NL1024078C2 - Afdichtelement, afdichtprofiel en afdichting voorzien van een dergelijk afdichtelement en/of afdichtprofiel. - Google Patents
Afdichtelement, afdichtprofiel en afdichting voorzien van een dergelijk afdichtelement en/of afdichtprofiel. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1024078C2 NL1024078C2 NL1024078A NL1024078A NL1024078C2 NL 1024078 C2 NL1024078 C2 NL 1024078C2 NL 1024078 A NL1024078 A NL 1024078A NL 1024078 A NL1024078 A NL 1024078A NL 1024078 C2 NL1024078 C2 NL 1024078C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- sealing element
- sealing
- wall part
- edges
- chamber
- Prior art date
Links
- 238000007789 sealing Methods 0.000 title claims abstract description 110
- 239000012530 fluid Substances 0.000 claims description 7
- 239000002184 metal Substances 0.000 claims description 6
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 6
- 239000007788 liquid Substances 0.000 claims description 5
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 5
- 238000003780 insertion Methods 0.000 claims description 3
- 230000037431 insertion Effects 0.000 claims description 3
- 229920003052 natural elastomer Polymers 0.000 claims description 2
- 229920001194 natural rubber Polymers 0.000 claims description 2
- 229920003051 synthetic elastomer Polymers 0.000 claims description 2
- 238000001125 extrusion Methods 0.000 claims 1
- 239000005061 synthetic rubber Substances 0.000 claims 1
- 238000000034 method Methods 0.000 description 5
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 4
- 238000003825 pressing Methods 0.000 description 4
- 238000005452 bending Methods 0.000 description 3
- 238000004026 adhesive bonding Methods 0.000 description 2
- 238000005266 casting Methods 0.000 description 2
- 230000006835 compression Effects 0.000 description 2
- 238000007906 compression Methods 0.000 description 2
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 2
- 229920001971 elastomer Polymers 0.000 description 2
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 2
- 244000043261 Hevea brasiliensis Species 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 238000013016 damping Methods 0.000 description 1
- 230000003247 decreasing effect Effects 0.000 description 1
- 230000000994 depressogenic effect Effects 0.000 description 1
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 1
- 238000001746 injection moulding Methods 0.000 description 1
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 1
- 238000005065 mining Methods 0.000 description 1
- 238000000746 purification Methods 0.000 description 1
- 239000012858 resilient material Substances 0.000 description 1
- 239000004576 sand Substances 0.000 description 1
- 238000003466 welding Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16K—VALVES; TAPS; COCKS; ACTUATING-FLOATS; DEVICES FOR VENTING OR AERATING
- F16K3/00—Gate valves or sliding valves, i.e. cut-off apparatus with closing members having a sliding movement along the seat for opening and closing
- F16K3/02—Gate valves or sliding valves, i.e. cut-off apparatus with closing members having a sliding movement along the seat for opening and closing with flat sealing faces; Packings therefor
- F16K3/0227—Packings
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16J—PISTONS; CYLINDERS; SEALINGS
- F16J15/00—Sealings
- F16J15/02—Sealings between relatively-stationary surfaces
- F16J15/021—Sealings between relatively-stationary surfaces with elastic packing
- F16J15/022—Sealings between relatively-stationary surfaces with elastic packing characterised by structure or material
- F16J15/024—Sealings between relatively-stationary surfaces with elastic packing characterised by structure or material the packing being locally weakened in order to increase elasticity
- F16J15/027—Sealings between relatively-stationary surfaces with elastic packing characterised by structure or material the packing being locally weakened in order to increase elasticity and with a hollow profile
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16J—PISTONS; CYLINDERS; SEALINGS
- F16J15/00—Sealings
- F16J15/02—Sealings between relatively-stationary surfaces
- F16J15/06—Sealings between relatively-stationary surfaces with solid packing compressed between sealing surfaces
- F16J15/10—Sealings between relatively-stationary surfaces with solid packing compressed between sealing surfaces with non-metallic packing
- F16J15/12—Sealings between relatively-stationary surfaces with solid packing compressed between sealing surfaces with non-metallic packing with metal reinforcement or covering
- F16J15/121—Sealings between relatively-stationary surfaces with solid packing compressed between sealing surfaces with non-metallic packing with metal reinforcement or covering with metal reinforcement
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16J—PISTONS; CYLINDERS; SEALINGS
- F16J15/00—Sealings
- F16J15/46—Sealings with packing ring expanded or pressed into place by fluid pressure, e.g. inflatable packings
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16K—VALVES; TAPS; COCKS; ACTUATING-FLOATS; DEVICES FOR VENTING OR AERATING
- F16K3/00—Gate valves or sliding valves, i.e. cut-off apparatus with closing members having a sliding movement along the seat for opening and closing
- F16K3/02—Gate valves or sliding valves, i.e. cut-off apparatus with closing members having a sliding movement along the seat for opening and closing with flat sealing faces; Packings therefor
- F16K3/0281—Guillotine or blade-type valves, e.g. no passage through the valve member
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Architecture (AREA)
- Fluid Mechanics (AREA)
- Gasket Seals (AREA)
Description
\
Titel: Afdichtelement, afdichtprofiel en afdichting voorzien van een dergelijk afdichtelement en/of afdichtprofiel.
