NL7907301A - Defect-detectie-inrichting. - Google Patents

Defect-detectie-inrichting.

Info

Publication number
NL7907301A
NL7907301A NL7907301A NL7907301A NL7907301A NL 7907301 A NL7907301 A NL 7907301A NL 7907301 A NL7907301 A NL 7907301A NL 7907301 A NL7907301 A NL 7907301A NL 7907301 A NL7907301 A NL 7907301A
Authority
NL
Grant status
Application
Patent type
Application number
NL7907301A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Rca Corp
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date

Links

Classifications

    • HELECTRICITY
    • H03BASIC ELECTRONIC CIRCUITRY
    • H03DDEMODULATION OR TRANSFERENCE OF MODULATION FROM ONE CARRIER TO ANOTHER
    • H03D3/00Demodulation of angle-, frequency- or phase- modulated oscillations
    • H03D3/02Demodulation of angle-, frequency- or phase- modulated oscillations by detecting phase difference between two signals obtained from input signal
    • H03D3/24Modifications of demodulators to reject or remove amplitude variations by means of locked-in oscillator circuits
    • H03D3/241Modifications of demodulators to reject or remove amplitude variations by means of locked-in oscillator circuits the oscillator being part of a phase locked loop
    • GPHYSICS
    • G01MEASURING; TESTING
    • G01RMEASURING ELECTRIC VARIABLES; MEASURING MAGNETIC VARIABLES
    • G01R31/00Arrangements for testing electric properties; Arrangements for locating electric faults; Arrangements for electrical testing characterised by what is being tested not provided for elsewhere
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B27/00Editing; Indexing; Addressing; Timing or synchronising; Monitoring; Measuring tape travel
    • G11B27/10Indexing; Addressing; Timing or synchronising; Measuring tape travel
    • G11B27/102Programmed access in sequence to addressed parts of tracks of operating record carriers
    • G11B27/105Programmed access in sequence to addressed parts of tracks of operating record carriers of operating discs
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B3/00Recording by mechanical cutting, deforming or pressing, e.g. of grooves or pits; Reproducing by mechanical sensing; Record carriers therefor
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B7/00Recording or reproducing by optical means, e.g. recording using a thermal beam of optical radiation by modifying optical properties or the physical structure, reproducing using an optical beam at lower power by sensing optical properties; Record carriers therefor
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B9/00Recording or reproducing using a method not covered by one of the main groups G11B3/00 - G11B7/00; Record carriers therefor
    • G11B9/06Recording or reproducing using a method not covered by one of the main groups G11B3/00 - G11B7/00; Record carriers therefor using record carriers having variable electrical capacitance; Record carriers therefor
    • HELECTRICITY
    • H03BASIC ELECTRONIC CIRCUITRY
    • H03GCONTROL OF AMPLIFICATION
    • H03G3/00Gain control in amplifiers or frequency changers without distortion of the input signal
    • H03G3/20Automatic control
    • H03G3/30Automatic control in amplifiers having semiconductor devices
    • H03G3/34Muting amplifier when no signal is present or when only weak signals are present, or caused by the presence of noise signals, e.g. squelch systems
    • H03G3/345Muting during a short period of time when noise pulses are detected, i.e. blanking
    • HELECTRICITY
    • H04ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
    • H04NPICTORIAL COMMUNICATION, e.g. TELEVISION
    • H04N9/00Details of colour television systems
    • H04N9/79Processing of colour television signals in connection with recording
    • H04N9/87Regeneration of colour television signals
    • H04N9/88Signal drop-out compensation
    • H04N9/882Signal drop-out compensation the signal being a composite colour television signal

Description

? >1- Λ.

A

VO 8394

Defecrt-de tecti e-inri chting -

De uitvinding· heeft betrekking op een defectdetectie-inrich-ting, welke geschikt is om te worden toegepast bij de weergave van een videoregistratiedrager, waarbij gebruik wordt gemaakt van het FM-draaggolfregistratietype.

5 In het Amerikaanse octrooischrift 3.842.194 is een video- schijfregistratie-/weergeefstelsel beschreven, waarbij geregistreerde informatie in de vorm van geometrische variaties in de bodem van een spiraalvormige groef in het oppervlak van een schijf vormige substraat aanwezig is, welke substraat is bekleed 10 met een geleidende bekleding, op welke geleidende bekleding zich een dielektrische laag bevindt. Een weergeefnaald, welke is voorzien van een geleidende elektrode, die aan een isolerende steun is bevestigd, wordt door de registratiegroef opgenomen. De naald-elektrode werkt met de schijfbekledïngen samen voor het vormen 15 van een capaciteit, die wanneer de schijf wordt geroteerd overeenkomstig de groefbodemgeometrievariaties, die zich onder de naaidelektrode bewegen, varieert. Een geschikte schakeling, die met de naaldelektrode is gekoppeld, zet de capaciteitvariaties om in elektrische signaalvariaties, die representatief zijn voor 20 de geregistreerde informatie.

Bij een gewenst type van het bovenbeschreven capacitieve videoschijfstelsel omvat de geregistreerde informatie een draag-golffrequentie, welke met videosignalen is gemoduleerd en de vorm heeft van opeenvolgende groefbodemdieptewisselingen tussen maxi-25 male en minimale diepten. Bij het gebruik van dit type FM-draag-golfregistratie moet in de weergeefinrichting een FM-detector-inrichting worden gebruikt om uit het teruggewonnen FM-signaal videosignalen te verkrijgen.

Zoals aangegeven in het Amerikaanse octrooischrift 4.038.686 30 kan de FM-detector in de weergeefinrichting zijn voorzien van een 7907301 « % -2- nuldoorgangskruisingdetector en een monostabiele -multivibrator, welke in responsie daarop een uitgangspuls met: een standaardbreedte en -amplitude levert, in responsie op elke nuldoorgang van het ingangssignaal. De uitgangspulsen worden toegevoerd aan een laagdoor-S laatfilter met een doorlaatband, welké in hoofdzaak is aangepast aan de geregistreerde videosignaalbandbreedte teneinde de gewenste videosignalen op te wekken.

Tijdens het bedrijf van een videoschijfweergeefinrichting van het bovenbeschreven type voor het terugwinnen van geregistreer— 1Ö de videosignalen voor beeldweergeefdoeleinden, is een probleem, dat. zich in het. weergegeven beeld (in afwezigheid van een geschikte compensatie) voordoet, het op willkeurige plaatsen intermitterend optreden van storingen in de vorm van· witte en/of zwarte vlekken en strepen, welke de juiste beeldinformatie vervangen. Deze beelddefec-• 15 ten kunnen in lengte, dikte en persistentie variëren. Ofschoon niet destructief voor de beeldinformatie in zijn geheel kan het inter-mitterend optreden van dergelijke beelddefecten. een bron van groot ongemak voor de waarnemer zijn. De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het detecteren van het begin van dergelijke 20 beelddefecten, zodat een inrichting voor het in hoofdzaak elimineren of op een sterke wijze reduceren van de storende invloed van dergelijke beelddefecten in werking kan worden gesteld.

