NL2000571C2 - Tussen houders verplaatsbare draaginrichting voor benodigdheden voor het verzorgen van een patient, en werkwijze voor het verplaatsen van een dergelijke inrichting. - Google Patents
Tussen houders verplaatsbare draaginrichting voor benodigdheden voor het verzorgen van een patient, en werkwijze voor het verplaatsen van een dergelijke inrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2000571C2 NL2000571C2 NL2000571A NL2000571A NL2000571C2 NL 2000571 C2 NL2000571 C2 NL 2000571C2 NL 2000571 A NL2000571 A NL 2000571A NL 2000571 A NL2000571 A NL 2000571A NL 2000571 C2 NL2000571 C2 NL 2000571C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- fastening means
- holder
- fastener
- relative
- connecting element
- Prior art date
Links
- 238000001802 infusion Methods 0.000 title description 6
- 239000008280 blood Substances 0.000 title 1
- 210000004369 blood Anatomy 0.000 title 1
- 238000000034 method Methods 0.000 claims abstract description 5
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 claims description 19
- 230000000903 blocking effect Effects 0.000 claims description 8
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 5
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 5
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 5
- 238000013016 damping Methods 0.000 claims description 4
- 238000012544 monitoring process Methods 0.000 description 3
- 239000000969 carrier Substances 0.000 description 2
- 239000012530 fluid Substances 0.000 description 2
- 239000003978 infusion fluid Substances 0.000 description 2
- 238000012790 confirmation Methods 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 238000013461 design Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61M—DEVICES FOR INTRODUCING MEDIA INTO, OR ONTO, THE BODY; DEVICES FOR TRANSDUCING BODY MEDIA OR FOR TAKING MEDIA FROM THE BODY; DEVICES FOR PRODUCING OR ENDING SLEEP OR STUPOR
- A61M5/00—Devices for bringing media into the body in a subcutaneous, intra-vascular or intramuscular way; Accessories therefor, e.g. filling or cleaning devices, arm-rests
- A61M5/14—Infusion devices, e.g. infusing by gravity; Blood infusion; Accessories therefor
- A61M5/1414—Hanging-up devices
- A61M5/1415—Stands, brackets or the like for supporting infusion accessories
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61G—TRANSPORT, PERSONAL CONVEYANCES, OR ACCOMMODATION SPECIALLY ADAPTED FOR PATIENTS OR DISABLED PERSONS; OPERATING TABLES OR CHAIRS; CHAIRS FOR DENTISTRY; FUNERAL DEVICES
- A61G12/00—Accommodation for nursing, e.g. in hospitals, not covered by groups A61G1/00 - A61G11/00, e.g. trolleys for transport of medicaments or food; Prescription lists
- A61G12/002—Supply appliances, e.g. columns for gas, fluid, electricity supply
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61G—TRANSPORT, PERSONAL CONVEYANCES, OR ACCOMMODATION SPECIALLY ADAPTED FOR PATIENTS OR DISABLED PERSONS; OPERATING TABLES OR CHAIRS; CHAIRS FOR DENTISTRY; FUNERAL DEVICES
- A61G2203/00—General characteristics of devices
- A61G2203/70—General characteristics of devices with special adaptations, e.g. for safety or comfort
- A61G2203/80—General characteristics of devices with special adaptations, e.g. for safety or comfort for connecting a trolley to a device, e.g. bed or column table
Landscapes
- Health & Medical Sciences (AREA)
- Vascular Medicine (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Anesthesiology (AREA)
- Biomedical Technology (AREA)
- Heart & Thoracic Surgery (AREA)
- Hematology (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Animal Behavior & Ethology (AREA)
- General Health & Medical Sciences (AREA)
- Public Health (AREA)
- Veterinary Medicine (AREA)
- Infusion, Injection, And Reservoir Apparatuses (AREA)
Description
Tussen houders verplaatsbare draaginrichting voor benodigdheden voor het verzorgen van een patiënt, en werkwijze voor het verplaatsen van een dergelijke inrichting 5 De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een tussen houders verplaatsbare draaginrichting voor benodigdheden voor het verzorgen van een patiënt. Degelijke inrichtingen zijn op zich bekend en worden gebruikt voor het in de (directe) nabijheid van een veelal bedlegerige patiënt opstellen van benodigdheden, zoals infuuszakken, infuuspompen of medische meet- of bewakingsapparatuur. Voor het in de nabijheid van 10 een patiënt plaatsen van deze benodigdheden wordt een drager daarvoor vaak bevestigd aan een houder, die zich bevindt in de ruimte waarin de (bedlegerige) patiënt zich bevindt. Een dergelijke houder kan aan een wand van de ruimte gefixeerd zijn, of aan een ten minste gedeeltelijk door de ruimte verplaatsbare pendel, of bijvoorbeeld op een verplaatsbare of verrijdbare trolley.
