de richting van een lichtbundel van de lichtbron te sturen waarbij achtereenvolgens met behulp van de tenminste ene lichtsensor per gebied wordt bepaald of wel of geen melk aanwezig is in het betreffende 20 gebied.According to a preferred embodiment, it holds that in step b 30 a plurality of regions are successively exposed which lie in the first measuring section and wherein per region of the first measuring section it is measured whether or not milk is present and wherein a plurality of regions are successively exposed which lie in the second measuring section, wherein for each area of the second measuring section it is measured whether or not milk is present, wherein in step c. on the basis of the information on whether or not milk is present in the areas of the first measuring section, information on whether or not milk is present in the areas of the second measuring section and a distance between the first measuring section and the second measuring section the flow rate of the milk flow is determined. It is possible here that in step b at least a part of the plurality of regions are successively illuminated with a plurality of light sources, wherein different light sources illuminate different regions and wherein successively determined with the aid of the at least one light sensor per region is whether or not milk is determined is present in the relevant area; or in step b, at least a portion of the plurality of regions successively illuminating a light source by controlling the direction of a light beam from the light source, successively using the at least one light sensor to determine per region whether or not milk is present in the relevant area.

Zoals hiervoor uiteengezet is het dus mogelijk om gebruik te maken van een veelvoud van lichtsensoren die dan samenwerken met één lichtbron of een veelvoud van lichtbronnen. Het is daarentegen ook mogelijk om gebruik te maken van één enkele lichtsensor die dan samenwerkt met een 25 veelvoud van lichtbronnen die achtereenvolgens worden geactiveerd of een enkele lichtbron waarvan de bundel in de richting kan worden gestuurd.As explained above, it is thus possible to use a plurality of light sensors which then cooperate with one light source or a plurality of light sources. On the other hand, it is also possible to use a single light sensor which then cooperates with a plurality of light sources that are successively activated or a single light source whose beam can be directed in the direction.

Het is ook nog mogelijk om gebruik te maken van een enkele lichtbron die bijvoorbeeld alle gebieden van licht voorziet en een enkele lichtsensor waarbij de lichtsensor een instelbare richtingsafhankelijke gevoeligheid 30 heeft en aldus de verschillende gebieden achtereenvolgens kan scannen.It is also still possible to use a single light source which, for example, supplies light to all areas and a single light sensor, wherein the light sensor has an adjustable direction-dependent sensitivity and thus can scan the different areas successively.

77

Dergelijke varianten worden elk geacht binnen het kader van de uitvinding te vallen.Such variants are each understood to fall within the scope of the invention.

De melkstroommeter voor het uitvoeren van een werkwijze volgens de uitvinding is gekenmerkt in dat een dwarsdoorsnede van het kanaal 5 loodrecht op een stromingsrichting van het kanaal sleufvormig is uitgevoerd en hij voorkeur sleufvormig en rechthoekig is uitgevoerd.The milk flow meter for carrying out a method according to the invention is characterized in that a cross-section of the channel 5 perpendicular to a direction of flow of the channel is slit-shaped and is preferably slit-shaped and rectangular.

De uitvinding zal thans nader worden toegelicht aan de hand van de tekening. Hierin toont: figuur 1 een melkstroommeter overeenkomstig de uitvinding voor 10 het uitvoeren van een werkwijze volgens de uitvinding; figuur 2 een eerste uitvoeringsvorm van een kanaal met tenminste één lichtsensor en tenminste één lichtbron volgens de uitvinding; figuur 3 een tweede uitvoeringsvorm van een kanaal met tenminste één lichtsensor en tenminste één lichtbron volgens de uitvinding; 15 figuur 4 een derde uitvoeringsvorm van een kanaal met tenminste één lichtsensor en tenminste één lichtbron volgens de uitvinding; en figuur 5 een vierde uitvoeringsvorm van een kanaal met tenminste één lichtsensor en tenminste één lichtbron volgens de uitvinding.The invention will now be further elucidated with reference to the drawing. Herein: figure 1 shows a milk flow meter according to the invention for performing a method according to the invention; Figure 2 shows a first embodiment of a channel with at least one light sensor and at least one light source according to the invention; Figure 3 shows a second embodiment of a channel with at least one light sensor and at least one light source according to the invention; Figure 4 shows a third embodiment of a channel with at least one light sensor and at least one light source according to the invention; and Figure 5 shows a fourth embodiment of a channel with at least one light sensor and at least one light source according to the invention.

In figuur 1 is met referentienummer 1 een melkstroommeter 20 volgens de uitvinding voor het uitvoeren van een werkwijze volgens de uitvinding aangeduid. De melkstroommeter is voorzien van een inlaatopening 2 en een uitlaatopening 4. Tussen de inlaatopening 2 en de uitlaatopening 4 bevindt zich een melkstroomtraject waarlangs melk die via de inlaatopening aan de melkstroommeter wordt toegevoerd kan stromen, 25 om vervolgens de melkstroommeter via de uitlaatopening 4 weer te verlaten. De melkstroommeter 1 is voorzien van een kanaal 6 met vooraf bepaalde afmetingen. Het kanaal is in de richting x langgerekt uitgevoerd en is in de richting y relatief smal uitgevoerd. Het kanaal heeft hiermee een langgerekte sleufvormige dwarsdoorsnede loodrecht op een 30 stromingsrichting van het kanaal. Deze dwarsdoorsnede is in dit voorbeeld 8 ook rechthoekig. Stroomopwaarts van het kanaal 6 is de melkstroommeter voorzien van een inlaatsectie 8 die is voorzien van een verzamelcompartiment 10 met een sleufvormige opening 12 in de horizontale bodem 14 van het compartiment 10 die aansluit op een inlaat 16 5 van het kanaal 6. De sleufvormige opening 12 heeft in dit voorbeeld een zelfde dwarsdoorsnede als het kanaal 6 en als de inlaat 16. In het verzamelcompartiment 10 is een geleidingsschot 18 aangebracht boven de sleufvormige inlaat 16. Het geleidingsschot neemt in hoogte h ten opzichte van de horizontale bodem 14 af in een naar een verticale bodem 20 van het 10 kanaal 6 toegekeerde richting. Aan weerszijden van de sleufvormige opening 12 en onder het geleidingsschot 18 zijn opstaande zijwanden 17A, 17B aangebracht waarvan de hoogte h’ afneemt ten opzichte van de horizontale bodem 14 in een naar de verticale bodem 20 van het kanaal 6 toegekeerde richting. In dit voorbeeld is een stromingsrichting van het 15 kanaal 6 in verticale richting z neerwaarts gericht zodat de in dit voorbeeld gedefinieerde bodem 20 van het kanaal 6 ook in de verticale richting z is gericht. Stroomneerwaarts van het kanaal 6 bevindt zich een tweede verzamelcompartiment 22 waarin melk kan stromen vanuit kanaal 6 via een uitlaat 24 van het kanaal 6. In dit voorbeeld heeft de uitlaat 24 een 20 zelfde vorm als de inlaat 16. Deze melk kan het tweede verzamelcompartiment verlaten via de uitlaatopening 4.In Fig. 1, reference numeral 1 designates a milk flow meter 20 according to the invention for carrying out a method according to the invention. The milk flow meter is provided with an inlet opening 2 and an outlet opening 4. Between the inlet opening 2 and the outlet opening 4 there is a milk flow path along which milk which is supplied via the inlet opening to the milk flow meter can flow, in order to subsequently return the milk flow meter via the outlet opening 4 leave. The milk flow meter 1 is provided with a channel 6 with predetermined dimensions. The channel is elongated in the x direction and is relatively narrow in the y direction. The channel thus has an elongated slot-shaped cross-section perpendicular to a direction of flow of the channel. This cross section is also rectangular in this example 8. Upstream of the channel 6 the milk flow meter is provided with an inlet section 8 which is provided with a collection compartment 10 with a slot-shaped opening 12 in the horizontal bottom 14 of the compartment 10 which connects to an inlet 16 of the channel 6. The slot-shaped opening 12 in this example has the same cross-section as the channel 6 and as the inlet 16. In the collecting compartment 10 a guide partition 18 is arranged above the slot-shaped inlet 16. The guide partition decreases in height h relative to the horizontal bottom 14 in a direction vertical bottom 20 of the channel 6 facing. Upright side walls 17A, 17B are provided on either side of the slit-shaped opening 12 and below the guide partition 18, the height h 'of which decreases relative to the horizontal bottom 14 in a direction facing the vertical bottom 20 of the channel 6. In this example, a direction of flow of the channel 6 in the vertical direction z is directed downwards so that the bottom 20 of the channel 6 defined in this example is also directed in the vertical direction z. Downstream of channel 6 there is a second collection compartment 22 in which milk can flow from channel 6 via an outlet 24 of the channel 6. In this example, the outlet 24 has the same shape as the inlet 16. This milk can leave the second collection compartment through the outlet opening 4.

