NL8900073A - Circulaire elektro magnetische motor. - Google Patents
Circulaire elektro magnetische motor. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8900073A NL8900073A NL8900073A NL8900073A NL8900073A NL 8900073 A NL8900073 A NL 8900073A NL 8900073 A NL8900073 A NL 8900073A NL 8900073 A NL8900073 A NL 8900073A NL 8900073 A NL8900073 A NL 8900073A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- motor
- coils
- motor according
- symmetry
- axis
- Prior art date
Links
- 239000006249 magnetic particle Substances 0.000 title abstract 2
- 230000003993 interaction Effects 0.000 claims description 4
- 238000007747 plating Methods 0.000 claims description 4
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 3
- 238000000034 method Methods 0.000 claims 9
- 238000010276 construction Methods 0.000 claims 1
- 230000005611 electricity Effects 0.000 claims 1
- 239000000446 fuel Substances 0.000 claims 1
- 229910000595 mu-metal Inorganic materials 0.000 claims 1
- 230000004907 flux Effects 0.000 description 4
- 239000013598 vector Substances 0.000 description 4
- 239000007789 gas Substances 0.000 description 2
- 239000002184 metal Substances 0.000 description 2
- 229910052751 metal Inorganic materials 0.000 description 2
- 241000218652 Larix Species 0.000 description 1
- 235000005590 Larix decidua Nutrition 0.000 description 1
- 230000001133 acceleration Effects 0.000 description 1
- 230000004888 barrier function Effects 0.000 description 1
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 1
- 239000002131 composite material Substances 0.000 description 1
- 239000004020 conductor Substances 0.000 description 1
- 230000009977 dual effect Effects 0.000 description 1
- 238000005265 energy consumption Methods 0.000 description 1
- 230000005484 gravity Effects 0.000 description 1
- 150000002739 metals Chemical class 0.000 description 1
- 229920002120 photoresistant polymer Polymers 0.000 description 1
- 239000010902 straw Substances 0.000 description 1
- 210000003462 vein Anatomy 0.000 description 1
Classifications
-
- H—ELECTRICITY
- H02—GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
- H02N—ELECTRIC MACHINES NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
- H02N11/00—Generators or motors not provided for elsewhere; Alleged perpetua mobilia obtained by electric or magnetic means
- H02N11/006—Motors
Landscapes
- Superconductive Dynamoelectric Machines (AREA)
Description
ir L. Vuyk b.i.
Circulaire electro-magnetische motor.
De uitvinding heeft betrekking op een circulaire electro-magnetische motor bestaande uit een of meer electrische spoelen, waarin een gelijkstroom wordt opgewekt, zodat een interaktie ontstaat tussen magnetische velden en electronen in de spoelen, waardoor een systeem van zogenaamde "Lorentzkraditen" pp de spoelen aangrijpt.
Door beïnvloeding van de magnetische velden en de stroomsterkte, kan de motor zich bestuurbaar door de ruimte voortbewegen, en de zwaartekracht trotseren.
De motor kan gébruikt worden als ruitevaart motor, en als hefwerktuig ten behoeve van het verplaatsen van lasten.
De huidige ruimtevaartuigen maken ten behoeve van de voortstuwing en sturing gebruik van raket motoren.
Het nadeel van deze voortstuwing is het inefficiënte energiegebruik, en de grote uitstoot van gassen en trillingen.
De onderhavige uitvinding kent deze nadelen in veel mindere mate.
Indien de stroonkringen supergeleidende eigenschappen bezitten, is de elektrische weerstand gelijk aan nul, en het energiegebruik zeer efficiënt.
De motor produceert geen geluid, gassen of trillingen, wel veroorzaakt deze krachtbron een zeer sterk eigen magnetisch veld (radiaal uitstralende magnetische fotonenbundels) .
Proefheningen van de uitvinder hebben aangetoond, dat in de huidige natuur wetenschappen het begrip; "magnetische flux" dient te worden uitgébreid met de volgende definitie; De magnetische flux in een bepaald oppervlak van een magnetisch veld, is de resultante van de door alle magnetische polen uitgezonden magnetische fotonen met een links-, en een rechtsdraaiend magnetisch moment, die het zelfde oppervlak per tijdseenheid passeren.