De uitvinding heeft betrekking op een afdichtelement voor afdichting van een opening, in het bijzonder een opening tussen twee buiseinden, bedoeld voor doorlating van een plaatvormige klep. Dergelijke afdichtingen worden onder andere toegepast in de procesindustrie, 5 baggerindustrie, mijnbouw en waterzuiveringsindustrie, waarbij met de klep een debiet door de buis wordt geregeld.
Bij deze bekende afdichtingen is elk buiseinde voorzien van een in hoofdzaak ringvormig afdichtelement, met relatief stijve randen en een relatief veerkrachtig middendeel. De afdichtelementen zijn zodanig in de 10 buiseinden gestoken, dat een eerste rand uitsteekt tot buiten de buis en bij volledig geopende klep aanligt tegen de eerste rand van het andere afdichtelement, ter vorming van een waterdichte afdichting. Bij sluiten van de klep worden de randen door de klep uiteen geduwd waarbij het verend middendeel wordt ingedrukt. Hierdoor kan de klep tussen de 15 afdichtelementen worden geschoven en zullen de eerste randen afdichtend aanliggen aan weerszijden van de klep.
Een nadeel van deze bekende afdichtelementen is dat het indrukken van het middendeel relatief veel kracht kost, welke kracht toeneemt bij toenemende indrukking. Een dergelijke veerkarakteristiek 20 leidt tot hoge bedieningskrachten van de klep en hoge wrijvingskrachten tussen de klep en het afdichtelement, hetgeen overmatige slijtage in de hand werkt en de kans op vroegtijdig falen verhoogt.
De uitvinding beoogt een afdichtelement van de hierboven beschreven soort te verschaffen, waarbij het nadeel van de bekende 25 afdichtelementen ten minste gedeeltelijk is opgeheven, met behoud van voordelen daarvan. Meer in het bijzonder beoogt de uitvinding een afdichtelement te verschaffen met een gunstige veerkarakteristiek.
1024078
I 2 I
I De uitvinding beoogt verder een afdichtelement te verschaffen, dat I
I bij axiale indrukking in hoofdzaak blijft aanliggen tegen een aan de opening I
I grenzende wand, in het bijzonder de binnenwand van een buiseinde. I
I Voorts beoogt de uitvinding een afdichting te verschaffen waarvan I
I 5 de onderdelen, in het bijzonder de afdichtelementen op relatief eenvoudige I
I wijze, nauwkeurig kunnen worden vervaardigd. I
I Deze en verdere doelen worden althans gedeeltelijk bereikt met een I
I afdichting volgens de maatregelen volgens conclusie 1. I
I Bij een afdichtelement volgens onderhavige uitvinding is het I
I 10 middendeel door middel van een kamer onderverdeeld in een eerste en I
I tweede wanddeel. Daarbij ligt het eerste wanddeel in gebruik aan een van I
I de buiswand afgekeerde zijde, terwijl het tweede wanddeel in hoofdzaak I
I tegen de buiswand aanligt. De vormgeving van de kamer is zodanig dat in I
I gebruik op het afdichtelement uitgeoefende krachten in hoofdzaak door het I
I 15 eerste wanddeel worden doorgeleid en dit wanddeel daarbij voornamelijk op I
I buiging belasten. Hierdoor wordt de veerkarakteristiek van het I
I afdichtelement voornamelijk door doorbuiging bepaald. Door een geschikte I
I keuze van de vormgeving, ligging en maatvoering van de kamer en een I
I daarmee samenhangend dikteverloop van het eerste wanddeel kan een I
I 20 enigszins Stormige veerkarakteristiek worden gerealiseerd, waarbij een I
I benodigde indrukkracht in eerste instantie toeneemt, vervolgens, bij I
I overschrijding van een bepaalde drempelwaarde, in hoofdzaak constant I
I blijft zodat inveren met relatief geringe kracht mogelijk is en tot slot, na het I
I bereiken van een maximale slag weer toeneemt. I
I 25 Een dergelijke veerkarakteristiek kan in principe zonder tweede I
I wanddeel worden gerealiseerd. Het tweede wanddeel biedt evenwel het I
I voordeel dat hiermee een tijdens doorbuiging tussen het eerste wanddeel en I
I de buiswand gevormde holte kan worden afgedicht. Hierdoor wordt I
I verhinderd dat vuil zich in deze holte ophoopt en, zeker na uitharding, I
I 30 terugkeer van het afdichtelement naar haar onvervormde toestand belet. I
I 1024070 I
3
Hierdoor zou het afdichtelement geen goede afdichting meer kunnen bieden bij geopende klep.
