BE1019002A3 - Nucleaire fusiereactor. - Google Patents

Nucleaire fusiereactor. Download PDF

Info

Publication number
BE1019002A3
BE1019002A3 BE200900706A BE200900706A BE1019002A3 BE 1019002 A3 BE1019002 A3 BE 1019002A3 BE 200900706 A BE200900706 A BE 200900706A BE 200900706 A BE200900706 A BE 200900706A BE 1019002 A3 BE1019002 A3 BE 1019002A3
Authority
BE
Grant status
Grant
Patent type
Prior art keywords
pressure vessel
plasma
nuclear fusion
fusion reactor
characterized
Prior art date
Application number
BE200900706A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Lardenoit Tim
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Grant date

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G21NUCLEAR PHYSICS; NUCLEAR ENGINEERING
    • G21BFUSION REACTORS
    • G21B1/00Thermonuclear fusion reactors
    • G21B1/03Thermonuclear fusion reactors with inertial plasma confinement
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02EREDUCTION OF GREENHOUSE GAS [GHG] EMISSIONS, RELATED TO ENERGY GENERATION, TRANSMISSION OR DISTRIBUTION
    • Y02E30/00Energy generation of nuclear origin
    • Y02E30/10Fusion reactors
    • Y02E30/14Inertial plasma confinement

Abstract

Nucleaire fusiereactor, daardoor gekenmerkt dat het fusieplasma (22) zich in een drukvat (1) bevindt, dat wordt geroteerd rond twee verschillende assen (4,7) en gevuld is met vloeistoffen en/of gassen onder een hoge druk van minimum 220 bar.

Description

Nucleaire fusiereactor.

De huidige uitvinding heeft betrekking op een nucleaire fusiereactor.

Het is bekend dat een nucleaire fusiereactor een plasma bevat, waarin de fusiereactie zich afspeelt, zijnde de fusie van deuterium (2H) of tritium (3H) tot helium (4H) bijvoorbeeld waarbij neutronen vrijkomen of de fusie van waterstof (1H) met boor (UB) tot helium (4H) en koolstof (12C) bijvoorbeeld waarbij geen neutronen vrijkomen.

De kernfusie komt maar tot stand bij zeer hoge temperaturen, zoals men die in een plasma verkrijgt door het verhitten van het plasma tot miljoenen graden Kelvin.

Een probleem dat hierbij ontstaat, is dat een dergelijk plasma van de omgeving geïsoleerd dient te worden om te beletten dat de warmte van het plasma te snel aan de omgeving wordt afgegeven en de nucleaire reactie daardoor stilvalt.

Een probleem dat hierbij eveneens ontstaat, is dat de geladen partikels in het plasma met de wanden van de vacuümkamer kunnen botsen en deze beschadigen.

Traditioneel wordt het plasma geïsoleerd van de buitenwereld door middel van een vacuümkamer, zoals in opstellingen, zoals een Tokamak, een Stellator, een Fusor of Polywell het geval is.

Het plasma wordt dan opgesloten in een zeer sterk magneetveld, wat bekend staat als magnetische opsluiting, waarbij superkrachtige magneten vereist zijn, of in het geval van een Polywell, in een sterk elektrisch veld, ook gekend als elektrostatische opsluiting.

De huidige uitvinding is bedoeld om een nucleaire fusiereactor te verkrijgen waarbij het plasma geïsoleerd is van de omgeving zonder dat er een vacuümkamer noodzakelijk is en zonder de nood aan superkrachtige magneten of elektrostatische opsluiting.

Hiertoe betreft de uitvinding een nucleaire fusiereactor, waarbij het fusieplasma zich in een drukvat bevindt, dat wordt geroteerd rond twee verschillende assen en gevuld is met vloeistoffen en/of gassen onder een hoge druk van minimum 220 bar.

Een voordeel van het roterend drukvat is dat de roterende werking zorgt voor een centrifugaalkracht die een scheiding teweeg brengt van de lichtere moleculen die het plasma uitmaken in de kern van de reactor en van de zwaardere moleculen die zich naar de periferie van het drukvat bewegen en daardoor de warmteconvectie in het drukvat verminderen tussen het hete plasma en de zwaardere moleculen van de omgeving.