15
Wanneer de patiënt om enigerlei reden vanuit de ruimte naar een andere ruimte overgebracht dient te worden, is het doorgaans wenselijk de benodigdheden voor het verzorgen met hem mee te verplaatsen. Een verrijdbare trolley biedt daartoe de mogelijkheid, maar levert het gevaar dat door het met ongelijke tred verplaatsen van het 20 bed en de trolley zaken als in of op de patiënt aangebrachte infuusslangen en sensoren van de patiënt worden losgetrokken. Het is daarom wenselijk om de draaginrichting te kunnen bevestigen aan het bed, dat daartoe gebruikelijk voorzien is van een houder, of soortgelijke middelen waarop de draaginrichting kan aangrijpen om met het bed verbonden te worden.
25
In bepaalde gevallen echter kan een patiënt een hoeveelheid benodigdheden vereisen, die samen met de draaginrichting waaraan of waarop dergelijke benodigdheden bevestigd zijn een zodanig zwaar en onhandelbaar samenstel vormt dat dit niet zonder meer opgetild of verplaatst kan worden van een eerste houder naar een tweede houder 30 zonder dat degene (vaak een verpleger of verzorger) die de drager wenst te verplaatsen het risico loopt zich eraan te vertillen, of zelfs de drager te laten vallen.
Om dat probleem tegen te gaan bestaan er tussen houders verplaatsbare draaginrichtingen voor benodigdheden voor het verzorgen van een patiënt, zoals 2 bijvoorbeeld beschreven in de PCT octrooiaanvrage WO 2005/113040. Daarin wordt een samenstel beschreven dat een eerste arm omvat die bevestigd is aan de vaste wereld (een wand) en een tweede arm die bevestigd is aan een bed, waarbij een drager wordt verschaft voor benodigdheden voor het verzorgen van een patiënt, welke drager is 5 voorzien van een verbindingselement dat selectief bevestigd kan worden met de eerste draagarm of de tweede draagarm.
Een dergelijke inrichting heeft het nadeel dat de drager niet losgenomen kan worden van beide draagarmen, en dientengevolge altijd aan het bed of de wand bevestigd is.
10 Een verder nadeel van de inrichting uit WO 2005/113040 is dat een hoogte van het bed of de wand waaraan de inrichting bevestigd dient te worden exact overeen dient te stemmen met de hoogte van een uitsparing in het verbindingselement, hetgeen in de praktijk vaak niet het geval is.
15 Een andere bekende inrichting omvat een verbindingselement voor het aangrijpen van een eerste stang en een tweede stang, welke stangen zich in verticale richting uitstrekken vanaf een bed of een pendel, waarbij het element is ingericht om slechts een eerste stang los te laten wanneer een tweede stang wordt aangegrepen. Dergelijke inrichtingen hebben als nadeel dat het bed en de pendel (of een andere houder) voorzien 20 dienen te zijn van een zich in verticale richting uitstrekkende stang, die het verzorgen van een bedlegerige patiënt niet alleen kan belemmeren, maar er ook voor zorgt dat de draaginrichting die aangrijpt op de verticale stang en door de uitvoering en constructie de aan de draaginrichting verbonden benodigdheden voor het verzorgen van een patiënt tijdens het transport van de patiënt voor een groot deel boven de patiënt hangt. Bij een 25 falen van de bevestigingsmiddelen voor de benodigdheden voor het verzorgen van de patiënt, maar ook bij het eventuele lekken van vloeistoffen voor het verzorgen van de patiënt, zoals infuusvloeistoffen, treedt hierbij het nadeel op dat deze op de patiënt zullen vallen met risico van gevaarlijke of ten minste onwenselijke situaties voor de patiënt.
30
Het is daarom een doel van de onderhavige uitvinding om een tussen houders verplaatsbare draaginrichting voor benodigdheden voor het verzorgen van een patiënt te verschaffen, die de bovengenoemde problemen ondervangt, danwel een bruikbaar alternatief biedt.