Wanneer een melkstroom aan de inlaatopening 2 wordt toegevoerd, zal deze melkstroom in het eerste verzamelcompartiment stromen en op het geleidingsschot 18 terechtkomen en zodoende niet direct naar de inlaat 16 25 stromen. De melkstroom zal via het geleidingsschot 18 naar beneden stromen en zal aan weerszijden 28,30 van het geleidingsschot afstromen naar de bodem 14 van het eerste verzamelcompartiment 10. Vervolgens zal de melk over de opstaande zijwanden 17A, 17B naar de inlaat 16 stromen. Indien de melkstroom klein is zal hoofdzakelijk alleen bij een laagste 30 gedeelte van de opstaande zijwanden 17A, 17B (dus over een relatief kort 9 horizontaal traject in de x-richting vanaf de opstaande zijwand 26) door de sleufvormige opening 12 naar de inlaat 16 stromen. Indien echter het debiet van de melk die aan de inlaatopening 2 wordt toegevoerd groter wordt zal het niveau van de melk in het verzamelcompartiment stijgen en zal de melk 5 ook bij een hoger gedeelte van de opstaande zijwanden 17A, 17B (dus over een relatief langer horizontaal traject in de x-richting vanaf de opstaande zijwand 26) door de sleufvormige opening 12 naar de inlaat 16 stromen, (dus vanaf de op staande wand 26 tot op een punt dat in de richting x een grotere afstand heeft tot de op staande zijwand dan bij een lager debiet). Het komt 10 er dus op neer dat een ten opzichte van de verticale bodem 20 van het kanaal 6 gemeten vulhoogte in de richting x toeneemt wanneer de grootte van het debiet toeneemt. Wanneer de grootte van het debiet afneemt, zal de vulhoogte in de richting x ten opzichte van de verticale bodem 20 in het kanaal 6 weer afnemen.When a milk flow is supplied to the inlet opening 2, this milk flow will flow into the first collection compartment and end up on the guide baffle 18 and thus not flow directly to the inlet 16. The milk flow will flow down via the guide partition 18 and will flow from either side 28.30 of the guide partition to the bottom 14 of the first collecting compartment 10. The milk will then flow over the upright side walls 17A, 17B to the inlet 16. If the milk flow is small, substantially only at a lowest part of the upright side walls 17A, 17B (i.e. over a relatively short horizontal path in the x-direction from the upright side wall 26) will flow through the slot-shaped opening 12 to the inlet 16 . However, if the flow rate of the milk supplied to the inlet opening 2 increases, the level of the milk in the collecting compartment will rise and the milk 5 will also be horizontal at a higher portion of the upright side walls 17A, 17B (i.e. trajectory in the x-direction from the upright side wall 26) through the slot-shaped opening 12 to the inlet 16, (i.e. from the upright wall 26 to a point which has a greater distance in the x direction from the upright side wall than at a lower flow). It therefore comes down to a filling height measured in relation to the vertical bottom 20 of the channel 6 in the direction x increasing when the magnitude of the flow increases. When the magnitude of the flow rate decreases, the filling height in the direction x relative to the vertical bottom 20 in the channel 6 will decrease again.

15 Zoals te zien is, geldt in dit voorbeeld dat een dwarsdoorsnede van het kanaal 6 loodrecht op een stromingsrichting van het kanaal sleufvormig en rechthoekig is uitgevoerd.As can be seen, in this example it holds that a cross-section of the channel 6 perpendicular to a direction of flow of the channel is slit-shaped and rectangular.

Aldus stroomt de melk vanuit het kanaal naar het tweede verzamelcompartiment 22 om vervolgens het verzamelcompartiment via de 20 uitlaatopening 4 te verlaten.Thus, the milk flows from the channel to the second collection compartment 22 to subsequently leave the collection compartment via the outlet opening 4.

Uit het hiervoor gaande volgt dat de melkstroommeter is voorzien van een kanaal 6 met vooraf bepaalde afmetingen omvattende een inlaat en een uitlaat waarbij de melkstroommeter verder is voorzien van een inlaatsectie 8 die stroomopwaarts met het kanaal is verbonden voor het 25 toevoeren van de melkstroom aan het kanaal 6 dusdanig dat een vulhoogte in de richting x van het kanaal met melk van de melkstroom ten opzichte van de bodem 20 van het kanaal afhankelijk is van de grootte van het debiet van de melkstroom dat aan de melkstroommeter 1 wordt toegevoerd.It follows from the foregoing that the milk flow meter is provided with a channel 6 of predetermined dimensions comprising an inlet and an outlet wherein the milk flow meter is furthermore provided with an inlet section 8 which is connected upstream to the channel for supplying the milk flow to the milk flow. channel 6 such that a filling height in the direction x of the channel with milk of the milk flow relative to the bottom 20 of the channel depends on the magnitude of the flow of the milk flow that is supplied to the milk flow meter 1.

In figuur 2 zal thans een eerste uitvoeringsvorm van het kanaal 6 30 met bijbehorende lichtsensoren en lichtbron nader worden besproken. Bij 10 het kanaal is een eerste rij van n lichtsensoren 32.i aangebracht (i=l,2,3,...n). Deze rij lichtsensoren bevinden zich bij een lange zijde 34 van het kanaal. De lange zijde 34 wordt in dit geval gevormd door een voor licht transparante wand 35. De lichtsensoren 32.i zijn op een printplaat 37 5 aangebracht en bevinden zich vlak nabij een buiten het kanaal 6 gelegen zijde van de wand 35. Stroomafwaarts ten opzichte van de eerste rij lichtsensoren 32.i is een tweede rij van n lichtsensoren 33.i (1=1,2,3,...n) aangebracht evenwijdig aan de eerste rij. Voorts is een tegenover de eerste lange zijde 34 gelegen tweede lange zijde 36 gevormd door een voor licht 10 transparante wand 39. Een lengterichting van elk van de rijen sensoren strekt zich in dit voorbeeld althans nagenoeg loodrecht op een stroomrichting z van de melkstroom binnen het kanaal uit. Aan de buitenzijde van het kanaal 6 bevindt zich een lichtbron 38 waarbij eventueel tussen de lichtbron 38 en de tweede lange zijde 36 nog een lichtkanaal 40 is 15 aangebracht dat bijvoorbeeld is vervaardigd van massief perspex. De melkstroommeter is verder nog voorzien van een signaalverwerkingseenheid 42 die in dit voorbeeld met de lichtsensoren 32.i en 33,i is verbonden.Figure 2 will now discuss a first embodiment of the channel 6 with associated light sensors and light source in more detail. A first row of n light sensors 32.i is provided at 10 the channel (i = 1, 2,3, ... n). This row of light sensors are located at a long side 34 of the channel. The long side 34 is in this case formed by a wall 35 that is transparent to light. The light sensors 32.i are mounted on a printed circuit board 37 and are located close to a side of the wall 35 located outside the channel 6. Downstream of the first row of light sensors 32.i is a second row of n light sensors 33.i (1 = 1,2,3, ... n) arranged parallel to the first row. Furthermore, a second long side 36 opposite the first long side 34 is formed by a wall 39 which is transparent to light 10. A longitudinal direction of each of the rows of sensors in this example extends at least substantially perpendicularly to a direction of flow z of the milk flow within the channel from. On the outside of the channel 6 there is a light source 38, optionally between the light source 38 and the second long side 36 a light channel 40 is arranged which is for instance made of solid perspex. The milk flow meter is furthermore provided with a signal processing unit 42 which in this example is connected to the light sensors 32.i and 33.i.

De werking van de melkstroommeter is als volgt.The operation of the milk flow meter is as follows.

20 Met behulp van de lichtbron 38 wordt licht aan een binnenzijde van het kanaal 6 toegevoerd ter hoogte van de lichtsensoren 32.i (i=l,2,...n) en 33.1 (i=l,2,...n). Een gebied binnen in het kanaal 6 wat bij een lichtsensor 32.1 behoort, wordt hier gedefinieerd als het gebied dat zich binnen het kanaal 6 bevindt en van waaruit de betreffende lichtsensor 32.i licht kan 25 ontvangen. In dit voorbeeld geldt dat een gebied dat behoort bij een lichtsensor 32.i zich in de x en z richting gezien ter hoogte van de betreffende lichtsensor 32.i bevindt en zich in de y richting uitstrekt vanaf de lange zijde 34 tot aan de lange zijde 36. Het gebied behorende bij de lichtsensor 32.i heeft in de x richting bijvoorbeeld een grootte die 30 overeenkomt met of iets groter is dan een breedte van het kanaal 6 in de x 11 richting gedeeld door n. Dit geldt ook voor de overige gebieden die bij de respectievelijke lichtsensoren 32.i behoren. In de x richting gezien dekken de n gebieden behorende bij de eerste rij sensoren 32.i dus de volledige breedte van het kanaal af. In de z richting hebben de gebieden behorende bij 5 de sensoren 32.i (i=l,2,...n) zelfde afmetingen als in de x richting gezien.With the aid of the light source 38, light is supplied to an inner side of the channel 6 at the level of the light sensors 32.i (i = 1, 2, ... n) and 33.1 (i = 1, 2, ... n ). An area within the channel 6 that belongs to a light sensor 32.1 is here defined as the area that is within the channel 6 and from which the relevant light sensor 32.i can receive light. In this example, it holds that an area associated with a light sensor 32.i, viewed in the x and z direction, is at the level of the relevant light sensor 32.i and extends in the y direction from the long side 34 to the long side 36. For example, in the x direction, the area associated with the light sensor 32.i has a magnitude corresponding to or slightly larger than a width of the channel 6 in the x 11 direction divided by n. This also applies to the other areas that belong to the respective light sensors 32.i. Viewed in the x direction, the n areas associated with the first row of sensors 32.i therefore cover the full width of the channel. In the z direction, the areas associated with the sensors 32.i (i = 1, 2, ... n) have the same dimensions as seen in the x direction.

