BE1023818B1 - Vloerpaneel voor het vormen van een vloerbekleding - Google Patents

Vloerpaneel voor het vormen van een vloerbekleding Download PDF

Info

Publication number
BE1023818B1
BE1023818B1 BE2016/5033A BE201605033A BE1023818B1 BE 1023818 B1 BE1023818 B1 BE 1023818B1 BE 2016/5033 A BE2016/5033 A BE 2016/5033A BE 201605033 A BE201605033 A BE 201605033A BE 1023818 B1 BE1023818 B1 BE 1023818B1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
floor panel
times
floor
preferably
panel according
Prior art date
Application number
BE2016/5033A
Other languages
English (en)
Other versions
BE1023818A1 (nl
Inventor
Pieter Devos
Original Assignee
Flooring Industries Limited Sarl
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Flooring Industries Limited Sarl filed Critical Flooring Industries Limited Sarl
Priority to BE2016/5033A priority Critical patent/BE1023818B1/nl
Publication of BE1023818A1 publication Critical patent/BE1023818A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1023818B1 publication Critical patent/BE1023818B1/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F15/00Flooring
    • E04F15/02Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
    • E04F15/10Flooring or floor layers composed of a number of similar elements of other materials, e.g. fibrous or chipped materials, organic plastics, magnesite tiles, hardboard, or with a top layer of other materials
    • E04F15/107Flooring or floor layers composed of a number of similar elements of other materials, e.g. fibrous or chipped materials, organic plastics, magnesite tiles, hardboard, or with a top layer of other materials composed of several layers, e.g. sandwich panels
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B32LAYERED PRODUCTS
    • B32BLAYERED PRODUCTS, i.e. PRODUCTS BUILT-UP OF STRATA OF FLAT OR NON-FLAT, e.g. CELLULAR OR HONEYCOMB, FORM
    • B32B3/00Layered products comprising a layer with external or internal discontinuities or unevennesses, or a layer of non-planar form ; Layered products having particular features of form
    • B32B3/02Layered products comprising a layer with external or internal discontinuities or unevennesses, or a layer of non-planar form ; Layered products having particular features of form characterised by features of form at particular places, e.g. in edge regions
    • B32B3/06Layered products comprising a layer with external or internal discontinuities or unevennesses, or a layer of non-planar form ; Layered products having particular features of form characterised by features of form at particular places, e.g. in edge regions for securing layers together; for attaching the product to another member, e.g. to a support, or to another product, e.g. groove/tongue, interlocking
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F15/00Flooring
    • E04F15/02Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
    • E04F15/02038Flooring or floor layers composed of a number of similar elements characterised by tongue and groove connections between neighbouring flooring elements
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F15/00Flooring
    • E04F15/02Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
    • E04F15/10Flooring or floor layers composed of a number of similar elements of other materials, e.g. fibrous or chipped materials, organic plastics, magnesite tiles, hardboard, or with a top layer of other materials
    • E04F15/105Flooring or floor layers composed of a number of similar elements of other materials, e.g. fibrous or chipped materials, organic plastics, magnesite tiles, hardboard, or with a top layer of other materials of organic plastics with or without reinforcements or filling materials
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B32LAYERED PRODUCTS
    • B32BLAYERED PRODUCTS, i.e. PRODUCTS BUILT-UP OF STRATA OF FLAT OR NON-FLAT, e.g. CELLULAR OR HONEYCOMB, FORM
    • B32B2419/00Buildings or parts thereof
    • B32B2419/04Tiles for floors or walls
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/01Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship
    • E04F2201/0138Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by moving the sheets, plates or panels perpendicular to the main plane
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/01Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship
    • E04F2201/0138Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by moving the sheets, plates or panels perpendicular to the main plane
    • E04F2201/0146Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by moving the sheets, plates or panels perpendicular to the main plane with snap action of the edge connectors
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/01Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship
    • E04F2201/0153Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by rotating the sheets, plates or panels around an axis which is parallel to the abutting edges, possibly combined with a sliding movement
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/02Non-undercut connections, e.g. tongue and groove connections
    • E04F2201/023Non-undercut connections, e.g. tongue and groove connections with a continuous tongue or groove
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/04Other details of tongues or grooves
    • E04F2201/043Other details of tongues or grooves with tongues and grooves being formed by projecting or recessed parts of the panel layers

Abstract

Vloerpaneel voor het vormen van een vloerbekleding, waarbij het vloerpaneel (1) een paar randen (2-3) omvat; waarbij het paar randen (2-3) voorzien is van koppeldelen (8-9) die toelaten twee van dergelijke vloerpanelen (1) aan elkaar te koppelen door middel van een rotatiebeweging (R); waarbij de koppeldelen (8-9) zijn uitgevoerd in de vorm van een tand (10) en een groef (11) met vergrendeldelen (12-13); waarbij de groef (11) begrensd is door een bovenste lip (14) en een onderste lip (15) die een vergrendeldeel (13) omvat in de vorm van een opwaarts gericht vergrendeldeel (13); daardoor gekenmerkt dat het opwaarts gericht deel (13) zich over een hoogte (H1) uitstrekt die meer dan 0,1 keer de dikte (T) van het vloerpaneel (1) bedraagt.

Description

Vloerpaneel voor het vormen van een vloerbekleding.

De huidige uitvinding heeft betrekking op een vloerpaneel voor het vormen van een vloerbekleding.

Meer speciaal betreft de huidige uitvinding een vloerpaneel voor het vormen van een vloerbekleding, van het type waarbij het vloerpaneel een laagvormig substraat omvat, alsmede een zich boven het substraat bevindende decoratieve toplaag; waarbij het vloerpaneel rechthoekig is, hetzij langwerpig, hetzij vierkant, en een eerste paar tegenoverliggende randen en een tweede paar tegenoverliggende randen omvat; waarbij het eerste paar tegenoverliggende randen voorzien is van koppeldelen die toelaten een gekoppelde toestand tussen twee van dergelijke vloerpanelen te bewerkstelligen door middel van een rotatiebeweging om een as evenwijdig met het vlak van de vloerbekleding en evenwijdig met de te koppelen randen; waarbij de koppeldelen aan het eerste paar tegenoverliggende randen in hoofdzaak uit het materiaal van het substraat zijn vervaardigd; waarbij de koppeldelen aan het eerste paar tegenoverliggende randen in hoofdzaak zijn uitgevoerd in de vorm van een tand en een groef, die zijn voorzien van vergrendel del en die in de gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen het uit elkaar bewegen van de gekoppelde vloerpanelen in een richting loodrecht op de gekoppelde randen en evenwijdig met het vlak van de vloerbekleding tegenwerken; waarbij de groef begrensd is door een bovenste lip en een onderste lip, welke onderste lip in distale richting voorbij het distale uiteinde van de bovenste lip reikt en voorbij het distale uiteinde van de bovenste lip een vergrendeldeel omvat in de vorm van een opwaarts gericht vergrendeldeel; waarbij het tweede paar tegenoverliggende randen voorzien is van koppeldelen die toelaten een gekoppelde toestand tussen twee van dergelijke vloerpanelen te bewerkstelligen door middel van een in hoofdzaak neerwaartse beweging volgens een richting loodrecht op het vlak van de vloerbekleding; en waarbij de koppeldelen aan het eerste en het tweede paar tegenoverliggende randen toelaten een gekoppelde toestand tussen meerdere van dergelijke vloerpanelen te bewerkstelligen door middel van een fold-down beweging.

