NL8200775A - Verstelbare steuninrichting voor klemblokken voor het ophangen van pijpen. - Google Patents

Verstelbare steuninrichting voor klemblokken voor het ophangen van pijpen. Download PDF

Info

Publication number
NL8200775A
NL8200775A NL8200775A NL8200775A NL8200775A NL 8200775 A NL8200775 A NL 8200775A NL 8200775 A NL8200775 A NL 8200775A NL 8200775 A NL8200775 A NL 8200775A NL 8200775 A NL8200775 A NL 8200775A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
pipe
shoe
carrier
head
bore
Prior art date
Application number
NL8200775A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Combustion Eng
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Priority to US24477581 priority Critical
Priority to US06/244,775 priority patent/US4402535A/en
Application filed by Combustion Eng filed Critical Combustion Eng
Publication of NL8200775A publication Critical patent/NL8200775A/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E21EARTH DRILLING; MINING
    • E21BEARTH DRILLING, e.g. DEEP DRILLING; OBTAINING OIL, GAS, WATER, SOLUBLE OR MELTABLE MATERIALS OR A SLURRY OF MINERALS FROM WELLS
    • E21B33/00Sealing or packing boreholes or wells
    • E21B33/02Surface sealing or packing
    • E21B33/03Well heads; Setting-up thereof
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E21EARTH DRILLING; MINING
    • E21BEARTH DRILLING, e.g. DEEP DRILLING; OBTAINING OIL, GAS, WATER, SOLUBLE OR MELTABLE MATERIALS OR A SLURRY OF MINERALS FROM WELLS
    • E21B33/00Sealing or packing boreholes or wells
    • E21B33/02Surface sealing or packing
    • E21B33/03Well heads; Setting-up thereof
    • E21B33/04Casing heads; Suspending casings or tubings in well heads
    • E21B33/0422Casing heads; Suspending casings or tubings in well heads a suspended tubing or casing being gripped by a slip or an internally serrated member
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E21EARTH DRILLING; MINING
    • E21BEARTH DRILLING, e.g. DEEP DRILLING; OBTAINING OIL, GAS, WATER, SOLUBLE OR MELTABLE MATERIALS OR A SLURRY OF MINERALS FROM WELLS
    • E21B2200/00Special features related to earth drilling for obtaining oil, gas or water
    • E21B2200/01Sealings characterised by their shape

