NL1010386C2 - Anastomotic device. - Google Patents

Anastomotic device.

Info

Publication number
NL1010386C2
NL1010386C2 NL1010386A NL1010386A NL1010386C2 NL 1010386 C2 NL1010386 C2 NL 1010386C2 NL 1010386 A NL1010386 A NL 1010386A NL 1010386 A NL1010386 A NL 1010386A NL 1010386 C2 NL1010386 C2 NL 1010386C2
Authority
NL
Grant status
Grant
Patent type
Application number
NL1010386A
Other languages
Dutch (nl)
Inventor
Eric Berreklouw
Original Assignee
Eric Berreklouw
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Grant date

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61BDIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
    • A61B17/00Surgical instruments, devices or methods, e.g. tourniquets
    • A61B17/11Surgical instruments, devices or methods, e.g. tourniquets for performing anastomosis; Buttons for anastomosis
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61FFILTERS IMPLANTABLE INTO BLOOD VESSELS; PROSTHESES; DEVICES PROVIDING PATENCY TO, OR PREVENTING COLLAPSING OF, TUBULAR STRUCTURES OF THE BODY, E.G. STENTS; ORTHOPAEDIC, NURSING OR CONTRACEPTIVE DEVICES; FOMENTATION; TREATMENT OR PROTECTION OF EYES OR EARS; BANDAGES, DRESSINGS OR ABSORBENT PADS; FIRST-AID KITS
    • A61F2/00Filters implantable into blood vessels; Prostheses, i.e. artificial substitutes or replacements for parts of the body; Appliances for connecting them with the body; Devices providing patency to, or preventing collapsing of, tubular structures of the body, e.g. stents
    • A61F2/02Prostheses implantable into the body
    • A61F2/04Hollow or tubular parts of organs, e.g. bladders, tracheae, bronchi or bile ducts
    • A61F2/06Blood vessels
    • A61F2/064Blood vessels with special features to facilitate anastomotic coupling

Description

Anastomose-inrichting Anastomotic device

De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een anastomose-inrichting voor het aansluiten van een graftvat op een doelvat bij een daarin aanwezige 5 aansluitopening. The present invention relates to an anastomotic device for joining a graft vessel to a target vessel at a connection opening present therein 5.

Anastomosen kunnen in algemene zin in drie typen worden onderverdeeld: zogenaamde "end-to-side-anastomosen" (afgekort tot ETS-anastomese), zogenaamde "side-to-side-anastomosen" (afgekort tot STS-anastomose), en zogenaamde "end-to-end-anastomosen" (afgekort tot ETE-anastomose). Anastomoses can be divided in a general sense in three types: so-called "end-to-side anastomoses" (abbreviated as ETS anastomoses), so-called "side-to-side anastomoses" (abbreviated as STS anastomoses) and so-called " end-to-end anastomoses "(abbreviated as ETE anastomoses). De anastomose-inrichting volgens 10 de uitvinding is toepasbaar bij elk van deze drie typen anastomose-inrichtingen. The anastomotic device 10 according to the present invention is applicable to any of these three types of anastomoses. Onder een ETS-anastomose wordt verstaan een anastomose waarbij een eind van één vat, het graftvat, wordt aangesloten op een in de wand van een ander vat, het doelvat, gevormde opening. An ETS anastomotic is understood to be an anastomotic where one end of one vessel, the graft vessel, is connected to one in the wall of another vessel, the target vessel, shaped opening. Er ontstaat dan dus een soort T-verbinding. Is thus produced a T-type connection. Onder een STS-anastomose wordt verstaan een anastomose waarbij de twee aan te sluiten vaten elk 15 een in hun wand gevormde opening hebben, welke openingen onderling verbonden worden. An STS anastomotic is understood to be an anastomotic where to connect to the two vessels 15, each have an opening formed in their wall, which openings are mutually connected. Onder een zogenaamde ETE-anastomose wordt verstaan een anastomose waarbij twee vaten onderling worden verbonden door het op elkaar aansluiten van twee vaateinden. Under a so-called ETE anastomotic is understood to be an anastomotic where two vessels are interconnected by the connection to each other of two vessel ends. Dit is als het ware een doorgaande verbinding waarbij de vaten liggen in eikaars verlengde bijvoorbeeld recht of schuin onder een hoek ten opzichte 20 van elkaar. This is, as it were, a continuous join where the vessels are located in line with one another, for example straight or obliquely at an angle 20 with respect to each other.

De aansluitopening kan volgens de uitvinding dus zowel zijn een in de wand van het doelvat gemaakte zijdelingse opening in het geval van een ETS- of STS-anastomose als een eindstandige opening in het geval van een ETE-anastomose. The connection opening can according to the invention, thus both are in the wall of the target vessel side opening made in the case of an ETS or STS anastomotic or an end opening in the case of an ETE anastomotic. De eindstandige opening zal dan bepaald worden door het doorsnijdingsvlak, waarlangs 25 het doelvat bij zijn eind is doorgesneden. The end opening will then be determined by the cutting plane along which the target vessel 25 has been cut through at its end.

Volgens de uitvinding zijn het graftvat en doelvat hierbij in het bijzonder bloedvaten, echter het kunnen ook andere holle buisvormige organen zoals urineleiders, eileiders etc. zijn. According to the invention, the graft vessel and target vessel in this, in particular blood vessels, but they can also be other hollow tubular organs, such as ureters, fallopian tubes, etc. are. De begrippen graftvat en doelvat worden binnen het kader van de onderhavige uitvinding gehanteerd als onderscheidende begrippen die 30 tussen een eerste vat (het graftvat) en een tweede vat (het doelvat) dienen te onderscheiden. The terms graft vessel and target vessel are used within the scope of the present invention as distinguishing terms which 30 between a first vessel (the graft vessel) and a second vessel (the target vessel) should be distinguished. De begrippen graftvat en doelvat zijn dus geenszins bedoeld om de uitvinding te beperken. The terms graft vessel and target vessel are in no way intended to limit the invention. De begrippen doelvat en graftvat kunnen door geheel deze aanvrage in vele gevallen onderling verwisseld worden zonder buiten de reikwijdte 1 ü 1 03 ö ü 2 van de uitvinding te geraken. The terms target vessel and graft vessel can throughout this application in many cases be interchanged without departing from the scope 1 ü ü ö 1 03 to get 2 of the present invention.

Graftvaten die in de praktijk toegepast worden en ook volgens de uitvinding toegepast kunnen worden, zijn oa: de vena saphena magna, welke meestal als vrije graft (transplantaat) helemaal 5 los gemaakt wordt, maar bij perifere vaatchirurgie ook wel als zogenaamde in- situ graft in anatomische positie gelaten en aangesloten wordt op naburige beenarteriën; Graft vessels which are used in practice and can also be used according to the invention are, among others: the vena saphena magna, which is usually as a free graft (transplant) is quite 5 loosened, but in peripheral vascular surgery is also referred to as a so-called in situ graft left in the anatomical position and joined to neighboring leg arteries; de vena saphena parva, welke meestal voor transplantaatdoeleinden wordt gebruikt en daartoe geheel wordt losgemaakt; the vena saphena parva, which is usually used for transplant purposes and to this end is completely detached; 10 - venen uit de armen, welke meestal voor transplantaatdoeleinden gebruikt worden; 10 - veins from the arms, which are usually used for transplant purposes; de arteria thoracica interna, welke meestal alleen caudaal wordt losgemaakt en soms als vrije graft wordt gebruikt; internal thoracic artery, which usually only caudal is released and is sometimes used as a free graft; de arteria radialis uit de arm, welke als vrije graft toepassing vindt; the arteria radialis from the arm, which can find application as a free graft; 15 - de arteria gastro-epiploica dextra, welke meestal alleen aan de miltzijde caudaal wordt losgemaakt (transponaat), en soms als vrije graft wordt gebruikt; 15 - artery gastro-epiploica artery, which usually only be released on the spleen side caudal (transponate), and sometimes is used as a free graft; arteria epigastrica inferior, welke in het algemeen als vrije graft wordt gebruikt; inferior epigastric artery, which generally is used as a free graft; vaatprothesen uit kunststof; vessel prostheses made of plastic; venen of arteriën van dierlijk of menselijk materiaal, welke in het algemeen in 20 ingevroren toestand bewaard worden. veins or arteries of animal or human material, which are kept in the 20 generally in frozen state.

Een anastomose-inrichting volgens de uitvinding kan bijvoorbeeld worden gebruikt bij het leggen van een bypass in het geval van bijvoorbeeld een verstopte kransslagader van het hart. An anastomotic device according to the invention can for example be used when making a by-pass in the case of, for example, a blocked coronary artery of the heart. Dergelijke bypass-operaties worden op grote schaal uitgevoerd en tot nu toe gebeurt het vastmaken van het grafitvat aan het doelvat 25 geheel handmatig. Such bypass operations are performed on a large scale and so far is done, the attachment of the grafitvat 25 to the target vessel entirely by hand. Er wordt dan in het algemeen in de aortawand een opening gevormd alwaar een eind van het graftvat door middel van handmatig naaien wordt aangehecht aan de randen van de opening. There is then, in general, an opening in the aorta wall, where one end of the graft vessel, by means of manual sewing is attached to the edges of the opening. Deze verbinding wordt de proximale anastomose met de aorta genoemd. This connection is termed the proximal anastomotic with the aorta. Het andere eind van het graftvat wordt voorbij de verstopping op overeenkomstige wijze handmatig door hechten met de kransslagader 30 verbonden. The other end of the graft vessel is passed by manually adhering the blockage in a corresponding manner connected to the coronary artery 30. Deze laatste verbinding wordt ook wel de distale anastomose met de kransslagader genoemd. This latter compound is also termed the distal anastomotic with the coronary artery. Een ervaren chirurg is in staat om één anastomose in ongeveer tien minuten door hechten tot stand te brengen. An experienced surgeon is able to bring one anastomosis in about ten minutes by suturing established.

De meeste bypass-operaties worden verder verricht met toepassing van een 1C'.:. Most bypass surgeries are also performed using a 1C.:.

3 hart-longmachine, waarbij het hart dan tijdelijk wordt stilgezet. 3 heart-lung machine, the heart then being temporarily stopped put. Daar dit stilzetten van het hart niet alleen schadelijk kan zijn voor het hart zelf (het hart krijgt immers geen bloed meer), maar ook voor andere organen en lichaamsfuncties, is het van belang dat de tijd dat het hart is stilgezet zo kort mogelijk duurt. Since stopping the heart not only can harm the heart itself (the heart, after all, no blood supply), but also other organs and bodily functions, it is important that the time that the heart is still put lasts as short as possible. Volgens een recente 5 ontwikkeling probeert men meer en meer ingrepen op het kloppend hart te verrichten, dwz zonder hartlong-machine en zonder het hart stil te zetten. According to a recent five development people try to perform more surgery on the beating heart, ie without heart lung machine and without stopping the heart. Dit daar ingrepen op kloppend hart minder schadelijk voor het hart en overige organen en veel goedkoper zouden zijn. This surgery on the beating heart as less harmful to the heart and other organs and would be much cheaper. Bij dergelijke bypass-ingrepen op kloppend hart wordt de bloedstroom ter plaatse van een om te leiden kransslagader tijdelijk onderbroken. Such bypass surgery on the beating heart, the blood flow at the site of a coronary artery to guide paused. Ook bij een 10 dergelijke bypass-ingreep op kloppend hart is het van groot belang dat de onderbreking van de bloedstroom zo kort mogelijk duurt, daar anders een hartinfarct ter plaatse kan optreden. Even with 10 such bypass surgery on the beating heart, it is important that the interruption of blood flow lasts as short as possible, as this may cause a heart attack on the spot. Een bijkomend probleem bij bypass-ingrepen op een kloppend hart is dat teneinde kransslagaders aan de zijkant en onderkant van het hart te kunnen bereiken het hart veelal opgetild moet worden, hetgeen door het hart in het 15 algemeen slecht verdragen wordt en tot bloeddrukdaling of hartstilstand kan leiden. An additional problem with bypass surgery on a beating heart is that, in order to be able to reach the heart usually has to be lifted coronary arteries at the side and bottom of the heart, which is through the heart in the 15 generally poorly tolerated and can be up to drop in blood pressure or cardiac arrest lead. Een anastomose die snel tot stand is te brengen zou een dergelijke ingreep veel meer mogelijk maken. An anastomosis that quickly is to create such an operation much more possible.

Naast de recente ontwikkeling om steeds meer hartoperaties, zoals bypass-ingrepen, op kloppend hart te verrichten, zijn er ook steeds meer ingrepen die via een 20 kleine toegangsweg of thoracoscopisch worden verricht, waarbij er dan weinig of geen mogelijkheid is om met de handen te kunnen hechten. Besides the recent development to make more and more heart surgeries, such as bypass surgery on beating heart, there are more and more procedures carried out by a 20 small access or thoracoscopisch, where there is little or no possibility for the hands can adhere. De onderhavige uitvinding heeft tot doel het verschaffen van een hulpmiddel waarmee de aansluiting van een graftvat op een doelvat op betrouwbare en reproduceerbare wijze snel, efficiënt en met een minimale belasting voor de patiënt tot stand kan worden 25 gebracht. The present invention has for its object to provide an aid with which joining of a graft vessel to a target vessel in a reliable and reproducible manner, efficiently and can be 25 achieved with a minimal burden to the patient. Dit doel wordt bereikt door het verschaffen van hulpstukken, waarmee de conventionele relatief arbeidsintensieve, langdurige, en wat resultaat betreft minder voorspelbare hechthandelingen van de chirurg aan het lichaam van de patiënt vermeden of althans tot een minimum beperkt kunnen worden. This object is achieved by the provision of accessories with which the conventional, relatively labor-intensive, long lasting, and which result is concerned, less predictable suturing carried out by the surgeon to the body of the patient can be avoided or at least kept to a minimum.

Voor hetzelfde doel stelt WO-96/25886, waaruit een anastomose-inrichting van 30 de aan het begin genoemde soort bekend is, een groot aantal uiteenlopende hulpstukken voor. For the same purpose, WO-96/25886, which discloses an anastomotic device 30 of the known type mentioned at the beginning, a large number of diverse accessories for. Uitgangspunt hierbij is de filosofie dat er geen contact tussen het bloed en vreemde materialen mag zijn, hetgeen het streven met zich mede brengt alle hulpstukken naar het inwendige van de vaten toe zoveel mogelijk door 1 01 03 36 4 vaatwandmateriaal af te schermen. The starting point is the philosophy that there is no contact between the blood and foreign materials may be, to strive with it entails all attachments to the interior of the vessels far as possible by shielding 1 01 03 36 4 vascular material. De hiertoe genomen maatregelen - namelijk het met behulp van de wand van het grafitvat bekleden van alle of zoveel mogelijk inwendige, vreemde delen - hebben echter een afname/vemauwing van de beschikbare doorstroomdoorgang voor bloed tot gevolg. The measures taken for this purpose - namely through the wall of the grafitvat coating all or as many as possible internal, foreign parts - however a decrease / constriction of the flow aperture available for blood result.

5 De hulpstukken uit WO-96/25886 hebben stuk voor stuk ook velerlei andere nadelen. 5 The accessories from WO 96/25886 each have a number of other disadvantages. In veel gevallen moet het graftvat worden opgerekt, hetgeen beperkt of niet mogelijk is of alleen maar mogelijk is door het graftvat op een andere plaats te vernauwen. In many cases the graft vessel to be stretched, which limited or or just may not be possible by constricting the graft vessel in another place. Verder is bij vele hulpstukken sprake van een doorboring van de wand van het doelvat door zogenaamde staples. Furthermore, with many accessories there is a perforation of the wall of the target vessel by so-called staples. Deze staples kunnen van buitenaf naar 10 binnen toe door de wand van het doelvat worden gedreven of van binnen uit door het naar buiten vouwen van poten door de wand van het graftvat worden gedreven. These staples can 10 from the outside to the inside are driven through the wall of the target vessel or from the inside by the folding to the outside of legs are driven through the wall of the graft vessel. Voor het door de wand drijven van de staples, zowel van binnen uit als van buiten af zijn hulpmiddelen nodig teneinde de staples te verbuigen. For driving of the staples through the wall, both from the inside and from the outside are needed Instruments for bending the staples. Hierbij worden de nodige krachten uitgeoefend onder meer op het doelvat. The requisite forces are exerted inter alia on the target vessel. Wanneer een staple of niet bij een 15 verkalkt ziek vat van buitenaf naar binnen toe door de wand gedreven moeten worden, bestaat er het gevaar dat de niet de wand van het verkalkte, zieke vat voor zich uitduwt, waardoor de nietjes onvoldoende op de wand van het vat kunnen aangrijpen. When a staple is not at a 15 calcified diseased vessel from the outside towards the inside have to be driven through the wall, there is a danger that the failure of the wall of the calcified, diseased vessel ahead of it, through which the staples insufficient to the wall of are able to engage the barrel. In het geval bij WO-96/25886 de nieten van binnen naar buiten gaan, penetreren zij veelal zowel de wand van de aorta of kransslagader (het doelvat) als de 20 wand van het graftvat. In the case, in WO 96/25886 the staples going from the inside to the outside, they usually penetrate both the wall of the aorta or coronary artery (the target vessel) and the wall 20 of the graft vessel. Wanneer vanaf de binnenzijde van het doelvat gemanipuleerd moet worden teneinde de poten en de daaraan verbonden staples/nieten van binnen uit door de wand van het doelvat heen te drijven, dan moet er hetzij via het doelvat hetzij via het aan te sluiten graftvat een hulpmiddel in het doelvat worden ingebracht. When to be manipulated from the inside of the target vessel in order to drive the arms and the associated clips / staples from the inside out through the wall of the target vessel, there must either via the target vessel or a device via the connecting graft vessel in the target vessel to be inserted. In het geval het graftvat met zijn andere eind al is aangesloten op een ander doelvat, 25 betekent dit een verdere chirurgische ingreep in de zin dat het hulpmiddel ergens door de wand van een bloedvat heen naar binnen gebracht moet worden en dat na afloop de daartoe in een wand aangebrachte opening weer gedicht moet worden. In case the graft vessel has already been joined by its other end to another target vessel, 25, this means an additional surgical intervention in the sense that the device must be located somewhere brought to the inside through the wall of a blood vessel, and that the end, at the end in a wall opening arranged to be closed again. Indien delen van de hulpstukken volgens WO-96/25886 door de opening in de wand van de aorta of kransslagader, het doelvat, worden gebracht, dan hebben deze delen 30 meestal omtreksafmetingen groter dan die van de opening, hetgeen impliceert dat de wand van de aorta of kransslagader ter plaatse van de opening rek moet toelaten voor het inbrengen van de delen en dat de opening zich daarna weer moet verkleinen. If parts of the accessories according to WO 96/25886 are introduced through the opening in the wall of the aorta or coronary artery, the target vessel, then these sections 30 usually have circumferential dimensions larger than those of the opening, which implies that the wall of the aorta or coronary artery at the location of the opening must allow stretch for the insertion of the parts and that the opening must then reduce in size again. Met name bij zieke vaten zal dit in het algemeen niet lukken of de wand zal scheuren of ή f: ' <' ·' i vj ί v. ^ 5 de opening blijft blijvend te groot. Particularly in the case of diseased vessels this will not succeed in general, or the wall will tear or ή f:. '<' · 'I v ^ vj ί 5, the opening remains permanently too large. Voorts zijn bij WO-96/25886 alle openingen en ook hulpstukken in wezen rond van vorm, hetgeen bij de aansluiting van een graftvat op een kransslagader tot problemen zal leiden. Furthermore, in WO 96/25886 all openings and all accessories are essentially round in shape, which will lead to problems with the connection of a graft vessel to a coronary artery. In het algemeen is de diameter van het graftvat aanzienlijk groter dan die van de kransslagader cq. In general, the diameter of the graft vessel is appreciably larger than that of the coronary artery cq. het doelvat. the target vessel. Dit verschil 5 in diameter zal bij de cirkelvormige of zuivere ronde ringvorm aansluitproblemen tot gevolg hebben en de doorgankelijkheid van het bloedvat kunnen belemmeren. This difference in diameter will be 5 connection problems with the circular or perfectly round ring shape and may have the effect of impeding the patency of the blood vessel. Immers het doelvat heeft een beperkte breedte die slechts beperkt oprekbaar is. After all, the target vessel has a restricted width which is only a limited stretchable.

Uit US-A-4.350.160 is een hulpmiddel bekend voor het aansluiten van een eind van een graftvat op een eind van een kransslagader. From US-A-4350160 is a well known tool for connecting an end of a graft vessel to one end of a coronary artery. De daarbij gevolgde methodiek is 10 omslachtig. The method followed is 10 cumbersome. Een verder nadeel is dat de kransslagader dwars moet worden doorgesneden en dat deze fragiele kransslagader vervolgens moet worden omgebogen om een onderdeel van het hulpinstrument. A further disadvantage is that the coronary artery has to be cut through transversely and that this fragile coronary artery then has to be bent around a component of the aid instrument. Ook het graftvat wordt omgebogen, waarna beide delen tegen elkaar worden geniet. Also, the graft vessel is bent, after which the two parts are stapled to one another.

Verder is uit WO-84/00102 een apparaat bekend voor het eind-op-eind (end-to-15 end) met elkaar verbinden van vaten. Further, from WO-A-84/00102 an apparatus is known for the end-to-end (End-to-end 15) connecting containers with one another. Ook hier moet de kransslagader dwars worden doorgenomen en vervolgens worden omgeklapt over een aantal pinnen, hetgeen in de praktijk zeker bij zeer kleine vaten, als kransslagaders, moeilijk zo niet onmogelijk blijkt. Here, too, the coronary artery has to be taken straight through and then folded over a number of pins, which in practice, especially in very small vessels, such as coronary arteries, proves to be difficult if not impossible.

Uit US-A-5.234.447 is bekend een anastomose-inrichting bestaande uit een ring 20 met vanaf de onderrand naar beneden wijzende nietpoten en vanaf de bovenrand naar boven staande aan hun vrije einden omgezette verdere nietpoten. From US-A-5234447 discloses an anastomotic device consisting of a ring 20, from the lower edge to the downward-pointing legs, and not from the upper edge to the top standing on their free ends bent further staple arms. Het graftvat wordt met zijn aan te sluiten eind van boven naar beneden door de ring gestoken, dit vrije eind wordt naar buiten toe omgeslagen waarna de onderste nietpoot door het omgeslagen deel heen gestoken wordt om vervolgens naar buiten en naar boven toe 25 omgebogen te worden, waarna het geheel van de anastomose-inrichting met graftvat in een in de wand van het doelvat gevormde opening wordt gestoken, waarna tenslotte de onderste nietpoten en bovenste nietpoten, in tegengestelde richting door het de openingen van het doelvat omgevende weefsel van de wand van het doelvat worden gestoken en met hun vrije punteinde in dit wandweefsel van het doelvat 30 achterblijven. The graft vessel is inserted, by its end to be attached from the top downwards through the ring, this free end is folded up towards the outside, after which the bottom staple arm is pushed through the folded-over part to be subsequently bent to the outside and towards the top 25, after which the entire anastomotic device with graft vessel into a is inserted opening formed in the wall of the target vessel, after which, finally, the bottom staple arms and top staple arms, in the opposite direction by the openings of the target vessel surrounding tissue of the wall of the target vessel be inserted, and with their free pointed ends remain in this wall tissue of the target vessel 30. Wanneer het weefsel van het doelvat aangetast is, is een dergelijke anastomose-inrichting minder goed bruikbaar tengevolge van het doorboren van het wandweefsel door de nietpoten. When the of the target vessel tissue has been compromised, such an anastomotic device is less suitable for use because of the puncturing of the wall tissue by the staple arms. Een verder probleem kan zijn dat wanneer het weefsel van de wand van het doelvat is aangetast, dit weefsel ook gemakkelijk zou A further problem may be that if the tissue of the wall of the target vessel is impaired said tissue could also easily

.* f'* .-'s Λ Λ A . * F '* .-' s Λ Λ A

( ι -J Ο -J (Ι -J -J Ο

6 kunnen uitscheuren hetgeen de verbinding onbetrouwbaar maakt. 6 can tear away, which renders the join unreliable. Ook zal hier het in het doelvat inbrengen/steken moeizaam zijn, daar de nieten van de onderrand een grotere diameter hebben dan die van de opening in het doelvat. Also, here, the insertion into the target vessel / stabbing be difficult since the staples on the bottom edge a larger diameter than that of the opening in the target vessel.

US-A-4.366.819 openbaart een vierdelige anastomose-inrichting. US-A-4366819 discloses a four-part anastomotic device. Deze 5 anastomose-inrichting bestaat uit een rond, buisvormig lichaam waardoorheen het aan te sluiten eind van een graftvat wordt gestoken om met zijn vrije eind rond de benedenrand van het buisvormige lichaam te worden omgeslagen. This 5 anastomotic device consists of a round, tubular body through which to connect it to the end of a graft vessel is inserted in order to be wrapped by its free end around the bottom rim of the tubular body. Het omgeslagen gedeelte wordt op het buisvormige lichaam vastgezet middels een ring met driehoekige doorsnede. The wrapped-round section is fixed put on the tubular body by means of a ring of triangular cross-section. Deze ring is daartoe voorzien van radiaal naar binnen 10 wijzende puntvormige organen die in het omgeslagen gedeelte van het graftvat aangrijpen. This ring is for this purpose provided with radially inwardly 10 point-shaped elements which engage in the wrapped-round section of the graft vessel. Dit geprepareerde geheel wordt door een opening in de wand van een doelvat gestoken, waarna de ring met driehoekige doorsnede met zijn schuine bovenvlak tot aanligging tegen de binnenzijde van de wand van het doelvat wordt gestoken. Said prepared whole is inserted through an opening in the wall of a target vessel, after which the ring is inserted with triangular cross-section with its sloping top face in contact with the inside of the wall of the target vessel. Aan de buitenzijde van het doelvat wordt over het buisvormige lichaam een 15 buitenflens geschoven, welke buitenflens van in langsrichting van het doelvat wijzende puntvormige organen is voorzien die van buitenaf in de wand van het doelvat worden gestoken. On the outside of the target vessel is about the tubular body 15, a slide outer flange, said outer flange in the longitudinal direction of the target vessel is provided with point-shaped elements which are inserted from the outside into the wall of the target vessel. De buiten- en binnenflens worden op elkaar geklemd gehouden door een vierde los onderdeel in de vorm van een ring dat middels een inwendige zaagvertanding, die samenwerkt met een op het buisvormige lichaam 20 aangebrachte uitwendige zaagvertanding, op het buisvormige lichaam fixeerbaar is op een wijze dat de samendrukking van weefsel tussen de binnenflens en buitenflens gehandhaafd blijft. The outer and inner flange are held clamped on one another by a fourth separate component in the form of a ring which by means of an internal saw teeth, which interacts with an on the tubular body 20 arranged external saw teeth, can be fixed on the tubular body in such a way that the compression of tissue is maintained between the inner flange and outer flange. Het nadeel van deze constructie is dat de binnenflens, al voorafgaand aan het in het doelvat steken, zijn naar buiten wijzende, voor de flenswerking benodigde vorm heeft en aldus het in het doelvat steken van het 25 geprepareerde geheel bemoeilijkt. The disadvantage of this construction is that the inner flange, already prior to stabbing into the target vessel, has its outward-facing shape, required for the flange action, and thus the stabbing in the target vessel made more difficult from the 25 prepared whole. Immers de diameter van het naar binnen te steken geheel is groter dan de diameter van de opening in het doelvat. After all, the diameter of the stabbing inwardly whole is greater than the diameter of the opening in the target vessel.

US-A-4.368.736 openbaart een anastomose-inrichting waarbij een verbindingsbuis van niet weefselmateriaal enerzijds in het aan te sluiten uiteinde van het graftvat wordt gestoken en anderzijds in een in de wand van het doelvat 30 gevormde opening wordt gestoken. US-A-4,368,736 discloses an anastomosis apparatus in which a connecting tube of non-woven material on the one hand is inserted into the connecting end of the graft vessel and the other part is inserted into one in the wall of the target vessel 30 formed opening. Het graftvat en doelvat blijven hierbij op afstand van elkaar liggen. continue to the graft vessel and target vessel remain some distance apart. De verbindingsbuis kan daarbij een bocht vertonen zodat enerzijds de verbindingsbuis haaks op het doelvat is te monteren en anderzijds het graftvat, althans op enige afstand van het doelvat, schuin ten opzichte van het doelvat kan /- I 1 l '··· v _ \J* W s*/' 7 verlopen. The connecting tube can have a bend so that on the one hand to mount the connecting tube at right angles to the target vessel, and on the other hand, the graft vessel, at least at some distance from the target vessel, at an angle with respect to the target vessel can / - I 1 l '··· v _ \ J * W s * / '7 expired.