Een gebied binnen in het kanaal 6 wat bij een lichtsensor 33.i behoort, wordt hier gedefinieerd als het gebied dat zich binnen het kanaal 6 bevindt en van waaruit de betreffende lichtsensor 33.i licht kan ontvangen. In dit voorbeeld geldt dat een gebied dat behoort bij een lichtsensor 33,i zich in de 10 x en z richting gezien ter hoogte van de betreffende lichtsensor 33.i bevindt en zich in de y richting uitstrekt vanaf de lange zijde 34 tot aan de lange zijde 36.. Het gebied behorende bij de lichtsensor 33.i heeft in de x richting bijvoorbeeld een grootte heeft die overeenkomt met of iets groter is dan een breedte van het kanaal 6 in de x richting gedeeld door n. Dit geldt ook voor 15 de overige gebieden die bij de respectievelijke lichtsensoren 33.i behoren. In de x richting gezien dekken de n gebieden behorende bij de tweede rij sensoren 33.i dus de volledige breedte van het kanaal af. In de z richting hebben de gebieden behorende bij de sensoren 33.i (i=l,2,...n) zelfde afmetingen als in de x richting gezien. Aldus zijn in dit voorbeeld 2n 20 gebieden gedefinieerd.An area within the channel 6 that belongs to a light sensor 33.i is here defined as the area that is within the channel 6 and from which the relevant light sensor 33.i can receive light. In this example, it holds that an area associated with a light sensor 33, i is viewed in the 10 x and z direction at the level of the relevant light sensor 33.i and extends in the y direction from the long side 34 to the long side 36. The area associated with the light sensor 33.i has, for example, a magnitude in the x direction corresponding to or slightly larger than a width of the channel 6 in the x direction divided by n. This also applies to the other areas that belong to the respective light sensors 33.i. Viewed in the x direction, the n areas associated with the second row of sensors 33.i thus cover the full width of the channel. In the z direction, the areas associated with the sensors 33.i (i = 1, 2, ... n) have the same dimensions as seen in the x direction. Thus, in this example, 2n regions are defined.

Een eerste deelverzameling van de gebieden, dat wil zeggen de gebieden die bij de lichtsensoren 32.i horen, vormen binnen het kanaal een eerste meetsectie. Geheel analoog vormen de tweede deelverzameling van gebieden die bij de lichtsensoren 33,i behoren, een tweede meetsectie binnen 25 het kanaal.A first subset of the areas, i.e. the areas associated with the light sensors 32.i, form a first measurement section within the channel. Completely analogous, the second subset of areas associated with the light sensors 33, i form a second measurement section within the channel.

Met elke lichtsensor 32.i of 33.i kan worden gemeten of zich melk bevindt in een gebied dat bij de betreffende lichtsensor behoort. Immers, wanneer er geen melk bevindt in bijvoorbeeld het gebied dat bij de lichtsensor 32.i behoort, zal licht dat wordt uitgezonden door de lichtbron 38 30 althans nagenoeg ongehinderd op de lichtsensor 32.i vallen. Wanneer zich 12 echter in het gebied dat bij de lichtsensor 32.i behoort, melk bevindt, zal het licht door de betreffende melk worden gedempt en zal minder of geen licht op de lichtsensor 32.i vallen. Aldus is het mogelijk om met behulp van de lichtsensor 32.i te bepalen of er wel of geen melk aanwezig is in het gebied 5 dat behoort bij de lichtsensor 32.i. Dit geldt voor elk van de gebieden die bij de, in dit voorbeeld twee, lichtsensoren 32.i en 33.i behoren. De signaalverwerkingseenheid 42 is met elk van de lichtsensoren verbonden om te bepalen of in een gebied dat bij een bepaalde lichtsensor behoort, wel of geen melk aanwezig is. In dit voorbeeld geldt dat de 10 signaalverwerkingseenheid, in gebruik, indien meer dan of gelijk aan een eerste vooraf bepaalde hoeveelheid licht door een lichtsensor in een gebied wordt gemeten, concludeert dat geen melk in het betreffende gebied aanwezig is en dat de signaalverwerkingseenheid indien minder dan een tweede vooraf bepaalde hoeveelheid licht door een lichtsensor in een gebied 15 wordt gemeten, concludeert dat wel melk in het betreffende gebied aanwezig is. In dit voorbeeld geldt dat de eerste vooraf bepaalde hoeveelheid licht gelijk is aan de tweede vooraf bepaalde hoeveelheid licht.With each light sensor 32.i or 33.i it can be measured whether milk is present in an area that belongs to the relevant light sensor. After all, when there is no milk in, for example, the area associated with the light sensor 32.i, light emitted by the light source 38 will fall on the light sensor 32.i at least substantially unhindered. However, if there is milk in the area associated with the light sensor 32.i, the light will be muted by the relevant milk and less or no light will fall on the light sensor 32.i. It is thus possible to determine with the aid of the light sensor 32.i whether or not milk is present in the area 5 that belongs to the light sensor 32.i. This applies to each of the areas that belong to the, in this example two, light sensors 32.i and 33.i. The signal processing unit 42 is connected to each of the light sensors to determine whether or not milk is present in an area associated with a particular light sensor. In this example, it holds that, in use, if more than or equal to a first predetermined amount of light is measured by a light sensor in an area, it concludes that no milk is present in the area in question and that the signal processing unit if less than a second predetermined amount of light is measured by a light sensor in an area 15, concludes that milk is indeed present in the area concerned. In this example, it holds that the first predetermined amount of light is equal to the second predetermined amount of light.

De gebieden die bij de eerste rij lichtsensoren 32.i horen (een eerste deelverzameling van de gebieden 32.i, 33.i (i=l,2,....n)), spannen dus een 20 eerste meetsectie op die hierna met referentienummer 44 zal worden aangeduid. Tevens wordt een tweede meetsectie 46 gevormd door de gebieden behorende bij de lichtsensoren 33.i (een tweede deelverzameling van de gebieden 32.i, 33.i (i=l,2,....n)).The areas associated with the first row of light sensors 32.i (a first subset of areas 32.i, 33.i (i = 1, 2, .... n)) thus stretch a first measurement section which will be indicated by reference number 44. A second measuring section 46 is also formed by the areas associated with the light sensors 33.i (a second subset of the areas 32.i, 33.i (i = 1, 2, .... n)).

Wanneer melk door de melkmeter stroomt, waarbij dan, zoals 25 uiteengezet, een vulhoogte van het melkkanaal ten opzichte van de bodem 20 in de richting x afhankelijk is van de grootte van het debiet, geldt dat de signaalverwerkingseenheid, in gebruik, aan de hand van het wel of niet meten van melk in de gebieden behorende bij de eerste deelverzameling van gebieden die de eerste meetsectie opspannen, een melkverdeling bepaalt, die 30 bij voorkeur een maat voor een vulhoogte representeert van de betreffende 13 meetsectie, binnen het kanaal bij de eerste meetsectie. De maat voor de vulhoogte kan bijvoorbeeld worden gevormd door een afstand van een vloeistofoppervlak tot aan de bodem 20 van het kanaal. De signaalverwerkingseenheid kan bijvoorbeeld het gebied bepalen dat het 5 verst van de bodem 20 is verwijderde in de x richting gezien en waarin melk aanwezig is. De positie van dit gebied is dan een maat voor de vulhoogte van het kanaal bij de eerste meetsectie. Voorts geldt dat de signaalverwerkingseenheid, in gebruik, aan de hand van het wel of niet meten van melk in de gebieden van de tweede deelverzameling van gebieden 10 die de tweede meetsectie 46 opspannen, een melkverdeling bepaalt die bij voorkeur een maat voor de vulhoogte binnen het kanaal bij de tweede meetsectie representeert. De bepaling van de vulhoogte in het kanaal bij de tweede meetsectie is analoog zoals hiervoor besproken voor de eerste meetsectie.When milk flows through the milk meter, wherein, as explained, a filling height of the milk channel relative to the bottom 20 in the direction x is dependent on the magnitude of the flow, the signal processing unit, in use, applies on the basis of measuring or not measuring milk in the areas associated with the first subset of areas spanning the first measuring section determines a milk distribution, which preferably represents a measure of a filling height of the 13 measuring section in question, within the channel at the first measuring section . The measure for the filling height can be formed, for example, by a distance from a liquid surface to the bottom of the channel. The signal processing unit can, for example, determine the area furthest from the bottom 20 as seen in the x direction and in which milk is present. The position of this area is then a measure of the filling height of the channel at the first measurement section. Furthermore, in use, the signal processing unit determines, on the basis of whether or not milk is measured in the areas of the second subset of areas 10 spanning the second measuring section 46, a milk distribution which is preferably a measure of the filling height within the channel at the second measurement section. The determination of the filling height in the channel at the second measuring section is analogous as discussed above for the first measuring section.