Teneinde aanliggen van het eerste wanddeel tegen de buiswand te bevorderen is de kamer bij voorkeur zodanig vormgegeven, dat het tweede 5 wandelement een relatief geringe dikte heeft. Hierdoor zal dit tweede wanddeel relatief eenvoudig vervormen en kan dit daardoor eenvoudig tegen genoemde buiswand worden gedrukt, bijvoorbeeld door een in de kamer opgebouwde druk van een daarin aanwezig fluïdum.
In een bijzonder voordelige uitvoeringsvorm is de kamer gevuld 10 met een vloeistof volgens de maatregelen volgens conclusie 5. Een vloeistof ie niet, althans moeilijk samendrukbaar en verhindert aldus dat de kamer in gebruik wordt gecomprimeerd. In plaats daarvan zal een verkleining in axiale richting gepaard gaan met een uitzetting in radiale richting, zodat het totale volume per saldo constant blijft. Dit effect kan met voordeel 15 worden aangewend om het tweede wanddeel tegen de buiswand aan te drukken of aangedrukt te houden. Bovendien oefent de vloeistof een gelijkmatige druk uit op de omringende wanden, hetgeen bijdraagt aan een gelijkmatige belasting van het afdichtelement.
In een nadere uitwerking wordt een afdichtelement volgens de 20 uitvinding gekenmerkt door de maatregelen volgens conclusie 6.
Het afdichtelement is bij voorkeur vervaardigd uit synthetisch of natuurlijk rubber, waarbij de randen zijn verstevigd met metalen inserts. Rubber heeft een relatief hoge slijtvastheid, is goed te verwerken, bestand tegen de relatief extreme gebruiksomstandigheden, in het bijzonder water 25 en modder, en heeft goede verende en dempende eigenschappen. De metalen inserts zijn bij voorkeur uitgevoerd als stijve, vormvaste ringen die, eenmaal ingebracht in een buiseinde, verhinderen dat de randen in radiale richting kunnen verplaatsen. De afdichtelementen kunnen bijvoorbeeld worden vervaardigd door gieten, waarbij de inserts integraal worden meegegoten.
30 De afdichtelementen worden evenwel bij voorkeur integraal met de inserts 1024073 I 4
I vervaardigd door intruderen. Onder intruderen wordt in deze context een I
I vervaardigingsproce8 verstaan waarbij een matrijs wordt gevuld met behulp I
I van een voor de matrijs opgestelde extruder, zoals bekend uit spuitgieten, I
I waarbij evenwel niet al het materiaal onder relatief hoge druk en snelheid I
I 5 wordt ingespoten, doch een deel van het materiaal onder relatief lage druk I
I en snelheid wordt ingebracht, door rotatie van een in de extruder opgestelde I
I schroef. Hierdoor kan verhoudingsgewijs met kleinere matrijzen worden I
I volstaan, waardoor kosten worden bespaard. I
I In een bijzonder voordelige uitvoeringsvorm wordt een I
I 10 afdichtelement volgens de uitvinding gekenmerkt door de maatregelen I
I volgens conclusie 7. I
I Door het afdichtelement uit twee aparte afdichtprofielen op te I
I bouwen kan de vervaardiging aanzienlijk worden vereenvoudigd, doordat I
I elk afdichtprofiel met een voor dat profiel meest geschikte I
15 vervaardigingstechniek kan worden gerealiseerd. Zo kan een eerste profiel, I
voorzien van de met inserts verstevigde randen en een deze randen I
verbindend eerste wanddeel, worden vervaardigd door intruderen, als I
I hierboven beschreven. Een tweede profiel, voorzien van de kamer en het I
I tweede wanddeel, kan dan bijvoorbeeld worden geëxtrudeerd. Hierdoor I
I 20 kunnen de vorm en afmetingen van de kamer en daarmee samenhangend de I
uiteindelijke veerkarakteristiek nog beter worden beheerst, zodat zeer I
I betrouwbaar en voorspelbaar afdichtgedrag wordt verkregen. De I
afzonderlijk gevormde profielen kunnen vervolgens, voorafgaand aan of I
tijdens het aanbrengen in de buis in elkaar worden geschoven, en worden bij I
25 voorkeur zodanig onderling verbonden, bijvoorbeeld door verlijmen, dat geen I
I water, zand of ander vuil daartussen kan komen. I
I De uitvinding heeft voorts betrekking op een eerste en tweede I
I afdichtprofiel, welke tezamen een afdichtelement volgens de uitvinding I
I kunnen vormen. De uitvinding heeft tevens betrekking op een afdichting I
I 1024078 5 van een opening tussen twee buiseinden en een daartussen beweegbare plaatvormige klep.
In de verdere volgconclusies zijn verdere voordelige uitvoeringsvormen van een afdichting, afdichtelement, afdichtprofielen en 5 werkwijze volgens de uitvinding beschreven.
