NL1019949C2 - Broedmachine met warmtepijpen. - Google Patents
Broedmachine met warmtepijpen. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1019949C2 NL1019949C2 NL1019949A NL1019949A NL1019949C2 NL 1019949 C2 NL1019949 C2 NL 1019949C2 NL 1019949 A NL1019949 A NL 1019949A NL 1019949 A NL1019949 A NL 1019949A NL 1019949 C2 NL1019949 C2 NL 1019949C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- heat
- hatching
- space
- incubator
- air
- Prior art date
Links
- 230000012447 hatching Effects 0.000 claims description 54
- 239000003570 air Substances 0.000 claims description 36
- 238000001816 cooling Methods 0.000 claims description 34
- 239000007788 liquid Substances 0.000 claims description 23
- 235000013601 eggs Nutrition 0.000 claims description 21
- 238000009395 breeding Methods 0.000 claims description 19
- 230000001488 breeding effect Effects 0.000 claims description 19
- 238000000034 method Methods 0.000 claims description 11
- 238000001704 evaporation Methods 0.000 claims description 9
- 230000008020 evaporation Effects 0.000 claims description 9
- 238000011534 incubation Methods 0.000 claims description 8
- 238000009423 ventilation Methods 0.000 claims description 4
- 239000012080 ambient air Substances 0.000 claims description 3
- 230000001143 conditioned effect Effects 0.000 claims description 3
- 239000012530 fluid Substances 0.000 claims 2
- 238000005086 pumping Methods 0.000 claims 2
- 238000000605 extraction Methods 0.000 claims 1
- 239000000498 cooling water Substances 0.000 description 11
- 230000008569 process Effects 0.000 description 9
- 238000009835 boiling Methods 0.000 description 6
- 238000010438 heat treatment Methods 0.000 description 6
- 238000004378 air conditioning Methods 0.000 description 2
- 238000009833 condensation Methods 0.000 description 2
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 2
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 2
- 239000000203 mixture Substances 0.000 description 2
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- XAGFODPZIPBFFR-UHFFFAOYSA-N aluminium Chemical compound [Al] XAGFODPZIPBFFR-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 229910052782 aluminium Inorganic materials 0.000 description 1
- 230000005494 condensation Effects 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 239000000110 cooling liquid Substances 0.000 description 1
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 1
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 1
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 1
- 238000012864 cross contamination Methods 0.000 description 1
- 230000005484 gravity Effects 0.000 description 1
- 238000012423 maintenance Methods 0.000 description 1
- 230000007257 malfunction Effects 0.000 description 1
- 230000009467 reduction Effects 0.000 description 1
- 230000007704 transition Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K41/00—Incubators for poultry
- A01K41/02—Heating arrangements
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Animal Husbandry (AREA)
- Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
- Cold Air Circulating Systems And Constructional Details In Refrigerators (AREA)
- Housing For Livestock And Birds (AREA)
- Apparatus Associated With Microorganisms And Enzymes (AREA)
- Devices That Are Associated With Refrigeration Equipment (AREA)
Description
Korte aanduiding: Broedmachine met warmtepijpen.
5 De uitvinding heeft betrekking op een broedmachine met een koelsysteem. Met broedmachine wordt hierbij zowel een voorbroedmachine als een uitkommachine bedoeld. Om een broedproces goed te kunnen regelen is het noodzakelijk om afhankelijk van het aantal broeddagen warmteoverschot af te voeren. Het is bekend om dit 10 warmteoverschot via extra ventilatie langs de eieren af te voeren.
Dit is echter nadelig omdat het de samenstelling van de broedlucht verstoort en daardoor tot slechtere broedresultaten leidt.
Daarnaast is het algemeen bekend om koelwatersystemen toe te passen. Bijvoorbeeld US-A-5 410 985 openbaart een broedmachine 15 volgens de aanhef van conclusie 1, waarbij in de broedruimte koelspiralen zijn aangebracht die, op het moment dat koeling vereist is, doorstroomt worden met koud water of andere koelvloeistof.
Hiertoe staan de koelspiralen in verbinding met een koelwateraggregaat, ook wel chiller genoemd. Aldus kan de broedlucht 20 in de broedruimte indirect worden gekoeld door deze langs de koelspiralen te circuleren. Eén en hetzelfde koelwateraggregaat wordt vaak toegepast voor meerdere in een zelfde broedlokaal opgestelde broedmachines.