3
De uitvinding verschaft daartoe een tussen houders verplaatsbare draaginrichting voor benodigdheden voor het verzorgen van een patiënt, omvattende een verbindingselement waarmee een eerste en een tweede bevestigingsmiddel voor het met een eerste 5 respectievelijk tweede houder koppelen van de draaginrichting zijn verbonden en ten minste één met het verbindingselement verbonden drager voor benodigdheden voor een patiënt, welke wordt gekenmerkt doordat het eerste bevestigingsmiddel in een tijdens gebruik van de inrichting verticale richting verplaatsbaar is ten opzichte van het tweede bevestigingsmiddel. Onder benodigdheden voor het verzorgen van een patiënt worden 10 hier tevens benodigdheden voor diagnose van een patiënt en benodigdheden voor de bewaking van de patiënt verstaan, zoals in of op de patiënt aangebrachte infuuszakken, infuuspompen, sensoren , of medische meet- apparatuur of bewakingsmonitoren. De inrichting volgens de onderhavige uitvinding biedt daarbij ten minste de navolgende voordelen.
15
Een eerste voordeel wordt bereikt doordat de bevestigingsmiddelen aan de inrichting voorzien zijn zodat de inrichting in niet-gemonteerde toestand geen beletsel vormt bij het verzorgen van de patiënt, of enige andere handeling die aan of rond het bed van de patiënt uitgevoerd dient te worden, alsook bij het verplaatsen van het bed en enige 20 andere handeling met het bed zonder dat de inrichting daaraan bevestigd is.
Een tweede voordeel wordt geboden doordat het eerste bevestigingsmiddel in een tijdens gebruik van de draaginrichting verticale richting verplaatsbaar is ten opzichte van het tweede bevestigingsmiddel. Hierdoor wordt geen nauwkeurige verticale 25 uitlijning van de draaginrichting vereist van een houder, bijvoorbeeld die geplaatst aan een bed, ten opzichte een houder geplaatst aan een wand, trolley of pendel. Wanneer de draaginrichting, waarvan een eerste bevestigingsmiddel gekoppeld is met een eerste houder, in de nabijheid wordt gebracht van een tweede houder waaraan deze gekoppeld dient te worden, kan het tweede bevestigingsmiddel zodanig in verticale richting 30 worden verplaatst ten opzichte van het eerste bevestigingsmiddel, dat het tweede bevestigingsmiddel in een tweede houder geplaatst kan worden. In een praktische uitvoeringsvorm kan ten minste een bevestigingsmiddel een stang of staaf omvatten, terwijl een houder een bus omvat, voorzien van middelen voor het ondersteunen van de stang of de staaf.
4
Een derde voordeel is dat de benodigdheden voor het verzorgen van de patiënt niet boven de patiënt gemonteerd zijn. In het geval van falen van de bevestiging van de middelen voor het verzorgende van de patiënt, danwel het lekken van vloeistoffen zoals infuusvloeistoffen, zullen deze naast en niet direct op de patiënt terecht komen.
5
Naast een eerste verbindingselement kan de inrichting volgens de onderhavige uitvinding tweede en verdere verbindingsmiddelen omvatten, die al dan niet op verticale afstand van het eerst verbindingselement worden geplaatst, teneinde het draagvermogen en de stevigheid van de draaginrichting te vergroten.
10
De draaginrichting volgens de onderhavige uitvinding kan verder voorzien zijn van middelen voor het vrijgeven danwel blokkeren van een verplaatsing van het eerste bevestigingsmiddel ten opzichte van het tweede bevestigingsmiddel. Wanneer de verplaatsing is vrijgegeven kunnen de bevestigingsmiddelen ten opzichte van elkaar 15 verplaatst worden teneinde ten minste één van de bevestigingsmiddelen te koppelen met een houder, of daarvan te ontkoppelen. Nadat ten minste één bevestigingsmiddel gekoppeld is met een houder kan een tweede bevestigingsmiddel uit een houder worden genomen, of kan de verplaatsing tussen het eerste en het tweede bevestigingsmiddel worden geblokkeerd, teneinde de draaginrichting in de door de houder ondersteunde 20 toestand te houden.
