NL1037372C2 - Werkwijze en inrichting voor het beademen van patienten. - Google Patents

Werkwijze en inrichting voor het beademen van patienten. Download PDF

Info

Publication number
NL1037372C2
NL1037372C2 NL1037372A NL1037372A NL1037372C2 NL 1037372 C2 NL1037372 C2 NL 1037372C2 NL 1037372 A NL1037372 A NL 1037372A NL 1037372 A NL1037372 A NL 1037372A NL 1037372 C2 NL1037372 C2 NL 1037372C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
gas
closing means
pipe system
pipe
circulation
Prior art date
Application number
NL1037372A
Other languages
English (en)
Inventor
Pieter Borm
Bart Westerkamp
Original Assignee
Alcmair Partners B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Alcmair Partners B V filed Critical Alcmair Partners B V
Priority to NL1037372A priority Critical patent/NL1037372C2/nl
Priority to EP10798847.9A priority patent/EP2490740B1/en
Priority to US13/500,233 priority patent/US10155095B2/en
Priority to PCT/NL2010/000142 priority patent/WO2011043650A1/en
Priority to IN3270DEN2012 priority patent/IN2012DN03270A/en
Priority to CN201080050998.6A priority patent/CN102695539B/zh
Priority to CA2776939A priority patent/CA2776939C/en
Application granted granted Critical
Publication of NL1037372C2 publication Critical patent/NL1037372C2/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61MDEVICES FOR INTRODUCING MEDIA INTO, OR ONTO, THE BODY; DEVICES FOR TRANSDUCING BODY MEDIA OR FOR TAKING MEDIA FROM THE BODY; DEVICES FOR PRODUCING OR ENDING SLEEP OR STUPOR
    • A61M16/00Devices for influencing the respiratory system of patients by gas treatment, e.g. ventilators; Tracheal tubes
    • A61M16/01Devices for influencing the respiratory system of patients by gas treatment, e.g. ventilators; Tracheal tubes specially adapted for anaesthetising
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61MDEVICES FOR INTRODUCING MEDIA INTO, OR ONTO, THE BODY; DEVICES FOR TRANSDUCING BODY MEDIA OR FOR TAKING MEDIA FROM THE BODY; DEVICES FOR PRODUCING OR ENDING SLEEP OR STUPOR
    • A61M16/00Devices for influencing the respiratory system of patients by gas treatment, e.g. ventilators; Tracheal tubes
    • A61M16/08Bellows; Connecting tubes ; Water traps; Patient circuits
    • A61M16/0816Joints or connectors
    • A61M16/0841Joints or connectors for sampling
    • A61M16/085Gas sampling
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61MDEVICES FOR INTRODUCING MEDIA INTO, OR ONTO, THE BODY; DEVICES FOR TRANSDUCING BODY MEDIA OR FOR TAKING MEDIA FROM THE BODY; DEVICES FOR PRODUCING OR ENDING SLEEP OR STUPOR
    • A61M16/00Devices for influencing the respiratory system of patients by gas treatment, e.g. ventilators; Tracheal tubes
    • A61M16/22Carbon dioxide-absorbing devices ; Other means for removing carbon dioxide

Landscapes

  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Anesthesiology (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Animal Behavior & Ethology (AREA)
  • Pulmonology (AREA)
  • Biomedical Technology (AREA)
  • Heart & Thoracic Surgery (AREA)
  • Hematology (AREA)
  • Emergency Medicine (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Public Health (AREA)
  • Veterinary Medicine (AREA)
  • Respiratory Apparatuses And Protective Means (AREA)
  • Measurement Of The Respiration, Hearing Ability, Form, And Blood Characteristics Of Living Organisms (AREA)
  • Pharmaceuticals Containing Other Organic And Inorganic Compounds (AREA)