Nadelig hierbij is dat het koelwateraggregaat een grote 25 capaciteit moet hebben dat is afgestemd op het maximum warmteoverschot van de één of meerdere broedmachines tezamen. Zodra de capaciteit te laag zou zijn, kunnen zich in alle broedmachines temperaturen ontwikkelen die afwijken van de op dat moment voor de eieren gewenste broedtemperaturen. In de praktijk wordt dan ook vaak 30 een koelwateraggregaat met een grote overcapaciteit gekozen.
Daarnaast is het nadelig dat toekomstige uitbreidingen van het aantal broedmachines in het broedlokaal vooraf eigenlijk al meegenomen moeten worden bij de keuze voor een bepaald type koelwateraggregaat. Een koelwateraggregaat is uiterst kostbaar, en het aan moeten 35 schaffen van een tweede ten behoeve van een relatief kleine uitbreiding aan te koelen eieren zou de totale exploitatie teveel
: 0 1 g Q 4 S
2 gaan belasten. Verder is een dergelijk koelwateraggregaat complex en storingsgevoelig. Het koelwateraggregaat dient altijd over voldoende koud water te beschikken, onafhankelijk van het aantal vol gelegde broedmachines en bijvoorbeeld ook onafhankelijk van de 5 buitenluchttemperatuur buiten het broedlokaal waarin de broedmachine geplaatst is. Dit leidt tot hoge energiekosten.
De onderhavige uitvinding heeft tot doel de bovengenoemde nadelen ten minste gedeeltelijk te ondervangen, dan wel een bruikbaar alternatief te verschaffen. In het bijzonder heeft de uitvinding tot 10 doel een broedmachine te verschaffen met een eenvoudig koelsysteem dat voor elke broedmachine afzonderlijk de benodigde koelcapaciteit op een flexibele, hygiënische en goedkope wijze kan leveren.
Dit doel wordt bereikt door een broedmachine volgens conclusie 1. De broedmachine is hierbij voorzien van ten minste één warmtepijp 15 die op basis van verdampingswarmte werkt. Een dergelijke warmtepijp is in het vakgebied bekend als heatpipe. De warmtepijp strekt zich met een onderste deel uit binnenin de broedruimte en met een bovenste deel uit buiten de broedruimte. De warmtepijp is in staat om tijdens de fase van het broedproces waarin warmteoverschot ontstaat, dit 20 overschot af te voeren middels een verdampingsproces. De warmtepijp is gedeeltelijk gevuld met een verdampbare vloeistof die onder een bepaalde druk staat. De vloeistof en de druk worden hierbij gekozen in overeenstemming met een gewenste verdampingstemperatuur (kookpunt) voor de vloeistof. Deze gewenste verdampingstemperatuur hangt samen 25 met de gewenste temperatuur in de broedruimte, die circa 37,8 °C bedraagt. Teneinde deze gewenste broedtemperatuur niet te overschrijden en tijdig te kunnen beginnen met het afvoeren van warmteoverschot uit de broedruimte kan de verdampingstemperatuur in het bijzonder iets lager gekozen worden dan de gewenste 30 broedruimtetemperatuur. Indien tijdens het broeden warmteoverschot in de broedruimte ontstaat, kan dit worden afgevoerd via de warmtepijp. De relatief hoge temperatuur in de broedruimte brengt de vloeistof in de warmtepijp tot zijn kookpunt. Indien de vloeistof kookt koelt het zichzelf af door verdamping. Het hierbij ontstane gas kan zijn warmte 35 doorgeven aan de wanden van het zich buiten de broedruimte uitstrekkende deel van de warmtepijp. Dit doet het gas afkoelen en terugkeren naar zijn vloeibare toestand. De genoemde wanddelen geven op hun beurt de warmte direct of indirect door aan lucht buiten de 3 broedruimte. Te' denken valt aan het voeren van een relatief koude luchtstroom langs deze wanddelen, en/of aan het koppelen van deze wanddelen aan additionele koelmiddelen zoals peltier-elementen. Het toepassen van de warmtepijp brengt grote voordelen met zich mee. Zo 5 heeft de warmtepijp slechts zeer weinig energie nodig, en is deze aanzienlijk goedkoper in aanschaf dan bijvoorbeeld het koelwateraggregaat volgens de stand van de techniek. De geconditioneerde samenstelling van de broedlucht wordt met voordeel niet verstoord. Verder is de warmtepijp weinig volumineus, en 10 nagenoeg onderhoudsvrij.