15 Aan de hand van de gemeten melkverdeling bij de eerste meetsectie en de gemeten melkverdeling bij de tweede meetsectie, bepaalt de signaalverwerkingseenheid hoe lang het duurt alvorens een bepaalde gemeten melkverdeling bij de eerste meetsectie, bij de tweede meetsectie wordt gemeten. De tijd die is verstreken tussen het meten van een bepaalde 20 meetverdeling bij de eerste meetsectie en het meten van een melkverdeling bij de tweede meetsectie die hiermee correspondeert, is een maat voor de snelheid van de melkstroom door het kanaal 6 tussen de beide meetsecties. Omdat in dit voorbeeld de afstand d in de stromingsrichting z van het kanaal bekend is, kan de signaalverwerkingseenheid op deze wijze een 25 snelheid van de melkstroom bepalen. Tevens kan aan de hand van een melkverdeling bij bijvoorbeeld de eerste meetsectie en de vooraf bepaalde afmetingen van het kanaal, tezamen met de genoemde snelheid, het debiet van de melkstroom worden bepaald.On the basis of the measured milk distribution at the first measuring section and the measured milk distribution at the second measuring section, the signal processing unit determines how long it takes before a certain measured milk distribution at the first measuring section is measured at the second measuring section. The time elapsed between measuring a specific measuring distribution at the first measuring section and measuring a milk distribution at the second measuring section corresponding to this is a measure of the speed of the milk flow through the channel 6 between the two measuring sections. Because in this example the distance d in the direction of flow z of the channel is known, the signal processing unit can in this way determine a speed of the milk flow. The flow rate of the milk flow can also be determined on the basis of a milk distribution at, for example, the first measuring section and the predetermined dimensions of the channel, together with the said speed.

Thans zal aan de hand van figuur 3 een alternatieve 30 uitvoeringsvorm van het kanaal 6 in combinatie met een veelvoud van 14 lichtsensoren en in dit voorbeeld een veelvoud van lichtbronnen worden besproken. Hierbij zijn met figuur 2 overeenkomende onderdelen van een zelfde referentienummer voorzien. Geheel analoog zoals hiervoor besproken, is het kanaal voorzien van een eerste rij lichtsensoren 32.i en een tweede rij 5 lichtsensoren 33.i die zijn aangebracht op een printplaat 37. Geheel analoog zoals hiervoor besproken behoort bij iedere lichtsensor 32.i een gebied en behoort bij iedere lichtsensor 33.i een gebied. De gebieden behorende bij de lichtsensoren 32.i spannen de eerste meetsectie op. Geheel analoog spannen de gebieden behorende bij de lichtsensoren 33,i de tweede meetsectie 46 op. 10 In dit voorbeeld is de melkstroommeter voorzien van 50.i (i=l,2,...n) lichtbronnen die in een rij bij de tweede lange zijde 36 van het kanaal 6 zijn aangebracht, In figuur 3 is deze lange zijde als onderdeel van de melkstroommeter en op de voorgrond los getoond. Deze lange zijde 36 wordt weer gevormd door de wand 39 net als de wand 34 die eveneens 15 transparant voor licht is uitgevoerd. Hierbij geldt dat lichtbron 50.i tegenover lichtsensor 32.i ligt (i=l,2,...n). Voorts is bij de lange zijde 36 een tweede rij lichtbronnen aangebracht waarbij geldt dat lichtbron 52.i tegenover sensor 33.i ligt (i=l,2,...n). Wat hiermee wordt bereikt is dat bijvoorbeeld lichtsensor 50.i het gebied belicht dat bij de lichtsensor 32.i 20 behoort (i=l,2,..n). Tevens geldt dat lichtbron 52.i licht toevoert aan het gebied dat bij lichtsensor 33.i behoort. De in dit voorbeeld 2n gebieden worden dus individueel van licht voorzien met voor elk gebied een separate lichtbron. De lichtsensoren 32.1, 33.i zijn hiertoe op een print 41 aangebracht die zich vlak bij een buiten het kanaal 6 gelegen zijde van de 25 transparante wand 39 bevindt. Voor het overige is de werking van de melkstroommeter volgens figuur 3 geheel gelijk aan die van figuur 2.An alternative embodiment of the channel 6 in combination with a plurality of 14 light sensors and in this example a plurality of light sources will now be discussed with reference to Fig. 3. Parts corresponding to Figure 2 are provided with the same reference number. Completely analogue as discussed above, the channel is provided with a first row of light sensors 32.i and a second row of light sensors 33.i which are arranged on a printed circuit board 37. Completely analogous as discussed above, each light sensor 32.i has an area and belongs to every light sensor 33.i an area. The areas associated with the light sensors 32.i span the first measurement section. Completely analogously, the areas associated with the light sensors 33, clamp the second measuring section 46. In this example the milk flow meter is provided with 50.i (i = 1, 2, ... n) light sources arranged in a row at the second long side 36 of the channel 6. In Fig. 3 this long side is as part of the milk flow meter and shown separately in the foreground. This long side 36 is again formed by the wall 39 just like the wall 34 which is also transparent to light. Here, it holds that light source 50.i is opposite light sensor 32.i (i = 1, 2, ... n). Furthermore, a second row of light sources is provided on the long side 36, wherein it holds that light source 52.i is opposite sensor 33.i (i = 1, 2, ... n). What is achieved with this is that, for example, light sensor 50.i illuminates the area that belongs to the light sensor 32.i (i = 1, 2, .. n). It also holds that light source 52.i supplies light to the area that belongs to light sensor 33.i. The 2n regions in this example are thus individually supplied with light with a separate light source for each region. The light sensors 32.1, 33.i are arranged for this purpose on a print 41 which is located close to a side of the transparent wall 39 situated outside the channel 6. For the rest, the operation of the milk flow meter according to Figure 3 is entirely the same as that of Figure 2.

Er geldt dus dat met behulp van een veelvoud van lichtsensoren per lichtsensor wordt bepaald of de betreffende sensor wel of geen melk detecteert in een bij de sensor behorend vooraf bepaalde gebied binnen het 30 kanaal waarbij met een veelvoud van sensoren voor een veelvoud van 15 verschillende gebieden binnen het kanaal wordt bepaald of wel of geen melk aanwezig is binnen het betreffende kanaal.It therefore holds that with the aid of a plurality of light sensors per light sensor, it is determined whether or not the sensor in question detects milk in a predetermined area within the channel associated with the sensor, with a plurality of sensors for a plurality of different areas within the channel it is determined whether or not milk is present within the channel in question.

In het voorbeeld van figuur 3 geldt dat het veelvoud van gebieden met behulp van een veelvoud van lichtbronnen worden belicht waarbij in 5 het bijzonder elk gebied met één van de lichtbronnen wordt belicht. Tevens geldt dat verschillende gebieden door verschillende lichtbronnen worden belicht.In the example of Figure 3, it holds that the plurality of areas are illuminated with the aid of a plurality of light sources, in particular each area being illuminated with one of the light sources. It also applies that different areas are illuminated by different light sources.

Figuur 4 toont een alternatief voorbeeld voor het kanaal 6 en de bijbehorende tenminste ene lichtsensor en lichtbron. Deze configuratie kan 10 weer worden toegepast bij de melkmeter volgens figuur 1. Hierbij is aan een binnenzijde van de eerste lange zijde 34 van het kanaal 6 een eerste rij lichtbronnen 38.i aangebracht (i=l,2,..n) en is voorts aan de binnenzijde van de eerste lange zijde 34 stroomneerwaarts ten opzichte van de eerste rij lichtbronnen, en tweede rij lichtbronnen 39.i aangebracht (i=l,2,..n). Een 15 lengterichting van elk van de rijen lichtbronnen strekt zich in dit voorbeeld althans nagenoeg loodrecht op een stroomrichting z van de melkstroom binnen het kanaal uit. Ook in dit voorbeeld geldt dat de wanden 35 en 39 transparant zijn uitgevoerd. De melkstroommeter is in dit voorbeeld voorzien van één lichtsensor 32. Tussen de lichtsensor 32 en de 20 transparante lange zijde 36 is eventueel een lichtgeleidingskanaal 40 opgenomen van bijvoorbeeld massief perspex. In dit voorbeeld geldt dat bij elke lichtbron 38.i een gebied behoort dat tussen de lichtbron 38.i en de tweede lange zijde 36 in ligt. Aldus zijn, geheel analoog zoals besproken voor de gebieden behorende bij de lichtsensoren 32.i en 33.i, gebieden 25 gedefinieerd die bij de n lichtbronnen 38.i behoren. Deze gebieden spannen tezamen de eerste meetsectie 44 op. Geheel analoog behoort bij een lichtbron 39.i een gebied dat tussen de lichtbron 39.i en de tweede lange zijde 36 in ligt. Op deze wijze zijn n gebieden gedefinieerd die behoren bij respectievelijk de n lichtbronnen 39.i. Deze gebieden spannen samen de 30 tweede meetsectie 46 op.Figure 4 shows an alternative example for the channel 6 and the associated at least one light sensor and light source. This configuration can again be applied to the milk meter according to figure 1. A first row of light sources 38.i (i = 1, 2, .. n) is arranged on an inside of the first long side 34 of the channel 6 (i = 1, 2, .. n) and furthermore arranged on the inside of the first long side 34 downstream of the first row of light sources, and second row of light sources 39.i (i = 1.2, .. n). A longitudinal direction of each of the rows of light sources in this example extends at least substantially perpendicularly to a direction of flow z of the milk flow within the channel. In this example, too, the walls 35 and 39 are transparent. In this example, the milk flow meter is provided with one light sensor 32. Between the light sensor 32 and the transparent long side 36, optionally, a light guide channel 40 of, for example, solid perspex is included. In this example, it holds that with each light source 38.i there is an area that lies between the light source 38.i and the second long side 36. Thus, entirely analogous to those discussed for the areas associated with the light sensors 32.i and 33.i, areas 25 are defined that belong to the n light sources 38.i. These areas together tension the first measurement section 44. Completely analogous to a light source 39.i belongs to an area which lies between the light source 39.i and the second long side 36. In this way, n regions are defined that belong to the n light sources 39.i, respectively. These areas together tension the second measuring section 46.