Ter verduidelijking van de uitvinding zullen uitvoeringsvoorbeelden van een afdichting volgens de uitvinding nadèr worden toegelicht aan de hand van de tekening. Daarin toont:
Fig. IA in langsdoorsnede een opening tussen twee buissegmenten, 10 voorzien van een afdichting volgens de uitvinding, bij volledig geopende klep;
Fig. 1B de afdichting volgens Fig. IA in vervormde toestand, bij gesloten klep;
Fig. 2 in dwarsdoorsnede een eerste uitvoeringsvorm van een 15 afdichtelement volgens de uitvinding;
Fig. 3 in dwarsdoorsnede een tweede, tweedelige uitvoeringsvorm van een afdichtelement volgens de uitvinding; en
Fig. 4 een typische veerkarakteristiek van een afdichtelement volgens de uitvinding.
20 Figuren 1A,B tonen in langsdoorsnede een afdichting 1 van een opening 2 tussen twee buiseinden 3A,B, bedoeld voor doorlating van een plaatvormige klep 5, waarmee de doorgang en daarmee een debiet door de buiseinden 3A,B kan worden beïnvloed. De klep 5 kan daartoe met geschikte aandrijfiniddelen 4 (in Fig. IA slechts schematisch weergegeven) 25 worden verplaatst tussen een volledig geopende stand, als getoond in Fig. IA en een gesloten stand, als getoond in Fig. 1B. In beide standen wordt de opening 2 naar de omgeving toe waterdicht afgesloten door twee in hoofdzaak ringvormige afdichtelementen 10 welke in de buiseinden 3A,B zijn geschoven, tot aan een in het buiseinde 3A,B voorzien aanslagvlak 6, 30 welke op een axiale afstand L vanaf de buisrand is aangebracht, welke 1024078 I 6
I afstand L kleiner ie dan de hoogte H van het afdichtelement 10. Het I
I buisdeel L tot aan de aanslag 6 ie bijvoorkeur verzonken, met een diepte D I
I die in hoofdzaak gelijk is aan de breedte B van het afdichtelement 10 (zie I
I Fig. 2).
I 5 De afdichtelementen 10 (zie ook Fig. 2) zijn vervaardigd uit een I
I relatief veerkrachtig materiaal, bijvoorbeeld (synthetisch of natuurlijk) I
rubber, waarbij de eerste en tweede rand 12, 14 zijn verstevigd met althans I
in radiale richting relatief stijve, vormvaste inserts 13,15, welke I
bijvoorbeeld kunnen zijn vervaardigd van metaal. Teneinde de I
I 10 veerkarakteristiek van het afdichtelement 10 in axiale richting gunstig te I
I beïnvloeden is het middendeel 16 tussen de verstevigde randen 12,14 I
I voorzien van een in hoofdzaak rechthoekige kamer 18, welke zich tot nabij I
I de inserts 13,15 uitstrekt en enigszins uit het midden is geplaatst, zodat I
I het middendeel 16 is verdeeld in een eerste wanddeel 20, met een relatief I
I 15 grote dikte di en een tweede wanddeel 22, met een kleinere dikte d2. De I
I kamer 18 kan met een willekeurig fluïdum, bijvoorbeeld lucht, zijn gevuld I
I doch wordt bij voorkeur gevuld met een vloeistof, in het bijzonder water, I
I hetwelk bijvoorbeeld met behulp van een ventiel kan worden ingébracht. De I
I vloeistof zorgt ervoor dat de kamer 18 tijdens gebruik wel kan vervormen I
20 doch niet kan worden gecomprimeerd. Bovendien oefent de vloeistof een I
I gelijkmatige druk uit op de omringende wanden, hetgeen bevorderlijk is I
I voor een goed aanliggen van het afdichtelement 10 tegen de buiswand, zoals I
I nog nader zal worden uitgelegd. I
I Ben afdichtelement 10 als hiervoor beschreven wordt met de I
I 25 tweede rand 14 voorliggend in een buiseinde 3A,B geschoven, totdat deze I tweede rand 14 aanligt tegen het aanslagvlak 6. In deze stand liggen de I inserts 13,15 in hoofdzaak binnen de buiseinden 3A,B en verhinderen aldus I dat het afdichtelement 10, althans de randen 12,14 daarvan, in radiale I richting kunnen verplaatsten. Het aanslagvlak 6 houdt verdere axiale
I 30 verplaatsing buisinwaarts tegen. Dankzij het verzonken buiseinde 3A,B
I 1024078 7 sluit de binnenwand van het afdichtelement 10 min of meer naadloos aan op de aangrenzende buiswand zodat een gladde binnenwand is verkregen. De eerste randen 12 van de afdichtelementen 10 reiken tot buiten het buiseinde 3A,B en Uggen bij geopende klep 5 (Fig. IA) afdichtend tegen elkaar aan.