Om te voorkomen dat de draaginrichting na het vrijgeven van de verplaatsing tussen het eerste en het tweede bevestigingsmiddel valt, kan de inrichting voorzien zijn van middelen voor het tegenwerken (dempen) van een verplaatsing van het eerste 25 bevestigingsmiddel ten opzichte van het tweede bevestigingsmiddel. Wanneer de verplaatsing tussen het eerste en het tweede bevestigingsmiddel dan abusievelijk vrijgegeven wordt, wordt een te snelle verplaatsing of (vrije) val van de draaginrichting en de daaraan verbonden of daarop opgestelde benodigdheden tegengewerkt. In een praktische uitvoeringsvorm omvatten de draagmiddelen bijvoorbeeld een (gasgevulde) 30 veerinrichting. Voorts kunnen de middelen voor het tegenwerken van de verplaatsing van het eerste bevestigingsmiddel ten opzichte van het tweede bevestigingsmiddel middelen voor het klemmen of schranken omvatten. Voorts kan de draaginrichting voorzien zijn van middelen voor het opheffen van een dergelijk klemmen of schranken, 5 en het aldus weer vrijgeven van een verplaatsing tussen het eerste en het tweede bevestigingsmiddel.
De onderling verplaatsbare bevestigingsmiddelen kunnen verplaatsbaar zijn doordat ten 5 minste één bevestigingsmiddel verplaatsbaar is gekoppeld met het verbindingselement, of doordat beide bevestigingsmiddelen verplaatsbaar gekoppeld zijn met het verbindingselement. Het verbindingselement kan in een dergelijk geval voorzien zijn van middelen voor het vrijgeven danwel blokkeren van een verplaatsing van het eerste bevestigingsmiddel ten opzichte van het verbindingselement en van middelen voor het 10 vrijgeven danwel blokkeren van een verplaatsing van het eerste bevestigingsmiddel ten opzichte van het verbindingselement.
Om een onbedoelde verplaatsing of val van de draaginrichting en de daaraan of daarop opgestelde benodigdheden voor het verzorgen van een patiënt te voorkomen kunnen de 15 middelen voor het vrijgeven van het eerste en tweede bevestigingsmiddel zijn ingericht voor zodanige onderlinge samenwerking dat verplaatsing van slechts één van de bevestigingsmiddelen tegelijkertijd vrijgeven wordt. In een dergelijk geval kan van de draaginrichting, wanneer een eerste bevestigingsmiddel daarvan verbonden is met een houder, slechts het tweede bevestigingsmiddel verplaatst worden, bijvoorbeeld teneinde 20 in een tweede houder geplaatst te worden.
De drager kan een inrichting zijn welke naast de eerste en tweede bevestigingsmiddelen met het verbindingselement gekoppeld is, maar deze kan ook ten minste met één van de bevestigingsmiddelen integraal gevormd zijn.
25
Verdere voordelen en uitvoeringsvormen zullen worden toegelicht aan de hand van de navolgende figuren, waarin gelijke verwijzingscijfers duiden op gelijke onderdelen, en waarin: 30 Figuren la-c een schematische weergave tonen van een draaginrichting volgens de onderhavige uitvinding; en
Figuren 2a-c een perspectivische weergave tonen van een draaginrichting volgens de onderhavige uitvinding.
6
Figuren 3a-c een schematische weergave tonen van een draaginrichting volgens de onderhavige uitvinding, waarbij de draaginrichting een verdraaibaar bevestigingsmiddel heeft.
5 Figuur la toont een draaginrichting volgens de onderhavige uitvinding, omvattende een verbindingselement 101, waarmee een eerste bevestigingsmiddel 102 is verbonden, dat gevormd wordt door een stang of buis. In de figuur is deze stang of buis gekoppeld met een eerste houder 110, die aan een pendel bevestigd is. De houder omvat een in hoofdzaak cilindervormige uitsparing voor het daarin opnemen van het 10 bevestigingsmiddel 102, dat voorzien is van een eerste kraag 108, die voorkomt dat het bevestigingsmiddel 102 na bevestiging in de houder 110 in een neerwaartse verticale richting 112 bewogen kan worden. In plaats van of in aanvulling op een dergelijke kraag aan het bevestigingsmiddel kan de houder 110 voorzien zijn van een begrenzingsmiddel voor het verplaatsen van het bevestigingsmiddel 102, bijvoorbeeld 15 een aan de onderzijde ten minste gedeeltelijk gesloten bodem. Het verbindingselement omvat een eerste bedieningsorgaan 104 waarmee in een eerste weergegeven stand een beweging van het bevestigingsmiddel 102 geblokkeerd kan worden en in een tweede (niet weergegeven) een beweging van het bevestigingsmiddel 102 vrijgegeven kan worden. In analogie met het eerste bevestigingsmiddel 102 is het verbindingselement 20 101 verbonden met een tweede bevestigingsmiddel 103, dat afhankelijk van een tweede bedieningsorgaan 105 verplaatsbaar is ten opzichte van het verbindingselement. Het tweede bevestigingsmiddel omvat een tweede begrenzingsmiddel in de zin van de kraag 109, en is in het in figuur la weergegeven voorbeeld bestemd om geplaatst te worden in de tweede houder 111, die verbonden is met een bed. Door het bedrijven van de 25 bedieningsorganen 104,105 kan het eerste bevestigingsmiddel 104 worden bewogen ten opzichte van het tweede bevestigingsmiddel 105 in de verticale richting 112, 113. De bedieningsorganen 104, 105 beschikken daartoe over respectievelijke aangrijpmiddelen 106,107, die op verschillende bekende wijzen zijn uitgevoerd.