Afhankelijk van het uit de broedruimte af te voeren warmteoverschot kan het zich buiten de broedruimte uitstrekkende deel van de warmtepijp onderworpen worden aan een grotere of kleinere externe koeling. Ook is het mogelijk om meerdere warmtepijpen toe te 15 passen. Aldus blijft de constructie van het koelsysteem eenvoudig en wordt een besparing van de exploitatiekosten bereikt. Investeringen in dure koelwateraggregaten zijn niet nodig. Uit berekeningen is gebleken dat kostenbesparingen van meer dan 75% in aanschaf- en exploitatiekosten kunnen worden bereikt.
20 Broedmachines staan veelal opgesteld in een broedlokaal. De temperatuur in een dergelijk broedlokaal wordt in het algemeen op 22-23 °C gehouden. Met voordeel is gebleken dat een partij eieren in de broedmachine efficiënt en in voldoende mate kan worden gekoeld met behulp van de warmtepijp volgens de uitvinding, bij gebruikmaking van 25 de broedlokaallucht van circa 22-23 °C voor het koelen van het bovenste deel van de warmtepijp. De gebruikte broedlokaallucht raakt hierbij niet vervuild en kan direct worden gebruikt voor het indien nodig verwarmen van het broedlokaal.
Verdere voorkeursuitvoeringsvormen zijn vastgelegd in de 30 onderconclusies.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een koelsysteem volgens conclusie 12, een broedlokaal volgens conclusie 13, en een werkwijze volgens conclusie 14.
De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van de 35 bijgaande tekeningen, waarin: fig. 1 een schematisch aanzicht is in doorsnede van een uitvoeringsvorm van de broedmachine volgens de uitvinding; 4 fig. 2 een schematisch aanzicht is in perspectief van de broedmachine in fig. 1; fig. 3 een koelsysteemeenheid toont uit fig. 1 met externe ventilatiemiddelen; en 5 fig. 4 een schematisch aanzicht is in doorsnede van een variant met additionele warmtewisselaars.
In fig. 1 en 2 is de broedmachine in zijn geheel aangeduid met het verwijzingscijfer 1. De broedmachine 1 omvat een behuizing 2 die een broedruimte 3 begrenst waarin eierwagens 4 geplaatst zijn. In de 10 broedruimte 3 zijn verder broedluchtcirculatiemiddelen 5 voorzien, die tijdens bedrijf geconditioneerde broedlucht langs zich in de eierwagens 4 bevindende eieren voeren.
Overeenkomstig de uitvinding is de broedmachine 1 uitgerust met een koelsysteem dat warmtepijpen 8 omvat. Elke warmtepijp 8 15 strekt zich met een onderste deel 9 uit binnen in de broedruimte 3 en met een bovenste deel 10 uit buiten de broedruimte 3.
Elke warmtepijp 8 is gedeeltelijk gevuld met een verdampbare vloeistof, die zal gaan koken indien in de broedruimte 3 een bepaalde temperatuur wordt bereikt. Met voordeel is het mogelijk om een 20 gewenst kookpunt voor de vloeistof in de warmtepijp 8 te bepalen, enerzijds door een keuze voor een vloeistof met bepaalde vloeistofeigenschappen, en anderzijds door een bepaalde druk in de warmtepijp 8 te laten heersen. Een hogere druk leidt bijvoorbeeld tot een lager kookpunt.
25 Zoals te zien in fig. 3 is nabij de bovenste delen 10 van de warmtepijpen 8 een ventilator 15 voorzien voor het middels luchtkoeling afvoeren van warmte aan de zich buiten de broedruimte 3 uitstrekkende delen 10 van de warmtepijpen 8.
Tijdens een broedproces wordt door de 30 broedluchtcirculatiemiddelen 5 broedlucht door de broedruimte 3 gecirculeerd. De broedlucht stroomt hierbij langs de onderste delen 8 van de warmtepijpen 8.