Noord en zuidpolen zenden fotonen uit met respectievelijk een links- en een rechtsdraaiend magnetisch moment.
In figuur A is dit weergegeven; in de doorsnede van de aarde is de verbindingslijn (1) tussen de magnetische polen (3 en 4), de magnetische evenaar (2) het middelpunt. (12), en de schil (13) van de aarde weergegeven.
De in een oppervlak passerende fotonen zijn weergegeven als vectorbundels, met een links moment (5) en een rechts magnetisch moment (6) aannemende dat (3) de noordpool is.
De lengte van de vectoren is een maat voor het aantal fotonen dat per tijdseenheid het oppervlak passeert, in de richting van de vector gemeten.
Si figuur B, zijn de bovenaanzichten weergegeven van de door streeplijnen verbonden fotorvsnbundels.
De resultanten van de fotcnenbundels zijn in vereenvoudigde vorm in figuur A, als vectoren (8 èn 9) weergegeven, ter linkerzijde van de streeplijn (11).
Door sansnstelling van deze resultanten ontstaat de ter plaatse van hetzelfde oppervlak aanwezige magnetische flux (10), in veetorvorm.
Tevens heeft de uitvinder vastgesteld, dat ock een electrische stroengeleider fotonen uitzendt, en wel volgens de raaklijnen aan het geleideoppervlak.
Vanuit het raakpunt aan-het geleideoppervlak, worden in de richting van de raaklijn, in de tegenover elkaar staande richtingen fotonen uitgezonden, die een aan elkaar tegengesteld magnetisch narent hébben.
Dit is de oorzaak, dat in een spoel een stabiele noord en zuidpool ontstaat indien er een gelijkstroom aanwezig is.
De zogenaamde Larentzkxacht wordt veroorzaakt door de interaktie tussen deze fotonen en bewegende electrcnen. Het foton met een lariks narent heeft vanuit de noordpool gezien (waaruit het is ontstaan), een uitwijking naar rechts van het elctron tot gevolg, het foton met een rechts moment heeft vanuit de zuidpool gezien (waaruit het is ontstaan) een uitwijking naar links van het electron tot gevolg.
Tevens is aangetoond dat metalen, die bekend staan als magnetisch afschernmgeriaal, zoals het zogenaamde 'W-raetaal", deze eigenschap ontlenen aan het feit dat ze voor magnetische fotonen ondoorzichtig zijn, doch wel in sterke mate op magnetische fotonen reagerai met de vorming van een evenwichtig veld van dipolen, waardoor het materiaal bekend staat zeer permeabel te zijn voor magnetische flux.
De fotonenbundels van figuur: A, zijn aangetoond, door een magnetometer te plaatsen in een doos, genaakt van nu-metaal, terwijl een gat in een der wanden de toetreding van fotonen uit een bepaalde richting mogelijk maakte.
In figuur: C, is liet princiepe van de magnetische krachtbron in doorsnede weergegeven.
In figuur: D is de halve doorsnede van de ringvormige motor in detail weergegeven,met as (42) als centrale ring as.
De Motor bestaat uit vaste magnetische afscherm beplating (17, 18, 19, 21, 22 en 23), deze beplating voorkomt een meer dan noodzakelijke uitstraling van fotonen die door de spoelen (19 en 21) wordt veroorzaakt.
Samen met de bewe^bare magnetische afschenribeplating (20 , 25 , 26 , 27, 28 , 29 en 30) worden twee volledige kooien rondom de spoelen (19 en 21) gevormd.
Ten behoeve van extra stabiliteits overwegingen is de vaste magnetischs afschermbepla-ting (24) aangebracht. De spoelen (19 en 21) hebben een kegelvormig oppervlak, evenals de ringai (17 en 24).