Dergelijk type van vloerpaneel is in het algemeen gekend, en vormt een voorbeeld van een zogenaamd fold-down type vloerpaneel.

Wat wordt bedoeld met zulk fold-down type vloerpaneel is algemeen gekend in de stand van de techniek, doch wordt duidelijkheidshalve geïllustreerd in bijgaande figuur 1.

Figuur 1 geeft een deels geïnstalleerde vloerbekleding weer die is opgebouwd uit vloerpanelen 1 van het voomoemde type. Deze vloerpanelen 1 omvatten dus minstens aan één paar tegenoverliggende randen 2-3, hier de lange randen, koppeldelen van het zogenaamde “wenteltype” en aan het ander paar tegenoverliggende randen 4-5, hier de korte randen, koppeldelen van het zogenaamde “push-down”, “push-lock” of “drop” type.

Er wordt hierbij opgemerkt dat de specifieke configuratie van de koppeldelen aan de betreffende randen niet expliciet is weergegeven in de figuur.

In het bijzonder zijn verschillende rijen van dergelijke reeds geïnstalleerde vloerpanelen 1 weergegeven, alsmede een vloerpaneel 1 dat nog dient te worden geïnstalleerd, namelijk het vloerpaneel 1 in de geïnclineerde positie. Dit vloerpaneel 1 dient aan zijn lange rand 2 te worden gekoppeld met de lange randen 3 van de betreffende vloerpanelen 1 in de voorgaande rij en aan zijn korte rand 5 met de korte rand 4 van het vloerpaneel 1 in dezelfde rij.

Door de specifieke configuratie van de koppeldelen zoals hiervoor geschreven, kan het vloerpaneel 1 vanuit zijn geïnclineerde positie in één beweging F zowel aan zijn lange rand 2 als aan zijn korte rand 5 worden gekoppeld met de desbetreffende reeds geïnstalleerde vloerpanelen 1.

De fold-downbeweging biedt dus de mogelijkheid tot een uiterst eenvoudig en efficiënt tot stand brengen van een vloerbekleding.

In de praktijk wordt de eigenlijke fold-down beweging F nog voorafgegaan door een zijdelingse schuifbeweging van het te installeren vloerpaneel 1. Deze schuifbeweging is nader geïllustreerd in figuur 2 en daarin aangeduid met referentieletter S.

De schuifbeweging S dient te worden uitgevoerd omdat het te installeren vloerpaneel 1 typisch met zijn lange rand 2 aan de lange randen 3 van de vloerpanelen 1 in de voorgaande rij wordt aangebracht op een afstand X van het vloerpaneel 1 in dezelfde rij en dus nog met zijn rand 5 in de nabijheid dient te worden gebracht van de rand 4 van het reeds geïnstalleerde vloerpaneel in dezelfde rij.

Deze schuifbeweging verloopt echter niet altijd even vlot, en kan het installatieproces van de vloerbekleding bemoeilijken. Als voorbeeld kan bij het uitvoeren van de schuifbeweging de rand 2 van het te installeren vloerpaneel 1 los geraken van de rand 3 van het reeds geïnstalleerde vloerpaneel. Wat hiermee wordt bedoeld, is nader geïllustreerd in figuur 3.

Figuur 3 geeft vergroot het deel van de vloerbekleding weer dat in figuur 2 met referentie F3 is aangeduid. In het bijzonder geeft zij de situatie weer waar de rand 2 op een afstand Z los is geraakt van de rand 3 tijdens het uitvoeren van de hiervoor beschreven schuifbeweging. Zulke situatie is niet wenselijk. Hierdoor kunnen immers in de finaal gekoppelde toestand van de vloerpanelen 1 spleten en/of hoogteverschillen ontstaan tussen de onderling gekoppelde vloerpanelen.

Het niet vlot verlopen van de schuifbeweging treedt met name vaak op bij vloerpanelen die relatief dun zijn uitgevoerd, en waarvan het laagvormig substraat van het rigide type is en meer speciaal is uitgevoerd op basis van een thermoplastisch materiaal van het rigide type.

De huidige uitvinding beoogt in de eerste plaats een alternatief vloerpaneel voor het vormen van een vloerbekleding, van het voornoemde type, waarbij volgens verschillende voorkeurdragende uitvoeringsvormen oplossingen worden geboden voor problemen met vloerpanelen uit de stand van de techniek.

Hiertoe betreft de huidige uitvinding volgens een eerste onafhankelijk aspect ervan een vloerpaneel voor het vormen van een vloerbekleding, van het voornoemde type, met als kenmerk dat het voomoemde opwaarts gericht deel zich over een hoogte uitstrekt die meer dan 0,1 keer de dikte van het vloerpaneel bedraagt. Door dit kenmerk wordt als voordeel bekomen dat het vloerpaneel vlotter kan worden geïnstalleerd. Het relatief uitgesproken gevormd opwaarts gericht deel zorgt er immers voor dat het risico van het bij de hiervoor beschreven schuifbeweging los geraken van de betreffende randen kan worden verkleind.

Er wordt nog opgemerkt dat met de hoogte waarover het opwaarts gericht deel zich uitstrekt de verticale afstand wordt bedoeld tussen daar waar het opwaarts gericht deel aanvangt en daar waar het opwaarts gericht deel zijn meest naar boven gelegen punt bereikt.

Het genoemde voordeel kan nog meer tot uiting worden gebracht in het geval dat de voornoemde hoogte waarover het opwaarts gericht deel zich uitstrekt minstens 0,15 keer en bij voorkeur zelfs minstens 0,2 keer de dikte van het vloerpaneel bedraagt.

Bij voorkeur bedraagt de voornoemde hoogte waarover het opwaarts gericht deel zich uitstrekt wel maximaal 0,33 keer, meer bij voorkeur maximaal 0,3 keer en nog meer bij voorkeur maximaal 0,25 keer de dikte van het vloerpaneel. Dit zorgt er immers voor dat de schuifbeweging zonder al te veel hinder van het vergrendel deel kan worden uitgevoerd en een effect zoals slip-stick kan worden vermeden.

In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm bevindt het meest naar boven gelegen punt van het voornoemd opwaarts gericht deel zich op een hoogte ten opzichte van de onderzijde van het vloerpaneel die minstens 0,45 keer de dikte van het vloerpaneel bedraagt.