Nog een voordeel van het roterend drukvat is dat de druk op het plasma opgevoerd kan worden zonder dat er magneten voor noodzakelijk zijn.

Een ander voordeel van het roterend drukvat is dat er energieke geladen plasmadeeltjes geïnjecteerd kunnen worden, hetgeen bij magnetische opsluiting niet mogelijk is.

Een verder voordeel van het roterend drukvat is dat de centrifugaalkrachten die erin worden ontwikkeld, de inhoud van het roterend drukvat scheiden in lagen, hetgeen convectiestromen onderdrukt.

Bij voorkeur is het roterend drukvat omgeven door een tweede drukvat, waarin zich een tweede hoeveelheid vloeistof en/of gas bevindt onder hoge druk zodat het roterend drukvat niet moet kunnen weerstaan aan de volle procesdruk.

Bij voorkeur is het roterend drukvat sferisch.

Een voordeel van een sferisch drukvat is dat deze vorm het best aan de hoge druk kan weerstaan.

Nog een voordeel van het sferisch drukvat volgens de uitvinding is dat het plasma ook bolvormig is en dus de kleinste oppervlakte/volume verhouding heeft, hetgeen de thermische isolatie bevordert.

Bovendien heeft het plasma door de hoge druk in het drukvat een veel kleiner volume, hetgeen eveneens bijdraagt tot een betere thermische isolatie, en bevorderlijk is voor het deelnemen van een zo groot mogelijk deel van de energie die in de reactor gestoken wordt, aan het verhitten van het plasma.

Bij voorkeur roteert het drukvat simultaan rond twee assen in de ruimte die loodrecht op elkaar staan.

Een voordeel van de rotaties van het drukvat is dat het zwaarteveld vervangen wordt door een gelijkvormig centrifugaalveld, hetgeen bijdraagt tot het voorkomen van warmteconvectiestromen.

Bij voorkeur is het drukvat omgeven door een tweede drukvat, waarin zich een tweede hoeveelheid vloeistof en/of gas bevindt onder hoge druk.

Een voordeel van het tweede drukvat is dat het roterend drukvat niet bestand hoeft te zijn tegen de volledige procesdruk, maar slechts tegen het verschil tussen procesdruk en de druk in het tweede drukvat, hetgeen de constructie van het roterend drukvat aanzienlijk vereenvoudigt.

Bij voorkeur bestaat de buitenste laag in het roterend drukvat uit water dat het roterend drukvat beschermt tegen te hoge temperaturen door koud water injectie, maar ook tegen eventuele neutronen indien de kernreactie neutronen emitteert.

Een voordeel van deze buitenste laag water is dat het water door thermolyse en radiolyse in waterstof en zuurstof wordt gesplitst, waardoor deze elementen in een laag dichter bij de kern terechtkomen gezien hun lager moleculair gewicht, samen met helium uit de fusiereactie. Het vrijgestelde waterstof en zuurstof kunnen als brandstof dienen voor brandstofcellen waaruit elektrische energie gewonnen kan worden.

Bij rotatiesnelheden die voldoende hoog zijn, zal de zuurstoflaag gescheiden worden van de waterstoflaag door een heliumlaag.

In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm wordt zuurstof en waterstof elk apart onttrokken aan het proces door ze apart te expanderen elk in een turbine, waarna het waterstof en zuurstof in brandstofcellen gerecombineerd kan worden met vorming van elektrische energie en water.

Optioneel bevat het water lithium dat door reactie met neutronen tot tritium kan omgezet worden.

Een voordeel van de aanwezigheid van lithium in de waterlaag is dat neutronen, afkomstig van de kernreactie in de kern van het plasma, aanleiding kunnen geven tot de vorming van tritium na collisie met lithium. Dit tritium kan eventueel herwonnen worden uit het lithium, en dienst doen als fusiebrandstof voor het plasma.

Het resulterende water kan worden gekoeld, en opnieuw in het roterend drukvat worden geïnjecteerd, na al dan niet toevoegen van lithium.

De geproduceerde gelijkspanning kan gebruikt worden om tritium, deuterium en waterstof te ioniseren en in het plasmacentrum te injecteren.

Een voordeel van deze uitvoeringsvorm is dat op deze manier een constante toevoer van plasma verzekerd wordt, hetgeen noodzakelijk is gezien door het hoge aantal fusiereacties het plasma ook snel opgebruikt wordt.