Description

......* ' 4 VO 3095
Betr.: Verstelbare steuninrichting voor klemblokken voor het ophangen.
van pijpen.__
In de context van het aardolieputboren en afwerken is het gebruikelijk een verbuizingskopuitrustingssamenstel aan te brengen bij de mond van de put voor het regelen van toegang tot en uitgang uit de put bij de aanwezigheid van aanzienlijke en veranderlijke drukken en verhoogde tem-5 peraturen. Het is gebruikelijk om voor verschillende doeleinden verbui-zings- en stijgbuiskolommen in een dergelijke put te rijden, en deze kolommen aan hun bovenste eindgebieden op te hangen in het verbuizings-kopuitrustingssamenstel. Soms is de kolom voor dat doel nabij zijn bovenste einde voorzien voor een daarmede verbonden beugel, die rust in het.
10 verbuizingskopuitrustings samenstel. In andere gevallen wordt het hangen tot stand gebracht door het in de ringruimte tussen een zitting in de boring van het verbuizingskopuitrustingssamenstel en de pijpkolom plaatsen van een ringvormige wig en het dan axiaal samendrukken van deze ringvormige wig (gewoonlijk pijpklemblokken genoemd) voor het radiaal uitzetten 15 daarvan tot in stevig wrijvingsaangrijpverband met de pijpkolom.
In het algemeen wordt, nadat een plaatsingskracht is uitgeoefend op de pijpklemblokken, het middel of de inrichting, gebruikt voor het doen aangrijpen van de plaatsingskracht, verwijderd, omdat de klemblokken, nadat zij zijn geplaatst, de neiging hebben geplaatst te blijven als ge-2Q volg van het gewicht van de opgehangen pijpkolom.
In het bijzonder bij putten echter, die onderhevig zijn aan een bovengemiddelde cyclische temperatuuruitslag, bijvoorbeeld tussen de tijd, dat zij hete fluidi produceren, en de tijd dat zij zijn dichtgezet of worden onderworpen aan verbeterende procedures, is er in gebruikelijke stel-25 seis enig vermoeden, dat de pijp bij het uitzetten doeltreffend de binnen-diameter van de door de klemblokken verschafte ringvormige wig vergroot, maar dat de pijpklemblokken, wanneer de pijp samentrekt zich niet weer vastzetten, en dus in aanzienlijke mate en wellicht beslissend hun aan-grijpkracht op de opgehangen pijpkolom verminderen.
30 Een in lengte verstelbare inrichting is verschaft voor gebruik bij het doen aangrijpen van een plaatsingskracht op een stel pijpklemblokken, bijvoorbeeld in een aardolieput. De lengte van de inrichting wordt dan versteld en de inrichting gemonteerd op een zitting in de kop als een mechanische hrug tussen de geplaatste klemblokken en een axiaal verschaft 35 oppervlak aan een bedekkend deel van de verbuizingskop. Dankzij deze tussen- 8200775 « * - 2 - plaatsing wordt- voorkomen, dat de klemblokken hun aangrijpkracht verliezen wanneer de opgehangen pijp uitzet en samentrekt.
De uitvinding wordt nader toegelicht aan de hand van de tekening,.
waarin : 5 fig. 1 een lengtedoorsnede is van een verbuizingskopuitrustings- samenstel, voorzien van de inrichting; fig. 2 een aan de linkerhelft van fig. 1 gelijke doorsnede is, die echter een eerdere faze toont, waarin de inrichting wordt gebruikt voor het doen aangrijpen van een plaatsingskracht op de pijpklemblok-10 ken; en fig. 3 een aan de linkerhelft van fig. 1 gelijke doorsnede is, die echter een andere uitvoeringsvorm toont van de inrichting, die past bij een andere soort putafwerking.
In fig. 1 is de inrichting in zijn algemeenheid weergegeven door 15 het verwijzingscijfer 10, waarbij fig. 1, afgezien van de aanwezigheid van de inrichting 10 een kenmerkende, gebruikelijke afwerking toont van een aardolieput, die als volgt wordt beschreven.
Een verbuizingskop 12 is weergegeven, die reeds aan de mond van de put is gemonteerd. De verbuizingskop 12 bevat een buisvormig lichaam 20 ^ lU, voorzien van een vertikaal gerichte lengteboring 16. De verbuizingskop 12 eindigt naar boven in een eindflens 18, die is vastgeklemd en afgedicht op het volgende hogere verbuizingskopdeel teneinde de volledigheid van de in de verbuizingskop ingesloten ruimte te bewaren.
Een verbuizingskolom 20 is weergegeven, gedragen in de put door 2? een stel pijpklemblokken 22, d.w.z. een pijpklembloksamenstel in de vorm van een ringvormige wig, die rust op een amtrekszitting 2k in de boring van de verbuizingskop, en met wrijving de pijpkolom aangrijpt, bijvoorbeeld met een vertanding op een radiaal naar binnen gericht oppervlakte-middel 26. Deze oppervlaktemiddelen grijpen in het algemeen volgens de 30 omtrek de pijpkolom aan de buitenzijde aan nabij het bovenste einde van de pijpkolom 20.