30 Figuur lb geeft de inrichting 100 uit figuur lb weer, waarbij het tweede bedieningsorgaan 105 in een tweede stand is geplaatst voor het vrijgeven van een beweging van het tweede bevestigingsmiddel 103 ten opzichte van het verbindingselement 101. Het tweede bevestigingsmiddel 103 is nu gekoppeld met de tweede houder 111, die verbonden is met een bed van een patiënt. Het eerste 7 bevestigingsmiddel is nog steeds gekoppeld met de eerste houder 110, zodat de draaginrichting 100 in zijn geheel niet naar beneden kan zakken of vallen in de verticale richting 112.
5 Figuur lc toont de inrichting 100 uit figuur lb, waarbij het tweede bedieningsorgaan in de eerste stand daarvan geplaatst is, voor het vergrendelen van het tweede bevestigingsmiddel 103 ten opzichte van het verbindingselement 101. Het tweede bevestigingsmiddel is nog steeds gekoppeld met de tweede houder 111 die verbonden is met het bed van de patiënt. Het eerste bevestigingsmiddel is door het eerste 10 bedieningsorgaan in een tweede stand daarvan te plaatsen verplaatst in de verticale richting 113, en is daarbij losgenomen uit de houder 110 die aan een pendel verbonden is. De draaginrichting is aldus louter verbonden met de houder aan het bed van de patiënt.
15 Figuur 2a geeft een perspectivische weergave van de draaginrichting 100 uit figuur la. In de figuur is te zien hoe de bevestigingsmiddelen 102,103 zich uitstrekken als dragers 114 en 115, voor het dragen van benodigdheden 400 voor het verzorgen van een patiënt. Figuur 2a toont verder een bed 200 waaraan de houder 111 bevestigd is, en een pendel 300 waaraan de houder 110 bevestigd is. Dankzij het feit dat er twee dragers aanwezig 20 zijn, die zich ieder uitstrekken in het verlengde van de bevestigingsmiddelen 102, 103, biedt de draaginrichting 100 een buitengewoon grote capaciteit voor het dragen van benodigdheden 400 voor het verzorgen van een patiënt.
Figuur 2b geeft een perspectivische weergave van de draaginrichting 100 uit figuur lb, 25 waarbij de pendel 300 volgens de pijl 201 uit figuur 2a verplaatst is, teneinde het tweede bevestigingsmiddel 103 in lijn op te stellen met de houder 111 die verbonden is met het bed 200. Het bedieningsorgaan is verplaatst in de richting van de pijl 202, teneinde het bevestigingsmiddel 103 te kunnen verplaatsen in de richting 203. Een niet weergegeven dempinrichting of blokkeerinrichting, zoals een gasveer of een klem- of 30 schrankmiddel, belemmert een vrije val van de drager 115 wanneer het bedieningsorgaan 105 bediend wordt.
Figuur 2c geeft een perspectivische weergave van de draaginrichting 100 uit figuur lc, waarbij bedieningsorgaan 104 volgens de pijl 204 geplaatst is in een stand voor het 8 vrijgeven van bewegen van het bevestigingsmiddel 102, dat in een richting 203 is verplaatst.