De motor heeft een onderzijde (43) en een bovenzijde (44). De onderzijde is, om een extern magnetisch veld te kunnen benutten, bij voorkeur in de richting van een der polen georienteerd, en qp aarde zo veel· mogelijk parallel ten opzichte van het aardoppervlak, en er naartoe gericht.
De hoeken (31, 32 en 33) zijn onafhankelijk van elkaar vrij te kiezen binnen een redes van nul tot negenentachtig graden, doch er is een voorkeur voor de reeks tussen twintig en veertig graden.
De afinetingen van de motor worden bepaald door de eisen die men aan de motot stelt op het gebied van de draagkracht, de bestuurbaarheid, de snelheids behoefte en het eventueel als cabine te benutten volume binnen de motorring.
De motor bestaat volgens Figuur; D, bij voorkeur uit twee secties gelegen tussen as (14 en 15) en as (15 en 16).
De stroomrichting van de beide spoelen (19 en 21) is omschakelbaar, om zowel op het zuidelijk- als het noordelijk halfrond te kunnen funktioneren.
Tevens is er een voorkeur om de stroomrichting in beide spoelen ten opzichte van elkaar tegengesteld te laten zijn, om het aard magnetisch veld, doch tevens het intem opgewekte magnetische veld optimaal te benutten.
In figuur D is dit schematisch aangegeven, de magnetische fotonen met gelijke spiit-richtingen, ontstaan uit externe bronnen; (34 , 35 , 36 en 37) en de fotonen met tegenovergestelde spin, ontstaan uit de eigen spoelen (45 en 46) veroorzaken op de spoelen (19 en 21) aangrijpende Lorentzkrachten (38, 39, 40, 41, 47 en 49) loodrecht gericht op zowel de richting van de fotoneribaan, als de electronenbaan in de spoel en tevens raar boven gericht.
De hoeveelheid fotonen die per tijdseenheid de spoelen treffen en tevens ue hoofd-iichting van waaruit ze de spoelen treffen wordt bepaald door de stuurkleppen (20 en 25 t/m 30).
Deze kleppen kunnen een lamelvorm hebben en zijn over de lengte as draaibaar, zodat op de uiterste stand de naastliggende lamel geraakt wordt en het vlak volledig wordt afgesloten.
De draairichting van de samengestelde kleppen (25 en 26), (27 en 28) en (29 en 30) is loodrecht op elkaar gericht, zodat de hoeveelheid doorgelaten fotonen en ock de richting ervan kan worden bepaald.
Op deze wijze kan de motor zwevend in evenwicht worden gehouden in een zwaartekracht veld, doch tevens kan een horizontale versnelling worden opgewekt, door aan een zijde op een spoel een overmaat aan loodrecht van onder komende fotonen te laten toetreden.
De in figuur D afgebeelde motor is een uitvoeringsvoorbeeld, en een van de vele mo-gelijke vormen die bruikbaar zijn als ruimtékracht bron.
Zo kan men de spoel met afschemkooi tussen as (14 en 15) weglaten en toch een bruikbare motor creeren met een enkele spoel (21). Deze motor is eenvoudiger te bouwen, doch heeft een minder grote actixadins in de richting van de magnetische evenaar, omdat slechts gebruik gemaakt kan worden van de in figurr A aangegeven en door de streep-lijn (49) begrensde fbtoneribundel.
Een opstelling met dubbele spoel, kan gebruik naken van een A-synetrisch fotonenveld, zoals in figuur A door de streeplijn (50) is begrensd.
Een dergelijke krachtbron kan veel dichter tot de magnetische evenaar naderen.
De motor ring tussen de assen (15 en 16) kan vervangen worden door een motorring zoals de assen (14 en 15) is weergegeven in gespiegelde vorm.
De plaats van de spoel blijft zo ongewijzigd op positie (21). Deze krachtbron is minder stabiel, door het ontbreken van een stabiliteitsvlak (24) doch tevens minder kwetsbaar voor botsing met objecten in de ruimte door het ontbreken van stuurkleppen in de opstaande zijwanden.