Kenmerkend bevat het pijpklembloksamenstel een draagring 28, die de uitwendige, naar beneden gerichte omtrekszitting 30 bevat, waarmede het samenstel wordt gedragen op de zitting 2b in de verbuizingskop. 35 Op deze draagring 28 is kenmerkend een veerkrachtig afdichtringmiddel 32 verschaft, voorzien van een gedeelte 3^, dat radiaal naar buiten is gekeerd voor afdichting met de verbuizingskopboring, en een gedeelte 36, 8200775 * » - 3 - dat radiaal naar tinnen is gekeerd voor afdichting met het radiale buiten-omtreksoppervlak 38 van de pijpkolom. Het kenmerkende stel klemblokken bevat verder een ringvormig bekerorgaan 40, dat is vastgespied aan de draagring 28 bij 42 voor een beperkte, onderlinge, axiale beweging, in-5 dien nodig voor het axiaal belasten van het afdiehtingsringmiddel 32 bij ' “ het plaatsen van de klemblokken. Het ringvormige bekerorgaan wordt gedragen op de draagring 28 bij 44, en bevat als een speciaal gevormde vergroting van het bovenste gedeelte van zijn lengteboring 46, een klembe-ker 48. Kenmerkend heeft het klembloksamenstel bij 50 en 52 vlak boven 10 en beneden het radiale binnengedeelte 36 van het veerkrachtige afdich-tingsringmiddel een nagenoeg even kleine diameter als de vrije binnen-diameter van het afdiehtingsringmiddelgedeelte 36, en slechts iets groter dan de buitendiameter van het buitenoppervlak 38 van de pijpkolom.
Dit is om te beschermen tegen het uitdrukken van het afdichtmateriaal 15 wanneer de klemblokken worden geplaatst. Zoals gezegd, opent de boring k6 zich boven het gedeelte 52 echter enigszins voor het verschaffen van een klembeker. In de klembeker 48, is de bepalende omtrekswand 54 voorzien van een of meer volgens de omtrek zich uitstrekkende wigopper-vlakken 56, die radiaal naar binnen en axiaal naar boven zijn gericht, 20 bijvoorbeeld onder een hoek van minder dan 45° ten opzichte van de lengte--hartlijn van de pijpkolom. In het weergegeven geval, is de klembeker 48 voorzien van twee axiaal aangrenzende wig oppervlakken 56 met een getrapte schouder 58 daartussen.
Een aantal klemblokken 60 is opgenomen in de klembeker 48.· Elk 25 is een wigelement met de weergegeven gedaante, en heeft een hoekafmeting van bijvoorbeeld 15-90 graden, waarbij het aantal bijvoorbeeld gezamenlijk een uit segmenten bestaande ringvormige gedaante heeft. Elk klemblok heeft op zijn radiale buitenomtrekswand 62 een of meer overeenkomstige wigoppervlakken, die radiaal naar buiten en naar beneden zijn gericht, 30 bijvoorbeeld onder een hoek, die complementair is ten opzichte van de hoek van de betreffende wigoppervlakken 56 van de klembeker. In het weergegeven geval, zijn de klemblokken voorzien van twee axiaal aangrenzende wigoppervlakken 64 met een getrapte schouder 66 daartussen. Wanneer de klemblokken niet zijn geplaatst, d.w.z. wanneer het ringvormige samenstel 35 22 wordt neergelaten tot op zijn plaats rond de pijpkolom, zodat het rust op de zitting 24, lopen de klemblokken 60 betrekkelijk hoog in de beker 48, d.w. z. dat de wigoppervlakken 64 met de eindvlakken aangrijpen waar 8200775 * ..........*“ - - k - zich "betrekkelijk verder naar "boven tegen de betreffende wigoppervlakken 56 bevinden, voorafgaande aan het plaatsen van de klemblokken.
De klemblokken worden geplaatst, bijvoorbeeld door het naar beneden drukken daarop bij F teneinde een onderlinge beweging te produceren 5 van de klemblokken in de richting van de pijl 68, en dus door het axiaal verkorten en radiaal verdikken van de klemring 22', de getande klemopper-vlakken 26 in aangrijping te dwingen met het pijpoppervlak 38.
Dikwijls wordt de mate van axiale samendrukking van het klemblok-samenstel beperkt door het verdwijnen van de hoekruimten tussen naburige 10 klemblokken, d.w.z. dat wanneer de klemblokken alle tot aangrijping komen met hun buren, zij niet waarneembaar verder naar beneden in de klembeker kunnen worden bewogen. Andere keren wordt de mate van axiale samendrukking van het klembloksamenstel beperkt door het beperken van de grootte van de kracht F, waarmede de klemblokken worden geplaatst.
15 In de kenmerkende, gebruikelijke afwerking, wordt, wanneer de klemblokken eenmaal zijn geplaatst,, datgene, dat de kracht F deed aangrijpen, eenvoudig verwijderd en neigen de klemblokken tot het geplaatst blijven als gevolg van traagheid, wrijving en het gewicht van de opgehangen pijpkolom.