Figuur 3a toont een schematische weergave van draaginrichting 300 volgens de 5 onderhavige uitvinding. De draaginrichting is met een eerste bevestigingsmiddel 310 dat een bedieningsorgaan 320 omvat in een houder 330 geplaatst, die een schakelaar 340 omvat. Het bedieningsorgaan 320 kan worden geroteerd in de richting van de pijl 325, teneinde een verplaatsing van het eerste bevestigingsmiddel vrij te geven ten opzichte van het tweede bevestigingsmiddel, danwel de verplaatsing te blokkeren. De 10 schakelaar 340 aan de houder blokkeert in een eerste (niet getoonde) stand een rotatie van het eerste bevestigingsmiddel 310 ten opzichte van de houder 320, of geeft deze in een tweede (getoonde) stand vrij. De houder kan daartoe voorzien zijn van een vormslot voor het althans gedeeltelijk beperken van een rotatie van de van het bevestigingsmiddel ten opzichte van de houder. Het vormslot kan bestaan uit een 15 uitsparing in de houder, ingericht voor samenwerking met een een uitstulping aan het bevestigingsmiddel, of een ander op zich bekend vormslot. Door het bedieningsmiddel 360 van het tweede bevestigingsmiddel 350 verdraaien en een kracht uit te oefenen op het tweede bevestigingsmiddel 350 kan het tweede bevestigingsmiddel 350 naar beneden bewogen worden in de richting 365 naar de tweede houder 370.
20
Figuur 3b toont de draaginrichting 300 uit figuur 3b in een toestand waarin het tweede bevestigingsmiddel 350 in de tweede houder 370 geplaatst is. De schakelaar 380 aan de houder blokkeert in een eerste (niet getoonde) stand een rotatie van het tweede bevestigingsmiddel 350 ten opzichte van de houder 320, of geeft deze in een tweede 25 (getoonde) stand vrij.
Figuur 3c toont de draaginrichting 300 uit de figuren 3a en 3b in een toestand waarin het eerste bevestigingsmiddel 310 verwijderd is uit de eerste houder 330, en verplaatst is ten opzichte van het tweede bevestigingsmiddel 350. Het tweede bevestigingsmiddel 30 350 is geplaatst in de tweede houder 370, waarvan de schakelaar 380 in een tweede stand geplaatst is voor het belemmeren van een rotatie van het eerste bevestigingsmiddel ten opzichte van de houder 380.
9
Naast de getoonde uitvoeringsvormen zijn er nog vele andere uitvoeringsvormen denkbaar, zoals uitvoeringsvormen waarin ten minste een bevestigingsmiddel of een draagmiddel roteerbaar of anderszins beweegbaar of verplaatsbaar is en opzichte van het verbindingselement. Dergelijke uitvoeringsvormen vallen binnen 5 debeschermingsomvang van de onderhavige uitvinding, die is vastgelegd in de bijgevoegde conclusies.
Claims (12)
1. Tussen houders verplaatsbare draaginrichting voor benodigdheden voor het 5 verzorgen van een patiënt, omvattende: - een verbindingselement; - een eerste met het verbindingselement verbonden bevestigingsmiddel voor het met een eerste houder koppelen van de draaginrichting; - een tweede met het verbindingselement verbonden bevestigingsmiddel voor het 10 met een tweede houder koppelen van de draaginrichting; - ten minste één met het verbindingselement verbonden drager voor benodigdheden voor een patiënt; met het kenmerk dat de eerste en tweede bevestigingsmiddelen onderling verplaatsbaar zijn met een 15 tijdens gebruik van de inrichting verticale richtingscomponent.
2. Inrichting volgens conclusie 1, voorzien van blokkeermiddelen voor het ophefbaar blokkeren van een verplaatsing van het eerste bevestigingsmiddel ten opzichte van het tweede bevestigingsmiddel. 20
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, voorzien van dempmiddelen voor het tegenwerken van een verplaatsing van het eerste bevestigingsmiddel ten opzichte van het tweede bevestigingsmiddel.
4. Inrichting volgens conclusie 2 of 3, met het kenmerk dat de blokkeermiddelen zijn ingericht voor - het ophefbaar blokkeren van een verplaatsing van het eerste bevestigingsmiddel ten opzichte van het verbindingselement; en - het ophefbaar blokkeren van een verplaatsing van het tweede 30 bevestigingsmiddel ten opzichte van het verbindingselement; en - voor zodanige onderlinge samenwerking dat verplaatsing van slechts één van de bevestigingsmiddelen tegelijkertijd vrijgeven wordt.
5. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de drager ten minste één van de bevestigingsmiddelen omvat.
6. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij ten minste één bevestigingselement een staaf omvat die is ingericht voor koppeling met een in 5 hoofdzaak cilindervormige houder.
7. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, verder omvattende tenminste een tweede verbindingselement.
8. Houder, kennelijk bestemd voor het koppelen met een bevestigingsmiddel van een draaginrichting volgens één van de voorgaande conclusies, omvattende een bedieningsorgaan, voor het ophefbaar blokkeren van een rotatie van het bevestigingsmiddel ten opzichte van de houder.
9. Houder volgens conclusie 8, voorzien van een vormslot voor het althans gedeeltelijk beperken van een rotatie van de van het bevestigingsmiddel ten opzichte van de houder.
10. Werkwijze voor het tussen een eerste en een tweede houder verplaatsen van een draaginrichting voor benodigdheden voor het verzorgen van een patiënt, omvattende: 20. het met een eerste bevestigingsmiddel in een eerste houder bevestigen van de draaginrichting; - het met een tweede houder uitlijnen van een tweede bevestigingsmiddel van de draaginrichting. - het onder verticale verplaatsing van het tweede bevestigingsmiddel ten opzichte 25 van het eerste bevestigingsmiddel in de tweede houder plaatsen van het tweede bevestigingsmiddel; - het onder verticale verplaatsing van het eerste bevestigingsmiddel ten opzichte van het tweede bevestigingsmiddel uit de eerste houder nemen van het tweede bevestigingsmiddel. 30
11. Werkwijze volgens conclusie 10, verder omvattende: - het losmaakbaar blokkeren van de onderlinge verplaatsing van het eerste bevestigingsmiddel en het tweede bevestigingsmiddel.
12. Werkwijze volgens conclusie 10 of 11, verder omvattende: - het dempen van een verplaatsing van het eerste bevestigingsmiddel ten opzichte van het tweede bevestigingsmiddel.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000571A NL2000571C2 (nl) | 2007-04-03 | 2007-04-03 | Tussen houders verplaatsbare draaginrichting voor benodigdheden voor het verzorgen van een patient, en werkwijze voor het verplaatsen van een dergelijke inrichting. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000571 | 2007-04-03 | ||
| NL2000571A NL2000571C2 (nl) | 2007-04-03 | 2007-04-03 | Tussen houders verplaatsbare draaginrichting voor benodigdheden voor het verzorgen van een patient, en werkwijze voor het verplaatsen van een dergelijke inrichting. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2000571C2 true NL2000571C2 (nl) | 2008-10-06 |
Family
ID=38658433
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2000571A NL2000571C2 (nl) | 2007-04-03 | 2007-04-03 | Tussen houders verplaatsbare draaginrichting voor benodigdheden voor het verzorgen van een patient, en werkwijze voor het verplaatsen van een dergelijke inrichting. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2000571C2 (nl) |
Cited By (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US8579244B2 (en) | 2010-05-10 | 2013-11-12 | Lifespan Healthcare, Llc | Secure equipment transfer system |
| US9404616B2 (en) | 2010-05-10 | 2016-08-02 | Nexxspan Healthcare, Llc | Secure equipment transfer system |
| US9827062B2 (en) | 2010-05-10 | 2017-11-28 | Nexxspan Healthcare, Llc | Secure equipment transfer system |
| US10258524B2 (en) | 2016-02-22 | 2019-04-16 | Nexxspan Healthcare, Llc | Transfer system with sacrificial mechanical link |
| US10258424B2 (en) | 2016-02-22 | 2019-04-16 | Nexxspan Healthcare, Llc | Sacrificial mechanical link |
| US10959805B1 (en) | 2019-10-08 | 2021-03-30 | Nexxspan Healthcare, Llc | Transfer device docking indicator |
Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4073456A (en) * | 1976-07-14 | 1978-02-14 | Alex D. Karapita | Suspension support |
| WO1992018085A1 (de) * | 1991-04-23 | 1992-10-29 | Kreuzer Gmbh + Co. Ohg | Transportable medizinische einrichtung insbesondere infusionsversorgungseinrichtung |