1616

De werking van de inrichting is als volgt. De lichtbronnen 38.i en 39.i worden door de signaalverwerkingseenheid 38.i achtereenvolgens geactiveerd. Het gevolg is dat de 2n gebieden achtereenvolgens met behulp van de lichtbronnen 38.i en 39.i worden belicht. De 5 signaalverwerkingseenheid bepaalt vervolgens, in gebruik, achtereenvolgens met behulp van de lichtsensor 32 of in een gebied dat wordt belicht, wel of geen melk aanwezig is. Op deze wijze bepaalt de signaalverwerkingseenheid achtereenvolgens voor elk van de 2n gebieden of wel of geen melk aanwezig is. Het bepalen of wel of geen melk aanwezig is 10 wordt geheel analoog zoals hiervoor bepaald door te bepalen of de hoeveelheid licht die afkomstig is van een bepaald gebied en die wordt ontvangen boven of beneden de genoemde vooraf bepaalde hoeveelheid licht ligt. Indien op deze wijze voor elk van de gebieden van de meetsecties 44 en 46 wordt bepaald of wel of geen melk aanwezig is, kan een maat voor de 15 vulhoogte, de stromingssnelheid en het debiet van de melkstroom geheel analoog worden bepaald zoals aan de hand van figuur 2 en 3 is besproken.The operation of the device is as follows. The light sources 38.i and 39.i are successively activated by the signal processing unit 38.i. The result is that the 2n regions are successively illuminated by means of the light sources 38.i and 39.i. The signal processing unit subsequently determines, in use, successively with the aid of the light sensor 32 whether or not milk is present in an area that is being illuminated. In this way, the signal processing unit determines successively for each of the 2n regions whether or not milk is present. Determining whether or not milk is present becomes entirely analogous as previously determined by determining whether the amount of light that comes from a certain area and that is received is above or below said predetermined amount of light. If it is determined in this way for each of the areas of the measuring sections 44 and 46 whether or not milk is present, a measure of the filling height, the flow rate and the flow of the milk flow can be determined entirely analogously as on the basis of Figures 2 and 3 have been discussed.

Figuur 5 toont een alternatief voorbeeld voor het kanaal 6 en de bij behorende tenminste ene lichtsensor en lichtbron. Deze configuratie kan weer worden toegepast bij de melkmeter volgens figuur 1. In figuur 5 wordt 20 een alternatieve uitvoeringsvorm besproken waarbij met figuur 4 overeenkomende onderdelen van een zelfde referentie nummer zijn voorzien. Zoals te zien is, is ook bij figuur 5 voorzien in een enkele lichtsensor 32. In dit voorbeeld geldt echter in afwijking van wat bij figuur 4 het geval is, dat de melkstroommeter is voorzien van één enkele lichtbron 25 38. De lichtbron heeft als eigenschap dat deze een lichtbundel 60 kan genereren waarvan de richting instelbaar is. Aldus kan de lichtbundel 60 naar keuze achtereenvolgens dezelfde gebieden belichten als welke in relatie met figuur 4 zijn besproken. De lichtbron 38 is hiertoe bestuurbaar uitgevoerd door middel van de signaalverwerkingseenheid 42. Wanneer op 30 deze wijze de 2n gebieden achtereenvolgens worden belicht, kan met behulp 17 van de lichtsensor geheel analoog zoals hiervoor besproken per gebied worden bepaald of melk wel of niet aanwezig is in het betreffende gebied. Hierna kan door de signaalverwerkingseenheid geheel analoog zoals hiervoor besproken een maat voor de vulgraad van het kanaal in de eerste 5 en tweede meetsectie, de stromingssnelheid van de melkstroom en/of het debiet worden bepaald.Figure 5 shows an alternative example for the channel 6 and the associated at least one light sensor and light source. This configuration can again be applied to the milk meter according to figure 1. In figure 5 an alternative embodiment is discussed wherein parts corresponding to figure 4 are provided with the same reference number. As can be seen, a single light sensor 32 is also provided in Figure 5. However, in this example, contrary to what is the case in Figure 4, it applies that the milk flow meter is provided with a single light source 38. The light source has the property that it can generate a light beam 60 whose direction is adjustable. Thus, the light beam 60 can optionally illuminate the same areas successively as those discussed in relation to Figure 4. The light source 38 is designed to be controllable for this purpose by means of the signal processing unit 42. If the 2n regions are successively illuminated in this manner, it is possible to determine with the aid of the light sensor entirely analogously as discussed above for each region whether or not milk is present in the relevant area. After this, a signal for the degree of filling of the channel in the first and second measuring section, the flow rate of the milk flow and / or the flow rate can be determined by the signal processing unit entirely analogously as discussed above.

De uitvinding is geenszins beperkt tot de hiervoor geschetste uitvoeringsvormen. Zo is het ook mogelijk dat in de variant van figuur 5 de lichtbron 38 tegelijkertijd elk van de 2n gebieden belicht. Hierbij kan de 10 lichtsensor 32 echter dusdanig zijn uitgevoerd dat deze in staat is om deze gebieden achtereenvolgens te scannen om per gebied te bepalen of wel of geen melk aanwezig is. Dergelijke varianten worden binnen het kader van de uitvinding geacht te vallen. In dit voorbeeld is de bodem 20 van het kanaal verticaal opgesteld. Het is echter eveneens mogelijk dat de bodem 20 15 van het kanaal horizontaal is gericht waarbij dan, bijvoorbeeld bij figuur 2 en 3, de rijen lichtsensoren zich in verticale richting uitstrekken omdat het gehele kanaal inclusief sensoren en lichtbronnen rondom de as y 90 graden is geroteerd. In dat geval kan bij de melkstroommeter het eerste verzamelcompartiment en het tweede verzamelcompartiment worden 20 weggelaten. In dat geval vormen de inlaat 16 en de uitlaat 24 van het kanaal 6 tevens de in- en de uitlaat van de melkstroommeter. Dergelijke varianten worden elk geacht binnen het kader van de uitvinding te vallen, In dit voorbeeld kunnen elk van de lichtbronnen worden uitgevoerd als infrarood lichtbronnen. Het is echter eveneens mogelijk om de lichtbronnen 25 uit te voeren als lichtbronnen die wit licht of laserlicht uitzenden. Ook dergelijke varianten worden elk geacht binnen het kader van de uitvinding te vallen.The invention is in no way limited to the embodiments outlined above. It is thus also possible that in the variant of Fig. 5 the light source 38 illuminates each of the 2n regions simultaneously. In this case, however, the light sensor 32 can be designed such that it is able to successively scan these areas to determine per area whether or not milk is present. Such variants are considered to fall within the scope of the invention. In this example, the bottom 20 of the channel is arranged vertically. However, it is also possible that the bottom of the channel is oriented horizontally, in which case, for example with figures 2 and 3, the rows of light sensors extend in the vertical direction because the entire channel including sensors and light sources is rotated 90 degrees around the axis y . In that case, the first collection compartment and the second collection compartment can be omitted from the milk flow meter. In that case, the inlet 16 and the outlet 24 of the channel 6 also form the inlet and outlet of the milk flow meter. Such variants are each considered to fall within the scope of the invention. In this example, each of the light sources can be designed as infrared light sources. However, it is also possible to design the light sources 25 as light sources that emit white light or laser light. Such variants are also considered to fall within the scope of the invention.