Zoals is beschreven in het Amerikaanse octrooischrift 4.001.496 kan een groot aantal verschillende oorzaken leiden tot het 25 ontstaan van verschillende typen van de storende beeldvlekken en -strepen. Sommige oorzaken houden verband met defecten in de regis-tratiedrager zelf, welke hun oorsprong kunnen vinden in de verschillende stappen, welke bij de vervaardiging van de registratiedrager optreden. Andere oorzaken kunnen verband houden met de toestand, 30 welke zich voordoet bij een bepaalde weergave van een bepaalde schijf; zo kan bv. de naald stof van verschillende vormen in verschillende gebieden van de schijfgroef ontmoeten, welke bij opeenvolgende weergaven van een schijf aan veranderingen onderhevig zijn. Andere oorzaken kunnen verband houden met het voorafgaande gebruik 790 7 3 01 c ·* -3- van de schijf, welke wordt weergegeven, en betrekking hebben op mechanische wijzingen van het schijf oppervlak zoals bv. krassen, tanden of dergelijke, of veranderingen van het schijfoppervlak, die bv. een gevolg zijn van de invloed van vingerafdrukken op de schijf.

5 Er zijn derhalve zeer veel oorzaken van verschillend type, welke tot het defeetprobleem leiden, en die in sterke mate onvoorspelbaar zijn en van schijf tot schijf van weergave tot weergave van groef-gebied tot groefgebied enz. variëren.

In het bovengenoemde Amerikaanse octrooischrift is onderkend, 10 dat de defecten zich manifesteren als storende wijzigingen van de herhalingssnelheid van nuldoorgangen (bv. het introduceren van extra nuldoorgangen of het ontbreken van nuldoorgangen) in het teruggewonnen signaal. Het resultaat van extra nuldoorgangen of ontbrekende nuldoorgangen is een abrupte verandering in de frequentie naar en 15- gewoonlijk voorbij één van de deviatiegebiedfrequentiegrenzen, welke verband houden met het geregistreerde signaal. Dit treedt in het video-uitgangssignaal van het FM-detectorfilter op als een verschuiving naar een extreem wit of zwart niveau. Bovendien wordt tengevolge van de beperkte frequentieresponsie van het filter de storende 20 verschuiving (en de daaropvolgende terugkeer tot de normale toestand) naar de tijd gerekt ten opzichte van de werkelijke duur van de storende toestand in het FM-ingangssignaal. Bovendien doen bij reactie-ve elementen van het filter behorende oscillatie-effecten de storing van het uitgangsvideosignaal gedurende tenminste een korte periode 25 ni. het eindigen van de storende ingangssignaaltoestand voortduren.

Bij het bovengenoemde Amerikaanse octrooischrift wordt gebruik gemaakt van een benadering tot defectdetectie, welke is gebaseerd op een aantal gefundeerde premissen: (1) dat de momentane draaggolffrequentie van het FM-ingangssignaal van de FM-detector 30 van de weergeef inrichting door de gewenste signaalinformatie slechts binnen bekende vaste grenzen (d.w.z. als bepaald door het bij de registratie gebruikte deviatiegebied) wordt verschoven, terwijl verschuivingen naar frequentie voorbij deze grenzen niet een gevolg zijn van gewenste signaalinformatie doch van storende toestanden, 35 waarin onjuiste signalen worden opgewekt of toegevoerd; (2) dat in 7907301 -4- wezen alle waarneembare storende beeldeffecten van het hierbeschre— ... ven type afkomstig zijn van ingangssignaaldefecten, die de schijnbare momentane draaggolffrequentie voorbij de bekende deviatiegebied-grenzen verschuiven.

5 Bij de benadering volgens het Amerikaanse octrooischrift wekken eerste organen, die met de FM-demodulator van de weergeefin- richting zijn gekoppeld, een uitgangspuls op wanneer de momentane frequentie van het teruggewonnen signaal een eerste drempelfrequen- tie voorbij de bovengrens van het beoogde deviatiegebied overschrijdt; 10 extra organen, welke met de FM-demodulator zijn gekoppeld, wekken het een uitgangspuls op wanneer de momentane frequentie van/teruggewonnen signaal onder een tweede drempelfrequentie onder de ondergrens van het beoogde deviatiegebied daalt. De respectieve uitgangspulsen worden in een optelinrichting cpsommeerd teneinde een defect-indica-15 tiesignaal te verschaffen, dat een indicatie van de intervallen geeft, welke worden ingenomen door die ingangssignaaldefecten, welke de eerder besproken storende beelddefecten veroorzaken'. Het defect-indicatiesignaal wordt gebruikt om een omschakeling van de weergeef-inrichting uit een normale bedrijfsmodus naar een defectcompensatie-20 modus te besturen, in de laatstgenoemde modus wordt een vertraagd signaal, dat informatie uit een voorafgaande beeldregel vormt, gebruikt inplaats van het geldende video-uitgangssignaal van de FM- · detector teneinde het uitgangssignaal van de weer geef inrichting op ·. te wekken. In verband met de algemene redundantie van informatie in 25 opeenvolgende beeldregels, dient de voorafgaande-regelinformatie-substitutie om het defectoptreden te maskeren, waardoor dit voor de waarnemer van het beeld relatief niet waarneembaar wordt gemaakt.

In verband met de beperkte bandbreedte van het videosignaaluitgangs-filter van de FM-demodulator van de weergeefinrichting kan evenwel 30 worden verwacht, dat het eind van de signaalstoring in het uitgangssignaal van het laatstgenoemde filter naijlt bij het eind van het bijbehorende ingangssignaaldefect. Bij het onderkennen van dit na-ijlingseffect werken met de modusschakelinrichting van de weergeefinrichting in het Amerikaanse octrooischrift geschikte organen samen 7907301 * * -5- om de invloed van de defectindicatiepulsen op een doeltreffende wijze te "rekken" teneinde de substitutiemodus te onderhouden totdat het geldende uitgangssignaal van het FM-detectorfilter in hoofdzaak vrij is van de storingen, welke tot: een defectieve beeldweergave 5 hebben geleid.

Zoals in het Amerikaanse octrooischrift is beschreven, berust een methode voor het identificeren van ingangssignaalfrequen-tie-afwijkingen ten opzichte, van de bovengenoemde drempelfrequentie-grenzen op het vergelijken van het momentane niveau van een video— 10 signaal, dat uit een uitgangssignaal van de FM-detector van de weergeefinrichting wordt opgewekt met maximale en minimale niveaus, welke in nauw verband staan tot de momentane videosignaalniveaus., welke door deze FM-detector worden verkregen in responsie op ingangs-signaalfrequenties bij de deviatiegebiedgrenzen. Het ingangssignaal 15 voor de niveauvergelijkingsinrichtingen is niet het normaal gefilterde video-uitgangssignaal van de FM-detector, dat voor beeldweer-geefdoeleinden wordt gebruikt doch inplaats daarvan een uitgangssignaal, dat wordt opgewekt door een defectdetectoringangsfilter in de vorm van een laagdoorlaatfilter met een afknijpfrequentie, welke 20 boven de hoogste geregistreerde videosignaalfrequentie is gelegen.

Voor de nauwkeurigheid van de niveauvergelijking omvat het ingangssignaal van de niveauvergelijkingsinrichtingen bij voorkeur de ge-lijkstroomcomponent van het teruggewonnen videosignaal.