20 In het algemeen wordt het verbuizingskopuitrustingsamenstel ver der samengesteld nadat de klemblokken 60 zijn geplaatst. In fig. 1 bijvoorbeeld is een ringvormige kopverloopstukflens 70 weergegeven, die is gemonteerd op de bovenste eindflens 18 van de verbuizingskop 12. Afdichting is tussen deze twee organen bereikt bij 72, en zij worden axiaal 25 tegen elkaar geklemd gehouden door bijvoorbeeld een ring bouten, aangeduid bij 7^· Boven het klembloksamenstel 22 is de boring 76 van de ringvormige flens 70 voorzien van een pakkingring 78, die tot werking wordt gebracht voor het volgens de omtrek afdichten tussen de boring 76 en het radiale, buitenomtreksoppervlak 38 van de pijpkolom.
30 Het bovenste gedeelte van de boring 76 is coaxiaal, ringvormig vergroot voor het verschaffen van een naar boven en radiaal naar binnen openende, ringvormige uitsparing 80, die een axiaal naar boven gerichte zitting 82 bevat. Zoals weergegeven, neemt deze uitsparing 80 een ver-loopstukafdich.tr ing 8U op, die rust op de. zitting 82,. af dicht met de bo-35 ring 76 bij 86 en afdicht met het radiale buitenomtreksoppervlak 38 van de pijpkolom bij 88.
Een verder verbuizingskopuitrustingssamensteldeel, bijvoorbeeld 8200775 - 5 - pomppijpekop 90 is -weergegeven, die is af gedicht en gemonteerd op de kapverloopstukflens 70, bijvoorbeeld via een afdichtring 92 en middelen voor het tegen elkaar klemmen van de flenzen, zoals de ringbouten jb.
De boring of naar beneden open middenholte 9b van de pomppijpekop 8.6 of 5 dergelijke is coaxiaal, ringvormig vergroot nabij zijn onderste einde voor het verschaffen van een naar beneden en radiaal naar binnen gerich-' te tapse zitting 96. De verloopstukafdichtring 8U heeft, zoals weergegeven, een buisvormige flens 98, die zich coaxiaal uitstrekt in de mond van de boring 9^ en afdicht met de zitting 96 bij 100.
10 Wat wordt gemeend het verschil te zijn met de stand .van de tech niek, zoals weergegeven in fig. 1, is in hoofdzaak gericht op de aanwezigheid van de inrichting 10 in dit voltooide saaenstel. Thans wordt verwezen naar fig. 2 voor het verduidelijken van de wijze waarop de inrichting 10 op de weergegeven plaats is gekomen, en wat hij daar doet.
15 Fig. 2 toont de toestand, waarin-de pijpkolom 20 in de boring 16 van de verbuizingskop is gereden, en het ringvormige klepbloksamen-stel is neergelaten in de verbuizingskopbeker ringvormig tussen de kop en de pijpkolom, en is geland op de zitting 2b. Bij deze faze wordt nog een andere constructie, niet weergegeven, gebruikt voor het aan de boven-20 kant ophangen van de pijpkolom, omdat de klemblokken thans worden geplaatst. Totdat de klemblokken zijn geplaatst, zouden zij de pijp bij 26 niet betrouwbaar aangrijpen.
De klemblokken worden geplaatst door het naar beneden drukken . daarop met een kracht F, zoals hiervoor uiteengezet. Hoewel willekeurige 25 middelen kunnen worden gebruikt voor het doen aangrijpen van de kracht F, is in fig. 2 weergegeven, dat deze tot aangrijping wordt gebracht door toedoen van de verstelbare steuninrichting 10. Zoals weergegeven, wordt de inrichting 10 gevormd door een ringvormige drager 102, voorzien van een ringvormige schoen of stop 10^, die door schroeven daarmede is verbonden 30 bij 106.
In het algemeen bevat de drager 102, zoals weergegeven, een buisvormig radiaal buitenlichaam 108 met aan de bovenkant een eendelige, radiaal naar binnen gerichte flens 110 voor het zodoende bepalen van een ringvormige uitsparing 112 in het radiaal binnenste, axiaal onderste ge-35 bied van de doorsnede van de drager 102. Deze uitsparing heeft een radiale buitenwand 11 h-, die radiaal naar binnen is gericht, en heeft een band inwendige schroefdraad 116 daarop, en een axiaal naar beneden gericht, 8200775 - 6 - axiaal bovenoppervlak 118.
De ringvormige schoen of stop 10¾ heeft een radiaal "buitenoppervlak 120, dat radiaal naar "buiten is gericht, en is voorzien van een "band uitwendige schroefdraad 122. daarop. .
5 De onderste binnenhoek van de scheel 10¾ is schuin achter ge draaid, bijvoorbeeld afgeknot kegelvormig bij 12¾ onder een hoek voor samenpassing met de hoek van een radiaal naar buiten en axiaal naar boven gericht taps oppervlak 126 aan de klemblokken.
De inrichting 10 wordt samengesteld door het gedeeltelijk in de . 10 drageruitsparing 112 schroeven van de schoen 10¾ door het gedeeltelijk in elkaar zetten van de schroefdraad bij 106..Voor gebruik bij het plaatsen dan de klemblokken, wordt de inrichting 10 in. de ringruimte tussen de verbuizingskop en de pijpkolom geplaatst boven het klembloksamenstel en neergelaten totdat het schoenoppervlak 12¾ met zijn eindvlak de tap-15 se oppervlakken 126 aangrijpt van de klemblokken.
