<Desc/Clms Page number 1>
"Strapbeugel"
EMI1.1
als
UITVINDINGSOCTROOI Prioriteit van de octrooiaanvrage ingediend in Nederland op 11 maart 1985 onder het nr 8500681, op naam van Aanvraagster.
<Desc/Clms Page number 2>
Strapbeugel.
De uitvinding heeft betrekking op een strapbeugel ter voorkoming van beschadiging van de lading van een beladen pallet door strapband.
Teneinde pallets beladen met stapelingen zoals bijvoorbeeld plano's van kartonnen dozen en dergelijke te kunnen transporteren, worden aldus beladen pallets in de praktijk vertikaal omsnoerd met strapband uit metaal of kunststof. In afhankelijkheid van de spanning op de strapband en de hardheid van lading kan de lading geheel of gedeeltelijk door de strapband worden beschadigd. In de meeste gevallen treedt dit op aan de bovenrand van de lading, bij het vastsnoeren van bijvoorbeeld een stapel kartonplano's kunnen vijf of meer van de bovenste plano's aan hun zijkanten worden beschadigd, waardoor een ongewenst hoog uitvalspercentage ontstaat. Het wat losser aanleggen van de strapbanden rond de stapeling vormt geen oplossing, aangezien daardoor de stapel te los gebonden wordt en van de pallet kan afschuiven.
Volgens de uitvinding wordt nu een strapbeugel verschaft, waarmee dit ernstige nadeel uit de praktijk kan worden opgeheven.
Hiertoe voorziet de uitvinding in een strapbeugel, gekenmerkt door twee tegenovergelegen, stijve hoekstukken, elk met een vertikaal afhangende zijde en een horizontale zijde, met de vertikale zijden van elkaar afstaand en onderling evenwijdig, en de horizontale zijden naar elkaar toegekeerd en in een vlak gelegen, en ten minste een in lengte varieerbaar, stijf dwarsstuk, waardoor de horizontale zijden van de twee hoekstukken aan hun bovenzijden tussenverbonden zijn.
Door één of meer van dergelijke strapbeugels aan te brengen aan de bovenzijde van een te omsnoeren stapel en de strapband te omwikkelen ter plaatse, waar zo'n beugel is aangebracht, wordt op even eenvoudige als doeltreffende wijze voorkomen, dat bovenrandbeschadiging van bijvoorbeeld een stapel plano's door te sterk insnoeren van strapband kan plaatsvinden, ongeacht de grootte van de spanning, die op het strapband wordt
<Desc/Clms Page number 3>
aangelegd.
Doelmatig kan de uitvoering van de strapbeugel zodanig zijn, dat de hoekstukken relatief kort zijn en in het midden tussenverbonden door het dwarsstuk.
Doelmatig kan daarbij de uitvoering zodanig zijn, dat het dwarsstuk een geleiding voor strapband vormt. Bij het aansnoeren van door deze geleiding aangebracht strapband worden de beide hoekstukken onder de gunstigste belastingsomstandigheden aangespannen, en is ook de positionering van het strapband optimaal.
Een dergelijke strapbeugel kan zodanig zijn uitgevoerd, dat het dwarsstuk gevormd wordt door twee in elkaar schuifbare holle buizen, waarvan de binnenbuis met zijn ene uiteinde aan het ene hoekstuk, en de buitenbuis met zijn andere uiteinde aan het andere hoekstuk vastgezet is. Doelmatig kunnen daarbij de beide holle buizen in dwarsdoorsnee rechthoekvormig zijn. De strapband kan bij een dergelijke uitvoering door de binnenste holle buis worden geleid en rond stapeling en pallet worden vastgesnoerd.
In bepaalde gevallen, onder meer, indien het strappen automatisch geschiedt, kan het doorvoeren van strapband door een holle geleiding een bezwaar zijn. In dat geval kan de strapbeugel zodanig zijn uitgevoerd, dat het dwarsstuk gevormd wordt door twee in elkaar glijdende, naar boven open U-rails, waarvan de ene met zijn ene uiteinde aan het ene hoekstuk, en de andere met zijn andere uiteinde aan het andere hoekstuk vastgezet is. Bij een dergelijke uitvoering dienen er maatregelen getroffen te worden, dat de beide U-rails niet op ongewenste wijze uit elkaar getrokken kunnen worden, hetgeen voorkomen kan worden door bijvoorbeeld de opstaande zijden van de U-rails naar elkaar toe te buigen. Een andere mogelijkheid is, dat de opstaande zijden van de buitenste U-rail omgeslagen zijn over de opstaande zijden van de binnenste U-rail.
