<Desc/Clms Page number 1>
EMI1.1
UIMLINDIUGSOCTROOI
EMI1.2
"AQtoat1sCh ontw1kkeapparaat voor R X - filmen" Apparaten voor het automatisch ontwikkelen en fixeren van
EMI1.3
-RX-filmen zijn bekend.
In het algemeen is het een bezwaar dat deze apparaten niet toelaten gebeurlijk ook "met de hand" te ontwikkelen.
De meeste inrichtingen zijn gebaseerd op bijvoorbeeld een
EMI1.4
ketting- of rolleneyetoem waarin de films gedurende de ontwikkeling bij iedere tussenstap met dezelfde snelheid vooruitgaanwat betekent dat voor de ganse behandeling veel tijd verloren gaat omdat de film overbodig
EMI1.5
in bepaalde phasefi/woruu opgehoden.
Verder omvatten vale apparaten mechanische, aan slijtage blootgestelde inrichtingen, waardoor de nauwkeurige werking na een zekere tijd in het gedrang wordt gebracht.
Met het apparaat volgens deze uitvinding worden deze na-
EMI1.6
delen vermeden, terwijl nog andere bijkomende woordden worden berik
<Desc/Clms Page number 2>
Het automatisch ontwikkelapparaat volgens de uitvinding waarin de te behandelen filmen achtereenvolgens in een in lijn op- gestelde klassieke reeks van baden voor ontwikkelen, spoelen, fixeren naspoelen, drogen ,.. worden behandeld,omvat een mechanisme voor kinematische en tijdelijke sturing dat volledig op een zijde van.voor- noemde reeks baden komt te staan.
Het mechanisme bestaat uit verschillende onafhankelijk , kinematisch en tijdelijk instelbare kettingen in gesloten kringloop met autonome sturing, met welke achtereenvolgend de film voorlopig zijdelings vrijdragend aangekoppeld, van bad tot bad en door oen droog* kamer zijn weg door het apparaat voldoet.
Elke ketting is voorzien ,van een uitwendige drager en van een koppelsysteem waarmee de drager aan de filmhouder vast- ot los- gekoppeld wordt, volgens de vereisten van de stand van de film in de totale behandelingskring.
De drager bestaat uit een buis, die evenals de filmhouders, loodrecht staat op het mediaanvlak der reeks behandelingsbaden, in welke buis een mof over - en weer kan geschoven worden, aldus de filmhouder al of niet koppelend aan de drager.
Het vermogen voor het heen en weer schuiven van de mof kan hydraulisch zijn.
Het vermogen voor het heen en weer schuiven van de mot kan pneumatisch zijn.
Het vermogen voor het heen en weer schuiven van de mof kan gebeuren door een lineaire eleotriaohe motor,
De filmhouder bestaat uit een horizontale staat, voorzien op ieder uiteinde van een kunststof aanstootblok en Van een verti- ,oale stang welke krachtens haar gewicht de filmhouder gedurig in verticale stand houdt, verder op zijn bovendeel van een draaghaak waarover de mof bij het aankoppelen'wordt geschoven of waarvan de mof wordt weggeschoven bij het ontkoppelen, en eindelijk aan zijn onderzijde van twee, rond..een horizontale as, scharnierende platen, aan hun binnenzijde voorzien van overeenstemmende spitsen,
welke de
<Desc/Clms Page number 3>
film klemmen door werking van een conisch element dat lateraal aan de overzijde van de scharnier tussen de platen geduwd wordt.