Op te merken is, dat aangezien voor dit gebruik de inrichting 10 axiaal niet zo bekort is als hij zou zijn, indien de schroefdraad bij 106 geheel zou zijn samengesteld, terwijl de schoen 10¾ de klemblokken 60 aangrijpt, de uitwendige, volgens de omtrek axiaal naar beneden ge-20 richte schouder 128 aan de drager zich bevindt boven en op dit moment niet rust op de complementaire, volgens de omtrek lopende, axiaal naar boven gerichte schouder 130, die coaxiaal is gevormd in de boring 16 nabij het bovenste einde daarvan. Ringvormige afdichtringen 132 en 13^ verschaft in bijbehorende, radiaal naar buiten openende en radiaal naar binnen 25 openende groeven in het bovenste deel van de drager, respectievelijk boven de schouder 128 en boven de uitsparing 112, grijpen echter wel verschuifbaar af dichtend, respectievelijk de verbuizingskop- 12 in de boring 16 aan, en het buitenomtreksoppervlak 38 van de pijpkolom. -
De klemblokken worden geplaatst door het dan naar beneden drukken 30 op de drager 102 met een kracht F onder gebruikmaking van willekeurige geschikte middelen.
Thans wordt aangenomen, dat fig. 2 weergeeft hoe de constructie er uitziet direkt nadat de klemblokken zijn geplaatst door het doen aangrijpen van de kracht F. Op te merken is, dat het axiaal naar boven ge-35 richte oppervlak 136 van de drager 102 boven de hoogte ligt van het omgevende, axiaal naar boven gerichte oppervlak 138 van de verbuizingskop 12.
** -Λ * *· ' 8200775 - 7 -
Op dit punt kan de inrichting 10 axiaal worden verwijderd uit de ringvormige ruimte, waarin hij is opgenomen, zoals weergegeven, en kunnen de twee delen 102, 104 ten opzichte van elkaar worden gedraaid in een richting voor het iets verder hij 106 samenschroeven van de schroef-5 draad, d.w.z. voor het axiaal inkorten van de inrichting 10 in de mate van het verschil in hoogte tussen de hoogten van de oppervlakken 136 en '3 -. 138. Dan kan de zojuist verstelde inrichting 10 weer terug op zijn plaats worden gezet.
De inrichting ziet er dan uit zoals weergegeven in fig. 1, d.w.z.
10 dat de onderzijde van de schoen de klemblokken aangrijpt en axiaal steunt, en de hoogte van de hovenkant van de drager hij 136 overeenkomt met de hoogte van het oppervlak 138 van de kop 12.
In de in fig. 1 weergegeven uitvoeringsvorm, heeft de ringvormige kapverloop stukflens T0 een axiaal naar beneden gericht ringvormig oppervlak 15 140, dat zich in voldoende mate radiaal naar binnen uitstrekt voor het bedekkend aangrijpen van het drageroppervlak 136. Indien het oppervlak 140 in een bepaalde put niet op dezelfde hoogte ligt als het oppervlak -138, wordt door het door schroeven verstellen van de axiale hoogte van de inrichting 10, het oppervlak 136 naar de hoogte van het oppervlak 140 20 gebracht, waarbij de drager rust op zijn zitting in de kophoring. Wanneer dus de verbuizingskop is samengesteld, dient de inrichting 10 als een mechanische brug voor het voorkomen van het in de klembeker omhoog bewegen van de klemblokken. Wanneer de pijpkolom uitzet en samentrekt, verzekert de inrichting 10, dat de klemblokken geplaatst blijven.
25 Een wijziging is weergegeven in fig. 3. Ter oriëntering is aan enkele vergelijkbare delen hetzelfde verwijzingscijfer gegeven als in fig. 1 en 2, maar met een accentteken. De in beginsel verschillende maatregelen zijn, dat de kapverloopstukflens 70 en de kap 90 zijn samengevoegd tot een eendelige kapconstructie 70’/90'. de drager 102 tot een 30 eenheid is gevormd met het boringafdichtdeel 84 van de pijpkolom op de kap tot een eendelige dragerconstructie 841/102’, en de pakkingring. 78 is verplaatst van tussen het afdichtdeel 84 en de drager 102 uit naar 78’ boven de eendelige dragerconstructie 84'/102’. Vereenvoudiging van het samenstel is duidelijk voor deskundigen, waarbij de verschafte wer-35 king blijft zoals hiervoor uiteengezet voor de hoofduitvoeringsvorm.
Het moet thans duidelijk zijn, dat de hiervoor beschreven verstelbare steuninrichting voor klemblokken voor het ophangen van pijpen, 8200775 - 8 - elk. der uiteengezette eigenschappen "bezit. Omdat hij enigermate kan worden gewijzigd zonder de beginselen daarvan, zoals deze zijn geschetst en uiteengezet in de beschrijving, te verlaten, moet de uitvinding worden gezien als omvattende alle dergelijke wijzigingen, die binnen de 5 geest en de strekking van de volgende conclusies vallen.
8200775

