NL1024046C2 - Bekleding van vormvaste delen, in het bijzonder voor een vloer, daarbij toe te passen bekledingsdelen en werkwijze voor het verbinden van de bekledingsdelen. - Google Patents

Bekleding van vormvaste delen, in het bijzonder voor een vloer, daarbij toe te passen bekledingsdelen en werkwijze voor het verbinden van de bekledingsdelen. Download PDF

Info

Publication number
NL1024046C2
NL1024046C2 NL1024046A NL1024046A NL1024046C2 NL 1024046 C2 NL1024046 C2 NL 1024046C2 NL 1024046 A NL1024046 A NL 1024046A NL 1024046 A NL1024046 A NL 1024046A NL 1024046 C2 NL1024046 C2 NL 1024046C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
ii
covering
side
covering part
coating
Prior art date
Application number
NL1024046A
Other languages
English (en)
Inventor
Marcel Hendricus Mari Nienhuis
Johannes Hendrikus Ge Scholten
Gerrit-Jan Geltink
Original Assignee
Niegel Profiel Ommanteling B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Niegel Profiel Ommanteling B V filed Critical Niegel Profiel Ommanteling B V
Priority to NL1024046A priority Critical patent/NL1024046C2/nl
Priority to NL1024046 priority
Application granted granted Critical
Publication of NL1024046C2 publication Critical patent/NL1024046C2/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F15/00Flooring
    • E04F15/02Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
    • E04F15/02005Construction of joints, e.g. dividing strips
    • E04F15/02033Joints with beveled or recessed upper edges
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F13/00Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings
    • E04F13/07Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor
    • E04F13/08Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor composed of a plurality of similar covering or lining elements
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F15/00Flooring
    • E04F15/02Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/01Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship
    • E04F2201/0138Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by moving the sheets, plates or panels perpendicular to the main plane
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/01Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship
    • E04F2201/0153Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by rotating the sheets, plates or panels around an axis which is parallel to the abutting edges, possibly combined with a sliding movement
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/02Non-undercut connections, e.g. tongue and groove connections
    • E04F2201/026Non-undercut connections, e.g. tongue and groove connections with rabbets, e.g. being stepped

Description

» NL 1024046

BEKLEDING VAN VORMVASTE DELEN, IN HET BIJZONDER VOOR EEN VLOER, DAARBIJ TOE TE PASSEN BEKLEDINGSDELEN EN WERKWIJZE VOOR HET VERBINDEN VAN DE BEKLEDINGSDELEN

De uitvinding heeft betrekking op een ondergrond, in het bijzonder een vloer, aan te brengen bekleding, omvattende: ten minste twee evenwijdige, langs aangrenzende 5 zijranden met elkaar verbonden, vormvaste bekledingsdelen, die een naar de ondergrond gerichte rugzijde en een daarvan afgekeerde zichtzijde vertonen, waarbij de beide zijranden trapvormig zijn uitgevoerd, met een binnenste en een . buitenste randsegment, zodanig dat het eerste bekledingsdeel 10 een uitstekende rugzijde en het tweede bekledingsdeel een overhangende zichtzijde vertoont, welke bekledingsdelen voorzien zijn van langs de zijranden geplaatste, samenwerkende koppelelementen, waarbij het koppelelement van het eerste bekledingsdeel een in de 15 uitstekende rugzijde gevormde, althans naar de zichtzijde open groef is, en het koppelelement van het tweede bekledingsdeel een zich vanaf de overhangende zichtzijde althans naar de ondergrond uitstrekkende tong vormt, welke groef en tong elk een althans ten dele gekromd profiel 20 vertonen, en waarbij de groef het binnenste randsegment van het eerste bekledingsdeel ondersnijdt en de tong uitsteekt voorbij het buitenste randsegment van het tweede bekledingsdeel.

Een dergelijke vloerbekleding, die bijvoorbeeld 25 bekend is uit DE-U-20300306, wordt door verschillende aanbieders in uiteenlopende varianten op de markt gebracht, en is bekend onder de verzamelnaam "klik-laminaat".

1024046-

I 2 I

I Het klik-laminaat als beschreven in DE-U-20300306 I

I bestaat uit langwerpige stroken of planken van een I

I gelamineerd materiaal. Dit materiaal omvat een relatief dikke I

basislaag, de eigenlijke plank, van een goedkoop en eenvoudig I

I 5 te verwerken plaatmateriaal, zoals middeldichte vezelplaat I

I (MDF) of hoogdichte vezelplaat (HDF), waarop een relatief I

I dunne toplaag van een decoratief materiaal, bijvoorbeeld met I

I een houtmotief bedrukt papier is aangebracht. Deze toplaag is I

I door behandeling met geschikte kunsthars slijtvast gemaakt. I

I 10 De zichtzijde van het laminaat heeft zo het uiterlijk van I

I natuurlijk hout, maar omdat het laminaat industrieel te I

I vervaardigen is, kost dit aanmerkelijk minder. I

I Klik-laminaat is met name bedoeld om door doe-het- I

I zelvers gelegd te worden. Derhalve dient het leggen op I

I 15 eenvoudige wijze en met een minimum aan gereedschappen te I

I kunnen worden uitgevoerd. Hiertoe vertonen de planken van het I

I bekende klik-laminaat in een van de lange zijden een groef, I

I terwijl de tegenover gelegen lange zijde voorzien is van een I

I daarmee samenwerkende tong. De groef wordt aan de boven- en I

I 20 onderzijde begrensd door een lip, waarbij de lip aan de I

I onderzijde uitsteekt buiten die aan de bovenzijde. Op I

overeenkomstige wijze steekt de tong verder uit de onderzijde I

dan uit de bovenzijde van de plank. I

I Er worden in DE-U-20300306 twee soorten tong/groef- I

I 25 verbindingen getoond, vormsluitende en krachtsluitende. I

I Bij de eerste variant van het laminaat, als I

I weergegeven in fig. 4, vertonen de tong en groef, telkens I

I tezamen met aangrenzende delen van de zijrand, complementaire I

I profielen, die spelingvrij in elkaar passen. Daarbij zijn de I

30 tong en de groef elk voorzien van een gekromd profiel. Zoals I

gezegd ondersnijdt de groef de zichtzijde van de plank, I

I terwijl de tong uitsteekt buiten de zijrand daarvan. De I

I ondersnijding en het uitstekende deel van de tong vertonen I

I 1024046-

V

Λ 3 eveneens een gekromd profiel. Aangrenzende planken worden met elkaar verbonden door de tong van de ene plank onder een hoek in de groef van de andere plant te steken en dan de planken weer in een vlak te brengen. De verschillende gekromde 5 profielen bepalen daarbij tezamen de vormsluitende verbinding tussen de planken.