Een toename van het spanningsniveau aan de uitgang van het 25 defectdetectoringangsfilter tot niveau boven een vergelijkingsin-richtingsdrempel met hoog niveau leidt een defectindicatiepuls in het uitgangssignaal van de vergelijkingsinrichting in; bij een representatief FM-type, waarbij videosignaalexcursies in de "witte" richting een toename van de draaggolffrequentie veroorzaken, is dit 30 uitgangssignaal van de vergelijkingsinrichting indicatief voor het begin van een "wit" defect in het weergegeven beeld. Een soortgelijk ontstaan van een "zwarte" defectindicatiepuls wordt verkregen door een vergelijkingsinrichting met laag niveau in responsie op een verschuiving naar het uitgangsniveau van het defectdetectorfil-35 ter onder de drempel van de vergelijkingsinrichting met laag niveau.

7907301 i ^ -6- ’ De brede-bandresponsie van het defectdetectoringangs filter draagt bij tot het verschaffen van een vroege indicatie van het begin van het defect door de niveauvergelijkingsinrichtingen.

Bij de bovenbeschreven uitvoeringsvormen van defectdetecto-5 ren wordt vertrouwd op de analyse van nuidoorgangen in de FM-detec-tor als basis voor het bepalen wanneer en of zich een defect heeft voorgedaan. In wezen omvatten deze. bekende typen defectdetectoren hetzij pulsdiscriminatoren met twee kanalen, één voor het bepalen van het optreden van een te lang interval· tussen pulsen, overeenko-10 mende met een zwart defect, en het andere kanaal voor het bepalen van het optreden van een te kort interval tussen de pulsen, overeenkomende met een wit defect (zoals in het Amerikaanse octrooischrift 4.038.686), hetzij een enkele pulsteller met een afzonderlijk midde-' lingsfilter en twee spanningsdrempelvergelijkingsinrichtingen, zo-15 als in het andere Amerikaanse octrooischrift. Ofschoon van nut is de constructie van. deze defectdetectoren complex doordat twee tem— peerkanalen of een extra filter en drempelvergeli jkingsinrichtingen moeten worden opgebouwd. Bovendien kunnen deze detectoren lastig in geïntegreerde-ketenvorm worden vervaardigd met een mate van nauw-20 keurigheid, welke voor het beoogde doel gewenst is.

De uitvinding voorziet in een stelsel voor het detecteren van defecten in het teruggewonnen FM-signaal, d.w.z. het detecteren van die gevallen waarin de momentane frequentie (of equivalente tijdveranderingssnelheid in fase) van het teruggewonnen signaal af— 25 wijkt van het verwachte frequentiedeviatiegebied, welk.stelsel gemakkelijk in geïntegreerde-ketenvorm kan worden opgebouwd en des- . ondanks snel die gevallen bepaalt, waarin het gewenst is compensatiemaatregelen in te leiden.

Meer in het bijzonder voorziet de uitvinding in een inrich-30 ting ten gebruike bij een signaalvertolkingsstelsel met een bron van draaggolven, waarvan de momentane frequentie onderhevig is aan een variatie over een bepaald deviatiegebied van frequenties, en een onjuiste werking kan vertonen wanneer de schijnbare momentane frequentie van de draaggolven ten opzichte van het bepaalde gebied afwijkt.

79073 01 « » -7-

De inrichting is voorzien van een fasevergrendelingslus met een fa-sedetector en een spanningsbestuurde oscillator. De fasedetector levert in responsie op signalen,. overeenkomend met de draaggolven en met de uitgangssignalen van de oscillator, een uitgangssignaal, 5 dat afhankelijk is van de faserelatie van de daaraan toegevoerde signalen. Het oscillatoringangshesturingssignaal wordt uit het fa-sedetectoruitgangssignaal af genomen en de uitgangsfrequentie van de oscillator wordt daardoor gewijzigd in een richting, waarbij de relatieve fase tussen de aan de fasedetector toegevoerde ingangssig-10 nalen binnen een bepaald gebied van waarden wordt gehouden.

De parameters van de fasevergrendelingslus worden zodanig ingesteld, dat de lus het verwachte gebied van frequentie-excursies van de draaggolven nauwkeurig zal volgen. De uitgangssignalen van de oscillator en de signalen, overeenkomende met de draaggolven, worden 15 toegevoerd aan defectdetectieorganen, welke een defectindicatie- signaal leveren wanneer de relatieve fase tussen de daaraan toegevoerde signalen afwijkt ten opzichte van een bepaald gebied van waarden (waarbij de afwijking overeenkomt met het optreden van een defect) en welke een referentieniveausignaal leveren wanneer de re-- 20 latieve fase tussen de daaraan toegevoerde signalen binnen het bepaalde gebied van waarden is gelegen.

Vólgens de uitvinding wordt verder het uitgangssignaal uit de fasedetector toegevoerd aan een laagdoorlaatfilter voor het op-. wekken van een signaal, dat verband houdt met de draaggolven en 25 welk signaal op zijn beurt aan verbruiksorganen wordt toegevoerd.

Er zijn organen aanwezig om de signaalbaan tussen het laagdoorlaatfilter van het stelsel en de verbruiksorganen buiten werking te stellen in responsie op het defectindicatiesignaal.

De uitvinding zal onderstaand nader worden toegelicht on-30 der verwijzing naar de tekening. Daarbij toont: fig. 1 een blokschema van een gedeelte van de schakeling van een videoschijfweergeefinrichting met een defectdetectiestelsel volgens de uitvinding; fig. 2 een blokschema van de fasevergrendelingslus en de 7907301 -8- defectdetector, zoals men deze in fig. 1 aan treft; fig. 3 (a) tot 3 (h) golf vormen ter illustratie van de werking van de defectdetector volgens fig. 2 wanneer de binnenkomende frequentie onder een bepaald gebied daalt; en 5 * fig. 4 (a) tot 4 (h) golfvormen ter illustratie van de wer» king- van de defectdetector volgens fig» 2 wanneer de ingangsfre— quentie boven een bepaald gebied stijgt.

Bij de videoschij fweergeefinrichting volgens fig. 1 wordt een geregistreerd signaal tijdens de weergave van een videoschijf 10 door videoschijfopneemketens 10 teruggewonnen. Meer in het bijzonder is het videoschij fopneemstelsel. van het capacitieve type, dat boven reeds is beschreven en de opbouw van de videoschij fopneem— schakeling kan bv. zijn zoals beschreven in het Amerikaanse octrooi-sehrift 3.872.240. Het registratietype van de schijf, welke wordt 15 teruggespeeld, is zodanig, dat de teruggewonnen .signaalinformatie een. in frequentie gemoduleerde beelddraaggolf omvat, waarbij de momentane draaggolffrequentie binnen, vaste deviatiegebiedgrenzen (bv. 3,9-6,9 mHz) afwijkt overeenkomstig de amplitude van een samengesteld videosignaal, dat een frequentieband (bv. 0-3 mHz) onder 20 het deviatiegebied inneemt en representatief is voor een reeks weer te geven gekleurde beelden.

Een banddoorlaatfilter 12 met een doprlaatband, die het beelddraaggolfdeviatiegebied en geschikte zijbanden daarvan omvat, . laat het in frequentie gemoduleerde beelddraaggolfsignaal selec-25 tief door naar een begrenzer 14 (welke op de gebruikelijke wijze dient om storende amplitudemodulatie van het FM-ingangssignaal te elimineren of te reduceren). He,t uitgangssignaal van de begrenzer wordt toegevoerd aan een fasevergrendelingslus 16, welke is voorzien van een fasedetector 18, een laagdoorlaatfilter 20 van de * * 30 lus en een. spanningsbestuurde.oscillator 22.