Doch bedraagt de voornoemde hoogte van het meest naar boven gelegen punt van het opwaarts gericht deel bij voorkeur maximaal 0,75 keer, meer bij voorkeur maximaal 0,6 keer en nog meer bij voorkeur maximaal 0,5 keer de dikte van het vloerpaneel.

Het risico van het bij de hiervoor beschreven schuifbeweging los geraken van de betreffende randen kan nog worden verkleind in het geval dat de voornoemde vergrendel del en vergrendel vlakken omvatten die in de gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen een raaklijn definiëren die een hoek maakt met het vlak van de vloerbekleding gelegen tussen 50 en 90 graden, grenzen inbegrepen. Bij voorkeur is de voomoemde hoek zelfs groter dan 60 graden, doch liefst kleiner dan 80 graden en nog liever kleiner dan 70 graden.

Er wordt nog opgemerkt dat de vergrendel vlakken niet noodzakelijk vlak hoeven te zijn, doch deze kunnen gekromd zijn. In het geval van gekromde of gebogen vergrendel vlakken kunnen zij in de gekoppelde toestand meerdere raaklijnen definiëren, doch zij definiëren dan in overeenstemming met de hiervoor beschreven uitvoeringsvorm minstens een raaklijn die een zoals hiervoor genoemde hoek maakt met het vlak van de vloerbekleding.

Ondanks het uitgesproken opwaarts gericht deel kan de vlotheid van het koppelen van de tand en de groef nog worden gegarandeerd in het geval dat de onderste lip zich over een horizontale afstand voorbij het distale uiteinde van de bovenste lip uitstrekt van minstens 0,85 keer, bij voorkeur zelfs minstens 0,9 keer en nog meer bij voorkeur minstens 1 keer de dikte van het vloerpaneel. Zulks laat immers toe de benodigde elasticiteit te voorzien aan de onderste lip zodanig dat zij eventueel eenvoudig kan worden verbogen tijdens het koppelproces.

Doch bij voorkeur bedraagt de voomoemde horizontale afstand waarover de onderste lip zich voorbij het distale uiteinde van de bovenste lip uitstrekt maximaal 1,5 keer, meer bij voorkeur maximaal 1,2 keer en nog liever maximaal 1,1 keer de dikte van het vloerpaneel. Dit laat toe de onderste lip nog stabiel uit te voeren.

De vlotheid van het koppelen van de tand en de groeikan nog verder worden verbeterd door de voornoemde onderste lip een minimale dikte te laten vertonen van maximaal 0,3 keer de dikte van het vloerpaneel. Doch bedraagt deze minimale dikte bij voorkeur minimaal 0,1 keer en meer bij voorkeur minimaal 0,2 keer de dikte van het vloerpaneel en dit om de onderste lip nog stevig te kunnen uitvoeren.

In een bijzondere uitvoeringsvorm bereikt de voornoemde onderste lip haar minimale dikte daar waar het voornoemde opwaarts gericht deel aanvangt. Dit is bijzonder voordelig aangezien de onderste lip enerzijds, daar waar het opwaarts gericht deel aanvangt, vrij elastisch kan worden uitgevoerd en bijgevolg daar gemakkelijk kan worden verbogen en anderzijds op andere plaatsen, bijvoorbeeld daar waar zij de verbinding vormt met het eigenlijke vloerpaneel, relatief stevig en stabiel kan worden uitgevoerd.

Bij voorkeur bedraagt de horizontale afstand tussen het meest naar binnen gelegen of meest proximaal gelegen punt van de groef en het distale uiteinde van de bovenste lip maximaal 0,6 keer of maximaal 0,5 keer de dikte van het vloerpaneel, doch bij voorkeur bedraagt deze horizontale afstand minimaal 0,3 keer en zelfs liever minimaal 0,35 keer de dikte van het vloerpaneel. Met zulk vrij ondiepe groef ontstaat als voordeel dat de huidige uitvinding kan worden toegepast bij relatief dunne vloerpanelen. De ondiepe groef zorgt er bij zulke vloerpanelen immers voor dat de verzwakking ten gevolge van de groefaanbrenging kan worden beperkt.

Een bijzonder voordeel van de huidige uitvinding bestaat erin dat zelfs bij dergelijke ondiepe groef de vlotheid van de installatie kan worden gegarandeerd. Ondanks dat de ondiepe groef ervoor zorgt dat het risico op het los geraken van de randen, meer speciaal het los geraken van de tand en de groef, bij het uitvoeren van de schuifbeweging vrij groot is, heeft de uitvinder vastgesteld dat de uitvinding toelaat dit risico aanzienlijk te beperken.

Omwille van voorgaande redenen wordt de huidige uitvinding bijzonder voordelig toegepast bij dunne vloerpanelen zoals vloerpanelen met een dikte van maximaal 8 mm, bij voorkeur vloerpanelen met een dikte van maximaal 7 mm en nog meer bij vloerpanelen met een dikte van maximaal 6 mm, doch waarvan de dikte bij voorkeur minstens 4 mm bedraagt.

Bij voorkeur wordt in de gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen een contact gevormd tussen de vergrendel vlakken van de voomoemde vergrendel del en en is een spatie aanwezig aan een onderzijde van de tand die zich uitstrekt van het voomoemde contact tot voorbij het distale uiteinde van de bovenste lip. Doordat zulke spatie is voorzien, ontstaat als voordeel dat de vlotheid van installatie kan worden gegarandeerd, doordat bijvoorbeeld eventuele toleranties bij het vervaardigen van de koppeldelen kunnen worden opgevangen.

In een uitvoeringsvorm wordt in de gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen een contact gevormd tussen een bovenzijde van de tand en een onderzijde van de bovenste lip, alsmede proximaal van het distale uiteinde van de bovenste lip een contact tussen een onderzijde van de tand en een bovenzijde van de onderste lip.

In het bijzonder wordt in de gekoppelde toestand nog een contact gevormd tussen de vergrendelvlakken van de vergrendeldelen en is een spatie aanwezig aan een onderzijde van de tand die zich uitstrekt van het laatstgenoemde contact tot aan het contact gevormd tussen de onderzijde van de tand en de bovenzijde van de onderste lip.

Bij voorkeur is in de gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen het distale uiteinde van de onderste lip van het ene vloerpaneel gescheiden van het andere vloerpaneel. Dit biedt de mogelijkheid tot een eventuele verbuiging van de onderste lip tijdens het koppelproces, hetgeen de vlotheid van installatie bevordert.

De koppeldelen van het eerste paar tegenoverliggende randen laten bij voorkeur toe een klikkoppeling te bewerkstelligen.