Het doel van de onderhavige uitvinding is dan ook in het bijzonder het verschaffen van een verbeterde anastomose-inrichting voor het aansluiten van een graftvat op een doelvat bij een daarin aanwezige opening. The object of the present invention is therefore in particular to provide an improved anastomotic device for joining a graft vessel to a target vessel at an opening present therein.

5 Voomoemde doelen worden volgens een eerste aspect van de uitvinding bereikt door het verschaffen van een anastomose-inrichting voor het aansluiten van een graftvat op een doelvat bij een daarin aanwezige aanluitopening, omvattende: een in wezen buisvormig lichaam met een naar het doelvat te richten onderrand; 5 abovementioned objects are achieved according to a first aspect of the invention achieves by providing an anastomosis device for connecting a graft vessel to a target vessel at a present therein aanluitopening, comprising: an essentially tubular body with a steerable bottom edge to the target vessel ; 10 - een uitwendig op het buisvormige lichaam aangebrachte of aanbrengbare buitenflens die rondom de aansluitopening tegen de buitenzijde van de wand van het doelvat tot aanligging kan worden gebracht; 10 - an externally arranged or arrangeable on the tubular body outer flange which can be brought to bear around the connection opening at the outside of the wall of the target vessel; en een aan het buisvormige lichaam gevormde binnenflens die in een vrije toestand ten opzichte van het buisvormige lichaam naar buiten steekt en in 15 overlappend verband met de buitenflens rondom de aansluitopening tegen de binnenzijde van de wand van het doelvat tot aanligging kan komen, en die tijdens het inbrengen van de binnenflens in het doelvat in een ten opzichte van het buisvormige lichaam in wezen gestrekte toestand verkeert. and to the tubular body formed from inner flange which protrudes outward in a free state with respect to the tubular body and may come into 15 overlapping relationship with the outer flange around the connection opening at the inner side of the wall of the target vessel to rest, and which, during the insertion of the inner flange into the target vessel in a with respect to the tubular body is in essentially straight condition.

Bij voorkeur is de binnenflens vanuit die vrije toestand reversibel tegen een 20 veerkracht in gebogen tot een voorgespannen toestand waarin de projectie daarvan op het door de onderrand van het buisvormige lichaam opgespannen vlak in hoofdzaak op en/of binnen die onderrand ligt zodanig dat deze door de aansluitopening in het doelvat gestoken kan worden, en in die voorgespannen toestand gefixeerd is op een wijze zodanig dat de fixatie ophefbaar is om binnenflens onder invloed van de 25 voorspanning in de richting van de vrije toestand terug te doen buigen. Preferably, the inner flange from which the free state reversibly at a 20 spring force bent to a pretensioned condition in which the projection thereof on the through the lower edge of the tubular body clamped plane substantially at and / or inside said bottom edge is located in such a way that it by the connecting opening can be inserted into the target vessel, and to bend back in that pre-stressed state is fixed in a manner such that the fixation is liftable to inner flange 25 under the influence of the prestress in the direction of the free state.

Een belangrijk voordeel van de anastomose-inrichting volgens de uitvinding is enerzijds dat de bevestiging op het doelvat plaatsvindt door inklemming van het de aansluitopening omgevende weefsel tussen de binnenflens en buitenflens. A significant advantage of the anastomotic device according to the invention is on the one hand that the attachment to the target vessel takes place by clamping the tissue surrounding the connection opening between the inner flange and outer flange. De kwaliteit van de wand van het doelvat zal dan de sterkte van de verbinding van de 30 anastomose-inrichting met het doelvat nauwelijks beïnvloeden. The quality of the wall of the target vessel will thus have hardly affect the strength of the connection 30 of the anastomotic device with the target vessel. Dit in tegenstelling tot verbindingen op basis van nieten, zoals uit de stand der techniek bekend. This is in contrast to compounds on the basis of the staples, such as from the prior art. Een ander belangrijk voordeel van de anastomose-inrichting volgens de uitvinding is dat de binnenflens bij het door de aansluitopening in het doelvat steken van de anastomose- '·τ'· .*Λ f-- .·λ .·'·> 8 inrichting in een gestrekte, evenwijdige of eventueel schuin, naar binnen wijzende, toestand verkeert. Another significant advantage of the anastomotic device according to the invention is that the inner flange at the stabbing of the anastomosis through the connection opening in the target vessel '· τ' ·. * Λ F--. Λ ·. · '·> Device 8 in an extended, parallel or optionally sloping, inward-facing, position is in. Dit komt er op neer dat de binnenflens dan niet in een vrije ten opzichte van het buisvormige lichaam naar buiten stekende toestand verkeert, hetgeen betekent dat het door de aansluitopening in het doelvat te steken gedeelte van de 5 anastomose-inrichting een omtrekscontour heeft die niet groter is dan de omtrekscontour van de opening in het doelvat. This comes down to is that the inner flange is thus not in a free relative to the tubular body outwardly projecting state, which means that the portion of the 5 anastomotic device by stabbing the connection opening in the target vessel has a peripheral contour that is not larger than the peripheral contour of the opening in the target vessel. Het in het doelvat te steken gedeelte van de anastomose-inrichting past dus zo in die aansluitopening. The stabbing to the target vessel portion of the anastomotic device that fits into the terminal opening. Oprekken van het weefsel van het doelvat rondom de aansluitopening of anderszins relatief complex manipuleren teneinde de anastomose-inrichting in de aansluitopening gestoken te 10 krijgen is dan dus niet nodig. Stretching of the tissue of the target vessel around the connection opening or otherwise relatively complex manipulation in order to the anastomotic device into the connection opening 10 to get inserted is then not necessary. De binnenflens kan geheel of gedeeltelijk met behulp van mechanische of andere hulpmiddelen vanuit de gestrekte toestand naar de naar buiten wijzende vrije toestand gebracht worden waarin deze werkzaam de binnenflens vormt. The inner flange may constitute wholly or in part with the aid of mechanical or other means from the extended position into the outward-pointing free state be brought in which it effectively forms the inner flange. Het heeft echter de voorkeur wanneer de binnenflens vanuit de vrije toestand reversibel tegen een veerkracht in gebogen is tot een voorgespannen toestand, dwz 15 tijdens het in de aansluitopening steken van de anastomose-inrichting is sprake van een voorgespannen gestrekte, of naar binnen wijzende binnenflens. However, it is preferred when the inner flange from the free state reversibly against a spring force has been bent to a pre-stressed condition, ie, 15 during the stabbing into the connecting opening of the anastomotic device, there is a pre-tensioned extended, or inward-pointing inner flange. Dit naar binnen wijzen kan eventueel een haaks naar binnen wijzen zijn, echter in het algemeen zal het naar binnen wijzen veeleer een, bij voorkeur licht (dwz < 15°), taps toelopen zijn. This to identify, within may optionally be a right angles pointing inwards, but will generally be rather the point inward one, preferably light (ie, <15 °), tapering.

20 Een dergelijke anastomose-inrichting met voorgespannen, gestrekte binnenflens heeft tot voordeel dat de binnenflens bij het aanbrengen van de anastomose-inrichting op het doelvat aanvankelijk in wezen in het verlengde van het buisvormige lichaam voorwaarts of naar binnen naar de hartlijn van het buisvormige lichaam toe wijst (in het bijzonder taps toeloopt) en daardoor gemakkelijk door de aansluitopening van het 25 doelvat naar binnen gestoken kan worden. 20 Such an anastomotic device with pretensioned, extended inner flange has the advantage that the inner flange when fitting the anastomotic device on the target vessel initially essentially in the extension of the tubular body forwardly or inwardly toward the axis of the tubular body increases stresses (in particular tapers) and consequently can be easily inserted inwards through the connection opening 25 of the target vessel. Nadat de binnenflens aldus door de aansluitopening in het doelvat gestoken is, kan de gefixeerde voorgespannen toestand daarvan worden opgeheven. After the inner flange has been inserted through the connection opening in the target vessel, can be lifted to the fixed, pretensioned position thereof. De binnenflens kan dan weer terugbuigen naar zijn vrije toestand waarin deze zijdelings ten opzichte van het buisvormige lichaam uitsteekt of althans nijgt uit te steken en met zijn in gestrekte/gefixeerde toestand naar buiten 30 gekeerde zijde tegen de binnenzijde van de wand van het doelvat tot aanligging komt. The inner flange can then be bent back to its free state in which it laterally with respect to the tubular body extends or at least reclined to stabbing, and to be extended / fixed state, to the outside 30 facing side against the inside of the wall of the target vessel to rest against coming. De bevestiging aan het doelvat wordt dan tot stand gebracht door inklemming van het rondom de opening gelegen wandgedeelte van het doelvat tussen de buitenflens en de binnenflens. The attachment to the target vessel is then produced by clamping of the wall portion located around the opening of the target vessel between the outer flange and the inner flange. Het vrijgeven van de gefixeerde, voorgespannen toestand (ofwel (j . The release of the fixed, pretensioned position (or (j.

9 gestrekte toestand) van de binnenflens is, in het geval de binnenflens van een permanent verend materiaal is vervaardigd, bijvoorbeeld te realiseren door een aan de buitenzijde rondom de binnenflens aangebrachte ring of huls terug te trekken of een rondom de binnenflens aangebracht koord of andere vorm van belemmering weg te 5 nemen. 9 stretched state) of the inner flange is, in the case of the inner flange of a permanently resilient material is made, for example, be achieved by pulling back the outer side around the inner flange ring or sleeve fitted or around the inner flange a cord or other form obstruction of taking 5 away. Eventueel is het mogelijk om de aanligging van de binnenflens tegen de binnenzijde van de wand van het doelvat te verbeteren met een hulpmiddel, bijvoorbeeld door in het doelvat ter plaatse van de aansluiting een ballon te plaatsen en deze op te blazen of door met behulp van een ander instrument mechanische druk uit te oefenen teneinde aldus de binnenflens steviger tegen de binnenwand van het 10 doelvat te drukken. Optionally, it is possible to improve the contact of the inner flange with the inside of the wall of the target vessel with a tool, for example by placing a balloon in the target vessel at the location of the connection and to blow them in, or by using a another tool to exert mechanical pressure in order thus to press the inner flange more firmly against the inner wall of the target vessel 10.

Een nog verder belangrijk voordeel van de anastomose-inrichting volgens de uitvinding is dat hiermede het uitsteken van weefsel van het graftvat in het lumen van het doelvat tot een minimum te beperken is of zelfs geheel te vermijden is, omdat nagenoeg geen inwendige delen binnen het doelvat door het graftvat bedekt hoeven te 15 worden en het graftvat, noch de onderrand van het buisvormige lichaam in, althans belangrijke mate in, het lumen van het doelvat uitsteekt. A still further important advantage of the anastomotic device according to the invention is that therewith the protrusion of tissue of the graft vessel into the lumen of the target vessel to a minimum limit or is even completely to avoid, because virtually no internal parts inside the target vessel covered by the graft vessel 15 do not need to be, and the graft vessel nor the bottom rim of the tubular body in, or at least a significant extent into, the lumen of the target vessel.

Een verder belangrijk voordeel van de anastomose-inrichting volgens de uitvinding is dat bij aangebrachte toestand van de anastomose-inrichting de op het weefsel rondom de aansluitopening in het doelvat uitgeoefende klemkracht 20 gelijkmatig te verdelen is. A further significant advantage of the anastomotic device according to the invention is that in the mounted state of the anastomotic device to the tissue around the connection opening in the target vessel clamping force exerted is 20 to evenly distribute.

De anastomose-inrichting volgens de uitvinding is, zoals aan het begin al aangegeven, toepasbaar bij alle drie de typen anastomosen, dat wil zeggen ETS-anastomosen, STS-anastomosen en ETE-anastomosen. The anastomotic device according to the invention, as already indicated at the beginning, used with all three types of anastomoses, the, that is to say ETS anastomoses, STS anastomoses and ETE anastomoses. In het geval van een ETE-anastomose zal de binnenflens in zogenaamde gestrekte toestand bij voorkeur naar 25 binnen wijzen. In the case of an ETE anastomotic the inner flange will be in so-called extended state is preferably 25 to identify, within. In de zogenaamde vrije toestand en samengestelde toestand zullen ze door de buitenflens (die in samengestelde toestand aan de buitenzijde rondom het doelvat ligt) in een voorwaarts gestrekte of iets naar buiten wijzende toestand gehouden worden. In the so-called free position and assembled position it will be held in a position extending forwards or facing somewhat outwards by the outer flange state (which is located on the outside around the target vessel in the assembled state). Ingeval de buitenflens afwezig is, en de binnenflens geheel los van de rest van de anastomose-inrichting beschouwd wordt, dan kan deze een in vrije 30 toestand eventueel radiaal naar buiten wijzende gedaante aannemen. If the outer flange is absent and the inner flange is considered completely separately from the remainder of the anastomotic device, it will in a free state, 30 may optionally assume radially outwardly pointing form. In samengestelde toestand zal deze radiaal naar buiten wijzende toestand ten gevolge van de buitenflens niet kunnen optreden. In the assembled state this will radially outward-pointing state as a result of can not occur outside of the flange. Bij een ETE-anastomose zal de buitenflens in wezen de gedaante van een koker, eventueel een cilindrische koker, kunnen aannemen. Case of an ETE anastomotic the outer flange will essentially be able to assume the shape of a tube, optionally a cylindrical tube.

S .-s S.-S

li <.s<j ü D li <.s <j ü D

10 10

Teneinde onder bepaalde omstandigheden de plaatsing van de anastomose inrichting te kunnen vergemakkelijken, is het volgens de uitvinding voordelig wanneer de buitenflens een ten opzichte van het buisvormige lichaam en/of binnenflens afzonderlijk onderdeel is, dat in de Iangsrichting van het buisvormige 5 lichaam en/of in de richting van de binnenflens verschuifbaar is en middels grendelmiddelen ten opzichte van het buisvormige lichaam en/of de binnenflens vergrendelbaar is. In order under certain conditions to be able to facilitate fitting of the anastomotic device, it is advantageous according to the invention if the outer flange, one with respect to the tubular body and / or inner flange is a separate part, which in the longitudinal direction of the tubular 5 body, and / or in the direction of the inner flange by means of locking means and is slidable with respect to the tubular body and / or the inner flange is locked in position. Teneinde hierbij, ingeval van een uitvoeringsvorm van de uitvinding die bestemd is voor aansluiting op een doelvat van het type waarbij de aansluitopening in de wand is gevormd (dwz een zogenaamde ETS- of STS-10 anastomose), de klemkracht waarmee het de opening omgevende wandgedeelte van het doelvat tussen de binnenflens en buitenflens wordt ingeklemd te kunnen instellen is het volgens de uitvinding voordelig wanneer de afstand van de buitenflens tot het buisvormig lichaam en/of de naar buiten stekende binnenflens instelbaar of verstelbaar is. In order thereto, in the case of an embodiment of the invention, which is intended for connection to a target vessel of the type where the connection opening in the wall is formed (ie, a so-called ETS or STS-10 anastomosis), the clamping force with which the opening surrounding wall portion of the target vessel is clamped between the inner flange and outer flange to be able to set, it is according to the invention advantageous when the distance from the outer flange to the tubular body and / or the outward-projecting inner flange is adjustable. Aldus is het bijvoorbeeld mogelijk om al naar gelang de dikte van de 15 wand van het doelvat een bepaalde gewenste klemkracht te realiseren. Thus, it is possible, for example in order to realize, depending on the thickness of the wall of the target vessel 15 a specific, desired clamping force. De verstelbaarheid/instelbaarheid kan daarbij continu of discontinu zijn. The adjustability / adjustability can be continuous or discontinuous. Volgens een voordelige uitvoeringsvorm van de uitvinding omvatten de grendelmiddelen een zaagtandmechanisme. According to an advantageous embodiment of the invention, the locking means comprise a mechanism involving serrations. Met een dergelijk zaagtandmechanisme is eventueel ook de instelbaarheid/verstelbaarheid van de afstand van de buitenflens tot het buisvormig 20 lichaam en/of de naar buiten stekende binnenflens realiseerbaar. With such a saw-tooth mechanism is possibly also the adjustability / adjustability of the distance from the outer flange to the tubular body 20 and / or the outward-projecting inner flange. Ook een ETE-anastomose is zodanig uit te voeren dat bij verschuiving van de buitenflens in Iangsrichting van het buisvormige lichaam een compressiekracht op de vaatwand wordt aangebracht en aldus de vaatwand tussen de buitenflens en binnenflens vastgeklemd wordt. Also, an ETE anastomotic is such a manner that a compression force is applied to the vessel wall by displacement of the outer flange in the longitudinal direction of the tubular body and is thus clamped to the vessel wall between the outer flange and inner flange.

25 Teneinde het gebruik van mechanisch op de anastomose-inrichting en/of het doelvat en/of het graftvat inwerkende hulpmiddelen tot een minimum te beperken of zelfs geheel te vermijden, is het volgens de uitvinding voordelig wanneer de binnenflens is vervaardigd uit een superelastische metaallegering of een thermisch geactiveerde/activeerbare legering met vormgeheugen, zoals een nikkel-titanium 30 legering. 25 In order to use mechanically on the anastomotic device and / or the target vessel and / or to limit the graft vessel acting resources to a minimum, or even completely to avoid, it is according to the invention it is advantageous if the inner flange is made from a superelastic metal alloy or a thermally activated / activatable alloy with shape memory, such as a nickel-titanium alloy 30. Als voorbeeld van een nikkel-titanium legering kan het onder de merknaam Nitinol bekende materiaal worden gebruikt. As an example of a nickel-titanium alloy, the well-known material can be used under the brand name Nitinol. Een dergelijke superelastische metaallegering of een thermisch geactiveerde/activeerbare legering met vormgeheugen heeft als eigenschap dat het vanuit een vrije toestand tegen een veerwerking in naar .1 _ - · - 11 een vervormde toestand gebracht kan worden en in die vervormde toestand door middel van een behandeling, in het algemeen een koude behandeling, gefixeerd kan worden. Such a superelastic metal alloy or a thermally activated / activatable alloy with shape memory has the property that it is from a free state, against a spring action to .1 _ - can be brought 11 a deformed state and in this deformed state by means of a treatment - · , in general a cold treatment, can be fixed. Wanneer deze fixatie dan wordt opgeheven, bijvoorbeeld door het materiaal tot boven een bepaalde temperatuur te verwarmen, dan zal de de oorspronkelijke 5 verbuiging tegenwerkende veerkracht weer terugkomen en de binnenflens naar zijn oorspronkelijke vrije toestand terugbrengen. When said fixing is then released, for example, by heating the material to above a certain temperature, it will return to the original 5 inflection opposing spring force again, and restore the inner flange to its original free state.

Volgens een verdere voordelige uitvoeringsvorm van de uitvinding heeft de binnenflens een zich tangentieel ten opzichte van de onderrand van het buisvormige lichaam uitstrekkende buighartlijn die ligt ter hoogte van de binnenomtrek van de 10 buitenflens. According to a further advantageous embodiment of the invention, the inner flange has a tangentially located with respect to the lower edge of the tubular body extending bending axis which is situated at the level of the inner periphery of the outer flange 10. Aldus is te bereiken dat de anastomose-inrichting, wanneer deze op het doelvat is gemonteerd, niet of weinig in het doelvat uitsteekt. Thus, it is to ensure that the anastomotic device, when it is fitted on the target vessel, little or no protruding into the target vessel. De binnenflens buigt dan namelijk al in de opening via welke deze in het doelvat is gestoken, en kan dan vlak van binnenuit tegen de binnenzijde van de wand van het doelvat tot aanligging komen en zelfs iets in, de uit flexibel materiaal bestaande, vaatwand worden gedrukt. The inner flange then in fact bends already in the opening via which it is inserted into the target vessel, and may then just come from inside against the inner side of the wall of the target vessel to rest and even something in it, the printed existing vessel wall of flexible material . 15 Doordat de anastomose-inrichting niet of nauwelijks in het doelvat uitsteekt zal de bloedstroming door dat doelvat ook niet door in het doelvat stekende delen belemmerd of verstoord worden. 15 Because the anastomotic device does not protrude, or hardly in the target vessel, the blood flow through the target vessel will also not be impeded or disturbed by sections protruding into the target vessel.

Volgens een verdere bijzondere uitvoeringsvorm, waarmee in het bijzonder ook is te realiseren dat de buighartlijn van de binnenflens ter hoogte van de binnenomtrek 20 van de buitenflens of zelfs daarboven ligt, omvat de binnenflens een aantal door insnijdingen, uitsparingen of plooien onderling gescheiden, over de omtrek van het buisvormige lichaam verdeeld aangebrachte poten, waarbij de insnijdingen of uitsparingen of plooien zich bij voorkeur voortzetten totaan of voorbij de buitenflens. According to a further particular embodiment, which, in particular, also is to realize that the bending axis of the inner flange at the level of the inner periphery 20 of the outer flange, or even above this, the inner flange includes a plurality of incisions, cut-outs or folds separated from one another, on the circumference of the tubular body arranged distributed legs, wherein the incisions or cut-outs or folds preferably continuing as WAY UP or beyond the outer flange. In het geval dat de binnenflens is opgebouwd uit onderling door insnijdingen of 25 uitsparingen gescheiden poten, dan is de binnenflens op te vatten als een discontinue flens, waarbij in omtreksrichting de onderling aangrenzende poten steeds door discontinuïteiten vormende insnijdingen of uitsparingen van elkaar gescheiden zijn. In the event that the inner flange is constructed from one another by incisions or 25 cut-outs separated feet, then it is to be understood the inner flange as a discontinuous flange, wherein, in circumferential direction, the mutually adjacent legs still by discontinuities-forming incisions or recesses are separated from each other. Echter de flens kan ook op continue wijze zijn uitgevoerd, bijvoorbeeld door deze althans in zogenaamde gestrekte of naar binnen wijzende toestand geplooid uit te 30 voeren, in welk geval de naar buiten gekeerde ruggen van de plooien als poten beschouwd kunnen worden en de tussen deze plooiruggen gelegen plooidalen als plooien aangemerkt kunnen worden. However, the flange can also be carried out in a continuous manner, for example, by this, at least in so-called extended or inward-facing position folded to be conducted, to 30, in which case the outward-facing backs of the folds can be regarded as arms and between said fold backs fold troughs located can be considered as folds. De plooidalen zullen dan wanneer de binnenflens van zijn voorgespannen toestand (de gestrekte of naar binnen wijzende 1 ü 1 ioo 12 toestand) naar zijn vrije toestand gaat, worden vlak getrokken (of althans tot geringere plooidaldiepte opgetrokken worden) teneinde het naar de vrije toestand gaan van de binnenflens mogelijk te maken en daarbij tevens een ononderbroken binnenflensaanligvlak te kunnen verschaffen. The synclines will then, when the inner flange moves from its pretensioned position (the extended or inward-facing first U 1 ioo 12 position) into its free state, be flat (or at least pulled up to a lesser plooidaldiepte) is pulled so as to move to the free condition, to allow the inner flange and at the same to be able to provide an uninterrupted inner.

5 Teneinde de grip van de binnenflens op de binnenwand van het doelvat te verhogen is het volgens de uitvinding voordelig wanneer het in vrije toestand naar de binnenwand van het doelvat gekeerde vlak van de binnenflens is voorzien van een verruwing of oneffenheid. 5 a view of the grip of the inner flange on the inner wall of the target vessel to increase, it is advantageous according to the invention when it is in the free state to the inner wall of the target vessel facing surface of the inner flange is provided with roughening or unevenness. Eventueel kan dat vlak van de binnenflens ook van uitsteeksels zijn voorzien die kunnen samenwerken met in het naar de vaatwand 10 gekeerde vlak van de buitenflens gevormde uitsparingen of gaten. Optionally, in that face of the inner flange also be provided with projections which can interact with in the vessel wall 10 to the facing surface of the outer flange-shaped recesses or holes. Dergelijke met uitsparingen of gaten samenwerkende uitsteeksels kunnen de verankering verbeteren. Such projections interacting with cut-outs or holes can improve anchoring.

In het bijzonder wanneer bij een ETS-anastomose het aan te sluiten graftvat een diameter heeft die groter is dan die van het doelvat - hetgeen bij de aansluiting van een bypass-vat op de kransslagader, de zogenaamde distale anastomose, in het 15 algemeen het geval is - is het volgens een in wezen los van het eerste aspect staand tweede aspect van de uitvinding voordelig wanneer de onderrand van het buisvormige lichaam een in hoofdzaak ovale of ellipsachtige contour heeft. In particular, when an ETS anastomotic, the connecting graft vessel has a diameter which is larger than that of the target vessel - which is in the connection of a by-pass vessel to the coronary artery, the so-called distal anastomotic, in the 15 generally is the case is - it is according to a substantially independent of the first aspect alone the second aspect of the invention, advantageous if the bottom rim of the tubular body has an essentially oval or elliptical contour. In op het doelvat gemonteerde toestand zal de langsas van de ovaal of ellips zich dan in hoofdzaak evenwijdig aan de langsrichting van het doelvat uitstrekken. In the mounted state to the target vessel, the longitudinal axis of the oval or ellipse will then extend essentially parallel to the longitudinal direction of the target vessel. Een onderrand van het 20 buisvormige lichaam met een in hoofdzaak ovale of ellipsachtige contour is volgens het tweede aspect van de uitvinding echter ook voordelig in het geval het graftvat schuin op het doelvat moet worden aangesloten, zoals bij een ETS anastomose ongeacht de diameter verhouding van graftvat en doelvat het geval kan zijn, en ook bij een ETE- of STS-anastomose het geval kan zijn. A lower edge of the 20 tubular body having an essentially oval or elliptical contour is, however, also must be connected advantageous in the case the graft vessel at an angle to the target vessel according to the second aspect of the invention, such as with an ETS anastomotic irrespective of the diameter ratio of graft vessel and target vessel may be the case, and also with an ETE or STS anastomotic may be the case. Een dergelijke ovale of 25 ellipsachtig uitgevoerde anastomose-inrichting is ook zeer goed realiseerbaar door uit de stand der techniek bekende anastomose-inrichtingen in die zin aan te passen. Such an oval or ellipse-like 25 carried anastomotic device is also very readily be achieved by changing from the prior art anastomosis devices in that sense.

Volgens een derde aspect van de uitvinding, dat los van het eerste en/of tweede aspect maar met groot voordeel ook in combinatie met het eerste en/of tweede aspect kan worden toegepast, heeft de uitvinding betrekking op een anastomose-inrichting 30 voor het aansluiten van een graftvat op een doelvat bij een daarin aanwezige opening zoals in het bijzonder een in de wand daarvan aanwezige opening, omvattende een buitenflens die bestemd is om met een buitenflens aanligvlak rondom de opening tegen de buitenzijde van de wand van het doelvat tot aanligging te worden gebracht, , ... According to a third aspect of the invention, which is separate from the first and / or second aspect but with great advantage can also be applied in combination with the first and / or second aspect, the present invention relates to an anastomotic device 30 for connecting of a graft vessel to a target vessel at an opening present therein, such as, in particular, one in the wall thereof present opening, comprising an outer flange which is intended to be with an outer flange contact surface around the opening against the outside of the wall of the target vessel to rest against spent, ...