Bij de tweede variant, het eigenlijke klik-laminaat, die bijvoorbeeld getoond is in fig. 2 van deze oudere publicatie, is de onderste lip zo dun uitgevoerd, dat deze 10 veerkrachtig buigzaam is. Deze lip is aan zijn eind voorzien van een relatief lage opstaande klikrand. Op overeenkomstige wijze is de tong aan zijn onderzijde voorzien van een lage uitstekende klikrand, die achter de klikrand van de onderste lip grijpt wanneer twee planken met hun zijranden verbonden 15 worden. Als gevolg van het veerkrachtig buigzame karakter van de onderste lip kunnen de planken worden verbonden door deze evenwijdig aan hun vlak tegen elkaar te schuiven en dan met enige kracht door te drukken tot de onderste lip zover uitbuigt dat de klikrand van de tong over de klikrand van de 20 lip schuift en daarachter valt. Zo zijn dan de planken aan elkaar geklikt.

Soortgelijke verbindingssystemen zijn voorzien aan de kopse eindranden van de planken, waardoor meerdere planken in eikaars verlengde kunnen worden gelegd.

25 Het bekende klik-laminaat heeft een aantal nadelen.

Zo is de dunne, veerkrachtig buigzame onderste lip, die uitsteekt buiten de eindrand van de plank relatief kwetsbaar tijdens transport, waardoor het risico bestaat van beschadigingen, die het latere verbinden van de planken 30 bemoeilijken. Bovendien kan de klikverbinding, wanneer deze eenmaal is gevormd, slechts met grote krachtsinspanning weer losgenomen worden, waarbij de kans aanzienlijk is dat dan alsnog beschadiging van de onderste lip optreedt. Het is dan 1024046-

I

Η I

I 4 I

I ook niet goed mogelijk de eenmaal gelegde klik-laminaat vloer I

I weer op te nemen in het geval van bijvoorbeeld een I

I verhuizing. Verder brengt het principe van de klikverbinding I

I met zich mee, dat deze altijd onder spanning staat, waarbij I

I 5 de maatvoering van groot belang is. De planken dienen dus I

I spelingvrij en onder spanning gelegd te worden, waardoor deze I

I na het verbinden niet of slechts met grote moeite nog I

I evenwijdig aan elkaar verschoven kunnen worden. In de I

I praktijk moet daarvoor vaak een glijmiddel worden aangebracht I

I 10 tussen de tong en de groef, waardoor het aantal handelingen I

I en ook de kosten toenemen. Bovendien moet het gebruikte I

I materiaal vrij blijven van uitzetting of kromtrekking onder I

I invloed van temperatuur en vochtigheid. I

I De variant van het bekende laminaat met de I

I 15 vormsluitende verbinding heeft het nadeel, dat deze moeilijk I

te vervaardigen is, als gevolg van de grote hoeveelheid I

gekromde vlakken. Bovendien is de punt van de tong relatief I

I dun, waardoor deze kwetsbaar is. De overeenkomstige hoek van I

I de groef is relatief smal, waardoor zich daar al gauw zaagsel I

20 zal ophopen, dat de pasvorm van de profielen verstoort. I

I Tenslotte ontbreekt door het gekromde verloop van het I

I uitstekende deel van de tong en de ondersnijding een I

I duidelijk aanlegvlak, waardoor het nauwkeurig tegen elkaar I

plaatsen van de planken wordt bemoeilijkt. I

I 25 Andere nadelen van het bekende laminaat zijn dat bij I

de vormsluitende variant van de verbinding de profielen van I

I de zijranden zodanig zijn uitgevoerd, dat nergens enige I

tussenruimte is gevormd. Hierdoor zal het uitzetten of I

krimpen van de basislaag, als gevolg van variaties in I

30 bijvoorbeeld de luchtvochtigheid of temperatuur, direct I

I leiden tot vervorming van de gehele vloerbekleding. Verder I

heeft het bekende laminaat als gevolg van het gebruik van I

I bedrukt papier of fineer als bovenlaag een goedkoop of I

I 1024046- 5 laagwaardig voorkomen, terwijl slijtage van deze dunne toplaag direct leidt tot het zichtbaar worden van de basislaag.

De uitvinding heeft derhalve tot doel een bekleding 5 van de hierboven aangegeven soort te verschaffen, waarbij deze nadelen zich niet voordoen. Volgens een eerste aspect van de uitvinding wordt dit bereikt, doordat de ondersnijding van de groef en het voorbij de rand uitstekende deel van de tong elk een althans ten dele afgeschuind profiel vertonen.

10 Door gebruikt te maken van schuine in plaats van gekromde profielen voor de ondersnijding en het uitstekende deel van de tong wordt een minder kwetsbaar profiel verkregen, dat bovendien duidelijke aanlegvlakken bepaalt.

Een volgend bekledingsdeel kan met een reeds gelegd 15 deel van de bekleding worden verbonden door dit eenvoudig met zijn tong onder een hoek vanaf de bovenzijde in de groef te laten zakken en vervolgens terug te draaien tot de afgeschuinde profieldelen tegen elkaar rusten. Daarbij hoeven geen grote krachten uitgeoefend te worden om een van de beide 20 delen te vervormen. De bekledingsdelen zijn dan ook in de gemonteerde toestand nog evenwijdig aan de zijranden ten opzichte van elkaar verschuifbaar.