Nog een voordeel van deze uitvoeringsvorm is dat de fusiereactie hierdoor zeer controleerbaar is en direct kan uitgeschakeld worden zonder nakomende warmte.

Nog een voordeel van deze uitvoeringsvorm is dat er geen radioactieve stoffen aanwezig zijn, behalve tritium, stikstof (16N) en geactiveerde mineralen in het geval van een neutronen emitterende kernreactie. Radioactieve edelgassen, jodium, splijtstofproducten en splijtstof komen niet voor.

Een ander voordeel van deze uitvoeringsvorm is dat het heetste plasma in het centrum, dat heet genoeg is om de kernfusiereactie op gang te houden, geïsoleerd wordt door minder heet plasma en dit door nog minder heet plasma enz.

De warmtegeleiding neemt in principe toe bij stijgende temperatuur door de verlaging van de viscositeit, met snellere convectie als gevolg. Welke invloed de rotatiesnelheid op de convectie en warmtegeleiding heeft zal proefondervindelijk vastgesteld moeten worden.

Vermoedelijk zal het plasma beter geïsoleerd zijn bij hogere rotatiesnelheid.

Door de lagere massadichtheid van heet plasma zal de temperatuur in het centrum veel hoger zijn.

De afmeting van het plasma is bepalend voor de maximum temperatuur in het centrum en voor het gehaalde aantal kernreacties.

Het plasma kan vergroot worden door een groter vermogen toevoer, maar dan moeten de andere lagen voldoende dik zijn, hetgeen een voldoende grote reactor veronderstelt.

Er zijn drie manieren van warmteoverdracht waarmee het plasma zijn warmte kan verliezen : convectie, conductie en radiatie.

In de voorkeurdragende uitvoeringsvorm van deze uitvinding wordt de convectie onderdrukt door het vervangen van het zwaarteveld door een centrifugaalveld.

Stralingsverliezen worden verminderd door de gaslaag en vloeistoflaag die het plasma omringen. 80 % van de energie bij deuterium tritium fusie komt vrij onder de vorm van neutronen. Belangrijk is dat deze gemodereerd of afgeremd worden door de omringende elementen en geabsorbeerd worden door het lithium alvorens ze de reactorwand bereiken. Bij elke fusiereactie komt slechts één neutron vrij, waarmee niet meer dan één tritium kern mee gevormd kan worden. Het tritium is noodzakelijk om een hoge energiedichtheid te behalen. Tritium en neutronen worden tevens gevormd bij D-D fusie.

Warmteverliezen door conductie worden verminderd door het isoleren van het hete plasma van de wand van het drukvat.

Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding beter aan te tonen, is hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter, een voorkeurdragende uitvoeringsvorm beschreven van een nucleaire fusiereactor volgens de uitvinding, met verwijzing naar de bijgaande tekeningen, waarin : figuur 1 schematisch een nucleaire fusiereactor volgens de uitvinding weergeeft.

figuur 2 het gedeelte weergeeft dat in figuur 1 door F2 is aangeduid; figuur 3 een doorsnede weergeeft volgens lijn III-III in figuur 2; figuur 4 een plasma-injector voorstelt die toepasbaar is op een nucleaire fusiereactor volgens de uitvinding; figuur 5 een variante weergeeft van de nucleaire fusiereactor volgens de uitvinding.

De in de figuur 1 weergegeven nucleaire fusiereactor volgens de uitvinding bestaat in hoofdzaak uit een drukvat 1 dat in dit geval sferisch is uitgevoerd en dat roteerbaar is aangebracht in een rotatiemechanisme 2 dat het voornoemde drukvat in rotatie kan aandrijven rond minstens twee verschillende rotatieassen.

Het rotatiemechanisme 2 is meer in detail weergegeven in figuur 2 en bestaat hoofdzakelijk uit een buitenste ring 3 die roteerbaar is opgesteld rond een verticale meetkundige as X-X' 4, die aangedreven wordt door een aandrijving 5 en uit een binnenste ring 6 die roteerbaar is aangebracht in de buitenste ring 3 rond een meetkundige as Y-Y' 7 , die in dit geval loodrecht staat op de eerste as X-X' 4.