De huidige uitvinding kan bijzonder voordelig worden toegepast in het geval het voornoemde substraat minstens één laag omvat die is uitgevoerd op basis van een samenstelling die minstens een thermoplastische kunststof omvat, waarbij de voornoemde samenstelling vrij is van weekmakers of weekmakers omvat in een hoeveelheid minder dan 20 phr en bij voorkeur in een hoeveelheid tussen 5 en 15 phr.

Een bijzonder voordeel van de uitvinding is immers dat zelfs bij dergelijke substraten of substraatlagen van het rigide of stijve type de vlotheid van de installatie nog kan worden gegarandeerd. Ondanks dat dergelijk substraat of dergelijke substraatlaag het risico op het los geraken van de randen bij het uitvoeren van de voornoemde schuifbeweging vergroot, met name doordat bij een onderlinge verschuiving van de randen vrij weinig wrijving optreedt in tegenstelling tot bijvoorbeeld substraten of substraatlagen van het soepele type, heeft de uitvinder vastgesteld dat de maatregelen van de uitvinding toelaten dit risico drastisch te beperken.

Bij voorkeur maakt de voornoemde laag minstens de helft van de dikte van het vloerpaneel uit.

De voordelen van de uitvinding komen bijzonder goed tot uiting in het geval dat de koppeldelen van het eerste paar tegenoverliggende randen in hoofdzaak in de voornoemde laag zijn vervaardigd.

De voomoemde laag en/of de samenstelling kan nog één of meerdere van de volgende karakteristieken vertonen: - de samenstelling omvat nog minstens vulstoffen en/of minerale vezel structuren; - de voornoemde thermoplastische kunststof is geselecteerd uit de volgende groep: Polyvinylchloride, polyethyleen, polypropyleen, polyethyleentereftalaat of een combinatie van twee of meerdere van de voorgaande; en/of - de voornoemde laag is geschuimd.

De hiervoor genoemde vulstoffen kunnen anorganische vulstoffen zoals talk, krijt en/of kalksteen betreffen of, al dan niet in combinatie met deze anorganische vulstoffen, organische vulstoffen zoals hout- en/of bamboedeeltjes.

Het voomoemde substraat kan meerlagig zijn uitgevoerd en omvat bij voorkeur naast de voornoemde laag nog een zich erboven bevindende meer soepele laag. Deze meer soepele laag kan zijn uitgevoerd op basis van een thermoplastische kunststof van het soepele type zoals soepel Polyvinylchloride. Bij voorkeur is de meer soepele laag van het LVT of Luxury Vinyl Tile type.

Het vloerpaneel kan nog een tegenlaag omvatten die zich onder het voornoemd substraat bevindt. Een voorbeeld van zo’n tegenlaag is een laag uit kurk die het vloerpaneel akoestische eigenschappen kan toebedelen.

De decoratieve toplaag van het vloerpaneel omvat bij voorkeur minstens een decor en kan daarnaast nog een zich boven het decor bevindende doorzichtige of doorschijnende slijtlaag omvatten.

Er wordt nog opgemerkt dat de koppeldelen aan het voornoemde tweede paar tegenoverliggende randen één of meerdere van de volgende kenmerken kunnen vertonen, in zoverre deze niet tegenstrijdig zijn: - de koppeldelen omvatten een vergrendel systeem dat toelaat een vergrendeling te bewerkstelligen tussen twee van dergelijke vloerpanelen in een richting loodrecht op het vlak van de vloerbekleding; - de koppeldelen omvatten een vergrendel systeem dat toelaat een vergrendeling te bewerkstelligen tussen twee van dergelijke vloerpanelen in een richting evenwijdig met het vlak van de vloerbekleding en loodrecht op de gekoppelde randen; - de koppeldelen omvatten slechts één van de voomoemde vergrendelsystemen; - de koppeldelen omvatten beide voornoemde vergrendelsystemen; - het vergrendel systeem dat toelaat een vergrendeling te bewerkstelligen tussen twee van dergelijke vloerpanelen in een richting loodrecht op het vlak van de vloerbekleding is gevormd door vergrendeldelen die in hoofdzaak uit het materiaal van het substraat zijn vervaardigd; - het vergrendelsysteem dat toelaat een vergrendeling te bewerkstelligen tussen twee van dergelijke vloerpanelen in een richting loodrecht op het vlak van de vloerbekleding is gevormd door vergrendeldelen waarvan ten minste één vergrendel deel is gevormd door een afzonderlijk inzetstuk of insert.

Er wordt nog opgemerkt dat de koppeldelen aan het eerste paar tegenoverliggende randen en/of de koppeldelen aan het tweede paar tegenoverliggende randen zodanig kunnen zijn uitgevoerd zodat zij in elkaar passen met een zogenaamde voorspanning zoals op zich gekend uit WO 97/47834 Al.

Hoewel de huidige uitvinding bij voorkeur wordt toegepast bij vloerpanelen met een thermoplastisch substraat van het rigide of stijve type, of althans minstens zulke substraatlaag omvatten, is niet uitgesloten dat de uitvinding wordt toegepast bij vloerpanelen met een thermoplastisch substraat van het soepele type, of althans minstens zulke substraatlaag omvatten, en de koppeldelen aan het eerste paar tegenoverliggende randen dan in hoofdzak in deze soepele thermoplastische substraatlaag zijn vervaardigd, of bij hout gebaseerde vloerpanelen zoals vloerpanelen met een substraat uit MDF, HDF of spaanplaat.

Er wordt nog opgemerkt dat verschillende van de hiervoor genoemde maatregelen op zich inventieve ideeën vormen in combinatie met hun toepassing in dunne vloerpanelen met een thermoplastische substraatlaag van het rigide type, onafhankelijk van het kenmerk dat het voornoemde opwaarts gericht deel zich over een hoogte uitstrekt die meer dan 0,1 keer de dikte van het vloerpaneel bedraagt. Vandaar dat de huidige uitvinding volgens een onafhankelijk tweede aspect nog betrekking heeft op een vloerpaneel voor het vormen van een vloerbekleding, van het voomoemde type, met als kenmerk dat de dikte van het vloerpaneel maximaal 8 mm, bij voorkeur maximaal 7 mm en meer bij voorkeur maximaal 6 mm bedraagt; dat het voornoemde substraat minstens één laag omvat die is uitgevoerd op basis van een samenstelling die minstens een thermoplastische kunststof omvat; dat de voomoemde samenstelling vrij is van weekmakers of weekmakers omvat in een hoeveelheid minder dan 20 phr en bij voorkeur in een hoeveelheid tussen 5 en 15 phr; en dat het vloerpaneel nog één of meerdere van de volgende kenmerken vertoont: het meest naar boven gelegen punt van het voornoemd opwaarts gericht deel bevindt zich op een hoogte ten opzichte van de onderzijde van het vloerpaneel die minstens 0,45 keer de dikte van het vloerpaneel bedraagt; de voomoemde vergrendeldelen omvatten vergrendelvlakken die in de gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen een raaklijn definiëren die een hoek maakt met het vlak van de vloerbekleding gelegen tussen 50 en 90 graden, grenzen inbegrepen; de voornoemde onderste lip strekt zich over een horizontale afstand voorbij het distale uiteinde van de bovenste lip uit van minstens 0,85 keer, bij voorkeur minstens 0,9 keer en meer bij voorkeur minstens 1 keer de dikte van het vloerpaneel; de voomoemde onderste lip vertoont een minimale dikte van maximaal 0,3 keer en bij voorkeur minimaal 0,1 keer en meer bij voorkeur minimaal 0,2 keer de dikte van het vloerpaneel; en/of in de gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen wordt een contact gevormd tussen de vergrendelvlakken van de vergrendeldelen en is een spatie aanwezig aan een onderzijde van de tand die zich uitstrekt van het voornoemde contact tot voorbij het distale uiteinde van de bovenste lip.