Claims (25)

1. Werkwijze voor het meten van een melkstroom met behulp van tenminste een lichtsensor waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat: a. het leiden van de melkstroom door een kanaal met vooraf bepaalde afmetingen, dusdanig dat een vulhoogte van het kanaal met melk van de 5 melkstroom afhankelijk is van de grootte van het debiet van de melkstroom; b. het met behulp van tenminste een lichtsensor voor een veelvoud van verschillende gebieden die binnen het kanaal liggen per gebied meten of wel of geen melk van de melkstroom aanwezig is in het betreffende gebied waarbij deze gebieden worden belicht; 10 c. het in combinatie verwerken van de informatie over het per gebied wel of niet aanwezig zijn van de melk van de melkstroom voor het bepalen van de hoeveelheid melk, de grootte van de snelheid van de melkstroom in het kanaal en/of het debiet van de melkstroom.1. Method for measuring a milk flow using at least one light sensor, the method comprising the following steps: a. Guiding the milk flow through a channel with predetermined dimensions, such that a filling height of the channel with milk of the milk flow depends on the magnitude of the flow of the milk flow; b. measuring per region with the aid of at least one light sensor for a plurality of different areas that lie within the channel whether or not milk of the milk flow is present in the relevant area in which these areas are illuminated; C. processing the information on whether or not the milk of the milk flow is present per region in combination to determine the amount of milk, the magnitude of the speed of the milk flow in the channel and / or the flow of the milk flow. 2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat een eerste deelverzameling van de gebieden een eerste meetsectie binnen het kanaal vormt waarbij in stap c. aan de hand van het wel of niet meten van melk in de gebieden van de eerste deelverzameling een melkverdeling, bij voorkeur een maat voor de vulhoogte, binnen het kanaal bij de eerste meetsectie 20 wordt bepaald. 1 Werkwijze volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat een tweede deelverzameling van de gebieden een tweede meetsectie binnen het kanaal vormt waarbij in stap c. tevens aan de hand van het wel of niet meten van 25 melk in de gebieden van de tweede deelverzameling een melkverdeling, bij voorkeur een maat voor de vulhoogte, binnen het kanaal bij de tweede meetsectie wordt bepaald en waarbij aan de hand van de gemeten melkverdeling bij de eerste meetsectie, de gemeten melkverdeling bij de tweede meetsectie en een afstand tussen de eerste meetsectie en de tweede meetsectie het debiet van de melkstroom wordt bepaald.Method according to claim 1, characterized in that a first subset of the areas forms a first measurement section within the channel, wherein in step c. on the basis of whether or not milk is measured in the areas of the first subset a milk distribution, preferably a measure of the filling height, is determined within the channel at the first measuring section 20. Method according to claim 2, characterized in that a second subset of the regions forms a second measurement section within the channel, wherein in step c. also on the basis of whether or not milk is measured in the areas of the second subset a milk distribution, preferably a measure of the filling height, is determined within the channel at the second measuring section and wherein on the basis of the measured milk distribution at the first measuring section, the measured milk distribution at the second measuring section and a distance between the first measuring section and the second measuring section the flow of the milk flow is determined. 4. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat in stap b. met behulp van een veelvoud van lichtsensoren per lichtsensor wordt bepaald of de betreffende sensor wel of geen melk detecteert in een bij de sensor behorend vooraf bepaald gebied binnen het kanaal waarbij met het veelvoud van sensoren voor een veelvoud van 10 verschillende gebieden binnen het kanaal wordt bepaald of wel of geen melk aanwezig is binnen de betreffende gebieden.Method according to one of the preceding claims, characterized in that in step b. with the aid of a plurality of light sensors per light sensor, it is determined whether or not the sensor in question detects milk in a predetermined area within the channel associated with the sensor, with the plurality of sensors determining a multiple of 10 different areas within the channel whether or not milk is present within the relevant areas. 5. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat in stap b. het veelvoud van gebieden met behulp van tenminste een lichtbron wordt 15 belicht.Method according to claim 4, characterized in that in step b. the plurality of regions with the aid of at least one light source is illuminated. 6. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat in stap b. het veelvoud van gebieden met behulp van een veelvoud van lichtbronnen worden belicht, waarbij in het bijzonder elk gebied met een van de 20 lichtbronnen wordt belicht en waarbij bijvoorbeeld verschillende gebieden met verschillende lichtbronnen worden belicht.Method according to claim 4, characterized in that in step b. the plurality of areas is illuminated with the aid of a plurality of light sources, in particular each area being illuminated with one of the light sources and wherein, for example, different areas are illuminated with different light sources. 7. Werkwijze volgens een der conclusies 1-3, met het kenmerk, dat in stap b. tenminste een deel van het veelvoud van gebieden achtereenvolgens 25 met tenminste een lichtbron of met een veelvoud van lichtbronnen worden belicht, waarbij achtereenvolgens met behulp van de tenminste ene sensor per gebied wordt bepaald of wel of geen melk aanwezig is in het betreffende gebied.A method according to any one of claims 1-3, characterized in that in step b. at least a part of the plurality of regions are successively illuminated with at least one light source or with a plurality of light sources, wherein it is successively determined with the aid of the at least one sensor per region whether or not milk is present in the relevant region. 8. Werkwijze volgens conclusies 3 en 7, met het kenmerk, dat in stap b achtereenvolgends een veelvoud van gebieden worden belicht die in de eerste meetsectie liggen en waarbij per gebied van de eerste meetsectie wordt gemeten of wel of geen melk aanwezig is en waarbij 5 achtereenvolgends een veelvoud van gebieden worden belicht die in de tweede meetsectie liggen waarbij per gebied van de tweede meetsectie wordt gemeten of wel of geen melk aanwezig is waarbij in stap c. aan de hand van de informatie over het wel of niet aanwezig zijn van melk in de gebieden van de eerste meetsectie, informatie over het wel of niet aanwezig zijn van melk 10 in de gebieden van de tweede meetsectie en een afstand tussen de eerste meetsectie en de tweede meetsectie het debiet van de melkstroom wordt bepaald.A method according to claims 3 and 7, characterized in that in step b successively a plurality of areas are exposed which lie in the first measuring section and wherein per area of the first measuring section it is measured whether or not milk is present and wherein successively, a plurality of areas are exposed which lie in the second measuring section, wherein for each area of the second measuring section it is measured whether or not milk is present, wherein in step c. on the basis of the information on whether or not milk is present in the areas of the first measuring section, information on whether or not milk is present in the areas of the second measuring section and a distance between the first measuring section and the second measuring section the flow rate of the milk flow is determined. 9. Werkwijze volgens conclusie 7 of 8, met het kenmerk, dat in stap b 15 tenminste een deel van het veelvoud van gebieden achtereenvolgens met een veelvoud van lichtbronnen worden belicht waarbij verschillende lichtbronnen verschillende gebieden belichten en waarbij achtereenvolgens met behulp van de tenminste ene lichtsensor per gebied wordt bepaald of wel of geen melk aanwezig is in het betreffende gebied; of dat in stap b 20 tenminste een deel van de veelvoud van gebieden achtereenvolgends met een lichtbron wordt belicht door de richting van een lichtbundel van de lichtbron te sturen waarbij achtereenvolgens met behulp van de tenminste ene lichtsensor per gebied wordt bepaald of wel of geen melk aanwezig is in het betreffende gebied. 259. A method according to claim 7 or 8, characterized in that in step b at least a part of the plurality of regions is successively exposed to a plurality of light sources, wherein different light sources illuminate different regions and wherein successively using the at least one light sensor it is determined per area whether or not milk is present in the relevant area; or that in step b at least a part of the plurality of regions is successively exposed to a light source by controlling the direction of a light beam from the light source, successively determining whether or not milk is present with the aid of the at least one light sensor per region is in the relevant area. 25 10. Werkwijze volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de eerste meetsectie zich althans nagenoeg over een volledige vulhoogte en breedte van de het kanaal uitstrekt.Method according to claim 2, characterized in that the first measuring section extends at least substantially over a full filling height and width of the channel. 11. Werkwijze volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de tweede meetsectie zich althans nagenoeg over een volledige vulhoogte en breedte van de het kanaal uitstrekt.A method according to claim 3, characterized in that the second measuring section extends at least substantially over a full filling height and width of the channel. 12. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het 5 kenmerk, dat indien meer dan of gelijk aan een eerste vooraf bepaalde hoeveelheid licht door een lichtsensor in een gebied wordt gemeten wordt geconcludeerd dat geen melk in het betreffende gebied aanwezig is en dat indien minder dan een tweede vooraf bepaalde hoeveelheid licht door een lichtsensor in een gebied wordt gemeten wordt geconcludeerd dat wel melk 10 in het betreffende gebied aanwezig is, waarbij bij voorkeur de eerste vooraf bepaalde hoeveelheid licht gelijk is aan de tweede vooraf bepaalde hoeveelheid licht.12. Method as claimed in any of the foregoing claims, characterized in that if more than or equal to a first predetermined amount of light is measured by a light sensor in an area, it is concluded that no milk is present in the area concerned and that if less then a second predetermined amount of light is measured by a light sensor in an area, it is concluded that milk 10 is indeed present in the area in question, wherein preferably the first predetermined amount of light is equal to the second predetermined amount of light. 13. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het 15 kenmerk, dat een dwarsdoorsnede van het kanaal loodrecht op een stromingsrichting van het kanaal sleufvormig is uitgevoerd en bij voorkeur sleufvormig en rechthoekig is uitgevoerd. 1 Melkstroommeter voor het uitvoeren van een werkwijze volgens 20 een der voorgaande conclusies waarbij de melkstroommeter is voorzien van een kanaal met vooraf bepaalde afmetingen omvattende een inlaat en een uitlaat, een inlaatsectie die stroomopwaarts met het kanaal is verbonden voor het toevoeren van de melkstroom aan het kanaal, dusdanig dat een vulhoogte van het kanaal met melk van de melkstroom afhankelijk is van de 25 grootte van het debiet van de melkstroom, tenminste een lichtbron voor het belichten van een veelvoud van verschillende gebieden die aan een binnenzijde van het kanaal liggen, tenminste een lichtsensor voor het per gebied bepalen van het veelvoud van gebieden of wel of geen melk van de melkstroom aanwezig is in het betreffende gebied en een 30 signaalverwerkingseenheid die met de tenminste ene lichtsensor is verbonden voor het in combinatie verwerken van de informatie over het per gebied wel of niet aanwezig zijn van de melk van de melkstroom voor het bepalen van de hoeveelheid melk in het kanaal, de grootte van de snelheid van de melkstroom in het kanaal en/of het debiet van de melkstroom. 513. Method as claimed in any of the foregoing claims, characterized in that a cross-section of the channel perpendicular to a direction of flow of the channel is slit-shaped and is preferably slit-shaped and rectangular. A milk flow meter for performing a method according to any one of the preceding claims, wherein the milk flow meter is provided with a channel with predetermined dimensions comprising an inlet and an outlet, an inlet section which is connected upstream to the channel for supplying the milk flow to the milk flow. channel, such that a milk filling height of the milk flow depends on the magnitude of the flow of the milk flow, at least one light source for illuminating a plurality of different areas lying on an inside of the channel, at least one light sensor for determining the plurality of regions per region whether or not milk of the milk flow is present in the relevant region and a signal processing unit connected to the at least one light sensor for combining the information about the per region or non-presence of the milk from the milk flow for determining v is the amount of milk in the channel, the magnitude of the speed of the milk flow in the channel and / or the flow of the milk flow. 5 15. Melkstroommeter volgens conclusie 14, met het kenmerk, dat een eerste deelverzameling van de gebieden een eerste meetsectie binnen het kanaal vormt waarbij de signaalverwerkingseenheid, in gebruik, aan de hand van het wel of niet meten van melk in de gebieden van de eerste 10 deelverzameling een melkverdeling, bij voorkeur een maat voor de vulhoogte, binnen het kanaal bij de eerste meetsectie bepaalt.A milk flow meter according to claim 14, characterized in that a first subset of the regions forms a first measuring section within the channel, the signal processing unit, in use, on the basis of whether or not milk is measured in the regions of the first 10 subset determines a milk distribution, preferably a measure of the filling height, within the channel at the first measuring section. 