Door middel van een pedaal opent de bediende de eerste film- houder in het inlaadmagzijn, duwt een film daarin, lost het pedaal duwt op een knop wat de eerste ketting in beweging zet, ze met de filmhouder aankoppelt, deze naar beneden brengt en ontkoppelt als hij in het eerste bad duikt, waarbij de filmhouder door zijn zwaarte- kracht vooruitglijdt op twee evenwijdige hellende leels, om op einde koers gekoppeld te worden met de drager der tweede ketting welke hem tot aan het duiken in het tweede bad brengt, zich ontkoppelt en de filmhouder verder door zwaartekracht vooruit laat gaan op twee even- wijdige hellende reels, waar hij einde koers aangekoppeld wordt met de drager van de derde ketting welke hem tot duiken in het derde bad brengt, zicht ontkoppelt en de film onder zijn zwaartekracht vooruit laat glijden op twee andere evenwijdige hellende reels,
tot aan de vierde ketting welke door hetzelfde proces de filmhouder in het vierde bad brengt, hem daarin laat vooruitglijden om eindelijk door aankoppelen met een vijfde verticale ketting door twee droog- rollen naar boven getrokken worden, op een horizontale ketting neer,. gelegd waarop hij door de droogkamer wordt gebracht, tot aan twee evenwijdige reels waarop hij afglijdt om met een verdere verticale ketting gekoppeld te worden, inwelke de film wordt vrijgegeven en in een zamelbak afvalt, terwijl de houder door een andere horizontale ketting naar het magazijn der lege filmhouders terug wordt gebracht, waarna dezelfde kringloop weer kan beginnen enz...
De kenmerken der uitvinding zullen nu in een bijzondere uitvoering besohreven worden met referentie tot bijliggende tekeningen in welke zijn ; - Figuur 1 een perspektief zicht van het apparaat.
- Figuur 2 een schematisch dwarszicht van de verschillende ketting. kringlopen.
- Figuur 3 een langsdoorsnede van de droogkamer.,---,
<Desc/Clms Page number 4>
. Figuur 4 een dwarsdoorsnede van de droogkamer.
Figuur 5 een frontaalzioht van de filmhouder met filmt - Figuur 6 een frontaalzicht van motor met koppelingsmiddelen tussen ketting en filmhouder.
- Figuur 7 een frontaalaanzioht van motor met ontkoppelingsmecha- nisme.
De hoofdkarakteristiek van deze uitvinding bestaat erin dat de manipulatie van de film geschiedt door verschillende achter-* eenvolgende kettingen die onafhankelijk in gesloten kring werken, waarbij iedere ketting de filmhouder op een op voorhand vastgestelde plaats vastkoppelt, deze filmhouder met film naar boven en daarna naar beneden brengt en op een andere vastgestelde plaats terug loskoppelt, zodat de film op dat ogenblik in het voorziene bad terechtkomt.
De filmhouder ligt bij het loskoppelen op twee evenwijdige hellende reels, zodat de film door zijn eigen gewicht in het bad vooruit schuift tot in de stand waar hij door de volgende ketting zal worden vastgekoppeld.
Op deze wijze gaat de filmhouder van het ene bad naar het andere en wordt dan ook van het laatste bad door een in gesloten kringloop werkende ketting naar omhoog in de droogkamer gebracht waar hij wordt overgenomen door een andere horizontale ketting om de nodige tijd in de droogkamer door te brengen, zoals verder aan de hand van de tekeningen beschreven wordt,
In figuur 1 is de volledige eenheid volgens de nitvinding in perspektief voorgesteld.
Ze bestaat uit een prismatische kast 1 waarin 3 de plaats voorstelt waar de eerste niet voorgestelde filmhouder van het maga- zijn in de eenheid ingeladen wordt,3 een pedaal om gezegde film- houder te openen, 4 een film die ingeschoven wordt en vastgehaakt door lossen van gezegde pedaal, een knop voor het starten van het mechanisme, hetwelk door deur 6 kan bezichtigd worden.
<Desc/Clms Page number 5>
Zij omvat eveneens de in lijn achtereenstaande baden 20, 30, 40 en 50 zoals de droogkamer 7,
Boven de baden is een vrije ruimte 8 voorzien in dewelke een inactinisch negatosooop hangt.
De ruimte 10 omvat,het niet zichtbaar aandrijf- en trans- portmechanisme voor de films door de eenheid,.evenals de elektronische stuurapparatuur.
Op figuur 2 zijn de verschillende in lijn achterenestaande baden 20, 30, 40, 50, respectievelijk voor ontwikkelen, spoelen, fixeren, naspoelen met overeenkomende hangende individuele trans- portkettingen 21, 31, 41, 51, voorgesteld.
Op het einde van de behandeling in de baden worden de films door het droog systeem 60 gevoerd, dat bestaat uit een verti- kale transportketting 61 die tussen twee voorziene afdroogrollen 66 met een niet voorgestelde verende opstelling, de film naar boven brengt tot een ander horizontale ketting welke hem verder draagt.