5 Wanneer nu de klep 5 wordt gesloten (Fig. 1B) en daartoe tussen de eerste randen 12 wordt geschoven, zullen deze in axiale richting worden belast. Merk op dat de naar elkaar en naar de klep δ gekeerde randen 23 van de afdichtelementen 10 zijn afgeschuind, ter vorming van een V-vormige groef, die het insteken van de klep 5 vergemakkelijkt. Bovendien is 10 de kleprand zelf ook afgeschuind, waardoor de randen 12 geleidelijk uiteen zullen worden gedreven en de axiale belasting geleidelijk wordt opgevoerd. Door de asymmetrische ligging van het eerste wanddeel 20 ten opzichte van de eerste randen 12, zal dit wanddeel 20 tengevolge van deze axiale kracht op buiging worden belast, resulterend in een doorbuigen van het wanddeel 15 20 in een van de buiswand afgekeerde richting.
De bijbehorende veerkarakteristiek is schematisch weergegeven in fig. 4, in doorgetrokken lijn. Ter vergelijking is in onderbroken lijnen een veerkarakteristiek getoond behorend bij een afdichtelement 10 zonder kamer 18. Duidelijk is te zien dat in dat geval de benodigde kracht (uitgezet 20 op de Y-as) progressief toeneemt met toenemende indrukking (uitgezet op de X-as). Hierdoor zal de kracht op de klep 5, wanneer deze geheel tussen de eerste randen 12 is geschoven, relatief groot zijn, hetgeen tot hoge bedieningskrachten, wrijvingskracht en snelle slijtage leidt.
Bij een afdichtelement 10 volgens de uitvinding heeft de 25 veerkarakteristiek, na een aanvankelijk lineaire toename, een in hoofdzaak horizontaal verloop, waarbij de kracht voor het indrukken van de eerste randen 12 relatief laag is en vrijwel constant blijft. Pas wanneer een bepaalde maximale indrukking is bereikt neemt de kracht weer toe. Door er voor te zorgen dat bediening van de klep 5 in hoofdzaak in het horizontale 30 bereik van de veerkarakteristiek plaatsvindt, kan met relatief lage 1024078 ’ 8 bedieningskrachten worden volstaan, met bijbehorende lage wrijvingskrachten en geringe slijtage.
Bij het indrukken van het afdichtelement 10 wordt ook de kamer I 18 in axiale richting samengedmkt. Bij gelijkblijvend volume zal dit I 5 resulteren in een uitzetting in radiale richting. Doordat uitzetting in de I richting van de buiewand door die buiswand wordt tegengehouden, zal alle I radiale uitzetting plaatsvinden in een van deze wand gekeerde richting, I resulterend in een in hoofdzaak D-vormige kamer 18, als getoond in Fig. 1B.
I Daarbij wordt het tweede wanddeel 22 tussen de kamer 18 en de buiewand I 10 tegen de buiswand gedrukt, zodat tijdens vervorming van het I afdichtelement 10 een goede aanligging tegen de buiswand is gewaarborgd.
Hierdoor wordt verhinderd dat vuil zich tussen de buis en het afdichtelement kan ophopen en aldus terugkeer van het afdichtelement naar een onvervormde toestand (als getoond in Fig. IA) kan beletten.
I 15 Bij een afdichtelement 10 wordt derhalve enerzijds, dankzij het op I doorbuiging belaste eerste wanddeel 20, een voordelige veerkarakteristiek gekregen, waarbij de klep 5 na overwinning van een zekere drempelwaarde met minimale weerstand kan worden bediend, terwijl de met vloeistof I gevulde kamer 18, in combinatie met het tweede wanddeel 22 voor een 20 goede aanligging zorgt tegen de buiswand.
I Het in Fig. 2 getoonde afdichtelement 10 kan bijvoorbeeld worden vervaardigd door gieten of intruderen, waarbij de inserts 13,15 integraal I worden meegegoten, respectievelijk geïntrudeerd. Een nadeel van deze I vervaardigingswijzen is evenwel dat daarmee de afmetingen van de kamer I 25 18 niet nauwkeurig kunnen worden beheerst. In Fig. 3 is een alternatieve H uitvoeringsvorm getoond, waarbij dit nadeel is op gelost. Het afdichtelement H 10’ komt qua vormgeving in hoofdzaak overeen met de uitvoeringsvorm i volgens Fig. 2. Gelijke of corresponderende delen zijn met gelijke of I corresponderende verwijzingscijfers aangeduid. De uitvoeringsvorm I 30 verschilt evenwel van de in Fig. 2 getoonde variant, doordat het I 1024078 9 afdichtelement 10' uit twee losse afdichtprofielen 25, 26 is gevonnd, waarbij een eerste afdichtprofiel 25 de beide verstevigde randen 12,14 en een deze randen 12,14 verbindend eerste wanddeel 20 omvat en het tweede afdichtprofiel 26 de kamer 18 omvat, en het daaraan grenzend tweede 5 wanddeel 22. Een dergelijke tweedelige uitvoeringsvorm biedt het voordeel dat beide profielen 25, 26 elk met een verschillende vervaardigingstechniek kunnen worden vervaardigd, die voor het betreffende profiel 25, 26 het meest geëigend is. Zo kan het eerste profiel 25 worden geïntrudeerd, net als de uitvoeringsvorm volgens Fig. 2, waarbij de inserts 13,15 integraal worden 10 meegeïntrudeerd,.terwijl het tweede profiel 26 kan worden geëxtrudeerd.