Een nog eenvoudiger en nauwkeuriger plaatsing van de bekledingsdelen wordt bereikt, wanneer het binnenste 25 randsegment van het eerste bekledingsdeel en het buitenste randsegment van het tweede bekledingsdeel in hoofdzaak dwars op de zichtzijde van het betreffende bekledingsdeel verlopen.

Teneinde een vormsluitende verbinding tussen de bekledingsdelen tot stand te kunnen brengen vormen de groef 30 en de tong bij voorkeur elk met ten minste één van de bijbehorende randsegmenten complementaire profielen. Zo wordt speling in de verbinding voorkomen, zonder dat het spanningsvrije karakter daarvan verloren gaat.

1 02 4-0 46-

I I

I

I 6 I Om een zo gelijkmatig mogelijke beweging tijdens het I aanleggen van de bekledingsdelen te bereiken, vormt bij I voorkeur het althans ten dele gekromd profiel een I cirkelsegment.

5 Volgens een tweede aspect van de uitvinding bepalen I de andere randsegmenten in de onderling verbonden toestand I van de bekledingsdelen een tussenruimte. Hierdoor wordt I bereikt, dat eventuele uitzetting van de bekledingsdelen als I gevolg van warmte of vocht niet leidt tot het bol gaan staan 10 van de verbinding.

I Om het tegen elkaar plaatsen van de bekledingsdelen

I en daarmee het tot stand brengen van de verbinding nog verder I

te vereenvoudigen is bij voorkeur tussen de zichtzijde en de I

I zijrand van ten minste één van de bekledingsdelen een I

I 15 afgeschuind vlak bepaald. Tevens krijgt hiermee de zichtzijde I

I het aanzien van een traditionele planken vloer. I

I Wanneer elk bekledingsdeel een tweetal evenwijdige, I

I trapvormige zijranden vertoont, waarvan de ene uitgevoerd is I

met de uitstekende rugzijde met groef, en de ander met de I

I 20 overhangende zichtzijde met tong, kunnen deze aan weerszijden I

I met aangrenzende bekledingsdelen verbonden worden. I

I Ook kan elk bekledingsdeel een tweetal onderling I

I evenwijdige, met de zijranden een hoek insluitende eindranden I

I vertonen, die voorzien zijn van secundaire koppelelementen, I

I 25 zodat meerdere bekledingsdelen in eikaars verlengde kunnen I

worden gelegd. Een koppeling van de eindranden die zich I

eenvoudig laat combineren met de koppeling van de zijranden I

wordt verkregen, wanneer ook de beide eindranden trapvormig I

I zijn uitgevoerd, zodanig dat het ene bekledingsdeel een I

I 30 uitstekende rugzijde en het andere bekledingsdeel een I

I overhangende zichtzijde vertoont, het secundaire I

I koppelelement van het ene bekledingsdeel een bovenin de I

I uitstekende rugzijde gevormde uitsparing is, en het I

I 1024046- « 7 secundaire koppelelement van het andere bekledingsdeel een onder de overhangende zichtzijde gevormd uitsteeksel is.

Elk bekledingsdeel kan opgebouwd zijn uit een relatief dikke, de rugzijde vormende basislaag en een daarmee 5 verbonden, de zichtzijde vormende toplaag, waarbij de koppelelementen gevormd zijn in de basislaag. Door gebruik te maken van een basislaag, die niet te zien is en dus van een relatief goedkoop materiaal zoals MDF of HDF vervaardigd kan zijn, kunnen de kosten van de bekleding worden beperkt.

10 Bovendien kan hiervoor een materiaal gekozen worden waarin de koppelelementen met grote nauwkeurigheid en maatvastheid kunnen worden gevormd.

Teneinde de bekleding een "rijke" uitstraling te verlenen is volgens een derde aspect van de uitvinding de 15 toplaag gevormd van een hoogwaardig materiaal, in het bijzonder een hoogwaardige houtsoort zoals eiken. Het effect daarvan wordt nog versterkt wanneer de toplaag een dikte van ten minste 1 mm, bij voorkeur ten minste 2,5 mm, en liefst in de orde van 4 mm vertoont. Een dergelijke dikke toplaag kan, 20 net als massief houten vloerdelen, tijdens zijn levensduur regelmatig worden geschuurd, zonder dat het basismateriaal zichtbaar wordt.

De uitvinding betreft ook een bekledingsdeel dat is bedoeld voor toepassing in een bekleding als hiervoor 25 beschreven.

Tenslotte heeft de uitvinding betrekking op een werkwijze voor het op snelle en eenvoudige wijze met elkaar verbinden van ten minste twee van dergelijke bekledingsdelen, waarvan er ten minste één reeds op een ondergrond aangebracht 30 is. De werkwijze volgens de uitvinding omvat de stappen van het met een zijrand in hoofdzaak evenwijdig aan een vrije zijrand van het eerste, reeds aangebrachte bekledingsdeel richten van het daarmee te verbinden tweede bekledingsdeel, 1024Q46- « θ het op afstand boven de ondergrond naar de zijrand van het eerste bekledingsdeel bewegen van het tweede bekledingsdeel, het om een aan de zijrand daarvan evenwijdige aslijn verdraaien van het tweede bekledingsdeel, het onder een hoek 5 in de groef van het eerste bekledingsdeel plaatsen van de tong van het tweede bekledingsdeel, en het onder vorming van de verbinding op de ondergrond neerlaten van het tweede bekledingsdeel door dit in tegengestelde richting te verdraaien. Zo kan dus met een eenvoudige draaibeweging een 10 sterke en betrouwbare verbinding tot stand gebracht worden, i waarbij geen kracht op de bekledingsdelen uitgeoefend hoeft te worden, en het gebruik van hulpstoffen zoals glijmiddelen niet nodig is.

Doordat de gevormde verbinding spanningsloos is, kan 15 het tweede bekledingsdeel na het verbinden daarvan ten opzichte van het eerste bekledingsdeel evenwijdig aan de I zijrand verschoven worden. Zo kan dit eenvoudig naar een I gewenste positie worden gebracht.