Op het einde van zijn droogperiode wordt de film met zijn houder van ketting 67 losgelaten, schuift dan door zwaartekracht tot een vaste stand 62, wordt ter plaatse losgegrendeld van zijn houder en valt in een verzamelbak 65 (figuur 3). Op het uittreedpunt 62 van ket- ting 67 wordt de filmhouder naar omhoog gebracht door ketting 65 en dan in punt 68 op ketting 70 geplaatst en tot een houdermagazijn 71 teruggebracht, waar .een reeks houders wachten.
Naar gelang het inladen van filmen in de eindstand 72 en het in de kring van de eenheid brengen van de geladen filmhouders, schuiven de volgende ledige houders op tot zij in de stand 72 eveneens geladen en terug in de ontwikkelkring gebracht worden.
Zoals bovenvermeld, wordt de film met zijn houder staps- gewijze van een fase tot de andere door het ganse proces geleid.
Op een zeker punt van een fase wordt de filmhouder met de drager, solidair met de, ketting, gekoppeld; het vermogen hier.- voor wordt geleverd door een lineaire motor 80 (figuur 6) welke de
<Desc/Clms Page number 6>
mof 81 in de, drager 82 vooruitduwt totdat deze mof de ,draaghaak 83 met drager 82 aankoppelt.
Op een ander punt van dezelfde phaae gebeurt de ontkop- peling door middel van een gelijkaardige lineaire motor 86 (figuur 71waarbij de mof 87 niet vooruitgeduwd, dooh achteruit getrokken wordt, zodat de filmhouder van de drager 88 ontkoppeld wordt.
Het aankoppelen gebeurt zoals beschreven op punten 72 (voor het bad 20) 22 (voor het bad 30), 32 (voor bad 40),42 (voor bad 50),52 (voor droogkamer 60), 62 (voor het terugvoeren op ketting 70), het ontkoppelen op punten 23 (voor het bad 20),33 (voor bad 30), (voor bad 40), 53 (voor bad 50), 63 (voor de ketting 70),
De sturing der verscheidene bewegingen in het kader van iedere phase welke zijn :aankoppelen door motor, terugbrengen op uitgangspunt van motor, aangepaste verplaatsing van ketting, los- koppelen'door de andere motor, terugbrengen van deze op uitgangs- punt, verder doorlopen van ketting tot haar beginstand, gebeurt door een elektronische programator, die tevens alle beveiligings- elementen en tijdbasissen omvat.
Op figuur 5 is het bevestigingssysteem van de film in zijn houder schematisch voorgesteld, bestaande uit horizontale staaf 90, twee verticale stangen 91, twee kunststof aanstootblokken 92 en draaghaak 93, twee klemplaten 94 scharnierend rund as 95 en het konisch klemelement 96.
Het op de figuren 3 en 4 voorgestelde droogsyateem omvat drie functionele onderdelen - voorbereiden 101 (aanzuigen, verwarmen en filteren) van de lucht, - drogen 102 van de op band 67 vooruitgaande filmen, - afkoelen 103 en gelijktijdig drogen van de lucht.
Functie 101 omvat ventilator 104, geweven asbesteweerstanden 105 en filters 106.
Functie 102 omvat ketting 67 waardoor de filmen onder luchtinlaat 106 verplaatst worden.
<Desc/Clms Page number 7>
Functie 103 omvat een condensor 107 met condensaatbak 108' waarbij de luoht door rooster 109 en kanaal 110 (figuur 4) terug naar de luchtaanzuiging van ventilator 104 wordt gebracht,
Het feit dat heel het mechanisme aan de buitenkant der reeks baden is aangebraoht, laat gemakkelijke toegang aan deze moge- lijk, wat een gebeurlijke handontwikkeling zoals het gebruik van de negatosooop vergemakkelijkt. De mecanische lading der films en het feit dat de houders gedurig binnen een kringloop bl ijvent even- als de elektronische individuele sturing laat een snelle ontwikke- ling verwezenlijken, zodat tot 180 filmen per minuut kunnen worden behandeld met een doorgangatijd van 7 minuten.
Het apparaat mag naar keuze volledig of gedeeltelijk in zwarte kamer werken,
De kringllopwerking van de droge luoht laat toe ieder supplementaire ventilatie te vermijden.