' · '· · V?' '·' · V? ; ; '·\ IU l O ^ 13 met het kenmerk, dat het buitenflens-aanligvlak cilindrisch gekromd is uitgevoerd, bij voorkeur met een krommingsstraal die gelijk of ongeveer gelijk aan de uitwendige omtreksstraal van het doelvat ter plaatse van de opening is. "· \ L O ^ IU to 13, characterized in that the outer flange contact surface is of cylindrically curved construction, preferably with a radius of curvature which is equal to or approximately equal to the external circumferential radius of the target vessel at the location of the opening. Door het buitenflens-aanligvlak cilindrisch gekromd uit te voeren wordt vernauwing van het doelvat ter 5 plaatse van en ten gevolge van de anastomose-inrichting verminderd of in het geval de krommingsstraal gelijk of ongeveer gelijk is aan de uitwendige straal van het doelvat ter plaatse van de opening zelfs geheel voorkomen. Because of the outer flange contact surface cylindrically to carry out curved construction, constriction of the target vessel at the 5 the location of and as a consequence of the anastomotic device is reduced or, in the case the radius of curvature is equal to or approximately equal to the external radius of the target vessel at the location of the opening, even completely prevented. Vermindering van de vernauwing of het geheel uitsluiten van de vernauwing van het doelvat ter plaatse van de anastomose-inrichting heeft tot voordeel dat de doorstroming van het doelvat ter 10 plaatse van de anastomose-inrichting minder belemmerd wordt of zelfs in het geheel niet belemmerd wordt. Reduction of the constriction or the total exclusion of the constriction of the target vessel at the location of the anastomotic device has the advantage that the flow of the target vessel at 10 the location of the anastomotic device is less obstructed or even is not obstructed at all. Een dergelijke cilindrisch gekromde buitenflens laat zich in het bijzonder met voordeel toepassen bij een STS- of ETS-anastomose. Such a cylindrically curved outer flange can, in particular, advantageously case of an STS or ETS anastomotic. Het zal duidelijk zijn dat een dergelijke cilindrisch gevormde buitenflens ook zeer goed realiseerbaar is door uit de stand der techniek bekende anastomose-inrichtingen in die 15 zin aan te passen. It will be clear that a cylindrically shaped outer flange is also very readily be achieved by changing from the prior art anastomotic devices known in those 15 sense.

Teneinde indrukking van het doelvat en daarmee dus vernauwing van het doelvat ter plaatse van de anastomose-inrichting verder tegen te gaan is het bij dit derde aspect volgens de uitvinding in het bijzonder voordelig wanneer het buitenflens-aanligvlak de vorm heeft van in hoofdzaak een cilindersector, die zich 20 over ten hoogste 180° uitstrekt. In order to determine compression of the target vessel and thus constriction of the target vessel at the location of the anastomotic device further counteracted, it is to this third aspect of the invention, in particular, advantageous if the outer flange contact surface has the shape of substantially a cylinder sector, 20 which extends over at most 180 °. Uitstrekking van de cilindersector over verder dan 180° is niet geheel uitgesloten, echter dit maakt het aanbrengen van de anastomose-inrichting op en het bevestigen aan het doelvat iets gecompliceerder, daar dan ofwel het doelvat in enige mate samengeknepen moeten worden om dit in het cilindersectorgedeelte van de buitenflens te kunnen plaatsen ofwel het 25 cilindersectorgedeelte of flexibel/openbuigbaar uitgevoerd moet zijn. Extension of the cylinder sector over more than 180 ° is not entirely precluded, but this makes fitting the anastomotic device on and attaching to the target vessel a little more complicated, since then either the target vessel have to be in some degree squeezed to this in the cylinder sector section to be able to place the outer flange 25 must be carried out either to the cylinder sector portion or a flexible / bendable open. De cilindersector zal zich bij voorkeur uitstrekken over een bereik van 150° a 180°. The cylinder sector will preferably extend over a range of 150 ° to 180 °. Door toepassing van een dergelijk cilindersectorgedeelte voor het buitenflens-aanligvlak is te realiseren dat de buitenflens kan afsteunen op weefsel dat ligt rond het doelvat, in het bijzonder weefsel waarin het doelvat is ingebed. By the use of such a cylinder sector section for the outer flange contact surface is to realize that the outer flange can support on tissue that is located around the target vessel, in particular tissue in which the target vessel is embedded. Het weefsel liggend op/over het doelvat en 30 eventueel het weefsel naast het doelvat wordt iets weggehaald of opzij geschoven waarna de buitenflens dan in het weefsel kan wegzakken en daar toch op kan afsteunen. The tissue located on / over the target vessel 30, and optionally the tissue is removed alongside the target vessel or pushed aside, after which the outer flange is then able to sink into the tissue and is able to bear on it. Dat hierdoor vernauwing van het doelvat op betrouwbare wijze verregaand verhinderd/vermeden wordt moge duidelijk zijn. That constriction of the target vessel is reliably extensively prevented / avoided by this will be clear.

Λ pxp Π 14 Λ pxp Π 14

Voor toepassingen in de kransslagaderchirurgie, zal volgens een voordelige uitvoeringsvorm van de uitvinding bij de distale anastomose ter plaatse van de kransslagader (die aldaar in het algemeen een diameter van 1 a 2,5 mm heeft) de krommingsstraal van het buitenflens-aanligvlak liggen in het bereik van 0,5 tot 1,25 5 mm. For applications in coronary artery surgery, will, according to an advantageous embodiment of the invention, at the distal anastomotic at the location of the coronary artery (has produced there, in general, a diameter of 1 to 2.5 mm), the radius of curvature of the outer flange contact surface located in the range of from 0.5 to 1.25 to 5 mm. In het geval van een proximale anastomose bij de aorta ascendens, die dan ter plaatse in het algemeen een diameter van 3 a 5 cm heeft, zal de krommingsstraal van het buitenflensaanligvlak liggen in het bereik van 15 tot 25 mm. In the case of a proximal anastomotic at the aorta ascendens, which then has on the spot, in general, a diameter of 3 to 5 cm, the radius of curvature of the outer flange contact surface will be in the range of 15 to 25 mm.

Teneinde bij een anastomose-inrichting met een gekromd buitenflens-aanligvlak rondom de opening in het doelvat een gelijkmatige klemkracht te realiseren is het 10 volgens de uitvinding voordelig wanneer bij toepassing van een binnenflens met een al dan niet onderbroken binnenflens-aanligvlak de binnenflens cilindrisch gekromd is uitgevoerd met een krommingsstraal, die gelijk of ongeveer gelijk aan de inwendige omtreksstraal van het doelvat ter plaatse van de opening is; In order for an anastomotic device having a curved outer flange contact surface around the opening in the target vessel to achieve a uniform clamping force is 10 according to the invention advantageous if, when using an inner flange having a whether or not interrupted inner flange contact surface is the inner flange is of cylindrically curved carried out with a radius of curvature, which is equal to or approximately equal to the internal circumferential radius of the target vessel at the location of the opening; of 15 gelijk of ongeveer gelijk aan de krommingsstraal van het buitenflens-aanligvlak is. or 15, is equal to or approximately equal to the radius of curvature of the outer flange contact surface.

De krommingsstraal van het binnenflens-aanligvlak zal dan bij kransslagaderchirurgie overeenkomstig de krommingsstraal van het buitenflens-aanligvlak bij voorkeur liggen in het bereik van 0,5 tot 1,25 mm in het geval van distale anastomose met de 20 kransslagader of in het bereik van 15 tot 25 mm in het geval van de proximale anastomose met de aorta. The radius of curvature of the inner flange contact surface will then be in coronary artery surgery the radius of curvature of the outer flange contact surface, preferably be in the range of 0.5 to 1.25 mm in the case of distal anastomotic with the 20 coronary artery or in the range of 15 up to 25 mm in the case of the proximal anastomotic with the aorta.

Bij de proximale aorta anastomose vertoont de aorta ascendens ter plaatse van de anastomose een (lichte) kromming naar de linkerkant van de patiënt (vanuit het aanzicht van de chirurg naar de rechterkant). At the proximal aorta anastomotic, the aorta ascendens at the location of the anastomotic a (slight) curvature towards the left-hand side of the patient (from the view of the surgeon to the right-hand side). Teneinde de aansluiting nog verder te 25 verbeteren kan het dus voordelig zijn wanneer het buitenflens-aanligvlak en eventueel ook de binnenflens naast de eerder genoemde cilindrische vorm (in voor/achterwaartse richting van de patiënt, het zogenaamde sagittale vlak) in de lengterichting van de aorta (of buitenflens) ook nog concaaf in het geval van de buitenflens of convex in het geval van de binnenflens is uitgevoerd. In order to 25 to further improve the connection, it may thus be advantageous if the outer flange contact surface, and optionally also the inner flange in addition to the aforementioned cylindrical shape (in the forward / backward direction of the patient, the so-called sagittal plane) in the longitudinal direction of the aorta (or outer flange), but also concave performed in the case of the outer flange or convex in the case of the inner flange.

30 Teneinde de verbinding tussen het doelvat en het graftvat volledig tot stand te brengen is het volgens de uitvinding voordelig wanneer de anastomose-inrichting verder omvat koppelmiddelen voor het bevestigen van het vrije eind van het graft-vat (of doelvat) aan de anastomose-inrichting, bijvoorbeeld het buisvormige lichaam t O , - 15 daarvan, of voor het bevestigen van een eerste anastomose-inrichting aan een tweede anastomose-inrichting, De bevestiging van het graftvat (doelvat) zou daarbij kunnen plaatsvinden direct aan bijvoorbeeld de buitenflens of aan een deel dat met het buisvormige lichaam en/of de buitenflens als een geheel is gevormd. 30, a view of the connection between the target vessel and the graft vessel to apply to a complete state, it is advantageous according to the invention if the anastomotic device further comprises coupling means for fixing the free end of the graft vessel (or target vessel) to the anastomotic device , for example, the tubular body t is O, - 15 thereof, or for fixing a first anastomotic device to a second anastomotic device, the attachment of the graft vessel (target vessel) could take place directly at, for example, the outer flange or to a part in that with the tubular body and / or the outer flange is integrally formed. Een dergelijk als 5 een geheel met het buisvormige lichaam gevormd deel kan eventueel binnen in het buisvormige lichaam liggen. One such 5 as one piece with the tubular body formed part can optionally be located inside the tubular body. Echter bevestiging kan ook plaatsvinden aan een apart, los deel dat na het daaraan bevestigen van het graftvat gekoppeld wordt met de anastomose-inrichting. However, fixing can also take place to a separate, independent component which, after the attachment of the graft vessel is coupled to the anastomotic device.

Volgens een verdere voordelige uitvoeringsvorm van de uitvinding omvatten de 10 koppelmiddelen daarbij een tenminste gedeeltelijk in het buisvormige lichaam steekbaar hulpstuk met een doorgang voor het graftvat, waarbij het buisvormige lichaam en/of het hulpstuk bij voorkeur zijn/is voorzien van een aanslag die zodanig is aangebracht dat deze verhindert dat het hulpstuk voorbij de onderrand van het buisvormige lichaam kan uitsteken. According to a further advantageous embodiment of the invention include the 10 coupling means thereby an at least partially in the tubular body, plug-type fitting comprising a passage for the graft vessel, wherein the tubular body and / or the accessory preferably are / is provided with a stop which is such arranged such that it prevents the accessory from being able to protrude beyond the lower edge of the tubular body. In het geval de koppelmiddelen een afzonderlijk 15 in het buisvormig lichaam steekbaar hulpstuk omvatten, wordt het buiten het lichaam vastzetten van het graftvat aan de anastomose-inrichting relatief vereenvoudigd, kan de anastomose-inrichting zelf relatief eenvoudiger worden uitgevoerd, en is de bevestiging van de anastomose-inrichting aan het doelvat relatief eenvoudig te realiseren, daar hierbij eventueel gemakkelijk een hulpmiddel kan worden gebruikt 20 dat door de anastomose-inrichting heen in het doelvat is te plaatsen, daarna is te verwijderen om tenslotte de aansluiting van het graftvat op het doelvat feitelijk tot stand te brengen door middel van het hulpstuk. In the event that the coupling means comprise a separate 15 in the tubular body which can be inserted, it becomes fixing outside the body of the graft vessel is relatively simplified to the anastomotic device, the anastomotic device itself can be made relatively simpler, and it is the attachment of the anastomotic device to realize the target vessel is relatively simple, it is easy here can be used a tool 20 which can be placed through the anastomotic device into the target vessel, and then to remove and finally, the connection of the graft vessel to the target vessel in fact to bring about, by means of the attachment.

De koppelmiddelen kunnen dus een apart onderdeel omvatten dat aan de anastomose-inrichting bijvoorbeeld aan het buisvormige lichaam, wordt bevestigd, 25 bijvoorbeeld nadat het buisvormige lichaam middels binnenflens en buitenflens eerst aan het doelvat is bevestigd, maar ook kunnen de koppelmiddelen als één geheel met de anastomose-inrichting, bijvoorbeeld met het buisvormige lichaam, zijn gevormd, in welk geval in het algemeen eerst het graftvat met het buisvormige lichaam zal worden verbonden en pas daarna het buisvormige lichaam middels de binnenflens en 30 buitenflens aan het doelvat zal worden bevestigd. Thus, the coupling means may be a separate part comprise at the anastomotic device, for example to the tubular body, is confirmed, 25, for example after the tubular body by means of inner flange and outer flange is first attached to the target vessel, but also the coupling means as one can integrally with the anastomotic device, for example with the tubular body, have been formed, in which case, in general, will be connected to the graft vessel to the tubular body and only then will the tubular body by means of the inner flange, and 30, outer flange will be attached to the target vessel. In dit laatste geval kan het verbinden van het buisvormige lichaam met het graftvat buiten het lichaam van de patiënt plaatsvinden, en in het eerste geval kan het verbinden van het graftvat met het aparte hulpkoppelstuk buiten het lichaam van de patiënt plaatsvinden. In this latter case, the joining of the tubular body to the graft vessel outside the body of the patient take place, and in the first case may take place the connection of the graft vessel to the separate auxiliary coupling piece outside of the body of the patient.

·\' S · i · \ 'S · i

IO i LVOJ IO i LVOJ

16 16

Teneinde het graftvat zonder dit te vernauwen of eventueel onder minimale vernauwing met de anastomose-inrichting te kunnen verbinden is het voordelig wanneer de koppelmiddelen een reeks over de omtrek van het buisvormige lichaam of het aparte hulpstuk verdeeld aangebrachte, door het buisvormige lichaam of het 5 aparte hulpkoppelstuk gaande doorgangen voor hechtdraad omvatten, waarbij de doorgangen bij voorkeur een diameter van ongeveer 0,5 k 1,5 mm hebben. In order to wrap the graft vessel without constricting this, or possibly to be able to connect with minimal constriction, with the anastomotic device, it is advantageous if the coupling means comprise a series about the circumference of the tubular body or the separate accessory and distributed, through the tubular body or the 5 separate auxiliary coupling piece comprises passages for suture, wherein the passageways preferably have a diameter of about 0.5 k 1.5 mm. Ten opzichte van het graftvat of het buisvormige lichaam of het hulpkoppelstuk zullen deze doorgangen in wezen radiaal verlopen. With respect to the graft vessel or the tubular body or the auxiliary coupling piece, these passages will run essentially radially.

Volgens een voordelige uitvoeringsvorm van de uitvinding omvatten de 10 koppelmiddelen een flexibele en/of veerkrachtige ring, die zodanig gedimensioneerd is dat het aansluiteinde van het graftvat hierdoor is te steken en hierover is terug te slaan, waarbij in een inwendig omtreksvlak van de anastomose-inrichting, bij voorkeur van het buisvormige lichaam daarvan, een naar binnen toe openende omtreksgroef is voorzien waarin de ring tezamen met een deel van het 15 terugomgeslagen aansluiteind van het graftvat opneembaar is, bij voorkeur op vormsluitende wijze. According to an advantageous embodiment of the invention, the 10 coupling means comprise a flexible and / or resilient ring which is sized such that the connection end of the graft vessel can be stabbing through it and to hit back, wherein in an inner peripheral surface of the anastomotic device , preferably of the tubular body thereof, is provided with an inwardly opening circumferential groove in which the ring, together with part of the back 15 folded connection end of the graft vessel can be accommodated, preferably in a tight-fitting manner. Een dergelijke flexibele en/of veerkrachtige ring in combinatie met een omtreksgroef maakt het mogelijk dat eerst de anastomose-inrichting wordt bevestigd aan het doelvat en dat vervolgens het graftvat, nadat deze van de flexibele en/of veerkrachtige ring is voorzien, op de anastomose-inrichting wordt aangesloten 20 door de flexibele en/of veerkrachtige ring te vervormen en in de anastomose-inrichting in te brengen en in de omtreksgroef te doen opnemen, bij voorkeur op vormsluitende wijze. Such a flexible and / or resilient ring in combination with a peripheral groove makes it possible for the anastomotic device to be fixed to the target vessel first and for the graft vessel, after it has been provided with the flexible and / or resilient ring, on the anastomotic device 20 is connected by the flexible and / or resilient ring to be deformed and to be inserted in the anastomotic device and accommodating it in the peripheral groove, preferably in form-fitting manner. Lostrekken van het grafvat is hierbij op voordelige wijze tegen te gaan door de omtreksgroef schuin benedenwaarts het doelvat in te laten openen. Pulling of the graft vessel is hereby to prevent in an advantageous manner by the circumferential groove obliquely downward to let opening in the target vessel. Het manipuleren van de flexibele en/of veerkrachtige ring wordt volgens een 25 voordelige uitvoeringsvorm vergemakkelijkt wanneer aan de ring twee of meer staafvormige delen zijn gevestigd die in wezen haaks op de ring staan, zich in axiale richting daarvan uitstrekken, en bij andere einden zijn bevestigd aan een flexibele huls. The manipulation of the flexible and / or resilient ring, according to a twenty-fifth preferred embodiment facilitated if the ring has two or more rod-shaped parts are situated which are essentially at right angles to the ring, extend in the axial direction thereof, and are fixed at other ends to a flexible sleeve. Door samenknijpen of anderszins vervormen van de flexibele huls is dan de ring via de staafvormige delen te vervormen en te manipuleren teneinde deze in de 30 anastomose-inrichting te kunnen steken en in de omtreksgroef te plaatsen. By pinching or otherwise deforming the flexible sleeve is then to deform the ring via the rod-shaped parts and manipulated in order to be able to stabbing in, the anastomotic device 30 and placing it in the circumferential groove.

Volgens een verdere voordelige uitvoeringsvorm van de uitvinding kunnen de koppelmiddelen omvatten een uitwendig tapstoelopende koker, die zodanig gedimensioneerd is dat het aansluiteind van het graftvat hierdoor is te steken en 17 hierover is terug te slaan, en een klemring die vanaf het smalle eind onder tussenligging van het teruggeslagen gedeelte van het grafvat over de koker is te schuiven tot vastklemming op de koker onder tussenligging van het teruggeslagen gedeelte van het graflvat. According to a further advantageous embodiment of the invention, the coupling means comprise an outwardly tapering tube, which is sized such that the connection end of the graft vessel can be stabbing, and 17 on this is to strike back, and a clamp ring from the narrow end, with the interposition location of the beaten back part of the graft vessel over the sleeve can be slid to clamping on the sleeve with the interposition position of the beaten back portion of the graflvat. Dergelijke koppelmiddelen zijn op zeer eenvoudige wijze te 5 realiseren en eveneens eenvoudig in gebruik. Such coupling means are in a very simple manner to realize 5 and also easy to use. De klemring en/of de uitwendig taps toelopende koker kunnen daarbij zijn voorzien van grendelmiddelen teneinde deze met de rest van de anastomose-inrichting te kunnen vergrendelen om de aansluiting van het graflvat op het doelvat tot stand te brengen. The clamping ring and / or the outwardly tapering tube can have been provided with locking means in order to be able to lock these to the remainder of the anastomotic device in order to bring about the connection of the graflvat on the target vessel.

De koppelmiddelen als in het bijzonder verwoord in de conclusies 15-23 zijn 10 eventueel ook geheel los van de aspecten 1 tot en met 4 volgens de uitvinding toepasbaar. The coupling means as particularly set forth in the claims 15-23 are 10 optionally also entirely independent of the aspects 1 to 4 according to the invention is applicable.

Wanneer men bij de koppelmiddelen een onderscheid maakt tussen enerzijds koppelmiddelen waarbij geen aparte, extra koppelhulpstukken nodig zijn en anderzijds koppelmiddelen waarbij wel aparte, extra koppelhulpstukken nodig zijn, 15 dan kan het volgende worden opgemerkt. When one makes a distinction at the coupling means between the one hand, coupling means with which separate, additional coupling accessories are needed, and the other hand, coupling means with which separate, additional coupling accessories are needed, then 15, it can be noted the following. Koppelmiddelen waarbij geen extra koppelhulpstukken nodig zijn kunnen bijvoorbeeld een rondom de anastomose-inrichting verlopende ring van gaatjes omvatten, hetgeen zich in het bijzonder bij ETS- en ETE-anastomosen op voordelige wijze laat toepassen. Coupling means with which additional coupling accessories are not needed can, for example, comprise a round the anastomotic device extending ring of holes, which manifests itself apply it in an advantageous manner, in particular with ETS and ETE anastomoses. Een dergelijke ring van gaatjes kan zijn aangebracht in een opstaand ringachtig of cilindrisch deel, dat is 20 geplaatst op de buitenzijde van de uitwendige flens, en kan worden opgevat als het buisvormige lichaam. Such a ring of holes can be made in an upright ring-like or cylindrical part, which is 20 positioned on the outer side of the outer flange, and can be regarded as the tubular body. Bij koppelmiddelen zonder extra hulpstukken kan men ook denken aan koppelmiddelen voor het onderling koppelen van twee anastomose-inrichtingen, bijvoorbeeld door er een van een inwendige groef te voorzien waarin een uitwendige rib van de ander past, zoals bij STS-anastomosen en ook ETS- en 25 ETE-anastomosen nuttig kan zijn. Case of coupling means without additional accessories, one can also think of coupling means for coupling two anastomotic devices, for example, by one of an internal groove to be provided in which an external rib fits of the other, as in the case of STS anastomoses and also ETS and 25 ETE anastomoses can be useful. Zoals uit de figuurbeschrijving zal blijken zijn hierbij uiteenlopende uitvoeringsvormen denkbaar. As is apparent from the figure description will be seen here are a variety of embodiments are conceivable. Bij koppelmiddelen waarbij één of meer aparte, extra koppelhulpstukken nodig zijn kan men in eenvoudige vorm bijvoorbeeld denken aan een recht buisje, waar het graflvat doorheen wordt gestoken en met zijn uiteinde terug omheen wordt omgeslagen, waarna van buitenaf een 30 ligatuur of tie-rap wordt aangebracht, waarna het geheel vervolgens in het buisvormige lichaam is te plaatsen en te fixeren, bijvoorbeeld door klemming of enige vorm van koppeling, zoals een zaagtandmechanisme of verhaking. When coupling means which are necessary, one or more separate, additional coupling accessories can be, for example, think of a straight tube, in which the graflvat is inserted therethrough in a simple form, and is folded back around it by its end, after which from the outside a 30 ligature or tie-rap is provided, after which the whole is subsequently to be placed in the tubular body, and to fix, for example by clamping or any form of coupling, such as a mechanism involving serrations, or barbs. Maar ook andere mogelijkheden zijn niet alleen denkbaar maar ook realistisch, gedacht kan < c*. But other possibilities are not only conceivable but also realistic, thought <c *. s. s. ··' r· /·* :;T> I v.·5 ! ·· 'r · / · *:; T> Iv · 5.! 'v/ - O ·-' 18 bijvoorbeeld worden aan het gebruik van een flexibele ring rondom het eind van het graflvat, welke ring op zijn beurt in een in de anastomose-inrichting gevormde groef of sleuf opneembaar is of aan een koker waar doorheen een graflvat gestoken en bij een eind omgeslagen wordt om middels een opschuifbare ring op de koker 5 vastgeklemd te worden, welk geheel dan in de anastomose-inrichting kan worden geplaatst en gefixeerd. "V / - O · - '18, for example, to the use of a flexible ring around the end of the graflvat, which ring, in turn, in a groove formed in the anastomotic device, or slot, can be accommodated or to a tube through which a graflvat inserted, and is folded at an end to be clamped by means of a slip-ring on the shaft 5, which whole can then be placed in the anastomotic device and fixed.

Teneinde de aansluiting van het graflvat op het doelvat verdere te verbeteren, in het bijzonder in het geval van een ETS-anastomose wanneer het doelvat de kransslagader is, is het volgens een vierde aspect van de uitvinding voordelig 10 wanneer de doorgang door het buisvormige lichaam en/of de doorgang door het daar insteekbare hulpstuk en/of de koppelmiddelen zodanig zijn ingericht dat het graflvat wordt aangesloten onder een hoek ongelijk 90° bij voorkeur kleiner dan 70°, zoals bijvoorbeeld 60°, 45° of 30°, ten opzichte van het doelvat. In order to connect the graflvat to improve the target vessel further, particularly in the case of an ETS anastomotic when the target vessel is the coronary artery, it is according to a fourth aspect of the invention, advantageously 10 when the passage through the tubular body, and / or the passage through it there plug-in attachment, and / or the coupling means are equipped such that the graflvat is joined at an angle not equal to 90 °, preferably smaller than 70 °, such as, for example, 60 °, 45 ° or 30 °, with respect to the target vessel. Ingeval van het geschikt ingericht zijn van de doorgang door het buisvormige lichaam en/of het geschikt 15 ingericht zijn van de doorgang door het in het buisvormige lichaam steekbare hulpstuk zal dit erop neerkomen dat de respectieve doorgang schuin ten opzichte van de buitenflens is geplaatst. In the case of the suitable are arranged in the passage through the tubular body and / or the suitable 15 are arranged in the passage through it into the tubular body, plug-in attachment, this will be tantamount to that the respective passageway is placed obliquely with respect to the outer flange. De respectieve doorgang zal dan bij gebruik het aan te sluiten einde van het graflvat opnemen of in het verlengde daarvan liggen. The respective passage will then during use the connecting end of the recording graflvat or lie in the extension thereof. Dit vierde aspect is zowel los van het eerste en/of tweede en/of derde aspect van de uitvinding 20 toepasbaar, bijvoorbeeld bij de stand der techniek als bijvoorbeeld WO-96/25886, als ook in combinatie met het eerste en/of tweede en/of derde aspect volgens deze uitvinding. This fourth aspect is both separate from the first and / or second and / or third aspect of the invention, 20 used, for example, in the prior art, as for example, WO-96/25886, as well as in combination with the first and / or second and / or third aspect of this invention. Het voordeel van een schuine aansluiting van het graflvat op het doelvat is dat in het geval van een bypass bij het hart dan inwerking van het hartezakje of andere structuren, zoals de longen, in de omgeving daarvan op het graflvat 25 vermindert. The advantage of an oblique join of the graflvat on the target vessel is that in the case of a by-pass to the heart than the effect of the pericardium or other structures, such as the lungs, in the area thereof decreases at the graflvat 25. Een dergelijke inwerking kan bij een (ongeveer) haakse aansluiting namelijk gemakkelijk tot verbuiging of afknikken van het graflvat of dichtdrukking van het graflvat of doelvat leiden en aldus de bloedstroom belemmeren. Such an action may, by an (approximately) right angle join easily lead to bending or kinking of the graflvat or compression of the graflvat or target vessel and thus impede the blood flow.

Bij een schuine aansluiting van het graflvat op het doelvat zal de anastomose-inrichting, althans één of meer dwars op het doelvat staande delen daarvan een in 30 hoofdzaak ovale of ellipsvormige vorm/contour hebben. In an oblique join of the graflvat on the target vessel, the anastomotic device, or at least one or more transverse to the target vessel, will have a standing parts thereof in 30 essentially oval or elliptical shape / contour. In het geval van de aansluiting van een graflvat op een kransslagader zal deze ovale of ellipsvormige vorm/contour veel geprononceerder zijn dan in het geval van de aansluiting van een graflvat op de aorta. In the case of the connection of a graflvat to a coronary artery said oval or elliptical shape / contour will be much more pronounced than in the case of the connection of a graflvat on the aorta.

ί 'J ö 19 » ί 'J ö 19 »

Teneinde afstotingsverschijnselen tegen te gaan is het volgens de uitvinding voordelig wanneer de anastomose-inrichting volgens de uitvinding is vervaardigd uit of bekleed met een ten opzichte van het menselijk of dierlijk lichaam inert materiaal, zoals hoogwaardige roestvaste staalsoorten, titanium, en teflonachtige kunststoffen of 5 andere kunststoffen al dan niet op teflonbasis. In order to counteract rejection phenomena it is advantageous according to the invention if the anastomotic device according to the invention is made of or coated with a with respect to the human or animal body of inert material, such as high grade stainless steel, titanium and Teflon-like plastics or 5 other plastics, whether or not on teflon basis.