Description

Werkwijze en inrichting voor het beademen van patiënten.
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het beademen van patiënten, waarbij gebruik wordt gemaakt van een inrichting die is voorzien van 5 middelen voor het in een leidingsysteem in één richting circuleren van een gas, van middelen voor het volgens een bepaald beademingspatroon variëren van de druk in het leidingsysteem, van middelen voor het meten van de stroom van het gas en de samenstelling van het gas, terwijl het leidingsysteem is voorzien van een aansluiting voor de patiënt en van een of meer toevoeren voor de verschillende bestanddelen van 10 het gas, waarbij het leidingsysteem verder is voorzien van een aansluiting op een van een eerste afsluitmiddel voorziene afvoerleiding voor de afvoer uit het leidingsysteem van gas, terwijl in het leidingsysteem, gezien in de circulatierichting van het gas, achter de aansluiting op de afvoerleiding een tweede afsluitmiddel is voorzien.
15
Een dergelijke werkwijze is bekend.
Bij de bekende werkwijze kan van een open systeem, waarin de patiënt steeds opnieuw vers beademingsgas inademt en het door de patiënt uitgeademde 20 beademingsgas totaal uit het leidingsysteem naar buiten wordt afgevoerd (non-rebreathing), worden overgeschakeld op een halfgesloten systeem, waarin een gedeelte van het door de patiënt uitgeademde beademingsgas opnieuw wordt gecirculeerd en een gedeelte naar buiten wordt afgevoerd (enige vorm van rebreathing).
25
De bekende werkwijze heeft bij het gesloten systeem het bezwaar, dat het “inwassen” van de patiënt, d.w.z. de opname van narcosegas door de patiënt, tamelijk lang duurt. De patiënt heeft onder andere stikstof in zijn longen, dat verwijderd dient te worden voordat met de narcose kan worden begonnen. Daartoe 30 krijgt de patiënt 100% zuurstof toegediend totdat nagenoeg alle stikstof uit de longen is weggeventileerd (het “spoelen” van de longen met zuurstof). In het gesloten systeem kost dit veel tijd, omdat de zuurstof steeds met een deel van het al aanwezige gas wordt ingeademd. Na het spoelen met O2 van de longen van de patiënt wordt een narcosegas, hier het draaggas, zoals xenon toegediend, waarvan de patiënt 1037372 2 een deel opneemt en weer uitademt. De opgenomen hoeveelheid zuurstof en xenon wordt steeds gecompenseerd met uitsluitend xenon totdat in het beademingsgas de gewenste concentratie van O2 en de beoogde concentratie van xenon is bereikt, hetgeen pas na lange tijd het geval is. De anesthesie of sedatie in deze moet met 5 andere middelen plaatsvinden.
Bij het halfgesloten systeem laat men een teveel aan xenon, al dan niet samen met zuurstof, in het leidingsysteem lopen, waardoor het systeem overvuld raakt. Dit wordt gecompenseerd door een “pop-off ’ systeem, waarbij een deel van het gas in 10 het systeem naar buiten wordt afgevoerd. Hierdoor stijgt de concentratie xenon. Naarmate er meer gas wordt toegevoerd wordt de patiënt sneller ingewassen. Dit leidt echter tot een aanzienlijk verlies van het gas.
Het is een oogmerk van de uitvinding om dit bezwaar van de bekende werkwijze te 15 ondervangen.
De werkwijze volgens de uitvinding vertoont daartoe het kenmerk, dat, gezien in de circulatierichting van het beademingsgas, achter het tweede afsluitmiddel en op afstand daarvan een derde afsluitmiddel is voorzien, waarbij de werkwijze de 20 volgende stappen omvat: het openen van het eerste afsluitmiddel, het openen van het tweede en derde afsluitmiddel, het in het leidingsysteem toevoeren van een eerste gas, het sluiten van het tweede en derde afsluitmiddel, het in het leidingsysteem toevoeren van het eerste gas, het volgens een bepaald beademingspatroon variëren van de druk in het 25 leidingsysteem voor het toevoeren van het eerste gas aan de patiënt, het toevoeren in het leidingsysteem van een tweede gas, het vaststellen van de aankomst bij de mond van de patiënt van het tweede gas, het sluiten van het eerste afsluitmiddel en het openen van het tweede en derde afsluitmiddel dan wel het openen van het tweede en derde afsluitmiddel en het sluiten van het eerste afsluitmiddel en het in het 30 leidingsysteem circuleren van het eerste en tweede gas.
Volgens een kenmerk van de werkwijze volgens de uitvinding wordt het eerste gas gevormd door zuurstof of een mengsel van zuurstof met een ander gas.
t o
Volgens een verder kenmerk van de werkwijze volgens de uitvinding wordt het tweede gas gevormd door een elementair gas, zoals bijvoorbeeld xenon, helium, argon of door een samengesteld gas, bijvoorbeeld lachgas, door een mengsel van gassen of door een mengsel van een gas of gassen met een dampvormig 5 anesthesiemiddel.