Er wordt nog opgemerkt dat dit onafhankelijke tweede aspect naar willekeur kan worden gecombineerd met eenieder van de kenmerken van het eerste aspect, onafhankelijk van het kenmerk dat het voornoemde opwaarts gericht deel zich over een hoogte uitstrekt die meer dan 0,1 keer de dikte van het vloerpaneel bedraagt.

Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding beter aan te tonen, zijn hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter, enkele voorkeurdragende uitvoeringsvormen beschreven, met verwijzing naar de bijgaande tekeningen, waarin: - figuur 1 geeft een deels geïnstalleerde vloerbekleding weer die is opgebouwd uit vloerpanelen van het zogenaamde fold-down type; - figuur 2 geeft de schuifbeweging weer die in de praktijk de eigenlijke fold-down beweging voorafgaat; - figuur 3 geeft vergroot het deel van de vloerbekleding weer dat in figuur 2 met referentie F3 is aangeduid; - figuur 4 geeft in bovenaanzicht een vloerpaneel volgens de huidige uitvinding weer; - figuur 5 geeft een doorsnede weer volgens lijn V-V in figuur 4; - figuur 6 geeft een doorsnede weer volgens lijn VI-VI in figuur 4; - figuur 7 geeft vergroot de randen uit figuur 5 weer, weliswaar in de gekoppelde toestand van de randen.

Figuur 4 geeft een vloerpaneel 1 volgens de huidige uitvinding weer.

Het vloerpaneel 1 is rechthoekig en in dit geval langwerpig, en omvat een eerste paar tegenoverliggende randen 2-3, die de lange randen vormen, en een tweede paar tegenoverliggende randen 4-5, die de korte randen vormen.

Figuur 5 geeft een doorsnede weer volgens lijn V-V in figuur 4.

Het vloerpaneel 1 omvat een laagvormig substraat 6, alsmede een zich boven het substraat 6 bevindende decoratieve toplaag 7.

Het voomoemde substraat 6 omvat minstens één laag 6A die is uitgevoerd op basis van een samenstelling die minstens een thermoplastische kunststof omvat, waarbij de voornoemde samenstelling vrij is van weekmakers of weekmakers omvat in een hoeveelheid minder dan 20 phr en bij voorkeur in een hoeveelheid tussen 5 en 15 phr. De samenstelling kan verder zijn uitgevoerd zoals hiervoor beschreven in de inleiding.

De laag 6A maakt minstens de helft van de dikte T van het vloerpaneel 1 uit.

Het voornoemd substraat 2 is hier meerlagig en omvat naast de laag 6A nog een zich boven de laag 6A bevindende meer soepele laag 6B. Deze meer soepele laag 6B kan zijn uitgevoerd zoals beschreven in de inleiding.

De voomoemde toplaag 7 omvat bij voorkeur minstens een decor, alsmede een zich boven het decor bevindende doorzichtige of doorschijnende slijtlaag.

Het eerste paar tegenoverliggende randen 2-3 is voorzien van koppeldelen 8-9 die toelaten een gekoppelde toestand tussen twee van dergelijke vloerpanelen 1 te bewerkstelligen door middel van een rotatiebeweging R om een as evenwijdig met het vlak van de vloerbekleding en evenwijdig met de te koppelen randen 2-3.

De koppeldelen 8-9 zijn in hoofdzaak uit het materiaal van het substraat 6 vervaardigd en meer speciaal in hoofdzaak in de voornoemde laag 6A.

Zij zijn in hoofdzaak uitgevoerd in de vorm van een tand 10 en een groef 11, die zijn voorzien van vergrendel del en 12-13 die in de gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen 1 het uit elkaar bewegen van de gekoppelde vloerpanelen 1 in een richting H loodrecht op de gekoppelde randen 2-3 en evenwijdig met het vlak van de vloerbekleding tegenwerken.

De groef 11 is begrensd door een bovenste lip 14 en een onderste lip 15, welke onderste lip 15 in distale richting voorbij het distale uiteinde 16 van de bovenste lip 14 reikt en voorbij het distale uiteinde 16 van de bovenste lip 14 een vergrendeldeel 13 omvat in de vorm van een opwaarts gericht vergrendeldeel 13.

Figuur 6 geeft een doorsnede weer volgens lijn VI-VI in figuur 4.

Het tweede paar tegenoverliggende randen 4-5 is voorzien van koppeldelen 17-18 die toelaten een gekoppelde toestand tussen twee van dergelijke vloerpanelen 1 te bewerkstelligen door middel van een in hoofdzaak neerwaartse beweging M volgens een richting loodrecht op het vlak van de vloerbekleding.

De koppeldelen 17-18 zijn hier uitgevoerd als haakvormige gedeelten 19-20 die een vergrendel systeem vormen dat toelaat een vergrendeling te bewerkstelligen tussen twee van dergelijke vloerpanelen 1 in een richting evenwijdig met het vlak van de vloerbekleding en loodrecht op de gekoppelde randen 4-5.

De koppeldelen 17-18 omvatten hier verder vergrendeldelen 21-22 en vergrendel del en 23-24 die elk een vergrendel systeem vormen dat toelaat een vergrendeling te bewerkstelligen tussen twee van dergelijke vloerpanelen 1 in een richting loodrecht op het vlak van de vloerbekleding.

De koppeldelen 8-9 en 17-18 aan het eerste en het tweede paar tegenoverliggende randen 2-3 en 4-5 laten toe een gekoppelde toestand tussen meerdere van dergelijke vloerpanelen 1 te bewerkstelligen door middel van een fold-down beweging F zoals geïllustreerd in figuur 1.

Figuur 7 geeft vergroot de randen 2-3 uit figuur 5 weer, weliswaar in de gekoppelde toestand van de randen 2-3.

