<Desc/Clms Page number 1>
EMI1.1
"Werkwijze voor het opwekken van een Btu.wk1:'àt en in1:'1ah- tingen daarvoor'14 1 1
EMI1.2
1 . 1. ,/ .:" ;}'f'"
EMI1.3
De onderhavige uitvinding botP#1% een .11 onderhavige %uitvinding étroit tien- , . r., voor het opwekken van een enige pulaarends 8kuwkPaaht ,";,'J./ volgens den vaste, vooraf bepaalde richting Alemede éhartoe geschikte stelsels en inrichtingen, Een dergelijke stuwkracht kan tot V@Piqhi]lfInféj;
1µj doeleinden aangerend morden. Daar deze klacht nauwkeurig georiënteerd kan worden, het opwekkend stelsel onafhankelijk' van zijn omgeving kan worden aangebracht en de schommelingen veroorzaakt door de pulsen kunnen afgevlakt worden door meerdere gelijkaardige stelsels in fazeverschuiving te ge-
EMI1.4
bruiken, heb.-ben de werkwijze en inrichtin;^ "!.gena deze uitvinding een zeer groot toepassingsgebied, waarin het
<Desc/Clms Page number 2>
t aandrijven van voertuigen, de ruimtevaart, enz,..
Deze stuwkracht ontstaat in een stelsel dat voorzien is van een massa die verplaatst wordt volgens een al dan niet gesloten kringloop, waarbij één of meer der parameters die de verplaatsing van deze massa bepalen zodanig periodisch, respektievelijk voortdurend, gewijzigd worden, dat er krachten ontstaan op één of meerdere onder- delen van het stelsel, waarvan de projektie 'op de beschouwde propulsierichting het verloop in de tijd hebben zoals voor- gesteld in de figuren 1 tot 7.
Deze laatsten zijn reeksen krachtimpulsen bepaald door de projectie, op de gekozen richting, van de hierboven beschreven al dan niet tijdelijk veranderende kracht, draaiend voor gehele of gedeelten van omwentelingen rond haar vast of bewegend draaipunt, met constante of veran- derlijke hoeksnelheid,
Hun vorm is de oorzaak van een stuwkracht omdat de grootheid Qnvan de krachtimpulsen in één zin van de propulsierichting, gelijk zijnde aan de som van de amplitu- de van de projectie van de draaiende kracht op de beschouwde . richting van de stuwkracht, gedurende een elementaire tijdsduur, vermenigvuldigd met deze elementaire tijdsduur, over de volledige kracht impuls , groter is dan de waarde
Qn-1 van de vorige impuls in de andere zin van dezelfde richting en groter dan de helft van de som van de groot- heden.
Qn-1 en Qn+1 respektievelijk van de vorige en de volgende impuls in de andere zin van dezelfde richting, met
EMI2.1
n+1f n' tevens Om verdere kenmerken en eigenschappen van de uitvinding beter aan te tonen wordt deze laatste hieronder nader beschreven aan de hand van de bijgevoegde, louter exemplatieve tekeningen.
<Desc/Clms Page number 3>
Hierin tonen; # figuren 1 tot7 tijd/grootte van de projecties van de kracht op de stuwrichting grafieken van krachtimpul- sen opgewekt door verschillende vorken van de werkwijze volgens deze uitvinding; i figuur 8 een schematisch voorbeeld van een stelsel voor het te werk stellen van de werkwijze volgens figuren 1-3; figuur 9 een schematisch voorbeeld van een stelsel voor het te werk stellen van de werkwijze volgens figuur 4; figuur 10 een schematisch voorbeeld van een stel- sel voor het te werk stellen van de werkwijze volgens figuur 5 ; figuur 11 een schematisch voorbeeld van een stel- sel voor het te werk stellen van de werkwijze volgens figuur 6 ; figuur 12 een schematische voorstelling van de snelheidsw,ijzigingen van het vlieggewichtvan de inrichting volgens figuur 11;
figuur 13 een schematische dwarse doorsnede van een bijkomende motor te gebruiken in de inrichting volgens figuur 11 ; figuur 14 een schematisch voorbeeld van een stel- eel voor het te werk stellen van de werkwijze volgens figuur 7.