Volgens een verder kenmerk van de werkwijze volgens de uitvinding wordt het gas zodanig in het leidingsysteem gecirculeerd dat de tijdsduur van één circulatie van het gas ten hoogste 10 seconden bedraagt, meer in het bijzonder ten hoogste 5 seconden 10 bedraagt, meer in het bijzonder ten hoogste 3 seconden bedraagt, en nog meer in het bijzonder ten hoogste 2,5 seconden bedraagt.
De uitvinding heeft verder betrekking op een inrichting voor toepassing van de werkwijze, welke inrichting is voorzien van middelen voor het in een leidingsysteem 15 in één richting circuleren van beademingsgas, narcosegas of een therapeutisch gas, van middelen voor het volgens een bepaald beademingspatroon variëren van de druk in het leidingsysteem, van middelen voor het meten van de stroom van het gas en de samenstelling van het gas, terwijl het leidingsysteem is voorzien van een aansluiting voor de patiënt en van een of meer toevoeren voor de verschillende bestanddelen van 20 het beademingsgas en van middelen voor het onttrekken van de door de patiënt in het leidingsysteem uitgeademde kooldioxide, waarbij het leidingsysteem is voorzien van een aansluiting op een van een eerste afsluitmiddel voorziene afvoerleiding voor de afvoer uit het leidingsysteem van beademingsgas, terwijl in het leidingsysteem, gezien in de circulatierichting van het beademingsgas, achter de aansluiting op de 25 afvoerleiding een tweede afsluitmiddel is voorzien, met het kenmerk, dat, gezien in de circulatierichting van het beademingsgas, achter het tweede afsluitmiddel een derde afsluitmiddel is voorzien, waarbij middelen aanwezig zijn met behulp waarvan het tweede afsluitmiddel en het derde afsluitmiddel zodanig kunnen worden bediend, dat het tussen het tweede afsluitmiddel en het derde afsluitmiddel gelegen gedeelte 30 van het leidingsysteem kan worden afgesloten, waarbij het leidingsysteem verder is voorzien van middelen voor het voortbrengen van een gasstroming.
Volgens een kenmerk van de inrichting volgens de uitvinding is de capaciteit van de middelen voor het voortbrengen van een gasstroming zodanig aangepast aan het 4 volume van het leidingsysteem, dat de tijdsduur van één circulatie van het gas ten hoogste 10 seconden bedraagt, meer in het bijzonder ten hoogste 5 seconden bedraagt, meer in het bijzonder ten hoogste 3 seconden bedraagt, nog meer in het bijzonder ten hoogste 2,5 seconden bedraagt.
5
Volgens een verder kenmerk van de inrichting volgens de uitvinding worden de middelen voor het in het leidingsysteem voortbrengen van een gasstroming gevormd door een circulatieblower.
10 Volgens nog een kenmerk van de inrichting volgens de uitvinding zijn de middelen voor het in het leidingsysteem voortbrengen van een gasstroming voorzien in het gedeelte van het leidingsysteem dat, gezien in de circulatierichting van het beademingsgas, is gelegen achter het tweede afsluitmiddel, en zijn deze meer in het bijzonder voorzien in het gedeelte van het leidingsysteem dat is gelegen tussen het 15 tweede afsluitmiddel en het derde afsluitmiddel.
Met de werkwijze en inrichting volgens de uitvinding is het mogelijk om de patiënt snel en veilig in te wassen terwijl geen of weinig verlies optreedt van dure gassen.
20 Verdere kenmerken en bijzonderheden van de werkwijze en inrichting volgens de uitvinding worden toegelicht aan de hand van de tekening van een uitvoeringsvoorbeeld.
In het in de tekening getoonde uitvoeringsvoorbeeld is de inrichting 1 voorzien van 25 middelen, waaronder de inrichting 11 voor het toevoeren van de verschillende bestanddelen van het beademingsgas, narcosegas of therapeutisch gas, voor het in een leidingsysteem 4 in één richting 5 circuleren van beademingsgas, narcosegas of therapeutisch gas, en van middelen 6 voor het volgens een bepaald beademingspatroon variëren van de druk in het leidingsysteem 4 om de ademhaling 30 van de patiënt 7 mogelijk te maken. Verder zijn in het leidingsysteem 4 bij de aansluiting voor de patiënt 7 middelen voorzien , zoals een inrichting 8, voor het vaststellen van de samenstelling van het in- en uitademingsgas 9. In de tekening is het principe van bemonsteringsafhame getekend. Eventueel kan het afgenomen gas in het systeem teruggevoerd worden. Er kan ook van een meetsysteem volgens ' » 5 direct in het in- en uitademingsgas 9 principe gebruik worden gemaakt. Bij het gesloten systeem kan door middel van een sensor 10 het volume of de flow van de ademhaling van de patiënt gemeten worden, zowel tijdens spontane ademhaling als tijdens beademing c.q. ondersteunende beademing. In het getoonde 5 uitvoeringsvoorbeeld is de sensor 10 voorzien bij het gedeelte van het leidingsysteem 4 dat, gezien in de circulatierichting van het beademingsgas, is gelegen voorbij de middelen 6 voor het variëren van de druk in het leidingsysteem.