Claims (12)

1. Verbui zingskopsamenstel, voorzien van een kop met een vertikale boring, waarin een pijpkolom moet worden opgehangen aan een schouder-middel, aangehracht in de "boring, via een ringvormig klembloksamenstel, dat een draagmiddel "bevat, dat rust op- het schoudermiddel, een klembeker 5 verschaffend deel, dat wordt gedragen op het draagmiddel, en een stel pijpklemblokken, gedragen in de klembeker voor aangrijpverband met de pijpkolom en het dus overbruggen van een ringvormige ruimte tussen het schoudermiddel in de kopboring en de pijpkolom, en van een constructie, die is uitgerust met middelen voor het verwijderbaar en bedekkend mon-10 teren daarvan aan de kop, gekenmerkt door een plaat sings- en overbrug-gingsinriehting, die wordt gevormd door een drager, door een schoen,, en door middelen voor het in hoogte verstelbaar en afhankelijk verbinden van de schoen met de drager, welke inrichting kan worden opgenamen in de ringvormige ruimte radiaal tussen de pijpkolom en de kopboring met de 15 schoen in klemblok-plaatsend verband met de pijpklemblokken, waarbij de drager middelen bevat voor het plaatsen van de inrichting in de kopboring onafhankelijk van het klembloksamenstel, zodat de inrichting kan · worden, neergelaten in de ringvormige ruimte en onafhankelijk kan worden geplaatst met betrekking tot de kop, vooropgesteld, dat de verbindingq-20 middelen zodanig zijn versteld, dat de schoen niet eerst de klemblokken in het klemblokplaatsverband aangrijpt, en oppervlaktemiddelen, waartegen de verbuizingskopconstructie bedekkend aan ligt wanneer de drager in de kopboring is geplaatst via de zittingaiddelen bij een overeenkomstige verstelling van de verbindingsmiddelen, zodat deze eerst kunnen 25 worden versteld voor het mogelijk maken dat de schoen de pijpklemblokken in klemplaatsingsverband daarmede aangrijpt, waarbij de drager uitsteekt boven de plaats waar zijn zittingmiddelen kunnen rusten in de kopboring' voor opneming van uitoefening van een neerwaartse kracht, tot aangrijping gebracht op de drager voor het tot stand brengen van het plaatsen van 30 de pijpklemblokken, en dan kan worden versteld voor het mogelijk maken dat de drager in de kopboring wordt geplaatst via zijn zittingmiddelen, waarbij de schoen in klemplaatsingsverband is met de pijpklemblokken, waardoor de inrichting is uitgevoerd om te dienen als een mechanische brug tussen de pijpklemblokken en de verbuizingskopconstructie voor het 35 voorkomen van het losraken van de pijpklemblokken wanneer de pijpkolom door thermische kringlopen gaat. 8200775 - 10 -
2. Samenstel volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat de schoen en de drager als betreffende ringen zijn uitgevoerd.
3. Samenstel volgens conclusie 2 met het kenmerk, dat de middelen voor het in hoogte verstelbaar onafhankelijk verbinden van de schoen met 5 de drager worden gevormd door een schroefverbinding van de schoen met de drager. k. Samenstel volgens conclusie 3 met het kenmerk, dat de drager een ringgedeelte bevat met een in het algemeen omgekeerde L-gedaante in lengtedoorsnede om zodoende een naar beneden en naar binnen openende uitspa-10 ring te hebben, voorzien van een axiale bovenwand en een radiale' buiten-amtrekswand, die inwendige schroefdraad heeft, waarbij de schoen een radiaal buitenornfc r eksoppervlak bevat, dat uitwendig schroefdraad heeft, en de inwendige schroefdraad van de drager in schroefaangrijping is met de uitwendige schroefdraad van de schoen voor het verschaffen van de 15 schroefverbinding, die de middelen vormt voor het in hoogte verstelbaar verbinden van de schoen met de drager.
5. Samenstel volgens conclusie U met het kenmerk, dat de schoen een radiaal naar binnen en axiaal naar beneden gericht, volgens de omtrek taps oppervlak bevat, geplaatst voor een klemplaatsingsaangrijping met 20 de pijpklemblokken, zodat wanneer de schoen axiaal naar beneden wordt gedrukt, de schoen neigt tot het naar beneden in de klembeker drukken van de pijpklemblokken en het dus radiaal naar binnen de pijpkolom.
6. Samenstel volgens conclusie 2 met het kenmerk, dat de drager een naar buiten gericht en volgens de omtrek zich uitstrekkend afdichtmiddel· 25 bevat voor afdichtende aangrijping met de kopboring, en een naar binnen gericht, volgens de omtrek zich uitstrekkend afdichtmiddel voor afdichtende aangrijping met de pijpkolom.
7· Samenstel volgens conclusie 2 met het kenmerk, dat de drager een ringgedeelte bevat, voorzien van een axiaal naar boven gericht eindopper-30 vlak, dat de oppervlaktemiddelen vormt, waartegen bedekkend de verbui-zingskopconstructie aan ligt' en waarop de neerwaartse kracht moet worden uitgeoefend.
8. Samenstel volgens conclusie 7 met het kenmerk, dat de drager een axiaal naar boven zich uitstrekkend buisvormig gedeelte bevat, eendelig ge-35 baseerd op het ringgedeelte, radiaal naar binnen ten opzichte van het axiaal naar boven gerichte eindoppervlak, welk buisvormige gedeelte een ringvormig afdichtmiddel heeft, dat volgens de amtrek is aangebracht voor 8200775 __ . _-?—-··· . — ^ -11 - afdichting met de verhuizingskopconstructie. 9» Verbuizingskopsamenstel, voorzien van een kop met een vertikale "boring, van een naar hoven door de vertikale horing met radiale afstand zich uit strekkende pijpkolom voor het verschaffen van een ringvormige 5 ruimte daartussen, van een in de boring verschaft eerste schoudermiddel, van een in de ringvormige ruimte opgenomen ringvormig klembloksamenstel, dat een steunmiddel bevat, dat rust op het eerste schoudermiddel, verder een klembeker verschaffend deel dat wordt gedragen op het steunmiddel, en een stel pijpklemblokken, gedragen in de klembeker voor aangrijpver-10 band met de pijpkolom en het zodoende overbruggen van de ringvormige ruimte en het vanaf het eerste schoudermiddel dragen van de pijpkolom, van middelen, die een tveede schouder in de boring verschaffen boven de eerste sehouder, van een verbuizingskopconstruetie, en van middelen voor het verwijderbaar monteren van de verbuizingskopconstruetie aan de 15 hop en over de boring heen, gekenmerkt door een plaat sings- en over- bruggingsinrichting, die wordt gevormd door een drager, door een schoen, en door middelen voor het in hoogte verstelbaar en afhankelijk verbinden van de schoen met de drager, welke inrichting kan worden opgenomen in de ringvormige ruimte, radiaal tussen de pijpkolam en de kopboring met 20 de schoen in klemblok plaatsend verband, met