<Desc/Clms Page number 1>
"Inrichting voor het spuitgieten onder druk."
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het spuitgieten onder druk, bevattende een matrijs met een door een voor- en een achtermatrijs begrensde matrijsholte, middelen voor het sluiten en openen van de matrijs, een koude kamer, een verbinding tussen de matrijsholte en de koude kamer en middelen voor het injecteren van spuitgietmateriaal in de matrijsholte.
De uitvinding heeft ten doel de bovengenoemde bekende inrichting zodanig te verbeteren, dat het spuitgietmateriaal
<Desc/Clms Page number 2>
niet voortijdig tot in de matrijsholte doordringt, nochtans tijdens de injectie deze holte radiaal vult.
Daartoe is de achtermatrijs van de inrichting volgens de uitvinding opgebouwd uit een eerste matrijsdeel en een ten opzichte daarvan beweeglijk matrijsdeel, drijven drijfmiddelen het beweeglijke matrijsdeel voor de aanvang van de injectie vanuit een eerste stand, waarin het mede de uiteindelijke vorm van het te spuitgieten voorwerp bepaalt, tot in een tweede stand, waarin het de verbinding afsluit, en drukken de vulmid- delen tijdens de injectie het beweeglijke matrijsdeel tegen de drijfmiddeien in naar de eerste stand terug.
Bij voorkeur drijft een in de achtermatrijs ingebouwde, door een medium gedreven motor het beweeglijke matrijsdeel.
Dan kan de koeling van de matrijs met ditzelfde medium plaats vinden. Indien het debiet van het door de matrijs stromende koelmedium van de relatieve stand van het eerste en het be- weeglijke matrijsdeel afhankelijk is, is de intensiteit en het tijdstip van de koeling op een eenvoudige en betrouwbare wijze geregeld.
Het is zowel een kenmerk als een voordeel van een in- richting volgens de uitvinding, dat in de matrijsholte daarvan voor de aanvang van de injectie aanmerkelijk minder lucht aan- wezig is dan in die van de bekende inlichting. Bij een juist gekozen vormgeving van het product kan deze lucht zelfs geheel ontbreken.
Daar bij de matrijs volgens de uitvinding het spuitgiet- material volkomen wordt belet vanuit de koude kamer in de matrijsholte binnen te dringen, kan deze kamer in tegenstel- ling met die van de bekende inrichtingen, geheel tot boven aan toe met apuitgietmateriaal worden gevuld, zodat bij de aanvang van de injectie geen lucht meer voor de drijfmiddelen, bijvoor- beeld in de vorm van een plunjer, aanwezig behoeft te zijn.
J
<Desc/Clms Page number 3>
Bij de verder ontwikkelde inrichtingen volgens de uitvinding is de mogelijkheid, dat lucht uit de koude kamer de vormholte binnendringt, geëlimineerd. De kenmerken van deze inrichtingen alsmede andere kenmerken en voordelen van de uitvinding zullen in de hiernavolgende beschrijving aan de hand van een tekening uiteen worden gezet.
Deze tekening stelt aohtereenvolgens athematisch inrich- tingen volgens de uitvinding voor en welt
Fig. 1 en 2 een uitvoeringsvorm met het beweeglijke matrijsdeel in respectievelijk de tweede en de eerste stand,
Fig. 3 en 4 een andere uitvoeringsvorm met het be- weeglijke matrijsdeel in respectievelijk de tweede en de eerste stand.
Fig. 5 een doorsnede volgens de lijn V-V van fig. 4.
Fig. 6, 7, 8 en 9 diverse verder ontwikkelde uitvoerings- vormen met het beweeglijke matrijsdeel in de tweede stand.
En Fig. 10 de uitvoeringsvorm volgens Fig. 9 met het beweeglijke matrijsdeel in de eerste stand.
De inrichtingen volgens de diverse uitvoeringsvormen bevatten elk een matrijs 1 met een'matrijsholte 2 die aan de ene zijde door een voormatrijs 3 en aan de andere zijde door een achtermatrijs 4 wordt begrensd, niet getekende middelen voor het openen en sluiten van de matrijs, een koude kamer 5 met een vulopening 20 en middelen in de vorm van een plunjer6 voor het tot in de matrijsholte 2 injecteren van spuitgietmateriaal
7 via de verbinding of opening 8 tussen de koude kamer 5 en de matrijsholte 2. Het spuitgietmateriaal 7 kan uit metaal of kunststof bestaan. De achtermatrijs 4 is opgebouwd uit een eerste matrijsdeel 4a en een ten opzichte daarvan beweeglijk matrijsdeel 4b. Tot zover komen de diverse uitvoeringsvormen volkomen met elkaar overeen.
Derhalve zijn hun genoemde onder- delen, die weliswaar in vorm kunnen verschillen, van dezelfde
EMI3.1
aanwijzin;sijiera voorzien.