Hierdoor is een zeer nauwkeurige beheersing van de kamerafmetingen mogelijk, en daarmee een nauwkeurige beheersing van de veerkarakteristiek.
De profielen 25, 26 zijn zodanig vormgegeven dat deze passend in 15 elkaar kunnen liggen, waarbij zij tezamen een in hoofdzaak rechthoekige doorsnede hebben, in hoofdzaak overeenkomend met de doorsnede van de uitvoeringsvorm volgens Fig. 2. Ook de werking daarvan komt overeen. De beide profielen 25, 26 kunnen los in elkaar worden gelegd doch worden bij voorkeur onderling verbonden met behulp van op zichzelf bekende 20 bevestigingsmiddelen, zoals bijvoorbeeld hoogfrequent of thermo-lassen of lijmen, een en ander zodanig dat zich tussen de profielen 25, 26 geen water of vuiligheid kan voegen.
De uitvinding is geenszins beperkt tot de in de beschrijving en de tekening getoonde uitvoeringsvoorbeelden. Vele variaties daarop zijn 25 mogelijk binnen het door de conclusies geschetste raam van de uitvinding.
Zo kan de kamer een andere doorsnede hebben, bijvoorbeeld ellipsvormig, waarbij de dikte di van het eerste wanddeel geleidelijk af· en/of toeneemt. Ook kan het afdichtelement, in samenwerking met het buieeinde, een van rechthoekig afwijkende dwarsdoorsnede hebben. Zo kan 30 de dwarsdoorsnede bijvoorbeeld richting de eerste of tweede rand enigszins 1024078
I 10 I
I taps toelopen. Ook kan zonder tweede wanddeel worden volstaan, in welk I
I geval het afdichtelement in hoofdzaak overeenkomt met het eerste I
I afdichtprofiel. De kamer kan op andere wijze zijn vervaardigd, bijvoorbeeld I
I door de holte in genoemd eerste afdichtprofiel af te dekken met een tweede I
I 5 wandelement, dat bijvoorbeeld door vulkaniseren tegen de verstevigde I
I randen kan worden vastgezet. I
I Deze en vele variaties worden geacht binnen het raam van de I
I uitvinding te vallen zoals verwoord in de hiernavolgende conclusies. I
I 1024078
Claims (19)
1. Afdichtelement (10) voor afdichting van een opening (2), in het bijzonder een epleetvormige opening (2) tussen een buisuiteinde (3A,B) en een zich evenwijdig aan dit uiteinde uitetrekkende, beweegbare plaatvormige klep (5) waarmee het buiseinde (3A,B) afsluitbaar is, waarbij 5 het afdichtelement (10) in hoofdzaak ringvormig ie, voorzien van verstevigde randen (12,14) en een deze randen (12,14) verbindend, relatief flexibel middendeel (16), welk middendeel (16) een kamer (18) omvat, begrensd door een eerste en tweede wanddeel (20, 22), waarbij het tweede wanddeel (22) in gebruik tezamen met de randen (12,14) aanligt tegen een aan de opening 10 (2) grenzende buiswand en het eerste wanddeel (20), bij axiale belasting van de randen (12,14), doorbuigt in een van het eerste wanddeel (20) afgekeerde richting.
2. Afdichtelement (10) volgens conclusie 1, waarbij de kamer (18) uit het midden van het middendeel (16) is geplaatst, zodat het tweede wanddeel 15 (22) een geringere dikte (d2) heeft dan het eerste wanddeel (20).
3. Afdichtelement volgens conclusie 1 of 2, waarbij de kamer (18) in onbelaste toestand een in hoofdzaak rechthoekige dwarsdoorsnede heeft, met afgeronde hoeken.
4. Afdichtelement volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij 20 de kamer (18) in belaste toestand een in hoofdzaak D-vormige dwarsdoorsnede heeft.
5. Afdichtelement volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de kamer (18) is gevuld met een fluïdum, bij voorkeur een vloeistof in het bijzonder water.