In de eerste fase van het broedproces dienen de eieren opgewarmd te worden. Hiertoe wordt veelal een afzonderlijk 35 verwarmingselement in de broedruimte 3 voorzien. In een tweede fase van het broeden beginnen de eieren warmte te produceren. Vanaf een bepaald moment dient gekoeld te worden om een gewenste broedtemperatuur in de broedruimte 3 te kunnen handhaven. Hiertoe 1 0 1 O Q A 9 5 dient warmteoverschot uit de broedruimte 3 te worden afgevoerd. Door nu het kookpunt van de vloeistof in de warmtepijpen 8 zodanig te kiezen dat de vloeistof ten minste begint te koken vanaf het moment dat het gewenst is om warmteoverschot af te voeren, kunnen de 5 warmtepijpen 8 tezamen het volledige warmteoverschot flexibel afvoeren tot buiten de broedruimte 3. Tijdens het koken van de vloeistof in de warmtepijpen 8, ontstaat damp. Dit verdampingsproces kost energie die aan de langsstromende warme broedlucht wordt onttrokken. Door nu langs de bovenste delen 10 van de warmtepijpen 8 10 koudere lucht te voeren via de ventilator 15, worden de bovenste delen 10 van de warmtepijpen 8 afgekoeld, als gevolg waarvan de daar naar toe gestegen damp weer afkoelt en zal gaan condenseren. De gecondenseerde vloeistof stroomt als gevolg van de zwaartekracht vanzelf weer terug naar de onderste delen 9 van de warmtepijpen 8.
15 Dit proces kan zich net zo lang herhalen als nodig is mits een voldoende hoge temperatuur in de broedruimte 3 heerst om de vloeistof in de warmtepijpen 8 aan de kook te brengen.
De snelheid van de verdampings-condensatiecycli kan eenvoudig worden beïnvloed door de bovenste delen 10 van de warmtepijpen 8 20 sneller of langzamer te koelen, waardoor meer of minder warmte per tijdseenheid uit de broedruimte 3 wordt afgevoerd. Dit kan hier worden bereikt door de ventilator 15 sneller of langzamer te laten draaien. Indien de externe koeling volledig wordt uitgeschakeld, zal het verdampings/condensatieproces nog wel doorgang kunnen blijven 25 vinden, maar zo langzaam verlopen, dat dit nauwelijks tot een merkbare afvoer van warmte zal leiden. Aldus kan de gewenste broedtemperatuur in de broedruimte 3 nauwkeurig binnen de gewenste grenzen worden gehouden.
De warmtepijpen 8 zijn ondergebracht in meerdere 30 koelsysteemeenheden 20 die bovenop de behuizing 2 zijn opgesteld. Aan weerszijden van de koelsysteemeenheden 20 zijn gemeenschappelijke luchtaanvoer- respectievelijk luchtafvoerkanalen 21, 22 voorzien.
Fig. 3 toont een dergelijke koelsysteemeenheid 20 meer in detail. Elke eenheid omvat meerdere warmtepijpen 8 die zijn ingeklemd 35 tussen verticaal opgestelde warmteoverdrachtsvlakken 25. De warmteoverdrachtsvlakken 25 zijn hierbij uitgevoerd als cirkelsegmenten, die bijvoorbeeld vervaardigd zijn uit gebogen aluminium platen. De warmteoverdrachtsvlakken 25 zorgen met voordeel 6 voor een aanzienlijke vergroting van het oppervlak waarlangs warmte middels luchtcirculatie toe- of afgevoerd kan worden aan de vloeistof in de warmtepijpen 8.
De warmteoverdrachtsvlakken 25 en de warmtepijpen 8 omsluiten 5 een centrale ruimte waarin een opvulelement 26 geplaatst is. Tussen het opvulelement 26 en de warmteoverdrachtsvlakken 25 c.q. warmtepijpen 8 is een luchtdoorstromingsspleet vrijgelaten. Aldus kunnen de luchtstromen de warmteoverdrachtsvlakken 25 zowel aan de binnenzijde alsmede aan de buitenzijde goed passeren. De 10 luchtdoorstromingsspleet is ter plaatse van de overgang tussen de onderste delen 9 en de bovenste delen 10 van de warmtepijpen 8 afgedicht. De afdichting loopt hierbij bij voorkeur evenwijdig aan het plafond van de behuizing 2.