De fasedetector 18 vergelijkt de fase van het door de begrenzer 14 toegevoerde signaal met de fase van het door de oscillator 22 toegevoerde signaal voor het verschaffen van een uitgangssignaal voor het lusfilter 20. Het uitgangssignaal van de fasedetec-. 35 tor wordt via het lusfilter 20 aan de spanningsbestuurde oscillator 7907301 -9- 22 toegevoerd en gebruikt om de frequentie van de oscillator te wijzigen in een richting, waarbij het faseverschil van de signalen, die aan de fasedetector 18 worden toegevoerd, binnen een bepaald gebied van waarden wordt gehouden d.w.z. binnen een stabiele be-5 drijfstoestand.

ZOals later meer gedetailleerd zal. worden toegelicht, wordt het uitgangssignaal van de oscillator 22 initieel zodanig ingesteld, dat dit met 90° in fase verschilt ten opzichte van het signaal uit de begrenzer 14. De constructie van de fasevergrendelingslus 16 is 10 zodanig, dat de lus stabiel is d.w.z. vergrendeld is wanneer het faseverschil tussen de aan de fasedetector toegevoerde signalen is gelegen binnen een gebied van plus of min 90° van de initiële instelling voor een totaal, stabiel gebied van 0 tot 180° wanneer het initiële faseverschil op 90° wordt ingesteld. Wanneer het fasever-15 schil binnen het gebied van waarden van 180 tot 360° valt, is de lus niet meer vergrendeld en veroorzaakt het aan de oscillator toe— gevoerde signaal, dat de oscillatorfrequentie wordt gewijzigd totdat deze terugkeert tot het gebied van waarden tussen 0 en 180° faseverschil.

20 De signalen uit het lusfilter 20 worden toegevoerd aan een laagdoorlaatfilter 24 van het stelsel. De doorlaatband van het filter 24 is in hoofdzaak aangepast aan de band (bv. 0-3 mHz), welke worden ingenomen door de geregistreerde videosignaalinformatie.

De ketens, welke zijn voorzien van de begrenzer 14, de fa-25 severgrendelingslus 16 en het laagdoorlaatfilter 24 vormen een FM-demodulator of -detector, die aan een uitgangsklem van het filter 24 een signaal levert in de vorm van een samengesteld videosignaal, dat overeenkomt met de modulatie van het FM-ingangssignaal.

De uit de schijf teruggewonnen videosignaalinf ormatie kan bv. be-30 staan uit een samengesteld kleurvideosignaal, dat volgens een "begraven onderdraaggolf'-type is gecodeerd, zoals beschreven in het Amerikaanse octrooischrift 3.872.498.

Het door het filter 24 geleverde signaal wordt toegevoerd aan de "normale signaal"-ingangsklem N van de elektronische defect- 7907301 -10- schakelaar 26. De schakelaar 26 dient om afwisselend (1) het aan de signaalingangsklem N optredende signaal aah de uitgangsklem 0 van de schakelaar 26 toe te voeren of (2) het op een "substitutie klem S optredende signaal aan de uitgangsklem 0 van de schakelaar 5 toe te voeren. De omschakeling tussen de resp. "normale" en "sub-stitutie”-toestanden geschiedt door stuursignalen, welke vanuit een hierna te beschrijven inrichting aan een stuursignaalingangs— klem C'worden,toegevoerd.

Onder normale bedrijfsomstandigheden voert de schakelaar 10 26 de op de klem N optredende videosignalen aan de uitgangsklem 0 toe om aan signaalbehandelingsketens 28 te worden, toegevoerd r waarin de videosignalen worden verwerkt tot een vorm, waarin zij geschikt zijn om aan een televisieontvanger 30 te worden toegevoerd-De televisieontvanger 30 dient voor het weergeven van een 15 reeks beelden, welke representatief zijn voor de geregistreerde signaalinformatie. Zoals boven reeds-is..besproken, kunnen echter _ ^ met. willekeurig optredende intervallen tijdens de weergave van een schijfvormige registratiedrager defecten in het FM-ingangssignaal optreden, die het op de klem N van de schakelaar 26 optredende . 20 videosignaal zodanig beïnvloeden, dat de genoemde zwarte/witte streepvormige en vlekvormige defecten in het op de ontvanger 30 weergegeven beeld optreden indien de ontvanger 30 op de signalen op de klem N blijft reageren. Teneinde een dergelijke onjuiste beeldweergave te vermijden, omvat de weergeefinrichting volgens 25 fig. 1 een defectdetectie-inrichting volgens de uitvinding en een defectcompensatie-inrichting. De compensatie omvat het gebruik van (1) vertraagde versie van de signalen op de klem 0, via het ver-tragingselement 32 voor toevoer aan de klem S van de schakelaar 26? (2) een defectdetector 34, welke later meer gedetailleerd zal wor-30 den beschreven en welke dient voor het opwekken van een defectindi- catiesignaal wanneer het bepaalde deviatiegebied van de teruggewonnen draaggolven wordt overschreden; en (3) een schakelbesturings-generator 36, die in responsie op het defectindicatiesignaal een schakelbesturingssignaal opwekt, dat aan de klem C van de schake- 7907301 -11- laar 26 wordt toegevoerd om de schakeltoestand van de schakelaar 26 te besturen. Details van een nuttige schakelbesturingsgenerator voor de uitvoeringsvorm volgens fig. 1 vindt men in het Amerikaanse octrooischrift 3.909.518.

5 Meer in het bijzonder kan het vertragingselement 32 een CCD=vertragingslijn of een glasvertragingslijn omvatten, welke voorziet in een signaalvertraging, die overeenkomt met een periode . bij de regelaftastfrequentie van het videosignaalweergeefstelsel.

Het gesubstitueerde vertraagde signaal wordt aan de klem 0 van de 10 schakelaar 26 toegevoerd tijdens de duur van een defect, als aangegeven door het signaal, dat aan de klem C van de schakelaar 26 wordt toegevoerd. Wanneer het defect niet meer aanwezig is veroorzaakt het signaal op de klem C dat de uitgangsklem 0 elektrisch met de klem N van de schakelaar 26 wordt verbonden, waardoor een 15 normale werking wordt hervat.

De defectdetector 34 reageert op de signalen uit de begrenzer 14 en op de signalen uit-do spaimingsbeetaurde-~osoillator~22. . ---

De detector 34 analyseert de faserelatie tussen de daaraan toegevoerde signalen. Initieel wordt het faseverschil tussen de toege-20 voerde ingangssignalen op 90° ingesteld. De detector 34 is zodanig uit gevoerd, dat aan de generator 36 een signaal met constant refe-rentieniveau wordt toegevoerd wanneer het faseverschil tussen de toegevoerde signalen binnen plus of min 90° van de initiële fase- ·. relatie is gelegen. Dat wil zeggen, dat er een gebied van 0° tot 25 180° faseverschil tussen de aan de detector 34 toegevoerde signa len is waarover de detector 34 een referentieniveausignaal (bv.5V) zou leveren.