Teneinde stollingsverschijnselen tegen te gaan is het volgens de uitvinding voordelig wanneer de anastomose-inrichting volgens de uitvinding, althans de binnenflens en/of poten en/of de met bloed in contact komende delen van de anastomose-inrichting zijn bekleed met bloedstolling tegengaande materialen. In order to counteract clotting phenomena it is according to the invention it is advantageous if the anastomotic device according to the invention, at least the inner flange and / or legs and / or are coated with blood-contacting portions of the anastomotic device with which counteract blood clotting materials.

10 Dergelijke bloedstolling vermijdende of tegengaande materialen zijn op zich bekend, hierbij kan worden gedacht aan een carboncoating, een heparinecoating of een zogenaamde negatieve lading. 10 Such blood clotting avoiding or counteracting materials are known per se, this can be given to a carbon coating, a heparin coating or a so-called negative charge. Een bloedstolling remmend materiaal is bijvoorbeeld silicon carbon. A blood coagulation inhibitor material, for example silicone carbon.

Niet is echter uitgesloten dat de uitvinding in de praktijk wordt toegepast in 15 combinatie met het gebruik van afstotings-remmers en/of stollings-remmers (trombose-remmers) door de patiënt. However, it is not precluded that the invention, in practice, is used in 15 combination with the use of rejection inhibitors and / or anticoagulants (thrombosis inhibitors) by the patient.

De onderhavige uitvinding zal in het nu volgende aan de hand van in de tekening weergegeven uitvoeringsvoorbeelden nader worden toegelicht. The present invention will exemplary embodiments shown in the following, with reference to in the drawings will be explained in more detail. Hierin toont/tonen: 20 Figuur 1 op schematische wijze een graftvat (bypass) tussen aorta ascendens en kransslagader van het hart, voorbij een vemauwing/verstopping in die kransslagader; Herein shows / show: 20 Figure 1 schematically shows a graft vessel (by-pass) between the aorta ascendens and the coronary artery of the heart, around a constriction / blockage in said coronary artery;

Figuur 2 schematisch en perspectivisch, gedeeltelijk opengebroken, een uit drie onderdelen opgebouwde anastomose-inrichting volgens de uitvinding voor het ETS-aansluiten van in het bijzonder een graftvat op een kransslagader, waarbij de 25 koppeling (of bevestiging) tussen het (losse) koppelstuk, met daaraan verbonden het graftvat, en de rest van de anastomose-inrichting ter plaatse van de opening in de kransslagader uiteengenomen is; Figure 2 shows diagrammatically and in perspective, partly broken away, one of three components constructed anastomotic device according to the invention for the ETS-connecting, in particular, a graft vessel to a coronary artery, wherein said 25 coupling (or fixing) between the (separate) coupling piece, with the graft vessel joined thereto, and the remainder of the anastomotic device at the location of the opening in the coronary artery has been disassembled;

Figuur 3 een langsdoorsnedeaanzicht van de driedelige ETS-anastomose-inrichting volgens figuur 2; Figure 3 is a longitudinal cross-sectional view of the three-part ETS anastomotic device according to Figure 2; 30 Figuur 4 een dwarsdoorsnedeaanzicht van de driedelige ETS-anastomose- inrichting volgens figuren 2 en 3; 30 Figure 4 is a cross-sectional view of the three-part ETS anastomotic device according to Figures 2 and 3;

Figuur 5 een dwarsdoorsnedeaanzicht met uiteengenomen delen van een driedelige ETS-anastomose-inrichting, welke sterk lijkt op de anastomose-inrichting i U ; Figure 5 is a cross-sectional view with exploded parts of a three-part ETS anastomotic device, which is very similar to the anastomotic device i U; c.· -·· ^ 20 uit de figuren 2, 3 en 4, echter hierin verschilt in de zin dat het hier een anastomose-inrichting betreft voor het bijzonder de aansluiting van een graft vat op een aorta; . · C - ^ ·· 20 of Figures 2, 3 and 4, herein, however, is different in the sense that this is an anastomotic device for here, particularly the connection of a graft vessel to an aorta;

Figuur 6 een detail van een langsdoorsnedeaanzicht, in wezen overeenkomstig met dat van figuur 3, echter thans van een tweedelige ETS-anastomose-inrichting 5 volgens de uitvinding; Figure 6 shows a detail of a longitudinal cross-sectional view, substantially in accordance with that of Figure 3 but now of a two-part ETS anastomotic device 5 according to the invention;

Figuren 7a tot en met 7e een vijftal detailaanzichten overeenkomstig dat van figuur 6 echter tonend telkens een andere uitvoeringsvorm van een eendelige ETS-anastomose-inrichting volgens de uitvinding; Figures 7a to 7e show five detail views corresponding to that in Figure 6, but showing another embodiment in each case of a one-part ETS anastomotic device according to the invention;

Figuur 8 overeenkomstig de uitvinding een schematisch perspectivisch aanzicht 10 van een uitvoeringsvorm van een ééndelige ETS-anastomose-inrichting met opstaande rand voorzien van radiale doorgangen; Figure 8 is a schematic perspective view 10 of an embodiment of a one-part ETS anastomotic device is provided with radial passages with a protruding edge in accordance with the invention;

Figuren 9a en 9b twee varianten van een twee-delige ETS-anastomose-inrichting volgens de uitvinding met een schuine aansluiting; Figures 9a and 9b show two variants of a two-part ETS anastomotic device according to the invention having an oblique join;

Figuur 10a een schematisch doorsnedeaanzicht van een verdere uitvoeringsvorm 15 van een tweedelige ETS-anastomose-inrichting volgens de uitvinding, in het bijzonder tonend een uitvoeringsvorm van de koppelmiddelen voor het aansluiten van het graftvat op het buisvormige lichaam middels een flexibele en/of veerkrachtige ring; Figure 10a is a schematic cross-sectional view of a further embodiment 15 of a two-part ETS anastomotic device according to the invention, in particular, showing an embodiment of the coupling means for joining the graft vessel to the tubular body by means of a flexible and / or resilient ring;

Figuur 10b een verdere uitvoeringsvariant op figuur 10a van de koppelmiddelen voor het aansluiten van het graftvat op het buisvormige lichaam; Figure 10b is a further alternative embodiment of Figure 10a of the coupling means for joining the graft vessel to the tubular body; 20 Figuur 11a een schematisch perspectivisch aanzicht van een montagehulp ten behoeve van het koppelen van de koppelmiddelen voor het bevestigen van het vrije einde van een graftvat aan het buisvormige lichaam; 20 Figure 11a is a schematic perspective view of an assembly aid for coupling the coupling means for fixing the free end of a graft vessel to the tubular body;

Figuur 11b in doorsnede een detail uit figuur 11a; Figure 11b is sectional view of a detail from Figure 11a;

Figuur 12 een nog verder uitvoeringsvorm van de koppelmiddelen voor het 25 aansluiten van het graftvat op het buisvormige lichaam middels een taps toelopende koker; Figure 12 shows a still further embodiment of the coupling means 25 for joining the graft vessel to the tubular body by means of a tapering tube;

Figuur 13 A tot en met F op zeer schematische wijze zes anastomosen, en wel van elk van de drie types anastomosen twee voorbeelden; Figure 13 A to F show, highly diagrammatically, six anastomoses, and that of each of the three types of anastomoses two examples;

Figuur 14 een schematisch doorsnede-aanzicht, gedeeltelijk in aanzicht, van een 30 STS-anastomose-inrichting volgens de uitvinding; Figure 14 is a schematic cross-sectional view, partly in elevation, of a 30-STS anastomotic device according to the invention;

Figuur 15 een schematisch doorsnede-aanzicht, gedeeltelijk in aanzicht, van een tweede uitvoeringsvorm van een STS-anastomose-inrichting volgens de uitvinding; Figure 15 is a schematic cross-sectional view, partly in elevation, of a second embodiment of an STS anastomotic device according to the invention;

Figuur 16 schematisch een detail van een doorsnede-aanzicht van een derde ί ni π π λ | Figure 16 shows schematically a detail of a cross-sectional view of a third ί ni π π λ | V,^ iv**' ^ 21 uitvoeringsvorm van een STS-anastomose-inrichting volgens de uitvinding; V, ^ iv ** '^ 21 embodiment of an STS anastomotic device according to the invention;

Figuur 17 een schematisch, perspectivisch aanzicht van een STS-anastomose-inrichting volgens de uitvinding; Figure 17 is a schematic, perspective view of an STS anastomotic device according to the invention;

Figuur 18 een schematisch doorsnede-aanzicht, gedeeltelijk in aanzicht, van een 5 eerste uitvoeringsvorm van een ETS-anastomose-inrichting volgens de uitvinding; Figure 18 is a schematic cross-sectional view, partly in elevation, of a 5 first embodiment of an ETS anastomotic device according to the invention;

Figuur 19 in schematische doorsnede een detail van een tweede uitvoeringsvorm van ETE-anastomose-inrichting volgens de uitvinding; Figure 19 a schematic cross-sectional view of a detail of a second embodiment of an ETE anastomotic device according to the invention;

Figuur 20 een detail van een langsdoorsnede van een derde uitvoeringsvorm van een ETE-anastomose-inrichting volgens de uitvinding; Figure 20 is a detail of a longitudinal section of a third embodiment of an ETE anastomotic device according to the invention; 10 Figuur 21 een detail van een langsdoorsnede-aanzicht van een vierde uitvoeringsvorm van een ETE-anastomose-inrichting volgens de uitvinding; 10 Figure 21 shows a detail of a longitudinal cross-sectional view of a fourth embodiment of an ETE anastomotic device according to the invention;

Figuur 22 een doorsnede-aanzicht, gedeeltelijk in aanzicht, van een vijfde uitvoeringsvorm van een ETE-anastomose-inrichting volgens de uitvinding. Figure 22 is a cross-sectional view, partly in elevation, of a fifth embodiment of an ETE anastomotic device according to the invention.

Inzake de hiervoor besproken figuren zij opgemerkt dat deze allen schematisch 15 van aard zijn. With regard to the figures discussed above it is noted that these are all diagrammatic 15 in nature.

Figuur 1, toont bij wijze van een toepassing voor een anastomose-inrichting volgens de uitvinding, zeer schematisch een aorta 1, een kransslagader 2 met een verstopping 3 en een grafTtvat 4, ook wel bypass genaamd. Figure 1, shows by way of an application for an anastomotic device according to the invention, highly diagrammatically, an aorta 1, a coronary artery 2 with a blockage 3 and a grafTtvat 4, also called bypass. Het graftvat 4 is vaak een uit het been of (zeldzaam) de arm afkomstige vene of een slagader vanachter het 20 borstbeen, een maagslagader, buikwandslagader of een armslagader. The graft vessel 4 is frequently a from the leg or (rarely) the arm-derived vein or an artery from behind the sternum 20, a stomach artery, abdominal wall or an artery, brachial artery. Echter ook andere menselijke vaten, dierlijke vaten of kunstvaten kunnen in de praktijk worden gebruikt en zijn met behulp van de uitvinding ook toepasbaar, net als de hiervoor genoemde venen en slagaders. However, other human vessels, animal vessels or artificial vessels can be used in practice and are by means of the invention is also applicable, as are the veins and arteries mentioned above. Een dergelijke vene, slagader of vat heeft in het algemeen een diameter en vaatwanddikte die groter is dan die van de kransslagader 2 25 en kleiner dan de diameter en vaatwanddikte van de aorta. Such a vein, artery or vessel in general has a diameter and vessel wall thickness which is greater than that of the coronary artery 2 25 and smaller than the diameter and vessel wall thickness of the aorta. De diameter van de aorta loopt in dergelijke gevallen uiteen van in het algemeen circa 3 tot 5 cm. The running diameter of the aorta in such cases, range of generally from about 3 to 5 cm. De diameter van de kransslagader, waarin de verstopping 3 zich bevindt, loopt in het algemeen uiteen van ongeveer 1 tot 2,5 mm. The diameter of the coronary artery, in which the blockage 3 is located, generally runs in the range from about 1 to 2.5 mm. Conventioneel wordt tot nu toe de bypass, zowel voor wat betreft de proximale anastomose 5 met de aorta 1 als de distale anastomose 30 6 met de kransslagader 2 aan de aorta respectievelijk kransslagader, vastgemaakt door handmatig hechten. Conventionally up to now, the by-pass, both for the proximal anastomotic 5 with the aorta 1 and for the distal anastomotic 6 with the coronary artery 30 to the aorta coronary artery 2, respectively, manually fastened by bonding. Daar de diameter van het graftvat 4 groter is dan die van de kransslagader 2 kan bij de distale anastomose de kransslagader 2 worden voorzien van een langsinsnijding met een lengte ongeveer gelijk aan de breedte van het * C' «* HOO ( U \ VJO ·- o 22 platgeknepen distale eind van het graftvat 4 of het graftvat kan direkt schuin worden afgeknipt. Het graftvat 4 wordt in die toestand dan rondom in enigszins platgeknepen of ellipsoïde toestand vastgenaaid aan de kransslagader. Since the diameter of the graft vessel 4 is greater than that of the coronary artery 2 at the distal anastomosis to the coronary artery 2 can be provided with a longitudinal incision having a length approximately equal to the width of the * C ' «* HOO (U \ VJO · - o 22 pinched-flat distal end of the graft vessel 4, or the graft vessel can be directly obliquely cut. the graft vessel 4 is in this state, then, in the somewhat pinched-flat or ellipsoidal state, sewn to the coronary artery.

Aan de hand van figuur 1 zal duidelijk zijn dat onder de term doelvat zowel 5 moet worden verstaan een aorta, als een kransslagader of eventueel een ander bloedvat of meer in het algemeen een hol buisvormig orgaan, zoals een urineleider of eileider. On the basis of Figure 1 will be clear that the term target vessel must be understood to 5 both an aorta and a coronary artery or possibly another blood vessel, or more generally a hollow tubular organ such as a urethra or Fallopian tube.

Figuren 2, 3, 4 en 5 tonen schematisch uitvoeringsvormen van een driedelige ETS-anastomose-inrichting volgens de uitvinding. Figures 2, 3, 4 and 5 show, diagrammatically, embodiments of a three-part ETS anastomotic device according to the invention. Figuren 2, 3 en 4 tonen in wezen 10 dezelfde uitvoeringsvormen in respectievelijk perspectivisch aanzicht, gedeeltelijk uiteengenomen aanzicht, langsdoorsnedeaanzicht en dwarsdoorsnedeaanzicht. Figures 2, 3 and 4 show essentially the same embodiments in, respectively, 10 a perspective view, partially exploded view, longitudinal sectional view and a cross-sectional view. Het in figuur 4 weergegeven omliggend weefsel is bij de figuren 2 en 3 niet weergegeven. The surrounding tissue shown in Figure 4 is not shown in the Figures 2 and 3. Figuren 2, 3 en 4 hebben betrekking op een distale anastomose, welke overeenkomstig de aanduiding in figuur 1 met 6 is aangeduid terwijl figuur 5 15 betrekking heeft op een proximale anastomose, welke overeenkomstig figuur 1 met 5 is aangeduid. Figures 2, 3 and 4 relate to a distal anastomotic, which is indicated in accordance with the reference in Figure 1 by 6, whilst Figure 5 relates to a 15 proximal anastomosis, which is indicated in accordance with Figure 1 with 5. Het belangrijke verschil tussen enerzijds de anastomose-inrichting uit de figuren 2-4 voor de distale anastomose 6 en anderzijds de anastomose-inrichting uit figuur 5 voor de proximale anastomose, is dat in het geval van de proximale anastomose de anastomose-inrichting in wezen cilindrisch van opbouw kan zijn, 20 terwijl bij de distale anastomose de anastomose-inrichting in wezen in het algemeen ovaal/elliptisch van opbouw is. The important difference between on the one hand, the anastomotic device in Figures 2-4 for the distal anastomotic 6 and on the other hand, the anastomotic device in Figure 5 for the proximal anastomotic is that in the case of the proximal anastomotic the anastomotic device is essentially cylindrical of build-up can be, 20 while in the distal anastomotic the anastomotic device is essentially in general oval / elliptical in build-up is. Voor wat betreft de aorta, de kransslagader en het graftvat zijn in de figuren 2-5 en overigens ook in de overige figuren dezelfde verwijzingscijfers gebruikt als in figuur 1. As far as the aorta, to the coronary artery and the graft vessel in Figures 2-5 and, incidentally, also in the other figures use the same reference numerals as in Figure 1.

De anastomose-inrichting volgens de figuren 2, 3 en 4 bestaat uit een 25 buisvormig lichaam 10 met aan een onderrand 12 gevormde poten 11, die onderling gescheiden zijn door insnijdingen 13, die volgens een vingerachtig patroon langs de omtrek van het buisvormig lichaam 10 verdeeld zijn aangebracht. The anastomotic device according to Figures 2, 3 and 4 consists of a 25 tubular body 10 having at a lower edge 12 shaped legs 11, which are mutually separated by incisions 13, which are distributed according to a finger-like pattern along the circumference of the tubular body 10 are provided. De anastomose-inrichting omvat verder als een apart onderdeel een buitenflens 14 aangebracht aan één eind van een cilindrische bus 15 en een koppelhulpstuk 16. The anastomotic device further comprises as a separate part arranged an outer flange 14 at one end of a cylindrical bush 15 and a coupling auxiliary piece 16.

30 De anastomose-inrichting uit figuur 5 is overeenkomstig opgebouwd en voor de overeenkomstige delen zijn met 100 opgehoogde verwijzingsnummers gebruikt, ook met betrekking tot nog te bespreken overeenkomstige onderdelen. 30 The anastomotic device in Figure 5 is constructed in accordance with 100, and are incremented reference numbers used for the corresponding parts, also with regard to corresponding components to be discussed yet.

De bus 15, 115 is aan zijn binnenzijde voorzien van twee tegengesteld gerichte The bush 15, 115 is provided on its inside with two oppositely directed

101 03G-O 03G-101 O

23 » zaagtandprofileringen, een onderste zaagtandprofilering 17, 117 en een bovenste zaagtandpro filering 18, 118. De onderste zaagtandprofilering 17, 117 kan samenwerken met de zaagtandprofilering 19, 119 aan de buitenzijde van het buisvormig lichaam 10, 110 en de bovenste zaagtandprofilering 18, 118 kan 5 samenwerken met de zaagtandprofilering 20, 120 aan het koppelstuk 16, 116. De respectieve zaagtandprofileringen maken het mogelijk om achtereenvolgens eerst het buisvormige lichaam 10, 110 met zijn poten door een in de wand van het doelvat 2, 1 gevormde opening 21, 121 te steken, vervolgens de fixatie van de voorgespannen toestand van de poten 11, 111 op te heffen door verwarming waarna de poten 11, 10 111, ten gevolge van de geheugeneigenschappen van het potenmateriaal, vanuit de in figuur 5 getoonde toestand naar de in figuren 2, 3 en 4 getoonde toestand naar buiten toe (terug) kunnen buigen tot aanligging tegen de binnenzijde van de wand van het doelvat 2, 1 rondom de opening 21 23 »serrated profiles, a lower serrated profiling 17, 117 and an upper zaagtandpro backup ring 18, 118. The lower serrated profiling 17, 117 can interact with the serrated profiling 19, 119 on the outside of the tubular body 10, 110 and the upper serrated profiling 18, 118 5 can interact with the serrated profiling 20, 120 on the coupling piece 16, 116. the respective serrated profiles make it possible, successively, first the tubular body 10, 110 by its arms through an in the wall of the target vessel 2, 1-formed opening 21, 121 to stabbing, followed by the fixing of the pretensioned state of the arms 11, 111 to remove by heating, after which the legs 11, 10 111, as a consequence of the memory properties of the arm material, from the state shown in Figure 5, to the in Figs 2 , 3 and 4 to the state shown can bend outward (return) to bear against the inside of the wall of the target vessel 2, 1 around the opening 21 , 121, door daarna de buitenflens 14, 114 tot aanligging tegen de buitenzijde van de wand van het doelvat 2, 1 rondom de opening 15 21, 121 te brengen door de bus 15, 115 over het buisvormige lichaam 10, 110 te steken en de zaagtandprofileringen 19, 119 en 20, 120 met elkaar in aangrijping te brengen en ten opzichte van elkaar te verschuiven totdat een voldoende klemkracht tussen de buitenflens 14, 114 en de een binnenflens vormende poten 11, 111 tot stand is gebracht, en vervolgens het koppelstuk 16, 116 met al daaraan gemonteerd graftvat 20 4 in de bus 15, 115 te steken waarbij de zaagtandprofileringen 20, 120 en 18, 118 dan in elkaar grijpen. , 121, then the outer flange 14, 114 into contact with the outer side of the wall of the target vessel 2, 1 around the opening 15, 21, 121 by pushing the bush 15, 115 over the tubular body 10, 110 to stabbing and serrated profiles 19, 119 and 20, 120 to bring into engagement with one another and sliding them relative to one another until a sufficient clamping force between the outer flange 14, 114 and an inner flange forming arms 11, 111 has been established, and then the coupling piece 16 , 116, with graft vessel already mounted thereon 20 4 in the bus 15, to stabbing 115 in which the serrated profiles 20, 120 and 18, 118 then engaging in one another. De diepte waarover koppelstuk 16, 116 in bus 15, 115 gestoken kan worden, wordt begrensd door de aan koppelstuk 16, 116 gevormde aanslag 27, 127, die in de diepste stand tot aanligging komt op de bovenrand van de bus 15, 115. The depth to which coupling piece 16, 116 in the bushing 15, 115 can be inserted, is limited by the on coupling piece 16, 116 formed abutment 27, 127 which is in the lowest position comes to rest on the upper edge of the sleeve 15, 115.

Aldus is te verzekeren dat het ondereind 24, 124 van het koppelstuk 16, 116 niet te 25 diep in het buisvormige lichaam 10, 110 kan komen te steken en aldus in het doelvat 2, 1 kan uitsteken. Thus, it is to ensure that the bottom end 24, 124 of the coupling piece 16, 116 can not be 25 deeply into the tubular body 10, 110 come to be stabbing, and can thus protrude into the target vessel 2, 1. De begrenzing van de insteekdiepte is ook op andere wijzen realiseerbaar, bijvoorbeeld door ter hoogte van de onderrand 12 van het buisvormige lichaam 110 aan de binnenzijde daarvan een aanslag te vormen. The limitation of the insertion depth can also be realized in other ways, for example by the height of the lower edge 12 of the tubular body 110 to form a stop on the inner side thereof.

De verbinding van het graftvat 4 met het koppelstuk 16, 116 is te realiseren 30 door het graftvat 4 door de doorgang 25, 125 in het koppelstuk 16, 116 te steken en vervolgens gebruikmakend van radiale hechtdraaddoorgangen 26, 126 in het koppelstuk 16, 116 het graftvat 4 aan het koppelstuk 16, 116 vast te hechten middels hechtdraad. The connection of the graft vessel 4 to the coupling piece 16, 116 can be realized 30 through the graft vessel 4 through the passage 25, 125 in the coupling piece 16, 116 for stabbing, and then making use of radial suture passages 26, 126 in the coupling piece 16, 116, the graft vessel 4 to the coupling piece 16, 116 to adhere by means of suture. Eventueel is het daarbij mogelijk om, zoals in figuren 2-5 is i Li 5 UOO Optionally, it is thereby possible to, as shown in Figures 2-5, i is Li 5 UOO

24 weergegeven, het graftvat 4 rond het ondereind 24, 124 van het koppelstuk 16, 116 om te slaan, hetgeen tot voordeel heeft dat het contact van bloed met het koppelstuk alsook contact van het bloed met het kopse eindrandvlak van het graftvat zoveel mogelijk wordt vermeden. 24 is illustrated, the graft vessel 4 around the bottom end 24, 124 of the coupling piece 16, 116 in order to store, which has the advantage that contact between blood and the coupling piece and also contact between blood and the front end edge face of the graft vessel are avoided as far as possible . Een verder voordeel is dat bij omslaan de hechtverbinding 5 van het graftvat 4 met het koppelstuk 16, 116 dan ten gevolge van het grotere aantal aangrijppunten van de hechtdraad op het graftvat steviger wordt. A further advantage is that with wrapping round the suture connection 5 of the graft vessel 4 to the coupling piece 16, 116 than as a result of the larger number of points of engagement of the suture on the graft vessel is firmer. Het is echter niet beslist noodzakelijk om het graftvat 4 rond het benedeneind 24, 124 van het koppelstuk 16 om te slaan, zoals in het bovenstaande uit de figuren 7c-e blijkt of nog zal blijken. However, it is not absolutely essential to wrap the graft vessel 4 around the bottom end 24, 124 of the coupling piece 16 to turn, as is shown in the above from Figures 7c e or will be seen.

10 Het aan de binnenzijde van de buitenflens 14 gelegen buitenflens-aanligvlak heeft een krommingsstraal K die in hoofdzaak gelijk is aan de krommingsstraal R van het doelvat 2, 1. De poten 11, 111, die in de in figuren 2-4 weergegeven vrije toestand de zogenaamde binnenflens vormen (welke dus een discontinue binnenflens kan zijn) hebben in hun vrije toestand bij voorkeur een vorm/ligging overeenkomstig 15 de krommingsstraal K van de buitenflens zodanig dat de poten 11, 111 in hoofdzaak evenwijdig aan de buitenflens 14, 114 verlopen zodat de klemkracht tussen de in vrije toestand verkerende poten 11, 111 en buitenflens 14, 114 overal in hoofdzaak gelijk is. 10 displayed on the inner side of the outer flange 14 located outer flange contact surface has a radius of curvature K which is essentially equal to the radius of curvature R of the target vessel 2, 1. The arms 11, 111 which, in the in figures 2-4 the free state form the so-called inner flange (which can thus a discontinuous inner flange can be) have in their free state, preferably a shape / location corresponding to 15 of the outer flange, the radius of curvature K in such a way that the legs 11, 111 are substantially parallel to the outer flange 14, 114, so that the clamping force between the arms 11 in a free state, 111, and outer flange 14, 114 is essentially equal everywhere.

Doordat de insnijdingen 13 tussen de poten 11 zich uitstrekken tot aan het 20 buisvormige lichaam 10, is te bereiken dat de poten 11 in vrije toestand met hun in figuren 2-5 beschouwd boven/buitenzijde nagenoeg vlak aanliggen tegen de binnenzijde van de wand van het doelvat 2, 1. In samengestelde toestand strekken de insnijdingen zich dan uit tot aan of voorbij (boven) de buitenflens. Because the notches 13 between the arms 11 extend as far as the 20 tubular body 10, is to ensure that the arms 11, in the free state with their seen in Figures 2-5, the top / virtually flat contact with the inside of the wall of the target vessel 2, 1. In the assembled position, the notches then extend as far as or beyond (above) the outer flange.

Figuur 4 veraanschouwelijkt verder zeer schematisch het voordeel van een 25 buitenflens 14 in de vorm van in wezen een halve cilinder, of althans een buitenflens waarvan een gedeelte de vorm heeft van een halve cilinder. Figure 4 further illustrates, highly diagrammatically, the advantage of an outer flange 25, 14 in the form of essentially a half cylinder, or at least an outer flange of which one section is in the shape of a half cylinder. De buitenflens zou namelijk afgerond uitgevoerd kunnen zijn met enkel in het midden een gedeelte dat in wezen de vorm heeft van een halve cilinder. The outer flange could be of rounded construction with just in the middle having a portion that is essentially the shape of a half cylinder. De buitenflens 14 is bij een dergelijke afronding dan enigszins zadelvormig met een cilindrisch middelstuk. The outer flange 14 is at a such a rounding then somewhat saddle-shaped with a cylindrical mid section.

30 Figuur 4 toont in dwarsdoorsnedeaanzicht een kransslagader 2 die ingebed in vetweefsel 61 op het hart 60 ligt, althans voorafgaand aan het aanbrengen van de anastomose-inrichting lag de kransslagader 2, zoals met de schaduwlijn 63 is weergegeven als het ware nagenoeg geheel of geheel in het vetweefsel 61 ingebed. 30 Figure 4 shows in cross-sectional view, a coronary artery 2 which is embedded in fatty tissue 61 on the heart 60 is situated, at least prior to fitting the anastomotic device was the coronary artery 2, such as is shown by the shadow line 63, as it were virtually completely or completely in the fatty tissue 61 is embedded.