Tussen de buitenste ring 3 en de binnenste ring 6 zijn overbrengingsmiddelen 8 voorzien om de roterende beweging van de eerste as 4 over te brengen op de as 7 van de binnenste ring en beide rotatiebewegingen ten opzichte van elkaar te synchroniseren op zodanige wijze dat voor elke rotatie van de buitenste ring 3 de binnenste ring 6 eveneens een volledige rotatie ondergaat.

Deze overbrengingsmiddelen 8 zijn in de figuur 2 schematisch weergegeven door een kruk 9 die verbonden is met de as 4 van de buitenste ring, en een krukpen 10 die excentrisch is opgesteld ten opzichte van deze as 4 en die door middel van een scharnier 11 verbonden is met één uiteinde van een drijfstang 12 waarvan het andere uiteinde gekoppeld is aan een krukpen 13 van een tweede kruk 14 die bevestigd is op de as 7 van de binnenste ring.

Andere aandrijfmechanismen zijn uiteraard niet uitgesloten.

Verder is de nucleaire fusiereactor voorzien van middelen 15 die toelaten vloeistoffen of gassen toe te voeren of te onttrekken aan de interne ruimte 16 van het drukvat 1.

Deze middelen 15 worden in dit geval gevormd door leidingen 17 die aansluiten op een draaiende dichting 18 rond de rotatieas 4 en die door middel van intermediaire leidingen 18 gekoppeld zijn aan een tweede draaiende dichting 19 rond de rotatieas 7 van de binnenste ring en het drukvat 1 zelf, van waaruit leidingen 20 vertrekken die zich doorheen of rond de as uitstrekken tot in de ruimte 16 van het drukvat en die uitmonden op verschillende afstanden van het centrum van het drukvat.

In het roterend drukvat van de nucleaire fusiereactor is een plasma-injector 21 ingebouwd voor het genereren van plasma 22 dat in de ruimte 16 van het drukvat toegevoerd wordt.

De werking en het gebruik van de nucleaire fusiereactor worden geïllustreerd aan de hand van figuur 3.

Tijdens de normale werking van de reactor wordt het drukvat 1 in rotatie aangedreven rond twee meetkundige assen X-X'4 en Y-Y' 7 waardoor het gravitatieveld vervangen wordt door een sterker centrifugaalveld.

Tijdens de werking is het drukvat gevuld met vloeistoffen en/ofgassen, die door het centrifugaalveld worden gescheiden in meerdere concentrische lagen waarvan de kern gevormd wordt door een plasma 22 bestaande uit deuterium 23 en tritium 24 die de brandstof vormen van de exotherme nucleaire fusiereactie die optreedt van zodra een kritische temperatuur van het plasma 22 bereikt wordt, omgeven door lagen van stoffen met toenemend moleculair gewicht, zoals waterstof 25, helium 26, zuurstof 27 en in de buitenste laag water 28 zelf.

Telkens wanneer plasma 22 vanuit de plasma-injector 21 in de ruimte 16 van het drukvat 1 wordt geïnjecteerd, wordt er een plasma puls in het centrum gebracht. Dit is een directe methode om het plasma 22 in het centrum te verhitten waarbij zo goed als alle elektrische energie gebruikt in de injector 21 dient om het plasma te verhitten. Het injecteren van geladen plasmadeeltjes is bij magnetische opsluiting, zoals in Tokamaks, niet mogelijk doordat het magnetisch veld de geladen deeltjes afstoot.

Het is daarenboven steeds mogelijk het plasma 22 bij te verwarmen met inductie of hoog frequente radiogolven.

Eenmaal de kernfusie reactie op gang is gekomen, wordt het plasma verhit door de vrijkomende energie van de kernfusie en wordt ook de brandstof, zijnde het deuterium 23 en tritium 24 in het plasma snel opgebruikt, zodat de brandstof voortdurend dient aangevuld te worden.

Daartoe moet voortdurend nieuwe brandstof in de vorm van geïoniseerd deuterium en tritium vanuit de plasma-injector 21 aan het plasma worden toegevoerd of in het plasma gegenereerd worden door de hitte die miljoenen graden Kelvin bereikt.