I Om telkens rijen aaneensluitende bekledingsdelen te 20 vormen kan na het met elkaar verbinden van het eerste en I tweede bekledingsdeel een derde bekledingsdeel worden I aangebracht in het verlengde van het tweede bekledingsdeel, welk derde bekledingsdeel wordt bevestigd door het verbinden I van een zijrand daarvan met het eerste bekledingsdeel, en een 25 eindrand daarvan met het tweede bekledingsdeel. Zo kan zeer I snel een relatief groot oppervlak bekleed worden.

I De uitvinding wordt nu toegelicht aan de hand van een I voorbeeld, waarbij wordt verwezen naar de bijgevoegde I tekening, waarin: I 30 Fig. 1 een schematisch perspectivisch aanzicht is van I een deel van een op een ondergrond aangebrachte bekleding I volgens de uitvinding, I 1024046- ♦ 9

Fig. 2 een doorsnede is volgens de lijn II-II in fig. 1, waarin de verbinding van de zijranden van twee aangrenzende bekledingsdelen in gemonteerde toestand te zien is, 5 Fig. 3 een doorsnede-aanzicht in dezelfde richting is van twee aangrenzende bekledingsdelen tijdens het verbinden daarvan,

Fig. 4 een zijaanzicht is volgens de pijl IV in fig.

"1, waarin de verbinding van de eindranden van twee in eikaars 10 verlengde gelegen bekledingsdelen in gemonteerde toestand te zien is, en

Fig. 5 een zijaanzicht in dezelfde richting is van twee aangrenzende bekledingsdelen tijdens het verbinden daarvan.

15 Een op een ondergrond 1 aangebrachte bekleding 2 bestaat uit een aantal in opeenvolgende rijen 3 op de ondergrond gelegde bekledingsdelen 4 (fig. 1). Elk bekledingsdeel 4 vertoont een tweetal evenwijdige, relatief lange zijranden 5, 6, alsmede een tweetal eveneens 20 evenwijdige, relatief korte eindranden 7, 8. De eindranden 7, 8 sluiten met de zijranden 5, 6 een hoek in, hier een rechte hoek.

De bekledingsdelen 4 in aangrenzende rijen 3 van de bekleding 2 zijn langs hun zijranden 5, 6 met elkaar 25 verbonden, terwijl de bekledingsdelen 4 in eenzelfde rij 3 met elkaar verbonden zijn langs hun eindranden 7, 8. Daartoe zijn aan de zijranden 5, 6 samenwerkende koppelelementen 9, 10 gevormd (fig. 2), terwijl de eindranden 7, 8 voorzien zijn van samenwerkende secundaire koppelelementen 11, 12 (fig. 4). 30 Deze beide paren koppelelementen 9, 10, respectievelijk 11, 12 zijn ingericht voor het vormen van een kracht- en vormsluitende, spanningsloze verbinding tussen de betreffende randen 5, 6, respectievelijk 7, 8.

1024046-

A

10

Elk bekledingsdeel 4 vertoont een naar de ondergrond 1 gerichte rugzijde 13 en een daarvan afgekeerde zichtzijde I 14. In het getoonde voorbeeld is elk bekledingsdeel I uitgevoerd als laminaat, met een relatief dikke basislaag 15 I 5 van een minder hoogwaardig materiaal, zoals MDF of HDF, en I een toplaag 16 van een hoogwaardiger materiaal, bijvoorbeeld I eikenhout. De toplaag 16 heeft in het getoonde voorbeeld een I dikte van ongeveer 4 mm, terwijl de basislaag 15 ongeveer 12 mm dik is, zodat de totale dikte van het bekledingsdeel 4 10 ongeveer 16 mm bedraagt. Eventueel zou het bekledingsdeel 4 aan de rugzijde nog voorzien kunnen zijn van een (hier niet I getoonde) onderlaag van een dempend of isolerend materiaal.

In het getoonde voorbeeld zijn de zijranden 5, 6 van I de bekledingsdelen 4 elk trapvormig uitgevoerd, en vertonen 15 deze een binnenste randsegment 5i, respectievelijk 6i en een I buitenste randsegment 5o, respectievelijk 6o. Langs de ene I zijrand 5 steekt dus de rugzijde 13 uit, terwijl langs de andere zijrand 6 de zichtzijde 14 overhangt. Daarbij dient I bedacht te worden dat, hoewel in fig. 2 en 3 de zijranden 5, I 20 6 onderdeel vormen van twee verschillende bekledingsdelen 4, I elk bekledingsdeel 4 twee van deze verschillend uitgevoerde I zijranden 5, 6 vertoont. Ditzelfde geldt voor de hierna te I bespreken eindranden 7, 8.

I De (primaire) koppelelementen 9, 10 langs de 25 zijranden 5, 6 van de bekledingsdelen 4 vormen een soort "tong-groef" verbinding. Het eerste koppelelement 9 heeft daarbij de gedaante van een groef, die gevormd is in het bovenvlak 17 van het uitstekende deel van de rugzijde 13. Het tweede koppelelement 10 wordt gevormd door een tong, die 30 uitsteekt uit het ondervlak 18 van het overhangende deel van de zichtzijde 14. De beide koppelelementen 9, 10 zijn hier als een geheel met het bekledingsdeel 4 gevormd in de basislaag 15. De groef 9 ondersnijdt in het getoonde I 1024046- « 11 voorbeeld het binnenste randsegment 5i, terwijl de tong 10 uitsteekt voorbij het buitenste randsegment 60. Op deze wijze worden de bekledingsdelen 4 in de gemonteerde toestand dwars op hun vlak gefixeerd.

5 De groef 9 en de tong 10 hebben een overeenkomstige profielvorm, en leiden tezamen met de aangrenzende randsegmenten 5i, 6o en de vlakken 17, 18 tot een vormsluitende verbinding. De afstand tussen het buitenste randsegment 5o en het uiterste ondersneden punt van de groef 10 9 is echter kleiner dan de afstand tussen het binnenste randsegment 6i en de uiterste punt van de tong 10, zodat tussen de randsegmenten 5o en 6i in de gemonteerde toestand van de bekledingsdelen een ruimte 24 bepaald wordt. Hierdoor kan uitzetting van het basismateriaal 15 worden opgevangen, 15 zonder dat dit aan de zichtzijde 14 leidt tot vervorming.