<Desc/Clms Page number 4>
De veer 9 drukt het beweeglijke matrijsdeel 4b vanuit de in Fig. 2 getekende eerste stand tot in de in Fig. 1 aange- geven tweede stand. In deze tweede stand van het beweeglijke matrijsdeel 4b sluit dit onderdeel de opening 8 volkomen af.
Aldus kan de koude kamer 5 voor de aanvang van de injeotie ge- heel met spuitgietmateriaal 7 gevuld worden zonder gevaar dat dit materiaal voortijdig de matrijsholte 2 binnentreedt. In- dien nu de plunjer 6 het spuitgietmateriaal 7 in de koude ka- mer 5 onder druk brengt, wordt het beweeglijke matrijsdeel 4b tegen de druk van de veer 9 in teruggeschoven en zal het ma- teriaal 7 de koude kamer 5 via de opening 8 verlaten en de ma- trijaholte 2 vullen.
De verhouding van de door de veer 9 en de plunjer 6 veroorzaakte krachten kan zodanig worden gekozen, dat het metaal met de gewenste snelheid en druk de matrijsholte binnentreedt en het beweeglijke matrijsdeel 4b aan het einde van de injectie tegen de aanslag 10 in een bepaalde eerste stand tot rust komt, opdat het gietstuk een door die aanslag bepaalde juiste vorm aanneemt.
In plaats van een veer 9 kunnen andere drijfmiddelen, bijvoorbeeld een door lucht, gas of vloeistof gedreven motor, dienst doen. Zo vormt het beweeglijke matrijs deel 4b van de inrichting volgens de figuur 3 en volgende een oilinder 11, die nauw passend ten opzichte van de plunjer 12 axiaal ver- schuifbaar is. De plunjer 12 maakt een deel van het eerste matrijsdeel 4a uit.
Een drukmecium, bijvoorbeeld water, kan via de toevoer- leiding 13 door de plunjer 12 heen in de cilinder 11 worden geperst en kan in de eerste stand van het beweeglijke matrijs- deel 4b via de axiale kanalen 14, een ringkanaal 15 en een af- voerkanaal 16 met een geopende afsluiter 17 worden afgevoerd, Eventueel is de toevoerleiding 13 eveneens van een regelbare, afsluiter voorzien. De plunjer 12 is ten opziohte van de ci-
<Desc/Clms Page number 5>
linder 11 afgedicht door middel van een afdiohtingselement 18.
Ten slofte is een ontluchtingskanaal 19 voorzien. Wanneer het beweeglijke matrijsdeel 4b de in Fig, 4 getekende eerste stand heeft ingenomen en de afsluiter 17 gesloten is, kan door het toevoeren van water onder druk het beweeglijke matrijedeel 4b tot in de eerste stand worden bewogen. Na het verlaten van de eerste stand van het beweeglijke matrijsdeel 4b mag de af- sluiter 17 geopend worden, terwijl toch de druk van het water de opening 8 door middel van het matrijsdeel 4b gesloten houdt, aangezien het ringkanaal 15 niet met het afvoerkanaal 16 com- municeert. Tijdene de nu volgende injectie drukt het materiaal 7 zoals boven beschreven het beweeglijke matrijsdeel 4b tot in de eerste stand terug en wel tegen de waterdruk in.
Wanneer de eerste stand is bereikt, corresponderen het ringkanaal 15 en het afvoerkanaal 16 met elkaar, zodat thans water onder druk door de toevoerleiding 13, de cilinder 11, de axiale kanalen 14, het ringkanaal 15, het afvoerkanaal 16 en de geopende af- sluiter 17 kan stromen en aldus: de matrijs en in het bijzonder het beweeglijke matrijsdeel 4b intensief kan koelen. Opgemerkt wordt, dat in de van de eerste stand afwijkende stand van het beweeglijke matrijsdeel 4b, zoals in Fig. 3 is getekend, geen doorstroming van het koelmedium plaats vindt. Mooht dit onder bepaalde omstandigheden evenwel gewenst zijn, dan kunnen daar- toe vanzelfsprekend extra voorzieningen worden getroffen.
In deze fase van de gietcyclus is intensieve koeling in het al- gemeen niet gewenst en zal zelfs de aanwezigheid van een dampt kussen tussen de matrijsdelen 4a en 4b gerealiseerd kunnen worden, waardoor te sterke warmteonttrekking aan het metaal 7 dat zich in de koude kamer 5 bevindt, vermeden kan worden.
Teneinde na het verwijderen van het gietstuk en het sluiten van de matrijs het beweeglijke matrijsdeel 4b voor een volgende spuitgietoyclus wederom in de tweede stand te dringen,
<Desc/Clms Page number 6>
wordt de afsluiter 17 tijdelijk gesloten.