1 U ï OO Ό o 25 1 U ï OO o Ό 25

Voorafgaand aan het aanbrengen van de anastomose-inrichting is het vetweefsel ter plaatse van 62 weggeschraapt om de kransslagader 22 toegankelijk te maken. Prior to fitting the anastomotic device, the fatty tissue at the location of 62 is scraped away to provide access to the coronary artery 22. De buitenflens 14 kan nu met zijn eventueel van afsteunribben 65 (in figuur 4 weergegeven en in figuur 2 en 3 niet weergegeven) voorziene langsranden 64 5 afsteunen op het vetweefsel 61 en aldus wordt dichtdrukken van de kransslagader 2 ter plaatse van de anastomose-inrichting tegengaan. The outer flange 14 can now optionally be of support ribs 65 (shown in Figure 4 and not shown in Figures 2 and 3) provided with longitudinal edges 64 5 are supported on the fatty tissue 61 and is thus sealed press against going out of the coronary artery 2 at the location of the anastomotic device . Dit dichtdrukken zou gemakkelijk kunnen gebeuren daar buiten het vetweefsel 61, in figuur 4 aan de bovenzijde daarvan, in de praktijk nog verder weefsel ligt dat de anastomose-inrichting en/of het graftvat 4 kan aandrukken en aldus de ten gevolge van het wegschrapen van 10 vetweefsel bij 62 vrijliggende kransslagader 2 ter plaatse van de anastomose- inrichting dichtdrukken. This flattening could easily occur since outside the fatty tissue 61, in Figure 4 at the top thereof, is further tissue in practice that the anastomotic device and / or the graft vessel 4 can press, and thus the result of scraping away 10 fatty tissue at 62 exposed coronary artery 2 pressed closed at the location of the anastomotic device. Verder kan de kransslagader ook door het gewicht van de anastomose-inrichting zelf dichtgedrukt worden. Furthermore, the coronary artery can also be pressed closed by the weight of the anastomotic device.

In figuur 4 is verder veraanschouwelijkt dat de poten 11 met hun buitenzijde vlak tegen de binnenzijde van de wand van het doelvat 2 tot aanligging komen, en 15 dat ze daarbij dan evenwijdig aan de buitenflens 14 komen te liggen en dus, beschouwd in een vlak dwars op het doelvat, gekromd volgens een cirkelboog V verlopen, welke cirkelboog V ingevolge de relatief geringe wanddikte van het doelvat 2 in hoofdzaak gelijk is aan de krommingsstraal K. In Figure 4 it is further illustrated that the legs 11 with their outer surface coming against the inside of the wall of the target vessel 2 to bear against, and 15 that they are thereby then parallel to come to rest, the outer flange 14 and thus, viewed in a plane transverse on the target vessel, run curved according to an arc of a circle V, which arc of a circle V by virtue of the relatively small wall thickness of the target vessel 2 is essentially equal to the curvature radius K.

Zoals uit het voorgaande duidelijk zal zijn is de anastomose-inrichting uit de 20 figuren 2-4 in wezen identiek aan de anastomose-inrichting uit figuur 5, met het verschil dat de anastomose-inrichting uit de figuren 2-4, zoals in het bijzonder figuur 2 goed zichtbaar, voor wat betreft de in wezen haaks op het doelvat 2 staande delen een ovale/elliptische vorm heeft. As is apparent from foregoing, it will be appreciated, the anastomotic device in Figures 2-4, the 20 essentially identical to the anastomotic device in Figure 5, with the difference that the anastomotic device in Figures 2-4, such as in particular Figure 2 is clearly visible, as regards the standing essentially at right angles to the target vessel 2 parts have an oval / elliptical shape. Een dergelijke ovale/elliptische vorm maakt het mogelijk dat een graftvat 4 met een relatief grotere diameter zijdelings wordt 25 aangesloten op een doelvat 2 met een (ten opzichte van het graftvat 4) relatief kleinere diameter. Such an oval / elliptical shape makes it possible for a graft vessel 4 25 is connected laterally with a relatively larger diameter to a target vessel 2 having a (relative to the graft vessel 4) relatively smaller diameter. Dit doet zich in het bijzonder voor bij de ETS-aansluiting van een graftvat 4 op een kransslagader 2. De elliptische/ovale vorm bij de uitvoeringsvorm volgens de figuren 2-4 komt dus in het bijzonder terug in het buisvormige lichaam 10, de bus 15, het koppelstuk 16 alsmede in het aan te sluiten eind van het graftvat 4, 30 dat die vorm niet zo zeer van te voren heeft alswel in die vorm gebracht is. This occurs in particular in the ETS attachment of a graft vessel 4 to a coronary artery 2. The elliptical / oval shape in the embodiment according to Figures 2-4 is thus in particular reflected in the tubular body 10, the sleeve 15 , the coupling piece 16 as well as in the connecting end of the graft vessel 4, 30 is that this form has not alswel placed in that form so much in advance. Bij de (proximale) anastomose-inrichting uit figuur 5 zijn het buisvormige lichaam 110, de bus 115 en het koppelstuk 116 in hoofdzaak rond van vorm, dwz in een vlak in hoofdzaak dwars en horizontaal beschouwd op het vlak van tekening in figuur 5. In the (proximal) anastomotic device in Figure 5 the tubular body 110, the bush 115 and the coupling piece 116 are of essentially round shape, that is to say in a plane essentially transverse and horizontal considered in the plane of the drawing in Figure 5.

1 ü : u 'wb υ 26 1 ü: you 'wb υ 26

Opgemerkt dient echter te worden dat een proximale anastomose-inrichting ook, overeenkomstig de distale anastomose-inrichting uit de figuren 1-4, ovaal of elliptisch uitgevoerd kan worden. However, it should be noted that a proximal anastomotic device can also, according to the distal anastomotic device in Figures 1-4, oval or elliptical may be carried out. Het graftvat 4 zal bij de in figuur 5 weergegeven uitvoeringsvorm in gemonteerde toestand dan ook een in hoofdzaak cilindrische vorm 5 hebben. The graft vessel 4 will then also have a substantially cylindrical shape in the fifth embodiment, in the assembled condition shown in Figure 5. De proximale ETS-anastomose-inrichting uit figuur 5 is in het bijzonder geschikt voor het aansluiten van een vat 4 van relatief kleinere diameter op een vat 1 met een, ten opzichte van het vat 4, relatief grote diameter. The proximal ETS anastomotic device in Figure 5 is particularly suitable for connecting a vessel 4 of relatively smaller diameter to a vessel 1 having a, with respect to the vessel 4, a relatively large diameter.

Als variant op de uitvoeringsvorm volgens figuur 5 dient nog te worden opgemerkt, dat het ook zeer wel mogelijk is om in plaats van de samenwerking van 10 de zaagtandprofielen 17,117 van de cilindrische bus 15/115 en de zaagtandprofielen 20,120 van het koppelstuk 16,116, te kiezen voor een samenwerking van de zaagtandprofielen 20,120 van het koppelstuk 16,116 met (niet getoonde) zaagtandprofielen van het buisvormig lichaam 10,110, welke niet getoonde zaagtandprofielen dan aan de binnenzijde van het buisvormig lichaam 10,110 zouden 15 moeten worden aangebracht. As a variant, yet it should be noted in the embodiment according to Figure 5, that it is also very well possible that instead of the co-operation of 10, the saw-tooth profiles 17.117 of the cylindrical sleeve 15/115 and the saw-tooth profiles 20,120 of the coupling piece 16,116, to choose for a co-operation of the saw-tooth profiles 20,120 of the coupling piece 16,116 with (not shown), saw-tooth profiles of the tubular body, 10,110, which is not shown, saw-tooth profiles would then 15 should be placed on the inside of the tubular body 10,110. Vanzelfsprekend dient daarbij de diameter waarop de zaagtandprofielen 20,120 zijn aangebracht ook nader te worden aangepast. It goes without saying that case the diameter at which the serrated profiles 20,120 are also arranged to be adjusted in more detail.

Figuur 6 toont, betrokken op de langsrichting van het doelvat 2, of zo men wil 1, een langsdoorsnede, althans detail daarvan, van een tweedelige ETS-anastomose-inrichting volgens de uitvinding in gemonteerde toestand. Figure 6 shows, with respect to the longitudinal direction of the target vessel 2, or if desired 1, a longitudinal section, at least a detail thereof, of a two-part ETS anastomotic device according to the invention in assembled condition. Het wezenlijke verschil met 20 de driedelige uitvoeringsvorm uit de figuren 2-5 is dat het buisvormige lichaam 10 en de bus 15 uit de driedelige uitvoeringsvorm bij de in figuur 4 weergegeven tweedelige uitvoeringsvorm zijn geïntegreerd tot één geheel, het buisvormige lichaam 30. Daar de overige onderdelen in wezen identiek zijn, althans kunnen zijn aan die bij de driedelige uitvoeringsvorm volgens de figuren 2-5, is bij de tweedelige 25 uitvoeringsvorm uit figuur 2 gebruik gemaakt van dezelfde verwijzingsnummers en tekens voor overeenkomstige delen. The essential difference with 20 of the three-part embodiment in Figures 2-5 is that the tubular body 10 and the bush 15 from the three-part embodiment have been integrated into one unit in the two-part embodiment shown in Figure 4, the tubular body 30. Since the remaining components are substantially the same, may be, at least to those in the three-part embodiment according to figures 2-5, is connected to the 25 two-part embodiment in Figure 2 use is made of the same reference numerals and symbols for corresponding parts. Voor al deze verwijzingsnummers kan zonder meer een met honderd opgehoogd verwijzingsnummer gelezen worden (vgl. figuur 5). For all of these reference numbers can be read without an incremented by one hundred, reference numeral (cf. Figure 5).

Daar de bus 15 en het buisvormige lichaam 10 van de driedelige uitvoeringsvorm bij de tweedelige uitvoeringsvorm tot één geheel zijn geïntegreerd, 30 kunnen de zaagtandprofileringen 17 en 18 bij de tweedelige uitvoeringsvorm dus vervallen. Since the bush 15 and the tubular body 10 of the three-part embodiment in the two-part embodiment are integrated into a single whole, 30 may thus be dispensed with, the serrated profiles 17 and 18 in the two-part embodiment.

Voorts is bij figuur 6 middels de schaduwlijn 31 aangegeven dat de buitenflens 14 een zadelvorm heeft met beschouwd in het dwarsvlak, dat wil zeggen een vlak Furthermore, in Figure 6, indicated by means of the shadow line 31, that the outer flange 14 is of saddle shape with, in the transverse plane, that is to say a plane

1 U iuo ^ O 1 U IUO ^ O

27 » loodrecht op het vlak van tekening, een krommingsstraal K. Ook de poten 11 liggen in hun vrije toestand weer in wezen evenwijdig aan de buitenflens 14, en verlopen, beschouwd in wederom een dwarsvlak dwars op het vlak van tekening, met een krommingsstraal in hoofdzaak gelijk aan K. Een dergelijke zadelvormige buitenflens 5 is ook toepasbaar bij de zogenaamde één- en meerdelige uitvoeringen van de anastomose-inrichting. 27 »perpendicular to the plane of the drawing, a radius of curvature K. The arms 11 are in their free state, again substantially parallel to the outer flange 14, and extend, again viewed in a transverse plane transverse to the plane of the drawing, with a radius of curvature in essentially equal to K. A saddle-shaped outer flange 5 is also applicable to the so-called single- and multi-part embodiments of the anastomotic device.

Als variant op de uitvoeringsvormen volgens figuur 6 dient nog te worden opgemerkt, dat er ook zeer wel een tweedelige uitvoeringsvorm realiseerbaar is waarbij de buitenflens deel uitmaakt van een apart onderdeel, het eerste onderdeel, en 10 dat het koppelstuk 16 en het buisvormige lichaam 10 tot één geheel, het tweede onderdeel, geïntegreerd zijn. As a variant of the embodiments according to Figure 6, it must also be noted that there are also quite a two-piece embodiment can be realized in which the outer flange forms part of a separate part, the first part, and 10 that the coupling piece 16 and the tubular body 10 to a single unit, the second part, are integrated. In tegenstelling tot de tweedelige uitvoeringsvorm volgens figuur 6 is dan geen aanslag 27 nodig die een begrenzing vormt voor de mate waarin de onderrand 24 van het koppelstuk 16 het doelvat in kan steken. In contrast to the two-part embodiment according to Figure 6 is then not necessary, stop 27 which forms a limit for the extent to which the lower edge 24 of the coupling piece 16 can stabbing into the target vessel.

Immers het koppelstuk 16 en het buisvormige lichaam 10 zijn dan geïntegreerd tot 15 een eendelig geheel, waarbij dan tevens al vooraf bij het ontwerp de positionering van de onderrand 24 van het koppelstuk ten opzichte van de rest van dit onderdeel is vastgelegd. After all, the coupling piece 16 and the tubular body 10 have then been integrated into a one-piece 15 entirely, in which case also already in advance in the design of the positioning of the bottom edge 24 of the coupling piece relative to the rest of this part is recorded.

Een dergelijke variant van de tweedelige uitvoeringsvorm, waarbij de buitenflens 14 een apart onderdeel vormt dat los is van de rest, is bijvoorbeeld zeer 20 eenvoudig te realiseren door het buisvormige lichaam 10 overeenkomstig de uitvoeringsvorm volgens de figuren 2 en 3 aan de buitenzijde te voorzien van een zaagtandprofilering en het koppelstuk 16 in diameter te verkleinen zodat dit binnen in het buisvormige lichaam 10 past en daarmee als één geheel is te vormen of is te verbinden. Such a variant of the two-part embodiment in which the outer flange 14, a separate component is that is independent from the rest, for example, is very 20 easy to realize through the tubular body 10 according to the embodiment of Figures 2 and 3 on the outside to provide a saw-tooth profile and to reduce the coupling piece 16 in diameter so that it fits within the tubular body 10, and thus as a whole is to be formed or is to be connected.

25 Figuur 7a toont, beschouwd op de langsrichting van het doelvat 2, of zo men wil 1, in langsdoorsnede, althans een detail daarvan, een eendelige ETS-anastomose-inrichting volgens de uitvinding in gemonteerde toestand. 25 Figure 7a shows, viewed in the longitudinal direction of the target vessel 2, or if desired 1, a longitudinal cross-section, or at least a detail thereof, a one-part ETS anastomotic device according to the invention in assembled condition. Het verschil met de tweedelige uitvoeringsvorm uit figuur 6 is dat het hulpstuk 16 nu met het buisvormige lichaam 30 is geïntegreerd tot één geheel, namelijk het buisvormige 30 lichaam 40. Betrokken op de driedelige uitvoeringsvorm uit de figuren 2-5 is het verschil dat het buisvormige lichaam 10, de bus 15 en het hulpstuk 16 tot één geheel, namelijk het buisvormig lichaam 40 geïntegreerd zijn. The difference with the two-part embodiment in Figure 6 is that the accessory 16 is now integrated with the tubular body 30 into a single unit, namely, the tubular-shaped 30 body 40. Based on the three-part embodiment in Figures 2-5 is the difference that the tubular body 10, the bush 15 and the accessory 16 to a whole, namely, the tubular body 40 have been integrated. Ingevolge de integratie van het hulpstuk 16 met het buisvormige lichaam kunnen, zoals duidelijk zal zijn, ten ιοί... can consequence of the integration of the accessory 16 with the tubular body, as will be appreciated, at ιοί ...

28 opzichte van de tweedelige uitvoeringsvorm volgens figuur 6 de bovenste zaagtandprofilering 18 en de zaagtandprofilering 20 bij de eendelige uitvoeringsvorm vervallen, ten opzichte van de driedelige uitvoeringsvorm kunnen alle zaagtandprofileringen vervallen. 28 with respect to the two-part embodiment according to Figure 6, the upper serrated profiling 18 and the serrated profiling 20 and run down to the one-piece embodiment, with respect to the three-part embodiment to dispense with all serrated profiles.

5 Daar de onderdelen van de eendelige uitvoeringsvorm volgens figuur 7a voor het overige in wezen identiek zijn, althans identiek kunnen zijn aan die bij de tweedelige en driedelige uitvoeringsvorm, zijn daarvoor dezelfde verwijzingsnummers/tekens gebruikt en behoeven deze onderdelen geen nadere toelichting. 5, since the components of the one-part embodiment according to Figure 7a to the remainder are substantially identical, or at least can be identical to those used in the two-part and three-part embodiment have been therefor the same reference numerals / characters, and these components require no further explanation.

10 De eendelige anastomose-inrichting 40 volgens figuur 7a bestaat in wezen uit een buitenste buisvormig deel 41 en een binnenste buisvormig deel 42 met daartussen een naar beneden toe openende sleuf waarin het omgeslagen einddeel 43 van het graftvat 4 opneembaar is. 10 The one-part anastomotic device 40 according to Figure 7a essentially consists of an outer tubular member 41 and an inner tubular portion 42 having therebetween a downwardly opening slot in which the folded-back end portion 43 of the graft vessel 4 can be accommodated. Via in buitenste buisvormig deel 41 gevormde radiale hechtdraadgaten 26 is dit omgeslagen deel 43 van het graftvat 4 dan door hechten 15 vast te zetten. Via in outer tubular member 41 formed of radial suture holes 26, the folded-over part 43 of the graft vessel 4 is then by bonding to fasten 15.

Figuur 7b toont een eendelige ETS-anastomose-inrichting 50 op overeenkomstige wijze als de weergave in figuur 7a. Figure 7b shows a one-part ETS anastomotic device 50 in a manner similar to the view in Figure 7a. Deze eendelige anastomose-inrichting 50 verschilt in hoofdzaak van de eendelige anastomose-inrichting 40 uit figuur 7a in de zin dat de hechtdraadgaten 26 zijn gevormd door het 20 verbindingsgedeelte 44 dat het buitenste buisvormige deel 41 en het binnenste buisvormige deel 42 onderling verbindt. Said one-part anastomotic device 50 differs substantially from the one-part anastomotic device 40 in Figure 7a, in the sense that the suture holes 26 have been formed by the 20 connecting portion 44 to the outer tubular member 41 and the inner tubular member 42 to one another. Het onderste gedeelte van het binnenste buisvormige deel 42 kan iets naar binnen ten opzichte van het buisvormige lichaam 50 als geheel worden gebogen teneinde het daartussen steken van het omgeslagen gedeelte 43 van het graftvat 4 te vergemakkelijken, waarna dit gedeelte 42 volgens de 25 pijl in de richting van het buitenste buisvormige deel 41 is te buigen teneinde het omgeslagen gedeelte 43 tussen de delen 41 en 42 in te klemmen. The lower portion of the inner tubular member 42 may be slightly inwardly relative to the tubular body 50 as a whole, are curved so as therebetween stabbing of the folded-back portion 43 to facilitate the graft vessel 4, after which this part 42 according to the 25 arrow into the direction of the outer tubular member 41 is to be bent so as the folded-back portion 43 to be clamped in between the parts 41 and 42. Dit terugbuigen van het deel 42 zal bij voorkeur mechanisch gebeuren. This bending back of the part 42 will be carried out mechanically, preferably. De wijze van inklemming van het omgeslagen randdeel 43 door het volgens de pijl 7b terugbuigen van het deel 42 kan ook worden toegepast bij de uitvoeringsvorm volgens figuur 7a. The method of clamping the folded-back edge section 43 by bending back according to the arrow 7b of the portion 42 may also be used in the embodiment according to Figure 7a.

30 Figuur 7c toont een nog verdere uitvoeringsvorm van een eendelige ETS- anastomose-inrichting 60. Deze eendelige ETS-anastomose-inrichting 60 lijkt als zodanig weer op de eendelige ETS-anastomose-inrichtingen 40 en 50 uit de figuren 7a en 7b. 30, Figure 7c shows yet a further embodiment of a one-part ETS anastomotic device 60. Said one-part ETS anastomotic device 60 is, as such, again similar to the one-part ETS anastomotic devices 40 and 50 in Figures 7a and 7b. Het grote verschil is dat hier het uiteinde van het graftvat 4 niet wordt 1 0 i Ij ooo 29 omgeslagen maar direct middels hechtdraaddoorgangen 26 aan een buisvormig deel 45 wordt vastgehecht en middels lippen 46 die volgens de pijl verbuigbaar zijn aan het ondereind wordt vastgeklemd. The major difference is that here the end of the graft vessel 4 is not folded 1 0 i I j ooo 29, but is directly adhered by means of suture passages 26 on a tubular part 45 and by means of lips 46 which are bendable in accordance with the arrow is clamped to the bottom end. Tussen de wortels 48 van in omtreksrichting aangrenzende lippen kunnen afsteunribben 47 (vgl. figuur 7d en figuur 7e) zijn 5 gevormd waarop het kopse eind 49 van graftvat 4 afsteunt, teneinde te voorkomen dat het in contact komt met bloed. Between the roots 48 of adjoining lips in the peripheral direction can support ribs 47 (see. Figure 7d and Figure 7e) 5 are formed to which the front end 49 of graft vessel 4 bears in order to prevent it from coming into contact with blood.

Zoals zich aan de hand van de figuren 7a-7c laat illustreren, kan de bevestiging van het graftvat aan de anastomose-inrichting ook door vastklemming van het eind van het graftvat gebeuren. As is located on the late illustrate with reference to Figures 7a-7c, the attachment of the graft vessel to the anastomotic device can also be effected by clamping of the end of the graft vessel. Bij de figuren 7a en 7b wordt het eind 43 van het graftvat 10 dan, eventueel onder toepassing van het eerste aspect van de uitvinding, vastgeklemd tussen de delen 41 en 42 van de anastomose-inrichting en bij figuur 7c vindt de vastklemming van het eind van het graftvat dan plaats tussen de delen 45 en 46. Het vastzetten middels hechtdraad, zoals in de figuren 7a-7c is weergegeven, kan dan eventueel geheel vervallen, hetgeen impliceert dat de hechtdraadgaten 26 dus geheel 15 afwezig kunnen zijn. In Figures 7a and 7b, the rate of the graft vessel 10 at the end 43, then, optionally with the use of the first aspect of the invention, clamped between the parts 41 and 42 of the anastomotic device and in Figure 7c to find the clamping of the end of the graft vessel then takes place between the parts 45 and 46. the securing means of suture, as is shown in figures 7a-7c, can then be dispensed with entirely, which implies that the suture holes 26 can thus be entirely absent 15. Teneinde een dergelijke vastklemming van het eind van het graftvat te verbeteren kan het voordelig zijn om de delen 41 en/of 42 in het geval van de figuren 7a en 7b of delen 45 en 46 in het geval van figuur 7c aan hun naar het ingeklemde eindgedeelte van het graftvat gekeerde zijde te voorzien van een verruwing, profielering, uitsteeksel etc., teneinde het eind van het graftvat als het 20 ware te verankeren. In order to improve such clamping of the end of the graft vessel it can be advantageous to provide the parts 41 and / or 42 in the case of Figures 7a and 7b or components 45 and 46 in the case of Figure 7c at their towards the clamped end section of providing the graft vessel-facing side of a roughening, profile ring, nipple, etc., to the end of the graft vessel as to anchor the 20 true. Het is hierbij eventueel mogelijk om aan één van de klemdelen een uitsteeksel te voorzien waarvan het uiteinde in ingeklemde toestand is opgenomen in een uitsparing in het tegenoverliggende klemdeel. It is hereby possible to optionally on one of the clamping parts to be provided with a projection whose end has been incorporated into the clamped position, in a recess in the opposite clamping member.

Figuur 7d toont een verdere variant van een eendelige anastomose-inrichting 70, welke veel gelijkenis met de eendelige anastomose-inrichting 60 uit figuur 7c 25 vertoont. Figure 7d shows a further variant of a one-part anastomotic device 70, which shows many similarities with the one-part anastomotic device 60 in Figure 7c 25. Het verschil is dat hier in het cilindrische gedeelte 45 in omtreksrichting beschouwd twee ringen met hechtdraaddoorgangen 26 zijn voorzien in plaats van een, zoals bij figuur 7c en overigens ook bij figuur 7b, 7a en de nog te bespreken figuur 7e zijn voorzien. The difference is that here in the cylindrical portion 45 in the peripheral direction, two rings having suture passages 26 is provided instead of one, as in Figure 7c and incidentally also in Figure 7b, 7a and the to be discussed Fig 7e are provided. Verder is de klemlip 46 weggelaten en is ter plaatse van de wortel 48 aan de binnenzijde een zich in omtreksrichting uitstrekkende ononderbroken 30 steunrib 47 voorzien, waarop het kopse eind 49 van het graftvat 4 kan aanliggen en afsluiten ten opzichte van het bloed. Furthermore, the clamping lip 46 has been omitted and is at the location of the root 48 at the inner side is provided with an uninterrupted support rib 30 extending in circumferential direction 47, at which the front end 49 of the graft vessel 4 can abut and close with respect to the blood.

Figuur 7e toont een bijzonder voordelige uitvoeringsvorm, welke een directe variant op de uitvoeringsvorm uit figuur 7d is. Figure 7e shows a particularly advantageous embodiment, which is a direct variant of the embodiment in Figure 7d. De in figuur 7e getoonde anastomose- 30 inrichting 80 onderscheidt zich van die uit figuur 7d in de zin dat het cilindrische gedeelte 45 zeer kort is uitgevoerd en slechts een ring met over de omtrek verdeeld aangebrachte hechtdraaddoorgangen 26 heeft. The anastomotic 30 shown in Figure 7e device 80 differs from that in the sense of Figure 7d in that the cylindrical portion 45 is very short and has only one ring having circumferentially spaced about the suture passages 26. Groot voordeel van de anastomose-inrichting 80 is dat het graftvat 4 daarbij betrekkelijk gemakkelijk schuin kan worden 5 aangesloten, zoals in figuur 7e ook is aangegeven. A major advantage of the anastomotic device 80 is that the graft vessel 4 can relatively easily be 5 connected at an angle, as shown in Figure 7e is also indicated.

Met betrekking tot de uitvoeringsvormen van de anastomose-inrichtingen 70 en 80 uit de figuren 7d en 7e zij overigens opgemerkt dat de klemlippen 46 uit figuur 7c hier ook toegepast zouden kunnen worden. With respect to the embodiments of the anastomotic devices 70 and 80 in Figures 7d and 7e it is also pointed out that the clamping lips 46 in Figure 7c could be used here as well.

De in figuur 7e als detail van een langsdoorsnede weergegeven anastomose-10 inrichting 80 is in ongemonteerde toestand, met nog gestrekte poten 11 ook perspectivisch weergegeven in figuur 8. Deze figuur zal verder voor zich spreken. The in Figure 7e as a detail of a longitudinal section 10 shown anastomotic device 80 is in an unmounted state, still extended arms 11 also shown in perspective in Figure 8. This figure will speak for itself.

Met betrekking tot de uitvoeringsvormen van de anastomose-inrichting als weergegeven in de figuren 6 en 7a-7e en figuur 8 zij opgemerkt dat de buitenflens 14 hierbij kan zijn uitgevoerd zoals in figuur 8 met ononderbroken lijnen is 15 weergegeven, dwz als een halve cilinder, of wel een zich over ongeveer 180° uitstrekkende cilindersector. With respect to the embodiments of the anastomotic device as shown in Figures 6 and 7a-7e and Figure 8 it is noted that the outer flange 14 then may be carried out as 15 shown in Figure 8 with solid lines, that is to say as a half cylinder, either a extends over about 180 ° extending cylinder sector. De buitenflens 14 kan echter ook zeer wel een andere vorm aannemen, zoals bijvoorbeeld een zadelvorm, welke in figuur 8 met streeplijn 31 schematisch is weergegeven. The outer flange 14 can, however, also equally well assume a different shape, such as, for example, a saddle shape, which is shown schematically in Figure 8 by dashed line 31.

Verder zij opgemerkt dat de anastomose-inrichtingen als getoond en beschreven 20 aan de hand van de figuren 6, 7a-7e en figuur 8 ook zeer wel kunnen worden toegepast overeenkomstig de in figuur 5 geschetste uitvoeringsvorm, waarbij dan in wezen alle dwars op het doelvat staande delen met een ronde omtrek kunnen zijn uitgevoerd. Further, it is noted that the anastomotic devices as shown and described 20 with reference to the Figures 6, 7a-7e and Figure 8 can also very well be used in accordance with the embodiment outlined in Figure 5, in which case essentially all transverse to the target vessel the used parts can be designed with a round circumference.

Het in de voorgaande twee alinea's met betrekking tot de figuren 6, 7a-7e en 8 25 opgemerkte geldt overigens even goed voor de hierna nog te bespreken figuren 10, 11a, 11b en 12, alsmede ook de figuren 9a en 9b en verdere nader te bespreken figuren. The in the previous two paragraphs with regard to Figures 6, 7a-7e and 8 25-noted applies equally well for the to be discussed below Figures 10, 11a, 11b, and 12, and also to Figures 9a and 9b and further to be discuss Figs.