De inrichting 11 verzorgt de toediening van de gassen en dampvormige anesthesiemiddelen in het systeem.
10 Het leidingsysteem 4 is voorzien van een aansluiting 13 op een van een eerste afsluitmiddel, zoals een eerste klep 14, voorziene afvoerleiding 15 voor de afvoer uit het leidingsysteem 4 van beademingsgas.
In het leidingsysteem 4 is, gezien in de circulatierichting 5 van het beademingsgas, voorbij de aansluiting 13 op de afvoerleiding 15, een tweede afsluitmiddel of tweede 15 klep 16 voorzien. Achter de tweede klep 16 bevindt zich in dit uitvoeringsvoorbeeld een circulatieblower 18 en een kooldioxide absorber 2. Hierachter is, gezien in de circulatierichting 5 van het beademingsgas, een derde afsluitmiddel of derde klep 17 voorzien. De tweede klep 16 en de derde klep 17 zijn zodanig te bedienen, dat het daartussen gelegen gedeelte 19 van het leidingsysteem 4 voor de circulatie van 20 beademingsgas kan worden afgesloten, en aldus een afgesloten gedeelte vormt waarin een bepaald gas kan worden opgeslagen.
Wanneer de eerste klep 14 is gesloten kan er geen gas via de afvoerleiding 15 uit het leidingsysteem wegvloeien. Wanneer de kleppen 16 en 17 open zijn heeft het 25 beademingsgas vrije doorgang om in het leidingsysteem te circuleren. Het systeem functioneert als een totaal gesloten systeem.
Wanneer de eerste klep 14 wordt open gezet kan gas via de afvoerleiding 15 en de uitgang 22 van de afvoerleiding 15 uit het leidingsysteem 4 worden afgevoerd. Klep 30 16 en 17 zijn geopend. Het systeem functioneert als een halfgesloten systeem. In het leidingsysteem 4 wordt de samenstelling van het gas gemeten (niet getoond in de tekening) terwijl door de sensor 20 de stroom wordt gemeten van het door de uitgang 22 van de afvoerleiding 15 geëvacueerde gas.
6
Wanneer de klep 14 open wordt gezet en de kleppen 16 en 17 dicht worden gezet functioneert het systeem als een open systeem zonder rebreathing.
Het systeem wordt voorbereid door met de inrichting 11 een eerste gas, in dit 5 uitvoeringsvoorbeeld zuiver zuurstof, het leidingsysteem in te blazen. De inrichting 11 is voorzien in het gedeelte van het leidingsysteem dat is gelegen voorbij de derde klep 17.
De tweede klep 16 en de derde klep 17 zijn open. Verder is open de eerste klep 14.
10 Via de afvoer 15 en uitgang 22 van de afvoer 15 wordt het gas uit het systeem afgevoerd. Hierna wordt met de inrichting 11 het systeem gespoeld met 100% zuurstof. In het gehele leidingsysteem heerst nu 95-100% zuurstof. Vervolgens worden de tweede klep 16 en de derde klep 17 gesloten. Het systeem functioneert nu als een open systeem. In het afgesloten gedeelte 19 van het leidingsysteem bevindt 15 zich meer dan 95% zuurstof. De patiënt wordt nu op het leidingsysteem aangesloten en de longen worden vervolgens met 100% zuurstof “schoongewassen”.
Daarna wordt een tweede gas, een narcosegas, zoals bijvoorbeeld xenon, of een tweede mengsel van gassen, door de inrichting 11 het leidingsysteem ingeblazen. Na het schoonspoelen wil men snel en veilig het gewenste gas in de juiste concentratie 20 in de longen van de patiënt hebben. Door in het leidingsysteem 4 een mengsel van zuurstof en xenon toe te voeren zal het leidingsysteem vanaf de inrichting 11 tot aan de patiënt 7 zich vullen met zuurstof en xenon. In het afgesloten gedeelte 19 bevindt zich alleen of hoofdzakelijk alleen zuurstof. In het gedeelte van het leidingsysteem dat is gelegen bij de aansluiting naar de patiënt 7 is de inrichting 8 voorzien, door 25 middel waarvan bij de mond van de patiënt 7 de concentratie xenon wordt gemeten. Op deze wijze wordt bepaald wanneer het leidingsysteem 4 tot aan de patiënt 7 zich heeft gevuld met een van tevoren bepaald xenon/zuurstof mengsel. Wanneer dit het geval is, wordt de klep 14 gesloten en worden de kleppen 16 en 17 geopend. Het systeem gaat nu als een gesloten systeem functioneren.
30