Bij de tot nog toe besproken uitvoeringsvorm van de strapbeugel bestond deze uit twee relatief korte hoekstukken, tussenverbonden door één dwarsstuk, en bedoeld voor het geleiden van één strapband. Voor het vastzetten van een stapeling op een pallet gebruikt men derhalve in afhankelijkheid van het aantal aan te brengen strapbanden
<Desc/Clms Page number 4>
een even groot aantal van dergelijke strapbeugels.
Het is echter ook mogelijk de strapbeugel volgens de uitvinding zodanig uit te voeren, dat slechts één strapbeugel nodig is voor het stapeling ongeacht het aantal te gebruiken strapbanden. Een dergelijke strapbeugel heeft volgens de uitvinding het kenmerk, dat de hoekstukken relatief lang zijn en bij elk van hun lengte-uiteinden tussenverbonden door een dwarsstuk. Bij een dergelijke uitvoering worden de strapbanden tussen de beide dwarsstukken in over de hoekstukken geleid, waarbij het aantal strapbanden, gewoonlijk twee of drie, naar keuze kan worden genomen. Volgens een doelmatige uitvoeringsvorm bestaat de strapbeugel uit twee gelijkvormige delen, elk gevormd door een hoekstuk, aan zijn ene lengte-uiteinde vastverbonden met een binnenbuis, en aan zijn andere lengte-uiteinde met een buitenbuis.
Twee dergelijke delen worden tegenovergeplaatst in elkaar geschoven tot een strapbeugel.
De strapbeugel volgens de uitvinding kan zijn vervaardigd van elk geschikt materiaal, mits dit voldoende stijfheid biedt teneinde de beoogde bescherming tegen strapband te kunnen leveren. Geschikte materialen voor de hoekstukken en dwarsstuk of-stukken zijn bijvoorbeeld een stijf metaal zoals staal of aluminium. Ook kunnen de hoekstukken en dwarsstuk (ken) zijn vervaardigd van geschikte hard-plastic soorten, die de vakman welbekend zijn.
De uitvinding wordt thans nader toegelicht aan de hand van twee uitvoeringsvoorbeelden onder verwijzing naar de tekening. In de tekening toont : fig. l een aanzicht in perspectief van een eerste uitvoeringsvorm van de strapbeugel volgens de uitvinding, fig. 2 een schematisch bovenaanzicht van een met strapband vastgesnoerde planostapel, waarbij de strapbeugel van fig. l is toegepast, fig. 3 schematisch de helft van een tweede uitvoeringsvorm van de strapbeugel volgens de uitvinding, en fig. 4 een schematisch bovenaanzicht van een planostapel, vastgesnoerd met strapband, waarbij de strapbeugel van fig. 3 wordt toegepast.
In fig. l is een strapbeugel, algemeen aangegeven met l, volgens een eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding
<Desc/Clms Page number 5>
getoond. Deze strapbeugel bestaat uit twee tegenover gelegen hoekstukken 2 en 5, tussenverbonden door een dwarsverbinding 8,9. De hoekstukken 2 en 5 hebben horizontale zijden 3 respectievelijk 6, die in hetzelfde vlak gelegen zijn. De vertikaal afhangende zijden 4 en 7 van de hoekstukken 2 en 5 zijn evenwijdig aan elkaar.
Een in doorsnee rechthoekvormige holle buis 8 is met zijn ene uiteinde vastgelast op de bovenkant van de horizontale zijde 3 van het hoekstuk 2. In de holle buis 8 is een eveneens in doorsnee rechthoekvormige holle buis 9 heen en weer verschuifbaar. Het achteruiteinde van de holle buis 9 is vastgelast op de bovenkant van de horizontale zijde 6 van het hoekstuk 5. Aldus heeft men een in-en uitschuifbare I-vorm, in wezen bestaande uit twee in elkaar zetbare T-stukken. De hoekstukken 2 en 5 en de verbindingsstukken 8 en 9 zijn vervaardigd van stijf materiaal, bijvoorbeeld staalplaat of aluminiumplaat, of van een geschikte hard-plastic, bijvoorbeeld polyester.