Door de juiste keuze van de druk van het drijfmedium van de cilinder 11 en de door de plunjer 6 op het spuitgiet- materiaal 7 uitgeoefende stuwdruk. kan op de bovenbeschreven
EMI6.1
wijze zoYé1 het binnentreden van het epuitgietmateriaal in de matrijsholte als ook de doelmatige koeling op zeer eenvoudige wijze automatisch worden geregeld*
De werking van inrichtingen volgens Fig. 6-10 ais overeenkomstig aan die van Fig. 3, 4 en 5. Voor de duidelijkheid, zijn in de figuren 6-10 de stromingkanalen voor het koel- en drijfmedium van de cilinder 11 niet getekend.
Bij de inrichting volgens de uitvinding hoeft de koude kamer 5 niet per sé horizontaal te liggen. Het is bijvoorbeeld mogelijk om de gehele inrichting onder een kleine hoek met het -horizontale vlak op te stellen (zie fig. 6), of alleen de koude kamer onder zulk een hoek te plaatsen (zie fig. 7).
Door deze voorzieningen wordt de hoeveelheid lucht tij- dens het de vulopening 20 passeren van de plunjer 6 sterk ver- minderd, terwijl ook geen lucht vanuit de koude kamer 5 naar de vormholte wordt verplaatst.
Nu de verbinding tussen de koude kamer en de matrijs- holte is afgesloten, is het zelfs mogelijk de inrichting ver- ticaal op te stellen (zie fig. 8-10). Thans is het de matrijs- holte binnendringen van lucht uit de koude kamer volkomen vermeden, terwijl bovendien een machinetype met veel aan- trekkelijke eigenschappen te construeren is. Tijdens het vul- len van de koude kamer 5 bevindt de plunjer 6 zich boven deze kamer. Voor de injectie beweegt de plunder 6 zich omlaag en treedt daarbij de koude kamer binnen. In plaats van de ge- schetste zuiver verticale opstelling van de inrichting kan bijvoorbeeld ten behoeve van de toegankelijkheid met haar hoofdas ook een opstelling onder een zekere hoek met de ver-
<Desc/Clms Page number 7>
tikaal worden gekozen.
In fig. 8 is een schroef 21 getekend, die in een gleuf 22 van het beweeglijke matrijsdeel 4b grijpt teneinde te voor- komen, dat het beweeglijke matrijsdeel 4b het eerste matrijs- deel 4a verlaat. Het spreekt vanzelf, dat een dergelijke voor- ziening evenals de in fig. 8 getekende middelen voor het uit- werpen van het gegoten voorwerp ook bij de inriohtingen vol- gens de figuren 1-7 is toe te passen. De laatstgenoemde middelen bestaan uit een in de achtermatrijs 4 om het beweeg- lijke vormdeel 4b grijpende bus 23, die in een ringvormige af- gesloten ruimte 24 axiaal en afdichtend verschuifbaar is.
Een drukmedium heeft via een kanaal 25 toegang tot deze ,ringvormige ruimte en kan de bus 23 naar buiten dringen, ten- einde het gegoten voorwerp van he beweeglijke matrijsdeel 4b af te schrapen. Een in een gleuf van de bus 23 grijpende schroef 26 voorkomt, dat de bus 23 uit de ringvormige ruimte
24 treedt.
Ten slotte zij er op gewezen, dat door de positie van het beweeglijke matrijsdeel 4b in de tweede stand de hoeveelheid lucht, die voor de aanvang van de injectie in de matrijsholte aanwezig is, aanmerkelijk minder is dan bij een inrichting volgens de tot dusver gangbare uitvoering. Bij een juiste vormgeving van het product kan deze lucht zelfs geheel of vrijwel geheel ontbreken. (zie fig. 9 en 10).
In dit geval kan de als uitwerper fungerende bus 23 door middel van de schroef 27, die in een gleuf 28 van het matrijsdeel 4b grijpt door het beweeglijke matrijedeel 4b meegenomen worden, zodat er tussen de bus 23 en de voorma- trijs een uiterst kleine speling over blijft, wanneer het matrijsdeel 4b in de tweede stand de opening 8 afsluit. Even- tueel wordt de bus 23 door tussenkomst van een veer door het beweeglijke matrijsdeel meegenomen. Het spuitgietmateriaal
<Desc/Clms Page number 8>
zal zowel het matrijsdeel 4b als de bus 23 omlaag drukken.
De in een groef van het matrijsdeel 4b grijpende schroef 26 fungeert ale aanslag voor het bepalen van de dikte van de kraag van het gegoten product en ook als aanslag voor het voorkomen van het uit de ringvormige ruimte 25 treden tijdens het uitwerpen.
Uiteraard bestaat onder:andere ook de'mogelijkheid het vormdeel 4b en de aanslag daarvan ten opzichte van het vormdeel 4a zo te construeren, dat het vormdeel 4b na ge- reedkomen van het gietstuk hieruit teruggetrokken kan worden. **WAARSCHUWING** Einde van DESC veld kan begin van CLMS veld bevatten **.