Het voomoemde opwaarts gericht deel 13 strekt zich over een hoogte Hl uit die meer dan 0,1 keer de dikte T van het vloerpaneel 1 bedraagt. Bij voorkeur bedraagt de hoogte Hl minstens 0,15 keer en meer bij voorkeur minstens 0,2 keer de dikte T van het vloerpaneel 1. Doch bedraagt de dikte Hl bij voorkeur maximaal 0,33 keer, meer bij voorkeur maximaal 0,3 keer en nog meer bij voorkeur maximaal 0,25 keer de dikte T van het vloerpaneel 1.

Het meest naar boven gelegen punt 25 van het voomoemd opwaarts gericht deel 13 bevindt zich op een hoogte H2 ten opzichte van de onderzijde 26 van het vloerpaneel 1 die minstens 0,45 keer de dikte T van het vloerpaneel 1 bedraagt. Bij voorkeur bedraagt deze hoogte H2 maximaal 0,75 keer, meer bij voorkeur maximaal 0,6 keer en nog meer bij voorkeur maximaal 0,5 keer de dikte T van het vloerpaneel 1.

De vergrendeldelen 12-13 omvatten vergrendelvlakken 27-28 die in de gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen 1 een raaklijn TA definiëren die een hoek A maakt met het vlak van de vloerbekleding gelegen tussen 50 en 90 graden, grenzen inbegrepen. De voornoemde hoek A is bij voorkeur groter dan 60 graden, doch bij voorkeur kleiner dan 80 graden en meer bij voorkeur kleiner dan 70 graden. In dit geval bedraagt de hoek A 65 graden.

De voornoemde onderste lip 15 strekt zich over een horizontale afstand L voorbij het distale uiteinde 16 van de bovenste lip 14 uit van minstens 0,85 keer, bij voorkeur minstens 0,9 keer en meer bij voorkeur minstens 1 keer de dikte T van het vloerpaneel 1. Doch bedraagt deze afstand L bij voorkeur maximaal 1,5 keer, meer bij voorkeur maximaal 1,2 keer en nog meer bij voorkeur maximaal 1,1 keer de dikte T van het vloerpaneel 1.

De voornoemde onderste lip 15 vertoont een minimale dikte Tl van maximaal 0,3 keer en bij voorkeur minimaal 0,1 keer en meer bij voorkeur minimaal 0,2 keer de dikte T van het vloerpaneel 1. In dit geval bereikt de onderste lip 15 haar minimale dikte Tl daar waar het voomoemde opwaarts gericht deel 13 aanvangt.

De horizontale afstand D tussen het meest naar binnen gelegen of meest proximaal gelegen punt 29 van de groef 11 en het distale uiteinde 16 van de bovenste lip 14 bedraagt maximaal 0,6 keer en bij voorkeur maximaal 0,5 keer de dikte T van het vloerpaneel 1. Doch bedraagt deze horizontale afstand D bij voorkeur minimaal 0,3 keer en meer bij voorkeur minimaal 0,35 keer de dikte T van het vloerpaneel 1.

De dikte T van het vloerpaneel 1 is maximaal 8 mm, bij voorkeur maximaal 7 mm en meer bij voorkeur maximaal 6 mm bedraagt. Bij voorkeur bedraagt zij minstens 4 mm.

In de gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen 1 wordt een contact Cl gevormd tussen de vergrendel vlakken 27-28 van de vergrendeldelen 12-13 en is een spatie 30 aanwezig aan een onderzijde 31 van de tand 10 die zich uitstrekt van het voornoemde contact Cl tot voorbij het distale uiteinde 16 van de bovenste lip 14.

In de gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen 1 wordt een contact C2 gevormd tussen een bovenzijde 32 van de tand 10 en een onderzijde 33 van de bovenste lip 14 en wordt proximaal van het distale uiteinde 16 van de bovenste lip 14 een contact C3 gevormd tussen een onderzijde 31 van de tand 10 en een bovenzijde 34 van de onderste lip 15.

De spatie 30 strekt zich in dit geval uit van het voomoemde contact Cl tot aan het contact C3 gevormd tussen de onderzijde 31 van de tand 10 en de bovenzijde 34 van de onderste lip 15.

In de gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen 1 is het distale uiteinde 35 van de onderste lip 15 van het ene vloerpaneel 1 gescheiden van het andere vloerpaneel 1.

De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de hierboven beschreven uitvoeringsvormen, doch dergelijke werkwijzen, vloerpanelen en dragermateriaal kunnen volgens verschillende varianten worden gerealiseerd zonder buiten het kader van de huidige uitvinding te treden.

Claims (30)