De toepassing van de strapbeugel, getoond in fig. 1, is schematisch weergegeven in fig. 2. Daarin is in schematisch bovenaanzicht een planostapel 11 getoond, die geplaatst is op een pallet (niet weergegeven), en daarop vastgesnoerd door middel van twee strapbanden 10, Indien de strapbanden 10 direkt om de planostapel heen vastgesnoerd zou worden, zouden hierdoor ernstige beschadigingen aan de bovenrand van een dergelijke stapel kunnen ontstaan.
Bovendien zou door het insnoeren van de strapband in het kartonmateriaal de spanning van de strapband zodanig verminderen, dat bij transport de planostapel te los raakt, en kan schuiven op het dragende pallet en zelfs daarvan los kan raken.
Teneinde het een en ander te vermijden, wordt de strapbeugel van fig. 1 toegepast. Zoals te zien in fig. 2, zijn twee strapbeugels 1 naast elkaar gelegd over de planostapel zodanig, dat de hoekstukken 2 en 5 twee tegenover gelegen bovenrandgedeelten van de planostapel bekleden.
Door de holle buizen 8 en 9 is de strapband 10 geleid, die de stapel en de pallet omsnoerd en opzij (niet getoond) op een bepaalde spanning wordt vastgeklemd. Dankzij de beschermende werking van de hoekstukken 2 en 5, die de
<Desc/Clms Page number 6>
kracht, uitgeoefend door de strapband TTO Verdelen over het gehele oppervlak van de hoekstukken, is insnoering nu uitgesloten, en kan de strapband zo strak aangespannen worden als gewenst wordt, zonder dat enige beschadiging zal optreden. Zoals getoond in fig. 2 zijn voor het vastzetten van de stapel 11 twee strapbeugels 1 gebruikt, elk voor één strapband 10.
Mocht het in verband met de afmetingen van de planostapel gewenst zijn nog meer strapbanden te gebruiken, dient een corresponderend aantal strapbeugels te worden toegevoegd, aangezien elke strapbeugel slechts bedoeld is voor het geleiden van één strapband.
Bij de uitvoeringsvorm van fig. 1 vormt het holle in-en uitschuifbare verbindingsstuk 8,9 doeltreffend de funktie van strapbandgeleiding, waartoe de strapband door de holle buizen 8 en 9 moet worden geleid. In het geval van automatisch strappen dient evenwel deze geleiding van boven open te zijn, opdat automatisch de strapband kan worden aangebracht. In dat geval dient de bovenzijde van de holle buizen 8 en 9 open te zijn, opdat de strapband kan worden aangebracht. Daarbij dient er rekening mee gehouden te worden, dat de in elkaar schuifbare buizen 8 en 9 niet uit elkaar kunnen klappen, bijvoorbeeld door de bovenrand van de buitenste buis 8 nog gedeeltelijk over de binnenste buis 9 te laten overlappen.
Een ander mogelijkheid is om in plaats van de beide buizen U-rails te gebruiken, waarbij de opstaande zijden van de U wederzijds naar binnen gebogen zijn, opdat de binnenste U-rail niet uit de buitenste kan schieten. Ook is het mogelijk om in het geval van dergelijke U-rails de bovenranden van de buitenste U-rail om te slaan over de binnenste U-rail.
In fig. 3 is een tweede uitvoeringsvorm getoond van de strapbeugel volgens de uitvinding. Op dezelfde wijze als in fig. 2 is in fig. 4 schematisch in bovenaanzicht de toepassing van deze strapbeugel bij een planostapeling getoond.