6. Afdichtelement volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het afdichtelement (10) is vervaardigd uit een relatief flexibel materiaal, in het bijzonder een natuurlijk of synthetisch rubber en de randen (12, 14) zijn 1024078’ I 12 I I verstevigd door middel van inserts (13,15) van een relatief stijf materiaal, I I in het bijzonder metaal. I
7. Afdichtelement volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij I I het afdichtelement (10) is samengesteld uit twee afzonderlijke, in elkaar I I 5 passende afdichtprofielen (25, 26), waarbij een eerste afdichtprofiel (25) de I I verstevigde randen (12,14) en het deze randen (12,14) verbindend eerste I I wanddeel (20) omvat, en het tweede afdichtprofiel (26) de kamer (18) omvat, I I en het aan deze kamer (18) grenzend tweede wanddeel (22). I
8. Afdichtelement volgens conclusie 7, waarbij het eerste profiel (25) I I 10 is vervaardigd door intruderen, waarbij metalen inserts (13,15) integraal I I zijn meegeïntrudeerd ter versteviging van de randen (12,14). I
9. Afdichtelement volgens conclusie 7 of 8, waarbij het tweede I I afdichtprofiel (26) is vervaardigd door extrusie. I
10. Afdichtelement volgens een van de conclusies 7*9, waarbij het I I 15 eerste en tweede afdichtprofiel (25, 26) in samengestelde, onbelaste toestand I I een in hoofdzaak rechthoekige dwarsdoorsnede hebben. I
11. Afdichtelement volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij I I de eerste rand (12) aan een in gebruik naar buiten toe gekeerde zijde is I I voorzien van een aanslagvlak, dat in gebruik kan aanliggen tegen een rand I I 20 van het buisuiteinde. I
12. Afdichtelement volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij I I de eerste rand (12) aan een in gebruik naar buiten toe gekeerde zijde is I I voorzien van een afgeschuind vlak (23), dat in gemonteerde stand, tezamen I I met een afgeschuind vlak (23) van een aangrenzend afdichtelement (10) een I I 25 V-vormige groef vormt, voor geleide doorlating van een eveneens V-vormig I I afgeschuinde rand van de plaatvormige klep (5). I
13. Afdichtelement volgens een van de conclusies 6-12, waarbij de I I inserts (13, 15) ringvormig zijn. I
14 I van de opening (2) tegen elkaar liggen, ter vorming van een waterdichte I afdichting. I
14. Afdichtprofiel (25), geschikt voor toepassing in een afdichtelement I I 30 (10) volgens een van de conclusies 7-12, omvattende een eerste wanddeel I I 1024078 I (20), dat nabij twee tegenover elkaar gelegen langszijden is voorzien van verstevigde randen (12,14), welke zich in hoofdzaak haaks op het eerste wanddeel (20) uitstrekken.
15. Afdichtprofiel (26), voor toepassing in een afdichtelement (10) 5 volgens een van de conclusies 7-13, tezamen met een afdichtprofiel (25) volgens conclusie 14, omvattende een in hoofdzaak langwerpige kamer (18), met afgeronde einden, en omgeven door relatief buigzame wanden.
16. Samenstel van een eerste afdichtprofiel (25) en een tweede afdichtprofiel (26), voor afdichting van een spieetvormige opening (2) met 10 een variabele breedte, waarbij het eerste afdichtprofiel (25) een eerste wanddeel (20) omvat, vervaardigd uit relatief flexibel materiaal, welk wanddeel (20) nabij twee langsranden is voorzien van zich in hoofdzaak haaks op dit wanddeel (20) uitstrekkende, met metalen inserts (13,15) verstevigde randen (12,14), waarbij het tweede afdichtprofiel (26) een met 15 een fluïdum gevulde kamer (18) omvat, welke aan een zijde is begrensd door een in hoofdzaak vlak tweede wanddeel (22), waarbij het tweede afdichtprofiel (26) zodanig tussen de randen (12,14) van het eerste afdichtprofiel (25) opneembaar is, dat het tweede wanddeel (22) een in hoofdzaak aaneengesloten vlak vormt met een van het eerste wanddeel (20) 20 afgekeerde zijde van deze randen (12,14), welke afdichtprofielen (25, 26) bij belasting van de ene rand in de richting van de andere rand zodanig kunnen samenwerken, dat de randen (12,14) in hoofdzaak evenwijdig aan zichzelf richting elkaar kunnen bewegen en met het tweede wanddeel (22) een in hoofdzaak aaneengesloten, vlak aanligvlak blijven vormen.