Wanneer het faseverschil van de aan de detector 34 toegevoerde signalen buiten het stabiele gebied valt, d.w.z. wanneer 30 het faseverschil in het gebied van 180° tot 360° valt, levert de detector 34 een defectindicatiesignaal in de vorm van een puls, welke zich uitstrekt over een duur,die de tijd bestrijkt vanaf het moment waarop het gedetecteerde faseverschil voor de eerste maal het stabiele gebied overschreed tot het moment waarop het gedetec- 7907301 -12- teerde faseverschil tot het stabiele gebied is teruggekeerd.

Het blijkt, dat de defectindicatimuls optreedt onder bepaalde faserelaties tussen een signaal, dat verband houdt met de teruggewonnen draaggolven en een spanningsbestuurd oscillatorsig-5 naai. Het signaal uit de begrenzer 14 veroorzaakt, dat het faseverschil buiten, het stabiele gebied treedt wanneer er een significante snelle afwijking·ten opzichte vanl.het bepaalde deviatiegebied van de FM-draaggolf aanwezig is. Het laagdoorlaatlusfilter 20 is zodanig uitgevoerd, dat dit een bepaalde mate van traagheid in de 10 lusresponsie veroorzaakt. Ofschoon derhalve de oscillator in het algemeen zodanig wordt bestuurd, dat deze het begrenzersignaal volgt, zal het volgen plaatsvinden met een snelheid, welke lager ligt dan die van de veranderingen, welke tengevolge van defecten in het uitgangssignaal van de begrenzer optreden.

15 De bandbreedte van het laagdoorlaatfilter 24 is zodanig, dat dit filter aan het signaal, dat het filter 24 passeert een vertraging meedeelt. Meer in het bi jzonder veroorzaakt het filter 24 een vertraging van 200 tot 400 n sec. Deze vertraging is voldoende voor de detectie van een defect in detector 34, het opwekken 20 van een schakelbesturingssignaal in generator 34 en het omschakelen vanuit de normale toestand naar de substitutietoestand in de schakelaar 26, alles voordat het signaaldefect de N-klem van de schakelaar 26 bereikt.

Derhalve vormt de in fig. 1 afgebeelde inrichting een FM-.25 detector met signaaldefectdetectie en demonstreert deze een compen-• satiemodus bij de detectie van het optreden van een signaaldefect. De constructie is zodanig, dat een defectpuls wordt opgewekt wanneer tenminste één periode wordt bijgevoegd of geëlimineerd bij het beschouwen van de faserelatie van de aan de detector 34 toege-30 voerde signalen. Bij de eerdergenoemde FM-detectoren van het nul-doorgangstype wordt een defect aangegeven wanneer een enkele over-kruisingspuls buiten positie is.

Volgens de uitvinding zal de oscillator 22 vergrendeld blijven zolang als het faseverschil tussen het uitgangssignaal van de 7907301 w * -13— begrenzer 14 en het oscillatoruitgangssignaal binnen plus of min 90° van de initiële waarde van 90° is gelegen. Indien de fasedetec-tor 18 een faseverschil voorbij plus 90° ten opzichte van het initiële verschil van 90° bepaalt, zal de oscillator zich zeer waar-5 schijnlijk door het toevoegen van tenminste één periode naar een nieuwe stabiele toestand bewegen. Indien het bepaalde faseverschil onder minus 90° ten opzichte van het initiële verschil van 90° af— neemt, zal de oscillator 'waarschijnlijk tenminste één hele periode overslaan teneinde naar een stabiel gebied van faseverschilwaarden 10 terug te keren.. Deze winst of dit verlies van een periode wordt beschouwd als een defect en de defectdetector 34 bepaalt wanneer een periode is toegevoegd of geëlimineerd en levert in het geval van een der gelijk optreden een defectindicatiepuls.

m fig. 2 hebben elementen, welke reeds zijn besproken, de-15 zelfde verwijzingen bij de thans volgende omschrijving. Bij de bepaalde in fig. 2 afgebeelde uitvoeringsvorm dient de begrenzer 14 om de amplitude-excursies van het aan de ingang daarvan aanwezige FM-signaal in een zodanige mate te begrenzen, dat uitgangssignalen worden opgewekt, die in hoofdzaak bestaan uit pulsreekssignalen 20 met pulsbreedten, welke verband houden met de frequentie van het ingangssignaal. Wanneer de frequentie van het binnenkomende FM-signaal afneemt, neemt de pulsbreedte van het uitgangssignaal van de begrenzer toe. Wanneer de frequentie van het FM-signaal groter ·. wordt neemt de pulsbreedte van het uitgangssignaal van de begrenzer 25 af. Derhalve kan het gewenste deviatiegebied van het FM-signaal worden vertolkt in een gebied van pulsbreedten bij de uitgang van de begrenzer.

Bij de in fig. 2 afgebeelde uitvoeringsvorm levert de begrenzer 14 twee complementaire uitgangspulssignalen in responsie 30 op het toegevoerde FM-signaal. De vorm van het uitgangssignaal 2 van de begrenzer is identiek aan het uitgangssignaal 1 van de begrenzer behoudens, dat het signaal 2 180° in fase is verschoven ten opzichte van het signaal 1. Dit feit is in fig. 3(b) en 3(e) en opnieuw in fig. 4(b) en 4(e) weergegeven- 7907301 · (<»«*— * ' ’i.. r «Γ — * + -14-

Op een soortgelijke wijze levert de spanningsbestuurde oscillator 22 een eerste en een tweede uitgangspulssignaal, waarbij de twee signalen identiek zijn behoudens eën faseverschil van 180°.

De oscillator 22 is gekoppeld met een variabele condensator 40, 5 welke wordt gebruikt voor het instellen van een initiële bedrijfs-frequentie voor de oscillator, waarbij het initiële faseverschil op 90° wordt ingesteld. Typische oscillatoruitgangsgolfvormen vindt men in de fign. 3 Ca) en 3 (d) en in de fign. 4 (a) en 4 (d) .

De eerste en tweede uitgangssignalen van de begrenzer 14 10 en de eerste en tweede oscillatoruitgangssignalen worden toegevoerd aan de fasedetector 18. De fasedetector 18 beïnvloedt de daaraan toegevoerde signalen op de wijze van een exclusieve NOF-keten. Dat wil zeggen, dat de fasedetector 18 bijvoorbeeld het signaal 1 van de spanningsbestuurde oscillator met het signaal 1 van 15 de begrenzer vergelijkt en een hoog uitgangssignaal levert wanneer de toegevoerde signalen hetzelfde zijn d.w.z. beide hoog of beide laag zijn, en een laag uitgangssignaal levert wanneer de toegevoerde signalen verschillen d.w.z. dat de ene hoog en de andere laag . .

is. Een tweede fasedetectorsignaal dat een fase verschuiving van 20 180° met het eerste signaal vertoont, treedt ook op. Het fase- detectoruitgangssignaal, dat een gevolg is van de vergelijking van het signaal 1 van de spanningsbestuurde oscillator met het signaal 1 van de begrenzer is weergegeven in fig. 3 (c) en 4 (c). Het uitgangssignaal -van de fasedetector 18 wordt toegevoerd aan het laag-25 doorlaatfilter 20 (het fasevergrendelde lusfiltefHet filter 20 heeft een betrekkelijk brede doorlaatband bv. van 0-6 mHz vergeleken met de doorlaatband van het detectorstelselfilter van bv. 0-3 mHz. De uitgangssignalen van het filter 20 worden toegevoerd aan de oscillator 22 en het filter 24. De uitgangssignalen uit het fil-30 ter 24, welke nu het gedetecteerde FM-signaal voorstellen, dat informatie bevat, welke eerder op de videoschijf is geregistreerd, worden voor een verdere behandeling aan de defectschakelaar 26 toegevoerd.