Figuren 9a en 9b tonen schematisch twee verdere uitvoeringsvormen van de ETS-anastomose-inrichting volgens de uitvinding. Figures 9a and 9b show, diagrammatically, two further embodiments of the ETS anastomotic device according to the invention. Deze uitwerkingsvormen zijn 30 zodanig uitgevoerd dat graftvat 4 onder een hoek van ongeveer 45° op het doelvat 2 is aan te sluiten. These embodiments have been 30 carried out such that graft vessel 4 at an angle of approximately 45 ° to the target vessel 2 is to connect. Dit is bij de uitvoeringsvorm volgens figuur 9a bereikt door het buisvormige lichaam 30 van de tweedelige uitvoeringsvorm uit figuur 6 schuin op de buitenflens 14 te plaatsen en het buisvormige lichaam 16 van het koppelstuk 'if'·' OQ OC; This is in the embodiment according to Figure 9a reaches through the tubular body 30 of the two-part embodiment in Figure 6 is inclined to be placed on the outer flange 14 and the tubular body 16 of the connector 'IF' · 'OQ OC; f 1 o' «, - 'vy 31 overeenkomstig schuin te plaatsen en schuin af te snijden. f 1 o «, - 'vy 31 in accordance to place diagonally and obliquely cut off. Bij de uitvoeringsvorm volgens figuur 9b is dit bereikt door het buisvormige lichaam 16 van een schuine doorgang te voorzien, althans uitgaande van de tweedelige uitvoeringsvorm volgens figuur 6. Dit brengt verder met zich mede dat de buitenflens 14 ook gedeeltelijk 5 binnen de bus 30 komt te liggen. In the embodiment according to Figure 9b this is achieved by the tubular body 16 of an inclined passage to provide, at least on the basis of the two-part embodiment according to Figure 6. As a further with it also that the outer flange 14 is also in part 5 within the sleeve 30 is lie. Voor het overige zijn de uitvoeringsvormen volgens de figuren 9a en 9b in wezen identiek aan de uitvoeringsvorm volgens figuur 6. For the rest, the embodiments according to Figures 9a and 9b are essentially identical to the embodiment according to Figure 6.

Het zal verder duidelijk zijn dat de in de figuren 9a en 9b weergegeven schuine aansluitingen ook goed realiseerbaar zijn bij de hiervoor al eerder beschreven en nog te beschrijven eendelige en meerdelige uitvoeringsvormen, zodat duidelijk zal zijn dat 10 de schuine aansluiting ook zeker niet tot de tweedelige uitvoeringsvorm beperkt is. It will further be appreciated that the illustrated in Figures 9a and 9b are oblique connections are also readily be achieved in the above-described earlier and to be described one-part and multi-part embodiments, so that it will be apparent that 10 is the oblique join is also certainly not to the two-piece embodiment is limited.

Verwijzend naar figuren 10a en 10b, wordt aan de hand van een nog niet eerder beschreven verdere uitvoeringsvorm van een tweedelige anastomose-inrichting volgens de uitvinding een verdere bevestigingsmogelijkheid getoond voor het vastmaken van het graftvat 4 aan de anastomose-inrichting volgens de uitvinding. Referring to Figures 10a and 10b, it is on the basis of a previously described embodiment of a two-part anastomotic device according to the invention is shown a further fixing device for attaching the graft vessel 4 to the anastomotic device according to the invention. 15 Alvorens op deze wijze van bevestiging in te gaan wordt er echter op gewezen, hetgeen ook zonder meer duidelijk zal zijn, dat deze wijze van bevestiging ook zeer wel toepasbaar is bij de twee- en meerdelige uitvoeringsvormen van anastomose-inrichtingen volgens de uitvinding. 15 Before this manner of going into confirmation is, however, pointed out, which also will be readily appreciated that this method of attachment may also very well applicable to the two- and multi-part embodiments of anastomotic devices according to the invention. Het graftvat 4 wordt aan zijn ondereinde omgeslagen rond een in het omgeslagen gedeelte 91 gelegen flexibele en/of 20 veerkrachtige ring 92. Het omgeslagen gedeelte 91 is boven de ring 92 op graftvat 4 vastgehecht in omtreksrichting. The graft vessel 4 is at its lower end a turned around in the folded-back portion 91 located flexible and / or resilient ring 20 92. The folded portion 91 is above the ring 92 on the graft vessel 4 attached in the circumferential direction. De anastomose-inrichting is verder voorzien van een zich in wezen in de uitstrekkingsrichting van de wand van het doelvat 2 openende groef, dwz een ten opzichte van het buisvormige lichaam 94 van de eendelige anastomose-inrichting naar binnen toe openende groef 93. Door het van te voren 25 geprepareerde graftvat 4, dat dus is omgeslagen en van een flexibele en/of veerkrachtige ring 92 is voorzien, te manipuleren en daarbij de ring 92 samen te knijpen en weer los te laten is de ring 92 in de omtreksgroef 93 te plaatsen en te verankeren. The anastomotic device is further provided with an extending substantially in the direction of extension of the wall of the target vessel 2 opening groove, ie, a relative to the tubular body 94 of the one-part anastomotic device inwardly opening groove 93. Because of the pre-25-prepared graft vessel 4, which is thus folded, and of a flexible and / or resilient ring 92 is provided, to manipulate, and thereby pinching the ring 92 together and releasing it again is to place the ring 92 into the circumferential groove 93 and anchor. Bij een geschikte materiaalkeuze van de veerkrachtige ring 92 zal op deze wijze ook een stevige en betrouwbare verbinding tussen het graftvat 4 en de 30 anastomose-inrichting worden verkregen. With a suitable choice of material for the resilient ring 92 will be obtained also in this manner a firm and reliable connection between the graft vessel 4 and the anastomotic device 30.

Figuur 10b toont een variant op de uitvoeringsvorm volgens figuur 10a, althans een detail van een dergelijke variant. Figure 10b shows a variant of the embodiment according to Figure 10a, or at least a detail of such a variant. Het verschil is erin gelegen dat de groef 96 (welke wat functie betreft overeenkomt met groef 93) zo is uitgevoerd dat deze iets $ o Λ " " 32 naar beneden toe opent. The difference lies in the fact that the groove 96 (which in function is concerned corresponds to groove 93) is designed so that it slightly $ o Λ "" 32 opens downward. Dit maakt enerzijds het hierin opnemen van het omgeslagen eind van het graftvat 4 met veerkrachtige ring 92 gemakkelijker en anderzijds het weerstandsvermogen tegen het in de richting van pijl 97 uit elkaar trekken van het graftvat 4 en het doelvat 2 groter. This allows on the one hand the receiving therein of the folded-back end of the graft vessel 4 with resilient ring 92 easier, and on the other hand the resistance to it in the direction of arrow 97 pulling apart of the graft vessel 4 and the target vessel 2 is greater. Voor de duidelijkheid zij erop gewezen dat bij 5 figuur 10b de bovenzijde de buitenzijde van het doelvat 2 is en de onderzijde de binnenzijde van het doelvat 2. For the sake of clarity it should be noted that the upper side 5 in Figure 10b is the outside of the target vessel 2 and the bottom the inside of the target vessel 2.

Figuur 11a toont een graftvat 4 met daaromheen een huls 200, welke huls 200 is voorzien van ten minste twee staafvormige delen 201 die de huls 200 verbinden met de veerkrachtige ring 92. Door nu de huls 200 samen te knijpen in de ene of 10 andere richting zal ook de ring 92 via de staafvormige delen 201 vervormd worden. Figure 11a shows a graft vessel 4 surrounded by a sleeve 200, which sleeve 200 is provided with at least two rod-shaped parts 201 that connect the sleeve 200 to the resilient ring 92. By now pinching the sleeve 200 together in the one or 10 other direction the ring 92 will also be deformed via the rod-shaped members 201. Het zal duidelijk zijn dat dit het manipuleren van het graftvat ten behoeve van het vastzetten van dit graftvat 4 op de anastomose-inrichting aanzienlijk vergemakkelijkt. It will be appreciated that this is the manipulation of the graft vessel for the purpose of attaching said graft vessel 4 to the anastomotic device considerably facilitated. Zodra graftvat 4 op de anastomose-inrichting is vastgezet kunnen de staafvormige delen 201 dan bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de ring 92 worden doorgeknipt 15 waarna deze de losgeknipte delen daarvan tezamen met de huls 200 van het graftvat 4 kunnen worden verwijderd. As soon as graft vessel 4 to the anastomotic device is fixedly put the bar-shaped members 201 then preferably as close as possible to be cut at the ring 92 15 after which it, the Orphan parts thereof together can be removed with the sleeve 200 of the graft vessel 4. De huls 200 zal daartoe in zijn langsrichting worden doorgeknipt of wellicht al van te voren zijn doorgeknipt zodat deze is open te vouwen en van het graftvat 4 is af te nemen. The sleeve 200 will for this purpose be cut through in its longitudinal direction or may already have been previously cut so that it is open and to fold the graft vessel 4 is to take off.

Om een goed plaatsen en indrukken van de ring 92 in de omtreksgroef 93, 96 20 te bevorderen is het voordelig wanneer de staafvormige delen nabij ring 92 de richting aannemen waarin de omtreksgroef 93, 96 opent of althans aan de van de omtreksgroefopening afgekeerde zijde van de ring hieraan zijn bevestigd. In order to promote a well-sites, and pushing the ring 92 into the circumferential groove 93, 96 20, it is advantageous when the rod-shaped parts close to ring 92 assume the direction in which the peripheral groove 93, 96 opens or at least on the of the circumferential groove opening side remote from the ring attached thereto. Dit is in figuur 1 lb veraanschouwelijkt. This is illustrated in Figure 1 Ib.

De elastische en/of veerkrachtige ring 92, zoals deze aan de hand van de 25 figuren 10a, 10b en 11a is toegelicht, is in het bijzonder in figuur 1 la als een min of meer ronde ring weergegeven. The elastic and / or resilient ring 92, as this has been explained on the basis of the 25 Figures 10a, 10b and 11a, is shown in particular in Figure 1 la as a more or less round ring. Een dergelijke ronde ring laat zich eventueel ook toepassen wanneer de anastomose-inrichting, althans de dwars op het doelvat staande delen daarvan, een in hoofdzaak ovale of ellipsvormige vorm/contour hebben. Such a round ring can optionally also be used if the anastomotic device, or at least transverse to the target vessel parts thereof, have an essentially oval or elliptical shape / contour. Bij een dergelijke in hoofdzaak ovale of ellipsvormige vorm/contour van de anastomose-30 inrichting kan de ring 92 op voordelige wijze echter ook een overeenkomstig ovale of elliptische vorm hebben. however, also have a corresponding oval or elliptical shape In such an essentially oval or elliptical shape / contour of the anastomotic device the ring 30, 92 may in an advantageous manner. Verder zij opgemerkt dat indien het graftvat schuin wordt afgeknipt, of althans schuin wordt omgeslagen om de ring 92, dit type koppeling ook toepasbaar is bij schuine verbindingen. Further, it should be noted that if the graft vessel is cut off at an angle, or at least is folded at an angle about the ring 92, this type of coupling can also be used for oblique joins.

ioinop vn ioinop vn

IO ί o --j OU IO ί o --j OU

33 33

In figuur 12 is een nog verdere variant getoond van een mogelijke wijze waarop het graftvat 4 aan de anastomose-inrichting is te bevestigen. In Figure 12, yet a further variant is shown of a possible manner in which the graft vessel 4 can be attached to the anastomotic device. Het grafitvat 4 is daarbij met zijn aan te sluiten eind door een koker 205 gestoken en met zijn uiteinde terug om die koker 205 heen omgeslagen. The grafitvat 4 is thereby close to its end is inserted through a sleeve 205 and returned with its outer end to which sleeve 205 turned over. De koker 205 zal zich bij voorkeur in de 5 richting weg van het aansluiteind verwijden, hetgeen onder meer een schuine aansluiting van het graftvat 4 vergemakkelijkt, daar dit dan enige bewegingsvrijheid in de koker 205 heeft. The sleeve 205 is preferably located in the 5 direction widening away from the connection end, which facilitates, inter alia, of an oblique join of the graft vessel 4 since this then has some freedom of movement in the sleeve 205. Om het graftvat 4 op de koker 205 vast te zetten wordt over het omgeslagen eindranddeel 207 van het graftvat 4 een klemring 206 geschoven en vastgeklemd, waarbij dan tussen ring 206 en de koker 205 zich het omgeslagen 10 wanddeel 207 van graftvat 4 bevindt. To the graft vessel 4 to the sleeve 205 to fasten is over the folded-back end edge section 207 of the graft vessel 4 pushed a clamp ring 206 and clamped, in which case between the ring 206 and the sleeve 205 are the folded-back 10 wall section 207 of graft vessel 4 is present. De ring 206 en/of koker 205 kunnen voor bevestiging in de rest van de anastomose-inrichting dan aan hun buitenzijde zijn voorzien van bijvoorbeeld een niet weergegeven zaagtandvertanding of andere vorm van bevestiging en verankering (bijvoorbeeld een verende klemverbinding) aan de anastomose-inrichting. The ring 206 and / or sleeve 205 may be provided for fixing in the remainder of the anastomotic device than on their outside with, for example, a non-shown, saw tooth serrations or another form of fixing and anchoring (for example a resilient clamp joint) to the anastomotic device. Zo kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de 15 zaagtandvertanding 6 uit figuur 2-4 en heeft verder ook nog een eveneens niet weergegeven aanslagrand 27, vergelijk wederom figuren 2-4. Thus, for example, can be given to the saw tooth serrations 6 15 of Figure 2-4, and, furthermore also has a stop edge 27, also not shown, compare again Figures 2-4.

Figuur 13 toont zeer schematisch zes anastomosen, van elk van de drie types twee. Figure 13 shows, highly diagrammatically, six anastomoses, two of each of the three types. De verschillende aspecten van de onderhavige uitvinding zijn op elk van deze typen anastomosen toepasbaar. The various aspects of the present invention are anastomoses on each of these types used.

20 Figuur 13A toont een ETS-anastomose, waarbij het graftvat haaks met één uiteinde op het doelvat is bevestigd. 20 Figure 13A shows an ETS anastomotic, the graft vessel is attached at right angles to one end of the target vessel. Figuur 13B toont eveneens een ETS-anastomose, waarbij echter het graftvat schuin ten opzichte van het doelvat daaraan is bevestigd. Figure 13B also shows an ETS anastomotic, which, however, the graft vessel at an angle with respect to the target vessel has been fixed thereto. Wanneer het grafvat een diameter heeft die groter is dan die van het doelvat dan zal de aansluitopening elliptisch of ovaalvormig zijn, zowel bij de uitvoering volgens 25 figuur 13A als bij de uitvoering volgens figuur 13B. If the graft vessel has a diameter which is larger than that of the target vessel, the connection opening will then be elliptical or oval, both in the embodiment according to Figure 13A and 25 in the embodiment according to Figure 13B. Wanneer de diameter van het graftvat kleiner is dan die van het doelvat dan kan de aansluitopening rond of elliptisch/ovaalvormig zijn. When the diameter of the graft vessel is smaller than that of the target vessel, the connection opening can be round or elliptical / oval. Dit geldt zowel voor de anastomose volgens figuur 13A als de anastomose volgens figuur 13B. This applies both to the anastomotic according to Figure 13A and to the anastomotic according to Figure 13B. In het geval van de anastomose volgens figuur 13B impliceert een ronde aansluitopening overigens wel dat het graftvat in de buurt 30 van de aansluitopening een onronde dwarsdoorsnede heeft, alhoewel deze onrondheid met het oog nauwelijks waarneembaar kan zijn. In the case of the anastomotic according to Figure 13B, a round connection opening imply, incidentally, that the graft vessel 30 in the vicinity of the connection opening has a non-circular cross section, although this non-circular for the purpose can be barely discernible.

De figuren 13C en 13D tonen elk een zogenaamde STS-anastomose. Figures 13C and 13D each show a so-called STS anastomotic. Bij figuur 13C is sprake van een STS-anastomose waarbij de onderling verbonden vaten 1010306 34 evenwijdig verlopen en bij de in figuur 13D getoonde anastomose is sprake van twee onderling verbonden, elkaar kruisende vaten. In Figure 13C is an STS anastomotic with the interconnected vessels 1010306 34 run parallel and at the anastomotic shown in Figure 13D is question of two interconnected, intersecting barrels. De aansluitopening kan hier een ronde of elliptische vorm hebben. The connection opening may have a circular or elliptical shape here. Wanneer graftvat en doelvat evenwijdig verlopen zal de opening meestal ovaal/ellipsvormig zijn. When graft vessel and target vessel run parallel to the opening will usually be oval / elliptical. Bij onder een hoek kruisende vaten kan de 5 diameter van de opening veelal niet groter zijn dan de breedte/diameter van het kleinste vat, hetgeen veelal tot ronde openingen leidt. At an angle of vessels crossing the 5 diameter of the opening can usually be no greater than the width / diameter of the smallest vessel, which usually leads to round openings.

Figuren 13E en 13F tonen elk een ETE-anastomose. Figures 13E and 13F each show an ETE anastomotic. Bij figuur 13E is sprake van in het verlengde op elkaar aangesloten, dwars afgesneden vaten, waarbij in het geval van ronde vaten de aansluitopening ook rond zal zijn. In Figure 13E there are vessels joined in extension of each other, transversely severed vessels, the connection opening will also be round in the case of round vessels. In het geval van figuur 10 13F zijn de op elkaar aan te sluiten vaateinden elk schuin afgesneden. In the case of Figure 10, 13F are each the cut-off angle to be connected to one another vessel ends. Wanneer de schuinte van de afsnijdingen onderling gelijk is en de vaten in geschikte positie ten opzichte van elkaar gepositioneerd zijn, dan wordt bij figuur 13F een rechtdoor gaande verbinding verkregen (met ononderbroken lijnen weergegeven). If the oblique angle of the cuts is the same, and the vessels are positioned in a suitable position relative to each other, it is obtained a straight-through connection in Figure 13F (shown in solid lines). Het is echter ook mogelijk om de vaten onder een hoek ten opzichte van elkaar onderling te 15 verbinden. However, it is also possible to connect the vessels with each other at 15, at an angle relative to each other. Ter illustratie hiervan is tevens een rechter vat met streeplijnen weergegeven. As an illustration of this is also a right-hand vessel shown in dashed lines. Hierbij kunnen dan beide vaten bij hun aansluiteinde schuin zijn afgesneden, maar ook kan één vat recht zijn afgesneden, overeenkomstig figuur 13E. Here two vessels can then have been cut off at an angle at their connection end, but also for one vessel to have been cut off, in accordance with Figure 13E. Bij de uitvoering volgens figuur 13F zal de aansluitopening in het algemeen ovaal of elliptisch van vorm zijn. In the embodiment according to Figure 13F, the connection opening will in general be of oval or elliptical in shape.

20 Figuren 14-17 tonen schematische voorbeelden van een STS-anastomose- inrichting volgens de uitvinding. 20 Figures 14-17 show diagrammatic examples of an STS anastomotic device according to the invention.

De anastomose-inrichting uit figuur 14 is in grove lijnen vergelijkbaar met de uitvoeringsvorm uit figuur 5 en bestaat in wezen uit twee anastomose-inrichtinghelften. The anastomotic device in Figure 14 is in broad terms comparable to the embodiment in Figure 5 and essentially consists of two anastomotic device halves. De onderhelft is in wezen identiek aan, of althans zo op te vatten, 25 het onderste buisvormige lichaam 110 met poten 111 en bus 115 met buitenilensdeel 114. Het verschil is dat het koppelstuk 116 is vervangen door de bovenhelft van de in figuur 14 getoonde STS-anastomose-inrichting. The bottom half is essentially identical to, or at least so on to grasp, 25, the lower tubular body 110 having arms 111 and bush 115 with buitenilensdeel 114. The difference is that the coupling piece 116 has been replaced by the top half of the shown in Figure 14 STS -anastomose device. Deze bovenhelft bestaat eveneens uit een buisvormig lichaam 110, het bovenste buisvormige lichaam, (dat in wezen identiek kan zijn aan het buisvormige lichaam 110 van de onderhelft), waarop 30 middels een uitwendige vertanding de bovenste buitenflens 214 is aangebracht. This top half likewise consists of a tubular body 110, the upper tubular body (that in essence can be identical to the tubular body 110 of the bottom half), to which 30 by means of an external toothing, the upper outer flange 214 has been applied. De bovenste buitenflens 214 is als een geheel met de bus 115 en via die bus 115 ook als een geheel met de onderste buitenflens 114 gevormd. The upper outer flange 214 is in one piece with the bush 115 and, via said bush 115, also formed as one piece with the lower outer flange 114. Het bovenste buisvormige lichaam 110 laat zich met zijn ondereind (beschouwd volgens de weergave in figuur 1 Ö 1 ν_ί 'xJ J Ü » 35 14) in de bus 115 steken om vervolgens daarin vergrendeld te worden middels de vertandingen. The upper tubular body 110 can be inserted with its lower end (seen according to the view in Figure 1, Ö 1 ν_ί 'xJ J Ü »35 14), stabbing into the bush 115 in order then to be locked therein by means of the toothings. Bij geschikte uitvoering van de vertanding en ronde vormen is het mogelijk de onderhelft en bovenhelft ten opzichte van elkaar verdraaibaar uit te voeren. By appropriate design of the teeth and circular shapes, it is possible to construct the bottom half and top half relative to one another can be rotated.

5 Het zal duidelijk zijn dat indien gewenst bij de uitvoeringsvorm van de STS- anastomose volgens figuur 14 het buisvormige lichaam 110 van de bovenhelft en onderhelft en de bus 115 en de buitenflenzen ook als een geheel (dus een onderdeel) uitgevoerd kunnen worden. 5 It will be appreciated that, if desired, in the embodiment of the STS anastomotic according to Figure 14 the tubular body 110 of the top half and bottom half and the bush 115 and the outer flanges can also be embodied as a whole (i.e., a line). Voorts is het ook denkbaar om in afwijking van hetgeen in figuur 14 is weergegeven de buitenflens 214 (of eventueel 114) als ten opzichte 10 van bus 115 en de andere buitenflens 114 (respectievelijk 214) afzonderlijk onderdeel uit te voeren. Furthermore, it is also conceivable to in deviation from what is shown in Figure 14, the outer flange 214 (or optionally 114) as compared to 10 of bushing 115 and the other outer flange 114 (respectively 214) to carry out a separate component. Een nog verdere variant op het in figuur 14 weergegevene is dat bovenste buisvormig lichaam 110 kan zijn voorzien van een uitwendige vertanding die ineengrijpt met een inwendige vertanding in onderste buisvormig lichaam 110. A still further variant of the represented embodiment in Figure 14 is that upper tubular body 110 can be provided with an external toothing which meshes with an internal toothing in the lower tubular body 110.

Figuur 15 toont een verdere variant van een STS-anastomose-inrichting volgens 15 de uitvinding. Figure 15 shows a further variant of an STS anastomotic device according 15 to the invention. Deze STS-anastomose-inrichting bestaat in wezen uit twee onderdelen. This STS anastomotic device essentially consists of two parts.

Enerzijds het buisvormige lichaam 12 met als één geheel daarmee gevormd de bovenste en onderste binnenflens 11 en anderzijds als een buitendeel uitgevoerde bus en buitenflenzen 300. Het buiteneel laat zich bijvoorbeeld via (niet weergegeven) vertandingen bij 302 aan het buisvormige lichaam bevestigen. On the one hand the tubular body 12, with the integrally formed therewith, the upper and lower inner flange 11, and on the other as an outer member implemented bus and outer flanges 300. The outer panel, for example, let itself via (not shown) toothings attaching at 302 to the tubular body. Het zal duidelijk zijn 20 dat het buitendeel en het buisvormige lichaam 12 ook tot één geheel geïntegreerd kunnen worden. It will be clear that the outer portion 20 and the tubular body 12 can also be integrated into a single unit. De STS-anastomose-inrichting zal dan ééndelig worden. The STS anastomotic device will then be in one piece. Voorts zal het duidelijk zijn, dat de buitenflenzen 300, zoals met streeplijn 301 is weergegeven, ook als twee delen, bijvoorbeeld twee cilindrische delen (vergelijk 314 van figuur 17), uitgevoerd kunnen worden. Furthermore, it will be appreciated that the outer flanges 300, such as by dashed line 301 is shown, as well as two parts, for example two cylindrical parts (cf. 314 in Figure 17), can be performed. Voorts is het ook zonder meer duidelijk dat het 25 buitendeel 300 eventueel ook geheel kan vervallen, waarbij de vaten 2 en 4 dan rondom de anastomose direct op elkaar liggen en gedrukt worden. Furthermore, it is also readily apparent that the 25 outer part 300 also optionally may be dispensed with completely, in which the vessels 2 and 4 can lie directly on each other around the anastomosis and to be printed.

Figuur 16 toont een verdere variant van een STS-anastomose-inrichting volgens de uitvinding. Figure 16 shows a further variant of an STS anastomotic device according to the invention. De STS-anastomose-inrichting volgens figuur 16 bestaat uit twee buisvormige lichamen met een als één geheel daarmee gevormde binnenflens en 30 buitenflens, waarbij de respectieve buitenflenzen 205 onderling via een rotatie rond rotatiehartlijn 200 toelatende draaiverbinding 206, 207 verbindbaar zijn. The STS anastomotic device according to Figure 16 consists of two tubular bodies having an integrally formed inner flange, and 30, outer flange, wherein the respective outer flanges 205 with each other through a rotation around axis of rotation 200 permitting rotary connection 206, 207 are connectable. Een dergelijke draaiverbinding kan in eenvoudige vorm een ringvormige ribbe 206 en ringvormige uitsparing 207 omvatten, welke dan onderling ineen kunnen grijpen. Such a rotary connection can be in simple form, comprise an annular rib 206 and annular recess 207, which is then able to engage. Bij 0iuooü 36 geschikte uitvoering van de ribbe 206 en uitsparing 207 kan daarbij tevens een onderlinge koppeling gerealiseerd worden, die in axiale richting van de rotatiehartlijn 200 uiteennemen tegengaat. In 0iuooü 36 suitable embodiment of the rib 206 and recess 207 may thereby also possible to realize a mutual coupling which counteracts taking apart in the axial 200 direction of the axis of rotation. Dit is bijvoorbeeld realiseerbaar door de uitsparing 207 als achtergesneden sleuf uit te voeren en de ribbe 206 overeenkomstig te vormen 5 zodat deze vormsluitend in de sleuf 207 opneembaar is. This is for instance realized by carrying out the recess 207 as a undercut slit and the rib 206 to be formed in accordance with 5 so that it form-fitting manner in the slot 207 can be accommodated. Het bijeen blijven van de boven- en onderhelft van de STS-anastomose-inrichting is bij de uitvoering volgens figuur 16 eventueel te verzekeren, in aanvulling op of ter vervanging van de koppelwerking van de ribbe 206 en uitsparing 207, door gebruikmaking van in wezen U-vormige klemstukken 208 die de buitenflenzen bijeenhouden na volgens pijl 209 10 hierop te zijn geschoven, en die rotatie van de onderhelft en bovenhelft rond rotatiehartlijn 200 ten opzichte van elkaar toelaten. The hold together the upper and lower half of the STS anastomotic device is in the embodiment of Figure 16, if necessary to ensure, in addition to or replacement for the coupling action of the rib 206 and recess 207, by making use of essentially U -shaped clamping pieces 208 which hold the outer flanges together after 209 according to arrow 10 to be pushed on it, and which rotation of the bottom half and top half about axis of rotation 200 relative to allow to each other. De U-vormige klemstukken kunnen hierbij als een of meerdere afzonderlijke onderdelen uitgevoerd worden. The U-shaped clamping pieces can be constructed as one or more separate components. Het is eventueel mogelijk om klemstuk 208 als een al dan niet onderbroken ring uit te voeren. It is optionally possible to construct clamping piece 208 as a continuous or non-interrupted ring.

