Een fundamentele methode tot het omzetten van magnetische veldenergie in een bruikbare kinetische energie
Beschrijving
Met "bruikbare kinetische energie" wordt bedoeld, een energie welke uit het stelsel waarin zij opgewekt wordt
<EMI ID=1.1>
teegevoegd te worden.
Deze kinetische energie zal geleverd worden, door mechanische stelsels waarin ferromagnetische massa's vb. permanente magneten en stukken, niet permanent magnetisch
<EMI ID=2.1>
elkaar zullen bewegen en bewogen worden. Deze stelsels zullen ook gebruik kunnen maken van ferromagnetische massa's welke in het magnetische veld van een electro-, magneet gebracht zijn. In deze energieleverende stelsels zullen een zeer groot aantal verschillende magnetische
<EMI ID=3.1>
zullen kunnen varieren naar aantal, vorm, grootte, magnetische polarisatie en intensiteit evenals naar hun eigenlijke samenstelling waarbij natuurlijk ijzer en staallegeringen van het grootste belang zullen zijn.
De eigenlijke energiewinst zal bereikt worden doordat men de massa's op een bepaald ogenblik in delen splitst arbeid verricht hebben opnieuw verenigd. Hierdoor wordt door de gebruikte totaalmassa's meer positieve
<EMI ID=4.1>
arbeid dient verricht te worden.
De fundamentele techniek "elke aangewend wordt om dit
te bereiken alsmede de basisgegevens waarop deze methode steunt, worden hierna beschreven :
1. DEze: techniek kan toegepast worden op alle elkaar aantrekkende ferromagnetische massa's en met gebruikmaking van deze elkaar aantrekkende massa's. Het grootste rende-
<EMI ID=5.1>
een winst aan bruikbare energie bedoeld, want het is natuurlijk slechts een omzetting van magnetische energie in kinetische van de gebruikte massa's) wordt echter bereikt wanneer het gebruikte stelsel bestaat uit een permanente magneet en een weke niet permanent magnetische massa vb. ijzer, uit oogpunt van het rendement zullen
deze massa's een vorm dienen te hebben=waarbij zij zeer grote naar elkaar gekeerde oppervlakken hebben en een
in verhouding klein�e massa , hierdoor zullen deze magneten en stukken week ferromagnetixch materiaal in feite een plaatvorm hebben/
Dit is dan eveneens de vorm welke bij gegeven magnetische massa's de maximum aantrekkingskracht waarborgt.
2. De techniek.van dit octrooi steunt in feite op devolgende eigenschappen van de krachten welke tassen elkaar aantrekkende ferromagnetische massa's werkzaam zijn , nl.
a) wanneer twee ferromagnetische massa's elkaar aantrekken en naar elkaar toebewegen dan wordt <EMI ID=6.1>
deze massa's naar elkaar toebewegen, maar deze krach t wordt opgehoopt in het één of andere uiteinde van deze afstand.
b) wanneer deze elkaar aantrekkende massa's naar elkaar toebewegen, in een richting welke globaal evenwijdig loopt met de. vlakken van deze massa's welke na het beëindigen van deze naderingsbeweging naar elkaar zullen omgekeerd zijn, dan is de kracht hierbij grootst wanneer deze naar elkaar gekeerde vlakken beginnen over elkaar te schuiven en- elkaarbeginnen te bedekken.
<EMI ID=7.1>
van deze aantrekking loopt bij een voortgaande beweging zeer snel en daarna steeds taager naar beneden om nul te bereiken op het ogenblik dat door deze massa's geen arbeid meer kan verricht worden.
3�. Deze krachtverhouding houdt in feite in dat wanneer men met ferromangetische massa's bewegingen uitvoert, waarop deze krachtverhouding van toepassing is, men
met bepaalde ferromagnetische massa's, welke samen met andere hoeveelheden ferromagnetisch materiaal grotere elkaar aantrekkende ferromagnetische massa's vormen,
een grotere of een kleinere kinetische energie laat
of doet corresponderen(waarbij natuurlijk verondersteld wordt dat met de rest van de totale massa's nog geen energie correspondeert) dan met deze massa's zou korresponderen wanneer zij niet deel uitmaakten va n grotere
<EMI ID=8.1>
4. Natuurlijk korrespondeert deze kinetische energie in werkeliikheid- met het effekt van de totale massa's op elkaar , doch in de praktijk heeft het inderdaad zin deze energie met bepaalde delen van deze totaal .massa's verbonden te achten, vermits met de massas's welke samen met de hoeveelheden, waarmede volgens het hierboven gezegde een te grote of te kleine energie correspondeert, de totaalmassa's vormen, eveneens een energie kan corresponderen(met) welke groter of kleiner is dan met deze massa's correspondeert, wanneer <EMI ID=9.1>
ken van de totale massa's.
Het is eveneens mogelijk met deze delen van de totale massa's: waarmede volgens paragraaf 3 nog geen arbeid correspondeert, in het geheel geen arbeid te verbinden. In dit geval zal alle arbeid corresponderen met dezelfde delen
van de totale massa namelijk met die delen waarmede volgens paragr. 3. reeds arbeid correpondeert.