Claims (25)
1: Circulaire electro-magnetisdie motor, bestaande uit twee, of meer electrische spoelen die elk zijn opgesloten in een torus-vormige kooi gemaakt van magnetisch afscherm-materiaal, zoals het zogenaamde "mu-metaal", waarvan de wanden plaatselijk zijn geopend.
2: Motor, volgens conclusie: 1, met het kenmerk, dat de motor een enkele electro-magne-tische spoel bezit.
3: Motor, volgens een van beide vorige conclusies, met het kenmerk, dat een electrici-teits generator en brandstofbewaar voorzieningen zijn toegevoegd, en een inrichting cm de spoelen met reeds bekende technieken van een gelijkstroom te voorzien.
4: Motor, volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de electrische spoelen als zogenaamde supergeleidende spoelen worden gevoerd.
5: Motor, volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de spoelen een kegelvormig oppervlak bezitten, en de hoek van het kegelvlakkoorde met de symmetrie as ligt tussen nul graden en negenentachtig graden.
6: Motor, volgens een of meer van de voorgaande concluesies, met het kenmerk, dat de electrische spoelen zo doorgekoppeld zijn, dat de electrische stroomrichtingen in de spoelen tegengesteld aan elkaar zijn.
7: Motor, volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de spoelen ten opzichte van elkaar, in een loodrecht op de vlakken aangebrachte doorsnede, een V-vorm aannemen, waarvan de punt naar de onderzijde van de motor gericht is.
8: Motor, volgens een of meer van de voorgaande concluesies, met het kenmerk, dat de beweegbare kleppen in de kooiwanden zijn uitgevoerd als in het vlak van de kooiwand, par-ralel naast elkaar geplaatste stroken, die over de lengte as van de stroken draaibaar zijn, de wand volledig kunnen afsluiten, en in gesloten positie elkaar kunnen overlappen.
9: Motor, volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat er over de eerste laag kleppen in de kooiwand een tweede laag kleppen met gelijke eigenschappen is aangebracht, met als verschil, dat de draairichting van de naast elkaar geplaatste stroken loodrecht is geplaatst op de draairichting van de stroken in de eerste laag.
10: Motor, volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de ope-ningen in de kooiwand gevormd worden door bij andere technieken gebruikelijke diafragma-, of doorlaat constructies.
11: Motor, volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de doorsnede over de symmetrie as in princiepe overeenkomt met de doorsnede van figuur C.
12. Motor, volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de doorsnede over de symmetrie as in princiepe overeenkomt met het in figuur G gelegen deel tussen de assen (15 en 16) en de kleppen (20) als vaste kooiwand zijn uitgevoerd.
13: Motor, die volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kermerk, dat de soorsnede over de synmetrie as in princiepe overeenkomt met de doorsnede van figuur C, met dien verstande dat het deel tussen de assen (15 en 16) is vervangen door de over as (15) gespiegelde doorsnede tussen de assen (14 en 15), en de kleppen op positie (20) blijven gehandhaafd.
14: Motor, volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de motor in de richting van de synmetrie as (42) gezien, een driehoekiger-, of een meerhoekige vorm heeft.
15: Motor, volgens conclusie 12, roet het kenmerk, dat de motor in de richting van de synmetrie as (42) gezien een lineaire vorm heeft en de symmetrie as (42), de as (15) in figuur D, vervangt.
16: Motor, volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de kleppen op positie (20) zijn vervangen door een vaste beplating.
17: Motor, volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met bet kermerk, dat de afstand tussen as (42) en as (14) nihil is en de as (42) niet een symmetrie as is doch. een symmetrie vlak, zodat de motor een lineaire vorm bezit, met een lengte die afhangt van het gebruiks doel.
18: Motor, volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat er geen kleppen in de kooiwandgaten, zoals in (8) is anschreven, zijn aangebracht.
19: Werkwijze, voor het verplaatsen van een last, met behulp van een motor volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat in de spoelen een gelijkstroom wordt opgewekt, zodat een interactie ontstaat tussen magnetische velden en elee-tronen in de spoelen, waardoor een systeem van bestuurbare krachten op de spoelen aangrijpt, om de last te verplaatsen.