De sferische lagen van zuurstof 27 en van waterstof en de isotopen van waterstof, deuterium 23 en tritium 24, in het drukvat, worden elk afzonderlijk afgetapt via de voornoemde leidingen 17, geëxpandeerd in een turbine en verder gerecombineerd in brandstofcellen 29 die elektrische energie en water leveren.

Deze opgewekte elektrische energie kan desgewenst gerecupereerd worden voor de ionisatie van deuterium 23, tritium 24 en waterstof 25 in de plasma-injector.

De afmeting Van het plasma 22 zal bepalend zijn voor de maximum temperatuur in het centrum van het plasma 22 en het gehaalde aantal kernreacties. Hoe meer vermogen toegevoerd wordt, hoe groter het plasma 22 wordt.

Omdat de andere lagen in het drukvat voldoende dik moeten zijn, moet de reactor groot genoeg gebouwd worden.

Een berekening leert dat een bolvormig plasma 22 dat 3 GigaWatt aan fusie-energie oplevert uit een deuterium -tritium fusie ongeveer 63 g/u deuterium en tritium verbruikt, bij een druk van 250 bar in het drukvat, een plasmavolume van 141 liter en een plasmadiameter van 64 cm.

In figuur 4 is een plasma-injector 21 van een bestaand type voorgesteld, die bestaat uit twee electroden 30a,30b die met gelijkspanning gevoed worden en waterstof onder hoge druk ioniseren.

In de plasma-injector 21 wordt waterstof onder hoge druk bijvoorbeeld 1000 bar geïnjecteerd. Door de hoge spanning tussen de twee electroden worden de isotopen van waterstof geïoniseerd en ontstaat een vonk tussen de twee electroden die verder loopt tussen de twee electrodes. Hierdoor worden er elektrische stromen 34a,34b door het plasma 31 gejaagd en zorgt de Lorenzkracht 32 ervoor dat het plasma versneld wordt in de richting van de kern van het drukvat.

In figuur 5 wordt een nucleaire fusiereactor 1 volgens de uitvinding voorgesteld, ingebouwd in een tweede groter drukvat 35. Een dergelijke opstelling kan in de ruimte van een nucleaire fissiereactor worden gebouwd, waarbij vooral de bestaande infrastructuur van stoomopwekking en stoomturbines die elektriciteit opwekken in de nucleaire fissiereactor kan hergebruikt worden in een nucleaire fusiereactor.

Het spreekt voor zich dat de uitvinding niet beperkt is tot rotatiemechanismen met twee rotatieassen, zoals in de voorkeurdragende uitvoeringsvorm is voorgesteld, maar dat ook meerdere rotatieassen en alternatieve mechanismen mogelijk zijn om de gewenste rotatie van het drukvat te verkrijgen.

De toevoer en afvoer van vloeistoffen, gassen en plasma kan ook op alternatieve wijze dan deze beschreven in de voorkeurdragende uitvoeringsvorm worden verkregen.

De nucleaire fusiereactor is niet beperkt tot de specifieke kernreactie die hier beschreven werd.

De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de als voorbeeld beschreven en in de figuren weergegeven uitvoeringsvorm, doch een dergelijke nucleaire fusiereactor kan volgens verschillende varianten worden verwezenlijkt zonder buiten het kader van de uitvinding te treden.

Claims (9)