  1. Conclusies.
    1,- Vloerpaneel voor het vormen van een vloerbekleding, waarbij het vloerpaneel (1) een laagvormig substraat (6) omvat, alsmede een zich boven het substraat (6) bevindende decoratieve toplaag (7); waarbij het vloerpaneel (1) rechthoekig is, hetzij langwerpig, hetzij vierkant, en een eerste paar tegenoverliggende randen (2-3) en een tweede paar tegenoverliggende randen (4-5) omvat; waarbij het eerste paar tegenoverliggende randen (2-3) voorzien is van koppeldelen (8-9) die toelaten een gekoppelde toestand tussen twee van dergelijke vloerpanelen (1) te bewerkstelligen door middel van een rotatiebeweging (R) om een as evenwijdig met het vlak van de vloerbekleding en evenwijdig met de te koppelen randen (2-3); waarbij de koppeldelen (8-9) aan het eerste paar tegenoverliggende randen (2-3) in hoofdzaak uit het materiaal van het substraat (6) zijn vervaardigd; waarbij de koppeldelen (8-9) aan het eerste paar tegenoverliggende randen (2-3) in hoofdzaak zijn uitgevoerd in de vorm van een tand (10) en een groef (11), die zijn voorzien van vergrendel del en (12-13) die in de gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen (1) het uit elkaar bewegen van de gekoppelde vloerpanelen (1) in een richting (H) loodrecht op de gekoppelde randen (2-3) en evenwijdig met het vlak van de vloerbekleding tegenwerken; waarbij de groef (11) begrensd is door een bovenste lip (14) en een onderste lip (15), welke onderste lip (15) in distale richting voorbij het distale uiteinde (16) van de bovenste lip (14) reikt en voorbij het distale uiteinde (16) van de bovenste lip (14) een vergrendeldeel (13) omvat in de vorm van een opwaarts gericht vergrendel deel (13); waarbij het tweede paar tegenoverliggende randen (4-5) voorzien is van koppeldelen (17-18) die toelaten een gekoppelde toestand tussen twee van dergelijke vloerpanelen (1) te bewerkstelligen door middel van een in hoofdzaak neerwaartse beweging (M) volgens een richting loodrecht op het vlak van de vloerbekleding; en waarbij de koppeldelen (8-9 en 17-18) aan het eerste en het tweede paar tegenoverliggende randen (2-3 en 4-5) toelaten een gekoppelde toestand tussen meerdere van dergelijke vloerpanelen (1) te bewerkstelligen door middel van een fold-down beweging (F); daardoor gekenmerkt dat het voornoemde opwaarts gericht deel (13) zich over een hoogte (Hl) uitstrekt die meer dan 0,1 keer de dikte (T) van het vloerpaneel (1) bedraagt.
  2. 2 - Vloerpaneel volgens conclusie 1, waarbij de voornoemde hoogte (Hl) waarover het opwaarts gericht deel (13) zich uitstrekt minstens 0,15 keer en bij voorkeur minstens 0,2 keer de dikte (T) van het vloerpaneel (1) bedraagt.
  3. 3, - Vloerpaneel volgens conclusie 1 of 2, waarbij de voomoemde hoogte (Hl) waarover het opwaarts gericht deel (13) zich uitstrekt maximaal 0,33 keer, bij voorkeur maximaal 0,3 keer en meer bij voorkeur maximaal 0,25 keer de dikte (T) van het vloerpaneel (1) bedraagt.
  4. 4, - Vloerpaneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij het meest naar boven gelegen punt (25) van het voomoemd opwaarts gericht deel (13) zich op een hoogte (H2) ten opzichte van de onderzijde (26) van het vloerpaneel (1) bevindt die minstens 0,45 keer de dikte (T) van het vloerpaneel (1) bedraagt.
  5. 5, - Vloerpaneel volgens conclusie 4, waarbij de voornoemde hoogte (H2) van het meest naar boven gelegen punt (25) van het opwaarts gericht deel (13) maximaal 0,75 keer, bij voorkeur maximaal 0,6 keer en meer bij voorkeur maximaal 0,5 keer de dikte (T) van het vloerpaneel (1) bedraagt.
  6. 6 - Vloerpaneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de voomoemde vergrendeldelen (12-13) vergrendelvlakken (27-28) omvatten die in de gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen (1) een raaklijn (TA) definiëren die een hoek (A) maakt met het vlak van de vloerbekleding gelegen tussen 50 en 90 graden, grenzen inbegrepen.
  7. 7,- Vloerpaneel volgens conclusie 6, waarbij de voornoemde hoek (A) groter is dan 60 graden.
  8. 8 - Vloerpaneel volgens conclusie 6 of 7, waarbij de voomoemde hoek (A) kleiner is dan 80 graden en bij voorkeur kleiner dan 70 graden.
  9. 9 - Vloerpaneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de voomoemde onderste lip (15) zich over een horizontale afstand (L) voorbij het distale uiteinde (16) van de bovenste lip (14) uitstrekt van minstens 0,85 keer, bij voorkeur minstens 0,9 keer en meer bij voorkeur minstens 1 keer de dikte (T) van het vloerpaneel (1).
  10. 10 - Vloerpaneel volgens conclusie 9, waarbij de voomoemde horizontale afstand (L) waarover de onderste lip (15) zich voorbij het distale uiteinde (16) van de bovenste lip (14) uitstrekt maximaal 1,5 keer, bij voorkeur maximaal 1,2 keer en meer bij voorkeur maximaal 1,1 keer de dikte (T) van het vloerpaneel (1) bedraagt.
  11. 11- Vloerpaneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de voornoemde onderste lip (15) een minimale dikte (Tl) vertoont van maximaal 0,3 keer en bij voorkeur minimaal 0,1 keer en meer bij voorkeur minimaal 0,2 keer de dikte (T) van het vloerpaneel (1).
  12. 12, - Vloerpaneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de voornoemde onderste lip (15) haar minimale dikte (Tl) bereikt daar waar het voornoemde opwaarts gericht deel (13) aanvangt.
  13. 13, - Vloerpaneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de horizontale afstand (D) tussen het meest naar binnen gelegen of meest proximaal gelegen punt (29) van de groef (11) en het distale uiteinde (16) van de bovenste lip (14) maximaal 0,6 keer en bij voorkeur maximaal 0,5 keer de dikte (T) van het vloerpaneel (1) bedraagt.
  14. 14, - Vloerpaneel volgens conclusie 13, waarbij de voornoemde horizontale afstand (D) tussen het meest naar binnen gelegen of meest proximaal gelegen punt (29) van de groef (11) en het distale uiteinde (16) van de bovenste lip (14) minimaal 0,3 keer en bij voorkeur minimaal 0,35 keer de dikte (T) van het vloerpaneel (1) bedraagt.
  15. 15, - Vloerpaneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de dikte (T) van het vloerpaneel (1) maximaal 8 mm, bij voorkeur maximaal 7 mm en meer bij voorkeur maximaal 6 mm bedraagt.
  16. 16, - Vloerpaneel volgens conclusie 15, waarbij de dikte (T) van het vloerpaneel (1) minstens 4 mm bedraagt.
  17. 17, - Vloerpaneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij in de gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen (1) een contact (Cl) wordt gevormd tussen de vergrendel vlakken (27-28) van de vergrendeldelen (12-13) en een spatie (30) aanwezig is aan een onderzijde (31) van de tand (10) die zich uitstrekt van het voornoemde contact (Cl) tot voorbij het distale uiteinde (16) van de bovenste lip (14).
  18. 18 - Vloerpaneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij in de gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen (1) een contact (C2) wordt gevormd tussen een bovenzijde (32) van de tand (10) en een onderzijde (33) van de bovenste lip (14) en proximaal van het distale uiteinde (16) van de bovenste lip (14) een contact (C3) wordt gevormd tussen een onderzijde (31) van de tand (10) en een bovenzijde (34) van de onderste lip (15).
  19. 19, - Vloerpaneel volgens conclusie 18, waarbij in de gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen (1) een contact (Cl) wordt gevormd tussen de vergrendelvlakken (27-28) van de vergrendeldelen (12-13) en een spatie (30) aanwezig is aan een onderzijde (31) van de tand (10) die zich uitstrekt van het voornoemde contact (Cl) tot aan het contact (C3) gevormd tussen de onderzijde (31) van de tand (10) en de bovenzijde (34) van de onderste lip (15).
  20. 20, - Vloerpaneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij in de gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen (1) het distale uiteinde (35) van de onderste lip (15) van het ene vloerpaneel (1) gescheiden is van het andere vloerpaneel (1).
  21. 21, - Vloerpaneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij het voornoemde substraat (6) minstens één laag (6A) omvat die is uitgevoerd op basis van een samenstelling die minstens een thermoplastische kunststof omvat; en waarbij de voomoemde samenstelling vrij is van weekmakers of weekmakers omvat in een hoeveelheid minder dan 20 phr en bij voorkeur in een hoeveelheid tussen 5 en 15 phr.
  22. 22, - Vloerpaneel volgens conclusie 21, waarbij de voomoemde laag (6A) minstens de helft van de dikte (T) van het vloerpaneel (1) uitmaakt.
  23. 23, - Vloerpaneel volgens conclusie 21 of 22, waarbij de koppeldelen (7-8) van het eerste paar tegenoverliggende randen (2-3) in hoofdzaak in de voornoemde laag (6A) zijn vervaardigd.
  24. 24, - Vloerpaneel volgens één van de conclusies 21 tot 23, waarbij de samenstelling nog minstens vulstoffen en/of minerale vezel structuren omvat.
  25. 25, - Vloerpaneel volgens één van de conclusies 21 tot 24, waarbij de voomoemde laag (6A) geschuimd is.
  26. 26 - Vloerpaneel volgens één van de conclusies 21 tot 25, waarbij de voomoemde thermoplastische kunststof geselecteerd is uit de volgende groep: Polyvinylchloride, polyethyleen, polypropyleen, polyethyleentereftalaat of een combinatie van twee of meerdere van de voorgaande.
  27. 27,- Vloerpaneel volgens één van de conclusies 21 tot 26, waarbij het voornoemd substraat (6) meerlagig is en bij voorkeur naast de voomoemde laag (6A) nog een zich boven de voomoemde laag (6A) bevindende meer soepele laag (6B) omvat.
  28. 28 - Vloerpaneel volgens conclusie 27, waarbij de voornoemde meer soepele laag (6B) is uitgevoerd op basis van een thermoplastische kunststof van het soepele type zoals soepel Polyvinylchloride.
  29. 29, - Vloerpaneel volgens conclusie 28, waarbij de voornoemde meer soepele laag (6B) van het Luxury Vinyl Tile of LVT type is.
  30. 30, - Vloerpaneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de voornoemde toplaag (7) minstens een decor, alsmede een zich boven het decor bevindende doorzichtige of doorschijnende slijtlaag omvat.
BE2016/5033A 2016-01-15 2016-01-15 Vloerpaneel voor het vormen van een vloerbekleding BE1023818B1 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2016/5033A BE1023818B1 (nl) 2016-01-15 2016-01-15 Vloerpaneel voor het vormen van een vloerbekleding