15 Figuur 17 toont in perspectivisch aanzicht een nog verdere variant van een STS-anastomose-inrichting volgens de uitvinding. 15 Figure 17 shows, in perspective view, yet a further variant of an STS anastomotic device according to the invention. Evenals bij de uitvoeringsvorm volgens figuur 8, zijn de buitenflenzen 314 cilindrisch gekromd uitgevoerd met een inwendige krommingsstraal die ongeveer gelijk is aan de uitwendige krommingsstraal van het ene vat 2 en andere vat 4. De krommingsstralen van de buitenflenzen kunnen 20 afhankelijk van die van de vaten 2, 4 onderling verschillen. As in the embodiment according to Figure 8, the outer flanges are 314 cylindrically curved form with an internal radius of curvature which is approximately equal to the external radius of curvature of the one vessel 2 and other vessel 4. The radii of curvature of the outer flanges 20 may, depending on those of the vessels 2, 4 differ from each other. De de binnenflens vormende poten zijn aangeduid met 311. Koppelflenzen 312 zijn op de respectievelijke STS-anastomose-inrichtingen bevestigd direct aan de buitenflenzen en/of buisvormige organen of via verbindingsstukken 313. Door deze koppelflenzen 312 tegen elkaar te plaatsen en onderling te fixeren is de onderlinge verbinding 25 tussen vaten 2 en 4 te realiseren. The placing of the inner flange forming legs are designated with 311. Coupling 312 to the respective STS anastomotic devices directly at the outer flanges and / or tubular elements or via connection 313. Through this coupling flanges 312 against one another and mutually fix the to achieve mutual connection 25 between vessels 2 and 4. Voor het onderling fixeren van de koppelflenzen 312 kan gebruik worden gemaakt van klemmen, zoals met 208 in figuur 16 is aangeduid, en/of van een sleuf/ribbe-samenstel als in figuur 16 met 207/206 weergegeven, en/of van andere bevestigingsmiddelen. For mutually fixing the coupling flanges 312, use can be made of clamps, as is indicated by 208 in Figure 16, and / or of a slit / rib assembly, as shown in Figure 16, by 207/206, and / or by other fastening means . Wanneer de koppelflenzen 312 rond zijn uitgevoerd, dan is een onderlinge rotatie van de vaten 2, 4 rond een 30 denkbeeldige verbindingshartlijn mogelijk. If the coupling flanges 312 are of circular carried out, then a relative rotation of the vessels 2, 4, 30, around an imaginary join axis is possible.

Figuren 18-22 tonen uitvoeringsvoorbeelden van ETE-anastomosen. Figures 18-22 show illustrative embodiments of ETE anastomoses.

De in figuur 18 getoonde ETE-anastomose-inrichting komt in wezen overeen met de in figuur 4 getoonde ETS-anastomose-inrichting. The shown in Figure 18 ETE anastomotic device is, in essence, similar to the shown in Figure 4 ETS anastomotic device. Het wezenlijke verschil is 10103 o 6 37 dat het doelvat 2 hier in het verlengde van het graftvat 4 ligt en dat de buitenflens 15 in wezen een kokervormige gedaante heeft en dat de binnenflenspoten 11 zich in wezen in langsrichting van het doelvat uitstrekken, althans in gemonteerde toestand. The essential difference is 10103 o 6 37 to the target vessel 2 here lies in the extension of the graft vessel 4 and that the outer flange 15 has essentially a tubular shape and that the inner flange arms 11 extend essentially in the longitudinal direction of the target vessel, at least in the mounted status.

In ongemonteerde toestand zullen de binnenflenspoten, zoals met streeplijnen is 5 weergegeven, naar binnen wijzen teneinde het in het doelvat insteken van de binnenflens te vergemakkelijken. In the unmounted state, will be the inner flange arms, such as by dashed lines 5 is shown, pointing inwards in order to facilitate the insertion of the inner flange into the target vessel. Op overeenkomstige wijze als bij de uitvoeringsvorm volgens figuur 4 kan de in de binnenflenspoten 11 aanwezige voorspanning worden vrijgegeven waarna ze de met ononderbroken lijnen weergegeven positie kunnen innemen. In a corresponding manner as to be released in the embodiment according to Figure 4, the bias voltage present in the inner flange arms 11, after which they can take up the position shown by continuous lines.

10 Figuur 19 toont een verdere variant van een ETE-anastomose-inrichting volgens de uitvinding. 10 Figure 19 shows a further variant of an ETE anastomotic device according to the invention. Deze ETE-anastomose-inrichting vertoont in wezen grote overeenkomst met de ETS-anastomose-inrichting uit figuur 6. Het verschil is hier weer evenals ook bij figuur 18, dat de buitenflens een in wezen kokervormig lichaam is en dat de binnenflenspoten zich in gemonteerde toestand in wezen evenwijdig aan 15 het doelvat uitstrekken. This ETE anastomotic device essentially shows great correspondence with the ETS anastomotic device in Figure 6. The difference is again here as well as also in Figure 18, that the outer flange is an essentially tubular body and that the inner flange arms themselves in the mounted state 15, extend substantially parallel to the target vessel. Door van het koppelstuk 27 het been 210 verlengen is te bereiken dat de met de bloedbaan in contact komende delen van de anastomose-inrichting nagenoeg geheel met bloedvatweefsel bedekt zijn. Because of the coupling piece 27, the leg 210 is extended to ensure that the appropriate parts of the anastomotic device into contact with the bloodstream are virtually completely covered by blood vessel tissue.

Figuur 20 toont een variant op de ETE-anastomose-inrichting uit figuur 19. Het verschil is hier dat het buisvormige lichaam 30 naar buiten uitwijkend is gevormd, en 20 dat verlenging van het been 210 niet meer aanwezig is. Figure 20 shows a variant of the ETE anastomotic device in Figure 19. The difference here is that the tubular body 30 to uitwijkend outside is formed, and that an extension 20 of the leg 210 is no longer present. Deze ETE-anastomose-inrichting is in het bijzonder geschikt voor het eind-op-eind op elkaar aansluiten van vaten van ongeveer gelijke diameter. This ETE anastomotic device is, in particular, suitable for end-to-end interconnection of vessels of approximately equal diameter.

Figuur 21 toont een nog verder variant van een ETE-anastomose-inrichting, welke ééndelig is uitgevoerd. Figure 21 shows yet a further variant of an ETE anastomotic device, which is in one piece has been carried out. Deze ETE-anastomose-inrichting vertoont in wezen 25 grote gelijkenis met de ETS-anastomose-inrichting uit figuur 7a. This ETE anastomotic device essentially displays great similarity 25 with the ETS anastomotic device in Figure 7a. Evenals bij de figuren 17 en 18 is het wezenlijke verschil met de vergelijkbare ETS-anastomose-inrichting, dat de buitenflens is uitgevoerd als een kokervormig lichaam en dat de binnenflenspoten, althans in samengestelde toestand, evenwijdig aan het doelvat verlopen. As in Figures 17 and 18, the essential difference from the comparable ETS anastomotic device is that the outer flange is constructed as a tubular body and that the inner flange arms, at least in the assembled state, extend parallel to the target vessel. Ook de in figuur 21 weergegeven uitvoeringsvorm is bijzonder geschikt 30 voor het op elkaar aansluiten van vaten van ongeveer gelijke diameter. Also, the embodiment shown in Figure 21 is particularly suitable for the connection 30 to each of vessels of approximately equal diameter. De figuur 21 en de figuren 7a t/m 7d beschouwend, zal het duidelijk zijn dat er overeenkomstig de in figuren 7b t/m 7d getoonde varianten op het in figuur 21 getoonde zonder meer drie varianten denkbaar zijn. The Figure 21 and Figures 7a / to 7d, it will be appreciated that there are conceivable in accordance with the Figures 7b t / m 7d variants shown in the shown in Figure 21, with no more three variants. Echter evenals bij figuur 7a t/m 7d zal het duidelijk zijn 1010386 38 dat ook bij figuur 21 nog vele binnen het wezen van de uitvinding vallende varianten denkbaar zijn. However, as in the case of Figures 7a / to 7d, it will be apparent 1,010,386 38 that also in Figure 21 are still many variants falling within the spirit of the invention are conceivable.

Figuur 22 toont een nog verdere variant van een ETE-anastomose-inrichting, welke driedelig is uitgevoerd. Figure 22 shows yet a further variant of an ETE anastomotic device, which three-piece is performed. Deze ETE-anastomose-inrichting vertoont in wezen 5 gelijkenis met de ETS-anastomose-inrichting uit figuur 5. Met dien verstande dat het koppelstuk 116 uit figuur 5 vervalt en is vervangen door een tweede buisvormig lichaam 110 met daarmee geïntegreerde binnenflens in de vorm van poten 111 en een tweede, met de bus 115 geïntegreerde buitenflens 114. De buitenflenzen 114 zijn in wezen cilindrisch uitgevoerd teneinde het eind van een graftvat of doelvat te kunnen 10 omsluiten. This ETE anastomotic device essentially displays fifth similarity to the ETS anastomotic device in Figure 5. Provided that the coupling piece 116 from figure 5 is deleted, and is replaced by a second tubular body 110 with an inner flange, in the form of and a second leg 111, with the bushing 115 integral outer flange 114. the outer flanges 114 are essentially of cylindrical construction in order to be able to enclose the end 10 of a graft vessel or target vessel. Ook de binnenflens, in het bijzonder de poten 111, zijn in wezen cilindrisch, met dien verstande dat deze met een radiale, vrijgeefbare voorspanning zijn belast. Also, the inner flange, in particular the arms 111, are likewise essentially cylindrical, with the proviso that these are loaded with a radial, releasable prestress.

Zoals aan de hand van de figuren 14-22 duidelijk moge zijn, vervalt hierin in wezen het onderscheid tussen een graftvat en een doelvat. As with reference to the figures 14-22 should be clear, lapses herein is essentially no distinction between a graft vessel and a target vessel. Het onderscheid is hier 15 meer taalkundig teneinde tussen één vat en een ander vat te kunnen onderscheiden. The distinction here is more linguistic in order 15 between one vessel and to be able to distinguish a different vessel.

Zoals in het bijzonder uit de figuren 14 en 16 duidelijk moge zijn, kan het in het bijzonder bij STS-anastomose-inrichtingen zeer nuttig zijn wanneer hier een anastomose-inrichting wordt toegepast, welke een rotatievrijheid rond een zich door de aansluitopeningen uitstrekkende langshartlijn heeft. As appears in particular from Figures 14 and 16 may be clear, it is particularly the case of STS anastomotic devices may be very helpful if an anastomotic device is used here which has freedom of rotation about a located longitudinal axis extending through the connection openings. Dit daar de onderling te 20 verbinden vaten dan ter plaatse van de verbinding nog enige bewegingsvrijheid ten opzichte van elkaar hebben en zich aldus aan veranderende omstandigheden in het lichaam kunnen aanpassen alsook tijdens het maken van de verbindingen de vaten ten opzichte van elkaar verschillende hoeken te laten maken, waardoor afknikken van de omleidingen zich minder gemakkelijk voordoet. This because the interconnecting to 20 barrels then still have some freedom of movement relative to one another at the location of the connection and are thus able to adapt to changing circumstances in the body as well as during the making of the compounds to allow the vessels relative to one another at different angles making, whereby kinking of the diversions are less easily arises. Het zal echter duidelijk zijn dat het 25 in wezen ook mogelijk is om een ETE-anastomose inrichting of een ETS-anastomose-inrichting te voorzien van een rotatievrijheid, zodanig dat het ene vat, het graftvat, ten opzichte van het andere vat, het doelvat, rond een door de aansluitopening van beide vaten of één van de vaten gaande langshartlijn roteerbaar is. However, it will be understood that the 25, in essence it is also possible to provide an ETE anastomotic device or an ETS anastomotic device with freedom of rotation, such that the one vessel, the graft vessel, with respect to the other vessel, the target vessel , around a longitudinal axis passing through the connection opening of both vessels or one of the vessels is rotatable. In het geval van een ETS-anastomose-inrichting volgens figuur 13B zou dit een 30 hartlijn als aldaar ingetekend kunnen zijn, echter het schuin aftakkende graftvat moet dan ter plaatse van de aansluiting in een dwarsdoorsnedevlak loodrecht op die hartlijn een ronde vorm hebben. In the case of an ETS anastomotic device according to Figure 13B, this would have a 30-axis as there may have been drawn in, however, the inclined branch graft vessel must then the location of the connection to a cross-sectional plane perpendicular to said central axis a round shape. De uitvinding heeft derhalve volgens een vijfde aspect, dat geheel los van de aspecten 1 tot en met 4 of in willekeurige combinatie met één of I 0 iu 3 bb ( 39 meer van die aspecten 1 tot en met 4 kan worden gezien, betrekking op een anastomose-inrichting omvattende een eerste anastomose-inrichtingsmiddel voor bevestiging aan het ene vat en een tweede anastomose-inrichtingsmiddel voor bevestiging aan het andere vat, welke anastomose-inrichtingsmiddelen een in wezen 5 ronde vorm hebben en op roteerbare wijze onderling verbindbaar zijn. Accordingly, the invention according to a fifth aspect, which is entirely independent of the aspects 1 to 4, or in any combination with one or I 0 iu 3 bb (39 more of the aspects 1 to 4, it can be seen, relates to a anastomotic device comprising a first anastomotic fitting for attachment to the one vessel and a second anastomotic fitting an essentially 5 round shape for attachment to the other vessel, which anastomotic device resources, and in a rotatable manner are mutually connectable.

Zoals uit het voorgaande duidelijk moge zijn, kan het aantal onderdelen, inclusief de koppelmiddelen waarmee een graftvat of doelvat is vast te zetten, zijn opgebouwd uit één of meer onderdelen. As is apparent from the foregoing it will be apparent, the number of components, including the coupling means by which a graft vessel or target vessel can be fixed, are composed of one or more components. In het bijzonder zijn te onderscheiden de ééndelige vorm, de tweedelige vorm, de driedelige vorm, de vierdelige vorm, de 10 vijfdelige vorm, en meer dan vijfdelige vormen. In particular, to distinguish between the one-piece form, the two-piece form, the three-piece form, the four-piece form, the five-part form 10, and more than five-piece forms.

Bij de ééndelige vorm (zie bijvoorbeeld fig. 7a-e, 8, 21) worden graftvat en doelvat beide aan één onderdeel bevestigd, waarbij bij ten minste één van de vaten gebruik wordt gemaakt van het eerste aspect van de uitvinding. In the one-piece form (see, for example, FIGS. 7a-e, 8, 21) graft vessel and target vessel are both fixed to a single component, wherein at at least one of the vessels use is made of the first aspect of the invention. Het andere vat kan eventueel op een andere wijze aan hetzelfde onderdeel worden bevestigd. The other vessel can optionally be attached in a different manner to the same component. Dit zal in 15 het algemeen het geval zijn bij ETS- en ETE-anastomosen, waarbij het doelvat ingeklemd wordt volgens het eerste aspect van de uitvinding en het graftvat op een andere wijze aan hetzelfde onderdeel wordt bevestigd. This will be 15 in the generally be the case with ETS and ETE anastomoses, where the target vessel is clamped in accordance with the first aspect of the invention and the graft vessel in some other way is attached to the same component. Echter beide (doelvat en graftvat) kunnen zowel bij een ETS-, ETE- en een STS-anastomose volgens het eerste aspect van de uitvinding aan hetzelfde onderdeel worden bevestigd. However both (target vessel and graft vessel) can be both an ETS, an ETE and an STS anastomotic according to the first aspect of the invention may be attached to the same component.

20 Bij de tweedelige vorm (zie bijvoorbeeld fig. 6, 9a-b, lOa-b, 15, 16 (zonder optioneel onderdeel 208), 17, 19 en 20) is sprake van twee losse onderdelen die met elkaar worden verbonden. 20 At the two-part form (see, e.g., FIG. 6, 9a-b, loa-b, 15, 16 (without optional component 208), 17, 19 and 20) is question of two separate components which are connected to each other. Het kan hierbij zijn dat eerst het graftvat en het doelvat ieder afzonderlijk aan een afzonderlijk onderdeel worden bevestigd, maar ook is het mogelijk dat voor de bevestiging van het doelvat gebruik wordt gemaakt van een 25 afzonderlijke binnen- en buitenflens, waarbij het graftvat direct aan het buisvormige lichaam of de buitenflens is bevestigd. It may here be that the graft vessel and the target vessel are each separately to a separate part to be fixed, but also, it is possible to be made for the attachment of the target vessel using a 25 separate inner and outer flange, with the graft vessel directly to the tubular body or the outer flange is attached. De koppeling kan dan plaatsvinden met behulp van bijvoorbeeld snap- haak- en/of zaagtandprofielen of andere grendelmiddelen, zoals bijvoorbeeld een bajonetsluiting, die op zich geïntegreerd zijn in deze twee onderdelen en niet los zijn. The coupling can then take place with the aid of, for example, snap-fit, hook and / or serrated profiles or other locking means, such as, for example, a bayonet fitting, which per se are integrated in said two components and are not separate. Hierbij wordt gebruik gemaakt van twee 30 onderdelen, waarbij bij ten minste één vaatkoppeling het eerste aspect van de uitvinding wordt toegepast. Use is made of two parts 30, wherein in at least one vessel coupling the first aspect of the invention is applied. Dit soort verbindingen zijn goed denkbaar voor ETS- en ETE-anastomosen, waarbij met een extra los koppelstuk wordt gewerkt. Compounds of this type are readily conceivable for ETS and ETE anastomoses, where work with an additional separate coupling piece. Echter ook bij beide vaten kan de vaatkoppeling volgens het eerste aspect van de uitvinding 10103Cδ 40 werken, waarbij eventueel het ene onderdeel aan het doelvat en het andere onderdeel aan het graftvat kan worden bevestigd. However, also in both vessels, the vessel coupling according to the first aspect of the invention 10103Cδ 40 works, in which, if appropriate, one component can be attached to the target vessel and the other component to the graft vessel. In zijn algemeenheid zal dit het geval zijn bij STS-anastomosen, echter ook bij ETS- en ETE-anastomosen is dit zeer wel mogelijk en kan het grote voordelen bieden. In general, this will be the case with STS anastomoses, but also with ETS and ETE anastomoses, this is quite possible, and can provide great advantages.

5 De driedelige vorm (zie bijvoorbeeld fig. 2, 3, 4, 5, 14, 16 (met onderdeel 208), 18, 22) bestaat uit drie losse onderdelen, waarbij ten minste één vaatkoppeling volgens het eerste aspect van de uitvinding werkt. 5, the three-part form (see, for example, Figs. 2, 3, 4, 5, 14, 16 (with component 208), 18, 22) consists of three separate parts, whereby at least one vessel coupling according to the first aspect of the present invention operates. Het kan zijn dat eerst het graftvat en het doelvat ieder afzonderlijk aan een afzonderlijk onderdeel worden bevestigd, waarna dan voor de onderlinge verbinding van de vaten een apart derde onderdeel 10 wordt gebruikt. It is possible that the graft vessel and the target vessel are each individually attached to a separate component first, after which a separate third component 10 is used for the mutual connection of the vessels. Het kan ook zijn dat dit derde onderdeel een gemeenschappelijke dubbele buitenflens (zie bijvoorbeeld figuren 14 en 22) of dubbele binnenflens is. It may also be that this third component is a common double outer flange (see, for example Figures 14 and 22) or double inner flange. Deze driedelige vorm kan zich voordoen bij STS-anastomosen, echter ook bij ETS-en ETE-anastomosen. This three-part form can arise with STS anastomoses, but also with ETS and ETE anastomoses. Verder is het bij de driedelige vorm ook denkbaar dat voor de bevestiging van het doelvat gebruik gemaakt wordt van een afzonderlijke binnen- en 15 buitenflens, waarbij het graftvat aan een apart los koppelstuk is bevestigd. Further, it is also conceivable that, for the attachment of the target vessel made use is made of an individual inner and outer flange 15, in which the graft vessel is attached to a separate, independent coupling to the three-part form. De koppeling van de onderdelen kan dan plaatsvinden met behulp van bijvoorbeeld snap-haak- en/of zaagtandprofielen of andere grendelmiddelen, zoals bijvoorbeeld een bajonetsluiting, die op zich in het buisvormige lichaam of de buitenflens geïntegreerd kunnen zijn (en daar dan dus niet los van zijn). The coupling of the components can then take place with the aid of, for example, snap-hook and / or serrated profiles or other locking means, such as, for example, a bayonet fitting, which may be integrated per se into the tubular body or the outer flange (and then thus not separate from to be). Deze vorm lijkt zeer geschikt voor 20 ETS- en ETE-anastomosen, alhoewel deze vorm ook bij STS-anastomosen goed denkbaar is. This form appears very suitable for ETS and ETE anastomoses 20, although this form is also readily conceivable for STS anastomoses.

Bij de vierdelige vorm (zie bijvoorbeeld fig. 12 in combinatie met fig. 2-5) wordt gebruik gemaakt van vier onderdelen die met elkaar worden verbonden, waarbij ten minste één vaatkoppeling volgens het eerste aspect van de uitvinding is 25 voorzien. In the four-part form (see, e.g., FIG. 12, in combination with FIGS. 2-5) use is made of four components which are joined to each other, wherein there are provided 25, at least one vessel coupling according to the first aspect of the invention. Veelal zal deze vorm bestaan uit twee afzonderlijke onderdelen voor respectievelijk het doelvat en het graftvat, waarbij het dan goed mogelijk is dat voor beide vaten gebruik wordt gemaakt van de principes volgens het eerste aspect van de uitvinding. In many cases this type consist of two separate components will for, respectively, the target vessel and the graft vessel, it then being readily possible that use is made for the two barrels of the principles according to the first aspect of the invention. Nadat de twee onderdelen per doel- en graftvat zijn bevestigd, worden beide paren met elkaar gekoppeld middels geïntegreerde koppelmiddelen, zoals 30 bijvoorbeeld snap-, haak- en/of zaagtandprofielen of andere grendelmiddelen, zoals bijvoorbeeld een bajonetsluiting. After the two components per target vessel and graft vessel to be attached, the two pairs are coupled to one another by means of integral coupling means, such as 30, for example, snap-fit, hook and / or serrated profiles or other locking means, such as for instance a bayonet fitting. De vierdelige vorm kan zich voordoen bij elk van de drie typen anastomose inrichting, maar lijkt in het bijzonder aantrekkelijk te zijn bij STS-anastomosen. The four-part form can arise with each of the three types of anastomotic device, but appears to be particularly attractive for STS anastomoses.

i '·- « - - ·- 'J i '· - «- - · - J

41 41

Bij de vijfdelige vorm wordt gebruik gemaakt van vijf onderdelen die met elkaar worden verbonden, waarbij ten minste het eerste aspect van de uitvinding toepassing vindt. In the five-part form use is made of five components which are joined to each other, wherein at least find the first aspect of the invention is applied. Dit systeem werkt als de vierdelige vorm, echter er wordt gebruik gemaakt van een extra los onderdeel om de aan het doelvat en graftvat bevestigde 5 delen onderling met elkaar te verbinden. This system operates as the four-part form, but use is made of an additional separate component used to link the 5 parts attached to the target vessel and graft vessel to one another with each other. Deze vorm is bij alle typen anastomosen goed toepasbaar en vooral bij STS-anastomosen zeer aantrekkelijk. This form is for all types of anastomoses and in particular with STS anastomoses very attractive.

Bij de meer dan vijfdelige vormen wordt gebruik gemaakt van meer dan vijf onderdelen, die met elkaar worden verbonden, en waarbij ten minste het eerste aspect van de uitvinding wordt toegepast. In the more than five-part forms use is made of more than five components which are joined to each other, and in which is applied at least to the first aspect of the invention. Dit systeem werkt als de vierdelige vorm, echter 10 er wordt ook nog gebruik gemaakt van meerdere, extra losse onderdelen om de aan het doel- en graftvat verbonden delen met elkaar te verbinden. This system operates as the four-part form, but use 10, there is also made of several additional, independent components for joining the parts joined to the target vessel and graft vessel to one another. Deze vorm is bij alle anastomosen typen goed toepasbaar, en zal zich vooral bij STS-anastomosen voordoen. This shape is identical for all types of anastomoses and will occur in particular with STS anastomoses.

1010386 1010386

Claims (29)