17. Afdichting (1) van een opening (2) tussen twee buiseinden (3A,B) en een daartussen beweegbare plaatvormige klep (5), waarbij in elk buiseinde (3A,B) een afdichtelement volgens een van de conclusies 1-13 is gestoken, zodat deze met een eerste rand (12) over een zodanige lengte tot buiten het buiseinde (3A,B) reiken, dat beide eerste randen (12) ter hoogte 1024078
18. Afdichting (1) volgens conclusie 17, waarbij de buiseinden (3A,B) op I enige afstand van hun uiteinde zijn voorzien van een steunrand (6), voor het I 5 in axiale richting afsteunen van de tweede rand (14) van een afdichtelement I (10). I
19. Afdichting (1) volgens conclusie 17 of 18, waarbij de buiseinden I (3A,B) een groef omvatten, voor opname van een afdichtelement (10), zodat I een naar binnen gekeerd oppervlak van dit afdichtelement (10) in hoofdzaak I 10 gelijk ligt met een aan de groef grenzend binnenoppervlak van het buiseinde I (3A,B). I I 1024078
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1024078A NL1024078C2 (nl) | 2003-08-08 | 2003-08-08 | Afdichtelement, afdichtprofiel en afdichting voorzien van een dergelijk afdichtelement en/of afdichtprofiel. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1024078A NL1024078C2 (nl) | 2003-08-08 | 2003-08-08 | Afdichtelement, afdichtprofiel en afdichting voorzien van een dergelijk afdichtelement en/of afdichtprofiel. |
| NL1024078 | 2003-08-08 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1024078C2 true NL1024078C2 (nl) | 2005-02-10 |
Family
ID=34374375
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1024078A NL1024078C2 (nl) | 2003-08-08 | 2003-08-08 | Afdichtelement, afdichtprofiel en afdichting voorzien van een dergelijk afdichtelement en/of afdichtprofiel. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL1024078C2 (nl) |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB1222529A (en) * | 1967-10-30 | 1971-02-17 | M & J Dev Co | Improvements in or relating to valves |
| US4113233A (en) * | 1977-10-11 | 1978-09-12 | Acf Industries, Incorporated | Seat structure for gate valves |
| US4688597A (en) * | 1986-08-22 | 1987-08-25 | The Clarkson Company | Gate valve |
| US5582200A (en) * | 1994-06-29 | 1996-12-10 | Warman International, Ltd. | Gate valve with spring assisted valve liner |
| WO2003060360A2 (en) * | 2002-01-15 | 2003-07-24 | Weir Do Brasil Ltda. | Guillotine valve |
-
2003
- 2003-08-08 NL NL1024078A patent/NL1024078C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB1222529A (en) * | 1967-10-30 | 1971-02-17 | M & J Dev Co | Improvements in or relating to valves |
| US4113233A (en) * | 1977-10-11 | 1978-09-12 | Acf Industries, Incorporated | Seat structure for gate valves |
| US4688597A (en) * | 1986-08-22 | 1987-08-25 | The Clarkson Company | Gate valve |
| US5582200A (en) * | 1994-06-29 | 1996-12-10 | Warman International, Ltd. | Gate valve with spring assisted valve liner |
| WO2003060360A2 (en) * | 2002-01-15 | 2003-07-24 | Weir Do Brasil Ltda. | Guillotine valve |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US8794639B2 (en) | Sealing assembly having liquid-filled seal | |
| US9746112B2 (en) | Permanently lubricated film gasket and method of manufacture | |
| US8474830B2 (en) | Gasket | |
| AU2014281176B2 (en) | Secured in place gasket for sealing pipelines | |
| CN101317032B (zh) | 具有密封圈的管道接头以及用于输送浓稠物质的管道系统 | |
| EP4028681B1 (en) | Lightweight sealing gasket for low pressure and non-pressure applications | |
| US8821019B2 (en) | Seal for a hydrostatic linear guide | |
| SE443217B (sv) | Ror med en vid enden i innerveggen runtgaende renna i vilken ett tetningsorgan er anbragt | |
| US10648602B2 (en) | Sealing gasket with specialized reinforcing ring for sealing plastic pipelines | |
| US5531455A (en) | Expansion joint sealing element | |
| NL8902306A (nl) | Buiskoppeling. | |
| NL1024078C2 (nl) | Afdichtelement, afdichtprofiel en afdichting voorzien van een dergelijk afdichtelement en/of afdichtprofiel. | |
| CA2846962C (en) | Threshold | |
| US20080253915A1 (en) | Self-Aligning Rotary Pistone Machine | |
| SE445132B (sv) | Packning av gummi eller liknande material | |
| CN107000560B (zh) | 用于轨道车辆的门密封装置、门密封系统和门扇 | |
| CN105307828A (zh) | 用于在注射成型过程中制造纤维增强的塑料构件的模具 | |
| EP4619219A1 (en) | Segmented grip ring for plastic pipe joint restraint systems | |
| KR101791353B1 (ko) | 수직 및 측하중에 강한 pvc 하수관 | |
| US5660501A (en) | Corner area for tubbing seals | |
| GB2075086A (en) | Duct linings | |
| NL1027918C2 (nl) | Afdichtorgaan, schuifafsluiter en werkwijze. | |
| KR20130143514A (ko) | 서로 사출 성형되는 2개의 플라스틱 컴포넌트를 유압식으로 밀봉하기 위한 가요성 밀봉 립 | |
| BE1020885A5 (nl) | Afwateringssamenstel, koppelstuk, eindstuk, kit en werkwijze voor het plaatsen hiervan. | |
| KR100967741B1 (ko) | 가변식 통수관 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20150901 |