Volgens de uitvinding wordt dus een kracht met gekozen richting (stuwkracht) bekomen met een reeks kracht impulsen waarvan de grootheid Q gelijk is aan de som van de amplitude van de projectie van een draaiende kracht in de gekozen richting, gedurende een elementaire tijdsduur, ver- menigvuldigd met deze elementaire tijdsduur, over iedere krachtimpuls, en waarvan de waarde Qn' van een krachtimpuls willekeurig gekozen in een reeks, groter is dan de waarde
<Desc/Clms Page number 4>
Qn-1 van de vorige impuls in de andere zin van dezelfde richting en,dan de helft van de som van de grootheden Qn-1 en Qn+1' respektievelijk van de vorige en de vol- gende impuls in de andere zin van dezelfde richting,
met tevens Qn+1 Qn'
De wijze waarop deze voorwaarden beantwoord kunnen worden ligt hoofdzakelijk in een gecontroleerde wij- ziging van een ronddraaiende kracht. Een dergelijke wij- ziging kan bekomen worden door een of meer der volgende parameters te veranderen: tijd van iedere krachtimpuls, in één of beide richtingen, amplitude van iedere impuls in één of beide richtingen.
In het voorbeeld ván figuur 1 wordt de tijd t van iedere kracht impuls , voor beide richtingen, gelijk en con- stant gehouden, waarbij ook de amplitude A1 van de krachtimpulsen in de ene richting en de amplitude A2 van de impulsen in de andere richting constant zijn, met A1 A2.
Volgens figuur 2 kunnen echter deze amplitudes constant en gelijk gehouden worden, AlA2 = ct., waarbij de tijd dan verschilt, t1 = tc., t2 = ct' met tl < t2.
Ook kan men, zie figuur 3, t1 en t2 constant hou- den, met t1 t2 en de amplitude A geleidelijk doen toenemen.
In dit geval is Q= Adt, waarbij de toename van A zodanig is dat QnQn-1 en Qn Qn-1 + Qn+1/2 Dit kan natuurlijk eveneens bereikt worden met twee varianten op deze figuur, namelijk: met t2 t1 maar met de amplitude naar rechts vol- doende groter dan deze naar links en met t1 t2 zoals op de figuur maar met de amplitude naar rechts kleiner dan deze naar links.
De noodzakelijke verhoudingen tussen Qn' Qn-1en
Qn+2 worden ook geëerbiedigd indien men Al en A2 constant houdt, met A1A2 en de tijd van iedere impuls
<Desc/Clms Page number 5>
geleidelijk laat toenesen, zoals weergege@@@ in figuur @.
Hierin is ook Q =Adt. Zij worden ook be@men in een variante waar t afneemt.
Ook kan men en tijd en amplitudes @@leidelijk wijzigen volgsns figuur 5, maar nogmaals met de voorwaar- den dat Qn Qn-1 en Qn Qn-1 Qnk+.OP deze figuur bestaat ook een variante waarbij t toeneemt.
Tenslotte kunnen, voor beide impulsenreeksen, en tijd en amplitude constant worden gehouden zoals weer- gegeven' in figuur 6, waarin t1 = ct, t2 = ct,A1 = ct en A2 ;ct met Al A2 en t2 t1. Een mogelijke variante is hier : A1 A2 en t2 t1.
Het grensgeval van ieder der voorbeelden weer- gegeven in figuren 1-6 is op figuur 7 aangeduid, waar Al nul wordt,
In al de figuren 1 tot 7 kunnen de impulsen een willekeurige vorm hebben. Het is hunoppervlak, dat geldt.
Wanneer het propulsiesysteem een globale ener- gieverhoging ondergaat, zoals mogelijk met de figuren 3,4 en 5, kan de cyclus omgekeerd worden om een gedeelte van de energie te recupereren.
De massa kan immers zo vertraagd worden dat de figuren 3,4 of 5 in de omgekeerde richting (van beneden naar boven) gevolgd worden.