De bovenzijde 19 van de groef 9 en de daarmee samenwerkende onderzijde 20 van de tong 10, die tezamen het belangrijkste deel van het contactvlak vormen, vertonen een gekromd profiel, teneinde de bekledingsdelen 4 door middel 20 van een draaibeweging met elkaar te kunnen verbinden. In het getoonde voorbeeld hebben deze beide gekromde vlakken de gedaante van een cirkelsegment. In verband met de draaiende insteekbeweging zijn verder de ondersnijding 21 van de groef 9 en de voorbij het randsegment 6o uitstekende bovenzijde 22 25 van de tong 10 hellend ten opzichte van het vlak van de bekledingsdelen 4 uitgevoerd. Ook de hoeken 23 tussen de zichtzijde 14 en de zijranden 5, 6 zijn afgeschuind, waardoor de bekledingsdelen 4 voor het met elkaar verbinden goed gepositioneerd kunnen worden.

30 De secundaire koppelelementen 11, 12 langs de eindranden 7, 8 van de bekledingsdelen 4 vormen een soort haakverbinding. Het ene secundaire koppelelement 11 wordt daarbij gevormd door een groef, die uitgespaard is in het 1024046- Η Η

12 I

bovenvlak 25 van het uitstekende deel van de rugzijde 13. Het I

tweede secundaire koppelelement 12 heeft de gedaante van een I

uitsteeksel op het ondervlak 26 van het overhangende deel van I

de zichtzijde 14. Ook deze beide secundaire koppelelementen I

5 11/ 12 zijn weer als een geheel met het bekledingsdeel 4 I

gevormd in de basislaag 15. I

De uitsparing 11 en het uitsteeksel 12 hebben weer I

een overeenkomstige profielvorm/ zodat ook hier een I

vormsluitende verbinding wordt bereikt. Om het verbinden van I

10 de eindranden 7, 8 te vereenvoudigen zijn de uitsparing 11 en I

het uitsteeksel 12 nog voorzien van afgeschuinde randen/ I

waardoor deze zelfcentrerend zijn. I

Voor het op de ondergrond leggen van een I

bekledingsdeel 4 en het langs de zijrand 6 verbinden daarvan I

15 met de zijrand 5 van een reeds in een voorgaande rij 3 gelegd I

bekledingsdeel 4, wordt het te leggen bekledingsdeel 4 eerst I

evenwijdig aan het reeds gelegde deel 4 gehouden. Daarna I

wordt dit gedraaid om een aan de zijranden 5, 6 evenwijdige I

aslijn# waardoor de tong 10 schuin naar de groef 9 gericht I

20 wordt. Daarna wordt dit bekledingsdeel 4 met zijn I

afgeschuinde hoek 23 vlak bij of tegen de hoek 23 van het I

reeds gelegde deel 4 gebracht/ en daarna om dezelfde aslijn I

weer teruggedraaid, waarbij de gekromde onderzijde 20 van de I

tong 10 over de gekromde bovenzijde 19 van de groef 9 glijdt, I

25 tot het bovenvlak 22 van de tong 10 tegen het vlak 21 van de I

groef 9 rust. I

Wanneer een volgend bekledingsdeel 4 in een rij 3 I

gelegd moet worden waar reeds eerder een bekledingsdeel 4 I

gelegd is, wordt dit eerst met zijn hoek 23 tegen de hoek 23 I

30 van een bekledingsdeel 4 in een voorgaande rij 3 I

gepositioneerd, op de wijze als hiervoor besproken. Daarna I

wordt het zo gepositioneerde bekledingsdeel evenwijdig aan de I

zijranden 5, 6 verplaatst, tot zijn eindrand 8 de eindrand 7 I

1024046- I

V

13 « van het reeds in dezelfde rij 3 gelegde bekledingsdeel 4 bereikt. Daarna wordt het bekledingsdeel 4 naar beneden gedraaid, waarbij zijn tong 10 in de groef 9 van het in de voorgaande rij 3 gelegde bekledingsdeel 4 valt, en zijn 5 uitsteeksel 12 in de uitsparing 11 van het reeds in dezelfde rij 3 gelegde bekledingsdeel 4. Hierdoor wordt het nieuwe bekledingsdeel 4 dus tegelijkertijd in langsrichting en in dwarsrichting gefixeerd.

Overigens kan_di't_bëkledingsdê'el _4“ook eerst met het 10 bekledingsdeel 4 in de voorgaande rij 3 verbonden worden, en dan in verbonden toestand worden verschoven naar de eindrand 7 van het voorgaande bekledingsdeel 4 in zijn rij 3. Daar kan dan het nieuwe bekledingsdeel 4 weer omhoog worden gedraaid, om het uitsteeksel 12 de eindrand 7 te laten passeren, waarna 15 het weer terug kan worden gedraaid. Deze bewegingen zijn mogelijk omdat alle verbindingen tussen de zijranden 5, 6 en tussen de eindranden 7, 8 volgens de uitvinding spanningsloos zijn.

Zo maakt de uitvinding het dus mogelijk in relatief 20 korte tijd en met geringe inspanning een groot oppervlak van een vormvaste bekleding te voorzien. Daarnaast kan de bekleding in een later stadium ook weer snel en eenvoudig worden opgenomen. Bovendien heeft de bekleding door het gelamineerde karakter met de relatief dikke toplaag van 25 hoogwaardig materiaal een rijke uitstraling, terwijl deze toch tegen relatief lage kosten kan worden vervaardigd.

Hoewel de uitvinding hiervoor is toegelicht aan de hand van een voorbeeld, zal het duidelijk zijn dat deze daartoe niet is beperkt. Zo zouden de tong en groef waardoor 30 de zijranden verbonden worden anders uitgevoerd kunnen zijn, bijvoorbeeld met slechts gedeeltelijk gekromde vlakken, of vlakken waarvan de krommingsstraal varieert. Ook de ondersnijding en het uitstekende deel van de tong zouden 1024046- I 14 I anders gevormd kunnen zijn. Daarnaast hoeven de tong en de I groef zich niet over de gehele lengte van de bekledingsdelen I uit te strekken. Voor de verbinding van de eindranden zijn I ook verschillende varianten denkbaar. Gedacht zou I 5 bijvoorbeeld kunnen worden aan een aantal noppen en gaten, in I plaats van koppelelementen over de gehele breedte van de I bekledingsdelen. Tenslotte is het ook denkbaar dat de I bekleding op een andere ondergrond dan een vloer, bijvoorbeeld een wand wordt aangebracht.