De koelsysteemeenheden 20 zijn verder zodanig geconstrueerd, 15 dat de warmtepijpen 8 zich voor ten minste de helft in de broedruimte 3 uitstrekken. Meer in het bijzonder strekken de warmtepijpen 8 zich in hoofdzaak met een vijf/achtste deel uit in de broedruimte 3.
De eierbroedmachines zijn veelal opgesteld in een broedlokaal. Het broedlokaal kan zijn voorzien van een airconditioninginstallatie 20 of andersoortige luchtbehandelingsinstallatie, die werkt tussen de buitenlucht en de broedlokaallucht. Door het toepassen van de warmtepijpen volgens de uitvinding wordt kruisvervuiling van broedlucht en broedlokaallucht voorkomen, en kan tevens worden bereikt dat de airconditioning minder in werking hoeft te treden dan 25 bij de stand van de techniek. Met name in koude omgevingen, of bijvoorbeeld tijdens de nacht, kan de broedlokaaltemperatuur eenvoudig op een gewenst niveau van bijvoorbeeld 23°C worden gehouden zonder dat daarvoor additionele verwarming nodig is.
Met voordeel is verrassenderwijs gebleken dat de warmtepijpen 30 8 reeds goed kunnen functioneren bij een relatief klein temperatuurverschil, bijvoorbeeld een verschil van minder dan 15°C tussen de gewenste broedtemperatuur van 37,8 °C en een omgevingsluchttemperatuur van 23°C. Teneinde de efficiëntie te vergroten kan de ventilator 15 zodanig worden opgesteld dat de 35 koudere omgevingslucht langs de warmtepijpen 8 wordt gezogen. Op deze manier wordt voorkomen dat de warmteafgifte van de ventilatormotor het toch al lage temperatuurverschil verstoort.
7
De bovenzijden van de koelsysteemeenheden 20 zijn afgesloten met een geïsoleerd deksel.
De broedmachine 1 is bij voorkeur voorzien van een zodanig aantal koelsysteemeenheden 20, dat telkens één eenheid met 5 warmtepijpen 8 uitmondt nabij twee naast elkaar gelegen eierwagens 4. Aldus kan de broedmachine 1 eenvoudig als modulair systeem worden uitgevoerd, en kan de machine eenvoudig naar wens met telkens twee eierwagens en bijbehorende koelsysteemeenheid worden ingekort of uitgebreid.
10 In fig. 4 is een variant getoond. De broedmachine 1 omvat hier een behuizing 40 met broedluchtcirculatiemiddelen 41. De behuizing 40 begrenst een broedruimte 42 waarin zich meerdere warmtepijpen 43 met hun onderste delen uitstrekken. De bovenste delen van de warmtepijpen 43 kunnen naar wens worden gekoeld met behulp van kleine ventilatoren 15 44. Verder is een warmtewisselaar 50 voorzien met zich in de broedruimte 42 uitstrekkende leidingstelsels 51. De leidingstelsels 51 zijn hierbij spiraalvormig gewikkeld. Buiten de broedruimte 42 strekt zich een hoofdleiding 54 uit waarin een pomp 55 is opgenomen. De hoofdleiding 54 is aangesloten op de warmtewisselaars 50, en is 20 bestemd om tevens aangesloten te worden op warmtewisselaars van andere naastliggende broedmachines.
Door nu de naast elkaar liggende broedmachines steeds met een aantal dagen verschil te vullen met eieren, zal de situatie optreden dat in de ene broedmachine eieren aanwezig zijn die opgewarmd dienen 25 te worden, terwijl in de andere broedmachine eieren aanwezig zijn die reeds een warmteoverschot produceren. Door de pomp 55 in te schakelen zal vloeistof door de hoofdleiding 54 en door de meerdere warmtewisselaars 50 van de naast elkaar liggende broedmachines worden gepompt. Als gevolg van de temperatuurverschillen in de broedmachines 30 zal hierbij een voordelige warmteuitwisseling gaan plaatsvinden, waarbij de rondgepompte vloeistof in de ene broedruimte warmte opneemt die dan vervolgens in de andere broedruimte weer kan worden benut.