Hierbij zullen de arbeidsverrichtingen echter om beurten
<EMI ID=10.1>
5. Het verschil tussen de hierboven genoemde effekten wordt bewerkt door het aantal en de vorm maar vooral door de beginconfiguratie van de ge bruikte ferromagnetische materialen of massa's. Het is in hoofdzaak deze beginconfiguaatie welke bepaalt welke de in de cyclus, welke deze materialen doorlopen, het eerst uitgevoerde, in par.
3. beschreven, arbeidsverrichting zal zijn. Deze eerste arbeidsverrichting, welke in werkelijkheid dus door de of aan dd totale massa's verricht wordt, maar welke volgens
par. 4 met een gedeelte van deze totale massa's kan verbonden worden, is in feite de, volgens de par. 2 gegeven krachtverhouding, natuurlijk of normaal met
deze massa's en bewegingen corresponderende hoeveelheid arbeidsverrichting.
<EMI ID=11.1>
totaalmassa's waarmede volgens par. 3 nog geen energie correspondeert, of waamrde volgens par. 3 reeds wel energie corresphndeert, een energie te verbinden welke
<EMI ID=12.1>
kleine-(of volgens par. 5 normale energie) energie of arbeids verrichting met bepaalde delen van de gebruikte ferromagnetische totaalmassa's deze delen waarmede deze arbeid of energie dus corrrespondeert, afscheidt en wegvoert. van de rest
<EMI ID=13.1>
totaalmassa's, welke daartoe in staat zijn onder elkaarkinetische energie laat leveren door elkaar aan te trekken er naar elkaar toe te bewegen..
7. Hierbij zal de door-deze elkaar aantrekkende delen geleverde energie, een kinetische energie zijn, welke correspondeert met deze massa's in afgescheiden toestand, en zij zal dus groter zijn dan met deze massa's zou corresponderen wanneer zij niet op dat ogenblik van de totaalmassa's af� gescheiden waren.
8. Het is natuurlijk niet noodzakelijk alle hierboven genoemde delen af te scheiden, van de rest van de-totale mas.sa's, de helft is in feite reeds genoeg, daar dan reeds de genoemde aantrekking kan gebeuren.
9. Door het feit dat men ofwel een te- grote positieve arbeid, ofwel een te kleine negatieve arbeid zal laten
<EMI ID=14.1>
en dat daarna met de andere of met deze eelfde delen
een normale positieve arbeid of energie correspondeert zal <EMI ID=15.1>
worden, altijd een overschot aan kinetische energie aanwezig- zi jn..
10. Daar dit overschot in elke cyclus optreedt, kan het als een werkelijke energiewinst beschouwd. worden.
8. De hierboven beschreven bewegingen en arbeidsverrichtingen zullen in de praktijk natuurlijk zo uitgevoerd worden dat na een: gesloten cyclus, of na verschillende niet geheel gesloten cyclusbewegingen, een toestand bereikt wordt,
<EMI ID=16.1>
<EMI ID=17.1> figuratie van deze-massa's, zodat.deze bewegingen in het oneindige kunnen herhaald worden.
<EMI ID=18.1>
met de krachten en wisselwerkingen van de magneetvelden, welke door-hun ruimtelijke verdeling of aanwezigheid, neit onmiddellijk aan het hoofdeeffekt van de indeze
<EMI ID=19.1>
elkaar- van d e-breukvlakken bij het scheiden en terug samenvoegen van de magnetische massa's. Dit is echter-
om de duidelijkheid van deze beschrijving niet te schaden en vooral omdat deze wisselwerkingen meestal elkaar zelf opheffen, deze wisselwerkingen zijn overigens bij gebruik
<EMI ID=20.1>
vormen zeer k�ein bij het hoofdeffekt van deze materialen op elkaar.
Wanneer dit allemaal niet het geval zou zijn, kan door een uitrekken van het ganse stelsel in de richting van
<EMI ID=21.1> effekten nooit het effekt van deze uitvinding te niet kunnen doen.
<EMI ID=22.1>
verschillende manieren, in de praktijk worden toegepast, nL;
<EMI ID=23.1>
energie-welke groter is dan door deze massa's zou geleverd worden, zonder gebruikmaking van de techniek v van deze- uitvinding, hierbij is dan de kinetische energie
<EMI ID=24.1>
2[deg.]) in het tweede geval laat men bepaalde ferromagnetische massa's een kinetische energie verrichten welke normaal door deze massa's geleverd wordt, maar door het toepassen van de techniek van deze uitvinding, vermindert men de.
<EMI ID=25.1>
dat tussen deze twee verschillende toepassingen vele combinaties mogelijk zijn, welke echter alle in dit
<EMI ID=26.1>
(lees: hetzelfde eff ekt) met dzelfde in dit octrooi beechreven middelden en techniek, bereiken.
KORTE INHOUD VAN DE BESCHRIJVING
KORTE: INHOUD VAN DE BESCHRIJVING
<EMI ID=27.1>
een mechanisch stelsel elkaar aantrekkende ferromagnetische massa's: tegenover elkaar te laten en te doen bewegen,
<EMI ID=28.1>
configuratie, equivalente toestand gebracht worden..