Al dan niet hinderlijke krachtpulsen, door het propulsiesysteem verwerkt in een andere dan de be- schouwde propulsierichting, kunnen opgeheven worden met een gelijkaardig systeem op doelmatige wijze gemonteerd ten opzichte van het eerste (bijvoorbeeld symmet@isch e n omgekeerdl
Praktische toepassingen van de werkwijze volgens deze uitvinding zijn zeer talrijk en verscheiden. Het is dus zuiver als voorbeeld dat enkeie toepassingen hieronder
<Desc/Clms Page number 6>
schematisch worden beschreven.
De grafiek volgens figuur 1 kan bijvoorbeeld praktisch bekomen worden door een inrichting volgens figuur 8 waarin een arm 1 vast op een aangedreven as 2 is gemonteerd. Deze arm draagt een electro-magneet 3 waarvan de kern een massa 4 draagt. De voeding van electromagneet 3 wordt door een niet getoonde schakelaar zodanig gecon- troleerd dat deze voeding gedurende een halve omwenteling van het stelsel, van A naar B in de richting van pijl F, onderbroken wordt, waardoor de wentelstraal van de massa 4 gelijk wordt aan R,
Tijdens de overige helft van de omwenteling, van B naar A, wordt de massa 4 door de geexciteerde mag- neet 3 opgetrokken, zodanig dat de wentelstraal van massa 4, vanuit B tot in A, gelijk wordt aan r, met r< R.
Deze cyclus herhaalt zich zonder enige wijziging van de hoeksnelheid, zodanig dat de massa 4 een volgens figuur 1 naarrechts gerichte resulterende kracht uitoefent op de as 2.
Wordt nu in deze inriohting de hoeksnelhéid van massa 4 iedere halve omwenteling zodanig gewijzigd dat na iedere omwenteling terug de beginsnelheid aangenomen wordt en waarbij de variatie van het kwadraat van de hoeksnelheid van massa 4 steeds gelijk is, maar in tegengestelde zin, aan de variatie van de wentelstraal, dan werkt het stelsel volgens de grafiek van figuur 2. Inderdaad, A is dan gelijk aan m.w. 2r dus constant.
Indien nogmaals de hoeksnelheid van massa 4 iedere halve omwenteling gewijzigd wordt, doch hersteld na een volledige omwenteling en daarbij de aangroei van r tot R ' regelmatig op bepaalde tijdstippen 1800 verdraaiing) geschiedt gedurende een zeker aantal omwentelingen van arm 1 (bijvoorbeeld door het verdraaien van een schroef 5),
<Desc/Clms Page number 7>
dan werkt het stelsel, gedurende dit aantal omwentelingen, volgens de grafiek van figuur 3.
Een systeem dat volgens figuur 4 werkt is weergegeven in figuur 9 en bestaat uiteen door een niet getoonde motor aangedreven wiel 6 dat met een eindloze ketting 1 ingrijpt. Deze ketting wordt geleid over twee rolletjes 8 en 9 vrijdraaiend gemonteerd op beide uiteinden van een stang 10. De stang 10 is in haar middelpunt vast op een as 11 van een vrijdraaiende trommel 12 gemonteerd.
Deze trommel vortegenwoordigt de vroeger vermelde te versnellen, respektievelijk te vertragen massa. Haar ver- draaiing kan gecontroleerd worden door een bandrem 13 waarvan één uiteinde van een vast gedeelte 14 is beves- tigd en het ander uiteinde aan de kern 15 van een electro- magneet 16.
De voeding van electromagneet 15-16 wordt door gepaste middelen bij iedere kwart-omwenteling van het aangedreven wiel 6 afwisselend geopend en gesloten, waarbij de trommel 12 vertraagd wordt respektievelijk versneld door de motor als men als variante op figuur 4 deze in omgekeerde richting volgt.
Een systeem dat volgens figuur 5 werkt is weer- gegeven in figuur 10. Het bestaat uit een wagentje met geraamte 17, op vier wieltjes 18 gemonteerd, die zich vrij over banen 19 kunnen verplaatsen. Vrijdraaiend op het geraamte 17 zijn twee evenwijdige assen 20 en 21 aangebracht waarop respektievelijk met elkaar ingrijpende tandwielen 22 en 23 zijn gemonteerd. Het aantal tanden van wiel 23 is het dubbel van dat van tandwiel 22. Op as 21 is ook een brede lat 24 aangebracht, waarop een touw of kabel 25 is gewonden, Het vrije uiteinde van dit touw is van een gewicht 26 voorzien. Op as 20 is een uiteinde van een hef-
<Desc/Clms Page number 8>
boom 27 vast aangebracht, waarvan het ander uiteinde een gewicht 28 draagt.