de pijpklemblokken, welke drager middelen bevat voor het plaatsen van de inrichting in de kopboring op de tweede schouder onafhankelijk van het klembloksamenstel, zodat de inrichting kan worden: neergelaten in de ringvormige ruimte en onafhankelijk geplaatst met betrekking tot de kop, vooropgesteld, dat de verbin-25 dingsmiddelen zodanig zijn versteld, dat de schoen niet eerst de klem-blokken in het klemblokplaatsingsverband aangrijpt, en oppervlaktemid-delen, waartegen de verbuizingskopconstruetie bedekkend aanligt wanneer de drager is geplaatst in de kopboring via de zittingmiddelen bij een overeenkomstige verstelling van de verbindingsmiddelen, zodat déze eerst 30 kunnen worden versteld voor het mogelijk maken dat de schoen de pijpklem- . blokken in klemblokplaatsingsverband daarmede aangrijpt, waarbij de drager uitsteekfc boven de plaats waar zijn zittingmiddelen kunnen rusten in de kopboring voor het opnemen van het uitoefenen van een neerwaartse kracht, tot aangrijping gebracht op de drager voor het tot stand brengen 35 van het plaatsen van de pijpklemblokken, en dan kan worden versteld voor het mogelijk maken dat de drager rust in de kopboring via zijn zittingmiddelen, waarbij de schoen in klemblokplaatsingsverband is met de pijp- 8200775 - 12 - klembiokken, waardoor.de inrichting is uitgevoerd om te dienen als een mechanische hrug tussen de pijpklemblokken en de verbuizingskopconstruc-tie voor het voorkomen van het losraken van de pijpklemblokken wanneer de pijpkolom door thermische kringlopen gaat.
10. Samenstel volgens conclusie 9 met het kenmerk, dat de schoen en de drager als desbetreffende ringen zijn gevormd.
11. Samenstel volgens conclusie 10 met het kenmerk, dat de middelen voor het in hoogte verstelbaar en afhankelijk verbinden van de schoen met de drager, worden gevormd door een schroefverbinding van de schoen 10 met de drager.
12. Samenstel volgens conclusie 11 met.het kenmerk, dat de drager een ringgedeelte bevat met een in het algemeen omgekeerde L-gedaante in lengtedoorsnede cm zodoende een naar binnen en naar beneden openende uitsparing- te hebben met een axiale bovenwand en een. radiale buiten-15 cmtrekswand, die inwendige schroefdraad heeft, waarbij de schoen een radiaal buitencm.treksoppervlak bevat, dat uitwendige schroefdraad heeft, en de inwendige schroefdraad van de drager in schroefaangrijping is- met de uitwendige schroefdraad van de schoen voor het verschaffen van de ' schroefverbinding, die de middelen vormt voor het in hoogte verstelbaar 20 verbinden van de schoen met de drager. 13. · Samenstel volgens conclusie 12 met het kenmerk, dat het ringgedeelte van de drager een buit enamtreksoppervlak bevat met een volgens de omtrek zich uitstrekkende, naar beneden gerichte schouder, die de middelen verschaft voor het in de kopboring op de tweede schouder plaatsen 25 van de inrichting. lij·. Samenstel volgens conclusie 12 met het kenmerk, dat de schoen, een radiaal naar binnen en axiaal naar beneden gericht, volgens de omtrek taps oppervlak bevat, aangebracht voor een klemblok plaatsende aan-grijping met de pijpklemblokken,-zodat wanneer de schoen axiaal naar be-30 neden wordt gedrukt, de schoen neigt tot het naar beneden drukken van de pijpklemblokken in de klembeker en het dus radiaal naar binnen tegen de pijpkolam. 15’. Samenstel volgens conclusie 10 met het kenmerk, dat de drager een naar buiten gericht, volgens de omtrek zich uitstrekkend afdicht-35 middel bevat voor afdichtende aangrijping met de kopboring, en een naar binnen gericht, volgens de omtrek zich uitstrekkend afdichtmiddel voor afdichtende aangrijping met de pijpkolom.
16. Samenstel volgens conclusie 10 met het kenmerk, dat de drager 8200775 - 13 - een ringgedeelte "bevat met een axiaal naar boven gericht eindoppervlak, dat de oppervlaktemiddelen vormt, waartegen de verbuizingskopconstruc-tie bedoekend aan ligt,, en waarop de neerwaartse kracht tot aangrijping moet worden gebracht. 5 17'. Samenstel volgens conclusie 16 met het kenmerk, dat de drager een axiaal·.naar boven zich uitstrekkend buisvormig gedeelte bevat, dat eendelig is gebaseerd op het ringgedeelte, radiaal naar binnen ten opzichte van het axiaal naar boven gerichte eindoppervlak, welk buisvormige gedeelte ringvormige afdichtmiddelen heeft, die volgens de omtrek daar-10 aan zijn voorzien voor afdichting met de verbuizingskopeonstructie.
18. Werkwijze voor het plaatsen van pijpklemblokken in de boring van een aardolieputverbuizingskop, en het dan verzekeren, dat wanneer de put wordt gebruikt, de klemblokken niet losraken als gevolg van het door thermische kringlopen gaan van de door de klemblokken aangegrepen pijp-15 kolom, gekenmerkt door het in een, put rijden van een pijpkolam en het zodanig ophangen daarvan, dat zijn bovenste eindgebied zich bevindt in. de boring van de kop met een ringvormige afstand tussen de pijpkolam en de boringwand, het in de ringvormige ruimte rijden van een pijpkiembloksa-menstel en het plaatsen daarvan op een eerste schouder in de boring met 20 de pijpklemblokken in aangrijping met de pijpkolam, het aanzetten van een in hoogte verstelbare ringvormige inrichting, die is bemeten om coaxiaal te passen in de ringvormige ruimte, en het verstellen daarvan om zodanig lang te zijn, dat een schoengedeelte daarvan de pijpklemblokken aangrijpt en een dragergedeelte daarvan op afstand houdt boven een tweede 25 schouder in de boring, het doen aangrijpen van een neerwaartse kracht op het dragergedeelte, welke kracht voldoende is voor het door het schoengedeelte doen plaatsen van de klemblokken in pijpaangrijpend verband met de pijpkolam, het verstellen van de in hoogte verstelbare ringvormige inrichting om zodanig kort te zijn, dat hoewel het schoengedeelte 30 nog de pijpklemblokken aangrijpt en het losraken daarvan voorkomt, de schouder van het dragergedeelte kan rusten op de tweede schouder, en daarop worden geplaatst, en het monteren van een verbuizingskopconstruc-tie op de kop in bedekkende aanligging tegen het dragergedeelte, zodat de inrichting dient als een mechanische brug tussen de pijpklemblokken 35 en de verbuizingskopeonstructie. 8200775
NL8200775A 1981-03-17 1982-02-25 Verstelbare steuninrichting voor klemblokken voor het ophangen van pijpen. NL8200775A (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US24477581 1981-03-17
US06/244,775 US4402535A (en) 1981-03-17 1981-03-17 Adjustable backing arrangement for pipe suspending slips