De oscillator 22 reageert op uit het lusfilter 20 afkomsti-35 ge signalen op een wijze, waarbij de uit gangs frequentie van de os- 7907301 -15- cillatorsignalen de frequentie-excursLés van de ingangssignalen volgt. Tengevolge van de invloed van het lusfilter 20 vindt het volgen met een betrekkelijk geringe snelheid vergeleken met de frequentie van de uitgangssignalen van de begrenzer plaats. Teneinde 5 de golfvormdiagrammen niet' te gecompliceerd te maken, zijn de os-cillatorsignalen in fign. 3 en 4 weergegeven als een signaal met betrekkelijk constante frequentie.

Initieel worden de eerste en tweede uitgangssignalen van de oscillator ingesteld op resp. 90° fase verschoven ten opzichte van 10 de eerste en tweede uitgangssignalen van de begrenzer. Dit is weergegeven in fig. 3(a) en 3(b) en in fig. 4(a) en 4(b) .

' Het signaal 1 van de oscillator en het signaal 1 van de begrenzer worden toegevoerd aan een eerste .grendelketen 42 in de defectdetector 34. Op een soortgelijke wijze worden het signaal 15 2 van de oscillator en het signaal 2 van de begrenzer toegevoerd aan een tweede grendelketen 44. De grendelketens.. 42 en 44 omvatten inrichtingen, welke een steekproef nemen van het niveau van het toegevoerde begrenzersignaal bij in positieve richting verlopende overgangen van het oscillatorsignaal en daarna dit niveau vasthou-20 den totdat dé volgende steekproef bij de volgende in positieve richting verlopende overgang van het oscillatorsignaal wordt genomen.

De grendelketens 42 en 44 kunnen neer in het bijzonder bestaan uit flip-flops van het D-type, die in het algemeen als grendelflip-flops worden betiteld. Het door de grendelketen 42 geleverde uit-25 gangssignaal is weergegeven in fig. 3 (f) en 4 (f) en het uitgangssignaal van de grendelketen 44 is weergegeven in de fign.3(g) en 4(g).

De uitgangssignalen van de grendelketens 42 en 44 worden gecombineerd in een OP-poort 46. De poort 46 werkt zodanig, dat 30 wanneer één of beide van de toegevoerde ingangssignalen hoog is resp. zijn een hoog uitgangsniveau optreedt. Wanneer de beide ingangssignalen een laag niveau hebben, heeft het uitgangssignaal een laag niveau. Typische uitgangssignaalgolfvormen voor de poort 46 vindt men in de fign. 3(h) en 4(h) . Het uitgangssignaal van de 7907301 —16—

JÉ V

poort 46 wordt dan toegevoerd aan een niveautranslator 48, waarin het spanningsniveau van de puls wordt ingesteld voor compatabiliteit met de schakelbesturingsgenerator 36.

Uit fig. 3 blijkt, dat daarin een toestand is aangegeven, 5 waarbij de frequentie van signaal 1 van de begrenzer is afgenomen tot een waarde, welke buiten het gewenste frequentiedeviatiegebied is gelegen en het signaal 1 van de begrenzer minder pulsen bevat dan binnen het deviatiegebied wordt verwacht. De oscillatorsignalen 1 en. 2 zijn weer weergegeven als signalen met constante frequentie . 10 zelfs tijdens de niet-vergrendelde toestand d.w.z. wanneer de fase- detector 18 niet langer het signaal met een werkzame periode van 50% aan de oscillator’ 22: toevoert. Afhankelijk van de stelselpara— meters zal de oscillator 22 beginnen met volgen op een tijdstip na het begin van een toestand waarin geen vergrendeling aanwezig is.

15 Het signaal 1 van de grendelinrichting volgens fig. 3 (f) wordt verkregen door het nemen' van steekproeven van het signaal 1 _ van, Jygrenzer bij positieve overgangen van het signaal 1 van de oscillator en het daarna vasthouden van het steekproefhiveau tot de volgende positieve overgang van het oscillatorsignaal. Omdat het de 20 nemen van steekproeven in/grendelinrichting 42 eenmaal per periode van de oscillator plaatsvindt, wordt de niet-vergrendelde toestand niet onmiddellijk door de grendelinrichting 42 bepaald. Bij de weergegeven uitvoeringsvorm treedt de eerste positieve overgang van het signaal 1 van de oscillator 270° na het begin van de niet-25 vergrendelde toestand op.

De grendelinrichting 44 wordt gebruikt om steekproeven te nemen van het signaal 2 van de begrenzer bi j de positieve overgangen van het signaal 2 van de oscillator. Bij het in fig. 3 afgebeel-de voorbeeld treedt de eerste responsie in het signaal 2 van de 30 grendelinrichting bij ongeveer 90° na het begin van de niet-vergrendelde toestand op. Aangezien de twee oscillatorsignalen een faseverschuiving van 180° ten opzichte van elkaar vertonen en aangezien de signalen 1 en 2 van de oscillator resp. initieel met 90° in fase verschillen met de signalen 1 en 2 van de begrenzer is er 7907301 -17— een gebied van relatieve fasewaarden tussen het oscillatorsignaal en het begrenzersignaal van plus en minus 90° ten opzichte van de initiële waarde van 90° of een gebied van 180° aanwezig waarbinnen de grendelketens geen uitgangssignaal leveren. Dat wil zeggen, dat 5 ten aanzien van afwijkingen onder het lage eind van het gewenste frequentiedeviatiegebied een gebied van relatieve fasewaarden tussen het oscillatorsignaal en het .begrenzersignaal aanwezig is, dat een stabiele toestand vormt en waarbij geen defectpulsinleiding plaats vindt.

10 Wanneer de niet-vergreildelde toestand wordt beëindigd, dat.

wil, zeggen wanneer het binnenkomende FM-signaal binnen het gewenste deviatiegebied is gelegen, veroorzaakt de positieve overgangssteek-proef bij de grendelinrichting 42, dat het signaal 1 van de gren— dèlinrichting naar een laag niveau gaat (zie fig. 3(a), 3(b) en 15 3(f}) doch de positieve steekproef bij de grendelinrichting 44 komt 180° later om het signaal 2 van de grendelinrichting te laten terugkeren tot een laag niveau (zie fig. 3(d), 3(e) en 3(g)).

Het in fig. 3(h) afgebeelde defectsignaal bestrijkt de periode vanaf het eerste hoge grendelsignaal tot het laatste grendel— 20 signaal, dat laag wordt. Derhalve is het defectsignaal niet noodzakelijkerwijs coincident met de niet-vergrendelde toestand. De de-fectpuls kan verder in de schakelbesturingsgenerator worden verwerkt onder gebruik van pulsrekmethoden, zodat de vertraagde sig-naalsubstitutie kan worden ingeleid vódr het tijdstip waarop het 25 defect aan de ingangsklem van de defectschakelaar 26 optreedt en worden verlengd om te eindigen op een tijdstip, waarbij alle overblijfselen van het defect zijn verdwenen.