In plaats van het meten van de aankomst van xenon bij de mond van de patiënt, en het daarna sluiten van de klep 14 en het openen van de kleppen 16 en 17, kan er ook voor worden gekozen om door middel van de inrichting 11 een vooraf bepaalde hoeveelheid xenon in het leidingsysteem 4 in te brengen en vervolgens over te gaan 7 tot het sluiten van de klep 14 en openen van de kleppen 16 en 17. Alsdan vindt het schakelen van de kleppen 14,16 en 17 niet plaats in afhankelijkheid van een meting bij de mond van de patiënt.
5 Nadat het systeem als een gesloten systeem gaat functioneren mengt de circulatieblower 18 de gassen in het afgesloten gedeelte 19 en het overige gedeelte van het leidingsysteem 4 snel met elkaar, waardoor het beoogde mengsel zeer snel bereikt wordt. Daartoe heeft de circulatieblower 18 een capaciteit die zodanig is dat daarmee een zeer snelle menging van de gassen kan plaatsvinden. De 10 circulatieblower 18 moet voldoende circuleren opdat de snelheid van het mengproces groter is dan de snelheid van de processen in de mens.
In dit uitvoeringsvoorbeeld heeft het leidingsysteem een volume van 2,5 liter terwijl in het leidingsysteem een circulatieblower 18 is opgenomen met in dit 15 uitvoeringsvoorbeeld een capaciteit van 60 liter per minuut. Dit leidt tot een circulatietijd van: 2,5 liter/60 liter/min= 0.042 minuten = 2,5 seconden.
Uitgaande van 2,5 seconden als leidraad dient bijvoorbeeld bij een volume van het leidingsysteem van 1,25 liter een circulatieblower met een capaciteit van 30 liter 20 per minuut te worden toegepast, bij een volume van het leidingsysteem van 5 liter een circulatieblower met een capaciteit van 120 liter per minuut te worden toegepast, en bij een volume van het leidingsysteem van 0,625 liter een circulatieblower met een capaciteit van 15 liter per minuut te worden toegepast.
25 Door het gebruik van de circulatieblower 18 treedt er een zeer snelle vermenging van de zuurstof tussen de kleppen 16 en 17, het hoge percentage zuurstof in de longen, het stuk tussen de patiënt en de eerste klep 14 gevuld met voornamelijk zuurstof en het gedeelte van het leidingsysteem 4 tussen de inrichting 11 en de patiënt 7 op. Hierdoor wordt vermeden, dat er langdurig gespoeld moet worden, waarbij veel van 30 het speciale gas verloren gaat, terwijl een zeer korte inwastijd en een veilige inwassing worden gerealiseerd.
Bij de werkwijze en inrichting volgens de uitvinding is de snelle circulatie door de circulatieblower van belang. De regeling van de samenstelling van het 8 beademingsgas kan door middel daarvan sneller zijn dan de processen in de mens. Mede hierdoor is onder andere de zuurstofopname door de patiënt goed te meten.
Met het gesloten systeem volgens de uitvinding kan verder snel gespoeld worden, 5 waardoor de samenstelling van het beademingsgas snel kan worden veranderd. De inrichting 11 zorgt voor de toevoer van zuurstof in het systeem en de toevoer van xenon of lachgas. De druk in het leidingsysteem 4 wordt geregeld door de middelen voor het variëren van de druk. De stroom door de afvoerleiding 15 en de uitgang 22 naar buiten wordt bij het halfgesloten systeem bepaald door de stroom van vers gas 10 vanuit de inrichting 11, de beweging van de middelen voor het variëren van de druk en de stand van het regelventiel 20 in de afvoerleiding 15.
Het regelventiel 20 in de afvoerleiding 15 is bestemd om, op het moment dat de patiënt inademt, te vernauwen of eventueel te sluiten, opdat de gasstroom 5 niet 15 negatief wordt en de patiënt dus alleen vers gas inademt. Met de sensor 21 wordt het eventuele volume of de stroom van het gas gemeten, die door het regelventiel 20 stroomt.
Het is verder mogelijk om na de omschakeling naar het gesloten systeem de door de 20 patiënt opgenomen hoeveelheid zuurstof te vervangen door alleen xenon, en op deze wijze de concentratie van zuurstof te laten dalen en die van xenon evenredig te laten stijgen totdat de gewenste concentraties bereikt zijn. Hierdoor bespaart men op het “spoelgas” dat afgevoerd wordt.
25 In plaats van xenon kan men elk willekeurig gasmengsel nemen, waarbij de concentratie van tenminste twee gassen binnen nauwe grenzen kan worden gekozen, bijvoorbeeld een xenon/helium mengsel. Door xenon in het leidingsysteem te voeren terwijl de eerste klep 14 open is en de kleppen 16 en 17 gesloten zijn, de aankomst van xenon bij de mond van de patiënt vast te stellen en vervolgens de klep 14 te 30 sluiten en de kleppen 16 en 17 te openen en zo over te gaan van het open naar het gesloten systeem, treedt er geen verlies op van xenon, terwijl door middel van de snelle circulatie en menging er snel een homogeen mengsel ontstaat, en een zeer korte inwastijd en een veilige inwassing worden bereikt.
1037372