Tussen de hoofdleiding 54 en de warmtewisselaar 50 is een 35 aanstuurbare klep 58 voorzien. Aldus kan de warmtewisselaar 50 naar wens worden losgekoppeld van de hoofdleiding 54, bijvoorbeeld op het moment dat opwarming ongewenst is of wanneer koeling via de warmtepijpen 43 gewenst is.
10 1 1 i $ 8
Om te bereiken dat de warme vloeistof die zich na sluiten van de klep 58 nog in het leidingstelsel 51 bevindt, leidt tot een naijlen van het opwarmingseffect, zijn de leidingstelsels 51 aangesloten op zich buiten de broedruimte 42 uitstrekkende 5 hulpleidingen 59. De hulpleidingen 59 zijn eveneens spiraalvormig gewikkeld en zijn opgesteld in het invloedsgebied van de externe ventilatoren 44. Verder is een kleine circulatiepomp 60 voorzien die er in de dichte stand van de klep 58 voor kan zorgen dat de vloeistof door de hulpleidingen 59 alsmede door de leidingstelsels 51 kan 10 worden gepompt. Indien afkoeling gewenst is, dat wil zeggen indien de warmtepijpen 43 volop in werking zijn, dan zullen de ventilatoren 44 er tevens voor zorgen dat relatief koude lucht langs de hulpleidingen 59 wordt gevoerd. Hierdoor zal de zich daarin bevindende vloeistof worden afgekoeld. Aldus kunnen de warmtewisselaars in de dichte stand 15 van de klep 58 zelfs bijdragen aan additionele koeling naast de door de warmtepijpen afgevoerde warmte.
Met voordeel is in de broedmachine een thermostaat voorzien die afhankelijk van de gemeten temperatuur in de broedruimte 42 de diverse onderdelen van de broedmachine aanstuurt, zoals de 20 ventilatoren 44, de klep 58 en de pomp 60. Aldus kan eenvoudig worden gewaarborgd dat de broedtemperatuur binnen zeer nauwe grenzen blijft.
Gebleken is dat de bovenbeschreven samenwerking van de warmtepijpen met de warmtewisselaars kan leiden tot het verminderen van het aantal warmtepijpen met maar liefst 25%.
25 Naast de getoonde uitvoeringsvormen zijn vele varianten mogelijk. Zo kunnen de buiten de broedruimte gelegen warmtepijpdelen ook indirect gekoeld worden met behulp van Peltier-elementen. Ook kan de indeling van de broedruimte met de warmtepijpen, de partijen eieren, de circulatiemiddelen, etc. anders zijn. de broedmachine 30 leent zich in het bijzonder voor single-stage broeden, maar kan tevens worden gebruikt bij multi-stage broeden.
Aldus is volgens de uitvinding een broedmachine verschaft met relatief goedkope warmtepijpen, die ertoe bijdragen dat een optimale hygiëne, temperatuur en vochtigheid rondom de te broeden eieren 35 gehandhaafd kan blijven. Aangezien een broedproces voor eieren langzaam en voorspelbaar verloopt, kan met behulp van een aanstuurbare koeling van de bovenste delen van de warmtepijpen de broedtemperatuur eenvoudig en betrouwbaar binnen de gewenste grenzen ♦ 9 worden gehouden. De warmtepijpen zijn tezamen zelfs bij lage omgevingstemperaturen ruimschoots in staat om een broedlokaal te voorzien van kosteloze verwarming. De broedmachine volgens de uitvinding is relatief goedkoop in aanschaf, en benodigt tijdens 5 gebruik slechts een fractie van de energie die broedmachines volgens de stand van de techniek gebruiken.
j
Claims (14)
1. Broedmachine voor het broeden van eieren, omvattende: - een behuizing (2); 5. een in de behuizing (2) voorziene broedruimte (3) die is ingericht voor het daarin opnemen van eieren; - broedluchtcirculatiemiddelen (5) voor het in de broedruimte (3) circuleren van geconditioneerde broedlucht; en - een koelsysteem; 10 waarbij de broedlucht langs een zich in de broedruimte (3) uitstrekkend overdrachtsvlak van het koelsysteem gevoerd wordt, met het kenmerk, dat het koelsysteem ten minste één op basis van verdampingswarmte werkende warmtepijp (8) omvat, die zich gedeeltelijk uitstrekt 15 binnenin de broedruimte (3) en die zich gedeeltelijk uitstrekt buiten de broedruimte (3).