Fig. 4 toont de golfvormpatronen voor de FM-demodulator en defectdetector wanneer het teruggewonnen signaal frequenties bevat, 30 die boven het gewenste deviatiegebied stijgen. Onder deze omstandigheden toont het uitgangssignaal 1 van de begrenzer meer pulsen dan wordt verwacht bij werking binnen het gewenste deviatiegebied.

Ook hier weer zijn de oscillatorsignalen niet weergegeven als signalen, die tijdens de niet-vergrendelde toestand veranderen 7907301 -18- en wel terwllle van de duidelijkheid. Het is echter duidelijk, dat op een bepaald tijdstip de frequentie van de oscillator zal veranderen onder bestuur van het fasedetectorsignaal totdat de oorspronkelijke faserelatie van 90° tussen het uitgangssignaal van de os-5 cillator en het overeenkomstige uitgangssignaal van de begrenzer is hersteld.

De grendelketens 42 en 44 werken op de eerderbeschreven wijze en wekken de signalen op, welke resp. zijn weergegeven in de fign. 4(f) en 4(g). 'Deze signalen worden in de OE-poort 46 gecombi-10 neerd. voor het: verschaffen van. de in fig. 4 (b) afgebeelde defect-indicatiepuls..

Het totale resultaat van de werking van het bovenbeschreven stelsel is zodanig, dat. wanneer de frequentie van het ingangssignaal of te hoog of te laag is, d.w.z. buiten het gewenste deviatie— 15 gebied is gelegen, en wel zodanig, dat de fasevergrendelde lus 16 . uit vergrendeling treedt, de faserelatie tussen het uitgangssignaal van de oscillator (bv. het uitgangssignaal 1) en het ingangssignaal (bv. het signaal 1 van de begrenzer) buiten het gebied van 0-180·° valt. Wanneer het faseverschil tussen deze twee signalen tussen 20 180 en 360° valt voorziet de steekproef functie van de grendelketens (bv. de keten 42) in een signaal, dat aangeeft, dat het binnenkomende signaal een defect bevat en compensatie door substitutie dient plaats te vinden.

Het bovenbeschreven stelsel kan met succes in geïntegreerde 25 ketenvorm worden opgebouwd en is bijzonder geschikt voor intergratie in de vorm van een emittergekoppelde logische inrichting. In wezen kunnen de begrenzer 14, de fasedetector 18, de oscillator 22 > en de defectdetector 34 alle op hetzelfde plaatje worden geïnte greerd teneinde daardoor te voorzien in een doeltreffende en econo-30 mische FM-demodulator met defectdetectie.

7907301

Claims (6)

1. Inrichting in een signaalvertolkingsstelsel voorzien van een bron van draaggolven, waarbij de momentane frequentie van de draggolven onderhevig is aan een variatie over een bepaald devia-tiegebied, en de bron op een willkeurige wijze onderhevig is aan 5 een defectieve werking, gedurende welke de schijnbaar momentane frequentie van de draaggolven- ten opzichte van het bepaalde deviatie-gebied afwijkt gekenmerkt-door een fasevergrendelde lus (16) met een fasedetector (18) en een spannningsbestuurde oscillator (22) , waarbij deze fasedetector in responsie op eerste signalen, over-10 eehkomende met de draaggolven, en de uitgangssignalen van de oscillator uitgangssignalen levert, welke afhankelijk zijn van de fase-relatie tussen de daaraan toegevoerde signalen, waarbij de oscillator in responsie op de fasedetectoruitgangssignalen de frequentie van de oscillatoruitgangssignalen wijzigt in een richting, waarbij 15 de relatieve fase tussen de eerste signalen en de oscillatoruit- gangssignalen binnen een bepaald gebied van waarden wordt gehouden, en defectdetectieorganen (34), welke in responsie op de eerste signalen en de oscillatoruitgangssignalen een defectindicatiesignaal leveren wanneer de relatieve fase tussen de eerste signalen en de 20 oscillatoruitgangssignalen ten opzichte van een bepaald gebied van waarden afwijkt, waarbij de afwijking overeenkomt met het optreden -· van de defectieve werking, en een referentieniveausignaal leveren wanneer de relatieve fase tussen de eerste signalen en de oscillatoruitgangssignalen binnen het bepaalde gebied van waarden is ge-25 legen.
2. Inrichting volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat het bepaalde gebied van waarden binnen de grenzen van 0° tot 180° is gelegen.
3. Inrichting volgens conclusie 2 met het kenmerk, dat het be-30 paalde gebied van waarden binnen de grenzen van 90° + een hoek, gelijk aan of kleiner dan 90° is gelegen.
4. Inrichting volgens conclusie 3 kenmerkt door begrenzings- 7907 3 01 £ -20- organen, die in responsie op de bron van draaggolven de eerste signalen leveren.
5. Inrichting volgens conclusie 1, 2 of 3 gekenmerkt door be-grenzerorganen, welke in responsie op de bron van draaggolven eer-5 ste pulssignalen leveren, welke overeenkomen met de draaggolven, de fasedetector in responsie op de eerste pulssignalen en de uitgangssignalen van de oscillator uitgangspulssignalen levert, welke afhankelijk zijn van de faserelatie tussen de daaraan toegevoerde signalen, de defectdetectieorganen in responsie op de eerste puls-10 signalen en de oscillatoruitgangssignalen het defectindicatiepuls-signaal en het referentieniveausignaal leveren, filterorganen, die in responsie op signalen, overeenkomende met de fasedetectoruitgangs-pulssignalen een tweede signaal, overeenkomende met he't eerste signaal, aan gebruiksorganen leveren, en organen, die in responsie op 15 het defectindicatiesignaal de signaalbaan tussen de filterorganen en de verbruiksorganen buiten werking stellen.
6. Inrichting volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat de defectdetectieorganen zijn voorzien van eerste en tweede grendel-ketens voor het resp. leveren van eerste en tweede defectpulsen, 20 waarbij elk van de grendelketens reageert op de eerste pulssignalen en de oscillatoruitgangspulssignalen, en sommeerorganen om de eerste en tweede defectpulsen te sommeren en in responsie daarop het defectindicatiepulssignaal te leveren. * &&&&& 7907301
NL7907301A 1978-10-02 1979-10-01 Defect-detectie-inrichting. NL7907301A (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US05948013 US4203134A (en) 1978-10-02 1978-10-02 FM Signal demodulator with defect detection
US94801378 1978-10-02

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL7907301A true true NL7907301A (nl) 1980-04-08

Family

ID=25487124

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL7907301A NL7907301A (nl) 1978-10-02 1979-10-01 Defect-detectie-inrichting.