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8200775A true NL8200775A (nl) 1982-10-18

Family

ID=22924062

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8200775A NL8200775A (nl) 1981-03-17 1982-02-25 Verstelbare steuninrichting voor klemblokken voor het ophangen van pijpen.

Country Status (11)

Country Link
US (1) US4402535A (nl)
JP (1) JPS57169192A (nl)
AT (1) ATA97382A (nl)
AU (1) AU535913B2 (nl)
DE (1) DE3208687C2 (nl)
DK (1) DK119282A (nl)
FR (1) FR2502237B1 (nl)
GB (1) GB2094857B (nl)
IT (1) IT8247989D0 (nl)
NL (1) NL8200775A (nl)
NO (1) NO820575L (nl)

Families Citing this family (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4678209A (en) * 1985-10-21 1987-07-07 Vetco Offshore, Inc. Casing hanger
US4828293A (en) * 1988-02-08 1989-05-09 Cameron Iron Works Usa, Inc. Wellhead slip and seal assembly
US4913469A (en) * 1988-08-08 1990-04-03 Cameron Iron Works Usa, Inc. Wellhead slip and seal assembly
US4949786A (en) * 1989-04-07 1990-08-21 Vecto Gray Inc. Emergency casing hanger
US6834718B2 (en) * 2001-12-21 2004-12-28 Stream-Flo Industries, Ltd. Casing head connector with landing base
US7455105B1 (en) * 2005-08-08 2008-11-25 Mckee Jim D Apparatus and method for installing coiled tubing in a well
GB2465435B (en) * 2008-11-25 2011-02-23 Saint Gobain Performance Plast Process control of tolerance rings
SG166021A1 (en) * 2009-04-22 2010-11-29 Cameron Int Corp Hanger floating ring and seal assembly system and method
US8978772B2 (en) * 2011-12-07 2015-03-17 Vetco Gray Inc. Casing hanger lockdown with conical lockdown ring

Family Cites Families (10)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US1604580A (en) * 1925-09-25 1926-10-26 George H Jaques Casing head
US1887865A (en) * 1931-04-22 1932-11-15 Nat Supply Co Casing head
US1926856A (en) * 1933-03-24 1933-09-12 Nat Supply Co Casing head
US2284983A (en) * 1939-06-09 1942-06-02 Regan Forge & Engineering Comp Casing head construction
US2315134A (en) * 1941-11-03 1943-03-30 Edmund J Roach Well control head
US2775472A (en) * 1952-11-14 1956-12-25 Cicero C Brown Sealing device for flanged joints
US3051513A (en) * 1959-03-11 1962-08-28 Gray Tool Co Hanger assembly and seal therefor
US3134610A (en) * 1961-01-03 1964-05-26 Herbert G Musolf Casing head
US3664417A (en) * 1970-09-04 1972-05-23 Martin B Conrad Tubing anchor and catcher
JPS5121913Y2 (nl) * 1971-03-16 1976-06-07

Also Published As

Publication number Publication date
AU8059982A (en) 1982-09-23
GB2094857B (en) 1984-10-10
DE3208687A1 (de) 1982-09-30
IT8247989D0 (it) 1982-03-15
JPS57169192A (en) 1982-10-18
US4402535A (en) 1983-09-06
GB2094857A (en) 1982-09-22
NO820575L (no) 1982-09-20
FR2502237B1 (nl) 1984-12-14
DE3208687C2 (nl) 1984-12-13
DK119282A (da) 1982-09-18
AU535913B2 (en) 1984-04-12
FR2502237A1 (fr) 1982-09-24
ATA97382A (de) 1985-12-15

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8200775A (nl) Verstelbare steuninrichting voor klemblokken voor het ophangen van pijpen.
US4709761A (en) Well conduit joint sealing system
US4995464A (en) Well apparatus and method
CN105026682B (zh) 张力管道悬挂器和对生产管道应用张力的方法
CA2893078C (en) Expandable wedge slip for anchoring downhole tools
CN103147709A (zh) 用锥形锁定环锁定的套管悬挂器
US20060207760A1 (en) Collapsible expansion cone
US4441552A (en) Hydraulic setting tool with flapper valve
CA1276875C (en) Liner screen tieback packer apparatus and method
FR2510702A1 (fr) Bague et dispositif d'etancheite en metal pour tete de puits, et ensemble de puits
US2284869A (en) Blowout preventer
US5114158A (en) Packing assembly for oilfield equipment and method
US5605194A (en) Independent screwed wellhead with high pressure capability and method
US4346919A (en) Remote automatic make-up stab-in sealing system
US8851183B2 (en) Casing hanger lockdown slip ring
CA2015844C (en) Method and device for joining well tubulars
AU727505B2 (en) Inflatable downhole seal
US2426371A (en) Casing and tubing head assembly
US4229027A (en) Remote automatic make-up stab-in sealing system
US2443944A (en) Means for sealing and testing wellhead connections
US1664643A (en) Capping device for oil wells
CA1166154A (en) Adjustable backing arrangement for pipe suspending slips
US3007719A (en) Plural hanger apparatus
US4602796A (en) Well conduit joint sealing system
SU1357540A1 (ru) Способ разобщени межтрубного пространства скважины

Legal Events

Date Code Title Description
A1A A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
A85 Still pending on 85-01-01
BV The patent application has lapsed