  1. 1. Anastomose-inrichting voor het aansluiten van een graftvat op een doelvat bij een daarin aanwezige aansluitopening, omvattende: 5. een in wezen buisvormig lichaam met een naar het doelvat te richten onderrand; 1. Anastomotic device for joining a graft vessel to a target vessel at a connection opening present therein, comprising: 5 a substantially tubular body having a lower edge to direct to the target vessel; een uitwendig op het buisvormige lichaam aangebrachte of aanbrengbare buitenflens die rondom de aansluitopening tegen de buitenzijde van de wand van het doelvat tot aanligging kan worden gebracht; an externally arranged or arrangeable on the tubular body outer flange which can be brought to bear around the connection opening at the outside of the wall of the target vessel; en 10 - een aan het buisvormige lichaam gevormde binnenflens die in een vrije toestand ten opzichte van het buisvormige lichaam naar buiten steekt en in overlappend verband met de buitenflens rondom de aansluitopening tegen de binnenzijde van de wand van het doelvat tot aanligging kan komen, en die vanuit die vrije toestand reversibel tegen een veerkracht in is gebogen tot een 15 voorgespannen toestand waarin de projectie daarvan op het door de onderrand opgespannen vlak in hoofdzaak op en/of binnen die onderrand ligt zodanig dat de binnenflens door de aansluitopening in het doelvat gestoken kan worden, en in die voorgespannen toestand gefixeerd is op een wijze zodanig dat de fixatie ophefbaar is om de binnenflens onder invloed van de voorspanning in de 20 richting van de vrije toestand terug te doen buigen. and 10 - one in the tubular body formed from inner flange which protrudes outward in a free state with respect to the tubular body and can come into overlapping relationship with the outer flange around the connection opening at the inner side of the wall of the target vessel to bear against, and which from which the free state reversibly against a spring force is bent to a 15 pre-stressed state in which its projection on the plane defined by the lower edge surface is substantially at and / or inside said bottom edge is located in such a way that the inner flange can be inserted through the connection opening in the target vessel , and is fixed in said pretensioned state, in a manner such that the fixation is liftable to bend back the inner flange, under the influence of the prestress in the direction 20 of the free state.
  2. 2. Anastomose-inrichting volgens conclusie 1, waarbij de buitenflens in langsrichting van het buisvormige lichaam en/of in de richting van de binnenflens verschuifbaar is en middels grendelmiddelen ten opzichte van het buisvormige lichaam en/of de binnenflens vergrendelbaar. 2. The anastomosis device of claim 1, wherein the outer flange in the longitudinal direction of the tubular body and / or in the direction of the inner flange is displaceable and can be locked relative to the tubular body and / or the inner flange can be locked.
  3. 3. Anastomose-inrichting volgens conclusie 2, voor aansluiting op een doelvat van het type waarbij de aansluitopening in de wand is gevormd en waarbij de afstand van de buitenflens tot de naar buiten stekende binnenflens instelbaar of verstelbaar is. 3. Anastomotic device according to claim 2, for connection to a target vessel of the type where the connection opening has been formed in the wall and wherein the distance from the outer flange to the outward-projecting inner flange is adjustable.
  4. 4. Anastomose-inrichting volgens conclusie 2 of 3, waarbij de grendelmiddelen een zaagtandmechanisme omvatten. 4. Anastomotic device according to claim 2 or 3, wherein the locking means comprise a mechanism involving serrations.
  5. 5. Anastomose-inrichting volgens een of meer der voorgaande conclusies, waarbij de binnenflens is vervaardigd uit een superelastische metaal legering of een thermisch geactiveerde/activeerbare legering met vormgeheugen, zoals een nikkel- titanium legering (bijvoorbeeld Nitinol). 5. Anastomotic device according to one or more of the preceding claims, wherein the inner flange is made from a superelastic metal alloy or a thermally activated / activatable alloy with shape memory, such as a nickel-titanium alloy (e.g., Nitinol). aaro Λ r ', IU i vv ou Aaro Λ r ', IU vv i ou
  6. 6. Anastomose-inrichting volgens een of meer der voorgaande conclusies, waarbij de binnenflens een zich tangentieel ten opzichte van de onderrand van het buisvormige lichaam uitstrekkende buighartlijn heeft die ligt ter hoogte van de binnenomtrek van de buitenflens. 6. Anastomotic device according to one or more of the preceding claims, wherein the inner flange has a tangentially located with respect to the lower edge of the tubular body extending bending axis which is situated at the level of the inner periphery of the outer flange.
  7. 7. Anastomose-inrichting volgens een of meer der voorgaande conclusies, waarbij de binnenflens een aantal door insnijdingen, uitsparingen of plooien onderling gescheiden, over de omtrek van het buisvormige lichaam verdeeld aangebracht poten omvat, waarbij de insnijdingen of uitsparingen of plooien zich bij voorkeur voortzetten tot aan of voorbij de buitenflens. 7. Anastomotic device according to one or more of the preceding claims, wherein the inner flange comprises a plurality of incisions, cut-outs or folds separated from one another, over the periphery of the tubular body and are arranged distributed legs, wherein the incisions or cut-outs or folds continue preferably as far as or beyond the outer flange.
  8. 8. Anastomose-inrichting volgens een of meer der voorgaande conclusies, waarbij het in vrije toestand naar de binnenwand van het doelvat gekeerde vlak van de binnenflens of poten is voorzien van een verruwing of oneffenheid. 8. Anastomotic device according to one or more of the preceding claims, wherein the in the free state to the inner wall of the target vessel facing surface of the inner flange, or legs is provided with roughening or unevenness.
  9. 9. Anastomose-inrichting, bij voorkeur volgens een of meer der voorgaande conclusies, waarbij de anastomose-inrichting, althans de onderrand van het 15 buisvormige lichaam daarvan een in hoofdzaak ovale of ellipsvormige vorm/contour heeft. 9. Anastomotic device, preferably according to one or more of the preceding claims, wherein the anastomotic device, or at least the lower edge 15 of the tubular body thereof, has an essentially oval or elliptical shape / contour.
  10. 10. Anastomose-inrichting, bij voorkeur volgens een of meer der voorgaande conclusies, voor het aansluiten van een graftvat op een doelvat bij een daarin aanwezige aansluitopening, zoals in het bijzonder een in de wand daarvan aanwezige 20 aansluitopening, omvattende een buitenflens die bestemd is om met een buitenflens-aanligvlak rondom de opening tegen de buitenzijde van de wand van het doelvat tot aanligging te worden gebracht, met het kenmerk, dat het buitenflens-aanligvlak cilindrisch gekromd is uitgevoerd bij voorkeur met een krommingsstraal die gelijk of ongeveer gelijk aan de uitwendige omtreksstraal van het doelvat ter plaatse van de 25 aansluitopening is. 10. Anastomotic device, preferably according to one or more of the preceding claims, for joining a graft vessel to a target vessel at a connection opening present therein, such as, in particular, one in the wall thereof contained 20 connecting opening, comprising an outer flange which is intended in order to be aligned with an outer flange contact surface around the opening against the outside of the wall of the target vessel to rest, characterized in that the outer flange contact surface is of cylindrically curved construction, preferably with a radius of curvature equal to or approximately equal to the external circumferential radius of the target vessel at the location of the connection opening 25 is.
  11. 11. Anastomose-inrichting volgens conclusie 10, waarbij het buitenflens-aanligvlak de vorm van in hoofdzaak een cilindersector heeft die zich over ten hoogste 180° uitstrekt, bij voorkeur over 150° a 180°. 11. The anastomosis device of claim 10, wherein the outer flange contact surface, the shape of essentially, a cylinder sector which extends over at most 180 °, preferably about 150 ° to 180 °.
  12. 12. Anastomose-inrichting volgens conclusie 10 of 11, waarbij de 30 krommingsstraal van het buitenflens-aanligvlak ligt in het bereik van 0,5 tot 1,25 mm of in het bereik van 15 tot 25 mm. 12. Anastomotic device according to claim 10 or 11, wherein the radius of curvature 30 of the outer flange contact surface is in the range of 0.5 to 1.25 mm or in the range of from 15 to 25 mm.
  13. 13. Anastomose-inrichting volgens een of meer der conclusies 8-9, verder omvattende een binnenflens die bestemd is om met een al dan niet onderbroken 'l; 13. Anastomotic device according to one or more of claims 8-9, further comprising an inner flange which is intended to be with a whether or not interrupted 'l; ... . .... _ . _. „· binnenflens-aanligvlak rondom de opening tegen de binnenzijde van de wand van het bloedvat tot aanligging te worden gebracht, met het kenmerk, dat het binnenflens-aanligvlak cilindrisch gekromd is uitgevoerd met een krommingsstraal, die gelijk of ongeveer gelijk aan de inwendige omtreksstraal van het doelvat ter 5 plaatse van de aansluitopening is; "· Inner flange contact surface to be placed around the opening against the inside of the wall of the blood vessel comes to rest, characterized in that the inner flange contact surface of cylindrically curved is formed with a radius of curvature, which is equal to or approximately equal to the internal circumferential radius of 5 is the target vessel at the location of the connection opening; of gelijk of ongeveer gelijk aan de krommingsstraal van het buitenflens-aanligvlak is. or equal to or approximately equal to the radius of curvature of the outer flange contact surface.
  14. 14. Anastomose-inrichting volgens conclusie 13, waarbij de krommingsstraal van het binnenflens-aanligvlak ligt in het bereik van 0,5 tot 1,25 mm of in het bereik 10 van 15 tot 25 mm ligt. 14. Anastomotic device according to claim 13, wherein the radius of curvature of the inner flange contact surface is in the range of from 0.5 to 1.25 mm or in the range 10 from 15 to 25 mm.
  15. 15. Anastomose-inrichting, bij voorkeur volgens een of meer der voorgaande conclusies, verder omvattende, eventueel als een geheel met het buisvormige lichaam of de buitenflens gevormde, koppelmiddelen voor het bevestigen van het vrije eind van het graft-vat aan het buisvormige lichaam of voor het bevestigen van de 15 anastomose-inrichting aan een verdere anastomose inrichting. 15. Anastomotic device, preferably according to one or more of the preceding claims, further comprising, optionally in one piece with the tubular body or the outer flange-shaped, coupling means for attaching the free end of the graft vessel to the tubular body, or for the attachment of the 15-anastomotic device to a further anastomotic device.
  16. 16. Anastomose-inrichting volgens conclusie 15, waarbij de koppelmiddelen een tenminste gedeeltelijk in het buisvormige lichaam steekbaar hulpstuk met een doorgang voor het graftvat omvatten. 16. Anastomotic device according to claim 15, wherein the coupling means comprise an at least partially in the tubular body, plug-type fitting comprising a passage for the graft vessel.
  17. 17. Anastomose-inrichting volgens conclusie 16, waarbij het buisvormige 20 lichaam en/of het hulpstuk bij voorkeur is voorzien van een aanslag die zodanig is aangebracht dat deze verhindert dat het hulpstuk voorbij de onderrand van het buisvormige lichaam kan uitsteken. 17. Anastomotic device according to claim 16, wherein the tubular body 20 and / or the accessory preferably being provided with a stop which is arranged such that it prevents the accessory from being able to protrude beyond the lower edge of the tubular body.
  18. 18. Anastomose-inrichting volgens conclusie 17, waarbij de aanslag zodanig is aangebracht dat het hulpstuk in ingestoken toestand met zijn ondereind tot aan de 25 onderrand reikt. 18. Anastomotic device according to claim 17, wherein the stop is arranged such that the auxiliary part extends in the inserted state, with its lower end up to the bottom edge 25.
  19. 19. Anastomose-inrichting volgens een der conclusies 15-18, waarbij de koppelmiddelen een reeks over de omtrek van het buisvormige lichaam of het aparte hulpstuk verdeeld aangebrachte, in radiale richting door het buisvormige lichaam of hulpstuk gaande doorgangen voor hechtdraad omvatten, waarbij de doorgangen bij 30 voorkeur een diameter van 0,5 a 1,5 mm hebben. 19. Anastomotic device according to any one of claims 15-18, wherein the coupling means comprise a series about the circumference of the tubular body or the separate accessory and arranged distributed in the radial direction through the tubular body or fitting of passages for suture, wherein the passageways at 30 preferably have a 0.5 to 1.5 mm in diameter.
  20. 20. Anastomose-inrichting volgens een der conclusies 15-19, waarbij de koppelmiddelen omvatten een flexibele en/of veerkrachtige ring, die zodanig gedimensioneerd is dat het aansluiteind van het graftvat hierdoor is te steken en 1 0 1 0 o ö "o ( f hierover is terug te slaan, en waarbij in een inwendig omtreksvlak van de anastomose-inrichting, bij voorkeur van het buisvormige lichaam daarvan, een naar binnen toe openende omtreksgroef is voorzien waarin de ring tezamen met een deel van het terugomgeslagen aansluiteind van het graftvat opneembaar is, bij voorkeur op 5 vormsluitende wijze. 20. Anastomotic device according to any one of claims 15-19, wherein the coupling means comprise a flexible and / or resilient ring, which is dimensioned in such a way that the connection end of the graft vessel can be stabbing, and 1 0 1 0 O O 'o (f about this is hit back, and wherein in an inner peripheral surface of the anastomotic device, preferably of the tubular body thereof, has an inwardly opening circumferential groove is provided in which the ring terminal end, together with a portion of said back folded of the graft vessel can be accommodated , preferably at the 5 form-locking manner.
  21. 21. Anastomose-inrichting volgens conclusie 20, waarbij de omtreksgroef schuin benedenwaarts het doelvat in opent. 21. Anastomotic device according to claim 20, wherein the peripheral groove opens obliquely downwards into the target vessel.
  22. 22. Anastomose-inrichting volgens conclusie 20 of conclusie 21, waarbij aan de ring twee of meer staafvormige delen zijn bevestigd die in wezen haaks op de ring 10 staan, zich in axiale richting daarvan uitstrekken, en bij hun andere einden zijn bevestigd aan een flexibele huls. 22. Anastomotic device according to claim 20 or claim 21, wherein on the ring, two or more rod-shaped parts are attached which, in essence, at right angles to the ring 10, extending in the axial direction thereof, and are fixed at their other ends to a flexible sleeve.
  23. 23. Anastomose-inrichting volgens een der conclusies 15-19, waarbij de koppelmiddelen omvatten een uitwendig taps toelopende koker, die zodanig gedimensioneerd is dat het aansluiteind van het graftvat hierdoor is te steken en 15 hierover is terug te slaan, en een klemring die vanaf het smalle eind onder tussenligging van het teruggeslagen gedeelte van het graftvat over de koker is te schuiven tot vastklemming. 23. Anastomotic device according to any one of claims 15-19, wherein the coupling means comprise an outwardly tapering tube, which is sized such that the connection end of the graft vessel can be stabbing, and 15 on this is to strike back, and a clamping ring which from the narrow end, with the interposition position of the beaten back portion of the graft vessel over the sleeve can be slid to clamping.
  24. 24. Anastomose-inrichting, bij voorkeur volgens een of meer der voorgaande conclusies, waarbij de doorgang door het buisvormige lichaam en/of de doorgang 20 door het daarin steekbare hulpstuk en/of de koppelmiddelen zodanig zijn ingericht dat het graftvat wordt aangesloten onder een hoek ongelijk 90°, bij voorkeur kleiner dan 70°, zoals bijvoorbeeld 60°, 45° of 30°, ten opzichte van het doelvat. 24. Anastomotic device, preferably according to one or more of the preceding claims, wherein the passage through the tubular body and / or the passage 20 are arranged in such a way by the therein plug-in attachment, and / or the coupling means that the graft vessel is joined at an angle equal to 90 °, preferably less than 70 °, such as, for example, 60 °, 45 ° or 30 °, with respect to the target vessel.
  25. 25. Anastomose-inrichting volgens een of meer der voorgaande conclusies, waarbij de inrichting is vervaardigd uit of bekleed met een ten opzichte van het 25 menselijk of dierlijk lichaam inert materiaal. 25. Anastomotic device according to one or more of the preceding claims, wherein the device is made from or coated with a 25 with respect to the human or animal body of inert material.
  26. 26. Anastomose-inrichting volgens een of meer der voorgaande conclusies, waarbij de binnenflens en/of poten en/of met bloed in contact komende delen van de anastomose-inrichting zijn vervaardigd en/of bekleed met bloedstolling tegengaande materialen. 26. Anastomotic device according to one or more of the preceding claims, wherein the inner flange and / or legs and / or with blood are made from contacting portions of the anastomotic device and / or coated with materials which counteract blood clotting.
  27. 27. Anastomose-inrichting voor het onderling verbinden van twee vaten bij daarin aanwezige aansluitopeningen, bij voorkeur volgens een of meer der voorgaande conclusies, omvattende een eerste anastomose-inrichtingsmiddel voor bevestiging aan het ene vat van de te verbinden vaten en een tweede anastomose- r' r. 27. Anastomotic device for joining together two vessels at connection openings present therein, preferably according to one or more of the preceding claims, comprising a first anastomotic fitting for attachment to the one vessel of the connecting vessels, and a second anastomotic r 'r. . . j ; j; .. ^ r 4 f inrichtingsmiddel voor bevestiging aan het andere vat van de te verbinden vaten, waarbij de anastomose-inrichtingsmiddelen bij de aansluitopeningen een in wezen ronde vorm hebben en op een rond een rotatiehartlijn loodrecht op de aansluitopeningen roteerbare wijze onderling verbindbaar zijn. .. ^ r 4 f fitting for attachment to the other vessel of the vessels to be joined, wherein the anastomotic device means at the connection openings have a substantially circular shape, and on a round an axis of rotation perpendicular to the connection openings rotatable manner are mutually connectable.
  28. 28. Anastomose-inrichting volgens conclusie 27, waarbij het ene anastomose- inrichtingsmiddel aan zijn naar het andere anastomose-inrichtingsmiddel gekeerde zijde is voorzien van een, bij voorkeur achtergesneden, rondom de aansluitopening verlopende ronde sleuf, en waarbij het andere anastomose-inrichtingsmiddel aan zijn naar de sleuf gekeerde zijde is voorzien van een continue of discontinue rondom de 10 aansluitopening verlopende ronde ribbe, welke, bij voorkeur vormsluitend, in de sleuf opneembaar of opgenomen is. 28. Anastomotic device according to claim 27, wherein the one anastomotic fitting on its side facing the other anastomotic fitting facing side is provided with a, preferably undercut, circular slit around the connection opening which extends round slot, and wherein the other anastomotic fitting at its towards the slot facing side is provided with a continuous or discontinuous around the connection opening 10 extending circular rib, which is, preferably, a form-fitting, into the slot can be accommodated or is accommodated.
  29. 29. Anastomose-inrichting volgens conclusie 28, waarbij de ribbe een discontinue ribbe is, die is opgebouwd uit rondom de aansluitopening verdeeld aangebrachte ribbesegmenten. 29. Anastomotic device according to claim 28, wherein the rib is a discontinuous rib which is built up from around the connection opening rib segments arranged distributed. 1 01 Ü3ÜÖ 1 01 Ü3ÜÖ
NL1010386A 1998-10-23 1998-10-23 Anastomotic device. NL1010386C2 (en)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1010386A NL1010386C2 (en) 1998-10-23 1998-10-23 Anastomotic device.
NL1010386 1998-10-23

Applications Claiming Priority (10)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1010386A NL1010386C2 (en) 1998-10-23 1998-10-23 Anastomotic device.
US09807685 US6524322B1 (en) 1998-10-23 1999-10-22 Anastomosis device
EP19990951265 EP1123064B1 (en) 1998-10-23 1999-10-23 Anastomosis device
ES99951265T ES2260940T3 (en) 1998-10-23 1999-10-23 Anastomosis device.
CA 2347816 CA2347816A1 (en) 1998-10-23 1999-10-23 Anastomosis device
DE1999630535 DE69930535T2 (en) 1998-10-23 1999-10-23 anastomosis device
PCT/NL1999/000658 WO2000024339A1 (en) 1998-10-23 1999-10-23 Anastomosis device
DE1999630535 DE69930535D1 (en) 1998-10-23 1999-10-23 anastomosis device
JP2000577956A JP2002528170A (en) 1998-10-23 1999-10-23 Anastomosis tool
CN 99813589 CN1328435A (en) 1998-10-23 1999-10-23 Anastomotic device

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1010386C2 true NL1010386C2 (en) 2000-04-26

Family

ID=19768012

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1010386A NL1010386C2 (en) 1998-10-23 1998-10-23 Anastomotic device.

Country Status (9)

Country Link
US (1) US6524322B1 (en)
EP (1) EP1123064B1 (en)
JP (1) JP2002528170A (en)
CN (1) CN1328435A (en)
CA (1) CA2347816A1 (en)
DE (2) DE69930535T2 (en)
ES (1) ES2260940T3 (en)
NL (1) NL1010386C2 (en)
WO (1) WO2000024339A1 (en)

Families Citing this family (69)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1998019625A3 (en) * 1996-11-08 1998-07-02 Russell A Houser Percutaneous bypass graft and securing system
US8303609B2 (en) 2000-09-29 2012-11-06 Cordis Corporation Coated medical devices
US7160311B2 (en) * 1999-04-16 2007-01-09 Integrated Vascular Interventional Technologies, L.C. (Ivit Lc) Locking compression plate anastomosis apparatus
US6623494B1 (en) * 1999-04-16 2003-09-23 Integrated Vascular Interventional Technologies, L.C. (Ivit, Lc) Methods and systems for intraluminally directed vascular anastomosis
US7981126B2 (en) * 1999-04-16 2011-07-19 Vital Access Corporation Locking compression plate anastomosis apparatus
US6736825B2 (en) * 1999-12-14 2004-05-18 Integrated Vascular Interventional Technologies, L C (Ivit Lc) Paired expandable anastomosis devices and related methods
US6428550B1 (en) * 1999-05-18 2002-08-06 Cardica, Inc. Sutureless closure and deployment system for connecting blood vessels
US7309343B2 (en) * 1999-05-18 2007-12-18 Cardica, Inc. Method for cutting tissue
US7048751B2 (en) * 2001-12-06 2006-05-23 Cardica, Inc. Implantable medical device such as an anastomosis device
US6673088B1 (en) * 1999-05-18 2004-01-06 Cardica, Inc. Tissue punch
US6790229B1 (en) 1999-05-25 2004-09-14 Eric Berreklouw Fixing device, in particular for fixing to vascular wall tissue
WO2002013698A1 (en) * 2000-08-12 2002-02-21 Ventrica, Inc. Processes for producing anastomotic components having magnetic properties
WO2001097695A1 (en) * 2000-06-20 2001-12-27 Chf Solutions, Inc. Anastomosis device and method
US20030065345A1 (en) * 2001-09-28 2003-04-03 Kevin Weadock Anastomosis devices and methods for treating anastomotic sites
US6890338B1 (en) * 2001-02-27 2005-05-10 Origin Medsystems, Inc. Method and apparatus for performing anastomosis using ring having tines with weak sections
NL1018302C1 (en) 2001-06-15 2002-07-17 Eric Berreklouw Applicator for a prosthesis, as well as such an applicator assembly comprising a tensioning system for the loading of such an applicator.
US7182771B1 (en) 2001-12-20 2007-02-27 Russell A. Houser Vascular couplers, techniques, methods, and accessories
NL1020288C1 (en) 2002-04-02 2003-05-07 Eric Berreklouw An assembly comprising a stabilizer and in or around a body through tissue, passage surrounded positioning instrument.
CA2484636A1 (en) * 2002-05-06 2003-11-20 Drexel University Tissue joining devices capable of delivery of bioactive agents and methods for use thereof
EP1553895B1 (en) * 2002-07-29 2006-06-14 Sumit Roy Device for interconnection of two tubular organs
US7040323B1 (en) * 2002-08-08 2006-05-09 Tini Alloy Company Thin film intrauterine device
US20040133221A1 (en) * 2002-09-20 2004-07-08 Sancoff Gregory E. Connector assembly for joining a graft vessel to a side of a target vessel
EP1562491B1 (en) * 2002-11-19 2010-09-22 J. Donald Hill Systems and apparatus for performing minimally invasive coronary artery bypass graft surgery
DE60319863T2 (en) * 2002-11-19 2009-04-30 Hill, Donald J., Tiburon Conduit coupling device as well as device assembly for operating such a device
US7422403B1 (en) 2003-10-23 2008-09-09 Tini Alloy Company Non-explosive releasable coupling device
CN100574714C (en) 2003-12-23 2009-12-30 蓝天金融股份有限公司 Device for end-to-side anastomosis
NL1025830C2 (en) 2004-03-26 2005-02-22 Eric Berreklouw Assembly comprising a ring for mounting in a passage surrounded by body tissue, as well as an applicator for placing in the passage of the ring.
US7632361B2 (en) * 2004-05-06 2009-12-15 Tini Alloy Company Single crystal shape memory alloy devices and methods
US20060004393A1 (en) * 2004-05-13 2006-01-05 Amarant Paul D Percutaneous anastomosis connection system
WO2006009503A1 (en) 2004-07-22 2006-01-26 Vascon Ab Anastomosis device and method
US8317074B2 (en) 2004-07-28 2012-11-27 Ethicon Endo-Surgery, Inc. Electroactive polymer-based articulation mechanism for circular stapler
US20060118210A1 (en) * 2004-10-04 2006-06-08 Johnson A D Portable energy storage devices and methods
CA2586387A1 (en) * 2004-11-05 2006-05-11 Ethicon Endo-Surgery, Inc. A device and method for the therapy of obesity
US7763342B2 (en) * 2005-03-31 2010-07-27 Tini Alloy Company Tear-resistant thin film methods of fabrication
WO2007058399A1 (en) 2005-11-17 2007-05-24 Access Plus Co., Ltd A tube for connecting marteriovenous and interposition for medical operation
US20090012543A1 (en) * 2006-01-12 2009-01-08 Prozeo Vascular Implant Ab Device and method for anastomosis
WO2008010856A1 (en) 2006-03-25 2008-01-24 Aponos Medical Corp. Self closing tissue fastener
US20100318109A1 (en) * 2006-06-06 2010-12-16 Luiz Gonzaga Granja Filho Prosthesis for anastomosis
US20080213062A1 (en) * 2006-09-22 2008-09-04 Tini Alloy Company Constant load fastener
US20080075557A1 (en) * 2006-09-22 2008-03-27 Johnson A David Constant load bolt
US8349099B1 (en) 2006-12-01 2013-01-08 Ormco Corporation Method of alloying reactive components
US8684101B2 (en) * 2007-01-25 2014-04-01 Tini Alloy Company Frangible shape memory alloy fire sprinkler valve actuator
US8584767B2 (en) * 2007-01-25 2013-11-19 Tini Alloy Company Sprinkler valve with active actuation
US8007674B2 (en) 2007-07-30 2011-08-30 Tini Alloy Company Method and devices for preventing restenosis in cardiovascular stents
WO2009073609A1 (en) 2007-11-30 2009-06-11 Tini Alloy Company Biocompatible copper-based single-crystal shape memory alloys
US8382917B2 (en) * 2007-12-03 2013-02-26 Ormco Corporation Hyperelastic shape setting devices and fabrication methods
US7842143B2 (en) * 2007-12-03 2010-11-30 Tini Alloy Company Hyperelastic shape setting devices and fabrication methods
CA2911795A1 (en) * 2007-12-21 2009-07-02 Michel Gagner Methods and devices for endoscopically creating an anastomosis
US20100036401A1 (en) * 2008-07-09 2010-02-11 The Cleveland Clinic Foundation Vascular graft and method of use
DE102008039523B4 (en) 2008-08-23 2011-06-16 S & C Systems Gmbh Blood vessel connection for a vascular prosthesis
US8915955B2 (en) * 2008-08-27 2014-12-23 The Cleveland Clinic Foundation Stent graft fixation coupling
US8197498B2 (en) * 2008-11-06 2012-06-12 Trinitas Ventures Ltd. Gastric bypass devices and procedures
US20110230902A1 (en) * 2008-11-21 2011-09-22 Prozeo Vascular Implant Ab Anastomosis device
CN101536922B (en) 2009-04-17 2011-05-04 北京航空航天大学 Blood vessel anastomat
US20110071351A1 (en) * 2009-09-24 2011-03-24 Jason Scott Sperling Apparatus and method for simulation of diastole and visualizing the diastolic state of an aortic valve and root during cardiac surgery
US20130110140A1 (en) * 2009-10-30 2013-05-02 National Yang-Ming University Anastomosis system
EP2688514A1 (en) 2011-03-21 2014-01-29 Endo Pharmaceuticals Inc. Urethral anastomosis device and method
FR2972919B1 (en) * 2011-03-22 2014-07-04 Carmat Prosthesis to ensure connection of an anatomical canal.
WO2012128613A1 (en) 2011-03-23 2012-09-27 Daidalos Solutions B.V. Medical instrument, ring prosthesis, stent and stented valve.
US20120290072A1 (en) * 2011-05-12 2012-11-15 Theobald Elizabeth A Emergency vascular repair prosthesis
US9597443B2 (en) * 2011-06-15 2017-03-21 Phraxis, Inc. Anastomotic connector
WO2013023009A1 (en) 2011-08-11 2013-02-14 Spence Paul A Devices, methods and systems for counterpulsation and blood flow conduit connection
CA2856400C (en) 2011-11-23 2018-03-06 Abiomed, Inc. Use of a counterpulsation device and counterpulsation
WO2013146614A1 (en) * 2012-03-30 2013-10-03 国立大学法人福井大学 Auxiliary clip for use in anastomotic operation
US20140046347A1 (en) * 2012-08-10 2014-02-13 W. L. Gore & Associates, Inc. Devices, systems and methods for engaging tissue
WO2014106850A1 (en) * 2013-01-06 2014-07-10 Shay Kahana Connector
US9364238B2 (en) * 2013-04-16 2016-06-14 Ethicon Endo-Surgery, Inc. Method and apparatus for joining hollow organ sections in anastomosis
CN106333768B (en) * 2016-10-21 2018-01-30 董念国 One kind Fontan venous drainage using stenting
CN106726002A (en) * 2017-01-06 2017-05-31 北京华脉泰科医疗器械有限公司 Suturing-free blood vessel graft and supporting sleeve ring

Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1998003118A1 (en) * 1996-07-24 1998-01-29 Jan Otto Solem Anastomotic fitting
WO1998040036A1 (en) * 1997-03-13 1998-09-17 United States Surgical Corporation Graft attachment assembly

Patent Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1998003118A1 (en) * 1996-07-24 1998-01-29 Jan Otto Solem Anastomotic fitting
WO1998040036A1 (en) * 1997-03-13 1998-09-17 United States Surgical Corporation Graft attachment assembly

Also Published As

Publication number Publication date Type
DE69930535T2 (en) 2007-01-18 grant
US6524322B1 (en) 2003-02-25 grant
WO2000024339A1 (en) 2000-05-04 application
DE69930535D1 (en) 2006-05-11 grant
CN1328435A (en) 2001-12-26 application
JP2002528170A (en) 2002-09-03 application
EP1123064A1 (en) 2001-08-16 application
EP1123064B1 (en) 2006-03-22 grant
CA2347816A1 (en) 2000-05-04 application
ES2260940T3 (en) 2006-11-01 grant

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US7500988B1 (en) Stent for use in a stent graft
US6007576A (en) End to side anastomic implant
US5456714A (en) Tubular surgical implant having a locking ring and flange
US6193734B1 (en) System for performing vascular anastomoses
US6776785B1 (en) Implantable superelastic anastomosis device
US20060009841A1 (en) Percutaneous aortic valve
US7666198B2 (en) Mechanical anastomosis system for hollow structures
US5713907A (en) Apparatus and method for dilating a lumen and for inserting an intraluminal graft
US20020058993A1 (en) Supra-renal prosthesis and renal artery bypass
US6673085B1 (en) Anastomosis techniques
US6517558B2 (en) Methods and devices for forming vascular anastomoses
US4366819A (en) Anastomotic fitting
US5053041A (en) Vessel holder
US20070027461A1 (en) Tissue connector apparatus and methods
US5752966A (en) Exovascular anastomotic device
US4586503A (en) Surgical microclip
US6537288B2 (en) Implantable medical device such as an anastomosis device
US20100023032A1 (en) Prosthesis for anastomosis
US20040030348A1 (en) Medical graft connector and methods of making and installing same
US20030125755A1 (en) Tissue connector apparatus and methods
US20040073282A1 (en) Distally-narrowed vascular grafts and methods of using same for making artery-to-vein and artery-to-artery connections
US6306164B1 (en) Short body endoprosthesis
US20020123786A1 (en) Methods and devices for bypassing an obstructed target vessel by placing the vessel in communication with a heart chamber containing blood
US6514265B2 (en) Tissue connector apparatus with cable release
US20050075667A1 (en) Tissue connector apparatus and methods

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20090501