1. Nucleaire fusiereactor, daardoor gekenmerkt dat het fusieplasma (22) zich in een drukvat (1) bevindt, dat wordt geroteerd rond twee verschillende assen (4,7) en gevuld is met vloeistoffen en/of gassen onder een hoge druk van minimum 220 bar.
2. Nucleaire fusiereactor volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat het roterend drukvat (1) sferisch is.
3. Nucleaire fusiereactor volgens conclusie 1 , daardoor gekenmerkt dat het drukvat (1) simultaan roteert rond twee assen (4,7) in de ruimte die loodrecht op elkaar staan.
4. Nucleaire fusiereactor volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat het drukvat (1) omgeven is door een tweede drukvat (35), waarin zich een tweede hoeveelheid vloeistof en/of gas bevindt onder hoge druk.
5. Nucleaire fusiereactor volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de buitenste laag in het drukvat bestaat uit water (28).
6. Nucleaire fusiereactor volgens conclusie 5, daardoor gekenmerkt dat het water (28) lithium bevat.
7. Nucleaire fusiereactor volgens conclusie 5, daardoor gekenmerkt dat zuurstof (27) en waterstof (25) elk apart onttrokken worden aan het proces door ze apart te expanderen elk in hun turbine, waarna het waterstof (25) en zuurstof (27) in brandstofcellen (29) gerecombineerd wordt met vorming van elektrische energie en water (28).
8. Nucleaire fusiereactor volgens conclusie 7, daardoor gekenmerkt dat het resulterende water (28) gekoeld wordt, en opnieuw in het roterend drukvat (1) worden geïnjecteerd al dan niet na toevoegen van lithium.
9. Nucleaire fusiereactor volgens conclusie 7, daardoor gekenmerkt dat de geproduceerde gelijkspanning gebruikt wordt om tritium (24) en deuterium (23) te ioniseren en in het plasmacentrum (22) te injecteren.
BE200900706A 2009-11-17 2009-11-17 Nucleaire fusiereactor. BE1019002A3 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE200900706A BE1019002A3 (nl) 2009-11-17 2009-11-17 Nucleaire fusiereactor.
BE200900706 2009-11-17

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE200900706A BE1019002A3 (nl) 2009-11-17 2009-11-17 Nucleaire fusiereactor.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1019002A3 true BE1019002A3 (nl) 2011-12-06

Family

ID=42246004

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE200900706A BE1019002A3 (nl) 2009-11-17 2009-11-17 Nucleaire fusiereactor.

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE1019002A3 (nl)

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4233127A (en) * 1978-10-02 1980-11-11 Monahan Daniel E Process and apparatus for generating hydrogen and oxygen using solar energy
DE3144367A1 (de) * 1981-11-07 1983-05-19 Werner Knorre Fusionsreaktor
EP1770717A1 (en) * 2005-10-03 2007-04-04 Mehran Keshe Tavakoli Gravitational and energy system

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4233127A (en) * 1978-10-02 1980-11-11 Monahan Daniel E Process and apparatus for generating hydrogen and oxygen using solar energy
DE3144367A1 (de) * 1981-11-07 1983-05-19 Werner Knorre Fusionsreaktor
EP1770717A1 (en) * 2005-10-03 2007-04-04 Mehran Keshe Tavakoli Gravitational and energy system

Similar Documents

Publication Publication Date Title
Ribeyre et al. Shock ignition: an alternative scheme for HiPER
US4560528A (en) Method and apparatus for producing average magnetic well in a reversed field pinch
US6956329B2 (en) Apparatus and method for forming a high pressure plasma discharge column
US4826646A (en) Method and apparatus for controlling charged particles
US20060198483A1 (en) Magnetized plasma fusion reactor
US20060045228A1 (en) Dual-plasma fusion and fission fuel cells
WO1997049274A2 (en) A method for generating nuclear fusion through high pressure
US6411666B1 (en) Method and apparatus to produce and maintain a thick, flowing, liquid lithium first wall for toroidal magnetic confinement DT fusion reactors
Kalra et al. Gliding arc in tornado using a reverse vortex flow
US4851722A (en) Magnetohydrodynamic system and method
US3324316A (en) Controlled fusion devices
US5353314A (en) Electric field divertor plasma pump
Kikuchi Prospects of a stationary tokamak reactor
US7486758B1 (en) Combined plasma source and liner implosion system
Atzeni et al. Studies on targets for inertial fusion ignition demonstration at the HiPER facility
Yang et al. Low-voltage circuit breaker arcs—simulation and measurements
US20110026658A1 (en) Systems and methods for plasma compression with recycling of projectiles
US20020101949A1 (en) Nuclear fusion reactor incorporating spherical electromagnetic fields to contain and extract energy
Rutberg et al. Multiphase stationary plasma generators working on oxidizing media
US20120155591A1 (en) Method and apparatus for compressing plasma to a high energy state
US20070002996A1 (en) Tabletop nuclear fusion generator
Bekhtenev et al. Problems of a thermonuclear reactor with a rotating plasma
US20140247913A1 (en) Systems and methods for compressing plasma
Nishiyama et al. Computational simulation of arc melting process with complex interactions
WO2005001845A2 (en) Fusion apparatus and methods

Legal Events

Date Code Title Description
RE Lapsed

Effective date: 20111130