Claims (19)

1. Werkwijze voor het beademen van patiënten, waarbij gebruik wordt gemaakt van een inrichting die is voorzien van middelen voor het in een leidingsysteem in één 5 richting circuleren van een gas, van middelen voor het volgens een bepaald beademingspatroon variëren van de druk in het leidingsysteem, van middelen voor het meten van de stroom van het gas en de samenstelling van het gas, terwijl het leidingsysteem is voorzien van een aansluiting voor de patiënt en van een of meer toevoeren voor de verschillende bestanddelen van het beademingsgas, waarbij het 10 leidingsysteem verder is voorzien van een aansluiting op een van een eerste afsluitmiddel voorziene afvoerleiding voor de afVoer uit het leidingsysteem van beademingsgas, terwijl in het leidingsysteem, gezien in de circulatierichting van het beademingsgas, achter de aansluiting op de afvoerleiding een tweede afsluitmiddel is voorzien, met het kenmerk, dat, gezien in de circulatierichting van het 15 beademingsgas, achter het tweede afsluitmiddel en op afstand daarvan een derde afsluitmiddel is voorzien, waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat: het openen van het eerste afsluitmiddel, het openen van het tweede en derde afsluitmiddel, het in het leidingsysteem toevoeren van een eerste gas, het sluiten van het tweede en derde afsluitmiddel, het in het leidingsysteem toevoeren van het eerste 20 gas, het volgens een bepaald beademingspatroon variëren van de druk in het leidingsysteem voor het toevoeren van het eerste gas aan de patiënt, het toevoeren in het leidingsysteem van een tweede gas, het vaststellen van de aankomst bij de mond van de patiënt van het tweede gas, het sluiten van het eerste afsluitmiddel en het openen van het tweede en derde afsluitmiddel dan wel het openen van het tweede en 25 derde afsluitmiddel en het sluiten van het eerste afsluitmiddel, en het in het leidingsysteem circuleren van het eerste en tweede gas.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het eerste gas wordt gevormd door zuurstof of een mengsel van een gas met zuurstof. 30
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat het tweede gas wordt gevormd door een elementair gas, zoals bijvoorbeeld xenon, helium, argon of door een samengesteld gas, bijvoorbeeld lachgas, een mengsel van gassen of een mengsel van een gas of gassen met een dampanestheticum. 1037372 »
4. Werkwijze volgens conclusie 1,2 of 3, met het kenmerk, dat het gas zodanig in het leidingsysteem wordt gecirculeerd dat de tijdsduur van één circulatie van het gas ten hoogste 10 seconden bedraagt, meer in het bijzonder ten hoogste 5 seconden 5 bedraagt, nog meer in het bijzonder ten hoogste 3 seconden bedraagt.
5. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat de tijdsduur van één circulatie ten hoogste 2,5 seconden bedraagt.
6. Inrichting voor het beademen van patiënten, voor anesthesie via inhalatie en voor het toedienen van therapeutische gassen via inhalatie, welke inrichting is voorzien van middelen voor het in een leidingsysteem in één richting circuleren van beademingsgas, narcosegas of een therapeutisch gas, van middelen voor het volgens een bepaald beademingspatroon variëren van de druk in het leidingsysteem, van 15 middelen voor het meten van de stroom van het gas en de samenstelling van het gas, terwijl het leidingsysteem is voorzien van een aansluiting voor de patiënt en van een of meer toevoeren voor de verschillende bestanddelen van het beademingsgas en van middelen voor het onttrekken van de door de patiënt in het leidingsysteem uitgeademde kooldioxide, waarbij het leidingsysteem is voorzien van een aansluiting 20 op een van een eerste afsluitmiddel voorziene afvoerleiding voor de afvoer uit het leidingsysteem van beademingsgas, terwijl in het leidingsysteem, gezien in de circulatierichting van het beademingsgas, achter de aansluiting op de afvoerleiding een tweede afsluitmiddel is voorzien, met het kenmerk, dat, gezien in de circulatierichting van het beademingsgas, achter het tweede afsluitmiddel en op 25 afstand daarvan een derde afsluitmiddel is voorzien, waarbij middelen aanwezig zijn met behulp waarvan het tweede afsluitmiddel en het derde afsluitmiddel zodanig kunnen worden bediend, dat het tussen het tweede afsluitmiddel en het derde afsluitmiddel gelegen gedeelte van het leidingsysteem kan worden afgesloten, waarbij het leidingsysteem verder is voorzien van middelen voor het voortbrengen 30 van een gasstroming.
7. Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat de capaciteit van de middelen voor het voortbrengen van een gasstroming zodanig is aangepast aan het volume van het leidingsysteem, dat de tijdsduur van één circulatie van het gas ten • • hoogste 10 seconden bedraagt, meer in het bijzonder ten hoogste 5 seconden bedraagt, nog meer in het bijzonder ten hoogste 3 seconden bedraagt.
8. Inrichting volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat de tijdsduur van één 5 circulatie ten hoogste 2,5 seconden bedraagt.
9. Inrichting volgens conclusie 6,7 of 8, met het kenmerk, dat de middelen voor het in het leidingsysteem voortbrengen van een gasstroming worden gevormd door een circulatieblower. 10
10. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de middelen voor het in het leidingsysteem voortbrengen van een gasstroming zijn voorzien in het gedeelte van het leidingsysteem dat, gezien in de circulatierichting van het beademingsgas, is gelegen achter het tweede afsluitmiddel. 15
11. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de middelen voor het in het leidingsysteem voortbrengen van een gasstroming zijn voorzien in het gedeelte van het leidingsysteem dat is gelegen tussen het tweede afsluitmiddel en het derde afsluitmiddel. 20
12. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat een afsluitmiddel wordt gevormd door een klep.
13. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de 25 toevoer of toevoeren van de verschillende bestanddelen van het beademingsgas in het leidingsysteem zijn voorzien in het gedeelte van het leidingsysteem dat is gelegen achter het tweede afsluitmiddel.
14. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de 30 middelen voor het onttrekken van de door de patiënt in het leidingsysteem uitgeademde kooldioxide zijn voorzien in het gedeelte van het leidingsysteem dat is gelegen tussen het tweede afsluitmiddel en het derde afsluitmiddel. * k
15. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat middelen voor het meten van de samenstelling van het gas zijn voorzien in het gedeelte van het leidingsysteem dat is gelegen bij de aansluiting naar de patiënt.
16. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat middelen voor het meten van de stroom van het gas zijn voorzien in het gedeelte van het leidingsysteem dat, gezien in de circulatierichting van het beademingsgas, is gelegen achter de middelen voor het variëren van de druk in het leidingsysteem.
17. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de afvoerleiding is voorzien van middelen voor het meten van de stroom van het gas.
18. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de afvoerleiding voor de afvoer uit het leidingsysteem van beademingsgas is voorzien 15 van een regelventiel.
19. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de afvoerleiding voor de afvoer uit het leidingsysteem van beademingsgas is voorzien van een sensor met behulp waarvan de stroom of het volume van beademingsgas dat 20 door de afvoerleiding stroomt kan worden gemeten. 25 1037372 30
NL1037372A 2009-10-07 2009-10-07 Werkwijze en inrichting voor het beademen van patienten. NL1037372C2 (nl)