Wanneer het gewicht 26 vrij gelaten wordt, dan werkt dit stelsel volgens figuur 5 en het wagen- tje verplaatst zich naar rechts van figuur 10.
De inrichting weergegeven door figuur 11 bestaat uit een motor 29 waarvan de as 30 een tandwiel 31 draagt.
Dit laatste grijpt in met een tandwiel 32 gemonteerd op een vrij draaiende as 33 die ook een hefboom 34 draagt waar- van het vrij uiteinde van een vlieggewioht 35 is voorzien.
De voeding 36 van motor 29 wordt door een daartoe geschikte inrichting 37 derwijze bestuurd, bijvoorbeeld door onder- breking, dahet vlieggewicht 35 zich beweegt volgens de schematische voorstelling van figuur 12, waar de cirkel- omtrek C de baan van het vlieggewicht. 35 voorstelt; te weten: versnellend van A naar B, met constante snelheid van B naar C, vertragend van C naar D en met constante snelheid van D naar A.
Wanneer de besturing van de voeding juist gesynchroniseerd is met de positie van het vlieggewicht 35 en de versnelling van A naar B gelijk is aan de ver- traging van C naar D, werkt het stelsel volgens de gra- fiek van figuur 6.
Om het geleverd vermogen van motor 29 niet onno- dig te verkleinen door de onderbrekingen van de inrichting
37, kan deze motor voorzien worden van een extra stator 38 met onveranderlijke polen en een rotor 39 eveneens met onveranderlijke polen zoals weergegeven in figuur 13.
Indien de versnelling van A naar B groter is dan de vertraging van C naar D, wrkt het stelsel volgens figuur 5. In dit geval kan een gedeelte van de versnel- lingsenergie herwonnen worden door deze versnellende cyclus te laten volgen door een vertragende, waarbij eveneens een
<Desc/Clms Page number 9>
stuwkracht bekomen wordt, maar dan volgens de figuur 5 in omgekeerde richting. Hiertoe wordt in figuur 11 een dynamo (niet getoond) gekoppeld op as 30, of de motor 29 elektrisch als generator geschakeld, waarbij de herwonnen elektrische energie kan herbruikt worden langs een accumulator 40 voor eigen voeding in de volgende versnellende cyclus.
Een inrichting die volgens het grensgeval van figuur 7 werkt bestaat uit een motor 41 die op constante regimesnelheid wordt gehouden. Op de as 42 van deze motor zit een vliegwiel 43 en een beugel 44.
Op deze laatste zijn diametraal twee gelijke tand- wielen 45 en 46 gemonteerd die ingrijpen in een tandwiel 47, eveneens gelijk aan 45 en 46, maar onbeweeglijk bevestigd op de vaste as 48.
De tandwielen 45 en 46 hebben tappen 49 en 50 die licht excentrisch geplaatst zijn ten opzichte van hun assen 51 en 52. Deze tappen vormen de lagers van twee ver- tikale stangen 53 en 54.
Het bovenste uiteinde van deze stangen vertoont een langst gleuf, respektievelijk 55 en 56, waardoor zich twee pinnen, respektievelijk 57 en 58 strijken, diametraal gemon- teerd op een zijde van een tandwiel 59. Het tandwiel 59 is vrijdraaiend op een as 60 gemonteerd en grijpt in met een tandwiel 61 waarvan de straal r de helft is van die van tandwiel 59 (2r). Op de as 62 van tandwiel 61 is een uitein- de van een arm 63 gemonteerd, waarvan het ander uiteinde, een gewicht 64 draagt,'
Natuurlijk zijn de hierboven beschreven toepassings- voorbeelden hoegenaamd niet beperkend daar talrijke uitvoe- ringen, aangepast aan bepaalde vereisten, door een vakman kunnen verwezenlijkt worden aan de hand van de huidige be- schrijving.