16. Melkstroommeter volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat een tweede deelverzameling van de gebieden een tweede meetsectie binnen het 15 kanaal vormt waarbij de signaalverwerkingseenheid, in gebruik, aan de hand van het wel of niet meten van melk in de gebieden van de tweede deelverzameling een melkverdeling, bij voorkeur een maat voor de vulhoogte, binnen het kanaal bij de tweede meetsectie bepaalt en aan de hand van de gemeten melkverdeling bij de eerste meetsectie, de gemeten 20 melkverdeling bij de tweede meetsectie en een afstand tussen de eerste meetsectie en de tweede meetsectie het debiet van de melkstroom bepaalt.16. A milk flow meter as claimed in claim 15, characterized in that a second subset of the regions forms a second measuring section within the channel, wherein the signal processing unit, in use, on the basis of whether or not milk is measured in the regions of the second sub-set determines a milk distribution, preferably a measure for the filling height, within the channel at the second measuring section and on the basis of the measured milk distribution at the first measuring section, the measured milk distribution at the second measuring section and a distance between the first measuring section and the second measuring section determines the flow rate of the milk flow. 17. Melkstroommeter volgens een der conclusies 14-16, met het kenmerk, dat de meter is voorzien van een veelvoud van lichtsensoren voor 25 het per sensor bepalen of met de betreffende sensor wel of geen melk wordt gedetecteerd in een bij de sensor behorend vooraf bepaald gebied binnen het kanaal waarbij met het veelvoud van sensoren voor een veelvoud van verschillende gebieden binnen het kanaal wordt bepaald of wel of geen melk aanwezig is binnen de betreffende gebieden. 3017. A milk flow meter according to any one of claims 14-16, characterized in that the meter is provided with a plurality of light sensors for determining per sensor whether or not milk is detected with the relevant sensor in a predetermined associated with the sensor area within the channel, with the plurality of sensors for a plurality of different areas within the channel determining whether or not milk is present within the respective areas. 30 18. Melkstroommeter volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat de melkstroommeter is voorzien van een lichtbron voor het belichten van een veelvoud van gebieden of van een veelvoud van lichtbronnen voor het belichten van het veelvoud van gebieden waarbij in het bijzonder elk gebied 5 met een van de lichtbronnen wordt belicht en waarbij bijvoorbeeld verschillende gebieden door verschillende lichtbronnen worden belicht.A milk flow meter according to claim 17, characterized in that the milk flow meter is provided with a light source for illuminating a plurality of regions or with a plurality of light sources for illuminating the plurality of regions, in particular each region 5 having a of the light sources is illuminated and, for example, different areas are illuminated by different light sources. 19. Melkstroommeter volgens een der conclusies 14-17, met het kenmerk, dat de melkstroommeter is ingericht om tenminste een deel van 10 een veelvoud van gebieden achtereenvolgens met tenminste een lichtbron of met een veelvoud van lichtbronnen te belichten waarbij de signaalverwerkingseenheid is ingericht om, in gebruik, achtereenvolgens met behulp van de tenminste ene sensor per gebied te bepalen of wel of geen melk aanwezig is in het betreffende gebied. 1519. A milk flow meter according to any one of claims 14-17, characterized in that the milk flow meter is adapted to illuminate at least a part of a plurality of areas successively with at least one light source or with a plurality of light sources, the signal processing unit being arranged to in use, successively using the at least one sensor to determine per area whether or not milk is present in the relevant area. 15 20. Melkstroommeter volgens conclusie 19, met het kenmerk, dat de melkstroommeter is ingericht om met de tenminste ene lichtbron achtereenvolgens een veelvoud van gebieden te belichten die in een eerste meetsectie liggen waarbij de signaalverwerkingseenheid is ingericht om per 20 gebied van de eerste meetsectie met de tenminste ene lichtsensor te meten of wel of geen melk aanwezig is en waarbij de melkstroommeter is ingericht om met de tenminste ene lichtbron achtereenvolgens een veelvoud van gebieden te belichten die in een tweede meetsectie liggen waarbij de signaalverwerkingseenheid, in gebruik, per gebied van de tweede meetsectie 25 met de tenminste ene lichtsensor meet of wel of geen melk aanwezig is waarbij de signaalverwerkingseenheid, in gebruik, aan de hand van de informatie over het wel of niet aanwezig zijn van melk in de gebieden van de eerste meetsectie, informatie over het wel of niet aanwezig zijn van melk in de gebieden van de tweede meetsectie en een afstand tussen de eerste meetsectie en de tweede meetsectie het debiet van de melkstroom bepaalt.20. A milk flow meter as claimed in claim 19, characterized in that the milk flow meter is adapted to successively illuminate with the at least one light source a plurality of areas which lie in a first measuring section, wherein the signal processing unit is arranged to measure per area of the first measuring section with the measuring at least one light sensor whether or not milk is present and wherein the milk flow meter is adapted to successively illuminate with the at least one light source a plurality of areas which lie in a second measuring section, the signal processing unit, in use, per area of the second measuring section 25 measures with the at least one light sensor whether or not milk is present, the signal processing unit, in use, on the basis of the information on whether or not milk is present in the areas of the first measuring section, information on whether or not milk is present in the areas of the second measuring section and a distance between the first measuring section and the second measuring section determines the flow of the milk flow. 21. Melkstroommeter volgens conclusie 19 of 20, met het kenmerk, dat de melkstroommeter is voorzien van een veelvoud van lichtbronnen om, in 5 gebruik, tenminste een deel van een veelvoud van gebieden achtereenvolgends met de veelvoud van lichtbronnen te belichten waarbij, in gebruik, verschillende lichtbronnen verschillende gebieden belichten en waarbij de signaalverwerkingseenheid, in gebruik, achtereenvolgens met behulp van de tenminste ene lichtsensor per gebied bepaalt of wel of geen 10 melk aanwezig is in het betreffende gebied; of dat een richting van een lichtbundel van de tenminste een lichtbron bestuurbaar is uitgevoerd om, in gebruik, tenminste een deel van de veelvoud van gebieden achtereenvolgens met de veelvoud van lichtbronnen te belichten waarbij de signaalverwerkingseenheid, in gebruik, achtereenvolgens met behulp van de 15 tenminste ene lichtsensor per gebied bepaalt of wel of geen melk aanwezig is in het betreffende gebied.21. A milk flow meter as claimed in claim 19 or 20, characterized in that the milk flow meter is provided with a plurality of light sources for, in use, successively illuminating at least a part of a plurality of regions with the plurality of light sources, wherein, in use, different light sources illuminate different areas and wherein the signal processing unit, in use, successively determines with the aid of the at least one light sensor per area whether or not milk is present in the relevant area; or that a direction of a light beam from the at least one light source is controllable to illuminate, in use, at least a portion of the plurality of regions successively with the plurality of light sources, the signal processing unit, in use, successively using the at least 15 one light sensor per area determines whether or not milk is present in the area concerned. 22. Melkstroommeter volgens conclusie 17, 18 of 20 met het kenmerk, dat de eerste meetsectie zich althans nagenoeg over een volledige vulhoogte 20 en breedte van de het kanaal uitstrekt.A milk flow meter according to claim 17, 18 or 20, characterized in that the first measuring section extends at least substantially over a full filling height and width of the channel. 23. Melkstroommeter volgens conclusie 18 of 20, met het kenmerk, dat de tweede meetsectie zich althans nagenoeg over een volledige vulhoogte en breedte van de het kanaal uitstrekt. 25A milk flow meter according to claim 18 or 20, characterized in that the second measuring section extends at least substantially over a full filling height and width of the channel. 25 24. Melkstroommeter volgens een der voorgaande conclusies 15-23, met het kenmerk, dat de signaalverwerkingseenheid, in gebruik, indien meer dan of gelijk aan een eerste vooraf bepaalde hoeveelheid licht door een lichtsensor in een gebied wordt gemeten concludeert dat geen melk in het 30 betreffende gebied aanwezig is en dat de signaalverwerkingseenheid, in gebruik, indien minder dan een tweede vooraf bepaalde hoeveelheid licht door een lichtsensor in een gebied wordt gemeten concludeert dat wel melk in het betreffende gebied aanwezig is, waarbij bij voorkeur de eerste vooraf bepaalde hoeveelheid licht gelijk is aan de tweede vooraf bepaalde 5 hoeveelheid licht.24. A milk flow meter according to any one of the preceding claims 15-23, characterized in that, in use, if more than or equal to a first predetermined amount of light is measured by a light sensor in an area, it concludes that no milk is present in the milk. concerned area is present and that the signal processing unit, in use, if less than a second predetermined amount of light is measured by a light sensor in an area, concludes that milk is present in the relevant area, preferably the first predetermined amount of light being equal is at the second predetermined amount of light. 25. Melkstroommeter volgens een der voorgaande conclusies 15-24, met het kenmerk, dat de inlaatsectie is voorzien van een verzamelcompartiment met een sleufvormige opening in de bodem die 10 aansluit op een inlaat van het kanaal dat zich in de stromingsrichting neerwaarts en in het bijzonder in verticale richting neerwaarts uitstrekt waarbij in het verzamelcompartiment een geleidingsschot is aangebracht boven de sleufvormige opening waarbij het geleidingsschot in hoogte afneemt in een naar een bodem van het kanaal toegekeerde richting zodat 15 een vulgraad van het kanaal ten opzichte van de bodem van het kanaal toeneemt wanneer het debiet van de melkstroom toeneemt.25. A milk flow meter according to any one of the preceding claims 15-24, characterized in that the inlet section is provided with a collection compartment with a slit-shaped opening in the bottom which connects to an inlet of the channel which extends downwardly and in particular in the direction of flow. extends downwardly in vertical direction with a guide partition arranged in the collecting compartment above the slot-shaped opening, the guide partition decreasing in height in a direction towards a bottom of the channel so that a degree of filling of the channel relative to the bottom of the channel increases when the flow rate of the milk flow increases. 26. Melkstroommeter volgens een der voorgaande conclusies 15-25, met het kenmerk, dat het een dwarsdoorsnede van het kanaal loodrecht op 20 een stromingsrichting van het kanaal sleufvormig is uitgevoerd en bij voorkeur sleufvormig en rechthoekig is uitgevoerd.A milk flow meter according to any one of the preceding claims 15-25, characterized in that it has a cross-section of the channel perpendicular to a direction of flow of the channel and is preferably slot-shaped and rectangular. 27. Melkstroommeter volgens conclusie 26, met het kenmerk, dat een veelvoud van lichtbronnen in tenminste een rij bij een eerste lange zijde van 25 het kanaal zijn aangebracht en/of een veelvoud van lichtsensoren in tenminste een rij bij een tweede lange zijde van het kanaal zijn aangebracht waarbij de eerste zijde en de tweede zijde tegenover elkaar liggen.27. A milk flow meter as claimed in claim 26, characterized in that a plurality of light sources are arranged in at least one row at a first long side of the channel and / or a plurality of light sensors in at least one row at a second long side of the channel are arranged with the first side and the second side opposite each other.
NL2002603A 2009-03-09 2009-03-09 MILK METER WITH LIGHT SENSORS. NL2002603C2 (en)