» 20: Werkwijze, volgens conclusie 19, met het kenmerk dat het magnetisch veld, bet aarcbiagnetisch veld is.
21: Werkwijze, volgens conclusie 19, met het kermefk dat het magnetisch veld, door de motor zelf wordt opgewekt.
22: Werkwijze, volgas conclusie 19, net het kenmerk dat zowel let aardnagnetisch veld als het zelfstandig opgewekte veld wordt benut.
23: Werkwijze, volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de gebruikte spoelen supergeleidende spoelen zijn.
24: Werkwijze, volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de spoelen Lorentzkraditen ondervinden door interactie, met een of meer magnetische velden, die worden toegelaten tot de spoelkooien, via de doorlaatopeningen in de kooi-wand.
25: Werkwijze, volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kermerk, dat de gelijkstrocinriditingen in de spoelen naar keuze kunnen worden cngeschakeld en per spoel kunnen worden bepaald.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8900073A NL8900073A (nl) | 1989-01-12 | 1989-01-12 | Circulaire elektro magnetische motor. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8900073A NL8900073A (nl) | 1989-01-12 | 1989-01-12 | Circulaire elektro magnetische motor. |
| NL8900073 | 1989-01-12 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8900073A true NL8900073A (nl) | 1990-08-01 |
Family
ID=19853945
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8900073A NL8900073A (nl) | 1989-01-12 | 1989-01-12 | Circulaire elektro magnetische motor. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL8900073A (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US5142861A (en) * | 1991-04-26 | 1992-09-01 | Schlicher Rex L | Nonlinear electromagnetic propulsion system and method |
-
1989
- 1989-01-12 NL NL8900073A patent/NL8900073A/nl not_active Application Discontinuation
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US5142861A (en) * | 1991-04-26 | 1992-09-01 | Schlicher Rex L | Nonlinear electromagnetic propulsion system and method |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| Vegt | The 4-dimensional Dirac equation in relativistic field theory | |
| US20100326042A1 (en) | Efficient RF Electromagnetic Propulsion System With Communications Capability | |
| van Breugel et al. | Is 3C 310 blowing bubbles? | |
| Grabowski et al. | A lattice of magneto-optical and magnetic traps for cold atoms | |
| US10072642B2 (en) | Uses of hydrocarbon nanorings | |
| NL8900073A (nl) | Circulaire elektro magnetische motor. | |
| Liu et al. | SU (5) monopoles and the dual standard model | |
| Kan et al. | Energy source and mechanisms for accelerating the electrons and driving the field‐aligned currents of the discrete auroral arc | |
| US5175466A (en) | Fixed geometry plasma and generator | |
| Wilczek | Anyons | |
| Bostick | What laboratory-produced plasma structures can contribute to the understanding of cosmic structures both large and small | |
| Maggiore | The Los Alamos nuclear microprobe with a superconducting solenoid final lens | |
| Obana et al. | Magnetic field design of a superconducting magnet for a FFAG accelerator | |
| Dubinin et al. | Mass-loading near Mars | |
| Hull et al. | Analysis of levitational systems for a superconducting launch ring | |
| US4760311A (en) | Sub-nanosecond rise time multi-megavolt pulse generator | |
| Yoshida et al. | Levitation forces in single-sided linear induction motors for high-speed ground transport | |
| Gobbi | EM-GI Propulsion Systems | |
| Bolin et al. | Particle simulations of ionospheric injection experiments: Comparison with CRIT II | |
| EP1089602B1 (en) | Electron accelerator | |
| US4614872A (en) | Charged particle deflection | |
| Mac Gregor | Stationary Vacuum-Polarization “P Fields”: The Missing Element in Electromagnetism and Quantum Mechanics | |
| Goldhaber | Monopoles and gauge theories | |
| Carazza et al. | The Casimir effect and the fine structure constant | |
| Vegt | Unification of the Maxwell-Einstein-Dirac Correspondence |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| BV | The patent application has lapsed |