| US5344169A (en) * | 1992-01-27 | 1994-09-06 | Pryor Products | Multi-pole support stand |
| WO2000009061A1 (en) * | 1998-08-14 | 2000-02-24 | The General Hospital Corporation Doing Business As Massachussets General Hospital | Transfer system for portable patient care apparatus |
| US20050000019A1 (en) * | 2003-03-18 | 2005-01-06 | Newkirk David C. | Patient care equipment management system |
| WO2005037163A2 (en) * | 2003-10-13 | 2005-04-28 | Hill-Rom Services, Inc. | Transferable patient care equipment support |
-
2007
- 2007-04-03 NL NL2000571A patent/NL2000571C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4073456A (en) * | 1976-07-14 | 1978-02-14 | Alex D. Karapita | Suspension support |
| WO1992018085A1 (de) * | 1991-04-23 | 1992-10-29 | Kreuzer Gmbh + Co. Ohg | Transportable medizinische einrichtung insbesondere infusionsversorgungseinrichtung |
| US5344169A (en) * | 1992-01-27 | 1994-09-06 | Pryor Products | Multi-pole support stand |
| WO2000009061A1 (en) * | 1998-08-14 | 2000-02-24 | The General Hospital Corporation Doing Business As Massachussets General Hospital | Transfer system for portable patient care apparatus |
| US20050000019A1 (en) * | 2003-03-18 | 2005-01-06 | Newkirk David C. | Patient care equipment management system |
| WO2005037163A2 (en) * | 2003-10-13 | 2005-04-28 | Hill-Rom Services, Inc. | Transferable patient care equipment support |
Cited By (8)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US8579244B2 (en) | 2010-05-10 | 2013-11-12 | Lifespan Healthcare, Llc | Secure equipment transfer system |
| US9404616B2 (en) | 2010-05-10 | 2016-08-02 | Nexxspan Healthcare, Llc | Secure equipment transfer system |
| US9816663B2 (en) | 2010-05-10 | 2017-11-14 | Nexxspan Healthcare, Llc | Secure equipment transfer system |
| US9827062B2 (en) | 2010-05-10 | 2017-11-28 | Nexxspan Healthcare, Llc | Secure equipment transfer system |
| US10258524B2 (en) | 2016-02-22 | 2019-04-16 | Nexxspan Healthcare, Llc | Transfer system with sacrificial mechanical link |
| US10258424B2 (en) | 2016-02-22 | 2019-04-16 | Nexxspan Healthcare, Llc | Sacrificial mechanical link |
| US10959805B1 (en) | 2019-10-08 | 2021-03-30 | Nexxspan Healthcare, Llc | Transfer device docking indicator |
| US11141240B2 (en) | 2019-10-08 | 2021-10-12 | Nexxspan Healthcare, Llc | Transfer device docking indicator |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL2000571C2 (nl) | Tussen houders verplaatsbare draaginrichting voor benodigdheden voor het verzorgen van een patient, en werkwijze voor het verplaatsen van een dergelijke inrichting. | |
| EP3843654B1 (en) | Mobile support for a medical device | |
| US10022490B2 (en) | Transformable intravenous pole and boom combination and method thereof | |
| US8100371B2 (en) | I.V. support stand and clamp apparatus | |
| EP1238884A1 (en) | Cart and carrier | |
| US8061537B2 (en) | Tool holder | |
| US9988118B1 (en) | Load-leveling suspended hanger | |
| US10111793B1 (en) | IV pole stand stop | |
| JP5001795B2 (ja) | 病院搬送用ストレッチャー等の柵及びそのロック機構 | |
| US20050006538A1 (en) | Detachable weights for stabilizing intravenous stands | |
| WO2014123607A1 (en) | Relocatable fine motion positioner assembly on an overhead crane | |
| WO2013138907A1 (en) | Attachment bracket for use with heavy machinery and bracket members | |
| US20150272685A1 (en) | Robot system | |
| JP5759708B2 (ja) | ブーム式作業車のカウンタウエイト着脱装置 | |
| KR100519047B1 (ko) | 손잡이겸용 이동조작장치 | |
| WO2016004707A1 (zh) | 一种支架系统及其锁止机构和夹持装置 | |
| JP4399451B2 (ja) | 体外血液処理機械の容器のための支持装置 | |
| EP1311223A1 (en) | Iv stand coupling assembly | |
| EP1758810A1 (en) | Lifting apparatus | |
| EA025337B1 (ru) | Штатив для вливаний | |
| WO2005056085A1 (en) | I.v. support stand and components therefor | |
| CN210020561U (zh) | 一种多功能悬挂架 | |
| EP4294348B1 (en) | Equipment for the support of biomedical devices | |
| CN223054638U (zh) | 一种医用转运车 | |
| CN221771059U (zh) | 输液架 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20101101 |