2. Broedmachine volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij ventilatiemiddelen zijn voorzien voor het middels luchtkoeling 20 afvoeren van warmte aan het zich buiten de broedruimte (3) uitstrekkende deel van de warmtepijp (8).
3. Broedmachine volgens conclusie 1 of 2, waarbij Peltier-elementen zijn voorzien voor het afvoeren van warmte aan het zich 25 buiten de broedruimte (3) uitstrekkende deel van de warmtepijp (8).
4. Broedmachine volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij een warmtewisselaar (50) is voorzien met een zich in de broedruimte (42) uitstrekkend leidingstelsel (51), dat is aangesloten op een zich 30 buiten de broedruimte (42) uitstrekkende hoofdleiding (54) met een circulatiepomp (55) voor het daar doorheen pompen van een fluïdum, welke hoofdleiding (54) bestemd is om aangesloten te worden op warmtewisselaars (50) van naastliggende broedmachines.
5. Broedmachine volgens conclusie 4, waarbij een aanstuurbare klep (58) voorzien is tussen het leidingstelsel (51) van de warmtewisselaar (50) en de hoofdleiding (54). !
6. Broedmachine volgens conclusie 3 en 5, waarbij het leidingstelsel (51) van de warmtewisselaar (50) verder is aangesloten op een zich buiten de broedruimte (42) uitstrekkende hulpleiding (59), welke hulpleiding (59) is voorzien van een eigen circulatiepomp 5 (60) voor het daardoorheen pompen van een fluïdum in de gesloten stand van de klep (58), welke hulpleiding (59) zich buiten de broedruimte (42) ten minste gedeeltelijk uitstrekt in het invloedsgebied van de ventilatiemiddelen (44).
7. Broedmachine volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij meerdere warmtepijpen (8) zijn voorzien.
8. Broedmachine volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de warmtepijp (8) langs ten minste een deel van zijn buitenwand 15 voorzien is van zich naar buiten toe uitstrekkende warmteoverdrachtsvlakken.
9. Broedmachine volgens conclusie 7 en 8, waarbij de warmteoverdrachtsvlakken zich telkens uitstrekken tussen twee naast 20 elkaar gelegen warmtepijpen (8) .
10. Broedmachine volgens conclusie 9, waarbij de warmteoverdrachtsvlakken en warmtepijpen (8) een centrale ruimte begrenzen, waarin een opvulelement geplaatst is onder vrijlating van 25 een luchtdoorstromingsspleet.
11. Broedmachine volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de warmtepijp (8) zich voor ten minste de helft, en in het bijzonder in hoofdzaak 5/8ste, uitstrekt binnenin de broedruimte (3) . 30
12. Koelsysteem met warmtepijp (8) gebruik makend van verdampingswarmte voor toepassing in een broedmachine volgens één van conclusies 1-11. 1
13. Broedlokaal met daarin geplaatst ten minste één broedmachine volgens één van de conclusies 1-11.
14. Werkwijze voor het broeden van eieren met een broedmachine volgens één van de conclusies 1-11, waarbij broedlucht vloeistof in het zich in de broedruimte uitstrekkende deel van de warmtepijp (8) doet verdampen onder onttrekking van warmte aan de broedlucht, en 5 waarbij de ontstane vloeistofdamp in het zich buiten de broedruimte (3) uitstrekkende deel van de warmtepijp (8) condenseert onder afgifte van warmte aan de omgevingslucht.