Country Status (9)

Country Link
US (1) US4203134A (nl)
JP (1) JPS6120942B2 (nl)
CA (1) CA1129094A (nl)
DE (1) DE2939402C2 (nl)
ES (1) ES484438A1 (nl)
FI (1) FI68333C (nl)
FR (1) FR2438375B1 (nl)
GB (1) GB2032738B (nl)
NL (1) NL7907301A (nl)

Families Citing this family (28)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4286283A (en) * 1979-12-20 1981-08-25 Rca Corporation Transcoder
JPS6325424B2 (nl) * 1980-07-03 1988-05-25 Victor Company Of Japan
US4376289A (en) * 1980-10-27 1983-03-08 Rca Corporation Self-enabling dropout corrector
US4327431A (en) * 1980-11-07 1982-04-27 Rca Corporation Video disc player with variable offset RFI reduction circuit
US4327432A (en) * 1980-11-07 1982-04-27 Rca Corporation Video disc player with RFI reduction circuit
US4364119A (en) * 1980-11-21 1982-12-14 Rca Corporation Video disc player with RFI reduction circuit including a signal product generator
US4361881A (en) * 1980-11-21 1982-11-30 Rca Corporation Video disc player with RFI reduction circuit including signal subtraction
US4385374A (en) * 1980-11-21 1983-05-24 Rca Corporation Video disc player with RFI reduction circuit including an AGC amplifier and dual function peak detector
US4353093A (en) * 1981-05-11 1982-10-05 Rca Corporation Impulse noise reduction system for TV receivers
US4418363A (en) * 1981-06-24 1983-11-29 Rca Corporation Video disc player with RFI reduction circuit including sync tip clamp
JPS5834031U (nl) * 1981-08-30 1983-03-05
US4481616A (en) * 1981-09-30 1984-11-06 Rca Corporation Scanning capacitance microscope
US4476498A (en) * 1982-02-05 1984-10-09 Rca Corporation Deviation detector for FM video recording system
US4462048A (en) * 1982-02-11 1984-07-24 Rca Corporation Noise reduction circuitry for audio signals
US4514763A (en) * 1982-10-29 1985-04-30 Rca Corporation Sound signal and impulse noise detector for television receivers
JPH0326469B2 (nl) * 1983-10-19 1991-04-10 Hitachi Ltd
JPH042491Y2 (nl) * 1983-11-01 1992-01-28
JPH0468704B2 (nl) * 1984-06-13 1992-11-04 Matsushita Electric Ind Co Ltd
DE3613473A1 (de) * 1986-04-22 1987-10-29 Thomson Brandt Gmbh Videorecorder mit verbesserter tonwiedergabe
US4680651A (en) * 1986-08-19 1987-07-14 Eastman Kodak Company Timing signal dropout compensation circuit
DE3702856A1 (de) * 1987-01-31 1988-08-11 Philips Patentverwaltung Schaltungsanordnung zur detektion der ueberschreitung eines vorgegebenen frequenzhubbereiches
US4754467A (en) * 1987-07-01 1988-06-28 Motorola, Inc. Digital signal detection with signal buffering and message insertion
GB2212017B (en) * 1987-12-17 1992-05-20 Mitsubishi Electric Corp Frequency demodulator
JPH01296704A (en) * 1988-05-24 1989-11-30 Matsushita Electric Ind Co Ltd Fm demodulator
US4943858A (en) * 1989-02-23 1990-07-24 Matsushita Electric Industrial Co., Ltd. TV signal recording and reproducing apparatus employing a digital interface and including signal drop-out compensation
DE3920004A1 (de) * 1989-06-20 1991-01-03 Philips Patentverwaltung Verfahren und anordnung zur rauschunterdrueckung eines digitalen signals
DE19757315A1 (de) 1997-12-22 1999-06-24 Thomson Brandt Gmbh Standby-Signal für FM-Demodulator
DE19830130B4 (de) * 1998-07-06 2007-01-18 Robert Bosch Gmbh Schaltungsanordnung für eine PLL-Schaltung (Phase-locked-Loop) zur Frequenzvervielfachung

Family Cites Families (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3582809A (en) * 1968-09-06 1971-06-01 Signetics Corp Phased locked loop with voltage controlled oscillator
US3842194A (en) * 1971-03-22 1974-10-15 Rca Corp Information records and recording/playback systems therefor
JPS5550640B2 (nl) * 1973-03-09 1980-12-19
US4001496A (en) * 1974-06-06 1977-01-04 Rca Corporation Defect detection and compensation apparatus for use in an fm signal translating system
US3969759A (en) * 1974-06-06 1976-07-13 Rca Corporation Defect compensation systems
US3967311A (en) * 1974-11-12 1976-06-29 Rca Corporation Velocity correction for video discs
JPS5440331B2 (nl) * 1975-03-05 1979-12-03
GB1536851A (en) * 1975-03-10 1978-12-20 Rca Corp Video carrier wave defect detection and compensation
NL7503049A (nl) * 1975-03-14 1976-09-16 Philips Corp Inrichting voor het kompenseren van signaal- uitvallen in een hoekgemoduleerd signaal.

Also Published As

Publication number Publication date Type
FI68333B (fi) 1985-04-30 application
JP1353511C (nl) grant
DE2939402A1 (de) 1980-04-17 application
ES484438A1 (es) 1980-04-16 application
GB2032738A (en) 1980-05-08 application
FI792978A (fi) 1980-04-03 application
JPS5555450A (en) 1980-04-23 application
FR2438375A1 (fr) 1980-04-30 application
GB2032738B (en) 1982-09-29 grant
DE2939402C2 (nl) 1985-03-21 grant
FI68333C (fi) 1985-08-12 grant
US4203134A (en) 1980-05-13 grant
FR2438375B1 (fr) 1986-06-13 grant
CA1129094A (en) 1982-08-03 grant
JPS6120942B2 (nl) 1986-05-24 grant
CA1129094A1 (nl) grant

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4148082A (en) Tracking control apparatus
US4163993A (en) Continuous slow motion automatic tracking system
US5251041A (en) Method and apparatus for modifying a video signal to inhibit unauthorized videotape recording and subsequent reproduction thereof
US4597019A (en) Clock pulse generating circuit in a color video signal reproducing apparatus
USRE32431E (en) System for rotating an information storage disc at a variable angular velocity to recover information therefrom at a prescribed constant rate
US4110799A (en) Servo system for controlling the position of a magnetic head relative to a track to be followed using periodically interrupted long-wave positioning signals
US4439849A (en) Rotational speed controlling apparatus for recording disc
US4303939A (en) Horizontal stability measurement apparatus
US4100575A (en) Method of and apparatus for modifying a video signal to prevent unauthorized recording and reproduction thereof
US4825299A (en) Magnetic recording/reproducing apparatus utilizing phase comparator
US4438456A (en) Time base corrector
US4760474A (en) Information signal reproducing apparatus with track pitch discriminating function
US4223349A (en) System for rotating an information storage disc at a variable angular velocity to recover information therefrom at a prescribed constant rate
US4835758A (en) Dropout detection device for an optical type disc playback device
US3328521A (en) Dropout compensator for video signals
US4420778A (en) Head tracking control system for a helical scan VTR
US3663763A (en) Automatic tracking method and apparatus for rotary scan tape transport
US4338682A (en) Tracking servo system of video disc player
US4297733A (en) Method of controlling the position of a write or read head and a device for carrying out the method
US4858030A (en) Reproducing apparatus of a video disc player
US4510531A (en) Rotary recording medium and reproducing apparatus thereof
US4388713A (en) Rotation control system in a rotary recording medium reproducing apparatus
US4991027A (en) Circuit for detecting a video mode
US4215376A (en) Circuit arrangement for the digital correction of time base errors of a television signal using variable addressing of a memory
US4490752A (en) Rotary recording medium having a selectively reproducible continuous stream of audio signals recorded thereon and reproducing apparatus therefor

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BV The patent application has lapsed