Priority Applications (7)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1037372A NL1037372C2 (nl) 2009-10-07 2009-10-07 Werkwijze en inrichting voor het beademen van patienten.
EP10798847.9A EP2490740B1 (en) 2009-10-07 2010-10-06 Method and apparatus for respirating of patients
US13/500,233 US10155095B2 (en) 2009-10-07 2010-10-06 Method and apparatus for respirating of patients
PCT/NL2010/000142 WO2011043650A1 (en) 2009-10-07 2010-10-06 Method and apparatus for respirating of patients
IN3270DEN2012 IN2012DN03270A (nl) 2009-10-07 2010-10-06
CN201080050998.6A CN102695539B (zh) 2009-10-07 2010-10-06 一种用于患者呼吸的设备
CA2776939A CA2776939C (en) 2009-10-07 2010-10-06 Method and apparatus for respirating patients

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1037372 2009-10-07
NL1037372A NL1037372C2 (nl) 2009-10-07 2009-10-07 Werkwijze en inrichting voor het beademen van patienten.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1037372C2 true NL1037372C2 (nl) 2011-04-11

Family

ID=42262663

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1037372A NL1037372C2 (nl) 2009-10-07 2009-10-07 Werkwijze en inrichting voor het beademen van patienten.

Country Status (7)

Country Link
US (1) US10155095B2 (nl)
EP (1) EP2490740B1 (nl)
CN (1) CN102695539B (nl)
CA (1) CA2776939C (nl)
IN (1) IN2012DN03270A (nl)
NL (1) NL1037372C2 (nl)
WO (1) WO2011043650A1 (nl)

Families Citing this family (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL1037373C2 (nl) * 2009-10-07 2011-04-11 Alcmair Partners B V Inrichting voor het beademen van patienten.
CN104740743B (zh) * 2013-12-26 2019-02-19 北京谊安医疗系统股份有限公司 用于麻醉机的转接头及具有其的麻醉机
JP7791816B2 (ja) 2019-12-10 2025-12-24 トゥルーデル メディカル インターナショナル インコーポレイテッド 一体形投与分計数器

Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US20040216743A1 (en) * 2003-05-01 2004-11-04 Orr Joseph A. Apparatus and techniques for reducing the effects of general anesthetics
DE102004033588A1 (de) * 2004-07-06 2006-02-16 Stach, Helmut, Prof. Dr. Verfahren und Vorrichtung zur sorptiven Rückgewinnung halogenierter Kohlenwasserstoffe, vor allem für halogenierte Inhalationsanästhetika

Family Cites Families (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
SE9503665L (sv) * 1995-10-19 1997-04-20 Siemens Elema Ab Narkossystem
AU1919197A (en) * 1997-03-19 1998-10-12 Joseph A. Fisher Elimination of vapour anaesthetics from patients after surgical procedures
US6131571A (en) * 1997-04-30 2000-10-17 University Of Florida Ventilation apparatus and anesthesia delivery system
US5857458A (en) * 1997-09-26 1999-01-12 Ohmeda Inc. Automatic bellows refill
US6848446B2 (en) * 1998-10-30 2005-02-01 Linda Noble Nasal gas delivery system and method for use thereof
SE0100064D0 (sv) * 2001-01-10 2001-01-10 Siemens Elema Ab Anaesthetic filter arrangement
US20090293872A1 (en) * 2008-05-30 2009-12-03 Hans Bocke Anesthetic breathing apparatus and internal control method for said apparatus

Patent Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US20040216743A1 (en) * 2003-05-01 2004-11-04 Orr Joseph A. Apparatus and techniques for reducing the effects of general anesthetics
DE102004033588A1 (de) * 2004-07-06 2006-02-16 Stach, Helmut, Prof. Dr. Verfahren und Vorrichtung zur sorptiven Rückgewinnung halogenierter Kohlenwasserstoffe, vor allem für halogenierte Inhalationsanästhetika

Also Published As

Publication number Publication date
EP2490740B1 (en) 2017-12-06
CN102695539B (zh) 2015-11-25
CA2776939C (en) 2018-02-20
CN102695539A (zh) 2012-09-26
EP2490740A1 (en) 2012-08-29
US20120247467A1 (en) 2012-10-04
CA2776939A1 (en) 2011-04-14
WO2011043650A1 (en) 2011-04-14
US10155095B2 (en) 2018-12-18
IN2012DN03270A (nl) 2015-10-23

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US9149590B2 (en) Anesthetic breathing apparatus having volume reflector unit with controllable penetration
JPH07155378A (ja) 呼吸ガス供給装置
JP2010284394A (ja) 水素投与装置
EP2797655B1 (en) Gas tank arrangement for breathing apparatus
CN106139349A (zh) 一种呼吸设备的通气方法及装置
US20020117174A1 (en) Single breath induction anesthesia apparatus
AU2023206142A1 (en) Methods of using systems for delivering therapeutic gas
NL1037372C2 (nl) Werkwijze en inrichting voor het beademen van patienten.
US20140144441A1 (en) Dosimetric therapeutic gas delivery method for rapid dosimetry adjustment and optimization
US20140144439A1 (en) Dosimetric therapeutic gas delivery system for rapid dose monitoring and control
US20110247614A1 (en) Respirator
JP5692561B2 (ja) 医薬性ガス投与装置
US20140144440A1 (en) Dosimetric therapeutic gas delivery method with feed back control for rapid dosimetry adjustment and optimization
JP6944621B1 (ja) 漏れ試験用閉鎖プラグおよび麻酔器並びに循環式呼吸回路の漏れ試験方法
CN105854146B (zh) 用于呼吸设备的汽化器装置
JPH08317981A (ja) 気管チューブまたはマスク使用の自発呼吸患者への酸素濃度調節可能な酸素供給装置
AU2006252044B2 (en) Method and apparatus for delivering a fluid to a patient
Milner Anaesthetic breathing systems
US20140144434A1 (en) Dosimetric therapeutic gas delivery method for nitric oxide utilization monitoring and control
Donnelly et al. Anaesthetic breathing systems
Gott et al. Anaesthetic breathing systems
NL1037373C2 (nl) Inrichting voor het beademen van patienten.
JP2000185061A (ja) 動物用麻酔装置
Donnelly et al. Anaesthetic breathing systems
CA2274398C (en) Single breath induction anesthesia apparatus

Legal Events

Date Code Title Description
PLED Pledge established

Effective date: 20140522

PD Change of ownership

Owner name: LOEWENSTEIN MEDICAL TECHNOLOGY S.A.; LU

Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), ASSIGNMENT; FORMER OWNER NAME: ALCMAIR PARTNERS B.V.

Effective date: 20171207