De strapbeugel l'getoond in de fig. 3 en 4 verschilt daarin van de uitvoering, getoond in de fig. 1 en 2, dat de hoekstukken 2'en 5'aanzienlijk zijn verlengd, zodat zij nagenoeg de gehele lengte van de planostapel 11 bestrijken, terwijl de horizontale zijden 3'en 6'van de hoekstukken 2'en 5'met elkaar verbonden zijn door middel
<Desc/Clms Page number 7>
EMI7.1
van twee dwarsstukken in pYaa < ts*van"ee' 'oas bij de uitvoering van fig. 1. Deze dwarsstukken zijn bevestigd nabij de einden van de hoekstukken 2'en 5'. De uitvoering van de dwarsstukken, elk bestaande uit twee in elkaar schuifbare holle buizen 8', 9', is in wezen hetzelfde als die van de buizen 8,9 van fig. 1 en 2.
Aan elk van de hoekstukken 2'en 5'is telkens aan het ene uiteinde een buitenbuis 8'en een binnenbuis 9'gelast, zodat de beugel in feite bestaat uit twee gelijkvormige delen, die in elkaar worden gezet. Dit heeft het voordeel, dat slechts een type beugelhelft behoeft te worden vervaardigd. Bij deze uitvoering wordt de grote strapbeugel op de vast te snoeren stapel 11 geplaatst en vervolgens worden strapbanden 10 (twee in het getoonde geval) tussen de beide dwarsstukken in om de stapel en het pallet gewikkeld en vastgezet. Het grote voordeel van deze uitvoering is, dat met één zo'n strapbeugel kan worden volstaan, ongeacht het aantal strapbanden, dat men nodig heeft voor het vastzetten van de planostapel 11. Bovendien vormen de lange, aan twee kanten tussenverbonden hoekstukken een versterkend frame, dat de hantering van de planostapel vergemakkelijkt.
Een ander voordeel van deze dubbele strapbeugel is, dat deze eenvoudig toepasbaar is bij automatisch strappen met een strapmachine.
Hoewel de uitvinding in het voorgaande is besproken en toegelicht aan de hand van twee uitvoeringsvormen, specifiek gericht op het vastsnoeren van palletten met planostapels, zal het duidelijk zijn, dat de uitvinding daar niet toe beperkt is, maar dat tal van varianten, die het wezen van de uitvinding in zich dragen, mede omvat zijn. Zo kunnen de geleidingsbuizen 8 en 9 bijvoorbeeld een andere vorm bezitten dan rechthoekvormig, bijvoorbeeld rond zijn, of kan een ander verbindingsstuk worden gebruikt, mits het aan de eis blijft voldoen, in lengte varieerbaar te zijn.
In de uitvoeringsvorm, getoond in fig. 3, waar de dwarsverbindingen (8', 9') uitsluitend verschuifbaar of in lengte varieerbaar dienen te zijn, maar in wezen geen geleidingsorgaan voor strapband behoeven te vormen, kan elk ander tussen-of verbindingsstuk worden genomen,
<Desc/Clms Page number 8>
EMI8.1
mits dit voldoende stijfheid bzit'en'j'"lefigüe varieerbaar is. Zo behoeft bijvoorbeeld de buis 9'niet hol te zijn, aangezien deze nu geen doorleidfunktie meer behoeft te hebben. Ook is het mogelijk in plaats van twee buizen, die in elkaar schuiven, twee staven te gebruiken, die langs elkaar schuiven in een gemeenschappelijke huls.
In het bovenstaande werd de strapbeugel volgens de uitvinding uitsluitend toegepast ter bescherming van de bovenranden van een met strapband vastgesnoerde stapeling.
Dit is voldoende in het geval, dat de palletranden uitsteken buiten de stapelbreedte. Indien de stapeling evenwel breder is dan de pallet, bestaat ook de kans op beschadiging van de onderranden van de stapeling. In dat geval kunnen de strapbeugels volgens de uitvinding ook worden gebruikt voor bescherming van de onderranden, De toepassing is daarbij overeenkomstig met die van de bovenranden. Alleen is het nodig er voor te zorgen, dat de pallet en de onder-strapbeugel of-beugels aan elkaar zijn aangepast ; in het bijzonder moeten de dwarsstukken qua breedte inpassen tussen twee aangrenzende bovenplanken van het pallet en moet hun hoogte zodanig zijn, dat de hoekstukken direkt op de planken van de pallet komen te rusten, - conclusies-