Priority Applications (3)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2002603A NL2002603C2 (en) 2009-03-09 2009-03-09 MILK METER WITH LIGHT SENSORS.
EP10708399A EP2406595A1 (en) 2009-03-09 2010-03-09 Milk meter with light sensors
PCT/NL2010/050118 WO2010104383A1 (en) 2009-03-09 2010-03-09 Milk meter with light sensors

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2002603A NL2002603C2 (en) 2009-03-09 2009-03-09 MILK METER WITH LIGHT SENSORS.
NL2002603 2009-03-09

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2002603C2 true NL2002603C2 (en) 2010-09-13

Family

ID=41376281

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2002603A NL2002603C2 (en) 2009-03-09 2009-03-09 MILK METER WITH LIGHT SENSORS.

Country Status (3)

Country Link
EP (1) EP2406595A1 (en)
NL (1) NL2002603C2 (en)
WO (1) WO2010104383A1 (en)

Families Citing this family (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL2017924B1 (en) * 2016-12-05 2018-06-18 N V Nederlandsche Apparatenfabriek Nedap Milk meter

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4433577A (en) * 1981-06-04 1984-02-28 Boris Khurgin Apparatus for metering liquid flow
US5116119A (en) * 1991-10-04 1992-05-26 S.C.R. Engineers Ltd. Method and apparatus for measuring liquid flow
WO2004008081A2 (en) * 2002-07-16 2004-01-22 Paul Crudge Flow meter

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4433577A (en) * 1981-06-04 1984-02-28 Boris Khurgin Apparatus for metering liquid flow
US5116119A (en) * 1991-10-04 1992-05-26 S.C.R. Engineers Ltd. Method and apparatus for measuring liquid flow
WO2004008081A2 (en) * 2002-07-16 2004-01-22 Paul Crudge Flow meter

Also Published As

Publication number Publication date
WO2010104383A1 (en) 2010-09-16
EP2406595A1 (en) 2012-01-18

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US7878391B2 (en) Egg counting device and method
US5341824A (en) Method and apparatus for inspecting and controlling tipping paper perforation
EP0539022A2 (en) Particle analyzer
BR102016022142B1 (en) Device and method for monitoring a state of a moving object and system for rapid inspection of a vehicle
AU2014203347A1 (en) Optical sensor system on an apparatus for treating liquids
ITMI990099A1 (en) DEVICE TO DETERMINE THE DISTRIBUTION OF THE SIZES OF THE PARTICLES OF A MIXTURE OF PARTICLES
US5305895A (en) Method and device for measuring a dimension of a body, and use of said method
KR102023876B1 (en) Monitoring system for rainfall and snowfall
US7034937B2 (en) Flow meter
NL2002603C2 (en) MILK METER WITH LIGHT SENSORS.
AU610597B2 (en) A method and arrangement for determining the size and/or the shape of a freely falling object
US20180038679A1 (en) Conveying apparatus
US9989411B2 (en) Sensor and method for checking authenticity of valuable documents with a luminscent security feature
WO2001051897A1 (en) Measurement of flow characteristics of fluent material
WO2002075672A1 (en) Sheet detecting assembly and method
JP2005291830A (en) Image measurement apparatus and image measurement method for liquid level
JP2020534144A (en) A system for transporting and / or sorting objects
JP5109075B2 (en) Method and apparatus for non-contact determination of lateral deviation in a straight direction
US20180207634A1 (en) Method for characterizing a liquid transport of a transparent liquid, corresponding liquid transport characterization apparatus and corresponding substrate material
EP1941248A1 (en) Optical fluid level detector
CN104622486B (en) Medical X-ray measuring device and boundary judgment method
AU2011348493B2 (en) Soiling check of the window of a measuring device for checking sheet material
FI69519C (en) FOERFARANDE OCH ANORDNING FOER BESTAEMNING AV STROEMNINGSHASTIGHETEN HOS ETT SMAELT STRAOLNINGSAVGIVANDE MATERIAL
US7552811B2 (en) Method and device for testing coins
DK3136083T3 (en) METHOD AND APPARATUS FOR DETERMINING A SUBSTANCE CONCENTRATION OR SUBSTANCE IN A LIQUID MEDIUM

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20160401