Applications Claiming Priority (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2016/5033A BE1023818B1 (nl) 2016-01-15 2016-01-15 Vloerpaneel voor het vormen van een vloerbekleding
PCT/IB2017/050148 WO2017122143A1 (en) 2016-01-15 2017-01-12 Floor panel for forming a floor covering
US16/069,950 US20190024388A1 (en) 2016-01-15 2017-01-12 Floor panel for forming a floor covering
EP17703794.2A EP3402940A1 (en) 2016-01-15 2017-01-12 Floor panel for forming a floor covering

Publications (2)

Publication Number Publication Date
BE1023818A1 BE1023818A1 (nl) 2017-07-31
BE1023818B1 true BE1023818B1 (nl) 2017-08-01

Family

ID=55456513

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE2016/5033A BE1023818B1 (nl) 2016-01-15 2016-01-15 Vloerpaneel voor het vormen van een vloerbekleding

Country Status (4)

Country Link
US (1) US20190024388A1 (nl)
EP (1) EP3402940A1 (nl)
BE (1) BE1023818B1 (nl)
WO (1) WO2017122143A1 (nl)

Families Citing this family (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US20190330860A1 (en) * 2018-04-13 2019-10-31 Angle World LLC A composite board and the method for producing it
US20190316364A1 (en) * 2018-04-13 2019-10-17 Angle World LLC Composite board and the method for producing it
WO2019196122A1 (zh) * 2018-04-13 2019-10-17 王彪 一种复合板材及其制造方法

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO2013030686A2 (en) * 2011-08-31 2013-03-07 Flooring Industries Limited, Sarl Panel and covering assembled from such panels
US20140352248A1 (en) * 2010-01-11 2014-12-04 Valinge Innovation Ab Floor covering with interlocking design
WO2015104680A1 (en) * 2014-01-09 2015-07-16 Flooring Industries Limited, Sarl Floor panel for forming a floor covering

Family Cites Families (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
BE1010487A6 (nl) 1996-06-11 1998-10-06 Unilin Beheer Bv Vloerbekleding bestaande uit harde vloerpanelen en werkwijze voor het vervaardigen van dergelijke vloerpanelen.

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US20140352248A1 (en) * 2010-01-11 2014-12-04 Valinge Innovation Ab Floor covering with interlocking design
WO2013030686A2 (en) * 2011-08-31 2013-03-07 Flooring Industries Limited, Sarl Panel and covering assembled from such panels
WO2015104680A1 (en) * 2014-01-09 2015-07-16 Flooring Industries Limited, Sarl Floor panel for forming a floor covering

Also Published As

Publication number Publication date
US20190024388A1 (en) 2019-01-24
EP3402940A1 (en) 2018-11-21
BE1023818A1 (nl) 2017-07-31
WO2017122143A1 (en) 2017-07-20

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CA2748988C (en) Floor panel
EP1527240B1 (de) Verfahren zur Herstellung von miteinander verbindbaren Bauteilen sowie Anordnung von Bauteilen mit Verbindungselementen
ES2550588T3 (es) Revestimiento de suelo, elemento de suelo y método para fabricar elementos de suelo
EP2318613B1 (de) FUßBODENPANEEL AUS KUNSTSTOFF MIT MECHANISCHEN VERRIEGELUNGSKANTEN
CN101484651B (zh) 具有柔性刚毛状榫舌的地板镶板的机械锁定
US7021019B2 (en) Panels with connecting clip
DE60022347T2 (de) Verbindungssystem für oberflächenbeläge
US10480196B2 (en) Building panel with a mechanical locking system
BE1019747A3 (nl) Bekleding, alsmede panelen en hulpstukken daarbij aangewend.
US8511040B2 (en) Panel, especially floor panel
US7621092B2 (en) Device and method for locking two building boards
DE60224499T2 (de) Fussbodensystem umfassend mehrere mechanisch verbindbaren Fussbodenplatten
EP2339092B1 (en) Method for producing covering panels
JP6105587B2 (ja) フロアパネル用機械式係止システム
US20080010931A1 (en) Locking system comprising a combination lock for panels
DE202011110955U1 (de) Fußbodenpaneel
CN1243896C (zh) 镶板元件
US8769905B2 (en) Mechanical locking system for floor panels
AU2001279677B2 (en) Floor covering
US9366036B2 (en) Mechanical locking system for floor panels
DE102008003550B4 (de) Einrichtung und Verfahren zum Verriegeln zweier Bodenpaneele
US20040168392A1 (en) Panels comprising an interlocking snap-in profile
EP1520947A1 (de) Paneele mit Umrandung nebst Verlegehilfe
RU2329362C2 (ru) Панель для пола
US8544230B2 (en) Mechanical locking system for floor panels

Legal Events

Date Code Title Description
FG Patent granted

Effective date: 20170801