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1019949A NL1019949C2 (nl) | 2002-02-12 | 2002-02-12 | Broedmachine met warmtepijpen. |
| EP03075353A EP1334658A3 (en) | 2002-02-12 | 2003-02-05 | Hatching machine with heat pipes |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1019949A NL1019949C2 (nl) | 2002-02-12 | 2002-02-12 | Broedmachine met warmtepijpen. |
| NL1019949 | 2002-02-12 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1019949C2 true NL1019949C2 (nl) | 2003-08-21 |
Family
ID=27607213
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1019949A NL1019949C2 (nl) | 2002-02-12 | 2002-02-12 | Broedmachine met warmtepijpen. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP1334658A3 (nl) |
| NL (1) | NL1019949C2 (nl) |
Families Citing this family (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN107926760A (zh) * | 2017-12-26 | 2018-04-20 | 安徽瑞格电子科技有限公司 | 智能双环流孵化机 |
| CN111903610B (zh) * | 2020-08-20 | 2024-08-20 | 广西壮族自治区畜牧研究所 | 一种非洲鸵鸟蛋在南方的孵化方法及装置 |
| CN113892446B (zh) * | 2021-10-26 | 2022-11-22 | 徐州兴梁农业发展有限公司 | 一种利用地热能发电可循环的温室孵化装置 |
| CN115885894A (zh) * | 2022-09-15 | 2023-04-04 | 湖北逸清源现代农业发展有限公司 | 一种家禽养殖用孵化床恒温装置 |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3216215A (en) * | 1964-02-27 | 1965-11-09 | Climate Inc | Temperature controlled incubator-hatchers |
| US5046553A (en) * | 1989-09-01 | 1991-09-10 | Deutsche Forschungsanstalt Fuer Luft- Und Raumfahrt E.V. | Heat pipe |
| US5410985A (en) | 1992-01-21 | 1995-05-02 | Chick Master Incubator Company | Poultry incubator and method |
-
2002
- 2002-02-12 NL NL1019949A patent/NL1019949C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2003
- 2003-02-05 EP EP03075353A patent/EP1334658A3/en not_active Withdrawn
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3216215A (en) * | 1964-02-27 | 1965-11-09 | Climate Inc | Temperature controlled incubator-hatchers |
| US5046553A (en) * | 1989-09-01 | 1991-09-10 | Deutsche Forschungsanstalt Fuer Luft- Und Raumfahrt E.V. | Heat pipe |
| US5410985A (en) | 1992-01-21 | 1995-05-02 | Chick Master Incubator Company | Poultry incubator and method |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP1334658A3 (en) | 2004-01-02 |
| EP1334658A2 (en) | 2003-08-13 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US10179307B2 (en) | Air compressor | |
| US8387687B2 (en) | Method and apparatus for cooling electronic enclosures | |
| US5590532A (en) | Solid state liquid temperature processor | |
| US11388862B2 (en) | Grow cabinet | |
| CN102313483A (zh) | 诱导通风式冷却塔 | |
| NL2008531C2 (nl) | Tankcontainer. | |
| NL1019949C2 (nl) | Broedmachine met warmtepijpen. | |
| WO2022241153A1 (en) | Mechanical-cooling, free-cooling, and hybrid-cooling operation of a chiller | |
| AU2022248963A1 (en) | Multi-stage thermal management system | |
| RU2273806C2 (ru) | Радиатор | |
| EP2041496B1 (en) | An arrangement and a method for changing the temperature of a first and a second fluid located in two separate receptacles | |
| US4010624A (en) | Air conditioning system | |
| US2903247A (en) | Radiators of the baseboard type | |
| EP0107495A2 (en) | Combined refrigeration and heating circuits | |
| US4989417A (en) | Cold storage warehouse | |
| WO2017027021A1 (en) | Air conditioning tower | |
| TW202434842A (zh) | 用於hvac&r系統之熱交換器 | |
| KR101762264B1 (ko) | 공냉식 냉각기가 적용된 온도제어장치 및 이에 의한 온도제어방법 | |
| EP3704934B1 (en) | Apparatus for the automation of hydroponic cultivation and/or drying of plants | |
| RU2752210C2 (ru) | Теплообменное устройство и способ теплообмена между воздухом и текучей средой, транспортируемой внутри теплообменника | |
| CN212378340U (zh) | 一种一体式自动售货机制冷模块 | |
| KR101506844B1 (ko) | 농수산물 진공 건조 시스템 | |
| GB1571659A (en) | Combined storage tank and heat exchanger unit and a water heating system incorporating a said unit | |
| US20250241249A1 (en) | Dehumidifier systems and assemblies | |
| US2040118A (en) | Aik circulating and conditioning |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| VD1 | Lapsed due to non-payment of the annual fee |
Effective date: 20060901 |