10 De omvang van de uitvinding wordt dan ook uitsluitend bepaald door de bijgevoegde conclusies.

I 1024046-

Claims (14)

1. Op een ondergrond (1), in het bijzonder een vloer, aan te brengen bekleding (2), omvattende: ten minste twee evenwijdige, langs aangrenzende zijranden (5,6) met elkaar verbonden, vormvaste 5 bekledingsdelen (4), die een naar de ondergrond (1) gerichte rugzijde (13) en een daarvan afgekeerde zichtzijde (14) -vertonen, waarbij de beide zijranden (5,6) trapvormig zijn uitgevoerd, met een binnenste (5i,6i) en een buitenste (5o,6o) randsegment, zodanig dat het eerste bekledingsdeel 10 (4) een uitstekende rugzijde (13) en het tweede bekledingsdeel (4) een overhangende zichtzijde (14) vertoont, welke bekledingsdelen (4) voorzien zijn van langs de zijranden (5,6) geplaatste, samenwerkende koppelelementen (9,10), waarbij het koppelelement (9) van het eerste 15 bekledingsdeel (4) een in de uitstekende rugzijde (13) gevormde, althans naar de zichtzijde (14) open groef is, en het koppelelement (10) van het tweede bekledingsdeel (4) een zich vanaf de overhangende zichtzijde (14) althans naar de ondergrond (1) uitstrekkende tong vormt, welke groef (9) en 20 tong (10) elk een althans ten dele gekromd profiel vertonen, en waarbij de groef (9) het binnenste randsegment (5i) van het eerste bekledingsdeel (4) ondersnijdt en de tong (10) uitsteekt voorbij het buitenste randsegment (6o) van het tweede bekledingsdeel (4), 25 met het kenmerk, dat de ondersnijding (21) van de groef (9) en het voorbij de rand (6o) uitstekende deel (22) van de tong (10) elk een althans ten dele afgeschuind profiel vertonen.
2. Bekleding (2) volgens conclusie 1, met het 30 kenmerk, dat het binnenste randsegment (5i) van het eerste bekledingsdeel (4) en het buitenste randsegment (6o) van het 1024Q46- Η I I 16 I I tweede bekledingsdeel (4) in hoofdzaak dwars op de zichtzijde I I (14) van het betreffende bekledingsdeel (4) verlopen. I
3. Bekleding (2) volgens conclusie 1 of 2, met het I I kenmerk, dat de groef (9) en de tong (10) elk met ten minste I I 5 één van de bijbehorende randsegmenten (5i,6o) complementaire I I profielen vormen, waarmee een vormsluitende verbinding tussen I I de bekledingsdelen (4) tot stand gebracht kan worden. I
4. Bekleding (2) volgens één der voorgaande I I conclusies, met het kenmerk, dat het althans ten dele gekromd I I 10 profiel een cirkelsegment vormt. I
5. Bekleding (2) volgens één der voorgaande I I conclusies of de aanhef van conclusie 1, met het kenmerk, dat I I de andere randsegmenten (5o,6i) in de onderling verbonden I I toestand van de bekledingsdelen (4) een tussenruimte (24) I I 15 bepalen. I
6. Bekleding (2) volgens één der voorgaande I I conclusies, met het kenmerk, dat tussen de zichtzijde (14) en I de zijrand (5,6) van ten minste één van de bekledingsdelen I I (4) een afgeschuind vlak (23) bepaald is. I I 20 7. Bekleding (2) volgens één der voorgaande I I conclusies, met het kenmerk, dat elk bekledingsdeel (4) een I I tweetal evenwijdige, trapvormige zijranden (5,6) vertoont, I I waarvan de één (5) uitgevoerd is met de uitstekende rugzijde I I (13) met groef (9), en de ander (6) met de overhangende I I 25 zichtzijde (14) met tong (10). I I B. Bekleding (2) volgens conclusie 7, mat het I kenmerk, dat elk bekledingsdeel (4) een tweetal onderling I I evenwijdige, met de zijranden (5,6) een hoek insluitende I eindranden (7,8) vertoont, die voorzien zijn van secundaire I I 30 koppelelementen (11,12). I
9. Bekleding (2) volgens conclusie 8, met het I I kenmerk, dat ook de beide eindranden (7,8) trapvormig zijn I I uitgevoerd, zodanig dat het ene bekledingsdeel (4) een I I !024046- I 4 uitstekende rugzijde (13) en het andere bekledingsdeel (4) een overhangende zichtzijde (14) vertoont, het secundaire koppelelement (11) van het ene bekledingsdeel (4) een bovenin de uitstekende rugzijde (13) gevormde uitsparing is, en het 5 secundaire koppelelement (12) van het andere bekledingsdeel (4) een onder de overhangende zichtzijde (14) gevormd ! uitsteeksel is.
10. Bekleding (2) volgens één der voorgaande conclusies of de aanhef van conclusie 1, waarbij elk 10 bekledingsdeel (4) is opgebouwd uit een relatief dikke, de rugzijde vormende basislaag (15) en een daarmee verbonden, de zichtzijde (14) vormende toplaag (16), en de koppelelementen (9,10,11,12) gevormd zijn in de basislaag (15), met het kenmerk, dat de toplaag (16) gevormd is van een hoogwaardig 15 materiaal, in het bijzonder een hoogwaardige houtsoort.
11. Bekleding (2) volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de toplaag (16) een dikte van ten minste 1 mm, bij voorkeur ten minste 2,5 mm, en liefst in de orde van 4 mm vertoont.
12. Bekledingsdeel (4), kennelijk bedoeld voor toepassing in een bekleding (2) volgens één der voorgaande conclusies.
13. Werkwijze voor het met elkaar verbinden van ten minste twee bekledingsdelen (4) volgens conclusie 12, waarvan 25 er ten minste één (4) reeds op een ondergrond (1) aangebracht is, omvattende de stappen van: a) het met een zijrand (6) in hoofdzaak evenwijdig aan een vrije zijrand (5) van het eerste, reeds aangebrachte bekledingsdeel (4) richten van het daarmee te verbinden 30 tweede bekledingsdeel (4), b) het op afstand boven de ondergrond (1) naar de zijrand (5) van het eerste bekledingsdeel (4) bewegen van het tweede bekledingsdeel (4), 1024046-
18 I c) het om een aan de zijrand (6) daarvan evenwijdige I aslijn verdraaien van het tweede bekledingsdeel (4), I d) het onder een hoek in de groef (9) van het eerste I bekledingsdeel (4) plaatsen van de tong (10) van het tweede I 5 bekledingsdeel (4), en I e) het onder vorming van de verbinding op de I ondergrond (1) neerlaten van het tweede bekledingsdeel (4) I door dit in tegengestelde richting te verdraaien. I
14. Werkwijze volgens conclusie 13, ast het kenmerk, I 10 dat het tweede bekledingsdeel (4) na het verbinden daarvan I ten opzichte van het eerste bekledingsdeel (4) evenwijdig aan I de zijrand (5,6) verschoven wordt. I
15. Werkwijze volgens conclusie 13 of 14, met het I kenmerk, dat na het met elkaar verbinden van het eerste en I 15 tweede bekledingsdeel (4) een derde bekledingsdeel (4) wordt I aangebracht in het verlengde van het tweede bekledingsdeel I (4), welk derde bekledingsdeel (4) wordt bevestigd door het I verbinden van een zijrand (6) daarvan met het eerste I bekledingsdeel (4), en een eindrand (8) daarvan met het I 20 tweede bekledingsdeel (4). I 1024046- I
NL1024046A 2003-08-05 2003-08-05 Bekleding van vormvaste delen, in het bijzonder voor een vloer, daarbij toe te passen bekledingsdelen en werkwijze voor het verbinden van de bekledingsdelen. NL1024046C2 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1024046A NL1024046C2 (nl) 2003-08-05 2003-08-05 Bekleding van vormvaste delen, in het bijzonder voor een vloer, daarbij toe te passen bekledingsdelen en werkwijze voor het verbinden van de bekledingsdelen.
NL1024046 2003-08-05

Applications Claiming Priority (8)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1024046A NL1024046C2 (nl) 2003-08-05 2003-08-05 Bekleding van vormvaste delen, in het bijzonder voor een vloer, daarbij toe te passen bekledingsdelen en werkwijze voor het verbinden van de bekledingsdelen.
US10/567,289 US20070062148A1 (en) 2003-08-05 2004-07-08 Covering made form-retaining parts, in particular for a floor, covering parts for use therein and method for connecting the covering parts
EP20040774849 EP1651825A1 (en) 2003-08-05 2004-07-28 Covering made form retaining parts in particular for a floor covering parts for use therein and method for connecting the covering parts
CN 200480025884 CN1849431A (zh) 2003-08-05 2004-07-28 特别是用于地板,由保持形状的部件制成的覆盖物,其中使用的覆盖物部件以及用于连接覆盖物部件的方法
EA200600361A EA007825B1 (ru) 2003-08-05 2004-07-28 Покрытие из сохраняющих форму частей, в частности, для пола, покрывные части для использования в нем и способ соединения покрывных частей
PCT/NL2004/000541 WO2005012668A1 (en) 2003-08-05 2004-07-28 Covering made form retaining parts in particular for a floor covering parts for use therein and method for connecting the covering parts
UAA200602459A UA82250C2 (ru) 2003-08-05 2004-07-28 Покрытие для расположения на подстилающейся поверхности, в частности на полу, покровная часть для использования в покрытии и способ соединения покровных частей
JP2006522514A JP2007533876A (ja) 2003-08-05 2004-07-28 特に床のための形状保持部でできた被覆部材、その中で使用するための被覆部、および被覆部を接続するための方法

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1024046C2 true NL1024046C2 (nl) 2005-02-10

Family

ID=34114477

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1024046A NL1024046C2 (nl) 2003-08-05 2003-08-05 Bekleding van vormvaste delen, in het bijzonder voor een vloer, daarbij toe te passen bekledingsdelen en werkwijze voor het verbinden van de bekledingsdelen.

Country Status (8)

Country Link
US (1) US20070062148A1 (nl)
EP (1) EP1651825A1 (nl)
JP (1) JP2007533876A (nl)
CN (1) CN1849431A (nl)
EA (1) EA007825B1 (nl)
NL (1) NL1024046C2 (nl)
UA (1) UA82250C2 (nl)
WO (1) WO2005012668A1 (nl)

Families Citing this family (11)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP1888859A1 (de) * 2005-06-06 2008-02-20 Dirk Dammers PANEEL, INSBESONDERE FUßBODENPANEEL
EP1770230A1 (de) * 2005-09-28 2007-04-04 Otger Terhüme, Holzwerk GmbH & Co. Paneele für einen Belag mit stufenförmig verlaufenden Fugen
US7712270B2 (en) * 2007-01-16 2010-05-11 Guevremont Clement Building panel
US8353140B2 (en) 2007-11-07 2013-01-15 Valinge Innovation Ab Mechanical locking of floor panels with vertical snap folding
DE102008031167B4 (de) * 2008-07-03 2015-07-09 Flooring Technologies Ltd. Verfahren zum Verbinden und Verriegeln leimlos zu verlegender Fußbodenpaneele
CN101492950B (zh) * 2008-09-10 2011-01-12 滁州扬子木业有限公司 带有锁合装置的地板
US8429870B2 (en) * 2009-12-04 2013-04-30 Mannington Mills, Inc. Connecting system for surface coverings
US20130255174A1 (en) * 2010-01-29 2013-10-03 Royal Mouldings, Limited Siding joinery
US8806832B2 (en) 2011-03-18 2014-08-19 Inotec Global Limited Vertical joint system and associated surface covering system
CN102817459B (zh) * 2012-08-24 2015-03-11 原大卜 实木地板及其安装方法
CA2969191A1 (en) 2014-12-22 2016-06-30 Ceraloc Innovation Ab Mechanical locking system for floor panels

Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CH562377A5 (en) * 1971-11-29 1975-05-30 Hebgen Heinrich Form-locked building panel joint connection - with shaped end of one fitting into lipped rounded edge channel of next
US20020020127A1 (en) * 2000-06-20 2002-02-21 Thiers Bernard Paul Joseph Floor covering
US6505452B1 (en) * 1999-06-30 2003-01-14 Akzenta Paneele + Profile Gmbh Panel and fastening system for panels
DE20300306U1 (de) * 2002-07-19 2003-04-17 E F P Floor Products Fusboeden Fußbodenpaneel
DE10154767A1 (de) * 2001-11-09 2003-05-22 Grafenauer Thomas Fussbodenpaneel
EP1367194A2 (de) * 2002-05-31 2003-12-03 Kronotec Ag Fussbodenpaneel und Verfahren zum Verlegen eines solchen Paneels

Family Cites Families (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE7928703U1 (de) * 1979-10-09 1981-07-02 Terbrack Kunststoff Gmbh & Co Kg, 4426 Vreden, De Platte fuer eine aus diesen platten zusammensetzbare spielflaeche
US5570554A (en) * 1994-05-16 1996-11-05 Fas Industries, Inc. Interlocking stapled flooring
BE1010487A6 (nl) * 1996-06-11 1998-10-06 Unilin Beheer Bv Vloerbekleding bestaande uit harde vloerpanelen en werkwijze voor het vervaardigen van dergelijke vloerpanelen.
SE515789C2 (sv) * 1999-02-10 2001-10-08 Perstorp Flooring Ab Golvbeläggningsmaterial innefattande golvelement vilka är avsedda att sammanfogas vertikalt
DE29911462U1 (de) * 1999-07-02 1999-11-18 Akzenta Paneele & Profile Gmbh Befestigungssystem für Paneele
SE518184C2 (sv) * 2000-03-31 2002-09-03 Perstorp Flooring Ab Golvbeläggningsmaterial innefattande skivformiga golvelement vilka sammanfogas med hjälp av sammankopplingsorgan
DE10021897B4 (de) * 2000-05-05 2006-02-02 Hornitex Werke Gebr. Künnemeyer GmbH & Co. KG Platte
DE10101912C1 (de) * 2001-01-16 2002-03-14 Johannes Schulte Verfahren zum Verlegen von in der Konfiguration rechteckigen Bodenpaneelen
DE10313112B4 (de) * 2003-03-24 2007-05-03 Fritz Egger Gmbh & Co. Belag mit einer Mehrzahl von Paneelen, insbesondere Fußbodenbelag, sowie Verfahren zum Verlegen von Paneelen

Patent Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CH562377A5 (en) * 1971-11-29 1975-05-30 Hebgen Heinrich Form-locked building panel joint connection - with shaped end of one fitting into lipped rounded edge channel of next
US6505452B1 (en) * 1999-06-30 2003-01-14 Akzenta Paneele + Profile Gmbh Panel and fastening system for panels
US20020020127A1 (en) * 2000-06-20 2002-02-21 Thiers Bernard Paul Joseph Floor covering
DE10154767A1 (de) * 2001-11-09 2003-05-22 Grafenauer Thomas Fussbodenpaneel
EP1367194A2 (de) * 2002-05-31 2003-12-03 Kronotec Ag Fussbodenpaneel und Verfahren zum Verlegen eines solchen Paneels
DE20300306U1 (de) * 2002-07-19 2003-04-17 E F P Floor Products Fusboeden Fußbodenpaneel

Also Published As

Publication number Publication date
UA82250C2 (ru) 2008-03-25
EA200600361A1 (ru) 2006-08-25
EA007825B1 (ru) 2007-02-27
EP1651825A1 (en) 2006-05-03
JP2007533876A (ja) 2007-11-22
CN1849431A (zh) 2006-10-18
US20070062148A1 (en) 2007-03-22
WO2005012668A1 (en) 2005-02-10

Similar Documents

Publication Publication Date Title
DE69434094T2 (de) Holz- oder Laminatfussbodensystem mit einer Vielzahl von Fussbodenpaneelen
US8293058B2 (en) Floorboard, system and method for forming a flooring, and a flooring formed thereof
US8631625B2 (en) Floor covering
DE60224499T2 (de) Fussbodensystem umfassend mehrere mechanisch verbindbaren Fussbodenplatten
DE102004055951C5 (de) Verbindungsmittel
US6647689B2 (en) Panel, particularly a flooring panel
US8215076B2 (en) Locking system, floorboard comprising such a locking system, as well as method for making floorboards
US8079196B2 (en) Mechanical locking system for panels
EP1350904B2 (de) Fussbodendielen
BE1013148A3 (nl) Bekleding alsmede elementen voor het vormen van dergelijke bekleding.
BE1017157A3 (nl) Vloerbekleding, vloerelement en werkwijze voor het vervaardigen van vloerelementen.
US10458125B2 (en) Mechanical locking system for floor panels
EP0974713A1 (en) Floor covering, floor panel for such covering and method for the realization of such floor panel
US6389771B1 (en) Ceiling tile
RU2451783C2 (ru) Панель и система стыковки панелей
ES2340175T3 (es) Revestimientos de suelos.
KR101468444B1 (ko) 수직 폴딩을 구비하는 마루 패널들의 기계적인 잠금
US6521314B2 (en) Panel, particularly a floor panel
ES2282712T3 (es) Panel de suelo.
ES2331669T3 (es) Pavimento y procedimiento de solado.
US9771723B2 (en) Mechanical locking system for floor panels
ES2298664T3 (es) Un juego de paneles de suelo.
DE102008003550B4 (de) Einrichtung und Verfahren zum Verriegeln zweier Bodenpaneele
JP3884044B2 (ja) 固定システムおよびフロアリングボード
US7225591B2 (en) Flexible two-ply flooring system

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20120301